CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Ecologische beoordeling stikstof

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5i: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide13.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAARDEN BURG consult Ecology nature. we (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Ecologische | beoordeling | stikstof | Wouwse | Weide, | Wouw Toetsing | effecten | op | beschermde | Natura | 2000-gebieden | in het | kader | van | de Omgevingswet (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Status | uitgave: | definitief Rapportnummer: | 26-026 Projectnummer: | 25-0888 Datum | uitgave: | 19 maart | 2026 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Projectleider: | _______ | | Tweede | lezer: | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) | Opdrachtgever: | Rho | Adviseurs | voor | leefruimte (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) nn 4330 AK | Middelburg Referentie | opdrachtgever: | Inkoopnummer | 20250313 Akkoord | voor | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) uitgave: | | Datum | akkoord: | 9 februari | 2026 Graag | citeren | als: Daamen, | J. 2026. | Ecologische | beoordeling | stikstof Wouwse | Weide, | Wouw. | Effecten | bijdrage stikstofdepositie | Natura | 2000-gebieden. | Rapport | 26-026. | Waardenburg | Ecology, | Culemborg. Trefwoorden: | stikstof, Omgevingswet, | Brabantse | Wal Waardenburg | Ecology | is niet aansprakelijk | voor | gevolgschade, | alsmede | voor | schade | welke | voortvloeit | uit toepassingen | van | de | resultaten | van werkzaamheden | of andere | gegevens | verkregen | van | Waardenburg | Ecology.

Opdrachtgever | hierboven | aangegeven | vrijwaart | Waardenburg | Ecology | voor aanspraken | van derden | in verband met | deze | toepassing. © Waardenburg | Ecology | / Rho | Adviseurs | voor | leefruimte Dit rapport | is vervaardigd | op | verzoek | van opdrachtgever | en | is zijn eigendom. | Niets | uit dit rapport | mag | worden verveelvoudigd | en/of | openbaar | gemaakt | worden | d.m.v. | druk, | fotokopie, | digitale | kopie | of op welke | andere | wijze dan | ook, | zonder | voorafgaande | schriftelijke | toestemming | van | de | opdrachtgever | hierboven | aangegeven | en Waardenburg | Ecology, | noch | mag | het zonder | een | dergelijke | toestemming | worden | gebruikt | voor | enig ander | werk dan | waarvoor | het is vervaardigd. Waardenburg | Ecology | is een | handelsnaam | van | Bureau | Waardenburg | BV. | Lid van | de branchevereniging | Netwerk Groene | Bureaus. | Het kwaliteitsmanagementsysteem | is gecertificeerd | door | EIK | Certificering | overeenkomstig | ISO 9001:2015. | Waardenburg | Ecology | hanteert | als algemene | voorwaarden | de | DNR | 2011, | tenzij | schriftelijk anders wordt | overeengekomen.

Waardenburg | Ecology | Varkensmarkt | 9, 4101 | CK | Culemborg, | 0345 | 512710 info@waardenburg.eco, | www.waardenburg.eco WAARDEN BURG Voorwoord Rho Adviseurs is voornemens om ten zuiden van de kern van Wouw circa 300 woningen te realiseren in het project ‘Wouwse Weide’. Rho Adviseurs wil weten of de stikstof, die bij de realisatie en het gebruik van het project vrijkomt, significante gevolgen kan hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De beoogde activiteit zorgt voor een tijdelijke bijdrage van maximaal 0,02 mol N/ha en een structurele bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Rho Adviseurs heeft Waardenburg Ecology gevraagd de stikstofbijdrage ecologisch te beoordelen. Deze ecologische beoordeling is gebaseerd op beschikbare informatie waaronder de Natuurdoelanalyses, de herstelstrategieën en de door Rho Adviseurs opgestelde AERIUS- berekening.

ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Inhoud Voorwoord Samenvatting 1-- Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Proces onderdeel gebiedsbescherming 1.3 Verantwoording 2-- Projectbeschrijving 2.1 Ligging projectgebied 2.2 Project ‘Wouwse Weide’, Wouw 3-- Toetsingskader 3.1 Bepaling van effecten van stikstofdepositie 3.2 Proces van beoordelen 4-- Natura 2000-gebied Brabantse Wal 4.1 Reikwijdte projectbijdrage stikstofdepositie project ‘Wouwse Weide’ Wouw 4.2 Precisie — bijdrage en ontwikkeling achtergronddepositie vraag 1 $ 2.2 4.3 Effecten op de trend in achtergronddepositie 4.4 Actualiteit gegevens 4.4.1 L4030 — Droge Heide 4.4.2 Lg04 — Zuur ven 4.4.3 Lg09 — Droog struisgrasland 4,44 Lg13 — Bos van arme zandgronden 4.4.5 Lg14 — Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden 5-- Conclusie Literatuur Bijlage | Effecten van stikstofdepositie Bijlage Il Instandhoudingsdoelen Brabantse Wal Bijlage III AERIUS Berekening aanlegfase Bijlage IV AERIUS-berekening gebruiksfase ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET oo Oo 0 Dor a a Ama a N == O m @ 14 m @ 14 m @ 15 m @ 16 m @ 17 m @ 18 m @ 20 m @ 21 m @ 23 m @ 24 m @ 26 m @ 27 m @ 32 m @ 33 m @ 34 m @ Samenvatting Rho Adviseurs is voornemens om het project

‘Wouwse Weide’ ten zuiden van de kern van Wouw te realiseren. Het project bestaat uit de realisatie en het gebruik van 300 woningen. Bij de realisatie en het gebruik van dit project komt extra stikstofdepositie vrij. De AERIUS- berekeningen voor de realisatiefase en gebruiksfase zijn uitgevoerd door Rho Adviseurs in AERIUS Calculator versie 2025.0.1. Uit de berekening volgt een tijdelijk projectbijdrage van maximaal 0,02 mol N/ha en een structurele bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr in het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. De depositie vindt onder meer plaats op reeds overbelaste delen van vijf leefgebieden. De projectbijdrage op de overbelaste delen van de betreffende leefgebieden is in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten waarvoor deze leefgebieden zijn aangewezen beoordeeld, zoals aangegeven in het aanwijzingsbesluit van het desbetreffende Natura 2000-gebied. In dit rapport wordt op basis van beschikbare informatie geconcludeerd dat het project ‘Wouwse Weide’ in Wouw niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen en leefgebieden van soorten van de Natura 2000-gebieden. Er zijn geen verdere maatregelen nodig om effecten te voorkomen dan wel te beperken.

ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET ( 1.1 1.2 Inleiding Aanleiding Rho Adviseurs is voornemens om ten zuiden van de kern van Wouw 300 woningen te realiseren. Bij de realisatie en het gebruik van het project komt stikstofdepositie vrij. Waardenburg Ecology heeft in opdracht van Rho Adviseurs de effecten van additionele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ecologisch beoordeeld. Deze beoordeling is uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet (Ow) op basis van AERIUS-berekeningen (uitgevoerd met AERIUS Calculator 2025.0.1) en de meest recente beschikbare gegevens. De berekeningen van de additionele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is opgenomen in Bijlage Ill en IV. Het doel van het onderzoek is om te bepalen of er ten gevolge van de realisatie en/of het gebruik van het woningbouwproject (mogelijk) sprake is van significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van habitattypen en leefgebieden waar een extra depositie op is berekend. De Omgevingswet De Omgevingswet heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. Sommige handelingen en ontwikkelingen kunnen de natuur, en daarmee de biodiversiteit, schaden en zijn daarom krachtens de wet verboden.

