Bijlage 1 water- en rioleringsprogramma 2024-2027.pdf
Tekst van het document
49
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Actor
Taken bevoegdheden
Waterbeheerder
De waterbeheerder is verantwoordelijk voor het operationeel regionaal waterbeheer. De waterbeheerder draagt zorg voor droge voeten (veiligheid), schoon, voldoende en aantrekkelijk water. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet stelt de waterbeheerder periodiek een Waterbeheerprogramma op, wat rekening houdt met het Regionale Waterprogramma. De waterbeheerder heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en (in)directe lozingen op het oppervlaktewater. Voor de regulering van lozingen op de riolering heeft de waterbeheerder een adviserende rol naar gemeenten. De waterbeheerder heeft ook een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen via de waterschapsverordening (keur). De waterbeheerder is verantwoordelijk vergunningverlening, toezicht en handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties binnen het beheergebied (met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is). Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Ten aanzien van het WRP heeft het waterschap een adviserende rol.
Drinkwaterbeheerder
Drinkwaterbedrijven zorgen voor schoon drinkwater. Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringtechnisch werk (Wm art. 10.33) Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken (Ww art. 3.5) Treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren.
Gemeente De gemeente is het loket voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6). Ook is de gemeente deels bevoegd gezag voor bodemenergiesystemen. Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor het bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water dient de gemeente rekening te houden met de wettelijke voorkeursvolgorde. De uitvoering van de gemeentelijke taken kan effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hoe gemeenten die plichten vervullen, leggen ze vast in het WRP. Omgevingsdienst
De Omgevingsdienst is een overheidsorganisatie die als primaire taak heeft om vergunningverlening, toezicht en handhaving uit te voeren op milieugebied (VTH-milieutaken).
Netwerkorganisatie, die als primaire taak heeft om invulling te geven aan een (meer) doelmatig waterbeheer en het uitwerken van de DPRA-opgave. Een regionaal Regionaal samenwerkingsverband bestaat meestal uit vertegenwoordigers van gemeenten, waterschap(pen) en drinkwaterbedrijf/drinkwaterbedrijven. We hebben een samenwerkingsverband Samenwerkingsovereenkomst Water- en Klimaatkring West (WKW) met de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Steenbergen, Woensdrecht, waterschap Brabantse Delta, Brabant Water N.V., Evides N.V.
50
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Actor
Taken bevoegdheden
Perceelseigenaar
De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, ligt er een taak voor gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij of zij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.
51
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
BIJLAGE C REFERENTIESCHEMA STEDELIJK WATERBEHEER De referentielijn betreft de gezamenlijke visie vanuit de Water- en Klimaatkring West. Elke gemeente in de samenwerking onderschrijft deze visie maar heeft ook de ruimte om hier gemotiveerd van af te wijken. Lokale omstandigheden of interdisciplinaire afstemming binnen de gemeentelijke organisatie kunnen tot andere keuzes of aanvullingen leiden. De lokale beleidskeuzen zijn in onderstaand overzicht naast de regionale referentielijn weergegeven.
(STEDELIJK) AFVALWATER
Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie
Beleidskeuzen gemeente Roosendaal
Visie op afvalwaterbeheer
De inzameling en transport van (afval-)water is van belang voor een gezonde, veilige en comfortabele leefomgeving.
Idem gezamenlijke visie, met uitzondering van: De aanwezige IBA’s binnen gemeente Roosendaal zijn particulier eigendom.
Gemeente heeft verbrede zorgplicht aanvaard. Alle percelen en woonschepen op het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. Een IBA-systeem (Individuele Behandeling van Afvalwater) is voor de lozing van huishoudelijk afvalwater niet toegestaan als binnen 40 meter van de erfgrens riolering ligt. Voor WMinrichtingen is het afstandscriterium gekoppeld aan de omvang van de lozing (conform activiteitenbesluit).
Regierol en loketfunctie (communicatie, meldingen en klachten)
Afvalwater zoveel mogelijk afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar een zuivering. Regen- en grondwater in de basis niet afvoeren naar de rwzi. Regierol De verantwoordelijkheid, het initiatief en de zorg voor het afvalwater, hemelwater en stedelijk grondwater ligt bij de gemeente. De feitelijke taken die bij de zorgplicht horen kunnen uitbesteed worden afhankelijk van de beschikbare personele capaciteit. Waar doelmatig worden taken in het samenwerkingsverband Water- en klimaatkring West opgepakt. Loketfunctie De gemeente is voor de inwoners en bedrijven het eerste aanspreekpunt voor alle waterzaken. Daarnaast geeft iedere gemeente zelf invulling aan de communicatie middels een loketfunctie met daarop praktische informatie en voorlichting naar burgers over afvalwater, hemelwater en
52
Idem gezamenlijke visie
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Beheer en onderhoud (inclusief bijzondere constructies, analyse, basismeetnet, gegevensbeheer) Criteria doelmatige maatregelen (incl. risico analyse / MKBA)
grondwater. Klachten, meldingen en initiatieven die binnen komen worden geregistreerd in het meldingensysteem en volgens afgesproken regels afgehandeld door deskundige medewerkers. Inspectie o.b.v. ontwikkelingen in het gebied/straat of risicobenadering. Daarbij is de inspectiefrequentie afhankelijk van de verwachte kwaliteit van een streng in de tijd. Deze wordt o.a. bepaald door de leeftijd, functie en/of toestand van de objecten. De reinigingsfrequentie dient aangepast te worden op de (nieuwe) inspectiestrategie.
Analyseren en verbeteren functioneren stelsel
De gemeenten in de Water- en klimaatkring West streven naar een doelmatige invulling van de rioleringszorg. Het behalen van de gestelde doelen tegen de maatschappelijk laagste kosten is daarbij een uitgangspunt. Dit is maatwerk en kan per situatie verschillen. Wel zijn enkele basisprincipes te onderscheiden welke kunnen leiden tot de meest doelmatige oplossing: De doelmatigheid van oplossingen hangt samen met risico's in het stelsel, ontwikkelingen in de omgeving en (afval)waterketen. Uitgangspunten voor het verbeteren van het functioneren van het stelsel zijn: Opvolgen analyses uit de OAS studies ter verbetering van het functioneren van de waterketen Afstemming binnen Water- en klimaatkring-West in gezamenlijk meet- en monitoringsplan over de benodigde meetgegevens voor analyses naar het functioneren van het stelsel Toetsen verschillen tussen theorie en praktijk in SSW op basis van metingen gemalen en overstorten
Alternatieve sanitatie en innovatie
De gemeenten binnen de Water- en klimaatkring-West volgen de landelijke ontwikkelingen. Bij bestaande knelpunten of nieuwe ontwikkelingen worden alternatieven overwogen.
