Bijlage 6 - Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark I.pdf
Tekst van het document
KRONOS SOLAR
Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Roosendaal I 24-2-2021
KRONOS SOLAR
Inhoud HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING .................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doel van het project ......................................................................................... 4
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied.............................................................................. 4
1.3
Vigerende bestemmingsplan .................................................................................................. 5
1.4
Locatiekeuze ........................................................................................................................... 6
1.4.1
Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken? ................................................ 6
1.4.2
Locatie criteria ................................................................................................................ 8
1.5
Conclusie en leeswijzer ......................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 2 – BELEID ............................................................................................................................................ 11 2.1
Inleiding ............................................................................................................................... 11
2.2
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 11
2.3
Provinciaal beleid .................................................................................................................. 13
2.3.1
Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening Ruimte ...................................................... 13
2.3.2
Beleidsvorming duurzaamheid ..................................................................................... 18
2.4
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 20
2.4.1
Structuurvisie Roosendaal ............................................................................................ 20
2.4.2
Landschapsontwikkelingsplan De Zoom van West-Brabant ......................................... 22
2.4.3
Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat ..................................... 25
2.4.4
Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken ........................................................ 26
2.4.5
Motie Co-Creatie ........................................................................................................... 30
2.5
Conclusie ............................................................................................................................... 32
HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL ....................................................................................................................... 33 3.1
Inleiding ............................................................................................................................... 33
3.2
Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................ 33
3.3
Projectbeschrijving................................................................................................................ 34
3.4
Landschappelijke inpassing ................................................................................................... 36
3.5
Aardkundige waarden ........................................................................................................... 43
3.6
Conclusie ............................................................................................................................... 46
HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN ........................................................................................................... 47 4.1
Inleiding................................................................................................................................. 47
4.2
Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 47
4.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit ........................................................................................... 48 2
KRONOS SOLAR 4.4
Geluid .................................................................................................................................... 48
4.5
Luchtkwaliteit........................................................................................................................ 52
4.6
Geur ...................................................................................................................................... 53
4.7
Bedrijven en milieuzoneringen ............................................................................................. 53
4.8
Externe veiligheid.................................................................................................................. 54
4.9
Waterparagraaf ..................................................................................................................... 54
4.10
Kabels en leidingen ............................................................................................................... 55
4.11
Wet natuurbescherming ................................................................................................... 55
4.12
Stikstofemmissie ................................................................................................................... 56
4.13
Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................... 56
4.14
Verkeer en parkeren ......................................................................................................... 58
4.15
Duurzaamheid ................................................................................................................... 58
4.16
Lichtreflectie ..................................................................................................................... 59
4.17
Elektromagnetische straling.............................................................................................. 60
HOOFDSTUK 5 – UITVOERBAARHEID.................................................................................................................. 64 5.1
Economische en financiële haalbaarheid .......................................................................... 64
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 64
HOOFDSTUK 6 – AFWEGING EN EINDCONCLUSIE ......................................................................................... 68
3
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING 1.1
Aanleiding en doel van het project
Kronos Solar is een toonaangevende internationale ontwikkelaar van grootschalige zonneparken. Als onafhankelijke ontwikkelaar combineert Kronos Solar de allerbeste locaties, technologieën en partners voor het creëren van verantwoorde en duurzame zonnepark projecten. Vanwege de complexiteit van de projecten kiest Kronos Solar ervoor om van A tot Z betrokken te zijn en daarbij veel aandacht te besteden aan samenwerking met lokale partijen en een duurzame landschappelijke inpassing zodat ook meerwaarde voor de omgeving ontstaat. Meer informatie over Kronos Solar is te vinden op www.kronos-solar.de/nl. Als moederbedrijf wil Kronos Solar op een locatie in de Gemeente Roosendaal KS NL27 B.V. ontwikkelen. Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om een zonnepark op de beoogde locatie te realiseren. Er is daarom een omgevingsvergunning aangevraagd voor 25 jaar om af te wijken van het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning in strijd met een bestemmingsplan kan alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit moet dus een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Deze onderbouwing is opgenomen in voorliggend document. 1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
De beoogde locatie voor het zonnepark ligt ten noorden van het dorp Wouw, in de oksel van de Smalle Beek en Het Loopje. Kadastraal gaat het om de percelen kadastrale gemeente Wouw, sectie Q, nummer 504. Onderstaand is de ligging aangegeven. Het gaat in de voorliggende aanvraag om het met geel aangegeven deel. Voor het overige deel (groen) wordt een aparte vergunning aangevraagd (Roosendaal II). Het indienen van 2 aanvragen is een vereiste vanuit Enexis. Op deze manier kunnen de verschillende delen ieder op een eigen middenspanningstation aangesloten worden. Om de impact van het geheel te beoordelen is gekozen om in de aanvraag het gebied als één geheel te beschouwen.
Afbeelding 1: ligging van het plangebied, geel aangegeven
4
KRONOS SOLAR 1.3
Vigerende bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan is `Buitengebied Wouw‘ (03-12-2015).
Afbeelding 2: uitsnede ruimtelijkplannen.nl
De locatie heeft binnen het bestemmingsplan de enkelbestemming ´Agrarisch met waarden - 2´ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - aardkundig’. Tevens ligt op de beoogde locatie een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Aangezien een zonnepark in strijd is met de geldende bestemmingen, is het aldus niet toegestaan op de beoogde locatie een zonnepark te realiseren. Het huidige bestemmingsplan bevat de volgende aandachtspunten: •
•
De gronden op de beoogde locatie zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de aldaar voorkomende landschapswaarden, alsmede het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van eventueel aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Deze aspecten zullen nader worden toegelicht in hoofdstuk 2, paragraaf 3. Het is niet toegestaan om op de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het College van Burgemeester en Wethouders bepaalde werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden, niet zijnde normale onderhoudswerkzaamheden, uit te voeren.
5
KRONOS SOLAR Cultuurhistorische status Binnen de grenzen van de projectlocatie ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument. De locatie heeft wel een cultuurhistorische dubbelbestemming. In hoofdstuk 4 zal nader op dit punt worden ingegaan. Eventueel eerder verleende omgevingsvergunningen voor bouwwerken komen met de aanleg van het zonnepark niet in het geding.
1.4
Locatiekeuze
De eerste keuze die voorafgaat aan het bouwen van een grootschalig, grondgebonden zonnepark is de wens om schone energie op te wekken in een bepaalde regio. Daarnaast gelden er natuurlijk ook verschillende criteria waar de gekozen locatie aan dient te voldoen om succesvol een zonnepark te ontwikkelen. De keuze voor een grootschalig grondgebonden zonnepark wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Daarna volgt een overzicht van de verschillende criteria voor een locatie voor de succesvolle ontwikkeling van een zonnepark en hoe de beoogde projectlocatie in Roosendaal aan deze criteria voldoet.
1.4.1
Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken?
