BIJLAGE 4 bij toelichting Plan-MER.pdf
Tekst van het document
3
Referentiesituatie
3.1
Inleiding In dit hoofdstuk is van de relevante milieuaspecten de huidige situatie beschreven. Er is ook ingegaan op de autonome ontwikkelingen in het plangebied. Referentiesituatie De effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan zijn bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie in het plangebied tijdens de planperiode van het bestemmingsplan (10 jaar) zonder de ontwikkelingen in het bestemmingsplan zelf. De referentiesituatie is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van het plangebied. Referentiesituatie = huidige situatie + autonome ontwikkeling Referentiesituatie: situatie in het plangebied tijdens de planperiode (10 jaar) zonder de ontwikkelingen in het bestemmingsplan Huidige situatie: bestaande / feitelijke situatie in het plangebied Autonome ontwikkelingen: andere ontwikkelingen in het plangebied dan de ontwikkelingen die deel uitmaken van het bestemmingsplan
De effecten van de ontwikkelingen van het bestemmingsplan zijn niet vergeleken met de huidige situatie (2020), maar met het eindjaar van de planperiode van het bestemmingsplan: 2030 (uitgaande van vaststelling van het bestemmingsplan in 2020). Uitzondering hierop is de bepaling van effecten op Natura 2000-gebieden. Deze effecten zijn bepaald ten opzichte van de huidige situatie (2020), zoals gesteld in de Wet natuurbescherming. In dit hoofdstuk is een beschrijving gegeven van de referentiesituatie: eerst algemeen voor het gebied als geheel, daarna thematisch. Hierbij is vooral gericht wordt op die delen van het buitengebied waar ontwikkelingen voorzien zijn en/of waar effecten verwachten worden. De volgende hoofdonderwerpen worden onderscheiden: Landschap en cultuurhistorie (inclusief archeologie): landschappelijke en cultuurhistorische karakteristieken en waarden in het buitengebied; Bodem en water; Natuur: Natura 2000, NNB en beschermde plant- en diersoorten; Ruimtelijke en functionele structuur: landbouw, wonen, werken (niet agrarisch) en recreatie; Leefbaarheid en gezondheid: met name de effecten van geur en fijnstof, de mogelijke invloed op de gezondheid van omwonenden en hinderaspecten als verkeer, geluid, luchtkwaliteit, lichthinder en externe veiligheid.
Blad 38 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.2
Plangebied en omgeving Het plangebied Buitengebied Wouw is gesitueerd ten westen van Roosendaal en komt overeen met het gebied dat wordt vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied Wouw. Het plangebied Buitengebied Wouw is als volgt begrensd (zie figuur 1.1): In het oosten loopt de plangrens tot aan de grens van de voormalige gemeente Wouw en sluit hiermee aan op de grens van bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal-Nispen; Het westen sluit aan op de gemeentelijke grens van Bergen op Zoom en sluit daarmee aan op bestemmingsplan Buitengebied Oost 2012; Het zuiden wordt begrensd door de rijksgrens/gemeentegrens met de Belgische gemeente Essen; In het noorden wordt het plangebied begrensd door de gemeentegrens met de gemeente Steenbergen. Hiermee sluit het plan aan op het huidige bestemmingsplan Buitengebied Steenbergen; De kernen Wouw, Heerle, Wouwse Plantage en Moerstraten en de bebouwde kern van Wouwse Plantage maken geen deel uit van het bestemmingsplan. De landbouw is de belangrijkste grondgebruiker in het plangebied. In het plangebied zijn ca. 112 agrarische bedrijven gelegen, waarvan ca. 30 veehouderijen. Het aantal agrarische bedrijven is fors afgenomen de afgelopen decennia. In 1996 waren er nog 235 agrarische bedrijven in het gebied (de voormalige gemeente Wouw) gevestigd.