53
Met uitzondering van: Roosendaal inspecteert datagedreven en risicogestuurd.
Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie Aanvullend: In Roosendaal worden de komende jaren flink wat huizen bijgebouwd. Deze ruimtelijke ontwikkelingen hebben impact op het rioleringssysteem. Omdat er nieuwe huizen en bewoners worden toegevoegd aan het gebied, is er een verhoogde vraag naar (drink)water en afvalwaterafvoer. Ook moet er rekening worden gehouden met de hemelwaterafvoer: bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken worden natuurlijke, doorlaatbare oppervlakken vaak omgezet naar verharde oppervlakken zoals wegen, opritten en trottoirs. Dit vermindert de hoeveelheid doorlaatbaar oppervlak waar regenwater in de grond kan sijpelen. In plaats daarvan stroomt het regenwater naar de riolering, wat kan leiden tot overstromingen en afvoerproblemen. Gemeente Roosendaal stelt daarom nieuw beleid op met betrekking tot de relatie tussen stedelijk water en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit beleid speelt in op mogelijkheden voor een nieuwe infrastructuur voor hemel- en afvalwater, hoofdafvoeren en blauwe aders. Idem gezamenlijke visie
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
(Ongezuiverde) Lozingen buitengebied (ontheffingen, verbrede zorgplicht, IBA's)
Aanwezige IBA's bij de gemeenten Woensdrecht, Steenbergen en Halderberge zijn in eigendom bij de gemeente en in beheer bij het waterschap. Deze aansluitingen vallen binnen de rioolheffing. De beheerovereenkomst met het waterschap wordt periodiek geactualiseerd.
Idem gezamenlijke visie
In Roosendaal, Bergen op Zoom en Moerdijk ligt het beheer en onderhoud bij de perceeleigenaar.
Vervangingsinvesteringen/ rioolrenovaties Afstemming investeringen op andere vakdisciplines
Handhaving op ongerioleerde lozingen vindt plaats in samenwerking met de omgevingsdienst en waterschap. Gemeente neemt vervangings- en renovatie-investeringen op basis van leeftijd en inspectieresultaten. Jaarlijks wordt de planning met andere werkzaamheden in de openbare ruimte afgestemd. Per project wordt een afweging gemaakt welke uitvoeringswijze geschikt is. Jaarlijks maakt de gemeente een integrale afweging tussen geplande investeringen in de openbare ruimte op basis van de relevante beleidsdoelstellingen.
Incidenten en calamiteiten
De gemeente is zich er van bewust dat de gevolgen van klimaatverandering niet op te lossen zijn door vergroting van riolering. Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte zal dan ook meer rekening gehouden worden met alternatieve waterberging en benutten van de bovengrondse ruimte alvorens het water gedoseerd afgevoerd of geïnfiltreerd kan worden. Uitgangspunt is het voorkomen van schade als gevolg van water in het openbaar gebied. Om eind 2027 aan de doelen voor de KRW te voldoen, heeft het waterschap Brabantse Delta de toekomstige knelpunten in het watersysteem die een belemmering zijn voor de waterkwaliteit in beeld gebracht door middel van de watersysteemanalyses. Welke inzet dit vervolgens vraagt van de gemeente, dient in overleg met de partners verder te worden uitgewerkt. Voor de waterketen betreft dit voornamelijk effluent stromen en overstorten. Het waterschap verzorgt het proces om samen tot een aanpak te komen. Gemeentes handelen naar incidentenplan veiligheidsregio West-Brabant
Rioolvreemd water
De gemeente heeft een periodiek onderzoeksprogramma naar ongeoorloofde lozingen.
KRW-watersysteemanalyse
Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie Aanvullend: In Roosendaal zijn de watersysteemanalyses voor de Molenbeek, Smallebeek (Cuijslandsekreken), Bleekloop-Zoom en Roosendaalse Vliet (Mark-Vliet-Dintel) afgerond. Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie
Het opsporen van foutaansluitingen is standaard onderdeel van opleveringsinspecties van nieuw aangelegde riolering. Overige inspanningen tot het opsporen en verhelpen van foutieve aansluitingen zijn beperkt tot die gevallen waarin er sprake is van een knelpunt.
HEMELWATER
Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie
Beleidskeuzen gemeente Roosendaal
Visie op het hemelwaterbeheer
Eeuwenlang hebben we het water en bodem aangepast, zodat we hier fijn kunnen wonen en leven. Door een veranderend klimaat lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan en staat een veilig en gezonde leefomgeving onder druk. Bij ruimtelijke
Idem gezamenlijke visie Aanvullend:
54
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
ontwikkelingen zetten we in op water en bodem als sturend element. We werken vanuit de randvoorwaarden die het water- en bodemsysteem stellen. Zo houden we publieke kosten voor risicomitigatie en schadelijke neveneffecten beperkt en passen we het principe ‘niet afwentelen’ toe. Keuzes niet afwentelen op de toekomstige generaties, andere gebieden of functies en van privaat naar publiek. Door klimaatverandering moeten we meer rekening houden met extremen en in samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem. Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Structurerende keuzes zijn hierin Voldoende water, Schoon en gezond water en Ruimte voor water. Voor de zorgplichten voor hemelwater ligt de verantwoordelijkheid primair bij de perceel eigenaar. De gemeentelijke zorgplicht treedt in werking als redelijkerwijs niet van de perceel eigenaar verwacht kan worden dat deze zelf het hemelwater verwerkt. De zorgplichten voor hemelwater betreft nadrukkelijk een inspanningsverplichting. Periodiek terugkerende plaatselijke wateroverlast wordt zoveel mogelijk in het openbaar gebied tegengegaan. Afkoppelen moet een meerwaarde opleveren voor het totale (stedelijke) watersysteem. Dankzij klimaatverandering komen extreme wolkbreuken vaker voor. Het huidige en toekomstige rioolstelsel is hier niet op berekend. Aanpassen van het rioolstelsel op klimaatextremen is zeer kostbaar.
Bij afkoppelen wordt het accent verlegd naar het benutten van de bovengrondse ruimte. Voor de omgang met hemelwater is het vertrekpunt dat we willen voorkomen dat hemelwater tot afstroming komt. Vervolgens hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: 1. Hergebruik Hergebruik van regenwater, om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen 2. Bergen en infiltreren op eigen terrein Niet afwentelen van privaat naar publiek, tenzij een centrale voorziening in het werkgebied doelmatiger is. 3. Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen Bij voorkeur bovengrondse opslag. Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel als mogelijk te beperken. 4. Afvoeren op bovengrondse hemelwatervoorziening Af te voeren water slim verdelen door waar het kan te lozen op bovengrondse hemelwatervoorziening (watergang, weg met afwateringsfunctie, etc.) 5. Afvoeren op een ondergrondse hemelwatervoorziening 6. Afvoeren op een gemengd rioolstelsel richting RWZI
55
Het bodem en water sturend principe weegt zwaar mee in de afweging bij nieuwe ruimtelijke plannen, net als het kader Roosendaal Natuurstad. Bij nieuwbouwontwikkelingen geldt een retentieverplichting: eigenaren zijn verplicht water te bergen op eigen terrein.
