Bijlage 1 Jaarstukken 2022.pdf
Tekst van het document
- De nieuwe contractering van het Beschermd Wonen vanaf 2023 afgerond en is gestart met de implementatie van het nieuwe contract. Nieuwe aanvragen voor Beschermd Wonen zijn door ons (eigen lokale toegang van de Wmo) opgepakt. - De aanbesteding van de Maatschappelijke Opvang afgerond. WijZijn Traverse zal komende contractperiode uitvoering geven aan de opdracht voor het organiseren van de Maatschappelijke Opvang voor de regio West-Brabant West. - Een tijdelijke (tot 1 april 2023) nachtopvang gerealiseerd voor dak- en thuisloze arbeidsmigranten. - Vanuit de Brede aanpak dak- en thuisloosheid de pilot ‘Fasehuis’ gestart. Het Fasehuis van Stichting Exodus richt zich op de terugkeer van ex-gedetineerden in de maatschappij ter voorkoming van dakloosheid. De pilot is in 2022 geëvalueerd. Op basis van deze positieve evaluatie is besloten het Fasehuis te continueren. - Door de samenwerkende gemeenten op gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, woningcorporaties en zorgaanbieders het convenant ‘duurzame huisvesting en begeleiding kwetsbare doelgroepen’ ondertekend. Gezamenlijk streven de convenantpartners naar een duurzame en passende woonoplossing voor een succesvolle (re-)integratie van alle inwoners in de dorpen en steden van onze regio.
73
-
Vanuit de Preventie Alliantie voor onze regio West-Brabant West een preventiescan dakloosheid uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze scan hebben gemeenten afspraken gemaakt rondom de basislijn ‘voorkomen van dakloosheid’. - Met een subsidie vanuit ZonMw (financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg) per 1 april 2022 de Wijk GGD-er gestart. De wijk-GGD-er werkt als verbindingsofficier in het netwerk van zorg en veiligheid. De wijk-GGD-er behandelt meldingen vanuit partners over mensen met zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag. De wijk-GGD-er vormt samen met de Wijk-GGZ-er, de OGGZ-medewerkers (openbare geestelijke gezondheidszorg ) en eropaf-medewerkers een team in de aanpak van zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag. Dit om escalaties te voorkomen. Vanuit een subsidie van ZonMw is gestart met een Regionale Kennisplaats Onbegrepen Gedrag (RKOG). Het uitgangspunt van de RKOG is om bestaande lokale en regionale praktijk van vraagstukken onbegrepen gedrag te ondersteunen en waar nodig te verbeteren. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande samenwerkings- en overlegstructuren. Het doel is om te onderzoeken waar het niet goed gaat, wat de reden daarvan is en wat we daar aan gaan doen. De RKOG bestaat uit drie deelprojecten: 1. praktijkgericht actieleren: ophalen en leren van de huidige praktijk, en een doorbraak organiseren; 2.
leren en ontwikkelen: ondersteunen van de praktijk met leermiddelen en activiteiten en 3. bestuurlijk lerend netwerk: creëren van randvoorwaarden voor de uitvoeringspraktijk. Wat heeft dit gekost? X € 1.000 Lasten Niet vrij toegankelijke zorg Baten Niet vrij toegankelijke zorg Saldo
Rekening 2021
Primitieve BegrotingsGewijzigde begroting 2022 wijzigingen 2022 begroting 2022
Rekening 2022
46.952
45.212
4.799
50.011
49.315
9.259
10.005
-128
9.877
9.164
37.693
35.207
4.927
40.134
40.151
74
Financieel overzicht Zorgen & Stimuleren X €1.000
Beleidsveld
Lasten
Zorg algemeen Vrij toegankelijke zorg Toegang zorg Niet vrij toegankelijke zorg
Begrotings wijzigingen 2022 2.763 1.963 673
Gewijzigde begroting 2022 7.602 13.387 2.832
Rekening 2022
5.734 11.040 2.256
Primitieve begroting 2022 4.839 11.424 2.159
46.952
45.212
4.799
50.011
49.315
65.982
63.634
10.198
73.832
71.275
1.122 160 0
759 106 0
2.023 299 0
2.782 405 0
1.661 409 0
9.259
10.005
-128
9.877
9.164
Totaal
10.541
10.870
2.194
13.064
11.234
Saldo
55.441
52.764
8.004
60.768
60.041
554 712
78 262
190 1.356
268 1.618
268 1.533
Totaal Baten
Zorg algemeen Vrij toegankelijke zorg Toegang zorg Niet vrij toegankelijke zorg
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
Rekening 2021
6.348 12.894 2.718
75
Programma 6. Betalen & Financieren De algemene dekkingsmiddelen ten behoeve van de programmalasten zijn te vinden in dit programma. Lokale heffingen De tarieven van de lokale heffingen zijn in 2022 verhoogd met 1,9% (dit is de gemiddelde inflatie van de voorgaande 3 jaar). Uitzondering op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting en de parkeergelden; deze zijn niet geïndexeerd. De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffing worden bepaald op basis van de gesloten financiering. Voor een nadere toelichting per belastingsoort wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. Algemene Uitkering Gemeentefonds Algemene uitkering De septembercirculaire 2022 vormt de basis voor de begroting 2022. De uitkomsten van de septembercirculaire zijn namelijk via de Najaarsbrief 2022 verwerkt in de begroting. Op basis van de septembercirculaire is de algemene uitkering begroot op € 150.948.321. Na de septembercirculaire is de decembercirculaire 2022 verschenen. De resultaten van deze circulaire zijn niet in de jaarschijf 2022 van de begroting verwerkt. Over 2022 ontstaat ten opzichte van de begroting een voordelig verschil van € 3.527.000. Dit verschil is opgebouwd uit drie delen:
In 2022 is een bedrag van € 171.500 ontvangen via de algemene uitkering, dat nog betrekking heeft op 2020. In 2022 is een bedrag van € 153.000 ingehouden op de algemene uitkering dat nog betrekking heeft op het jaar 2021. Over 2022 ontstaat ten opzichte van de septembercirculaire 2022 een voordelig verschil van € 3.630.000. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door de extra middelen die de gemeente bij de decembercirculaire 2022 heeft ontvangen. Voor het toekennen van de energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen heeft de gemeente € 2,3 miljoen ontvangen. Daarnaast heeft de gemeente voor overige kleinere taakmutaties een bedrag van € 473.000 ontvangen. Dit betreft bijvoorbeeld middelen ten behoeve van bijzondere bijstand. Tot slot is er een aantal wijzigingen in decentralisatie-uitkeringen toegepast, waardoor Roosendaal een extra bedrag ontvangt van € 701.000. Het resterende verschil kan worden verklaard door een aanpassing van de aantallen van onderliggende maatstaven waarop de algemene uitkering is gebaseerd. Het resterende verschil kan worden verklaard door een aanpassing van de aantallen van onderliggende maatstaven waarop de algemene uitkering is gebaseerd.
Integratie Uitkeringen Voogdij/18+ en Participatie Ook voor de integratie-uitkeringen vormt de septembercirculaire 2022 de basis voor de begroting. De daadwerkelijke ontvangsten van de IU Voogdij/18+ en Participatie zijn gelijk aan het begrote bedrag. 76
Vennootschapsbelasting Op basis van de, door DuRoi Belastingadviseurs, opgestelde rapportage om onze fiscale positie ten behoeve van de vennootschapsbelasting (VPB) te bepalen, is gebleken dat er geen VPB-plicht bestaat. Voor de jaren 2016 tot en met 2019 zijn daarom nihil aangiften ingediend. Echter door de belastingdienst wordt (landelijk) een correctie aangebracht wat betreft de opbrengsten uit reclamegelden (driehoeksborden e.d.). Tegen de inmiddels opgelegde aanslagen is bezwaar ingediend omdat wij, en meerdere gemeenten met ons, van mening zijn dat de opbrengsten uit reclame niet onder de VPB-plicht vallen. Vanaf 2020 is in de aangifte rekening gehouden met het standpunt van de Belastingdienst. Vanaf 2021 geldt overigens een belastingplicht voor de VPB wat betreft de opbrengst van de zonnepanelen bij de Gewenten (GA). Hier komt vanaf 2022 de opbrengst van de zonnepanelen op het Huis van Roosendaal bij. Voor 2022 is door de Belastingdienst een voorlopige aanslag van € 28.461 opgelegd. Verbonden partijen Binnen dit programma is sprake van een aantal verbonden partijen. Deze verbonden partijen richten zich vooral op financiële dienstverlening. Het gaat om Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), NV Brabant Water en deelnemingen uit het voormalige Essent.
In de paragraaf Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op deelname in alle verbonden partijen. Financieel overzicht Betalen & Financieren X€ 1.000
Beleidsveld
Lasten
Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten
376
Primitieve begroting 2022 -432
Begrotings wijzigingen 2022 -593
Gewijzigde begroting 2022 -1.025
0
0
0
0
0
3.275
2.268
682
2.950
4.086
1.553 39.126 44.330
1.345 21.083 24.264
206 9.769 10.064
1.551 30.852 34.328
1.509 32.912 38.397
450
474
-212
262
264
149.609
143.430
25.297
168.727
172.254
2.248
1.375
199
1.574
1.610
Totaal
14.731 34.195 201.233
15.104 16.756 177.139
176 24.857 50.317
15.280 41.613 227.456
15.317 41.853 231.298
Saldo
-156.903
-152.875
-40.253
-193.128
-192.901
Stortingen in reserves
17.523
218
6.226
6.444
6.444
Onttrekkingen aan reserves
20.178
2.705
3.540
6.245
6.191
Totaal Baten
Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten
Rekening 2021
Rekening 2022 -110
77
Paragrafen Paragraaf 1. Lokale Heffingen Toelichting tarieven 2022 De tarieven van de lokale heffingen zijn in 2022 verhoogd met 1,9% (dit is de gemiddelde inflatie van de afgelopen 3 jaar). Uitzondering op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting en de parkeergelden; deze zijn niet verhoogd. Onroerende zaakbelastingen Bij de tariefbepaling voor 2022 is uitgegaan van een totaalopbrengst gebaseerd op de OZB opbrengsten over 2021, vermeerderd met de gevolgen van areaaluitbreidingen en een trendmatige verhoging van 1,9%. Daarnaast is de waardeontwikkeling van de onroerende zaken als gevolg van de jaarlijkse herwaardering gecompenseerd in de tarieven voor 2022. Hierbij is rekening gehouden met een gemiddelde waardestijging van de woningen van 7,8%; voor niet-woningen was de geschatte waardestijging 0,84%. Hierdoor zijn de tarieven van de OZB voor 2022 van de woningen met 5,9% verlaagd en voor de niet-woningen met 1,06% verhoogd. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Voor de afvalstoffenheffing geldt - naast het beginsel van 100% kostendekking - het principe van ‘de vervuiler betaalt’.
Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen verantwoord. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de afvalstoffenheffing. In 2022 is voor een bedrag van € 686.695 aan kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend. Hierin is € 43.475 begrepen over eerdere jaren. Dit betekent een kwijtschelding van 7,0% op de totale opbrengst afvalstoffenheffing. Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de reiniging worden betrokken in het tarief van de afvalstoffenheffing. Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de reiniging. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Overhead in programma 1.
78
Reiniging (bedragen x € 1.000)
Lasten 2022
Huisvuilinzameling en -verwijdering
7.528
Opruimen clandestiene stortplaatsen
279
Heffing en invordering
170
Kwijtscheldingen
687
BTW Overhead
Baten 2022
1.584 168
Opbrengst afvalstoffenheffing
9.858
Opbrengst monostromen
1.383
Dividend SAVER
168
Overige opbrengsten Onttrekking voorziening Totaal Kostendekkendheid reiniging
300 10.416
11.709 112,4%
Omdat reiniging een zogenaamde gesloten financiering is, wordt een bedrag van € 994.000 gestort in de Voorziening exploitatie Reinigingssector. In de begroting was binnen de gesloten financiering rekening gehouden met een onttrekking uit de voorziening van € 300.000. In 2022 zijn de kosten lager gebleken dan geraamd, waardoor een voordeel op de gesloten financiering ontstaat van € 1.294.000. Dit voordeel wordt in de voorziening gestort. Per saldo wordt er dan in 2022 een storting in de voorziening gedaan van € 994.000. De analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting 2022 is opgenomen in de financiële toelichtingen van programma 4. Rioolheffing Rioolheffing wordt opgelegd aan gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Met betrekking tot de rioolheffing is het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) kaderstellend geweest. Hierin is vastgelegd dat de financiële systematiek voldoet aan de eisen van solide financiën. Gestreefd wordt naar een ideaalcomplex, waarbij de investeringen volledig worden gedekt uit de gespaarde bedragen. In het VGRP is een extra stijging - boven de inflatiecorrectie - van 0,6% voorzien in 2022. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 1,9% betekent dit dus een stijging van het tarief in 2022 met 2,5%.
Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen verantwoord. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de rioolheffing. In 2022 is voor een bedrag van € 921.684 aan kwijtschelding verleend. Hierin is € 80.138 begrepen over eerdere jaren. Dit betekent een kwijtschelding van 7,2% op de totale opbrengsten rioolheffingen.
79
Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de riolering worden betrokken in het tarief van de rioolheffing. Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de riolering. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Overhead in programma 1. Riolering (bedragen x € 1.000)
Lasten 2022
Riolering algemeen
6.385
Basisrioleringsplan
72
Rioleringsbeheer
1.267
Pompgemalen en persleidingen
962
Heffing en invordering
183
Kolken en lijngoten
753
Grondwaterbeheerplan
48
Kosten straatreiniging
460
Kosten waterkering
34
BTW
1.155
Kwijtscheldingen
922
Overhead
323
Opbrengst rioolheffingen Totaal Kostendekkendheid riolering
Baten 2022
12.860 12.564
12.860 102,4%
In de begroting 2022 was uitgegaan van een storting in de voorziening resultaten rioolexploitatie en de voorziening rioolinvesteringen van in totaal € 5.011.560. De daadwerkelijke mutatie op de voorzieningen betreft een storting van € 5.306.767. Er is dus € 295.000 meer gestort dan was geraamd. Dit komt omdat riolering een gesloten financiering is. De analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting 2022 is opgenomen in de financiële toelichtingen op programma 4. Precariobelasting Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. In 2022 is het tarief met 1,9% verhoogd. De coronamaatregelen hebben voor de horecaondernemers in de gemeente Roosendaal grote financiële gevolgen gehad. De lockdown in de maanden december 2021 en januari 2022 betekende voor de horecaondernemers in de gemeente Roosendaal wederom een flinke financiële aderlating. 80
Om de horeca vanuit de gemeente te ondersteunen, is besloten om in 2022, evenals in 2021, geen precario te heffen en te innen op de terrassen. Reclamebelasting – binnenstad Reclamebelasting wordt opgelegd aan degene van wie, dan wel ten behoeve van wie reclameobjecten worden aangetroffen. De reclamebelasting wordt geheven door middel van een vast bedrag per vestiging. Het bedrag van de belasting is afhankelijk van de locatie: € 400 in tariefgebied A en € 250 in tariefgebied B. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor het Binnenstadsfonds. Reclamebelasting – bedrijventerreinen De reclamebelasting voor de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld wordt geheven met ingang van het belastingjaar 2016. De reclamebelasting wordt geheven door middel van een vast bedrag van € 275 per vestiging, vermeerderd met € 3 per € 1.000 WOZ-waarde boven een WOZ-waarde van € 115.000, met een maximum per vestiging van € 1.500. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor de Stichting Ondernemersfonds Roosendaal voor de uitvoering van het activiteitenplan. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die binnen de gemeente of openbaar lichaam verblijf houden maar niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens zijn ingeschreven.
