CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwikkelkader hart van Westrand.pdf

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6a: Voorstel 18 - Vaststellen ontwikkelkader Hart van de Wijk en openen grondexploitatie19.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.12: Verbeteren oversteek langzaam verkeer aan Jan Vermeerlaan, bijvoorbeeld door shared space of drempelconstructie (Kruispunt Torenstraat, De Kaden, De Drift)

Figuur 4.13: Nette oplossing laden en lossen (inpandig) (wijkwinkelcentrum Gageldonk Bergen op Zoom, Lithos)

Stedenbouwkundig plan

4.4.3 Parkeren

ar Ger

4.4.2. Ontsluiting

d Do

Fietsparkeren Ver

Sin

n plei cas u L t

Jan

a at ustr

aan

Lu

G. D

De Anthonie van Dijkstraat vormt hoofdroute door het hart van de wijk voor fietsers en voetgangers. De auto is daar te gast, door de toepassing van een fietsstraat. De straat is goed oversteekbaar voor winkelend traat publiek en maakt onderdeel uit van de fietsverbindingAnthonie van Dijcks tussen het station en de snelfietsroute richting Bergen op Zoom. De oversteek op de Jan Vermeerlaan is traat Flincks Govert daardoor een belangrijke schakel. Een shared space of plateauconstructie met middenberm kan hier bijdragen aan overzicht, verkeersveiligheid en het verbeteren van de oversteekbaarheid.

t traa ous

Via de Jan Vermeerlaan vormen het stukje Sint Lucasplein (in het verlengde van de Lucas van Leydenstraat) en de Anthonie van Dijkstraat de belangrijkste ontsluitingsroutes voor autoverkeer, vanwaar de parkeerplaatsen goed bereikbaar zijn. Door de parkeerdruk over het gebied te verspreiden, worden de bestaande straten niet overmatig belast. Wel zal de verkeersdruk in het gebied door de uitbreiding van het aantal voorzieningen en wonen toenemen. In de verdere uitwerking zal daarom gekeken moeten worden naar de invloed daarvan op bestaande kruisingen. Uit eerste onderzoeken is naar voren gekomen dat er aan de Jan Vermeerlaan mogelijk middengeleiders nodig zijn. Laden en lossen vindt in blok 1 inpandig plaats om (geluids)overlast te beperken, met ontsluiting via de Gerard Doustraat. De winkels aan de Anthonie van Dijckstraat dienen eveneens te worden bevoorraad.

In het ontwerp moet aandacht worden besteed aan fietsparkeren voor zowel bewoners als bezoekers. De voorzieningen dienen goed ingepast, goed bereikbaar en zeer comfortabel te zijn, zodat gebruikers worden gestimuleerd om voor de fiets te kiezen in plaats van de auto. Voor bezoekers worden daarom voldoende fietsnietjes geplaatst aan fietsroutes en dicht bij voorzieningen. De fietsvoorzieningen zijn goed zichtbaar en vindbaar. Sommige van deze plekken zijn al specifiek toe te wijzen, zoals aan weerszijden van de Anthonie van Dijckstraat. Voor andere geldt een zoekgebied, zoals bij de entree van de supermarkt(en). De locaties kunnen ofwel in de openbare ruimte, ofwel inpandig worden ingepast. Voor het aantal Hoofdstructuur ontsluiting fietsparkeerplekken verwijzen we naar de parkeernota Knip Gerard Doustraat 2026.

rl mee

De Gerard Doustraat wordt geknipt ter hoogte van het park om zo een veilige en goede verbinding tussen het Sint Lucasplein en het Permekepark te kunnen t traa ens d y Le waarborgen. van cas

24

rslaan r Freijte te s e e Burgem

Busstation

Het fietsparkeren voor de appartementen vindt plaats op de begane grond in gezamenlijke, Hoofdstructuur Laden en lossen inpandig inpandig Laden en lossen Hoofdstructuur ontsluiting ontsluiting afsluitbare stallingen. Deze stallingen zijn direct Laden en lossen in beperkt Laden en lossen in beperkt tijdslotvanaf de openbare ruimte en voldoen Knip Gerard Doustraat Knip Gerard Doustraat toegankelijk tijdslot Busstation Laden en lossen op maaiveld Busstation aan de richtlijnen uit de Amsterdamse Bouwbrief Laden en lossen op maaiveld (gezamenlijke fietsenbergingen), waarbij voldoende Laden en lossen inpandig capaciteit, gebruiksgemak en sociale veiligheid Parkeergebied Figuur 4.14: Stedenbouwkundig plan: ontsluiting en laden & lossen Laden en lossen in beperkt tijdslot centraal staan. Hiermee wordt fietsen gestimuleerd Ontsluiting per parkeergebied als primaire vervoersmiddel binnen het stedelijk Laden en lossen op maaiveld woonmilieu. Fietsstraat Omdat dit een belangrijke fietsroute is, kan laden Parkeergebied Verbeteren en lossen hier uitsluitend binnen een beperktoversteekbaarheid tijdslotOntsluiting plaatsvindenper aanparkeergebied de zijkant van de weg. Aan Fietsparkeren in openbare ruimte de binnenzijde van blok 2 kan te allen tijde buiten Zoekgebied fietsenstalling voorzieningen Fietsstraat worden geladen en gelost.

Inpandige fietsenstalling woningen Verbeteren oversteekbaarheid Fietsparkeren in openbare ruimte Zoekgebied fietsenstalling voorzieningen Inpandige fietsenstalling woningen

Hoofdstructuur Hoofdstructuur ontsluiting ontsluiting Knip Knip Gerard Gerard Doustraat Doustraat Hoofdstructuur ontsluitin Busstation Hoofdstructuur ontsluitin Busstation Knip Gerard Doustraat Knip Gerard Doustraat Laden Laden en en lossen lossen inpandig inpandig Busstation Busstation Laden Laden en en lossen lossen in in beperkt beperkt tijdslot tijdslot Laden en lossen inpandig Laden en lossen op maaiveld Laden en lossen inpandig Laden en lossen op maaiveld Laden en lossen in beperk Laden en lossen in beperk Parkeergebied Laden en lossen op maaiv Parkeergebied Laden en lossen op maaiv Ontsluiting Ontsluiting per per parkeergebied parkeergebied Parkeergebied Parkeergebied Fietsstraat Fietsstraat Ontsluiting per parkeerge Ontsluiting per parkeerge Verbeteren Verbeteren oversteekbaarheid oversteekbaarheid Fietsstraat Fietsparkeren in openbare Fietsstraat Fietsparkeren in openbare ruimte Fietsstraat ruimte Fietsparkeren in openbare ruimte Verbeteren oversteekbaa Zoekgebied fietsenstalling Verbeteren Zoekgebied fietsenstalling voorzieningen Verbeteren oversteekbaa Zoekgebied fietsenstalling voorzieningen voorzieningen oversteekbaarheid Fietsparkeren in openbare Inpandige fietsenstalling Inpandige fietsenstalling woningen Fietsparkeren in openbare Inpandige fietsenstalling woningen woningen Zoekgebied fietsenstalling Zoekgebied fietsenstalling Figuur 4.15: Stedenbouwkundig plan:

fietsparkeren Inpandige fietsenstalling Inpandige fietsenstalling

25

Stedenbouwkundig plan

Fietsparkeren in de openbare ruimte vindt plaats aan eenvoudige nietjes. Bij de appartementen kan het fietsparkeren worden ingezet als aantrekkelijke plintfunctie, door een sterke relatie tussen binnen en buiten te creëren. Dit vraagt om een zorgvuldige architectonische uitwerking. De voorzieningen mogen niet leiden tot lange, blinde plinten, maar een levendige en aangename straatbeleving moet behouden blijven.

