Bijlage 3 NL.IMRO.1674.1238GENESTETlAAN16-0301 ruimtelijke onderbouwing compressed.pdf
Tekst van het document
C:\Documentaal\Content\ImageBank\ReportCovers\Voorkant staand\Staand_cover3. jpg
Gemeente
Roosendaal
Ruimtelijke onderbouwing De Genestetlaan 16 te Roosendaal
datum projectnummer
18 december 2024 232765
(geanonimiseerd) EN
Rapport
Holten
-
Amstelveen
-
Ruimtelijke onderbouwing
Breda
-
Eindhoven
Nieuwegein
-
Postbus 64, 7450 AB T+31
Holten
88 004 82 12
info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Gemeente project projectnummer projectleider
opdrachtgever adres
Genestetlaan
16 Roosendaal
232765
elk B.V. Postbus 91 WIJCHEN
(geanonimiseerd)
status
Definitief
versie
3.0
auteur
(geanonimiseerd)
paraaf gecontroleerd
datum referentie
(geanonimiseerd)
6600 AB contactpersoon
Roosendaal
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd)
MSc
18 december 232765
2024
AdB_RAP_0001
v.3.0
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
1. 1 1. 2 1. 3 1. 4
Aanleiding en doel Begrenzing besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 1 2
2
Gebiedsprofiel
3
2. 1 2. 2 2. 3 2. 4
Inleiding Ontstaan kern Roosendaal Omgeving besluitgebied Locatie
3 3 3 4
3
Projectprofiel
3. 1 3. 2 3. 3
Inleiding Planbeschrijving Verkeer en parkeren
5 5 5 6
4
Beleidskader
8
4. 1 4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3. 3 4. 4 4. 4. 1 4. 4. 2 4. 4. 3 4. 4. 4
Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro Rarro) 2012 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6 lid 2 Bro) Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimtelijke Ordening – partiële herziening 2014 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant Visie op de leefomgeving’ 2018 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Roosendaal “De verbonden stad” Woonagenda Roosendaal 2021 -2025 Woningbouwprogrammering 2023 Welstandsnota
8 8 8 9 10 11 11 12 12 17 17 19 20 20
5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 6. 1 5. 6. 2 5. 6. 3 5. 7 5. 8 5. 9
Planologisch relevante (milieu)aspecten
22
Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Natuurgebieden Stikstof Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid
22 22 23 25 26 28 28 28 29 30 31 32
,
,
,
,
datum referentie
19 september 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
,
,
5. 9. 1 5. 9. 2 5. 9. 3 5. 10 5. 11 5. 12
Inrichtingen en externe veiligheid Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m. e. r. -beoordeling
32 32 34 35 37 37
6
Economische uitvoerbaarheid
40
6. 1 6. 2
Inleiding Kostenverhaal
40 40
7 7. 1 7. 2 7. 2. 1 7. 2. 2 7. 2. 3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
Inleiding Procedure Participatie Vooroverleg Zienswijzen
41 41 41 41 41
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
datum referentie
Verkennend bodemonderzoek Stikstofdepositieonderzoek Quickscan Wet Natuurbescherming Nader vleermuizen onderzoek
19 september 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
1
Inleiding
1. 1 Aanleiding en doel Aanleiding Elk B. V. is voornemens om aan De Genestetlaan 16 te Roosendaal 3 sociale huurwoningen te ontwikkelen. De voormalige woning is al voor 90% gesloopt enkel de fundering is nog aanwezig. ,
De realisatie van 3 sociale huurwoningen is een waardevolle toevoeging aan de stad Roosendaal. De locatie ligt namelijk in bestaand woongebied en is momenteel braakliggend. Het toevoegen van 3 sociale huurwoningen is gezien de huidige woningbehoefte een passende ontwikkeling.
Doel Onderhavig plan motiveert of de ontwikkeling van de woningen aan De Genestetlaan 16 voldoet aan het principe van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Ag Nova architecten heeft een definitief ontwerp opgesteld met een bijbehorende schets van de toekomstige situatie van het gehele perceel. Deze wordt in hoofdstuk 3 behandeld.
