CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark I.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6d: Raadsvoorstel 29 Afgifte ontwerpverklaringen van geen bedenkingen 2-tal zonneparken nabij Donkenweg Wouw25.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

KRONOS SOLAR samen met de omgeving vormgegeven dient te worden. Middels “co-creatie” kunnen belanghebbenden in een vroeg stadium bij de planontwikkeling betrokken worden. Het wordt van belang geacht dat de inwoners van kleine dorpskernen in rondom nieuwe plangebieden maximaal de ruimte krijgen mee te denken en betrokken te worden bij de vormgeving van de zonneparken. Toetsing van de ontwikkeing Op het moment dat de motie co-creatie door de gemeenteraad werd aangenomen, was het voorliggend initiatief voor een zonnepark al langere tijd in ontwikkeling. De vergunningaanvraag voor dit project is dan ook in april 2018 ingediend. Dientengevolge hebben de diverse gesprekken en een publieke informatieavond over het zonnepark, waarin het meedenken en suggesties doen vanuit de buurt centraal stonden, al eerder plaatsgevonden. Op basis daarvan is het plan vormgegeven en tevens uitvoerig met lokale overheden zoals het waterschap en de afdeling landschap van de gemeente Roosendaal afgestemd. Omdat de Co-Creatie een harde eis is voor het succesvol doorlopen van een vergunningstraject is desondanks besloten om samen met een onafhankelijke procesbegeleider een nieuw Co-Creatie traject te doorlopen. Dit proces heeft plaatsgevonden in de maanden juli-december 2019. Uitgangspunten voor het co-creatie traject waren (het vastliggen van) de locatie en de opwek van het beoogde plan.

Voor dit traject zijn de oorspronkelijk betrokken omwonenden en belanghebbenden uitgenodigd en is breder ingezet op het uitnodigen van andere belanghebbenden. Publicatie van de informatieavonden heeft daarom plaatsgevonden via kanalen van de gemeente Roosendaal (o.a. Facebook) maar ook via de lokale kranten de Roosendaalse Bode en BN de Stem. Ook zijn alle omwonenden persoonlijk per brief op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor de informatieavonden. De publieke informatieavonden zijn goed bezocht. De resultaten van de avonden zijn meegenomen in het voorliggende plan. Een uitgebreide verslaglegging van het traject is terug te vinden in de bijlage van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In wat volgt zullen kort de behaalde resultaten beschreven worden: De aftrap voor de co-creatie bijeenkomst is ingeluid met een beschrijving van het gebied, de randvoorwaarden die van belang zijn en een toelichting op het vervolg van de avond. Hierna zijn de aanwezige opgesplitst in twee groepen/tafels, waar gekeken is naar de (natuurlijke)waarde in het gebied, de historie, het huidig gebruik, etc. Na de inventarisatie tijdens de eerste co-creatie bijeenkomst (2 juni) is gekeken naar de mogelijkheden om de aangedragen punten zo goed mogelijk te verwerken het voorliggende plan. Deze uitwerking is op 19 augustus tijdens de vervolg sessie toegelicht.

In de navolgende sessies zijn deze punten intensief besproken, geconcretiseerd en verder vormgegeven. Concreet zijn alle punten die aangepast en opgenomen zijn in het definitieve plan de volgende: -

-

Het bestaande reliëf wordt verder benadrukt door de (beplantingslijn) die over de grens tussen de rug en het beekdal loopt verder aan te zetten. De interne structuren via dezelfde lijn laten lopen i.p.v. buitenranden. Cultuurhistorisch was de bebouwing altijd gekoppeld aan de weg op de overgang beekdal/hogere akkergrond. Dubbele hagen aan de westkant met daartussen fruitbomen Klompenpad rondom het zonnepark. 31

KRONOS SOLAR -

Geen egalisatie van het gebied, en geen afgravingen ter bescherming van de aardkundige waarde. Inkijkje vanaf de westkant op de scheiding tussen het hogere deel en het lagere deel van het landschap. Behouden van de Donkenweg als een zandpad/weg. Natuurlijk houten hekwerk. Hoogte van de opstelling van 2.5m naar 2m

De verslagen van de verschillende co-creatie bijeenkomsten, evenals het plan van aanpak is als bijlage bij de onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

2.5

Conclusie

De ontwikkeling van het zonnepark op de beoogde locatie is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden. Ten aanzien van de aanleg van zonneparken worden initiatieven met name getoetst op de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen en de ruimtelijke inpassing. Dit laatste wordt verder toegelicht in paragraaf 3.4.

32

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plan.

3.2

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied voor het beoogde zonnepark is gelegen tussen de Smalle Beek en Het Loopje. Het projectgebied wordt momenteel gebruikt als bouwland (maïs en bieten), en deels als grasland (bron: Boer & Bunder).

Afbeelding 16: Basisregistratie gewaspercelen, bron: PDOK-viewer Basisregistratie gewaspercelen

33

KRONOS SOLAR

Afbeelding 17: Luchtfoto van het plangebied (geel)

3.3

Projectbeschrijving

Het projectgebied is circa 8 hectare groot (zie afbeelding 17) waarbij uit een eerste studie blijkt dat er de volgende technische mogelijkheden zijn: Constructiegebied Aantal modules Aantal inverter/trafo stations

83.932m2 20.883 2

In afbeelding 18 is in een eerste impressie opgenomen hoe dit gesitueerd wordt binnen het plangebied. Voor meer detailinformatie wordt verwezen naar de inrichtingstekening.

34

KRONOS SOLAR

Afbeelding 18: Inrichtingstekening van het Zonnepark

Voor de ruimtelijke inpasbaarheid is de constructie van de zonnepanelen van belang, welke is weergegeven in afbeelding 19.

35

KRONOS SOLAR

Afbeelding 19: Doorsnede van de basisconstructie

Constructieve veiligheid Conform de MOR (Ministeriële regeling Omgevingsrecht) artikel 2.2 dient de constructieve veiligheid van een bouwwerk te worden gewaarborgd. Op het moment van indienen van deze aanvraag zijn deze gegevens nog niet bekend. Deze gegevens zijn afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden op locatie en de constructieve veiligheid komt derhalve pas in een later stadium van de projectontwikkeling aan de orde. Desalniettemin is bij deze aanvraag een concept onderbouwing waarborging constructieve veiligheid gevoegd, waarin wordt uiteengezet op welke wijze de constructieve veiligheid zal worden gewaarborgd. Conform artikel 2.7 van de MOR zullen meer gedetailleerde gegevens omtrent constructieve veiligheid worden aangeleverd minimaal 3 weken voor aanvang van de bouw. Dit alles is gebeurd in overleg met de constructeur van de gemeente Roosendaal.