Het cultuurlandschap en de natuurgebieden in combinatie met de cultuurhistorische trekkers als de Wouwse Plantage leggen een basis voor de recreatieve sector in het plangebied. De belangrijkste recreatieve trekpleister vormt de Wouwse Plantage. In de omgeving van de Wouwse Plantage ligt de golfbaan van de Wouwse Plantage. Het buitengebied wordt van oudsher ook gebruikt voor bewoning. Enerzijds in de vorm van agrarische bedrijfswoningen, anderzijds in de vorm van burgerwoningen. Deze zijn voornamelijk geconcentreerd in de kleine dorpen en buurtschappen. In het hiernavolgende wordt nader ingegaan op de gevoelige gebieden in en rond het plangebied van Buitengebied Wouw. Ook wordt ingegaan op de functionele structuur.
Blad 39 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.3
Autonome ontwikkelingen In en rond het plangebied kunnen autonome ontwikkelingen spelen, ontwikkelingen die ook zonder bestemmingsplan effect kunnen hebben op het plangebied. Voor het plan-MER is het van belang na te gaan of de ontwikkelingen zoals voorgesteld in het bestemmingsplan: Belemmerd worden door autonome ontwikkelingen; Belemmeringen kunnen vormen voor autonome ontwikkelingen; Tot cumulatie van effecten met autonome ontwikkelingen kunnen leiden. Autonome ontwikkelingen zijn te onderscheiden in: Trendmatige- en/of beleidsmatige ontwikkelingen: bijvoorbeeld ontwikkelingen in de landbouw, groei/krimp bevolking; Zeker toekomstige ontwikkelingen: concrete ruimtelijke ontwikkelingen zoals vastgelegd in (vastgestelde) ruimtelijke besluiten; Onzekere toekomstige ontwikkelingen: ontwikkelingen zoals voorzien/voorgesteld in beleidsstudies, structuurvisies e.d., maar die nog geen status hebben, nog niet zijn vastgesteld en daarmee nog niet concreet zijn. In het plan-MER kan/hoeft alleen rekening gehouden te worden met zekere toekomstige ontwikkelingen, niet met onzekere toekomstige ontwikkelingen of algemene trendmatige en/of beleidsmatige ontwikkelingen. In het plangebied Buitengebied Wouw spelen één concrete autonome ontwikkelingen: de aanleg van een nieuwe 380 Kv hoogspanningslijn (rode lijn in onderstaande figuur).
Hier is een separate plan- en besluitvormingsprocedure doorlopen.
Blad 40 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4
Landschap
3.4.1
Ontstaans- en bewoningsgeschiedenis van het landschap In het Pleistoceen, beter bekend als het tijdperk van de ijstijden, is de ondergrond en daarmee de basis voor het landschap in het plangebied gevormd. In het vroeg-Pleistoceen zijn in dit deel van Brabant door voorlopers van de Rijn en de Maas klei, zand en grind afgezet. Gedurende de overgang van het vroeg- naar midden-Pleistoceen (circa 800.000 jaar geleden) is dit pakket deels weer geërodeerd waardoor dalen ontstonden. Aan het begin van de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 120.000 jaar geleden), zijn deze dal voor een groot deel weer gevuld met rivierzanden en –en kleien. Lokaal bleef sprake van laagtes, waar latere beken in zijn gaan stromen. Tijdens het Weichselien kende Brabant net als de rest van Nederland een toendra-achtig landschap. Met name in de eindfase van het midden-Weichselien was het klimaat zo koud en droog, en het landschap daardoor zo kaal, dat op grote schaal zandverstuiving kon optreden en een deken van dekzand werd afgezet. Door de overheersende windrichting werden overwegend langgerekte zuidwest-noordoostgerichte dekzandruggen gevormd. De Wouwse plantage ligt op zo’n dekzandrug. Aan het begin van het Holoceen (omstreeks 10.000 voor Christus) brak een warme periode aan.
