CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 NL.IMRO.1674.1227ROOSENDSTR60-0101 Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel 33 afgifte van ontwerpverklaring van geen bedenkingen Roosendaalsestraat 56-62 Wouw21.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente Roosendaal Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Project

200112

Datum:

26 januari 2021

Gemeente Roosendaal Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Opdrachtgever: Datum: Referentie: Projectverantwoordelijke: Status:

Huijbrechts Projectontwikkeling BV 26 januari 2021 200112ro14 Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Concept

Gemeente Roosendaal

1

INHOUD

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING Aanleiding en doel Doel en reikwijdte omgevingsvergunning Ligging van het besluitgebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

4 4 5 5 6 8

2 2.1 2.2 2.3

BESCHRIJVING BESLUITGEBIED Huidige situatie Beoogde situatie Verkeer en parkeren

10 10 11 14

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADERS Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

16 16 16 22 28

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

PLANOLOGISCHE RELEVANTE (MILIEU) ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Natuur: gebiedsbescherming Natuur: soortenbescherming Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

32 32 32 33 37 40 42 42 43 45 46 49 50 50

5 5.1 5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Algemeen Kostenverhaal

54 54 54

6 6.1 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Inleiding Procedure

56 56 56

7

CONCLUSIE

58

2

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

BIJLAGEN Bijlage 1. Historisch bodemonderzoek Bijlage 2. Archeologisch onderzoek Bijlage 3. Voortoets stikstof Bijlage 4. Quickscan soortenbescherming Bijlage 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6. Standaardadvies verantwoording groepsrisico

Uitsnede van de topografische kaart van de kern Wouw en omgeving. Binnen de rode cirkel is het besluitgebied gelegen. Bron: topotijdreis.nl, 2020.

Uitsnede van de kadastrale kaart met daaronder de luchtfoto. Het besluitgebied is aangeduid met de rode contour. Bron: streetsmart.cyclomedia.com, 2020. Gemeente Roosendaal

3

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aan de Roosendaalsestraat 56, 58, 60 en 62 in Wouw is in de bestaande situatie sprake van gronden en gebouwen in gebruik voor detailhandel. De bebouwing aan de Roosendaalsestraat 56 was voorheen in gebruik als schoenenwinkel. Momenteel is daar tijdelijk een nagelstudio aanwezig. Deze bebouwing staat in verbinding met de Roosendaalsestraat 60, alwaar sprake is van een praktijk in de osteopathie. Bovendien is hier een bedrijfswoning gesitueerd. Aan de Roosendaalsestraat 62 is sprake van een tankstation en doe-het-zelf-zaak. Binnen het besluitgebied zijn daarnaast diverse bijgebouwen aanwezig, waarachter sprake is van een open achterterrein, omsloten door de bestaande bebouwing aan de Martel en de Beiakker. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing te amoveren en de locatie te herontwikkelen. Het bouwplan voorziet in de ontwikkeling van 15 appartementen, georiënteerd op de Roosendaalsestraat.

Bestaande situatie besluitgebied. Bron: C5 Architecten, 2020.

Bouwplan toekomstige situatie besluitgebied. Bron: C5 Architecten, 2020.

In het vigerende bestemmingsplan “Wouw”, vastgesteld d.d. 7 juli 2008, is aan de gronden de bestemming ‘Detailhandel’ toegekend. De op de plankaart voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel en dienstverlening op de begane grond. Ter plaatse van het tankstation is de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen’ opgenomen. Daarnaast is ter plaatse van de hoofdgebouwen het wonen toegestaan. Ter plaatse van de bijgebouwen is wonen niet toegestaan. De realisatie van één wooncomplex met 15 appartementen is niet mogelijk binnen deze bestemming.

4

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Om de 15 appartementen op het perceel mogelijk te maken is het noodzakelijk om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. In het kader van de afwijking van het vigerende bestemmingsplan is ten behoeve van de omgevingsvergunning voor planologisch afwijken een ruimtelijke onderbouwing benodigd, waarin omschreven wordt op welke wijze de situatie gewijzigd wordt en waarom dit passend is binnen het vigerende beleid (met uitzondering van het vigerende bestemmingsplan) en de omgeving. De uitgebreide procedure wordt doorlopen op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.2

Doel en reikwijdte omgevingsvergunning In de Wabo is in artikel 2.1, eerste lid, onder c, bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden en bouwwerken, in strijd met een bestemmingsplan of een beheersverordening. In artikel 2.12, eerste lid, onder a, is aangegeven dat een omgevingsvergunning in dat geval slechts kan worden verleend: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3. indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de afwijkingsregels van het vigerende bestemmingsplan “Wouw” van de gemeente Roosendaal, zoals vastgesteld d.d. 7 juli 2008. De ontwikkeling valt ook niet aan te merken als een (Wabo) kruimelafwijking conform artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien, conform artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 3, de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de motivering om een uitgebreide vergunningsprocedure te doorlopen conform de Wabo.