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Waterberging bij ontwikkelingen
Bij ontwikkelingen zetten we in op niet afwentelen om het stedelijk watersysteem niet zwaarder te belasten en waar het kan de sponswerking te bevorderen. We volgen de landelijk maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en bouwen op verstandige locaties. Grootschalige bodemafdekking voor woningbouw, industrie en infrastructuur zorgt voor problemen met waterafvoer en het veroorzaakt hittestress in versteende gebieden. Door nu bij de inrichting slimme keuzes te maken, kunnen we al veel doen om straks schade, extra kosten als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. Zowel bij nieuwbouw als bij ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied wordt van de perceeleigenaar verlangt dat deze zijn/haar verantwoordelijkheid neemt om wateroverlast te voorkomen. Hierbij maken we onderscheid in de grootte van het oppervlak en/of de toename ervan en hanteren we de volgende bergingseis. Oppervlak <500 m² >500 m²
Afkoppelambitie en tempo
Taakverdeling en verantwoordelijkheden
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 60 mm 60 mm
Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied 10 mm 60 mm
Bestaande bouw De gemeente streeft naar een gescheiden afvoer van hemelwater en weegt bij projecten/herstructurering af of afkoppelen in bestaande stedelijk gebied doelmatig is. Nieuwbouw (geldt ook voor nieuwbouw in bestaand gebied): Bij nieuwbouw in bestaand gebied blijft de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater. Als de perceeleigenaar aantoonbaar heeft gemaakt dat verwerking van hemelwater op eigen terrein niet doelmatig of technisch mogelijk is, dan pas kan een aansluiting op de gemeentelijke riolering worden overwogen. Particuliere eigenaar De particulier is primair verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. Waar dit redelijkerwijs niet mogelijk is kan een aansluiting op de gemeentelijke riolering worden overwogen. In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw (Bouwbesluit 2012) zal de 56
Waterbergingseis bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling Verharding van particuliere percelen is van grote invloed op de kans van water op straat in het openbaar gebied. Voor nieuwe ontwikkelingen in zowel nieuw te ontwikkelen als het bestaande gebied van Roosendaal wordt van de perceeleigenaar verlangt dat deze zijn/haar verantwoordelijkheid neemt om water op straat te voorkomen en waterhinder of overlast op het perceel niet afwentelt op openbaar gebied. Bij deze ontwikkelingen wordt een berging verlangd van 60 mm t.o.v. het perceeloppervlak waarbij de afvoer wordt beperkt en in minimaal 24 uur mag worden geloosd op de riolering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt van de perceeleigenaar verlangd dat er ook hydrologisch neutraal gebouwd wordt en een (v)gs met retentievoorziening met gedoseerde afvoer wordt toegepast. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het doelmatig om op particulier terrein een waterberging aan te leggen van minimaal 60 mm, gerekend over het perceeloppervlak. Deze berging kan vertraagd afvoeren binnen 24 uur. Bouwpeilen in nieuwbouwplannen liggen 0,30 m boven het straatpeil. Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie Aanvullend:
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. Het gescheiden aanbieden geldt ook bij grootschalige verbouwingen (omgeving vergunningplicht). In drukrioleringsgebieden dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken en niet op de riolering. Ontwikkelaar Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van hemelwater en hydrologisch neutraal houden van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling.
Het waterschap en de gemeente werken samen aan klimaatrobuuste, natuurrijke beken. Deze beken houden water vast in de bovenlopen, waardoor verdroging van het landelijk gebied en natuurgebieden wordt beperkt. Ook wordt wateroverlast in het stedelijk gebied op deze manier voorkomen. (bron: Omgevingsvisie)
Gemeente De gemeente onderhoudt en verbetert het stedelijk watersysteem en toetst de gevoeligheid van het rioolstelsel op overlast met behulp van modelberekeningen: Bestaand gebied: geen water-op-straat bij een belasting met bui08 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de twee jaar) Nieuwe gebieden: geen water-op-straat bij een belasting met bui10 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de twee jaar)
Regierol en loketfunctie (communicatie, meldingen en klachten) Definitie hemelwateroverlast
Definitie Waterhinder
Waterschap Permanent watervoerende retentievoorzieningen komen in aanmerking om door het waterschap te worden onderhouden. zie stedelijk afvalwater Het verschijnsel dat ‘water op straat’ overgaat in: hemelwater dat vanaf de straat gebouwen in loopt (materiële schade). afvalwater dat in grote mate uit de riolering op straat stroomt (risico’s voor de volksgezondheid) water op straat dat hoofdwegen blokkeert (belemmering voor hulpdiensten en economische schade). In het GRP zijn visualisaties opgenomen met voorbeelden van situaties van hinder en van overlast.
Het verschijnsel bij ‘water op straat’ dat het water in openbaar gebied blijft staan waardoor wegen tijdelijk niet begaanbaar zijn maar niet leidt tot schade aan gebouwen. Waterhinder zal door klimaatverandering ook vaker voor gaan komen en geaccepteerd dienen te worden.
57
Idem gezamenlijke visie Idem gezamenlijke visie (voorlopig) Aanvullend: In de komende planperiode onderzoeken we hoe we de definities ‘overlast’ en ‘hinder’ aan kunnen scherpen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de benodigde bereikbaarheid van een locatie en op basis van gevolgen voor de volksgezondheid. De definities die hierboven worden omschreven, kunnen hierdoor nog iets wijzigen. Idem gezamenlijke visie (voorlopig) Aanvullend: In de komende planperiode onderzoeken we hoe we de definities ‘overlast’ en ‘hinder’ aan kunnen scherpen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de benodigde
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Criteria doelmatige maatregelen (incl. risico analyse / MKBA)
Rol openbare ruimte en hemelwaterverwerking
De grootste investeringen in het rioleringsbeheer hangen samen met de omgang van overtollig hemelwater in de bebouwde omgeving. De meest doelmatige aanpak van overlast bij hevige regenval vraagt integratie van de ondergrond (rioolbuizen) en de bovengrond (inrichting openbare ruimte). Voorbeelden hiervan zijn: het tijdelijk bergen van overtollig hemelwater tussen de stoeprand, goten, wadi's, waterpleinen e.d. Investeringsbeslissingen in de riolering moeten dus in samenhang met investeringen in de openbare ruimte worden genomen. Zo houden we de publieke kosten voor risicomitigatie en schadelijke neveneffecten beperkt. Zie bovenstaand punt. Bij buien groter dan de ontwerpbui wordt het overtollige hemelwater verwerkt in de bovengrond van de openbare ruimte met als uitgangspunt dat wateroverlast wordt voorkomen.
bereikbaarheid van een locatie en op basis van gevolgen voor de volksgezondheid. De definities die hierboven worden omschreven, kunnen daarom na dit onderzoek nog wijzigen. Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie
GRONDWATER
Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie
Beleidskeuzen gemeente Roosendaal
Visie op het grondwaterbeheer
Bij ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op water en bodem als sturend element. We werken vanuit de randvoorwaarden die het water- en bodemsysteem stellen. De grondwatervoorraad in Brabant staat al lange tijd onder druk, wat zich vertaalt in toenemende waterschaarste in droge tijden, afname van grondwaterstanden en diepte stijghoogten en droogvallende beeksystemen in de zomer.