Autoparkeren Het parkeren voor de auto’s kan op een aantal plekken in het gebied opgelost worden. Omdat het grootste deel van de voorzieningen aan de noordzijde ligt zal daar ook het grootste deel van het

Figuur 4.16: Eenvoudige fietsnietjes, waar mogelijk naast een groenborder (Grijsen)

parkeren plaatsvinden. De parkeerplaatsen liggen in principe parallel aan de Jan Vermeerlaan en het Sint Lucasplein in het zicht van de hoofdweg. Het verkeer wordt via bestaande kruispunten direct op de Jan Vermeerlaan afgewikkeld zonder te veel het gebied in te rijden. In het inspiratiemodel wordt uitgegaan van maaiveld parkeren. Mocht de wens bestaan om meer voorzieningen of woningen binnen de bandbreedte te realiseren dan is gebouwd parkeren in het noordelijk deel zowel ondergronds als gestapeld toegestaan. Voor bewoners wordt parkeren voornamelijk in parkeerhoven of op het dak georganiseerd, waardoor het beter te reguleren is en ruimtelijk minder impact heeft. De supermarkten zorgen voor de meeste verkeersbewegingen. Doorstroming is daar van belang

Figuur 4.17: Entree fietsenstalling duidelijk afleesbaar (Centrum Heerlen)

om ervoor te zorgen dat mensen zich niet vastrijden als ze niet goed kunnen keren. Hier dient bij de uitwerking rekening gehouden te worden. De parkeergebieden krijgt een logische en overzichtelijke routing voor auto’s, zodat gebruikers snel hun plek vinden en onnodige verkeersbewegingen worden voorkomen. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen is dan ook snel inzichtelijk, bijvoorbeeld doordat plekken in het zicht liggen of door digitale aanduidingen met borden of lichtjes. Waar mogelijk worden parkeerplaatsen uitgevoerd in grasbeton. Waar dit niet mogelijk is, wordt gekozen voor een waterdoorlatende verharding. Elk parkeerterrein krijgt een groene uitstraling, met groenomzooming door grassen, hagen, een pergola of ruimte voor boomvakken.

Figuur 4.18: grasbeton, groene rand en boomvakken tussen parkeren (WZC ‘T Pandje in Izegem, BurO Groen, Steenhaut, Hannes Oté)

Parkeernormen Het huidige hart van de wijk is ontstaan in een periode waarin andere uitgangspunten golden voor parkeren. Hierdoor is de verhouding tussen het aantal voorzieningen en het beschikbare aantal parkeerplaatsen uit balans geraakt. Bij de herontwikkeling van dit gebied worden nieuwe parkeernormen gehanteerd die beter aansluiten bij het karakter van het woonmilieu, de verwachte mobiliteitsbehoefte van de doelgroep en de ruimtelijke ambitie van het gebied.

Figuur 4.19: grasbeton en groene rand rondom parkeren (Zeist, wUrck)

Stedenbouwkundig plan

d Do a at ustr

lein

Jan

Voor een duurzame ontwikkeling van het hart van de wijk wordt aangesloten op bestaande thematische aat beleidsambities en de meest recente EU-wet- en van Leydenstr cas regelgeving. De ontwikkeling richt zich daarbij opLu vier leidende thema’s die integraal onderdeel vormen van het gebied: een hoogwaardige openbare ruimte, een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting, een rmekepark Pe netbewuste benadering en een circulaire uitwerking. aat Dijckstr ie van n o th n Een gezamenlijke inzet voor brede duurzaamheid A vraagt inspanning en commitment van alle betrokken traat partijen. Dit vraagt om bewuste keuzes en een Flincks Govert vernieuwende benadering. Dat is een uitdaging, maar juist daarin schuilt de kracht om het gebied écht toekomstbestendig en aantrekkelijk te maken. De meerwaarde voor de totale opgave van het gebied zit in het slim combineren en verbinden van de rslaan r Freijte te s e e verschillende thema’s, zowel op het vlak van bouwen Burgem (architectuur) als bij het inrichten van de openbare ruimte.

Ver

asp Luc Sint

rl mee aan

Sint lein asp Luc

3

G. D

ied rgeb

2

Laden en lossen inpandig Laden en lossen in beperkt tijdslot Laden en lossen op maaiveld Parkeergebied Parkeergebied Ontsluiting per parkeergebied Ontsluiting per parkeergebied Fietsstraat Verbeteren oversteekbaarheid Figuur 4.20: Stedenbouwkundig plan: autoparkeren Fietsparkeren in openbare ruimte Zoekgebied fietsenstalling voorzieningen Inpandige fietsenstalling woningen

t traa ous

ied rgeb

Parkeergebied 5

Hoofdstructuur ontsluiting Knip Gerard Doustraat Busstation 4

Omdat het plan wordt gerealiseerd binnen een bestaande stedelijke context, is het noodzakelijk om de parkeerplaatsen voor de omliggende bestaande woningen te compenseren. Dit wordt gedaan door uit te gaan van de bestaande situatie en voor al het extra toe te voegen programma parkeerplaatsen toe te voegen conform de geldende normen.

kee Par

ied rgeb

Compensatie

d1 ebie

k ee Par

Voor de commerciële functies is goede bereikbaarheid en parkeeraanbod essentieel. De wens is uitgesproken om parkeren op maaiveld op te lossen. In het ontwikkelkader wordt hier rekening mee gehouden. Voor bewoners wordt parkeren voornamelijk in parkeerhoven of op het dak georganiseerd, waardoor het beter te reguleren is en ruimtelijk minder impact heeft.

rg kee Par

kee Par

Parkeren op de juiste plek

4.5 Toekomstbestendig ontwikkelen

ar Ger

Het woonmilieu en de combinatie van wonen, winkelen en ontmoeten op één plek maakt het makkelijker om mobiliteit te delen. Door deelmobiliteit toe te voegen aan de ontwikkeling en op te nemen in het ontwerp wordt een alternatief geboden voor privébezit van voertuigen. De doelgroepen voor het centrumgebied, starters, ouderen en eengezinshuishoudens zijn ontvankelijk voor deelmobiliteit. In de uitwerking van het plan kan op basis van een goede onderbouwing en onderzoek worden aangetoond dat deelmobiliteit kan worden ingezet.

Centrumgroen Centrumgroen Wijkgroen Wijkgroen Laangroen Laangroen Parkgroen Parkgroen

Figuur 4.21: Stedenbouwkundig plan: hoogwaardige openbare ruimte

26

27

Stedenbouwkundig plan

4.5.1 Hoogwaardige openbare ruimte Bij de ontwikkeling van het nieuwe wijkwinkelcentrum wordt gestreefd naar een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte die aansluit bij de ruimtelijke en maatschappelijke ambities. De openbare ruimte draagt bij aan de identiteit van het wijkwinkelcentrum. Door het gebruik van natuurlijke materialen, herkenbare beplanting en een menselijke maat ontstaat een plek die past bij de wijk en uitnodigt tot gebruik. Het groen is niet alleen decoratief, maar functioneel en toekomstbestendig. Het gebied biedt volop ruimte voor ontmoeting en verblijfskwaliteit, wat de sociale cohesie bevordert en het winkelcentrum aantrekkelijker maakt als verblijfsplek. Groenvakken worden verdiept aangelegd, zodat regenwater op een natuurlijke manier kan worden afgevoerd. Het gebied is ingedeeld in verschillende zones die een eigen sfeer en uitstraling hebben.

Figuur 4.22:Wijkgroen: waar mogelijk bomen behouden (Google Streetview)

• Centrumgroen: In het centrale winkelgebied wordt ingezet op een afwisselende inrichting met hoogwaardige groenvakken met kleurrijke vaste planten, zitplekken en goed ingepast fietsparkeren en afvalvoorzieningen. Er is ruimte voor oversteekjes, zitplekken en kleinschalige evenementen. Dit deel fungeert als een oase van rust binnen het stedelijk programma. Het Sint Lucasplein biedt bovendien ruimte voor evenementen en ontmoetingsplekken. • Laangroen: Langs de Jan Vermeerlaan wordt een groene zoom gerealiseerd die aansluit op de gebiedsvisie. De laan krijgt een informele, onregelmatige inrichting met ruiger gras, kruidenrijke vegetatie en boombeplanting. Deze zone begeleidt de weg en vormt een ecologische verbinding richting de Wethouder Lanenstraat.

Figuur 4.23: Parkgroen: sport en spel in het Permekepark (Parktuin, Studio Siebers)

• Wijkgroen: Het wijkgroen richt zich op het versterken van de visuele kwaliteit van de woonomgeving. Hierbij staat het behoud van bestaande bomen centraal, aangevuld met graszones die de wijk een verzorgde en groene uitstraling geven. • Permekepark: In de parkzone wordt ingezet op multifunctioneel gebruik met aandacht voor waterberging, sport en spel. Dit groen draagt bij aan klimaatadaptatie en biedt ruimte voor recreatie en ontmoeting.