De laatste jaren zijn grootschalige grondgebonden zonneparken ( >1ha) steeds vaker te zien in Nederland. Eén van de redenen hiervoor is de doelstelling van Nederland om in 2023 minimaal 16% van ons totale energieverbruik afkomstig te laten zijn uit hernieuwbare bronnen.1 Voor 2020 deze doelstelling 14%. In 2019 was slechts 8,7% van ons totale energieverbruik in Nederland afkomstig uit hernieuwbare bronnen.2 Gezien de trend van de afgelopen jaren is het niet waarschijnlijk dat deze doelstelling in 2020 is gehaald. Aandeel van energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen periode 2000-2019.
1
De Nederlandse doelstellingen zijn neergelegd in het klimaatakkoord: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2013/09/06/energieakkoord-voor-duurzame-groei 2 Centraal Bureau voor de Statistiek, september 2020, Hernieuwbare Energie in Nederland 2019 (https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/40/hernieuwbare-energie-in-nederland-2019)
6
KRONOS SOLAR
CBS 2019, rapport hernieuwbare energie 2019 gepubliceerd september 2020 Om de doelstelling voor 2023 te halen zullen wij in Nederland (2020 meegerekend)3 in drie tot vier jaar tijd het aandeel van ons totale energieverbruik dat afkomstig is uit hernieuwbare bronnen moeten verhogen met 7,3%. Dit is een stijging van 84%, terwijl het aandeel in de periode 2015-2019 slechts met 65% is gestegen. Het begin is er, maar we lopen achter. Om aan de doelstellingen (welke worden geëist vanuit Europa) te kunnen voldoen zal in Nederland een enorme inhaalslag gemaakt moeten worden. Grootschalige grondgebonden zonneparken kunnen op een relatief korte termijn (twee tot drie jaar) een enorme bijdrage leveren aan het behalen van de (ambitieuze) Nederlandse doelstellingen. Het voordeel van grootschalige grondgebonden zonneparken is tweeledig. In de eerste plaats zijn de kosten per kWp4 lager als gevolg van schaalvoordelen. Waar vroeger grootschalige zonneparken vaak niet rendabel waren heeft de huidige subsidieregeling hier verandering in gebracht. Door gebruik te maken van het SDE++ subsidieprogramma zijn nu ook grootschalige projecten in Nederland rendabel. Daarnaast kan een grondgebonden zonnepark in korte tijd een veel grotere bijdrage leveren aan de bovengenoemde energiedoelstellingen dan zonnepanelen op daken met een minder grote ruimtelijke en visuele impact dan bijvoorbeeld windmolens.
Het is bovendien de verwachting dat tegen de tijd dat de eerste grondgebonden zonneparken ontmanteld zullen moeten worden in verband met de levensduur van de panelen (ca. 25 jaar), er
3
Op dit moment zijn de cijfers over het jaar 2020 nog niet bekend. Het door het CBS te publiceren rapport met betrekking tot hernieuwbare energie in 2020 wordt verwacht in september 2021. 4 kWp staat voor kilowattpiek. Dit is de maximale capaciteit van, in dit geval, een zonnepaneel. Dit geeft de maximale hoeveelheid energie aan die opgewekt zou kunnen worden met het betreffende zonnepaneel (als de zon altijd zou schijnen).
7
KRONOS SOLAR een onuitputtelijke, circulaire oplossing voor grootschalige, duurzame energie-opwek is gevonden. 1.4.2
Locatie criteria
Onderstaand zijn de criteria weergeven die van doorslaggevende betekenis zijn bij het selecteren van een projectlocatie. Deze criteria hebben vooral betrekking op de technische en fysieke aspecten van het zonnepark. Naast de hieronder genoemde criteria is het natuurlijk van belang dat het zonnepark goed kan worden ingepast in het landschap en dat de ruimte die het park in beslag neemt voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden.
Zonuren Voor het opwekken van zonne-energie is het van belang dat de beoogde projectlocatie voldoende zonuren ontvangt. Op basis van onderstaande kaart van Solargis is te zien dat op de locatie in Roosendaal te rekenen valt met een zonne-bestraling tussen 1050 – 1075 kWh/m2. De hoeveelheid zonne-bestraling in combinatie met de SDE++ stimulus zorgt ervoor dat de ontwikkeling haalbaar en rendabel is. Conclusie: de locatie leent zich zeer goed voor een zonnepark door de te verwachten zonnebestraling per m2.
8
KRONOS SOLAR
Schaduw De beoogde locatie wordt op dit moment niet omringd door bomen, gebouwen en/of andere objecten die potentieel een schaduwwerking zouden kunnen hebben op de beoogde locatie. Hierdoor is er niet tot nauwelijks sprake van schaduw binnen de grenzen van de boogde locatie. Conclusie schaduw vormt geen belemmering voor het realiseren van het project.
Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de locatie en de aanwezigheid van eventuele toegangswegen alsmede in/uitritten zijn een belangrijk criterium. De locatie nabij Wouw in de Gemeente Roosendaal is zeer goed te bereiken vanaf de Spellestraat over het erf van de grondeigenaar. Daarnaast is de locatie bereikbaar via de Donkenweg. In de eerste versie van de aanvraag was het de bedoeling om het stukje Donkenweg vanaf de Spellestraat tot aan de ingang van het zonnepark te verbeteren/versterken. In het co-creatie proces is besloten hiervan af te zien en tijdens de aanleg gebruik te maken van rij platen. Conclusie: de bereikbaarheid van de locatie is zeer goed. 9
KRONOS SOLAR
Beschikbaarheid Voor de bouw van het zonnepark is toestemming van de landeigenaar nodig. Daarnaast is het van belang dat gekeken wordt naar de rechten van derde partijen die wellicht op het land rusten (kabels, riool etc). In dit geval zijn geen rechten van derden aangetroffen die de ontwikkeling van het zonnepark belemmeren. Conclusie: de locatie is beschikbaar voor de bouw van een zonnepark.
Netaansluiting Wellicht het belangrijkste vereiste is dat voldoende capaciteit beschikbaar dient te zijn om het zonnepark aan te sluiten. In de gemeente Roosendaal is afdoende capaciteit beschikbaar om het zonnepark aan te kunnen sluiten. De betreffende capaciteit is reeds gereserveerd. Een tweede punt is de afstand van het zonnepark tot de dichtstbijzijnde aansluiting op het stroomnet. In dit geval is de afstand tot het aansluitpunt circa 1.700m. Conclusie: de afstand tot het dichtstbijzijnde aansluitpunt is geschikt voor de haalbaarheid van de realisatie een zonnepark en er is voldoende capaciteit beschikbaar om het zonnepark aan te sluiten.