Is dat het geval dan is er in geval van beschermde gebieden een vergunning nodig voor een Natura 2000- activiteit. Proces onderdeel gebiedsbescherming Omgevingswet (Ow) De toetsing is uitgevoerd in het kader van de Ow. De wetteksten zijn gepubliceerd op wetten.overheid.nl. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geeft een nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht en de rijksregels voor beschermde gebieden en de bescherming van houtopstanden. Zowel voor plannen als projecten is het criterium of een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Er dient dus aangetoond te worden dat er ‘cumulatief’ geen significante effecten kunnen optreden als gevolg van het plan of project. ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET ed Kan dat al “op voorhand”, dan is een zogenaamde voortoets voldoende. In dit geval zijn geen maatregelen nodig om de projectbijdrage te beperken. Als significante effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten, moet in een Passende Beoordeling worden vastgesteld wat die verslechterende of significant verstorende gevolgen zijn, gelet op de instandhoudingsdoelen.

In een Passende Beoordeling kunnen mitigerende maatregelen in de beoordeling worden meegenomen om de effecten te niet te doen of te verzachten. Ook interne of externe saldering is mogelijk, maatregelen binnen of buiten het project die in samenhang met het project leiden tot vermindering van stikstofdepositie. Als sprake is van interne of externe saldering dient in de passende beoordeling te worden onderbouwd of de ruimte die wordt gebruikt voor het salderen nodig is voor het behalen van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Alleen als kan worden onderbouwd dat de instandhoudingsdoelen zijn geborgd, of zonder de saldogever kunnen worden bereikt, mag intern of extern salderen worden toegepast. Dit wordt de additionaliteitsvereiste genoemd. Is het niet mogelijk om significante effecten uit te sluiten, dan is een ADC-toets noodzakelijk. Er dient dan te worden aangetoond dat er: e _geen Alternatieven zijn, e een Dwingende reden van groot openbaar belang is en e Compensatie plaatsvindt voor de verloren gaande natuur(kwaliteit). Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht houdt kort gezegd in dat bij alle activiteiten die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben, nadelige gevolgen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt.

Met voorliggende rapportage is voorafgaand aan het project onderzocht of de werkzaamheden kunnen leiden tot significant nadelige effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Met deze toetsing is voor het aspect ‘stikstof’ invulling gegeven aan de specifieke zorgplicht zoals vermeld in Hoofdstuk 11 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving, Artikel 11.6 lid 2a en 2b. ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET ed 1,3 Specifieke zorgplicht Voorafgaand aan een activiteit moet worden nagegaan of op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Als dat niet kan, dan moet worden vastgesteld wat die verslechterende of significant verstorende gevolgen zijn, gelet op de instandhoudingsdoelen. Vervolgens dienen passende preventieve maatregelen worden getroffen. Tijdens en na de activiteit dient te worden nagegaan of deze maatregelen het beoogde effect hebben. Als toch verslechterende of significant verstorende effecten optreden dienen de werkzaamheden te worden gestaakt, of, als dit redelijkerwijs niet gaat, moeten passende herstelmaatregelen te worden getroffen.

De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000-activiteiten en bijzondere nationale natuurgebieden, maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000-beheerplan worden uitgevoerd. Verantwoording Berekeningen De berekeningen van stikstofdepositie in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase als gevolg van het project ‘Wouwse Weide’ in Wouw op Natura 2000-gebieden zijn aangeleverd door Rho Adviseurs. Er is géén sprake van intern salderen. Op basis van deze berekening zijn met behulp van GIS de oppervlakten met overschrijding en een projectbijdrage berekend. Voor het uitvoeren van de GIS-berekeningen met plaatselijke gegevens over de achtergronddepositie en de ligging en oppervlakten van habitattypen en leefgebieden van soorten is gebruik gemaakt van de volgende datasets, gedownload van het Nationaal Georegister: - __ AERIUS-koppeltabel hexagonengrid en relevante-habitats (versie oktober 2025); - __ AERIUS totale stikstofdepositie (versie oktober 2025). Beschikbare informatie Voor de instandhoudingsdoelstellingen van de in dit rapport genoemde Natura 2000 habitattypen en soorten is de website geraadpleegd: www.natura2000.nl. De informatie uit de Natura 2000-beheerplannen en Natuurdoelanalyses zijn gebruikt voor het vaststellen van mogelijke gebiedsgerichte knelpunten en oplossingen ten aanzien van de instandhoudingdoelen.

Daarbij is bij tegenstrijddigheden tussen verschillende documenten steeds het meest recente document als leidend gehanteerd. In de tekst van Hoofdstuk 4 wordt per gebied verwezen naar ‘beheerplan’, ‘natuurdoelanalyse’ of ‘advies natuurdoelanalyse’. Daarmee wordt verwezen naar de volgende bronnen: e Beheerplan Natura 2000-gebied Brabantse Wal (Provincie Noord-Brabant, 2023); e _Natuurdoelanalyse Natura 2000-gebied Brabantse Wal (Provincie Noord- Brabant, 2018); e Advies over de Natuurdoelanalyse Brabantse Wal, provincie Noord-Brabant (Ecologische Autoriteit, 2024). ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Projectbeschrijving 2.1 | Ligging | projectgebied Het | projectgebied | ligt aan | de | zuidoostkant | van | Wouw | aan | de | Bulkstraat | (Figuur | 2.1). | Het Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal | ligt | op | ongeveer | 3,7 | km | afstand | van | het | plangebied (Figuur | 2.1). | Op | 8,8 | km | afstand | ligt het | Natura | 2000-gebied | Markiezaat. | Overige | Natura 2000-gebieden | liggen | op | meer | dan | 10 | km | afstand | van | het | plangebied.

[A17 Roosendael Wöuw Heerle / Bi Figuur | 2.1 | Ligging | plangebied | (rood | omkaderd) | ten | opzichte | van | Natura | 2000-gebieden (groene | vlakken) | (Esri | Nederland, | Community | Map | Contributors | | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | | Esri Nederland, | Kadaster | | Esri Nederland, | AHN). 2.2 | Project | ‘Wouwse | Weide’, | Wouw Rho | Adviseurs | is voornemens | om | in het | plangebied | nieuwbouw | te | realiseren | bestaande uit 300 | woningen. | De | ontwikkeling | zal | gefaseerd | worden | uitgevoerd | over | 4 jaar. | De | 12 maanden | met | de | hoogste | emissie | zijn | in de | aangeleverde | Aerius-berekeningen | gebruikt als | het | maatgevend | jaar. | In de | aanlegfase | vindt | depositie | plaats | door | het | gebruik | van mobiele | werktuigen | en | bouwverkeer. | De | aannames | voor | de | invoergegevens | worden besproken | in van | der | Wielen | (2025). | In de | gebruiksfase | vindt | depositie | plaats | als gevolg ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN | DE OMGEVINGSWET % van de verkeersaantrekkende werking van het project. De woningen worden gasloos opgeleverd. Bij de berekeningen wordt geen gebruik gemaakt van intern salderen.

ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 10 Toetsingskader 3.1 | Bepaling | van | effecten | van | stikstofdepositie In Bijlage | |l wordt | achtergrondinformatie | gegeven | over | de | effecten | van | stikstofdepositie | in het | algemeen | en | de | relatie | met | beheer | en | herstelmaatregelen. | Hieronder | wordt weergegeven | op | welke | wijze | de | effecten | van | stikstof | worden | beoordeeld. Significantiebepaling Bij het | bepalen | of sprake | is van | een | kans | op | significante | gevolgen | voor | (het | behalen | van) instandhoudingsdoelen | is het | van | belang | of door | de | ingreep | de | toekomstige | oppervlakte van | het | habitat | of leefgebied, | soortenaantallen | dan | wel | kwaliteit | van | een | habitat | lager | zal worden | dan | bedoeld | in de | instandhoudingsdoelstelling | (Steunpunt | Natura | 2000, | 2010). Stikstofdepositie | heeft | geen | (direct) | effect | op | het | oppervlak | of soortenaantallen. | Wel | kan de | kwaliteit | van | habitat | of | leefgebied | afnemen | ten | gevolge | van | stikstofdepositie. Stikstofdepositie | kan | namelijk | leiden | tot vermesting | en | verzuring | van | het | ecosysteem, | wat kan | resulteren | in vergrassing, | verruiging | en | afname | van | soortenrijkdom.

