Bijlage Kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
WAT GAAN WE DOEN? • Triple Helix We ondersteunen onze ondernemers en bieden ruimte voor innovatieve startups. Samen met het onderwijs en (bestaande en nieuwe) ondernemers zetten we in op innovatie en (talent)ontwikkeling. Daarbij maken we de verbinding met de regionale triple helix (Economic Board West-Brabant) en de programma’s binnen Rewin. Lokaal versterken we de verbinding tussen de ondernemers, onderwijs en overheid (triple helix). Hiervoor trekken we een regisseur aan.
• Fontys Partnership Met Fontys hebben we een partnership afgesloten. Op deze manier hebben we een
ONZE PRIORITEITEN
directe relatie met deze onderwijsinstelling en kunnen we studenten onder de aandacht brengen bij onze lokale ondernemers voor stages en (afstudeer-)opdrachten. Daarnaast kunnen deze studenten kennis maken met onze gemeente.
KADERNOTA 2024
58
59
2
• Uitvoering beleid Roosendaals topsportklimaat In de Programmabegroting 2023 is opgenomen dat we met een nieuw topsportbeleid komen. Na vaststelling van het topsportbeleid hebben we ook werkbudget nodig om acties in gang te kunnen zetten.
• Inzet beleidsadviseur Arbeidsmarkt en Onderwijs Voor een goede verbinding tussen het (beroeps)onderwijs en de arbeidsmarkt willen we een beleidsadviseur aantrekken die een aanjaagfunctie zal vervullen. Dit ligt ook in lijn met de ambitie vanuit de prioriteit Gouden handen en knappe koppen.
WAT MAG DIT KOSTEN? Om onze ambities voor deze prioriteit te realiseren willen we de volgende middelen inzetten:
60
Talenten, gouden handen en knappe koppen
Structureel/ incidenteel
2024
2025
2026
2027
Regisseur Triple Helix (formatie)
Structureel
50.000
50.000
50.000
50.000
Fontys Partnership
Structureel
90.000
90.000
90.000
90.000
Uitvoering beleid Roosendaals topsportklimaat
Structureel
20.000
20.000
20.000
20.000
Inzet beleidsadviseur Arbeidsmarkt en Onderwijs (formatie)
Structureel
90.000
90.000
90.000
90.000
Studiebudget De Wig
Incidenteel
25.000
TOTAAL
Structureel Incidenteel
250.000 25.000
250.000 -
250.000 250.000 -
61
PRIORITEIT #15
2.15 I OP REIS NAAR DE STAD EN DORPEN VAN DE TOEKOMST
2 3
WAT WILLEN WE BEREIKEN? Roosendaal ontwikkelt zich verder tot een vitale, leefbare en evenwichtige gemeente met een leidende positie in de regio. We geven onze voorzieningen een impuls en maken ze aantrekkelijker voor inwoners en bezoekers. Daarnaast gaan we veel nieuwe woningen bouwen. Dat geeft ons meteen de gelegenheid om gericht te sturen op een grotere verscheidenheid qua inwoners van buurten en dorpen. Daarmee bevorderen we de leefbaarheid en sociale veerkracht. Dat draagt op zijn beurt bij aan gelijke kansen voor kinderen, bijvoorbeeld in integrale kindcentra. Daarnaast creëren we een stevige basis van brede ontmoetingsplekken in de wijken, waar mensen zinvol hun dag kunnen doorbrengen en tegelijkertijd vaardigheden en talenten kunnen ontwikkelen om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Zo draagt groei ook bij aan leefbaarheid en veiligheid, en aan perspectief voor iedereen. Groei helpt verder om sneller maatregelen te treffen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit een gezonde leefstijl en ontmoeting.
WAT GAAN WE DOEN? • Programmabreed De prioriteit “Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst” (Schaalsprong) is op een programmatische wijze opgepakt. Er is een start gemaakt met een concreet programmaplan. Het doel is om medio 2024 te komen met “Roosendaal 2040”. Wij zorgen ervoor dat inwoners, ondernemers en u als gemeenteraad actief zullen worden betrokken in dit proces. We doen dit met ambitie en lef en samen met een drietal partners van naam. We gaan met hen aan de slag op het gebied van dataonderzoek, scenariovorming, participatie en de ruimtelijke vertaling. Al deze activiteiten passen binnen de programmabegroting.
ONZE PRIORITEITEN
Om onze ambities waar te maken voor de stad en dorpen van de toekomst is het van
KADERNOTA 2024
lende beleidsterreinen met ministeries, steden en andere partners specifieke opgaven
groot belang om onze regionale en landelijke positie te versterken. Met de kadernota hebben wij een aantal onderwerpen verder geconcretiseerd die aanvullende middelen vragen. In totaal is hiervoor € 190.000 voor onder andere het aanstellen van een verkenner uitplaatsing emplacement en het actief bijdragen en meedoen aan het programma van Regio- en Citydeals van het Ministerie van BZK. Hiermee kunnen we vanuit verschiluitwerken. Op de Citydeal Dynamische Binnensteden zijn wij inmiddels aangehaakt.
