CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 7 bij toelichting nota van zienswijzen inclusief verslag.pdf

Gemeenteraad 21 juli 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Voorstel 44 - Vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied Wouw19.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit geldt ook voor de in het MER aangegeven aandachtspunten voor TOV en werken in het vergunningenstelsel en ook specifiek rond hydrologisch gevoelige natuurgebieden. Er is in het bestemmingsplan niet voor een algeheel verbod of bufferzone rond hydrologische gevoelige gebieden gekozen, maar voor de bovengenoemde voorwaarden. Met deze beschermende maatregelen en voorwaarden aan ontwikkelingen wordt een negatief effect op waterwaarden voorkomen. De beoordeling van de effecten op water wordt daarmee neutraal (0) in plaats van neutraal/ enigszins negatief (0/-) tot negatief (-) zonder maatregelen.39

38 39

regels regels

Natuur: Natura 2000-gebieden Tekst MER • Het effect van toename van stikstof vanuit uitbreidingen van veehouderijen (inclusief paardenhouderijen) en glastuinbouw op Natura 2000-gebieden kan en moet worden voorkomen door het opnemen van een voorwaarde in de bestemmingsplanregeling dat uitbreiding alleen is toegestaan als het niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden, tenzij dit is vergund in een Natuurbeschermingswet /Wet Natuurbescherming vergunning (dan wel aangehaakte vergunning). • Het hydrologisch effect van uitbreiding van TOV, werken in het vergunningenstelsel wordt al geborgd door een beschermingszone rondom Natura2000-gebied. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld wordt in het bestemmingsplan het stikstofeffect voorkomen door een voorwaarde aan ontwikkelingen. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot een nadelige effecten op Natura2000-gebieden. Dat betekent o.a. geen toename van stikstof, maar ook geen hydrologisch en/of verstorend effect. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een negatief effect op Natura2000-gebieden voorkomen.

De beoordeling van de effecten op water wordt daarmee neutraal (0) in plaats van negatief (-) zonder maatregelen.40 Natuur: Wav-gebieden Tekst MER • Het effect van toename van stikstofdepositie vanuit uitbreidingen van veehouderijen en glastuinbouw op Wav-gebieden wordt voorkomen door de stikstofvoorwaarde aan ontwikkelingen (zie Natura2000). Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals al in het MER gesteld borgt de voorwaarde voor Natura2000-gebieden ook dat er geen toename optreedt van stikstof op Wav-gebieden. Natuur: Overige beschermde natuurgebieden Tekst MER • Zie water Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt NNB-gebieden hebben in het bestemmingsplan de bestemming Natuur gekregen en zijn beschermd door regels in de provinciale Interimverordening. De Groenblauwe Mantel valt binnen de bestemming Agrarisch met Waarde 2 en daarmee ook binnen de regels van de provinciale Interimverordening. In het bestemmingsplan is bij ontwikkelings-mogelijkheden o.a. de volgende voorwaarde opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige natuurwaarden. Met deze beschermende maatregelen en voorwaarden aan ontwikkelingen wordt een negatief effect op NNB voorkomen.

De beoordeling van de effecten op NNB wordt daarmee neutraal (0) in plaats van neutraal/ enigszins negatief (0/-) zonder maatregelen.41 Natuur: beschermde plant- en diersoorten Tekst MER • Effecten op beschermde plan- en diersoorten worden beschermd door de Wet natuurbescherming. Toetsing hieraan vindt plaats in het kader van vergunningverlening in individuele initiatieven.

40 41

regels regels

Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Beschermde plant en diersoorten hebben geen speciale beschermde status in het bestemmingsplan, maar vallen rechtstreeks onder beschermende regels van de Wet Natuurbescherming. Bij individuele ontwikkelingen moet hieraan worden getoetst. Ten overvloede is in het bestemmingsplan bij ontwikkelingen de volgende voorwaarde opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige natuurwaarden. Met deze beschermende maatregelen en voorwaarden aan ontwikkelingen wordt een negatief effect op soorten voorkomen. De beoordeling van de effecten op soorten wordt daarmee neutraal (0) in plaats van neutraal/ enigszins negatief (0/-) zonder maatregelen.42 Verkeer Tekst MER • De effecten op verkeer noodzaken niet perse tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. • Om ongewenste toename van verkeer te voorkomen, kan in de bestemmingsplanregeling een voorwaarde worden opgenomen dat een ontwikkeling niet tot onevenredige toename van verkeer mag leiden. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op verkeer geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingsmogelijkheden o.a.

