CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 water- en rioleringsprogramma 2024-2027.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6c: Raadsvoorstel 048 - Water- en Rioleringsprogramma 2024-202725.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

IBA’s Bij de inzameling en het transport van afvalwater wordt er naast riolering ook gebruik gemaakt van drukriolering en individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA’s). De perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze IBA’s. De komende planperiode zetten we (nog) sterker in op het afkoppelen van foutaansluitingen op drukriolering (afvoer van hemelwater afkomstig van verhardingen). Risicogestuurd en datagedreven beheer In het verleden reinigden en inspecteerden we het rioleringssysteem volgens een vaste cyclus. Dit leidde tot losstaande verbeteringen, maar niet tot het op een doelmatige wijze behalen van onze doelstellingen. Om deze reden zijn we onze bedrijfsvoering anders gaan inrichten en hebben we als één van de koplopers in Nederland gepionierd met risicogestuurd en datagedreven beheer. Dit betekent ingrijpen waar het moet en oprekken waar het kan met een optimaal gebruik van de beschikbare data. We hebben binnen het werkveld riolering stappen gezet in digitale contractbeheersing, het standaardiseren van datasets en ervoor gezorgd dat data maar op één plek is opgeslagen (één digitale waarheid). Door aan alle rioleringsobjecten een risicocijfer te koppelen kunnen we effectiever te werk gaan. Risicogebieden inspecteren we bijvoorbeeld met een hogere frequentie, o.a. naar aanleiding van meldingen.

We reinigen kolken, lijngoten en tunnels 2 keer per jaar.

5 Uitvoeringsprogramma

Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Roosendaal en waterschap Brabantse Delta maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader.

4.2

HEMELWATER

Hemelwater voeren we in principe niet af naar de RWZI. Hemelwater dat valt in openbaar gebied verwerken we lokaal en anders regionaal, bij voorkeur door infiltratie of tijdelijke berging. Periodiek terugkerende plaatselijke wateroverlast gaan we zoveel mogelijk tegen in openbaar gebied. Afkoppelen moet een meerwaarde opleveren voor het totale (stedelijke) watersysteem.

26

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

Een groeiende stad Roosendaal groeit. Deze ruimtelijke ontwikkelingen hebben impact op het rioleringssysteem. Omdat er nieuwe huizen en bewoners worden toegevoegd aan het gebied, is er een verhoogde vraag naar (drink)water en afvalwaterafvoer. Ook moet er rekening worden gehouden met de hemelwaterafvoer: er stroomt meer regenwater naar de riolering, wat de kans op overstroming en afvoerproblemen vergroot. We stellen daarom nieuw beleid op met betrekking tot de relatie tussen stedelijk water en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hiermee spelen we in op mogelijkheden voor een nieuwe infrastructuur voor hemel- en afvalwater, hoofdafvoeren en blauwe aders. Water en bodem zijn hier sturende principes (zie bijlage E). Ingezette koers De komende periode zetten we de koers voort om anders om te gaan met hemelwater. We blijven actief bezig met het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte, en daarmee in te spelen op klimaatverandering. Dat geldt bijvoorbeeld zowel voor infiltratie bij neerslag, opvang en hergebruik van hemelwater bij droogte if als grijswatercircuit of het slim inrichten van de openbare ruimte om wateroverlast te voorkomen. Zowel bij grootschalige nieuwbouwprojecten als kleine ingrepen in de bestaande omgeving.

We vinden dat de omgang met en verwerking van hemelwater een gedeelde verantwoordelijkheid is, waarvoor we samen met de burgers en de bedrijven aan de lat staan. We geven hier een praktische invulling aan met een retentieverplichting bij nieuwbouwontwikkelingen, het nastreven van een voorkeursvolgorde voor de omgang met water, het creëren van voldoende open water, het stimuleren van initiatieven vanuit de maatschappij en door het beleid te verankeren in plan(ontwikkelingen). Verwerking van hemelwater Voor de omgang met hemelwater is het vertrekpunt dat we willen voorkomen dat hemelwater wordt afgevoerd uit het gebied. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde: 1.

2.

3.

4.

5. 6.

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Hergebruik van regenwater, om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen Bergen en infiltreren op eigen terrein Niet afwentelen van privaat naar publiek (ivm kostenveroorzakersbeginsel) Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen Bij voorkeur bovengrondse opslag. Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel als mogelijk te beperken Afvoeren op bovengrondse hemelwatervoorziening Af te voeren water slim verdelen door waar het kan te lozen op bovengrondse hemelwatervoorziening (watergang, weg met afwateringsfunctie, etc.) Afvoeren op een ondergrondse hemelwatervoorziening Afvoeren op een gemengd rioolstelsel richting RWZI

Inspelen op droogte In de voorkeursvolgorde staan de manieren van hemelwaterverwerking die bijdragen aan droogtebestrijding voorop. Met het hanteren van deze voorkeursvolgorde sluiten we aan bij een aantal structurerende keuzes die water en bodem sturend maken (zie tekstkader paragraaf 2.3). Hiermee sturen we op principes zoals het niet onnodig verharden van de bodem en het niet afwentelen van hemelwater van private naar publieke ruimte. Het toetsingskader Roosendaal Natuurstad gebruiken we hierbij als leidraad. De water en bodem sturende principes zijn ook van toepassing op de gebiedsgerichte aanpak van het hemel- en grondwaterbeheer in Roosendaal. Gebiedseigen water wordt in natte perioden dus zoveel mogelijk op locatie vastgehouden, om optimaal peilbeheer te kunnen realiseren en minder last te hebben van tijden van droogte. Dit is in het buitengebied van belang, ten behoeve van de natuur en de agrarische sector, maar ook binnen de bebouwde omgeving in verband met o.a. een goede vochthuishouding voor stedelijk groen.

Hergebruik

27

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

Het benutten van hemelwaterbergingsvoorzieningen als zoetwatervoorraad is in het kader van droogte een interessante optie die echter op gespannen voet staat met de wens om berging weer tijdig beschikbaar te hebben. We gaan gezamenlijk met de waterpartners een onderzoek uitvoeren naar de (on)mogelijkheden van een dergelijke dubbelfunctie. Het gebruikmaken van meet- en regeltechniek, neerslagvoorspelling en/of een slimme inrichting biedt mogelijk perspectief. Daar hoort dan ook een transparant afwegingskader bij. Tabel 2 geeft weer welke kenmerken en welk beeld waterhinder en hemelwateroverlast definiëren en wat onze strategie hierbij is. Op het moment van schrijven evalueren we de beschermingsniveaus rondom wateroverlast en hinder op basis van de benodigde bereikbaarheid van een locatie en op basis van de gevolgen voor de volksgezondheid. De definities als omschreven in Tabel 2 kunnen op basis van deze evaluatie nog wijzigen. Waterschade In geval van waterschade treffen we, indien mogelijk en doelmatig, als gemeente (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer.