Duurzaam ruimtegebruik Onder duurzaam ruimtegebruik wordt het gebruik van het land voor meerdere doeleinden verstaan. Voor de beoogde projectlocatie in de Gemeente Roosendaal is gepland dat het terrein door schapen wordt begraasd en gemaaid. Alternatief wordt in overleg met de landeigenaar gekeken naar de mogelijkheden om kalkoenen te laten scharrelen op de beoogde projectlocatie. Daarnaast wordt gezocht naar een imker om bijenkasten te plaatsen op de beoogde projectlocatie. Om dit te stimuleren worden de noord- en zuidrand van het zonnepark ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Conclusie: door extensief beheer ontstaat een gebied met een kruidig grasland dat ruimte biedt voor duurzaam ruimtegebruik.
1.5
Conclusie en leeswijzer
Bovenstaand vormt een inleiding op de ruimtelijke onderbouwing voor het zonnepark aan de Spellestraat, ten noorden van Wouw. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid voor de ontwikkeling van zonneparken en de daaraan gekoppelde voorwaarden voor het voorliggende projectvoorstel. Hoofdstuk 3 behandelt een gedetailleerd overzicht van het beoogde project. De relevante omgevings- en sectorale aspecten worden in hoofdstuk 4 uiteengezet. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project.
10
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 2 – BELEID
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op het relevante rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op de beoogde activiteit aan de Spellestraat. In sectie 2.6 volgt de conclusie.
2.2
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en vervangt verschillende nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Het kabinet beschrijft hierin in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeenten krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening, terwijl de Rijksoverheid zich richt op nationale belangen. De beoogde activiteit is niet in strijd met de SVIR. Toetsing van de ontwikkeling Het zonnepark is een lokale ontwikkeling waarbij geen nationale belangen uit de SVIR in het geding zijn. Aan de algemene voorwaarden van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming wordt, net als bij alle andere ruimtelijke plannen, voldaan door te voldoen aan de wettelijke vereisten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, ruimte voor de rivier, kustverdediging, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
In het plangebied zijn geen belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Toetsing van de ontwikkeling In het plangebied zijn geen nationale belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). Doel hiervan is dat een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt door optimale benutting van ruimte in stedelijk gebied en dat een zorgvuldige afweging plaatsvindt in een transparant proces voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. 11
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Het aanleggen van een zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten, die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Een toets aan de Ladder kan dan ook achterwege blijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt hieronder wel kort ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. Een zonnepark van de beoogde omvang levert schaalvoordelen op waardoor de kosten per eenheid geleverde stroomdalen. Dit geeft de mogelijkheid om het zonnepark met minder subsidie te bouwen, wat de haalbaarheid van het project vergroot. Inzetten op grootschaligheid geeft daarnaast meer ruimte om iets terug te doen voor de omgeving, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik (natuurontwikkeling) of door duurzame initiatieven te steunen. Energieakkoord 2013 Het energieakkoord voor duurzame groei bevat afspraken over energiebesparing, meer duurzame energie en extra werkgelegenheid. Het kabinet heeft deze afspraken gemaakt met onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties.
Het kabinet beschouwt het akkoord als een belangrijke stap op weg naar een 100% duurzame energievoorziening. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen rondom duurzame energieopwekking. Subsidie Duurzame Energie (SDE++) Bedrijven en (non-profit) instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren, kunnen gebruik maken van de subsidieregeling SDE++. De subsidieregeling is bedoeld voor hernieuwbare energietechnieken en is onderverdeeld in de categorieën Biomassa, Geothermie, Water, Wind (land, meer en dijk) en Zon. Met de SDE++ stimuleert het ministerie van Economische Zaken de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening in Nederland. Duurzame energie is beter voor het milieu, maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en is goed voor de economie. Toetsing van de ontwikkeling Doel van dit project is om voor het najaar van 2018 een aanvraag in te dienen voor een SDE++ subsidie. Streven is dat er voor de aanvraagdatum een omgevingsvergunning verleend is.
12
KRONOS SOLAR 2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening Ruimte
De Provincie Noord-Brabant heeft in maart 2014 een geactualiseerde versie van de Ruimtelijke Structuurvisie Noord-Brabant vastgesteld. De structuurvisie beschrijft het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 en neemt daarbij doelstellingen en ambities over uit de Agenda van Brabant. De vertaling van de structuurvisie naar beleidsuitgangspunten is opgenomen in de Verordening Ruimte. De structuurvisie beoogd een visie en antwoord te geven op de problematiek rondom de ruimtelijke verandering van het landschap als gevolg van economische groei, klimaatverandering, duurzaamheid, en infrastructurele ontwikkelingen. Een omgangsregeling gestoeld op behoud van de ruimtelijke kwaliteit, door concentratie van verstedelijking en versterking van het bestaande buitengebied van de provincie, vormt dan ook de kern van het beleid. Klimaatverandering en de energietransitie als gevolg daarvan, staan hoog op de agenda van de Provincie Noord-Brabant. Daaraan gelieerd zijn de afname van biodiversiteit en de verandering van het landelijk gebied. Door in duurzame oplossingen te denken hoopt de Provincie Noord-Brabant direct meerdere ruimtelijke opgaves tegelijkertijd te behandelen die aansluiten op de behoeften en mogelijkheden van het Brabants grondgebied.
Om de ruimtelijke ontwikkelingen in het provinciaal gebied te sturen heeft de provincie kernkwaliteiten gedefinieerd en deze visueel middels verschillende lagen weergegeven. De leidende principes rondom het zorgvuldig omgaan met het Brabants grondgebied zijn vertaald naar 14 provinciale ruimtelijke belangen. Twee principes liggen hieraan ten grondslag, te weten: (1) het faciliteren van een duurzame ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en (2) het garanderen van een gezond en veilig vestigings- en woonklimaat. Concreet liggen er 14 belangen, dus ruimtelijke opgaven, visueel weergegeven in de structuurvisiekaart: 1. Regionale contrasten 2. Multifunctioneel landelijk gebied 3. Robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem 4. Beter water- en natuursysteem 5. Koppeling waterberging en droogtebestrijding 6. Duurzaam gebruik van ondergrond 7. Ruimte voor duurzame energie 8. Concentratie van verstedelijking 9. Sterk stedelijk netwerk 10. Groene geledingszones tussen steden 11. Gedifferentieerd aanbod aan goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen 12. Economische kennisclusters 13. (Inter)Nationale bereikbaarheid 14. Beleefbaarheid stad en land vanaf hoofdstructuur
13
KRONOS SOLAR
Afbeelding 3: structuurvisiekaart
Voor de beoogde projectontwikkeling is belang 7 “Ruimte voor duurzame energie” de belangrijkste pijler. Hiermee wordt duidelijk dat de Provincie Noord-Brabant stevig inzet op zuinig energiegebruik en de ontwikkeling van duurzame energie uit wind, zon, bodem, biomassa, vergisting en geothermie, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het bestaande landschap en geen versnippering van het landschap ontstaat. Zorgvuldig ruimtegebruik vormt daarvoor het uitgangspunt. Op basis hiervan zijn vervolgens thematische ontwikkelopgaven gedefinieerd om tot een efficiënte ruimtelijke ontwikkeling te komen van minimaal één provinciaal ruimtelijk belang. De Verordening Ruimte geeft ruimtelijke sturing en regelgeving op deze punten. Deel B van de structuurvisie beschrijft middels vier structuren de provinciale ruimtelijke structuur, wederom gebaseerd op de ruimtelijke belangen uitgewerkt in Deel A. Deze zijn: -
Groenblauwe structuur Landelijk gebied Stedelijke structuur Infrastructuur
14
KRONOS SOLAR De Verordening Ruimte geeft een ruimtelijke vertaalslag naar regelgeving voor deze vier structuren, rekening houdend met de ambities en doelstellingen als geformuleerd in Deel A van de structuurvisie. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde planlocatie is volgens de structurenkaart (bijlage bij de structuurvisie) gelegen in de Groenblauwe Mantel, een onderdeel van de groenblauwe structuur (de andere twee onderdelen zijn ‘kerngebied groenblauw’ en ‘gebieden voor waterberging’). De groenblauwe structuur bestaat uit een aantal samenhangende gebieden in Noord-Brabant, voornamelijk beken, waterlopen, bos en natuurgebieden, maar ook agrarische gebieden die van belang zijn voor natuur- en watervoorzieningen. Het provinciaal beleid in deze gebieden is gefocust op het behoud en de versterking van bestaande natuurwaarden, maar ook op de ontwikkeling van een robuust watersysteem dat toekomstbestendig is. De structuur dooradert het landelijk en stedelijk gebied =wat het Brabants landschap aantrekkelijk maakt= maar staat tevens open voor innovatieve ruimtelijke ontwikkeling. Concreet wil de provincie haar beleid vormgeven op: 1. 2. 3. 4.
