Bijlage Toelichting Terugdringen horeca en detailhandel.pdf
Tekst van het document
Na de benuttingsperiode van ruim drieënhalf jaar wordt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd en wordt het vervolg van de planologische procedure doorlopen. Omdat reeds eind 2018 betrokkenen in kennis zijn gesteld van de gemeentelijke plannen en er in januari 2019 een tweetal informatiebijeenkomsten hebben plaatsgevonden, is de gemeentelijke beleidswijziging al in eerder stadium bekendgemaakt.
5.2 Opzet bestemmingsplanregeling 5.2.1 Uitgangspunten Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan wordt gevormd door de bestemmingen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen grond bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Kenmerk van bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming is geometrisch bepaald. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven niet het gehele plangebied te bedekken. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het bestemmingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen.
Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. Het uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan is dat de van kracht zijnde regelingen zodanig worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan. Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden:
<0000> Rechtszekerheid en klantgerichtheid Dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan. <0000> Makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten Een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast. <0000> Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan Dit houdt in dat de bestemmingen met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is op de verbeelding zichtbaar worden gemaakt.
5.2.2 Opbouw van de regels Het geheel overziend kan gesteld worden dat de percelen en opstallen, waarvan nu met dit bestemmingsplan de horeca- en/of detailhandelsfunctie wordt wegbestemd de volgende bestemmingen hebben: Gemengd (2 en 3), detailhandel en horeca. Tevens wordt de bestemming aan de Boulevard 109, waar in het vigerende bestemmingsplan ten onrechte de bestemming 'Maatschappelijk' is opgenomen, gewijzigd naar een woonbestemming. Dit pand is namelijk al decennia lang in gebruik als burgerwoning. In de situaties waar een Gemengd-bestemming van toepassing is, is het voor de hand liggend dat de Gemengd-bestemming gehandhaafd wordt met de functies die daar bij horen (uitgezonderd de functies horeca en/of detailhandel). De voorgestelde Gemengd-2 bestemming biedt de volgende functionele mogelijkheden: a. kantoren; b. maatschappelijke voorzieningen: bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd-/kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven, zorg en welzijn; c. dienstverlening; d. ambachtelijke werkplaatsen voor zover deze vallen in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels als bijlage gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee gelijk te stellen ambachtelijke bedrijven; e.
wonen alsmede de uitoefening van aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten met dien verstande dat een woning/wooneenheid minimaal 60 m2 dient te bedragen, met uitzondering van het adres Doctor Schaepmanlaan 18 waar een woning/wooneenheid minimaal 40 m2 dient te bedragen; Voor panden met de bestemming "Detailhandel" is de bestemming "Gemengd 2" voor de hand liggend: het is zeker niet problematisch wanneer in de gebieden buiten de centrumring sprake is van enige functiemenging. Te denken valt daarbij aan de Molenstraat, Raadhuisstraat, Brugstraat en Nispensestraat. Het betreft immers gebieden die nog wel onderdeel uitmaken van de Roosendaalse binnenstad al vallen ze buiten 'de eigenlijke binnenstad' zoals dat is opgenomen in het bestemmingsplan Binnenstad van 2016. Ook in bepaalde aanloopstraten zoals de Burgerhoutsestraat, de St. Josephsstraat, de Hoogstraat en de Kalsdonksestraat, is van oudsher sprake van een zekere mate van functiemenging en wat de gemeente betreft kan dat ook in de toekomst zo blijven. In een enkel geval ligt het voor de hand om alleen een woonbestemming mogelijk te maken. Dit heeft dan te maken met de situering van een pand in een overwegende woonomgeving, zoals bijvoorbeeld de Hulsdonksestraat.
Tevens is een woonbestemming opgenomen voor de panden die in een recent verleden duurzaam getransfomeerd zijn tot woning(en) en panden waarvoor een verzoek is binnengekomen om hier een woning van te maken.
