Bijlage toelichting-langendijksestraat-36-roosendaal-v5-1-c.pdf
Tekst van het document
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
GEMEENTE ROOSENDAAL
BESTEMMINGSPLAN LANGENDIJKSESTRAAT 36 TE ROOSENDAAL TOELICHTING INHOUD 1
INLEIDING .................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel ................................................................. 3 1.2 Situering en begrenzing plangebied ............................................ 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ...................................................... 5 1.4 Leeswijzer........................................................................... 6
2
GEBIEDSPROFIEL .......................................................................... 7 2.1 Inleiding ............................................................................. 7 2.2 Huidige situatie plangebied ...................................................... 7
3
PROJECTPROFIEL ....................................................................... 10 3.1 Inleiding ........................................................................... 10 3.2 Ruimtelijke structuur ........................................................... 10 3.3 Verkeer en parkeren ............................................................ 11 3.4 landschappelijke inpassing ..................................................... 12
4
BELEIDSKADER .......................................................................... 13 4.1 Inleiding ........................................................................... 13 4.2 Rijksbeleid ........................................................................ 13 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 ............... 13 4.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 ....................................................... 13 4.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 201214 4.3 Provinciaal beleid ................................................................ 16 4.3.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ....................... 16 4.3.2 Toepassing Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant ........................................................................... 19 4.4 Gemeentelijk beleid ............................................................ 20 4.4.1 Structuurvisie Roosendaal 2025 ......................................... 20 4.4.2 Woningbouwprogrammering 2012-2020 'Balans op de woningmarkt' 21 4.4.3 Welstandsnota Roosendaal 2013 ........................................ 22 4.4.4 Overige beleidsstukken ................................................... 24
5
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN .................................. 25 5.1 Inleiding ........................................................................... 25 5.2 Bodem ............................................................................. 25 5.3 Water .............................................................................. 26 5.4 Cultuurhistorie ................................................................... 29 5.5 Archeologie ....................................................................... 31 5.6 Natuur ............................................................................. 32 5.7 Bedrijven en milieuzonering ................................................... 33
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
1
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
30 03 2021
Geluid .............................................................................. 34 Externe veiligheid ............................................................... 35 Luchtkwaliteit .................................................................... 37 Geurhinder ........................................................................ 39 Kabels en leidingen .............................................................. 40 Milieueffectrapportage ......................................................... 40
6
HET BESTEMMINGSPLAN ............................................................... 42 6.1 Plangrens .......................................................................... 42 6.2 De verbeelding ................................................................... 42 6.3 De regels .......................................................................... 42
7
HAALBAARHEIDSASPECTEN ........................................................... 43 7.1 Financieel-economische haalbaarheid ....................................... 43 7.2 Grondexploitatie ................................................................. 43 7.3 Maatschappelijke haalbaarheid ............................................... 44 7.3.1 Procedure ................................................................... 44 7.3.2 Overleg en inspraak ....................................................... 44 7.3.3 Vaststellingsprocedure .................................................... 44
Bijlagen bij dit bestemmingsplan: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:
Terra Milieu: Verkennend bodemonderzoek Langendijksestraat naast huisnr. 36 te Roosendaal, Den Dungen, 2020. Agel Adviseurs: Onderzoek geurhinder en veehouderij; Langendijksestraat 36 te Roosendaal; Agel Adviseurs: Akoestisch Onderzoek wegverkeerslawaai, Bestemmingsplan ‘Langendijksestraat 36’ te Roosendaal. Drieweg Advies: Ecologisch onderzoek Wet natuurbescherming Langendijksestraat 36 te Roosendaal. Definitieve overeenkomst bouwtitel ruimte voor ruimte.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
2
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
GEMEENTE ROOSENDAAL
BESTEMMINGSPLAN LANGENDIJKSESTRAAT 36 TE ROOSENDAAL
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De initiatiefnemer is eigenaar van de woning aan de Langendijksestraat 36 te Roosendaal. Achterop het terrein bij deze woning staat een grote schuur van het agrarisch bedrijf dat daar vroeger gevestigd was. Betrokkene wil die schuur met asbest dak afbreken. Bovendien wil hij op het terrein naast zijn huidige woning een ruimte voor ruimtewoning laten bouwen, waarvan de bouwtitel verworven zal worden bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte te 'sHertogenbosch. De gemeente is er veel aan gelegen om de betreffende voormalige landbouwschuur te zien verdwijnen uit het landschap. Het afbreken van de schuur zou een geweldige landschappelijke en ruimtelijke verbetering van deze omgeving betekenen en de gemeente is dan ook graag bereid om medewerking te verlenen aan dit initiatief. De locatie is gelegen in het "Bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal-Nispen" en heeft daarin de bestemming Wonen; de locatie van de gewenste ruimte voor ruimtewoning heeft een agrarische bestemming. Het realiseren van de gewenste ruimte voor ruimtewoning is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsregels. Daarom is voor de realisering van de plannen een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 1 - Situering plangebied - de locatie ligt ten oosten van de kern Roosendaal, nabij de grens met de gemeente Rucphen.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
3
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
1.2
30 03 2021
Situering en begrenzing plangebied
Figuur 2 - Luchtfoto van het plangebied; de grens van het plangebied is rood omrand (bron: Google earth, 2018, geraadpleegd 15 03 2019).