Idem gezamenlijke visie
Binnen de gemeente kunnen de grondwaterstanden binnen de gestelde randvoorwaarden natuurlijk fluctueren zonder dat hierdoor overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. Alle woningen voldoen aan de bouwkundige eisen om vocht- en gezondheidsproblemen binnenshuis te voorkomen. Het grondwaterbeleid is gericht op het zo min mogelijk verplaatsen van grondwater, ofwel een zogenaamde hydrologisch neutrale inrichting. Indien grondwater toch wordt verplaatst verdient het de voorkeur dit niet af te voeren naar de rwzi, maar naar oppervlaktewater of op een geschikte locatie weer in de bodem te infiltreren. De gemeente beschikt over voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding om klachten en meldingen goed te beoordelen. Structurele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties worden voorkomen door de wijze van bouwen en bouwrijp maken.
58
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Taakverdeling en verantwoordelijkheden
Het herstel van de grondwaterbalans is een gedeeld belang van partijen. Het vraagstuk van droogte en verdroging zal in een brede maatschappelijke context moeten worden geplaatst, waar diverse sectoren, overheden en bedrijfsleven mee te maken hebben en/of zullen krijgen. Het probleem wordt als ernstig en urgent gezien in Brabant en daarbuiten. In het Grondwaterconvenant 2021-2027 hebben partijen afspraken gemaakt die zich richten op het vraag stuk van droogte en verdroging en het gewenste effect in 2027.
Idem gezamenlijke visie Aanvullend:
Particulier De verantwoordelijkheid voor het tegengaan van grondwateroverlast en/of -onderlast in stedelijke gebied ligt primair bij de perceelseigenaar. Deze draagt zorg voor het verhelpen van bouwkundige gebreken en treft waar redelijkerwijs mogelijk op eigen perceel maatregelen om grondwateroverlast te verminderen.
Gemeente De gemeente heeft de loketfunctie en regierol voor het afhandelen van de melding.
De gemeente is verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater in openbaar gebied (perceelseigenaar). Hiervoor gelden algemene richtlijnen voor de aan de bestemming gebonden ontwatering, maar dit maakt de gemeente geen grondwaterbeheerder. De gemeente treft enkel dan maatregelen indien er sprake is van overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied én indien dit doelmatig is. De zorgplicht voor grondwater betreft nadrukkelijk een inspanningsverplichting. De gemeente kan de particulier adviseren over mogelijk te nemen maatregelen voor het opheffen van grondwateroverlast. Indien structurele grondwateroverlast blijft bestaan nadat de particulier aan zijn eigen verplichtingen heeft voldaan en het grondwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, zal de gemeentelijke zorgplicht inwerking treden. De gemeente zal dan-voor zover doelmatig - voorzien in een afvoermogelijkheid van het overtollige grondwater. De gemeente legt grondwaterhuishoudkundige eisen op bij nieuwbouwplannen. Deze worden in overleg met het waterschap geformuleerd en vastgelegd in het watertoetsproces. Waterschap Het waterschap beheert het water in beken, sloten, rivieren en kanalen (het zogenoemde 'oppervlaktewater'). Via het oppervlaktewater wordt het aangeboden overtollig water afgevoerd.
Door het instellen van het oppervlaktewaterpeil beïnvloedt het waterschap indirect ook het grondwaterpeil.
59
We zetten in op het vasthouden van bodemwater in droge (zand-)gebieden. De komende periode werken we verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar) met agrariërs en particulieren. We voeren regie op de ondergrond om te voorkomen dat bodemlagen vervuild worden en/of teveel bodemwater onttrekken door wateronttrekking of warmtekoudepompen (WKO’s). We volgen de ontwikkelingen rondom WKO’s op de voet en nemen aanvullende beleidsregels op indien nodig. Hiervoor vindt afstemming plaats met provincie NoordBrabant.
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Andere taken op het gebied van het waterschap voor grondwater: permanent onttrekken van grondwater tot een hoeveelheid van 150.000 m3/jaar en niet bedoeld voor bodemenergiesystemen of openbare drinkwatervoorziening tijdelijk onttrekken van grondwater ten behoeve van b.v. bronbemalingen, beregeningen en bodemsaneringen. registreren van onttrekkingen van grondwater in een landelijk registratiesysteem en het uitoefenen van toezicht en actieve handhaving op overtredingen. beoordeelt ook de ruimtelijke plannen van gemeenten of er voldoende rekening wordt gehouden met (grond)water. Deze ‘watertoets’ vormt de verbindende schakel tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening.
Regierol en loketfunctie (communicatie, meldingen en klachten)
Provincie De provincie is strategisch grondwaterbeheerder. Dat wil zeggen dat de provincie in de gaten houdt of er nog voldoende grondwater van de gewenste kwaliteit is. In dit kader geeft de provincie vergunningen af, aan de drinkwaterbedrijven, voor grote industriële onttrekkingen en voor bodemenergiesystemen. De gemeente voorziet in de loketfunctie bij vragen en/of meldingen over grondwater in stedelijk gebied. Daarnaast heeft de gemeente de regierol bij het zorgvuldig afhandelen van de meldingen. Dit betekent dat: vragen en klachten in ontvangst worden genomen de gemeente beoordeelt of er sprake is van overlast de gemeente beoordeelt of de overlast is gerelateerd aan afwijkende grondwaterstanden waar nodig er aanvullend onderzoek plaatsvindt op basis van de vergaarde informatie een besluit wordt genomen of er doelmatig maatregelen getroffen kunnen worden De regierol van de gemeente maakt niet dat de gemeente alle bovenstaande acties zelf moet uitvoeren, dit kan ook liggen bij de verantwoordelijkheid van de particulier of het waterschap. Dit geldt eveneens voor het treffen van doelmatige maatregelen.