Figuur 4.24: Centrumgroen: groenborders en zitranden langs winkelpuien (De Laat, Alkmaar, Bureau B+B)

Door het integreren van groenstructuren, klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen voor langzaam verkeer ontstaat een uitnodigende en gezonde leefomgeving. De inrichting stimuleert ontmoeting, beweging en verblijf, en draagt bij aan het welzijn van bewoners, bezoekers en ondernemers. Aandachtspunten daarbij zijn: • Verlichting en oriëntatie is afgestemd op sociale veiligheid en toegankelijkheid • Fietsparkeren: centraal en decentraal, goed zichtbaar en veilig • Zitplekken: verspreid over het gebied, met schaduw en uitzicht • Afvalvoorzieningen: geïntegreerd in het straatbeeld

Figuur 4.25: Laangroen: Jan Vermeerlaan wordt begeleid door een bomenlaan (Croeselaan, Utrecht, OKRA)

Stedenbouwkundig plan

4.5.2 Natuurinclusief en klimaatadaptief Voor de inrichting van het openbare gebied zijn de inrichtingskaders van Roosendaal Natuurstad van toepassing. Dit gemeentelijke kader stimuleert een groene, natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de stad, waarbij waterberging, biodiversiteit en hittestresspreventie een centrale rol spelen. Mede door het bijstellen van de parkeernormen met het hart van de Westrand wordt aangesloten op deze beleidsdoelen. Minder parkeerplaatsen betekent minder verhard oppervlak, wat gunstig is voor waterberging en het tegengaan van hittestress. Met betrekking tot natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie zijn de volgende regels van kracht: • Bij de ontwikkeling van het hart van de wijk wordt gehandeld naar de Ministersbrief Bodem en Water Sturend. Onderwerpen die hierbij sowieso aan bod moeten komen zijn de volgende: – We wentelen niet af op toekomstige generaties – We wentelen niet af naar andere gebieden of functies – We wentelen niet af van privaat naar publiek – We houden meer rekening met extremen – We gaan in samenhang om met wateroverlast, droogte en de bodem – Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen • De intentie is om de afvoer van het regenwater van de nieuwe gebouwen niet aan te sluiten op het gemeentelijke riool.

Daarnaast krijgt de initiatiefnemer de resultaatsverplichting om maatregelen te nemen die wateroverlast op eigen terrein voorkomen, zonder afwenteling op de omgeving (Bodem en Water sturend), waarbij een

bergingseis van 60 mm geldt. – Een eis van 60 mm betekent ten minste 60 liter berging per m2 oppervlak; – De bergingsvoorziening dient binnen 24 uur weer leeg te zijn; – Het oppervlak waarover deze bergingseis berekend dient te worden, betreft “het totale verhard oppervlak (alle daken en (terrein) verhardingen)” in de nieuwe situatie; – Inrichting van het openbaar gebied wordt zo vormgeven dat een bui van 60 mm/uur zonder wateroverlast kan worden verwerkt. Dit dient te worden getoetst door middel van een stresstest. Wanneer uit deze stresstest blijkt dat de eis niet wordt gehaald dan moeten aanvullende maatregelen getroffen worden. • De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). • Vloerpeil van nieuwe gebouwen ligt 30 cm boven de kruin van de weg. • Verharding wordt beperkt tot functioneel noodzakelijke oppervlakken; halfverharding of waterdoorlatende verharding is de norm. Parkeren in openbaar gebied vindt plaats op waterpasserende bestrating. • Maatregelen ten aanzien van natuurinclusief bouwen zijn verplicht en worden integraal onderdeel van de architectuur. Natuurinclusief bouwen is duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Aan natuurinclusief bouwen kan

invulling worden gegeven door het aanbrengen van groene daken en gevels, voorzieningen voor insecten, nestgelegenheid, vleermuisverblijven en vogelvides. Dit vraagt om proactief te handelen ten bate van de natuur en vooral ook voor het verbeteren van een prettige leefkwaliteit en ecosysteem in de stad. • Buitenverlichting is faunavriendelijk: warm wit licht (<3000K), gericht en met bewegingssensoren waar mogelijk. • Het uitvoeren van een Boom Effect Analyse is een vereiste. Dit is mogelijk zodra de ingrepen die zullen worden uitgevoerd bekend zijn. Op deze manier kan worden aangetoond of er sprake is van negatieve effecten op de bestaande bomen. Gezonde, volwassen inheemse bomen in het plangebied worden in principe behouden, tenzij ze onder een bouwvlak liggen of uit een bomenonderzoek en/of Boom Effect Analyse blijkt dat behoud niet mogelijk is. Waar mogelijk worden bestaande bomen die niet op hun oorspronkelijke plek kunnen blijven, verplaatst. • Beplanting bestaat voor minimaal 70% uit inheemse soorten. • Voorkomen van hittestress bij de nieuwbouw. Het is wenselijk de gebouwen en binnenruimtes tegen directe zoninval te beschermen bijvoorbeeld door het toepassen van overstekken, pergola’s, zonwering of het op de juiste manier plaatsen van groen rondom de gebouwen zodat de bladeren in de zomer voor een natuurlijke filter voor zonlicht vormen.

Het is van groot belang dat deze integraal onderdeel zijn van de gevel.

4.5.3 Netbewust bouwen De kern is om in de ontwikkeling het energieverbruik zo laag mogelijk te houden. Door een lagere belasting van het net kunnen meer woningen en bedrijven een aansluiting krijgen en blijft er ruimte voor meerdere ontwikkelingen. Daarmee komt duurzaam en netbewust bouwen niet alleen ten goede aan Westrand maar ook aan bewoners en ondernemers in de rest van Roosendaal. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen in Westrand, zoals het hart van de wijk, aan te sluiten op een uit te rollen collectieve warmtevoorziening. Hierdoor worden pieken in elektriciteitsverbruik jaarrond zoveel mogelijk voorkomen. In dat geval is een 8-10 meter brede reservering aan de Anthonie Dijkstraat nodig. Daarnaast zijn er andere maatregelen om te zorgen voor een duurzame en netbewuste wijk. • Zorg dat zoveel mogelijk energie in de wijk wordt opgewekt en direct wordt gebruikt of opgeslagen voor lokaal gebruik. • Kies voor collectieve laadvoorzieningen om elektrisch laden van voertuigen onder controle te houden, en zorg dat ze aanstuurbaar zijn. • Zorg voor een zo efficiënt mogelijke inzet van zonnepanelen en lokale warmteopwekinstallaties. Laat bijvoorbeeld de opwek van elektriciteit met zonnepanelen zoveel mogelijk tijdens de gebruikspiek plaatsvinden en plaats ze in een oost/ west-opstelling.

Daarnaast kan er gekeken worden naar het op elkaar afstemmen van de verschillende profielen in gebruik van winkels, supermarkt en woningen.

28

29

Stedenbouwkundig plan

• Door vooraf goede voorzieningen voor koeling in en rondom de woningen en voorzieningen te treffen zoals overstekken, juiste plaatsing van bomen voor schaduw en oriëntatie zijn er geen airco’s nodig. Airco’s brengen uitdagingen met zich mee op gebied van duurzaamheid, esthetiek en geluid en worden vaak ook in de winter ingezet als (bij)verwarming, waardoor ze congestie kunnen verergeren. • Ontlast het net door lokale opslag in energiedragers toe te voegen aan nieuwbouw, zoals batterijen en warmtebuffers. • Zorg voor stuurbare systemen om gelijktijdige belasting van het energienet te verminderen, zodat installaties (zoals koeling, verlichting, laadpunten) buiten piekmomenten kunnen functioneren. • Gemeente, netbeheerder en partners in gebied onderzoeken gezamenlijk wat de beste oplossingen zijn voor het hart van de wijk en maken daar afspraken over. 4.5.4 Circulair bouwen

Reservering warmtevoorziening (8-10m) Ecologische structuur Wateropvang Geintegreerde nestkasten Duurzame lokale opwerk

Figuur 4.26: Stedenbouwkundig plan: toekomstbestendige ontwikkeling

Roosendaal heeft zich gecommitteerd aan de landelijke ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. De gemeente wil hierin vooroplopen door al in 2040 volledig circulair te zijn en heeft hiervoor het manifest van Het Nieuwe Normaal ondertekend. In de visie ‘Circulair Roosendaal’ zijn vijf hoofdthema’s benoemd, waarvan bouw en infrastructuur een van de belangrijkste is. Dit betekent dat bij gebiedsontwikkeling, woningbouw en renovatie nadrukkelijk wordt ingezet op: • Gebruik van circulaire en biobased materialen voor gebouwen, infrastructuur en overige inrichting.