Ontwikkeling van biodiversiteit Robuuste en veerkrachtige structuur Natuurlijke basis en versterking van landschappelijke contrasten Gebruikswaarde van natuur en water verbeteren
Afbeelding 4: Structurenkaart uit de Structuurvisie
15
KRONOS SOLAR
De groenblauwe mantel kan omschreven worden als een overwegend gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. De groenblauwe mantel grenst aan kerngebieden groenblauw, en overlapt daarom ook deels de ambities en regelgeving voor deze kerngebieden. Behoud en bescherming van bestaande landschappelijke waarden staat centraal, alsmede de ontwikkeling van natuur, water(beheer), en landschap. Landschappelijke waarden zijn veelal gekoppeld aan bestaande landschapselementen zoals houtwallen, heggen, het watersysteem, en de aanwezigheid van bijzondere planten en/of dieren. Grondgebonden agrarisch grondgebruik vormt tevens een speerpunt, maar er liggen in de gebieden ook kansen voor recreatie en toerisme. De groenblauwe mantel biedt ook ruimte aan de groeiende vraag naar diensten, zoals agrarisch natuurbeheer, verbreding van agrarische bedrijvigheid gericht op beleving van rust en ruimte, zorg en welzijn, duurzame vormen van energievoorziening en de ontwikkeling van grondgebonden veehouderijen. Intensivering van de agrarische sector is binnen de groenblauwe mantel niet gewenst. Door de veelal aanwezige verbinding van de groenblauwe mantel aan bestaand stedelijk gebied ligt de nadruk vooral op recreatie en beleving van het landschap; stad en land komen in deze gebieden samen en kunnen beide drager zijn van het bestaande landschap.
Bovenstaande punten zijn dan ook opgenomen in de Verordening Ruimte, artikel 6.1 Bescherming van de groenblauwe mantel. Op 25 oktober 2019 heeft de provincie Noord-Brabant een nieuwe verordening vastgesteld. In artikel 3.41 van deze verordening gaat de provincie specifiek in op zonneparken. In dit artikel is opgenomen dat vestiging van zonneparken mogelijk is, mits aan een goede ruimtelijke onderbouwing voldaan is en:
16
KRONOS SOLAR
1. Dat uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is. a. De locatie past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. b. De ontwikkeling qua omvang is inpasbaar in de omgeving. c. De ontwikkeling een heeft maatschappelijke meerwaarde. d. De ontwikkeling op is regionaal niveau afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energieinitiatieven in de omgeving. 2. Dat de maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. De mate van meervoudig ruimtegebruik; b. De maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; en c. De bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. 3. Er enkel toepassing gegeven wordt aan het eerste lid waarbij sprake is van een procedure onder de WABO 2.12 eerste lid onderdeel a, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De volgende punten dienen als voorwaarden te worden verbonden aan de vergunning: a. De omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt. b.
Na het verstrijken van de termijn wordt de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd. c. Voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
Afbeelding 5: De groenblauwe mantel
17
KRONOS SOLAR Op basis hiervan kan een omgevingsvergunning voor een zonnepark van tijdelijke aard (25 jaar) afgegeven worden. Na afloop van deze periode dient het zonnepark te worden ontmanteld en het planperceel in de oorspronkelijke staat te worden teruggebracht. De beoogde projectlocatie heeft een onregelmatig verkavelingspatroon en wordt deels omsloten door waterstroompjes. Aan de zuidelijke westgrens is een klein bosblok gesitueerd. De komst van een zonnepark kan de kwaliteiten van de beoogde locatie verder uitdiepen en versterken. Daarnaast kan het zonnepark, deels aansluitend op een doorgaande lokale weg, een lokale trekpleister vormen waar inwoners en belangstellenden zelf kunnen beleven hoe lokaal energie wordt opgewekt. Met behulp van informatiepanelen (zie ook landschappelijke inpassing) en een website voor het zonnepark kan dit verder versterkt worden. Het industriële karakter van het zonnepark kan, wanneer goed ingepast, opgaan in het bestaande landschap. Anderzijds vormt het zonnepark een innovatieve, nieuwe manier van ruimtegebruik zoals dat ook in het verleden, via ontginningen en steeds intensiever wordende landbouw, onderdeel was van een veranderend landschap. Het park kan daarmee een brug tussen stad en land, oud en nieuw landgebruik vormen, en tegelijkertijd actief bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente.
2.3.2
Beleidsvorming duurzaamheid
Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 De Provincie Noord-Brabant heeft in het kader van het inzetten van de energietransitie in 2010 een energieagenda opgesteld voor een periode van 10 jaar. De provincie voorziet een (inter)nationale hoofdrol voor Noord-Brabant, waarin economische groei en duurzame innovatie hand in hand gaan. Daartoe wordt ruimte om te experimenteren gefaciliteerd, onder ruimtelijke en andere randvoorwaarden. Voor de boer en de natuur wordt een rol als energieleverancier voorzien. Boeren worden gestimuleerd vormen van grootschalige duurzame opwek zoals windenergie, zonne-energie en biovergisting te gaan toepassen. In een reactie op (deels) onbehaalde duurzaamheidsdoelstellingen uit het provinciaal beleid (Energiebesparing en duurzame energie in Noord-Brabant, beleidsplan 2005-2008) wil de provincie een nieuwe aanpak formuleren. De opgezette energieagenda vormt de uitwerking daarvan en richt zich concreter op de onderdelen waar de provincie een verschil kan maken: samenbrenging en samenwerking, het verkleinen of wegnemen van financiële obstructies en het monitoren en evalueren van het beleid om het op die manier tijdig te kunnen bijsturen. Hiermee probeert de Provincie Noord-Brabant het provinciaal duurzaamheidsbeleid enerzijds te specificeren en anderzijds te intensiveren om zo sneller en effectiever haar doelstellingen te kunnen bereiken.