62
63
Deze actieve samenwerking kan naast kennisdeling ook rijkssubsidies opleveren die
2
goed aansluiten op onze ontwikkelingen. Met de Citydeal zien wij goede aansluiting met onze omgevingsvisie ‘de Verbonden Stad’, het ontwikkelplan Rondje Roosendaal, het uitvoeringsprogramma R.O.O.S. en nog meer relaties vanuit de prioriteit Schaalsprong. Hiernaast is de Roosendaalse binnenstad, en met name de stationsomgeving in de Regionale Verstedelijkingsstrategie van de Stedelijke Regio West-Brabant West aangeduid als een kansrijke locatie voor ruimtelijke ontwikkeling. Door middel van regionale en landelijke samenwerking zorgen we voor de juiste omstandigheden om de nodige stappen te kunnen zetten met onze ambities.
• Woontransitie Vanuit onze woonzorgvisie willen we dat woningen aansluiten op de woonzorgbehoeften van onze inwoners. Een belangrijk punt uit deze visie is het ontwikkelen van woonzorgconcepten. Aan de hand van een beoordelingskader gaan we de woonzorgconcepten toetsen aan de behoeften en wensen van de samenleving. Dit doen we samen met ambassadeurs uit onze stad. Op deze manier gaan we samen met de woningbouwcorporaties inwoners naar de juiste woning toe leiden in het kader van zorgwoningen en het aanbod van koopgarantwoningen.
• Organisatie VNG Congres Onze gemeente heeft de ambitie om, samen met de gemeente Bergen op Zoom, het VNG-congres in 2025 te organiseren. Dit biedt een mooie kans om onze regio op de kaart te zetten. Ook onze lokale ondernemers (horeca, middenstand, toerisme) kunnen hiervan mee profiteren.
WAT MAG DIT KOSTEN? Om onze ambities voor deze prioriteit te realiseren willen we de volgende middelen inzetten:
Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst
Structureel/ incidenteel
2024
2025
Schaalsprong programmabreed
Structureel
25.000
190.000
190.000 190.000
Woontransitie
Structureel
50.000
50.000
50.000
Organisatie VNG Congres Incidenteel TOTAAL
64
Structureel Incidenteel
2026
2027
50.000
250.000 75.000 -
240.000 250.000
240.000 240.000 -
65
OVERIG
2.16 I OVERIGE VOORSTELLEN (NIET GEKOPPELD AAN ONZE PRIORITEITEN)
2 3
In dit onderdeel nemen we voorstellen op die niet direct gekoppeld zijn aan één van onze 15 prioriteiten, maar die wel belangrijk zijn voor de uitvoering van onze wettelijke taken. We hebben deze voorstellen in onderstaande tabel opgenomen.
ONZE PRIORITEITEN
2025
2026
2027
-
114.000
114.000
114.000
Structureel
-
79.000
166.000
166.000
Extra budget Herdenken en Vieren (80 jaar bevrijding)
Incidenteel
100.000
-
-
-
WIA-advies
Structureel
37.000
37.000
37.000
37.000
ICT Hardware
Structureel
175.000
175.000
175.000
175.000
Verhoging vergoeding burgerraadsleden
Structureel
8.000
8.000
8.000
8.000
Raads2daagse
Incidenteel
25.000
-
-
-
Extra benodigde formatie (10 fte)
Structureel
543.000 560.000
560.000
560.000
TOTAAL
Structureel Incidenteel
763.000 973.000 1.060.000 1.060.000 125.000 -
Overige voorstellen
Structureel/ incidenteel
Onderwijshuisvesting: duurzaamheidsmaatregelen bestaande gebouwen
Structureel
Onderwijshuisvesting: duurzaamheidsmaatregelen nieuwe scholen (volledig energieneutraal i.p.v. bijna energieneutraal)
2024
KADERNOTA 2024
66
67
TOELICHTING BOVENSTAANDE TABEL:
• Verhoging vergoeding raadsleden
2 3
De vergoeding aan burgerraadsleden voor het deelnemen aan commissievergaderingen
• Onderwijshuisvesting
is in de Verordening rechtspositie raads- en burgerraadsleden verhoogd van € 50 per
Voor schoolgebouwen die niet in aanmerking komen voor vervanging, vanwege de
naar € 112,31 per vergadering. Hiermee is de vergoeding gelijk aan wat landelijk gebrui-
goede staat en leeftijd van de locaties kunnen aanvullende duurzaamheidsmaatregelen
kelijk is. Iedere fractie mag 2 burgerraadsleden aanstellen. In theorie dus 20 in totaal.
(EML) genomen worden. Deze maatregelen zijn voor betreffende schoolgebouwen
Op dit moment zijn er 10 burgerraadsleden aangesteld. Op basis van de aanwezigheid
voorzien in 2025. Totaal gaat het om een investering van € 1,7 miljoen voor 7 school-
van burgerraadsleden in commissievergaderingen in deze raadsperiode worden de
gebouwen. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 15 jaar, leidt dit tot een structu-
extra kosten begroot op € 8.000 (structureel).
rele last vanaf 2025 van € 114.000.
