Bijlagenboek Programmabegroting 2022.pdf
Tekst van het document
Programmabegroting 2022 Bijlagen
PROGRAMMABEGROTING 2020 GEMEENTE ROOSENDAAL BIJLAGENBOEK
Inhoud Bijlage 1: Financiële bijlage.................................................................................4 1. Inleiding.........................................................................................................................4 2. Samenvatting financieel beeld gemeente Roosendaal.......................................5 3. Financiële uitgangspositie Gemeente Roosendaal..............................................6 4. Bestuurlijke afwegingen............................................................................................12 5. Begrotingssaldo..........................................................................................................14 6. Overige beslispunten.................................................................................................14 7. Structureel dekkende begroting 2022...................................................................15
Bijlage 2: Analyse septembercirculaire 2021.....................................18 Bijlage 3: Financiële begroting..................................................................... 26 1 Overzicht lasten en baten met toelichting per programma.............................. 26 2 Overzicht algemene dekkingsmiddelen................................................................ 62 3. Totaal overzicht lasten en baten begroting 2022................................................ 71 4. Uiteenzetting financiële positie met toelichting..................................................72 5. Overzicht incidentele lasten en baten per programma.................................... 82 6. Investeringsplan......................................................................................................... 88
Bijlage 4: Overzicht BBV wetgeving......................................................... 90 BBV Indicatoren............................................................................................................. 90 Overzicht indicatoren BBV onderdeel bedrijfsvoering...........................................91 Overzicht wettelijke taakvelden.................................................................................. 92 Overzicht IV3 taakvelden............................................................................................. 96
Bijlage 5: Totaaloverzicht beleidskaders ............................................. 98
3
Bijlage 1 Financiële bijlage 1. Inleiding In deze financiële bijlage gaan we dieper in op de financiële ontwikkelingen die van invloed zijn op de begroting 2022. Dit doen we door te starten met een samenvatting. Elk onderdeel uit de samenvatting wordt daarna verder toegelicht. Hieronder leggen we uit hoe de samenvatting opgebouwd is.
Financiële uitgangspositie De basis voor de Programmabegroting 2022 wordt gevormd door het bestuursakkoord 2018-2022, de vastgestelde Programmabegroting 2021 en de Kadernota 2022. Allereerst is de meerjarenraming uit de begroting 2021 geactualiseerd volgens de richtlijnen uit het Spoorboekje 2021. De Kadernota 2022 vormt de opmaat voor deze begroting. De voorstellen uit de vastgestelde Kadernota 2022 zijn verwerkt in de begroting 2022. Beleidsmatig ligt het zwaartepunt dus op de Kadernota en niet op de begroting. In de Kadernota worden door het college strategische keuzes aan de raad voorgelegd voor de komende jaren. Vervolgens zijn de financiële ontwikkelingen, die zich hebben voorgedaan na het verschijnen van de Kadernota 2022 in kaart gebracht. Dit betreffen dan de afwijkingen uit de Voorjaarsbrief die een structureel karakter hebben en onvermijdelijke baten en lasten die niet voorzien waren ten tijde van de Kadernota 2022. Tot slot is de septembercirculaire 2021 verwerkt in de begroting. Hiermee geeft deze begroting een reëel beeld van de financiële ruimte. Als de uitgangspositie positief is, dan is er dus ruimte voor nieuwe investeringen. Is de uitgangspositie negatief, dan moet er juist dekking worden gezocht voor dit tekort.
Bestuurlijke afwegingen Bij de bestuurlijke afwegingen geven we aan hoe we met de financiële uitgangspositie om willen gaan. Is er sprake van een positieve uitgangspositie dan geven we aan of we nieuwe beleidsvoorstellen doen. Is er sprake van een negatieve uitgangspositie, dan geven we aan hoe we dit tekort willen dekken. Vanwege de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, doet ons college slechts een beperkt aantal nieuwe voorstellen. Deze voorstellen betreffen met name de aangenomen moties bij de Kadernota 2022.
4
Structureel en reëel begrotingssaldo Aan het eind van deze bijlage maken we een berekening van het structurele begrotingssaldo. Dat is het begrotingssaldo dat ontstaat nadat alle incidentele baten en lasten geëlimineerd zijn. We houden dan dus alleen de structurele baten en lasten over. Het saldo van de structurele baten en lasten moet positief zijn, waarbij de structurele lasten gedekt worden door structurele baten; dan is namelijk sprake van een positief structureel begrotingssaldo en een solide begroting. Dat is niet het geval als structurele lasten door incidentele baten gedekt worden. De provincie Noord-Brabant controleert onze begroting vanuit haar toezichthoudende rol en toetst daarbij specifiek of het structurele begrotingssaldo positief is. Doel hiervan is om gemeenten te dwingen een solide begroting te presenteren. Daarnaast beoordeelt de provincie ook of sprake is van een reëel begrotingssaldo. Dit houdt in dat alle ramingen in de begroting reëel moeten zijn.
2. Samenvatting financieel beeld gemeente Roosendaal 2023
2024
1.
Financiële uitgangspositie Uitkomsten beheersbegroting
2022 -87.000
-479.000
-855.000
2025 785.000
2.
Structurele effecten Voorjaarsbrief 2021
-931.000
-687.000
-692.000
-727.000
3a.
Incidentele middelen Jeugd
3b.
Stelpost middelen Jeugd
1.650.000
1.650.000
1.650.000
4.
Gevolgen septembercirculaire 2021
4.558.000
3.104.000
2.936.000
3.335.000
5.
Oormerkingen septembercirculaire 2021
-514.000
-39.000
-41.000
6.
Onvermijdelijke baten en lasten
-881.000
-1.056.000
-510.000
-510.000
7.
Totaal Uitgangspositie
8.045.000
2.493.000
2.488.000
4.491.000
5.900.000
-42.000
Bestuurlijke afwegingen 8.
Nieuwe voorstellen
-2.632.000
-808.000
-37.000
90.000
9.
Dekkingsmiddelen
522.000
318.000
212.000
106.000
Totaal Bestuurlijke afwegingen Sluitende meerjarenbegroting
-2.110.000
-490.000
175.000
196.000
5.935.000
2.003.000
2.663.000
4.687.000
Het samenvattende beeld laat zien dat voor alle jaren sprake is van een sluitende begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door de uitkomsten van de septembercirculaire 2021.
5
3. Financiële uitgangspositie Gemeente Roosendaal In deze paragraaf gaan we dieper in op de financiële uitgangspositie van onze gemeente. De uitgangspositie bestaat uit de uitkomsten van de beheersbegroting en de financiële ontwikkelingen die zich sinds de vaststelling van de Kadernota 2022 hebben voorgedaan. Dit betreffen dan de afwijkingen uit de Voorjaarsbrief 2021, die een structureel karakter hebben en onvermijdelijke baten en lasten die niet voorzien waren ten tijde van de Kadernota 2022. Daarnaast is de septembercirculaire 2021 verwerkt in de begroting 2022. Na de tabel wordt ieder onderdeel van de uitgangspositie nader toegelicht. Financiële uitgangspositie
2023
2024
1.
Uitkomsten beheersbegroting
2022 -87.000
-479.000
-855.000
2025 785.000
2.
Structurele effecten Voorjaarsbrief 2021
-931.000
-687.000
-692.000
-727.000
5.900.000
3a.
Incidentele middelen Jeugd
3b.
Stelpost middelen Jeugd
1.650.000
1.650.000
1.650.000
4.
Gevolgen septembercirculaire 2021
4.558.000
3.104.000
2.936.000
3.335.000
5.
Oormerkingen septembercirculaire 2021
-514.000
-39.000
-41.000
-42.000
6.
Onvermijdelijke baten en lasten
-881.000
-1.056.000
-510.000
-510.000
7.