Door de temperatuurstijging kon zich een dichte begroeiing ontwikkelen, waardoor verdergaande verplaatsing van het dekzand werd tegengegaan. Ook vond tijdens het Holoceen door het smelten van het ijs een zeespiegelrijzing plaats. Door de hiermee samenhangende grondwaterstijging ontstond een moerasachtig gebied in het noordelijk deel van het buitengebied, waardoor het gebied in de loop der tijd bedekt raakte met een dikke laag veen. Tijdens de middeleeuwen was veen een waardevolle grondstof voor de turf- en zoutproductie en in de 14e en 15e eeuw werd op grote schaal turf gewonnen, waardoor een groot deel van het veen verdween. Door overstromingen van beken raakte het gebied daarna deels met klei gedekt. Bewoning en landgebruik Het zuidelijk zandgebied is al bewoond sinds de Steentijd de laatste ijstijd), maar nog niet direct voortdurend en op dezelfde plek. Grote invloed was er dan ook nog niet op het landschap. Invloed op het landschap ontstond vooral na de Romeinse tijd. De meeste nederzettingen in Noord-Brabant ontstonden op de middelhoge zandgronden. Deze zandgronden waren het meest geschikt voor akkerbouw. Ook de mestproductie speelde een belangrijke rol voor de boer, destijds. De mestproductie leidde tot het ontstaan van essen, oude bouwlanden.
De oorspronkelijke begroeiing van het dekzandgebied zijn eikenberkenbossen op arme dekzanden en beukenbossen of eikenbossen op voedingsrijke dekzanden. Als gevolg van agrarische activiteiten in de Middeleeuwen werden steeds meer beukenbomen gekapt, vanwege het brandhout die ze opleverden. Berken kwamen hiervoor toen in de plaats. Vervolgens verdwenen de eiken door overbeweiding. Heidevelden waren dan vaak het restant. Tot slot verdwenen ook de berken door overbegrazing. De oorsprong van Wouw kan teruggaan tot de late twaalfde eeuw. De gehuchtnamen Oostlaar en Westlaar markeren de uitgestrektheid van het voormalige bosgebied. Heerle is waarschijnlijk in de dertiende eeuw ontstaan als boshoeve. Aan de oostzijde zijn de langgerekte smalle
Blad 41 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
percelen van de vroegste ontwikkelingsfase nog zichtbaar aanwezig. Eén van de historische elementen is het kasteel van Wouw, dat gesitueerd is tussen de beekdalen. Het is één van de oudste ronde burchten in ons land (late dertiende eeuw) en gaat misschien terug op een twaalfde eeuwse versterking. Een ander element is het versterkte huis ‘Altena’ ten westen van het kasteel, waar al in 1392 vermelding van wordt gemaakt. In de tweede helft van de dertiende eeuw had het gebied al een aanzienlijk economisch belang. In 1287 werd het nauwgezet verdeeld tussen de heren van Breda en Bergen op Zoom. De namen Heerle en Wouw wijzen op bos in een nat milieu, veroorzaakt door onderliggende leemlagen. Het is niet precies bekend wanneer dit gebied werd ontgonnen en bevolkt. Vanwege de geïsoleerde ligging en een relatief ontbreken van archeologische vondsten uit de Middeleeuwen lijkt een late ontwikkeling voor de hand te liggen. Anderzijds was het gebied rond 1300 al zodanig ingericht, dat een ontwikkeling nog vóór de veenontginningen van 1250 van start moet zijn gegaan. Het vanaf 8500 jaar geleden ontwikkelde veen werd pas op grote schaal afgegraven vanaf de dertiende eeuw. De historisch-geograaf Leenders reconstrueerde de veenbedekking in de late middeleeuwen op basis van landschapsrelicten en historische bronnen.
Hieruit blijkt dat bijna de helft van het onderhavige plangebied ooit met veen was bedekt: met name het zuidelijke deel tussen Wouwse Plantage en Nispen, en het noordoostelijke gebied rond Moerstraten. Het dorp Wouw en de direct omringende gronden vormden toen een eiland in een omgeving die grotendeels door veen werd gedomineerd (zie figuur 3.3.). De bodem in het plangebied is daarom ook grotendeels gevormd door het afgraven van het veen en (op het “eiland” ) door bemesting van landbouwgronden. In het zuiden, ter hoogte van de Westelaarsestraat, bevindt zich een zeer grote waaiervormige structuur die een relict is van de veenontginning die hier van noord naar zuid plaatsvond. Na de veenontginningen werden sommige onvruchtbare gronden met bos beplant. Dat gebeurde in de Wouwse Plantage (vroege zestiende eeuw). Het bos bedekt daar zowel de westelijker gelegen stuifzandbodems als de oostelijke voormalige venen. Tevens ontstond er in de negentiende eeuw het dorp Wouwse Plantage. Op enkele kleine zandwelvingen na, bestond heel dit gebied ooit uit veen. De enkeerd- of landbouwgronden rond Wouw en Heerle gelden nog steeds als de beste in de hele regio. Het agrarische gebruik is hier altijd gebleven en de dorpen zijn slechts weinig gegroeid.