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Roosendaal (zie Figuur 1). Voorliggend plangebied is gelegen ten westen van de Langendijksestraat, een plattelandsweg ten oosten van Roosendaal.
Figuur 3 - Begrenzing plangebied- de grens van het plangebied is met een rode lijn aangegeven.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
4
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
1.3
30 03 2021
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied vigeert thans het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal-Nispen".
Figuur 4 - Vigerende bestemmingsplan; de bestaande woning heeft de bestemming 'Wonen-2', evenals de voormalige landbouwschuur (gekoppeld bestemmingsvlak); de rest van het plangebied heeft de bestemming Agrarisch met waarde -1; de oostelijke zijde van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie -1'; verder ligt er parallel aan de Langendijksestraat een leiding, waarvan de beschermingszone de dubbelbestemming 'Leiding" heeft. Verder heeft het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone radar 13'.
Binnen het plangebied gelden meerdere bestemmingen. De bestaande woning heeft de bestemming 'Wonen-2'. Ook de voormalige landbouwschuur heeft deze bestemming. Beide bestemmingsvlakken zijn door middel van een koppelteken verbonden, hetgeen wil zeggen, dat beide vlakken samen moeten worden beschouwd als één bestemmingsvlak De rest van het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Daar is de agrarische functie leidend met daarnaast de bescherming van aanwezige landschappelijke waarden. De oostelijke zijde van het plangebied heeft daarnaast de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie -1'. Deze dubbelbestemming (die geldt naast de hoofdbestemmingen) beschermt aanwezige of potentiële archeologische waarden. Verder ligt er parallel aan de Langendijksestraat een leiding, waarvan de beschermingszone de dubbelbestemming 'Leiding' heeft. Tenslotte heeft het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone radar 13'. De positionering van de gewenste ruimte voor ruimtewoning is in de huidige bestemming agrarisch met waarden-1. Volgens de geldende regels mag daar geen nieuwe woning gebouwd worden. Om het planvoornemen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan daarom partieel te worden herzien.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
5
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
1.4
30 03 2021
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het gebiedsprofiel beschreven van de omgeving waarin het planvoornemen plaats gaat vinden. Allereerst wordt de omgeving nader toegelicht, waarna ingezoomd wordt op het huidig gebruik van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het projectprofiel van het planvoornemen toegelicht. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan het beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 heeft betrekking op de planologisch relevante (milieu)aspecten. Hoofdstuk 6 omvat de juridische planbeschrijving en hoofdstuk 7 behandelt de haalbaarheidaspecten.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
6
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
2
GEBIEDSPROFIEL
2.1
Inleiding
30 03 2021
In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven, aan de hand van een korte beschrijving van de huidige inrichting en het gebruik van het plangebied.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Roosendaal, nabij de grens met de gemeente Rucphen (de Langendijksestraat vormt de gemeentegrens). Bebouwingsstructuur De bestaande woning is gebouwd in 1979 en maakt deel uit van een bebouwingsconcentratie nabij de Langendijksestraat, een vrij open bebouwingscluster bestaande uit vrij losjes gegroepeerde vrijstaande woningen met daar tussendoor enkele andere functies. De bebouwingscluster strekt zich uit over het grondgebied van de gemeente Roosendaal en de gemeente Rucphen.
Figuur 5 - Bebouwingsstructuur in de omgeving van het plangebied (plangebied - rood omlijnd, gemeentegrens = magenta lijn).
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
7
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Figuur 6 - Bestaande woning in het plangebied, gezien vanaf de Langendijksestraat (bron: Google Streetview, oktober 2009).
De bestaande woning ligt vrij ver van de weg, omdat deze buiten de beschermingszone van de aanwezige leiding moest blijven, die onder het voorterrein aanwezig is. De bestaande agrarische bedrijfsgebouwen zijn enigszins in vervallen staat en hebben nog asbest daken.
Figuur 7 - Bestaande situatie van de omgeving van het plangebied (bron: Google Earth, 2020).
Groenstructuur Het plangebied maakt deel uit van het agrarisch gebied tussen de stedelijke bebouwing van Roosendaal en de Rucphense bossen in. Op de luchtfoto (Figuur 7) is te zien dat de Langendijksestraat een landschappelijke scheiding vormt. Aan de oostzijde daarvan zijn veel bosjes en andere opgaande beplanting aanwezig. Aan de westzijde daarvan is de opgaande beplanting veel schaarser. Een deel van de aanwezige beplanting in het plangebied vormt een positieve uitzondering; een ander deel bestond overwegend uit uitgegroeide coniferen en is inmiddels verwijderd of zal op afzienbare termijn worden verwijderd. .
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
8
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Figuur 8 - Straatbeeld Langendijksestraat in zuidelijke richting; de Langendijksestraat is een relatief smalle plattelandsweg (bron: Google Streetview, oktober 2009).
Ontsluitingsstructuur en parkeren De bestaande woning wordt ontsloten via de Langendijksestraat, een plattelandsweg met twee rijrichtingen. Het parkeren voor de bestaande woning vindt geheel op eigen terrein plaats.
Figuur 9 - Huidige situatie vanuit het zuiden: links is de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing zichtbaar; rechts de bestaande, te handhaven woning (foto: Dennis Damink, 2019).