Totaal Uitgangspositie
8.045.000
2.493.000
2.488.000
4.491.000
Ad 1. Uitkomsten beheersbegroting De start van de financiële uitgangspositie wordt gevormd door de vastgestelde Programmabegroting 2021, met de daarin opgenomen meerjarenraming 20222024. De meerjarenraming uit de begroting 2021 is geactualiseerd ten behoeve van de Programmabegroting 2022. Dit houdt in dat de richtlijnen voor de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025, zoals deze opgenomen zijn in het Spoorboekje 2021, zijn verwerkt. Daarnaast hebben we de vastgestelde raadsbesluiten en de meicirculaire 2021 in de beheersbegroting verwerkt. Dit betekent ook dat de aangepaste gemeentelijke bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen, die voortkomen uit de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen, verwerkt zijn in de beheersbegroting (raadsbesluit d.d. 17 juni 2021). Ook de Kadernota 2022 (inclusief amendementen) is opgenomen in de beheersbegroting. Voor de uitkomsten per programma verwijzen we u naar bijlage 3 in dit document. De beheersbegroting laat voor de jaren 2022, 2023 en 2024 een negatieve uitkomst zien. Voor 2025 is de uitkomst positief. In bijlage 3 van dit bijlagenboek is een uitgebreide analyse opgenomen van de grootste verschillen tussen de oude meerjarenbegroting 2021 en de nieuwe meerjarenbegroting 2022.
Ad 2. Structurele effecten Voorjaarsbrief 2021 In juli 2021 heeft de gemeenteraad de Voorjaarsbrief 2021 vastgesteld. De Voorjaarsbrief laat voor het lopende begrotingsjaar de afwijkingen groter dan € 100.000 zien ten opzichte van de vastgestelde begroting. Uit de analyses die hiervoor zijn gemaakt blijkt dat een aantal afwijkingen ook een structureel effect heeft. Deze effecten hebben we verwerkt in de financiële uitgangspositie van de begroting 2022. Per programma zien de structurele afwijkingen er als volgt uit: 6
Structurele effecten Voorjaarsbrief 2021
2022
2023
2024
2025
Nieuw contract verzekeringen
-158.000
-161.000
-164.000
-167.000
Nieuw contract onderhoud gebouwen
-26.000
-27.000
-28.000
-28.000
Programma 1: Besturen & Samenwerken
-112.000
-114.000
-116.000
-118.000
Programma 2: Leren & Ontwikkelen
2.500
-13.000
-13.000
-12.000
Programma 4: Wonen & Verblijven
2.000
32.000
32.000
2.000
Programma 5: Zorgen & Stimuleren
-604.000
-369.000
-369.000
-369.000
Programma 6: Betalen & Financieren
-35.000
-35.000
-35.000
-35.000
Totaal structurele effecten Voorjaarsbrief 2021
-931.000
-687.000
-692.000
-727.000
Hieronder volgt een verklaring voor de afwijkingen groter dan € 50.000 (op programmaniveau). Voor overige effecten verwijzen we u naar de begrotingswijziging behorende bij deze aanbiedingsbrief. Nieuw contract brand- en stormverzekering gemeentelijke gebouwen In 2021 heeft een aanbesteding voor de verzekering van de gemeentelijke gebouwen plaatsgevonden. Het nieuwe contract dat hieruit is voortgekomen valt duurder uit. Omdat dit een effect heeft op meerdere programma’s, is dit als totaalbedrag opgenomen in deze tabel.
Programma 1 > Middels een Europese aanbesteding heeft de raad een nieuw contract afgesloten voor de accountantsdienstverlening voor de periode 2021-2024. De kosten hiervan zijn € 46.000 hoger dan daarvoor opgenomen is in de begroting. > De detachering van een medewerker is in 2021 beëindigd. Hierdoor vervalt de detacheringsvergoeding van € 41.000. > Er wordt structureel € 25.000 budget opgenomen voor de kosten van de collegedagen en de beveiliging van het college.
Programma 5 > De verwachting is dat de toenemende trend in aanvragen voor hulpmiddelen en woningaanpassingen, die al voor 2019 is ingezet, doorzet. Immers, mensen blijven steeds langer zelfstandig in hun woning wonen. Naar verwachting is € 439.000 extra nodig de komende jaren. > Jeugdhulp Arrangementen en LTA: In de Voorjaarsbrief is melding gemaakt van een aantal pilots om de processen tussen verwijzers en aanbieders te verbeteren waardoor minder dure zorgarrangementen nodig zijn. Deze pilots lopen door tot medio 2022, waarna evaluatie plaatsvindt. In totaal bedragen de lasten € 235.000. > Er is een dalende lijn zichtbaar in het uitgavenpatroon Persoonsgebonden budget Huishoudelijke Hulp. Steeds meer cliënten vinden een oplossing in Zorg in Natura. Hierdoor kan het budget voor Huishoudelijke Hulp met € 70.000 verlaagd worden.
7
Ad 3. Middelen Jeugd Op 18 mei 2021 heeft de Commissie van Wijzen uitspraak gedaan en advies gegeven over het geschil tussen het Rijk en de gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen stelt het kabinet voor 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Roosendaal ontvangt van dit bedrag € 5,9 miljoen. Dit bedrag is opgenomen in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het Rijk, de VNG en het IPO (InterProvinciaal Overleg) zijn op 15 juli 2021 tot afspraken gekomen over de meerjarenraming voor de jeugdzorg in de gemeentelijke begrotingen. Partijen hebben afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 een maximum van 75% van het bedrag dat gemeenten ontvangen n.a.v. de Commissie van Wijzen als stelpost mogen opnemen in de begroting. Vanuit behoedzaamheid hebben wij in onze meerjarenraming voor de middelen van jeugd een stelpost opgenomen van slechts 50% (in plaats van 75%). Dit komt neer op € 2,95 miljoen. In de Kadernota 2022 hebben we voor de jaren 2023 t/m 2025 reeds een bedrag van € 1,3 miljoen opgenomen. Daarom resteert nu nog een bedrag dat we structureel opnemen van € 1,65 miljoen.
Ad 4. Gevolgen septembercirculaire gemeentefonds 2021 Via de septembercirculaire 2021 zijn gemeenten geïnformeerd over de uitkering uit het gemeentefonds. Voor de jaren 2022 en verder worden de gevolgen van deze circulaire meegenomen bij de begroting 2022. Hieronder worden de mutaties in de algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire 2021, die in de beheersbegroting is verwerkt, uiteengezet. Ook de integratie-uitkeringen Participatie en Voogdij / 18+ komen aan de orde. Vervolgens worden de oormerkingen die voortkomen uit de septembercirculaire 2021 behandeld. In bijlage 2 van dit Bijlagenboek is een uitgebreide analyse opgenomen van de septembercirculaire 2021.
Algemene uitkering De algemene uitkering laat bij de septembercirculaire 2021 een fors voordelig effect zien in de meerjarenraming ten opzichte van de meicirculaire 2021. In onderstaande tabel zijn deze verschillen zichtbaar gemaakt. Algemene uitkering gemeentefonds
2022
2023
2024
2025
Septembercirculaire 2021
130.867.000
130.161.000
132.413.000
136.069.000
Meicirculaire 2021
126.309.000
127.057.000
129.477.000
132.734.000
4.558.000
3.104.000
2.936.000
3.335.000
Verschil
NB. In de algemene uitkering bij de septembercirculaire 2021 zijn de incidentele middelen voor jeugd (€ 5,9 miljoen) opgenomen in de jaarschijf 2022. In totaal ontvangt Roosendaal via de algemene uitkering in 2022 een bedrag van € 136,76 miljoen. Omdat we de middelen voor jeugd apart zichtbaar hebben gemaakt, is het bedrag in de tabel hierboven gecorrigeerd voor de incidentele middelen (€ 136,767 miljoen -/- € 5,9 miljoen = € 130,867 miljoen).
8
Een toelichting op de verschillen tussen de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2021 is te vinden in bijlage 2.
