CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12. Regionale zienswijzen begroting 2022 GR-en.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel 25 zienswijzen begrotingen 2022 Gemeenschappelijke Regelingen12.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenschappelijke regeling: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 9 april 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de concept Programmabegroting 2022. Definitieve vaststelling door het Algemeen Bestuur staat geagendeerd voor de vergadering van 2 juli 2021. 2. Is voldaan aan het BBV? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de aanloop naar 2022 wordt de implementatie van drie belangrijke softwarepakketten afgerond (belastingpakket, waarderingspakket en financiële pakket) en wordt ook het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ geheel afgerond. De nieuwe waardering is in nauwe samenwerking gedaan met de deelnemers en heeft geleid tot een hoog percentage gelijke gegevens tussen de basisregistraties WOZ en BAG. De samenwerking met de deelnemers blijft ook in 2022 doorgaan om een goede uitgangspositie te hebben voor de doorontwikkeling van de basisregistraties naar een Samenhangende Objectregistratie. In 2022 wordt gewerkt aan een portal om te faciliteren in de samenwerking en aan nieuwe toepassingen, zoals machine learning en kunstmatige intelligentie, om de kwaliteit en de efficiency te verhogen. 4. Financiële aandachtspunten a.

In de Kadernota 2022 waren twee posten nog ‘pro memorie’ opgenomen: • de ontwikkeling van de productiekwantiteiten (uitbreiding aantallen woningen en nietwoningen, aantallen aanslagen, etc.); • de proceskosten no cure no pay (NCNP). De activiteiten van de NCNP-bureaus leiden tot een forse toename van het aantal bezwaarschriften. Daardoor stijgen de proces- en griffiekosten en de kosten van de formatie voor de afhandeling van de bezwaren. Beide posten zijn financieel vertaald in de begroting 2022. Mede hierdoor stijgt de deelnemersbijdrage met € 585.600 ten opzichte van het jaar 2021. b. In de begroting is een vergelijking opgenomen van de lasten en baten over 2020 t/m 2025. Bij deze vergelijking moet in aanmerking worden genomen: • dat in 2020 en 2021 sprake is van extra lasten van respectievelijk € 942.000 en € 381.000 voor het project ‘Waarderen naar gebruiksoppervlakte’; • dat vanaf 2021 de vervolgingskosten rechtstreeks worden verrekend met de deelnemers en dat daardoor de baten bij de programma’s lager zijn geworden (programma Invordering, ca. € 1,4 miljoen). c. In de begroting 2022 is rekening gehouden met een loon- en prijsstijging van 1,4 procent. Dit percentage is gebaseerd op cijfers van het CPB en wordt ook meerjarig gehanteerd. d.

De BWB heeft conform de richtlijnen die door de deelnemers zijn ingediend een financiële taakstelling voor 2022 opgenomen in de begroting. Deze financiële taakstelling bestaat uit een vast bedrag van € 240.000, gebaseerd op de gemiddelde ingeschatte loon- en prijsstijging van 1,4 procent. De concrete invulling van de taakstelling bedraagt structureel € 270.000. Deze wordt gerealiseerd door een bezuiniging op de formatie en het beëindigen

van het contract met het Inkoopbureau. De eenmalige taakstelling in 2022 werkt structureel door in de daaropvolgende jaren. 5. Financieel overzicht Jaarrekening 2020

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Lasten programma's Lasten overhead

8.202.000 9.047.000

8.127.000 9.542.000

8.413.400 8.728.900

8.459.200 8.841.700

Totale lasten

17.249.000

17.669.000

17.142.300

17.300.900

Baten programma's Baten overhead

1.402.000 16.407.000

1.100.000 16.569.000

6.000 17.136.300

5.000 17.295.900

Totale baten

17.809.000

17.669.000

17.142.300

17.300.900

-560.000

0

0

0

0

0

0

0

-560.000 (voordeel)

0

0

0

14.390.000

14.950.000

16.390.300

16.975.900

1.465.000

1.338.000

1.557.500

1.664.200

1.465.000

1.338.000

1.511.300

1.641.400

Resultaat voor bestemming reserves Mutatie reserves Resultaat na bestemming reserves Totale bijdrage deelnemers incl. BTW Bijdrage Roosendaal inclusief btw en met overgangsregeling Ter info: Bijdrage Roosendaal zonder overgangsregeling

De overgangsregeling In zijn vergadering van 30 oktober 2020 heeft het algemeen bestuur ingestemd met een overgangsregeling voor de deelnemersbijdrage in verband met de invoering van de nieuwe systematiek voor de kostenverdeling. Deze nieuwe systematiek is in werking getreden op 1 januari 2021 en had voor enkele deelnemers grote nadelige gevolgen. Op verzoek van enkele deelnemers is na vaststelling van de begroting 2021 een second opinion gevraagd naar de nieuwe kostenverdeling. Dat onderzoek heeft uitgewezen dat de nieuwe kostenverdeling goed in elkaar zit en leidt tot een rechtvaardige toerekening van de kosten. Maar tevens gaf de extern onderzoeker aan dat het bij dergelijke herzieningen gebruikelijk is om een overgangsregeling toe te passen. Naar aanleiding daarvan heeft het algemeen bestuur op 30 oktober 2020 alsnog besloten tot een overgangsregeling. De financiële herverdeeleffecten van de nieuwe systematiek bedroegen € 475.000. De overgangsregeling houdt in dat 66% van dit herverdeeleffect gecorrigeerd is op de deelnemersbijdrage voor 2021 en 33% op de deelnemersbijdrage voor 2022. Bij de vaststelling van de overgangsregeling heeft het algemeen bestuur besloten om aan de deelnemers een zienswijze te vragen over de overgangsregeling. Uit praktische overwegingen wordt deze zienswijze gecombineerd met de eerste bestuursrapportage over 2021. Aangezien

deze bestuursrapportage na het indienen van de begroting 2022 komt, is in de begroting uitgegaan van het besluit van het algemeen bestuur en is de overgangsregeling dus meegenomen. 6. Overige aandachtspunten a. De jaarlijkse groei van het aantal bezwaarschriften is een groot punt van zorg. De BWB is in 2020 gestart met een actieplan tegen de no-cure-co-pay bureaus (ncnp bureaus). Door intensieve communicatie met de burgers worden deze gemotiveerd om rechtstreeks contact op te nemen met de BWB. Desondanks is er nog steeds sprake van een grote stijging van het aantal bezwaarschriften dat door ncnp bureaus wordt ingediend en daardoor ook van de kosten die daarmee gepaard gaan. b. In de bijlage staan de belangrijkste risico’s benoemd. Twee risico’s springen er uit. Hoewel er maatregelen zijn genomen voor de toename van bezwaren door de ncnp bureaus, kunnen de kosten hoger worden dan nu in de begroting is opgenomen. Dit kan leiden tot een bijstelling van de lasten en daardoor ook tot een verhoging van de deelnemersbijdrage. Het tweede risico dat er uit springt is de invulling van de vacatures. Als vacatures niet ingevuld kunnen worden, leidt dit tot meer inhuur van extern personeel. Ook dat zal dan hogere kosten veroorzaken. De BWB geeft een kans van 50% aan dat de risico’s optreden.

Indien de risico’s zich daadwerkelijk voordoen, dan zal de werkelijke omvang en het gevolg daarvan voor de bijdrage van de deelnemers worden gemeld via de bestuursrapportage. 7. De zienswijze Gelet op het bovenstaande adviseren wij u geen zienswijze in te dienen bij het algemeen bestuur van de BWB.