Het tarief per overnachting bedroeg in 2022 € 1,21. Parkeerbelastingen In de Kadernota 2017 is besloten om de tarieven niet verder te verhogen. Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2022 door het Ministerie vastgesteld op € 66,50. Markten Markten (bedragen x € 1.000)
Lasten 2022
Kosten markten -/- terugontvangen energiekosten
66
BTW
5
Overhead
21
Afschrijving voorzieningen t.b.v. markten
6
Totale kosten
98
Opbrengst marktgelden Kostendekkendheid
Baten 2022
71 72,5%
Leges Leges zijn rechten die de gemeente kan heffen in verband met verstrekte (administratieve) diensten. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten), maar als rode draad loopt het uitgangspunt van maximaal kostendekkende tarieven door de tarieventabel.
81
Lasten 2022
Verhaalbare lasten
Kosten basisregistratie personen (BRP)
233
116
Overhead BRP
140
70
Kosten externe dienstverlening
852
852
Overhead externe dienstverlening
698
698
Burgerlijke stand
31
31
75
Paspoorten
157
157
289
Identiteitskaarten
70
70
159
Rijbewijzen
80
80
268
Leges (bedragen x € 1.000)
Baten 2022
Titel 1 – Algemene dienstverlening
Eigen verklaringen Naturalisaties
21 66
66
91
Uittreksels persoonsregister
80
Gehandicapten parkeerkaarten
30
Overige leges burgerzaken
11
11
Leegstandswet
22 8
Telecommunicatie
256
Overige BTW
47
47
Totaal
2.385
2.198
Kostendekkendheid Titel I
1.299 59,1%
Titel 2 – Dienstverlening fysieke leefomgeving Omgevingsvergunningen
1.556
1.556
BTW
209
209
Overhead
548
548
Totaal
2.313
2.313
Kostendekkendheid Titel II
2.432
2.432 105,12%
Titel 3 – Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn Horeca
161
161
31
Evenementen en markten
295
295
0 82
Standplaatsen e.d.
71
71
6
Overige
37
37
1
BTW
36
36
Overhead
198
198
Totaal
798
798
Kostendekkendheid Titel III
38 4,75%
Totaal leges (titel 1 t/m 3)
5.496
5.310
Kostendekkendheid leges totaal
3.769 70,98%
Overzicht opbrengsten Belastingsoort (bedragen x € 1.000)
Rekening 2021
Begroting 2022
Leges publiekszaken (incl. rijksleges)
986
1.127
1.299
Marktgelden
80
95
71
Rioolheffing
12.991
13.041
12.860
Parkeerbelasting
1.192
1.486
1.525
Parkeervergunningen burgers
192
184
189
Parkeervergunningen werkers
76
73
73
Naheffingsaanslagen parkeren
327
384
420
Afvalstoffenheffing
10.277
10.054
9.858
Leges omgevingsvergunningen
1.772
1.503
2.432
Leges openbare orde veiligheid
21
67
38
OZB woningen
8.264
8.456
8.456
OZB niet woningen eigendom
3.450
3.617
3.636
OZB niet woningen gebruik
1.994
2.072
2.107
Toeristenbelasting
203
273
304
Reclamebelasting - binnenstad
170
168
141
Reclamebelasting bedrijventerreinen
507
450
428
Precariobelasting
62
64
62
42.564
43.114
43.899
Totaal belastingdomein
Rekening 2022
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Roosendaal heeft een kwijtscheldingsnorm vastgesteld van 100%. Kwijtschelding wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Kwijtscheldingsaanvragen worden door de 83
Belastingsamenwerking West-Brabant in behandeling genomen en verder afgewerkt. De kwijtscheldingslasten worden conform het BBV verantwoord onder het product minimabeleid, waarvan zij onderdeel uitmaken (zie Programma 3 Werken & Ondernemen). In de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing is met deze kwijtscheldingen rekening gehouden. Overzicht kwijtscheldingen: Belastingsoort Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale kwijtscheldingslasten
Rekening 2020 944.638
Kwijtscheldingslasten Rekening Begroting 2021 2022 903.462 800.000
Rekening 2022 921.684
756.207
872.335
800.000
686.695
1.700.845
1.775.797
1.600.000
1.608.379
Toelichting: In de werkelijke kwijtscheldingsbedragen zijn kwijtscheldingen over voorgaande jaren opgenomen. In 2022 is € 124.000 over eerdere jaren kwijtgescholden. In 2022 zijn 3.903 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen, waarvan er 2.787 zijn toegewezen. Per 31 december waren er nog 149 verzoeken in behandeling. In 2021 waren er 4.593 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen, waarvan er 3.670 zijn toegewezen.