• De gemeenten in de regio West-Brabant hebben in een convenant vastgelegd dat 25% van de bouwmaterialen biobased is. • Beperking van CO₂-uitstoot in de bouwketen. • Herbruikbaarheid en losmaakbaarheid van bouwcomponenten. • Samenwerking met lokale ketens voor materiaalstromen. • Aangetoond moet worden dat de gebouwen zo duurzaam en circulair mogelijk geconstrueerd worden. Elk nieuw te bouwen gebouw is daarom voorzien van een materialenpaspoort, waarin staat welke materialen bij de bouw gebruikt zijn. • Door hoog in te zetten en ruimte te bieden voor experimentele toepassingen, fungeert het hart van Westrand als leergebied voor toekomstige ontwikkelingen. Voor het nieuwe hart van Westrand geldt dat er ruimte is voor initiatieven die bijdragen aan de deeleconomie, zoals een repaircafé.

ar Ger lein p s a Luc t n i S

mee V er

n rlaa

Binnen het plangebied worden drie bouwblokken gerealiseerd die samen een mix van voorzieningen en woningen vormen. Blok 1 (noordzijde t traa s n tussen Sint Lucasplein en langs de Anthonie y de e L n van Dijckstraat) speelt een centrale rol in deLucas va dagelijkse voorzieningenstructuur en bevat circa 2.800 m² aan supermarktfuncties, verdeeld over een fullservice-supermarkt (2.000 m²) en een kleinere complementaire supermarkt (800 m²). Beide supermarkten zijn georiënteerd op de Jan Vermeerlaan waar ook de entrees liggen. Laden en lossen vindt inpandig plaats en is efficiënt georganiseerd via een insteek vanaf de Gerard Doustraat.

J an

Bebouwing

30

1

3

ard Ger

B Ter

2

4

at stra orch

Op basis van de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan is een inspiratiemodel uitgewerkt in een uitvoerbaar en functioneel haalbaar ontwerp. Het inspiratiemodel laat een verweving van stedelijke functies zien, waarbij wonen, winkelen, ontmoeten en maatschappelijke voorzieningen op vanzelfsprekende wijze samenkomen in balans met een goede bereikbaarheid, hoogwaardige openbare ruimte en voldoende aanbod aan parkeren. De indeling van de drie bouwblokken draagt bij aan een levendig en toekomstbestendig hart van de wijk. Het inspiratiemodel geeft een richting voor de verdere planuitwerking. Wijzigingen zijn mogelijk binnen de kaders van het stedenbouwkundig plan en mits deze bijdragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

aat ustr d Do

5. Inspiratiemodel

5

4 5

3 4

o G. D

t ckstraa j i D n a ie v Anthon

3

aat ustr

3 3

straat k c n i l F Govert

4 3

Figuur 5.1: Supermarkten en parkeren op maaiveld zichtbaar vanaf de Jan Vermeerlaan (Mecanoo)

rslaan e t j i e r F eester Burgem

Figuur 5.2: Programma op de begane grond

31

Inspiratiemodel

Rond het Sint Lucasplein en langs de Anthonie van Dijckstraat zijn kleinschalige winkels en horecagelegenheden gesitueerd, waardoor een levendig en aantrekkelijk straatbeeld ontstaat. Horeca ligt centraal aan het plein en de supermarkt kan aan het plein een kleine koffiecorner faciliteren. Op de verdiepingen worden circa 55 woningen in het betaalbare segment gerealiseerd, gesitueerd in een U-vorm rond een groene binnentuin. Het parkeren voor bewoners vindt plaats op een dak aan de noordwestzijde, bereikbaar via de Gerard Doustraat, en wordt omgeven door een muur ter hoogte van één verdieping zodat het bouwblok zorgvuldig wordt afgerond. De hoofdentree van het appartementengebouw bevindt zich op maaiveld aan de noordoostelijke hoek, waar tevens een collectieve fietsenstalling is gesitueerd, deels onder de hellingbaan. Blok 2 kent een gemengd programma met een sterke maatschappelijke component. Aan de noordzijde zijn commerciële functies en eventueel kleine ondernemers gesitueerd, met in de noordwestelijke hoek een maatschappelijke voorziening. Hier zijn op de begane grond het buurthuis en de Kruiskerk ondergebracht, met op de verdieping ruimten voor zorg- en welzijnsprofessionals. Waar mogelijk worden ondersteunende ruimten, zoals toiletten en vergaderruimten, gedeeld ten behoeve van multifunctioneel gebruik.

Aan de zuidzijde is ruimte voor een meer commercieel programma, met functies die minder direct in de loop liggen, zoals een afhaalrestaurant, wasserette en kleinschalige kantoorruimten. Figuur 5.3: Sint Lucasplein met winkels, horeca en ruimte voor ontmoeten (Mecanoo)

ar Ger aat ustr d Do

J an mee V er

n rlaa

t In het inspiratiemodel is ervoor gekozen de traa s n de supermarkten naast elkaar te positioneren, zodatvan Ley as Luc faciliteiten zoals laden en lossen, kantines en koelinstallaties efficiënt gedeeld kunnen worden. Het merendeel van de parkeerplaatsen bevindt zich Legenda aan de noordzijde, waar de supermarkten bovendien Groen Laangroen aan de Jan Vermeerlaan goed zichtbaar zijn vanaf de Jan Vermeerlaan. Een Parkgroen: open veld met parkbomen en bloeiende bomen als accent alternatief dat in de verdere uitwerking kan worden Daktuin onderzocht, is het zogenoemde haltermodel. Daarbij Groendak Vaste plantenborders en worden de supermarkten juist uit elkaar geplaatst, verblijfsplekken Dichtere vegetatie zones tegen tuinen waardoor een winkelroute ontstaat langs de Wadi voor wateropvang tussenliggende functies. In dat scenario zouden de Bestaande boom Nieuwe boom maatschappelijke voorzieningen in het noordelijke

3

B Ter

5 4

at stra orch

Blok 3 bestaat volledig uit woningen en omvat circa 25 appartementen in het luxere segment. De

positionering van dit blok draagt bij aan een rustige woonomgeving binnen het plangebied, met een duidelijke oriëntatie op de groene binnenwereld.

lein p s a Luc t n i S

ard Ger

Ook in dit blok bevinden zich circa 55 woningen, waarvan de helft in het sociale segment en de andere helft in het betaalbare segment. De entree van de appartementen en de collectieve fietsenstalling bevinden zich aan de zuidoostelijke punt van het blok, waar ook twee woningen op maaiveldniveau zijn opgenomen. De appartementen worden ontsloten via een galerij aan de binnenzijde van het bouwblok. Aan dit binnenhof wordt een groot deel van de parkeervraag opgelost en vindt tevens het laden en lossen voor de voorzieningen plaats. De groene collectieve daktuin is toegankelijk voor zowel bewoners als gebruikers van de maatschappelijke voorziening.

Inspiratiemodel

4 5

3 4

o G. D

aat Bloeiende ckstrboom j i D n a ie v Haag Anthon

aat ustr

Mobiliteit

3

Trottoir en pleinbestrating Hoofdpad park

3

Halfverharding Fietsstraat Autostraat Parkeerplaatsen Grasbeton parkeerplaatsen Drempel Drempelconstructie verbeteren oversteek langzaam verkeer Stapstenen

3

straat k c n i l F Govert

4 3

Fietsparkeren Gereserveerde ruimte voor de uitstalling van de supermarkt Openbare uimte Speelzone Sportzone Zitrand Bebouwing Bestaande bebouwing Nieuwe bebouwing Zonnepanelen

Figuur 5.4: Doorkijk Jan Vermeerlaan luw woon- en voorzieningengebied zuiden (Mecanoo)

Entree voorzieningen Entree woningen

rslaan e t j i e r F eester Burgem

Figuur 5.5: Plankaart

32

33

Inspiratiemodel

blok kunnen worden ondergebracht, direct grenzend aan het Permekepark. Wel betekent dit dat het autoverkeer zich meer verspreidt over de twee parkeerlocaties binnen het gebied. Daarnaast biedt het stedenbouwkundig plan de mogelijkheid om in blok 3 eengezinswoningen te realiseren. Dat zou neerkomen op circa negen woningen. Het getekende inspiratiemodel voorziet in circa 135 woningen en streeft naar een evenwichtige verhouding tussen voorzieningen, woningen, parkeerfaciliteiten en de kwaliteit van de openbare ruimte. In een volgende fase kan dit evenwicht verder worden verfijnd, bijvoorbeeld door alternatieve parkeeroplossingen of aanvullend parkeerbeleid toe te passen.

