BIJLAGE 3 bij toelichting Passende beoordeling.pdf
Tekst van het document
4.7
Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden door menselijke activiteit. In het beheerplan (2017) wordt gesteld dat beheer met name een belangrijke factor is die leidt tot mechanische effecten. Zo treden op percelen binnen het Natura 2000-gebed, die in agrarisch gebruik zijn mechanische effecten op door het normaal gebruik van percelen zoals ploegen, maaien en inspuiten van mest. En daarmee wordt potentieel broedgebied van de boomleeuwerik beïnvloed. Verder vindt er begrazing plaats wat leidt tot het ontstaan van paadjes, wat effect heeft op het recreatiepatroon en is het van belang dat recreanten op de paden blijven in verband met de gevoeligheid voor vertrapping van met name de natte habitattypen. Binnen enkele tientallen tot enkele honderden meters van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal zijn recreatieve voorzieningen aanwezig (figuur 4.3). Ook liggen er agrarische bedrijven op zeer korte afstand tot dit gebied (figuur 4.1). Er gelden restricties voor uitbreiding van agrarische bedrijven in de directe omgeving van Natura 2000gebied Brabantse Wal. Vandaar dat het areaal waar nu mechanische effecten optreden door agrarisch gebruik niet zal uitbreiden en het gebruik zal er niet intensiveren of veranderen ten opzichte van het normale gebruik.
Daarom leiden de mechanische effecten niet tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden.
4.8
Bewuste verandering van soorten Omdat de beoogde ontwikkelingen geen betrekking hebben op andere teelten of principieel andere landbouwgebruiksvormen dan gangbaar en bekend zijn in Nederland, leiden de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan niet tot een bewuste verandering van de soortensamenstelling van de Natura 2000-gebieden. Een negatief effect op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden is daarom uit te sluiten.
Blad 24 van 29
Passende beoordeling Buitengebied Wouw (gemeente Roosendaal) projectnummer 436205 1 november 2020, definitief
5
Conclusies uitvoerbaarheid
5.1
Resultaten effectbeoordeling ontwikkelingsmogelijkheden In deze paragraaf is een overzicht opgenomen mogelijk optredende ‘interne’ cumulatieve effecten; dat wil zeggen de effecten van verschillende beleidsonderdelen tezamen. Daarbij zijn alleen de cumulatieve effecten in beschouwing genomen van ontwikkelingsmogelijkheden die binnen de context van het bestemmingsplan worden voorgesteld. Tabel 5.6: Interne cumulatie verschillende ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan voor het Natura 2000-gebied Brabantse Wal Potentiële storingsfactor Veehouderijen en TOV/ Recreatie (glas)tuinbouw Werken Oppervlakteverlies en versnippering Vermesting en verzuring via lucht Verontreiniging Verdroging Verstoring geluid, licht en optische verstoring Verstoring door mechanische effecten Bewuste verandering soortensamenstelling = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is, = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring
Conclusie is dat bij de ontwikkelingsmogelijkheden die aan diverse sectoren worden geboden, significant negatieve effecten door stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Brabantse Wal niet uit te sluiten zijn. Voor de stikstofgevoelige gebieden op grotere afstand (zoals de Vlaamse Kalmthoutse Heide, Westerschelde & Saeftinghe, Oosterschelde) zijn significante gevolgen door stikstofdepositie niet met zekerheid uit te sluiten, gezien de maximale mogelijkheden die het bestemmingplan biedt. Voor de andere storingsfactoren zijn significant negatieve effecten wel uit te sluiten voor het Natura 2000-gebied Brabantse Wal en enig ander Natura 2000-gebied.
Blad 25 van 29
Passende beoordeling Buitengebied Wouw (gemeente Roosendaal) projectnummer 436205 1 november 2020, definitief
5.2
Cumulatie-onderzoek Omdat de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op zichzelf al significant negatieve (stikstof)effecten hebben en vragen om een oplossing / maatregelen, hoeft niet gekeken te worden naar cumulatie met effecten van andere plannen of projecten. Dit hoeft alleen als het effect van het bestemmingsplan op zichzelf niet significant negatief zou zijn, maar mogelijk wel in cumulatie met het effect van andere plannen en projecten. Ook uitgaande van de voorwaardelijke bepalingen in het bestemmingsplan is ook geen cumulatieonderzoek nodig. De voorwaardelijke bepaling voor stikstof borgt dat er geen toename van stikstofdepositie is op Natura 2000-gebieden. Het effect van het bestemmingsplan is daarmee 0, er is daarmee geen cumulatie met andere effecten.