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
9
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
3
PROJECTPROFIEL
3.1
Inleiding
30 03 2021
In dit hoofdstuk wordt de planopzet van voorliggende ontwikkeling uiteengezet, evenals de stedenbouwkundige structuur. Het betreft hier een beschrijving van het beoogde programma van de ontwikkeling en de verschillende structuren die de herontwikkeling vorm gaan geven. Als laatste wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren. De nieuwe ruimte voor ruimtewoning zal worden gebouwd met een aangekochte bouwtitel van de ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte (zie bijlage 5).
Figuur 10– Toekomstige situatie; de bestaande woning blijft gehandhaafd; het bestemmingsvlak van die woning zal zodanig worden gewijzigd dat alle bestaande bebouwing en het bestaande zwembad binnen de bestemming Wonen-2 valt; de bestaande schuur zal worden afgebroken (rood kruis) en die gronden krijgen een agrarische bestemming; ten zuiden van de bestaande woning zal een nieuwe ruimte voor ruimtewoning worden gebouwd, buiten de risico-zone van de leidingen (zie paragraaf 5.9).
3.2
Ruimtelijke structuur
Programma De bestaande woning Langendijksestraat 36 staat relatief ver van de Langendijksestraat af. Dit houdt verband met de aanwezige leiding onder het voorterrein en de daarbij behorende beschermingszone (paarse stippellijn op Figuur 10). De nieuwe ruimte voor ruimtewoning die ten zuiden van de bestaande woning zal worden gebouwd, zal buiten de beschermingszone moeten worden opgericht en zal verder van de weg af gebouwd worden in vergelijking met de bestaande woning omdat na de bouw van de bestaande woning de berekeningswijze van de risicocontour gewijzigd is. Gezien het landelijk karakter van de omgeving is dit uit stedenbouwkundig oogpunt niet bezwaarlijk. Afbraak voormalige landbouwschuur Achter de bestaande woning staat een voormalige agrarische schuur. Deze schuur zal worden afgebroken. Er zal op die plaats geen nieuwe bebouwing voor in de plaats komen. Wel zal er ten zuiden van de bestaande woning een nieuwe woning gebouwd worden.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
10
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Grenzen De begrenzing van de bestemming Wonen-2 ter plaatse van de bestaande woning Langendijksestraat 36 wordt enigszins verlegd, zodat de achterzijde van het bestaande en nieuwe bouwblok gelijk komen te liggen. Gezien de landschappelijke waarde wordt ernaar gestreefd het bestaande, waardevolle deel van de groenstructuur te handhaven. De nieuwe ruimte voor ruimtewoning wordt op het zuidelijk deel van het plangebied opgericht. De grenzen van de nieuwe bestemming Wonen-2 ten behoeve van deze woning volgen de logische grenzen in het terrein en zijn zodanig gekozen dat de bestemming enerzijds contact houdt met de straat en anderzijds voldoende ver van de leidingenstrook is gelegen in verband met de veiligheidszone. De diepte is zodanig dat er nog voldoende ruimte is voor een bijgebouw. Sloopbonus In verband met de afbraak van de landbouwschuur is een sloopbonusregeling opgenomen. Die houdt in, dat per 400 m2 af te breken bedrijfsgebouw, de toegestane oppervlakte bijgebouwen bij woningen met 100 m2 mag worden vergroot. De voormalige landbouwschuur heeft een oppervlakte van 1500 m2. Dat betekent dat zowel bij de bestaande woning, als bij de ruimte voor ruimtewoning een oppervlakte van 200 m2 aan bijgebouwen opgericht mag worden. Motivering begrenzing bouwblokken Verwezen wordt naar Figuur 10, waarin de toekomstige bouwvlakken zijn aangegeven.
Van het bestaande bestemmingsvlak ‘Wonen’ wordt het achterste gedeelte geschrapt in verband met de sloop van het voormalig bedrijfsgebouw. Ten zuiden van de bestaande woning wordt een nieuw bestemmingsvlak ‘Wonen’ aangegeven in verband met de nieuwe Ruimte voor ruimtewoning. Dit bestemmingsvlak wordt naar achteren geschoven, zodat de woning buiten de risicocontour van de gas- en oliepijpleiding komt te liggen. Wel blijft het bouwvlak via een ongeveer 10 m brede strook verbonden met de openbare weg vanaf waar de ontsluiting plaatsvindt. Aan de noordzijde wordt de begrenzing van dit bestemmingvlak gelegd op 5 m van de perceelsgrens, net als die van het bestemmingsvlak van de bestaande woning. Dit laatste bestemmingsvlak is zodanig gelegd dat de bestaande bebouwing, alsmede eventuele nieuwe bijgebouwen, daarbinnen liggen. Aan de achterzijde is de begrenzing van beide bestemmingsvlakken gelijk, zodat deze , althans deels, een stedenbouwkundige eenheid vormen.