Een overzicht van de woningaantallen en de metrages per voorziening is opgenomen in de tabellen hiernaast. Het inspiratiemodel gaat uit van de meest wenselijke situatie en is dus aangesloten op een collectieve warmtevoorziening.

Voorzieningen in het inspiratiemodel Toegestane bandbreedte in het stedenbouwkundig plan

Metrage in inspiratiemodel (BVO)

Supermarkt

2800-3200 m2

2800 m2

Overig commercieel programma

1900-2100 m2

1900 m2

Maatschappelijke voorzieningen

>2250 m2

2300 m2

Verhouding in het voorkeursmodel

Aantal woningen in inspiratiemodel

Sociaal segment (<75 m2 BVO)

20 %

27

Betaalbaar segment (75-100 m2 BVO)

41 %

55

20 %

28

Vrije sector (>100 m2 BVO)

19 %

25

Totaal (150 maximaal mogelijk)

19 %

135

Figuur 5.3: Voorzieningen in het inspiratiemodel

Woningen in het inspiratiemodel

Figuur 5.7: Woningen in het inspiratiemodel

Figuur 5.6: Overgang naar bestaande wonen (Mecanoo)

Inspiratiemodel

Mobiliteit Het voorkeursontwerp voorziet in een zorgvuldig afgestemde parkeerstructuur die aansluit bij de programmatische opbouw van het gebied en de uitgangspunten voor duurzame mobiliteit. Aan de fietsstraat liggen de meeste winkels en voorzieningen met fietsparkeren voor de deur. Het autoparkeren is geclusterd op twee grotere terreinen. Ten noorden en oosten van blok 1 ligt een maaiveldparkeerterrein met voldoende capaciteit voor de supermarkten. Bij de entree zijn twee plekken gereserveerd om een prettige wandelentree en ruimte voor winkelwagens te bieden. Meerdere in- en uitritten zorgen voor een goede verkeersdoorstroming, terwijl een stevige groenstructuur het terrein omsluit. Bewoners parkeren op het dak aan de noordwestzijde, terwijl het overige commerciële programma gebruikmaakt van de zuidelijke parkeervelden. Het parkeren voor blok 2 bevindt zich aan de westzijde en in de binnenhof, beide ontsloten via de als fietsstraat ingerichte Anthonie van Dijckstraat.

Figuur 5.10: Doorsnede noord zuid blok 1 en 2

De binnenhof is vooral bestemd voor de nieuwe en bestaande bewoners van de appartementen aan de Jan Vermeerlaan en het winkelpersoneel. Voor de voorzieningen zijn parkeerplaatsen voor zowel auto’s als fietsen beschikbaar aan de Goverflinckstraat. Voor blok 3 zijn de parkeerplaatsen aan de achterzijde gesitueerd en aan de Govert Flinckstraat. Hier worden tevens parkeerplekken gerealiseerd ten behoeve van het bestaande appartementencomplex aan de Burgemeester Freijterslaan en de woningen aan de Govert Flinckstraat, conform huidige situatie. Daarnaast worden parkeerplaatsen op de hoek van de Burgemeester Freijterslaan en Jan Vermeerlaan heringericht ten behoeve van de bestaande appartementen.

Figuur 5.8: Doorsnede oost-west blok 1

In totaal worden binnen het plangebied circa 400 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Figuur 5.9: Doorsnede oost-west blok 2

34

35

Inspiratiemodel

Fietsparkeren Wat betreft het fietsparkeren zijn inpandige, collectieve fietsenstallingen voorzien voor de woningen: • Circa 220 plekken in blok 1 • Circa 200 plekken in blok 2 • Circa 140 plekken in blok 3 Daarnaast worden in de openbare ruimte circa 280 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd, verspreid over strategische locaties in het gebied direct voor de winkels. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om duurzame mobiliteit te faciliteren en het fietsgebruik te stimuleren.

Openbare ruimte De openbare ruimte is ingericht met aandacht voor functionaliteit, verblijfskwaliteit en beeldkwaliteit. Het plein en winkelgebied zijn voorzien van hoogwaardige groeninrichting, passend bij een wijkcentrum. Het plein is geschikt voor evenementen en biedt voldoende zitplekken. Daarnaast is er aan de Anthonie van Dijckstraat een servicezone ingericht met fietsparkeren, groenvakken en prullenbakken. Waar mogelijk worden bestaande bomen behouden. Van de hoofdstructuurbomen blijven acht bomen aan het Lucasplein en zeven bomen aan de zuidwestzijde behouden. Daarnaast worden circa 24 nieuwe bomen geplant, onder andere op de parkeervelden en in een onregelmatige laan aan de Jan Vermeerlaan, met een opening in lijn met de Wethouder Lanenstraat.

Figuur 5.11: Zichtbaar wijkcentrum vanaf de Jan Vermeerlaan (Mecanoo)

Figuur 5.12: Anthonie van Dijckstraat als fietsstraat met aan weerszijde winkels en voorzieningen (Mecanoo)

6. Beeldkwaliteitsplan

In dit hoofdstuk komt het beeldkwaliteitsplan aan bod. De nadruk ligt in dit beeldkwaliteitsplan op de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte vormt geen onderdeel van dit ontwikkelkader en zal in een los kader openbare ruimte op een later moment verder worden uitgewerkt. De beeldkwaliteitsregels vormen een aanvulling op de gebiedsvisie en zijn omschreven in termen van ambitie en doel, zodat ze voldoende flexibiliteit in de uitvoering bieden. Het beeldkwaliteitsplan is leidend voor toetsing van de plannen door de CRK en eventuele vervolgproducten die opgesteld worden zoals het ontwikkelkader openbare ruimte, uitvraagdocumenten en/of ontwikkelpaspoorten. Afwijken van deze regels is alleen toegestaan met toestemming van de CRK, wanneer dit een overtuigende kwaliteit en meerwaarde oplevert. Het beeldkwaliteitsplan streeft naar een hoog ambitieniveau. Voor de gevels en plinten gelden een aantal algemene uitgangspunten. Tegelijkertijd vraagt elke zijde om een eigen benadering, afhankelijk van de aanwezige functies, de bouwhoogte, de mate van zichtbaarheid en de intensiteit van gebruik. Daarom worden in het tweede deel de specifieke eisen per zijde behandeld.

36

6.1. Nieuw architectuurbeeld in Westrand Alle nieuwe ontwikkelingen voegen een nieuwe tijdslaag toe aan de bestaande wijk. De nieuwbouw krijgt daarmee als geheel een herkenbaar en onderscheidend architectuurbeeld, zonder zich af te zetten tegen de bestaande wijk. De architectuur van de nieuwe bebouwing is eigentijds, maar geïnspireerd op kenmerken van de bestaande wederopbouwarchitectuur in Westrand. Het gaat daarbij om de volgende kenmerken. De architectuur is modernistisch van karakter, met robuuste en heldere volumes die worden bekroond door platte daken. De gevels kennen een uitgebalanceerde compositie van horizontale en verticale geledingen, aangevuld met een rationele en regelmatig verdeelde raamindeling die veel licht in de woningen brengt. Baksteen vormt het dominante materiaal, vaak gecombineerd met beton, wat zorgt voor een stevige en tijdloze uitstraling. De detaillering is rustig maar zorgvuldig, waarbij specifieke elementen zoals entrees subtiel architectonische aandacht krijgen. Bijzonder metselwerk of afwijkende vormen voegen karakter toe, zonder te vervallen in overdaad.

overkoepelend palet. Door de centrumfunctie van het hart van Westrand vraagt het gebied hier wel om een meer uitgesproken en herkenbare architectonische expressie. De centrumfunctie is duidelijk afleesbaar. De plinten zijn transparanter, zonder dat de tactiliteit en menselijke schaal daarbij verloren gaan. Ook kan er meer gevarieerd worden met kozijnkleuren en andere geveldetails. Hoewel de Kruiskerk gesloopt wordt, speelt deze een beeldbepalende rol in het wijkcentrum. Het is dan ook wenselijk te verwijzen naar deze identiteitsdrager, bijvoorbeeld door het terug laten komen van de toren, letters of de ritmiek van de kozijnen.