5.3
Conclusie en consequentie Uit de ecologische analyse blijkt dat de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal-Wouw, kan leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden: Tabel 5.7: Samenvatting beoordeling effecten op Natura 2000-gebieden Criterium Veehou Glastuin Kwekerijen Werken derijen bouw / TOV Stelsell Natura 2000
--
-
-
-
Recreatie
Cumulatief effect
0/-
--
Zonder beperkingen en/of voorwaarden leiden de ontwikkelingsmogelijkheden in het Bestemmingsplan Buitengebied Wouw tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, vanwege de toename van stikstofemissie door uitbreiding van veehouderijen en, zij het in mindere mate door glastuinbouw en kleinschalige , verdroging door uitbreiding van kwekerijen / TOV / werken in het vergunningenstelsel en verstoring door uitbreiding van veehouderijen Consequentie van deze effecten is dat het bestemmingsplan, zonder aanvullende maatregelen, in strijd is met de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming en er sprake is van een onuitvoerbaar plan. Dat de Natura 2000-gebieden, ook zonder de ontwikkelingen in het plangebied al een te hoge stikstofbelasting kent, neemt niet weg dat ontwikkelingen in Buitengebied Roosendaal-Wouw niet mogen leiden tot een wezenlijke toename van de stikstofdepositie. Ook mag niet op de autonome afname worden geanticipeerd.
Blad 26 van 29
Passende beoordeling Buitengebied Wouw (gemeente Roosendaal) projectnummer 436205 1 november 2020, definitief
5.4
Oplossingsrichtingen
5.4.1
Stikstof Mogelijke mitigerende maatregelen voor het stikstofeffect zijn: • Beperken uitbreidingsmogelijkheden veehouderij en omschakelingsmogelijkheden naar veehouderij; • Voorwaarden aan uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderij en omschakelingsmogelijkheden naar veehouderij; Beperken van uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen en omschakelingsmogelijkheden naar veehouderij is in de praktijk lastig voldoende “sluitend” te krijgen voor de Wet natuurbescherming. Bovendien kan het leiden tot planschadeclaims. Het opnemen van voorwaarden biedt daarom de beste mogelijkheden om te borgen dat er geen toename van stikstof op Natura 2000-gebieden optreedt. Het meest robuust is een bestemmingsplanregeling met een voorwaarde dat ontwikkelingen alleen mogen plaatsvinden als er geen sprake is van toename van stikstofdepositie. Deze regeling borgt dat er geen negatief stikstofeffect optreedt (effect 0). Uitvoerbaar alternatief / uitvoerbaar bestemmingsplan Als voorgestelde voorwaarden worden opgenomen, zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan tasten dan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet aan. Een bestemmingsplan-regeling die gebruikt maakt van de voorgestelde mitigerende maatregelen leidt tot een uitvoerbaar alternatief en uitvoerbaar bestemmingsplan.
5.4.2
Verdroging (TOV) Het eventueel verdrogende effect van (permanente) teeltondersteunende voorzieningen op natuurwaarden kan worden voorkomen door het opnemen van een voorwaarde in de bestemmingsplanregeling dat realisatie van teeltondersteunende voorzieningen alleen is toegestaan als het niet leidt tot een negatief hydrologisch effect. Voor TOV/kwekerijen/werken in het vergunningenstelsel kan het negatieve hydrologische effect voorkomen worden door het weren van verdrogende ontwikkelingen of het opnemen van hydrologische voorwaarden in de bestemmingsplanregeling, al dan niet met een zonering rondom hydrologisch gevoelige gebieden.