36

KRONOS SOLAR 3.4

Landschappelijke inpassing

Analyse van bestaande kavelstructuur Leidend bij de keuze voor de landschappelijke inpassing zijn het regionale landschapsontwikkelingsplan (De Zoom van West-Brabant) en de algemene aanduiding regels uit het bestemmingsplan. Ook hebben lokale belanghebbenden en omwonenden een leidende rol gehad bij de totstandkoming van het inpassingsplan (zie ook: 2.4.5 Motie Co-Creatie). Er wordt uitgegaan van behoud, bescherming, ontwikkeling, en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. De panelen worden reliëfvolgend geplaats zodat het oorspronkelijke maaiveld intact blijft. Ook blijven bestaande landschapselementen, zoals houtwallen en waterlopen, in het bestaande projectontwerp behouden. Het landschap ten noorden van Wouw betreft een grootschalig mozaïeklandschap met diverse landgebruiken, waarin een zonnepark goed opgenomen kan worden. Door het verspreide hoevenlandschap is een patroon van slingerende wegen en boerenpaden terug te vinden. Deze cultuurhistorische infrastructuur wordt versterkt en verder aangevuld met historische waterlopen, zoals in de directe nabijheid van het zonnepark (het Loopje).

Afbeelding 20: Hoogtekaart

Ontwerp Kronos Solar heeft Ton Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw opdracht gegeven tot het ontwikkelen van een gedetailleerd landschapsontwikkelingsplan voor het beoogde initiatief. De resultaten die tijdens het co-creatie proces zijn verkregen hebben hiervoor als basis gediend. De rapportage van de landschappelijke analyse is bij deze ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Uit deze rapportage blijkt dat het huidige landschap zich goed leent voor een grootschalige inpassing van het zonnepark. De cultuurhistorische achtergrond van het landschap versterkt de mogelijkheid tot de grootschalige inpassing. Het beoogde initiatief zal onderdeel worden van een 37

KRONOS SOLAR mozaïeklandschap dat is samengesteld uit diverse vormen van landgebruik en landbouw. De naderende verandering van het landschap als gevolg van druk op de bestaande ruimte, verbetering en vernieuwing van bestaande infrastructuur en de inzet van de energietransitie maakt een zonnepark tot een interessante en passende invulling van het landgebruik. Temeer omdat een zonnepark goede kansen biedt tot ruimtelijke inpassing en de creatie van ecologische meerwaarde in de omgeving. De opzet van het zonnepark is eenvoudig in zijn vorm, met een gestructureerde rijopstelling van de panelen. Het lineaire karakter is in de bijgevoegde inrichtingstekening te onderscheiden, en is één van de belangrijkste dragers van de blijvende landschappelijke impuls van het zonnepark. Er is gekozen voor een zorgvuldig afgewogen combinatie van zichtbaarheid en afscherming. Dankzij de landschappelijke inpassing aan alle zijde van het zonnepark wordt een aaneengesloten ecologische verbindingszone gecreëerd die recht doet aan het landschap en bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteitsverbetering.

In cultuurhistorisch opzicht kan het zonnepark gezien worden als een nieuwe vorm van landschapsgebruik, zoals ook intensieve landbouw ooit een nieuwe vorm van landgebruik was en het aanzicht van het landschap steeds meer is veranderd (denk hierbij aan de transformatie naar een steeds grootschaliger landschap). Het zonnepark vormt voor de Gemeente Roosendaal een visitekaartje aan haar inwoners en bezoekers om te verduidelijken dat zij actief werkt aan het verwezenlijken van haar duurzaamheidsambities. Daarnaast had het landschap in het verleden een recreatief karakter door de historische boerenpaden die door het landschap slingeren. Deze recreatieve functie wordt middels de landschappelijke inpassingsmaatregelen (zie hieronder) versterkt, zodat zowel ecologisch als recreatief meerwaarde in de omgeving wordt gecreëerd. In dat kader zal bij de ingang van het zonnepark plaats worden gemaakt voor een recreatief informatiepunt met informatiepaneel. Op dit informatiepaneel zal worden weergegeven hoeveel stroom er wordt opgewekt en hoeveel huishoudens met deze hoeveelheid elektriciteit van stroom kunnen worden voorzien. Ook kan informatie worden verschaft over de versterking van de biodiversiteit in en rondom het zonnepark die door de landschappelijk-recreatieve functies van de inpassingsmaatregelen ontstaan.

Het informatiepaneel en het gemaakte doorkijkje op het technisch landschap maakt het mogelijk voor recreanten en geïnteresseerden om een directe verbinding te leggen tussen de opgewekte energie en de informatie op het paneel. Op deze manier wordt meer betrokkenheid en inzicht in het zonnepark en de werking ervan verkregen. Beide aspecten, de landschappelijke en de recreatieve ingrepen, zorgen voor kwaliteitsverbeteringen aan het landschap en dragen bij aan de beleefbaarheid van het landschap, zoals die ook in het regionaal LOP zijn opgenomen. De in het landschappelijk inpassingsplan van Ton Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw aangedragen concrete maatregelen worden in wat volgt kort toegelicht. Deze maatregelen zijn eveneens in de technisch lay-out van het zonnepark weergegeven (let op: het betreffen hier maatregelen die integraal op het gehele projectgebied, projectlocatie 1 en 2, van toepassing zijn): 1. Landschappelijke versterking: de groenstructuur en natuur tot ontwikkeling brengen middels landschappelijke buitenrandzones in combinatie met een aansluiting op bestaande waterlopen. Dit vormt de ecologische kapstok waaraan het zonnepark wordt 38

KRONOS SOLAR opgehangen en biedt aandacht aan het leeglopen van het landschap qua groene stoffering. De dimensies van de landschappelijke stroken vormen 25 meter (noord), 25 meter (west) en 15 meter (zuid). Deze randen worden ingezet als plantage voor bloemen en vruchten, in verbinding met energie, en zal bestaan uit een fruit- of notenbomenlaan (buitenrand) met aansluitend wandelpad en een bloemrijke kruidenzone. Deze zone biedt een voedingsrijk habitat voor (wilde) bijen en insecten. Langs het hekwerk wordt een dichte, vruchtdragende struweelsingel aangelegd, zodat het zonnepark aan het zicht ontnomen is (binnenrand). 2. Recreatieve versterking: de groenstructuur en natuur, aangevuld met landschappelijke inpassingsingrepen, bieden recreatieruimte voor een “ommetje rondom het zonnepark”. Dit sluit aan op de vroegere toegankelijkheid van het gebied (boerenpaden). Het “zonnepark-ommetje” kan ingebonden worden in een gemeentelijk recreatief project beoogd op de creatie van een wijdmaziger netwerk van aanwezige en te complementeren boerenpaden. Dit grotere “ommetje” kan middels een brug tot over de Smalle Beek naar de Herelstraat reiken.