HOOFDSTUK 6 Economische uitvoerbaarheid Het onderhavige bestemmingsplan bevat geen ruimtelijke ontwikkelingen die op basis van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening vergezeld dienen te gaan van een exploitatieplan dan wel waarvan het kostenverhaal anderszins dient te worden geregeld.
HOOFDSTUK 7 Overleg en inspraak 7.1 Overleg 7.1.1 Gevolgde procedure Het voorontwerpbestemmingsplan “Terugdringen horeca en detailhandel buiten de Centrumring en de aangewezen winkelgebieden” is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening verzonden naar de daarvoor in aanmerking komende overleginstanties, waaronder in ieder geval de provincie. De Provincie Noord-Brabant heeft hierbij aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen.
7.2 Inspraak 7.2.1 Gevolgde procedure Het voorontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig de inspraakprocedure ter inzage gelegen, waarbij de mogelijkheid werd geboden om reacties in te dienen. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. Het inspraakrapport maakt als bijlage onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. De voorontwerpversie van dit bestemmingsplan heeft van 27 januari 2020 tot 15 november 2020 ter inzage gelegen. In verband met het creëren van voldoende voorzienbaarheid is hier een langere periode dan gebruikelijk voor aangehouden. Tussen het voorontwerp en ontwerp is vervolgens (eveneens in het kader van het creëren van voldoende voorzienbaarheid) een periode van drieënhalf jaar aangehouden. Hierdoor worden de eigenaren van de panden voldoende in gelegenheid gesteld om gebruik te maken van de mogelijkheden die de huidige bestemmingsplannen bieden.
7.3 Gesprekken met eigenarenbelanghebbenden Eigenaren/belanghebbenden kunnen gebruik maken van de mogelijkheid voor een individueel gesprek. Van deze mogelijkheid is uiteindelijk geen gebruik gemaakt.
7.4 Zienswijzen Met ingang van 18 december 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan "Terugdringen horeca en detailhandel buiten de centrumring" gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn er drie zienswijzen binnengekomen. De binnengekomen zienswijzen zijn samengevat en van beantwoording voorzien in bijlage 3. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn twee locaties komen te vervallen, waardoor de verbeelding op deze locaties is aangepast.
HOOFDSTUK 8 BIJLAGE Demografische transities/macro-economie <0000> De Nederlandse economie groeit sinds twee jaar weer. In 2015 was de economische groei 2% en in 2016 groeide de economie nog een fractie sneller met 2,2%. Ook in 2017 zet de groei door, want de Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal 2017 met 0,4% ten opzichte van het tweede kwartaal 2017. De verwachting is dat het economisch herstel zich dit jaar voortzet. De verwachte groei zal een positieve impact hebben op de detailhandel. Het herstel is echter broos, met name in de internetgevoelige branches. <0000> Het consumentenvertrouwen en de koopbereidheid stijgen sinds 2014 (zie figuur B.1 en B.2). Ook het vertrouwen in de woningmarkt neemt toe en de uitgaven stijgen. Zo hadden makelaars in het jaar 2017 bijna 166.115 woningtransacties. Dit is bijna een verdubbeling in aantal transacties ten opzichte van het niveau in de crisisjaren 2012 en 2013.
Figuur B.1: Consumentenvertrouwen, saldo % positieve en negatieve antwoorden
Figuur B.2: Aantrekkende woningmarkt
<0000>
<0000>
<0000>
De Nederlandse bevolking groeit steeds minder hard. In de jaren ‘70 groeide de bevolking jaarlijks nog met 12%, in de jaren ‘90 halveerde de groei en de verwachting is dat de jaarlijkse groei zal stagneren in de komende periode. Tot 2030 groeit het inwonertal van Roosendaal nog met circa 2%, oftewel ongeveer 2.000 inwoners (uitgaande van Primos Online, 2018). Dit heeft nauwelijks invloed op het draagvlak voor detailhandel. De huishoudenssamenstelling verandert. Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit en het de gemiddelde huishoudensgrootte daalt. Dus ondanks de stagnerende groei van de bevolking, blijft de bouw van nieuwe woningen benodigd door het groeiend aantal huishoudens. In de grote steden is deze trend het sterkst. Nederland vergrijst. Dit betekent dat het aandeel 65-plussers groeit in de bevolkingssamenstelling. Volgens het CBS stijgt het aandeel van deze groep binnen de bevolking van Roosendaal van 21% in 2016 naar 26,5% in 2030. Dit heeft effect op de toekomstige winkelbestedingen. Enerzijds kopen ouderen over het algemeen minder producten en meer diensten dan jongeren. Anderzijds worden ouderen wel steeds kapitaalkrachtiger. Huishoudens met een hoofdkostwinner tussen 55 en 65 jaar hebben in vergelijking met jongere en oudere leeftijdsgroepen het hoogste besteedbare inkomen, waarmee de toekomstige 65+'ers een belangrijke consumentengroep zijn.