60
Idem gezamenlijke visie
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Criteria gewenste grondwaterstand
Definitie structurele grondwater overlast
De gewenste grondwaterstanden is in het beleid geformuleerd als een gewenste ontwateringsdiepte, waarbij de ontwateringsdiepte is gedefinieerd als het verschil tussen maaiveld het de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). In het beleid is onderscheid gemaakt naar de volgende bestemmingen: Woningen met kruipruimte Woningen zonder kruipruimte Secundaire wegen en woonstraten Primaire wegen Bedrijventerreinen Afhankelijk van de bodemkenmerken en ervaringen kan iedere gemeente eigen gewenste ontwateringsdieptes per kern/gebied hanteren. Structurele afwijking van de gewenste grondwaterstand (zoals per bestemming en/of gebied vastgelegd) waarbij aantoonbaar schade en/of overlast optreedt als gevolg van deze afwijking.
Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie
Definitie structurele grondwater onderlast
De gemeente gaat over tot nader onderzoek van mogelijke grondwateronderlast indien grondwaterstanden 3 jaar achtereen een dalende trend laten zien. Deze trend maakt onderdeel uit van een periodiek grondwaterverslag van de gemeten grondwaterstanden.
Idem gezamenlijke visie
Criteria doelmatige maatregelen (incl. risico analyse / MKBA)
In de doelmatigheidsafweging bij maatregelen tegen grondwateroverlast worden de volgende aspecten meegenomen: - de voorgenomen maatregel moet in verhouding staan tot de overlast de voorgenomen maatregel moet in verhouding staan tot andere mogelijke maatregelen om de overlast te verminderen waar mogelijk worden maatregelen gecombineerd met andere werken in de openbare ruimte de voorgenomen maatregel leidt niet tot nieuwe overlast en/of knelpunten de voorgenomen maatregel moet passen binnen het geheel aan uitgaven van de gemeente aan de rioleringszorg Naast het zorgvuldig afhandelen van meldingen vergaart de gemeente structureel inzicht in de grondwaterhuishouding met behulp van een grondwatermeetnet. In een periodiek grondwaterverslag worden trends van stijgende of dalende grondwaterstanden over de jaren gesignaleerd. Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering bepaalt de gemeente vooraf of dit ongewenste wijzingen van de grondwaterstand tot gevolg kan hebben, en houdt hier rekening mee bij de uitvoering. De gemeente vertegenwoordigt de belangen van bewoners in geval van (voorgenomen) wijzigingen in grootschalige grondwateronttrekkingen (drinkwater, industrie e.d.).
Idem gezamenlijke visie
Voorkómen grondwater overlast en onderlast bij huidig gebruik
61
Idem gezamenlijke visie
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Voorkómen grondwater overlast en onderlast bij nieuwbouw
Via het instrument van de watertoets (waterparagraaf in bestemmingsplan) en via het programma van eisen van de Openbare Ruimte geeft de gemeente actief sturing aan het proces van bouwrijp maken. De ontwikkelaar zorgt voor minimaal 1 jaar aan metingen van de grondwaterhuishouding (middels peilbuizen, minimaal 2 meetmomenten per maand) als input voor de waterparagraaf van een ontwikkeling.
Idem gezamenlijke visie
Het uitgangspunt voor nieuwbouw is dat er zo min mogelijk gebruik gemaakt wordt van ontwateringsmiddelen. Indien mogelijk verdient “ophogen” de voorkeur. Dit wordt onderzocht in een geohydrologisch onderzoek. Bij het afwegen van alternatieve werkwijzen worden zowel investeringskosten als beheerkosten meegenomen.
(basis) Grondwater meetnet
Beheer/onderhoud en monitoring (incl. analyses, etc.)
Bij inbreidingen stuurt gemeente door voorwaarden te verbinden aan de bouwvergunning. Deze zullen veelal echter minder uitgebreid van aard zijn dan bij uitbreidingen. De gemeente beheert en onderhoudt een grondwatermeetnet om voldoende inzicht te verkrijgen in de grondwaterhuishouding om meldingen en klachten te kunnen beoordelen. Er zijn minimaal 2 meetmomenten per maand. De gemeente verwerkt de gegevens periodiek in een grondwaterverslag. Grondwatervoorzieningen in het beheerpakket dienen volledig en actueel te zijn. Op basis van deze informatie onderhoudt de gemeente de objecten systematisch. Indien voorzieningen nog niet volledig in beeld zijn start de gemeente een inventarisatie om op termijn een compleet beeld te verkrijgen.
Idem gezamenlijke visie
Idem gezamenlijke visie
Particuliere voorzieningen vallen hier buiten.
SAMENWERKING EN AFSTEMMING TAKEN
Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie
Beleidskeuzen gemeente Roosendaal
Samenwerking in de keten
De Water- en Klimaatkring West (WKW) is een werkregio in het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). De werkregio heeft als doel: Klimaatadaptatie: de regio klimaatbestendig en waterrobuust maken, zodat we in 2050 goed om kunnen gaan met het steeds vaker voorkomend extreem weer en voorbereid zijn op watertekorten, wateroverlast, overstromingsrisico’s en een warmer klimaat. Waterketen: Het verder professionaliseren van de beheertaken in de waterketen en de (personele) kwetsbaarheid verminderen.
Idem gezamenlijke visie Aanvullend:
Visie op de lange termijn: Een gezamenlijke invulling van beleid en strategie, met behoud van verschillen per bestuurlijke organisatie. Specifieke taken worden centraal binnen de Water- en Klimaatkring West/SWWB uitgewerkt op basis van doelmatigheid.
62
Gemeente Roosendaal stelt de komende periode nieuw klimaatadaptatiebeleid op.
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
De waterketen bestaat uit alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. De waterketen bevat ook het oppervlakte watersysteem. De primaire doelen betreffen: Beschermen van de volksgezondheid Bijdragen aan voldoende schoon water Zorgen voor droge voeten Bijdragen aan een goed en duurzaam leefmilieu De keten vertegenwoordigd veel zorgplichten die worden ingevuld door meerdere overheidsorganisaties. De invulling van de zorgplichten vindt vaak nog individueel plaats, waardoor we de integraliteit tussen de zorgplichten soms missen. De bekostiging van de zorgplichten vindt plaats middels belastingen. Om de publieke kosten zo laag mogelijk te houden is het van belang om te kijken of we maatregelen treffen met de grootst mogelijk winst voor de gehele waterketen. Bij missende integraliteit tussen de zorgplichten zal eerst op ambtelijk niveau worden geëscaleerd en indien nodig bestuurlijk niveau worden beslecht.