• Raads2daagse Het huidige beleid van de gemeente is “Frisse scholen B en Bijna Energieneutraal
Tweejaarlijks (in het verkiezingsjaar 2022 en derde jaar van de bestuursperiode 2024)
(Beng)”. Gezien de aanscherpingen in wetgeving, de duurzaamheidsambities van de
wordt de Raads2Daagse georganiseerd. Deze tweedaagse geldt als teambuilding met
gemeente en het feit dat een schoolgebouw er circa 40 jaar staat, kan besloten
een inhoudelijk programma gericht op het functioneren van en het samenspel binnen
worden dit uitgangspunt te wijzigen naar volledig energieneutraal (Eng) te bouwen.
de gemeenteraad. De kosten hiervoor bedragen € 25.000 (incidenteel).
Naar de huidige inzichten betekent dat het realiseren van een schoolgebouw dat aan deze eisen voldoet circa 20% duurder is. Qua locaties die mogelijk in aanmerking
• Extra formatie
komen hanteren we als uitgangspunt dat dit enkel geldt voor scholen die in 2025 of
Naast de uitvoering van ons Collegeprogramma zijn er ook medewerkers nodig om
later worden opgeleverd. De andere scholen zijn (waarschijnlijk) al te ver in hun
onze reguliere taken uit te voeren. Veel medewerkers zijn momenteel bezig met het
planvorming. Financieel betekent dit structureel hogere kapitaallasten, oplopend van
uitwerken van onze prioriteiten. Hierdoor staan de reguliere taken onder druk. Om dit
€79.000 in 2025 naar €166.000 in 2027 (en vanaf 2028 € 210.000).
op te vangen is extra formatie nodig. Het betreft hier vooral ondersteunende functies.
• Extra budget Herdenken en Vieren (80 jaar bevrijding) We gaan zowel in de stad als dorpen op gepaste wijze 80 jaar bevrijding vieren met diverse activiteiten. Zo is het idee om het Bevrijdingsconcert twee keer uit te voeren, zodat nog meer inwoners van de gemeente de gelegenheid krijgen dit bij te wonen en wordt gedacht om de bevrijding van de stad en dorpen in combinatie met de Bevrijdingsroute ‘na te spelen’. We leggen een accent op educatie (in het bijzonder op de scholen). De bevrijding van de stad en dorpen in 1944 is een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Roosendaal (het Verhaal van Roosendaal) en vragen we hiervoor een incidenteel budget van €100.000.
• WIA-advies Een aantal jaren geleden heeft de gemeente besloten om over te gaan op eigen risicodragerschap voor medewerkers die ziek uit dienst gaan. Een gevolg van deze keuze is dat de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van deze ex-werknemers bij ons als voormalig werkgever ligt. Hiervoor gaan we gebruik maken van de diensten van een gespecialiseerde partij (WIA-advies), zodat we op die manier voldoen aan de eisen rondom de uitvoering van onze wettelijke verplichtingen. De kosten hiervoor bedragen €37.000 per jaar.
• ICT-hardware Het afgelopen jaar hebben we geconstateerd dat door de hoge inflatie ook de kosten voor hardware (laptops/beeldschermen en telefoons) zijn toegenomen. Daarnaast hebben we extra kosten door de toename van het aantal personeelsleden en de verstrekking van beeldschermen voor hybride werken. Het extra benodigde budget voor de ICT-werkplek (voor 2024 e.v.) begroten we op een bedrag van €175.000.
68
69
FINANCIËN
4 2 3
3.1 I BENODIGDE FINANCIËLE MIDDELEN VOOR ONZE PRIORITEITEN In hoofdstuk 2 hebben wij per prioriteit aangegeven welke acties en activiteiten wij willen uitvoeren om de ambities uit ons Collegeprogramma in te vullen. In onderstaande tabel hebben wij de structurele financiële consequenties van deze voorstellen geclusterd per prioriteit:
FINANCIËN
Voorgestelde inzet van financiële middelen per prioriteit (structureel)
2024
2025
2026
2027
1. Een betrouwbare en gastvrije gemeente
862.000
997.000
962.000
912.000
2. Leefbare en veilige buurten en dorpen
894.000
986.000
792.000
792.000
3. Een inclusieve samenleving
-
-
-
-
4. Bestaanszekerheid voor alle inwoners
-250.000
-250.000
-250.000
-250.000
5. Een goede toekomst voor onze kinderen
55.000
55.000
55.000
55.000
6. Zichtbaar beter onderhoud
656.500
1.153.000
1.187.000
1.220.000
7. Prettig en veilig de weg op
21.000
21.000
21.000
21.000
8. Ruim baan voor fietsers
100.000
100.000
100.000
100.000
9. Gezond leven zo gemakkelijk mogelijk maken
-
-
-
-
10. Versnellen van de energietransitie en klimaatadaptatie
340.000
340.000
340.000
340.000
11. Perspectief voor het landelijk gebied