6.2. Eenheid in het palet Kleurenpalet Het kleurenpalet zorgt voor eenheid en herkenbaarheid van in Westrand. Het palet onderscheidt zich van de bestaande bebouwing, maar tezamen vormen de ontwikkellocaties een nieuwe laag in de wijk. De hoogwaardige architectonische uitstraling draagt bij aan het nieuwe imago van de wijk. Het palet bestaat uit warme tinten rood, rood/ bruin en bruin. Deze beperkte selectie aan kleuren zorgt voor samenhang en laat door het contrast, het groen van de omgeving nog meer spreken. Ten behoeve van de plinten of andere accenten is er een contrasterend palet.

Aan deze bestaande opbouw van de wijk wordt een nieuwe laag in de geschiedenis van de wijk toegevoegd. In de gebiedsvisie zijn daar al uitgangspunten voor geformuleerd die voor het hart van de wijk verder zijn uitgewerkt zoals verbindende plint, een gevarieerde bovenbouw en een Figuur 6.1: Herkenbaar palet met rood/bruine baksteen, licht en contrasterende plint en groene klimconstructies tegen de gevel

Figuur 6.2: Herkenbaar palet met rood/bruine baksteen, licht en contrasterende plint en groene klimconstructies tegen de gevel

37

Beeldkwaliteitsplan

Materiaal

Groene gevels en daken

De nieuwbouw wordt voor het grootste deel opgetrokken uit baksteen om zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande wijk. Omwille van circulair en biobased bouwen is het mogelijk af te wijken met andere materialen. Wel moet aangetoond worden dat die een gelijkwaardige uitstraling hebben en mooi verduurzamen.

Groen aan de gevels en op daken vormt onderdeel van het palet. Het verhoogt de natuurwaarde, vermindert hittestress en kan bijdragen aan de gezondheid en een prettige beleving van de bebouwing. Dit komt niet alleen tot uiting in de bouwwijze, maar mag ook zichtbaar zijn in de uitstraling van het gebouw en de openbare ruimte. • Groene gevels en daken worden uitsluitend toegepast als volwaardige bouwkundige oplossingen, waarbij zij integraal onderdeel uitmaken van het ontwerp en de constructie. • Toepassing vindt alleen plaats wanneer dit aantoonbare meerwaarde biedt voor duurzaamheid, leefkwaliteit of architectonische kwaliteit, en niet als willekeurige of decoratieve toevoeging. Aan de binnenzijden van de bouwvelden is dit van groot belang om de stenige aanblik te verzachten. • Als groen wordt toegepast, is het altijd integraal onderdeel van de architectuur. Voor alle begroeide geveldelen dient bij indiening van de omgevingsvergunning duidelijk te zijn wie het in eigendom heeft en beheert. Daarbij zal een beheerplan worden opgesteld dat de kwaliteit en uitstraling langdurig garandeert. • Minimaal 1 nestkast per 2 woningen, geïntegreerd in de architectuur en op logische, rustige plekken geplaatst.

Groene gevels

Kleurenpalet contrast beperkt toepassen

Kleurenpalet

Figuur 6.3: Overkoepelend palet conform gebiedsvisie Westrand

Beeldkwaliteitsplan

6.3. Verbindende en transparante plint Westrand wordt gekenmerkt door lange bouwblokken, waarbij de plint of delen daarvan een afwijkende materialisatie heeft. Waar de plinten van de bestaande gestapelde bouw veelal zijn ingevuld met dichte bergingen en garageboxen, zijn de plinten in het hart van Westrand transparant, levendig en uitnodigend vormgegeven. De nieuwe gebouwen landen zorgvuldig op het maaiveld en sluiten naadloos aan op de inrichting van de omliggende openbare ruimte. De begane grond en entrees zijn van essentieel belang voor de beleving op straatniveau. Aantrekkelijke plinten zorgen voor prettige en veilige routes, stimuleren

sociale interactie, bieden zicht op de openbare ruimte en dragen bij aan de levendigheid van het gebied. De vormgeving van de gebouwplinten en entrees vraagt daarom om bijzondere aandacht. Verbindend element • De plint heeft een lichte gevelkleur en onderscheidt zich daarmee van de bovenbouw, die is uitgevoerd in warme tinten rood, rood/bruin en bruin. • De verbindende plint kan in verschillende verschijningsvormen en hoogtes vormgegeven worden. De hoogte van het lichte geveldeel mag variëren op de begane grondlaag, maar moet altijd aansluiten op het maaiveld. • Indien passend bij de functie, mag de verbindende plint twee verdiepingen beslaan.

• De plint onderscheidt zich van de bovenbouw door dieptewerking en/of een afwijkende gevelindeling en gevelopeningen. • Luifels kunnen onderdeel zijn van de verbindende plint. Luifels moeten bouwkundig onderdeel zijn van het ontwerp en aansluiten bij de maatvoering en materialisering van de gevel. Luifel mogen niet willekeurig worden toegepast, maar moeten de toegankelijkheid en verblijfskwaliteit verbeteren. Invulling en uitstraling van de begane grondlaag

Figuur 6.5: Verbindende informele plint conform gebiedsvisie Westrand

• Entrees en portieken liggen op doorgaande routes en zijn duidelijk afleesbaar in de architectuur. • Op de hoeken van de bouwblokken liggen entrees van appartementen of kleinschalige winkels om de schaal te verzachten en de levendigheid van het straatbeeld te vergroten.

• Op de begane grond zijn voorzieningen toegestaan. Om hier ruimte aan te bieden en een uitnodigend karakter te waarborgen, heeft de begane grondlaag een vrije verdiepingshoogte van 3,5 meter. Hierdoor is de plint visueel circa 4 meter hoog. De hoogte van de gevelopeningen sluit aan bij de hoogte van de plint.

• Bij appartementen worden collectieve fietsbergingen op de begane grond opgenomen. Deze zijn goed bereikbaar en logisch gepositioneerd. De entree van de fietsberging in de plint is goed herkenbaar en zorgvuldig vormgegeven.

• De plinten zijn niet anoniem, maar dragen actief bij aan de zichtbaarheid van functies in het straatbeeld door interactie tussen binnen en buiten. Bij een supermarkt betekent dit dat entree, kassa’s en servicefuncties aan de voorzijde worden gesitueerd. Bij woningen worden actieve ruimtes, zoals keukens en woonkamers, aan de straatzijde gepositioneerd.

Reclame-uitingen

• De begane grondlaag is transparant, ramen en entrees blijven zoveel mogelijk open en zichtbaar, zodat er visueel contact is tussen binnen en buiten. Het gebruik van dichte of afgeplakte plinten is niet toegestaan. Figuur 6.4: Verbindende formele plint, een gevarieerde bovenbouw en een overkoepelend palet conform gebiedsvisie Westrand

• Indien een blinde plint noodzakelijk is (bijvoorbeeld voor installaties), moeten deze zorgvuldig worden vormgegeven met hoogwaardige materialen en dieptewerking zodat de plint een aantrekkelijke uitstraling en tactiliteit behoudt.

• Voor het toepassen van reclame en verlichting is de actuele welstandsnota van Roosendaal van kracht. Zo doet reclame geen afbreuk aan het straatbeeld en is gevelreclame is ondergeschikt aan de architectuur van het gebouw. In aanvulling daarop gelden de volgende regels.

38

39

Beeldkwaliteitsplan

• Reclame-uitingen worden bouwkundig geïntegreerd in de gevel en maken onderdeel uit van het architectonisch ontwerp. Afmetingen, plaatsing en detaillering sluiten aan bij de maatvoering van de architectuur. Er wordt gebruikgemaakt van dezelfde materialen en kleuren als het gebouw, zodat reclame visueel samenvalt met de architectuur. • Per straat wordt één eenduidige reclame-oplossing toegepast. Reclame wordt altijd binnen hetzelfde kader en in dezelfde richting geplaatst, zodat samenhang en rust in het straatbeeld behouden blijven.

Overgang gebouw en openbaar gebied • Voor de levendigheid van de plinten en de relatie met de openbare ruimte is de overgangszone tussen openbaar en privé van groot belang. Deze zone stimuleert sociale interactie. • Voor winkels en horeca is ruimte beschikbaar voor een klein terras of uitklapbord direct tegen de gevel, mits dit de loopruimte en ontmoetingszone op de stoep niet belemmert. • Bij woningen kan een openbare of privégroenbuffer aan de gevel worden toegepast, zoals Delftse stoepen of smalle geveltuinen.