de volgende voorwaarden opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige milieuhygiënische waarden • Zorgdragen voor een goed woon- en leefklimaat Hieronder valt ook verkeer. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een wezenlijk negatief effect op verkeer voorkomen. De beoordeling van de effecten op verkeer blijft daarmee neutraal tot enigszins negatief (0/-). Geluid Tekst MER • De effecten op geluid noodzaken niet per se tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. • Met een voorwaarde voor verkeer wordt ook het effect op geluid (verder) beperkt. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op geluid geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Geluideffect is geborgd door wettelijke normen in de Wet geluidhinder. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingsmogelijkheden o.a. de volgende voorwaarden opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige milieuhygiënische waarden • Zorgdragen voor een goed woon- en leefklimaat Hieronder valt ook geluid. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een wezenlijk negatief effect op geluid voorkomen. De beoordeling van de effecten op geluid blijft daarmee neutraal tot enigszins negatief (0/-). Luchtkwaliteit Tekst MER

42

regels

• •

De effecten op luchtkwaliteit noodzaken niet perse tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Met een voorwaarde voor verkeer wordt ook het effect op luchtkwaliteit verder beperkt;

Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op luchtkwaliteit geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Luchtkwaliteit is geborgd door wettelijke normen in de Wet milieubeheer. Bovendien verbetert autonoom de luchtkwaliteit door schoner wordende technieken. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingsmogelijkheden o.a. de volgende voorwaarden opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige milieuhygiënische waarden • Zorgdragen voor een goed woon- en leefklimaat Hieronder valt ook luchtkwaliteit. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een wezenlijk negatief effect op luchtkwaliteit voorkomen. De beoordeling van de effecten op luchtkwaliteit blijft daarmee neutraal tot enigszins negatief (0/-). Geur Tekst MER • De effecten op geur noodzaken niet perse tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan • Het effect op geur door veehouderijen wordt beperkt door de eisen uit het rijks- en provinciaal beleid en de aanstaande gemeentelijke geurverordening Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op geur geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan.

Geur is geborgd door wettelijke normen in de Wet geurhinder veehouderijen en provinciaal beleid. Bovendien overweegt de gemeente een eigen geurverordening op te stellen. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingsmogelijkheden o.a. de volgende voorwaarden opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige milieuhygiënische waarden • Zorgdragen voor een goed woon- en leefklimaat Hieronder valt ook geur. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een wezenlijk negatief effect op geur voorkomen. De beoordeling van de effecten op geur blijft daarmee neutraal tot enigszins negatief (0/-). Externe veiligheid Tekst MER • De effecten op externe veiligheid noodzaken niet tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op externe veiligheid geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Externe veiligheid is geborgd door wettelijke normen in diverse regelingen. In het bestemmingsplan zijn buisleidingen aangeduid en beschermd door regels. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingsmogelijkheden o.a.

de volgende voorwaarden opgenomen: • aantoonbaar geen onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige milieuhygiënische waarden • Zorgdragen voor een goed woon- en leefklimaat Hieronder valt ook externe veiligheid. Met deze voorwaarde aan ontwikkelingen wordt een wezenlijk negatief effect op externe veiligheid voorkomen. De beoordeling van de effecten op externe veiligheid blijft daarmee neutraal (0).

Gezondheid Tekst MER • De effecten op gezondheid noodzaken niet per se tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan • Met het opnemen van mitigerende maatregelen/ voorwaarden voor hinderaspecten als verkeer, geluid, geur, luchtkwaliteit en licht worden ook de effecten op gezondheid voorkomen dan wel beperkt; • Aanvullende mitigerende maatregelen/ voorwaarden voorgezondheid (bv zonering, afstandseisen) zijn planologisch vooralsnog nog niet vast te leggen. Dit omdat ze wetenschappelijk en juridisch (nog) onvoldoende te onderbouwen zijn; • Gemonitord moet worden of en hoe op basis van de resultaten van het VGO-onderzoek maatregelen, landelijk en provinciaal beleid, wet- en regelgeving geformuleerd wordt ter beperking van negatieve effecten van veehouderijen op de gezondheid; • Bij individuele aanvragen voor ontwikkeling wordt getoetst aan de Handreiking veehouderij en gezondheid van de GGD en het Handelingsperspectief endotoxinen van de provincie, omgevingsdiensten en GGD. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op gezondheid geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Gezondheid wordt in belangrijke mate bepaald door geluid, luchtkwaliteit, veiligheid en veehouderijen. De waarborgen voor deze aspecten borgen ook het gezondheidsbelang.

