Bijlage 2 Financiële begroting 2026.pdf
Tekst van het document
FINANCIËLE BEGROTING 2026 GEMEENTE ROOSENDAAL
1
Financieel Perspectief Inleiding In de aanbiedingsnota bij de Begroting 2026 (onder het kopje ‘Financiën’) is opgenomen welke middelen we de komende jaren tot onze beschikking hebben voor nieuw beleid, voor het opvangen van tegenvallers/risico’s/onzekerheden of is te zien dat we de komende jaren juist middelen tekort komen. In deze financiële begroting gaan we hier dieper op in en laten we zien hoe de bedragen tot stand zijn gekomen. Het financiële beeld Samenvatting In onderstaande tabel is de samenvatting opgenomen van het financiële beeld voor de komende vier jaar voor onze gemeente. We beginnen in de tabel met de financiële uitgangspositie, waarin de correctie van de algemene reserve verwerkt is. Deze geeft het uitgangspositie op basis van de begroting 2025 weer. Om tot het begrotingssaldo te komen nemen we mee het saldo van de Kadernota 2026, septembercirculaire, autonome ontwikkelingen en de financieel technische maatregelen. Als we dit optellen ontstaat het begrotingssaldo.
Samenvatting financiële beeld X €1000 Financiële uitgangspositie Actuele begroting 2025 Terugdraaien algemene reserve Subtotaal: Financiële uitgangspositie Kadernota Saldo Kadernota Septembercirculaire Septembercirculaire Oormerkingen Stelpost BCF Subtotaal: septembercirculaire Autonome ontwikkelingen Uitkeringslasten BUIG Uitkeringen vanuit het Rijk voor BUIG Werkplein Aanpassingen WMO Verdeelsleutel salarissen Gesloten financiering SPUK Sport Reserves Structurele doorwerking BERAP Kapitaallasten WVS Overig Subtotaal: autonome ontwikkelingen Financieel-technische maatregelen Rente langlopende leningen Uitstellen kapitaallasten majeure opgaven Leges grote projecten Subtotaal: financieeltechnische maatregelen Begrotingssaldo
2026
2027
2028
2029
No.
261 -2.130 -1.868
2.056
5.026
7.334
2.056
5.026
7.334
1.798
1.381
-5.387
-5.497
3
1.225 -1.200 1.188 1.213
-1.378
-2.423
-1.281
891 -487
594 -1.829
297 -984
4 5 6
-3.685 1.197
-3.493 895
-2.992 787
-3.470 1.806
7 8
-456 -1.406 1.116 830 150 969 -1.503 256 543 -6 -1.995
-468 -1.292 1.725 786 150 144 -424 291 593 -47 -1.140
-477 -1.475 1.716 204 150 46 -365 335 299 -175 -1.947
-490 -1.509 1.676 251 150 -923 -364 190 230 -328 -2.781
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
490
990
450 950
450 940
450 1.440
450 450
97
2.750
-2.697
-1.478
500
1 2
19 20 21
2
De afgelopen periode kenmerkte zich door financiële uitdagingen, en ook voor de komende jaren blijven de vooruitzichten onzeker. Het zogeheten ‘ravijnjaar’ komt dichterbij. In de Kadernota is reeds aangegeven dat er aanzienlijke onzekerheden bestaan rondom de rijks financiering van gemeenten. Inmiddels is sprake van een demissionair kabinet en staan in oktober nieuwe verkiezingen gepland, wat de financiële onzekerheid verder vergroot. Dit staat in schril contrast met de grote opgaven waar we als gemeente, als partner van de rijksoverheid, voor staan. Om uitvoering te kunnen geven aan deze opgaven zijn voldoende structurele middelen nodig. In de Kadernota 2026 zijn de kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2026 opgenomen. Hierin is aangegeven dat we de vorig jaar ingezette lijn voort zetten en voort borduren op eerder gemaakte keuzes. Daarbij houden we focus op de majeure opgaven en dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Ook blijven we als gemeente investeren in de leefbaarheid, veiligheid en toekomst van onze gemeente. Daartoe ligt een breed pakket aan maatregelen vast in vier majeure opgaven: de kwaliteitssprong RSD2040, het Nationaal Programma Roosendaal, de Spoorzone en Westrand.
Bij het opstellen van een sluitende begroting hanteert de gemeente Roosendaal drie kernprincipes: het nemen van verantwoordelijkheid door problemen voortvarend aan te pakken, het gericht investeren in brede welvaart via de vier majeure opgaven, en het hanteren van transparantie en realisme bij het voorstellen van bezuinigingen, waarbij kwetsbare inwoners zoveel mogelijk worden ontzien. We investeren ook in onze regionale samenwerking, in de positionering van Roosendaal en daarmee ook in het aantrekkelijker maken van onze gemeente voor ontwikkelaars en voor investeringen door medeoverheden. De keuzes in deze begroting sluiten aan op de Roosendaalse identiteit, onze wijze van besturen en de kwaliteitssprong die is vastgelegd in RSD2040. Om voor RSD2040 ook middelen in de begroting op te nemen is bij de Kadernota 2026 het voornemen opgenomen om voor de majeure opgaven extra middelen te reserveren oplopend tot € 2 miljoen in 2029. Als gemeente willen we deze middelen onder andere in gaan zetten voor de dekking van toekomstige kapitaallasten voor onder andere cofinanciering. Wanneer we dit bedrag kapitaliseren leidt dit tot een totaal van € 56 miljoen. Financiële uitgangspositie 1.
Actuele begroting 2025 De vertrekpositie voor het financieel meerjarenbeeld van deze begroting is de vastgestelde begroting 2025 en de structurele doorwerking van de Jaarrekening 2024 en de eerste bestuursrapportage van 2025. De vastgestelde begroting 2025 wordt geactualiseerd voor 2026. Hier wordt uitgegaan van een loonindexatie volgens de huidige CAO en een prijsindexatie van 2,1% conform de IMOC-index uit de meicirculaire 2025. De omslagrente is geactualiseerd en bedraagt 1% voor de begroting 2026. 2. Correctie algemene reserve Bij de begroting 2025 was voor 2026 incidenteel gebruik gemaakt van de algemene reserve om het tekort in 2026 te dekken. Bij de begroting 2026 moet deze onttrekking uit de algemene reserve teruggedraaid worden in het beginsaldo. Dit is meegenomen in de uitgangspositie voor de Kadernota 2026. Kadernota 3. Kadernota In de Kadernota zijn de kaders voor de begroting 2026 opgenomen. Bij het bepalen van de financiële uitgangspositie voor de Kadernota is geconstateerd dat er voor alle jaren sprake was van een negatief saldo. In de Kadernota is daarom per programma bepaald waarop geïntensiveerd kan worden en waar ruimte is voor ombuigingen of bezuinigingen. Het Kadernota saldo zoals gepresenteerd in bovenstaande tabel wijkt op sommige vlakken af van het saldo zoals is opgenomen in de beraadslaging op de Kadernota. Een voorbeeld is de indexatie.
Deze was in de Kadernota gesteld op het iMOC percentage (2,1%). Bij het opstellen van de begroting is deze financieel doorgerekend en zijn de werkelijke indexatielasten opgenomen in de begroting 2026. Deze wijken af van de de Kadernota. Daarnaast zijn bij de raadsbehandeling van de Kadernota twee moties aangenomen, te weten: budget inhuur flexibele schil Griffie en verruimde openingstijden fietsenstalling de markt. De financiële consequenties van deze twee moties zijn in de begroting verwerkt. 3
Septembercirculaire 4. Septembercirculaire Op Prinsjesdag verschijnt jaarlijks de Septembercirculaire van het Gemeentefonds. In deze circulaire geeft het Rijk aan welke middelen gemeenten de komende jaren kunnen verwachten uit het Gemeentefonds. De uitkomsten van de vorige circulaire (de meicirculaire) zijn reeds verwerkt in de uitkomsten van de Kadernota. Ten opzichte van de meicirculaire is bij de septembercirculaire voor 2026 sprake van een hogere algemene uitkering. Voor de jaren 2027, 2028 en 2029 is sprake van een daling. 5. Oormerkingen Op basis van de septembercirculaire wordt er een bedrag geoormerkt. Dit betreft de extra uitkering welke in 2026 wordt ontvangen voor de CDOKE-middelen, deze wordt voor € 1,2 miljoen geoormerkt. Voor de jaren 2027 tot en met 2030 zijn de middelen ook beschikbaar gesteld maar de uitkeringsvorm is nog niet bepaald. Voorzichtigheidshalve hebben we de middelen voor 2027 tot en met 2030 niet in de begroting opgenomen. 6. Stelpost BCF Naast een ruimere algemene uitkering is ook de ruimte onder het plafond van het BTW-Compensatiefonds (BCF) ruimer. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BCF. Om te voorkomen dat er een open eindregeling ontstaat heeft het Rijk een plafond aangebracht in het BCF. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond, dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd.