Landschappelijk is het een ‘apart’ gebied, anders dan het westelijker voormalige veengebied van de Bergse Heide en de oostelijker gelegen dalgronden van Roosendaal. Na de tweede wereldoorlog veranderde de landbouw, Waar voorheen vooral traditionele gemengde boerenbedrijfjes voorkwamen, nam de veehouderij nu een overheersende positie in. Veel bouwlanden veranderden in grasland. Ook nam de oogst van mais toe. Maisverbouw komt tegenwoordig ook voor in de beekdalen en in de jonge heidontginningen. De lage gebieden worden tegenwoordig voornamelijk gebruikt als grasland, terwijl de middelhoge gebieden voornamelijk gebruikt worden als bouwland. De hogere gronden zijn vaak arm, en worden daarom vaak als weiland of bos gebruikt.
Blad 42 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Moerstraten
Wouw Heerle
Wouwse Plantage
Figuur 3.1. Geologie (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl, 2018)
Blad 43 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Moerstraten
Wouw Heerle
Wouwse Plantage
Figuur 3.2. Geomorfologische ondergrond (bron: Erfgoedkaart gemeente Roosendaal)
Blad 44 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Wouwse Plantage
Figuur 3.3. Het ‘eiland van Wouw’ omgeven door veenmoeras (grijs), met grenzen plangebied. Bron: Leenders, 1996
Blad 45 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4.2
Reliëf Het plangebied helt in noordelijke richting af, vanuit het relatief hooggelegen bosgebied van de Wouwse Plantage (tot 13 meter +NAP), naar het lager gelegen zandgebied in het noorden (tot 0 meter -NAP) (figuur 3.4). Duidelijk zichtbaar is de hoger gelegen Wouwse Plantage die onderdeel uitmaakt van de Brabantse Wal in het zuidwestelijk deel van het plangebied en de ingesneden en in noordelijke richting lopende beekdalen van de Smalle Beek, de Bieskens loop en het Haiinkbeekje in het centrale deel van het plangebied.
Moerstraten
Wouw Heerle Smalle Beek
Wouwse Plantage
Figuur 3.4. Hoogtekaart buitengebied van Wouw, Roosendaal (oranje/geel is hoger,
Blad 46 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
blauw/groen is lager). Bron: www.ahn.nl
Blad 47 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4.3
Landschapsstructuur en landschappelijke waarden De ruimtelijke c.q. landschappelijke hoofdstructuur van het buitengebied van Wouw is het resultaat van de voortdurende wisselwerking tussen het natuurlijke milieu en de talloze menselijke ingrepen. In eerste instantie is de abiotische factor (geomorfologie, bodem en water) bepalend geweest, daarna heeft de mens steeds sterker zijn stempel op het landschap gedrukt. Het buitengebied van Wouw heeft haar landelijke karakter grotendeels weten te behouden. In het Landschapsontwikkelingsplan (2005) zijn - op grond van de geologische ondergrond, het huidige grondgebruik en het landschapsbeeld binnen de twee hoofdeenheden Brabantse Wal en Dekzandgebied / Agrarisch werklandschap vier landschapstypen onderscheiden die qua aard en verschijningsvorm ieder een samenhangend geheel vormen (zie onderstaande tabel en figuur 3.6). Tabel 3.1 Landschapstypen en waarden Gebied Dekzandgebied / Agrarisch werklandschap: Hoevenlandschap met beken