84
Tarieven 2022 In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste en meest voorkomende tarieven: Belastingsoort
2020
2021
2022
- tarief eigenaren woningen
0,1029%
0,0989%
0,0931%
- tarief eigenaren niet-woningen
0,1771%
0,1786%
0,1805%
- tarief gebruikers niet-woningen
0,1251%
0,1262%
0,1275%
€ 205
€ 245
€ 245
- 240-liter restafvalcontainer
€ 6,60
€ 6,60
€ 6,60
- 140-liter restafvalcontainer
€ 3,85
€ 3,85
€ 3,85
- per inworp ondergrondse container van 60 liter
€ 1,10
€ 1,10
€ 1,10
- per inworp ondergrondse container van 30 liter
€ 0,55
€ 0,55
€ 0,55
€ 322,90
€ 330,97
€ 339,24
- parkeren in gebied A, per uur
€ 2,10
€ 2,10
€ 2,10
- parkeren in gebied B, per uur
€ 1,50
€ 1,50
€ 1,50
- nachttarief parkeergarage
€ 0,80
€ 0,80
€ 0,80
Onroerende zaakbelastingen
Afvalstoffenheffing - vast bedrag per perceel Variabel tarief Per lediging van
Rioolheffing - basistarief per jaar Parkeerbelasting
85
Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te kunnen dekken. De weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente, waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota is in 2019 geactualiseerd. Top 10 risico’s Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s opgenomen in deze paragraaf. Toelichting op het weerstandsvermogen Risicoprofiel Het risicoprofiel voor de jaarrekening 2022 is tot stand gekomen door voor alle organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen. Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend. Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende risico’s af te kunnen dekken. In totaal zijn voor de organisatie 85 risico’s in beeld gebracht, waarvan 74 met een geldgevolg.
In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het risicoprofiel is een momentopname. WMO (structureel risico) De WMO is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort. Maatregelen/ontwikkelingen - Er ontstaat een toenemende druk op budgetten WMO als gevolg van de bezuinigingen op beschermd wonen. De verdergaande vergrijzing vergroot daarbij het aantal zelfstandig wonende inwoners met een ondersteuningsvraagstuk. Daarnaast zien we ook dat er een gebrek is aan geschikte woningen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. - De volgende maatregelen zijn getroffen om HBH en begeleiding terug te dringen: ‘betere scholing medewerkers WMO’, ‘project herindicaties dagbesteding/begeleiding’, ‘versterken poortwachtersfunctie’ en ‘terugdringen instroom pgb’. De effecten van deze maatregelen zijn steeds meer zichtbaar. - Vanaf 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding. Hierin zullen risicobeperkende maatregelen worden meegenomen. Vanwege autonome ontwikkelingen (o.a. CAO-ontwikkelingen en vervoerskosten) lijkt een kostenstijging onontkoombaar. 86
-
-
De eigen bijdrage (max. € 19 per persoon per maand in plaats van inkomensafhankelijk) is door landelijke wetgeving opnieuw ingevoerd. Dit heeft reeds geleid tot een toename aan Wmo-voorzieningen. Een groei in de aantallen jeugdigen die ondersteuning krijgen vanuit de Jeugdwet leidt ook tot groei in de instroom in de Wmo bij 18 jarigen
Jeugdzorg (structureel risico) Jeugdzorg is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort. Maatregelen/ontwikkelingen Er is een sterke afname van het gebruik van specialistische (dure) zorg door vroegtijdige signalering van problematiek. Daarnaast wordt strak gestuurd op een effectievere inzet van het voorliggend veld en de jeugdprofessional en het gebruik van hoogcomplexe zorg. Pilots om dure zorg te voorkomen en de zelfredzaamheid te vergroten (huisartsenroute en de straathoekwerkers in het veiligheidsdomein) zijn succesvol, deze worden voortgezet; Daarnaast zijn er businesscases gemaakt gericht op reductie van inzet en kosten bij scheidingen, betere samenwerking met het algemeen maatschappelijk werk en de uitwerking van het woonplaatsbeginsel, vooral dit laatste heeft een grote financiële impact. Corona heeft geleid tot bezorgdheid met betrekking tot eenzaamheid en depressieve klachten. De hulpvraag is evenwel niet gestegen; Ondanks de aanpassing van tarieven op verschillende gebieden is er een aantal aanbieders die voor de jeugdhulp onmisbaar zijn die financieel grote problemen ervaren. Vanwege de cruciale functie van deze aanbieders zijn extra financiële impulsen vanuit de gemeenten onmisbaar. De gevolgen hiervan zijn slechts beperkt te voorzien.
Onderwijshuisvesting (structureel risico) Uit landelijke benchmarks blijkt dat de kosten voor de bouw van nieuwe scholen stijgen. Door het grote aantal te vernieuwen scholen in de vastgestelde HPO’s kan dit extra kosten met zich meebrengen. Het risico bestaat dat de huidige middelen voor onderwijshuisvesting niet voldoende zijn. Dit geldt met name voor het primair onderwijs (PO). Maatregelen/ontwikkelingen Landelijk worden de ontwikkelingen gevolgd. Mogelijk zal er ook op landelijk niveau worden nagedacht over de financiering van scholen, wat invloed kan hebben op het gemeentefonds. Aanleg ontsluitingsweg A58 i.v.m. Bravis valt duurder uit (incidenteel risico) Met het bestemmingsplan De Bulkenaar is in februari 2022 het exploitatieplan vastgesteld. De geplande uitvoering is medio 2024. De kostenkant is onderhevig aan macro economische ontwikkelingen, wat kan leiden tot forse prijsstijgingen. Algemene Uitkering gemeentefonds valt lager uit dan begroot (structureel risico) Via de meicirculaire 2022 hebben gemeenten voor de komende jaren fors meer middelen ontvangen. Omdat de afspraak is gemaakt tussen het Rijk en de VNG om het volumedeel van de algemene uitkering te fixeren op de stand van de rijksuitgaven van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk, blijft de hoogte van de algemene uitkering voor deze kabinetsperiode redelijk stabiel.