Wordt het plafond overschreden, dan wordt het verschil uit het gemeentefonds gehaald. In de meerjarenraming van de algemene uitkering houdt het Rijk geen rekening met de verwachte ruimte onder het plafond. De provincie Noord-Brabant, onze toezichthouder, heeft aangegeven dat gemeenten een meerjarige stelpost mogen opnemen voor de ruimte onder het BCF-plafond. De verwachte ruimte onder het BCF-plafond is bij de septembercirculaire hoger dan we hadden geraamd in onze begroting. Daarom hogen we nu de stelpost op. Dit levert een voordeel op voor de komende jaren. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen betreffen ontwikkelingen waar we als gemeente geen of nauwelijks invloed op hebben of het betreft aanpassingen van ingezet beleid, waarvan de financiële consequenties structureel doorwerken. In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen weergegeven, die sinds de Kadernota 2026 zijn opgetreden. De financiële effecten daarvan moeten we meenemen in onze begroting. 7. Uitkeringslasten BUIG Gemeenten ontvangen vanuit het Rijk een uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. In de begroting 2026 zijn de uitkeringslasten van de BUIG gebaseerd op het aantal dossiers 2024.
In 2024 is er sprake geweest van een stijging van het aantal dossiers. Dit zorgt voor hogere lasten. Daarnaast zijn de uitkeringslasten van BUIG hoger doordat het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen worden geïndexeerd. De indexering van het minimumloon was de afgelopen twee jaar hoger dan gebruikelijk. Deze informatie is ontvangen vanuit het Werkplein en is nu verwerkt in onze begroting. 8. Uitkeringen vanuit het Rijk voor BUIG Het Rijk stelt een paar keer per jaar de totale omvang van het uitkeringsbudget vast en verdeelt dat volgens een vaste verdeelsystematiek over de gemeenten. De ontvangen uitkering verschilt daarmee met de (begrote) lasten: een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort in beginsel ook zelf opvangen. De ontvangen uitkering is nu gebaseerd op de gegevens zoals deze in april 2025 door het rijk is bepaald. Per saldo heeft de gemeente nu een tekort, maar begin oktober 2025 wordt de uitkering opnieuw (meerjarig) berekend. Hopelijk volgt dan ook compensatie voor de hogere uitkeringslasten. Vanuit voorzichtigheidsbeginsel is hier nu geen rekening mee gehouden. 9. Werkplein Het werkplein voert namens de gemeente diverse taken uit op het gebied van Werk en Inkomen, waaronder de BUIG. De uitkeringslasten van de BUIG zijn gestegen.
Oorzaak hiervan is de stijging van het wettelijk minimuminkomen afgelopen jaren welke is gekoppeld aan de bijstandskosten. De bijdrage aan het Werkplein voor 4
de uitvoeringskosten ligt in 2026 hoger, voornamelijk vanwege indexering en loonkostenstijging vanuit de CAO. Dit leidt tot een toename in de lasten. 10. Aanpassingen WMO De uitgaven binnen de WMO nemen toe als gevolg van een aanzienlijke stijging in het aantal verstrekte voorzieningen, gecombineerd met een hogere prijsontwikkeling dan het percentage van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Hoewel de realisatie in de afgelopen jaren relatief stabiel was, is vanaf de tweede helft van 2025 een duidelijke toename zichtbaar, die zich naar verwachting zal voortzetten in 2026. 11. Verdeelsleutel salarissen We verwachten meer salariskosten te kunnen toereken aan projecten en grondexploitaties. Dit levert een voordeel op voor de exploitatiebegroting. 12. Gesloten financiering Bij het opstellen van de begroting zijn de rondrekeningen voor afval en riolering geactualiseerd, dit betreffen gesloten systemen. Binnen het BBV is het toegestaan in de gesloten systemen ook extracomptabele posten toe te rekenen, zoals overhead en BTW. Bij riolering wordt ook over de investeringen de BTW grotendeels extracomptabel toegerekend. De investeringen op riolering zijn in 2026 (en 2027) € 3,5 miljoen hoger dan in 2025. Hierdoor wordt er fictief meer kosten toegerekend aan riolering. Deze hogere fictieve doorrekening zorgt voor een positieve mutatie op het begrotingssaldo. 13.
SPUK Sport We ontvangen een specifieke uitkering Sport voor: investeringen in sport waarvan we de BTW niet meer in aftrek kunnen brengen. 14. Reserves Deze mutatie wordt veroorzaakt door actualisatie van de reserves. Voor meer informatie; zie het overzicht van reserves in de begroting. 15. Financiële doorwerking eerste Bestuursrapportage Op 3 juli jl. is de eerste Bestuursrapportage2025 door de gemeenteraad behandeld en vastgesteld. In de eerste Bestuursrapportage worden de financiële afwijkingen in het lopende jaar, 2025, opgenomen. Een aantal afwijkingen heeft echter een structureel karakter. Deze afwijkingen moeten we daarom ook meenemen in onze begroting. Een deel van de afwijkingen was al opgenomen in de Kadernota. In onderstaande tabel zijn de afwijkingen weergegeven. Een nadere toelichting op deze afwijkingen vindt u in de eerste Bestuursrapportage 2025. Financiële doorwerking eerste bestuursrapportage (x €1000) Sanering Spoor C Doorschuiven lasten Natuur Landbouw Milieu Facilitaire producten Kunst in openbare ruimte Overig Totaal
2026 - 575 - 553 - 225 - 100 - 50 -1.503
2027
2028
2029
- 63 - 227
- 230
- 232
- 134 -424
- 135 -365
- 132 -364
16. Kapitaallasten De kapitaallasten zijn herijkt op basis van het bijgestelde investeringsplan 2026-2029. Hierbij is in 2026 gerekend met een rekenrente van 1%. In de berekening van de kapitaallasten is nu nog uitgegaan dat het eerste moment van afschrijving plaatst in het jaar van afronding van het investeringskrediet 17. WVS De gemeente ontving de herziene begroting van de WVS. Als gevolg hiervan daalt het tekort bij de WVS, waardoor de gemeentelijke bijdrage vanaf 2026 kan worden verlaagd. Dit heeft een positief effect op het begrotingssaldo van de gemeente. 5
18. Overig Onder de post overig zijn diverse kleine mutaties opgenomen waarop gezien de omvang geen separate toelichting is gegeven. Financieel technische maatregelen Na het verwerken van de Kadernota 2026, septembercirculaire en de autonome ontwikkelingen blijft een negatief saldo over. We nemen financieel-technische maatregelen om dit negatieve saldo te dichten. Financieel-technische maatregelen betreffen de ‘minst pijnlijke’ maatregelen omdat er vooral sprake is van realistischer ramen van budgetten en een fasering van bepaalde activiteiten. 19. Rente langlopende leningen Voor de begroting 2026 brachten we onze financieringsbehoefte in beeld. Voor toekomstige (her)-financiering gaan we nu uit van een rente van 3,5%. Leningen trekken we, in lijn met het Treasurybeleid, aan wanneer we die nodig hebben. Het momentum is afhankelijk van de voortgang van investeringen en de aan- en verkoop van gronden. Op basis van het Meerjaren Investeringsplan en de liquiditeitsraming is de financieringsbehoefte ingeschat. In combinatie met een prognose van het bijbehorende rentepercentage is een budget gereserveerd voor rentelasten. Dit bedrag ligt lager dan in eerdere begrotingen werd aangenomen, waardoor de rentelasten voor 2026 naar beneden kunnen worden bijgesteld. We verwachten financieringen aan te moeten trekken voor een lager bedrag, dan in de begroting waren opgenomen.