Integratie-uitkering Participatie In deze integratie-uitkering zijn middelen opgenomen ten behoeve van Wajong, Begeleid werken en Wsw. Ten opzichte van de meicirculaire 2021 is sprake van een afname: IU Participatie
2022
2023
2024
2025
Septembercirculaire 2021
14.416.000
14.085.000
13.797.000
13.478.000
Meicirculaire 2021
14.443.000
14.128.000
13.856.000
13.554.000
-27.000
-43.000
-59.000
-76.000
Verschil
Integratie-uitkering Voogdij / 18+ Het grootste deel van het jeugdhulpbudget wordt verdeeld over gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Voor jeugdigen met een voogdijmaatregel óf van 18 jaar en ouder wordt het budget verdeeld op basis van het zorggebruik in eerdere jaren. Het budget voor voogdij en 18+ kan niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering zolang het historisch wordt verdeeld. Daarom blijft dit voorlopig nog als de integratie-uitkering Voogdij/18+ bestaan. Ten opzichte van de meicirculaire 2021 is het budget voor de jaren vanaf 2022 niet gewijzigd: IU Voogdij / 18+
2022
2023
2024
2025
Septembercirculaire 2021
2.677.000
2.677.000
2.677.000
2.677.000
Meicirculaire 2021
2.677.000
2.677.000
2.677.000
2.677.000
-
-
-
-
Verschil
Ad 5. Oormerkingen septembercirculaire 2021 Oormerkingen zijn middelen die via een decentralisatie-uitkering (DU) of overige integratie-uitkering (IU) tijdelijk worden toegekend aan een gemeente. Deze middelen worden benoemd in de gemeentefondscirculaires en kunnen worden geoormerkt voor het door het Rijk beoogde doel. In dat geval worden ze verrekend met de algemene uitkering en komen ze ten laste of ten gunste van het begrotingssaldo. Ook voor taakmutaties kunnen extra financiële middelen worden toegekend aan gemeenten. Ook deze middelen kunnen worden geoormerkt. Uit de septembercirculaire komen de volgende oormerkingen naar voren: Oormerkingen septembercirculaire 2021
2022
2023
2024
2025
Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen
-11.000
-11.000
-12.000
-12.000
Toezicht en handhaving gastouderschap
-28.000
-28.000
-29.000
-30.000
CORONA STEUNPAKKET: Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden
-69.000
Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden
-203.000
Gemeentelijk schuldenbeleid
-135.000
Bijzondere bijstand
-68.000
Totaal Oormerkingen
-514.000
-39.000
-41.000
-42.000
9
Ad 6. Onvermijdelijke baten en lasten Sinds de vaststelling van de Kadernota 2022 zijn er financiële ontwikkelingen geweest die niet voorzien waren of die nog niet voldoende duidelijk waren om al mee te nemen. Deze ontwikkelingen nemen we daarom mee in de begroting 2022. Het betreft hier onvermijdelijke ontwikkelingen, dat wil zeggen lasten of baten die voortvloeien uit reeds vastgesteld beleid door college en/of raad, of autonome lasten en baten waar we als gemeente weinig tot geen invloed op hebben. In onderstaande tabel zijn deze baten en lasten weergegeven per programma. Onder de tabel volgt een toelichting. Onvermijdelijke baten en lasten
2022
2023
2024
2025
Premieverhoging nabestaandenpensioen
-192.000
-192.000
-192.000
-192.000
-100.000
-200.000
-200.000
-200.000
-114.000
-118.000
-118.000
-510.000
-510.000
Programma 4: Wonen en Verblijven Omgevingswet/Wet Kwaliteitsborging Bouwen Programma 5: Zorgen en Stimuleren Wmo Hulpmiddelen
-150.000
Indexering contract Wmo Begeleiding
-126.000
7% Index jeugdbescherming
-111.000
Jeugdprofessionals
-550.000
Gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus)
-202.000
Totaal Onvermijdelijke baten en lasten
-881.000
-1.056.000
> Premieverhoging nabestaandenpensioen Het ABP heeft voor 2022 de premieprognose bekend gemaakt. Vanwege de lagere rente en lagere beleggingsopbrengsten verwacht het ABP dat de premie van het nabestaandenpensioen stijgt van 25,9% naar 27,4%. Dit betekent een nadeel voor de gemeente van € 192.000. Deze ontwikkeling betreft niet slechts één programma, maar heeft betrekking op alle programma’s.
Programma 4 > Omgevingswet/Wet Kwaliteitsborging Bouwen Op 1 juli 2022 zullen hoogstwaarschijnlijk de nieuwe Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) in werking treden. Door de inwerkingtreding van de Wkb wordt een groot aantal werkzaamheden uitgevoerd door (gecertificeerde) kwaliteitsborgers met als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren tegen lagere kosten voor de aanvrager. Voorheen voerde de gemeente deze taken uit. De uitvoering door een private kwaliteitsborger betreft in eerste instantie bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (de relatief eenvoudige bouwwerken). Gemeenten krijgen in dit verband enkele nieuwe werkzaamheden toebedeeld die, eenvoudig gezegd, te maken hebben met controle en goedkeuring van de kwaliteitsborger en de door hen aangeleverde stukken. De Wkb heeft gevolgen voor de financiën van gemeenten, o.a. doordat een deel van het werk niet meer door de gemeente mag worden uitgevoerd.
10
Dit beperkt de mogelijkheid tot verhaal van kosten via het heffen van leges. Tegelijkertijd dient de bouwmelding, die door de initiatiefnemer moet worden ingediend, onder de Wkb wel basaal te worden getoetst, en daar staat geen legesverhaal tegenover. Door de Wkb vallen er enerzijds taken en werkzaamheden weg bij de gemeente waar voorheen leges voor werden geheven. Anderzijds krijgt de gemeente er andere taken bij waarvoor geen leges geheven mogen worden. De mogelijkheden voor het heffen van leges worden daarmee beperkt. Het effect hiervan is geraamd op € 200.000 per jaar.
Programma 5 > Wmo Hulpmiddelen: In april 2022 loopt het huidige contract af. De aanbesteding is inmiddels opgestart. Op dit moment is het nog onduidelijk wat dit financieel betekent. Wel zien we dat het gebruik in 2020 en 2021 hoger is dan daarvoor. Daarom nemen we in 2022 incidenteel € 150.000 op. Zodra duidelijk is wat de financiële consequenties van het nieuwe contract zijn, nemen we deze bedragen op in onze begroting. > Indexering contract Wmo Begeleiding: Voor Wmo Begeleiding zal een nieuw contract afgesloten moeten worden dat in 2023 in werking zal treden. De aanbesteding hiervoor moet nog opgestart worden. Met de aanbieders is wel afgesproken om eenmalig een indexering toe te passen in 2022. Voor Roosendaal bedraagt het financiële effect hiervan € 126.000. > 7% Index jeugdbescherming: Via de raadsmededeling Tariefsverhoging Gecertificeerde Instellingen Jeugdbescherming (49-2021 d.d. 20 juli 2021) is aangegeven dat afspraken zijn gemaakt met gecertificeerde jeugdinstellingen om de tarieven met 7% te verhogen. Het effect daarvan voor Roosendaal is nu verwerkt in de begroting. > Jeugdprofessionals: Om te kunnen blijven voldoen aan de bestaande zorgbehoefte is de formatie jeugdprofessionals in de loop van de jaren uitgebreid. Hiervoor is het budget jaarlijks verhoogd, maar de behoefte is structureel.
In de Kadernota 2022 is dekking voor de huidige formatie voor het jaar 2022 opgenomen. Daarbij is aangegeven dat wanneer duidelijk is op welke wijze het nieuwe kabinet de budgetten voor jeugdhulp inricht, structurele dekking kan worden opgenomen. Op dit moment is dat nog steeds niet duidelijk. Toch stellen we voor om in 2023 ook budget op te nemen voor de formatie van de jeugdprofessionals. Deze professionals huurt de gemeente in via Spring. In het voorjaar van 2022 moet de gemeente een besluit nemen om al dan niet met deze mensen verder te gaan in 2023. Het is nog niet duidelijk of er op dat moment al een nieuw college is. Om te voorkomen dat er problemen in de formatie ontstaan wordt daarom nu voor 2023 het budget opgehoogd. Het is dan vervolgens aan een nieuw college om dit budget al dan niet structureel op te nemen. > Gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus): Afgelopen jaren waren in de gesloten Jeugdzorg gemiddeld meer en langere opnamen met voogdij in de regio West-Brabant West. Rapportages laten vanaf 2023 weer een afname van de verblijfsduur zien naar het niveau van voorheen. Om die reden is nog incidenteel € 202.000 budget nodig in 2022.