Per punt geeft de provincie weer waar de kansen liggen op het gebied van duurzaamheid, en welke middelen daarvoor ingezet dienen te worden. In paragraaf 3.1 wordt specifiek gesproken over de mogelijkheden voor Zon-PV binnen het plan van de provincie Noord-Brabant, de energieagenda. De provincie erkent hier de waarde en het belang van het inzetten van deze technologie, niet alleen omdat het een vorm van duurzame energieproductie is, maar ook kansen biedt voor economie en werkgelegenheid. De provincie geeft aan dat op dit gebied een ‘bijzondere inzet’ van de provincie is verantwoord, omdat Zon-PV ook samenwerkingsmogelijkheden tussen verschillende instanties kan opleveren. De Provincie Noord-Brabant zet in op (wetenschappelijk) 18
KRONOS SOLAR onderzoek en technologieverbetering via de TU/e en TNO, en de inzet van Zon-PV als motor van de Brabantse economie. De provincie speelt in haar oorspronkelijke beleidsstuk dus voornamelijk in op de economische waarde van zonneparken voor Noord-Brabant. De daadwerkelijke waarde van duurzame energieproductie via zonneparken komt in de energieagenda minder aan bod, maar wordt hieronder uitgediept in het Uitvoeringsprogramma Energie van de Provincie Noord-Brabant. Om de provinciale kansen en doelstellingen te kunnen verwezenlijken presenteert de provincie een provinciaal actieplan, waarbij de provincie een rol van faciliteren, subsidiëren, monitoren en experimenteren vervult. Van gemeenten verwacht de provincie een sturende rol. Daartoe dienen nadere afspraken gemaakt te worden met de gemeentes waar de meeste kansen liggen, en dient een gezamelijk communicatieplan opgesteld te worden. Toetsing van de ontwikkeling Het voorliggend initiatief draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Provincie Brabant, en middels de beoogde inzet op lokale werkgelegenheid voor bouw en onderhoud van het park wordt tevens voldaan aan de wens Zon-PV als motor van de lokale energieopwek te laten gelden.
Uitvoeringsprogramma Energie Doorvoerend op de Energieagenda heeft de provincie Noord-Brabant het Uitvoeringsprogramma Energie (februari 2016) opgesteld. Hierin vertelt de provincie hoe zij een energieneutrale samenleving in 2050 wil bereiken. De eerste stap in het behalen van dit einddoel is het bereiken van 16% duurzame energieopwekking in 2023. De provincie geeft in een overzicht van haar tactiek aan zich te richten op de hoofdlijnen draagvlak, innovatiekracht en (bestuurlijke) ruimte. In paragraaf 4.2.1, Energieke Landschappen, wordt de provinciale aanpak voor grootschalige opwek uiteengezet. Draagvlak wordt hier wederom aangedragen als belangrijke pijler. Vervolgens wordt beredeneerd dat energie een steeds groter onderdeel uit zal gaan maken van onze leefomgeving, met een focus op lokale en duurzame opwekking: “Brabanders gaan hun eigen energie opwekken of halen het uit de buurt. Net zoals veel Brabanders tegenwoordig hun eigen voedsel verbouwen of uit de buurt halen. We wekken daarmee niet alleen onze eigen energie op, maar worden ons ook bewust van ons energiegebruik.” (Uitvoeringsprogramma Energie, p.
34) Daarmee wordt duidelijk dat de Provincie Noord-Brabant niet alleen inziet dat het landschap langzaam zal veranderen ten behoeve van lokale duurzame opwek van energie, maar ook dat duurzame opwek en de landbouw onlosmakelijk en in steeds grotere mate aan elkaar verbonden zijn en moeten worden. Immers is voor de productie van duurzame energie ruimte in het buitengebied nodig, en vormt de productie van die duurzame energie net als traditionele landbouw een gedegen bron van inkomsten voor agrariërs. Zoals in het verleden het natuurlijk landschap transformeerde tot grond voor (intensieve) landbouw, zo zal het huidige landschap langzaam veranderen in een gemengd landschap van energieproductie en voedselproductie, het nieuwe energielandschap. De provincie geeft aan het belang van zonneweides en andere 19
KRONOS SOLAR grootschalige duurzame oplossingen duidelijk in te zien, maar is zich tevens bewust van de tijdelijkheid van dit soort oplossingen: uiteindelijk zullen deze maatregelen niet blijven volstaan, en zal op nieuwe technologieën moeten worden ingezet. In praktische zin geeft de provincie aan te willen bijdragen aan initiatieven die door de samenleving worden gesteund, zolang deze een meerwaarde opleveren. Verder wordt het omgevingsbeleid bekeken om te bepalen in welke mate dit kan worden aangepast om ruimte te bieden aan de duurzame energiebehoefte. Uit de Tussenevaluatie die in 2017 is uitgevoerd door CE Delft blijkt dat dit reeds is gebeurd door bijvoorbeeld het uitbreiden van het afwegingskader voor zonneparken. Daarnaast wordt waarde gehecht aan het bevorderen van de omgevingskwaliteit en een goede landschappelijke inpassing. Tenslotte wordt door de provincie een belangrijke rol voor gemeenten weggelegd in het ontwikkelen van een visie en strategie. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het verlangen van de provincie om in 2023 16% van de energie duurzaam op te wekken. Door middel van participatie (Postcoderoos en/of samenwerking met een lokale energiecoöperatie) wordt bijgedragen aan het toekomstbeeld van lokale duurzame opwek.
De tijdelijkheid van deze ontwikkeling wordt gereflecteerd door het plan de zonnepanelen voor maximaal 25 jaar te laten staan, waarna er weer ruimte vrijkomt voor nieuwe technologieën.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie Roosendaal
De gemeente Roosendaal heeft de visie voor de toekomst uiteengezet in de structuurvisie Roosendaal 2025. De structuurvisie begint met grondbeginselen van het ruimtelijk beleid. De stad Roosendaal is qua opbouw compact, compleet en verbonden. Dit compacte karakter komt voort uit het geconcentreerd bouwen van wijken en dorpen in een hiërarchie van wegen en met een geconcentreerde voorzieningenstructuur. De kwaliteit van het buitengebied, open en weids in het noorden en een parklandschap in het zuiden, komt daardoor goed tot zijn recht. De structuurvisie bestaat uit meerdere aspecten zoals wonen, recreatie, bedrijventerreinen, etc. Voor deze aanvraag zijn niet alle aspecten die in de structuurvisie benoemd worden van belang. Er wordt dan ook enkel ingegaan op de aspecten ‘het groene buitengebied’ en ‘energie.’
