Bijlage 2 - 2024-0427 Quickscan Flora _ Fauna Bergsestraat 76, Wouw V3 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Geen dieren doden: Eén richting op werken en bij voorkeur buiten de kwetsbare periode werken Geen
Niet aanwezig Niet aanwezig
Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Geen Geen Geen
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 11. 37 lid 1b
Vogels
Jaarrond
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Doden van dieren
Diverse soorten
Art. 11. 37 lid 1a
Dieren functies
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Ongewervelden Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vogels
beschermde
van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing
Art. 11. 54 lid 1a
Geen Geen Geen dieren doden: Eén richting op werken en bij voorkeur buiten de kwetsbare periode werken Geen Geen Geen
Werken buiten voortplantingsperiode óf broedvogelscan uitvoeren Geen
nest- en rustplaats
Vogels
Overige florafaunasoorten
27
en
en
overige
Quickscan Flora & Fauna Bergsestraat 76 te Wouw
9-9-2024
Werken buiten voortplantingsperiode óf broedvogelscan uitvoeren Geen
Tabel 5. 2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep Vaste rust V oortEssentiële Essentieel Wettelijke plaats/ plantingsvliegroute foerageerconsequenties standplaat plaats (vleergebied muizen) s Amfibieën Ja Nee n. v. t. Nee Ja Flora Grondgebonden zoogdieren Ongewervelden Vleermuizen Vogels
28
Nader onderzoek vereist
Omgevingsvergunnin g vereist
Nee
Nee , tenzij dieren gedood worden Nee Nee , tenzij dieren gedood worden Nee Nee Nee , tenzij vogels gedood , bezette nesten verstoord , beschadigd of vernield worden
Nee Ja
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
Ja
n. v. t.
Nee
Nee Ja
Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Ja
n. v. t.
Nee Nee Nee
Nee Nee Ja
Nee Nee Nee
Nee n. v. t.
Quickscan Flora & Fauna Bergsestraat 76 te Wouw
9-9-2024
6.
Houtopstanden
De in het onderzoeksgebied aanwezige bomen zijn niet beschermd op grond van rijksregels zoals beschreven in artikel 11. 111 van het Bal. De bomen hebben geen betrekking op de afdeling zoals beschreven in artikel 11. 111 lid 2: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom en b. houtopstanden op erven of in tuinen. c. De oppervlakte van de te rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal twintig bomen. ,
,
De te rooien bomen worden niet beschermd op gronden van de rijksregels en vallen niet onder de bomenverordening van de desbetreffende gemeente. Er hoeft geen (omgevings-)vergunning te worden aangevraagd en de voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties in het kader van houtopstanden.
29
Quickscan Flora & Fauna Bergsestraat 76 te Wouw
9-9-2024
Conclusies
7.
en
advies
Gebiedsbescherming Een negatief effect van fysieke activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Er kan echter wel een negatief effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied zijn hiervoor wordt geadviseerd een stikstofberekening uit te laten voeren. ,
Soortenbescherming Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Aanbevolen wordt de werkzaamheden alleen uit te voeren tijdens de daglichtperiode en het gebruik van kunstlicht tot een minimum te beperken om verstoring van vleermuizen minimaal te houden. De in het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd wel wordt er geadviseerd dat wanneer mogelijk er buiten de kwetsbare periode van desbetreffende soorten gewerkt wordt; Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen beschermde plantensoorten en beschermde ongewervelden; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de specifieke zorgplicht. ,
,
Houtopstanden Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader houtopstanden.
van
Kwetsbare periode Voorgenomen activiteiten bij voorkeur buiten de kwetsbare periode van de desbetreffende soorten uitvoeren. In tabel 7. 1 staan de indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep weergegeven welke van toepassing zijn in het onderzoeksgebied. De tabel geeft slechts indicatieve kwetsbare periodes weer. Dit kan dus in werkelijkheid afwijken door weersomstandigheden. Tabel 7. 1: Indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep
Soorten Vleermuizen
Type verblijf Voortplanting Zomerverblijf
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
Jacht/vliegroute Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën
Voortplanting Winterverblijf Broedseizoen Zomerverblijf Winterverblijf
Kwetsbare periode (kan afwijken afhankelijk van klimatologische omstandigheden) Afhankelijk van klimatologische omstandigheden of de periode kwetsbaar is of niet (Meest) geschikte periode (kan afwijken afhankelijk van klimatologische omstandigheden) ,
,
30
Quickscan Flora & Fauna Bergsestraat 76 te Wouw
9-9-2024
dec
,
lycens Bronnen
8. >
AERIUS.
(2020).
AERIUS-Calculator.
Opgehaald
van
aerius.nl: www.aerius.nl
Dd (geanonimiseerd) Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. ederland
12.
Naturalis
Biodiversity
Centre
&
EIS
Kenniscentrum
Insecten
en
andere
-Natuur
van
ongewervelden,
Leiden.
(2017).
>
_BIJ12
DÀ
(geanonimiseerd) 2009). De amfibieën auna
Kennisdocument.
BIJ12, versie 1.0.
9. Nationaal Natuurhistorisch Museum
en
reptielen
Naturalis, European
van
Invertebrate
Nederland,
-
Nederlandse
Survey -Nederland, Leiden.
de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht. (geanonimiseerd) ieuwe Atlas de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV > (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Ates
>
van
ven
Uitgeverij. >
inisterie
van
Economische
>
SOVON
Economische
Vogelonderzoek
Nederland
Leiden, Nederland: KNNV Soort-
A
R
A A
A
Zaken
(2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. (2002).