160.000
160.000
165.000
170.000
12. Stimulans voor kunst en cultuur
10.000
10.000
10.000
10.000
KADERNOTA 2024
70
71
FINANCIËN FINANCIËN Voorgestelde inzet van financiële middelen per prioriteit (structureel)
2024
2025
2026
2027
13. Ruimte voor ontspanning en vermaak
180.000
180.000
155.000
45.000
14. Talenten, gouden handen en knappe koppen
250.000
250.000
250.000
250.000
15. Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst
75.000
240.000
240.000
240.000
16. Overige voorstellen, niet gekoppeld aan de prioriteiten
763.000
973.000
1.060.000
1.060.000
Totaal Inzet financiële middelen voor prioriteiten (structureel)
4.116.500
5.215.000
5.087.000
4.965.000
3.2 I BESCHIKBARE FINANCIËLE MIDDELEN In deze paragraaf geven we aan welke structurele financiële middelen we komende jaren tot onze beschikking hebben. Enerzijds wordt dit bepaald door de positieve begrotingssaldi uit de Programmabegroting 2023 en de middelen die we van het Rijk ontvangen via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Dit hebben we in onderstaande tabel aangegeven als beschikbare middelen (A). Anderzijds hebben we ook te maken met autonome ontwikkelingen (B in onderstaande tabel) en reeds genomen besluiten (C) die een deel van deze middelen weer innemen. Samenvattend ziet dat er als volgt uit:
Beschikbare financiële ruimte In deze tabel zijn alleen de structurele financiële consequenties opgenomen. Structurele lasten moeten we dekken uit structurele middelen. In de volgende paragraaf gaan we in op
3
2024
2025
2026
2027
Begrotingssaldi + algemene uitkering (A)
13.310.000 20.384.000
13.617.000 14.273.000
Autonome ontwikkelingen (B)
-5.612.000
-6.376.000
-7.239.000
-7.681.000
Reeds genomen besluiten (C)
-595.000
-595.000
-595.000
-595.000
Totaal Beschikbare financiële ruimte
7.103.000
13.413.000
5.783.000
5.997.000
de beschikbare structurele middelen. In paragraaf 3.4 komen de incidentele lasten aan bod.
In 2024 hebben we dus een bedrag van ruim € 7 miljoen beschikbaar voor nieuw beleid. Dit loopt af in de jaren die volgen. In 2027 is er bijna € 6 miljoen beschikbaar. Hieronder lichten we de begrotingssaldi + algemene uitkering (A), de autonome ontwikkelingen (B) en de reeds genomen besluiten (C) verder toe.
A. Begrotingssaldi + algemene uitkering In november 2022 heeft de gemeenteraad de Programmabegroting 2023 vastgesteld. De begroting liet meerjarig begrotingsoverschotten zien. Deze overschotten vormen het uitgangspunt bij het opstellen van de Kadernota 2024. Na de vaststelling van de begroting zijn de decembercirculaire 2022 en de meicirculaire 2023 verschenen. De effecten daarvan nemen we ook mee in de bepaling van onze financiële middelen. Vervolgens ontstaan de bedragen die we de komende jaren beschikbaar hebben:
72
73
3 A. Begrotingssaldi + algemene uitkering
2024
Saldi Programmabegroting 2023 (meerjarenraming 2024-2027)
8.947.000
Decembercirculaire 2022 Meicirculaire 2023 Totaal Begrotingssaldi + algemene uitkering
2025
2026
15.977.000 10.533.000
2027
B. Autonome ontwikkelingen
1 6.539.000
i. Reserveren budgetruimte t.b.v. IHP (uitvoering HPO vanaf 2024)
52.000
55.000
53.000
53.000
4.311.000
4.352.000
3.031.000
7.681.000
13.310.000
20.384.000 13.617.000 14.273.000
NB. De analyse en de effecten van de meicirculaire 2023 worden in een aparte raadsmededeling aan de raad kenbaar gemaakt.
B. Autonome ontwikkelingen Het totaal van de autonome ontwikkelingen bedraagt in 2024 € 5,6 miljoen. Dit betreft
2024
2025
2026
2027
PM
PM
PM
PM
j. Indexering WMO Hulpmiddelen
175.000
175.000
175.000
175.000
k. Indexering JeugdBescherming Brabant
65.000
65.000
65.000
65.000
l. Indexering JeugdzorgPlus
341.000
341.000
341.000
341.000
m. Verhoging Bijdrage GIA (incl. bijdrage aan Safegroup)
240.000
240.000
240.000
240.000
n. Indexering Hulp bij Huishouding (HBH+)
375.000
375.000
375.000
375.000
o. Nieuw contract Deeltaxi-vervoer
112.000
112.000
112.000
112.000
Totaal Autonome Ontwikkelingen (B)
5.612.000
6.376.000
7.239.000
7.681.000
ontwikkelingen waar we als gemeente geen of nauwelijks invloed op hebben of het betreft aanpassingen van ingezet beleid, waarvan de financiële consequenties structureel doorwerken. In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen weergegeven. Onder de tabel worden de afzonderlijke posten toegelicht.