Kenmerken/Waarden Verspreide hoeves, slingerende wegen hooggelegen bouwlanden, grasland op de lagere delen. Doorsneden met beken (Smalle Beek, Loopje) Vroeger kleinschalig met singelbeplantingen langs perceelsgrenzen. Nu open glooiend met een los patroon van verspreide erven en slingerende wegen, begeleid door laanbeplanting. Veenontginningen Vergraven voor turfwinning. landschap Randen direct verkaveld en in cultuur Oud veen-ontginnings genomen. Rechtlijnig, blokverkaveld, landschap half tot open Bij Wouwse Plantage bebost, als landgoed ontwikkeld. Jonge heide-ontginnings na vervening verwilderd en pas rond landschap 1900 in gebruik genomen als landbouwgrond. Rationele blokverkaveling, grootschaliger van opzet Grote eenheden bos, relicten van veenontginning Brabantse Wal Markant grensgebied tussen dekzandGesloten boslandschap en deltalandschap. Landgoederen, beboste landduinen voor houtproductie en jacht. Zoom: turfvaart op grens bosgebied – dekzandgebied Bron: Landschapsontwikkelingsplan 2005
Blad 48 van 201
Beleid/streven Behoud openheid en karakter van hoeves en wegen
Behoud en versterking karakter en zichtbaarheid beken, o.a. met accentbeplanting
Versterking half open blokverkaveling
Versterken grote eenheden, grootschalige blokverkaveling
Behoud eenheid en samenhang Omvorming naaldbos + versterking waterinfiltratie: meer ecologische diversiteit Zichtbaar maken Zoom
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Oude veenontginning
Hoevelandschap met beken Hoevelandschap met beken
Hoevelandschap met beken
Jonge Heideontginning
Zoom/Turfvaart
Gesloten bos / landgoederen
Jonge Heideontginning / relicten veenontginning Figuur 3.6. Landschapsontwikkelingsplan de Zoom van West-Brabant: kwaliteitsbeeld
Blad 49 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
1. Het hoevenlandschap met beken Dit landschap is te vinden op de hogere gronden langs de beken. Het zijn de oudste in cultuur gebrachte gronden, ontstaan door jarenlange ophoging met potstalmest. Het karakter van dit landschap wordt bepaald door de verspreide hoeves met hooggelegen bouwlanden en grasland in de lagere delen. Bebouwing is in gehuchten om de bouwlanden geconcentreerd. Voorbeelden zijn Hazelaar, Vijfhoek, Wouwse Hil en Westelaar. Vroeger was dit landschap kleinschalig door de singelbeplantingen langs de perceelgrenzen. Nu is het een open glooiend landschap, met een los patroon van verspreide erven en slingerende wegen, soms begeleid door laanbeplantingen. In de beekdalen is plaatselijk waardevol microreliëf aanwezig. Het hoevenlandschap wordt doorsneden door de beekdalen van de Smallebeek en het Loopje. Het beekdal van de Smallebeek vormt een natuurlijke scheiding tussen de dicht bij elkaar liggende dorpskernen van Wouw en Heerle. Beide beekdalen herbergen nog goed zichtbare beekdalglooiingen. 2. Het oude veenontginningslandschap Op laaggelegen plaatsen ontstonden in een ver verleden veengebieden doordat de waterafvoer stagneerde. De veengronden werden vergraven voor de turfwinning en na de vervening (kleinschalig) verkaveld en in gebruik genomen voor de landbouw. De turfvaarten zijn relicten van de vervening.
Bij de Wouwse Plantage zijn de oude veenontginningsgronden bebost en als landgoed ontwikkeld. Bij Moerstraten worden de oude veengronden voornamelijk gebruikt voor vollegrondstuinbouw en boomteelt. 3. Het jonge heideontginningslandschap Deze gebieden zijn pas vanaf het begin van de twintigste eeuw in cultuur gebracht. Ze worden gekenmerkt door een grootschalige landbouwgronden met rationele blokverkaveling met grasen bouwlanden afgewisseld door grote eenheden bos. Ten oosten van de Wouwse Plantage liggen nog relicten van de veenontiggingen. 4. Gesloten boslandschappen op de Brabantse Wal Op de Brabantse Wal liggen uitgestrekte bosgebieden afgewisseld door kleine landbouwenclavesrond de aanwezige dorpen. Aan de oostzijde markeren de Kraggeloop en de Smalle Beek de grenstussen Wal en het dekzandgebied. De bosgebieden zijn van oudsher aangelegd voor houtproductie en de jacht.