Het groene buitengebied De gemeente Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied en het ondersteunen van agrarische ontwikkelingen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van de gemeente Roosendaal.
20
KRONOS SOLAR
Afbeelding 6: De planlocatie binnen de Structuurvisie Roosendaal
Vooral het parklandschap in het zuiden van de gemeente heeft een sterk karakter met verschillende bosgebieden en de groene as die de verschillende gebieden met elkaar verbindt. In het noorden voert het weidse en open landschap de boventoon. De structuurvisie geeft hierover aan: “In het zuidelijk gedeelte van het buitengebied ligt de nadruk op het behouden en verbinden van natuur en landschap (zie ook de paragraaf “vermaak”) en worden de mogelijkheden voor recreatief medegebruik en plattelandsontwikkeling verruimd; het noordelijk gebied wordt benut voor verdergaande agrarische ontwikkeling;”
Energie De gemeente Roosendaal wil vanuit het oogpunt van energietransitie, duurzaamheid en milieu de mogelijkheid bieden aan initiatiefnemers om meer gebruik te maken van bodemenergie, zonne-energie, en windenergie. Voor het winnen van bodemenergie en windenergie heeft de gemeente in de structuurvisie voorkeursgebieden aangegeven. Voor zonne-energie heeft de gemeente geen voorkeurslocaties of andere richtlijnen opgenomen in de structuurvisie, maar deze staan wel apart vermeld in het beleid zonne-energie dat in het voorjaar van 2018 is uitgekomen. Specifiek voor zonne-energie geeft de gemeente Roosendaal aan dat het in principe op alle daken zonnepanelen toestaat en de collectieve winning van zonne-energie stimuleert. In de structuurvisie wordt niet nader ingegaan op grondgebonden zonneparken.
Toetsing van de ontwikkeling Het plangebied ligt in het groene buitengebied van de gemeente Roosendaal, ten westen van de stad Roosendaal en ten noorden van de dorpskern Wouw. De weidsheid en openheid van het noordelijk deel van het buitengebied sluit goed aan bij het karakter van een zonnepark, zeker gezien het contrast met het gesloten parklandschap in het zuiden van de gemeente. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan bij het streven van de gemeente om een actieve rol in te nemen op het
21
KRONOS SOLAR gebied van de energietransitie en de duurzaamheidsdoelstellingen. Een gedetailleerde toetsing van de ontwikkeling aan deze doelstellingen komt hierna aan de orde.
2.4.2
Landschapsontwikkelingsplan De Zoom van West-Brabant
Op 25 november 2004 heeft de gemeenteraad van Roosendaal ingestemd met de beleidsnota voor groen- en landschapsbeleid ‘De Zoom van West-Brabant’. Dit landschapsontwikkelingsplan (LOP) voor de kernen en het buitengebied is een samenhangende visie op landschapskwaliteit en bevat de bouwstenen en inrichtingsprincipes voor landschapsontwikkeling. Het plan dient als leidraad voor de rol en de werkwijze van de gemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal om deze landschappelijke kwaliteitsvisie te realiseren. De beleidsnota gaat wat betreft ondergrond uit van 3 geomorfologische eenheden: -
Het dekzandgebied; De Brabantse Wal; en Het deltagebied.
De verschillen in de ondergrond zijn in het verleden aangescherpt door vestiging en ontginning. In de 20e eeuw zijn de verschillen tussen de deelgebieden door de ontwikkeling van het ruimtegebruik afgezwakt, maar niet verdwenen. Over de ondergrond is een mozaïek ontstaan van agrarische werklandschappen, waardevolle ensembles van natuur en landschap en ordenende structuurlijnen tussen kernen. Het dekzandgebied Dekzand bestrijkt het grootste deel van het plangebied ten oosten van de Brabantse Wal. Het licht glooiende reliëf is door de wind gevormd en loopt van zuid naar noord geleidelijk af naar de polders van het deltalandschap. De beekdalen, die op de hogere delen ontspringen, hebben zich in het dekzand ingesleten en monden uit in de Roosendaalse en Steenbergse Vliet. De beken en beekdalen zijn de structuurdragers in dit landschap. De Brabantse Wal De steile landduinen van de Brabantse Wal vormen het markante grensgebied tussen het dekzandlandschap en het deltalandschap. De wal loopt naar het noorden toe geleidelijk af. Met de vestiging van landgoederen zijn de landduinen bebost voor houtproductie en jacht. Het grote aandeel naaldhout vormt een beperking voor de ecologische variatie en voor de inzijging van regenwater. Tussen de bosgebieden ligt een kleinschalig open cultuurlandschap dat vergelijkbaar is met de tuinderijen in de Hollandse duinzone.
Op sommige plekken stagneert het water op de Wal. In deze natte kommen zijn meertjes en veengronden ontstaan met hoge natuurwaarden. De moerassen zijn indertijd benut bij de aanleg van de West-Brabantse Waterlinie.
22
KRONOS SOLAR Het Deltagebied Het deltagebied is het laaggelegen zeekleigebied westelijk en noordwestelijk van de Brabantse Wal en het dekzandgebied. De overgang aan de westflank van de Brabantse Wal is scherp. Aan de noordzijde gaat het zandige hoevenlandschap geleidelijk over in het landschap van kleipolders en kreken.
Afbeelding 7: Kaart Landschapsontwikkelingsplan
Het buitengebied van de gemeente Roosendaal bestaat uit een open hoevenlandschap met een golvend reliëf en een sterke identiteit. Het vormt hiermee de karakteristieke kern van het agrarische werklandschap. De oude veenontginningen, de jonge heideontginningen en het besloten landschap rond Nispen zorgen voor een differentiatie die van landschappelijke en cultuurhistorische waarde is. Naast het opstellen van een landschappelijk ontwikkelingsplan met het doel dit terug te laten vloeien in het ruimtelijk beleid, onderneemt de gemeente Roosendaal ook actief actie om de landschapsontwikkelingsvisie te realiseren. Dit doet de gemeente door 8 concrete projecten waar prioriteit aan wordt gegeven.
23
KRONOS SOLAR
Afbeelding 8: Projectenkaart gemeente Roosendaal
Deze regio-projecten kunnen door initiatiefnemers meegenomen worden in de plannen om er zo voor te zorgen dat het landschapsplan tot uitvoering wordt gebracht.
Toetsing van de ontwikkeling Het plangebied ligt in het open hoevenlandschap tussen de watergangen ‘De Smalle Beek’ en ‘het Loopje’ net ten noorden van de dorpskern Wouw. De landschapsbasis die hieraan ten gronde ligt is ‘het dekzand.’ De Smalle Beek die ten westen van de planlocatie loopt is in het LOP aangemerkt als “beken en beekdalvormige laagten” waar sprake is van een aardkundige waarde en een natuurwaarde. De Smalle Beek wordt ook door de beleidsnota zonne-energie op voorhand reeds uitgesloten voor de ontwikkeling van zonneparken.