6.4 Gevarieerde bovenbouw Waar de plint een verbindend element vormt, is de bovenbouw juist gevarieerd door afwisselende korrelmaten van de bouwblokken, verspringingen in de rooilijn en variatie in de gevelindeling. Hierdoor ontstaat een gevelbeeld met dieptewerking en een duidelijke plasticiteit. • Elke ‘korrel heeft een eigen identiteit door verschillen in gevelpatronen, ritmiek en/of kleurgebruik. De korrelgrootte varieert per zijde en wordt nader toegelicht bij de specifieke gevelbeschrijvingen. • De gevels kennen geen dominante verticale of horizontale geleding zodat de gebouwen niet als heel massief worden ervaren.

onderbroken. Vluchtroutes en trappen worden integraal mee-ontworpen. • De dakrand vormt een duidelijke beëindiging van de gevel en is zorgvuldig vormgegeven. De detaillering sluit aan op de architectonische stijl van het gebouw. Dakgoten en hemelwaterafvoeren worden esthetisch geïntegreerd in de gevel en dakrand. • Technische installaties op het dak worden aan het zicht onttrokken of visueel geïntegreerd in de dakrand. Indien nodig wordt de dakrand verhoogd of verbreed om deze installaties te verbergen. • Zonwering wordt meegenomen als integraal onderdeel van het ontwerp, vooral aan zonnige gevelzijden in verband met energie-efficiëntie.

• De bovenbouw is minder transparant dan plint, maar sluit wel aan bij het maatsysteem en de ritmiek van de onderbouw. • Elke korrel heeft een eigen hoogte, waardoor de dakrand subtiele variaties vertoont, ook wanneer het aantal bouwlagen gelijk is. • Op de hoeken vindt stedenbouwkundige accentuering plaats in hoogte of door indeling van de gevel. • Eventuele galerijen, aan de binnenzijde van het blok, zijn onderdeel van het volume en geïntegreerd met de gevel, zodat lange horizontale lijnen worden

Figuur 6.6: Transparante openingen begane grond supermarkt. Zorgvuldige omgang met ritmiek in smalle en brede openingen. (Palenstein Zoetermeer, LEVS architecten)

Figuur 6.7: Reclame-uitingen bouwkundig geïntegreerd en eenduidige oplossing (albert heijn Schuytgraaf Arnhem, weusten liedenbaum architecten)

Figuur 6.8: Verschillende gevelindeling, rooilijn en gevelkleur per korrel (Assen, Mercuriuscentrum, Mardesign)

Beeldkwaliteitsplan

6.5 Verschillende zijden

Balkons • Balkons zijn integraal onderdeel van het architectuurbeeld. De materialisatie en kleur van de balkons sluit aan bij de gevel.

Alle gevelzijden worden representatief vormgegeven, maar de invulling en vormgeving van de plinten en gevels verschilt per zijde. De grote straten zoals de Jan Vermeerlaan hebben een formelere uitstraling. Aan groene ruimtes, zoals het Sint Lucasplein, ontstaat juist een informelere overgang naar de openbare ruimte. Hoewel de benadering per zijde varieert, wordt elk bouwblok als één architectonisch geheel ontworpen. De ritmiek van de gevelopeningen en de samenhang in vormgeving worden consequent doorgezet over alle zijden van het gebouw. In het vervolg worden de karakteristieken van de verschillende gevels en plinten nader toegelicht.

• Balkons worden zo gepositioneerd dat ze bijdragen aan een gevarieerd en aantrekkelijk straatbeeld, waarin de menselijke maat centraal staat. • Balkons, loggia’s en dakterrassen dragen op passende wijze bij aan de plasticiteit van het gevelbeeld. Balkons kragen maximaal 1,5 meter uit. • De balkons vormen geen conflict met de verbindende plint. • Inkijk vanaf het maaiveld op balkons dient zo veel mogelijk beperkt te blijven en er wordt aandacht gevraagd voor zorgvuldige afwerking van de onderzijde van de balkons.

Figuur 6.9: Balkons integraal onderdeel van architectuurbeeld door kleurvoering en meegemetselde rand (Hannover Duitsland, SMAQ)

Stadszijde Levendige plein- en winkelzone Luwe woon- en winkelzone Logistieke zijde

Figuur 6.10: Verschillende zijden

40

41

Beeldkwaliteitsplan

Stadszijde De kenmerken en sfeer van de wederopbouwarchitectuur zijn aan de stadszijde het meest voelbaar. De schaal is grootschalig, met een compositie van losse bouwblokken op een doorlopende plint die de straatwand aan de Jan Vermeerlaan definieert. Het volume aan het einde van de Wethouder Lanenstraat is het hoogste en vormt de eyecatcher van het blok. Aan de noordzijde trapt het volume af richting de bestaande buurt. De architectonische opgave is om de bouwmassa’s zodanig te geleiden dat een maat en schaal ontstaat die past bij de context. • Karakter: Beeldbepalende zijde in het zicht van de Jan Vermeerlaan, duidelijk herkenbaar als wijkwinkelcentrum.

Figuur 6.11: Stadszijde

• Invulling begane grond: Grootschalige voorzieningen, zoals supermarkten en eventueel maatschappelijke functie. Op de hoeken kleinere voorzieningen of centrale entree woningen om interactie met de openbare ruimte te versterken. • Verbindend element: De plint heeft een formeel karakter en het lichtkleurde verbindende element volgt een overwegend strakke lijn. De plint is grootschaliger vanwege achterliggende functies en kan hier extra benadrukt worden met een doorlopende luifel. • Entrees: Minimaal twee entrees van grootschalige voorzieningen en entrees van functies op de hoeken. Entrees zijn duidelijk afleesbaar, uitnodigend en gemarkeerd in de architectuur. Bijbehorende voorzieningen bij de entree van de

supermarkt worden bouwkundig geïntegreerd. • Transparantie: De gehele begane grond is transparant. Bij een supermarkt worden kassa’s en service functies aan de voorzijde geplaatst. Hoogstens kleine gedeeltes van de ramen mogen worden afgeplakt en voorzien van reclame. De ritmiek van de gevelopeningen wordt over de gehele lengte doorgezet. • Bovenbouw: Grotere korrelmaat in de bovenbouw passend bij de schaal van de grotere voorzieningen. Sculpturaliteit in massa en gevels, met een hoogteaccent ter hoogte van de Wethouder Lanenstraat. • Openbare ruimte: Langs de gevel is een ruime stoep voor winkelend publiek. Figuur 6.12: Witte, formele plint met luifel (Plein 1944 Nijmegen, Plegt-Vos)

Figuur 6.13: Stadszijde met supermarkt met entree en daaraan gekoppelde voorzieningen mee-ontworpen in het gevelbeeld (Jumbo Twello, opZoom architecten)

Beeldkwaliteitsplan

Levendige plein- en winkelzone De hoek van de Jan Vermeerlaan en Anthonie van Dijkstraat markeert de entree naar het achterliggende gebied en het Sint Lucasplein. Hier vindt de overgang plaats in maat en schaal zowel in de plint als bovenbouw. Het moet bezoekers letterlijk het gebied intrekken. De brede stoepen zorgen ervoor dat de winkels hier ruimte krijgen zichzelf te presenteren. Ter hoogte van het Sint Lucasplein bevindt zich een andere belangrijke hoek die het plein introduceert. De wanden van het plein hebben evenals de winkelstraat levendige plinten met een diversiteit aan voorzieningen. De hoeken vragen ook om een stedenbouwkundig accent wat is mogelijk gemaakt door een hogere bouwhoogte. De architectuur is gevarieerd en gedetailleerd met aandacht voor accentuering van de hoeken en entrees.

Figuur 6.14: Levendige plein- en winkelzone

Karakter: Beeldbepalend zijde met veel levendigheid en reuring. • Invulling begane grond: Kleinere dagelijkse voorzieningen (winkels en horeca). • Verbindend element: De lichtgekleurde verbindende plint is informeel van karakter en mag variëren in hoogte. Het detailniveau van de plint is hoog. • Entrees: Veel entrees passend bij de kleinere voorzieningen. De entrees naar winkels en bovenliggende woningen nodigen uit voor ontmoeting en sociale interactie. Ze zijn duidelijk afleesbaar, uitnodigend en gemarkeerd in de architectuur. Aan de Anthonie van Dijkstraat bevindt zich minimaal 1 entree naar bovenliggende woningen.