Het vigerende bestemmingsplan blijft geldig; door middel van deze omgevingsvergunning wordt enkel voor het onderhavige project van het bestemmingsplan afgeweken.

1.3

Ligging van het besluitgebied Het besluitgebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van de kern Wouw. Ten westen van het besluitgebied loopt de Roosendaalsestraat, de doorgaande weg door het dorp Wouw. Zowel ten noorden, oosten als zuiden van het besluitgebied is sprake van reguliere woningen. Het betreffen hier vooral twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen bestaande uit twee bouwlagen met een kap. Het te ontwikkelen terrein grenst aan de achtertuinen van deze bestaande woningen. Kadastraal zijn de gronden behorende tot het besluitgebied bekend als gemeente Wouw, sectie E, nummer 1816, 1936, 2452, 2527, 2528, 4068 en 4609.

Gemeente Roosendaal

5

Uitsnede van de kadastrale kaart met daaronder de luchtfoto inclusief adressenaanduiding. Het besluitgebied is aangeduid met de rode contour. Bron: streetsmart.cyclomedia.com, 2020.

1.4

Geldend bestemmingsplan In het vigerend bestemmingsplan “Wouw”, vastgesteld d.d. 7 juli 2008, is aan de gronden de bestemming ‘Detailhandel’ toegekend. De op de plankaart aangewezen gronden voor ‘Detailhandel’ zijn uitsluitend bestemd voor detailhandel of dienstverlening op de begane grond. Daarnaast is het wonen ter plaatse toegestaan, voor zover het betreft de bouwlakken gelegen aan de Roosendaalsestraat. Voor het achtergelegen terrein waarop het bouwvlak eveneens is gelegen, geldt de aanduiding ‘zonder wonen’, alwaar het wonen niet is toegestaan. Voor het deel van het achterterrein waarop geen bouwvlak is opgenomen geldt dat bebouwing niet is toegestaan. Op de verbeelding zijn de toegestane goot- en/of bouwhoogte opgenomen. Deze hoogten variëren per onderdeel van het besluitgebied, ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ zijn uitsluitend gebouwen met een plat dak toegestaan. Daarnaast ligt op de achterzijde van het besluitgebied de aanduiding ‘erf’, alwaar geen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Ter plaatse van het tankstation is in het vigerende bestemmingsplan de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen’ opgenomen. Het besluitgebied is daarnaast op de hulpkaart ‘Cultuurhistorie’ onderdeel van een historisch stedenbouwkundige structuur met een zeer hoge cultuurhistorische waarde. Het cultuurhistorisch karakter van het centrum van Wouw is als waardevol te beschouwen.

Diverse panden zijn aangemerkt als rijksmonument of als gemeentelijk monument. Het streven is erop gericht om de stedenbouwkundige historische waarden van het centrum van Wouw te behouden en waar mogelijk te versterken.

6

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Uitsnede plankaart vigerende bestemmingsplan “Wouw” met het besluitgebied rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

De realisatie van 15 appartementen is niet mogelijk binnen het vigerende planologische regime. Om wonen ter plaatse van de detailhandelsbestemming mogelijk te maken dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Ter plaatse van de bestemming ‘Detailhandel’ is het wonen toegestaan. Het bouwen van hoofdgebouwen is op basis van dit bestemmingsplan uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak, daar waar geen aanduiding ‘erf’ is opgenomen. Het bouwplan voorziet een deel van het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding ‘erf’, waarvoor dus dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn ter plaatse van het bestaande bouwvlak gevarieerde goot- en bouwhoogten toegestaan, die niet toereikend zijn voor onderhavig bouwplan. Het voorgenomen bouwplan heeft een goothoogte van circa 7 meter en een bouwhoogte van circa 11,4 meter. De woningen op de begane grond worden voorzien van een tuin met berging. Parkeerplaatsen ten behoeve van het planvoornemen en de bergingen voor de woningen op de verdieping worden gerealiseerd op het bestaande achterterrein. De bergingen worden voorzien ter plaatse van de aanduiding ‘zonder gebouwen’, waardoor ook hiervoor dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan.

De regeling behorend bij de historische stedenbouwkundige structuur met een zeer hoge cultuurhistorische waarde stelt dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud, beheer en de instandhouding van aanwezige cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden. Bij het beoordelen van een bouwplan binnen dit cultuurhistorisch waardevol gebied kan advies worden ingewonnen van de Monumentencommissie.