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Extreme buien verwerken we bij voorkeur bovengronds in plaats van ondergronds. In het streven naar een klimaatbestendige en leefbare omgeving zal het aantal bovengrondse voorzieningen voor de (tijdelijke) opslag van regenwater dan ook toenemen. Uitgangspunten verwerkingscapaciteit De gemeente onderhoudt en verbetert het stedelijk watersysteem en toetst de gevoeligheid van het rioolstelsel op overlast met behulp van modelberekeningen. Daarbij hanteren we voor nieuwe gebieden een ander uitgangspunt dan in bestaand gebied:  Bestaand gebied: geen water-op-straat bij een belasting met bui 08 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de twee jaar)  Nieuwe gebieden: geen water-op-straat bij een belasting met bui 10 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de tien jaar) Tabel 2 Waterhinder en -overlast: beeld, definities en strategie Waterhinder Kenmerken:  het water blijft staan in openbaar gebied, waardoor wegen tijdelijk niet begaanbaar zijn;  (ernstige) waterhinder leidt niet tot schade aan gebouwen;  waterhinder zal door klimaatverandering vaker voorkomen en vinden we acceptabel.

Vooralsnog blijven we de bestaande riolering toetsen aan de hand van neerslag extremen en de risico’s die daarmee gepaard gaan met betrekking tot schade aan woningen en gebouwen. Bij het ontwerp betrekken we zo veel mogelijk de openbare ruimte. Hiertoe voeren we stresstesten riolering uit of actualiseren deze indien nodig. We maken een inschatting van eventueel te verwachten schade als gevolg van extreme neerslag en de benodigde investeringen om dergelijke schade te voorkomen.

Strategie: In geval van ernstige hinder bij een neerslaggebeurtenis met een frequentie van optreden van ca. 1x per 2 jaar treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden van ernstige hinder aanmerkelijk kleiner wordt.

De komende planperiode voeren we een aantal verbetermaatregelen aan de riolering uit om het hydraulisch functioneren te verbeteren. Dit zijn maatregelen waarvan we op basis van de huidige inzichten geen spijt krijgen en gebaseerd op herberekeningen.

28

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

Hemelwateroverlast Kenmerken:  materiële schade: het water loopt vanaf de straat gebouwen in;  risico’s voor de volksgezondheid: afvalwater stroomt in grote mate vanuit de riolering de straat op;  belemmering voor hulpdiensten en economische schade: het water op straat blokkeert hoofdwegen Strategie: In geval van hemelwateroverlast treffen we als gemeente, indien mogelijk, (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer.

Toetsing van verwerkingscapaciteit bestaande rioleringssystemen De ondergrondse afvoercapaciteit van bestaande rioleringssystemen toetsen we aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de landelijke Kennisbank Riolering). In deze situatie dient de waakhoogte ten opzichte van maaiveld minimaal 25 cm te bedragen. Eventuele verbetermaatregelen toetsen we aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar (buien 9 en 10 uit de Kennisbank Riolering) waarbij water op straat acceptabel is. De keuze voor een zwaardere toetsingsbui is een afweging tussen de meerkosten van diameterverruiming en de potentie van de bovengrond om extra regenwater te kunnen verwerken (maatwerk). Voor de bovengrondse verwerkingscapaciteit voeren we stresstesten riolering uit met de in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) voorgeschreven toetsingsbuien. De afweging tussen het accepteren van schade versus het investeren in verbetermaatregelen maken we in een risicodialoog met belanghebbenden in het betreffende gebied.

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Toetsing van verwerkingscapaciteit nieuwe rioleringssystemen Nieuwe rioleringssystemen ontwerpen we op een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 10 jaar (bui 10 uit de landelijke Kennisbank Riolering). In deze situatie dient in minimaal 95% van de rioolputten de waterstand in de rioolputten 25 cm onder straatpeil te bedragen. Voor het overige percentage is water tot aan de perceelsgrens acceptabel (water op straat) zolang dit geen risico oplevert voor het optreden van ernstige hinder of waterschade. Voor nieuwe ontwikkelingen gaan we in plaats van een projectgebonden advies uit van een vloerpeil van tenminste 20 cm en indien technisch haalbaar 30 cm. Hierdoor creëren we een hogere bescherming tegen wateroverlast in de openbare ruimte. Composietbuien De komende planperiode gaan we als Water- en Klimaatkring West onderzoeken of het gebruik van composietbuien een betere en kosteneffectieve benadering is voor het toetsen van de verwerkingscapaciteit. Een composietbui is een fictieve bui met een aan- en afloop en een piek in het midden. Deze bui is representatief voor een korte hevige bui. De intensiteit van de composietbui is hoger dan de intensiteit van de ontwerpbui en past beter bij de toenemende hevigheid van buien. We volgen hierbij ook de landelijke ontwikkelingen.

Waterbergingseisen Zowel bij nieuwbouw als bij ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied verlangen we van de perceeleigenaar dat deze zijn/haar verantwoordelijkheid neemt om wateroverlast te voorkomen op eigen terrein (niet afwentelen). Hierbij hanteren we de bergingseisen in Tabel 3. Tabel 3 Bergingseisen gemeente Roosendaal

Nieuwe ontwikkelingen 60 mm

29

Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied 60 mm

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

Toelichting bij en aanvullingen op de tabel:  Een eis van 60 mm betekent ten minste 60 liter berging per m2 oppervlak;  De bergingsvoorziening dient na 24 uur weer leeg te zijn;  Het oppervlak waarover deze bergingseis berekend dient te worden, betreft het perceeloppervlak in de nieuwe situatie;  De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). De voorkeur gaat in de basis uit naar een voorziening op ieder particulier perceel binnen een ontwikkeling.

4 Strategie

4.3

GRONDWATER

Wijzigingen in grondwateronttrekkingen en/of het optreden van langdurig droge of natte perioden als gevolg van klimaatverandering kunnen het verloop van de grondwaterstand beïnvloeden. Het is daarom goed om een vinger aan de pols te blijven houden via ons gezamenlijke te actualiseren grondwatermeetnet. We streven naar een natuurlijke fluctuatie zonder dat hierdoor overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. We hanteren ontwateringsdiepten zoals weergegeven in Tabel 4.

6 Middelen

Tabel 4 Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw

Hemelwater en de Omgevingswet De komende planperiode gaan we regels opleggen in het kader van een duurzame omgang met hemelwater. Bijvoorbeeld het maximeren van bouwoppervlak, bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting, verplichting tot waterberging op eigen terrein etc.