1. 2
Begrenzing besluitgebied
Het besluitgebied ligt centraal in het woongebied ‘De Kroeven’. De locatie is kadastraal bekend als de gemeente Roosendaal en Nispen sectie D perceelnummers 10386 en 11217 (deels). Het besluitgebied heeft een oppervlakte van circa 370 m.2 De locatie wordt aan de oost- noord- en zuidzijde begrenst door woongebieden en De Genestetlaan. Aan de westzijde grenst de locatie aan de Pootlaan. Ten westen van de Pootlaan zijn een basisschool en peuteropvang aanwezig. ,
,
,
Figuur 1. Topografische kaart Roosendaal met besluitgebied aangeduid in het rood
1. 3
Figuur 2. Kadastrale kaart met besluitgebied aangeduid in rood
Vigerend bestemmingsplan
Voor het besluitgebied geldt bestemmingsplan “Kroeven” vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2019. In dit bestemmingsplan is het oostelijk deel van de gronden bestemd als ‘Wonen – 5’. Het westelijke deel is bestemd als ‘Groen’ en een klein zuidoostelijk deel is bestemd als ‘Tuin’. ,
datum referentie
19 september 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 1/45
Binnen de bestemming ‘Wonen - 5’ zijn de gronden bestemd voor aaneengebouwde twee-aaneen gebouwde geschakelde en vrijstaande grondgebonden woningen. Binnen het beoogde initiatief worden gestapelde woningen gerealiseerd. Dit is niet toegestaan volgens vigerend bestemmingsplan. Bovendien mag de maximale goothoogte maximaal 6 meter bedragen en dient de minimale oppervlakte van één wooneenheid minimaal 60 m 2 te bedragen. ,
,
In de toekomstige situatie is de woning circa 9 meter en zijn de oppervlakte van de wooneenheden kleiner dan 60 m.2 Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient afgeweken te worden van het bestemmingsplan “Kroeven’ middels een omgevingsvergunning derhalve is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. ,
Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan met besluitgebied weergegeven in het rood
1. 4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het gebiedsprofiel beschreven van de omgeving waarin het initiatief plaats gaat vinden. Allereerst wordt de wijk Kroeven toegelicht binnen de stad Roosendaal waarna ingezoomd wordt op het huidige gebruik van het besluitgebied. In hoofdstuk 3 wordt het projectprofiel van het initiatief toegelicht. In hoofdstuk 4 is het initiatief getoetst aan het beleid op nationaal provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 heeft betrekking op de planologische relevante (milieu)aspecten. Tot slot komen in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aan de orde. ,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 2/45
2
Gebiedsprofiel
2. 1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een integraal gebiedsprofiel gegeven van het besluitgebied en de directe omgeving. De kenmerken van de kern Roosendaal worden beschreven waarna verder ingezoomd wordt op de huidige situatie binnen het besluitgebied. ,
2. 2
Ontstaan kern Roosendaal
De kern Roosendaal is ontstaan als agrarische nederzetting op een zandige rug te midden van vochtige gebieden. Nog in de middeleeuwen ontwikkelde zich in deze agrarische nederzetting een belangrijke handelsfunctie die vooral ontstond rondom de overslag van handel in turf. De turfnering bracht Roosendaal in de 15e en 16e eeuw tot welvaart. Telde de stad halverwege de 15e eeuw nog slechts 660 woningen in 1526 waren dit er reeds 970. De eerste bebouwing concentreerde zich langs de toegangswegen naar de kapel ter hoogte van de Sint Janskerk. Na 1570 zet de neergang in met name door de gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog en de vele pestepidemieën. In 1628 telde de stad nog slechts 1200 inwoners. Een zekere mate van welvaart ontstond tussen 1750 en 1850. In 1809 werd het dorp Roosendaal tot stad verheven. ,
,
,
Een zeer belangrijke factor in de ontwikkeling van Roosendaal is de aanleg van de spoorlijn Rotterdam-Antwerpen (1852-1872). Het station van Roosendaal krijgt behalve met Antwerpen tevens een verbinding naar Rotterdam Vlissingen en Breda waardoor het uitgroeit tot een belangrijk knooppunt. Veel bedrijvigheid vestigt zich in Roosendaal. Hierdoor nam het inwoneraantal van Roosendaal aanzienlijk toe. In januari 1850 waren er 6084 ingezetenen tien jaar later 7036 en in 1900 circa 13. 700 ingezetenen.