Gemeente Roosendaal

7

De vigerende regeling is dus niet toereikend voor het onderhavige bouwplan. Ten behoeve van het voornemen dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Bovendien dient het aspect cultuurhistorie een rol te krijgen in deze afwijking. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de argumentatie bij deze afwijking. 1.5

Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van de huidige en beoogde situatie van het besluitgebied. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de locatie en situering van de bestaande woning en de parkeersituatie en ontsluiting van het besluitgebied. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het vigerend rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid dat relevant is voor onderhavige ontwikkeling. In hoofdstuk 4 komen alle planologisch relevante (milieu) aspecten van het project aan de orde. Hoofdstuk 5 beschrijft de economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hoofdstuk 6 bevat een schrijven van de te doorlopen procedure. In het laatste hoofdstuk worden de effecten van het planvoornemen op alle aspecten kort samengevat, waarna een afweging wordt gemaakt of het planvoornemen ruimtelijk aanvaardbaar is.

8

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Gemeente Roosendaal

9

2

BESCHRIJVING BESLUITGEBIED

2.1

Huidige situatie Het besluitgebied is gelegen in de noordelijke uitlopen van het centrum van de kern Wouw, aan de Roosendaalsestraat. Deze weg vormt een doorgaande weg van Roosendaal naar Bergen op Zoom door de kern Wouw. Ter plaatse van het besluitgebied is in de huidige situatie sprake van een nagelstudiol, een osteopathiepraktijk, een tankstation en doe-het-zelf-zaak met bijbehorende woonruimtes. Deze functies bevinden zich in drie vrijstaande hoofdgebouwen, waarbij de hoofdgebouwen behorend bij de Roosendaalsestraat 56 en de Roosendaalsestraat 60 doormiddel van bebouwing bestaande uit één bouwlaag (Roosendaalsestraat 58) met elkaar worden verbonden. Het hoofdgebouw aan de Roosendaalsestraat 56 bestaat uit twee bouwlagen met kap. Momenteel is hier van Hoof Schoenen en Mode gevestigd. Dit hoofdgebouw kent een tweezijdige oriëntatie aan zowel de Roosendaalsestraat als de Martel.

Vooraanzicht bestaande bebouwing aan de Roosendaalsestraat 56,58, 60 en 62 te Wouw. Bron: Google Maps, 2020.

In de bestaande bebouwing aan de Roosendaalsestraat 58 is Praktijk Osteopathie Wouw gevestigd. Ter plaatse van het adres Roosendaalsestraat 60 is sprake van een woning. Het tankstation en de doe-het-zelf-zaak zijn gesitueerd aan de Roosendaalsestraat 62. Deze hoofdgebouwen en bijbehorende gronden vormen de begrenzing van het

10

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

besluitgebied aan de zijde van de Roosendaalsestraat. Aan de achterzijde van de hoofdgebouwen zijn diverse bijgebouwen aanwezig. Een deel van het achterterrein is daarnaast ongebouwd. Dit terrein wordt omgeven door bestaande bebouwing aan de Marter en de Beiakker. Dit open achterterrein is momenteel ingezaaid met gras.

Vogelvluchtperspectief van de bestaande situatie. Het besluitgebied is aangeduid met de rode contour. Bron: streetsmart.cyclomedia.com, 2020.

2.2

Beoogde situatie Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van het gebied wordt de ter plaatse aanwezige bebouwing gesloopt. De herontwikkeling bestaat daarna uit het bouwen van een wooncomplex met 15 wooneenheden. De invulling bestaat uit woningbouw in gestapelde vorm, waardoor de woonfunctie aan de rand van het centrum van Wouw versterkt wordt. De ontwikkeling betreft de realisatie van één bouwmassa in een hoekopstelling. Doordat de bebouwing zowel op de Roosendaalsestraat als op de Martel is georiënteerd wordt de bouwmassa op een representatieve wijze afgerond. Door de wijze waarop de bebouwing is gesitueerd ontstaat een binnengebied, waardoor parkeren uit het zicht kan plaatsvinden. Het binnengebied wordt ontsloten via de Roosendaalsestraat en de martel. Op het binnengebied worden in totaal 20 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Gemeente Roosendaal

11

Schets bouwplan ter plaatse van het besluitgebied. Bron: C5 Architecten, 2020.