De beoordeling van de effecten op gezondheid blijft daarmee neutraal tot enigszins negatief (0/-). Radar, straalpaden, hoogspanningslijnen Tekst MER • De (ontbreken van) effecten op radar, straalpaden en hoogspanningslijnen noodzaken niet tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Hoe mee omgegaan in bestemmingsplan en effect dat daarmee bereikt wordt Zoals in het MER al gesteld geven de effecten op radar, straalpaden, hoogspanningslijnen geen aanleiding tot mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. De beoordeling van de effecten op deze aspecten blijft daarmee neutraal (0).

Conclusie voor doorwerking advies commissie MER op bestemmingsplan 1. Stikstofvoorwaarde voor kwekerijen vergelijkbaar met veehouderijen en werken binnen vergunningstelsel gebruik maken van bronnen met uitstoot van stikstof, zoals verwarming materieel. Is opgenomen in 3.7.1 t/m 3.7.5 , ,3.7.12, 3.7.13, 4.4.1, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, , 4.5.6, 4.7.1, 4.7.2, 4.7.3, 4.7.4, 4.7.5, 5.3.2, 5.3.6, 5.4.2, 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.6, 5.7.1, 5.7.2, 5,7.3, 5.7.4. In deze artikelen is ook geregeld dat geen significant negatief effect mag ontstaan zodat de effecten niet beperkt zijn tot stikstof. 2. Stikstofvoorwaarde recreatie 3.7.10, 4.5.4, 4.7.10, 5.5.4,5.7.9, 3. In het bestemmingsplan geen mogelijkheden opnemen voor extern salderen. In bovenvermelde artikelen is externe saldering uitgesloten. 4. Verbod TOV rond hydrologisch gevoelige natuurgebieden in 33.11.2, 33.12.2 is een bouwverbod opgenomen. In artikel 33.10. 3, 33.11.4 33.12.4 een gebruiksverbod

Bijlage 1. Verslag hoorzitting

Toelichting op zienswijze voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied Wouw 13 oktober 2021 Door

Goedenavond commissie, Naast onze uitgebreide schriftelijke zienswijze maken wij gebruik van deze mondelinge toelichting en aanvulling. Het buitengebied Wouw en in het bijzonder het buitengebied van Wouwse Plantage, neemt een unieke plek in, in gemeente Roosendaal. In het voorontwerp wordt dit gebied afgeschaald naar agrarische waarden 2, omdat "het gelijk moet zijn met het buitengebied van Nispen".. Echter er zijn planologisch grote verschillen. 1) Bestemmingsplanniveau Het huidige bestemmingsplan bestemt dit gebied als zeer waardevol; agrarische waarden 3 met struweelvogelgebied. Nispen heeft maximale waarden van 2 en dat ook altijd gehad 2) Provinciaal niveau Het gebied is bestemd als groen-blauwe mantel. Dat is het enige binnen heel de gemeente waar het voor geldt. En dat is omdat hier de meeste verschillende soorten flora en fauna voorkomen. Meer dan 700 soorten! Waarvan 40 RODE LIJST soorten . { Bron: kaarten: atlas Leefomgeving) Dat is het "groene"deel van de groen-blauwe mantel. Het "blauwe"deel zijn de beken als "de Zoom," de Rissebeek, Bieskensloop etc" . Van levensbelang voor de aanwezige flora en fauna. En superbelangrijk voor de stad Roosendaal.