Beleidsbegroting 2022 en Jaarstukken 2020 gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 15 april 2020 zijn de jaarrekening 2020 en de beleidsbegroting 2022 voor zienswijze aan uw gemeenteraad aangeboden.

2

Is voldaan aan de BBV? De ontwerpbegroting 2022 voldoet niet volledig aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Bij de financiële opstelling van lasten en baten dient een kolom jaarrekening 2020 en begroting 2021 opgenomen te zijn. Dit met als doel inzicht te geven in het verloop van lasten en baten in de tijd. Positief is dat in het meerjarig perspectief nu ook de meerjarige deelnemersbijdrage is uiteen gezet.

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De beleidsbegroting is op passende wijze geformuleerd. Mocht er een opdracht voor 2022 vanuit het ministerie van VWS ten behoeve van de bestrijding van het coronavirus komen, dan kan dit prima naast de reguliere publieke gezondheid die in opdracht van de gemeenten uitgevoerd wordt en in deze beleidsbegroting uiteengezet wordt. Beleidsbegroting 2022 ‘Op naar de gezondste regio van Nederland.’ Dat is en blijft de ambitie van de GGD West-Brabant ondanks de coronacrisis. In 2022 gaat de GGD verder met de strategische ambities uit de Agenda van de Toekomst en zet vooral in op de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis en het effect hiervan op de Publieke Gezondheid in West-Brabant. Deze ambities worden met de wettelijke taken voortdurend bepaald door ontwikkelingen om ons heen. 1. Gezonde en veilige leefomgeving De coronacrisis maakt de relatie tussen gezondheid en omgeving meer dan duidelijk. Hierbij is van belang om de kennis te vergroten over het effect van omgevingsfactoren (grond- en luchtkwaliteit), een betrouwbare en robuuste crisisorganisatie te blijven en bij in werking treden van de Omgevingswet de gemeenten te voorzien van adviezen en informatie. Evenzeer blijft van belang om een gezonde, groene en duurzame woon- en leefomgeving in samenwerking met de gemeenten na te streven. 2.

Preventie verbreden en verdiepen In het kader van het Nationaal Preventieakkoord ‘Een gezonder Nederland’ wordt ingezet op leefstijlthema’s roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Er is aandacht voor de mentale gezondheid voor zowel jong als oud. Lokaal kunnen gemeenten eigen accenten in een op maat gemaakt preventieakkoord aanbrengen. Naar verwachting zal het Rijksvaccinatieprogramma verder uitgebreid worden; er vindt in ieder geval een HPV inhaalcampagne plaats.

3. Gelijke gezondheidskansen voor iedereen Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zullen nog groter worden als gevolg van de coronapandemie. Om deze te verkleinen zet de GGD in op de community-aanpak. Dichtbij kinderen en ouders om kwetsbare kinderen vroegtijdig te kunnen signaleren en te ondersteunen. Naast M@ZL VO en MBO ook uitrol van M@ZL PO om ziekteverzuim eerder op te merken en passende hulp te bieden. Mogelijk volgt er landelijke financiering hiervoor vanuit het Deltaplan Jeugd. Er gaat extra aandacht uit naar laaggeletterden, arbeidsmigranten en andere mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Tevens wordt gewerkt aan regionale dekking van het programma Nu Niet Zwanger. In het AB van juli 2021 vindt definitieve besluitvorming plaats over het uitstapprogramma prostituees. Er is vanaf 2021 sprake van een Decentralisatie-uitkering uitstapprogramma’s voor prostituees (DUUP, voorheen RUPS). Voor een effectieve en succesvolle aanpak in de hele regio is medefinanciering door alle gemeenten heel gewenst. 4. Borging van onze moderne, eigentijdse dienstverlening ‘zelfredzaamheid waar mogelijk, professionele ondersteuning waar nodig’. De toepassing van online en datagedreven werken en eHealth heeft mede door de coronacrisis een grote vlucht genomen. Via de jaarrekening zal inzicht gegeven gaan worden hoe de eenmalige bestemmingsreserve wordt ingezet, in 2021 en 2022.

Hoofduitgangspunten zijn de bereikbaarheid van de GGD en haar medewerkers meer laten aansluiten op moderne communicatievormen en de wens/behoefte van de klanten, datagedreven publieke gezondheid en waarborgen van privacy van onze klanten. Ook naar goed functionerende ICT gaat nadrukkelijk aandacht uit. In de Beleidsbegroting worden per basistaak/productgroep de belangrijkste Indicatoren in beeld gebracht. Mede op verzoek van de raden is met de GGD een traject gestart om tot optimalisering van de prestatie-indicatoren te komen. Door de grote druk op de GGD vanwege de coronacrisis is hier vertraging op ontstaan. Met betrekking tot de JGZ is het traject al wel ver gevorderd. In aanloop naar de Kadernota/Beleidsbegroting 2023 gaat de GGD met gemeenten in gesprek over plusproducten. Onderzocht gaat worden of sommige producten uit het basispakket gehaald kunnen worden en in het vervolg door gemeenten als plusproduct ingekocht. Mocht dit mogelijk blijken, dan kunnen gemeenten daarmee (meer) zelf bepalen of zij bepaalde producten nog blijven afnemen bij de GGD. 4

Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2022 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2022. Aandachtspunten: 1. De ontwerpbegroting 2022 wordt structureel financieel sluitend gepresenteerd. De structurele exploitatie ruimte is moeilijk te beoordelen omdat: • het vergelijk met de jaarrekening 2020 en begroting 2021 ontbreekt; • de lastenstijging volledig verwerkt is op de ‘overige bedrijfskosten’ zonder toelichting. Vermoedelijk is dit de prijs- en loonindexeringen die op 1 kostenpost is verwerkt

•

de structurele toevoegingen aan de reserves duiden op groei van de algemene risicoreserve, maar dit voor de ramingen 2023 en verder, niet wordt toegelicht. Gelet op de financiële tekorten bij gemeenten en mogelijk exploitatieruimte bij de GGD is dit relevant.

2. Het bestuur van de GGD geeft aan af te wijken van de richtlijn: “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022.” In haar reactie schrijft de GGD dat een uitzondering wordt gemaakt voor de indexering, omdat dit een structurele autonome ontwikkeling betreft. Daarnaast geeft de GGD aan dat zij bij een mogelijke bezuinigingstaakstelling graag in gesprek gaat met de betreffende gemeente over de plusproducten. Formeel gesproken is de bedoeling van de richtlijn eigenlijk een andere. De deelnemende gemeenten verkeren in moeilijke financiële omstandigheden en vragen daarom juist aan hun verbonden partijen om ook mee te bewegen en juist binnen de bedrijfsvoering kosten te besparen, zodat niet geïndexeerd hoeft te worden en geen beleidsmatige keuzes gemaakt hoeven te worden om plusproducten niet meer af te nemen. Gelet op de bijzondere omstandigheden rondom de corona bestrijding geeft dit voor nu echter onvoldoende aanleiding voor een formele zienswijze. Wel lijkt de structurele dotatie aan een algemene risicoreserve op gespannen voet te staan met het indexeren conform septembercirculaire 2020 zoals de GGD dit in haar begroting 2022 heeft gedaan.