3.3
Verkeer en parkeren
Toetsingskader De gemeente Roosendaal heeft in haar ‘Nota Parkeernomen’ (dec. 2011) uniforme parkeernormen vastgelegd die een duidelijke richting geven aan de mate van faciliteren van parkeervoorzieningen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De basis van de parkeernormennota is gevonden in de door het CROW uitgegeven publicatie over parkeercijfers. Deze publicatie maakt onderscheid in soorten gebieden, te weten: zeer stedelijk, sterk stedelijk, matig stedelijk, weinig stedelijk en niet-stedelijk. De door de CROW gehanteerde gebiedsindeling is voor het gehele grondgebied van de gemeente Roosendaal toegepast. Voor elke functie geldt een eigen kader van parkeernormen. In de Nota Parkeernomen wordt onderscheid gemaakt naar functies die gegroepeerd kunnen worden naar een viertal hoofdfuncties, namelijk wonen, werken, detailhandel en overig.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
11
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Beoordeling De locatie is gelegen in het buitengebied. Voor dat gebied is de norm voor koopwoningen in de hoge prijsklasse (waarvan hier sprake is): 2,00 tot 2,8 parkeerplaatsen per woning. Dat betekent dat bij elke nieuwe woning 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Daarvoor is bij de ruimte voor ruimtewoning, voldoende ruimte aanwezig op het bouwperceel. Verkeersgeneratie Volgens de CROW-publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" bedraagt de verkeersgeneratie van de woningen (koop, vrijstaand, sterk stedelijke omgeving, buitengebied) 7,8 to 8,6 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Dat betekent voor het plan 8 tot 9 verkeersbewegingen per etmaal meer dan in de huidige situatie. Deze extra verkeersbelasting kan gemakkelijk worden verwerkt door de huidige verkeersstructuur. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied gepland. Autonome ontwikkelingen zijn zeer kleinschalig en hebben geen aantoonbaar effect op de verkeerssituatie ter plaatse. De autobereikbaarheid van de nieuwe woning kan worden geborgd, zodanig dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren is geen belemmering voor onderhavig planvoornemen, mits bij de nieuwe ruimte voor ruimtewoning minimaal 3 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd.
3.4
landschappelijke inpassing
Gezien de ligging van de locatie in het buitengebied dient er sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwblok/bestemmingsvlak. In paragraaf 4.3.2 van deze toelichting wordt geconcludeerd, dat de voorgestelde bestemmingsverandering: a. b. c.
afbraak van het voormalige bedrijfsgebouw; verkleining van het (voorheen gekoppelde) bestemmingsvlak 'Wonen' van de bestaande woning en het positief bestemmen van de bestaande groenstructuren op het perceel,
tezamen al voor voldoende landschappelijke inpassing zorgen en dat in het kader van de landschappelijke kwaliteitsverbetering geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
12
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
4
BELEIDSKADER
4.1
Inleiding
30 03 2021
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit van de rijksoverheid beschreven. Het kabinet schetst in de SVIR hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De provincies en gemeenten krijgen in het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden, bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Deze overheden zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Beoordeling Voorliggend plangebied is gesitueerd in het buitengebied en buiten een gebied waar van rijkswege een ruimtereservering geldt. Het planvoornemen betreft het herbestemmen van een bestaande agrarische bedrijfswoning en het oprichten van één nieuwe ruimte voor ruimtewoning. Dat is niet strijdig met het rijksbeleid.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstelijking’ wordt navolgend getoetst. 4.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
13
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische Hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Dit artikel bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een verantwoording dient te bevatten dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.
Figuur 11 - Radarverstoringsgebieden; het plangebied (aangeduid met een rood sterretje) is gelegen buiten het gebied ex art. 2.2, lid 1 maar binnen het gebied ex art. 2.2 lid 2; daar geldt een maximale hoogte van windturbines van 90 m.
Beoordeling Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en het Rarro een relevante ruimtereservering geldt. In het radarverstoringsgebied van de radarstation Woensdrecht, waarin het plangebied is gelegen, geldt een maximale bouwhoogte van 90 meter voor windturbines. Het onderhavige plan voorziet niet in het oprichten van windturbines. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Conclusie De maximaal toegestane bouwhoogtes vanuit het radarverstoringsgebied vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en het Rarro. 4.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
14
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
worden gemaakt. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. -
De begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkingsen bestemmingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het bestemmings- of uitwerkingsplan.
De ladder houdt in dat er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en indien blijkt dat sprake is van een behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Beoordeling In de definitiebepaling voor ‘stedelijke ontwikkeling’, als opgegeven in art. 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro, luidende een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ is geen ondergrens opgenomen. Hieruit volgt dat elke stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, in beginsel is onderworpen aan de toepassing van de ladder. De ABRvS heeft daarentegen ten aanzien van een aantal typen (kleinschalige) ontwikkelingen een ondergrens aangenomen. De ondergrens hangt daarbij af van de ‘omstandigheden van het geval’ en wordt mede bepaald op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling, de structuur van de omgeving en de ruimtelijke uitstraling van de ontwikkeling. Recente jurisprudentie toont aan dat een ruimtelijke ontwikkeling van tien nieuwe woningen, niet dient te worden aangemerkt als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.
Dat betekent dat oprichten van één ruimte voor ruimtewoning zeker niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542). Conclusie De planontwikkeling is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking en voldoet aan de uitgangspunten.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
15
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
4.3
30 03 2021
Provinciaal beleid
4.3.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov) staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Per onderwerp zijn in de verordening gebieden tot op perceelniveau begrensd op een kaart. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de regels gelden. De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Belangrijke onderwerpen in de Iov zijn: ● ruimtelijke kwaliteit; ● stedelijke ontwikkelingen; ● natuurgebieden en andere gebieden met waarden; ● agrarische ontwikkelingen, waaronder de zorgvuldige veehouderij; ● overige ontwikkelingen in het buitengebied.