Afbeelding 21: Landschappelijk inpassingsplan Ton Thus

3. Landschappelijke en recreatieve versterking zorgt voor een cultuurhistorisch en ecologisch-recreatief inpassingsplan met meerwaarde voor plant, dier en mens. De indeling van de drie afzonderlijke randen is daarin als volgt: o Buitenrand: wordt bezet door drie verschillende sortimenten, bedoelende bomen van de eerste orde. Noordelijk zal o.a. de tamme kastanje en appel, zuidelijk walnoot en pruim, en de beekzijde zal van kers voorzien worden. De buitenranden zullen 8-10m bedragen. o Midden zone: het recreatief wandelpad, een onverhard zandpad (zandige cunetten) in combinatie met een groene weide bestaande uit kruiden, bloemen en enkele struikvormers. Hier kan gewandeld, gespeeld en gelegen worden. o Binnenrand: parallel aan het hekwerk, bestaat uit een mengsel van hazelnoot, aalbes, gelderse roos, krent en overige te bepalen vruchtdragende en bloeiende struiken.

39

KRONOS SOLAR o

Bij de soortenkeuze wordt gelet op bloeitijd en dracht, vanaf het vroege voorjaar tot in de herfst is er in landschappelijk en ecologisch opzicht altijd wat te beleven en/of te plukken.

4. Zicht en afscherming: Tussen het zonnepark en de Smalle Beek ten westen van de projectlocatie blijft een 100 meter zone vrij van ingrepen. De beek met begeleideinde beplanting, in combinatie met de binnen en buitenrand van het zonnepark aan de westzijde dekt het zicht op het zonnepark af. De struweelhaag, rondom het gehele hekwerk van het zonnepark is vrijwel geheel gesloten. De struweelhaag, bestaande uit o.a. meidoorn, sleedoorn en kardinaalsmuts, wordt op een enkele plek onderbroken om zicht op het zonnepark te bieden. Zicht vanuit de wijdere omgeving op het zonnepark zal altijd geblokkeerd zijn. In deze singels van struweelhaag zullen daarnaast ook bessen en fruitsoorten bijgemengd worden. 5. Rondom het hele park wordt een ree vriendelijk hekwerk aangebracht (max. 2 meter hoogte). Tussen het hekwerk en panelenopstelling in het park wordt daarnaast een 5 meter kruidenrijke zone ingericht wat zorgt voor een opleving van de biodiversiteit. Daarnaast biedt de soortenkeuze van de inpassing mogelijkheid tot een vlieg en foerageergebied voor vleermuizen. Zelfs een kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage of weerschijnvlinder kan zich in de groenvoorzieningen van het zonnepark vestigen. 6.

Voor de grond onder de panelen zal, in samenspraak met een leverancier van zaden, een weidemengsel samengesteld worden dat past bij de specifieke karakteristieken van de locatie in combinatie met de zonnepanelen. Hierbij kan gedacht worden aan een mengsel van traaggroeiende grassen aangevuld met kruidenvegetatie. Voorbeelden voor dergelijke traag groeiende grassen zijn o.a. veldbeemd, roodzwenk en Engels raaigras. 7. Het zonnepark wordt vanaf de Donkenweg ontsloten. Hiervoor zal het onverharde zandpad behouden blijven. Tijdens de bouw zullen tijdelijke rijplaten worden geplaatst.

40

KRONOS SOLAR

Afbeelding 22: Voorbeeld hekwerk, trafostation, wilde natuurlijke haag en kruidenbeplanting

Afbeelding 23: Landschapsarchitectuursplan Ton Thus

Op het beoogde perceel wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik met vooral ecologische meerwaarde. Door de inzaaiing van een weidemengsel met traag groeiende grassen en kruidenvegetatie in combinatie met extensief beheer met behulp van bijvoorbeeld schapen ontstaat een gebied met kruidig grasland dat door de afwezigheid van het gebruik van kunstmest in soortendiversiteit kan toenemen. Een bijkomstig voordeel is dat het grasland na de gebruiksperiode voor biologische landbouw/veehouderij in aanmerking komt. Kronos Solar onderzoekt momenteel in samenwerking met de grondeigenaar de mogelijkheden tot het houden van kalkoenen, in plaats van schapen, op de beoogde projectlocatie.

41

KRONOS SOLAR De randen van het zonnepark dragen actief bij aan de verbetering van de ecologische waarden in het gebied en bieden een geschikte leef- en fourageeromgeving voor akkervogels zoals de patrijs en de rietgors, maar ook voor insecten, woelmuizen en kleine marterachtigen. Tot slot is de uitdrukkelijke recreatieve functie van de randen van het zonnepark een uitnodiging naar inwoners van de gemeente Roosendaal om een kijkje te komen nemen en betrokken te worden (en blijven) bij het zonnepark enerzijds en met het landelijk gebied met boerenpaden rondom de projectlocatie anderzijds.

Afbeelding 24: Ree-vriendelijk hekwerk

Hekwerken zijn vanwege de veiligheid noodzakelijk. Er wordt gekozen om een afrastering van ruwe houten palen en gaas toe te passen. Het gaas in deze hekconstructie (max. 2,0m) is grofmazig en voorkomt afschrikking van o.a. reeën. Het gebruikte gaas is open en transparant (afbeelding 23). Het hekwerk wordt niet pal op de locatiegrens geplaats maar op enkele meters ervandaan. Het gebruik van houten palen vindt aansluiting bij de plantagelanen (buitenrand) en de struwelen (binnenrand) van het zonnepark. De noodzakelijke installaties (netwerkstation, omvormers e.d.) worden uitgevoerd in gedekte kleuren met als hoofdtoon Dennengroen (RAL6009). De ondersteunende bouwwerken staan gepositioneerd in een strak grid in de middelste rijopstelling van het park, tussen de panelen in en zo ver mogelijk van bestaande bewoning af. Hierdoor gaan ze op in de structuur van de rest van het zonnepark.

Inpassingsingrepen procentueel De totale omvang van het zonnepark bedraagt 83.932 m2. De ruimtelijke inpassing vereist de aanleg van 5% groene inpassing. Dit percentage komt overeen met ca. 4.196,6 m2. Er is echter gekozen voor een duurzame groene inpassing met een totaal oppervlak van ca. 22.536 m2 (26,85%). Voor beide delen gezamenlijk betreft de omvang 161.517m2, hiervan is 65.735 m2 landschappelijke inpassing (40,70%). Deze landschappelijke inpassing bestaat uit een 15 meter brede plantage- en groenstrook aan de zuidkant van de projectlocatie en een 25 meter brede plantage- en groenstrook aan de westkant van de projectlocatie, die overgaat in een vrije zone van 100 meter naar de Smalle Beek.

42

KRONOS SOLAR Ecologische monitor Kronos onderneemt naast het invullen van een omvangrijk landschappelijk inpassingsplan stappen om, samen met 8 andere initiatiefnemers, de ecologische ontwikkelingen binnen de verschillende zonneparken te monitoren. Op deze manier zijn er niet alleen meetgegevens bekend van 1 locatie, maar van meerdere locaties met verschillende indelingen, bodemsamenstellingen, bodemkwaliteiten, etc. Door meerdere locaties te monitoren zijn de uitkomsten over langere tijd een stuk waardevoller en kunnen de gegevens met elkaar worden vergeleken. Bij het monitoren van de ecologische ontwikkelingen zal gebruik worden gemaakt van het recent opgerichte nationale consortium Zon en Landschap en Landbouw. Gevolg hiervan is dat niet alleen de veranderingen in biodiversiteit na aanleg van een zonnepark geëvalueerd kunnen worden, maar dat de gegevens ook gebruikt kunnen worden om de kennisleemten over de optimale inrichting en het beheer van zonneparken te helpen oplossen. Doel is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande protocollen uit het NEM (Netwerk Ecologische Monitoring). Concreet wordt allereerst de aanwezige flora (vegetatie) onderzocht, bijgehouden beoordeeld. Hier zullen als eerste veranderingen waarneembaar zijn. Verder zullen ook vogels, dagvlinders en bijen worden gemonitord.