Daarom zijn in 2026 de rentelasten naar beneden bijgesteld. 20. Temporiseren majeure opgaven In de Kadernota 2024, begroting 2025 en Kadernota 2026 zijn middelen ter beschikking gesteld voor de majeure opgaven. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de kapitaallasten die verband houden met deze majeure opgaven. Met het opnemen van deze post maken we in de begroting ruimte voor toekomstige investeringen voor de majeure opgaven. In 2029 is een bedrag van € 2 miljoen gereserveerd dat op verschillende wijzen ingezet kan worden, bijvoorbeeld ter dekking van kapitaallasten. 21. Leges grote projecten In de begroting is rekening gehouden met een stijging van de legesopbrengsten, met name op het terrein van bouwleges. Deze aanpassing is gebaseerd op een toename van het aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen ten opzichte van de begroting. Daarnaast wordt in het kader van het principe van kostendekkendheid een herijking van de legestarieven doorgevoerd, om de tarieven beter aan te sluiten bij de werkelijke kosten van de dienstverlening. De voorstellen hiervoor volgen bij het raadsvoorstel voor de belasting- en legesverordeningen 2026. Incidentele verzoeken en autonome ontwikkelingen Bij de start van deze collegeperiode is een investeringsfonds gecreëerd van € 30 miljoen.
In het investeringsfonds zijn veel middelen beschikbaar gesteld voor de prioriteiten uit ons collegeprogramma. Er is nog een vrije ruimte in het fonds van zo’n € 2,1 miljoen. Ons college doet in deze begroting voorstellen voor nieuw beleid met incidentele financiële consequenties. Deze dekken we uit de vrije ruimte in het Investeringsfonds. Naast de nieuwe voorstellen worden ook incidentele autonome ontwikkelingen gedekt uit het investeringsfonds. Ons college heeft als uitgangspunt genomen om tot en met 2027 middelen te reserveren in het investeringsfonds. Autonome ontwikkelingen met incidentele financiële consequenties Autonome ontwikkelingen (X €1000) ICT Samenwerking Sfeerbeheer Adviesopdrachten bouwtechnische activiteiten Totaal incidentele autonome ontwikkelingen
2026 - € 515 - € 60 - € 75 - € 650
2027
2028
2029
- € 75 - € 75
6
ICT Samenwerking Voor de levering van IT-diensten maakt de gemeente gebruik van ICT West-Brabant-West. Binnen deze organisatie staat een doorontwikkeling naar een regie-organisatie gepland. In dat kader wordt tevens een nieuwe infrastructuur geïmplementeerd. Deze transitie brengt incidenteel aanvullende lasten met zich mee. Sfeerbeheer Bij de begroting 2025 is op sfeerbeheer bezuinigd. Dit betekent dat sfeerbeheer met ingang van 2025 niet meer structureel in de begroting is opgenomen. Omdat hier nog afspraken met de horeca onder liggen tot en met 2026 is het niet mogelijk hier vanaf 2025 al op te bezuinigen. In de begroting is daarom voor 2026 incidenteel €60.000 opgenomen ter eenmalige overbrugging van dit laatste jaar. Bij de start van sfeerbeheer was de intentie dat de horeca in 2026 door middel van cofinanciering het restant van € 60.000 zou financieren. Later is door de gemeente besloten dat de gemeente het volledige bedrag voor haar rekening neemt, hiervoor wordt € 60.000 extra opgenomen in de begroting 2026. Adviesopdrachten bouwtechnische activiteiten De afgelopen jaren is merkbaar dat de aanvragen vergunningen steeds complexer van aard worden. Roosendaal breidt uit met een aantal nieuwbouwwijken, maar ook verbouwingen van de bestaande voorraad naar woongebouwen en de oprichting van nieuwe woongebouwen komt steeds vaker voor. Op dit moment is er een achterstand m.b.t.
het afgeven van constructieve adviezen. De verwachting is ook zeker met alle ingediende aanvragen vergunning en alle ambities onder "Kwaliteitssprong", "Nationaal Programma", "Spoorzone" en "Westrand" dat het aantal benodigde adviezen zal toenemen. Voor 2026 en 2027 zijn extra middelen geraamd voor deze adviezen. Nieuw beleid met incidentele financiële consequenties Hieronder geven we aan welke nieuwe beleidsvoorstellen we willen dekken uit het Investeringsfonds: Incidentele nieuwe beleidsvoorstellen (X €1000) Uitvoeringsbudget cultuurnota Millhill parkeergarage openstellen Budget verkiezingen Camerabeleid Correctie bestuurskosten en kosten verkiezingen Kwaliteitssprong natuur, water, landschap en landbouw Totaal incidentele nieuwe beleidsvoorstellen
2026 - 300 - 140 - 20 - 14 - 100 - 265 - 839
2027 - 300
2028
2029
- 241 - 541
Uitvoeringsbudget cultuurnota Bij de Kadernota 2026 is toegelicht dat cultuur in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke, leefbare en toekomstbestendige gemeente. Cultuur bevordert de sociale cohesie binnen wijken en buurten, versterken de gebiedsontwikkeling en stimuleren zowel talentontwikkeling als de zelfredzaamheid van inwoners. In de Kadernota is voor 2026, 2027 en 2028 € 300.000 opgenomen als uitvoeringsbudget cultuurnota. Het college heeft als uitgangspunt gehanteerd om tot en met 2027 middelen te reserveren in het investeringsfonds. De voor 2028 toegekende middelen in het kader van de Kadernota zijn teruggevloeid naar dit fonds. Mill Hill parkeergarage openstellen In de Kadernota 2026 is opgenomen dat door het openstellen van de Mill Hill parkeergarage in de avonduren alternatief geboden wordt voor het straatparkeren, waardoor de parkeerdruk op straat verlicht wordt. Hiervoor zijn eenmalige middelen benodigd. Budget verkiezingen Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen was het opkomstpercentage met 40% historisch laag. De opkomst moet bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 vergroot worden om de politiek dichter bij de inwoners te brengen en te zorgen voor meer maatschappelijke betrokkenheid. Om dit te realiseren wordt hier eenmalig een extra impuls aangegeven.
7
Camerabeleid Ten behoeve van de veiligheid in het HUIS worden aanpassingen doorgevoerd aan de Publieksplaza, waaronder de ontwikkeling en implementatie van een camerabeleid. Dit betreft een incidentele post. Correctie bestuurskosten en kosten verkiezingen In 2026 staan de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen gepland. Na de verkiezingen zal een nieuwe college gevormd worden. In 2026 wil de gemeente voor het vormen van een nieuw college gebruik maken van één of twee informateurs. Hiervoor zijn incidenteel extra middelen geraamd. Kwaliteitssprong natuur, water, landschap en landbouw Door incidenteel extra middelen beschikbaar te stellen voor de kwaliteitssprong: natuur, water, landschap en landbouw kunnen de stad, dorpen en het buitengebied klimaat robuuster en toekomstbestendiger ingericht worden (weerbaarder tegen wateroverlast, hitte, droogte en watertekorten). Doel is om de leefomgeving te verbeteren door het toevoegen van groen, natuur en water. Zo verhogen we het welzijn van alle Roosendalers en maken we de gemeente aantrekkelijker voor bestaande en nieuwe bewoners. Na dekking van de incidentele autonome ontwikkelingen en de incidentele nieuwe beleidsvoorstellen is het beschikbare budget in het investeringsfonds volledig aangewend.
