Bijlage 3 OER omgevingsvisie roosendaal.pdf
Tekst van het document
Economie Optimaal gebruikmaken van de ligging en gedifferentieerde economie; Versterken van de sectoren Agrofood & Biobased, Onderhoud, Installatie en bouw en logistiek; Nieuwe verdienmodellen voor de agrarische sector, met aandacht voor terugdringen van negatieve effecten op de omgeving; Vergroting arbeidsparticipatie; Uitbreiden, herstructureren en verduurzamen bedrijventerreinen. Zoveel mogelijk inzetten op transformatie of herstructurering; Op beperkte schaal nieuwe bedrijfslocaties, aansluitend op bestaande concentraties en zoveel mogelijk multimodaal ontsloten, bijvoorbeeld in De Wig; Klimaatadaptieve en zo energieneutraal mogelijke bedrijventerreinen; Stimuleren en faciliteren groei en innovatie; Stimuleren van verdere uitbreiding van Rosada en De Stok. Landschap en openbare ruimte Buitengebied te ontzien van een sluipende en ongecontroleerde verstedelijking; Versterken de identiteit van stad en dorpen door het handhaven en ontwikkelen van de landschappelijke en cultuurhistorische basisstructuren; Versterken van de natuurwaarden en biosdiversiteit; Evenwichtige afweging met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen. Natuur en Milieu Natuur Beschermen en verder ontwikkelen groenblauwe structuur; Streven naar een toename van 15% groen; Roosendaal Natuurstad: vergroening van stedelijk gebied;
Blad 24 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Vergroten biodiversiteit en dierenwelzijn
Duurzaamheid Terugdringen van CO2-uitstoot via een energietransitie: in 2050 zo goed als CO2-neutraal zijn, en in 2030 halverwege; Terugdringen energieverbruik door isoleren en besparen. 14% van alle energieverbruik in Roosendaal wordt in 2021 duurzaam opgewekt; In 2030 wordt in Roosendaal 68 GWh elektriciteit duurzaam opgewekt door wind of zonne-energie-op-land, 68 GWh via grote projecten (meer dan 100 panelen) zon-op-dak (of gevel), en zo veel mogelijk zonnepanelen op woningen; Elektriciteits- en warmte-infrastructuur op orde (dus flink uitbreiden); Stimuleren groene daken; Alle nieuwbouw is aardgasvrij en bijna-energieneutraal. De eerste wijken zijn in 2030 aardgasvrij of aardgasvrij-gereed; In 2050 afvalloos. Water
Doelmatig waterbeheer; Klimaatneutraal ontwikkelen; Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit.
Klimaatadaptatie Een duurzame ontwikkeling tot een klimaatadaptieve stad; Klimaatrobuuste natuurrijke beken; Ontharding en vergroening stedelijk gebied en bedrijventerreinen. Milieuveiligheid en hinder Zorgen voor een schoon en veilig milieu dat bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners. Sociaal Algemeen Bestrijden van kansenarmoede; Werken aan fysieke en sociale toegankelijkheid; Werken aan sociale verbondenheid & ontmoeting; Werken aan gezonde leefstijl; Werken aan gezond en veilig opgroeiklimaat; Werken aan gelegenheid tot ontspanning. Gezondheid Inzetten op positieve gezondheid: veel groen en blauw, schone lucht, ruimte om te bewegen en ontmoeten; Een toegankelijk en gebruiksvriendelijke openbare ruimte; Ruimte voor sporten, spelen, bewegen, ontmoeten in de directe leefomgeving; Stimuleren gebruik fiets en wandelen Promoten gezondere voeding, bv middels ‘pluktuinen’ of moestuinen. Verbeteren luchtkwaliteit; Vergroten veiligheid; Zorg
Faciliteren langer thuis wonen in eigen omgeving en aanpassen woningaanbod hierop;
Blad 25 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Ruimte voor nieuwe woonzorgconcepten, zoals een ‘bejaardenhuis nieuwe stijl’.
Onderwijs Goed onderwijs dat aansluit bij de arbeidsmarkt; Verbetering leefomgeving van en aantrekkelijkheid voor studenten; Onderzoek naar mogelijkheden voor campus. Voorzieningen Vergroten van de sociale leefbaarheid; Meer sociale verbondenheid; Tegengaan eenzaamheid. Cultuur en evenementen Uitgroeien tot een echte evenementenstad met aandacht voor effecten op omgeving Verder ontwikkelen van culturele hotspots. Sociale veiligheid Sociaal veilig inrichten en beheren van de openbare ruimte; Tegengaan van georganiseerde criminaliteit in het buitengebied. Verkeer en mobiliteit Verkeersmanagement, Mobiliteitsmanagement en OV, Verkeersveiligheid Inzetten op schoner, stiller, zuiniger en slimmer; Bereikbaar, Toegankelijk en Bruikbaar; Aandacht voor wegen buitengebied; En daarna ook voor de deelgebieden vertaald in ambities, opgaven en doelstellingen (hoofdstuk 5 van de voorontwerp omgevingsvisie): Sterke stad: bestaand stedelijk gebied: centrum Roosendaal, Bulkenaar, woonwijken, bedrijventerreinen, Rosada/De Stok); Stadrandzones: de zones direct aangrenzend aan de stad Roosendaal: zuidwest (Bravis/Weihoek, Zuid, Oost en Noordoost (De Wig); Vitaal Platteland en de dorpen: het buitengebied en de dorpen Moerstraten, Heerle, Wouw, Wouwse Plantage en Nispen.
Sterke Stad Rondje Roosendaal Ontwikkeling van een aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige woon-, werk en leefomgeving; Efficiënter gebruik van het stedelijk gebied en inspelen op verschillende opgaven; Inspelen op behoefte woningbouw en andere functies in de nabijheid van OV; Circa 2.000 nieuwe woningen; Aanpak leegstand winkel- en kantoorpanden door transformatie; Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid bijdrage aan doelen als duurzaamheid, klimaatadaptatie, vergroening, energietransitie, emissieverlaging; Uitbouw station als regionale OV-hub. Bulkenaar Naast het nieuwe ziekenhuis ook ruimte voor bedrijven, onderwijs en diensten die zich richten op andere typen zorg;
Blad 26 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Inrichting ruimte rondom als een plek voor ontspanning, natuur en zorg; Verbetering bereikbaarheid door ontsluiting Tolberg; Mogelijk toekomstig spoorstation.
Woonwijken Aantrekkelijkere woonomgeving en gezonder leefmilieu door meer groen en water; Inzetten op meer schone mobiliteit en deelmobiliteit; Mogelijkheden voor zowel verdichten (hoogbouw) waar dat passend is, als extensiveren met meer ruimte voor parken, groen en langzaam verkeerroutes; Zo veel mogelijk behoud van sociaalmaatschappelijke en detailhandelsvoorzieningen. Bedrijventerreinen Schoon (o.a. gasloos, duurzame energie, groene daken, waterberging), heel en veilig; Ontwikkelen we nieuw bedrijventerrein voor nieuwe bedrijven van buiten de stad en de regio te huisvesten en om schuifruimte te creëren voor het binnen Roosendaal verplaatsen van bedrijven die elders uit hun jasje groeien; Geen ruimte voor grootschalige logistiek in Moerdijk conform regionale beleid); Aandacht voor de “rafelranden”. Rosada/De Stok Vitaal houden van dit gebied en versterken van de koppeling tussen beide regionale publiekstrekkers Het uitbreiden van Designer Outlet Roosendaal en het toevoegen van leisurefundtie bij De Stok (waarbij het realiseren van een hotel juridisch al geregeld is in het bestemmingsplan).