Op de begane grond worden 5 woningen gerealiseerd bestaande uit één woonlaag. De woningen gesitueerd aan de Roosendaalsestraat zijn voorzien van een eigen voordeur, direct aan de straatzijde van de Roosendaalsestraat. De woningen georiënteerd op de hoek met de Martel worden bereikbaar gemaakt via een entree aan de Roosendaalsestraat, waarlangs ook de woningen op de eerste en twee verdieping bereikbaar zijn. Vier van de vijf woningen op de begane grond zijn voorzien van een tuin met eigen berging. Op de eerste verdieping worden vijf appartementen gerealiseerd, net als op de tweede verdieping. De bergingen behorend bij de woningen, in totaal elf, worden gesitueerd op het achterterrein aan de linkerzijde. Daarnaast is op het achterterrein ruimte om te parkeren. Ter verbijzondering van de bebouwing is ervoor gekozen om de inrit vanuit de Roosendaalsestraat naar het achterliggende terrein door middel van een poortgebouwtje herkenbaar te maken.

12

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

De Roosendaalsestraat vormt samen met de Bergsestraat het historische bebouwingslint van Wouw. De ruimtelijke karakteristiek van deze straten wordt bepaald door het beloop van de straten en de rooilijnen, de profielopbouw en het materiaalgebruik. Daarnaast liggen aan de Roosendaalsestraat diverse gemeentelijke- en rijksmonumenten. De bestaande bebouwing aan de Roosendaalsestraat 56 tot en met 62 beschikt niet over een monumentenstatus. De herontwikkeling van de gronden voorkomt leegstand van de bebouwing en daarmee verpaupering van de omgeving.

Kleurenschets beoogde ontwikkeling. Bron: C5 Architecten, 2020.

Gemeente Roosendaal

13

2.3

Verkeer en parkeren Verkeer Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 15 appartementen. Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen van het CROW, publicatie ‘Toekomstbestending parkeren’, te worden geraadpleegd. Het besluitgebied is gelegen in de ‘rest bebouwde kom’ en te typeren als ‘weinig stedelijk’. Bij het te realiseren woningtype in het dure segment hoort een maximaal aantal vervoersbewegingen per etmaal (vpe) van 7,8 per woning. Voor koopappartementen in het middensegment geld een vpe van 6,4 per woning. Derhalve genereert het plan in totaal (5 x 7,8) + (10 x 6,4) = 103 vpe. Onderhavig plan voorziet daarnaast in de sloop van diverse gebouwen die in de huidige situatie in gebruik zijn als detailhandel. Het gaat hier om circa 1.166 m2 aan bebouwing. Voor een detailhandelsfunctie gelegen in een buurt- en dorpscentrum geldt op basis van het CROW maximaal 78 vpe per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Op basis hiervan genereert de bestaande situatie met detailhandel over een oppervlakte van 1.166 m2 (11,66 x 78) = maximaal 909 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie neemt dus af als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat als gevolg van het onderhavige initiatief in vergelijking met de bestaande situatie de verkeersgeneratie aanzienlijk afneemt.

Problemen omtrent de afwikkeling van het verkeer worden dan ook niet verwacht. Aan de achterzijde van het wooncomplex worden de bijbehorende parkeerplaatsen en bergingen voorzien. Deze zijn gesitueerd op het zuidelijk deel van het besluitgebied. Het wooncomplex wordt ontsloten via de hoofdtoegang aan de Roosendaalsestraat. Daarnaast zijn de parkeerplaatsen bereikbaar via de Martel. Parkeren In december 2011 is de Nota Parkeernormen van de gemeente Roosendaal vastgesteld. In de nota zijn de parkeernormen en afwijkingseisen opgenomen. Om ervoor te zorgen dat bij (ver)bouwplannen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, is het toepassen van parkeernormen noodzakelijk. Op die manier wordt de extra parkeervraag ten gevolge van een (ver)bouwplan niet zonder meer afgewenteld op het bestaand openbaar parkeeraanbod. Aan de hand van parkeernormen kan worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling gerealiseerd moeten worden. De parkeernorm is afhankelijk van de functies en de locatie van de ontwikkeling. De parkeerplaatsen moeten op eigen terrein gerealiseerd worden. In onderhavige situatie worden er 15 wooneenheden gerealiseerd. Op basis van de Nota Parkeernormen geldt voor koopwoningen in de hoge prijsklasse een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor koopwoningen in de middenklasse geldt een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per woning.

In onderhavige situatie worden er 5 woningen in het dure segment en 10 woningen in het middeldure segment gerealiseerd. Als gevolg hiervan bestaat er een parkeerbehoefte van (5 x 1,4) + (10 x 1,3) = 20 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn er 20 parkeerplaatsen aanwezig. Derhalve wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.

14

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Gemeente Roosendaal

15

3

BELEIDSKADERS

3.1

Inleiding De gemeente Roosendaal heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit project relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.