B. Autonome ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
a. Correctie: exploitatielasten panden Vlietpark uit algemene reserve
126.000
126.000
126.000
126.000
b. Structurele effecten Voorjaarsbrief
Toelichting op de autonome ontwikkelingen: a. Correctie exploitatielasten panden Vlietpark: In het verleden zijn de exploitatielasten van gemeentelijke panden in het Vlietpark abusievelijk ten laste gebracht van de Algemene Reserve. Omdat dit structurele lasten betreft, mogen deze niet gedekt
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
worden uit een reserve. Daarom corrigeren we dit nu en komen de lasten ten laste van
2.200.000
b. Structurele effecten Voorjaarsbrief: Ten tijde van het opstellen van deze Kadernota
de exploitatie.
c. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen
1.300.000
d. Loonkosten Personeel (nieuwe CAO)
2.392.000
1.600.000
1.900.000
2024 was de Voorjaarsbrief 2023 nog niet gereed. Het bedrag dat we hier hebben opgenomen is daarom nog een schatting. Wel weten we dat we de komende jaren 2.518.000
2.667.000
2.742.000
In 2024 hebben we dus een bedrag van ruim € 4 miljoen beschikbaar voor nieuw beleid. In 226.000 e. Loonkosten Personeel 218.000 222.000 231.000 2027 zijn er geen middelen (n.a.v. eerdere nog niet beschikbaar voor nieuw beleid. (nog afhankelijk van meicirculaire; is nog niet verwerkt verwerkte besluiten)in deze cijfers!).
fors meer moeten betalen voor energie van onze gemeentelijke gebouwen. Mochten de structurele effecten die voortkomen uit de Voorjaarsbrief 2023 afwijken van het bedrag dat we hier hebben opgenomen, dan corrigeren we dat in de Programmabegroting 2024. c. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen: Op 15 april jl. hebben de gemeen- schappelijke regelingen hun begrotingen voor 2024 naar de deelnemende gemeenten
106.000 f. Structurele 106.000 Hieronder lichteneffecten we eerst de beschikbare109.000 middelen (A),120.000 de autonome ontwikkelingen (B) opheffen Bestemmingsres. en de reeds genomen besluiten (C) verder toe. Onderwijshuisvesting
Beschikbare middelen g. Structurele effecten(A)
stijgingen als gevolg van inflatie en een nieuwe CAO. De begrotingen worden in juni in de gemeenteraad behandeld.
92.000 23.000 41.000 154.000 In november heeft de gemeenteraad de Programmabegroting 2023 vastgesteld. indexeren2022 lopende kredieten
d. Loonkosten nieuwe CAO: Begin 2023 is er overeenstemming bereikt over een nieuwe
De begroting liet meerjarig begrotingsoverschotten zien. Deze overschotten vormen het t/m HPO 2023
1 januari 2023. Door de nieuwe CAO nemen de loonkosten voor de gemeente fors toe.
uitgangspunt bij het opstellen van de Kadernota 2024. h. Effecten fasering oplevering -/- 864.000 -/- 559.000 -/- 186.000 -/- 186.000 schoolgebouwen Na de vaststelling van de begroting zijn de decembercirculaire 2022 en de meicirculaire
74
gestuurd. Ook gemeenschappelijke regelingen hebben te maken met forse kosten-
CAO voor ambtenaren. De nieuwe CAO is met terugwerkende kracht ingegaan per e. Loonkosten personeel: Dit betreft medewerkers die zijn aangetrokken, maar waarvan de kosten nog niet goed waren verwerkt in onze begroting.
75
f. Structurele effecten opheffen bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting: Roosendaal
m. Verhoging bijdrage Geweld in Afhankelijkheidssituaties (GIA), inclusief bijdrage aan
hanteerde voor de dekking van lasten onderwijshuisvesting een bestemmingsreserve.
Safe Group: De stichting Vrouwenopvang Safegroup biedt opvang, begeleiding
Door de aangescherpte regels van onze provincie - als toezichthouder op verantwoord
(expertise) en behandeling voor cliënten die om veiligheidsredenen niet thuis kunnen
begrotingsbeleid - op incidentele baten en lasten, kunnen wij deze reserve niet meer in-
blijven wonen of bieden professionele begeleiding aan een gezin in de thuissituatie of
zetten. De geplande stortingen in en onttrekkingen aan de reserve komen daarom te ver-
vervangende thuissituatie die te maken hebben met huiselijk geweld. Het gaat hierbij
vallen. Per saldo leidt dit voor 2024 en verder tot een nadeel van circa € 100.000 per jaar.
om kortdurende, tijdelijke opvang met een maximum van zes maanden. De bijdrage
g. Structurele effecten indexeren lopende kredieten onderwijshuisvesting: De reeds
aan Safegroup wordt door indexeringen en met een nog niet volledig geüpdatet
beschikte kredieten op basis van eerdere aanvragen van schoolbesturen kennen
bewonersaantal vanaf 2024 structureel met €240.000 verhoogd.
dikwijls een prijspeil 2021 en moeten worden geïndexeerd, zodat besturen op basis van
n. Indexering Hulp bij Huishouden Plus: De vaste vergoeding voor Hulp bij Huishouden
het plan van eisen passende huisvesting kunnen realiseren. De indexering leidt tot een
Plus (HBH+) wordt jaarlijks geïndexeerd naar aanleiding van gewijzigde externe prijs-
onontkoombare bijstelling van de kredieten met € 5,9 miljoen. We schrijven school-
niveaus. De indexatie wordt jaarlijks beoordeeld met behulp van de VNG-rekentool
gebouwen in 40 jaar af. Afhankelijk van het jaar van gereedkomen van het school-
kostprijs Wmo voor de huishoudelijke hulp. Als gevolg hiervan moeten we het budget
gebouw nemen de jaarlijkse lasten trapsgewijs toe naar in totaal jaarlijks € 185.000
structureel verhogen.