3.4.4
Aardkundige waarden In en rond het plangebied ligt een provinciaal aangeduid aardkundig waardevol gebied; Beekdalen van de Smalle Beek en het Loopje, en de Borgvlietse Duinen (zie figuur 3.7) en onderstaande tabel. Beekdalen van de Smalle beek en het Loopje Ten westen van de kern Wouw ligt een stelsel van kleine beekdalen dat naar Noord-Brabantse normen opvallend diep is ingesneden onder invloed van de aanwezigheid van stugge kleien van de Formatie van Waalre in de ondergrond. In het open landschap zijn duidelijk zichtbare beekdalinsnijdingen en beekdalglooiingen te zien. Geomorfologisch verschillen deze beekdalen duidelijk van andere beekdalen in Midden- en Oost-Brabant, vanwege het voorkomen van de stugge klei in de ondergrond.
Blad 50 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Borgvlietse Duinen De Borgvlietse Duinen is een relatief klein bosgebied, gelegen op de grens van het plangebied bij Plantage Centrum, welke grotendeels bestaat uit landduinen met aan de randen reliëfrijk dekzandlandschap. De landduinen hebben een maximaal reliëfverschil van maximaal 14 meter. De hoogste duinen komen voor aan de oost- en noordoostkant van het gebied. Het contrast met het rondom gelegen dekzandlandschap is kenmerkend voor de Borgvlietse Duinen. Tabel 3.2 Aardkundige waarden (bron: Provincie Noord-Brabant, www.kaartbank.brabant.nl) Aspect Aardkundig fenomeen Aardkundige betekenis
Beekdalen Smalle Beek en het Loopje Beekdalen opvallend diepe insnijding als gevolg van stugge klein in ondergrond
Vormende processen
Beekdalerosie en -sedimentatie, verstuiving en dekzandvorming
Actuele processen Geologische ontstaansperiode
Beekdalerosie en -sedimentatie Dekzand (Formatie van Boxtel): Weichselien; Beekdalen: Weichselien/Holoceen In het open landschap duidelijk zichtbare beekdalinsnijdingen en beekdalglooiingen. Geomorfologisch duidelijk verschillend van de beekdalen in Midden- en Oost-Brabant, vanwege het voorkomen van stugge klei van Formatie van Waalre in ondiepe ondergrond
Aardkundige betekenis wetenschap en educatie
Blad 51 van 201
Borgvlietsche Duinen Landduinen; stuifduinen Homogeen en vrij gaaf landduin- en stuifduingebied met een vrij duidelijk contrast met rondom gelegen dekzandlandschap Verstuiving en duinvorming (windwerking) Verstuiving, hellingerosie Dekzand: Weichselien; stuifduinen: Holoceen, historisch (vanaf Middeleeuwen). Voorbeeld van de landvormen als gevolg van de post-middeleeuwse, door de mens veroorzaakte verstuivingen: hoge stuifduinen en contrast met voorliggende dekzandlandschap aan noordoostrand
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Smalle Beek
Borgvlietsche Duinen
Figuur 3.7. Aardkundig waardevol gebied (Provincie Noord-Brabant, www.kaartbank.brabant.nl)
Blad 52 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4.5
Archeologische waarden
3.4.5.1
Erfgoedkaart Roosendaal / Archeologische verwachtingskaart In 2011 is als onderdeel van de Erfgoedkaart Roosendaal een archeologische verwachtingskaart voor de gemeente Roosendaal vastgesteld (figuur 3.8). Hierop zijn de bekende en verwachte archeologische waarden weergegeven.