De GGD zal hier voor de beleidscyclus van 2023 op geattendeerd worden. De controlerende accountant heeft op zowel getrouwheid als rechtmatigheid een goedkeurende verklaring afgegeven voor het boekjaar 2020. In de laatste jaren gold dit deels niet op rechtmatigheid. . Een mooie prestatie gezien de uitdagingen rondom corona in 2020. 5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,GR (apparaatskosten)

6

Begroting 2020

Resultaat 2020

Totaal GR

18.898

797

Bijdrage gemeente Roosendaal

1.542

Begroting 2021

Begroting 2022

19.683

19.920

1.670

1.683

Overige aandachtspunten Voor 2020 en 2021 zijn afspraken gemaakt met het ministerie van VWS over de compensatie van de kosten die de GGD maakt voor de bestrijding van het coronavirus. Het is onduidelijk hoe lang deze pandemie nog duurt en in welke mate die ook in 2022 inzet van de GGD vraagt. De GGD verwacht dat de gemaakte compensatie-afspraken van kracht blijven.

De GGD benoemt in de beleidsbegroting een aantal ontwikkelingen die in de komende jaren impact kunnen hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage: -

Doorontwikkeling van het ICT-systeem ‘GGD-contact’ (kosten deels GGD, rest door VWS) Prenataal huisbezoek bij kwetsbare zwangere vrouwen Regionale dekking Nu Niet Zwanger Uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma Meer druk (inhoudelijk en financieel) op het basistakenpakket als gevolg van toename kwetsbare situaties door corona Financiële risico’s door corona voor reguliere taken ( bijv. minder reizigersvaccinaties)

Het is afwachten of deze ontwikkelingen daadwerkelijk tot meerkosten zullen leiden. In het verleden is namelijk gebleken dat sommige nieuwe of uitbreiding van taken volledig gecompenseerd worden vanuit het Gemeentefonds. 7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020/jaarstukken 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2022 naar voren te brengen

Gemeenschappelijke regeling: ICT WBW 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? JA

2

Is voldaan aan de BBV-voorschriften? JA

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. 2022 is het eerste volledige jaar waarin de nieuwe infrastructuur volledig operationeel is en moet gaan renderen. Ook wordt in 2022 verder gebouwd aan vertrouwen, samenwerking en ICT volwassenheid, conform de evaluatie van Twynstra en Gudde.

4

Financiële aandachtspunten 2022 is het eerste begrotingsjaar zonder de gemeente Bergen op Zoom. De huidige begroting is gebaseerd op de spelregels zoals die vastgesteld zijn op basis van het rapport van KokxdeVoogd. In de loop van 2021 wordt de uittreding nader uitgewerkt, de consequenties hiervan zullen middels een begrotingswijziging worden verwerkt.

5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,GR (apparaatskosten)

Begroting 2020

Resultaat 2020

Begroting 2021

Ontwerpbegroting 2022

Totaal GR

5676

255V

7745

4179

Bijdrage gemeente Roosendaal

1409

55V

1937

1383

Over 2019 heeft ICT WBW een positief resultaat gerealiseerd van € 255.600. Dit zal naar rato worden teruggestort naar de gemeenten. Dit saldo wordt met name verklaard doordat er meer inkomsten zijn gerealiseerd met betrekking tot projecten en de loonkosten vallen lager uit. 6

Overige aandachtspunten

7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2022 naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Op 14 april 2021 is de conceptbegroting aan het college en de gemeenteraad toegezonden. Alle stukken zijn voor 15 april en daardoor tijdig ingediend. Deelnemers hebben tot 1 juli 2021 de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. 2 Is voldaan aan de BBV? Ja 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op een aantal interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de producten en werkwijzen van de omgevingsdienst in 2022. 4 Financiële aandachtspunten Opvolgen richtlijnen Niet alle financiële richtlijnen zijn opgevolgd. Zie punt 1 van de zienswijze. Voor de beleidsinhoudelijke richtlijnen geldt dat 2 richtlijnen niet zijn overgenomen met de volgende onderbouwing: Nota verbonden partijen West-Brabant (nota). Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur (AB) op 1 juli 2020 is door meerdere deelnemers de wens uitgesproken om over de positie van de nota een AB-besluit te nemen en daarmee de discussie over de voorwaarden uit die nota te beslechten. De nota wordt op dit moment geëvalueerd. Als de resultaten van deze evaluatie beschikbaar zijn, zal het Dagelijks Bestuur (DB) met een voorstel hierover komen. Evaluatie MWB-norm.

Door de coronacrisis en het vertrek van de directeur is de evaluatie van de MWB-norm doorgeschoven naar de tweede helft van 2021. De resultaten van de evaluatie kunnen om die reden niet verwerkt worden in de begroting 2022. Er kan nog wel onderzocht worden naar de mogelijkheid om de resultaten te verwerken in een begrotingswijziging in 2021. 5 Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,GR (apparaatskosten) Totaal GR

Begroting 2020

Resultaat 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

32.767

542 V

34.901

35.018

Bijdrage gemeente 1.042 0 1.177 1.161 Roosendaal 6 Overige aandachtspunten De datum van invoering van de Omgevingswet staat nog steeds gepland op 1 januari 2022. Gezien de grote onduidelijkheid die er nog heerst over de invoeringen uitwerking van de wet, heeft de omgevingsdienst geen budget in de conceptbegroting voor de nieuwe wet opgenomen. Onnodig beslag op financiële middelen wordt hiermee voorkomen. Wel is een risico-inschatting van circa 3% van de omzet gemaakt met een kans van optreden van 40%. Het gewogen risico bedraagt hierdoor € 400.000. Dit bedrag is in de risico-inventarisatie opgenomen.

Het weerstandsratio van de dienst bedraagt 0,71 en wordt als ‘onvoldoende’ gekwalificeerd. Het hogere risico komt voort uit een aantal majeure ontwikkelingen. De kans dat deze risico’s zich gelijktijdig voordoen is niet reëel. De omgevingsdienst geeft aan scherp aan de wind te moeten zeilen om de risico’s beheersbaar te houden. De zienswijze is regionaal voorbereid. De financiële punten zijn mede gebaseerd op het advies van het P&C-panel van de OMWB. 7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt de volgende zienswijze geadviseerd: a. In de begroting 2022 zijn posten verwerkt die voor het eerst op tafel van het Algemeen Bestuur komen, dit zijn: • € 100.000 voor vitaliteit medewerkers en toekomstbestendige leeftijdsopbouw (structureel) • € 100.000 voor een cultuur en leiderschapstraject (incidenteel) • € 150.000 voor databeheer (structureel) • € 250.000 investering voor kosteneffectiviteitsonderzoek (2022 en 2023) • € 200.000 kosten voor een kwaliteitsmanagementsysteem n.a.v. kosteneffectiviteitsonderzoek (structureel) Volgens de overgenomen financiële richtlijn dient de begroting te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid, tenzij hierover eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. Wij beschouwen bovengenoemde posten als een vorm van nieuw beleid waarover het Algemeen Bestuur (nog) geen besluit heeft genomen.

Het opnemen van deze posten in de begroting is daarom voorbarig. Wij verzoeken u in 2022 pas tot besteding van deze budgetten over te gaan nadat het Algemeen bestuur een nadere toelichting en onderbouwing van deze posten heeft ontvangen. b. Verzoek is om de zienswijze te verwerken in de definitieve versie van de begroting 2022.

