Boek 5 De Strategie.pdf
Tekst van het document
komt te liggen op het maximaal faciliteren en verleiden van lopen, fietsen en openbaar-/bedrijfs- en deelvervoer door aantrekkelijke verbindingen en faciliteiten. Niet langer de auto op 1, maar door in te zetten op nabijheid en het STOMP-principe: ideaal voor lopen (S) en fietsen (T), openbaar vervoer (O) en deelmobiliteit (M). Gebieden blijven welbereikbaar met de auto (P), maar we stimuleren om andere genoemde vervoerwijzen te gebruiken. 6. Voetganger op één Iedereen is voetganger, aan het begin of aan het eind van de reis, of de hele reis lang. De voetganger staat centraal in de binnenstad en stationsgebied (A zone) en de wijkcentra. We maken aantrekkelijke en veilige looproutes naar omliggende gebieden, voor alle doelgroepen. Ook bushaltes, mobiliteitshubs en stallingen worden optimaal bereikbaar voor voetgangers. 7. Roosendaal fietsstad We verbeteren het fietsnetwerk met comfortabele en aantrekkelijke routes. Zowel voor de verbinding tussen de wijken, het station, de werkgebieden, dorpskernen en het buitengebied. Zo is straks een groot deel van Roosendaal in
63
15 minuten per fiets bereikbaar. We versterken het netwerk van snelfietsroutes vanuit de stad naar de dorpskernen, in alle windrichtingen. De oude lintstructuren (fietslinten) maken een belangrijk onderdeel uit van dit comfortabele fietsnetwerk. Grotere afstanden worden op deze manier ook per (elektrische) fiets overbrugbaar en op die manier concurrerend ten opzichte van het autogebruik. Rondom het centrum komen publieke stallingen: om vanuit alle richtingen fietsenstallingen aan te bieden en werken we aan stallingsvoorzieningen op maat. Extra aandacht gaat uit naar waar het fietsnetwerk kruist met hoofdwegen van de autonetwerken. Dat kan gaan om nieuwe verbindingenwaar mogelijk en om een uitwerking op maat bij specifieke bestaande kruisingen. Bijvoorbeeld waar een snelfietsroute kruist met de stedelijke ontsluitingsweg naar de binnenstad. Vanuit beide modaliteiten is uitwerking op maat gewenst. Dit kan gaan om een ongelijkvloerse verbinding, voorrang voor fietsers etc. Verder nemen we mens- en gedragsgerichte maatregelen met stimulering, promotie en werkgeversaanpak. We doen dus meer dan alleen goede infrastructuur aanleggen
en dat is nodig om de mobiliteitstransitie echt tot stand te brengen. 8. Openbaar vervoer Het huidige NS-station Roosendaal wordt van twee kanten bereikbaar om zo de potentie van het station te verbeteren. Roosendaal blijft haar IC-status en internationale koppeling versterken voor reizigersvervoer. De IC-verbinding Roosendaal- Antwerpen wordt gerealiseerd. Verder verkennen we of een nieuw openbaar vervoerknooppunt c.q. station in Roosendaal zuidwest kansrijk is. Om de bereikbaarheid van het nieuwe Bravis, Tolberg en Wouw en zelfs Rosada te verbeteren. De emplacementfunctie wordt gefaseerd uitgeplaatst. Voor busvervoer zetten we in op goede verbindingen tussen met name het NS-station, De Stok, nieuwe Bravis, binnenstad en woon- en werkgebieden. En aansluitend op regionale verbindingen. OV moet plaatsvinden daar waar we dikke reizigersstromen kunnen realiseren. Deelvervoersystemen kunnen worden ingezet op de overige bestemmingen als collectief vervoersysteem of als feeder voor het OV.
Dit diagram toont een abstracte weergave van de gemeente Roosendaal en illustreert hoe de hierboven beschreven uitgangspunten en keuzes ruimtelijk landen.