5 Uitvoeringsprogramma

Functie

Nieuwe ontwikkelingen

Secundaire wegen en hoofdstraten Hoofdwegen Woningen met kruipruimte Woningen zonder kruipruimte Bedrijventerreinen Groenvoorzieningen

Maaiveld* 0,7 m t.o.v. GHG**

Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied Maaiveld 0,7 m t.o.v. GG***

Maaiveld 1,0 m t.o.v. GHG Vloerpeil 0,7 m t.o.v. GHG

Maaiveld 1,0 m t.o.v. GG Vloerpeil 0,7 m t.o.v. GG

Vloerpeil 0,3 m t.o.v. GHG

Vloerpeil 0,7 m t.o.v. GG

Vloerpeil 0,7 m t.o.v. GHG Maaiveld 0,5 m t.o.v. GHG

Vloerpeil 0,7 m t.o.v. GG Maaiveld 0,5 m t.o.v. GG

*maaiveld is aardoppervlak **GHG is gemiddeld hoogste grondwaterstand *** GG is gemiddelde grondwaterstand

Hydrologisch neutrale inrichting Alle woningen voldoen aan de bouwkundige eisen om vocht- en gezondheidsproblemen binnenshuis te voorkomen. Het grondwaterbeleid is gericht op het zo min mogelijk verplaatsen van grondwater, ofwel een zogenaamde hydrologisch neutrale inrichting. Indien grondwater toch wordt verplaatst voeren we dit bij voorkeur niet af naar de RWZI, maar naar oppervlaktewater of in de bodem. Klachten en meldingen Als gemeente beschikken we via een grondwatermeetnet over inzicht in de grondwaterhuishouding om klachten en meldingen met betrekking tot grondwateroverlast te kunnen beoordelen. Structurele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties voorkomen we door de wijze van bouwen en bouwrijp maken.

30

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Verdelingsafspraken In deze planperiode werken we verdelingsafspraken uit met betrekking tot grondwater. We stappen hierbij af van het vrije aftapsysteem. Bij deze afspraken worden agrariërs en particulieren betrokken. Bodemenergiesystemen Met de toenemende behoefte aan duurzame energiebronnen neemt het aantal warmte-koude opslagsystemen (WKO) in de bodem toe. Dit brengt een risico voor de bescherming van het grondwater met zich mee, als niet volgens de voorschriften wordt gewerkt, meldingen niet worden gedaan en hier ook geen controle op is. Hierdoor bestaat de kans dat afsluitende lagen niet goed worden afgedicht en schoon grondwater uittreedt of ondiep, mogelijk vervuild, grondwater intreedt in de watervoerende laag. Over open (vaak grote) WKO-systemen heeft de provincie bevoegdheid. Bij de gesloten (vaak kleine) WKO-systemen heeft de gemeente de mogelijkheid om de toepassing ervan op bepaalde locaties of dieptes uit te sluiten. Bijvoorbeeld omdat op een locatie een open systeem de voorkeur heeft of omdat er reeds te veel systemen zich dicht op elkaar bevinden. Omdat de invloed van WKO-systemen op de waterhuishouding (grondwater en riolering) nog relatief onbekend is, stellen we de komende planperiode met de waterpartners een strategie op ten aanzien van WKO-systemen, bijvoorbeeld voor het selecteren van interferentiegebieden.

In samenwerking met de provincie is een onderzoek gestart naar gebieden die in de toekomst geschikt zijn voor de aanleg van WKO’s. Dit onderzoek wordt meegenomen in de strategische voorkeur ten aanzien van WKO-locaties.

Figuur 7: Grondwaterbeschermingsgebied omgeving Roosendaal. Bron: Provincie Noord-Brabant

Lozingen van WKO-systemen Direct na aanleg of bij periodiek brononderhoud wordt grondwater opgepompt om verstopping van het WKO-systeem te voorkomen. Dit grondwater moet zoveel mogelijk lokaal geïnfiltreerd worden en mag in de basis niet geloosd worden op het gemeentelijk rioolstelsel. We geven daarom geen lozingsvergunningen uit voor grondwater afkomstig van WKO’s.

31

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

4.4

3 Visie en ambitie

OVERIGE ZORGPLICHTEN IN DE WATERKETEN

Drinkwater De waterbedrijven Brabant Water en Evides zorgen ervoor dat er schoon water uit de kraan komt. Met het oog op een duurzame drinkwatervoorziening beschermen we onze bestaande zoetwaterbellen en zorgen we voor back-up in geval van nood. Aangezien een groot deel van het hemelwater nog wordt afgevoerd (meer dan 80%) is de grondwaterstand en hiermee de waterwinning gebaat bij afkoppeling van verhard oppervlak en infiltratie van hemelwater in de bodem. Drinkwaterwinningen Binnen de gemeente Roosendaal liggen grondwaterbeschermingsgebieden rond de twee drinkwaterwinningen van Brabant Water (ten noordenwesten van Wouw en ten zuidoosten van Roosendaal). Ook wordt er een nieuwe drinkwaterwinning ontwikkeld op locatie Kruisland. Voor de Roosendaalse drinkwaterwinning is, net als voor alle andere winningen in Nederland, een gebiedsdossier opgesteld. In dit gebiedsdossier zijn de opgaven opgenomen die nodig zijn om de drinkwaterwinning veilig te stellen. Deze restopgaven en de benodigde maatregelen worden in uitvoeringsprogramma’s vastgelegd. De kosten die hiermee zijn gemoeid vallen niet onder dit WRP. Oppervlaktewater Om eind 2027 aan de doelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen, heeft het waterschap Brabantse Delta de toekomstige knelpunten in het watersysteem die een belemmering zijn voor de waterkwaliteit in beeld gebracht door middel van watersysteemanalyses.

Welke inzet dit vervolgens vraagt van ons als gemeente, dient in overleg met de waterpartners verder te worden uitgewerkt. Voor de waterketen betreft dit voornamelijk effluentstromen en overstorten. In Roosendaal zijn de watersysteemanalyses voor de Molenbeek, Smallebeek (Cuijslandsekreken), Bleekloop-Zoom en Roosendaalse Vliet (Mark-Vliet-Dintel) afgerond. Het wordt een opgave voor Roosendaal om de doelstellingen die gesteld zijn voor de waterkwaliteit te behalen. Het waterschap verzorgt het proces om samen tot een aanpak te komen. De gemeente sluit aan en kijkt hierbij samen met het waterschap naar koppelkansen

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

met andere gemeentelijke opgaves op het gebied van water, natuur en klimaatadaptatie. De kosten die gemoeid zijn met de KRW-opgaven, vallen niet onder dit WRP.

Oppervlaktewater en de Omgevingswet Het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit en waterveiligheid. De gemeente kan ervoor kiezen om aanvullende of strengere omgevingswaarden vast te leggen, bijvoorbeeld voor de te behalen waterkwaliteit. Eventuele omgevingswaarden krijgen hun beslag in het Gemeentelijk Omgevingsplan. Uitgangspunt is dat de gemeente (of waterschap) verantwoordelijk is voor het opstellen van een programma bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde, ook als die waarde door rijk of de provincie is vastgesteld.