11
Ad 7. Totaal uitgangspositie De onderdelen die hierboven zijn besproken vormen samen de uitgangspositie. Deze uitgangspositie is voor alle jaren positief. Dit wordt vooral veroorzaakt door de positieve uitkomsten van de septembercirculaire 2021.
Totaal Uitgangspositie
2022
2023
2024
2025
8.045.000
2.493.000
2.488.000
4.491.000
4. Bestuurlijke afwegingen In dit deel van de financiële bijlage wordt weergegeven welke voorstellen ons college in de begroting wil verwerken. Hieronder wordt eerst een samenvattend overzicht weergegeven. Onder de tabel wordt iedere regel uit het overzicht nader uitgewerkt en toegelicht. Bestuurlijke afwegingen
2022
2023
2024
8. Nieuwe voorstellen
-2.632.000
-808.000
-37.000
90.000
9. Dekkingsvoorstel
522.000
318.000
212.000
106.000
-2.110.000
-490.000
175.000
196.000
Saldo bestuurlijke afwegingen
2025
Ad 8. Nieuwe voorstellen Vanwege de komende gemeenteraadsverkiezingen in 2022 is de begroting 2022 een beleidsarme begroting. Toch is er nog wel een aantal voorstellen dat ons college meeneemt in de begroting. Nieuwe voorstellen
2022
2023
2024
2025
Motie 1 fte zorgcoördinator
-48.000
-10.000
-10.000
-10.000
Motie dierenwelzijn
-30.000
Motie verfraaien toegangswegen
-30.000
25.000
70.000
100.000
Motie Koop Lokaal Roosendaal
-30.000
Vuelta 2022
-40.000
Kunst in de openbare ruimte
-50.000
Rentevisie Terugdraaien onttrekking saldireserve/ algemene reserve
-2.404.000
-823.000
-97.000
Totaal nieuwe voorstellen
-2.632.000
-808.000
-37.000
90.000
> Moties Kadernota 2022: Tijdens de raadsbehandeling van de Kadernota 2022 is een aantal moties aangenomen: de moties zorgcoördinator, dierenwelzijn, verfraaien toegangswegen en Koop Lokaal. Deze moties heeft ons college nu verwerkt in de begroting. Ook de motie ‘Buiten spelen en bewegen voor iedereen’ is bij de Kadernota aangenomen. Ons college is hiermee bezig. Bij de raadsbehandeling van de jaarstukken 2020 zijn via een amendement reeds middelen beschikbaar gesteld hiervoor. Deze motie is daarom hier niet opgenomen.
12
> Vuelta 2022: In 2020 zou de Vuelta starten in West-Brabant. Helaas is dat vanwege de coronapandemie niet doorgegaan. In 2022 zal de Vuelta alsnog naar West-Brabant komen. Hiervoor heeft ons college budget opgenomen in de begroting. > Kunst in de openbare ruimte: In het najaar 2021 wordt in samenspraak met meerdere partijen een visie met uitgangspunten geschreven op kunst in de openbare ruimte. In 2022 wordt een start gemaakt met de uitvoering van deze visie. Daarbij denken we onder andere aan het digitaal ontsluiten van de kunstwerken, die het verhaal van de stad vertellen, bijdragen aan nieuwe kunst in de openbare ruimte en het instellen van een onafhankelijke adviescommissie om kunst in de openbare ruimte mogelijk te maken. > Rentevisie: Met betrekking tot de herfinanciering van leningen hebben we in onze begroting de rentestaffel met 0,5% verlaagd vanaf 2023. Dit vanwege de huidige rente-ontwikkelingen en verwachtingen. Dit zorgt voor voordelen in onze gemeentebegroting. > Terugdraaien onttrekkingen aan saldireserve/algemene reserve: In de Kadernota 2022 zijn voor de jaren 2022 t/m 2024 onttrekkingen geraamd om de begroting sluitend te maken. Vanwege de middelen die de gemeente nu ontvangt uit het gemeentefonds zijn deze onttrekkingen niet meer nodig om de begroting sluitend te maken; de onttrekkingen worden derhalve teruggedraaid.
Ad 9. Dekkingsmiddelen Ten behoeve van de nieuwe voorstellen zijn er verschillende dekkingsmiddelen beschikbaar. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. De dekkingsmiddelen zijn overigens niet toereikend om alle nieuwe voorstellen te dekken. Het begrotingssaldo wordt aangewend om de resterende bedragen te dekken.
Dekkingsmiddelen Algemene Reserve: - Motie 1 fte zorgcoördinator - Motie dierenwelzijn BR Innovatiefonds: - Motie Koop Lokaal Roosendaal
2022
2023
2024
2025
38.000 30.000 30.000
Ruimte onder BCF-plafond
424.000
318.000
212.000
106.000
Totaal dekkingsmiddelen
522.000
318.000
212.000
106.000
> Moties uitbreiding zorgcoördinator en dierenwelzijn: Conform deze aangenomen moties worden de financiële consequenties gedekt uit de algemene reserve. Voor de uitbreiding zorgcoördinator geldt dat hiervoor in 2022 reeds € 10.000 dekking aanwezig was in de begroting, zodat voor deze motie nog € 38.000 aan de algemene reserve wordt onttrokken. Voor beide moties tezamen wordt een bedrag aan de algemene reserve onttrokken van € 68.000. > Motie Koop Lokaal Roosendaal: Conform deze motie dient het Innovatiefonds als dekking. Een bedrag van € 30.000 wordt daarom onttrokken aan het Innovatiefonds.
13
> Ruimte onder BCF-plafond: Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW Compensatiefonds (BCF). Om te voorkomen dat er een open eind-regeling ontstaat heeft het Rijk een plafond aangebracht in het fonds. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond, dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd. Wordt het plafond overschreden, dan wordt het verschil uit het gemeentefonds gehaald. Met ingang van 2019 is er in de meerjarenraming van de algemene uitkering geen rekening meer gehouden met de raming van de ruimte onder het BCF-plafond. De algemene uitkering is hierdoor lager geraamd. Dit betekent dus dat een deel van de dekking is weggevallen. De provinciale toezichthouder heeft aangegeven dat gemeenten in hun begroting een (meerjarige) stelpost mogen opnemen met betrekking tot de ruimte onder het BCF-plafond. Voor Roosendaal wordt de ruimte in 2022 geraamd op € 424.000. Omdat de ontwikkeling van de ruimte onder het plafond grillig is, hebben we voorzichtigheidshalve in 2022 50% van het maximaal toegestane bedrag opgenomen als dekking. We laten deze dekking bovendien aflopen in de jaren daarna.
5. Begrotingssaldo Wanneer de financiële uitgangspositie (zie onderdeel 3) wordt afgezet tegen de bestuurlijke afwegingen (onderdeel 4) ontstaat het begrotingssaldo. Begrotingssaldo
2022
2023
2024
2025
Financiële uitgangspositie
8.045.000
2.493.000
2.488.000
4.491.000
Bestuurlijke afwegingen
-2.110.000
-490.000
175.000
196.000
Saldo
5.935.000
2.003.000
2.663.000
4.687.000
De begroting voor het jaar 2022 sluit met een fors overschot van € 5,9 miljoen. Ook voor de jaren daarna zijn er forse begrotingsoverschotten.
6. Overige beslispunten De beslispunten in dit hoofdstuk hebben geen financiële consequenties, maar moeten wel ter vaststelling voorgelegd worden aan de raad.