Incidentele autonome ontwikkelingen gedekt uit de algemene reserve Voorziening APPA-pensioenen Vanaf 1 januari 2028 zullen overheidsorganisaties premie gaan afdragen aan het ABP voor politieke ambtsdragers. Dit betekent een verschuiving van de huidige financieringswijze, waarbij pensioenen achteraf uit de begroting worden betaald, naar een systeem van voorafgaande premiebetaling. Voor de aanpassing in de systematiek verhogen we de lasten in 2026 en 2027 met € 700.000 welke we dekken uit de algemene reserve. Incidentele extra afschrijving atletiekbaan De atletiekbaan op sportpark Vierhoven vertoont gebreken en moet volledig vervangen worden. De resterende boekwaarde van € 370.000 dient eenmalig afgeboekt te worden. Dit is een incidentele last die incidenteel gedekt wordt uit de algemene reserve (incidentele baten). De structurele (afschrijvings-)lasten van de nieuwe baan zijn reeds in de meerjarenbegroting verwerkt. Structureel begrotingssaldo Structureel en reëel begrotingssaldo Aan het eind van deze bijlage maken we een berekening van het structurele begrotingssaldo. Dat is het begrotingssaldo dat ontstaat nadat alle incidentele baten en lasten geëlimineerd zijn. We houden dan dus alleen de structurele baten en lasten over. Het saldo van de structurele baten en lasten moet positief zijn. Dat houdt in dat de structurele lasten gedekt worden door structurele baten.
In dat geval is sprake van een positief structureel begrotingssaldo en een solide begroting. Dat is niet het geval als structurele lasten door incidentele baten gedekt worden. De provincie Noord-Brabant controleert onze begroting vanuit haar toezichthoudende rol en toetst daarbij specifiek of het structurele begrotingssaldo positief is. Doel hiervan is om gemeenten te dwingen een solide begroting te presenteren. Daarnaast beoordeelt de provincie ook of sprake is van een reëel begrotingssaldo. Dit houdt in dat alle ramingen in de begroting reëel moeten zijn. Met uitzondering van 2028 is de gemeentebegroting structureel en reëel in evenwicht.
8
Structureel begrotingssaldo (x €1.000) Lasten exclusief mutaties reserves Baten exclusief mutaties reserves Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves Onttrekkingen reserves Geraamd resultaat Incidentele lasten incl. incidentele toevoegingen reserves Incidentele baten incl. incidentele onttrekkingen reserves Structureel begrotingssaldo
2026 368.812 356.466 -12.346 12.362 24.805 97 45.771
2027 347.642 350.555 2.912 16.689 16.527 2.750 24.944
2028 354.213 349.519 -4.694 12.636 14.633 -2.697 25.223
2029 357.978 355.202 -2.776 1.242 2.540 -1.478 10.309
45.482
25.792
24.828
8.675
386
1.902
-2.302
156
9
Financiële begroting 1 Overzicht lasten en baten met toelichting per programma Leeswijzer Onder de overzichten per programma worden afwijkingen toegelicht vanuit de gewijzigde begroting 2025 ten opzichte van de begroting 2026. De cijfers zoals deze in de tabellen zijn opgenomen komen voort uit vastgestelde raadsbesluiten. Toelichting op de tabellen De tabellen bevatten vier kolommen: 1. Budget exploitatie: Dit geeft aan of het om lasten (uitgaven) of baten (inkomsten) gaat. 2. Begroting 2025: Dit zijn de bedragen zoals vastgesteld in de begroting 2025 na wijzigingen. 3. Begroting 2026: Dit zijn de bedragen zoals opgenomen in de begroting 2026. 4. Nadeel/Voordeel: Dit geeft aan of er sprake is van een financieel nadeel of voordeel in 2026 ten opzichte van 2025. Voorbeeldsituaties Eenmalige lasten in 2026: Stel dat in de begroting van 2025 een eenmalig lastenbudget van € 100.000 is toegekend voor het jaar 2026. Dit betekent dat er in 2026 een extra uitgave van € 100.000 is opgenomen. Omdat dit een afwijking van € 100.000 of meer is ten opzichte van 2025, wordt dit in de toelichting als een nadelig effect van € 100.000 opgenomen. Eenmalige lasten in 2025: Stel dat in de begroting van 2025 een eenmalig lastenbudget van € 100.000 is opgenomen. Dit betekent dat er in 2025 een uitgave van € 100.000 is opgenomen.
Omdat dit een afwijking van € 100.000 of meer is, wordt dit in de toelichting als een voordelig effect van € 100.000 opgenomen voor 2026, omdat deze uitgave in 2026 niet voorkomt. Budget exploitatie Last Last Baat Baat
Gewijzigde begroting 2025 100.000 0 100.000 0
Begroting 2026 0 100.000 0 100.000
nadeel/voordeel voordeel nadeel nadeel voordeel
10
Programma 1 Besturen & Samenwerken Lasten x € 1.000 Beleids- Omschrijving Veld 101 Algemene bestuurlijke zaken 102
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
Begroting
4.638
3.730
4.850
4.708
3.966
4.082
853
987
923
950
977
1.004
34.606
35.192
37.788
37.603
38.040
38.979
11.583
13.494
13.470
13.980
13.892
14.372
767
1.387
828
587
412
412
52.447
54.791
57.859
57.828
57.287
58.850
Regionale representatie en samenwerking
103 Bedrijfsvoering Openbare orde, veiligheid en 104 preventie Betrouwbare en Gastvrije 105 Gemeente Totaal lasten programma 1
Baten x € 1.000 Beleids- Omschrijving Veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
Begroting
101 Algemene bestuurlijke zaken
10
Regionale representatie en 102 samenwerking
114
182
128
133
139
139
2.166
2.081
2.197
2.338
2.249
2.278
190
370
194
197
201
205
Totaal lasten programma 1
2.480
2.633
2.519
2.669
2.589
2.622
Exploitatie saldi programma 1
49.967
52.158
55.340
55.159
54.697
56.228
103 Bedrijfsvoering Openbare orde, veiligheid en 104 preventie Betrouwbare en Gastvrije 105 Gemeente
11
Verschillenanalyse beleidsveld programma 1 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B101 – Algemene bestuurlijke zaken Raad 230 N In de begroting van 2026 is de vergoeding voor raadsleden verhoogd door de indexering van de Cao-lonen en een verhoging van de onkostenvergoeding. Daarnaast is er in 2026 een budget beschikbaar gesteld om de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen te bevorderen. Voorziening APPA-pensioenen 700 N Vanaf 1 januari 2028 zullen overheidsorganisaties premie gaan afdragen aan ABP voor politieke ambtsdragers. Dit betekent een verschuiving van de huidige financieringswijze, waarbij pensioenen achteraf uit de begroting worden betaald, naar een systeem van voorafgaande premiebetaling. Voor de aanpassing in de systematiek verhogen we de lasten in 2026 en 2027 welke we dekken uit de algemene reserve. B103 – Bedrijfsvoering CBPB 3.078 N Om personele knelpunten op te vangen, is er het Concern Brede Personeels Budget (CBPB). Dit budget wordt gedurende het jaar ingezet. In de begroting voor 2026 is het startbudget opgenomen.
ICT 998 N De begroting van de gemeente Roosendaal is aangepast conform de vastgestelde begroting van ICT West-BrabantWest. ICT West-Brabant-West ontwikkelt zich tot een regie-organisatie en voert hiervoor een nieuwe infrastructuur in. Dit veroorzaakt eenmalig extra kosten voor het jaar 2026. Verkiezingen In 2026 zijn de kosten begroot voor het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen.
120 N
Ambtelijke inzet inclusief inhuur 1.260 V De salariskosten zijn in 2026 gestegen als gevolg van de nieuwe CAO welke op 1 april 2025 in werking is getreden. Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. Door de nieuwe CAO nemen de loonkosten voor de gemeente toe. Hier staat een lager inhuurbudget in 2026 tegenover. Beleid bestuur Bij de 1e Bestuursrapportage 2025 is een extra budget beschikbaar gesteld voor externe advisering.
294 V
Huisvesting Vanwege een daling in de omslagrente zullen de rentekosten lager uitvallen.
123 V
B105 – Betrouwbare en Gastvrije Gemeente Ambtelijke inzet inclusief inhuur 219 V De salariskosten zijn in 2026 gestegen als gevolg van de nieuwe CAO welke op 1 april 2025 in werking is getreden. Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. Door de nieuwe CAO nemen de loonkosten voor de gemeente toe. Hier staat een lager inhuurbudget in 2026 tegenover. BGG Algemeen 200 V Bij de Kadernota 2026 is een bezuiniging opgenomen voor het afbouwen van de budgetten voor het programma Betrouwbare en Gastvrije Gemeente. Daarnaast is er een bedrag overgeheveld naar de raad voor opkomstbevordering. 12
Toelichting baten (x1.000) B103 – Bedrijfsvoering Afdrachten rijk leges burgerzaken 230 V Door de toename in het aantal aangevraagde paspoorten zijn de legesopbrengsten van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten aanzienlijk gestegen. Ook bij andere leges zien we een toename in de opbrengsten.