Kasteel Altena
Kasteel Wouw
Figuur 3. 8. Archeologische verwachtingenkaart (bron: Erfgoedkaart gemeente Roosendaal)
Blad 53 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4.5.2
Archeologische monumenten In het plangebied liggen twee archeologische monumenten: Landgoed Altena (restanten van kasteel Altena) ten noorden van Heerle en Kasteelweide Wouw (restanten kasteel Wouw) ten noordwesten van Wouw (zie figuur 3.9.). De bossen bij het pompstation bij Heerle bevatten de restanten van het middeleeuwse kasteel en landgoed Altena. De vorm van de mogelijk dubbele omgrachting is herkenbaar aan de rondlopende sloten. Het kasteelterrein is aangewezen als beschermd monument (Zie figuur 3.10 en 3.11.) Landgoed Altena
Kasteel Wouw
Figuur 3.9 Archeologische monumenten (Provincie Noord-Brabant, www.kaartbank.brabant.nl)
Het Kasteel van Wouw heeft een zeer hoge archeologische verwachting en is beschermd als archeologisch monument en als rijksmonument. Het eerste bewijs van de aanwezigheid van het kasteel van Wouw dateert uit 1342, maar het kasteel is zeker ouder. Het diende als buitenverblijf van de heren van Bergen op Zoom. In de Tachtigjarige Oorlog was het kasteel afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen. Kort na 1605 werd begonnen met het slechten van de verdedigingswerken (wallen en torens). Na 1666 werden ook de gebouwen ontmanteld. Het kasteel was tevens een buitenpost in de verdedigingslinie van Bergen op Zoom. De opgraving van het kasteel van Wouw is een goed voorbeeld van een versterking in een beekdal (twaalfdeeeuwse moerasburcht) in de buurt van een nederzetting. De vondst van een houten burcht onderstreept de archeologische waarde van de beekdalen, waar organische resten zoals hout goed bewaard bleven. Ook het Kasteel Altena is in het plangebied gelegen. Dit kasteel werd "al te nabij" het kasteel van Wouw gebouwd. Dit huis wordt voor het eerst vernoemd in de registers in 1392. In dat jaar komt het in bezit van de Heer van Bergen op Zoom, die ook heer van Wouw was. Inmiddels ligt het kasteelterrein op het terrein van het waterleidingbedrijf. Het terrein is op de luchtfoto's vanaf 1934 steeds duidelijk herkenbaar.
In de loop van de twintigste eeuw is het terrein steeds verder bebost geraakt. Om het kasteelterrein van Kasteel Altena heen, ligt een terrein waarin de resten van het landgoed zijn te herkennen. Dit landgoed is uit het kasteel ontstaan en de kenmerkende
Blad 54 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
structuren die terug te vinden zijn, voeren terug op de landschappelijke aanleg van de ruïne van het landgoed. Kasteel en Landgoed Altena hebben een redelijk hoge archeologische verwachting.
Figuur 3.9a. Landgoed en waterwingebied Altena
Figuur 3.9b. Restanten van het Kasteel van Wouw
Blad 55 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Figuur 3.10. Voormalige zichten op het Kasteel van Wouw
3.4.5.3
Archeologische verwachtingswaarde De archeologische verwachte waarden zijn vooral gekoppeld aan de dekzandruggen en welvingen. Daarnaast is gekeken naar de agrarische gronden, de enkeerdbodems, omdat deze door hun dikte een goede bescherming bieden voor onderliggende archeologische sporen. Dit heeft samen geleid tot drie zones met een hoge archeologische trefkans: het oude akkergebied van Heerle en de akkers van Wouw Terreinen met een middelhoge verwachting zijn vooral verbonden aan de dekzandruggen en de beekdalen. Dit betreft grote aaneengesloten oppervlakken tussen Heerle en Wouw, ten noorden en ten noodwesten van Wouw. Ook de moervaart en enkele beken in het zuidelijke gebied zijn aangeduid met een middelhoge trefkans voor sporen vanaf de late middeleeuwen. Tenslotte zijn er gebieden met een lage verwachting. Dit zijn vooral gronden die tot 1250 met veen bedekt waren en waar de kans op het vinden van bewoningssporen erg klein is. Het gaat om het gebied rond Moerstraten en ruim een derde deel van het plangebied ten zuiden van de Westelaarsestraat. Alleen de daarin gelegen dekzandruggen met de dorpen Moerstraten en Wouwse Plantage hebben daar nog een middelhoge verwachting, aangezien er een kans is dat deze gronden ook tijdens het veen droog en bewoonbaar waren. Ook is hier nog een geringe kans op het aantreffen van vondsten uit de steentijden.