64
5
De Strategie
9. Autoverkeer: van rondjes door de stad naar gericht bereiken van voorzieningen Bestaande uit een duidelijke hoofdwegenstructuur met stedelijke ontsluitingswegen. Deze wegen zijn de toegangspoorten naar alle woon- en werkgebieden én de binnenstad van Roosendaal. Aan een aantal toegangspoorten komen geclusterde parkeervoorzieningen om autoverkeer aan de randen van de stad en wijken af te vangen. We verleiden onder andere bezoekers en werknemers deze te gebruiken tegen aantrekkelijke voorwaarden. Deze geclusterde parkeervoorzieningen kunnen samenhangen met nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Vanaf de toegangspoorten zijn de woon- en werkgebieden bereikbaar via de ontsluitende wegen. Bezoekers van de binnenstad worden geholpen om op de hoofdwegen al een keuze te maken om bij de bestemming te komen. Ze kunnen aan de rand van de stad voordeliger parkeren bij een P+R, waar ze via een ander (duurzamer/ actiever) vervoermiddel verder reizen naar de binnenstad. Of ze volgen de duidelijke routes naar de parkeergarages in de binnenstad. De duidelijke hoofdwegenstructuur zorgt voor vermindering van het doorgaande
autoverkeer dat geen herkomst of bestemming heeft in de binnenstad. Verder blijven we zoeken naar haalbare mogelijkheden voor betere OV/trein- en auto- ontsluitingen, bijvoorbeeld in de omgeving van Bulkenaar/Weihoek en de ontsluiting van de zuidelijke woonwijken van Roosendaal. 10. Mobiliteitshubs Mobiliteitshubs zijn voorzieningen voor geclusterd parkeren van auto’s en tweewielers. Een aanbod van deelmobiliteit (deeltweewielers, deelauto’s) én OV-systemen of collectieve voorzieningen (denk aan een pakketpunt en/of kleine winkels). De locaties van de mobiliteitshubs zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan de hoofdnetwerken fiets, openbaar vervoer en auto. En vallen samen met stedelijke ontwikkelgebieden, wijkcentra en de zoekgebieden voor P+R-hubs aan de randen van de stad. Het voorzieningenniveau en de grootte verschilt per hub en is afhankelijk van de ligging en functie voor de omgeving.
65
Projecten
Hoe komt dit tot uiting in het mozaïek van Roosendaal?
a. De (deels) overkluisde A58 b. De fietslinten c. De mobiliteitshubs d. Het nieuwe, tweezijdige station e. De centrumboulevard f. De stadsring
66
5
De Strategie
f
d
c
e
a
b
67
De stationsoverkapping van zonnecellen?
Het groene, levendige stationsplein?
Het nieuwe groene stationsplein met glooiend landschap en Techniekmuseum
68
5
De Strategie
‘Als je een mooi daklandschap aanlegt kan dat publiek trekken en ontspanning geven aan bewoners. Kunst als attractie kan het beste bij elkaar, zodat het echt een attractie wordt, niet overal een klein beetje.’ Bron: Het Gesprek
Het toegankelijke heuvellandschap?
69
De Barcode Wat betekent dit voor de verandering in ruimtegebruik 2040? Door slimmer gebruik te maken van de ruimte voor mobiliteit hebben we hier in 2040 ongeveer evenveel ruimte voor nodig als nu het geval is*. De mobiliteitstransitie zorgt wel voor een andere en meer duurzame balans, die de lokale leefbaarheid ten goede komt:
er wordt steeds meer ruimte voor fiets en voetganger gemaakt. Het openbaar vervoer houdt een prominente plaats en waar mogelijk is de auto te gast. Er wordt zo min mogelijk extra verharding toegevoegd. De bestaande verharding krijgt een herverdeling en wordt waar mogelijk zelfs verminderd ten faveure van groen, klimaat en recreatie.
Verkeersterrein: Terrein in gebruik voor vervoer en transport per rail en terrein in gebruik voor vervoer en transport over het hoofdwegennetwerk. Omvat enkel de hoofdwegen die volgens de TOP10vector specificatie de functie van vervoersader hebben. Lokale wegen in woonwijken vallen onder ‘Woonterrein‘.
Groei Stabiel Krimp
Recreatieterrein: Terrein bestemd voor recreatief gebruik. Omvat onder andere wijkgroen en plantsoen.
De bovenste barcode (nu) brengt schematisch in beeld welke functies nu een plek hebben in onze gemeente en hoe groot hun ruimtebeslag is. De ambitie van Roosendaal 2040 vraagt om extra ruimte. De gemeente blijft even groot en er komt geen ruimte bij, dus dit betekend groei, krimp of functiestapeling in het ruimtegebruik. De onderste barcode (de situatie in 2040) geeft een indicatief beeld van de toekomstige ruimteverdeling van de gemeente.