hogere lasten op jaarbasis.
o. Nieuw contract deeltaxi-vervoer: Vanaf 2024 geldt voor het deeltaxi-vervoer een nieuw
h. Effecten fasering oplevering schoolgebouwen: In de begroting is op basis van eerdere
contract met een andere bekostigingssystematiek. Het nieuwe contract rekent met een
aanvragen van schoolbesturen rekening gehouden met het gereedkomen van diverse
vast bedrag en een bedrag per km. Hierdoor worden de kosten herverdeeld over alle
schoolgebouwen in 2024. Op basis van actuele ramingen van onder andere KPO
betrokken partijen. Stedelijke gemeenten hebben nadeel van de herverdelingseffecten.
schuiven de meeste van deze projecten op in de tijd. Het moment van afschrijven
Voor Roosendaal betekent dit een structureel nadelig effect van € 122.000 per jaar.
schuift daardoor ook op. Dit leidt tot voordelen in de jaren 2024 tot en met 2027, van € 860.000 in 2024 aflopend naar € 186.000 in 2027. i. Reserveren budgetruimte t.b.v. IHP: We ontvingen onlangs diverse aanvragen voor het Huisvestingprogramma Primair Onderwijs (HPO) 2024. De (potentiële) financiële
C. Reeds genomen besluiten Tot slot hebben we nog te maken met reeds genomen besluiten, waarvan de financiële
effecten hiervan maken we nog inzichtelijk. In het Integraal Huisprogramma (IHP)
consequenties nog niet meegenomen zijn in onze begroting. Deze besluiten met financiële
kan de gemeenteraad ook uitgangspunten over sportfaciliteiten en tijdelijke huisvesting
consequenties zijn hieronder in de tabel opgenomen.
vaststellen. Omdat de financiële effecten hiervan nu nog niet bekend zijn, zetten we deze post op PM. j. Indexering Wmo Hulpmiddelen: We stellen de ondersteuningsvraag van onze inwoner centraal en werken daarbij integraal. Dit doen we vanuit de methodieken positieve
C. Reeds genomen besluiten
2024
2025
2026
2027
p. Josephwijk
35.000
35.000
35.000
35.000
q. Vergoeding woon-werkverkeer
470.000
470.000
470.000
470.000
r. Deelname Brabantstad
90.000
90.000
90.000
90.000
Totaal Reeds genomen besluiten (C)
595.000
595.000
595.000
595.000
gezondheid en herstelgerichte ondersteuning (reablement). Vanuit deze gedachte ondersteunen we inwoners om weer (beter) deel te kunnen nemen aan de samenleving en minder afhankelijk te worden van zorg. We stellen hiervoor via zorgaanbieders hulpmiddelen beschikbaar. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is de gemeente verantwoordelijk voor het betalen van reële tarieven aan de zorgaanbieders. Als gevolg van indexatie voor de Wmo hulpmiddelen dient het budget met € 175.000 (structureel) verhoogd te worden. k. Indexering Jeugdbescherming Brabant (JBB): Het contract met JBB is geïndexeerd, wat zorgt voor een hogere structurele bijdrage. l. JeugdzorgPlus: Stichting Almata is een specialistische jeugdhulpaanbieder voor jongeren met complexe problematiek. De stichting is 1 van de 11 jeugdhulp-
Toelichting op reeds genomen besluiten: p. Josephwijk: Op 9 februari 2023 heeft de raad ingestemd met het voorstel voor het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte in de Josephwijk (zaaknummer 638639). De financiële consequenties daarvan verwerken we nu in de Kadernota.
specialisten in Nederland met het aanbod gesloten jeugdhulp, ook wel Jeugdzorg-
q. Vergoeding woon-werkverkeer: Op 11 mei 2023 heeft de raad ingestemd met het
Plus. Er is grote maatschappelijke druk om de Jeugdzorgplus te minimaliseren. In juli
voorstel om medewerkers van de gemeente Roosendaal een vergoeding te geven voor
2022 heeft de staatssecretaris van VWS een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met
het woon-werkverkeer (zaaknummer 658812). Voor de jaren vanaf 2024 verwerken we
de ambitie dat alle gesloten jeugdhulp uiterlijk op 1 januari 2025 kleinschalig werkt en dat instellingen toewerken naar nul gesloten plaatsingen in 2030. Dit transformatie-
de financiële consequenties nu in de Kadernota. r. Deelname Brabantstad: Wij hebben besloten om in te gaan op de uitnodiging om toe
proces met de gezamenlijke regio’s WBW, WBO en Zeeland wordt samen met Almata
te treden tot Brabantstad. Op deze manier kunnen we toetreden tot het grootstedelijke
doorlopen. De afrekening vindt plaats op basis van 50% verbruik en 50% inwonersaantal
netwerk in onze provincie. Hiervoor geldt een structurele bijdrage van € 65.000.
< 18 jaar. Hierdoor is het aandeel van Roosendaal in de kosten hoger dan was ingeschat.
Daarnaast is een werkbudget nodig van € 25.000.
Het financiële effect is dat structureel € 341.000 extra nodig is voor de uitvoering van
76
JeugdzorgPlus.