Onder Wouwse Plantage hebben een of meer ‘stenen kameren’ gestaan: de eerste stenen boerderijen aan de rand van het ontgonnen veen.
Blad 56 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Blad 57 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
3.4.6
Cultuurhistorische waarden
3.4.6.1
Cultuurhistorische waarden In het buitengebied Wouw liggen diverse cultuurhistorische waarden. In het kader van de erfgoedkaart Roosendaal is de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) in 2011 opgesteld door de Gemeente Roosendaal (figuur 3.11)
Figuur 3.11. Cultuurhistorische waardenkaart Roosendaal
Blad 58 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
De cultuurhistorisch worden onderscheiden in beschermde en niet beschermde / overige waarden. Onder beschermde waarden worden verstaan” Unesco Werelderfgoed Beschermde Stads- en Dorpsgezichten Rijksmonumenten Provinciaal aangeduide Cultuurhistorische waardevolle complexen en vlakken Gemeentemonumenten Onder niet beschermde overige waarden vallen alle overige cultuurhistorische waarden, zoals verkavelingsstructuren, historische wegen en waterlopen, historische groenstructuren e.d.
3.4.6.2
Beschermde cultuurhistorische waarden Unesco Werelderfgoed Er ligt geen Unesco Werelderfgoed in of nabij buitengebied Wouw Beschermde stads en dorpsgezichten Er liggen geen beschermde stads- of dorpsgezichten in of nabij het buitengebied Wouw Rijksmonumenten In het buitengebied ligt een aantal Rijksmonumenten (figuur 3.12). De in het plangebied gelegen rijksmonumenten liggen allen in Plantage Centrum (figuur 3.13), en hebben of hadden een aan Plantage Centrum gerelateerde functie. Ten zuidwesten van Wouw ligt aan de Akkerstraat 11 Rijksmonument Molen de Arend, een korenmolen uit 1811 van het type ronde stenen bergmolen. Rond de molen ligt een molenbiotoop, een cirkelvormige zone van 400 m gerekend vanaf de molen. De zone is van belang voor de windvang van de molen en voor het zicht op de molen. Bij nieuwe bebouwing in de zone mogen geen belemmeringen optreden voor de windvang van en het zicht op de molen. Ten noorden van Wouw ligt aan de Spellestraat 44 een rijksmonumentale devotiekapel. Ook in de kern Wouwzijn rijksmonumenten gelegen, maar het dorp Wouw is niet gelegen binnen de begrenzing van het plangebied. Aan de Herelsestraat 198 is een rijksmonumentale boerderij gelegen.
Blad 59 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Herelsesestraat 198
Spellestraat (devotiekapel)
Wouw Akkerstraat 11 Molen De Arend
Plantage Centrum
Figuur 3.12. Rijksmonumenten (rode bolletjes) buitengebied Wouw (Provincie Noord-Brabant, www.kaartbank.brabant.nl)
Blad 60 van 201
Plan-MER Buitengebied Wouw projectnummer 0436205.100 1 november 2020 definitief Gemeente Roosendaal
Figuur 3.13. Locaties van Rijksmonumenten in Plantage Centrum (bron foto: www.erfgoedroosendaal.nl)
Plantage Centrum 1: Kasteel Plantage Centrum 2, Wouwse Plantage: boerderij, schuur, bakkerij Plantage Centrum 3, Wouwse Plantage: woonhuis, prinsenhof Plantage Centrum 4, Wouwse Plantage: voormalige wasserij, schuur, boerderij Plantage Centrum 5, Wouwse Plantage: woning Plantage Centrum 6, Wouwse Plantage: woning, schuur Plantage Centrum 7, Wouwse Plantage: woning Plantage Centrum 8, Wouwse Plantage: boerderij Plantage Centrum 10, Wouwse Plantage: jachthuis, woonhuis Plantage Centrum 10, Wouwse Plantage: woonhuis jachthuis Plantage Centrum 11, Wouwse Plantage: voormalige smederij, voormalige houtzagerij Plantage Centrum 12, Wouwse Plantage: voormalige paardenstal Plantage Centrum 13, Wouwse Plantage: woning Plantage Centrum 14, Wouwse Plantage: woning tuinman, plantenkas
Blad 61 van 201