Gemeenschappelijke regeling: Regio West Brabant (RWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De jaarstukken 2020 en de ontwerpbegroting 2022 zijn tijdig ontvangen. 2. Is voldaan aan het BBV? De begroting 2022 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV-richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Actieprogramma 2019-2023 “Werken aan een krachtige regio” Het Algemeen Bestuur stelde in 2019 na consultatie van de raden het Actieprogramma RWB 2019-2023 vast. In 2020 zijn veel van de opgaven opgewerkt tot concrete aanpakken en producten, zoals het raamwerk Circulaire Economie, de regionale aanpak Bedrijventerreinen, een raamwerk Vrijetijdseconomie, een afsprakenkader Arbeidsmigranten, een nieuw meerjarig uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt ‘West-Brabant werkt met Talent’, een subsidieregeling ter bestrijding van de negatieve effecten van corona op de arbeidsmarkt, een nieuw uitvoeringsprogramma Mobiliteit, een position paper Sterke Steden en een aanpak op Vitaal platteland op basis van gebiedscoalities. Samenwerkingsafspraken Provincie en RWB In 2020 is eveneens hard gewerkt aan samenwerkingsafspraken met de provincie Noord-Brabant. De agenda’s van het nieuwe college van Gedeputeerde Staten en RWB zijn naast elkaar gelegd. Op de gezamenlijke doelen zijn afspraken gemaakt.

De versterking van de innovatiekracht van de top-sectoren in West-Brabant en van de agglomeratiekracht staan daarbij centraal. Economic Board West-Brabant Regionale bestuurders zijn ook actief in de Economic Board West-Brabant, die vorig jaar de Economische Agenda met als thema ‘Hub voor vernieuwend ondernemerschap’ vaststelde. De uitwerking daarvan vindt plaats in uitvoeringsprogramma’s, waarvan een viertal gericht is op de West-Brabantse topsectoren Logistiek, Agrofood/Biobased, Hightech Maintenance en Creatieve dienstverlening. Daarbinnen wordt o.a. gewerkt aan icoonprojecten. Ontwerpbegroting 2022 Het algemeen bestuur van de RWB stelde op 9 december 2020 de kadernota 2022 vast. Daarin is de belangrijkste richtlijn van gemeenten, het hanteren van de nullijn voor wat betreft de bijdrage per inwoner die gemeenten betalen voor de apparaatskosten van de RWB, verwerkt. Hiervoor spreken we waardering uit. Samen met de inkomstenderving door het vertrek van Tholen leidt dit tot een bezuinigingsopgave van € 57.000 in 2022. Deze loopt op naar € 270.000 in 2025. De bezuiniging wordt voornamelijk gevonden in het programma Algemeen en heeft feitelijk al vanaf 2023 tot gevolg dat de mogelijkheid om in te springen op onvoorziene kansen en ontwikkelingen, zonder schrappen van andere activiteiten, miniem is. De ontwerpbegroting 2022 van de RWB is uitgewerkt conform de Kadernota RWB 2022.

1

4. Financiële aandachtspunten 1. Resultaatbestemmingsvoorstellen 2020 De jaarrekening van 2020 sluit af met een positief resultaat van € 423.000. Dit resultaat is incidenteel van aard. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Reserve Basis op orde (bedrijfsvoering): € 50.000. De verwachting is dat personeel na corona deels thuis en deels op kantoor werkt. Op kantoor zal hybride gewerkt gaan worden. Dit vraagt om herinrichting en bijzondere voorzieningen, zoals hybride vergaderruimten en belcabines. De kosten daarvan zijn niet voorzien. b. Knelpuntenpot personeel: € 18.000. Vanuit het positief resultaat van regioarcheologie (totaal € 37.000) toevoegen aan de knelpuntenpot personeel (bedrijfsvoering). Uit deze pot is vorig jaar een negatief resultaat op Regioarcheologie 2019 afgedekt onder voorwaarde dat dit een jaar later weer aangezuiverd zou worden (zo nodig vanuit extra bijdragen van de gemeenten die producten Regioarcheologie afnemen). In 2020 draaide het team Regioarcheologie weer op volle toeren, waardoor de aanvulling plaats kan vinden zonder extra belasting van de afnemende gemeenten. c. Egalisatiereserve Regioarcheologie: € 19.000. Het restant van het positief resultaat Regioarcheologie storten in een egalisatiereserve voor deze uitvoeringsgerichte taak. Hiermee kunnen de toekomstige schommelingen in de exploitatie opgevangen worden.

Omdat niet alle gemeenten producten afnemen van Regioarcheologie is het gewenst dat specifiek voor deze uitvoeringsgerichte taak een egalisatiereserve wordt ingesteld. d. Egalisatiereserve KCV: € 18.000. De bestuurscommissie KCV acht het noodzakelijk dat het positieve KCV-resultaat van € 18.000 toegevoegd wordt aan de egalisatiereserve KCV. Dit is nodig omdat de provincie Noord-Brabant haar bijdrage in 2021 en 2022 flink afschaalt. Opdat dit niet meteen tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage leidt wil de bestuurscommissie KCV de plus van 2020 inzetten voor demping van dit effect. e. Egalisatiereserve Routebureau: € 3.000. Het positief resultaat van het Routebureau wordt in de egalisatiereserve voor deze uitvoeringsgerichte taak gestort om schommelingen in kosten en opbrengsten op te vangen. f. Egalisatiereserve Mobiliteitscentrum: € 18.000. Vastgesteld is dat het Mobiliteitscentrum, met uitzondering van de PuMa’s, niet over de mogelijkheid beschikt om tegenvallers in de exploitatie op te vangen. Daarom wordt voorgesteld voor deze uitvoeringsgerichte taak een beperkte egalisatiereserve in te richten. De reserve wordt gevuld met het positief resultaat op het MBC van 2020, bereikt door het genereren van subsidie. g. Rewin: € 210.000. Voor de dekking van de programma’s Creatieve Dienstverlening en Start-up ondersteuning in 2022.

In 2019 hebben de gemeenten op basis van verdiepende studies ingestemd met het starten van de onderwerpen startup ondersteuning en Creatieve Dienstverlening door REWIN. Daarbij is incidenteel voor de duur van twee jaar financiering gevonden. Deze financiering loopt tot eind 2021. In 2020 is tijdens verschillende sessies bestuurlijk en ambtelijk stilgestaan bij nut en noodzaak van deze programma´s voor West-Brabant. Met name vanwege de precaire financiële situaties van gemeenten heeft dit niet geleid tot een besluit over structurele financiering van deze 2 programma’s. Dit vergt een langer proces dat we in het najaar richting vaststelling van de kadernota voor 2023 zorgvuldig willen doorlopen. h. Uitkeren aan gemeenten: € 87.000 (resterend saldo). Er kan worden ingestemd met deze resultaatbestemmingsvoorstellen.