Wel heeft deze groep consumenten een ander uitgavenpatroon dan jongere consumenten (figuur B.3), omdat zij andere behoeften hebben. Er wordt in de detailhandel door 65+'ers bijvoorbeeld minder geld uitgegeven aan artikelen in mode, luxe en vrije tijd. De uitgaven aan voeding blijven op peil, waarbij de voorkeur uitgaat naar verse en luxe(re) levensmiddelen. Dit biedt een kans voor lokale speciaalzaken.
Figuur B.3: Verhouding in bestedingen (exclusief woonlasten) naar leeftijd (CBS, 2017)
Consumentengedrag <0000> De consument is mondiger en machtiger en stelt hogere eisen aan zowel het product als de winkelbeleving. Informatie van sociale media is van steeds grotere waarde bij de aanschaf van producten en diensten. Hierdoor raakt de consument steeds beter geïnformeerd. Tegelijkertijd heeft deze steeds minder tijd. Het resultaat is dat de consument kritisch is bij aankopen en keuzes laat afhangen van offline, online, gemak, snelheid, genieten en beleven. <0000> De Nederlander koopt steeds meer online. In 2017 werden er circa 200 miljoen online aankopen (producten en diensten) gedaan voor een totaal van bijna € 23 miljard. De online bestedingen laten hiermee een groei zien van circa 12% ten opzichte van 2016. De groei van het online kanaal komt voornamelijk door een stijging in de uitgaven aan producten, waarbij vooral de uitgaven aan speelgoed en verzorgingsproducten sterk zijn gestegen. In totaal gaf de Nederlandse consument in 2017 online circa € 12,5 mld. uit aan de aankoop van producten. De totale omzet in de detailhandel in 2017 bedraagt naar verwachting circa € 107 mld., waarmee het online aandeel neerkomt op 11,6%. Dit aandeel betreft zowel bestedingen bij reguliere winkels met een webwinkel als bestedingen bij pure players (alleen webwinkel). De online omzet in diensten is hier niet in meegenomen.
<0000> Naar verwachting zal het aandeel online verkoop blijven stijgen (figuur B.4). Dit hoeft echter niet één-op-één ten koste te gaan van de fysieke winkels, omdat juist bedrijven die een multichannelstrategie (zowel online als fysiek) toepassen het meest gewaardeerd worden door de consument. Hierdoor openen ook voormalige pure players (Amazon, Zalando, Coolbleu) vestigingen in de winkelstraat.
Figuur B.4: Ontwikkeling aandeel online omzet naar winkelsector tot 2016 en geprognosticeerde ontwikkeling tot 2030 (samenstelling van meerdere bronnen)
<0000>
De consument is steeds mobieler en is bereid grotere afstand af te leggen. Hierdoor groeit het referentiekader van consumenten verder. Daarbij wil de consument kopen waar en wanneer hij wil. Ook wordt waarde gehecht aan de wisselwerking tussen on- en offline, tussen horeca en detailhandel. Hierdoor groeit ook het belang van de verruiming van de openingstijden naar avonden zondagopenstellingen. Dit alles betekent dat de keuze voor bezoek aan een winkelgebied wordt gebaseerd op de aanbodkwaliteit, keuzemogelijkheid, prijsstelling, openingstijden, de interne verschijningsvorm (inrichting, uitstraling) en de externe verschijningsvorm (omgevingskwaliteit).