Blad 27 van 29
Passende beoordeling Buitengebied Wouw (gemeente Roosendaal) projectnummer 436205 1 november 2020, definitief
5.4.3
Verstoring geluid, licht en optische verstoring (veehouderijen) Er zijn effectieve mitigerende maatregelen beschikbaar om de effecten te voorkomen of te beperken. Mogelijke mitigerende maatregelen voor geluid en lichthinder zijn de afscherming van lichtbronnen door bijvoorbeeld aanplant van groene landschapselementen (houtwallen en dergelijke), gebruik van lichtbeperkende armaturen en geluidbeperkende bronmaatregelen en bufferzones voor werken in vergunningenstelsel. Ook kan er een bufferzone rond het Natura 2000-gebied aangehouden worden, waarin een toename van verstorende activiteiten voorkomen dient te worden. Voor de breedte van die bufferzone kan uitgegaan worden van de verstoringsafstanden die Krijsveld et al. (2008) aanhoudt voor de vogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Brabantse Wal is aangewezen. Dan variëren de afstanden van minimaal 25 m (spechten in het algemeen) tot maximaal 100 m voor de Wespendief en een uitschieter van 350 m voor de Geoorde fuut. Gezien het biotoop van de Geoorde fuut komt deze niet voor in de zone van het Natura 2000-gebied direct grenzend aan het landbouwgebied. Voor de Nachtzwaluw wordt geen verstoringsafstand gegeven. Wel wordt gemeld dat de aanwezigheid van nachtzwaluwen op Britse heidevelden werd beïnvloed door omgevingsgebruik en de mate van verstedelijking.
Daarom wordt een zone van 100 m rond het Natura 2000-gebied waarin extra verstorende activiteiten ten opzichte van het huidige gebruik voorkomen dienen te worden, noodzakelijk geacht om significante gevolgen te voorkomen Groene landschapselementen langs akkerranden vormen daarnaast een barrière tegen het uitwaaien van gewasbeschermingsmiddelen en dergelijke wat ten gunste is van de omliggende natuur. Ook het herinrichten van (bloemrijke) akkerranden is een extra maatregel die met name voor de bedrijven dichtbij beschermde natuurgebieden liggen, kan bijdrage aan de bescherming van de natuurwaarde door afscherming, buffer en als potentieel broedgebied voor de boomleeuwerik en een . Door te variëren in de soortensamenstelling van de aanplant in combinatie met het toepassen van akkerrandbeheer levert dit ook een constructieve bijdrage aan het behoud en herstel van biodiversiteit en als potentieel broedgebied voor de boomleeuwerik. Een aantal van deze maatregelen kunnen echter niet in het bestemmingsplan worden vastgelegd en moet onderdeel uitmaken van de vervolg-vergunningverlening. Uitvoerbaar alternatief / uitvoerbaar bestemmingsplan Deze mitigerende maatregelen kunnen niet in het bestemmingsplan worden vastgelegd en moeten onderdeel uitmaken van de vervolg-vergunningverlening.
5.5
Eindconclusie Passende beoordeling Als voorgestelde voorwaarden worden opgenomen, zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan zullen dan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet aantasten. Een bestemmingsplanregeling die gebruikt maakt van de voorgestelde mitigerende maatregelen leidt tot een uitvoerbaar bestemmingsplan.
Blad 28 van 29
Passende beoordeling Buitengebied Wouw (gemeente Roosendaal) projectnummer 436205 1 november 2020, definitief
6
Bronnen Brabantse Wal Beheerplan, juni 2018. Provincie Noord-Brabant (2017). PAS-gebiedsanalyse Brabantse Wal. 15-12-2017. K.L. Krijgsveld, R.R. Smits & J. van der Winden, 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels; Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Bureau Waardenburg, Versie 23 december 2008. Rapport nr.08-173. Overige: NDFF www.natura2000.nl www.kaartbank.brabant.nl www.sovon.nl www.ravon.nl https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Gebiedskaart/ https://www.natura2000.vlaanderen.be/gebied/kalmthoutse-heide
Blad 29 van 29
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens
Beneluxweg 1254904 SJ OOSTERHOUTPostbus 404900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.