Stadrandzones Zuidwest (Bravis/Weihoek) Mogelijkheden voor op termijn toekomstige (her)ontwikkeling, bijvoorbeeld voor woningbouw: bijvoorbeeld in de vorm van verdichting van Weihoek of op termijn op de vrijkomende Bravislocatie; onderzoeken hoe in de toekomst om te gaan met het sportveldencomplex. Zuid Op termijn en in beperkte mate het deel ten zuiden van Tolberg ruimte voor woningbouw in de vorm van kleinschalige hoogwaardige woonmilieus. Oost Potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw (maar pas na Rondje Roosendaal en stadsrandzone zuidwest) Noordoost (De Wig) Potentiële ontwikkellocatie; Combinatie van bedrijventerrein, waterberging en elektriciteitsinfrastructuur. Vitaal Platteland en de dorpen Dorpen Vitaal en leefbaar houden; Aantrekkelijkere en gezondere leefomgeving;
Blad 27 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Mogelijkheden voor, onder voorwaarden, de uitbreiding of ontwikkeling van hoogwaardige kleinschalige woningbouw: Mogelijkheid onderzoeken om linten van de dorpen verder te verdichten.
Buitengebied Zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek; Agrarische ontwikkeling met name in het noordelijk deel van het buitengebied; Een combinatie van natuur en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk; Op bepaalde plekken mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw, bv verdere verdichting van linten waar het kan, kleinschalige hoogwaardige woonmilieus; Zorgvuldig ruimtegebruik, beperken van verdere verstening; Een vitale, duurzame en klimaatadaptieve landbouwsector; Versterken van natuurlijke waarden met mogelijkheden voor recreatie; Betere verbindingen tussen stad en buitengebied; Ruimte voor energie en klimaatadaptatie. Voor een uitgebreide beschrijving van bovenstaande hoofdpunten wordt verwezen naar de omgevingsvisie.
Blad 28 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
3
De rol van het OER
3.1
Doel van het OER Dit omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Het OER is gebruikt om: vanuit de aspecten van de fysieke leefomgeving input te leveren voor de in de omgevingsvisie te maken keuzes; de mogelijke ontwikkelrichtingen te beoordelen; de aandachtspunten die daar uitkomen te benoemen en mogelijke oplossingen daarvoor aan te dragen; de gemaakte keuzes in de omgevingsvisie tegen het licht te houden, omissies en tegenstrijdigheden te benoemen; een agenda te bepalen voor het (eventueel) verder aanvullen van het omgevingsbeleid. Met het OER wordt ook gesignaleerd welke kansen en risico’s er spelen bij de uitwerking van de in de visie benoemde concrete projecten (bijvoorbeeld woningbouwontwikkelingen). Waar mogelijk is de impact op de fysieke leefomgeving geduid, hoewel dit wel afhankelijk is van de keuzes en of die gemaakt worden op een hoger of lager abstractieniveau. Keuzes op een hoger abstractieniveau lenen zich niet voor een gedetailleerde beschrijving van omgevingseffecten. Het OER wordt in dit soort gevallen dan ook gebruikt om aanbevelingen te doen voor het volwaardig meewegen van het omgevingsbelang bij de vervolgstappen in de beleidscyclus. Dit is de uitwerking van de visie in programma’s, plannen en projecten.
3.2
Aanpak van het OER
3.2.1
Twee delen Het OER is opgesteld in twee delen: Deel 1: Analyse “aan de voorkant” van aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving voor de omgevingsvisie, gebruikt als input voor de voorontwerpversie van de omgevingsvisie; Deel 2: Onderzoek en toets “aan de achterkant” van ambities, opgaven, afwegingen en keuzes in de omgevingsvisie, te gebruiken als input voor de ontwerpversie van de omgevingsvisie.
3.2.2
Foto van Roosendaal Om de gevolgen voor de omgeving te kunnen onderzoeken wordt gebruik gemaakt van een referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie in de gemeente Roosendaal wanneer het bestaand beleid (dus zonder de keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt) wordt voortgezet. De autonome trends en ontwikkelingen die al in gang zijn gezet horen bij die referentiesituatie. De referentiesituatie is voor de gemeente Roosendaal opgenomen in de Foto van Roosendaal (zie hiervoor paragraaf 2.2). Een samenvatting hiervan is opgenomen in hoofdstuk 4 van dit OER. Waar nodig is de referentiesituatie in dit OER ten behoeve van het geven van een beoordeling of analyse aangevuld vanuit andere bronnen.
Blad 29 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
3.2.3
Opbouw van het onderzoek Het OER is een hulpmiddel voor het maken van keuzes in de omgevingsvisie en zorgt ervoor dat deze keuzes met aandacht voor het belang van de fysieke leefomgeving worden gemaakt. Dit vraagt allereerst om een beoordeling van de effecten van de opgaven en ontwikkelingen die met de omgevingsvisie mogelijk worden gemaakt. Het OER draagt bij aan het keuzeproces, door eerst de opgaven/ontwikkelingen op hoofdlijnen te beoordelen en aandachtspunten mee te geven uit de referentiesituatie (deel 1) en vervolgens de gemaakte keuzes te beoordelen (deel 2). Deel 1: Aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving voor opgaven/ontwikkelingen Vanuit de verkenning van de referentiesituatie worden aandachtspunten gegeven voor voorgenomen opgaven/ontwikkelingen uit de omgevingsvisie. Dit is gedaan op hoofdlijnen en gericht op het abstractieniveau van de omgevingsvisie, maar wel gesplitst voor de drie deelgebieden: Sterke Stad, Stadsrandzones en Vitaal Platteland (zie verder paragraaf 3.2.6). Deze beoordeling geeft inzicht in de gevolgen van de keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving en de kansen en risico’s die optreden. Deel 2: Beoordeling ontwerp omgevingsvisie De te maken keuzes, zoals deze zijn opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie, worden beoordeeld.
De vragen die op dit beoordelingsniveau centraal staan zijn: ‘wat is het effect van de gemaakte keuzes in de omgevingsvisie op de leefomgeving van Roosendaal?’ en ‘wordt het gewenste streefbeeld gehaald met de huidige en beoogde ontwikkelingen?’. Hieruit volgen de belangrijkste onzekerheden, kansen en risico’s, de uitwerkingsopgave en de monitoringsopgave, en een aanzet tot een monitorings- en evaluatieprogramma om de omgevingsvisie periodiek te kunnen evalueren en actualiseren.
3.2.4
Passende beoordeling Naast het OER wordt een passende beoordeling opgesteld. De omgevingsvisie bevat richtinggevende beleidskeuzes, waarvan niet op voorhand uit te sluiten is dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de omgevingsvisie te worden opgesteld. De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. De passende beoordeling heeft als doel: Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie. Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. Waar relevant: kansen op positieve effecten. De gemeente Roosendaal heeft voor een aantal gebieden aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de opgaven uit de omgevingsvisie. In hoofdstuk 8 is een overzicht gegeven van de gemaakt keuzes in de omgevingsvisie. Deze keuzes zijn passend beoordeeld (zie passende beoordeling in bijlage 1 bij dit OER).
Op basis van de keuzes is in beeld gebracht welke risico’s en kansen er zijn voor Natura 2000-gebieden en of significante effecten gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk kunnen worden uitgesloten.