FINANCIËN EN PERSONELE INVULLING
Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie
Beleidskeuzen gemeente Roosendaal
Heffingsgrondslagen (verbrede rioolheffing buitengebied, grondslagen afvalwater- hemelwatergrondwaterzorgplicht)
Door de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) is de modelverordening Riool- en waterzorgheffing geïntroduceerd als opvolger van de rioolheffing. De uitvoering van de brede gemeentelijke watertaken gaat verder dan de klassieke functie van rioleren (transport, afvoer). Om die reden heeft de modelverordening een benaming die meer recht doet aan het gehele takenpakket. Een adequate uitvoering van de zorgplicht is een collectief goed, alle percelen hebben profijt en kunnen niet worden uitgesloten.
Idem gezamenlijke visie
Personele bezetting en kwetsbaarheid
Het doel van de belasting is een doeltreffende belasting voor bekostiging van de gemeentelijke watertaken. De rioolheffing wordt per organisatie geheven op basis van verschillende uitgangspunten. Formatie dient afgestemd te zijn op de invulling van de zorgplichten in dit GRP. Basis is invulling van de formatie volgens Kennisbank Stedelijk water voor zover deze actueel is voor de huidige zorgplichten.
63
Idem gezamenlijke visie
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
BIJLAGE D WATERKETENVISIE WATERKRING WEST Samen schakelen Klimaatkring West
naar
een
toekomstbestendige
Water-
en
Als water- en klimaatpartners binnen Water- en Klimaatkring West werken we samen aan beleid, wisselen we kennis, innovaties en waar wenselijk capaciteit uit en verbinden we partijen. Wij werken samen aan een optimale inrichting van de totale waterketen en bouwen verder aan een veerkrachtig zoetwatersysteem. We stellen de leefbaarheid van de omgeving centraal, besparen water en streven naar een zo hoog mogelijke waarde van water en een vitale bodem. Met deze gezamenlijke waterketenvisie laten we zien wat we uiteindelijk willen bereiken. Met een verdere uitwerking en doorvertaling van de visie in o.a. de gemeentelijke programma’s Water en Riolering en de visie Bath zorgen we voor synergie en een doelmatige werking. Samen schakelen De regio Midden- en West-Brabant is een sterke economische regio waarin internationale bedrijven zich graag vestigen. Niet alleen vanwege de strategische positie, maar ook vanwege de goede woon- en leefomgeving. Niet te veel, niet te weinig en schoon water speelt in deze regio een belangrijke rol, net als de lange afvalwaterpersleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Bath in beheer bij waterschap Brabantse Delta. Een groot deel van het stedelijk en industrieel afvalwater vindt zijn weg via deze afvalwaterpersleiding (AWP) richting de Westerschelde.
Ook bij de lokale zuiveringen van Dinteloord, Halsteren, Nieuw-Vossemeer, Willemstad, Ossendrecht en Putte zuivert het waterschap afvalwater. De drinkwaterbedrijven Evides en Brabant Water pompen in deze regio grondwater op uit de bodem om er daarna drinkwater van te maken. De gemeenten spannen zich in om zo doelmatig mogelijk het afval- hemel- en grondwater in te zamelen, lokaal te verwerken en te
transporten. Een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting is een samenspel van verantwoordelijkheden en vereist breed maatschappelijk partnerschap. De integrale doorontwikkeling van de regio via de verstedelijkingsstrategie West Brabant West kan hierbij als het vehikel functioneren. Ook de hulp van particulieren is hierbij nodig. Bodem en water zullen steeds meer sturend worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. We beschouwen stad en land in samenhang om bij te dragen aan een aantrekkelijk landschap ter bevordering van een goede omgevingskwaliteit. Bedreigingen Al met al ligt er in West-Brabant een unieke en robuuste waterinfrastructuur waar we nog decennia profijt van kunnen hebben. Maar in hoeverre is het aannemelijk dat we over 30-50 jaar het water nog steeds op dezelfde manier winnen, gebruiken, inzamelen, transporteren en verwerken? In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben we als overheden met elkaar afgesproken om klimaatbewust te handelen en de openbare ruimte voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Klimaatbestendig wil zeggen dat de risico's vanwege weersextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar, en beheersbaar zijn. De lozingspunten riolering binnen de afvalwaterketen hebben mogelijk een effect op de lokale waterkwaliteit, maar beïnvloeden mogelijk ook de waterkwaliteit van de grotere watersystemen.
Denk hierbij aan de blauwalgenproblematiek in het VolkerakZoommeer en PFAS-problematiek in de Westerschelde. Ook komen er vanuit Europese wetgeving (steeds) strengere lozingseisen op ons af. Met name gericht op het terugdringen van microverontreinigingen zoals medicijnresten, hormoonstoffen, PFAS en microplastics. Met een gecoördineerde aanpak zijn in te zetten acties het meest effectief. Verder zijn er aanbevelingen van de Adviescommissie Droogte gericht op het vasthouden en aanvoeren van water, minder onttrekken van grondwater ten behoeve van o.a. drinkwatergebruik en bedrijfsprocessen en minder verdampen om dat te kunnen doen of de gevolgen te beperken.
64
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Op de hogere gronden in West-Brabant gaat het om robuuste beekdalen en het vergroten van de sponswerking van de bodem. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan de versterking van bossen en groen die bijvoorbeeld CO2 vastleggen en een basis voor de versterking van biodiversiteit vormen. In de poldergebieden ligt het accent meer op een robuuste zoetwatervoorziening en opvangen van verzilting. Tot slot leidt de energietransitie tot een toename van alternatieve energiebronnen zoals WKO-installaties. Deze kunnen echter ook een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het doorboren en niet professioneel afdichten van afsluitende lagen. Ook vergen alternatieve energiebronnen aanzienlijk meer ruimtebeslag, niet alleen bovengrondse windmolenen zonneparken, maar ook ondergrondse warmwaterleidingen en het verzwaren van het elektriciteitsnet zorgen dat het steeds drukker wordt in de boven- en ondergrond. Kansen Het tempo waarmee technologische ontwikkelingen plaatsvinden maakt dat het lastig is om een beeld te vormen van de toekomst, vrijwel alles lijkt mogelijk. Zeker op het vlak van zuivering, hergebruik en terugwinning van afvalwater zien we kansen. Ook door aanpassingen in de waterketen of het watersysteem en behoeften en belangen van partijen ontstaan nieuwe kansen.
Kansen die we kunnen benutten om bij te dragen aan lange termijn doelen zoals verbetering van de leefomgeving, verbetering van de waterkwaliteit, de energietransitie en digitalisering van de samenleving. Bijvoorbeeld door meer water lokaal vast te houden, groen terug te brengen in de gebouwde omgeving, zoet water te conserveren, energie en grondstoffen terug te winnen en digitaal te werken. Wel ervaren we dat we meer afhankelijk worden van systemen, dit maakt ons ook kwetsbaar. Denk hierbij aan veiligheids-issues of uitval van energie/communicatie.