<0000>
<0000>
Beleving is een belangrijk voordeel van fysieke winkelgebieden ten opzichte van internet. De consument gaat winkelen en centrumbezoek steeds meer als vrijetijdsbesteding zien en wil daarbij verrast en vermaakt worden. In een aantrekkelijke omgeving, met een diversiteit aan ondernemingen en met enige regelmaat leuke evenementen wordt ingespeeld op de behoefte aan beleving. Mede door de voorbije economische crisisjaren is de consument zich meer bewust van de grenzen van de groei. Zo is de consument minder gericht op het eigen bezit van goederen en meer op gedeeld bezit. Ook wordt meer waarde gehecht aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid. En mede als reactie op e-commerce wordt service, persoonlijke aandacht en een op maat gemaakt product steeds relevanter.
Betekenis voor het winkellandschap <0000> Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de vraag naar fysieke winkels zal blijven bestaan. Tegelijk is sprake van een toenemende druk op winkellocaties onder invloed van toenemende online verkoop, de voorbije economische crises, de demografische transities en het gewijzigd consumentengedrag. Van belang is ook dat tussen 2004 en 2013 het aantal vierkante meters in de non-food sector met 13% is toegenomen, maar tegelijk de omzet in diezelfde periode is gedaald. Inmiddels stijgen de winkelverkopen weer, maar de situatie van voor de crisis komt niet meer terug. <0000> In het lokale straatbeeld leidt de groeiende e-commerce vooral tot het verdwijnen van bepaalde branches. Terwijl de economische crisis en de demografische transitie vooral het middensegment onder druk zet. Hierdoor verdwijnen complete ketens uit het straatbeeld, met V&D als bekendste voorbeeld. In veel gevallen worden de vrijkomende plekken ingenomen door discounters (die online nauwelijks actief zijn). Maar ook herinvulling met andersoortige functies: vermaak, horeca, diensten, ambachten (figuur B.5).
<0000>
<0000>
<0000>
<0000>
Als gevolg van de ontwikkelingen wordt in centrumgebieden een verdere vermenging van functies verwacht, waarbij de centrumfunctie van gebieden niet alleen geldt detailhandel, maar ook voor horeca, dienstverlening, cultuur en sociale aspecten. Het veranderend consumentengedrag leidt er namelijk toe dat winkelcentra steeds meer voor andere belevenissen dan alleen winkelen worden bezocht. Winkelbezoek blijft weliswaar belangrijk, maar de dominantie ervan vermindert. Tegelijk leidt de toenemende druk op de detailhandel tot leegstand en zorgt het ervoor dat winkelgebieden onder druk staan en meer concurreren met elkaar om dezelfde consument. Deze ontwikkeling kent winnaars en verliezers. Zowel grootwinkelbedrijven als beleggers zetten steeds meer in op de zogenoemde A-1 locaties in grotere steden. Het vertrek van grote formules uit kleinere kernen en ondersteunende centra en de toenemende filialisering van de A1-locaties is hier een gevolg van. Hierdoor groeit de ongelijkheid tussen sterke en zwakke winkelgebieden. Door de toenemende druk op de detailhandel en de ongelijkheid in de ontwikkeling van winkelgebieden nemen gemeenten en ook provincies steeds meer de regie om in te zetten op kwaliteitsontwikkeling.