Blad 30 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
3.2.5
Het beoordelingskader Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van een integraal beoordelingskader. Dit beoordelingskader bestaat uit vier thema’s voor de fysieke leefomgeving, zoals deze ook in de omgevingsvisie is opgenomen. De zeven domeinen uit de Foto van Roosendaal, zijn allen te herleiden naar een van deze thema’s. Per thema wordt een beoordeling gegeven naar gelang van de verwachte impact van de ontwikkelingen. Bij de beoordeling van de ontwikkelingen dan wel opgaven is bij de verwachte impact geen rekening gehouden met maatregelen die genomen kunnen worden om de negatieve effecten te beperken of teniet te doen. Een negatieve beoordeling betekent dus alleen dat bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden met bepaalde effecten die de transformatie heeft op de beoordelingsaspecten in een gebied. De transformatie van een gebied kan dus met de juiste maatregelen, ondanks een negatieve beoordeling, wel positief uitpakken voor het hele gebied of de belangrijkste aspecten in een bepaald gebied. Het kan zelfs zo zijn dat door de transformatie van een gebied de oorspronkelijk situatie verbeterd kan worden. Het is aan de raad of het college om per gebied de belangen af te wegen. Het kan zijn dat bij de transformatie van een gebied andere belangen dan milieu zwaarder wegen om ontwikkelingen toch door te laten gaan.
Uiteraard moet voldaan worden aan wettelijke normen en kaders. De fysieke leefomgeving in vier thema’s In de omgevingsvisie zijn de opgaven voor de fysieke leefomgeving gekoppeld aan diverse thema’s zoals weergeven in figuur 2-1. Deze thema’s zijn in het OER de leidraad voor de effectbeoordeling. Elk van de thema’s omvat meerder beoordelingsaspecten, de losse beoordelingsaspecten vormen tezamen een score per thema. De thema’s zijn hieronder nader toegelicht. Ruimte Het thema ruimte gaat in op verschillende aspecten die betrekking hebben op de fysieke ruimte namelijk: wonen, economie, landschap en openbare ruimte. Er treden positieve effecten op wanneer een ontwikkeling leidt tot een betere afstemming van de woningmarkt op de behoeften. Wanneer een ontwikkeling bijdraagt aan het economisch vestigingsklimaat binnen de gemeente of wanneer deze bijdraagt aan een toekomstbestendige economie, met banen die passen binnen het arbeidspotentieel en opleidingen die passen bij de vacatures. De openbare ruimte dient tevens afgestemd te zijn op de aanwezige functie(s). Maatregelen die worden genomen om verstoring van de cultuurhistorische en landschappelijke omgeving voorkomen worden positief beoordeeld.
Er wordt een negatieve beoordeling gegeven aan het thema ruimte wanneer de ontwikkelingen leiden tot scheve verhoudingen op de woningmarkt, het vestigingsklimaat en/of de toekomst van belangrijke economische sectoren in gevaar worden gebracht. En tot slot wordt het thema negatief beoordeeld wanneer historisch en landschappelijk kapitaal lijdt onder de beoogde ontwikkelingen. Natuur en milieu Op dit thema treden positieve effecten op als er sprake is van een afname van de milieuhinder door bijvoorbeeld luchtverontreiniging of geluidemissie, en veiligheidsrisico’s met betrekking tot externe veiligheid worden beperkt. Ook wanneer de ontwikkelingen een bijdrage leveren aan het natuurlijk systeem, biodiversiteit en natuurgebieden volgt een positieve beoordeling. Maatregelen die de verstoring van de natuurlijke omgeving voorkomen dragen daaraan bij.
Blad 31 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Daarnaast is er in dit thema aandacht voor de klimaatdoelstellingen en klimaatadaptatie. Wanneer de ontwikkelingen mitigerende effecten hebben op processen die leiden tot klimaatverandering en/of bijdragen aan het verminderen van uitstoot van CO2 heeft dit een positief effect op de beoordeling. Dit geldt ook voor ontwikkelingen die bijdragen aan de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Daarbij kan gedacht worden aan positieve gevolgen van de beperking van de CO2-uitstoot, vergroening van de energieopwekking, reductie van het gebruik van grondstoffen en het stimuleren van hergebruik. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de plannen/ontwikkelingen leiden tot een toename van verontreinigingen en/of milieuhinder en/of een toename in veiligheidsrisico’s. Dit geldt ook wanneer de ontwikkeling het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen en de ecosystemen aantast. Ook wanneer het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, waaronder effecten op biodiversiteit, de kwaliteit en omvang van natuur- en groengebieden negatief wordt beïnvloed leidt dit tot een negatieve beoordeling. Tot slot wordt dit thema negatief beoordeeld wanneer de plannen/ontwikkelingen bijdragen aan een toename van klimaatrisico’s zoals, droogtestress, hittestress en wateroverlast.
Of wanneer de ontwikkeling leidt tot onomkeerbare milieugevolgen, de productie van afvalstoffen of (onevenredige) uitputting van hulpbronnen volgt een negatieve beoordeling. Sociaal Op dit thema treden positieve effecten op als de ontwikkelingen leiden tot een omgeving die (meer) bijdraagt aan het stimuleren van een gezonde leefstijl, zoals sport en bewegen. En wanneer de plannen leiden tot meer inclusiviteit en sociale verbondenheid. Dit kan onder andere door in de ontwikkelingen een passend voorzieningenniveau, met een passend aanbod aan onderwijs, winkels en sport- en recreatie- en culturele voorzieningen, te bieden. Daarbij moet het aanbod tevens voldoende variatie bieden. Tot slot wordt dit thema positief beoordeeld wanneer ontwikkelingen bijdragen aan het beperken van veiligheidsrisico’s op het gebied van sociale veiligheid. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de plannen/ontwikkelingen niet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, ongezond gedrag wordt gestimuleerd en/of de ontwikkeling leidt tot vermindering van de sociale cohesie. Ook bij een onvoldoende voorzieningenniveau wordt een negatieve beoordeling gegeven. Verkeer en mobiliteit Op dit thema treden positieve effecten op wanneer ontwikkelingen leiden tot een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties. En wanneer ongevallen en daarmee het veiligheidsrisico in het verkeer wordt teruggedrongen.
Ook wanneer ontwikkelingen de multimodaliteit en een keuze voor duurzame vervoerswijzen binnen de gemeente stimuleert, alsook het bieden van voorzieningen voor elektrische auto’s leidt dit tot een positieve beoordeling. Een negatieve beoordeling volgt wanneer ontwikkelingen leiden tot een vermindering van de bereikbaarheid van woon- en werklocaties en/of het veiligheidsrisico in het verkeer toeneemt. Ook wanneer ontwikkelingen niet leiden tot verandering van de keuze in vervoerswijzen wordt een negatieve beoordeling gegeven.
Blad 32 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
3.2.6
Onderzoeksvragen aan het OER Dit OER is ingezet als onderzoeksinstrument voor de te maken keuzes in de omgevingsvisie. Er is vanuit de gemeentelijke ambities en doelstellingen, een aantal ontwikkelingen en opgaven benoemd, waarvoor het OER kan bijdragen aan de afweging in de omgevingsvisie: 1. Sterke stad (inbreiden en transformeren bebouwd gebied) Rondje Roosendaal (ontwikkelingen in en rondom het centrum Roosendaal: het stationsgebied, (Groot) Mariadal, het oude centrum, de compacte commerciële binnenstad, de Laan van Brabant, het westelijk deel van de binnenstad, Stadsoevers en het Vlietpark. Het omvat een verzameling van ontwikkelingen en transformaties, die met elkaar worden verbonden door een openbare gebiedsroute (het ‘rondje’). a. In het OER zijn de effecten van de nieuwe /aanvullende ontwikkelingen in het Rondje Roosendaal onderzocht en is gekeken naar de cumulatieve effecten van nieuwe en al lopende ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het milieu. In eerste instantie zijn de effecten gezamenlijk voor de ontwikkelingen in het Rondje Roosendaal beschreven en beoordeeld. Uit deze beoordeling kunnen vervolgens specifieke(re) vragen komen (bijvoorbeeld knelpunten op het gebied van milieu) waarvoor maatregelen onderzocht worden (zie hiervoor hoofdstuk 8). b.