Binnen Waterkring West werken we aan een optimale inrichting van de totale waterketen en werken we aan een veerkrachtig zoetwatersysteem waarbij:
We besparen op watergebruik en duurzame waarden creëren We afvalwater nog gerichter gaan inzamelen Hemelwater optimaal benutten Rekening houden met weersextremen Bovengrondse oplossingen nastreven Gebiedsgericht te werk gaan Toewerken naar een circulaire grondstoffenbenadering en emissieloos werken En onze kennis blijven delen en doorontwikkelen.
We besparen op watergebruik en creëren duurzame waarden Voldoende schoon drinkwater is geen vanzelfsprekendheid meer. Samen gaan we in de toekomst meer bewust om met het gebruik van onze drinkwaterbronnen, die niet onuitputtelijk zijn. De gemeenten gaan door met het afkoppelen en waar mogelijk infiltreren van hemelwater. Het waterschap vult de grondwatervoorraad aan door dynamisch peilbeheer en de drinkwaterbeheerders gaan samen met de kringpartners actief de drinkwaterbronnen beschermen en aanvullende bronnen onderzoeken. We proberen zoveel mogelijk water vast te houden en te bergen in de bodem op de hoge zandgronden om piekbuien op te vangen, maar ook om bij tijden van droogte juist voldoende water te 'reserveren' voor landbouw, natuur en stedelijk groen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de kweldruk ter plaatse van de Naad van Brabant benutten om water op te stuwen en vast te houden. Waar mogelijk en relevant verbeteren we de leeflaag in de gebouwde omgeving om vocht beter vast te houden. Een vitale bodem heeft namelijk minder last van droogte en wateroverlast en gaat efficiënter om met meststoffen. De bescherming van de grondwatervoorraad zien we als een gezamenlijke verantwoordelijkheid: alle partijen verkennen en benutten mogelijkheden om water te besparen en te hergebruiken. We streven de volgende voorkeursvolgorde na: water besparen, water hergebruiken, 65
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
aanvullende bronnen inzetten. Bij het bouwrijp maken van gebieden gaat onze voorkeur uit naar ophogen in plaats van draineren. In de gemeentelijke Omgevingsvisies willen we de gebieden vastleggen waar we zoet water kunnen conserveren om langdurig droge perioden beter te kunnen overbruggen. We gaan afvalwater nog gerichter inzamelen We benutten de bestaande capaciteit van de afvalwatertransportleiding (AWP) en RWZI Bath maximaal en minimaliseren afvalwaterstromen bij nieuwe en bestaande bedrijven. Gemeenten gaan door met het scheiden van schone en vuile waterstromen om zo ruimte te creëren voor het vuile water afkomstig van nieuwbouw. Via maatwerk sturen we gezamenlijk op een stand-still situatie van het aanbod aan afvalwater en microverontreinigingen pakken we via meerdere sporen aan. Afvalwater gaan we gerichter inzamelen, waar mogelijk hergebruiken en lokaal benutten voor bijvoorbeeld behoud/herstel van de natuur en zoetwateropslag. Decentrale zuivering nemen we uitdrukkelijk in overweging op plaatsen waar we maatschappelijke waarden kunnen creëren. Gemeenten en waterschap maken gezamenlijk afspraken om kansen op een verantwoorde manier te verzilveren. We benutten hemelwater optimaal We benutten (her)ontwikkelingen en herinrichting om hemelwater eerst te bufferen en pas af te voeren als het niet anders kan. Ook verwachten we dit van particulieren.
Het gebufferde hemelwater gebruiken we om het grondwater zo veel als mogelijk op peil te houden en voor andere doeleinden zoals bijvoorbeeld het besproeien van tuinen en doorspoelen van toiletten. Ook hier stellen we ons waakzaam op met betrekking tot de volksgezondheid, hemelwater kan immers ook bacteriologische verontreinigingen bevatten. We willen met name de hoge(re) zandgronden benutten om hemelwater vast te houden en zien ook kansen voor het combineren van hemelwaterberging, groen en erfgoed ter plaatse van bijvoorbeeld de Zuiderwaterlinie. In het geval er een spanningsveld is tussen afvoeren (op tijd ledigen
voor de volgende bui) en vasthouden (ten behoeve van zoetwateropslag) wegen we gezamenlijk de belangen af in plaats van vast te houden aan normen. We houden rekening met weersextremen Wat we nu als extreem weer beschouwen, wordt in de toekomst mogelijk het nieuwe normaal. Daarom gaan we door met afkoppelen van op de riolering afvoerend verhard oppervlak, creëren meer ruimte voor water, maximaliseren het groen en werken aan bescherming van kwetsbare locaties en meerlaagse veiligheid. We houden bij herinrichting van de openbare ruimte rekening met vitale infrastructuur zoals toegangswegen en regelinstallaties en kwetsbare objecten zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. We bouwen bij ingrepen reservecapaciteit in en gaan ontwikkelende partijen (juridisch) sterker sturen op een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. We beseffen ons dat de maakbaarheid van de openbare ruimte zijn grenzen bereikt en streven de natuurlijke, meer oorspronkelijke, situatie na. Tijdelijk water op straat in de vorm van (ernstige) hinder zullen we moeten accepteren. Meer (verlaagd) groen zien we als een kansrijke oplossing om hemelwater op te vangen en te infiltreren. We streven naar bovengrondse oplossingen We zoeken de integratie met het beheer en ontwikkeling van de openbare ruimte inclusief het watersysteem en innovatieve bouwkundige voorzieningen.
Bij het nemen van investeringsbeslissingen nemen we verhoging van de leefbaarheid (o.a. vermijden hittestress), biodiversiteit en te vermijden waterschade mee in de overweging. We voorzien een infrastructuur van centrale bovengrondse hemelwatervoorzieningen en groenvoorzieningen die bijdragen aan de biodiversiteit en bovendien uitnodigen om prettig te verblijven. Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de voorzieningen en een flexibele opstelling van partijen in het ontwerpstadium. We zoeken de grenzen op van ons beleid en de beschikbare middelen, trekken samen op en scheppen voor elkaar gunstige randvoorwaarden. Ook in de ondergrond streven we naar zo veel mogelijk samenwerking en hierdoor graafrust voor de omwonenden.
66
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
We gaan gebiedsgericht te werk De verschillende opgaven die er op ons afkomen vanuit o.a. water, klimaat, energie en circulair vragen om een integrale aanpak. Door als partijen/partners met elkaar op te trekken en buurt-, wijk of gebiedsgericht te werk te gaan kunnen we het in één keer goed doen. Bij (her)inrichting bekijken we uitdrukkelijk de mogelijkheden voor dubbel gebruik van de bovengrond, uiteraard met oog voor gezondheidsaspecten. Ook stemmen we de levenscycli van de elementen zodanig op elkaar af dat het stapelen van functies in de ondergrond beter mogelijk wordt. Zo benutten we de ruimte optimaal en kunnen bijvoorbeeld leidingen en bomen tegelijkertijd worden vervangen. Naast kosten beschouwen we uitdrukkelijk ook de waarden die we kunnen toevoegen. Via slim ingerichte processen, optimale digitalisering, het benutten van omgevingskennis en te luisteren naar de anderen, slagen we er steeds beter in om alles tijdig op elkaar afgestemd te krijgen.