B104 – Openbare orde, veiligheid en preventie Beleid integrale veiligheid In 2025 zijn er middelen ontvangen voor de kwartiermaker jeugd en de bestuurlijk uitvoeringsspecialist.
165 N
13
Programma 2 Leren & Ontwikkelen Lasten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
Begroting
201 Onderwijsbeleid
8.682
8.671
6.829
6.865
6.931
7.032
202 Onderwijshuisvesting
6.547
13.965
6.799
6.214
6.614
7.257
203 Sport
5.184
6.403
7.135
6.393
6.460
6.551
204 Cultuur
6.681
9.074
8.786
8.271
8.152
8.330
27.094
38.112
29.548
27.743
28.156
29.170
Totaal lasten Programma 2
Baten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld 201 Onderwijsbeleid 202 Onderwijshuisvesting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
Begroting
4.185
4.322
3.681
3.685
3.691
3.695
612
1.036
415
476
476
479
203 Sport
2.124
2.538
1.959
1.584
1.609
1.635
204 Cultuur
591
320
247
249
250
252
Totaal baten Programma 2
7.512
8.216
6.302
5.993
6.026
6.061
Exploitatie saldi programma 2
19.582
29.896
23.246
21.750
22.130
23.109
14
Verschillenanalyse beleidsveld programma 2 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B201 – Onderwijsbeleid Ambtelijke inzet inclusief inhuur 1.124 V Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. Door de nieuwe CAO nemen de loonkosten voor de gemeente toe. Hier staat een lager inhuurbudget in 2026 tegenover. Onderwijsachterstandenbeleid 645 V Gemeenten ontvangen van het Rijk een specifieke uitkering om lokale plannen te ontwikkelen en uit te voeren ter ondersteuning van leerlingen met een risico op onderwijsachterstand. Deze middelen worden ook aan de batenzijde van de begroting gereserveerd voor het beoogde doel. B202 – Onderwijshuisvesting Huisvesting bijzonder voortgezet onderwijs 4.900 V De gemeente ontving enkele jaren geleden een specifieke uitkering van het Rijk voor de verbetering van de ventilatie in een onderwijsinstelling. De school stuurt hiervoor een factuur naar de gemeente, die het bedrag éénop-één doorbetaalt. Deze betaling staat gepland voor dit jaar.
Daarnaast heeft een andere onderwijsinstelling recht op een bijdrage voor een kwaliteitsimpuls. Deze bijdrage is contractueel vastgelegd. In de reserve onderwijshuisvesting is een onttrekking opgenomen om deze bijdrage te financieren, waardoor het een budget neutrale post betreft. Huisvesting bijzonder basisonderwijs 1.252 V Met de eerste Bestuursrapportage 2025 en vanuit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijshuisvesting is er voor diverse schoolgebouwen eenmalig budget beschikbaar gesteld voor tijdelijke huisvesting en sloopkosten. Dit budget wordt grotendeels gefinancierd vanuit de reserve onderwijshuisvesting, waardoor deze tijdelijke middelen geen resultaateffect hebben. Hierdoor zijn de lasten voor 2026 aanzienlijk lager ten opzichte van de begroting 2025. Huisvesting openbaar basisonderwijs 641 V Vanuit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijshuisvesting is er voor een specifieke onderwijsinstelling voor 2025 budget begroot voor tijdelijke huisvesting. Deze post wordt gefinancierd vanuit de reserve onderwijshuisvesting en heeft zodoende geen resultaateffect. Huisvesting bijzonder speciaal onderwijs 216 V Voor 2026 worden de exploitatielasten lager ingeschat als gevolg van het vervallen van een begrote huurlast, lagere afschrijvingen en een verminderd budget voor tijdelijke huisvesting.
Deze laatste post wordt gefinancierd vanuit de reserve onderwijshuisvesting. Kinderopvang inspectie 198 V Op basis van de wet Kinderopvang is er voor 2025 een opdracht aan de GGD gegeven om alle kinderopvanglocaties te inspecteren. Dit leidt tot hogere kosten in 2025. Huisvesting openbaar voortgezet onderwijs Voor 2026 wordt een lagere uitbetaling van de onderwijshuisvestingvergoeding verwacht.
143 V
Kinderopvang diverse locaties Vanaf 2026 opent de gemeente enkele kindercentra (IKC) en ontvangt huurinkomsten als eigenaar van de gebouwen. Deze inkomsten en de bijbehorende huisvestingslasten zijn budgetneutraal verwerkt.
175 N
15
B203 – Sport Zwembad de Stok 590 N In de Kadernota 2026 is vanaf 2026 een extra structureel budget beschikbaar gesteld voor sport en recreatie, met name voor zwembad De Stok. De verwachting is dat de aanbesteding zal leiden tot hogere kosten. Daarnaast is er een bedrag gereserveerd voor de verduurzaming van zwembad De Stok, wat op termijn zal resulteren in lagere energielasten. Sportpark Vierhoeven 423 N In juni 2025 heeft de Raad besloten om de atletiekbaan op sportpark Vierhoeven te vervangen vanwege problemen met de toplaag. Deze vervanging, die als investering wordt beschouwd, is naar voren gehaald. Hierdoor moet in 2026 een deel van de oude investering worden afgeboekt, wat leidt tot hogere lasten in 2026. Dit eenmalige bedrag wordt gefinancierd met een extra onttrekking uit de algemene reserve (programma 6). Buitensport accommodaties 345 V Vanaf 2023 heeft het Rijk met het Sportakkoord extra middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om sport en bewegen te stimuleren, door middel van specifieke uitkeringen. In 2025 zijn de baten hoger door de geplande activiteiten, vergeleken met 2026. Deze extra ontvangsten gaan gepaard met hogere geraamde kosten aan de lastenzijde op dit beleidsveld. B204 – Cultuur Actieve leefstijl Cultuursubsidies 200 N In de Kadernota 2026 is extra budget toegewezen voor de intensivering van cultuur.
Tegelijkertijd is het budget voor kunst in de openbare ruimte verlaagd. Monumenten 155 V Het subsidiebudget voor de restauratie van monumentale panden in de begroting van 2026 is verlaagd op basis van ervaringscijfers. Ambtelijke inzet inclusief inhuur 145 V De salariskosten zijn in 2026 gestegen als gevolg van de nieuwe CAO welke op 1 april 2025 in werking is getreden. Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. Daarnaast is in 2026 het inhuurbudget lager. Bibliotheek De SPUK-regeling voor lokale bibliotheekvoorzieningen is in 2025 beëindigd.
100 V
Toelichting baten (x1.000) B201 – Onderwijsbeleid Onderwijsachterstandenbeleid 645 V Gemeenten ontvangen van het Rijk een specifieke uitkering om lokale plannen te ontwikkelen en uit te voeren ter ondersteuning van leerlingen met een risico op onderwijsachterstand. Deze middelen worden ook aan de lastenzijde van de begroting gereserveerd voor het beoogde doel. B202 – Onderwijshuisvesting Huisvesting bijzonder voortgezet onderwijs 800 N De gemeente ontving enkele jaren geleden een specifieke uitkering van het Rijk voor de verbetering van de ventilatie in een onderwijsinstelling. De school stuurt hiervoor een factuur naar de gemeente, die het bedrag éénop-één doorbetaalt. Deze betaling staat gepland voor dit jaar. Kinderopvang diverse locaties Vanaf 2026 opent de gemeente enkele kindercentra (IKC) en ontvangt huurinkomsten als eigenaar van de gebouwen. Deze inkomsten en de bijbehorende huisvestingslasten zijn budgetneutraal verwerkt.