3.2 3.2.1

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke druk, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is

16

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende besluitgebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op onderhavige omgevingsvergunning. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige besluitgebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst. 3.2.2

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Gemeente Roosendaal

17

Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het besluitgebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Met betrekking tot het radarverstoringsgebied van Woensdrecht geldt ter hoogte van Wouw (gelegen op circa 8,1 kilometer van het radarstation) een maximale bouwhoogte van 85 meter voor alle bouwwerken. In het onderhavige plan worden geen windturbines of bouwwerken met een dergelijke hoogte mogelijk gemaakt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en het Rarro. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

18

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het besluitgebied de bouw van 15 appartementen mogelijk. Ter plaatse is reeds sprake van één bestaande woning, waardoor er planologisch gezien sprake is van de toevoeging van 14 wooneenheden. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.

b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderlinge samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologisch regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het besluitgebied heeft thans de bestemming ‘Detailhandel’. Binnen de bestemming ‘Detailhandel’ zijn in de huidige situatie drie bedrijven en een bedrijfswoning gevestigd. Binnen de vigerende bestemming ‘Detailhandel’ is detailhandel uitsluitend toegestaan op de begane grond. Bovendien is het wonen ter plaatse toegestaan, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘zonder wonen’. Deze aanduiding is in het vigerend bestemmingsplan voor een klein deel op het besluitgebied gelegen. In het vigerend bestemmingsplan is woningvermeerdering niet uitgesloten. De realisatie van een vergelijkbare woningbouwlocatie is dus ten aanzien van het gebruik al mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan, maar ten aanzien van het bouwen niet. Het onderhavig ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het besluitgebied de bouw van 15 appartementen mogelijk.

Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.

c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de

Gemeente Roosendaal

19

behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. Regionale behoefte De behoefte aan woningen wordt in Noord-Brabant bepaald aan de hand van de provinciale “Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant”. Alle gemeenten stellen jaarlijks een overzicht op van de potentiële woningbouwcapaciteit en bespreken dit in provinciaal en regionaal verband. De gemeente Roosendaal heeft dit in regionaal verband verankerd in het document ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant 2019’. Samen met de gemeente Moerdijk, Halderberge, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Bergen op Zoom en Woensdrecht vormt de gemeente Roosendaal subregio West. Het document ziet toe op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Het betreft een actueel bestuurlijk afsprakenkader, die een resultaat is van een regionale samenwerking, afstemming en afweging. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt in het afsprakenkader primair ingezet op bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. Bovendien staat nieuwbouw zoveel als mogelijk in het teken van een strategische toevoeging op de bestaande woonvoorraad.

De subregio West is al volop bezig met de focus te leggen op het bestaand stedelijk gebied. Voor de komende 10 jaar zit circa 2/3 van de woningbouwplannen op binnenstedelijke locaties.

Woon- en woningbouwopgave Roosendaal Het beleid van Roosendaal is al jaren om zich primair te richten op het versterken van het bestaand stedelijk gebied. In haar woningbouwprogrammering staan dan ook vrijwel uitsluitend binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocaties (circa 95%). Vanuit de actuele woningbehoefteprognose bestaat er flexibiliteit voor nieuwe initiatieven aanvullend op de huidige programmering. Binnenstedelijk zijn hiervoor nog ruime mogelijkheden en potenties aanwezig. Momenteel wordt de huidige woningbouwprogrammering geactualiseerd.

20

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

De gemeente Roosendaal heeft voor de periode 2018 - 2028 een prognose van de woningbehoefte tussen de 1.545 en 2.070 woningen. In de woningbouwprogrammering zijn in totaal 2.530 woningen opgenomen, waarvan 1.465 woningen zijn opgenomen in de harde plancapaciteit. Onderhavig initiatief past binnen de kwantitatieve behoefte en geeft invulling aan het uitgangspunt om kansen voor transformatie en herbestemming van locaties in het bestaand stedelijk gebied te benutten.

In de Woonagenda 2015 van de gemeente Roosendaal zijn de speerpunten van het woonbeleid van de gemeente Roosendaal opgenomen. De Woonagenda gaat dieper in op de kwalitatieve behoefte naar woningen. Op basis van de provinciale prognose en gemeentelijk onderzoek is tot 2030 de vraag naar woningen bepaald. Roosendaal is een complete woongemeente. Het is een gemeente van stad en dorpen met een rijke differentiatie aan woonmilieus. De woningvoorraad dient zoveel als mogelijk levensloop geschikt te zijn en het nieuwbouwprogramma dient de gewenste ontwikkeling van de bestaande voorraad te ondersteunen. Bovendien is de visie van de gemeente Roosendaal om alle doelgroepen van de volkshuisvesting te bedienen. In de dorpen wordt op ontwikkelingslocaties het aanbod van startersen jongerenwoningen vergroot. Bovendien wordt er tevens meer focus gelegd op de ontwikkeling van woningen voor de doelgroep ouderen. Onderhavig initiatief voorziet in de ontwikkeling van 15 appartementen in het centrum van het dorp Wouw. Het voornemen bestaat uit koopappartementen geschikt voor zowel starters, kleine gezinnen, senioren en eenpersoonshuishoudens. De prijsklasse ligt tussen de € 240.000 tot € 400.000,-. Het betreffen levensloopbestendige woningen met een volledig woonprogramma binnen één woonlaag.