Steeds vaker is regionale afstemming noodzakelijk om de detailhandelsstructuur toekomstbestendig te houden, daarom worden detailhandelsvisies opgesteld waarin de toekomst van winkelgebieden binnen een gemeente of regio integraal worden afgewogen. Ook wordt gekozen voor diverse vormen van integrale publiek-private samenwerking om winkelgebieden toekomstbestendig te houden en wordt een groot aantal winkelgebieden gerenoveerd om de beleving te verbeteren. De toenemende druk op winkelgebieden betekent echter niet dat de realisatie van nieuw winkelaanbod per definitie moet worden tegengehouden. Nieuwbouw blijft nodig om te zorgen dat het winkelbestand kwantitatief en vooral kwalitatief blijft aansluiten op de behoefte van de consument. Ontwikkelingen moeten dan wel geconcentreerd zijn op (potentieel) succesvolle locaties, waarbij ontwikkelingen ingezet moeten worden voor de versterking van de detailhandelsstructuur. Zo kan nieuwbouw in een klein verkaveld winkelgebied nodig zijn om een schaalsprong te faciliteren om nieuwe retail- en/of leisure-formules te huisvesten. Ook kan nieuwbouw nodig zijn om bijvoorbeeld een nieuwe looproute te faciliteren of de belevingswaarde te vergroten.
Detailhandelsontwikkelingen <0000> De behoefte aan fysieke winkels zal blijven bestaan en de veranderingen en de hierboven beschreven transformaties bieden dan ook kansen voor het winkelgebied van de toekomst. <0000> Fysieke winkels zullen meer accent leggen het aanbieden van een betekenisvolle gepersonaliseerde belevenis, waar de consument alle vrijheid heeft om merken en producten uit te proberen. <0000> Door ‘blurring’ zien nieuwe concepten het licht, want hierdoor vervagen de grenzen op alle fronten: tussen detailhandel en horeca, tussen food retail en non-food retail en tussen online en offline. Vooral detailhandel in versproducten (waaronder supermarkten) vermengt zich met horeca. Dit is één van de meest zichtbare vormen van blurring binnen de retail. Verswinkels bieden daarbij steeds meer ‘ready to eat’ producten aan en bereiden verse gerechten in de zaken. Hierdoor spelen zij de behoefte aan beleving en comfort in de fysieke winkel, waarmee zij zich onderscheiden van het internet. <0000> Retailers bieden de consument een totaalbeleving aan door alle relevante kanalen in samenhang aan te bieden, waardoor online eerder een aanvulling is op de fysieke winkel dan een bedreiging. Om goed in te kunnen spelen op de wensen van consumenten is het verkopen via één kanaal niet meer voldoende. Juist door middel van multichanneling verhogen winkelbedrijven hun serviceniveau.
<0000> Schaalvergroting wordt onder meer ingezet om beleving in de winkels te vergroten. Het is tevens een reactie op e-commerce, omdat consumenten de ruime keuze van de webshop ook in de fysieke winkel verwachten. <0000> Schaalvergroting kan echter niet overal plaatsvinden, waardoor in sommige gevallen vestigingen die verspreid zijn over meerdere plaatsen worden samengevoegd tot één grote winkel. Een factor daarbij zijn de keuzes van / ontwikkelingen bij hoofdkantoren van filiaalbedrijven, waar lokaal nauwelijks invloed op uit te oefenen is. <0000> Voor de supermarktsector blijft schaalvergroting noodzakelijk om te komen tot ruime, goed gesorteerde winkels met belevingselementen. Daarmee spelen zij in op de behoefte van consumenten aan gemak en efficiëntie enerzijds en aan vers, authentiek en biologisch anderzijds. De aantrekkingskracht van supermarkten komt ten goede aan het gehele boodschappencentrum,
omdat veel klanten van supermarkten in dezelfde winkeltrip ook naastgelegen speciaalzaken bezoeken. Solitaire vestiging van supermarkten moet dan ook voorkomen worden. Ontwikkelingen in ‘hoofdwinkelcentra groot’ <0000> Winkeldataleverancier Locatus deelt Roosendaal in bij de categorie ‘hoofdwinkelcentra groot’. Het ontwikkelingsperspectief van de centra binnen deze categorie verschilt onderling zeer sterk. Relevante aspecten daarbij zijn de historiciteit van het centrum, de sterkte van de regio en de nabijheid van sterke(re) winkelgebieden. In het algemeen kan worden geconcludeerd dat de ‘hoofdwinkelcentra groot’ om de volgende redenen onder druk staan. <0000> Deze centra hebben onvoldoende onderscheidend karakter ten opzichte van de grootste binnensteden in Nederland, waardoor de consument in zijn zoektocht naar ‘beleving' steeds vaker kiest voor deze grotere binnensteden. Zo moet Roosendaal centrum concurreren met Breda, maar ook met Antwerpen en Rotterdam. Door hun omvang hebben deze centra als vanzelf een ‘streepje voor’ op Roosendaal centrum. <0000> Als gevolg van de keuzes van consumenten worden de centra in de categorie ‘hoofwinkelcentra groot’ steeds minder bezocht voor recreatief winkelen en steeds vaker voor efficiënte aankopen.