,
,
,
Verplaatsing van het oorspronkelijke station van het huidige Oranjeplein naar de noordzijde in 1907 resulteerde in de Brugstraat en in verlenging van de Stationsstraat. In 1909 werd er een stratenplan gemaakt voor de grond ten oosten en ten westen van de Brugstraat. In hoog tempo werden deze gronden volgebouwd. Belangrijk was het Uitbreidingsplan uit 1933 (infrastructuur groensingel verdichting plekken). Tot 1940 werd voornamelijk de bestaande bebouwing verdicht en uitgroei van lintbebouwing gerealiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de stad verder uit waarbij de omliggende akkerlanden werden volgebouwd. Hierdoor werden de omliggende gehuchten opgenomen binnen de naoorlogse bebouwing. Bovendien werden er grote bedrijventerreinen aangelegd. ,
2. 3
,
Omgeving besluitgebied
Het initiatief is gelegen binnen de wijk ‘Kroeven’. De wijk Kroeven is de oudste naoorlogse nieuwbouwwijk ten zuiden van de Rijksweg A58. Ongeveer 60 jaar geleden was wat nu als de (woon)wijk Kroeven wordt aangeduid nog in gebruik als buitengebied met verspreid liggende bebouwing en de kern 'Borteldonk'. De televisietoren opgericht in 1956 stond de eerste jaren nog eenzaam in het landschap. De ruimtelijke structuur van de vooral agrarisch benutte cultuurgrond werd gekenmerkt door gespreide lintbebouwing vanuit het centrum richting Nispen en 'opgesplitst' door de waterlopen Molenbeek en Kletterwater. ,
,
,
Het initiatief is gelegen in het zuiden van Kroeven. Hier zijn verschillende stempels gerealiseerd welke bestaan uit vier blokken die ieder in een waaiervorm een centraal pleintje omsluiten. In de vierkante blokjes liggen garages. Deze stempels omsluiten de President Kennedylaan en de " groene kamer " bij de verspringing van de laan. In de meest zuidwestelijke oksel is het centrale pleintje vervangen door een strokenverkaveling van korte rijtjes. ,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 3/45
2. 4
Locatie
Het besluitgebied is gelegen aan De Genestetlaan en aan de Pootlaan. De locatie is circa 370 m 2 groot en bestaat uit de fundering van de voormalige woning verharding en groen. Momenteel is de locatie niet in gebruik en afgezet met een hek. ,
Figuur 4. Weergave besluitgebied (bron: Cyclomedia , 2023)
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 4/45
3
Projectprofiel
3. 1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de ruimtelijke opzet en het programma van voorliggende ontwikkeling van 3 gestapelde woningen. Daarvoor heeft Ag Nova architecten B. V. een ontwerp opgesteld. De stedenbouwkundige structuur van het besluitgebied en verschijningsvorm van de woningen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht alsmede het aspect verkeer en parkeren dat nader getoetst wordt aan het ruimtelijke beleid van de gemeente. ,
3. 2
,
Planbeschrijving
Het initiatief betreft de ontwikkeling van 3 gestapelde sociale huurwoningen. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen elke bouwlaag bevat één woning. Het gebouw is ongeveer 9 meter hoog en 10 meter diep. De bovenwoningen zijn te betreden via een gezamenlijke entree. De woning op de begane grond heeft een eigen entreé. Beide entrees zijn gesitueerd aan de Pootlaan. Elke woning bevat een gang één slaapkamer een eetkamer/woonkamer een toilet technische ruimte en een badkamer. De tweede verdieping heeft een extra slaapkamer. Er worden 3 bergingen en twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Er is een gemeenschappelijke tuin voor de bovenwoningen. De woning op de begane grond heeft een eigen tuin. ,
,
,
,
,
Het gebouw is in eerste plaats georiënteerd op De Genestetlaan. Aan de zijkant van de bouwmassa (zijde van de Pootlaan) is een aantal openingen toegevoegd in de gevel zodat de woning aansluit op de bestaande korrel van de woningen in de Pootlaan. Een impressie van de toekomstige situatie is weergegeven in Figuur 5. ,
Figuur 5. Visualisatie beoogde woningen
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 5/45
Mr
parkeerplaatsen op de locatie zijn ontsloten via de Pootlaan. Deze parkeerplaatsen liggen tussen de bergingen en de gemeenschappelijke tuin in, zoals te zien is in figuur 6. De parkeerhaven aan de Pootlaan wordt een aantal meter verschoven, zodat de parkeerplaatsen op eigen terrein te bereiken zijn. De
(geanoimsrd)
H
8 H
E Ei
f H
Ë
H
03945 0 Amerslo TA
A82 3
Berat Pu r
Figuur 6. Situatietekening bouwplan
3.3
Verkeer
en
parkeren
Verkeer
bouwplan leidt tot 12 voertuigbewegingen per etmaal. Dit is gebaseerd op de CROW publicatie 381, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ met als uitgangspunten ‘appartement sociale huur’ in ‘rest bebouwde kom’ in een sterk stedelijk gebied. Het CROW noemt een norm van 4,0 mvt/etmaal. De Genestetlaan en de Pootlaan kunnen aangemerkt worden als wegen voor bestemmingsverkeer. Deze hebben voldoende capaciteit om het verkeer af te wikkelen. In de huidige situatie is er al sprake van een woonbestemming. De verkeersgeneratie van deze woning komt met deze ontwikkeling te vervallen. In de wer! elijkheid zal hierdoor een toename van de verkeersgeneratie van ongeveer 8 mvt/etmaal zijn ten opzichte van de voorgaande situatie. Het
Parkeren Met de
inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZ op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de be estemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk e worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde
”
datum referentie
18 december
2024
232765 AdB RAP 0001 v.3.0
P
6/45
parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036 r. o. 5. 3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de geldende ‘Nota Parkeernormen’ daterend van december 2011. ,
,
De parkeernormen van Roosendaal zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW. Binnen het besluitgebied worden sociale huurwoningen gerealiseerd. Daarvoor geldt een parkeernorm van 15 per woning waarmee het benodigde aantal parkeerplaatsen uitkomt op 45. ,
,
In de stedenbouwkundige opzet zijn 2 parkeerplaatsen aanwezig. De voormalige woning had daarnaast 15 parkeerplaats ter beschikking in de openbare ruimte. Derhalve is er een tekort van 1 parkeerplaats. ,
In de Nota Parkeren is opgenomen dat wanneer parkeerplaatsen conform parkeernorm niet te realiseren zijn op eigen terrein burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen door de initiatiefnemer de mogelijkheid te bieden een bedrag per niet gerealiseerde parkeerplaats in het parkeerfonds te storten. ,