Bulkenaar: effecten, onafhankelijk van het in procedure zijnde bestemmingsplan Bulkenaar, op de overige ontwikkelingen, ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie en mogelijkheden voor verbindingen (groen/blauw/recreatief) met de omgeving. 2. Stadrandzones: verkennen mogelijkheden voor ontwikkeling van woon- of werklocaties direct aangrenzend aan de bestaande stad in noordoostelijke, oostelijke, zuidelijke of westelijke richting; 3. Vitaal Platteland en de dorpen: verduurzamen landbouw, verspreide ontwikkeling in en transitie van landbouwgronden, groene verbinding stad en buitengebied, meer groen in de stad. Voor alle ontwikkelingen en opgaven worden van het OER de (on)mogelijkheden voor en aandachtspunten van de ontwikkelingen in relatie tot de fysieke leefomgeving onderzocht. Belangrijk aandachtspunt hierbij is dat het onderzoek aansluit op de mate van concreetheid van de opgaves en ontwikkelingen. De concreetheid varieert namelijk per opgave / ontwikkeling. De ontwikkelingen in het kader van de Sterke stad (Rondje Roosendaal en Bulkenaar) gaan door op al ingezette ontwikkelingen en zijn daarmee al redelijk concreet. Hieraan kunnen in het OER al concrete vragen gesteld worden hoe deze ontwikkelingen zich verhouden tot aspecten als bereikbaarheid, hinder, veiligheid, klimaatadaptatie en energietransitie. De transformatie van de stadrandzones is minder concreet.
Het OER is hiervoor niet zozeer een toetsend instrument, maar meer een verkenning van mogelijkheden en aandachtspunten en een verkenning naar geschikte locaties. Vitaal platteland is de minst concrete van de ontwikkelingen en opgaven en nog het minst concreet te lokaliseren. Het OER verkent op basis van Foto van Roosendaal welke kansen en knelpunten er in het buitengebied spelen en hoe toekomstige transities op het gebied van landbouw, klimaat en energie kunnen bijdragen aan een duurzame toekomstgerichte ontwikkeling van het buitengebied. Ook de mogelijkheden voor groene verbinding tussen stad en buitengebied is een te onderzoeken aspect.
Blad 33 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
De opbouw van het OER is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3-1: Opbouw van het omgevingseffectrapport Deel 1 Referentiesituatie Analyse van aandachtspunten voor de omgevingsvisie per deelgebied
Ontwikkeling/opgave
Hoofdstuknummer
Sterke stad Stadrandzones Vitaal platteland en dorpen
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7
Deel 2 Gemaakte keuzes in de ontwerp omgevingsvisie Beoordeling ontwerp omgevingsvisie Slotbeschouwing
Blad 34 van 161
Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Deel 1 Analyse van aandachtspunten voor de omgevingsvisie
Blad 35 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
4
Referentiesituatie In dit hoofdstuk is de referentiesituatie beschreven. Dit is de huidige situatie en de autonome toekomstige ontwikkelingen. De analyse is dit hoofdstuk is gebaseerd op de ‘Foto van Roosendaal’ 7, bestemmingsplannen en bestaande milieueffectrapportages (o.a. voor het buitengebied en gemeentelijk gebied8). Dit hoofdstuk is opgebouwd aan de hand van de vier domeinen uit het beoordelingskader (zie figuur 2-1).
4.1
Ruimte In tabel 4-1 zijn de beoordelingsaspecten opgenomen die horen bij het thema ruimte. Tabel 4-1: Beoordelingsaspecten bij het thema ruimte Thema Aspecten Ruimte Wonen Economie Landschap en openbare ruimte
Wonen Roosendaal heeft een gevarieerd aanbod aan woningen, verschillende woonmilieus en tevreden bewoners met verschillende leefstijlen. De kwaliteit van de eigen woning wordt door inwoners van Roosendaal gemiddeld met een 7,8 beoordeeld. Voor de woningen in de buurt ligt deze beoordeling met en 7,3 net iets lager. Het energiegebruik van de woningen kan niet zuinig worden genoemd. Op de huizenmarkt, met name in het segment voor goedkopere en kleinere woningen, wordt voor de komende jaren krapte verwacht. Dit doordat zowel ouderen als jongeren naar dit segment woningen op zoek is. Naast de krapte op de huizenmarkt is ook de kwalitatieve woonwens aan het veranderen. Hierdoor sluit de bestaande woningvoorraad steeds minder aan op de woonwensen en behoeften van woningzoekenden. De bovengemiddelde vergrijzing in Roosendaal t.o.v. Nederland versterkt deze disbalans. Er is tevens een toename te zien in de hoeveelheid dak- en thuisloze jongeren. Wel is er in beleid al ingezet op differentiatie (woonagenda concept).
7
Zie hiervoor: https://roosendaal.nl/de-toekomst-roosendaal
8
Foto van Roosendaal (2020), Bestemmingsplan Buitengebied Wouw (ontwerp, 2021), MER Buitengebied Wouw (2020), Bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal Nispen (2016), MER Buitengebied Roosendaal Nispen (2014), De Zoom van West-Brabant, Landschapsontwikkelingsplan voor het buitengebied en de kernen van Bergen op Zoom & Roosendaal (2005), Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant (RES West-Brabant, 2021), Visie en strategie Roosendaal Natuurstad (concept, 2020), Klimaat Roosendaal (2020), Visie op zonne-energie Gemeente Roosendaal (2018), Beoordelingskader Initiatieven Buitengebied (2009). Lintenstudie, een onderzoek naar bouwmogelijkheden in linten (2004), Notitie nieuwe landgoederen in Roosendaal (2005), www.kaartbank.brabant.nl.
Blad 36 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Economie Arbeidsmarkt Roosendaal kent een diverse economie (met een sterke logistieke kwaliteit) met voldoende werkgelegenheid. Hierdoor ligt de werkloosheid dan ook laag. In verhouding tot het aantal inwoners dat werkt of wil werken zijn er relatief veel banen. In 2018 waren er 38.513 banen beschikbaar die door circa de helft van de Roosendaalse bevolking werd ingevuld. Er bestaat echter wel een krapte op de arbeidsmarkt, waardoor er een mismatch is tussen de vraag en het aanbod. Vestigingsklimaat Het vestigingsklimaat in Roosendaal is goed, vooral door de goede logistieke bereikbaarheid en centrale ligging tussen Rotterdam-Antwerpen en de Brabantse Stedenrij. Tocht vestigen zich gemiddeld minder nieuwe bedrijven in Roosendaal dan gemiddeld in Nederland. In 2018 werden er 90 nieuwe bedrijven opgericht in Roosendaal, tegenover 100 gemiddeld in Nederland. Daarnaast werden er ook meer bedrijven opgeheven ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Dit is ook te zien in het gemiddelde cijfer voor het ondernemersklimaat, dit is lager in Roosendaal dan gemiddeld voor Nederland. Onderwijsvoorzieningen Er zijn verschillende onderwijsinstellingen gevestigd in Roosendaal. Naast de MBO en MBO-plus opleidingen heeft Roosendaal ook HBO-opleidingen.