Afbeelding 9: Gebiedskaart Landschapsontwikkelingsplan
24
KRONOS SOLAR Het LOP omvat ook een gebiedskaart waar de wenselijke ontwikkelingen voor het buitengebied en de kernen van Bergen op Zoom en Roosendaal zijn aangegeven. Het gebied waar de planlocatie in valt heeft als gebiedsstrategie het realiseren van waterberging. Daarnaast is ook als doel gesteld om de openheid van het agrarisch productielandschap te handhaven. Zowel De Smalle Beek als Het Loopje zijn aangegeven als natteverbindingszones.
Afbeelding 10: Gebiedskaart Landschapsontwikkelingsplan
Voor wat betreft projecten die de gemeente Roosendaal inzet om de landschapsontwikkelingsvisie te realiseren sluit de projectlocatie aan bij twee projecten. Het meest concreet sluit de projectlocatie aan bij het project “Beekzone Smalle Beek”. Van een directe aansluiting op De Smalle Beek is geen sprake nu dit door de beleidsnota zonne-energie uit wordt gesloten. Wel vindt het park direct aansluiting bij Het Loopje en de overige natuurdoelstellingen om natte ecologische verbindingen te realiseren door extensief beheerde graslanden. Voor de projectlocatie is samen met landschapsarchitectenbureau Ton Thus gekeken naar de mogelijkheden om de landschapskenmerken in dit gebied te versterken. Hieruit is gebleken dat het landschap zich goed leent voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark, gezien het mozaïsch en divers karakter van het landschap. In hoofdstuk 3 zal in het kader van landschapsontwikkeling concreter op deze aspecten ten behoeve van landschapsontwikkeling worden ingegaan. De geschetste kansrijke natuurontwikkeling en het beheer gericht op bloemrijke kruiden‐ en graslandvegetatie binnen de zonneparken, zal op termijn een hogere biodiversiteit voor het gebied opleveren, vooral voor insecten, vogels (o.a. de patrijs, rietgors) en zoogdieren (o.a. woelmuizen, kleine marters).
2.4.3
Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat
De doelstelling van de gemeente Roosendaal is om een aandeel van 16% hernieuwbare energie te bereiken in 2023 en een energie neutrale samenleving in 2050. Hoewel het aandeel hernieuwbare energie nu meer is dan het landelijk gemiddelde, is naast de reeds bekende projecten extra inzet nodig om de energieambities te behalen.
25
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Het beoogde initiatief draagt significant bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Gemeente Roosendaal. Zoals hieronder zal blijken zijn voor het betreffende project maatschappelijke en landschappelijke inpassingsmethoden getroffen om het zonnepark tevens op een passende manier op de Roosendaalse samenleving en omgeving te laten aansluiten.
2.4.4
Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken
De provincie Noord-Brabant heeft in juli 2017 de verordening ruimte aangepast en daarin bepaald dat een gemeente een visie op zonne-energie moet hebben om eventuele zonneparken in het buitengebied mogelijk te maken. Op 13 maart heeft de gemeenteraad van Roosendaal de beleidsvisie zonne-energie 2018 vastgesteld. Deze beleidsvisie komt voort uit het actieplan Roosendaal Futureproof 2017–2021, waarin is aangegeven dat Roosendaal zich zal inzetten voor de energietransitie en dat zonne-energie daarbij een belangrijke rol kan spelen. In de beleidsvisie heeft de gemeente Roosendaal gekeken naar de energiebehoefte en de energieopgave. Uit deze analyse blijkt dat het huidige oppervlakte aan dakvlakken binnen de gemeente Roosendaal onvoldoende is om te kunnen voorzien in de huidige energiebehoefte. In onderstaande tabel heeft de gemeente Roosendaal de resterende energieopgave samengevat:
Bovenstaande tabel laat zien hoeveel hectare aan zonnepark(en) de gemeente Roosendaal nodig heeft om aan de energiebehoefte te voldoen. De gemeente Roosendaal heeft de realisatie van zonneparken tot en met 2023 gemaximeerd op 75 hectare (ca. 25% van de netto behoefte aan zonneparken bij 0% energiebesparing per jaar tot 2040). Het gemeentelijk beleid voor zonne-energie heeft een uitnodigend karakter, maar bevat tegelijkertijd concrete spelregels waaraan voldaan moet worden. In eerste instantie beoordeelt de gemeente waar een initiatief thuishoort op de zonneschijf. De zonneschijf helpt bij de beoordeling van een initiatief. De vraag die gesteld wordt is ‘matcht het initiatief met de eigenschappen en kwaliteiten van de specifieke plek?’. De zonneschijf bestaat uit vijf zones: 1. Zone 1: Gebouwgebonden zonnepanelen; 2. Zone 2: Grondgebonden zonnepanelen binnen bestaand stedelijk gebied; 3. Zone 3: Grondgebonden zonnepanelen direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied, waaronder zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling; 4. Zone 4: Grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch werklandschap.
26
KRONOS SOLAR 5. Zone 5: Grondgebonden zonnepanelen in de Brabantse Wal, het park- en coulissenlandschap
Afbeelding 11: Zonneschijf Roosendaal
Naast de zonneschijf heeft de gemeente Roosendaal ook een visiekaart opgesteld waarin is aangegeven in welke gebieden zonneparken zijn uitgesloten, en in welke gebieden (onder voorwaarden) zonneparken mogelijk zijn. Hierbij is voor het buitengebied een verschil aangemerkt voor de Brabantse Wal/Parklandschap/Coulissenlandschap en het Agrarisch werklandschap.
Afbeelding 12: Visiekaart
27
KRONOS SOLAR In het rood zijn de gebieden aangegeven die zijn uitgesloten voor de ontwikkeling van zonneparken. In donkergroen zijn de gebieden aangegeven die deel uit maken van de Brabantse Wal/Parklandschap/Coulissenlandschap. In dit landschap zijn zonneparken tot 2 hectare mogelijk. De lichtgroene gebieden maken deel uit van het Agrarisch werklandschap waar grootschalige zonneparken onder bepaalde voorwaarden mogelijk zijn. Naast de Visiekaart omvat het beleidsstuk ook een beleidsinventarisatiekaart. Op basis van diverse ruimtelijke beleidskaders van de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente is een logische en werkbare beleidskaart met uitgangspunten opgesteld. De indeling is in belangrijke mate gebaseerd op het Landschapsontwikkelingsplan 'De Zoom van West-Brabant’.