Ten behoeve van de afkoopregeling wordt een parkeerovereenkomst met de initiatiefnemer afgesloten. Deze privaatrechtelijke overeenkomst is gericht op het scheppen van voorwaarden waaronder de gemeente ontheffing kan verlenen. In de parkeerovereenkomst worden onder meer de hoogte van het te storten bedrag de gemeentelijke verplichting en de vrijstelling vastgelegd. Per parkeerplaats die wordt afgewenteld op het openbare gebied of wordt afgekocht dient er een bedrag van € 5.000-- exclusief BTW te worden gestort plus jaarlijkse indexatie van dit bedrag. ,
,
,
,
,
Conclusie Het initiatief leidt niet tot overbelasting van bestaande wegen. Om te kunnen voldoen aan de Nota Parkeren dient een ontheffing van de parkeereis te worden verleend door burgemeesters en wethouders. Dit wordt bewerkstelligd door een bijdrage van de initiatiefnemer aan het parkeerfonds voor één parkeerplaats. Hiervoor wordt een anterieure overeenkomst afgesloten.
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 7/45
,
4
Beleidskader
4. 1
Inleiding
De gemeente Roosendaal heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit plan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.
4. 2 Rijksbeleid 4. 2. 1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020 Toetsingskader ,
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte zowel boven- als ondergronds is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd maar in goede samenwerking tussen overheden bedrijven kennisinstellingen maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies gemeenten en waterschappen ligt kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk zijn. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig besluitgebied overstijgt.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 8/45
4. 2. 2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro Rarro) 2012 Toetsingskader ,
,
Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. ,
,
,
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). ,
Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro (geconsolideerde versie van 01-12-2020) is het besluitgebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Met betrekking tot het radarverstoringsgebied van Woensdrecht geldt ter hoogte van Roosendaal (gelegen op circa 95 kilometer van het radarstation) een maximale bouwhoogte van 80 meter voor alle bouwwerken. In het onderhavige plan worden geen windturbines of bouwwerken met een dergelijke hoogte mogelijk gemaakt. ,
Figuur 7. Ligging van het initiatief , aangeduid met rode marker , binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl)
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 9/45
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en het Rarro.
4. 2. 3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6 lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353 r. o. 18. 5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6 lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1. 1. 1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724 r. o. 2 t/m 12.8) waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. ,
,
,
,
,
,
,
Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? 2. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 3. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? 4. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? 5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? ,
,
1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m² deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. ,
,
Onderhavige ruimtelijke onderbouwing maakt ter plaatse van het besluitgebied de bouw van drie woningen mogelijk. De ontwikkeling is gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren.
Conclusie De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet te worden doorlopen.
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 10/45
4. 3 Provinciaal beleid 4. 3. 1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening – partiële herziening 2014 Toetsingskader ,
De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is verder vertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen zoals het economisch- mobiliteits- sociaal- cultureel- milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon- werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. ,
,
,
,
,
,
Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het besluitgebied aangeduid als ‘Stedelijk concentratiegebied’. Deze gebieden zijn aangewezen om de groei van verstedelijking op te vangen. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus indien sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik dit wordt getoetst middels het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 4. 2. 3. Stedelijke concentratiegebieden vangen per saldo het migratieoverschot voor de provincie op. ,
Middels voorliggend initiatief worden per saldo twee extra woningen planologisch mogelijk gemaakt binnen de stedelijke structuur van Roosendaal. Voorliggend initiatief is in lijn met de vigerende structuur. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale Interim Omgevingsverordening. In die verordening is dit beleid verder uitgewerkt in bindende regels die in acht genomen moeten worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt in paragraaf 4. 3. 3. nader ingegaan.
,
Figuur 8. Ligging van het initiatief , aangeduid met rode marker , binnen de structuurvisie (bron: ruimtelijkeplannen. nl)
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 11/45
Conclusie De gewenste ontwikkeling structuurvisie.
,
het
saldo toevoegen
per
woningen
van twee
,
is passend binnen de provinciale
4. 3. 2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant Visie op de leefomgeving’ 2018 Toetsingskader ,
,
De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant Visie op de Brabantse leefomgeving' is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen zoals de structuurvisie het verkeersen vervoersplan het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen waaronder de SVRO vooralsnog gelden. ,
,
,
,
, ,
,
In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie een klimaatproof Brabant Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030 om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. ,
,
,
,
,
,
,
Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband. Haar rol is gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. ,
Beoordeling Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 3 sociale huurwoningen binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt gebouwd binnen de bestaande bebouwde kom van Roosendaal waardoor uitbreiding van Roosendaal wordt voorkomen en het initiatief toch op kwalitatieve en duurzame wijze bijdraagt aan de woningbehoefte in de gemeente Roosendaal. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de kernwaarden en ambities van de Omgevingsvisie. ,
Conclusie Het onderhavige plan is passend binnen de in de Omgevingsvisie Noord-Brabant gestelde doelen.