77
FINANCIËN FINANCIËN
3.3 I DEKKINGSVOORSTEL EN BEGROTINGSSALDO Nu we hebben bepaald welke structurele middelen we nodig hebben (zie paragraaf 3.1) en welke structurele middelen we beschikbaar hebben (paragraaf 3.2), kunnen we deze tegenover elkaar zetten. In onderstaande tabel hebben we dat inzichtelijk gemaakt.
2024 Totaal beschikbare financiële middelen
7.103.000
Totaal benodigde financiële middelen
4.117.000
Saldo
2025
2026
2027
13.413.000
5.783.000
5.997.000
Wanneer we de bovenstaande stelpost en stortingen verwerken ontstaat het structurele
3
begrotingssaldo:
2024
2025
2026
2027
Totaal beschikbare financiële middelen
7.103.000
13.413.000
5.783.000
5.997.000
Totaal benodigde financiële middelen
4.117.000
5.215.000
5.087.000
4.965.000
Saldo beschikbare t.o.v. benodigde middelen
+2.986.000 +8.198.000
+696.000 +1.032.000
Stelpost voor risico’s, onzekerheden -2.000.000 -2.000.000 -2.000.000 -2.000.000 en nog uit te werken plannen
+ 2.986.000
5.215.000
+ 8.198.000
5.087.000
+ 696.000
4.965.000
+1.032.000
Storting in algemene reserve
-2.000.000
Storting in Investeringsfonds
-2.000.000
Structureel begrotingssaldo
+ 986.000 +2.198.000 -1.304.000
-968.000
Voor alle jaren kunnen we onze voorstellen m.b.t. onze prioriteiten dekken door de beschikbare financiële middelen.
Hieruit blijkt dat we voor de jaren 2024 en 2025 voldoende middelen hebben. In 2026 en 2027 komen we uit op een tekort. Dit tekort willen we zichtbaar maken.
Behoedzaamheid De komende jaren hebben we als gemeente te maken met behoorlijke onzekerheden.
Vanuit het Rijk is aangegeven dat er vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek zal
Enerzijds hebben we te maken met macro-economische ontwikkelingen die zich momen-
gelden voor gemeenten. In de Voorjaarsnota 2023 heeft het Rijk aangegeven dat de toe- of
teel moeilijk laten voorspellen (denk aan rente en inflatie). Anderzijds zijn er nog grote
afname van het Gemeentefonds niet meer gekoppeld zal zijn aan de rijksuitgaven (trap op/
vraagtekens over de financiering van gemeenten vanuit het Rijk. Dit zorgt ervoor dat het
trap af-systematiek), maar aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Hoe
voor ons erg onzeker is welke financiële middelen we voor de langere termijn tot onze
dit financieel uit zal pakken voor gemeenten is nog niet doorgerekend. Ook wordt er de
beschikking hebben. Wij willen daarom wendbaar zijn om snel in te kunnen spelen op
komende jaren behoorlijk wat geld uit het Gemeentefonds gehaald door het Rijk. Een voor-
eventuele tegenvallende vooruitzichten. Vanwege deze onzekerheden stellen wij voor om
beeld daarvan is de opschalingskorting die in 2026 weer volledig is ingerekend. Maar ook
een structurele buffer op te nemen van € 2 miljoen. Dit doen wij via het opnemen van een
het niet structureel doortrekken van volume-accressen is een onderdeel van de kortingen
stelpost. Deze stelpost dient als buffer om onzekerheden en risico’s op te kunnen vangen.
op het Gemeentefonds. De VNG is nog met het Rijk in gesprek over al deze ontwikkelingen.
Daarnaast zijn nog niet alle prioriteiten volledig uitgewerkt en doorgerekend. Omdat we alle
Op dit moment is er nog sprake van grote onzekerheden. Als gemeente staan we echter
prioriteiten belangrijk vinden, willen we ook voor deze prioriteiten nog voldoende middelen
wel aan de lat voor de uitvoering van grote, belangrijke opgaven, die ook meerjarig grote
over houden. Ook daarvoor dient deze buffer.
investeringen vragen. Daarvoor is zekerheid over de financiën een belangrijke randvoorwaarde. Die zekerheid hebben we nu niet.
Daarnaast stellen wij voor om in 2025 een storting te doen in de algemene reserve van € 2 miljoen. Hiermee vergroten we onze ‘spaarpot’ en verbeteren we in 2025 ons vermogen om risico’s op te vangen. Tevens stellen wij voor om in 2025 een storting van € 2 miljoen te doen in het Investeringsfonds. Dat zorgt ervoor dat we ook de komende jaren nog voldoende incidentele middelen hebben om uitvoering te geven aan ons Collegeprogramma.
78
79
FINANCIËN FINANCIËN
3
3.4 I INVESTERINGSFONDS In de Programmabegroting 2023 hebben we een Investeringsfonds gevormd van € 30 miljoen. Het Investeringsfonds geldt als dekking voor incidentele voorstellen die betrekking hebben op de uitvoering van onze prioriteiten. We hebben in de begroting 2023 voorstellen gedaan voor de aanwending van deze incidentele middelen uit het Investeringsfonds. In totaal is bij de begroting een bedrag van € 26,0 miljoen al in voorstellen opgenomen. Bij de Jaarrekening 2022 stellen we voor om de helft van het jaarrekeningsaldo, zijnde € 3 miljoen, in het Investeringsfonds te storten. In totaal is daarom nu nog een vrije ruimte aanwezig in het Investeringsfonds van € 7 miljoen. In hoofdstuk 2 is per prioriteit aangegeven welke incidentele middelen nodig zijn. In onderstaande tabel hebben we dit per prioriteit geclusterd.