70
5
De Strategie
*De benodigde ruimte voor mobiliteit is onder andere gebaseerd op vergelijkend onderzoek tussen Roosendaal en steden van vergelijkbare grote, 100.000 steden en het Nederlands gemiddelde. Hierbij is gebruik gemaakt van de door de gemeente Roosendaal ontwikkelde Barcode-tool, die gebruik maakt van openbare CBS-data. De Barcode-vergelijkingen staan in Bijlage II van boek 3 De Opgave.
71
5.2.5 Bouwsteen Energie & Circulariteit Roosendaal bouwt aan een circulaire en klimaat neutrale stad en buitengebied
Onze ambitie voor Roosendaal is gericht op een circulaire en klimaatneutrale gemeente in 2050. Met de kwaliteitssprong zetten we de koers uit om dit doel te bereiken. Ons belangrijkste aanknopingspunt is de CO2-impact van de gebouwde omgeving. Hier hebben we als gemeente de meeste invloed op. De uitstoot van bijvoorbeeld industrie en voertuigen rekenen we hier dus niet mee. De CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving bestaat uit twee hoofdonderdelen. Ten eerste gaat het om de energie die vereist is voor het bouwen zelf: de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de werkzaamheden en het produceren van bouwmaterialen. Deze productie vindt tot nu niet vaak plaats binnen de gemeente. Met een transitie van onder meer de landbouw kan dit wel toenemen omdat we meer bouwmaterialen lokaal willen verbouwen. Hierbij is het cruciaal dat de biobased productiepro-
cessen zo duurzaam mogelijk worden ingericht en de afstand tussen productie en toepassing zo klein mogelijk wordt gemaakt. Ten tweede gaat het om het energieverbruik van woningen en bedrijfsgebouwen. Hierbij heeft het verbranden van aardgas voor verwarming de grootste CO2 impact. Door het isoleren en verduurzamen van bestaande gebouwen wordt deze uitstoot verkleind. Dit is ook een middel om energiearmoede aan te pakken, omdat alle bewoners profiteren van energiezuinigere gebouwen – en niet alleen de huishoudens met een hoger inkomen. We focussen op het opwekken van 100 procent – en wellicht meer – schone energie. Door op de daken van de stad zonnecellen - in combinatie met groen - te plaatsen, worden onze huishoudens meer zelfvoorzienend. In combinatie met een individuele warmtepomp of
Deze afbeelding laat de transitie zien van een traditionele, op fossiele brandstoffen gebaseerde gemeente naar een circulaire en klimaatneutrale gemeente in 2050, waarbij de focus ligt op het minimaliseren van CO2-uitstoot door duurzame bouwmaterialen, energiezuinige gebouwen en de lokale opwekking van schone energie.
73
collectieve warmteoplossing kan de uitstoot van een gebouw zelfs worden teruggebracht naar nul. Dit geldt ook voor de (distributie)bedrijven. Door hun daken en gevels te benutten maken we dubbel gebruik van de ruimte en wordt de stad een ‘energiecentrale’ die veel van haar eigen stroom opwekt. Om tot een compleet duurzaam energiesysteem te komen, zetten we ook in op opslag (individueel en collectief) en andere manieren om elektriciteit en warmte te produceren en slim te verdelen. Hierbij houden we ons aan de gemaakte afspraken in de regio (Regionale Energie Strategie) en bereiden we ons voor op de toekomstige afspraken (RES2.0). Daarbij speelt de regionale opgave Powerport Moerdijk ook een rol. Het kan betekenen dat we als grootste gemeente van de stedelijke regio West-Brabant West daar wellicht ook nog een positie in krijgen om bepaalde energieopgaves in te vullen.
74
5
De Strategie
‘Er is heel veel industrie die moet vergroenen, de gemeente moet actiever communiceren over subsidiemogelijkheden voor vergroening van woningen, afval scheiden? Zorg dat alle inwoners snappen hoe dat werkt. Ook diegenen die geen Nederlands begrijpen.’ Bron: Het Gesprek
75
Uitgangspunten en keuzes We hanteren de volgende uitgangspunten en keuzes bij deze bouwsteen: 1. Nieuwbouw energieneutraal en Paris-Proof Grondgebonden woningen worden Nul-op-de-Meter (hoogste niveau). We hebben de ambitie voor nieuwe ontwikkelingen ‘het nieuwe normaal’ toe te passen waarmee we aanvullende duurzaamheidseisen willen stellen aan gebiedsontwikkelingen. Hiermee leggen we de lat hoger dan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). 2. Bestaande bouw energiezuinig Bestaande woningen worden indien nodig geïsoleerd volgens norm ‘De Standaard’. Dit is afhankelijk van onder andere het bouwjaar en energielabel. De Standaard is bedoeld om de CO2-uitstoot te beperken en zo inwoners te beschermen tegen hoge energielasten. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over deze Standaard.