4.5

BIJDRAGEN AAN KLIMAATBESTENDIGHEID

Bestaande situatie We hebben door de jarenlange investeringen in het rioleringssysteem de bescherming tegen wateroverlast goed onder controle. Door toenemende verstedelijking en klimaatverandering zullen we echter moeten blijven investeren in verbetermaatregelen om droge voeten te houden. Het voorkomen van toekomstige wateroverlast door het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt veel te kostbaar. We houden daarom bij de (her)inrichting van de openbare ruimte rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden en accepteren dat er vaker water op straat zal optreden. Om meer grip te krijgen op een meer duurzame omgang met hemelwater bij herontwikkeling zetten we breed in door te informeren, te stimuleren en af te dwingen. Voor de lage en natte gebieden is de urgentie hoger en zal de noodzaak tot een meer 32

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

dwingende aanpak in het gebied zelf of bovenstrooms daarvan groter zijn. De komende planperiode gaaan we eisen stellen aan een duurzame omgang met water in combinatie met vergroening overeenkomstig de klimaatadaptatiestrategie. Stimuleringsregeling Roosendaal Natuurstad Voor inwoners die een groen dak willen aanleggen, hun tuin willen vergroenen, bomen willen planten, een regenton willen aanschaffen, regenwater willen afkoppelen, waterpasserende verharding of een geveltuin willen aanleggen bestaat er de stimuleringsregeling Roosendaal Natuurstad. Met deze subsidieregeling willen we inwoners helpen om tuinen in te richten op het veranderend klimaat en bij te dragen aan de biodiversiteit. Klimaatadaptatiestrategie Medio 2024 worden de klimaatadaptatieplannen opgeleverd. Hiervoor worden nieuwe stresstesten en risicodialogen uitgevoerd. Deze informatie gebruiken we om een nieuwe adaptatiestrategie en per wijk een uitvoeringsprogramma op te stellen. Vooruitlopend op vastgesteld beleid voeren we alleen geen-spijt verbetermaatregelen uit in het tempo van boven- en ondergrondse ontwikkelingen. Klimaatneutraal Bij ruimtelijke planprocessen is een integrale aanpak van belang. Om klimaatadaptatie in de verschillende sectoren te integreren beschouwen we het waterbelang in beleidsthema’s/plannen en ontwerpen.

We verankeren dit belang waar mogelijk en houden oog voor de koppeling met andere thema’s zoals droogte, hittestress en biodiversiteit. Dit doen we door waterbergingseisen op te nemen in ons programma van eisen voor ruimtelijke ontwikkelingen en hier sterk(er) op te sturen binnen het proces van de Watertoets. Ook besteden we bij nieuwe ruimtelijke plannen extra aandacht aan het bodem en water sturend principe. Hierbij is het wenselijk dat projectontwikkelaars een stresstest uit te voeren om de effecten duidelijk zichtbaar te maken.

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

en speelvoorzieningen en in het oppervlaktewater. Bij een herinrichting realiseren we, overeenkomstig de kadernota in ‘Roosendaal Natuurstad’ minimaal 15 procent meer groen dan in de oude situatie, tenzij dit economisch en/of praktisch niet haalbaar is. We houden hierbij oog voor mogelijke gezondheidsrisico’s en stemmen ons beheer hierop af. Ook houden we bij de herinrichting van de openbare ruimte rekening met vitale infrastructuur zoals toegangswegen en regelinstallaties en kwetsbare objecten zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. De benodigde bovengrondse voorzieningen richten we zodanig in dat deze tevens een positieve bijdrage leveren aan het tegengaan van hittestress en positief bijdragen aan een gezonde leefomgeving. De keuzes hierin maken we gezamenlijk met andere partners in de openbare ruimte. We intensiveren via gerichte communicatie de samenwerking met andere partners (GGD’s, kennisinstellingen, onderwijs, woningcorporaties, etc.) rondom een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving, om verschillende doelgroepen aan te spreken. Zo gaan we bijvoorbeeld aan de slag met watereducatie op Roosendaalse scholen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Pieken in regenwater kunnen we niet alleen in de openbare ruimte opvangen. Ook op particuliere percelen moet meer regenwater worden vastgehouden en de kans krijgen om in de bodem te zakken.

Zo beperken we de gevolgen van piekbuien en ontlasten we de riolering en waterzuivering. De particulier is verantwoordelijk op eigen terrein. We grijpen nieuwe ontwikkelingen aan om ook op particulier terrein waterberging te creëren (60 mm op eigen terrein, afvoer na 24 uur). We nemen deze eisen op in het omgevingsplan.

Gezonde leefomgeving In de openbare ruimte creëren we, waar noodzakelijk, gewenst en haalbaar, ruimte voor hemelwater. Dit doen we bijvoorbeeld in de bodem, groen33

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

Klimaatbestendigheid en de Omgevingswet

4.6

BIJDRAGEN AAN EEN GOEDE WATERBALANS

Het huidige wettelijke stelsel bevat al veel mogelijkheden om klimaatadaptief bouwen juridisch te borgen. In bestemmingsplannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening kunnen eisen worden gesteld aan onder meer het minimale vloerpeil en het aanbrengen van waterberging bij (ver)nieuwbouw. De Watertoets ondersteunt het gebruik van de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Ook kunnen in een exploitatieovereenkomst eisen worden gesteld aan het bouwrijp maken van gronden (waaronder voldoende ophoging).

Kwaliteitsbescherming Voor een goede leefomgeving vormt gezond oppervlaktewater van een natuurlijke kwaliteit een vanzelfsprekende randvoorwaarde. Voor de drinkwatervoorziening is grondwater van goede kwaliteit een primaire behoefte in zuidwest Nederland. Oppervlaktewater voedt het grondwater en is hiermee indirect een buffer voor de drinkwatervoorziening. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak binnen grondwaterbeschermingsgebieden houden we hier rekening mee.

De wetgeving biedt mogelijkheden om aan nieuwe en bestaande lozingen van afstromend hemelwater eisen te stellen, bijvoorbeeld over het bergen van dat water. Dit kan in de huidige situatie in individuele gevallen met een maatwerkvoorschrift, of gebiedsgericht met een gemeentelijke verordening of de keur van het waterschap. Ook het aanbestedingsrecht biedt mogelijkheden om klimaatadaptief bouwen mee te nemen als criterium in aanbestedingsprocedures.

In balans Via gebiedsgericht grondwaterbeheer spelen we in op langdurige perioden van droogte en beschermen we ons (toekomstige) drinkwater. Hiertoe sturen we op een goede balans tussen het regionale watersysteem en de gebouwde omgeving voor de opvang van extreme neerslaghoeveelheden. Dit betekent dat waterstromen afkomstig uit landelijk gebied niet leiden tot overlast in de gebouwde omgeving en vice versa. In de huidige situatie speelt bijvoorbeeld het probleem van verdroging en erosie bovenstrooms in combinatie met sedimentatie en inundatie benedenstrooms.