Er blijft echter wel sprake van een aantal onzekerheden.
87
88
Maatregelen/ontwikkelingen Het Rijk heeft de compensatie voor jeugd nog niet structureel toegekend aan gemeenten. Het Rijk heeft de middelen die via de meicirculaire 2022 zijn verstrekt aan gemeenten niet structureel doorgetrokken na 2025. Gemeente wordt aangesproken op lokale garantstellingen (incidenteel risico) De gemeente staat garant voor lokale verenigingen, instellingen en onderwijsbesturen. Bij een eventueel faillissement van één van de partijen bestaat het risico dat de instelling de afgesloten geldleningen (hypotheken) niet kan terugbetalen en dat de gemeente als garantsteller het restantbedrag moet betalen. Maatregelen/ontwikkelingen Organisatorisch is het proces van garantstellingen, inclusief de inschatting van de risico’s, centraal verankerd. De gebruikelijke risicobeperkende maatregelen, zoals: het eerste recht van hypotheek, borgstellingen ed. worden toegepast. Stijging aantal bijstandsklanten (structureel risico) Als het aantal bijstandsklanten meer stijgt (of minder daalt) dan begroot, nemen zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten bij het Werkplein toe. Door bijvoorbeeld faillissementen, instroom statushouders enzovoorts kan het aantal bijstandsklanten onverwachts snel toenemen. Maatregelen/ontwikkelingen -
-
-
De Werkpleinbegroting hield rekening met een daling van 1,3% in 2022 als gevolg van de coronacrisis. Voor Roosendaal is het bestand sterker gedaald. Voor 2023 wordt rekening gehouden met een gelijkblijvend bestand. Het uitvoeren van extra regelingen, zoals het uitbetalen van het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen en de energietoeslag zorgt voor extra werkdruk. Vanwege het risico dat de BUIG-middelen niet in lijn zijn met de werkelijke ontwikkelingen in de bijstand werken we vanaf 2022 met een egalisatiereserve participatie. Het wegvallen van coronasteun voor bedrijven kan een toename in het aantal faillissementen betekenen en daarmee een toename van het aantal bijstandsklanten.
Data wordt gegijzeld door cybercriminelen (incidenteel risico) Als cybercriminelen toegang krijgen tot ons netwerk en data versleutelen, dan kunnen ze om losgeld vragen om de data weer vrij te geven. Maatregelen/ontwikkelingen - De hack van de gemeente Hof van Twente in december 2020 heeft tot een schade van vele miljoenen geleid. - Er is continu aandacht voor bewustwording onder medewerkers voor informatiebeveiliging. - Technisch wordt met autorisaties etc. het risico verder verkleind. - Extra technische beveiligingsmaatregelen op de mailserver om de kans dat mailtjes met “foute links en bijlagen” doorkomen te minimaliseren. 89
-
Netwerksegmentering: bij infectie of versleuteling, wordt slechts een deel van het netwerk geraakt. Opslag van data verspreiden: door onder meer toepassing van SaaS wordt de opslag van data verspreid over meerdere locaties en meerdere leveranciers. Als één leverancier gehackt wordt, wordt alleen die data versleuteld.
Aanhoudend hoge inflatie (structureel risico) Het inflatiecijfer is momenteel uitzonderlijk hoog. De inflatie in 2022 bedroeg volgens het CBS 10%. Deze hoge inflatie heeft ook impact op onze begroting en maatschappelijke partners. In onze begroting 2023 zijn de lasten en opbrengsten geïndexeerd met 2,8% (zijnde het 3-jarig gemiddelde van het consumentenprijsindexcijfer. Correctie op begrotingsbedragen zal hierdoor mogelijk nodig zijn om het beleid c.q. uitvoering conform begroting uit te kunnen voeren. Beheer openbaar groen (structureel risico) Het bestrijden van exoten (Eikenprocessierupsen, dennenprocessierupsen, Japanse Duizendknoop) wordt steeds meer regulier werk. Het risico bestaat dat de overlast groter wordt en dat dit extra kosten met zich mee gaat brengen om de overlast te beperken. Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot langdurige droge periodes. Om het huidige groenassortiment te behouden, zullen extra maatregelen nodig zijn. Maatregelen/ontwikkelingen Meer eiken zijn preventief gespoten in 2022 en er komen steeds meer natuurlijke vijanden. Eerst ontstaat er een soort plaag, vervolgens zie je dat de natuur zich langzaam maar zeker herstelt. Een andere exoot is de dennenprocessierups; deze is in aantocht vanuit het zuiden. Dennen hebben we alleen in bosstroken staan, maar deze rups heeft meer brandharen. Impact nog niet bekend.
Japanse duizendknoop is een serieus probleem; om de locaties structureel Japanse duizend-knoop vrij te maken ( op sommige locaties minimaal 150 cm diep grond uitwisselen) hebben we minimaal € 50.000- € 100.000 nodig uitgaande van de huidige locaties. Mogelijke oplossingen voor de droogte zijn dat Waterschappen het water langer vast moeten houden, maar ook moet nagedacht worden over ander groen en minder diversiteit in soorten (vooral soorten uit het Middellands zeeklimaat, maar die hebben het weer moeilijk in de winters).