Bestemmingsreserve grondexploitaties De Bestemmingsreserve grondexploitaties is in het leven geroepen voor de verevening van plansaldi en het opvangen van risico’s en onvoorziene tegenvallers op de grondexploitatie. De voorlopige winstnemingen van diverse grondexploitaties worden in deze reserve gestort. Dit is conform de BBV-voorschriften. Ook de ongedekte plankosten komen ten laste van de reserve. Tevens lopen de mutaties in de verliesvoorzieningen via deze reserve. De reserve wordt vanuit het begrotingssaldo aangevuld tot de juiste hoogte, die wordt bepaald door het totaal bedrag van de voorlopige winstnemingen. Om het verloop van de reserve duidelijker te maken wordt voorgesteld de mutaties in de verliesvoorzieningen en de ongedekte plankosten niet meer via deze reserve te laten lopen, zodat de reserve alleen nog gebruikt wordt voor de voorlopige winstnemingen. Dit betreft een budgetneutrale aanpassing.
14
7. Structureel dekkende begroting 2022 In dit hoofdstuk maken we een berekening van het structurele begrotingssaldo. Dat is het begrotingssaldo dat ontstaat nadat alle incidentele baten en lasten geëlimineerd zijn. We houden dan dus alleen de structurele baten en lasten over. Het saldo van de structurele baten en lasten moet positief zijn; alleen dan is sprake van een positief structureel begrotingssaldo. De provincie Noord-Brabant controleert onze begroting vanuit haar toezichthoudende rol en toetst daarbij specifiek of het structurele begrotingssaldo positief is. Als dat zo is, dan zijn alle structurele lasten gedekt door de structurele baten en is de begroting solide. Een structurele last mag namelijk niet gedekt zijn door een incidentele bate. Hieronder is de berekening van de structureel dekkende begroting voor 2022 opgesteld. Eerst wordt het structurele saldo van de beheersbegroting bepaald. Daarna volgt het structurele saldo na verwerking van de mutaties uit deze aanbiedingsnota. Dat betekent dus dat alle incidentele lasten en baten die in deze aanbiedingsnota zijn meegenomen (voor wat betreft de uitgangspositie) uit het begrotingssaldo zijn gehaald.
Begroting 2022 Saldo begroting baten en lasten voor resultaatbestemming
4.240.000 V
Saldo resultaatbestemming
4.327.000 N
Saldo na resultaatbestemming
87.000 N
Na eliminatie van de incidentele baten en lasten ontstaat het volgende beeld: Saldo begroting baten en lasten voor resultaatbestemming
4.240.000 V
Eliminatie incidentele lasten
12.020.000 V
Eliminatie incidentele baten
12.371.000 N
Saldo begroting baten en lasten voor resultaatbestemming, na eliminatie van incidentele lasten en baten
3.889.000 V
Vervolgens moeten uit het saldo van de resultaatbestemming de incidentele stortingen in en onttrekkingen aan de reserves geëlimineerd worden: Saldo resultaatbestemming
4.327.000 N
Eliminatie incidentele onttrekkingen in reserves
2.437.000 V
Eliminatie incidentele onttrekkingen aan reserves
1.518.000 N
Saldo resultaatbestemming na eliminatie van incidentele stortingen en onttrekkingen
3.408.000 N (meer stortingen dan onttrekkingen)
15
Nu kan het begrotingssaldo bepaald worden na resultaatbestemming en na eliminatie van alle incidentele posten: Saldo begroting baten en lasten voor resultaatbestemming, na eliminatie van incidentele lasten en baten
3.889.000 V
Saldo resultaatbestemming na eliminatie van incidentele stortingen en onttrekkingen
3.408.000 N
Saldo begroting na resultaatbestemming en na eliminatie incidentele posten
481.000 V
Een overzicht van de incidentele baten en lasten is opgenomen in de financiële begroting.
Na verwerking van de aanbiedingsnota (vóór saldoregulatie) Nu het structurele saldo van de begroting is bepaald, kunnen de structurele mutaties van de aanbiedingsnota hierin verwerkt worden: Begroting 2022 vóór verwerking aanbiedingsnota
16
481.000 V
Structurele mutaties aanbiedingsnota
9.692.000 V
Structureel saldo begroting 2022 na mutaties aanbiedingsnota
10.173.000 V
17
Bijlage 2 Analyse septembercirculaire 2021 Inleiding Op 21 september 2021, Prinsjesdag, is de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds gepubliceerd. In deze bijlage zijn de financiële consequenties en ontwikkelingen die van belang zijn voor de gemeente Roosendaal uiteengezet.
Resultaten en analyse uitkomsten Septembercirculaire 2021 Algemeen De financiële consequenties van de septembercirculaire 2021 voor de gemeente Roosendaal zijn in onderstaande tabellen inzichtelijk gemaakt. Voor alle uitkeringsjaren wordt een vergelijking gemaakt met de meicirculaire 2021. De resultaten van de meicirculaire 2021 zijn middels een bijlage bij de Kadernota 2022 kenbaar gemaakt aan uw raad.
Totale uitkering uit het Gemeentefonds Voor alle jaren is de totale uitkering uit het Gemeentefonds, ten opzichte van de meicirculaire, fors toegenomen. Totale uitkering (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Septembercirculaire 2021
148.005
153.860
146.923
148.887
152.224
156.154
Meicirculaire 2021
145.586
143.429
143.862
146.010
148.965
152.554
Verschil
+ 2.419
+ 10.431
+ 3.061
+ 2.877
+ 3.259
+ 3.600
Een uitsplitsing van het totale verschil naar de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen Participatie en Voogdij / 18+ is in onderstaande tabel gemaakt. Met ingang van 2019 zijn de budgetten uit de voormalige integratie uitkering sociaal domein (IUSD) voor het grootste deel overgeheveld naar de algemene uitkering. De IUSD is daarmee opgehouden te bestaan. Wel zijn vanaf 2019 twee nieuwe integratie-uitkeringen (IU) opgenomen binnen het gemeentefonds: de IU Participatie en de IU Voogdij / 18+. In onderstaande tabel is het verschil voor de jaren 2021 en verder verdeeld over de algemene uitkering en de twee nieuwe integratie-uitkeringen. Een toelichting op de verschillen volgt verderop in deze bijlage.
18
Verschil (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene uitkering
+ 2.447
+ 10.458
+ 3.104
+ 2.936
+ 3.335
+ 3.689
IU Participatie
-/- 28
-/- 27
-/- 43
-/- 59
-/- 76
-/- 90
-
-
-
-
-
-
+ 2.419
+ 10.431
+ 3.061
+ 2.877
+ 3.259
+ 3.600
IU Voogdij / 18+ Totaal
Voor alle jaren geldt dat de algemene uitkering fors stijgt. De IU Participatie neemt alle jaren af en de IU Voogdij / 18+ blijft alle jaren gelijk ten opzichte van de meicirculaire 2021.
Algemene uitkering (AU) Onderstaande tabel laat het verloop van de algemene uitkering zien voor de gemeente Roosendaal. Hierbij zijn ook de mogelijke oormerkingen op basis van de septembercirculaire meegenomen.
Algemene uitkering (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Septembercirculaire 2021
131.054
136.767
130.161
132.413
136.069
140.331
Meicirculaire 2021
128.608
126.309
127.057
129.477
132.734
136.642 + 3.689
Verschil
+ 2.447
+ 10.458
+ 3.104
+ 2.936
+ 3.335
Mogelijke oormerkingen
-/- 68
-/- 514
-/- 39
-/- 41
-/- 42
-/- 42
Totale mutatie
+ 2.379
+ 9.944
+ 3.065
+ 2.895
+ 3.293
+ 3.647
Toelichting op de mutaties in de algemene uitkering Voor het jaar 2021 is een bedrag van circa € 2,4 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering voor Roosendaal. Dit wordt vooral door twee grote posten veroorzaakt: > Er is een grotere ruimte dan geraamd onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (BCF). Alle gemeenten tezamen hebben fors minder BTW gedeclareerd uit het BCF. Aan dit BCF zit een plafond. Indien gemeenten onder dit plafond blijven, wordt de ruimte onder het plafond in het gemeentefonds gestort en verdeeld over de gemeenten. Voor Roosendaal is dit effect circa € 950.000. > De toekenning van de restant-middelen van de TONK-regeling (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). De TONK-regeling is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen. De TONK-regeling kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor deze noodzakelijke kosten. In de meicirculaire 2021 is voor deze regeling de eerste tranche reeds toegekend; Roosendaal heeft daarvan een bedrag van € 301.000 ontvangen. Bij de septembercirculaire is de tweede tranche toegekend die voor de periode t/m 30 september geldt. Roosendaal ontvangt uit deze tweede tranche een bedrag van € 900.000.