Hierdoor moeten deze centra concurreren met het ‘drempelloos’ winkelen op het internet en met goed bereikbare wijkcentra en PDV-clusters met gratis parkeren-voor-de-deur.
Figuur B.6: Ontwikkeling detailhandel en leegstand naar aantal verkooppunten in ‘hoofdwinkelcentra groot’ 2010-2017(Locatus, 2018)
<0000> <0000> <0000>
<0000> <0000> <0000> <0000>
Als gevolg van bovenstaande druk krimpt het detailhandelsaanbod zowel in verkooppunten als in wvo in de categorie ‘hoofdwinkelcentra groot’ (figuren B.6 en B.7). De belangrijkste ontwikkelingen zijn als volgt. Er is met name een sterke krimp in het modisch segment. Die vooral is veroorzaakt door de faillissementen van V&D en de MacIntosh Retail Group (o.a. Dolcis, Invito en Manfield). Het aanbod krimpt ook door de afnemende omvang van de winkelsectoren vrije tijd en in-en-om-het-huis. Deze detailhandel staat onder druk door enerzijds de concurrentie met internet en anderzijds de concurrentie met het ruimere aanbod in grotere winkelgebieden en/of perifere detailhandelslocaties. Over de hele linie is het aanbod in de dagelijkse sector en de overige detailhandel nagenoeg gelijk gebleven in aantal zaken en omvang. Binnen die laatste groep is er een toename van het aantal zaken in tweedehands spullen, zoals boeken, kleding en diversen. Het gemiddeld aantal leisure-zaken per hoofdwinkelgebied neemt toe, met name het aantal cafés en restaurants, lunchrooms en fitnesscentra. Deze zaken hebben een positieve invloed op de totaalbeleving en vergroten de verblijfsduur. Het aantal dienstverleners neemt af en dan vooral videotheken, makelaardijen, uitzendreisbureaus. Het aantal consumentverzorgende dienstverleners, zoals kappers en schoonheidsspecialisten, neemt wel toe.
De leegstand neemt toe. In 2010 was deze nog 6,5% in aantal verkooppunten en 7,5% in wvo. Begin 2018 bedragen deze cijfers respectievelijk 9,8% en 12,5%.
Toekomstperspectief ‘hoofdwinkelcentra groot’ <0000> Het perspectief verschilt sterk per locatie in de categorie ‘hoofdwinkelcentra groot’. Wel is de verwachting dat het recreatieve winkelaanbod in deze winkelgebieden verder zal afnemen, waardoor de druk op de detailhandel verder verhoogt en de leegstand toeneemt. <0000> De diverse trends en ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de onderlinge verschillen tussen winkelgebieden die zich in de zoektocht naar onderscheidend vermogen en relevantie steeds nadrukkelijker zullen profileren. Hierbij wordt opgemerkt dat geen enkel winkelgebied in een hokje te plaatsen is. Door het Planbureau voor de Leefomgeving zijn de belangrijkste centra in Nederland beoordeeld, mede in het licht van de trends en ontwikkelingen die geschetst zijn in de vorige alinea’s. Op basis daarvan zijn de toekomstverwachting op hoofdlijnen geschetst voor deze gebieden. Het resultaat hiervan is weergegeven in figuur B.8).