2

2. Te verrekenen bedragen a. Flex West-Brabant (ca. € 888.000) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2020. Dit wordt in 2021 aan de organisaties die werven via Flex West-Brabant uitgekeerd. b. Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 2.000) Afspraak is dat het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) jaarlijks aan gemeenten wordt uitbetaald. In 2020 is het O&O-fonds (€ 475.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van ca. € 2.000 dat naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten wordt uitgekeerd. 5. Financieel overzicht Regio West-Brabant Totaal GR Bijdrage gemeente Roosendaal

Begroting 2020 20.605.000 1.905.957

Resultaat 2020 423.000 9.539

Begroting 2021 22.286.000 2.081.768

Begroting 2022 21.249.000 1.920.154

De bijdrage van de gemeente kan gesplitst worden in apparaatskosten en programmakosten. Voor 2021 ziet deze splitsing er als volgt uit: Programma- en apparaatskosten Apparaatskosten Rewin O&O fonds Economie* KCV (deeltaxi): lasten KCV: opbrengsten (klantbijdragen) Mobiliteitscentrum (incl. Careernet) Netive Totaal

Begroting 2021 342.431 228.766 50.071 1.650.000 -249.000 47.000 12.500 2.081.768

Begroting 2022 342.036 233.905 50.213 1.454.000 - 202.000 29.000 13.000 1.920.154

* M.i.v. de begroting 2021 is de bijdrage voor Economie opgenomen onder de apparaatskosten. Ten opzichte van de begroting 2021 is de gemeentelijke bijdrage voor 2022 fors lager. Het verschil bedraagt € 161.614. Dit wordt vooral veroorzaakt door de lagere geraamde lasten voor het Kleinschalig Collectief Vervoer (als gevolg van een lagere prognose van het aantal ritten). 6. Overige aandachtspunten Een indringend gesprek over de regionale economische ambities en de daarvoor benodigde middelen is noodzakelijk RWB meldt dat de huidige inspanningen niet volstaan als we als regio serieus werk willen maken van de economische ambities. RWB verwijst hiervoor naar het gesprek over de structurele financiering van twee programma’s door REWIN. Ook om de RWB-opgaven op het gebied van het vestigingsklimaat het hoofd te bieden zijn extra middelen nodig. Verder ziet RWB diverse kansen in de vorm van Europese en Rijksgelden, waarop aanspraak gemaakt kan worden. Bijna altijd vergt dat echter ook een inzet van RWB (lees: de gemeenten) zelf, in de vorm van ambtelijke capaciteit en/of geld. Een en ander vereist een indringend gesprek met de colleges en raden.

3

De heren Depla, Adriaansen en Adank nemen hiervoor het initiatief. RWB hoopt dat dit in het najaar van 2021 leidt tot een breed gedragen koers voor 2023, waarin ook de nieuwe raden zich kunnen vinden. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2022 naar voren te brengen. 3. Het volgende te verzoeken: • Met de provincie wordt gewerkt aan een Omgevingsagenda en daarnaast constateren we een beweging naar gebiedsgericht samenwerken en een toename in subregionale samenwerkingen. Wij vragen u hierbij aandacht te besteden aan een goede afstemming tussen bestaande en nieuwe overlegtafels om te voorkomen dat acties dubbel worden uitgezet of opgepakt door de verschillende samenwerkingsverbanden en dat de juiste vragen op en bij de juiste samenwerkingsniveaus en -verbanden worden uitgezet (lokaal, (sub)regionaal, provincie en Rijk); • Wij vragen u om de raden vroegtijdig en adequaat te betrekken bij de discussie over het ambitieniveau van de economische samenwerking in West-Brabant en de daarvoor benodigde menskracht en financiën.

4

Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant (Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2022 en de Jaarstukken 2020 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2022 De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter, het enige benoemde risico is dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves/eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2022.

Het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 6 is gecombineerd met de bijlage van baten en lasten per taakveld, alsook de toelichting. De toelichting op de balans ontbreekt. Jaarstukken 2020 De jaarstukken voldoen aan het BBV. Het overzicht van incidentele baten en lasten ontbreekt, maar deze worden wel toegelicht in hoofdstuk 6. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2022 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarstukken 2020 De stelpost is in 2020 ingezet voor de intensivering van de uitvoering waarover in het traject van de begroting 2021 is besloten. Er is een bedrag van € 51.500 extra ingezet op personeel voor de administratie en uitvoering leerplicht. Door de personele uitbreiding zijn ook meer indirecte kosten gemaakt voor huisvesting en facilitaire zaken, waarvoor het restant van de stelpost is aangewend.

1

4. Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2022 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2022. Omdat niet alle deelnemers dezelfde richtlijnen hanteren worden deze hieronder puntsgewijs behandeld. 1. De ontwerpbegroting 2022 is structureel financieel sluitend, de begrotingsuitgangspunten zijn inzichtelijk gemaakt en er is een overzicht van de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per deelnemer opgenomen. 2. De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan het BBV. 3. De ontwerpbegroting 2022 is opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. 4. Het RBL heeft geen reserves. Een overzicht van het verloop van de reserves is daarom niet zinvol. 5. Het bestuur van het RBL geeft aan af te wijken van de richtlijn: “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022.” De mutaties in 2022 bestaan uit: Pilot Projectaanjager Leerplicht (0,6 Fte): € 57.503 Indexering personele en materiële kosten: € 32.513 Voor de Pilot Projectaanjager is al separaat een besluit genomen om dit op te nemen als extra projectopdracht namens de gemeenten van Niveau 2 en 2A. Deze pilot staat los van de gemeentelijke bedrage voor de reguliere bedrijfsvoering.

De stijging in “reguliere” gemeentelijke bedrage bestaat louter uit loon- en prijsontwikkeling, conform de septembercirculaire 2020. Wanneer het RBL geen rekening houdt met loon- en prijsontwikkeling is er niet langer sprake van een reële begroting. Ook geeft het RBL aan dat dit ten koste zou gaan van de uitvoering en resultaten van de regionale opdracht. Het RBL is een “platte” organisatie die formatief en bedrijfsvoeringstechnisch geen “knoppen” heeft om aan te draaien. Aanpassingen in de formatie zijn niet wenselijk, omdat het RBL maar net boven de ondergrens van de door Ingrado (landelijk) bepaalde formatiewijzer zit. Ongeveer 80 – 85% van de begroting bestaat uit personeelslasten. Qua huisvesting en bedrijfsvoering valt het RBL onder de dienstverleningsovereenkomst van de gemeente Breda. Zij volgen hier de prijsontwikkelingen uit die overeenkomst. Tot slot heeft het RBL, conform de financiële richtlijnen, geen reserves om uit te putten. 6. Het resultaat over 2020 vloeit terug naar de deelnemers. 7. In pararaaf weerstandsvermogen en risicobeheersering is aandacht voor risico’s. Het kwantificeren is gecompliceerd. 8. De regeling is in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het afwijken van richtlijn 5 geeft niet voldoende aanleiding voor een formele zienswijze op de ontwerpbegroting 2022.

Aanpassingen in de formatie gaan ten koste van de uitvoering van de regionale opdracht en het resultaat. Daarbij is bewust gekeken naar de kosten van huisvesting en facilitaire zaken.