Het onderwijsaanbod is tevens afgestemd op de bedrijfssectoren die in Roosendaal en West-Brabant groot zijn, waarbij met name wordt gericht op logistiek en zorgopleidingen. Naast het beroepsonderwijs zijn er in de wijken voldoende basisscholen en zijn er verschillende middelbare scholen gevestigd in Roosendaal. Winkelaanbod Het aanbod aan dagelijkse winkelvoorzieningen in Roosendaal is goed. In het buitengebied ligt de beoordeling voor het aanbod aan dagelijks winkelvoorzieningen echter wel lager dan in de wijken in Roosendaal zelf. Naast de dagelijkse winkelvoorzieningen is het Rosada een bovenregionale trekker voor winkelend Nederland. En ook Oostpoort/Oostplein wordt als een bijzondere perifere detailhandelslocatie gezien. In het centrum is er leegstand van voorzieningsgebouwen. Landschap Het uiterlijk en gebruik van het buitengebied is het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen het natuurlijke milieu en de menselijke ingrepen. In eerste instantie is de abiotische factor (geomorfologie, bodem en water) bepalend geweest, daarna heeft de mens steeds sterker zijn stempel op het landschap gedrukt. Roosendaal ligt op de grens van het Brabantse dekzandgebied (in het zuiden) en het kleigebied (in het noorden). De basis voor het buitengebied is gevormd in het Pleistoceen, beter bekend als het tijdperk van de ijstijden.
In het vroeg- Pleistoceen zijn in dit deel van Brabant door voorlopers van de Rijn en de Maas klei, zand en grind afgezet. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 120.000 jaar geleden) kende Brabant net als de rest van Nederland een toendra-achtig landschap. Het klimaat was zo koud en droog, en het landschap daardoor zo kaal, dat op grote schaal zandverstuiving kon optreden en een deken van dekzand werd afgezet. Door de overheersende windrichting werden overwegend langgerekte zuidwest-noordoostgerichte dekzandruggen gevormd. De Wouwse plantage ligt op zo’n dekzandrug.
Blad 37 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Aan het begin van het Holoceen (omstreeks 10.000 jaar geleden) brak een warme periode aan. Door de temperatuurstijging kon zich een dichte begroeiing ontwikkelen, waardoor verdergaande verplaatsing van het dekzand werd tegengegaan. De hogere zandgronden raakten begroeid met bossen en werden doorsneden door beken en er vond bodemvorming plaats. Ook vond tijdens het Holoceen door het smelten van het ijs een zeespiegelrijzing plaats. Door de hiermee samenhangende grondwaterstijging ontstond een moerasachtig gebied in het noordelijk deel van het buitengebied, waardoor het gebied in de loop der tijd bedekt raakte met een dikke laag veen. Vanaf de prehistorie, maar vooral vanaf de Middeleeuwen is de invloed van de mens op het landschap zichtbaar: het kappen van bossen, afplaggen van heide, beweiden, opbrengen van mest, afgraven van veen, het reguleren van de waterhuishouding en het aanleggen van nederzettingen en wegen. Dit heeft gezorgd voor wijzigingen in het landschap. Tijdens de middeleeuwen was veen een waardevolle grondstof voor de turf- en zoutproductie en vanaf de 13e eeuw werd op grote schaal veen gewonnen, waardoor een groot deel van het veen verdween. Het gebied is al gebruikt en bewoond door mensen sinds het pleistoceen, maar pas vanaf de middeleeuwen ontstonden gehuchten die de basis vormden voor de huidige dorpen en steden.
De meeste nederzettingen in Noord-Brabant ontstonden op de middelhoge zandgronden. Deze zandgronden waren het meest geschikt voor akkerbouw. Ten behoeve van de akkerbouw en houtwinning werden bossen gekapt. Door bomenkap en overbeweiding ontstonden heidevelden. Heidevelden die later in de middeleeuwen en erna werden ontgonnen voor akkerbouw als gevolg van de groeiende bevolking. Door het opbrengen van mest uit stallen op de gronden in het buitengebied ontstonden essen / oude bouwlanden. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de landbouw. Waar voorheen vooral traditionele gemengde boerenbedrijfjes voorkwamen, nam de veehouderij nu een overheersende positie in. Veel bouwlanden veranderden in graslanden. Ook nam de oogst van maïs toe. Maïsverbouw komt tegenwoordig ook voor in de beekdalen en in de jonge heide ontginningen. De lage gebieden worden tegenwoordig voornamelijk gebruikt als grasland, terwijl de middelhoge gebieden voornamelijk gebruikt worden als bouwland. De hogere gronden zijn vaak arm, en worden daarom vaak als weiland of bos gebruikt.
Blad 38 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-1: Geologische/Geomorfologische kaart (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Het buitengebied helt in noordelijke richting af, vanuit het relatief hooggelegen bosgebied van de Wouwse Plantage (tot 13 meter +NAP), naar het lager gelegen zanden kleigebied in het noorden (tot 0 meter -NAP). Op de hoogtekaart zijn de ingesneden beekdalen duidelijk zichtbaar.
Figuur 4-2: Reliëf (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Blad 39 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
De vorming van het landschap en het gebruik door de mens heeft geleid tot verschillende landschapstypen. In het Landschapsontwikkelingsplan (2005) zijn op grond van de geologische ondergrond, het huidige grondgebruik en het landschapsbeeld landschapstypen onderscheiden die qua aard en verschijningsvorm ieder een samenhangend geheel vormen (zie figuur 4-3 en tabel 4-2).
Figuur 4-3: Kaart landschapsontwikkelingsplan (2005) Tabel 4-2: Landschapstypen en waarden Bron: Landschapsontwikkelingsplan 2005 Gebied Dekzandgebied / Agrarisch werklandschap: Hoevenlandschap met beken Veenontginningen landschap Oud veenontginningslandschap Jonge heideontginningslandschap Brabantse Wal Gesloten boslandschap
Kenmerken/Waarden Verspreide hoeves, slingerende wegen, hooggelegen bouwlanden, grasland op de lagere delen. Doorsneden met beken. Vroeger kleinschalig met singel-beplantingen langs perceelsgrenzen. Nu open glooiend met een los patroon van verspreide erven en slingerende wegen, begeleid door laanbeplanting. Vergraven voor turfwinning. Randen direct verkaveld en in cultuur genomen. Rechtlijnig, blokverkaveling, half tot open. Bij Wouwse Plantage bebost, als landgoed ontwikkeld. Na vervening verwilderd en pas rond 1900 in gebruik genomen als landbouwgrond. Rationele blokverkaveling, grootschaliger van opzet. Grote eenheden bos, relicten van veenontginning Markant grensgebied tussen dekzand- en deltalandschap. Landgoederen, beboste landduinen voor houtproductie en jacht. Zoom: turfvaart op grens bosgebied – dekzandgebied
Blad 40 van 161
Beleid/streven Behoud openheid en karakter van hoeves en wegen. Behoud en versterking karakter en zichtbaarheid beken, o.a. met accentbeplanting. Versterking half open blokverkaveling. Versterken grote eenheden, grootschalige blokverkaveling. Behoud eenheid en samenhang. Omvorming naaldbos en versterking van de waterinfiltratie: meer ecologische diversiteit. Zichtbaar maken van de Zoom.