Want hier zijn retentiegebieden gemaakt, om bij grote regenval, ( waar door klimaatverandering steeds vaker sprake van is) het water wordt opgevangen, zodat de stad minder zware wateroverlast krijgt! Het ontwerp bestemmingsplan voldoet op veel punten niet aan de groen-blauwe mantel. De vraag is dan ook wat onze gemeente gaat doen om te voldoen aan hetgeen in de groenblauwe mantel wordt voorgeschreven. 3) Het hoogste planologisch niveau is het Landelijke overheidsniveau; Het gebied is deels Natura 2000-gebied Brabantse Wal en/of ligt in de invloedsfeer ervan. Dat betekent, dat ontwikkelingen in het gebied, toegestaan mogen worden indien deze een positieve bijdrage leveren om het gebied te behouden te verstevigen en te vergroten.

Dat er op hoger niveau beslist wordt om natuur te versterken laat de op 1 oktober gepubliceerde wijziging Natuurplan 2022 van Provincie Noord-Brabant zien; alle productiebossen van het landgoed Wouwse Plantage om te vormen naar natuurbos. ( zie bijlage); " De omvorming verhoogt de natuurwaarde en de diversiteit van de verschillende bospercelen ... "daarnaast is de

Toelichting en aanvulling zienswijze ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Wouw

Beste leden van de Hoorcommissie, Graag wil ik u mijn zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020 toelichten en aanvullen. In mijn zienswijze ben ik uitgegaan van de hoofddoelstellingen zoals deze zijn aangegeven zowel in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020 als in de toelichting ervan, namelijk: 1. het veiligstellen en vastleggen van de bestaande waarden en belangen en 2. het mogelijk maken van de gewenste ontwikkelingen In de zienswijze die ik heb ingediend, heb ik onder meer aangegeven dat ik heb geconstateerd dat betreffende mijn perceel '', binnen de Enkelbestemming Agrarisch de Functieaanduiding intensieve veehouderij lijkt te worden ingetrokken, en dit zeer tegen mijn zin. Ik heb met klem verzocht deze functieaanduiding te handhaven in het bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020. Ik ben niet gehoord, gevraagd of geïnformeerd inzake dit wijzigingsvoornemen of het voornemen tot wijziging van het bestemmingsplan van specifiek mijn perceel aan de Het is bijzonder, maar tevens nalatig en enigszins stiekem om, zonder informatie in te winnen bij de specifieke betrokkenen en zonder de specifieke betrokkenen hierover te informeren een dergelijk wijziging voor te nemen en trachten door te voeren.

Het voornemen om de functieaanduiding Intensieve veehouderij in te trekken voor mijn perceel aan de Bameerweg 10, heeft als gevolg dat mijn perceel, en daardoor ik, in een veel nadeligere positie kom te verkeren. Dit dwarsboomt mijn toekomstplannen voor mijn perceel, zoals aangegeven in mijn schriftelijke zienswijze. &1��'ff' Ik wil dan ook met klem verzoeken de FunctieAandAaving Intensieve veehouderij voor ' te handhaven in het bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020. Of om tê zetten, zoals dat bij andere percelen die in het bestemmingsplan van 2012 intensieve veehouderij hadden, naar de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch niet grondgebonden veehouderij'.

Verder heb ik zowel in mijn zienswijze voor , als in mijn zienwijze voor de percelen WOU00P1319 en WOUOOP81 gelegen aan de waarvan ik ook mede-eigenaar ben, de regelgeving betreffende de verschillende gebiedsaanduidingen milieuzone aangekaart. Dit betreft voor zowel de als voor de genoemde percelen de gebiedsaanduiding milieuzone - boringsvrije zone en in het geval van de Bameerweg ook de gebiedsaanduiding milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied. Dit zijn gebiedsaanduidingen die zijn ingesteld door de provincie en door de gemeente dienen te worden overgenomen. De regelgeving voor de verschillende gebiedsaanduidingen milieuzone is omschreven door de provincie. Het overnemen van de provincieregelgeving is een vereenvoudiging en eenvoudig en bijvoorbeeld ook in het huidige bestemmingsplan van 2012 gedaan. Het heeft geen toegevoegde waarde deze regelgeving als gemeente te herschrijven en op punten aan te scherpen. Graag wil ik u hartelijk dank voor uw aandacht en uw tijd, ik vertrouw erop dat u mijn punten meeneemt in uw besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1301/documents/34692