3.5

Aardkundige waarden

In de toelichting op het vigerende bestemmingsplan is te vinden dat er rondom Wouw veel aardkundige waarden te vinden zijn. In de toelichting wordt ook verwezen naar de landschapsontwikkelingsvisie ‘de Zoom van West-Brabant’ die elders (2.4.2) in deze onderbouwing uitgebreid wordt besproken. Uit de toelichting blijkt daarnaast dat rondom Wouw sprake is van open hoevenlandschap. In de richting Noord-Zuid loopt de Smalle Beek door de gemeente en langs de dorpskern van Wouw. De dorpskern van Wouw ligt op een dekzandrug die in de richting noord-zuid loopt, parallel aan het beekdal van de Smalle Beek. De voorliggende planlocatie ligt net als de dorpskern van Wouw parallel aan het beekdal van de Smalle Beek. Qua ondergrond bestaat het gebied rondom Wouw vooral uit podzolgronden. Onder de dorpskern van Wouw en direct ten zuiden hiervan zijn dikke eerdgronden te vinden. Langs het verloop van de Smalle Beek, en vooral in het beekdal van de Smalle Beek komen kalkloze zandgronden voor.

Afbeelding 25: Geomorfologische kaart van het gebied rondom Wouw

43

KRONOS SOLAR Het zonnepark schikt zich qua ontwerp geheel naar de huidige situatie. Het reeds aanwezige reliëf (bolvormige reliëf van het akkercomplex De Donken) van het gebied blijft behouden, er zal niet worden geegaliseerd of grond weggeschraapt worden. Ook de geomorfologische waarde blijven onaangetast. Het is voor het zonnepark niet noodzakelijk dat een betonfundament wordt gebruikt. De historische verkaveling rondom het beekdal van de Smalle Beek blijft eveneens behouden. In het beleid van de gemeente Roosendaal is zorggedragen dat aan beide zijde van de Smalle Beek (in het beekdal) geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Mede hierdoor blijft een buffer van 100 meter ten op zichte van de Smalle Beek gehandhaafd.

Afbeelding 26: Roze tinten geven gronden weer met een podzolprofiel, de bruine tinten geven dikke eerdgronden weer.

Naast de gemeente heeft ook de provincie Noord-Brabant het voornemen om aardkundig waardevolle gebieden zo goed mogelijk te beschermen. Om dit behoud beter mogelijk te kunnen maken heeft de provincie een ‘Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ gemaakt. De provincie heeft 42 gebieden van provinciale of nationale betekenis opgenomen in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en geeft deze gebieden extra ruimtelijke bescherming in de Verordening Ruimte. Een van die gebieden ligt in het westen van de provincie, rondom Wouw. De onderhavige planlocatie valt binnen dit gebied.

Afbeelding 27: Aardkundig waardevolle gebiedenkaart

44

KRONOS SOLAR

In een toelichting op de ‘Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ gaat de provincie dieper in op het gebied De Smalle Beek (Wouw). De beekdalen van de Smalle Beek en Het Loopje zijn, naar West-Brabantse begrippen, opvallend diep ingesneden in het omliggende dekzandlandschap. Het hoogteverschil bedraagt zo’n 2 tot 3 meter. Ten noorden van Wouw ligt tussen de Smalle Beek en Het Loopje ‘De Donken’, een akkercomplex op geulranddekzand met duidelijk bolvormig relief, waarvan het hoogste punt 4 meter boven de laagste delen van de omgevende beekdalen uitsteekt. Het gebied van ‘De Donken’ en het beekdal van Het Loopje ten noorden van Wouw heeft een redelijk hoge historische-geografische waarde. De provincie gaat in de toelichting ook verder in op de kwetsbaarheid en de kansen van het gebied. Hieruit komt naar voren dat een deel van ‘De Donken’ reeds geëgaliseerd is. Er bestaat dan ook een bedreiging van verdere egalisatie ten voordele van de landbouw. Als kansen geeft de provincie de ontsluiting van het gebied op aardkundig vlak aan, dit kan met o.a. informatieborden en wandelpaden. Voor wat betreft deze kansen sluit de inpassing van de onderhavige ontwikkeling exact aan bij de toelichting van de provincie. Verder wordt met bij de voorliggende ontwikkeling geen grond geëgaliseerd waardoor de glooiing in het landschap behouden blijft.

In aanvulling op bovenstaand is door Laagland Archeologie een bureau-, veld- en booronderzoek naar de aanwezige aardkundige waarden gedaan. Deze is bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. De rapportage concludeert dat met de komst van het zonnepark de aantasting op “aardkundige waarden” nihil is. Omdat geen landschapsvormen weggehaald worden en tevens geen grond wordt weggeschrapen zal het lokaal reliëf niet worden aangetast. Daarmee wordt ook het unieke vlechtende rivierensysteem niet bedreigd. Specifiek voor de bodem- en geologische kwaliteiten kan juist gesteld worden dat deze voor een periode van 25 jaar gefixeerd worden. Er kan immers gedurende de operationele fase van het zonnepark geen andere bodemactiviteit plaatsvinden. In mei 2020 heeft bureau RAAP een aanvullend rapport opgesteld omtrent de aardkundige waarde in het gebied. Dit rapport geeft aan dat de fysieke impact van de inrichting op de bodem en de aardkundige eenheden minimaal is. De impact van de inrichting op de bovengrondse zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn echter groter. Het vrije zicht op het beekdal zal worden belemmerd. Hierbij wordt door RAAP opgemerkt dat het van belang is te realiseren dat dit een tijdelijke situatie is die na 25 jaar weer wordt opgeheven. Kortom van ‘onomkeerbare gevolgen’ voor het aardkundig waardevolle landschap is geen sprake.

RAAP merkt hierbij wel op dat het plan niet actief bijdraagt aan het herstel of de versterking van de aardkundige waarde. Dit wordt enkel gedaan door het centrale pad die de oorspronkelijke met hagen geflankeerde weg te herstellen. RAAP heeft in zijn rapport een drietal voorstellen gedaan om alsnog een actieve bijdrage te leveren aan het herstel van de aardkundige waarde. 1. De landschappelijke inpassing niet uitvoeren in een overal even brede groenstrook rondom het zonnepark, maar deze oppervlakte hoofdzakelijk benutten voor de aanleg van een natuurzone ter versterking van het beekdal. Hierbij wordt geadviseerd om gebruik te maken van het aanwezige micro reliëf, zodat zich een natuurlijke situatie voordoet met afwisselingen tussen nat en droog.