Figuur 12 - Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, kaart 6 basiskaart Landelijk Gebied: het grootste deel van het plangebied is aangewezen als Gemengd Landelijk Gebied (geel); een klein puntje is aangewezen als "Groen-Blauwe Mantel" (blauwgroen).
Beoordeling Op de kaart van de Iov is het projectgebied grotendeels aangewezen als gemengd landelijk gebied (zie Figuur 12). Een klein puntje van het plangebied is aangewezen als groen-blauwe mantel. Voor de locatie en het beoogde gebruik daarvan, zijn de volgende bepaling uit de Verordening Ruimte relevant.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
16
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied 1. Een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, al dan niet solitaire recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. 2.-6. (....) Artikel 3.80 Ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 (….) Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.
Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Beoordeling situatie door de gemeente Roosendaal De bouwtitel voor de ruimte voor ruimtewoning zal worden gekocht van de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte in 's-Hertogenbosch. De gemeente Roosendaal heeft aangegeven: "Vanuit het hierop van toepassing zijnde Beoordelingskader Initiatieven Buitengebied is dit aan te merken als een Ruimte voor Ruimte-ontwikkeling "sur place" met als surplus dat bij de provincie wordt betaald voor het bouwrecht, omdat de loods niet meer ten dienste staat van een actieve veehouderij." Verder heeft de gemeente verklaard dat de beoogde ruimte voor ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie ligt: "Met het oog op de inpasbaarheid van de nieuwe woning geldt dat in de directe omgeving sprake is van een aantal verspreid liggende burgerwoningen. Een uitbreiding in aansluiting op het bestaande cluster achten wij acceptabel en goed verdedigbaar." De gemeente beschouwt de omgeving van het plangebied als een bebouwingscluster omdat er vrijwel alleen burgerwoningen voorkomen die op redelijk korte afstand van elkaar liggen. In de directe omgeving liggen 11 burgerwoningen.
Ook op het aangrenzende grondgebied van de gemeente Rucphen komen vele niet-agrarische functies voor, veelal in de vorm van vakantiewoningen (zie Figuur 5 en Figuur 13). Weliswaar liggen niet alle woonfuncties aaneengesloten, maar dat hoeft ook niet om beschouwd te worden
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
17
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
als bebouwingscluster. Bovendien speelt mee, dat in het geldende bestemmingsplan van de gemeente Rucphen, dat aansluit op het plangebied, veel vakantiewoningen voorkomen (12 volgens het vigerende bestemmingsplan, zie Figuur 13), die in ruimtelijk opzicht zeker meegeteld moeten worden in de beoordeling of hier sprake is van een bebouwingscluster. Verder speelt de overweging mee, dat de bestaande voormalige landbouwschuur nu excentrisch gelegen is en de woonfunctie tot ver achter de openbare weg (Langendijksestraat) trekt. Door het opheffen van dit deel van het bebouwingsvlak ontstaat er een uit een oogpunt van ruimtelijke ordening, logischer en consistenter begrenzing van de bebouwingscluster. De gemeente beschouwt de betreffende locatie dan ook als een uit een oogpunt van ruimtelijke ordening geschikte locatie in een bebouwingsconcentratie.
Figuur 13 - Vigerend bestemmingsplannen gemeente Roosendaal en Rucphen duidelijk is te zien dat er in de omgeving van het plangebied veel woonbestemmingen (rodee cirkels) en vakantiewoningen (gele cirkels) voorkomen. Door de beoogde planherziening wordt juist het meest storende deel van de geledende woonbestemming verwijderd (rood kruis).
Ten aanzien van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Gezien de situatie ter plaatse kan niet worden gesproken van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
18
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met het bepaalde in de Verordening ruimte 2014 ten aanzien van het gemengd landelijk gebied. 4.3.2 Toepassing Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio WestBrabant Toetsingskader Over de uitvoering van kwaliteitsverbetering zijn regionaal eenduidige afspraken gemaakt. De betreffende notitie bevat de regels over hoe in de regio WestBrabant om te gaan met deze kwaliteitsverbetering. De regio West-Brabant is landschappelijk gezien een regio met grote verschillen. Waar het zuidelijk gedeelte overwegend bestaat uit een meer kleinschalig landschap op zandgronden, wordt het landschap naar het noorden toe grootschaliger met open polders op zee- en rivierklei. In het landschap komen ook relicten uit het verleden voor, zoals linies, vestingen en turfvaarten. Ook de infrastructuur en de verstedelijking bepalen voor een groot deel het beeld van het landschap. Vanwege deze diversiteit zal de ene gemeente andere gedachten hebben bij kwaliteitsverbetering van het landschap dan de andere. De notitie biedt dan ook ruimte voor al deze verschillende landschappen en al deze verschillende gedachten over kwaliteitsverbetering. Wel is er een eenduidige regeling opgenomen voor de regio West-Brabant.