Met de stelselherziening omgevingsrecht worden de mogelijkheden voor decentrale regels over klimaatadaptief bouwen (nog) groter. Zo worden de regels over lozingen van hemelwater onder de Omgevingswet bijvoorbeeld volledig decentraal gesteld. Op grond van de huidige bouwregelgeving (Woningwet en Bouwbesluit) kunnen echter decentraal geen aanvullende eisen worden gesteld aan dakconstructies, die groene daken mogelijk maken. Ook in het nieuwe stelsel is decentraal maatwerk over constructieve eisen niet mogelijk.

6 Middelen

We beperken verdroging van hoge en droge zandgronden door waar mogelijk water in de bodem te infiltreren (hemelwater, effluentwater) en waterbergingsgebieden zodanig in te richten dat een bijdrage wordt geleverd aan gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Ook werken we samen met het waterschap aan klimaatrobuuste, natuurrijke beken. Met deze maatregelen minimaliseren we verdroging in het landelijk gebied en in natuurgebieden. Ook voorkomen we op deze manier wateroverlast in het stedelijk gebied. Hiermee brengen we het landelijk gebied, natuurgebied en stedelijk gebied beter met elkaar in balans. Doelmatig beheer van retentievijvers Het aantal bovengrondse voorzieningen voor de opvang van overtollig hemelwater zal in de toekomst toenemen. We zien waterschap Brabantse Delta als logische partner om deze bovengrondse voorzieningen op te nemen in het totale beheerareaal. Dit is conform afspraken in het beleid ‘waterlopen

34

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

op orde’. Het waterschap is gespecialiseerd in deze taak en op deze wijze is er één verantwoordelijke partij. Dit geeft duidelijkheid en is (kosten)efficiënt.

4.7

BIJDRAGEN AAN WAARDEVOL WATER

Locatie We investeren bij voorkeur op enkele strategisch gunstige locaties dan op meerdere minder geschikte locaties. Op die strategische locaties bevorderen we innovaties en reserveren daarvoor budget en tijd. Ook tijdelijke locaties beschouwen we als kansrijk voor een duurzame inrichting. Hier kunnen we bijvoorbeeld bij tiny houses projecten hergebruik van regenwater en eigen afvalwaterverwerking toepassen, mits hygiënisch verantwoord. Inventarisatie In het kader van de gebiedsdossiers brengen we gezamenlijk onze kennis en kunde in bij het inventariseren van locaties en het inschatten van de risico’s en signaleren eventuele risico’s.

35

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

UITVOERINGSPROGRAMMA Dit hoofdstuk weergeeft activiteiten en/of maatregelen en budgetten die we als gemeente Roosendaal al dan niet samen met onze waterpartners verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit WRP.

36

Figuur 8 Een regenton in de tuin is een voorbeeld van hergebruik van regenwater, om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen. Bron: GAW | Stichting RIONED

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

Om onze ambities te realiseren voorzien we bepaalde uitgaven. Deze uitgaven bestaan grofweg uit exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten bestaan uit alle kosten, die nodig zijn om het watersysteem te onderhouden, onderzoeken en repareren. Maar ook informatisering (databeheer e.d.) en interne salariskosten behoren tot dit onderdeel. De investeringen betreffen vooral de vervanging (en verbetering) van onderdelen van het bestaande rioleringssysteem. Daarnaast zijn er budgetten meegenomen voor de klimaatmaatregelen, die in de komende planperiode verder moeten worden onderbouwd.

5.1

EXPLOITATIEKOSTEN

De exploitatiekosten zijn onderverdeeld in de volgende beheerdomeinen: • Vrij verval riolering • Kolken en lijngoten • Huisaansluitingen • Mechanische riolering • Grondwater • Oppervlaktewater • Planmatig onderzoek • Algemene kosten De benodigde activiteiten binnen de beheerdomeinen kunnen worden verdeeld in de volgende taakvelden: • Planvorming, gericht op beleidsvorming of functioneren (WRP, SSW, enz.) • Onderhoud (kort-cyclisch), gericht op het functioneren (reinigen, kolkzuigen, enz.) • Onderzoek (preventief), gericht op de fysieke toestand of het functioneren (inspecteren, rekenen, monitoren, enz.) • Maatregelen (correctief), gericht op de fysieke toestand (repareren of linen) • Facilitair, gericht op informatisering (database, abonnementen, enz.) • Salarissen • Toerekeningen vanuit andere taakvelden – Straatvegen: 50% van de totale kosten – Baggeren: 30% van de totale kosten – Waterlopen: 30% van de totale kosten

4 Strategie

•

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

– Wadi’s en waterberging: 100% van de totale kosten – Onderhoud duikers: 100% van de totale kosten De omvang van de post kwijtschelding (gebaseerd op ervaringscijfers) wordt ten laste gebracht van de exploitatie.

De exploitatiekosten vertonen een gelijkmatig patroon, omdat elk jaar min of meer dezelfde activiteiten moeten worden uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn per domein de kosten weergegeven voor de planperiode 2024-2027. Tabel 5: Overzicht exploitatie-uitgaven. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024. Activiteit 2024 2025 2026 2027 VV Riolering € 1.659.447 € 1.659.447 € 1.659.447 € 1.659.447 Kolken en lijngoten € 797.100 € 797.100 € 797.100 € 797.100 Huisaansluitingen € 504.960 € 504.960 € 504.960 € 504.960 Mechanische installaties en leidingen € 924.497 € 1.003.397 € 908.717 € 892.937 Grondwater € 208.656 € 208.656 € 208.656 € 208.656 Oppervlaktewater € 197.250 € 197.250 € 197.250 € 197.250 Planmatig onderzoek € 341.900 € 341.900 € 341.900 € 341.900 Algemene kosten € 1.718.738 € 1.66.138 € 1.639.838 € 1.639.838 TOTAAL € 6.405.148 € 6.457.748 € 6.310.468 € 6.294.688

Onderstaand zijn een aantal voor komende planperiode belangrijke activiteiten nader toegelicht. Doorontwikkelen Datagedreven risicogestuurd beheer Al in het VGRP 2013-2019 is ingezet op het optimaliseren van het beheerproces van de vrijvervalriolering. Hier toe zijn we gekomen tot de implementatie van risiscogestuurd datagedreven beheer. Afgelopen planperiode (VGRP 2020-2023) heeft de focus vooral gelegen op het opstellen, vermarkten en implementeren van de twee langjarige onderhoudscontracten (maximaal 10 jaar). Ook is er een digitaal basisfundament gebouwd voor deze aanpak. De komende planperiode zetten we in op het doorontwikkelen van datagedreven beheer. Dit doen we door samenhang tussen de losse bouwstenen van het digitale fundament te verbeteren, om het zo beter als één 37