45

KRONOS SOLAR 2. De geplande weg behouden en in het westen voort te zetten met een afbuiging richting het zuiden. Op deze wijze accentueert de haag de overgang van hoog naar laag en sluit dit bovendien aan bij de historische inrichting. 3. Het natuurlijk reliëf vanaf de beek richting de hoge dekzandrug verder accentueren. Dat kan door bijvoorbeeld de zonnepanelen in de lagere delen dicht bij de grond te plaatsen en ze geleidelijk steeds hoger te plaatsen naarmate het maaiveld stijgt. Op deze manier wordt het reliëf optisch versterkt. Gezamenlijk met RAAP is gekeken hoe deze aanbevelingen omgezet kunnen worden in de landschappelijke inpassing van de beide zonneparken. Het voorliggende plan is het resultaat hiervan. Het plan houdt rekening met de twee aparte delen en wordt ook zo ingedeeld. De oude grens tussen het beekdal en de donk wordt versterkt. Aan de rand met het Loopje wordt ruimte geboden voor natte natuur ontwikkeling. Tot slot dient vermeld te worden dat met de komst van het zonnepark en de daaraan verbonden landschappelijke ingrepen juist in ecologisch opzicht een meerwaarde kan worden behaald. Gedurende de looptijd van het zonnepark van 25 jaar worden geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt en kan de grond regenereren.

Voor de grondeigenaar zou het dan ook, na ontmanteling van het zonnepark, logisch zijn op biologische wijze het agrarisch bedrijf voort te zetten.

3.6

Conclusie

De invulling van het zonnepark sluit aan op de locatiekenmerken van het gemixte mozaïeklandschap. De opstelling wordt zo gepositioneerd dat deze zich voegt naar het (cultuurhistorisch) patroon van het landschap. Door de aanleg van nieuwe recreatie en ecologische zones rondom het zonnepark, bestaand uit oorspronkelijk genetisch materiaal, ontstaat er een nieuwe groene omgeving waar dieren, planten en mensen een plek vinden. Op deze manier krijgt het zonnepark ook een parkachtig karakter. Door de landschappelijke inpassing wordt een ecologische én recreatieve meerwaarde voor het gebied gecreëerd met ruimte voor innovatie en transitie naar energielandschappen. Momenteel wordt samen met de initiatiefnemers van de andere zonneparken nagedacht over een gezamenlijke ecologische monitor die de ontwikkeling van de bodem onder de zonnepanelen gedurende de gebruiksperiode van het zonnepark onderzoekt. Tot slot worden de aardkundige waarden in en rondom het plangebied met de komst van het zonnepark nauwelijks aangetast, en zal het uniek vlechtende riviersysteem geen negatieve gevolgen van het zonnepark ondervinden.

46

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN 4.1

Inleiding

Om te beoordelen of de aanleg van het zonnepark in overeenstemming is met alle wet- en regelgeving wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de verschillende onderwerpen die daarbij van belang zijn.

4.2

Milieueffectrapportage

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Concreet betekent dit dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst moet worden nagegaan of voor die activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •

De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van de potentiële effecten.

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Hoewel realisatie van een zonnepark niet direct als activiteit wordt omschreven, kan een zonnepark, gezien de omvang, aangemerkt worden als een “industriele installatie bestemd voor de productie van elektriciteit”. Daarmee valt het zonnepark onder categorie D.22.1 uit de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage “de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriele installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water”. De drempelwaarde voor een formele mer-beoordeling uit kolom 2 van de bijlage is bepaald op een op te wekken vermogen van 200 megawatt (thermisch) of meer. Vast staat dat dit met ca 16 hectare aan zonnepanelen 47

KRONOS SOLAR (noordelijk en zuidelijk deel) niet wordt gehaald. Op grond hiervan kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling welke bij deze aanvraag is bijgesloten. De uitkomst van de vormvrije mer-beoordling is dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn.

4.3

Bodem- en grondwaterkwaliteit

Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan of mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Toetsing van de ontwikkeling Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de stations) en het tot op heden agrarische gebruik is de kans zeer gering dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en dat de bodem door de aanleg van het zonnepark verstoord zouden kunnen worden ook heeft een zonnepark geen bodembelastende functie. Daarnaast wordt opgemerkt dat een zonnepark geen gevoelige functie is omdat er geen verblijf van personen plaatsvindt. Nader bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk en het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

4.4

Geluid

In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling Het akoestische effect van een bodem wordt bepaald door de bodemfactor (Bf). De waarde bedraagt 0,0 of 1,0. Indien een bodemgebied zacht is (grasland, weiland, landbouwgrond) dan is de Bf 1,0. Als er sprake is van een harde reflecterende bodem (water, wegen) is Bf 0,0. In het geval van zonnepanelen is sprake van een gedeeltelijk reflecterende bodem. Omdat de zonnepanelen in dit geval in een hoek van 13ᵒ staan en er tussen de panelen ‘open ruimtes’ zijn (inclusief looppaden), is sprake van een grotendeels reflecterend (80%) bodemgebied. De opstelling van de zonnepanelen zorgt ervoor dat gesproken kan worden van een diffuus bodemgebied. Bij een 80% reflecterend bodemgebied hoort een bodemfactor van Bf 0,2. Over het algemeen geldt dat de bodemeffecten bij de geluidsbron en bij het punt van ontvangst groter zijn dan de bodemeffecten in het middengebied.

Een harde bodem bij de geluidsbron of bij de ontvanger geeft doorgaans een tot 3 dB hogere geluidsemissie (bron) en geluidsemissie (ontvanger). In het onderhavige plan liggen rondom het plangebied geen snelwegen, treinsporen of industrieterreinen. Hierdoor speelt de reflectie van geluid, en daarmee de impact van het zonnepark op de bodemfactor een zeer beperkte rol. 48

KRONOS SOLAR In het kader van de co-creatie is een geluidsonderzoek gedaan waar gekeken is naar de omvormers. Uiteindelijk is hieruit naar voren gekomen dat het gebruik van centrale omvormers het minste geluid veroorzaakt. Zowel de optie met centrale omvormers als ook met de zgn. “string inverters” blijven qua geluidsproductie ver onder de 40 dB(A) die in Nederland als stil wordt beschouwd.

VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” Indien sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan, dient een beoordeling plaats te vinden op basis van een goede ruimtelijke ordening. In het geluidsonderzoek is hiervoor de systematiek van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” gehanteerd. Daarin wordt onderzocht of de geluiduitstraling door de komst van het zonnepanelenpark ter plaatse van de geluidgevoelige objecten op een aanvaardbaar niveau ligt. De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) geeft per bedrijfscategorie een “veilige” afstand voor het milieuaspect geluid, de zogenaamde richtafstand. Wanneer geluidgevoelige bestemmingen binnen deze richtafstand - gemeten vanaf de terreingrens van de inrichting - zijn gelegen, is de vestiging van de geprojecteerde inrichting alleen met een goede motivering mogelijk. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gaat uit van een tweetal omgevingstyperingen. Het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en het omgevingstype gemengd gebied. Het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied dient aangemerkt te worden als een locatie waar uitsluitend sprake is van een woonfunctie met uitsluitend een wegenstructuur ten dienste van het plangebied en geen verstorende invloed heeft vanwege wegverkeer van nabijgelegen wegen.