19
Voor het jaar 2022 is voor de gemeente Roosendaal een bedrag van € 10,4 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. Dit heeft een aantal belangrijke oorzaken: > Naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen over de tekorten in de jeugdzorg heeft het kabinet besloten om voor 2022 incidenteel een bedrag van € 1,3 miljard toe te voegen aan de algemene uitkering. Voor Roosendaal komt dit neer op een bedrag van € 5,9 miljoen. > Het kabinet heeft besloten om de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in 2022 incidenteel te schrappen. Voor Roosendaal is dit een positief effect van € 1,2 miljoen. > De hoogte van het Gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Als de rijksuitgaven stijgen, stijgt het Gemeentefonds ook en vice versa. Dit wordt het accres genoemd. Uit de Miljoenennota 2022 blijkt dat het Rijk meer gaat uitgeven in 2022, vooral aan klimaat, woningbouw en de afhandeling van de toeslagenaffaire. Door deze hogere uitgaven stijgt de algemene uitkering in 2022 voor Roosendaal met zo’n € 3,0 miljoen. > Het Rijk stelt in 2022 nog middelen beschikbaar voor het steun- en herstelpakket vanwege corona. Dit heeft betrekking op de re-integratie van bijstandsgerechtigden, het gemeentelijk schuldenbeleid en de bijzondere bijstand. Roosendaal ontvangt uit dit steun- en herstelpakket € 476.000.
Voor de jaren vanaf 2023 wordt de stijging in de algemene uitkering bijna geheel veroorzaakt door de ontwikkeling van het accres (hogere rijksuitgaven).
Oormerkingen Oormerkingen zijn middelen die via een decentralisatie-uitkering (DU) of overige integratie-uitkering (IU) tijdelijk worden toegekend aan een gemeente. Deze middelen worden benoemd in de gemeentefondscirculaires en kunnen worden geoormerkt voor het door het Rijk beoogde doel. In dat geval worden ze verrekend met de algemene uitkering en komen ze ten laste of ten gunste van het begrotingssaldo. Ook voor taakmutaties kunnen extra financiële middelen worden toegekend aan gemeenten. Ook deze middelen kunnen worden geoormerkt. Onderstaande tabel bevat een toelichting op de oormerkingen naar aanleiding van de septembercirculaire 2021: Oormerkingen (Bedragen x € 1.000)
2021
Uitvoering en Implementatie Breed Offensief
-/- 68
2022
2023
2024
2025
2026
Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen
-/- 11
-/- 11
-/- 12
-/- 12
-/- 12
Toezicht en handhaving gastouderschap
-/- 28
-/- 28
-/- 29
-/- 30
-/- 30
-/- 39
-/- 41
-/- 42
-/- 42
Corona-steunpakket: Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden
-/- 69
Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden
-/- 203
Gemeentelijk schuldenbeleid
-/- 135
Bijzondere bijstand
-/- 68
Totaal oormerkingen
20
-/- 68
-/- 514
Toelichting: > Uitvoering en implementatie Breed Offensief: Het wetsontwerp Breed Offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Dit betreft activiteiten die zich richten op het makkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat dan o.a. om het stroomlijnen van administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening. Voor deze activiteiten ontvangt de gemeente in 2021 € 68.000. > Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen: Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding ontvangt de gemeente structureel € 11.000. > Toezicht en handhaving gastouderschap: Voor het ondersteunen van de gemeente bij haar handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang ontvangt de gemeente structureel € 28.000.
> Aanvullend pakket en impuls re-integratie bijstandsgerechtigden: Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden. Op deze manier kunnen gemeenten de dienstverlening aan mensen die in de bijstand instromen op peil houden en zelfs intensiveren. Roosendaal ontvangt hiervoor incidenteel € 272.000. > Gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand: Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid en de bijzondere bijstand beschikbaar. Deze middelen zijn gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. Roosendaal ontvangt hiervoor in 2022 incidenteel € 203.000.
Ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering > Inkomstenderving als gevolg van corona over 2020 en 2021 Over 2020 ontvangen de gemeenten compensatie van het Rijk voor gederfde inkomsten op basis van het verschil tussen de begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en de gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario, reclamebelasting, marktgelden en kwijtschelding/oninbaar verklaren van lokale heffingen a.g.v. corona. Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is, zodat deze bedragen in december 2020 aan de gemeenten kunnen worden uitgekeerd. Daarnaast heeft het kabinet besloten om ook de inkomstenderving over het gehele kalenderjaar 2021 te compenseren.
21
> Herijking verdeling gemeentefonds Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds. Naar aanleiding van de reactie van de ROB en vragen vanuit de Tweede Kamer hebben de fondsbeheerders het voorstel voor de verdeling aangepast. Bovendien is de verdeling geactualiseerd naar een recenter peiljaar; gegevens zijn gebaseerd op het jaar 2019 in plaats van 2017. Op basis van dit nieuwe voorstel, inclusief de geactualiseerde gegevens, zou Roosendaal ongeveer € 21 per inwoner structureel meer ontvangen uit het gemeentefonds. Op 9 juli is het nieuwe voorstel (opnieuw) voorgelegd aan de ROB en aan de VNG. Op dit moment is dus nog sprake van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten. Voor de invoering van het verdeelvoorstel gelden in ieder geval wel de volgende randvoorwaarden: - De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen.
De herverdeeleffecten zullen gemaximeerd worden op € 60 per inwoner over een periode van 4 jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect. - De ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Indien opvallende effecten optreden, voeren de fondsbeheerders onderzoek uit naar verdere verbetering van het model. Vier jaar na invoering (1 januari 2027) zal bekeken worden of bijstelling van de verdeling nodig is. De adviesaanvraag aan de ROB en VNG omvat ook een voorstel voor een nieuw objectief verdeelmodel voor beschermd wonen, met bijbehorend groeipad. De taak en de bijbehorende middelen gaan, conform de afspraken die het Rijk en de VNG hebben gemaakt, over van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van een geleidelijke invoering; de doordecentralisatie beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar. > Jeugdzorg Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG zullen zich, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a.
cliënten, aanbieders en professionals), committeren aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten.
22
Integratie-uitkeringen Participatie en Voogdij / 18+ Met ingang van 2019 bestaat de integratie uitkering sociaal domein (IUSD) niet meer. Het grootste deel van de IUSD is overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarmee maken deze onderdelen ook deel uit van de trap op/trap af-systematiek. Niet alle onderdelen van de IUSD konden echter opgenomen worden in de verdeelsystematiek van de algemene uitkering. Deze onderdelen zijn vanaf 2019 omgezet naar een integratie-uitkering. Voor Roosendaal betekent dit dat er twee nieuwe integratie-uitkeringen voor terug zijn komen: de IU Participatie en de IU Voogdij / 18+.