| Bij | het | beoordelen van | de | kwaliteit | zijn | de | aspecten | precisie | en | veerkracht | van | belang | in | relatie | tot | de instandhoudingsdoelen. Precisie De | precisie | waarmee | de | kwaliteit | kan | worden | bepaald | kan | niet | nauwkeuriger | zijn | dan | een vermindering | met | één | klasse | zoals | beschreven | in de | profieldocumenten | (Steunpunt | Natura 2000, | 2010). | Stikstofdepositie | heeft | in potentie | effect | op | de | zuurgraad | en | voedselrijkdom van | een | habitattype | of leefgebied. Voedselrijkdom | wordt | ingedeeld | in klassen | van | zeer | voedselarm | tot | uiterst | voedselrijk | en zuurgraad | in klassen. | Van | basisch | tot zuur. | Als | het | projecteffect | mogelijk | leidt | tot | een verschuiving | naar | een | andere | voedselrijkdom- | of zuurgraadklasse | kan | sprake | zijn | van significant | negatieve | effecten | op | het | betreffende | habitattype | (Ministerie | van | economische zaken, | 2014; | Steunpunt | Natura | 2000, | 2010). Stikstofdepositie | wordt | berekend | in mol | N/haíjr. | De | gevoeligheid | van | een | habitattype | voor stikstof | is bepaald | op | basis | van | de | kritische | depositiewaarde | (KDW). | De | KDW | is bepaald in eenheden | (stappen) | van | 1 kilo | (70 | mol).

| Als | de | achtergronddepositie | hoger | is dan | de KDW | is sprake | van | een | overbelaste | situatie | en | kunnen | significant | negatieve | effecten optreden. | Vanuit | voorzorg | wordt | bij de | effectbeoordeling | uitgegaan | van | een | naderende overbelasting | waarbij | een | marge | van | 70 | mol | wordt | gehanteerd. | Bij | de | bepaling | van ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 11 TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET KADER | VAN DE | OMGEVINGSWET ed 3.2 significantie zal moeten worden beoordeeld of de projectbijdrage leidt tot een wezenlijke verandering in de (trend van de) achtergronddepositie. Ontwikkeling en actuele kwaliteit: Gegevens over de actuele kwaliteit en (autonome) ontwikkeling zijn ontleend aan het Natura 2000 beheerplan en de Natuurdoelanalyse en is aangevuld met actuele informatie uit het veld. Veerkracht en kwaliteit Bij de beoordeling van kwaliteit is het wenselijk om rekening te houden met de veerkracht van het ecosysteem. Belangrijk bij de beoordeling van kwaliteit is dat een afname die door natuurlijke fluctuaties van het gebied kan worden opgevangen per definitie niet significant is (Steunpunt Natura 2000, 2010). Als het projecteffect een (negatief) effect heeft op het langjarig gemiddelde kan wél sprake zijn van een significant negatief effect.

Beheer en herstelmaatregelen dragen bij aan de veerkracht van een gebied. Regulier beheer is belangrijk voor de instandhouding van een habitattype. De projectbijdrage mag geen invloed hebben op het rendement van beheermaatregelen en niet leiden tot de noodzaak voor intensiever beheer of aanvullende maatregelen. Herstelmaatregelen worden uitgevoerd met het doel de kwaliteit en oppervlak van een habitattype te verbeteren. Met herstelmaatregelen die aantoonbaar bijgedragen aan instandhoudings- doelen worden onder andere de effecten van een hoge stikstoflast aangepakt. De projectbijdrage mag geen invloed hebben op het rendement van de uitgevoerde herstelmaatregelen en dus niet leiden tot de noodzaak voor extra maatregelen. Om de veerkracht van een gebied beter in beeld te brengen dient te worden bepaald wat de sleutelfactoren zijn die bepalend zijn voor de kwaliteit (en ten dele ook veerkracht). Op basis van de impact die sleutelfactoren hebben op de kwaliteit kan worden vastgesteld wat de rol is van stikstofdepositie in het behouden of behalen van een goede kwaliteit habitat. Instandhoudingsdoelen Voor de instandhoudingsdoelen per Natura 2000-gebied wordt verwezen naar https://www.natura2000.nl/gebieden. Hier zijn de doelen per gebied aangegeven zoals opgenomen in de aanwijsbesluiten en de wijzigingsbesluiten.

In het geval van een behoudsdoelstelling zal moeten worden beoordeeld of de kwaliteit zoals bepaald in de begintoestand (bij aanwijzing van het gebied) is gewaarborgd. Bij een verbeterdoelstelling moet worden tevens worden beoordeeld of de genoemde verbetering niet wordt belemmerd door de projectbijdrage. In het Natura 2000-beheerpan zijn de instandhoudingsmaatregelen aangegeven om de kwaliteit te verbeteren of te behouden. Voor de effectbepaling is van belang of de project- bijdrage invloed heeft op de instandhoudingsmaatregelen, zodanig dat de additionele depositie beperkend is voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. Proces van beoordelen De ecologische beoordeling toetst (op basis van de AERIUS-uitkomst) op de onderstaande vragen: ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 12 ed Wat is het projecteffect op de ontwikkeling van de achtergronddepositie en overschrijding van de kritische depositiewaarde”? a. Heeft de additionele hoeveelheid stikstof als gevolg van dit project invloed op de ontwikkeling van de achtergronddepositie? b. Is er in het gebied met additionele depositie sprake van overschrijding van de kritische depositiewaarde? Wat zijn de instandhoudingsdoelen en wat is de kwaliteit van de relevante habitattypen en leefgebieden? c.

Is voor het habitattype/leefgebiedtype een verbeter- of uitbreidingsdoelstelling opgenomen? d. Wat is de huidige kwaliteit van het habitattype/leefgebiedtype ter plekke van de projectbijdrage”? e. Is de kwaliteit onvoldoende, wat zijn dan de knelpunten ten aanzien van vegetatie, structuur en functie, typische soorten en abiotiek, en is er een relatie tussen deze knelpunten en stikstof? Wat zijn de instandhoudingsmaatregelen voor de relevante habitattypen en leefgebieden? a. Zijn er reguliere beheermaatregelen van toepassing gericht op behoud of verbetering van de kwaliteit? b. Zijn er herstelmaatregelen uitgevoerd of in uitvoering gericht op behoud of verbetering van de kwaliteit? Is additionele stikstofdepositie (al dan niet in cumulatie met andere bekende projecten) beperkend voor het behalen van de instandhoudingsdoelen? a. Heeft de additionele stikstofdepositie als gevolg van dit project of in cumulatie met andere bekende projecten een reëel effect op de effectiviteit van het reguliere beheer? b.