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Het beekdal van de Smalle Beek en de Wouwse Plantage hebben zodanig bijzondere landschappelijke waarden dat ze door de provincie zijn aangewezen als aardkundig waardevol gebied
Smalle Beek
Borgvlietsche Duinen
Figuur 4-4: Provinciaal aangeduide aardkundig waardevolle gebieden (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Openbare ruimte De openbare ruimte wordt door de inwoners van Roosendaal tussen de 5 en de 6 beoordeeld. Hierin zitten geen grote uitschieters per wijk. Wel is er tussen wijken een verschil te zien in de mate van verloedering in de buurt. Met name in de wijk Noord (Kalsdonk) wordt slecht gescoord op verloedering en ook in West (Westrand) wordt hier niet goed op gescoord. In het dorp Moerstraten wordt het beste gescoord. De toenemende druk op de ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving vormt een knelpunt voor de kwaliteit van de openbare ruimte in Roosendaal. Binnen Roosendaal zijn meerdere barrières aanwezig die invloed hebben op de kwaliteit van de openbare ruimte. Dit zijn spoorlijnen en de rijkswegen die zowel langs als door de kern van Roosendaal lopen. Verschillende gebieden van Roosendaal zijn door deze barrières slecht verbonden. Tevens kunnen de aanwezige barrières zorgen voor een hoger gevoel van onveiligheid, doordat plekken minder zichtbaar zijn. Een onderdeel van de omgevingskwaliteit is het aandeel groen in de openbare ruimte. Het aandeel groen in de openbare ruimte is weergegeven op de hoofdgroenstructuur kaart in figuur 4-5. Er zijn het centrum bepaalde plekken met veel groen, bijvoorbeeld bij Mariadal. Het overgrote deel van het centrum daarom heen kent weinig tot geen openbaar groen.
Op de bedrijventerreinen Borchwerf en Majoppeveld is weinig tot geen groen aanwezig.
Blad 41 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-5: Hoofdgroenstructuur Roosendaal (bron: https://opendata.roosendaal.nl/)
Erfgoed en archeologie De gemeente Roosendaal kent verschillende archeologische waarden. De archeologische verwachtingen zijn ten zuiden van Roosendaal zelf tegen de grens met België hoog. Ook in het westen van Roosendaal bevinden zich middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarden (zie figuur 4-6).
Blad 42 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-6: Archeologische verwachtingswaarden in de gemeente Roosendaal (Bron: Foto van Roosendaal).
Naast de archeologische verwachtingswaarden zijn er ook aspecten van cultuurhistorische waarden aanwezig in de gemeente. Zo zijn er drie provinciaal aangeduide complexen van cultuurhistorisch belang (Landgoed Wouwse Plantage, Landgoed Visdonk en Coöperatieve Zuivelfabriek fabriek 'Wouw) en maken het zuidwestelijk deel (Wouwse Plantage) en het noordwestelijk deel (ten westen van Moerstraten) onderdeel uit van provinciaal aangeduide cultuurhistorisch waardevolle vlakken. Daarnaast heeft de gemeente zelf diverse gebieden aangewezen als cultuurhistorisch waardevol en liggen er in het buitengebied en de kernen diverse Rijks- en gemeentemonumenten en zijn er binnen de verschillende kernen van Roosendaal verschillende locaties aangewezen met een welstandsniveau ‘bijzonder’ (zie figuren 4-7 en 4-8).
Blad 43 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-7: Provinciaal aangeduide Cultuurhistorisch waardevolle vlakken en complexen en archeologisch waardevol landschap (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Figuur 4-8: Cultuurhistorische waardenkaart Roosendaal (bron: gemeente Roosendaal)
Blad 44 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
4.2
Natuur en milieu In tabel 4-3 zijn de beoordelingsaspecten opgenomen die horen bij het thema natuur en milieu. Tabel 4-3: Beoordelingsaspecten bij het thema natuur en milieu Thema Aspecten Natuur en milieu Natuur Duurzaamheid Bodem en water Klimaatadaptatie Milieuveiligheid en -hinder
Natuur Op de natuurlijke ondergrond heeft zich natuur ontwikkeld. Veel van de natuur is door de mens ontgonnen en verdwenen. Roosendaal kent vergeleken met de omgeving en Nederland gemiddeld een relatief klein oppervlak natuurgebied (6% van het grondgebied, waar het Nederland gemiddeld 12% is) en relatief weinig grote natuurgebieden. De belangrijkste natuurwaarden zijn te vinden in de Wouwse Plantage (onderdeel van Natura2000-gebied Brabantse Wal), op landgoed Visdonk-Rozenven en in de beekdalen. Door het intensieve gebruik van het buitengebied, met o.a. schaalvergroting, toenemende verharding, grondwaterbeheersing, gebruik van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen, verzuring/vermesting, en door de uitstoot van stikstof is de biodiversiteit de afgelopen decennia achteruitgegaan (zie figuur 4-9).
Figuur 4-9: Beschermde natuurgebieden (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Ook met betrekking tot de biodiversiteit kent Roosendaal een lage soortendiversiteit per vierkante kilometer. Ten zuiden van de kern van Roosendaal tegen de gemeentegrens ligt de gemiddelde biodiversiteit iets hoger. Daarentegen is de bijendiversiteit per hectare met name in de kernen van Roosendaal hoger dan in het buitengebied.
Blad 45 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Duurzaamheid Duurzame energieopwekking Roosendaal scoort met 14% van het totale energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen relatief goed op het gebied van duurzame energieopwekking. Dit komt mede door de ingebruikname van het warmtenet en de aanleg van drie windmolens. De groei van de duurzame opwekking is sinds deze ingebruikname echter wel gestagneerd. In gemeentelijk beleid is vastgelegd dat voor een verdere groei in herbruikbare energiebronnen 75 hectare zonneveld worden aangelegd. Dit heeft impact op de toenemende druk op de leefomgeving en de natuur binnen Roosendaal. Roosendaal heeft het voornemen de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie te vergroten, hiermee invulling gevend aan de opgave van de gemeente in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). Roosendaal wil dit realiseren via een forse groei van het aandeel "zon op dak" (74 Kwh) en deels door de ontwikkeling van de 75 ha zonnevelden. Roosendaal wil niet meer dan de al bestaande drie grote windturbines in het buitengebied; ná 2030 is voorzien dat deze worden vervangen door moderne windmolens met een groter opwekkend vermogen. De plaatsing van kleine turbines bij (agrarische) bedrijven in het buitengebied wordt nog onderzocht (zie figuur 4-10).
Figuur 4-10: Opgave duurzame energie (bron: RES Midden- en West Brabant)
In de visie op zonne-energie (2018) zijn voorwaarden gegeven voor het realiseren van projecten voor de opwekking van zonne-energie. De gemeente hanteert de zogenaamde zonneladder (zie figuur 4-11). Bij voorkeur gebouwgebonden: op bestaande daken en gevels van woningen en bedrijven en pas als laatste in de vorm van zonneparken in het buitengebied. Maar de gemeente onderkent ook de noodzaak voor opwekking van duurzame energie en biedt ruimte voor 75 ha grondgebonden zonnepanelen. Er is ook een inventarisatie gemaakt van meer of minder geschikte locaties voor zonneparken (zie figuur 4-12).