3. Bestaande bouw aardgasvrij In 2040 is minimaal 40 procent van de bestaande woningen in Roosendaal aardgasvrij. We zetten hiervoor in op twee strategieën, waarbij de keuze per wijk verschilt: een collectieve oplossing zoals een warmtenet, of individuele oplossingen zoals all-electric. Het warmtenet van het Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal wordt uitgebreid in wijken en bedrijventerreinen (bv Leisurepark Roosendaal) waar dit maatschappelijk en voor de bewoners en ondernemers een goede oplossing blijkt. Het overige deel – ongeveer 80 procent van bestaande bouw – wordt all-electric. 4. Opwekking hernieuwbare energie Met de energietransitie komen uitdagingen naar voren zoals het balanceren van aanbod en vraag naar energie, de opslag en het vergroten van de capaciteit van het netwerk. Daarom is het belangrijk om duurzame energie zoveel mogelijk lokaal op te wekken en het aanbod te diversifiëren, dit ligt in lijn
Dit diagram toont een abstracte weergave van de gemeente Roosendaal en illustreert hoe de hierboven beschreven uitgangspunten en keuzes ruimtelijk landen.
76
5
De Strategie
met de RES2.0. We vermijden zon op land en maken meervoudig gebruik van ruimte door vooral in te zetten op zon op dak en gevels. Windenergie en energiehubs zijn essentieel om het aanbod en de vraag meer op elkaar aan te laten sluiten. 5. Niet slopen maar aanpassen Een deel van de nieuwe woningen hoeven we niet nieuw te bouwen. Door in plaats van nieuwbouw zoveel mogelijk bestaande gebouwen te transformeren, splitsen, renoveren of optoppen kunnen we slim meer woningen toevoegen en besparen we veel CO2. En dit is ook nog eens circulair verantwoord omdat we bouwmaterialen sparen.
plant-based materialen produceren in Roosendaal (bijvoorbeeld hout, vlas, hennep en miscanthus). De ambitie is om in elk geval alle bio-based isolatiematerialen lokaal verbouwen. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd en heeft houtbouw de voorkeur.
6. Bio-based en secundaire materialen We zetten in op het maximaliseren het aandeel bio-based en secundaire (gerecyclede en hergebruikte) bouwmaterialen voor nieuwbouw, transformatie en renovatie. Naast de regionale ontwikkelingen gaan we deels ook bio-based/
77
Projecten
Hoe komt dit tot uiting in het mozaïek van Roosendaal?
a. De Energiedaken b. De transformatie van de bestaande voorraad c. Paris-Proof nieuwbouw d. De geëxtensiveerde en circulaire landbouw
78
5
De Strategie
79
De gerenoveerde Moeder Godskerk met zonnedak?
80
5
De Strategie
81
De Barcode Wat betekent dit voor de verandering in ruimtegebruik 2040? Voor de duurzame energieopwekking van Roosendaal in 2040 zetten we in op meervoudig ruimtegebruik. We hebben in Roosendaal maar liefst een oppervlakte van 6.700.000 m2 aan daken*. Voor de energievoorziening van de Roosendaalse woningen is totaal
1.281.000 m2 aan zonnepanelen nodig*. Dat betekent dat we op minimaal een vijfde van alle daken zonnepanelen willen realiseren. Om de netcongestie te verzachten, wordt ingezet op het diversifiëren van de opwek van stroom te. Hierbij kunnen windenergie en de opslag van elektriciteit (als mogelijk onderdeel van de regionale opgave
Woonterrein: terrein dat voornamelijk voor het wonen bestemd is, inclusief primaire woonvoorzieningen. Omvat onder andere: terrein met bestemming wonen;
Energieopwekking en infrastructuur: terrein bestemd voor energieproductie (zonnedaken en -velden) en infrastructuur van collectieve voorzieningen (elektriciteitsnet en warmtenet)
Bedrijventerrein: terrein in gebruik voor nijverheid, handel en zakelijke dienstverlening. Omvat onder andere: materialenhubs;
Groei
Agrarisch terrein: terrein bestemd voor agrarisch gebruik, zoals glastuinbouw, veehouderij, grasland, tuinland, bouwland of boomgaard.