90
geld
Netto
x > € 1.000.000
11
6
€ 500.000 < x < € 1.000.000
8
4
1
€ 200.000 < x < € 500.000
4
6
1
€ 50.000 < x < € 200.000
2
4
x < € 50.000
14
5
Geen geldgevolgen
5
1
3
1
1
10%
30%
50%
70%
90%
Kans
2
1
2
3
De benodigde weerstandscapaciteit Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale omvang voor zouden doen, is een bedrag van € 54,3 miljoen benodigd. Dit zal in de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van € 10,3 miljoen voldoende is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde weerstandscapaciteit). De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: A. De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter) Deze bestaan uit: Algemene reserve Algemene saldireserve Totaal
Stand
31-12-2022 € 22.690.000 € 28.000 € 22.718.000
B. De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter) Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming 91
van de reserve te wijzigen ter dekking van het risico. De volgende (delen van) bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid: Stand 31-12-2022 Bestemmingsreserve Rijks- & gemeente monumenten* Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Vastgoed Bestemmingsreserve Grondexploitatie Bestemmingsreserve Groenfonds Bestemmingsreserve Duurzaamheidsfonds sportaccommodaties Bestemmingsreserve Ontsluiting Tolberg Bestemmingsreserve Risicopremies garantiestellingen Bestemmingsreserve Innovatiefonds Bestemmingsreserve Duurzaamheid Bestemmingsreserve Participatie Aanpak snelweg A58 Totaal
€
€ 645.000 € 461.000 € 373.000 € 3.365.000 € 7.049.000 € 330.000 € 34.000 € 962.000 € 1.229.000 € 1.815.000 € 368.000 € 3.279.000 € 250.000 20.160.000
* Reserve wordt voor 50% als niet vrij aanwendbaar meegenomen C. De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De raad heeft de mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen te dekken met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2022 opgelegde aanslagen = 2% x € 14.198.990 = € 284.000. D. De post onvoorzien in de programmabegroting (structureel karakter) De post onvoorzien staat structureel in de begroting, is € 150.000 en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen begrotingspost, waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers. Kapitalisatiefactor Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel in te zetten ter dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5.
92
De beschikbare weerstandscapaciteit ziet er voor de gemeente Roosendaal per 31-12-2022 als volgt uit: Begroting 2022 (per 31-12-2022) Structureel karakter - Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) - Post Onvoorzien
Jaarrekening 2022 (per 31-12-2022)
279.470 150.000 ----------------------429.470
284.000 150.000 ----------------------434.000
Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid 2,5 -----------------------
2,5 -----------------------
subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie
1.073.700
1.085.000
Vrij aanwendbare algemene reserves:
10.704.600
22.718.000
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves:
13.270.200
20.160.000
subtotaal weerstandscapaciteit vermogen
23.974.800
42.878.000
Totale weerstandscapaciteit
25.048.500
43.963.000
Incidenteel karakter
De beoordeling van het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per 31 december 2022: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 44 mln € 10,3 mln
=
4,3
In de nota ’beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal voor het weerstands-vermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0. De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2022 voldoet met de waarde 4,3 ruimschoots aan deze norm en is hiermee gestegen ten opzichte van de 2,3 bij de begroting 2022. De verklaring hiervan is tweeledig. De beschikbare weerstandscapaciteit is toegenomen van € 25,0 mln naar € 44 mln, dit komt met name door een hogere stand van de Algemene reserve, de Reserve Grondexploitatie, de Bestemmingsreserve Participatie en de Bestemmingsreserve Innovatiefonds. Daarnaast zien we een lagere benodigde weerstandscapaciteit, dit wordt verklaard door een aantal verlaagde risico’s, zie hieronder voor de belangrijkste wijzigingen in de Top 10. De belangrijkste wijzigingen in de Top 10 risico’s ten opzichte van de begroting 2022 zijn: - De toegenomen verkopen en bestaande opties bij Majoppeveld hebben dat risico aanzienlijk verlaagd, waardoor het niet meer in de Top 10 staat. 93
-
-
Het risico op de stijging van het aantal bijstandsklanten is naar beneden bijgesteld, vanwege de krapper wordende arbeidsmarkt. Voor het risico ‘Overschrijding Beschermd Wonen’ is de verwachting dat de financiële herverdeling voor onze regio voordelig uitpakt. Het risico is verkleind en valt uit de Top 10. Nieuw ten opzichte van de begroting 2022 in de Top 10 is het risico ‘Beheer openbaar Groen kost meer vanwege overlast exoten en klimaatverandering’. Om het huidige beleid te volgen en het openbaar groen op het huidige niveau te behouden wordt verwacht dat dit de komende jaren extra lasten met zich mee gaat brengen. Het risico Terugloop parkeeropbrengsten is verlaagd, omdat de parkeervraag zich na corona herstelt, hierdoor valt dit risico buiten de Top 10. Besluitvorming m.b.t. de ontsluitingsweg A58 heeft in 2022 plaatsgevonden. Het risico op overschrijding is nieuw in de Top 10. De hoge inflatie kan leiden tot benodigde correcties van begrotingsbedragen, dit risico is nieuw in de Top 10.
Let op: Voorzichtigheid blijft geboden Voor de duidelijkheid: de hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers plannen. Aanwending van deze reserves voor het afdekken van risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende plannen. Kengetallen Het besluit tot wijziging van het BBV is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV). Het betreft: netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken.
De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-0000611752).