Bij een gemengd gebied is sprake van een vermenging van de functie wonen en andere gebruiksfuncties zoals voorzieningen, winkels, horeca, kantoren en bedrijven. Daarnaast worden woongebieden direct gelegen langs hoofdontsluitingswegen aangemerkt als een gemengd gebied. In onderstaande tabel zijn de richtwaarden voor geluid voor beide omgevingstypen weergegeven. Deze richtwaarden zijn gebaseerd op het toetsingskader geluid zoals omschreven in voornoemde publicatie. Algemeen Rustige woonwijk Gemengd gebied

Richtwaarde in dB(A) (etmaal) Lar, LT LAmax 45 65 50 70

De activiteiten van een zonnepark vanaf 20ha is te vergelijken met elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA. Het park wordt dan ingedeeld in milieucategorie 3.1. Voor deze categorie geldt een richtafstand van 50 m tot woningen van derden en geluidgevoelige bestemmingen in geval van omgevingstype “rustige woonwijk”. In geval van omgevingstype “gemengd gebied” kan de afstand van 50 meter met één afstandsstap worden verlaagd tot 30 meter.

49

KRONOS SOLAR Gelet op het feit dat de planlocaties direct langs hoofdontsluitingswegen zijn gelegen, kan de omgeving getypeerd worden als een gemengd gebied. De woningen in de directe omgeving van het plangebied liggen buiten de geldende richtafstand van 30 meter. Voor de onderzochte situatie geldt, zoals reeds gesteld, het omgevingstype “gemengd gebied” als gevolg van de menging van bedrijven en woonfuncties. In dit licht zou verdere toetsing aan de grenswaarde achterwege gelaten kunnen worden, omdat woningen immers buiten de richtafstand van 30 meter liggen. Volledigheidshalve is de geluidsbelasting toch in beeld gebracht en beoordeeld volgens onderstaande systematiek. Ten behoeve van de toetsing is het nodig om door middel van een op de feitelijke situatie afgestemd rekenmodel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAt,LT), de maximale geluidsniveaus (LAmax) en de geluidsbelasting (LAeq) ten gevolge van het verkeer van en naar het zonnepanelenpark te bepalen en wel ter hoogte van de gevels van de omliggende geluidgevoelige bestemmingen. De richtwaarden (etmaalwaarden) voor geluidgevoelige bestemmingen in een gemengd gebied bedragen: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT; 70 dB(A) maximale geluidniveaus LA,max; 50 dB(A) verkeer van en naar de inrichting.

Mocht sprake zijn van een overschrijding van de bovenstaande richtwaarden zoals hiervoor genoemd, dan zijn er beperkte mogelijkheden om deze richtwaarden te verhogen. Wanneer voldaan wordt aan de hogere richtwaarden moet het bevoegd gezag bovendien motiveren waarom deze geluidbelastingen acceptabel worden geacht, waarbij rekening gehouden dient te worden met de cumulatie met andere omgevingsgeluiden. Activiteitenbesluit milieubeheer Voor het zonnepark is geen melding of omgevingsvergunning milieu nodig. Wel is het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’ van toepassing. Er moet voldaan worden aan de algemene milieuregels uit het Activiteitenbesluit. In dit rapport zijn alleen de meest relevante (akoestische) onderdelen uit het Activiteitenbesluit weergegeven. In het Activiteitenbesluit staan onder andere de geluidsnormen die voor een inrichting gelden. Er zijn grenswaarden voor gemiddelde geluiden (LAr,LT) en voor piekgeluiden (LAmax). De hoogte van de betreffende grenswaarde is afhankelijk van het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Het activiteitenbesluit maakt een onderverdeling van een etmaal in de delen dag, avond en nacht. In de onderstaande tabel zijn de geluidnormen weergegeven. Algemeen Op de gevel van een geluidgevoelig gebouw

Lar,LT 50

Dag LAmax 70

Lar,LT 45

Avond LAmax 65

Voor geluid met een tonaal karakter geldt een straftoeslag van 5 dB(A).

50

Lar,LT 40

Nacht LAmax 60

KRONOS SOLAR Situatie Het zonnepark bestaat uit 22.026 panelen (zuidelijk deel). Deze produceren in beginsel geen geluid. Voor de omzetting van de door de zonne-energie opgewekte gelijkstroom naar wisselstroom zijn transformatoren en omvormers nodig. Deze installaties zijn op 2 locaties opgesteld (noordelijk deel – 4 in totaal voor gehele ontwikkeling). Uit informatie van de producent blijken de akoestische gegevens (inclusief de spectrale informatie) van alle potentiële geluidbronnen op het zonnepark. Deze informatie is vervolgens gebruikt door Sound Analysis Ltd en verwerkt in het bijgevoegde geluidsonderzoek. Voor de berekeningen is gerekend met een geluidsbronvermogen van 87,99 dB(A) bij een maximaal gegenereerd elektrisch vermogen. Vanuit de producent van de installaties is een maximaal geluidsniveau van <79 dB opgegeven. Deze waarde is bevestigd in een meting uitgevoerd door On-Site en is terug te vinden onder meting TTM10 in de bijgevoegde Sound Study. Op basis van de metingen die door On-Site zijn uitgevoerd is sprake van een gemiddelde geluidsdruk van 69,79 dB op 1 meter afstand. Dit resulteert in een geluidsvermogen van 87,99 dB(A). De omvormers en transformators werken wanneer energie wordt geproduceerd en dus alleen als de zon schijnt. Wanneer geen energie wordt geproduceerd, produceren de omvormers en transformators geen geluid.

De dag met het meeste daglicht is 21 juni. De zon komt dan omstreeks 05:15 op en gaat omstreeks 22:00 uur onder. Dit betekent dat (op deze langste dag) de installaties dus (maximaal) in bedrijf zijn gedurende: -

12 uur in de dagperiode (07:00 – 19:00); 3 uur in de avondperiod (19:00 – 23:00); 1 uur en 45 minuten in de nachtperiode (23:00 – 07:00).

Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat bij de eerste zonnestralen niet gelijk alle installaties maximaal belast worden en dus niet direct sprake is van geluidsproductie. De zonnepanelen worden in zuidelijke richting geplaatst en de zon draait in de loop van de dag. In de avond- en nachtperiode zal de zon daardoor niet (optimaal) op de zonnepanelen vallen en derhalve zal de bedrijfsduur in deze periode korter zijn. Aangezien uitgegaan is van de langste dag van het jaar, zullen op overige dagen in het jaar de transformatoren en omvormers dus minder lang draaien en minder lang geluid produceren. Op basis van de gegevens van de leverancier, wordt voor de transformatoren en omvormers, uitgegaan van een bronvermogen van 87,99 dB(A). De maximale geluidsniveaus zijn in akoestisch opzicht niet relevant voor dit soort installaties die vooral continu geluid produceren. Geluidsbron HEC V1500

LWR in dB(A) Dag 12 uur

87,99

Bedrijfssituatie Avond Nacht 3 uur 1,75 uur

Opgemerkt dient te worden dat de zonnepanelen met een hoogte van 2 meter – MV enigszins een afschermende werking hebben op de inverter-stations. In de akoestiek wordt de omgekeerde-kwadrantenwet toegepast bij de meeting van de geluidsintensiteit op een afstand van de bron. Dit betekent concreet dat het geluid in een open

51

KRONOS SOLAR veld met 6 dB daalt voor elke keer dat de afstand wordt verdubbeld. De tabel hieronder laat de uitwerking hiervan zien. Bron 70 dB(A)

Afstand

Ontvanger

1m 2m 4m 8m 16m 32m 64m 128m 256m

70 dB(A) 64 dB(A) 58 dB(A) 52 dB(A) 46 dB(A) 40 dB(A) 34 dB(A) 28 dB(A) 22 dB(A)

De afstand van de installaties tot aan de buitenranden van het zonnepark bedragen minimaal 270m in het onderhavige plan. Daarnaast dient ook hier nogmaals te worden opgemerkt dat de 70 dB(A) gemeten op 1m het maximale geluidsvermogen is in het open veld en niet in een opstelling waar ook panelen een afschermende werking hebben. Bij de opstelling van de panelen is gekozen voor centrale omvormers. Binnen het co-creatie proces is een analyse uitgevoerd waar de geluidsbelasting tussen een opstelling met centrale omvormers en een opstelling met stringinverters is vergeleken. Uit deze analyse kwam een gecumuleerde belasting van 25dB(A) op de dichtstbijzijnde bewoonbare locatie voor een opstelling met centrale omvormers. De desbetreffende geluidsnotitie is ook onderdeel van de vergunningsaanvraag.

4.5

Luchtkwaliteit

Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • • • •

geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de aanlegfase is een beperkte toename in verkeersbewegingen te verwachten en in de gebruiksfase zal zeer incidenteel verkeer noodzakelijk zijn in verband met beheer en onderhoud. De luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

52

KRONOS SOLAR 4.6

Geur

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen geurgevoelig object. Daarmee kan verdere toetsing aan de Wet geurhinder en Veehouderij achterwege blijven en vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.7

Bedrijven en milieuzoneringen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere middels milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. In de beleidsvisie Zonne-energie van de gemeente Roosendaal is een minimale afstand van 30 meter tot bestaande woningen van derden opgenomen.

Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Voor de 2 omvormers in het zuidelijk deel (4 in totaal) is de vergelijking gemaakt met de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA’. Voor deze activiteit staat in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter. In het voorliggende plan liggen de dichtstbijzijnde woningen op een grotere afstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden. Concreet is de afstand tussen de dichtstbijzijnde transformator en de eerste directe omwonende minimaal 270 meter. Als laatste dient te worden opgemerkt dat het

53

KRONOS SOLAR zonnepark zelf geen milieugevoelig object is, waardoor omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun functioneren.

4.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen zijn onderverdeeld in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling omvat geen kwetsbare objecten. Om de veiligheid te waarborgen wordt rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst, waardoor het niet openbaar toegankelijk is en enkel middels een afgesloten poort kan worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park doelmatig geaard.

Daarnaast blijkt uit de Risicokaart Nederland dat er zich in de directe omgeving van de projectlocatie geen risicovolle objecten bevinden waarvan de contouren over het plangebied liggen. Externe veiligheid is dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

Afbeelding 28: De planlocatie binnen de Risicokaart Nederland

4.9

Waterparagraaf

Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het betreft de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn: 54

KRONOS SOLAR • • •

Waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Brabantse Delta; Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 van waterschap Brabantse Delta; Provinciaal Waterplan.

Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: • •

vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishouding in en rond het plangebied, omdat de waterhuishoudkundige situatie nagenoeg ongewijzigd blijft. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het plangebied zelf kan wegzakken in de grond. Daarnaast zijn er geen te beschermen watergangen in het plangebied. De panelen en de constructie worden uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen. Op basis hiervan is de conclusie dat geen water(schaps)belangen in het geding zijn en dat de korte procedure vanuit de watertoets van toepassing is.

4.10

Kabels en leidingen

In het gehele plangebied (noordelijk en zuidelijk deel) zijn geen te beschermen kabels en leidingen aanwezig.

4.11

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden met de provincie als bevoegd gezag. Deze wet omvat zowel de zogenoemde soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied komen geen bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden voor. Al geruime tijd is het perceel als bouwland in gebruik (maïs en bieten). Daarnaast zijn er geen effecten vanuit het zonnepark op de omgeving waardoor eventuele bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden in de wijdere omgeving worden aangetast (bijvoorbeeld uitstoot van stoffen). Vanuit ecologisch oogpunt kan daarnaast worden gesteld dat een behoorlijke aantal ingrepen met uiteindelijk ecologische meerwaarde bij het zonnepark gerealiseerd zullen worden. Dit betreffen onder meer de volgende punten: 1. Uitgangspunt is dat het terrein extensief gemaaid dan wel begraasd wordt door schapen. 2. De randen van het zonnepark worden ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. 3. Gezocht wordt naar een imker om bijenkasten te plaatsen. 4. Door extensief beheer ontstaat een gebied met kruidig grasland dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik door toevoeging van natuurwaarden ten opzichte van het huidige agrarische gebruik.

55

KRONOS SOLAR Naast bovenstaande punten is door EcoNatura een ecologische quickscan toegevoegd, welke als bijlage bij voorliggende onderbouwing is bijgevoegd. Daaruit kunnen de volgende conclusies getrokken worden: -

-

-

De projectlocatie is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000 gebied of dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Op enige afstand van het zonnepark ligt de Smalle Beek welke onderdeel is van het Noord Brabants Natuurnetwerk. De aanwezigheid van de Smalle Beek, alsmede andere groene ecologische kenmerken van het gebied, zijn meegenomen in het definitief planontwerp welke is opgesteld in samenwerking met de omgeving, de gemeente, en een landschapsarchitect (zie ook hoofdstuk 5, Co-Creatie). Mede door deze ingrepen kan de ecologische waarde van het gebied op en rondom de planlocatie (inclusief de Smalle Beek) worden vergroot. Gezien de hoge bemestingsgraad als gevolg van het huidig agrarische gebruik van de gronden zijn geen bijzondere Flora en Fauna soorten op locatie aangetroffen, met uitzondering van enkele broedvogels. Met betrekking tot deze broedvogels is het onwaarschijnlijk dat ze hun broedsels kunnen uitbroeden op de landbouwkundig intensief gebruikte gronden.