4. 3. 3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 12/45
Omgevingswet
per
2024 ingaat. Met
een
Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant
een
eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.
De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. ,
,
,
,
Beoordeling Voorliggend besluitgebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied’. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het ‘Stedelijk gebied’. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
Figuur 9. Uitsnede van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant , initiatief is aangeduid met een rode marker (Bron: ruimtelijkeplannen. nl)
Artikel 3. 42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een initiatief dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken bedoeld in afdeling 5. 4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. ,
,
Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen werken of voorzieningen: A. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; B. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; C. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; D. houdt rekening met klimaatverandering waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; E. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; ,
,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 13/45
F.
draagt bij aan een duurzame concurrerende economie. ,
Beoordeling Nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3. 42 Iov mits passend binnen de bouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald mits de beoogde woningbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. ,
Alle provincies hebben in het Woonbod het aantal te realiseren woningen in de periode tot en met 2030 aangegeven en de bijbehorende randvoorwaarden. De provincie Noord-Brabant heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 130. 600 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan dienen 8. 630 (netto) woningen te worden gerealiseerd in de Stedelijke Regio West-Brabant West. Deze opgave is gebaseerd op de taakstelling van het Rijk waarbij een uitsplitsing is gemaakt op basis van de (provinciale) bevolkingsprognose. Onderstaande tabel geeft de verdeling opgave naar gemeente weer.
Figuur 10. Verdeling opgave (2022-2030) naar gemeente (bron: Woondeal West-Brabant West , 2023. )
De gemeente Roosendaal heeft een netto woningbouwbehoefte van 2. 940 woningen. De programmering van de harde plancapaciteit betreft 1. 704 woningen. De harde plancapaciteit bestaat uit de plancapaciteit welke wordt ingevuld door vastgestelde of onherroepelijke bestemmingsplannen. Onderhavig initiatief behoort tot de zachte plancapaciteit en behelst de realisatie van drie woningen. De actuele prognose biedt ruimte voor nieuwe initiatieven. De gemeente kiest zowel voor inbreiding als voor uitbreiding. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de verordening. Er moet ten eerste getoetst worden aan de geldende regels voor de opgenomen structuren en aanduidingen. Voor het overige moet getoetst worden aan de algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Navolgend wordt deze toetsing uitgevoerd. In voorgaande jaren is met het woningbouwprogramma gekeken naar inbreidingslocaties. Naar de toekomst toe wordt ook rekening gehouden met uitbreiding. Voorgenomen ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie.
Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied van de stad Roosendaal alwaar voorzieningen per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. ,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 14/45
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3. 42 Iov.
Artikel 3. 5 t/m 3. 8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3. 1. 2 Iov) is in artikel 3. 5 opgenomen dat een ruimtelijke onderbouwing bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. ,
,
Ad a) Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3. 6): 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1) nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is
,
,
,
toegestaan;
b.
bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. ,
,
,
2.
Ad b) Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3. 7): 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond zoals de bodem het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag zoals infrastructuur natuurnetwerk energienetwerk waterwegen waaronder een goede multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden de omvang van de functie en de bebouwing de effecten op bestaande en toekomstige functies de effecten op volksgezondheid veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde vanuit het verleden de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Ad c) Meerwaarderecreatie (artikel 3. 8): 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; a. b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. ,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 15/45
2.
De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit bedoeld in artikel 3. 9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. ,
Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Het onderhavig initiatief vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied waar reeds bebouwing is toegestaan. Er is dus sprake van zorgvuldig ruimtebeslag. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De laddertoets is uitgevoerd in paragraaf 4. 2. 3. c. Gebouwen bijbehorende bouwwerken en andere permanenten voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak blijft ongewijzigd. De voormalige situatie blijft behouden wel veranderd de bouwhoogte. De concentratie van bebouwing binnen het bouwperceel blijft derhalve gewaarborgd. ,
,
Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 5 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief wordt de huidige infrastructuur aangepast. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer en de aanpassing van de infrastructuur is beschreven in hoofdstuk 3. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 5. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. ,
Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan kwaliteitsverbetering door een herontwikkeling op een locatie met daarop verouderde bebouwing. Met onderhavig initiatief worden woningen mogelijk gemaakt binnen bestaand stedelijk gebied. Het initiatief past binnen de omgeving en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. Daarnaast vindt er meerwaardecreatie plaats door zowel kwantitatief als kwalitatief te voorzien in toereikende woningtypes.
Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 16/45
4. 4 Gemeentelijk beleid 4. 4. 1 Omgevingsvisie Roosendaal “De verbonden stad” Toetsingskader De omgevingsvisie Roosendaal “De verbonden stad” is op 1 december 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Roosendaal. Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 verder te ontwikkelen als een ‘verbonden stad‘. Daaronder verstaat de gemeente: een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van de gemeente Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. ,
,
Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: 1. Stad en dorpen van de menselijke maat In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woongemeente voor haar inwoners in al hun diversiteit met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet gezond groen rustig veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit. ,
,
,
,
,
,
2. Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen en naar het buitengebied. Bodem oppervlakte en lucht zijn schoon en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied landbouw natuur en recreatie. ,
,
,
,
,
,
,
3. Ruimte voor talent en ondernemerschap Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaats op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg techniek logistiek en vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap. ,
,
,
Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van de gemeente Roosendaal de trends en ontwikkelingen in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor de gemeente: ,
,
,
Opgave 1: Inspelen op extra groei Roosendaal kiest ervoor om niet alleen de autonome groei te accommoderen maar om ook ruimte te bieden aan nieuwe inwoners uit de Randstad die zich hier willen vestigen. Een ander belangrijk element is dat we ruimte bieden voor het versterken van de West-Brabantse economie inclusief een daar goed op aansluitend onderwijs. Dat doen we als onderdeel van de Sterke Steden wat inhoudt dat Roosendaal inzet op het versterken van de bestaande kwaliteiten als complementaire stad in de WestBrabantse stedenrij. De keuze brengt met zich mee dat we de lijn van de complete en compacte stad loslaten en behalve bouwen en herontwikkelen in de bestaande stad ook kijken naar uitbreidingen in de stadrandzones. Daarnaast benutten we ruimte in het buitengebied om kleinschalig woon- zorg- en recreatiefuncties in te passen. ,
,
,
,
,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 17/45
Opgave 2: Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Meer groen in de stad meer stad in het groen. Roosendaal kiest voor het creëren van ruimte in de stad door het autogebruik terug te dringen: hoe dichter bij de binnenstad hoe minder ruimte voor de auto. Bij nieuwbouw in de stad wordt gekozen voor hoogbouw om zo ruimte te scheppen voor ontmoetingsruimtes groen en blauw. In het buitengebied kiest de gemeente voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat wordt de komende jaren met alle belanghebbenden uitgewerkt waarbij ook ruimte wordt geboden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd. ,
,
,
,
,
,
Opgave 3: Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’-wijken tussen arm en rijk het bieden van perspectief aan de jeugd aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving. Veel van de opgaven hebben meer betrekking op sociaal economisch of veiligheidsbeleid en maar beperkt op fysieke onderwerpen die in deze omgevingsvisie worden uitgewerkt. Maar bij alle fysieke ingrepen die de gemeente doet wordt rekening gehouden met het effect op de inclusieve samenleving. ,
,
,
,
,
,
De hoofdambitie de leidende principes en de opgaven zijn thematisch vertaald naar de deelopgaven: Ruimte Natuur en milieu Sociaal en Verkeer en mobiliteit. Op die manier wordt duidelijk hoe de hoofdlijnen van beleid doorwerken in deze thema’s die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De thema’s gelden in principe voor geheel Roosendaal voor zowel de stad de dorpen als het buitengebied. Om meer sturing te geven aan de concrete opgaven zijn deze daarna vertaald in een koers per deelgebied. Als deelgebieden zijn daarbij te onderscheiden: de (sterke) stad de stadrandzones en het vitale platteland (de dorpen en het buitengebied). ,
,
,
,
,
,
,
Figuur 11: Thema’s in de fysieke leefomgeving
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 18/45
Beoordeling Onder het subthema wonen is ‘een gedifferentieerde woningvoorraad passend bij de woonbehoefte’ beschreven als één van de opgaves. Roosendaal wil een duurzame woningvoorraad die past bij de woonbehoefte: voldoende woningen passend bij de bevolkings- en huishoudensamenstelling en de inkomens van inwoners. De vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens neemt nog steeds toe. De gemeente wil starters ondersteunen bij het kopen van een woning ouderen bij het ‘senior-proof’ maken maar ook bij het doorstromen naar andere – kleinere zorggeschiktere woningen en alle inwoners bij het verduurzamen van woningen. ,
,
,
,
De gemeente ‘werken aan aantrekkelijke woonmilieus voor alle doelgroepen en veranderende wensen leefvormen’. De gemeente Roosendaal wil dat voor elke inwoner een passende woning beschikbaar is.
en
Voorliggend initiatief betreft woningen welke zijn beoogd voor de doelgroepen eenpersoonshuishoudens en starters. De vraag naar sociale huurwoningen neemt toe en onderhavig initiatief sluit dus aan op de doelstellingen van de omgevingsvisie Roosendaal “De verbonden stad”.