Het appartementencomplex wordt uitgerust met een lift, waardoor ook de appartementen op de verdieping voor senioren en minder validen bereikbaar zijn. Onderhavig initiatief past dan ook binnen de kwalitatieve behoefte van de gemeente Roosendaal, zoals neergelegd in de Woonagenda 2015. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het

Gemeente Roosendaal

21

onderhavige besluitgebied is gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Wouw. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte naar woningen en is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3 3.3.1

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader Op 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is overheid bindend en loopt vooruit op de invoering van de Omgevingswet in 2021. In de omgevingsvisie verwoordt de provincie haar visie op de toekomst van Brabant tot aan 2050. Centraal staan hierbij de kernwaarden die de provincie geformuleerd heeft ten aanzien van haar handelen. De kernwaarden zijn: 1. meerwaarde-creatie; 2. technische- en sociale innovatie; 3. kwaliteit voor kwantiteit; 4. steeds beter; 5. pro-actief. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 15 appartementen in het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Roosendaal. Hiermee wordt concentratie van bebouwing binnen het bestaand stedelijk gebied nagestreefd, waardoor bestaande kwaliteiten in overige gebieden behouden kunnen blijven. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie.

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant.

3.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke ordening 2010 - partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014.

22

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in NoordBrabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het besluitgebied gelegen binnen de structuur ‘kernen in het landelijk gebied’. Op de gronden die aangewezen zijn als kernen in het landelijk gebied wordt voorzien in lokale behoefte voor verstedelijking inzake wonen, werken en voorzieningen. De provincie vraagt gemeen ten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het woningbouwprogramma. In de kernen in het landelijk gebeid worden woningen gebouwd voor de eigen woningbehoefte, volgens het principe van ‘migratiesaldo-nul’. Daarnaast is er ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang.

Uitsnede structurenkaart behorend bij de SVRO 2014. Het besluitgebied is gelegen ter plaatse van de rode aanwijzer. Bron:

Door middel van onderhavig ruimtelijk besluit worden ter plaatse van het besluitgebied maximaal 15 wooneenheden gerealiseerd ter plaatse van gronden die voorheen een

Gemeente Roosendaal

23

detailhandelbestemming kenden gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Wouw. Het plan draagt, gezien de ligging van het besluitgebied in het centrum, bij aan de concentratie van verstedelijking binnen de bestaande stedelijke structuur. Regionale afstemming met betrekking tot het woningbouwprogramma vindt plaats in het Regionaal Ruimtelijk Overleg. Hieraan wordt navolgend bij de toets aan de Interim omgevingsverordening getoetst. Conclusie Voorliggend initiatief is passend binnen de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening – partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant. 3.3.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, 2020 Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2021 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze., waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden en maatwerk toe te passen. Beoordeling Voorliggend besluitgebied is binnen de Iov N-B gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied’ als ‘Landelijke kern’.

Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van de toetsing aan de Interim omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in artikel 3.42 van de Iov N-B. Daarnaast moet worden voldaan aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, zoals opgenomen in paragraaf 3.1.2 Iov N-B. De toetsing wordt hierna uitgevoerd. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Binnen het bestaand stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling, uiteraard binnen de grenzen van wetgeving en de regionale afspraken. De hoofdregel van het beleid is derhalve dat stedelijke ontwikkeling binnen het stedelijk gebied plaatsvindt of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een

24

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvinden, binnen daarvoor in de Interim omgevingsverordening aangeduide zoekgebieden. Voor het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied ligt het accent op inbreiden en herstructureren.

Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening. Het besluitgebied is aangeduid met de rode aanwijzer. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Het beleid van de provincie is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Het bundelingsbeleid heeft directe gevolgen voor de groeimogelijkheden in de kernen in het landelijk gebied. In en rondom deze kernen staat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van een wooncomplex met 15 wooneenheden in het bestaand stedelijk gebied van de kern Wouw. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov NB, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Bij de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3 is het regionaal beleid inzake woningbouwafspraken reeds aan de orde gekomen. Voor de gemeente Roosendaal is bepaald dat er tussen de 1.545 en 2.070 woningen extra nodig zijn tot aan 2030.