2

Jaarstukken 2020 Het jaarrekeningresultaat bedraag € 131.316. Dit is voornamelijk het gevolg van een eenmalige afrekening van een regionale ESF-subsidie van € 153.515 waarvoor het RBL inzet heeft gepleegd. De gemeentes op niveau 2 en 2a namen deel aan dit project en ontvangen nu conform de verdeelsleutel de ESF-subsidie van € 153.515 terug. Het operationele resultaat, exclusief de afwikkeling van de ESF-subsidie, bedraagt € 22.199 negatief. Dit negatieve resultaat is vooral ontstaan door de inzet van interim-management in de eerste maanden van 2020. Omdat het RBL geen eigen vermogen heeft, wordt dit negatieve resultaat conform de gebruikelijke verdeelsystematiek onder de deelnemers verrekend. In de bijlagen 1, 2 en 3 van de jaarstukken is de resultaatbestemming uitgebreid toegelicht. In het overzicht van baten en lasten vallen de niet begrote personeelskosten op. Deze zijn ingezet voor de uitvoering van regionale VSV (voortijdig schoolverlaten)-projecten (ongeveer € 182.000). De VSV-opbrengsten die hiertegenover staan zijn gelijk aan de VSV-kosten, waardoor voor de uitvoering van de regionale VSV-projecten geen budgettair effect optreedt. Om te voorkomen dat dergelijke overschrijdingen worden gepresenteerd, worden de baten en lasten vanaf 2022 meegenomen in de raming.

1e begrotingswijziging 2021 De 1e begrotingswijziging 2021 bestaat uit een Pilot Projectaanjager RBL en een drietal VSVprojecten. Deze projecten waren nog niet opgenomen in de Beleidsbegroting 2021. Door middel van de 1e begrotingswijziging wordt dit nu geformaliseerd. Voor een wijziging van de begroting gelden dezelfde regels als voor de begroting zelf: de raden van de deelnemende gemeenten moeten in staat worden gesteld om een zienswijze in te dienen over de voorgestelde wijziging. Op 8 februari 2021 is overeenstemming bereikt over het budgettair neutraal uitvoeren van drie VSV-projecten met de toegekende rijksmiddelen voor VSV-projecten (€ 182.405). Daarnaast hebben de 10 gemeenten van niveau 2 en 2A reeds ingestemd met de Pilot Projectaanjager RBL 2021 en dragen zelf de kosten daarvan (€ 48.333). In de ontwerpbegroting 2022 is de pilot Projectaanjager verwerkt als extra projectopdracht namens deze gemeenten. De begrotingswijziging is hierdoor technisch van aard. Een bedrag voor VSV-projecten van € 182.405 en een bedrag van € 48.333 voor de Pilot Projectaanjager worden met de 1e begrotingswijziging zowel aan de lasten- als aan de batenkant aan de begroting 2021 van het RBL toegevoegd. Voor de gemeente Roosendaal heeft dit geen effect op de gemeentelijke bijdrage. Roosendaal is een niveau 1-gemeente en neemt daarom niet deel aan de Pilot Projectaanjager. 5.

Financieel overzicht RBL West-Brabant

Begroting 2020

Resultaat 2020

Begroting 2021

Ontwerpbegroting 2022

Totaal GR

1.521.982

131.316

1.597.292

1.687.308

41.253

-/- 602

43.545

43.398

Bijdrage gemeente Roosendaal

3

De meerjarige bijdrage van de gemeente Roosendaal aan het RBL is als volgt:

RBL West-Brabant Totaal GR Bijdrage gemeente Roosendaal

2023 1.712.100

2024 1.752.700

2025 1.783.400

44.035

45.080

45.869

6. Overige aandachtspunten N.v.t. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Geen zienswijze t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022 RBL West-Brabant in te dienen; 2. Geen zienswijze t.a.v. de 1e begrotingswijziging 2021 RBL West-Brabant in te dienen; 3. Geen opmerkingen te maken t.a.v. de Jaarstukken 2020 RBL West-Brabant.

4

SJABLOON VOOR ZIENSWIJZEN BIJ GR-BEGROTINGEN WEST-BRABANT Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) (ontwerpbegroting 2022)

1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de RAV heeft de stukken tijdig aangeleverd. 2 Is voldaan aan de nieuwe BBV Ja, de begroting voldoet aan de BBV-voorschriften. 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2022 de volgende beleidsthema’s. Wet Ambulancezorgvoorzieningen In januari 2021 werd de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de huidige aanbieders, onder strakke overheidsregulering. De overheid gaat nauwlettend volgen of Regionale Ambulancevoorzieningen aan de strenge eisen voldoen. Het Ministerie van VWS heeft een denkrichting gepresenteerd voor aanpassing van de acute zorg op de langere termijn. Speerpunten die van belang zijn voor de ambulancezorg: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners voor zorgcoördinatie en bij het bestrijden van het personeelstekort. De visie van de RAV sluit aan bij deze denkrichting. Zorgdifferentiatie In 2022 biedt de RAV een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse geholpen wordt.

In het vervoersegment verzorgt de RAV (laag- en midden-complex) planbaar vervoer en (hoogcomplex) spoedvervoer. In de ambulancezorg die ter plaatse geboden wordt, zijn naast de standaardzorg, meer mogelijkheden in behandeling en diagnosestelling, door de inzet van verpleegkundig specialisten. Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. In het nog vast te stellen verlengde meerjarenbeleidsplan 2022 t/m 2025 (Algemeen Bestuur 1 juli 2021) beschrijft de RAV hoe zij voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader. Prestatiecontracten zorgverzekeraars De ambulancesector heeft een dynamisch karakter. Al jarenlang is er sprake van volumegroei in het ritaanbod en een fors tekort aan acute-zorgpersoneel. In samenwerking met de zorgverzekeraars zijn verbeterplannen uitgewerkt met als doel het zo vaak mogelijk behalen van 15-minuten-norm bij urgentie A1.

Het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van de paraatheidsuitbreidingen valt of staat met het beschikbaar zijn van voldoende geschikt personeel, met name ambulanceverpleegkundigen.

Bij volledige invulling van de paraatheid én onder normale omstandigheden verwacht de RAV in 2022 95% dekking te kunnen behalen. De RAV verwacht voor de regio Noord in 2022 57.000 ritten (2021: 57.000) en voor de regio Midden-West 105.000 ritten (2021: 106.000). In de ontwerpbegroting is geen informatie opgenomen over (het proces voor) de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover over te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. Uit navraag bij de RAV blijkt dat een eventuele aanpassing van de rechtsvorm wordt besproken in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 1 juli 2021. In de ontwerpbegroting is niet terug te lezen op welke wijze de RAV extra aandacht gaat besteden aan gemeenten waar het overschrijdingspercentage op basis van de jaarstukken en cijfers over 2018 voor de A1 ritten hoger is dan 12,5%. In de zienswijze op de ontwerpbegroting wordt de RAV gevraagd hier in 2022 invulling aan te geven en hierover in overleg te treden met de betreffende gemeenten. 4 Financiële aandachtspunten Begroting 2022 Het ambulancevervoer in de regio vindt plaats binnen de kaders van de op 1 januari 2014 ingevoerde bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg. De RAV ontvangt geen gemeentelijke bijdragen, maar ontvangt middelen van de zorgverzekeraars.