175 V
16
B203 – Sport Gezonde leefstijl 312 N Vanaf 2023 heeft het Rijk met het Sportakkoord extra middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om sport en bewegen te stimuleren, door middel van specifieke uitkeringen. In 2025 zijn de baten hoger door de geplande activiteiten, vergeleken met 2026. Deze extra ontvangsten gaan gepaard met hogere geraamde kosten aan de lastenzijde op dit beleidsveld. Buitensport accommodaties 282 N In juni 2025 heeft de Raad besloten om de atletiekbaan op sportpark Vierhoeven te vervangen, wat een investering zal zijn. In het meerjarenonderhoudsplan (voorziening onderhoud buitensportaccommodaties) was hiervoor een bedrag gereserveerd, maar dit bedrag valt in 2025 vrij in de exploitatie. Dit resulteert in lagere lasten in 2026. Het vrijgevallen bedrag is in 2025 gebruikt om een deel van de nieuwe investering te financieren via de bestemmingsreserve kapitaallasten.
17
Programma 3 Werken & Ondernemen Lasten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
301 Ondernemerschap
5.551
5.463
4.803
4.618
4.562
4.507
302 Bestaanszekerheid
81.244
80.787
80.603
80.883
81.992
82.586
86.795
86.249
85.407
85.501
86.554
87.093
Totaal lasten programma 3
Baten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
301 Ondernemerschap
719
1.327
782
798
814
831
302 Bestaanszekerheid
49.374
44.495
40.854
41.326
42.127
43.147
Totaal baten programma 3
50.093
45.822
41.637
42.124
42.941
43.978
Exploitatie saldi programma 3
36.702
40.428
43.770
43.377
43.613
43.115
18
Verschillenanalyse beleidsveld programma 3 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B301 – Ondernemerschap Accountmanagement bedrijven 100 N In de Kadernota 2026 is een structureel budget toegewezen voor het continueren van het accountmanagement. Kapitaallasten 359 V In 2025 is het pand Leemstraat 6 verkocht. De benodigde extra afschrijving op de boekwaarde van het pand is verwerkt in de begroting van 2025. Ambtelijke inzet inclusief inhuur 171 V De salariskosten zijn in 2026 gestegen als gevolg van de nieuwe CAO welke op 1 april 2025 in werking is getreden. Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. Daarnaast is in 2026 het inhuurbudget lager. Citymarketing 160 V In de Aanbiedingsnota bij de begroting van 2025 is besloten om de bijdrage aan Roosendaal City Marketing te verlagen.
B302 – Bestaanszekerheid Participatiewet 5.626 N De uitkeringslasten bij de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) zijn gestegen door de verhoging van het wettelijk minimumloon en het toegenomen aantal bijstandsgerechtigden in 2026. Ook de bijdrage van het Werkplein voor uitvoeringskosten is hoger door indexering en loonkostenstijging. Daarnaast is er in 2025 een eenmalige afrekening ontvangen vanwege een correctie op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. Participatievoorziening 352 N In 2026 is er extra budget vrijgemaakt voor diverse participatievoorzieningen om meer inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te laten deelnemen aan werk. Deze taak is toegewezen aan het Werkplein. Sociale werkvoorziening 427 V Op deze post wordt het SW-deel (sociale werkplaats) van de rijksbijdrage participatie geboekt, welke wordt doorbetaald aan de WVS. Ook de gemeentelijke bijdrage aan de WVS wordt op deze post verantwoord. Aan de lastenzijde betekent dit dat de kosten iets stijgen ten opzichte van 2025. Daarnaast is de herziene begroting van de WVS ontvangen. Als gevolg hiervan daalt het tekort bij de WVS, waardoor de gemeentelijke bijdrage vanaf 2026 kan worden verlaagd. Dit heeft een positief effect op het begrotingssaldo van de gemeente.
Participatievoorziening 5.586 V In 2025 zijn binnen dit beleidsveld diverse specifieke uitkeringen (SPUK) geraamd. De belangrijkste zijn: opvang van ontheemden uit Oekraïne, de hotel- en accommodatieregeling voor statushouders, en de noodopvang door het Centraal Orgaan Asielzoekers. Dit leidt per saldo tot een ophoging van de batenzijde in 2025, maar ook de lastenzijde wordt verhoogd omdat deze middelen bestemd zijn voor specifieke doelen. Het betreft een budget neutrale mutatie. Voorziening minima De post kwijtscheldingen is realistischer begroot op basis van de lasten van 2024, wat heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling.
168 V
19
Toelichting baten (x1.000) B301 – Ondernemerschap Economische ontwikkeling In 2025 vond de verkoop van Leemstraat 6 plaats.
610 N
B302 – Bestaanszekerheid Participatievoorzieningen 5.586 N In 2025 zijn binnen dit beleidsveld diverse specifieke uitkeringen (SPUK) geraamd. De belangrijkste zijn: opvang van ontheemden uit Oekraïne, de hotel- en accommodatieregeling voor statushouders, en de noodopvang door het Centraal Orgaan Asielzoekers. Dit leidt per saldo tot een ophoging van de batenzijde in 2025, maar ook de lastenzijde wordt verhoogd omdat deze middelen bestemd zijn voor specifieke doelen. Het betreft een budget neutrale mutatie. Participatievoorzieningen 1.945 V De BUIG-uitkering van het Rijk voor 2026 is gebaseerd op de voorlopige berekening die in het voorjaar van 2025 is bekendgemaakt, waarbij een hogere uitkering voor 2026 wordt verwacht.
20
Programma 4 Wonen & Verblijven Lasten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
Begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
401 Ruimtelijke ordening
19.646
31.629
29.136
14.402
20.401
17.896
402 Openbare ruimte
38.351
43.279
44.069
45.839
43.399
44.570
403 Vergunningen
3.395
3.697
3.032
2.981
2.966
3.047
404 Mobiliteit
3.247
2.881
3.533
3.542
3.599
3.658
405 Energie en warmte
2.665
4.779
3.517
2.128
2.324
2.473
406 Natuur, landbouw en milieu
10.746
12.495
12.773
12.480
12.450
12.683
Totaal lasten Programma 4
78.050
98.760
96.060
81.373
85.140
84.327
Baten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
401 Ruimtelijke ordening
12.167
21.981
22.848
13.285
14.242
10.237
402 Openbare ruimte
16.823
15.863
20.256
20.167
16.253
16.449
403 Vergunningen
2.149
1.812
2.565
2.615
2.586
2.590
404 Mobiliteit
2.697
3.017
3.380
3.409
3.409
3.409
405 Energie en warmte
2.031
3.666
1.935
1.415
1.415
1.415
406 Natuur, landbouw en milieu
12.037
13.398
13.680
13.937
14.250
14.570
Totaal baten Programma 4
47.904
59.737
64.664
54.827
52.156
48.670
Exploitatie saldi programma 4
30.146
39.023
31.395
26.546
32.985
35.657
21
Verschillenanalyse beleidsveld programma 4 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B401 – Ruimtelijke ordening Ambtelijke inzet inclusief inhuur 2.811 V De toerekening van de salariskosten naar dit beleidsveld is in 2026 lager dan in 2025, met uitzondering van de grondexploitaties waar de toerekening in 2026 hoger is. Daarnaast vond er in 2025 diverse inhuur plaats, zoals planjuristen, beleidsadviseurs wonen, grondzaken en voor de kwaliteitssprong/spoorzone, wat een voordeel oplevert ten opzichte van 2026. Tot slot is er in 2026 een lagere toerekening van de overhead aan de grondexploitaties, wat eveneens een voordeel oplevert. Investeringen Stedelijke Vernieuwing 1.299 V In de Aanbiedingsnota 2025 was voor dat jaar budget beschikbaar gesteld voor prioriteit 15, "Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst". Dit omvat budgetten voor de Kwaliteitssprong, de Spoorzone en het Uitvoeringsplan By Roos. Strategisch bezit 674 V De aankoop van een pand aan de Gastelseweg was begroot voor 2025, wat een voordeel oplevert ten opzichte van 2026. Wonen 549 V In de Bestuursrapportage 2025 was budget beschikbaar gesteld voor prioriteit 15.