Krimp
Stabiel
De bovenste barcode (nu) brengt schematisch in beeld welke functies nu een plek hebben in onze gemeente en hoe groot hun ruimtebeslag is. De ambitie van Roosendaal 2040 vraagt om extra ruimte. De gemeente blijft even groot en er komt geen ruimte bij, dus dit betekend groei, krimp of functiestapeling in het ruimtegebruik. De onderste barcode (de situatie in 2040) geeft een indicatief beeld van de toekomstige ruimteverdeling van de gemeente.
82
5
De Strategie
Powerport Moerdijk) een rol spelen. De infrastructuur van collectieve voorzie- ningen (zoals het uitbreiden van het elek- triciteitsnet en warmtenet) zal ook ruimte in beslag nemen. Daarnaast hebben we de ambitie om een deel van de grondstoffen voor biobased materialen voor de bouw
en isolatie van bestaande en nieuwe woningen lokaal te verbouwen. Hoeveel ruimte hiervoor nodig is en waar de meeste vraag naar is en de meeste potentie ligt, is iets dat we in een vervolgtraject verder willen onderzoeken.
‘Huishoudens echt helpen met verduurzamen: ik wil best van het gas af - graag - maar investering is voor mij te hoog en lening niet interessant.’ Bron: Het Gesprek
*De aantallen potentieel energieproductie zijn onder andere gebaseerd op vergelijkend onderzoek tussen Roosendaal en steden van vergelijkbare grote, 100.000 steden en het Nederlands gemiddelde. Hierbij is gebruik gemaakt van de door de gemeente Roosendaal ontwikkelde Barcode-tool, die gebruik maakt van openbare CBS-data. De Barcode-vergelijkingen staan in de Bijlage van Boek 3 De Opgave. De aantallen zijn daarnaast gebaseerd op capaciteitsstudies in GIS.
83
5.2.6Bouwsteen Wonen Passende woningen voor de Roosendalers en nieuwe woningen om groei mogelijk te maken “Ik zou het heel fijn vinden wanneer er voldoende woningen komen, met kinderen in de twintig merk je hoe ingewikkeld het is om in Roosendaal de volgende stap naar zelfstandigheid te kunnen zetten.” Bron: Het Gesprek
We hebben niet alleen de opgave om meer woningen te bouwen, in het kader van de landelijk/provinciale verstedelijkingsstrategie, maar willen goed passende woningen voor de Roosendalers – van jong tot oud. Daarnaast bouwen we nieuwe woningen om de groei van onze gemeente mogelijk te maken. Op dit moment is het woningaanbod in Roosendaal eenzijdig; er zijn naar verhouding te veel eengezinswoningen en te weinig appartementen. Uit de nulmeting blijkt dat bijvoorbeeld ouderen in Roosendaal vaak blijven wonen in een woning die niet bij ze past (te groot, te hoog energieverbruik, te veel onderhoud). Ook jongeren vinden het moeilijk om een woning te vinden, zowel in de buurten en wijken als in de dorpen. Daarom willen we meer diversiteit in het woningaanbod aanbrengen. Deels door nieuwbouw te realiseren en deels door het bestaand woningbezit van corporaties hiervoor geschikt te maken.
Naast een breder aanbod moeten er ook substantieel meer woningen bij komen voor nieuwe inwoners. De groei helpt ons om het voorzieningenniveau naar een hoger niveau te tillen. Er zijn veel locaties onderzocht, om daarop voldoende bouwcapaciteit te ontwikkelen. Dit geeft flexibiliteit in de komende jaren waarbij kan worden gekozen tussen de verschillende locaties. Een afgewogen verdeling is noodzakelijk. Zo streven we naar verdichting van het wonen rondom de spoorknoop maar willen we ook in de andere stadsdelen woonruimte toevoegen, zodat bewoners in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. De timing ervan is nog niet geheel voorspelbaar. Wel weten we dat het om een mix aan locaties en projecten zal gaan. Het louter bouwen van woningen in het buitengebied is te kwetsbaar vanwege de eisen vanuit natuurontwikkeling en waterbuffering en de belangen van agrarische ondernemers. Dit nog los van eventuele bereik-
Deze afbeelding laat de transitie zien naar een toekomst waarin stedelijke verdichting alsmede kleinschalige woonvormen in het buitengebied bijdragen aan beter passende woningen voor huidige en nieuwe inwoners.
85
baarheidsbeperkingen. Tegelijkertijd is het niet reëel om alle woningen in de bestaande binnenstad te situeren. Dit betekent dat er een mix van verdichting moet plaatsvinden tussen het oude centrum en de verschillende woonwijken, hetgeen wel betekent dat we te maken krijgen met mogelijk complexe planologische procedures.