In de notitie is beschreven hoe de rood-met-groen koppeling op uniforme en eenduidige wijze wordt toegepast, inclusief minimale basisinspanning (een gemeente kan er voor kiezen een grotere inspanning te vragen) en mogelijkheid van fondsvorming, de periodieke verantwoording over uitvoering en het voeren van ruimtelijk kwaliteitsbeleid. In de notitie wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën ruimtelijke ontwikkelingen: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing. Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via met name een Bestemmingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.
Beoordeling De gewenste functieverandering, waarbij de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt afgebroken en de daarop rustende woonbestemming wordt geschrapt ten gunste van de bestemming Agrarisch met waarden-1, wordt genoemd in de categorie 1 van de regeling: -
Ontwikkelingen die naar hun aard reeds een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
19
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben; Er wordt vanuit gegaan dat het afbreken van het relatief grote voormalig agrarische bedrijfsgebouw een aanzienlijke landschappelijke verbetering betekent. Deze verbetering wordt geconsolideerd, doordat de woonbestemming die nu nog op dit deel van de locatie rust, wordt vervangen door de bestemming "Agrarisch met waarden - 1", waarin naast agrarische ook de aanwezige landschappelijke waarden worden beschermd. Daardoor valt deze ontwikkeling onder categorie 1. Conclusie Het planvoornemen voor afbraak van het voormalige bedrijfsgebouw brengt een landschappelijke verbetering met zich mee. Voor de ruimte voor ruimtewoning is de regeling kwaliteitsverbetering landschap niet van toepassing. Het planvoornemen is daardoor niet in strijd met de regeling 4.3.2 Toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Structuurvisie Roosendaal 2025
Toetsingskader In 2012 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie Roosendaal 2025’ vastgesteld. In deze structuurvisie geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst. Hoe moet ons landschap er in de toekomst uit zien? Waar mag worden gebouwd, of herontwikkeld? Wat moet worden beschermd? De gemeente Roosendaal kan en zal niet alle plannen uit de ‘Structuurvisie Roosendaal 2025’ zelf uitvoeren, maar zal zich uitnodigend en faciliterend opstellen naar initiatiefnemers. Roosendaal kiest bij deze veranderingen voor ‘behoud en versterken van de kwaliteit van stad en dorpen’ door vernieuwing en transformatie. De identiteit van Roosendaal en de ontwikkeling naar een netwerksamenleving zijn hierbij leidende principes. Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied en het ondersteunen van agrarische ontwikkelingen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van Roosendaal. In het buitengebied is de gemeente één van de stakeholders, naast de agrarische sector en andere landeigenaren, de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Met name de provincie heeft een sterke positie in het beleid in het buitengebied.
Beschermen en opwaarderen van waterlopen en beken zijn dragers van het buitengebied en van vitaal belang voor de natuur, landschap en beleving van het buitengebied. De agrarische sector is rentmeester en belangrijkste gebruiker in het buitengebied. De gemeente ondersteunt de dynamiek van de agrarische sector in het buitengebied, daarbij wordt wel rekening gehouden met andere belangen. De gemeente ontziet het buitengebied van stedelijke ontwikkelingen; landgoederen, buitenplaatsen en ruimte-voor-ruimte-regelingen worden beperkt in aantal en omvang mogelijk gemaakt; Het groene buitengebied en het groene stedelijk gebied blijven met elkaar verbonden.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
20
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Figuur 14 - Structuurvisie Roosendaal 2025 (uitsnede); het plangebied (binnen het rode cirkeltje) is gelegen in het buitengebied, dat is aangegeven als "Cultuurhistorische hoofdstructuur".
Beoordeling Het planvoornemen past binnen het beleid ten aanzien van het buitengebied, waarbij een passend gebruik van vrijkomende agrarische bedrijfslocaties wordt voorgestaan. Het oprichten van een ruimte voor ruimtewoning wordt in dit geval passend geacht. Conclusie Het planvoornemen past in het ruimtelijk beleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in de structuurvisie Roosendaal 2025. 4.4.2 Woningbouwprogrammering 2012-2020 'Balans op de woningmarkt' Toetsingskader Met de meest actieve woningcorporaties binnen de gemeente zijn voor de periode 2010-2020 prestatieafspraken gemaakt en is een woonconvenant vastgesteld. Eén van de afspraken is geweest om een woningmarktonderzoek uit te laten voeren. Door de corporaties is daarnaast een woonlasten- en doelgroepenonderzoek uitgevoerd. De resultaten van beide onderzoeken leveren tezamen met de woonvisie, het woonconvenant en de onlangs door de provincie Noord-Brabant geactualiseerde bevolkings- en woningbehoefteprognose, een belangrijke input voor de herijking van de woningbouwprogrammering in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. De gemeente heeft hiermee een instrument in handen om in het totale woondossier voor de periode 2012-2020 richtinggevende kaders te stellen, en hiermee dus de woningbouwprogrammering te actualiseren en nadrukkelijk te monitoren.