We blijven onze kennis doorontwikkelen en met elkaar delen We zetten onze gezamenlijke metingen en data-analyse voort en intensiveren waar mogelijk onze samenwerking op dit vlak. Hierdoor krijgen we meer inzicht in kwetsbare onderdelen/locaties en onbenutte capaciteit. We streven naar zoveel mogelijk uniformiteit om elkaars werkzaamheden eventueel beter te kunnen opvangen en wisselen kennis uit met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen zoals risicogestuurd beheer en digitalisering. We zetten in op het koppelen van onze rekenmodellen om beter rekening te kunnen houden met de interactie tussen riolering en oppervlaktewater en beter te kunnen inspelen op het samenvallen van afvoerpieken. Door de verkeerstoren optimaal in te richten houden we een vinger aan de pols en kunnen we tijdig anticiperen op situaties. Via openbare jaarrapporten voorzien we in de toenemende behoefte aan transparantie. Door initiatieven en ideeën vroegtijdig met elkaar te delen kunnen we van elkaar leren en aanhaken waar dat passend en logisch is.
We werken toe naar een circulaire grondstoffenbenadering en emissieloos werken In ons afvalwater zitten naast schadelijke stoffen zoals medicijnresten, hormoonstoffen en microverontreinigingen ook herbruikbare grondstoffen en energie. Het eruit halen van de schadelijke verontreinigingen, zoals bijvoorbeeld PFAS, betekent maatwerk. Via een brongerichte aanpak (voorlichting, inzamelpunten e.d.) kunnen we voorkomen dat de stoffen in het milieu terecht komen. Om geloosde stoffen op de meest efficiënte locaties eruit te kunnen halen delen we onze kennis over de waterketen en grijpen in daar waar de impact hoog is. De RWZI’s zijn hierbij voor de hand liggende locaties, maar ook systemen met een hoog percentage verkeerde aansluitingen of concentraties van zorginstellingen of specifieke bedrijven komen in aanmerking. De ‘Schone Maaswaterketen’ hanteren we hierbij als leidend principe. Niet alleen op de zuivering, maar ook op onze gemalen streven we naar energieneutraal. We sturen hierop via (in volgorde) ons inkoopbeleid, vermindering van het energieverbruik en het opwekken van energie. Ook zetten we in toenemende mate in op hergebruik van materialen, zoals oude rioolbuizen en het gebruik van duurzaam aangedreven voertuigen.
67
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
BIJLAGE E KAMERBRIEF BODEM EN WATER STUREND Het kabinet wil water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In een Kamerbrief beschrijven minister Mark Harbers en staatsecretaris Vivianne Heijnen van IenW waarom en hoe. Grenzen aan water- en bodemsysteem Lange tijd konden we in Nederland het water- en bodemsysteem aan onze wensen aanpassen. Maar nu lopen we steeds vaker tegen de grenzen aan van dit systeem. Zo zorgen bodemdaling en lage waterstanden voor veel schade aan funderingen, is genoeg goed drinkwater niet meer vanzelfsprekend en staat het voortbestaan van planten- en diersoorten onder druk. De kwaliteit en beschikbaarheid van water en bodem hebben ook grote invloed op onze scheepvaart, landbouw, energievoorziening, industrie en natuur. Bovendien zet het veranderende klimaat alles op scherp. ‘Deze brief gaat over ons water en onze bodem. Letterlijk de basis van ons bestaan, en daarmee van groot belang voor iedereen.’ Water en bodem sturend voor de ruimtelijke inrichting Water en bodem sturend is daarom het nieuwe motto voor alles wat met de ruimtelijke inrichting te maken heeft. Het kabinet baseert het beleid hiervoor op zeven uitgangspunten, zo schrijven de minister en staatssecretaris in de brief: 1.
Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet afwentelen van privaat naar publiek. 2. Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties die nog niet eerder zijn voorgekomen zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden. Daar moeten we ons nog beter op voorbereiden. 3. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem.
4. Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, wil het Rijk ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken en voor crisisbeheersing en herstel van schade. 5. Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen: zo worden bodems beter bestand tegen verdroging, slaan ze CO2 beter op en helpen ze ook om stikstof vast te leggen. 6. Integrale aanpak in de leefomgeving: de water- en bodemopgaven hangen samen met alle andere opgaven in de leefomgeving. Daarom is het heel belangrijk om deze opgaven integraal aan te pakken, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. 7. Comply or explain: Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. En doelen moeten hierbij nog steeds wel gehaald worden. Met deze uitgangspunten volgt het kabinet de adviezen van deltacommissaris Peter Glas en stikstofbemiddelaar Johan Remkes. Kabinet maakt 33 structurerende keuzes Om bij de inrichting van Nederland meer rekening te houden met water en bodem, heeft het kabinet 33 structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Dit is maatwerk, want er zijn grote verschillen tussen de gebieden.
Een aantal voorbeelden: • Er moeten meer zoetwatervoorraden komen, bijvoorbeeld door meer water op te slaan in het IJsselmeer en het Markermeer. • We willen niet meer bouwen op plaatsen die later nodig zijn voor het bergen en afvoeren van water, zoals in de diepste delen van diepe polders en in de uiterwaarden van rivieren. • Er komen afspraken om de bodem minder te bedekken. Denk bijvoorbeeld aan minder stenen in de stad. Minder bodemafdekking zorgt voor een gezondere bodem, minder hitte en minder wateroverlast. • Op verschillende plekken komt een hoger grondwaterpeil. Per gebied bekijken de betrokkenen in welk tempo welk doel kan worden bereikt. • Water moet van goede kwaliteit blijven en bedrijven en inwoners gaan 20% minder drinkwater gebruiken.
68
WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027
Het Rijk maakt structurerende keuzes die richting geven voor de komende decennia. Veel keuzes kunnen en moeten we nu al doorvoeren in maatregelen.’ Keuzes vragen om goede samenwerking Deze 33 keuzes vragen om een goede samenwerking tussen veel verschillende partijen. Want ze vragen om een flinke omslag in ons denken en doen. Het Rijk werkt daarom nauw samen met de waterschappen, provincies en gemeenten. Bijvoorbeeld door met hen uitvoeringsagenda’s op te stellen, door samen met de waterschappen te werken aan een verbeterde en dwingender watertoets, en door samen met provincies en gemeenten de ondergrond in beeld te brengen.
69