Gemeente Roosendaal

25

De Iov N-B stelt in artikel 3.42, lid 2 dat een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen dient in beginsel plaats te vinden binnen het stedelijk gebied. Daarnaast dient de ruimte binnen het stedelijk gebied zo goed als mogelijk te worden benut. Onderhavig besluitgebied is gelegen binnen het stedelijk gebied. Ter plaatse worden gronden die voorheen bestemd waren voor detailhandel herontwikkeld voor woningbouw in de vorm van appartementen. De voorgenomen ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik in de vorm van een herontwikkeling op een inbreidingslocatie. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov N-B.

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2.

Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

26

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personenen goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig planvoornemen wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel, waarop reeds bebouwing aanwezig is. Ten behoeve van het planvoornemen wordt de bestaande bebouwing geamoveerd om de herontwikkeling bestaande uit woningen mogelijk te maken. Het bestaand bebouwd gebied wordt zo goed als mogelijk benut. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bebouwing wordt geconcentreerd in het besluitgebied gerealiseerd. Bij de doorvertaling van de ruimtelijke onderbouwing in een bestemmingsplan dient ter plaatse van de gebouwen, bijbehorende bouwwerken en de andere permanente voorzieningen een bouwvlak opgenomen te worden. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op deze effecten.

Gemeente Roosendaal

27

b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan de aansluiting van het perceel op de Roosendaalsestraat en de Martel. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Voor het overige wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan een herontwikkeling naar woningbouw op gronden die hun functie hebben verloren. De voorgenomen herontwikkeling voorkomt verdere leegstand ter plaatse. Het initiatief draagt bovendien bij aan een kwalitatieve verbetering van de leefomgeving. De toe te voegen woningen vormen een meerwaarde voor de gemeenschap van Wouw, in de vorm van levensloopbestendige woningen dichtbij het centrum van de kern.

3.4 3.4.1

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Roosendaal 2025 Toetsingskader De Structuurvisie Roosendaal 2025 is op 13 maart 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Roosendaal. De gemeente hanteert daarbij de beleidsuitgangspunten dat er sprake moet zijn van een duurzame ontwikkeling van een compact, compleet en verbonden Roosendaal en van een haalbare en betaalbare lokale ruimtelijke ordening. Voor het aspect ‘wonen’ wordt daarnaast aangegeven dat er gebouwd dient te worden binnen de stedelijke contouren van de stad om zo bestaande infrastructuren te benutten. Ook wordt gerefereerd aan de provinciale prognoses waaruit blijkt dat Roosendaal tot 2025 nog ruimte heeft om extra woningen te realiseren. Daarbij wordt opgemerkt dat toevoegingen aan de voorraad strategisch van aard moeten zijn en noodzakelijke veranderingen in de voorraad niet in de weg mogen staan. In de bestaande voorraad dient een speciale focus te liggen op het aanpassen van de bestaande woningvoorraad op de toekomstige woningbehoefte. Het grootste deel daarvan is particulier woningbezit. Ook dienen bestaande wijken en dorpen een gevarieerd woningaanbod en gevarieerde woningmilieus te bieden. Verder staan toevoegingen aan de woningvoorraad in het teken van de versterking van de bestaande woningvoorraad en sluiten ze aan bij de wijkperspectieven.

Beoordeling Onderhavig initiatief betreft het toevoegen van 15 appartementen. Het initiatief is op zichzelf als kleinschalig aan te merken en wordt gerealiseerd binnen de bestaande stedelijke contouren. Met het toevoegen van de woningen wordt de bestaande woningvoorraad versterkt, waarmee beter kan worden ingespeeld op de marktvraag naar appartementen. De omvang van het plan is dermate klein dat het overige initiatieven binnen de gemeente niet in de weg staat.

28

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de Structuurvisie Roosendaal 2025.