Heeft de additionele stikstofdepositie als gevolg van dit project of in cumulatie met andere bekende projecten een reëel effect op de effectiviteit van de herstelmaatregelen? Met andere woorden heeft het project (in cumulatie met andere vergunde, maar nog niet gerealiseerde projecten) een reëel effect op de stikstofhuishouding van een habitat of leefgebied in relatie tot beheer- en herstelmaatregelen voor dat habitat of leefgebied? In het geval dat significant negatieve effecten ten gevolge van de projectbijdrage niet kunnen worden uitgesloten is de volgende vraag van toepassing: Is het nodig om aanvullende maatregelen te nemen als gevolg van de additionele stikstofdepositie van dit project? Met andere woorden is mitigatie dan wel compensatie nodig om negatieve effecten te voorkomen? ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 13 4 | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal 41 | Reikwijdte | projectbijdrage | stikstofdepositie | project | Wouwse | Weide’ | Wouw Als | gevolg | van | de | realisatiefase | vindt | een | depositie | plaats | van | maximaal | 0,02 | mol | N/ha | op het | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal | (Figuur | 4.1). | In | de | gebruiksfase | is sprake | van | een depositie | van | maximaal | 0,01 | mol | N/ha | op | hetzelfde | Natura | 2000-gebied.

| Uit de | AERIUS- berekening | volgt | dat | er | geen | deposities | zijn | op | herstelhexagonen | of op | andere | gebieden (Bijlage | II en | IV). Depositie (mol/ha/jr) ® | --2o00 | 0,00-1,07 | | d ® | -20,00--10,00 | ® | 107-286 | © | -10,00--5,00 | ©® | 286-5,00 ® | 500-286 | ©® | 5,00-10,00 GD | -286--1,07 | © | zo,00-20,00 =1,07-0,00 | ® | 220,00 Figuur | 4.1 | Spreiding | van | de | depositie | op | hexagonen | waarbinnen | overbelaste | habitattypen | of leefgebiedtypen | aanwezig | zijn, | als | gevolg | van | de | aanlegfase | van | het nieuwbouwproject | (Bron: | AERIUS-calculator | 2025.0. | 1). — | en | 1 | 2.2 4.2 | Precisie | bijdrage | ontwikkeling | achtergronddepositie | vraag | $ De | stikstofdepositie | wordt | berekend | in mol | N/ha/jr. | De | gevoeligheid | van | een | habitattype voor | stikstof | is bepaald | op | basis | van | de | KDW. | De | KDW | is bepaald | in eenheden | van | 1 kilo, ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 14 TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN DE OMGEVINGSWET ed dit | komt | overeen | met | stappen | van | 70 | mol. | De | projectbijdrage | als | gevolg | van | de | aanlegfase van | het | project | ‘Wouwse | Weide’ | bedraagt | maximaal | 0,02 | mol | N/ha/jr | en | in | de | gebruiksfase maximaal | 0,01 | mol | N/haíjr | (Bijlage | III en | IV).

| De | maximale | bijdrage | (0,03% | van | 70 | mol) leidt | niet | tot | een | reële | verschuiving | van | de | achtergronddepositie | met | een | toename | van | de mate | van | overbelasting | van | de | KDW. | De | bijdrage | is dermate | beperkt | dat | ze | geen | wezenlijk effect | heeft | op | de | trend | in achtergronddepositie. | De | additionele | stikstofdepositie | als | gevolg van | het | nieuwbouwproject | heeft | daarmee | geen | reëel | effect | op | de | mate | van | overschrijding van | de | KDW | en | duur | van | deze | overschrijding | in | de | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal. 4.3 | Effecten | op | de | trend | in | achtergronddepositie Achtergronddepositie De | achtergronddepositie | in Brabantse | Wal | varieert | van | 1.404 | mol | N/haíjr | tot ca. | 2.008 | mol N/ha/jr | (Figuur | 4.2). | Voor | bijna | het | gehele | gebied | geldt | dat | de | kritische | depositiewaarde (KDW) | tenminste | twee | keer | wordt | overschreden | door | de | ADW. | Slechts | op | enkele - hexagonen | is de | depositie | relatief | laag, | tussen | de | 850 | 1.260 | mol | N/hajr. De | hoogste | regionale | bijdrage | wordt | geleverd | door | de | landbouw | (AERIUS | Monitor | 2025). Voor | de | periode | 2020 | tot 2023 | geeft | AERIUS | Monitor | een | dalende | depositie | in Brabantse Wal | aan | van | 111 | mol | N/ha.

| Dit | neemt | niet | weg | dat | hier | nog | steeds | sprake | is | van | een overbelaste | situatie | voor | de | meeste | habitattypen | en | leefgebieden | (Tabel | 4.1). Relevante | habitattypen Brabantse | Wal | is aangewezen | voor | acht | habitattypen, | twee | habitatrichtlijnsoorten | en | zes broedvogels | (Bijlage | II). | Op | vijf leefgebiedtypen | wordt | als | gevolg | van | de | realisatiefase | de KDW | ter | plaatse | van | de | projectbijdrage | overschreden | (Tabel | 4.1). | In de | gebruiksfase | vindt een | maximale | depositie | van | 0,01 | mol | N/híjr | op | dezelfde | vijf | leefgebieden | plaats. | De projectbijdrage | daarop | wordt | hieronder | per | leefgebied | besproken. | Significant | nadelige gevolgen | op | de | overige | leefgebiedtypen | en | alle | habitattypen | zijn | op | voorhand | uitgesloten, daar | de | projectbijdrage | inclusief | de | achtergronddepositie | niet | leidt | tot | een | (naderende) overschrijding | van | de | KDW.

Tabel | 4.1 | Maximale | projectbijdrage | ten | gevolge | van | de | realisatiefase | van | het | project | in | op Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal | per | habitattypelleefgebied | ter | plaatse | van overbelasting, | inclusief | het | totaaloppervlak | (ha), | KDW, | mate | van | overbelasting, oppervlakte | (naderende) | overbelasting | ter | plaatse | van | de | projectbijdrage | (ha) | en de | maximale | projectbijdrage | ter | plaatse | van | overbelast | oppervlak | (Berekend | met GIS). | Habitattypen | en | leefgebieden | waarop | geen | depositie | is berekend, | zijn | niet | in deze | tabel | opgenomen. KDW | Max | ADW | Over- | Project- | Opp. | Pojectbijdrage Habitattype/ | Opp. | schrijdin | g | bijdrage | overbelast | + | t.p.v.

Leefgebiedtype | (ha) | (mol | (mol | (mol | projectbijdrage | overbelasting Nihaljr) Ù | __N/haljr) | | ij d ) | (ha) | (mol | N/haljr) N/haljr) L4030 | 196,9 | _ | 714 | 2.110 | 100% | 0,02 | 57,2 | 0,02 Lg04 | 29,5 | 1.071 | 2.007 | 62% | 0,02 | 13,3 | 0,02 Lg09 | 52,7 | 1.000 | 2.084 | 85% | 0,02 | 16,1 | 0,02 ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 15 TOETSING | EFFECTEN | OP | BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN | DE | OMGEVINGSWET ed La13 | 3.097,4 | 1.071 | 3.584 | 100% | 0,02 | 1.305,8 | 0,02 Lg14 | 391,2 | 1.071 | 2.653 | 100% | 0,02 | 141,0 | 0,02 Depositie \mol/ha/jr) 0,00 tot 700,00 __700,00 | tot 980,00 980,00 | tot 1.260,00 @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® 1.260,00 tot 1-540,00 he, | @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® 1 520,ootot 1.960,00 @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® @® :260.00tot 2.240,00 ® | -22:000 Figuur | 4.2 | Achtergronddepositie | in mol/ha/ | in | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal | (AERIUS- Calculator, | 2025). 44 | Actualiteit | gegevens Over | de | huidige | kwaliteit | en | trend | van | de | habitat- | en | leefgebiedtypen | in Brabants | Wal | is momenteel | weinig | bekend.

| De | Natuurdoelanalyse | refereert | voor | de | kwaliteit | van | de habitat- | en | leefgebiedtypen | naar | het | beheerplan | opgesteld | in | 2018, | waarin | de | kwaliteit | is afgeleid | van | een | habitatkartering | uit 2012. | De | aspecten | ‘vegetatie’, | ‘abiotiek’ | en | ‘structuur en | functie’ | worden | in het | beheerplan | niet | behandeld, | maar | worden | in de | Natuurdoelanalyse wel | deels | besproken. | In | de | Natuurdoelanalyse | is | de | trend | van | de | kwaliteit | echter | alleen gebaseerd | op | het | aspect | ‘typische | soorten’. | Voor | bepaling | van | de | trend | is | in | de Natuurdoelanalyse | een | vergelijking | gemaakt | tussen | gegevens | uit | het | rapport | ‘Typische soorten | van | Brabantse | habitats | en | hun | aan- | of aanwezigheid | in | 8 Natura | 2000 | gebieden’ (Provincie | Noord-Brabant, | 2010) | en | waarnemingsdata | uit | de | Nationale | Databank | Flora | en Fauna | (NDFF) | gedurende | de | periodes | 2010-2017 | en | 2018-2022. | Voor | het | ophalen | van gegevens | uit | de | NDFF | is alleen | gekeken | naar | het | voorkomen | van | typische | soorten | binnen het | Natura | 2000-gebied | en | niet | naar | het | voorkomen | van | typische | soorten | in de | betreffende habitattypen.