Integratie-uitkering Participatie In deze integratie-uitkering zijn middelen opgenomen ten behoeve van Wajong, Begeleid werken en Wsw. De verwachting is dat de onderdelen Wajong en regulier werk (onderdeel van Begeleid werken) in de toekomst overgaan naar de algemene uitkering. De onderdelen Wsw en Beschut werk (onderdeel van Begeleid werken) kunnen niet geïntegreerd worden met de algemene uitkering. Deze onderdelen zullen op het moment dat de onderdelen Wajong en regulier werk worden overgeheveld naar de algemene uitkering worden omgezet in een decentralisatieuitkering. IU Participatie (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Septembercirculaire 2021
14.730
14.416
14.085
13.797
13.478
13.146
Meicirculaire 2021
14.758
14.443
14.128
13.856
13.554
13.236
Verschil
-/- 28
-/- 27
-/- 43
-/- 59
-/- 76
-/- 90
Ten opzichte van de stand van de meicirculaire is de IU Participatie voor alle jaren afgenomen. Dit wordt veroorzaakt door de no risk-polis die het UWV uitvoert voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Dit houdt in dat het UWV de Ziektewet-uitkering voor een zieke werknemer op zich neemt. Om dit te financieren zijn middelen verschoven van het gemeentefonds naar het UWV. Met de VNG is bestuurlijk afgesproken dat de uitgaven aan de no riskpolis elke vijf jaar worden herijkt op basis van de realisaties in de voorgaande periode. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no risk-polis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Hierdoor zijn er extra middelen uit de IU Participatie overgeheveld naar het UWV. De volgende herijking vindt plaats in 2026. Dan zal opnieuw bekeken worden hoe de uitgaven zich hebben ontwikkeld. Voor Roosendaal betekent dit dat de komende jaren de IU Participatie afneemt, van € 28.000 in 2021 oplopend tot € 90.000 in 2026.
Extra middelen voor Sociale Werkvoorziening (SW)-bedrijven Het kabinet heeft besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor SWbedrijven voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021. Aangezien SW-bedrijven geen aanspraak kunnen maken op de Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid
23
(NOW), is in 2020 besloten tot een tegemoetkoming aan gemeenten voor de loonkosten van SW-personeel. Ook in 2021 is er naar verwachting nog sprake van omzetverlies bij SW-bedrijven als gevolg van de coronamaatregelen. Het bedrag zal bij de decembercirculaire worden toegevoegd aan de IU Participatie voor 2021. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen.
Integratie-uitkering Voogdij / 18+ Het grootste deel van het jeugdhulpbudget wordt verdeeld over gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Voor jeugdigen met een voogdijmaatregel óf van 18 jaar en ouder wordt het budget verdeeld op basis van het zorggebruik in eerdere jaren. Het budget voor voogdij en 18+ kan niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering zolang het historisch wordt verdeeld. Daarom blijft dit in 2019 als de integratie-uitkering Voogdij/18+ bestaan. Er wordt onderzocht of deze middelen objectief verdeeld kunnen worden nadat het woonplaatsbeginsel is aangepast. Als overtuigend wordt aangetoond dat dat kan, worden deze budgetten overgeheveld naar de algemene uitkering.
IU Voogdij / 18+ (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Septembercirculaire 2021
2.200
2.677
2.677
2.677
2.677
2.677
Meicirculaire 2021
2.200
2.677
2.677
2.677
2.677
2.677
-
-
-
-
-
-
Verschil
De hoogte van de IU Voogdij / 18+ is bij de septembercirculaire 2021 niet gewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2021.
24
25
Bijlage 3 Financiële begroting 1. Overzicht lasten en baten met toelichting per programma Programma 1 Besturen & Samenwerken Lasten BeleidsOmschrijving Veld 101
956.000
948.080
945.986
959.280
972.652
986.229
1.431.233
1.214.351
1.110.228
1.129.861
1.143.341
1.157.013
Raadscommissies
70.238
77.663
143.022
145.105
147.220
149.365
Bestuurlijke samenwerking
758.810
741.785
801.182
797.573
804.277
811.106
Ondersteuning Raad en Rekenkamer
729.324
749.648
704.251
714.243
724.387
734.691
3.945.605
3.731.527
3.704.669
3.746.062
3.791.877
3.838.404
Beleid integrale veiligheid
3.160.443
4.013.929
3.480.941
3.343.307
3.304.865
3.392.038
Veilige woon- en leefomgeving
117.818
374.002
126.448
128.851
131.299
133.793
Bedrijvigheid en veiligheid
40.958
35.039
35.705
36.383
37.074
37.778
Integrale veiligheid
Jeugd en veiligheid
358.945
392.562
398.056
403.655
409.359
415.172
Fysieke veiligheid
5.461.728
5.485.434
5.204.606
5.286.468
5.741.363
5.850.977
Fysieke omgeving
118.080
54.834
55.876
56.938
58.019
59.121
Spoorzone MHR
200.366
2.749.374
60.472
60.472
60.472
60.472
Opsporen conventionele explosieven
8.382
261.014
0
0
0
0
9.466.720 13.366.188
9.362.104
9.316.074
9.742.451
9.949.351
Dienstverlening Basisregistratie personen
257.036
239.259
243.327
246.759
250.239
253.768
Dienstverlening burgerzaken
825.654
836.342
848.326
860.514
872.876
885.202
Verkiezingen
80.616
220.491
175.118
335.837
56.445
177.235
0
0
0
0
0
0
247.444
358.150
338.598
344.316
350.858
357.526
1.410.750
1.654.242
1.605.369
1.787.426
1.530.418
1.673.731
Afdrachten rijk leges burgerzaken Totaal Ondersteuning organisatie Ondernemingsraad
61.719
51.415
29.294
29.699
30.026
30.518
Directie en ondersteuning
1.383.882
1.281.160
1.345.284
1.364.216
1.383.413
1.402.883
Overige bedrijfsvoeringskosten
14.999.549
15.255.073 14.688.705
15.169.900
15.126.880
15.376.093
Beleid bestuur Algemene bestuursondersteuning
Commissie bezwaar en beroep Communicatie Huisvesting Teams en groepen
26
2025 begroting
College B en W
Kadaster
105
2024 begroting
Bestuur en organisatie
Totaal 103
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
Raad
Totaal 102
2020 rekening
910.233
981.595
539.952
547.594
555.531
563.327
567.770
582.410
793.099
839.497
819.863
863.405
340.216
322.635
310.742
315.321
319.968
324.683
75.814
920.024
870.079
871.745
884.397
897.232
870.037
5.932.736
1.436.250
1.435.044
1.433.957
1.432.990
786.903
2.933.680
3.002.790
2.320.932
2.616.475
Totaal
19.342.576
133.356
26.113.951 22.334.337
23.189.491
23.487.715 23.893.921
Totaal lasten programma 1
34.165.651 44.865.908 37.006.479
38.039.053
38.552.461
39.355.407
Exploitatie saldi programma 1
32.193.848 39.542.373 35.523.381 36.509.957
37.019.463
37.770.649
Programma 1 Besturen & Samenwerken Baten BeleidsOmschrijving Veld 101
2023 begroting
2024 begroting
2025 begroting
Raad
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
103.600
92.400
102.800
102.843
104.270
105.703
Ondersteuning Raad en Rekenkamer
39.154
20.921
40.723
41.293
41.871
42.457
Totaal
142.754
113.321
143.523
144.136
146.141
148.160
Beleid integrale veiligheid
15.000
22.380
0
23.239
0
24.131
Veilige woon- en leefomgeving
8.700
257.345
7.574
7.718
7.865
8.014
Bedrijvigheid en veiligheid
0
0
0
0
0
0
Integrale veiligheid
Jeugd en veiligheid
0
0
0
0
0
0
Fysieke veiligheid
2.845
0
0
0
0
0
Fysieke omgeving
132.962
37.936
38.657
39.391
40.139
40.902
Spoorzone MHR
0
0
0
0
0
0
Opsporen conventionele explosieven
0
0
0
0
0
0
159.507
317.661
46.231
70.348
48.004
73.047
0
0
0
0
0
0
Totaal Dienstverlening Basisregistratie personen
105
2022 begroting
College B en W Raadscommissies
103
2021 begroting
Bestuur en organisatie
Bestuurlijke samenwerking
102
2020 rekening
Dienstverlening burgerzaken
0
0
0
0
0
0
Verkiezingen
0
0
0
0
0
0
Kadaster
0
0
0
0
0
0
Afdrachten rijk leges burgerzaken
768.724
985.769
909.419
924.124
941.682
959.576
Totaal
768.724
985.769
909.419
924.124
941.682
959.576
Ondersteuning organisatie Ondernemingsraad Directie en ondersteuning Overige bedrijfsvoeringskosten
0
0
0
0
0
0
8.111
0
0
0
0
0
623.100
246.841
250.309
254.333
258.429
262.597
Beleid bestuur
0
0
0
0
0
0
Algemene bestuursondersteuning
82
0
0
0
0
0
Commissie bezwaar en beroep
3.084
11.209
11.422
11.639
11.860
12.085
0
0
0
0
0
0
120.938
3.528.734
122.194
124.516
126.882
129.293
Communicatie Huisvesting Teams en groepen
145.503
120.000
0
0
0
0
Totaal
900.818
3.906.784
383.925
390.488
397.171
403.975
Totaal baten programma 1
1.971.803
5.323.535
1.483.098
1.529.096
1.532.998
1.584.758
27
Analyse grootste verschillen begroting 2022 t.o.v. 2021 Programma 1 Besturen & Samenwerken Het budget voor programma 1 wijkt in 2022 ten opzichte van 2021 af op de volgende onderdelen:
Bestuur en organisatie Bestuurlijke Samenwerking
68.000 N
In 2021 is het voordelige rekeningresultaat over 2020 van de Belasting Samenwerking West-Brabant afgerekend.