Dit omvat onder andere het voortzetten van de proeftuinen, de transformatie van Dr. Braberstraat en Roselaarplein, en de Woondeal. Deze initiatieven leveren in 2026 een financieel voordeel op. Sanering Spoor C 575 N De verwachte kosten voor de sanering van Spoor C zijn in 2026 hoger dan in 2025. Deze kosten worden gedekt door de bestemmingsreserve Sanering Vlietpark (programma 6 Betalen & Financieren). Grondexploitaties 1.996 N De grondexploitaties zijn op budgettair neutrale wijze opgenomen in de begroting binnen dit beleidsveld. Alle bijbehorende kosten en opbrengsten zijn hierin verwerkt. Het saldo leidt tot een wijziging in de boekwaarde. Door de actualisatie van de grondexploitaties hebben zich verschuivingen voorgedaan binnen de jaarschijven, wat in deze analyse resulteert in een verschil tussen 2026 en 2025 aan de lastenkant. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. B402 – Openbare ruimte Riolering algemeen 3.500 N Bij de riolering zijn er twee voorzieningen: één voor de exploitatie en één voor de investeringen. Deze worden in de P&C-stukken altijd gezamenlijk gepresenteerd. Omdat er in 2026 en 2027 meer in riolering wordt geïnvesteerd, is er een extra overboeking nodig van de exploitatievoorziening naar de voorziening rioolinvesteringen.
Hoewel dit een aanzienlijke impact heeft op de mutaties van de lasten van dit beleidsveld, komt deze mutatie ook bij de baten voor. Per saldo is het effect budgetneutraal. Openbaar groen 1.853 V Vanuit de investeringsagenda (prioriteit 6) is er voor 2025 een eenmalig budget beschikbaar gesteld om het (achterstallig) onderhoud van het openbaar groen te verbeteren. Dit bedrag wordt gedekt vanuit de bestemmingsreserve Investeringsfonds (programma 6). De verwachting is dat veel vervangingen en renovaties van openbaar groen in 2026 worden afgerond. Vanaf dat moment zullen we ook afschrijven, wat leidt tot een structurele stijging van de kapitaallasten in 2026.
22
Kabels en leidingen 419 V In 2025 is er een eenmalig budget beschikbaar gesteld voor het herstel van voetpaden na het aanleggen van glasvezel, wat een positief effect heeft in 2026. Vanuit de Kadernota 2026 is het budget voor herstelwerkzaamheden na het aanleggen van kabels en leidingen afgestemd op de opbrengst die wordt ontvangen van de nutsbedrijven, wat een structureel nadelig effect heeft. Waterkering en afwatering De eenmalige baggerwerkzaamheden die gepland waren voor 2024 zijn doorgeschoven naar 2025.
167 V
Wegmeubilair Er is eenmalig budget beschikbaar gesteld in 2025 voor de vervanging van wegmeubilair vanwege schade.
105 V
B403 – Vergunningen Ambtelijke inzet 759 V Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform BBV vereisten. Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. B404 – Mobiliteit Verkeer en Vervoer 491 N In 2026 worden er meer salariskosten toegerekend dan in 2025. Daarnaast is er in de Kadernota 2026 budget vrijgemaakt voor het opstellen en uitvoeren van een beheerplan voor de Nationale Bewegwijzeringsdienst (blauwe bewegwijzeringsborden). B405 – Energie en warmte Roosendaals Isolatieprogramma 1.731 V Het Roosendaals Isolatieprogramma richt zich op de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen en het aanpakken van energiearmoede. In 2026 worden hiervoor (voorlopig) minder kosten gemaakt dan in 2025, wat een financieel voordeel oplevert. De plannen worden bekostigd met Rijksmiddelen. CDOKE 820 N Voor de SPUK CDOKE-gelden zijn de uitgaven in 2026 lager dan in 2025, omdat de inhuur die in 2025 plaatsvond niet doorloopt in 2026. Daarnaast is middels de septembercirculaire een bedrag geoormerkt. Dit betreft de extra uitkering welke in 2026 wordt ontvangen voor de CDOKE-middelen. Verbouwing EKP 350 V In 2025 werd het EKP-gebouw verbouwd om te dienen als tijdelijk theater de Kring. Deze verbouwing levert in 2026 een financieel voordeel op.
B406 – Natuur, landbouw en milieu Huisvuilinzameling, -verwijdering 500 N Het uitbestedingsbudget voor Saver is in 2026 hoger dan in 2025. Dit komt door aangepaste tarieven en een gewijzigd aantal ledigingen en huishoudens. Daarnaast worden er meer loonkosten aan dit product toegerekend dan in 2025. Beleid Natuur, Landbouw en Milieu 187 V In 2026 worden voor de prioriteiten 'Versnellen energietransitie en klimaatadaptatie' en 'Perspectief landelijk Gebied' minder kosten gemaakt dan in 2025. Het budget voor 2026 wordt besteed aan klimaatbestendige maatregelen, de planuitwerking van GGA Visdonk en de ontwikkeling van 650 hectare natuur. Daarnaast is er voor 2026 incidenteel budget opgenomen voor de kwaliteitssprong van natuur, water, landschap en landbouw.
23
Toelichting baten (x1.000) B401 – Ruimtelijke ordening Verkoopopbrengst 342 N De geraamde verkoopopbrengst van de gronden aan Tennet (recht van opstal) in 2025 resulteert in een financieel nadeel ten opzichte van 2026. Wonen 295 N In 2025 werd een bijdrage geleverd aan de tweede samenwerkingspartner voor de transformatie van Dr. Braberstraat en Roselaarplein. De Provincie Noord-Brabant stelde een subsidie beschikbaar om de bestuursopdracht Woondeal (Woon-Zorg) versneld uit te voeren. Daarnaast werd besloten dat de gemeente Roosendaal penvoerder is voor het regionale werkbudget Woondeal. Het resterende budget werd in 2025 besteed, wat resulteert in een nadeel voor 2026. Grondexploitaties 1.504 V De grondexploitaties zijn op budgettair neutrale wijze opgenomen in de begroting binnen dit beleidsveld. Alle bijbehorende kosten en opbrengsten zijn hierin verwerkt. Het saldo leidt tot een wijziging in de boekwaarde. Door de actualisatie van de grondexploitaties hebben zich verschuivingen voorgedaan binnen de jaarschijven, wat in deze analyse resulteert in een verschil tussen 2026 en 2025 aan de lastenkant. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. B402 – Openbare ruimte Riolering algemeen 1
3.500 V
Bij de riolering zijn er twee voorzieningen: één voor de exploitatie en één voor de investeringen. Deze worden in de P&C-stukken altijd gezamenlijk gepresenteerd. Omdat er in 2026 en 2027 meer in riolering wordt geïnvesteerd, is er een extra overboeking nodig van de exploitatievoorziening naar de voorziening rioolinvesteringen. Hoewel dit een aanzienlijke impact heeft op de mutaties van de baten van dit beleidsveld, komt deze mutatie ook bij de lasten voor. Per saldo is het effect budgetneutraal. Riolering algemeen 2 800 V Daarnaast blijven de baten vanuit de rioolheffing in 2025 achter bij het begrote bedrag. Daarom zijn de inkomsten vanuit de heffing met de eerste Bestuursrapportage 2025 naar beneden bijgesteld, wat een positief effect heeft. B403 – Vergunningen Omgevingsvergunning 750 V De nieuwe legesstructuur bij Omgevingsbedrag blijkt minder kostendekkend dan verwacht. Daarom is in de Kadernota 2026 opgenomen dat de tarieven vanaf 2026 beter moeten aansluiten bij de werkelijke kosten. Dit zou moeten zorgen voor hogere legesopbrengsten vanaf 2026. B404 – Mobiliteit Verkeer en Vervoer 300 V In 2026 worden meer salariskosten vanuit mobiliteit toegerekend aan de structureel ontvangen SPUK CDOKEgelden. Dit leidt tot een verhoging van de baten en levert een voordeel op.