| De | trend | in | typische | soorten | schetst | dus | enkel | en | alleen | een | mogelijke verwachting | van | de | trend. ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 16 TOETSING | EFFECTEN | OP | BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN | DE | OMGEVINGSWET ed 441 L4030 — Droge Heide De KDW van het leefgebiedtype Droge heide wordt op het gehele oppervlak (197 ha) overschreden (Tabel 4.1). Op 57,2 hectare overbelast oppervlak vindt een tijdelijke projectbijdrage plaats van maximaal 0,02 mol N/haíjr. Structureel vindt een bijdrage van 0,01 mol N/ha/jr plaats. Het leefgebiedtype Droge Heide is in de Brabantse Wal aangewezen voor de habitatdoelsoorten boomleeuwerik en _nachtzwaluw (Gebiedsanalyse). Instandhoudingsdoelen en kwaliteit habitat (vraag 2 83.2) De doelstelling voor boomleeuwerik is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 100 broedparen. Over het aantalsverloop op de Brabantse Wal is weinig bekend. Gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding als broedvogel (Sovon.nl) is behoud voldoende. Het gebied levert voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie (NDA). De Natuurdoelanalyse stelt dat de instandhoudingsdoelen voor boomleeuwerik binnen handbereik zijn (een ‘ja, mits’ conclusie).

De doelstelling voor nachtzwaluw is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 80 broedparen. De afgelopen jaren is het aantal territoria ver boven het streefaantal gestegen, vermoedelijk doordat regelmatig bosopslag wordt verwijderd waardoor open plekken ontstaan waar de nachtzwaluw graag broedt. Er is sprake van een positieve trend. De Natuurdoelanalyse stelt dat de instandhoudingsdoelen voor nachtzwaluw binnen handbereik zijn (een ‘ja, mits’ conclusie). Stikstof vormt een knelpunt met betrekking tot het broedbiotoop van de nachtzwaluw, omdat het vermestende effect van stikstof leidt tot het versneld dichtgroeien van open zandig terrein met grassen en boomopslag. Ook leidt stikstofdepositie in overbelaste gebieden tot strooiselaccumulatie en een afnemend voedselaanbod en afnemende kwaliteit. Instandhoudingsmaatregelen (vraag 3 83.2) De afgelopen beheerperiode zijn verschillende maatregelen uitgevoerd ten gunste van het leefgebied (NDA): - Ter bevordering van uitbreiding van het oppervlak is een open verbinding gecreëerd tussen de Steertse Heide en De Groote Meer. - Ter verbetering van de bodemchemie, de standplaatscondities en dynamiek wordt in het leefgebied geplagd, gezeefd, gefreesd, geëgd, gechopperd, bos gekapt en opslag verwijderd.

-__Om de mate van verstoring te beperken, is in het gebied zonering aangebracht. - Om de robuustheid van het gebied te herstellen, worden momenteel de mogelijkheden verkend om ontsnippering van eigendommen tegen te gaan. - Voor het plaggen van heideterreinen met voornamelijk struikheide geldt dat per ingreep eens in de 30 jaar 934,5 kg N/ha/jr (65.415 mol N/ha/jr) aan stikstof wordt afgevoerd (Härdtle et al., 2009). ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 17 ed 442 Conclusie projecteffect (vragen 4en 5 83.2) Op de Brabantse Wal is ondanks de overbelasting sprake van leefgebied van goede kwaliteit, het gebied levert voldoende draagkracht voor het behalen van de streefaantallen. De instandhoudingsdoelen liggen binnen bereik. Wel vormt stikstof een knelpunt met betrekking tot het broedbiotoop van de nachtzwaluw, omdat het vermestende effect van stikstof leidt tot het versneld dichtgroeien van open zandig terrein met grassen en boomopslag. Ook leidt stikstofdepositie in overbelaste gebieden tot strooiselaccumulatie en een afnemend voedselaanbod- en kwaliteit. Er worden verschillende beheer- en herstelmaatregelen uitgevoerd om de kwaliteit te waarborgen en natuurlijke successie terug te zetten.

Met deze maatregelen worden jaarlijks grote hoeveelheden stikstof (meerdere kmol N/ha) uit het systeem verwijderd. Een tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,02 en een structurele bijdrage van 0,01 mol N/ha/jr heeft geen effect op (de effectiviteit van) deze beheer- en herstelmaatregelen. De instandhoudingsdoelstellingen voor het leefgebied Droge Heide en de daaraan verbonden soorten (boomleeuwerik, nachtzwaluw) liggen binnen bereik, maar stikstof blijft wel een knelpunt (Natuurdoelanalyse). Het treffen van ingrijpende systeem- en bronmaatregelen blijft noodzakelijk (Advies natuudoelanalyse). Deze maatregelen leiden (o.a.) tot het terugdringen van de lokale achtergronddepositie met enkele honderden mol N. De structurele bijdrage ten gevolge van dit project verzwaart deze opgave niet. Een tijdelijke bijdrage van maximaal 0,02 mol N/ha en een structurele projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/haíjr heeft geen significant effect op de trend van de achtergronddepositie en ook niet op toekomstige maatregelen om de achtergronddepositie te verlagen. De projectbijdrage staat daarmee het behalen van de instandhoudingsdoelen niet in de weg. Lg04 — Zuur ven De KDW van het leefgebiedtype Zuur ven wordt op 62% van het gehele oppervlak (30 ha) overschreden (Tabel 4.1). Op 13,3 ha overbelaste oppervlak vindt een tijdelijke projectbijdrage plaats van maximaal 0,02 mol N/ha.

De maximale structurele depositie is 0,01 mol N/hajr. Het leefgebied Zuur ven is in de Brabantse Wal aangewezen voor dodaars en geoorde fuut, welke beide zijn aangemerkt als potentieel stikstofgevoelig (Gebiedsanalyse). Instandhoudingsdoelen en kwaliteit habitat (vraag 2 83.2) De doelstelling voor dodaars is behoud van omvang van het leefgebied en verbetering van de kwaliteit, met een draagkracht voor een populatie van ten minste 40 broedparen. De trend is stabiel tot negatief, het streefaantal van 40 wordt alleen behaald in natte jaren. De Natuurdoelanalyse stelt dat de instandhoudingsdoelen niet binnen bereik zijn (Nee, tenzij- oordeel). Verdroging vormt het grootste knelpunt met betrekking tot het broedsucces van dodaars. Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet worden uitgesloten (NDA). Indien wateren periodiek droogvallen, kunnen de vermestende en verzurende effecten van stikstof leiden tot verruiging de oevervegetaties, waardoor nestgelegenheid ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 18 ed afneemt. Andere knelpunten zijn menselijke verstoring en de aanwezigheid van watercrassula. De doelstelling voor geoorde fuut is behoud van omvang van het leefgebied en verbetering van de kwaliteit, met een draagkracht voor een populatie van ten minste 40 broedparen.