Op basis van de planning 2008 is er een eerste analyse uitgevoerd van de woningbouwlocaties in de programmering. Hierbij zijn verschillende projecten de
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
21
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
revue gepasseerd en is er op basis van de huidige actuele ontwikkelingen een bijstelling uitgevoerd. De analyse van de in de programmering opgenomen woningbouwlocaties heeft geresulteerd in een overzicht van te realiseren initiatieven voor de termijn t/m 2015 en de periode 2016 t/m 2020. Uitgangspunt is, dat nieuwe woningbouwinitiatieven de komende jaren alleen onder strikte voorwaarden worden toegevoegd aan de nu te hanteren overzichtslijst van woningbouwlocaties. Het is belangrijk een flexibele aanpak van de woningbouwprogrammering 2012-2020 te kunnen hanteren. In de komende periode zijn de ontwikkelingen in de woningmarkt bepalend en in eerste instantie moet er geconcentreerd worden op de plannen met de grootste realiteitswaarde (harde plancapaciteit). Hierbij is de marktvraag leidend en zijn de uitkomsten uit het woningmarktonderzoek en de geformuleerde randvoorwaarden richtinggevend. Op basis van monitoring wordt de bouwprogrammering continu gevolgd. Beoordeling In dit geval moet gesproken worden van een zeer reëel plan voor één ruimte voor ruimtewoning op een terrein dat vrij eenvoudig bouwrijp te maken is. Verder moet worden opgemerkt dat ruimte voor ruimtewoningen in het algemeen niet meetellen in de woningbouwprogrammering. Conclusie De beoogde ruimte voor woningbouwprogrammering.
ruimtewoning
is
niet
in
strijd
met
de
4.4.3 Welstandsnota Roosendaal 2013 Toetsingskader De gemeente Roosendaal heeft sinds 2004 een welstandsnota zoals aangegeven in de Woningwet. Deze nota is in 2008 geactualiseerd. Met de herziening van 2013 heeft de gemeente het welstandsbeleid wederom geactualiseerd en versoepeld. In de kernen, enkele linten, vroege uitbreidingen en het buitengebied acht de gemeente het redelijk om welstandscriteria in te zetten vanwege het belang voor het aanzien van de gemeente. Dit geldt ook voor erfgoed in en bovengemiddeld zichtbare delen van de gebieden, zoals langs spoor en snelweg, waar verder weinig welstandseisen gelden. beoordeling Het plangebied is in de welstandsnota gelegen in de aanduiding “Buitengebied”. Ten aanzien van dit gebied geldt het uitgangspunt: “Het buitengebied is gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen.
Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan afwisseling en individualiteit in combinatie met een enigszins terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.” In dit gebied gelden de volgende welstandscriteria, voor zover betrekking hebbend op de geplande ruimte voor ruimte woning: "Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria:
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
22
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Figuur 15 – Welstandsnota – Gebiedskaart (boven) en Welstandsniveaus; het plangebied is gelegen in het welstandsgebied "buitengebied" en de welstandsniveau-aanduiding “gewoon”.
Ligging • de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • de bebouwing met de voorgevel op de weg richten • doorzichten naar het landschap behouden • bijgebouwen, bedrijfsgebouwen en opslag spelen een onnadrukkelijke rol in het straatbeeld Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben in beginsel een eenduidige opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • woningen hebben in beginsel een onderbouw van één laag met kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en eenvoudig van vorm, met in beginsel een kap met de nok dwars op de weg. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn evenwichtig en afwisselend • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
23
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
• • •
30 03 2021
kozijnen, dakgoten en dergelijke uitvoeren met oog voor detail zijgevels van woningen hebben vensters wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume
Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en duurzaam • kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omgeving • gevels in beginsel uitvoeren in baksteen (eventueel gekeimd) • hellende daken dekken met matte keramische pannen of natuurlijk riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • aan- en bijgebouwen in materiaal en kleur afstemmen op de hoofdmassa en aan de voorkant traditioneel uitvoeren • erfafscheidingen zijn open van karakter en terughoudend van kleur” Met name de eerste groep criteria heeft een link met het bestemmingsplan. Zoals in hoofdstuk 3 aangegeven, is de geplande woning in het bestaande stedenbouwkundig patroon geprojecteerd met de voorgevel naar de straat. De voorgevel ligt verder van de straat af in vergelijking met de bestaande woning, maar dit past in de stedenbouwkundige ritmiek in het buitengebied. De ritmiek van de bebouwing sluit aan op die van de omringende bebouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de geprojecteerde stedenbouwkundige structuur aansluit op de uitgangspunten van de welstandsnota. 4.4.4
Overige beleidsstukken
Overige relevante beleidsstukken zijn: de ‘Nota Parkeernomen Roosendaal’, die is behandeld in paragraaf 3.3 en het vigerende bestemmingsplan, dat is behandeld in paragraaf 1.3. Verder zullen hierna de volgende beleidsstukken aan de orde komen: het waterbeleid (paragraaf 5.3), het erfgoedbeleid (paragraaf 5.4), het archeologiebeleid (paragraaf 5.5) en het geurbeleid (paragraaf 5.11).
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
24
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
.
5
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
5.1 Inleiding Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: ‘bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen’. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Tevens moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van de voorgenomen realisatie van het beoogde planvoornemen heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Met het planvoornemen wordt aangesloten op de al gerealiseerde ruimtelijke en functionele structuur, zoals de ontsluitingsstructuur, groenstructuur en de waterhuishouding. In hoofdstuk 3 zijn deze in hun samenhang toegelicht. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. Eventuele onderzoeksrapporten zijn als (separate) bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem • waterhuishouding • cultuurhistorie • archeologie • natuur • bedrijven & milieuzonering • geluid • externe veiligheid • luchtkwaliteit • geurhinder • kabels en leidingen Vervolgens wordt ingegaan op de toetsing aan het Besluit me.r.