Conclusie Het besluitgebied sluit aan op de opgaves zoals benoemd in de omgevingsvisie Roosendaal ‘De verbonden stad’.
4. 4. 2 Woonagenda Roosendaal 2021 -2025 Toetsingskader In de Woonagenda 2021-2025 wordt de ingezette koers vanuit de woonagenda 2015 voortgezet. Tegelijkertijd is duidelijk dat de gemeente door de huidige trends en ontwikkelingen op de woningmarkt voor andere opgaven staat. In 2015 was het door de economische recessie een uitdaging om de woningbouw weer op gang te brengen en waren de doelstellingen in de woonagenda vooral daarop gericht. Sinds 2015 zijn er in Roosendaal ruim 1200 woningen opgeleverd in de vorm van diverse projecten van hoge kwalitatieve waarde. Stedelijke transformatie staat hoog in het vaandel. Er staan ook de komende jaren diverse (grote) projecten op stapel. Anno nu heeft de woningmarkt te maken met nieuwe belangrijke opgaven. Deze ontwikkelingen zijn niet echt “Roosendaals” maar vragen wel om een lokale oplossing vaak in nauwe samenwerking met betrokken partners. ,
, ,
Volgens de provinciale prognoses is er in Noord-Brabant tot 2050 een enorme groei van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens te verwachten. De groei van kleine huishoudens is het gevolg van het toenemend aantal oudere alleenstaanden en de individualisering van de samenleving. Tegelijkertijd moet geconstateerd worden dat het voor starters lastig is om hun intrede te doen op de woningmarkt. Het gemeentelijk beleid is erop gericht Roosendaalse inwoners in elke levensfase de mogelijkheid te geven te kunnen verhuizen naar een type woning passend bij hun woonwens en bestedingsmogelijkheden. De gemeente kan hier samen met andere partijen een bijdrage aan leveren door goed te overwegen welke nieuwbouwplannen welke verhuisbewegingen op gang brengen en dus vraag en aanbod uiteindelijk beter op elkaar aan te laten sluiten. ,
,
,
Geconstateerd moet worden dat de leefbaarheid van enkele wijken en buurten op dit moment onder druk staat en dat er een forse duurzaamheidsopgave ligt. Zoals in de vorige woonagenda is aangegeven gaat het om een continu proces van verbetering van het woon- en leefklimaat en zijn concrete resultaten hiervan afhankelijk van een brede integrale aanpak.
Beoordeling Onderhavig initiatief betreft de revitalisatie van een binnenstedelijke locatie met de realisatie van drie sociale huurwoningen in één gebouw bestaande uit drie bouwlagen. De woningen worden gerealiseerd binnen de
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 19/45
bestaande stedelijke contouren (inbreidingslocatie). Het initiatief is relatief kleinschalig van aard en sluit aan op de bestaande woningen aan De Genestetlaan. De locatie is voor 90% al gesloopt enkel de fundering van de voormalige woning resteert nog. Het perceel vervangt één woning voor drie duurzame sociale huurwoningen derhalve is sprake van duurzaam ruimtegebruik. Met de realisatie van deze woningen wordt voorzien in de kwalitatieve vraag naar een duurzame woningvoorraad. Voorliggend initiatief draagt bij aan de grote vraag naar sociale huurwoningen en appartementen voor 1- en 2 persoonshuishoudens in Roosendaal. Deze vraag blijkt uit de Woonagenda. Bovendien is de omvang van het plan dermate klein dat het overige initiatieven binnen de gemeente niet in de weg staat. ,
,
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten van de Woonagenda 2021-2025.
4. 4. 3 Woningbouwprogrammering 2023 Toetsingskader De woningbouwprogrammering 2023 geeft aan met welke nieuwbouwontwikkelingen er in de komende jaren een bijdrage wordt geleverd aan een evenwichtige en toekomstbestendige woningmarkt van de gemeente Roosendaal en is één van de actiepunten uit de Woonagenda 2021-2025. ,
Volgens de woningbehoefteprognoses van de provincie uit 2020 zal de komende jaren in de gemeente Roosendaal behoefte zijn aan 39. 275 woningen (peildatum 1-1-2020). Dit prognosecijfer wordt betrokken bij het opstellen van het Roosendaalse nieuwbouwprogramma. De huidige woningvoorraad is nog onvoldoende toegerust op de behoefte voor woningen voor 1-2 persoons huishoudens terwijl de vraag naar kleine woningen groeit. De vraag naar sociale huurwoningen is daarnaast groter dan het aanbod. De bestaande woningvoorraad dient derhalve aangevuld te worden met sociale huurwoningen. ,
,
Woningbouwcorporaties onderschrijven de ambitie om een versnellingsopgave te realiseren en willen (sociale) huurwoningen toevoegen aan de bestaande woningvoorraad. Naast uitbreiding van het aantal woningen zetten de corporaties zich in op transformatie van het huidige woningbezit. Door de groei van 1-2 persoons huishoudens is er meer behoefte aan kleine woningen terwijl de corporatiewoningen momenteel voor een groot deel uit eengezinswoningen bestaat. Ook slopen van vastgoed door de corporaties en het terugbouwen van een ander type woningen terugbouwen is een mogelijkheid (herstructurering). ,
Beoordeling Onderhavig initiatief betreft de realisatie van 3 sociale huurwoningen binnen bestaand stedelijk gebied van de kern Roosendaal. Dit zorgt voor meer mogelijkheden voor 1-2 persoonshuishoudens om zich te huisvesten binnen de kern Roosendaal.