De aanlegwerkzaamheden van het zonnepark zullen enkel in het najaar of de winter plaatsvinden in verband met bovenstaand. Ook de landschappelijke ingrepen zullen zodanig vormgegeven worden dat wordt ingezet op kwalitatieve verbetering van de ecologische waarden in en rondom het plangebied. Conclusie: zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Stikstofemmissie

Bij nieuwe ruimtelijke projecten kan de uitstoot van stikstof van invloed zijn op (nabij gelegen) natuurgebieden. Daarom is het van belang de stikstofemissie van nieuwe ruimtelijke projecten in kaart te brengen. Hiervoor kan een AERIUS berekening uitgevoerd worden. Toetsing van de ontwikkeling Het dichtstbijzijnde natuurgebied dat van invloed zou kunnen zijn bij een eventuele toename van stikstofdepositie is het Natura 2000 gebied de Brabantse Wal (op 4,5km afstand). Tijdens de operationele fase van het zonnepark zal echter geen extra emissie van stikstof plaatsvinden. De enige verandering in uitstoot zou kunnen plaatsvinden tijdens de bouwfase van het zonnepark, met name door de aan- en afvoer van bouwmaterialen naar locatie. Om dit inzichtelijk te kunnen maken is een AERIUS berekening uitgevoerd (16 december 2020). Hieruit valt af te leiden dat er geen extra stikstofdepositie zal plaatsvinden.

4.13

Archeologie en cultuurhistorie

Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. In paragraaf 1.3 is al ingegaan op het gemeentelijke archeologische beleidskader. 56

KRONOS SOLAR

Afbeelding 29: Archeologische verwachtingskaart

Toetsing van de ontwikkeling Voor de projectlocatie gelden drie archeologische verwachtingswaarden. Het gebied is deels aangemerkt als 'hoge verwachting' deels als 'middelhoge verwachting’ en deels als ‘lage verwachting’. Bij de verwachting ‘hoge verwachting' dient een archeologisch onderzoeksrapport te worden overlegd indien de ingrepen groter zijn dan 50m2 en dieper dan 0,5m. Bij een 'middelhoge verwachting' ligt deze grens op 100m2 en 0,5m diepte. Bij gebieden met een lage archeologische verwachting is onderzoek nodig indien de ingrepen meer dan 1 hectare bedragen of indien het project MER-plichtig is. Bij de bouw van het zonnepark blijft de totale oppervlakte aan bodemverstoring zeer gering. De grootste bodemverstoring wordt veroorzaakt door de kabelgeulen, deze zijn 0,6 meter breed en hebben een diepte van 1 meter. Om deze reden is ervoor gekozen om de kabels bovengronds te houden. De overige bodemverstoring bestaat uit het plaatsen van de transformatorstations, het hekwerk en de onderconstructie die met palen in de grond staat. Voor de palen van de onderconstructie is gekozen voor een U-profiel waardoor de oppervlakte aan bodemverstoring zeer minimaal is (0,0007935m² per paal). Onderstaande tabel geeft de bodemverstoring per werkzaamheid aan met een diepte van meer dan 0,5m (voor het zuidelijk deel).

Hierbij is voor zowel het aantal benodigde palen als het aantal meter kabels de hoeveelheid zeer ruim naar boven bijgesteld om er zeker van te zijn dat de voorgeschreven waardes niet worden overschreden. Werkzaamheid Onderconstructie (palen) Kabelgeulen CCTV Hekwerk (palen) Center station Totaal

Aantal 9600 bovengronds 7 500 1

Bodemverstoring m2 0,0007935 0 0,0625 0,01 18

57

Totaal m2 7,62 0 0,4375 5 18 31,0575

KRONOS SOLAR

Afbeelding 30: Voorbeeld onderconstructie met betonvoeten

Naast bovenstaande werkzaamheden worden ook een tweetal transformatorhuisjes geplaatst. Deze hebben een oppervlakte van 64,3m2 per stuk en worden gefundeerd op een basis van maximaal 0,3m diep, en zijn daardoor vanuit het oogpunt archeologie/impact bodemingrepen niet relevant. Kabeltracées zullen bovengronds worden aangelegd. Voorts kan in het geval van een onverwachte hogere archeologische waarde incidenteel gekozen worden voor een betonnen voetconstructie, zoals in bovenstaand afbeelding te zien is. Uit de eerste beoordeling van de afdeling stedelijke ontwikkeling (gemeentelijk archeologisch depot) komt naar voren dat het hier om een geringe bodemverstoring gaat en dat de ontwikkeling plaats kan vinden zonder voorafgaand archeologisch onderzoek mits geen sprake is van grondverzet voor de aanleg van funderingen, kabels en leidingen dieper dan 50cm. Daarnaast wordt de kanttekening geplaatste dat de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ voor het terrein gehandhaafd blijft. Volledigheidshalve is ondanks bovenstaand advies ook een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van dit bureauonderzoek onderschrijven nogmaals de conclusies van de afdeling stedelijke ontwikkeling. Er is gezien de geringe bodemimpact geen vervolgonderzoek nodig voor de realisatie van het zonnepark.

4.14

Verkeer en parkeren

Het zonnepark wordt ontsloten via de Donkenweg. Na ingebruikname wordt het zonnepark incidenteel bezocht in het kader van beheer en onderhoud. Voor zover al sprake is van een verkeersaantrekkende werking is deze beperkt. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Op het park is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor het eerdergenoemde incidentele bezoek. Het project voorziet in de benodigde parkeerbehoefte.

4.15

Duurzaamheid

Met de aanleg van het zonnepark wordt invulling gegeven aan de ambitie om te komen tot 16 % duurzaam opgewekte energie in 2023 en een energie neutrale samenleving in 2050. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd door het versterken van de ecologische waarde

58

KRONOS SOLAR (extensieve begrazing e.d.). Bij de aanleg van het zonnepark worden geen uitlogende materialen gebruikt.

4.16

Lichtreflectie

Bij de plaatsing van een zonnepark is lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Van enige lichtreflectie richting de omgeving is echter geen sprake. De schittering en reflectie van een PV-systeem zijn aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken. Een logisch gegeven, gezien het feit dat zonnepanelen gemaakt zijn om zo veel mogelijk zonlicht op te nemen en dus zo weinig mogelijk zonlicht te reflecteren in de atmosfeer. Een efficiënte productie van zone-energie hangt direct samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht en tegelijkertijd het minimaliseren van reflectie. Daardoor leveren standaard zonnepanelen veel minder schittering en reflectie dan het glas van een doorsnee raam. De schittering en reflectie van zonnepanelen is eerder te vergelijken met dat van vlak water. In de onderstaande grafiek zijn de percentages aan gereflecteerde energie van de zon te zien ten opzichte van oppervlakken die veel voorkomen in woon/werkgebieden. De legenda aan de rechterkant laat de verschillende oppervlakken zien, waarbij de bovenste het meest reflecteert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/28350