Blad 46 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-11: Zonneladder
Figuur 4-12: Visie op zonne-energie (bron: gemeente Roosendaal)
Blad 47 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
In deze inventarisatie is een groot deel van het buitengebied onder voorwaarden geschikt voor zonne-energie. NNB-gebieden (Wouwse Plantage, Visdonk-Rozenven, de grotere beekdalen en aantal losse natuurgebied) zijn conform provinciaal beleid uitgesloten. In het uiterste westen (omgeving Brabantse wal), zuiden en oosten zijn alleen kleine zonneparken (< 2 ha) mogelijk. Het beleid van de gemeente Roosendaal laat buiten de 75 ha zonnevelden geen ruimte voor verdere grootschalige ontwikkeling van zon-op-veld. Bij verdere ontwikkelingen moet eerst ingezet worden op zonnepanelen op daken en binnen stedelijk gebied. Daarna komen de stadsrandzones in beeld als mogelijke locatie. Hierbij. Hierbij heeft het gebied direct ten westen van Roosendaal en de A17/A58 (de “energiestraat”) de voorkeur, mede gezien de mogelijkheden ter plaatse voor aansluiting op het net. Vanuit omgevingswaarden bezien heeft het de voorkeur om (de rest van) het buitengebied zolang / zoveel mogelijk te vrijwaren van zonneparken. Zonneparken kunnen, ook al zijn ze goed landschappelijk ingepast, effect hebben op landschappelijke waarden. CO2-uitstoot Roosendaal blijft sterk achter in het verminderen van de CO2 uitstoot. In 2017 besloeg de totale CO2-uitstoot 517.300 ton. Daarvan is 48% van de uitstoot afkomstig van de gebouwde omgeving, 30% van verkeer en vervoer, 15% industrie en 7% landbouw.
De uitstoot afkomstig uit de gebouwde omgeving is in de laatste jaren zelfs weer toegenomen. Dit is voornamelijk toe te rekenen aan de uitstoot van bedrijven, die van kantoren en woningen nam wel af. Ook de uitstoot van andere broeikasgassen, met name methaan, is in de afgelopen jaren toegenomen. Bodem en water Bodem De ondergrond en het gebruik door de mens, met name de veenwinning, de ontginning en de bemesting heeft geleid tot diverse bodemtypen (zie figuur 4-13).
zeeklei
Beekdalbodem
Eerdgrond zandgrond
laagveen
Figuur 4-13: Bodemtypen (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Blad 48 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Op een enkele locaties binnen de gemeente zijn gronden aangewezen als saneringsgronden. Het risico op de gezondheid door bodemverontreiniging zal in de referentiesituatie daarmee enkel kleiner worden. Water In het Roosendaalse landschap hebben zich diverse beken gevormd. Daarnaast zijn er door de mens turfvaarten gegraven voor de afvoer van gestoken turf uit de veengebieden (zie figuur 414).
Figuur 4-14: Waterlopen (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Een groot deel van het buitengebied van Roosendaal is infiltratiegebied en gevoelig voor verdroging. Het noordelijk deel van het buitengebied en de beekdalen zijn kwelgebieden, gebieden waar grondwater naar boven komt en uittreedt (zie figuur 4-15).
Blad 49 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-15: Kwel- (blauw) en infiltratiegebied (geel) (bron: www.kaartbank.brabant.nl
In de huidige situatie is in de klei en (voormalige) veengebieden de waterhuishouding het belangrijkste aandachtspunt. Op de zandgronden zijn met name verdroging en uitputting van voedingsstoffen een aandachtspunt. In het buitengebied liggen twee drinkwaterwinningen met omliggende grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast zijn met name in de beekdalen gebieden aangewezen als reserveringsgebieden voor waterberging. Het oppervlak waterbergingsgebieden in Roosendaal is relatief klein (zie figuur 4-16).
Blad 50 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-16: Waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied en reserveringsgebied waterberging (bron: www.kaartbank.brabant.nl)
Klimaatadaptatie Wateroverlast Klimaatverandering heeft effect op de neerslag die in Nederland valt. Deze valt steeds vaker in hevige piekbuien. Hierdoor moet veel water in een keer snel verwerkt worden, wat kan leiden tot wateroverlast. De gemeente Roosendaal is bezig met het inventariseren van de opgaven, kansen en aandachtspunten voor klimaatadaptatie en heeft dit middels een “klimaatreis” (zie figuur 4-17) geïnventariseerd. Kansen en aandachtspunten voor klimaatadaptie in het buitengebied zijn: Klimaatadaptatie biedt over het algemeen meekoppelkansen voor natuur, waterhuishouding en recreatie. Koppeling aan bestaande water- en natuurinitiatieven (bijvoorbeeld beekdalen en bestaande natuurontwikkelingsgebieden) is daarmee een logische stap; Klimaatadaptatie biedt kansen voor duurzaam behoud of herstel van cultuurhistorisch landschappelijke waarden, wat ook weer de recreatieve aantrekkelijkheid van het buitengebied vergroot. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden geven ook aandachtspunten/randvoorwaarden aan klimaatadaptatie; Klimaatadaptatie vraagt aandacht voor goede locatiekeuzes voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals wonen en werken.
Bij voorkeur op klimaatbestendige locatie: hoog en droog en niet in gebieden die laag liggen, nat zijn en/of gevoelig voor wateroverlast; Door klimaatadaptatie mee te nemen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wordt ook aan bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de gemeente als geheel.
Blad 51 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-17: Klimaatoptiekaart (bron: Klimaatreis, gemeente Roosendaal)
De klimaatopgave en -ambities worden vertaald in de visie Roosendaal Natuurstad: een klimaatadaptieve en aantrekkelijke leefomgeving. Doel is om in 2030 klimaatadaptief te handelen en in 2050 klimaatadaptief te zijn. De visie beoogt een route te bieden naar een mooiere, veiligere en duurzamere gemeente Roosendaal, voorbereid op extremere weersomstandigheden. Hitte en droogtestress Naast de grotere kans op piekbuien zorgt klimaatverandering voor steeds langere perioden van droogte en hogere temperaturen. De langere perioden van warmte kan in stedelijk gebied leiden tot hittestress als gevolg van het hitte-eilandeffect. Binnen Roosendaal is er tijdens hittegolven op bepaalde plekken sprake van dit hitte-eilandeffect. In het centrum van Roosendaal ligt de temperatuur gemiddeld 1,6 tot 1,8 graden hoger dan in het landelijk gebied. Vergeleken met het gemiddelde van West-Brabant zijn bewoners dan ook minder tevreden met de hoeveelheid verkoelende plekken binnen Roosendaal (zie figuur 4-18).
Blad 52 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-18: Het stedelijk hitte-eiland effect in de gemeente Roosendaal (Bron: Klimaateffectatlas).
De toenemende warme periodes leiden tevens tot droogtestress, dit is voor de landbouw in de gemeente een bedreiging, met name op de zandgronden in het hoger gelegen zuidelijke deel van de gemeente. Milieuveiligheid en -hinder Binnen Roosendaal zijn meerdere potentiële milieuveiligheidsrisico’s aanwezig: luchtverontreiniging, geluidshinder, geurhinder, lichthinder en straling. Roosendaal wordt doorsneden door de A17/A58, spoorlijn(en) Roosendaal en Antwerpen en Vlissingen, provinciale wegen N262/Antwerpseweg tussen Roosendaal en Essen, hoogspanningsleidingen en een buisleidingenstraat. Deze bronnen geven hinder op de omgeving (geluid, luchtkwaliteit, straling) en geven aandachtspunten vanuit veiligheid. Het noordelijk deel van de gemeente ligt in het hinderinvloedsgebied van de twee grote bedrijventerrein ten noorden van de stad, Borchwerf en Majoppeveld. Daarnaast leiden de veehouderijen tot uitstoot van geur, met name in het centrale deel van het buitengebied direct ten westen van de stad en het zuidelijk deel van het buitengebied ten zuiden van de stad. Het lichtklimaat in de gemeente wordt voornamelijk bepaald door de stedelijke omgeving en glastuinbouw. Daarnaast is er sprake van licht afkomstig van wegen, lokale agrarische bedrijven, andere bedrijven en/of instellingen en sportcomplexen. Op deze verschillende hinderbronnen wordt hieronder verder ingegaan.