Het gevarieerde woonprogramma dat wij voorstellen versterkt het mozaïek van plannen in de hele gemeente. En dit maakt een doorlopende planning mogelijk, ook na 2040. Ten slotte biedt het bouwen van nieuwe woningen ons de kans om de dorpen, buurten en wijken te verfraaien, meer differentiatie te realiseren en hun identiteit te versterken. Zo kunnen we lege en onaantrekkelijke plekken integraal onderdeel maken van het mozaïek van Roosendaal en ongebruikte en vervallen gebouwen transformeren tot unieke iconen die onze stad op de kaart zetten.
86
5
De Strategie
87
Uitgangspunten en keuzes We hanteren de volgende uitgangspunten en keuzes bij deze bouwsteen: 1. We geven vorm en inhoud aan een ambitieuzere woningbouwopgave In het kader van de regionale verstedelijkingsopgave mede ook een inhaalslag voor Roosendalers zelf om een zekere wooncarrière te kunnen maken. We ontwikkelen nieuwe woningen voor Roosendalers die nu moeilijk een (geschikte) woning kunnen vinden, zoals jongeren, starters en ouderen. Daarom voegen we meer appartementen toe dan eengezinswoningen, waar er al veel van zijn in Roosendaal. Door de doorstroming komen er grondgebonden woningen beschikbaar voor bijvoorbeeld gezinnen.
2. Woningen voor nieuwe inwoners Deze groei betekent dat we voor nu zo’n 10.000 woningen bouwen tot 2040. Hiermee draagt Roosendaal bij aan de landelijke woningopgave en wordt de positie van de stad in de regio versterkt. 3. Verdichten in de stad De nieuwe woningen bouwen we voornamelijk in de bestaande stad door verdichting op verschillende niveaus. Dat betekent ook dat we op veel plekken meer hoogbouw toevoegen. De grootste concentraties komen op locaties die uitstekend bereikbaar zijn met trein, openbaar vervoer, fiets en lopend (en auto). Verdichting en verbeteren van de leefkwaliteit zetten we ook in als hefboom voor de verbete-
Dit diagram toont een abstracte weergave van de gemeente Roosendaal en illustreert hoe de hierboven beschreven uitgangspunten en keuzes ruimtelijk landen.
88
5
De Strategie
ring van de voorzieningen en kwaliteit ervan. Daarnaast wordt zodoende ook het draagvlak voor deze voorzieningen verbeterd en profiteren hiervan zowel de inwoners van de gemeente als de regio. 4. Eventuele bijzondere woonvormen in het buitengebied Ook in het landschap kan er straks meer gewoond worden, met bijzondere extensieve woonvormen. Dit doen we zeker niet zomaar overal, maar we zetten dit strategisch in als middel om bijvoorbeeld nieuwe natuur te creëren, de omschakeling naar circulaire landbouw, het bevorderen van recreatief gebruik en om het draagvlak voor de voorzieningen in het buitengebied op peil te houden.
5. Renoveren, transformeren, optoppen Naast het bouwen van nieuwe woningen richten we ons ook op de aanpassing, verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Slim meer woningen toevoegen op dezelfde ruimte leidt tot meer diversiteit in woningtypes en meer draagvlak voor de voorzieningen; in de directe omgeving en Roosendaal als geheel.
89
Projecten
a
f
Hoe komt dit tot uiting in het mozaïek van Roosendaal?
a. De spoorzone b. De (deels) overkluisde A58 c. De grote ontwikkellocaties d. De wijkcentra e. De transformatie van bestaande voorraad f. De collectieve erven g. De nieuwe landgoederen
90
5
De Strategie
a
e b d
g g
g
91
Nieuwe woningen en bewoners voor meer levendigheid en reuring?
De nieuwe, Nieuwe Markt
92
5
De Strategie
‘Bouwen is zeker noodzakelijk. Belangrijk om te kijken naar inbreiding ipv uitbreiding. Waar zijn gaten in de wijk of kan oude bestaande bouw effectiever worden ingedeeld. Groen buitengebied blijft belangrijk evenals speelmogelijkheid in de wijk.’ Bron: Het Gesprek
Verdichting en vergroening gaan hand in hand?