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

geheel te laten functioneren. Ook gebruiken we de ervaringen die zijn opgedaan bij het optimaliseren van het beheerproces van de vrijvervalriolering voor het verbeteren van de andere beheerprocessen binnen stedelijk waterbeheer. Waterstructuurplan 2040 De gewenste schaalsprong, de toename van het aantal woningen en inwoners in de gemeente Roosendaal, heeft grote invloed op het stedelijk watersysteem. Aangezien de huidige infrastructuur van het watersysteem is uitgelegd op het faciliteren van afvalen regenwaterverwerking van de 78.000 inwoners. Voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling zal nieuwe waterinfrastructuur moeten worden aangelegd om de verwerking van het afval- en regenwater te faciliteren. Welke infrastructuur nodig is, hangt samen met de te kiezen locaties van de ontwikkelingen. Om de consequenties en randvoorwaarden goed in beeld te krijgen wordt het Waterstructuurplan 2040 opgesteld. Hydraulisch beheer De aanpak van hydraulisch beheer is de afgelopen jaren flink ontwikkeld. Naast het toetsen van het bestaande rioleringssysteem worden nu ook de effecten van klimaatverandering en stedelijke ontwikkelingen in beeld gebracht. Daarnaast zijn er stappen gezet in de digitalisering van hydraulisch beheer. Om dit verder te optimaliseren is het nodig om het hydraulisch beheerproces opnieuw te definiëren.

De herziene aanpak zal daarna zijn implementatie krijgen in een aan te besteden langjarig contract voor de hydraulische advisering. Dit zal worden ondersteund met de benodigde informatisering. Deze aanpak wordt als stresstest voor wateroverlast gecombineerd met het klimaatadaptief plan, waarin ook de thema’s droogte, hitte en biodiversiteit aan bod komen. Communicatie Al in eerdere planperioden is communicatie een terugkerend onderdeel in dit plan. Al zeker 6 jaar worden middels het project Waterrap en Waterridders de Roosendaalse basisscholen bezocht om bij de schoolkinderen meer bewustzijn te creëren. Steeds

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

meer scholen willen dit programma jaarlijks in hun lesprogramma willen opnemen. Dit blijven we dan ook voortzetten. Daarnaast stellen we een bredere communicatiestrategie met bijbehorend communicatieplan en activiteiten op. Naast thema’s als goed rioolgebruik komen ook thema’s aan bod zoals zuinig omgaan met water, hergebruik van regenwater en het groen inrichten van je tuin of bedrijventerrein. WRP onder omgevingswet Op 1 januari van dit jaar is de omgevingswet in werking getreden. Hierbij is alle bestaande wet-en regelgeving en planvorming geborgd. Bij het opstellen van dit WRP is al rekening gehouden dat het aansluit bij de nieuwe wetgeving. In de toekomst zal het WRP verder geïntegreerd worden in de producten van de omgevingswet. Als eerste wordt gestart met een onderzoek om te komen tot een goede implementatie van de planvorming in dit document binnen de kaders van de omgevingswet.

5.2

INVESTERINGEN

De investeringen bestaan uit vernieuwings-, verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen: • Vernieuwen: vervangen van object door een nieuw object. • Verbeteren: verbeteren van bestaande voorzieningen, zoals de ombouw van gemengd naar gescheiden stelsel. • Uitbreiding: nieuwe voorzieningen, die leiden tot uitbreiding van het aantal aansluitingen op het systeem. De gemeente Roosendaal hanteert een zogenaamde Beheerkalender, waarin alle werken van de verschillende afdelingen worden verzameld, die in de komende 5 jaar moeten worden uitgevoerd. Hiermee bereikt men een optimale afstemming van werkzaamheden in de openbare ruimte. Tot 2028 zijn de werkzaamheden ingepland op basis van kwaliteitsanalyse en vanaf het jaar 2028 zijn de riolen in de vervangingsplanning opgenomen op basis van hun aanlegjaar en een levensduurverwachting van 75 jaar (cyclische vervanging).

38

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Tabel 6: Overzicht investeringen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024.

5.4

Activiteit Vrijvervalriolering, bouwkundige onderdelen (mini)gemalen, drukriolering/persleidingen (beheerkalender)* Klimaatmaatregelen** Gemalen (electromech.) Minigemalen (electromech.) TOTAAL

Het uitgavenpatroon van het WRP 2024-2027 laat nog steeds enkele investeringsgolven zien met een sterke daling aan het einde van de beschouwde periode (zie Figuur 9).

2024

2025

2026

2027

€ 1.171.355 € 400.000 € 137.426 € 68.931 € 1.777.712

€ 3.157.038 € 425.000 € 170.663 € 72.188 € 3.824.888

€ 5.428.896 € 450.000 € 224.719 € 77.627 € 6.181.242

€ 3.934.032 € 475.000 € 230.538 € 98.770 € 4.738.340

UITGAVEN

* In de eenheidsprijzen zijn een aantal supplementen toegevoegd om rekening te houden met relinen in plaats van vervangen, afkoppelen, scheiding van afval- en hemelwater en drainage **Voor de investeringen van de klimaatadaptatie zijn over de periode 2028-2050 budgetten opgevoerd ter grootte van 30% van de vernieuwingsinvesteringen van vrijvervalriolering. In de komende periode moeten de benodigde middelen nader worden vastgesteld op basis van gericht onderzoek.

5.3

PERSONELE MIDDELEN

Om onze ambities te realiseren beschikken we over de volgende personele middelen: Tabel 7: Overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024

Activiteit Loonkosten

2024 €1.090.061

2025 €1.090.061

2026 €1.090.061

2027 €1.090.061

De benoemde loonkosten bedragen naast de toerekening van 5 fte (salarislasten) tevens een deel overhead en aanvullende werkzaamheden door andere afdelingen. Het beschikbaar hebben van 5 fte lijkt op dit moment voldoende om de betreffende werkzaamheden uit te voeren. Indien gedurende de planperiode blijkt dat hier onverhoopt een wijziging zou moeten optreden, bv door een bredere taakopvatting door KRW, klimaatadaptatie of het toenemende taakveld binnen riolering, dan zal budget binnen de beschikbare gesloten financiering moeten worden gevonden.

Figuur 9: Verwacht uitgavenpatroon gemeente Roosendaal, 2024 t/m 2098. Bedragen op prijspeil 2024.

Tevens toont figuur 9 dat vanaf de jaren 2045 een rentelast ontstaat omdat op dat moment de voorziening zo ver is afgenomen dat kapitaliseren van projecten benodigd is om het areaal op orde te houden

39

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

MIDDELEN De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Roosendaal bedraagt ca. € 504 miljoen. Voor het beheer van dit systeem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld € 11,6 miljoen per jaar uit (voor de beschouwde periode 2024-2098 is dit gemiddeld 14,9 miljoen per jaar). Geld dat burgers en bedrijven via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in Roosendaal. Detailinformatie over het kostendekkingsplan is opvraagbaar via de gemeente.