Atlas
Uitgeverij & European
van
de
Nederlandse
invertebrate
Survey
gebiedsinformatie: www.eurobats.org en
www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl
www.pdok.nl www.ravon.nl
www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl
www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening
Waarnemingen: > _ndff-ecogrid.nl
31
>
Quickscan
Ministerie
van
Zaken, versie 1.3.
Flora & Fauna
Bergsestraat 76 te Wouw
>»
9-9-2024
broedvogels, —
Nederland.
-
Nederlandse
fauna 5.
Bijlagen
Bijlage 1: Foto’s
Bijlage 2: Toelichting Omgevingswet aanvullingswet natuur Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten) zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. ,
,
,
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. ,
,
Soortenbescherming en het ‘ja , mits’ principe De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu maar of ontheffing verleend kan worden wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. ,
,
,
,
(Specifieke) zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. ,
,
Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Omgevingswet zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. ,
,
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Omgevingswet beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming blijft ook onder de Omgevingswet geldig voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Omgevingswet. Vervolgens wordt de gedragscode aangewezen als onderdeel van de Omgevingsregeling. Deze aanwijzing geldt vanaf 1 januari 2025. ,
Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. ,
Tabel B2. 1: Verbodsbepalingen Omgevingswet
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn §11. 2. 2
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn §11. 2. 3
Beschermingsregime andere soorten §11. 2. 4
Art. 11. 37 lid 1a Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te
Art. 11. 46 lid 1a Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 11. 46 lid 1d Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of vernielen
Art. 11. 54 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art. 11. 46 lid c Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art. 11. 46 lid b
Niet van toepassing
vangen
Art. 11. 37 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten , rustplaatsen en eieren van vogels opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen Art. 11. 37 lid 1c Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 11. 37 lid 1d
Art. 11. 54 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen , rustplaatsen of eieren van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen
Niet van toepassing
Het is verboden vogels opzettelijk te storen , tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art. 11. 46 lid e Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Art. 11. 54 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Begrippen Onderstaand zijn enkele begrippen weergegeven vanuit bovenstaande verbodsbepalingen. Verstoren De mate van ‘storen’ hangt per soort af van: • Intensiteit van de verstoring • Duur van de verstoring • Frequentie van de verstoring • Het effect van de verstoring op de staat van instandhouding
de soort
van
Vangen Niet al het vangen valt gelijk onder de vergunningplicht. Het doel van de vergunningplicht voor het vangen is om soorten te beschermen. Om te beoordelen of sprake is van vergunningplicht is niet alleen dat doel maar ook het doel van het vangen aan de orde. Neem bijvoorbeeld het vangen van amfibieën tijdens de voorjaarstrek om ze over de weg te zetten. Het vangen heeft als doel om overrijden te voorkomen. Dat vangen is niet vergunningplichtig. Opzettelijk Onder ‘opzettelijk’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 11. 54 lid 1a van de Omgevingswet is het toegestaan de onderstaande soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. ,
De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen watergangen waterkeringen waterstaatswerken oevers vliegvelden wegen spoorwegen of bermen of in het kader van natuurbeheer. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Tabel B2. 2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
tn e
dn
er
v le
ht n
Grondgebonden zoogdieren
D
l ao
dn
dn
a
l ar e lde
n e gn in or
x
x
F
l as ier F
x
x
x
x
G
G
gr
bra
B-
dn
ll a o H-
le s
x
x
x
x
x
x
N
x
N
O
x
x
x
o
x
x
jisr
o
U
dn
dro
iL
l ae e Z
th c e tr
dro
V N . tr
ll a o Hidu Z
ev
bm
u
dn
ier tes in i
ML
Bv M (A
a
N
Aardmuis
Microtus agretis
Bosmuis*
Apodemus sylvaticus
x
Bunzing
Mustena putorius
x
x
x
Dwergmuis
Micromys minutes
x
x
X
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
Erinaceus europaeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Gewone bosspitsmuis
Sorex
ananeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
Lepus europeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hermelijn
Mustela erminea
x
x
x
x
Huisspitsmuis*
Crocidura russula
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
Oryctolagus cuniculus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
Arvicola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
Capreolus capreolus
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
Martes fiona
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
x
x
x
x
x
x
Veldmuis*
Microtus arvalis
x
x
x
x
x
Vos
Vulpes vulpes
x
x
x
x
Wezel
Mustela nivalis
x
Wild zwijn
Sus scrofa
Woelrat
Arvicola terrestris
x
x
x
x
x
x
x
x
x
R3
x1
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x2
x
x
x
x
Amfibieën en reptielen
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
DR
FL
FR
GD
GR
LB
NB
NH
OV
UT
ZL
ZH
MLNV
Bruine kikker
Rana temporaria
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
Bufo bufo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
Anguis fragilis
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Meerkikker Middelste groene kikker / Bastaardkikker
x3 x
x
x
x
x
x
Pelophylax ridibundus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Pelophylax esculentus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x4
klepton
)1
3.
* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven of roerende zaken (Omgevingswet art. 11. 54 lid 2a) x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli , augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden , vangen , vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen. In de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol , maar deze is niet beschermd onder de Omgevingswet. Deze omissie wordt rechtgezet bij de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.