93
De Barcode Wat betekent dit voor de verandering in ruimtegebruik 2040? Voor de kwaliteitssprong naar circa 100.000 inwoners in 2040 voegen we zo’n 10.000 tot 15.000 nieuwe woningen* toe. Op basis van het landelijk gemiddelde per persoon betekent dit een extra ruimtegebruik van ruim 1200 ha* (dit zijn de delen van de stad waar gewoond wordt, inclusief de private buitenruimte en woonstraten).
De hiervoor benodigde ruimte vinden we in de bestaande stad en aan de randen, waardoor de kwaliteit van het open buitengebied wordt behouden. Voorbeelden zijn de Spoorzone, het KCT-terrein en het oude Bravis ziekenhuis. Hier wordt gebouwd in een grotere dichtheid dan in de gemiddelde Roosendaalse woonwijk. Op die manier maken we slimmer gebruik van de ruimte en creëren we
Woonterrein: terrein dat voornamelijk voor het wonen bestemd is, inclusief primaire woonvoorzieningen. Omvat onder andere: terrein met bestemming wonen; primaire voorzieningen als (buurt)winkels, scholen voor kleuter- en basisonderwijs; groenvoorziening kleiner dan 1 hectare; straten en parkeerplaatsen; erven, tuinen Groei Stabiel
De bovenste barcode (nu) brengt schematisch in beeld welke functies nu een plek hebben in onze gemeente en hoe groot hun ruimtebeslag is. De ambitie van Roosendaal 2040 vraagt om extra ruimte. De gemeente blijft even groot en er komt geen ruimte bij, dus dit betekend groei, krimp of functiestapeling in het ruimtegebruik. De onderste barcode (de situatie in 2040) geeft een indicatief beeld van de toekomstige ruimteverdeling van de gemeente.
94
5
De Strategie
ook nieuwe, stedelijke woonmilieus die passen bij de wensen van een- en tweepersoonshuishoudens maar ook van stedelijk georiënteerde gezinnen. Door de mobiliteitsnetwerken slimmer in te richten, maken we waar mogelijk ruimte voor extra woningen. Bijvoorbeeld door overmaatse wegprofielen te versmallen en het parkeren te clusteren in mobiliteitshubs.
Voor een deel van de woningen hebben we helemaal geen nieuwe ruimte nodig. Bijvoorbeeld door bestaande gebouwen op te toppen of door grote woningen te splitsen in kleinere appartementen. Dit is vergelijkbaar met: · Ruim 120 ha. woonterrein is vergelijkbaar met ongeveer 1,5x het centrum van Roosendaal.
*De aantallen potentieel extra woningen zijn onder andere gebaseerd op het gemeentelijk woningbouwprogramma en op vergelijkend onderzoek tussen Roosendaal en steden van vergelijkbare grote, 100.000 steden en het Nederlands gemiddelde. Hierbij is gebruik gemaakt van, de door de gemeente Roosendaal ontwikkelde Barcode-tool, die gebruik maakt van openbare CBS-data. De Barcodevergelijkingen staan in Bijlage II van boek 3 De Opgave.
95
Bijlage I Mobiliteit is een belangrijk onderdeel en middel om de ambities van Roosendaal 2040 te realiseren
Zonder maatregelen neemt het autoverkeer richting 2040 nagenoeg overal toe. Hierdoor komen de bereikbaarheid, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid onder druk te staan. Allereerst is het zaak dat Multimodale. Een verandering in het huidige mobiliteitsgebruik is essentieel om de ambities van de Roosendaalse kwaliteitssprong te halen. Er is als het ware een transitie in mobiliteit nodig. Dit gebeurt door: · In te zetten op meer actieve vervoerswijzen. Om meer bewegen te stimuleren en bij te dragen aan minder uitstoot van schadelijke gassen en geluid. · De verkeersveiligheid voor alle inwoners van Roosendaal te vergroten · Het grote ruimtegebruik van autoverkeer, bewegend en stilstaand, te verminderen. Door vooral in te zetten op efficiënter ruimtegebruik, namelijk lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvervoer. Niks doen is geen optie Zonder maatregelen neemt het autoverkeer richting 2040 nagenoeg overal in de gemeente verder toe waardoor bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid onder druk komen te staan. Met name de binnenring en de toegangswegen van Roosendaal vanaf de snelweg komen vast te staan. De