Enige achteruitgang in draagkracht van het leefgebied ten gunste van het habitattype Zwakgebufferde vennen (H3130) is toegestaan. De aantallen territoria van geoorde fuut wisselen sterk tussen de jaren. Dit wordt in belangrijke mate verklaard door droogval van de vennen voor of tijdens de broedperiode (Van der Linden et al, 2015). De soort kan broeden in het habitat H3130. De actuele kwaliteit is matig en de trend is deels stabiel. De Natuurdoelanalyse stelt dat de instandhoudingsdoelen niet binnen bereik zijn (Nee, tenzij- oordeel). Indien sprake is van verdroging, is het leefgebied gevoelig voor atmosferische stikstofdepositie. Instandhoudingsmaatregelen (vraag 3 $3.2) De afgelopen beheerperiode zijn er verschillende maatregelen uitgevoerd ten behoeve van het herstellen van de hydrologie (NDA): - greppels, grachten en watergangen zijn gedempt en/of opgeschoond; -__ voor de Steertse Heide & Groote Meer is een stappenplan opgesteld om de aanvoer van voldoende water van gewenste kwaliteit duurzaam te herstellen; -__ tegen het Kleine Meer is de afgelopen jaren een ven aangelegd; -__ het Moerven is ingericht; - het gebied Jagersrust is aangekocht met het doel om in te richten als EHS. In het inrichtingsplan wordt gesproken van het aanleggen van een ven, aanpassen afwateringsstructuur, dempen van greppels en het dempen van de watergang vanaf Kleine meer tot aan de N289.

Ter uitbreiding en verbetering van de kwaliteit wordt door Evides jaarlijks gekeken om minder grondwater te onttrekken voor de productie van drinkwater. Ook wordt gemaaid, geplagd en bos langs de randen van vennen verwijderd (NDA). Met het verwijderen van biomassa worden jaarlijks grote hoeveelheden stikstof uit het gebied verwijderd. De afvoer aan stikstofdepositie bij het plaggen en maaien van duinvalleien zal vergelijkbaar zijn met maaien en plaggen langs de randen van zwakgebufferde vennen. Van den Berg et al. (2019) stelt dat met het onthouten 500 tot 1.300 mol N/ha uit het systeem wordt afgevoerd, met plaggen 39.000 tot 165.000 mol N/ha en met maaien en afvoeren 1.000 tot 4.000 mol N/ha. Bovenstaande maatregelen zijn echter niet genoeg om de effecten van stikstofdepositie te compenseren (Natuurdoelanalyse). De Natuurdoelanalyse geeft aan dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Volgens het Advies natuurdoelanalyse zijn ingrijpende bron- en systeemmaatregelen nodig. Deze maatregelen zijn (deels) gericht op het verlagen van de ADW.

Dit betreffen: -__ het verminderen van de totale depositie door het nemen van bronmaatregelen; - __ het bekalken van het inzijggebied; - het verwijderen van voedselrijke sliblagen uit de watergangen en vennen in het toestroomgebied en de Kleine Meer; ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 19 ed - het | voorkomen | van | concurrentie | van | de | drijvende | waterweegbree | met | andere waterplanten; - het | borgen | van | voldoende | voedselarm | water | op | potentiële | groeiplaatsen; -__ het | aanleggen | van | een | bosmantel | om | het | Natura | 2000-gebied | heen | om | stikstof | in te vangen; -__ het | inplanten | van | (naald)bomen | rondom | het | bedrijven-/industrieterrein | om | stikstof in te vangen; - het | aanbieden | van | beheerpakketten | in | aangrenzend | landbouwgebied | m.b.t. gewaskeuze, | bemesting, | waterberging, | etc. Effectbeoordeling | (vragen | 4 en | 5 83.2) In de | Brabantse | Wal | wordt | de | KDW | voor | het | leefgebiedtype | Zuur | ven | overschreden. | Bij dergelijke | overschrijdingen | wordt | het | leefgebied | in geval | van | droogte | minder | geschikt | voor de | aangewezen | doelsoorten | dodaars | en | geoorde | fuut. | Afhankelijk | van | de | droogte | worden de | streefaantallen | van | dodaars | en | geoorde | fuut | bereikt.

| De | tijdelijke | projectbijdrage | van maximaal | 0,02 | mol | N/ha | en | de | structurele | bijdrage | van | maximaal | 0,01 | mol | N/haíjr | zal | niet leiden | tot | een | reële | verslechtering | van | het | leefgebied | van | geoorde | fuut | en | dodaars. | De belangrijkste | knelpunten | hangen | niet | samen | met | stikstofdepositie, | maar | met | hydrologie (verdroging). Om | het | gebied | geschikt | te | houden | voor | de | doelsoorten | worden | lokaal | verschillende beheer- | en | herstelmaatregelen | getroffen. | Desondanks | geeft | de | Natuurdoelanalyse | aan | dat de | instandhoudingsdoelen | met | het | huidige | maatregelenpakket | niet | kunnen | worden gehaald. | De | hoge | achtergronddepositie | is | daarbij | een | beperkende | factor. | Aanvullende maatregelen | zijn | nodig | behoud | van | populatieomvang | en | verbetering | van | kwaliteit | mogelijk te | maken. | Dit | betreft | hydrologische | maatregelen, | maar | ook | maatregelen | met | als | doel | het terugdringen | van | de | lokale | achtergronddepositie | met | enkele | honderden | mol | N. | Een tijdelijke | depositie | van | 0,02 | mol | N/ha/jr | en | een | structurele | depositie | van | 0,01 | mol | N/ha/jr hebben | geen | wezenlijke | invloed | op | bovengenoemde | maatregelen. | Het | treffen | van mitigerende | maatregelen | is | bovendien | niet | zinvol.

| Om | de | verzurende | en | vermestende effecten | van | 0,02 | mol | N/haíjr | tegen | te | gaan | moet | periodiek | minder | dan | 1 | m? | ven(rand) worden | gemaaid, | onthout, | geplagd | of | eens | in de | 15 jaar | 0,1 | m? | sliblaag | worden | verwijderd. Dergelijke | maatregelen | worden | niet | zinvol | geacht. | De | projectbijdrage | zal | ook | niet | leiden tot een | significante | afname | (of beperking | in verbetering) | van | de | kwaliteit | van | het | leefgebied. Daarvoor | is de | projectbijdrage | (0,001% | van | de | maximale | ADW) | niet | hoog | genoeg. Significant | negatieve | effecten | op | leefgebied | Zuur | ven | en | de | instandhoudingsdoelen | van de | daaraan | verbonden | soorten | in Brabantse | Wal | zijn | uitgesloten. — 44.3 | Lg09 | Droog | struisgrasland De | KDW | van | het | leefgebiedtype | Droog | struisgrasland | wordt | op | 85% | van | het | oppervlak overschreden | (Tabel | 4.1). | Op | 16,1 | hectare | overbelast | oppervlak | vindt | een | projectbijdrage plaats | van | maximaal | 0,02 | mol | N/hajr. | De | structurele | bijdrage | bedraagt | maximaal | 0,01 | mol ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 20 TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET KADER | VAN DE | OMGEVINGSWET ed N/haljr.

| Het | leefgebied | Droog | struisland | is | in | de | Brabantse | Wal | aangewezen | voor boomleeuwerik | en | nachtzwaluw, | beide | aangemerkt | als | potentieel | stikstofgevoelig (Gebiedsanalyse). | Voor | de | instandhoudingsdoelen, | kwaliteit | habitat, | beheer- | en herstelmaatregelen | en | beoordeling | van | effecten | door | het | project | in relatie | tot | nachtzwaluw wordt | verwezen | naar | paragraaf | 4.4.1 | (Droge | heiden). | De | conclusie | is dat | een | tijdelijke bijdrage | van | maximaal | 0,02 | mol | N/ha | en | een | structurele | projectbijdrage | van | maximaal | 0,01 mol | N/haljr | geen | significant | effect | heeft | op | de | trend | van | de | achtergronddepositie | en | ook niet | op | toekomstige | maatregelen | om | de | achtergronddepositie | te | verlagen. | De projectbijdrage | staat | daarmee | het | behalen | van | de | instandhoudingsdoelen | niet | in de | weg. — 444 | Lg13 | Bos | van | arme | zandgronden De | KDW | van | het | leefgebied | Bos | van | arme | zandgronden | wordt | op | het | gehele | oppervlak (3.097 | ha) | overschreden | (Tabel | 4.1). | Op | 1.305,8 | ha | overbelaste | oppervlak | vindt | een projectbijdrage | plaats | van | maximaal | 0,02 | mol | N/ha. | Structureel | vindt | een | bijdrage | van maximaal | 0,01 | mol | N/haíjr | plaats.