College B&W
62.000 V
De wachtgeldregeling van een voormalig wethouder stopt per 2022.
Diverse kleinere afwijkingen
63.000 V
Op dit beleidsveld zijn nog een aantal kleinere voor- en nadelen zichtbaar voor in totaal € 63.000, waaronder een hogere detacheringsopbrengst in 2022 voor een medewerker Rekenkamer West Brabant en eenmalige budgetten in 2021 voor kosten extra collegedagen, beveiliging college en studie ontwikkelingsplan positionering regio West-Brabant West. Hiernaast heeft indexatie van de lasten en baten tot een klein verschil geleid.
Integrale Veiligheid Ambtelijke inzet inclusief inhuur
369.000 V
De toegerekende ambtelijke inzet is in 2022 € 154.000 hoger dan in 2021. In 2022 is € 57.000 beschikbaar voor de afvalcoach; in 2021 wordt deze post door inhuur ingevuld (zie hieronder). Door verschuivingen in werkzaamheden is deze toerekening op dit beleidsveld hoger geworden. Tevens zijn de salariskosten geïndexeerd. Het inhuurbudget in 2022 is € 523.000 lager dan in 2021. In 2021 is extra budget beschikbaar voor onder andere BOA’s (€ 40.000), een projectleider ondermijning (€ 45.000), juridisch medewerkers (€ 40.000) en een afvalcoach (€ 57.000). Voor de inzet van Parkrangers is in 2021 € 390.000 beschikbaar. Voor 2022 is hiervoor € 45.000 beschikbaar gekomen via de Kadernota 2022.
Beleid Integrale Veiligheid
118.000 V
De bijdrage 2022 aan het werkprogramma van Omgevingsdienst Midden WestBrabant (OMWB) met betrekking tot taken integrale veiligheid is conform de vastgestelde begroting 2022 van OMWB in de begroting opgenomen en is € 118.000 lager dan in 2021.
Fysieke Veiligheid
315.000 V
Het begrote bedrag 2022 is op basis van de vastgestelde begroting 2022 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en is € 315.000 lager dan in 2021. In 2021 zijn de gevolgen van het nieuwe FLO-akkoord eenmalig opgenomen.
Opsporen van conventionele explosieven
261.000 V
Via de uitkeringen van het Gemeentefonds is in 2021 een bijdrage ontvangen in het kader van de suppletie-uitkering Bommenregeling (zie programma 6 Betalen & Financieren). 28
Spoorzone Moerdijk – Halderberge - Roosendaal
2.707.000 V
Voor de gevoteerde kredieten van Spoorzone MHR is voor 2021 € 2.707.000 opgenomen. Deze kredieten lopen tot en met 2021. De uitgaven van deze kredieten komen ten laste van de bestemmingsreserve Decentralisatieuitkeringen (programma 6 Betalen & Financieren).
Diverse kleinere afwijkingen
38.000 N
In 2021 is van het Ministerie van Justitie en Veiligheid een bijdrage van € 250.000 ontvangen voor tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving. Deze bijdrage is ingezet voor de inhuur van medewerkers voor tijdelijke coronabanen in 2021 (€ 250.000). In dit beleidsveld is nog een aantal kleinere voor- en nadelen zichtbaar voor in totaal € 38.000.
Dienstverlening Verkiezingen
72.000 V
Voor het Corona-proof maken van de verkiezingen voor de Tweede kamer in 2021 zijn extra kosten gemaakt (€ 72.000).
Leges burgerzaken
57.000 N
De verwachte legesopbrengsten in 2021 zijn € 76.000 hoger dan in 2022. Daardoor zijn de afdrachten aan het rijk in 2021 € 19.000 hoger.
Diverse kleinere afwijkingen
42.000 N
In dit beleidsveld zijn nog een aantal kleinere voor- en nadelen zichtbaar voor in totaal € 42.000.
Ondersteuning Organisatie Faciliteitenbeheer
73.000 V
Om dienstreizen op een duurzame manier vorm te geven is in 2020 gestart met de tweejarige pilot Urban Mobility. Medewerkers kunnen gebruik maken van het openbaar vervoer dan wel elektronische dienstvoertuigen. Doordat medewerkers hun reizen niet meer mogen declareren, worden deze budgetten voor reiskosten van 2021 en gedeeltelijk 2022 ingezet voor deze pilot (€ 73.000).
ICT
774.000 V
Het begrote bedrag 2022 is op basis van de vastgestelde begroting 2022 van de gemeenschappelijke regeling ICT West Brabant-West en is € 554.000 lager in 2022. Dit voordeel wordt deels veroorzaakt door de verwachte uittreedbijdrage van Bergen op Zoom (€ 392.000). Deze inschatting is gemaakt door KokxDeVoogd. De uittreedvergoeding is over de deelnemers verdeeld op basis van het aandeel van de deelnemers in de betreffende kostencomponenten. Het resterende voordeel (€ 162.000) wordt voornamelijk veroorzaakt door de transitie van lokale infrastructuur naar gemeenschappelijke infrastructuur. Nieuwe software wordt steeds vaker opgeleverd als cloudapplicatie. Dit betekent een verschuiving van investering naar exploitatiebudget. Hierdoor is het budget voor onderhoud software in 2022 € 83.000 hoger dan in 2021. Tevens zijn door de omzetting van ICT-investeringskredieten naar ICT Software As Service deze kapitaallasten vervallen (€ 186.000).
29
Vanaf 2022 wordt de Wet Open Overheid ingevoerd voor de actieve openbaarmaking van informatie. Hiervoor dienen systemen verbeterd te worden, medewerkers te worden opgeleid en processen te worden aangepast (€ 157.000). Hiervoor wordt een bijdrage via het gemeentefonds ontvangen (programma 6 Betalen & Financieren). De kosten voor de digitalisering van het Huis van Roosendaal (€ 274.000) zijn begroot in 2021 en komen ten laste van de bestemmingsreserve Nieuw- en verbouw stadskantoor (programma 6 Betalen & Financieren).
Huisvesting
1.078.000 V
In 2021 is de verkoop van de tijdelijke huisvesting Mariadal in de begroting opgenomen (€ 3.409.000). Hier tegenover staat een extra afschrijving van dit pand in 2021 van € 3.409.000. De kosten op het krediet voor de tijdelijke huisvesting (€ 1.078.000) zijn in 2021 begroot en worden ten laste van de bestemmingsreserve Nieuw- en verbouw stadskantoor gebracht (programma 6 Betalen & Financieren).