bereikbaarheid voor autoverkeer, en de CO²-uitstoot nemen daardoor toe, het wordt lastiger oversteken op de wegen in en nabij de binnenstad en voetgangers en fietsers verliezen positie en ruimte. Daarom is het nodig om naar een andere verdeling van mobiliteit te gaan, oftewel: de mobiliteitstransitie. De nadruk komt te liggen op het maximaal faciliteren en verleiden van lopen, fietsen en openbaar vervoer. Niet langer de auto op 1, maar door in te zetten op nabijheid en het STOMP-principe: Ideaal voor lopen (S) en fietsen (T), Openbaar vervoer (O) en deelmobiliteit (M). Randvoorwaarde is dat alle woonen werkgebieden en de binnenstad bereikbaar blijven met de auto (P). Waarom doen we dat? · Om de leefkwaliteit in de verblijfsgebieden te verbeteren · Om de verkeersveiligheid voor alle modaliteiten te verbeteren · Meer ruimte te maken voor toevoegen van groen en water · Meer ruimte en kansen voor fietsers en voetgangers
97
Hoofdwegenstructuur in de kwaliteitssprong en Integrale Mobiliteitsvisie In dit Roosendaal 2040 maken we geen definitieve keuzes voor de hoofdwegenstructuur in Roosendaal. We geven de richting aan en werken dat in de Mobiliteitsvisie nader uit. In de Mobiliteitsvisie geven we meer inzicht door in verschillende scenario’s te kijken naar de toekomstige mobiliteit van Roosendaal. Uit die scenario’s blijkt onder andere dat het (vanouds) faciliteren van autoverkeer negatieve effecten geeft. Zo worden alle toegangswegen van en naar de snelweg en de centrumring drukker. Wat negatieve gevolgen heeft voor de leefkwaliteit, de verkeersveiligheid en de algehele bereikbaarheid van Roosendaal. De rol van de huidige infrastructuur in het hoofdwegennet De principes in de kwaliteitssprong zijn onder andere gericht op het verminderen van het doorgaande autoverkeer uit leefgebieden, waaronder het centrum. Het kan zijn dat voor de hoofdwegen nadere aanpassingen en investeringen nodig zijn. Op het gebied van verkeers-
98
5
De Strategie
management en/of aanpassing van infrastructuur. Daar zal de Mobiliteitsvisie een eerste aanzet voor geven. Verdere uitwerking daarvan vindt plaats na vaststelling van de Mobiliteitsvisie; deels in de vertaling naar ruimtelijke en deels in aparte Mobiliteitsprojecten. Ook mogelijke ingrepen om doorgaand autoverkeer uit het centrum te weren werken we hierbij uit. Toegangspoorten en onderliggende autowegenstructuur Wat voor de hoofdstructuur geldt, is ook van toepassing voor de toegangspoorten van de woon- en werkgebieden en de binnenstad. De uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van de Integrale Mobiliteitsvisie. Verder noemen we de verkenning naar mogelijke extra ontsluitingswegen, onder andere bij Weihoek en de zuidelijke woonwijken van Roosendaal. De principes voor het autonetwerk bieden flexibiliteit in de uitwerking. Met name voor de stedelijke ontsluitingswegen/toegangspoorten. De invulling en verdere uitwerking
vindt plaats in de Mobiliteitsvisie en de daaruit voortkomende projecten. De verschillende opties voor de stadsontsluitingswegen zijn: · Het ‘doorlussen’ van de stadsontsluitingswegen. Een logische combinatie van hoofdwegen maakt dat meerdere opties zijn voor ontsluiting. Dit kan wel zorgen voor meer ongewenst doorgaand autoverkeer. · Herinrichting van straten: door de straten niet af te sluiten maar anders vorm te geven om een lagere snelheid te krijgen. Onder andere door aanpassingen in breedte, materialisering en type functies langs de weg. · Op termijn autobeperkende maatregelen op wegen om doorgaand autoverkeer onmogelijk te maken. De wegen blijven wel toegankelijk voor openbaar vervoer, nood- en hulpdiensten, fietsers en voetgangers.
potentie ligt bij locaties nabij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daar komen bijvoorbeeld ook kansen voor dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen bij de Stok, Oostpoort, in Westrand en Spoorzone. In de Mobiliteitsvisie doen we meer uitspraken over de autobereikbaarheid van het centrum in relatie tot de functie van de huidige Centrum- en Parkeerring. Bijvoorbeeld door een nieuwe westelijke entree van parkeergarage de Nieuwe Markt.
Afvangen autoverkeer Op logische locaties kijken we naar zoekgebieden voor geclusterde (auto) parkeervoorzieningen. De meeste
99
Bijlage II Eén van de doelen van Roosendaal 2040 is het slechten van de barrière van de A58