B405 – Energie en warmte Roosendaals Isolatieprogramma 1.731 N Subsidies vanuit het Rijk die in 2025 al zijn ingezet, moeten ook in 2026 nog worden ingezet. Dit leidt momenteel tot een nadeel in 2026 en wordt verder opgenomen in de begroting bij de Bestuursrapportage van 2026. Hiertegenover staan lasten om deze plannen te bekostigen. B406 – Natuur, landbouw en milieu Reiniging 922 V De baten voor reiniging stijgen in 2026 ten opzichte van 2025. Dit komt door een verhoging van het vaste tarief per huishouden en een toename van het aantal huishoudens. Hierdoor worden hogere baten voor het vaste tarief verwacht, wat ook leidt tot een stijging van de variabele opbrengsten. 24
Huisvuilinzameling, -verwijdering 641 N De hoeveelheid PMD waarvoor een vergoeding van Nedvang wordt verkregen, wordt voor 2026 lager ingeschat. Daarnaast wordt er in 2026 minder uit de voorziening onttrokken. Dit komt doordat de tariefdemping in 2026 lager is dan in 2025 en de kosten voor het uitvoeren van de ondergrondse GFTE-containers bij Hoogbouw in 2026 worden afgerond.
25
Programma 5 Zorgen en Stimuleren Lasten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
501 Leefbare buurten en dorpen
2.755
14.415
5.968
1.662
1.742
1.884
502 Welzijn
8.194
9.673
9.297
8.911
9.141
9.138
503 Zorg en ondersteuning
32.247
33.425
35.332
35.750
36.538
37.285
504 Jeugd en jeugdzorg
51.949
53.743
43.943
43.012
43.631
44.166
95.145
111.256
94.540
89.335
91.052
92.473
Totaal lasten programma 5
Baten x € 1.000 Beleids- Omschrijving veld 501 Leefbare buurten en dorpen 502 Welzijn
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
1.650
9.620
796
26
26
26
371
385
345
96
97
98
503 Zorg en ondersteuning
2.592
1.453
1.457
2.023
2.031
2.031
504 Jeugd en jeugdzorg
15.826
15.413
8.431
8.431
8.431
8.431
Totaal baten programma 5
20.439
26.871
11.029
10.576
10.585
10.586
Exploitatie saldi programma 5
74.706
84.385
83.511
78.759
80.468
81.887
26
Verschillenanalyse beleidsveld programma 5 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B501 – Leefbare buurten en dorpen NPLV 8.447 V Voor het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) worden verschillende specifieke uitkeringen ontvangen van het Rijk. Voor Kansrijke Wijk en Kansrijke Wijk uitvoering zijn er nog geen bijdragen over 2026 beschikbaar gesteld en in de begroting verwerkt. Voor Preventie met gezag zijn er middelen tot juni beschikbaar en in de begroting verwerkt B502 – Welzijn Subsidies 226 V In de begroting over 2026 zijn bezuinigingen doorgevoerd die zijn goedgekeurd in de Kadernota. Het gaat hier om het niet-indexeren van lopende subsidies. B503 – Zorg en ondersteuning WMO 1.500 N We zien een toename in het aantal cliënten die gebruik maken van de maatwerkvoorziening in natura immaterieel WMO. Daarnaast zijn de tarieven geïndexeerd, wat bijdraagt aan de stijging van de kosten. WMO 500 N Er is een stijging in het aantal inwoners dat gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning. Dit komt door het overheidsbeleid dat erop gericht is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen.
Bovendien is de gemeente volgens de WMO 2015 verplicht om eerlijke tarieven te betalen voor de WMO-ondersteuning, en deze tarieven blijven stijgen door de cao voor huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp 150 V Diverse bezuinigingsmaatregelen uit de Kadernota betreffen het vervoer en het beperken van de groei van de huishoudelijke hulp. B504 – Jeugd en jeugdzorg Jeugdzorg plus 4.300 V Voor de begroting van 2026 is het nieuwe totaalbedrag van de financiering voor Jeugdzorg Plus nog niet bekend waardoor de lasten lager zijn begroot dan in 2025. Jeugdzorg 2.300 V Voor de Niet Vrij Toegankelijke zorg hebben we in de Kadernota maatregelen getroffen om de kosten van de jeugdzorg te verlagen. SPUK KOT 1.700 V In het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire (KOT) heeft de Belastingdienst een deel van de gedupeerde ouders financieel gecompenseerd. Voor veel ouders bleek dit echter onvoldoende. Gemeenten hebben daarom de taak gekregen om brede ondersteuning te bieden. Elk traject begint met een plan van aanpak, gevolgd door gerichte hulp en nazorg. Soms is aanpassing of herstart van het plan nodig. SPUK vastgoedtransitie Jeugdzorgplus Voor de SPUK vastgoedtransitie gesloten jeugdzorg is in 2026 nog geen bedrag vastgesteld.
1.500 V
27
Toelichting baten (x1.000) B501 – Leefbare buurten en dorpen NPLV 8.824 N Voor het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) worden verschillende specifieke uitkeringen ontvangen van het Rijk. Voor Kansrijke Wijk en Kansrijke Wijk uitvoering zijn er nog geen bijdragen over 2026 beschikbaar gesteld en in de begroting verwerkt. Voor Preventie met gezag zijn er middelen tot juni beschikbaar en in de begroting verwerkt B504 – Jeugd en jeugdzorg Jeugdzorg plus 3.623 N Voor de begroting van 2026 is het nieuwe totaalbedrag van de financiering voor Jeugdzorg Plus nog niet bekend waardoor de lasten lager zijn begroot dan in 2025. Uitkering KOT De uitkering voor de Kinderopvangtoeslagaffaire in 2026 is nog niet bekend.
1.788 N
Regionale uitvoering Jeugd De regionale bijdragen vanuit de overige gemeenten 2026 zijn nog niet vastgesteld.
1.571 N
28
2 Overzicht algemene dekkingsmiddelen Programma 6 Betalen & Financieren Lasten x € 1.000 Beleids-
Omschrijving
veld 601 Treasury
2024
2025
2026
2027
2028
2029
rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
1.030
-1.464
554
1.000
934
996
2.056
2.114
3.135
3.076
3.232
3.138
1.588
1.655
1.709
1.786
1.857
1.931
28.603
28.201
12.362
16.689
12.636
1.242
33.277
30.507
17.760
22.551
18.660
7.307
602 Uitkeringen gemeentefonds
-
603 Algemene Lasten en Baten 604 Belastingen 605 Resultaten Totaal lasten programma 6
Baten x € 1.000 Beleids-
Omschrijving
veld 601 Treasury
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Rekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
618
467
500
488
488
488
602 Uitkeringen gemeentefonds
192.349
204.614
208.645
212.313
212.766
220.417
603 Algemene Lasten en Baten
1.469
1.795
1.376
1.380
1.384
1.388
604 Belastingen
16.378
18.756
19.794
20.185
20.584
20.993
605 Resultaten
31.997
48.392
24.805
16.527
14.633
2.540
Totaal baten programma 6
242.811
274.025
255.119
250.892
249.856
245.826
Exploitatie programma 6
-209.534
-243.518
-237.359
-228.341
-231.196
-238.519
29
Verschillenanalyse beleidsveld programma 6 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen de begroting 2026 en de begroting 2025. Alleen beleidsvelden met verschillen groter dan € 100.000 zijn opgenomen in de analyse. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Toelichting lasten (x1.000) B601 – Treasury Rente leningen o/g 2.000 N In Berap 2025-1 zijn de rentelasten positief bijgesteld. Daarbij is vermeld dat de daaropvolgende stap, het verdelen van deze positieve bijstelling, nog verwerkt moet worden over de betreffende taakvelden binnen programma's 1 tot en met 5. Hierdoor ontstaat momenteel een verschil in de vergelijking tussen het budget volgens begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2025. Voor begroting 2026 zijn de budgetten voor treasury geactualiseerd en zijn de verwachte rentelasten toegerekend aan de relevante taakvelden. In de paragraaf financiering is hiervoor het overzicht "renteschema 2026" opgenomen. B603 – Algemene Lasten en Baten Indexeringen 1.365 N Voor de actualisatie van de begroting 2026 is bij de indexering uitgegaan van een percentage van 2,1%, conform de vastgestelde kadernota 2026. In deze nota is als uitgangspunt opgenomen dat voor de begroting het indexatiepercentage van de ‘Index Materiële Overheidsconsumptie’ (IMOC) wordt gehanteerd.