3.4.2

Thuis in Roosendaal, woonvisie 2010 - 2020 Toetsingskader De gemeente Roosendaal wenst bestaande inwoners sterker aan de stad verbinden, door te anticiperen op de effecten van de vergrijzing op de woningmarkt, door het aanbieden van differentiatie in woonmilieus en leefstijlen en door inwoners perspectief te bieden op een goede woon- en leef carrière binnen de wijken; door de Roosendaler trots te laten zijn op zijn/haar stad. Hiervoor is het nodig goede woningen in goede woonomgevingen te hebben en te behouden, waarin een sterke samenhang is tussen de woning, de fysieke en de sociale woonomgeving. Een inwoner heeft niets aan een goede woning in een verloederde omgeving, aan een mooie omgeving zonder sociale kansen, of aan sterke opleidings- en werkmogelijkheden zonder de juiste woning om in te wonen en door te groeien. Bij het aantrekken van nieuwkomers ligt de focus op het bieden van kansen aan jonge gezinnen. Kort en krachtig is de visie voor wonen te omschrijven als: Roosendaal is de woonstad, die haar inwoners boeit en bindt. De woonvisie is vertaald in drie thema’s, waaraan doelstellingen en ambities zijn gekoppeld. Deze worden hierna weergegeven. Thema I: Binden en perspectief bieden a. Roosendaal is de Woonstad. b. Roosendaal weet inwoners aan de gemeente te binden. c. De woonomgeving in Roosendaal biedt perspectief. B. Thema II: Leefbare Wijken en Buurten a.

De inwoners zijn verbonden met en geboeid door hun woonbuurt. b. Gedifferentieerde wijken, harmonieuze buurten. c. Wijken en dorpen zijn veilig en vertrouwd. Thema III: Samenwerking a. Van overheid naar partnerschap. De vertaling van de visie in thema’s en doelstellingen maakt het concreter. Doelstellingen omzetten in kaders voor beleid vormt de basis voor het waarmaken van de visie. De volgende beleidskaders richten zich op de speerpunten van het Roosendaalse woonbeleid namelijk: • verruiming van de woningvoorraad; • de bestaande voorraad; • slaagkansen van doelgroepen; • leefbaarheid en sociale cohesie. De woonvisie wordt vertaald in een tweetal sturingsinstrumenten. Ten eerste is dat een kaderovereenkomst tussen de corporaties en de gemeente waarin afspraken gemaakt

Gemeente Roosendaal

29

worden over het partnerschap en de woonconvenant, waarin weer concrete prestatieafspraken zijn vastgelegd. De gemeente kan nooit alleen alle ambities uit de woonvisie realiseren. Daarvoor zoekt zij partnerschap met verschillende partijen. Met corporaties in de vorm van het maken van prestatieafspraken, met bewoners als gesprekspartner in concrete gebiedsontwikkelingen en met ontwikkelaars/beleggers in de vorm van overeenkomsten. Het tweede sturingsinstrument is de woningbouwprogrammering. De woonvisie beschrijft de ambities van Roosendaal op het terrein van wonen. Om van visie naar uitvoering te komen hanteert de gemeente het instrument van de woningbouwprogrammering. Daarnaast worden kwalitatieve opgaven verwerkt in verschillende programma's (veiligheid, leefbare wijken en dorpen, wonen) - 30 - De woonvisie kent een beleidscyclus van 4 jaar. Dat wil zeggen dat met het opstellen van de uitgangspunten voor de evaluatie van de woonvisie, de resultaten van deze evaluatie het vertrekpunt zijn voor de herijking van de woonvisie. Conclusie Het voorgestelde woonprogramma is in overleg met de gemeente Roosendaal en de Dorpsraad tot stand gekomen en voldoet aan de regionale woningbouwcijfers.

30

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Gemeente Roosendaal

31

4

PLANOLOGISCHE RELEVANTE (MILIEU) ASPECTEN

4.1

Inleiding Toetsing art. 3.1.6 Bro Volgens artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht dient een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit, zoals het verlenen van een omgevingsvergunning, de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de uitkomsten van dit onderzoek worden neergelegd in een toelichting bij dit besluit. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal planologische- en milieuaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. Achtereenvolgens worden de volgende aspecten behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ natuur; ▪ flora en fauna; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2

Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.

32

Ruimtelijke onderbouwing “Roosendaalsestraat 56 - 62” te Wouw

Beoordeling In februari 2020 heeft MILON bv een historisch bodemonderzoek uitgevoerd voor het besluitgebied. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. Het doel van het historisch bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen binnen het besluitgebied. Voor het besluitgebied hebben reeds diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden die kunnen dienen als achtergrondinformatie. Uit contact met de Omgevingsdienst Middenen West-Brabant blijkt echter dat niet alle bodemonderzoeken beschikbaar zijn. Uit de beschikbare onderzoeken blijkt dat er geen noemenswaardige verontreinigingen zijn te benoemen. MILON concludeert dat ter plaatse vier ondergrondse tanks aanwezig zijn. Bovendien was aan de achterzijde van het pand in het verleden een smederij gevestigd. Op het achterterrein zijn daarnaast verschillende asbesthoudende materialen waargenomen. De afwatering van asbestdaken is niet overal intact. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat onvoldoende inzicht is verkregen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. De locatie is verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging en op de mogelijke aanwezigheid van asbest. Een verkennend bodem- en asbestonderzoek wordt noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1179/documents/29546