Uitgangspunt voor de begroting zijn de met de zorgverzekeraars overeengekomen prestatieafspraken. Om deze reden valt de RAV dan ook niet onder de financiële kaders zoals deze zijn opgenomen in de Nota Verbonden Partijen onder spelregel 5 “Begroting en Jaarrekening” en de vastgestelde algemene financiële richtlijnen 2021 voor de verbonden partijen. Het begrote resultaat 2022 van de RAV Brabant Midden-West-Noord komt uit op € 0. Het saldo is opgebouwd uit een overschot van € 26.000 bij de MKA Brabant Noord en € 201.000 bij de MKA Midden West-Brabant. Daarnaast wordt een overschot van € 3.168.000 verwacht bij de RAV Brabant Noord en een overschot van € 5.647.000 bij de RAV Midden West Brabant. In totaal geeft dit een overschot van € 9.043.000 Daar staat € 9.301.000 aan overheadkosten tegenover. Dit geeft per saldo een tekort van € 258.000. Het tekort van € 258.000 wordt onttrokken aan de Reserve onderhoud panden. Het weerstandsvermogen is voldoende om de in de beleidsbegroting genoemde risico’s op te vangen. 5 Financieel overzicht Bedragen x € 1.000 RAV Totaal GR Bijdrage gemeente

Begroting 2020 66.661 0

Resultaat 2020 174 0

Begroting 2021

70.862

0

Ontwerpbegroting 2022 75.385 0

6 Overige aandachtspunten Het AB van de RAV zal in juli een besluit nemen over de resultaatbestemming 2020. Het voorstel is om het voordelig resultaat te bestemmen voor de reserve aanvaardbare kosten. Daarnaast wordt het AB voorgesteld om in 2021 € 5.000 per gemeente beschikbaar te stellen om vrij te besteden aan versterking of verbetering van het AEDnetwerk binnen de gemeente.

7 De zienswijze 1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom. 2. De raad vraagt nogmaals aandacht bij het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur voor de afgegeven beleidsmatige richtlijn waarin de RAV Brabant Midden-West-Noord wordt opgeroepen extra aandacht te besteden aan gemeenten waar de overschrijding van A1 ritten, op basis van de jaarstukken en cijfers over 2018, hoger ligt dan 12,5% en hierover in overleg te treden met de betreffende gemeenten.

Zienswijze begroting 2022 Gemeenschappelijke regeling: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja.

2 Is voldaan aan de nieuwe BBV De begroting 2022 is conform BBV-voorschriften opgesteld.

3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d.

4 Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2020 De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven. De jaarrekening sluit met een batig resultaat van € 3.326.152 Voorstel is om het batig resultaat als volgt te bestemmen: 1. Reserve reorganisatie In 2020 is het organisatieplan Veiligheidsregio MWB afgerond en per 1 januari 2021 ingevoerd. Het organisatieplan is doorgerekend, hieruit blijkt dat we extra frictiekosten maken waar we geen rekening mee hebben gehouden. Het gaat om kosten t.a.v. maatwerkafspraken met medewerkers in kader van het sociaal plan als ook de doorontwikkeling van de organisatie (leiderschapstrajecten, teamontwikkeling en cultuurverbetertraject). Deze kosten komen boven op de kosten die reeds gereserveerd zijn in de reserve reorganisatie (ingesteld 2020 ad. € 820.000). De belangrijkste oorzaken voor deze verhoging betreft toename van het aantal maatwerkovereenkomsten (€ 226.300), niet eerder geraamde kosten voor begeleiding reorganisatieproces en kosten voor commissies, beroepsprocedures en assessments (€ 209.000). Verder is de post leiderschapsontwikkeling, coaching en teamontwikkeling van sectoren en districten te laag ingeschat (€ 304.000). De reserve is als volgt opgebouwd: Totaal maatwerkovereenkomsten + mobiliteitsvergoedingen: € 971.300, Totaal externe begeleiding incl.

commissies en bezwaarprocedures: € 209.000, Totaal kosten leiderschapsontwikkeling coaching en teamontwikkeling: € 379.000, Totaal generaal € 1.559.300 Hiermee komt de totale reserve reorganisatie op € 1.559.300. Voorgesteld wordt om € 739.300 toe te voegen aan de reorganisatiereserve.

2. FLO In het gesloten FLO-akkoord zijn voor ambtenaren met afwijkende FLO-leeftijden (FLO 60 jaar) - in het verlengde van de beëindiging van de levensloopregeling met ingang van 1 januari 2022 - afspraken gemaakt over het afschaffen van de aanspraken FLO 60 jaar. Deze FLO-aanspraken worden afgekocht. Het betreft hier medewerkers die bij de regionalisering in 2010 in dienst waren van de regionale brandweer. Deze aanpassing zorgt voor meerkosten ten aanzien van de eerder opgenomen reservering FLO niet-intekentaak. Als gevolg van in 2019 niet aangewende begrootte bedragen FLO niet intekentaak heeft een reservering plaatsgevonden waarbij de lasten zijn verschoven naar 2020 en 2021. Het voor 2021 gereserveerde resterende bedrag van

€ 240.000 is onvoldoende voor de totale afkoop van € 634.000. Voorgesteld wordt het bedrag van € 394.000 additioneel te reserveren. 3. SaaS De ICT kosten voor software in de vorm van SaaS-oplossingen dienen met ingang van 2020 anders te worden verwerkt volgens de BBV. Als gevolg hiervan worden deze kosten voortaan in de exploitatie verwerkt in plaats van de investeringsbegroting. Omdat de SaaS kosten een grillig uitgavepatroon kennen over de jaren verspreid, wordt voorgesteld om dit vanaf de begroting 2021 te gaan dekken uit een egalisatiereserve SaaS. Hierdoor ontstaat een evenwichtige spreiding van de lasten. Deze reserve kent hetzelfde principe als de egalisatiereserve kapitaallasten. De reserve wordt jaarlijks gevuld met de gemiddelde jaarlijkse besparing op kapitaallasten voor software gedurende de komende 10 jaar. Het gemiddelde bedrag per jaar benodigd ligt hoger doordat het SaaS platform al niet meer in de investeringsbegroting was opgenomen voor 2021 en verder. Voorgesteld wordt om naast de jaarlijkse storting een initiële storting in de reserve SaaS te maken van € 450.000. Dit geeft dekking aan het jaarlijkse tekort van € 90.000 voor de komende 5 jaar. De tijdsperiode is gebaseerd op de vervangingscyclus van 5 jaar voor deze software. 4.

Rijksbijdrage strategische projecten Conform afspraak in het AB van 1 februari 2018 wordt 15% van het totale positieve resultaat gestort in de reserve Rijksbijdrage. Dit gedeelte van het positieve jaarresultaat wordt gebruikt voor strategische projecten en ontwikkelagenda. Voor 2020 betekent dit een toevoeging ad. € 498.923. 5. Opheffen reserve Risicobeheersing Deze reserve is ingesteld voor de bijdrage aan brandpreventie en risicomanagement. Aangezien de projecten in dit kader zijn afgerond kan de reserve worden opgeheven. Het restant ad. € 8.000 kan vrijvallen. Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2020 € 1.251.929. Dit bedrag kan worden uitgekeerd aan de Gemeenten. Advies: Kennisnemen van de jaarrekening 2020. Begroting 2022 Herijking beleid Voor de beleidsbegroting 2022 zijn er geen nieuwe voorstellen herijking beleid. Bij wijzigingen in het beleid is de lijn gevolgd “nieuw voor oud”. ( zie bij overige opmerkingen) Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2022. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken, zijn: • • Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. • • Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’.

Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2022. Nacalculatie van de gebruikte indices voor jaar 2021 en 2020, zoals ze zijn verwerkt in de begroting jaar 2021. Samenvattend wordt de huidige loon- en prijsontwikkeling bepaald door het CPB in november 2020 gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2022 en de correcties van deze indices voor het jaar 2020 en 2021 van de in de begroting 2021 verwerkte cijfers

Op basis van de bovenstaande financiële tabel kan een gewogen gemiddelde index berekend worden waarmee de bijdrage in de begroting wordt aangepast. De gewogen index is voor 2022 0,92% Tevens is in de begroting is rekening gehouden met een structurele taakstelling van 2,5%. 2. Herijken kostenverdeelmodel Exploitatiebijdrage gemeenten Met ingang van de begroting 2013 is het kostenverdeelmodel geïntroduceerd voor het verdelen van de kosten van Veiligheidsregio MWB over de deelnemende gemeenten. Aanpassing van de sleutel van het kostenverdeelmodel vanaf 2021 vindt plaats na uitkomst van de meicirculaire 2021. Omdat deze uitkomst niet beschikbaar is ten tijde van het opstellen van de Beleidsbegroting 2022, wordt volstaan met een budgettair neutrale verwerking. Na het bekend worden van de gegevens worden deze verwerkt en aangepast in het model en wordt dit als begrotingswijziging ingebracht. 3. Risico’s De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 4.612.500) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,35 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen.

Advies: Instemmen met de begroting 2022, ondanks het feit dat de VR nog steeds indexeerd is de organisatie, naast de structurele taakstelling van 2,5%, een traject ( takendiscussie 2023) gestart wat tot minder lasten moet gaan leiden voor de deelnemers.

5 Financieel overzicht * € 1.000 Totaal GR

Bijdrage gemeente Roosendaal

Rekening 2020 Lasten 92.699 baten 96.025 5.257.891

Begroting 2021 92.515

Begroting 2022 91.038

Begroting 2023 92.599

Begroting 2024 93.583

Begroting 2025 94.951

5.344.264

5.053.425

5.129.955

5.209.466

5.319.490

Bovengenoemde bijdragen worden opgenomen in de conceptbegroting 2022- 2025 van de gemeente.

6 Overige aandachtspunten •

•

Wijziging rapportagecyclus: Vanaf 2020 stelt de VR 1 bestuursrapportage op en wel over eerste zes maanden, dus per 30 juni. Hiernaast worden er ‘soft closures opgesteld na 4,8 en 10 maanden. Graag aandacht voor de soft closures. Met betrekking tot de reserve doorontwikkeling met een saldo na resultaatbestemming van € 1.559.300 merken wij op dat deze, gezien de doorontwikkeling zijn einde nadert, uiterlijk

•

•

•

31 december 2022 is verdwenen en ingezet voor de bestemming waar deze voor bedoeld is. Bij de richtlijnen voor de kaders 2023 zal meegegeven worden, indien van toepassing, in beeld te brengen in de begroting als nieuw beleid/aangepast beleid in de plaats komt van oud beleid. Bij de richtlijnen voor de kaders 2023 zal meegegeven worden om in kaderbrief en/of begroting een overzicht toe te voegen waaruit blijkt hoe de VR met welke richtlijn rekening heeft gehouden (gespecificeerd per deelnemer) In de begroting dient naast de cijfers van het betreffende begrotingsjaar de begroting van het jaar daarvoor toe te voegen en tevens de jaarcijfers van T-2.

7 De zienswijze • •

•

De raad wordt voorgesteld in te stemmen met de begroting 2022. De raad wordt voorts voorgesteld nog steeds aan de VR aandacht te vragen voor de financiële uitdagingen waar gemeenten mee kampen. Mede met namedoor bij de takendiscussie die in de planning staat geen zoekgebieden uit te sluiten en het gesprek zo open mogelijk in te gaan. De raad wordt gevraagd de VR dringend te verzoeken, als gevolg van de aanpassing rapportagecyclus, om naast de enige rapportage in een kalenderjaar, zijnde na 6 maanden (30 juni) in het kort op verwachtte afwijkingen te rapporteren. Dit zijn de ‘soft-closures’ na 4,8 en 10 maanden.

Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1.

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? • Kaderbrief 2022: Ja, de Kaderbrief 2022 is vóór 1 februari 2021 ontvangen. • Ontwerpbegroting 2022: Ja, de ontwerpbegroting 2022 is op 14 april 2021 ontvangen. • Jaarrekening 2020: Ja, de jaarrekening 2020 is op 14 april 2021 ontvangen.

2.

Is voldaan aan de BBV-voorschriften? In de begroting 2022 van het Werkplein zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing enkele financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Kengetallen voegen bij het Werkplein weinig toe. Er is immers geen sprake van grondexploitatie, belastingcapaciteit, geldleningen of eigen vermogen. De gemeenten staan garant. De overige BBV-voorschriften zijn in de begroting doorgevoerd.

3.

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Begroting: • In 2020 hebben de De6-gemeenten in overleg met het Werkplein de opdracht van het Werkplein herijkt, waarbij een grotere nadruk is komen te liggen op het te bereiken maatschappelijke effect. Om dit te bereiken zetten de De6-gemeenten meer in op een integrale ondersteuning aan de inwoners, staat de inwoner centraal in plaats van de systeemwereld en sturen de De6-gemeenten meer op de kwaliteit van de dienstverlening. •

De doelgroep van het Werkplein groeit mede door de coronacrisis en zal de komende jaren blijven groeien. Als gevolg van de coronacrisis is het percentage bemiddelbare inwoners ten opzichte van het percentage niet bemiddelbare inwoners gestegen. Het Werkplein ontwikkelt in samenwerking met de gemeenten een aanpak om extra in te zetten op het ondersteunen van inwoners naar werk. Voor deze aanpak is in de begroting een budget van € 340.000,- opgenomen (zie ‘Maatregelen bestands-beheersing in Programma Werk en Participatie p.13 en 14). Met deze aanpak zorgen we dat het aantal bijstandsgerechtigden niet meer stijgt dan het landelijk gemiddelde.

•

Binnen het programma Werk en Participatie is het budget voor de Werkgeversbenadering met € 545.000 verlaagd. Dit is het gevolg van het besluit, dat het Werkplein begin 2020 heeft genomen om met ingang van 1 februari 2021 de PPS (publiek private samenwerking) met Randstad te beëindigen. De meerwaarde van deze samenwerking nam af, doordat het netwerk en de werkwijze van Randstad in de afgelopen vijf jaar steeds meer geïntegreerd is in de werkwijze van het Werkgeversservicepunt. Bijna alle medewerkers van Randstad zijn nu in dienst van het Werkplein gekomen.

•

De positie van inwoners met een garantiebaan is kwetsbaar. Wanneer het economisch slechter gaat, is dit een groep waarbij mensen sneller hun baan verliezen. Daarnaast zien we dat mensen met een garantiebaan regelmatig uitvallen. Door de jobcoaching te intensiveren en meer in te zetten op nazorg wil het Werkplein uitval voorkomen en zorgen dat inwoners met een verminderde loonwaarde via een garantiebaan toch kunnen werken. Hierbij is het wenselijk om de (maatschappelijke) effecten te monitoren en te evalueren.

4.

•

Het Werkplein geeft aan dat er een specifieke aanpak gericht op jongeren is. De toelichting op en financiële specificatie van deze aanpak ontbreekt in de begroting 2022.

•

De ketensamenwerking staat sinds 2020 in het teken van het versnellen en concretiseren. Zo gaan de WVS, het Werkplein en de ISD Brabantse Wal op inhoud meer en beter samenwerken om zo de ondersteuning bij de ontwikkeling van inwoners te optimaliseren. Onderdeel van de ketensamenwerking zijn een drietal gezamenlijke proeftuinen, waarbinnen wordt onderzocht op welke manier de ondersteuning van de inwoners richting werk kan worden versterkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/29024