| Het | leefgebied | Bos | van | arme | zandgronden | is | in | de Brabantse | Wal | aangewezen | voor | nachtzwaluw | en | zwarte | Specht, | beide | aangemerkt | als potentieel | stikstofgevoelig | (Gebiedsanalyse). Instandhoudingsdoelen | en | kwaliteit | habitat | (vraag | 2 83.1) Voor | de | instandhoudingsdoelen, | kwaliteit | habitat, | beheer- | en | herstelmaatregelen | en beoordeling | van | effecten | door | het | project | in relatie | tot | nachtzwaluw | wordt | verwezen | naar paragraaf | 4.4.1 | (Droge | heiden). Voor | zwarte | specht | geldt | behoud | van | omvang | en | kwaliteit | van | het | leefgebied | met | een draagkracht | voor | een | populatie | van | ten | minste | 40 | broedparen. | In de | periode | 2013-2015 werd | dit | streefaantal | nog | gehaald, | maar | over | de | huidige | aantallen | is geen | informatie bekend | (https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000128). | De | trend | is | onzeker: | waar | de aantallen | zwarte | specht | in de | jaren | '70 | en | '80 | flink | waren | toegenomen | door | het | groeiend aandeel | dood | hout | als | gevolg | van | stormen | en | branden, | zijn | de | aantallen | deze | eeuw | weer gedaald. | Met | veroudering | van | het | bos | zal | het | aandeel | dood | hout | op | natuurlijke | wijze | verder toenemen.

| Stikstofdepositie | kan | echter | leiden | tot | verdichting | en | verbraming | van | het | bos, waardoor | dode | boomstronken | met | bostorren | moeilijker | bereikbaarder | worden. | De verdichting | van | de | struiklaag | in bossen | zorgt | daarnaast | voor | schaduw | en | een | vochtiger microklimaat | met | negatieve | gevolgen | voor | rode | bosmieren | (Bult, | 2018). | Afnemende voedselbronnen | leiden | er | vervolgens | toe | dat | de | zwarte | specht | zelf | ook | gevoeliger | wordt voor | predatie | door | havik | en | boommarter. | Voor | instandhouding | van | zwarte | specht | is | het instellen | en/of | continueren | van | zorgvuldig | beheer | in oude | boskernen | noodzakelijk, | evenals — | — het | behoud | en | beheer | van | oude | boomlanen | met | vooral | beuk. | In | overleg | met | de boseigenaren | wordt | het | bosbeheer | afgestemd | op | alle | doelen. | Voor | de | zwarte | specht | geldt dat | het | halen | van | de | doelen | nog | niet | in zicht | is (nee, | tenzij’ | conclusie | in de | NDA) ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 21 TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN | DE OMGEVINGSWET ed Instandhoudingsmaatregelen (vraag 3 83.2) De afgelopen jaren zijn in de Brabantse Wal verschillende maatregelen uitgevoerd ten gunste van de zwarte specht.

Om meer rust te creëren voor de soorten is in het gebied zonering aangebracht. Verder wordt er geplagd, gezeefd, gefreesd, geëgd, gechopperd, bosopslag verwijderd en bos gekapt om de bodemchemie, standplaatscondities en de dynamiek te verbeteren. Bovenstaande maatregelen zijn echter niet genoeg om de effecten van stikstofdepositie te compenseren (Natuurdoelanalyse). De Natuurdoelanalyse geeft aan dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Het Advies Natuurdoelanalyse stelt dat ingrijpende systeem en bronmaatregelen nodig zijn. Deze maatregelen zijn (deels) gericht op het verlagen van de ADW. Dit betreffen: - het verminderen van de totale depositie door het nemen van bronmaatregelen; - het borgen van aanwezigheid voedselarm water op potentiële groeiplaatsen; - het aanleggen van een bosmantel om het Natura 2000-gebied heen om stikstof in te vangen; - het inplanten van (naald)bomen rondom het bedrijven/industrieterrein om stikstof in te vangen; - het aanbieden van beheerpakketten in aangrenzend landbouwgebied m.b.t. gewaskeuze, bemesting, waterberging etc. Conclusie projecteffect (vragen 4 en 5 83.2) Op de Brabantse Wal is ondanks de overbelasting sprake van voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie van nachtzwaluw en zwarte specht. Wel leidt stikstof in overbelaste gebieden tot strooiselaccumulatie en een afnemend voedselaanbod en -kwaliteit.

Er worden verschillende beheer- en herstelmaatregelen uitgevoerd om de kwaliteit te waarborgen. Een tijdelijke bijdrage van maximaal 0,02 mol N/ha en een structurele projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/haíjr heeft geen effect op (de effectiviteit van) deze beheer- en herstelmaatregelen. Ondanks dat in de Brabantse Wal voldoende draagkracht is voor een doelpopulatie zwarte specht geeft de Natuurdoelanalyse aan dat de instandhoudingsdoelen voor zwarte specht met het huidige maatregelenpakket niet kunnen worden gehaald. Het doelaantal voor nachtzwaluw wordt gehaald, maar ook voor deze soort blijft stikstof een belangrijk knelpunt (Natuurdoelanalyse). Voor beide soorten geldt dus dat de hoge achtergronddepositie een drukfactor is. Naast het treffen van bronmaatregelen geldt voor zwarte specht dat ook aanvullende maatregelen nodig zijn om uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit mogelijk te maken. Deze maatregelen leiden (o.a.) tot het terugdringen van de lokale achtergronddepositie met enkele honderden mol N. De tijdelijke- en structurele bijdrage van respectievelijk 0,02 mol N/ha/jr en 0,01 mol N/ha/jr verzwaart deze opgave niet. De projectbijdrage zal evenmin leiden tot een significante afname van de kwaliteit van het leefgebied van zwarte specht en nachtzwaluw. Daarvoor is de projectbijdrage (O,0006% van de maximale ADW) niet hoog genoeg.

Significant negatieve effecten op leefgebied Bos van arme zandgronden en de instandhoudingsdoelen van de daaraan verbonden soorten in Brabantse Wal zijn uitgesloten. ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 22 ed 44.5 Lg14 — Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden De KDW van het leefgebied Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden wordt op het gehele oppervlak (391 ha) overschreden (Tabel 4.1). Op 141,0 ha vindt een projectbijdrage plaats van maximaal 0,02 mol N/ha. De structurele bijdragre is maximaal 0,01 mol N/hafjr. Het leefgebied Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden is in de Brabantse Wal aangewezen voor zwarte specht, aangemerkt als potentieel stikstofgevoelig. Voor de instandhoudingsdoelen, kwaliteit leefgebied, knelpunten, beheer- en herstelmaatregelen en conclusies ten aanzien van zwarte specht zie onder Lg13. De conclusie is dat een tijdelijke bijdrage van maximaal 0,02 mol N/ha en een structurele projectbijdrage van maximaal 0,01 mol N/haijr geen significant effect heeft op de trend van de achtergronddepositie en ook niet op toekomstige maatregelen om de achtergronddepositie te verlagen. De projectbijdrage staat daarmee het behalen van de instandhoudingsdoelen niet in de weg.

ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 23 % 5 | Conclusie Het | nieuwbouwproject | ‘Wouwse | Weide’ | in Wouw | levert | levert | in de | realisatiefase | een maximale | projectbijdrage | van | 0,02 | mol | N/ha | op | verschillende | (naderend | overbelaste) leefgebiedtypen | in | de | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal. | In | de | gebruiksfase | wordt maximaal | 0,01 | mol | N/ha | op | dit Natura | 2000-gebied | berekend. | Op | habitattypen | of andere Natura | 2000-gebieden | is geen | projectbijdrage | berekend. De | projectbijdrage | is | beperkt | (0,05% | van | de | gemiddelde | jaarlijkse | afname | van | de achtergronddepositie | in de | periode | 2020-2023). | Een | reëel | effect | op | de | (trend | van | de) achtergronddepositie | is uitgesloten. Voor | de | hier | beoordeelde | leefgebieden | gelden | voor | de | aangewezen | soorten behouddoelstellingen | voor | de | omvang | van | het | leefgebied | (alle | soorten) | en | zowel | behoud- (nachtzwaluw, | boomleeuwerik | en | zwarte | specht) | als | verbeterdoelstelling | (geoorde | fuut | en dodaars) | ten | aanzien | van | de | kwaliteit | van | het | leefgebied.

| De | instandhoudingsdoelen | zijn voor | een | deel | van | de | soorten | (dodaars, | geoorde | fuut | en | zwarte | specht) | niet | binnen | bereik (Nee-tenzij’ | conclusie | in de | Natuurdoelanalyse). | Aanvullende | maatregelen | zijn | nodig | om de | kwaliteit | te | verbeteren. | Dit | betreffen | voornamelijk | hydrologische | maatregelen | en bronmaatregelen | om | de | achtergronddepositie | terug | te dringen. De | projectbijdrage | van | maximaal | 0,02 | mol | N/ha/jr | vindt | plaats | op | locaties | waar | de | kwaliteit onder | druk | staat | door | (onder | andere) | een | te | hoge | atmosferische | stikstofdepositie. | De beperkte | projectbijdrage | (0,001% | van | de | maximale | achtergronddpeositie) | heeft | geen invloed | op | het | rendement | van | beheer- | en | hertelmaatregelen | en | leidt | niet | tot een | noodzaak voor | intensiever | beheer | of | aanvullende | maatregelen. | De | projectbijdrage | zelf | leidt | ook | niet tot een | significante | vermindering | van | de | kwaliteit | of | vermindering | van | de | verbetering | van de | kwaliteit! | van | de | leefgebieden | met | een | projectbijdrage. | Significant | negatieve | effecten op | de | instandhoudingsdoelen | van | het | Natura | 2000-gebied | Brabantse | Wal | zijn | uitgesloten.

Cumulatie: | Bij de | auteur | van | dit | rapport | zijn | geen | projecten | bekend | met | een | depositie | op hetzelfde | Natura | 2000-gebied, | die | reeds | vergund | zijn, | maar | nog | niet | in uitvoering. | Er is wel één | project | bekend, | waarvan | niet | bekend | is of | deze | reeds | vergung | is, | maar | waar | wel depositie | wordt | berekend | op | dezelfde | leefgebieden | in het | Natura | 2000-gebied | Brabantse Wal. | Dit | project | levert | een | depositie | op | van | 0,22 | mol | N/haíjr. | De | conclusies | uit | de beoordeling | van | dit | project | zijn | eveneens | dat | negatieve | effecten | op | de instandhoudingsdoelen | zijn | uitgesloten. | Omdat | deze | depositie | in cumulatie | met | onderhavig project | in dezelfde | orde | van | grootte | blijft als | de | depositie | beoordeeld | in het | voorgaande project | (0,25 | mol | N/hajr | in totaal), | leiden | deze | projecten | in | cumulatie | niet | tot significant negatieve | gevolgen | op | de | instandhoudingsdoelen. 1 Leidraad | Versie | 27 | mei | 2010. | Natura | 2000. bepaling | Significantie.

| Steunpunt ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 24 TOETSING | EFFECTEN | OP BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN | DE OMGEVINGSWET ed Significant nadelige gevolgen op habitattypen en leefgebieden in het hier besproken Natura 2000-gebied, in cumulatie met bekende projecten, of enkele onbekende projecten met een vergelijkbare of lagere depositie, zijn uitgesloten. Conclusie: Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. ECOLOGISCHE BEOORDELING STIKSTOF WOUWSE WEIDE, WOUW TOETSING EFFECTEN OP BESCHERMDE NATURA 2000-GEBIEDEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 25 ed Literatuur Bult, | H., 2018. | Afname | van | Zwarte | Specht | op | de | Brabantse | Wal: | realiteit | of karteringseffect? Limosa, | 91 | (4): | 145-156. Ecologische | autoriteit. | 2023. | Advies | over | de | Natuurdoelanalyse | Brabantse | Wal | provincie | Noord- Brabant. | Ecologische | autoriteit, | Utrecht. Provincie | Noord-Brabant, | 2010. | Rapport | ‘Typische | soorten | van | Brabantse | habitats | en | hun | aan- | of aanwezigheid | in 8 Natura | 2000 | gebieden’. | Provincie | Noord-Brabant, | 's-Hertogenbosch. Provincie | Noord-Brabant, | 2023. | Natuurdoelanalyse | Brabantse | Wal.

| Provincie | Noord-Brabant, | 's- Hertogenbosch. Provincie | Noord-Brabant, | 2018. | Beheerplan | Brabantse | Wal. | Provincie | Noord-Brabant, | 's- Hertogenbosch. Van | der | Wielen, | M. | 2025. | Stikstofmemo | Bulkstraat | te Wouw. | Kenmerk | 20250313. | Rho | Adviseurs, 2025. Schaffers, | A.P, | M.C. | Vasseur | & K.V. | Sykora, | 1998. | Effects | of delayed | hay | removal | on the | nutrient balance | of roadside | plant | communities. | Journal | Applied | Ecology, | 35: | 349-364. Steunpunt | Natura | 2000, | 2010. | Leidraad | bepaling | significantie. | Nadere | uitleg | van | het | begrip ‘significante | gevolgen’ | uit de | Natuurbeschermingswet. | Steunpunt | Natura | 2000, | Ede. Van | den | Berg | L., R. | Loeb | & | R. | Bobbink. | 2014. | Mitigatie | N-depositie | Zeetoegang | IJmond: inschatting | stikstofafvoer | door | PAS- | herstelmaatregelen. | Onderzoekcentrum | B-WARE Radboud | Universiteit | Nijmegen, | Nijmegen. Van | Dobben, | H.F. | R. | Bobbink, | D. Bal | en | A. van | Hinsberg, | 2012. | Overzicht | van | kritische depositiewaarden | voor | stikstof, | toegepast | op | habitattypen | en leefgebieden | van | Natura | 2000. Rapport | 2397, | Alterra, | Wageningen.

ECOLOGISCHE | BEOORDELING | STIKSTOF | WOUWSE | WEIDE, | WOUW | 26 TOETSING | EFFECTEN | OP | BESCHERMDE | NATURA | 2000-GEBIEDEN | IN HET | KADER | VAN DE | OMGEVINGSWET % Bijlage | Effecten van stikstofdepositie Wat doet stikstof? Stikstof is een onmisbare bouwsteen en voor het leven met name van belang in de vorm van nitraat (NOz) en ammonium (NH4*). In veel natuurlijke en half-natuurlijke ecosystemen zijn plantensoorten aangepast aan nutriëntenarme omstandigheden waarbij (onder andere) stikstof beperkend is voor de groei. Neemt de depositie van stikstof in de vorm van stikstofoxides (NOx) en ammoniak (NH3) toe, dan is er risico op vermestende en verzurende effecten doordat NOx en NHs in de bodem worden omgevormd tot nitraat en ammonium waardoor voor de vegetatie veel voedingsstoffen beschikbaar komen. De thema's verzuring en vermesting maken al vanaf de jaren negentig deel uit van het nationale natuur- en milieubeleid. Een hoge stikstofdepositie vormt een belangrijke bedreiging voor de biodiversiteit (Wallis De Vries & Bobbink, 2017). Een toename van de atmosferische stikstofdepositie in een voorheen onbelast gebied vergoot de beschikbaarheid van stikstof in bodem of water, en leidt zodoende tot een verhoogde opname van stikstofverbindingen door vegetatie. Dit proces wordt eutrofiëring genoemd. Een langdurige toename van stikstofdepositie bevordert snelgroeiende soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1948/documents/54675