Blad 53 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Geluidshinder Behalve direct langs de spoor- en verkeerswegen en direct nabij de bedrijventerreinen is het geluid- en luchtklimaat in het buitengebied redelijk tot goed. Binnen de gemeente Roosendaal ervaart 26% van de inwoners tussen de 19 en 64 jaar ernstige geluidshinder. Dit percentage ligt hoger dan gemiddeld voor West-Brabant, waar dit percentage op 22% ligt. Binnen Roosendaal dienen 22 woningen gesaneerd te worden op grond van de Wet geluidshinder. Geluidshinder kan afkomstig zijn van meerdere type hinderbronnen namelijk, industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Deze hinderbronnen zijn in en rond Roosendaal aanwezig. Industrielawaai Roosendaal kent meerdere bedrijventerreinen. In en rond de kern van Roosendaal zijn twee bedrijventerreinen aanwezig, namelijk Borchwerf en Majoppeveld. Daarnaast liggen in het buitengebied langs de A58 enkele kleinere bedrijventerreinen (zie figuur 4-19).
Figuur 4-19: Ligging bedrijventerreinen in en rondom Roosendaal (Bron: IBIS)
Bedrijventerrein Borchwerf betreft een geluidgezoneerd bedrijventerrein. Voor dit bedrijventerrein geldt een geluidscontour die reikt tot buiten de zoneringsgrens. Op de grens van de geluidscontour moet het geluidniveau op 50 dB(A) liggen, hierbinnen kunnen hogere geluidsbelastingen voorkomen. Ten zuiden van het gezoneerde bedrijventerrein ligt de geluidscontour van 50 dB(A) over woongebied (zie figuren 4-20 en 4-21). Nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van Borchwerf zijn niet mogelijk door gebrek aan geluidsruimte. Er wordt door gemeente gewerkt aan een geluidreductieplan.
Blad 54 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-20: Vastgestelde geluidszone Borchwerf I (blauwe lijn: plangrens bedrijventerrein, rode lijn: zone 50 dB(A) contour) (Bron: Bestemmingsplan Borchwerf I
Blad 55 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-21: Geluidbelasting door industrielawaai (Bron: Omgevingsdienst Midden en West-Brabant, 2019).
Blad 56 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Wegverkeerslawaai Binnen de gemeente zijn twee rijkswegen aanwezig: de A17 en de A58. De A17 vormt de westelijke grens van de kern van Roosendaal en de A58 doorkruist de kern. Daarnaast vormt de provinciale weg N262 een verbinding tussen de A58 en de Belgische grens bij Nispen. De ligging van deze wegen kan geluidshinder bij omwonenden veroorzaken (zie figuur 4-22).
Figuur 4-22: Geluidsbelasting van wegverkeerslawaai (Bron: Omgevingsdienst Midden en WestBrabant, 2019).
Spoorweglawaai Door de gemeente Roosendaal lopen twee spoorlijnen. Roosendaal is op deze manier verbonden met Etten-Leur, Oudenbosch, Bergen op Zoom en België. De spoorlijnen zorgen voor een geluidsbelasting op het omliggende gebied (zie figuur 4-23). Cumulatie verschillende geluidbronnen In figuur 4-24 is het geluid van de industrie, de weg en het spoor gecumuleerd weergegeven. Dicht langs de wegen en in Borchwerf is de gecumuleerde geluidbelasting hoger dan 63 dB.
Blad 57 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 4-23: Spoorweglawaai (dB Lden) (bron: Omgevingsdienst Midden- en West Brabant)
Figuur 4-24: Cumulatief geluid: weg-/spoorweg- en industrielawaai (bron: Omgevingsdienst Midden- en West Brabant)
Blad 58 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Luchtkwaliteit Door de centrale ligging van de snelwegen door de gemeente is de luchtkwaliteit, in vergelijking met andere gemeenten, relatief slecht. De concentraties voor de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide, fijnstof en zeer fijn stof liggen wel onder de wettelijk toegestane grenswaarden. De hoogste concentraties van luchtverontreinigende stoffen liggen aan weerszijden van de A58 die vanaf Etten-Leur Roosendaal binnenkomt (zie figuren 4-25 en 4-26). Door de verduurzaming van het vervoer en de industrie neemt de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen tot 2030 af (zie kader op de volgende pagina).
Figuur 4-25: Stikstofdioxide 2019 (bron: atlasleefomgeving.nl)
Figuur 4-26: Fijn stof (PM10) 2019 (bron: atlasleefomgeving.nl)
Blad 59 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Autonome daling uitstoot luchtverontreinigende stoffen NOx Binnen de sector verkeer en vervoer zijn het wegverkeer en de zeescheepvaart de grootste bronnen van NOx. Van beide zijn de NOx-emissies sinds 2010 gedaald (wegverkeer -32%; zeescheepvaart -7%). Bij het wegverkeer daalden vooral de emissies van vrachtauto’s, doordat de Europese norm voor uitlaatgassen van vrachtwagens effectief werd aangescherpt, van Euro V naar Euro VI (bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2019).
PM10 De fijnstof-emissies (PM₁₀) daalden relatief het meest bij de zeevaart (-51% sinds 2010), de overige mobiele bronnen (-36%) en het wegverkeer (-35%) (bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2019).
Verwachte ontwikkeling tot 2030 Het kabinet streeft ernaar dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos zijn. De ontwikkelingen richting elektrisch vervoer zorgen zeker op de (midden)lange termijn voor een aanzienlijke reductie van stikstof- en CO2-emissies (bron: Kamerbrief voortgang Klimaatakkoord mobiliteit, 17 april 2020, kenmerk: IENW/BSK-2020/43960).
Blad 60 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Geurhinder Veehouderijen in het buitengebied leiden tot uitstoot van geur, met name in het centrale deel van het buitengebied direct ten westen van de stad en het zuidelijk deel van het buitengebied ten zuiden van de stad. Lokaal leidt dit tot geurhinder, met name in de directe omgeving van de bedrijven die geur veroorzaken. De geurproblematiek is in vergelijking met omliggende gemeenten en andere delen van Brabant beperkt: Roosendaal kent relatief weinig geurhinder veroorzakende veeteelt (zie figuur 4-27).
Figuur 4-27: Geurhinder in en rondom Roosendaal en veehouderijen (Bron: Omgevingsdienst Midden en West-Brabant, 2019).
Blad 61 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Lichthinder Het lichtklimaat in de gemeente wordt voornamelijk bepaald door de stedelijke omgeving en de glastuinbouw. Daarnaast is er sprake van licht afkomstig van wegen, lokale agrarische bedrijven, andere bedrijven en/of instellingen en sportcomplexen (zie figuur 4-28). Het lichtklimaat in de gemeente Roosendaal laat geen bijzonder beeld zien ten opzichte van de wijdere omgeving. De lichtemissie in Roosendaal is vooral afkomstig van de stedelijke gebieden en de aanwezige glastuinbouw. Hier is de lichtemissie hoger dan op plekken waar de stedelijkheid laag is, zoals in het grootste gedeelte van het buitengebied. Glastuinbouw Moerstraten