Afbeelding 13: Beleidsinventarisatiekaart
De ontwikkeling van een zonnepark dient gecombineerd te worden met een goede landschappelijke inpassing. Het realiseren van deze landschappelijke inpassing zal als voorwaardegekoppeld worden aan de omgevingsvergunning. Landschappelijke inpassing is maatwerk en moet aansluiten bij de schaal en het karakter van het betreffende landschapstype. Bestaande landschappelijke (kavel)structuren zijn hierbij leidend. Naast de goede landschappelijke inpassing die voor ieder zonnepark vereist is, is voor een ontwikkeling in het buitengebied ook een landschappelijke kwaliteitsverbetering vereist. Dit sluit aan bij het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant', dat zijn oorsprong vindt in het provinciaal beleid. De gemeente Roosendaal ziet volgende punten als landschappelijke kwaliteitsverbetering: -
-
-
Het aanleggen cq. herstellen van natuur- en landschapselementen buiten het bestemmingsvlak waar het zonnepark wordt gerealiseerd. In het agrarisch werklandschap zijn dit onder andere amfibieënpoelen, natuuroevers met riet/ nat grasland, een bloemrijke/ kruidenrijke zoom, een weiderand of een hakhoutbosje; Het aanleggen van extensieve recreatieve voorzieningen zoals een nieuw wandel- of struinpad of het herstellen van een oud wandelpad; voorzieningen als bankjes en bebording zijn zinvol, mits ze op de juitste locatie geplaatst worden; Het behouden en restaureren van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; Het slopen van ontsierende bebouwing; 28
KRONOS SOLAR -
Het verkleinen of opheffen van een niet-agrarisch bestemmingsvlak; Een fysieke bijdrage aan het NatuurNetwerk Brabant (NNB) en ecologische verbindingszones; Het aanleggen van extra waterberging ten behoeve van verbetering van de waterhuishouding.
Binnen het agrarisch werklandschap dient minimaal 5% van de oppervlakte van het zonnepark te worden aangewend voor landschappelijke kwaliteitsverbetering. Toetsing van de ontwikkeling Het plangebied is gelegen in het agrarisch werklandschap. Dit gebied wordt door het gemeentelijk beleid niet op voorhand uitgesloten. Wel is het noodzakelijk dat er naast een goede landschappelijke inpassing ook sprake is van een kwaliteitsverbetering. Daarnaast is het zaak om de zonneschijf te doorlopen. Zonneschijf De volgende 5 zones maken deel uit van de zonnelader in de gemeente Roosendaal. 1. Zone 1: Gebouwgebonden zonnepanelen; 2. Zone 2: Grondgebonden zonnepanelen binnen bestaand stedelijk gebied; 3. Zone 3: Grondgebonden zonnepanelen direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied, waaronder zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling; 4. Zone 4: Grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch werklandschap. 5. Zone 5: Grondgebonden zonnepanelen in de Brabantse Wal, het park- en coulisselandschap De gemeente Roosendaal heeft een sterke voorkeur voor het opwekken van zonne-energie met gebouwgebonden installaties op het eigen dak of via de huur van zonnepanelen op het dak van derden (zone 1). De beleidsnota bevat een analyse met betrekking tot de energiepotentie van gebouwgebonden zonnepanelen.
De uitkomst hiervan is dat “de huidige oppervlakte aan dakvlakken binnen de gemeente Roosendaal onvoldoende potentie heeft om te kunnen voorzien in de huidige energiebehoefte”. Het restant van de energieopgave die in de overige zones dient te worden opgewekt is zeer omvangrijk. Bij een energiebesparing van 0% tot 2040 is sprake van 162 hectare aan grondgebonden zonnepark dat noodzakelijk is. Indien het bedrijventerrein wordt uitgebreid komt dit aandeel op 315 hectare uit. Indien een energiebesparing van 2% tot 2040 mogelijk is komt de restopgave zonder uitbreiding van het bedrijventerrein uit op 67 hectare, en met uitbreiding van het bedrijventerrein op 161 hectare. Het voorliggende initiatief is in zone 4 gelegen. Het ligt voor de hand dat het grootste deel van de energieopgave in het buitengebied zal worden gerealiseerd. Door het weidse karakter is het in dit gebied mogelijk om grotere oppervlakten aan zonnepark te realiseren die de overgebleven energieopgave vullen. De gemeente Roosendaal heeft aangegeven in 2023 een evaluatiemoment te willen hebben waarbij gekeken kan worden wat er op dat moment aan techniek beschikbaar is en hoe de invulling van de energiebesparing en de tot dan toe gerealiseerde duurzame opwek verlopen is. Tot 2023 heeft de gemeente Roosendaal de hoeveelheid zonneparken gemaximeerd op 75 hectare.
De gemeente geeft dus aan onder voorbehoud steun te leveren aan grootschalige initiatieven in het buitengebied, en daarmee zorgvuldig met de bestaande ruimte in het 29
KRONOS SOLAR buitengebied om te gaan. Het is voor grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied dan ook van belang dat naast een goede landschappelijke inpassing ook sprake dient is van een (ecologische of landschappelijke) kwaliteitsverbetering. De beoogde locatie leent zich hier goed voor. De locatie bevindt zich in allereerst in een door de gemeente Roosendaal goedgekeurd gebieden heeft daarnaast ook een heel divers, mozaïsch karakter waar ook nieuwe vormen van ruimtegebruik – mits goed ingepast – een rol van betekenis kunnen spelen. Verder is het zo dat het huidige, inmiddels hooggewaardeerde open landschap van het buitengebied, oorspronkelijk veel kleinschaliger en geslotener was. Er liggen op de beoogde locatie goede kansen deze oorspronkelijke landschappelijke kenmerken te herstellen, en deze aan de bestaande watergangen (Smalle Beek en Het Loopje) te koppelen. Daardoor ontstaat een integraal landschapsplan waaruit ecologische meerwaarde in én rondom de projectlocatie verkregen kan worden. Deze meerwaarde komt met name duidelijk terug in de volgende punten 1. Op de projectlocatie wordt gebruik van (kunst)mest vermeden en zo kan een stuk landbouwgrond ontstaan met mogelijkheid tot biologische landbouw na afloop van de gebruiksperiode van het zonnepark.
Ook wordt onderzocht of het perceel (als alternatief op de traditioneel ingezette vorm van meervoudig ruimtegebruik met behulp van schapen) het scharrelen van kalkoenen toelaat. 2. Het afstand doen van intensieve landbouw en de daarbij behorende werkzaamheden en verschraling van het landschap maakt het mogelijk een nieuwe ecologische impuls aan het projectgebied en de omgeving te geven. De soortendiversiteit kan geleidelijk toenemen en de voor het landschap oorspronkelijke faunasoorten kunnen hun weg naar het gebied terugvinden. Met de voorliggende aanvraag hoopt Kronos Solar een bijdrage te kunnen leveren aan de invulling van de energieopgave. De landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbeteringen worden later in deze aanvraag, in hoofdstuk 3, uiteengezet.
Afbeelding 15: Visiekaart
2.4.5
Motie Co-Creatie
Op 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal, aanvullend op het boven beschreven beleid voor zonneparken in Roosendaal, een extra motie aangenomen waarin beschreven wordt op welke manier het proces naar vergunningverlening voor een zonnepark 30