40

Figuur 10 We beheren onze objecten datagedreven en risicogestuurd. Bron: GAW | Stichting RIONED

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

6.1

3 Visie en ambitie

4 Strategie

UITGANGSPUNTEN

Riool- en waterzorgheffing

 

6 Middelen

Rente en inflatie

Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over de gemiddelde levensduur van de riolering gemaakt. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

5 Uitvoeringsprogramma

De riool- en waterzorgheffing per equivalente heffingseenheid bedroeg in 2024 voor drinkwaterverbruik tot 500 m3 € 350,77. De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor tariefegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken. Kwijtschelding van de rioolheffing (minimabeleid) komt voor rekening van het heffingstarief.

Er is meegerekend dat de rente op nieuwe investeringen en boekwaarden 3,0% bedraagt. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het volgende jaar van de investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen. Er is gerekend met een inflatiepercentage van 2,5% voor de afwaardering van de saldi in de voorzieningen.

BTW Op grond van art. 229b, lid 2b van de Gemeentewet mag de gemeente de geraamde BTW over de externe kosten in de tariefberekening van de rioolheffing extracomptabel meenemen.  

41

De exploitatiekosten voor de inkoop van diensten, materialen e.d. en uitbestede werken worden met 21% belast. Bij investeringen worden de uitbestede kosten met 21% belast, terwijl de interne salariskosten voor de voorbereiding e.d. niet worden belast. Op grond van de verhouding uitbesteed werk en interne kosten van 80/20 worden de investeringen met een gemiddeld percentage van 16,8% belast.

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

Investeringen

6 Middelen

Voorzieningen 

5 Uitvoeringsprogramma

Bij de aanvang van een project wordt de investering voor het volle bedrag geactiveerd. De gemeente bepaalt de verdeling tussen afboeken en activeren op basis van het volgende principe: “Afboeken van de investeringen als het kan, activeren als het moet”. De vervangingsinvesteringen voor vrijvervalriolering zijn voor Roosendaal vastgesteld op basis van een model van het bureau Kragten. Indien we investeringen activeren, hanteren we de volgende afschrijvingstermen:  De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrijvervalriolering met aanlegjaar na 1970, (mini)gemalen bouwkundig, druk- en persleidingen en infiltratievoorzieningen bedraagt 75 jaar. Voor vrijvervalriolering aangelgd voor 1970 geldt een afschrijvingstermijn van 60 jaar.  De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen electromechanische onderdelen van (mini)gemalen bedraagt 15 jaar.  De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.  De berekeningen voor de kostendekking omvatten een periode van 75 jaar, overeenkomend met de langste levensduurverwachting voor het cyclische vervangingsproces. Op deze manier worden de investeringen van alle objecten minstens eenmaal in beschouwde periode meegenomen in de berekeningen.

 Om de investeringspieken ‘uit de dempen’ worden de berekende investeringen gespreid over 5 jaren, het planningsjaar en de 4 volgende jaren.

   

 

Het saldo van de Voorziening beklemde middelden derden (tariefsegalisatievoorziening) (BBV 44.2), bedraagt per 1 januari 2024: € 14.014.290 (jaarrekening). Het saldo van de Spaarvoorziening toekomstige vervangingen (vervangingsvoorziening) (BBV 44.1d), bedraagt per 1 januari 2024: € 8.679.880 (jaaarrekening). Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. De spaarbedragen naar de vervangingsvoorziening vormen een sluitpost op de begroting. Een door onvoldoende saldo ontstane boekwaarde van de vervangingsvoorziening wordt versneld afgeboekt door nieuwe spaarbedragen. De dotaties voor de egalisatievoorziening vormen de sluitpost op de jaarrekening. Eindboekwaarde en eindsaldo van de vervangingsvoorziening zijn gelijk aan nul.

Heffingseenheden 

42

Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2024: 39.047. Dit aantal eenheden is berekend uit de bruto inkomsten van 2024 (€ 13.696.597) gedeeld door de rioolheffing 2024 van € 350,77. Het aantal (equivalente) heffingseenheden stijgt gedurende 2024-2033 met 275 per jaar.

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

6.2

3 Visie en ambitie

KOSTENDEKKINGSPLAN

Het kostendekkingsplan is uitgewerkt op basis van het principe ‘Netto-activeren’. Dit principe is een combinatie van het direct afboeken van vervangingsinvesteringen bij een positief saldo van de spaarvoorziening (BBV art.44.1.d) en het activeren van de investeringen bij een leegstand van de voorziening. De spaarvoorziening wordt jaarlijks gevuld door spaarbedragen die een sluitpost op de begroting vormen. Bij het activeren ontstaan boekwaarden, die met de spaarbedragen in de daarop volgende jaren versneld worden afgeboekt. Als randvoorwaarde geldt verder dat zowel het eindsaldo van de voorziening als de boekwaarden in 2098 aan het eind van de beschouwde periode op nul staan. Dat betekent dat alle inkomsten uit de rioolheffing worden besteed in de periode (2024-2098) waarin ze geheven worden. Onderstaand zijn de resultaten op basis van bovenstaand principe weergegeven. Het uitvoeringsprogramma leidt mede op de beschreven uitgangspunten leiden tot het volgende lastenpatroon:

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Naast de uitgaven voor exploitatie en investeringen zijn hier ook rentelasten als gevolg van ontstane boekwaarden van investeringen in meegenomen. Deze laatste component geldt, zoals zichtbaar in figuur 9 ook als uitgaven, omdat de rentelasten deel uitmaken van de rente die de gemeente over haar schuld aan de bank moet betalen. Daarnaast komen de spaarbedragen die in tegenstelling tot de investeringen een last op de begroting vormen er bij in het totale lastenpatroon. Duidelijk is te zien dat de spaarbedragen als sluitpost op de begroting dienen. Uitzondering hierop is de beginperiode: hierin worden extra spaarbedragen opgevoerd om de gelden uit de egalisatievoorziening over te hevelen naar de vervangingsvoorziening (zie nadere toelichting onderstaand bij ‘voorzieningen’. Om onze zorgplichten en ambities invulling te geven, is onderstaande ontwikkeling van de rioolheffing benodigd. Tabel 8: Ontwikkeling rioolheffing periode 2024 - 2027. Vermelde bedragen zijn inclusief indexering voor deze genoemde periode. Activiteit 2024 2025 2026 2027 Ontwikkeling rioolheffing inclusief (loon-prijs) indexatie € 350,77 € 350,77 € 350,77 € 350,77

Gedurende de planperiode is het mogelijk om de rioolheffing inclusief loon prijs stijgingen op een gelijk tarief te houden van € 350,70. De verwachte benodigde indexatie wordt opgevangen binnen de voorziening, waardoor deze gedurende de planperiode zal afnemen. Na deze planperiode volgt de heffing een groeiperiode van 2028 van 27 jaar, waarbij naast indexatie tevens een stijging benodigd is van jaarlijks 1,41%.

Figuur 11: Lastenpatroon gemeente Roosendaal. Vast prijspeil 2024.