Conclusie Het planvoornemen past bij het beleid van de gemeente Roosendaal.
4. 4. 4 Welstandsnota Toetsingskader De welstandsnota Roosendaal 2012 bevat het toe te passen kader voor de welstandstoets bij aanvragen omgevingsvergunning. Door het herzien van de welstandsnota wordt de gebruiksvriendelijkheid voor de gebruiker (burgers bedrijven en behandelaars) verbeterd. Het bestuur gaat in de nieuwe nota en het daarin omschreven beleid uit van een grotere eigen verantwoordelijkheid van de burger die voldoende ruimte moet krijgen voor eigen initiatief. In de nieuwe nota wordt een groot deel van de gemeente minimaal getoetst op welstand. Het doel is in deze gebieden slechts het voorkomen van excessen. Tegelijkertijd leeft de wens enige grip te houden ,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 20/45
de gebieden (en routes) die het gezicht van de gemeente bepalen en/of vertegenwoordigen.
een
In de herziening zijn de criteria voor de kleine bouwwerken vereenvoudigd nodig aangepast aan de wettelijke (vergunningsvrije) mogelijkheden.
mogelijk samengevoegd en waar
op
,
waar
cultuurhistorische waarde
Beoordeling Het besluitgebied ligt in een ‘soepel’ welstandsgebied zoals te zien is in figuur 12. Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor ‘soepele’ welstandsgebieden worden deze criteria wat ruimhartiger geïnterpreteerd in ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gebieden juist wat preciezer. In soepele gebieden wordt ruimte geboden voor vernieuwing en experimenten. De lichte toetsing beperkt zich tot de voorkant van gebouwen en bouwwerken. Bij nieuwbouw zal per project worden bekeken of en zo ja in welke mate welstand wenselijk is. Bij de planbeschrijving in hoofdstuk 3 is aangegeven op welke wijze het concept bouwplan passend is binnen de bestaande stedenbouwkundige kenmerken. ,
,
Figuur 12. Uitsnede kaart uit de Welstandsnota , besluitgebied is aangeduid met de rode ster
Conclusie Onderhavig bouwplan wordt door de gemeente Roosendaal beoordeeld aan de hand van de redelijke eisen van welstand.
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 21/45
5
Planologisch relevante (milieu)aspecten
5. 1
Inleiding Toetsing juncto art. 3. 1. 6 Bro Met betrekking tot een ruimtelijke onderbouwing staat in artikel 3. 2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3. 1. 6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3. 2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m. e. r. Ten behoeve van het onderhavig initiatief heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Achtereenvolgens worden behandeld: bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • • ecologie; • akoestiek; bedrijven en milieuzonering; • externe veiligheid; • luchtkwaliteit; • kabels en leidingen; • • milieueffectrapportage en vormvrije m. e. r. -beoordeling. 5. 2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6 lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien voor zover redelijkerwijs valt in te zien een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010 ECLI:NL:RVS:2010:BO8297 r. o. 2. 18. 4; 27 juni 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BW9569 r. o. 2. 10. 3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Beoordeling Voor de realisatie van onderhavig planvoornemen is door Econsultancy verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in de bijlage. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodem- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Er is vooronderzoek uitgevoerd waarna op 13 november 2023 en 5 september 2024 veldwerk is uitgevoerd. ,
,
datum referentie
18 december 2024 232765_AdB_RAP_0001_v. 3. 0
P 22/45
De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat voornamelijk uit matig siltig matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien plaatselijk zwak humeus. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Ook zijn tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie en ook in de bodem geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk zwak beton- en/of baksteenhoudend. Ter plaatse van boring 04 is de boven- en ondergrond matig plastic houdend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen ,
,
,
waargenomen.
Op basis van het laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem plaatselijk licht verontreinigd is met PCB. De ondergrond is tevens licht verontreinigd met PCB. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met kwik molybdeen en nikkel geconstateerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond geen gehalten aan PFOS en/of PFOA zijn aangetoond in gehalten boven de maximale waarden voor functieklasse ,
‘Landbouw/Natuur. Conclusie Gelet op de aard en mate van verontreiniging bestaat er géén reden voor nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. ,
5. 3
Waterhuishouding
Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening ook in het direct aangrenzende gebied is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3. 1. 6 lid 1 sub b Bro. ,