94
Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020) Waarderingscijfer Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte (begroting) Belastingcapaciteit
Minst risicovol <90 % <90 %
Neutraal 90-130 % 90-130 %
Meest risicovol >130 % >130 %
>50 % <20 % >0 %
20-50 % 20-35 % 0%
<20 % >35 % <0 %
<95 %
95-105 %
>105 %
Jaarrekening 2022
Verloop van de kengetallen Rekening
Begroting
Kengetallen:
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting
Begroting 2024
2021
2022
netto schuldquote
39%
67%
37%
67%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38%
67%
36%
solvabiliteitsratio
35%
25%
structurele exploitatieruimte
1%
grondexploitatie belastingcapaciteit
Begroting
2025
2026
64%
51%
47%
67%
64%
51%
47%
32%
27%
32%
39%
43%
-1%
0%
7%
7%
9%
-1%
16%
14%
14%
11%
9%
6%
6%
111%
113%
104%
108%
111%
114%
118%
Beoordeling kengetallen Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de begroting. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. Dit is in Roosendaal het geval.
Solvabiliteitsratio: De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal tussen de 20% en 50% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Op dit moment geeft het kengetal geen directe aanleiding tot actie. 95
Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. In Roosendaal is dit het geval, er is sprake van een structureel sluitende begroting.
Grondexploitatie: dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal. Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient namelijk nog wel terugverdiend te worden. De laatste jaren ligt met name de focus op het ontwikkelen van beschikbare gronden, daarnaast zijn de gronden afgewaardeerd naar actuele boekwaarden. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de 20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. In Roosendaal is dit het geval.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen belastinginkomst. De hoogte van deze woonlasten geeft aan in hoeverre de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZ-waarden, in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat een percentage boven de 105% als ‘meest risicovol’ kan worden gezien. Het klopt dat in Roosendaal het tarief voor de woonlasten hoger is dan landelijk. In paragraaf 1 Lokale heffingen wordt het tarief toegelicht.
Conclusie: De kengetallen tonen in totaliteit een goede financiële positie met weinig risico. Er is geen noodzaak om op basis van deze kengetallen beheersmaatregelen te treffen.
96
Paragraaf 3. Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop Roosendaal haar activiteiten in 2022 heeft gefinancierd. Wij staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze activiteiten. Als doelen zijn daarbij geformuleerd:
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten.
Deze doelen zijn binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en Wet verplicht Schatkistbankieren (vSB), respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasury statuut gerealiseerd. Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur - waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen - is het een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende schuld, die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende een kwartaal hoger is dan de berekende limiet. Als de limiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dan moet dit worden gemeld bij de toezichthouder. Het percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een minimum van € 300.000.
In onderstaande tabel is de toegestane kasgeldlimiet in euro’s berekend. Primitieve Gewijzigde Primitieve Omschrijving begroting begroting begroting 2021 2021 2022 (Bedragen x € 1.000 )
Gewijzigde begroting 2022
Omvang Programmabegroting
250.710
254.152
272.350
274.849
Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
21.310
21.603
23.150
23.362
97
Zoals in voorgaande tabel is te zien, bedroeg de kasgeldlimiet in 2022 (afgerond) € 23,4 miljoen. Het verloop van de netto vlottende schuld ten opzichte van de kasgeldlimiet is in de volgende tabel weergegeven. Hieruit kan worden opgemaakt dat de kasgeldlimiet in het 1e kwartaal 2022 is overschreden en in het 2e t/m 4e kwartaal er geen overschrijding is geweest. Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Realisatie 2022 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
(1.) Toegestane kasgeldlimiet in euro’s
23.362
23.362
23.362
23.362
(2.) Vlottende schuld < 1 jaar
38.019
25.114
9.419
9.417
(3.) Vlottende middelen < 1 jaar
10.673
3.999
4.698
6
27.346
21.115
4.721
9.411
2.247
18.641
13.951
Toets kasgeldlimiet: (4.) Totaal netto vlottende schuld = (2) Vlottende schuld -/- (3) vlottende middelen (5.a) Ruimte (+) (5.b) Overschrijding (-)
-3.984
98
Renteschema Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is onderstaand renteschema op te nemen. Renteschema 2022 (Bedragen x € 1.000) a.
De externe rentelasten over korte en lange financiering
1.453
Rentelasten verwacht financieringstekort b.
De externe rentebaten
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
372 1.081
-/-
190 20 -/-
Aan taakvelden toe te rekenen rente
170 911
d1. Rente over eigen vermogen
-
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. f.
Renteresultaat op het taakveld treasury (-/- = voordeel)
911 -/-
2.068
-/-
1.157
99
Financieringssaldo In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en deels door externe middelen voorzien. Boekwaarde
Rekening balansstand 1-1-2021
Rekening balansstand 31-12-2021
Rekening balansstand 31-12-2022
Grondexploitatie
45.181
43.190
41.447
Overige investeringen
176.144
200.849
225.975
Totaal investeringen (A)
221.325
244.039
267.422
109.932
125.723
136.274
128.500
104.050
98.000
Totaal financieringsmiddelen (B)
238.432
229.773
234.274
Financieringssaldo (B-A)
17.107
-/- 14.266
-/- 33.148
(Bedragen x € 1.000) Investeringen:
Financiering: Interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen (langlopende geldleningen en waarborgsommen)
Per 31 december 2022 bedraagt het financieringstekort € 33,1 miljoen.
100