Transparantie: De plint is open en er is een sterke relatie tussen binnen en buiten. Blinde gevels komen hier niet voor. • Bovenbouw: Afwisselende korrelmaat in de bovenbouw passend bij de profiel van de straat. • Verbijzondering hoek: Op de hoek van het plein vindt een accentuering van de van plint plaats, bijvoorbeeld door andere indeling, hogere plint of afwijkende materialisatie of detaillering. • Openbare ruimte: Hoogwaardige inrichting openbare ruimte en brede stoepen passend bij een wijkcentrum, die verblijven en ontmoeten stimuleert. Op de Anthonie van Dijckstraat een servicestrook met groenvakken, fietsparkeren en zitjes. Het is voor de winkels en horeca mogelijk om uitstallingen te plaatsen.

Figuur 6.15: Lichtgekleurde informele plint in hoogte (Stadsplein Genk)

Figuur 6.16: Lichte verbindende plint met voorzieningen (Lusthofstraat Rotterdam, IAA Architecten)

42

43

Beeldkwaliteitsplan

Luwe woon- en winkelzone Op de overgang naar de aangrenzende woonbebouwing neemt de hoogte af op een aantal accenten na en is de architectuur wat minder uitbundig. Er is sprake van een luw woon- en winkelzone voor zachte overgang naar de bestaande woongebieden. Er is nog steeds veel aandacht voor de detaillering en menselijke maat van de gevels. Kleinschalige voorzieningen, maatschappelijk, kantoren en wonen wisselen elkaar af. Om voldoende levendigheid op straat te creëren bevinden zich de entrees naar de woningen zich aan deze straten. • Karakter: Rustige representatieve zijde met gemiddelde levendigheid. • Invulling begane grond: Kleinere niet-dagelijkse voorzieningen en woningen.

Figuur 6.17: Luwe woon- en winkelzone

• Verbindend element: De lichtgekleurde verbindende plint is informeel van karakter en mag variëren in hoogte en indeling door een afwisseling tussen wonen en voorzieningen.

• Bovenbouw: Kleinschalige korrelmaat in de bovenbouw passend bij de kleinere voorzieningen. Bij woningen kan de bovenbouw afstemd worden op de begane grond verdieping.

• Entrees: Regelmatig entrees tot de niet-dagelijkse voorzieningen en woningen met voordeuren. Entrees van voorzieningen zijn duidelijk afleesbaar, uitnodigend en gemarkeerd in de architectuur. Voordeuren van woningen zijn duidelijk afleesbaar, entrees voor eventuele opgangen zijn ook uitnodigend en gemarkeerd in de architectuur.

• Openbare ruimte: Aan de stoep is ruimte voor een informele invulling van de overgang van privé naar openbaar, bijvoorbeeld door de toepassing van een Delftse stoep.

• Transparantie: De plint is waar mogelijk open en draagt bij aan de interactie met het straatbeeld. Bij woningen kan de plint meer gesloten zijn dan bij voorzieningen.

Figuur 6.18: Kleine korrel en informele verbindende plint (Kaap Belvedere Katendrecht, Joke Vos architecten)

Figuur 6.19: Woningen met een variërende witte plint (Malieklos Rotterdam, DP6 architectuurstudio)

Beeldkwaliteitsplan

Logistieke zijde De ontsluiting en het laden- en lossen van de voorzieningen vindt plaats aan de noordzijde en in het middenblok. De plint van de begane grond verdieping is hier grotendeels gesloten vanwege achterliggende functies, maar doen wel mee in het ritme, indeling en plasticiteit van de overige plinten. Bijzondere aandacht aan deze zijde moet uitgaan naar sociale veiligheid en zicht op de openbare ruimte. Waar mogelijk worden geveldelen open gemaakt, entrees toegevoegd en op de verdieping woningen toegevoegd. • Karakter: Afwisseling van gesloten gevel en open gevels, zorgvuldig gedetailleerd en afgestemd op ritme van gebouw en de menselijke maat. • Invulling begane grond: Logistieke voorzieningen zoals een centrale entree voor woningen, fietsenberging, inpandige laad- en losruimte,

Figuur 6.20: Logistieke zijde

hellingbaan naar parkeerdek, inpandige trafo en voorzieningen voor opslag van energie (batterij, warmtebuffer). • Verbindend element: De verbindende plint draagt bij aan de verfijning en leefbaarheid van de begane grondlaag. • Entrees: Entrees voor fietsen, parkeren en laden/ lossen zijn integraal onderdeel van de architectuur en leesbaar in de architectuur. Hellingbanen en poorten naar parkeren worden inpandig opgelost. • Transparantie: Waar mogelijk is de gevel transparant voor extra toezicht, zoals bij de entree van de woningen en collectieve fietsenberging. Waar een gesloten gevel nodig is, wordt de ritmiek van de gevelopeningen doorgezet en zorgvuldig gedetailleerd.

(kruising Jan Vermeerlaan en Lucasplein) wordt minimaal één woning met ramen op de hoek gerealiseerd om toezicht te waarborgen. Waar geen woningen aanwezig zijn, wordt de gevel tot ten minste de eerste verdieping opgetrokken in dezelfde ritmiek als het blok, voorzien van gevelopeningen die zicht en toezicht vanaf het dek mogelijk maken. • Openbare ruimte: Verlichtingsplan en kunsttoepassingen versterken veiligheid en kwaliteit van de buitenruimte. Langs de randen van het parkeerterrein wordt groen toegepast om koplamplicht richting omliggende woningen af te schermen. De hoogte van het groen blijft beperkt tot ooghoogte zodat sociaal toezicht door voorbijgangers behouden blijft.

Figuur 6.21: Relatie tussen binnen en buiten bij fietsenstalling (Lapis Lazuli Heerhugowaard, Kraaijvanger)

• Bovenbouw: Op de hoek aan noordoostzijde

Figuur 6.22: Logistieke zijde met gevelopeningen en gevel tot twee lagen (Palenstein Zoetermeer, LEVS architecten)

44

45

Beeldkwaliteitsplan

6.6 Collectieve daktuinen en parkeerhoven

Blinde kopgevels bestaande architectuur De kopgevels van de bestaande sociale huur appartementencomplexen aan de Jan Vermeerlaan en Burgemeester Freijterslaan liggen in het zicht en vragen daarom aandacht. Het is wenselijk deze blinde zijgevels te voorzien van gevelgroen of kunstwerken om ze onderdeel te maken van het hart van de wijk.

In het hart van de wijk vindt verdichting plaats om het aantal woningen te laten groeien en om het winkelcentrum ook na sluitingstijd van voldoende sociale controle te voorzien. Om het wonen in het winkelgebied aantrekkelijk te maken, gaat er speciale aandacht uit naar de binnengebieden, collectieve daktuinen en parkeerhoven. Dit zijn plekken waar bewoners thuiskomen en elkaar ontmoeten, maar waar ook veel parkeren opgelost moet worden. Veel bewoners kijken er bovendien op uit. Om te voorkomen dat dit stenige vlaktes worden zijn beeldkwaliteitsregels opgesteld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve daktuinen en parkeerhoven. Collectieve daktuinen • In blok 1 en blok 2 bevinden zich collectieve daktuinen, gelegen op de eerste verdieping bovenop voorzieningen. • De zij- en achtergevels rondom de daktuin worden aantrekkelijk en representatief vormgegeven. Woningen worden via voordeuren ontsloten aan de collectieve daktuin.

Figuur 6.23: Klimplanten tegen de gevel (Statendam Amsterdam, Carl Stahl Green Walls)

Figuur 6.24: Muurschildering oude meesters in participatief traject (Utrecht, De Strakke Hand)

Figuur 6.25: Muurschildering moderne interpretatie oude meesters (Amsterdam, Roelof Schierbeek)

• De inrichting is zo groen mogelijk en verharding wordt geminimaliseerd. De inrichting draagt actief bij aan de biodiversiteit. Voor vaste planten en kleine struiken geldt een substraatpakket van maximaal 40 cm; voor grotere struiken en kleine bomen maximaal 80 cm. Bewatering en beheer zijn meegenomen in het plan om de groenkwaliteit duurzaam in stand te houden.

Beeldkwaliteitsplan

• Op het dak van blok 1 kan tevens parkeerruimte voor bewoners worden gerealiseerd. Deze wordt afgescheiden van de daktuin met een groene inrichting. • Private buitenruimtes aan de daktuinen zijn toegestaan, met een maximale diepte van 3 meter. Eventuele erfscheidingen zijn laag en vormen een integraal onderdeel van de inrichting van de daktuin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1903/documents/52956