5.2 Bodem Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
25
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Onderzoek Ten behoeve van de voorbereiding van dit bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd door Terra Milieu1. In de betreffende rapportage wordt het volgende geconstateerd: “Ter plaatse van de Langendijksestraat te Roosendaal (naast nr. 36) is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Voor de uitvoer van het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie bepaald. De locatie heeft een oppervlakte van maximaal 1.500 m2 en is in gebruik als akkerland. Naar aanleiding van de geplande nieuwbouw is de locatie onderzocht. Het doel van het onderzoek is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de bodem geen verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde worden aangetroffen. In het grondwater worden verhogingen van zware metalen ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. De locatie kan niet meer als onverdachte locatie worden beschouwd, op basis van de verhogingen van metalen in het grondwater.
Echter, gelet op het regionale karakter van de metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er bestaan volgens Terra Milieu met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, met inachtneming van bovenstaande, dan ook géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie, alsmede de bestemmingsplanwijziging.” Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
5.3 Water Toetsingskader Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf is overleg gevoerd met de waterbeheerder. Waterschapsbeleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in 1
Terra Milieu (2020), zie bijlage 1.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
26
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.
De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Gemeentelijk beleid - Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Roosendaal 2014-2019. Vanuit de Wet Milieubeheer en de Waterwet heeft de gemeente de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) formuleert de gemeente hoe zij deze zorgplicht invult en bekostigt.
Figuur 16 - Leggerkaart Waterschap Brabantse Delta; uit de kaart blijkt, dat er in het plangebied of aangrenzend daaraan geen waterlopen van belang voorkomen.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
27
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Onderzoek Gebiedsbeschrijving De locatie is gelegen aan de westzijde van de kern Roosendaal. De locatie is grotendeels als woonperceel in gebruik. Het perceel waarop de ruimte voor ruimtewoning is geprojecteerd, is momenteel in agrarisch gebruik. De locatie is gelegen op de zandgronden aan de rand van het Brabantse zand (fluvioperiglaciaal zand, Formatie van Kedichem). Daarop zijn dekzanden afgezet (formatie van Twente, dunner dan 2 m) (gegevens ontleend aan de Geologische kaart van Nederland, Haarlem, 1980). De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Hoewel voor zover bekend in de directe omgeving geen particuliere grondwateronttrekking plaatsvindt, is gezien de landelijke omgeving een particuliere onttrekking van grondwater niet uit te sluiten. Gegevens hieromtrent zijn echter niet beschikbaar Blijkens de leggerkaart van het waterschap zijn er in of nabij het plangebied geen relevante waterlopen aanwezig. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart (Stiboka: Bodemkaart van Nederland, blad 49 Oost, 1982) bestaat de bodem ter plaatse uit laarpodzolgronden in lemig fijn zand. Deze gronden hebben een dunne humeuze bovenlaag. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is Grondwatertrap VI aanwezig. Daar ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand 40-80 cm onder maaiveld, de gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 120 cm onder maaiveld.
Er zijn in de bestaande situatie geen gevallen van wateroverlast bekend. Geplande veranderingen Het beoogde plan voorziet in de afbraak van de bestaande loods en de bouw van een nieuwe ruimte voor ruimtewoning. De oprichting van de nieuwe ruimte voor ruimtewoning gaat gepaard met de oprichting van een nieuwe woning, de oprichting van een nieuw bijgebouw en de daarbij behorende erfverharding. Relevant hierbij zijn de mutaties in de oppervlakten verharding in het plangebied. Tabel 1 – verharding plangebied Oppervlakte (m2)
Oppervlakte (m2)
bestaand -
nieuw +
loods
232 56 1500
250 200 0
Overige terreinverharding (toeritten, paden, parkeervoorzieningen)
100
100
Bijgebouw
0 0
250 200
Overige terreinverharding (toeritten, paden, parkeervoorzieningen)
0
100
Woning Bestaand hoofdgebouw (woning) Bijgebouw (bestaand/maximaal)
Nieuw hoofdgebouw (ruimte voor ruimtewoning)
Totaal Toename/afname
1888
1100 2
-/- 788 m
Uit de tabel blijkt, dat de totale verharde oppervlakte in het plangebied in de toekomst zal afnemen tot 1100 m2, een afname van 788 m3.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
28
NL.IMRO.1674.2116LANGENDIJK36-0401 01157-bptoe-Langendijksestraat-36-v5-1
30 03 2021
Gezien deze omvang (minder dan + 2000 m2) zijn geen extra (buffer-) voorzieningen vereist. Het relatief schone hemelwater wordt apart verzameld en op het perceel zelf verwerkt. Huishoudelijk afvalwater (vuil water) Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd middels de bestaande aansluiting op de aanwezige riolering in de Langendijksestraat, overeenkomstig de voorwaarden van en in overleg met de rioolbeheerder. Watertoets Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan (dus ook in een bestemmingsplan) gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. In het voorafgaande is al aangegeven dat de beoogde planherziening een verandering op watergebied inhoudt en op welke wijze dit gepland is. Het overleg met de waterbeheerder(s) is onderdeel van deze watertoets. De watertoets wordt uitgevoerd tijdens het overleg met het waterschap.