Voorgestelde inzet van financiële middelen per prioriteit (incidenteel)
2024
1. Een betrouwbare en gastvrije gemeente
395.000
2. Leefbare en veilige buurten en dorpen
90.000
Voorgestelde inzet van financiële middelen per prioriteit (incidenteel)
2024
2025
13. Ruimte voor ontspanning en vermaak
1.255.000
30.000
-
-
14. Talenten, gouden handen en knappe koppen
25.000
-
-
-
-
250.000
-
-
16. Overige voorstellen, niet gekoppeld aan de prioriteiten
125.000
-
-
-
Totaal Inzet financiële middelen voor prioriteiten (incidenteel)
2.756.500
1.430.000
600.000
750.000
15. Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst
2026
Totaal incidentele verzoeken 2024-2027 2025
2026
2027
5.536.500
2027 We hebben nog een vrije ruimte in het fonds van € 7 miljoen. Voor onze prioriteiten hebben we een incidenteel bedrag nodig van € 5,5 miljoen. Er zitten dus nog voldoende
-
-
-
middelen in het fonds om onze incidentele voorstellen te dekken. Na dekking resteert nog een incidentele ruimte in het fonds van circa € 1,4 miljoen.
50.000
50.000
-
In deze Kadernota stellen we voor om in 2025 een bedrag van € 2 miljoen in het fonds te storten, waardoor de ruimte in het fonds in 2025 weer toeneemt.
3. Een inclusieve samenleving
550.000
550.000
550.000
-
4. Bestaanszekerheid voor alle inwoners
250.000
250.000
-
-
5. Een goede toekomst voor onze kinderen
-
-
-
750.000
6. Zichtbaar beter onderhoud
-
-
-
-
Saldo jaarrekening 2022
2.996.500
7. Prettig en veilig de weg op
35.000
-
-
-
Nog beschikbaar in Investeringsfonds
7.001.000
-
-
-
-
Financiële voorstellen bij Kadernota 2024
-/- 5.536.500
9. Gezond leven zo gemakkelijk mogelijk maken
491.500
-
-
-
Subtotaal vrije ruimte in Investeringsfonds
1.464.500
Voorgestelde storting in 2025
2.000.000
10. Versnellen van de energietransitie en klimaatadaptatie
-880.000
-
-
Vrije ruimte in Investeringsfonds
3.464.500
11. Perspectief voor het landelijk gebied
420.000
Overzicht Investeringsfonds Saldo Investeringsfonds 1-1-2023
8. Ruim baan voor fietsers
Reeds bestemd bij Programmabegroting 2023
300.000
30.000.000 -/- 25.995.500
Er is dus nog een bedrag van € 3,4 miljoen beschikbaar in het Investeringsfonds. Een deel daarvan, € 2 miljoen, kunnen we pas vanaf 2025 inzetten. Dat is immers het moment dat
80
12. Stimulans voor kunst en cultuur
-
-
-
-
we het ook daadwerkelijk in de reserve storten.
81
FINANCIËN FINANCIËN
3.5 I ALGEMENE RESERVE Per 31 december 2022 bedraagt het saldo van de algemene reserve € 22,7 miljoen. In de komende jaren zijn nog stortingen en onttrekkingen geraamd. Per saldo wordt de komende jaren een bedrag van circa € 5,7 miljoen onttrokken aan deze reserve. Bij de jaarrekening 2022 stellen we voor om de helft van het jaarrekeningoverschot, zijnde € 3 miljoen, in de algemene reserve te storten. De algemene reserve kent een ondergrens van € 8 miljoen. Deze ondergrens is door de raad in het verleden vastgesteld. Wij stellen in deze Kadernota voor om de ondergrens te verhogen naar € 10 miljoen. Dit is nodig vanwege de groeiambities die we hebben; daar hoort ook een grotere risicobuffer bij. Tevens stellen we voor om in 2025 een storting te doen in de algemene reserve van € 2 miljoen. Na het ophogen van de ondergrens met € 2 miljoen en het storten van € 2 miljoen zit er in de algemene reserve nog een incidentele ruimte van bijna € 12 miljoen. Een deel daarvan, € 2 miljoen, kunnen we pas inzetten vanaf 2025; dat is het moment dat we het bedrag ook daadwerkelijk storten in de algemene reserve.
Overzicht Algemene Reserve Saldo Algemene Reserve per 31-12-2022 Saldo geraamde stortingen en onttrekkingen Saldo jaarrekening 2022
82
22.690.000 -/- 5.710.000 2.996.500
Ondergrens algemene reserve
-/- 8.000.000
Ophogen ondergrens algemene reserve
-/- 2.000.000
Voorgestelde storting in 2025
2.000.000
Vrije ruimte in Algemene Reserve
11.976.500
83