43

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

De startsaldi van de voorzieningen per 1 januari 2024 zijn € 14,0 miljoen voor de egalisatievoorziening en € 8,7 miljoen voor de vervangingsvoorziening. Figuur 13 toont de ontwikkeling van de voorzieningen per einde het jaar. Omdat het saldo van de vervangingsvoorziening een stuk lager is dan dat van de egalisatievoorziening, is het wenselijk om gelden van de egalisatievoorziening over te hevelen naar de vervangingsvoorziening. Bij de kostendekking is daartoe vanaf het startjaar de volgende procedure toegepast: 1. elk jaar wordt € 3 miljoen ‘extra’ naar de vervangingsvoorziening gedoteerd 2. hierdoor ontstaat een tekort van € 3 miljoen op de begroting 3. dit tekort wordt vanuit de egalisatie aangevuld om de begroting weer sluitend te maken 4. als randvoorwaarde is gekozen voor een saldo van de egalisatievoorziening, dat niet lager mag zijn dan € 2 miljoen om voldoende buffer te hebben voor een eventuele dotatie bij de opstelling van de jaarrekening

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

Figuur 12: Ontwikkeling saldoverloop voorzieningen gemeente Roosendaal. Bedragen zijn op vast prijspeil 2024.

In de grafiek is het verloop van het saldo van de egalisatievoorziening en dat van de vervangingsvoorziening (spaarvoorziening) weergegeven. Het saldo van de egalisatie neemt in de beginperiode jaarlijks met € 3 miljoen af tot het minimum saldo van € 2 miljoen. Het saldo van de vervangingsvoorziening neemt vanaf in de periode 2024 2034 sterk af door het opvangen van indexatie en het uitvoeren van verschillende projecten. Hierna ontstaan een tweede piek die in 2040 oploopt naar € 16,6 miljoen. Daarna daalt de voorziening snel totdat er in 2046 een boekwaarde ontstaat. Bij netto activeren worden de gelden uit de voorziening vanaf het startjaar op de investeringen volledig in mindering gebracht totdat de voorziening leeg is. Vanaf dat moment worden de investeringen geactiveerd en ontstaan er boekwaarden, die tot rentelasten leiden. Daartegenover staat het voordeel dat het saldo van de voorziening beperkt blijft en er minder ‘verdamping’ van het saldo door de geldontwaarding plaatsvindt.

6.3

RISICOFACTOREN

De resultaten van de kostendekking vertegenwoordigen een momentopname. De ervaring leert dat de financiële uitgangspunten snel veranderen. De resultaten van de uitgevoerde berekeningen hebben daardoor in absolute zin slechts een kortlopende betekenis. Op de langere termijn hebben de resultaten vooral een trendmatige betekenis, die inzicht geeft in de langjarige effecten van de gekozen systematiek op de ontwikkeling van de rioolheffing. Hieronder worden enkele aanbevelingen gedaan om de betekenis van het kostendekkingsplan qua levensduur te verlengen. Alhoewel in de komende planperiode nog moet worden onderzocht welke watergerelateerde maatregelen precies nodig zijn met betrekking tot de klimaatadaptatie, zijn bij het kostendekkingsplan al wel budgetten meegenomen ter

44

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

dekking van de te verwachten investeringen tot het jaar 2050. In de komende planperioden zullen deze maatregelen door middel van gericht onderzoek nader moeten worden onderbouwd. Een andere, actuele onzekerheid vormen de ontwikkelingen van bankrente en inflatie. Deze factoren hebben grote invloed op de benodigde inkomsten uit de rioolheffing. Bovenstaande onzekerheden in de uitgaven, rente en inflatie maken het wenselijk, zo niet noodzakelijk, om de ontwikkelingen te volgen en de gevolgen voor de rioolheffing regelmatig te evalueren en zo nodig bij te sturen.

45

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

1 Inleiding

2 Huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5 Uitvoeringsprogramma

6 Middelen

BIJLAGEN Bijlage A Wettelijk Kader Bijlage B Taken en bevoegdheden Bijlage C Referentieschema Stedelijk Waterbeheer Bijlage D Waterketenvisie Water- en Klimaatkring West Bijlage E Kamerbrief bodem en water sturend

Figuur 13 Door een veranderend klimaat lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan en staat een veilig en gezonde leefomgeving onder druk. Bron: GAW | Stichting RIONED

46

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

iv. het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, (art. 2.18: als beheer van specifieke provinciale wateren niet aan waterschap, maar aan gemeente is toegewezen, art. 2.20: als beheer van specifieke rijkswateren aan gemeente is toegewezen)

BIJLAGE A WETTELIJK KADER In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen (cursief is een korte toelichting opgenomen). 1.

Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a.

op het gebied van waterketenbeheer:

het

beheer

van

watersystemen

v. de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (als met waterschap is overeengekomen dat zuivering door gemeente doelmatiger is, bijvoorbeeld via een IBA)

en b. c.

i. de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, (dit is de zorgplicht hemelwater)

2.

ii. het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, (dit is de zorgplicht grondwater) iii. de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, (dit is de zorgplicht stedelijk afvalwater)

47

(openbare wegen) (geluid)

Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a.

op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, (als een bebouwde kom al boven de drempel van 2000 VE zit moet elk nieuw perceel daarbinnen gerioleerd worden).

b.

op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. (De landelijke afstands- en vervuilingscriteria komen vooralsnog in de bruidsschat

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

terecht en blijven daarmee van kracht tot waterschap en gemeente(n) daar samen een eventuele nieuwe invulling aan geven) 3.

In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. (Dit biedt de mogelijkheid om alternatieve zuiveringen toe te staan).

Ad 2a. De Europese Commissie wil de richtlijn voor behandeling van stedelijk afvalwater aanscherpen. Naast aangescherpte lozingsregels bestaat het voornemen om gemeenten met 1.000 inwoners te verplichten om water te zuiveren (tegenover 2.000 inwoners nu). Nadere informatie over waterbeleid is te vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl www.iplo.nl

48

WATER- EN RIOLERINGSPROGRAMMA 2024-2027

BIJLAGE B TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Bij het uitvoeren van dit WRP hebben we te maken met verschillende taken en bevoegdheden van de diverse waterpartners en nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we op willen anticiperen. De zorg en verantwoordelijkheid voor de gehele waterketen is in handen van gemeenten, waterschappen, waterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid.

Actor

Taken bevoegdheden

Europa

Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. In 2027 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de doelen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt. Provincies stellen de ecologische doelen en de begrenzing van de regionale KRW-waterlichamen vast en zijn daarnaast verantwoordelijk voor grondwater. Het beheer van regionale KRW-waterlichamen is in handen van de waterschappen.

Rijk

Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheeren ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het Nationaal Waterprogramma elke zes jaar te worden geactualiseerd door het Rijk.

Provincie

De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP). Dit is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Waterprogramma (NWP) en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Grote industriële onttrekkingen • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning • Bodemenergiesystemen Ten aanzien van het Water- en rioleringsplan (WRP) heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het WRP en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Brabantse Omgevingsvisie (2018).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/42953