CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1 2220369_20241218JL01 Visie en IHP Roosendaal.pdf

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6b: Raadsvoorstel uitvoeringsprogramma IHP 2025-204018.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tenslotte vindt de gemeente Roosendaal participatie erg belangrijk. Daarom worden bij het ontwerp , aanleg en onderhoud de kinderen , docententeam , ouders en buren zoveel mogelijk actief betrokken. NB: Na vaststelling van bovenstaand deel van het IHP door de gemeenteraad , zal de gemeente een beleidslijn gaan ontwikkelen waarin concrete afspraken worden gemaakt over de bijdrage die ze kan leveren aan de buitenruimten. Onderdeel is een uitsplitsing van de rol en verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen en eventuele aanpassingen die daarin worden gedaan. Omvang buitenruimte Gemeente Roosendaal en betrokken organisaties hechten aan spel en ontwikkeling buiten het gebouw en willen hiervoor buitenruimten met voldoende omvang beschikbaar stellen. Hierin kan gezocht worden naar combinaties tussen speelpleinen en speelplekken in de wijk/omgeving , waardoor de gewenste omvang ontstaat. Hierin is ook plaats voor een specifiek concept of visie van het betreffende kindcentrum of de school. Voor de speelpleinen wordt gestreefd naar een substantieel aantal vierkante meters. Dit wordt per situatie bekeken waarin de normen uit de nieuwe modelverordening als ondergrens worden aangehouden. Waar mogelijk wordt gekeken naar koppeling tussen speelplein van onderwijs , speelplein van kinderopvang en openbare speelvoorzieningen.

Als een situatie het toelaat is de intentie een speelplein van minimaal 1. 200 vierkante meter te realiseren. De exacte omvang wordt per situatie onderzocht in samenspraak tussen schoolbestuur , opvangorganisatie en gemeente.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

20/54

Voor accommodaties voor bewegingsonderwijs geldt dat deze passen binnen het beleidsvoornemen om meer bewegen te stimuleren. Bij de positionering van deze voorzieningen over de kernen/wijken wordt gekeken naar de volgende aspecten: ▪

▪

▪ ▪

Nabijheid: de ligging is zodanig dat de reistijd van school naar de gymvoorziening passend is binnen de geldende verordening voorzieningen onderwijshuisvesting gemeente Roosendaal. Hiervoor wordt een spreidingsplan gemaakt dat leidend is binnen de scenariovorming van het IHP-proces. Routes: leerlingen gaan onder begeleiding of zelfstandig naar de gymvoorzieningen toe. Deze routes dienen veilig te zijn (afgestemd op de leeftijd van leerlingen) waarbij ook rekening wordt gehouden met de belasting voor de wijkbewoners. Kwaliteit: de gymvoorzieningen sluiten aan op de eisen van het bewegingsonderwijs. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om buiten te bewegen binnen het gymonderwijs. Beheer: Voor het beheer geldt dat de beschikbaarheid voor onderwijs leidend is.

Vanaf schooljaar 2023-2024 is twee lesuren bewegingsonderwijs verplicht voor het (speciaal) basisonderwijs. Leerlingen moeten minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs krijgen onder leiding van een vakleerkracht of bevoegde groepsleerkracht (het gaat dan om 2 x 45 minuten of 1 x 90 minuten). In ontwikkeltrajecten voor toekomstige nieuwbouw wordt gekeken naar het realiseren van een vergroot speellokaal waardoor er meer beweegmogelijkheden voor de jongste kinderen in het gebouw zijn en zo bewegen langer binnen het gebouw kan worden georganiseerd. Ook kan gekeken worden naar beweegmogelijkheden in de nabijheid van het gebouw in de wijk/omgeving/buiten. De intentie bij nieuwe projecten is om bewegen zo laagdrempelig mogelijk te maken. Vanuit visie is de ambitie om voorzieningen voor bewegingsonderwijs op redelijke loopafstand (maximaal 15 minuten voor kinderen van 6 jaar) te hebben waardoor de impact op lestijd beperkt blijft en dat er voldoende capaciteit aanwezig is om in die gymzaal de nabijgelegen scholen te bedienen. Het vervoeren van leerlingen per bussen dient (zo veel mogelijk) vermeden te worden.

3. 4

Huisvesting (maatschappelijke) partners

Bij nieuwbouw is het uitgangspunt gezamenlijke huisvesting van onderwijs met maatschappelijke partners. Voorbeelden hiervan zijn kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. Er zijn twee mogelijkheden om tot gezamenlijke huisvesting te komen: (1) investering door de maatschappelijke partner zelf 24 of (2) investering door de gemeente met een kostprijsdekkende huurovereenkomst. In bestaande situaties waar kinderopvang gebruik maakt van (leegstaande) ruimten in een onderwijsvoorziening is sprake van gelijkwaardigheid in huisvesting. Dit betekent dat bij groei van het onderwijs de kinderopvang niet wijkt. Om de groei van het onderwijs op te vangen blijft kinderopvang zitten en worden groepsruimten voor het onderwijs bijgebouwd (uitbreiding). In dat geval wordt de uitbreiding aangemerkt als beredeneerde aantoonbare investering ten behoeve van de kinderopvang en wordt de gemeente via een (kostprijsdekkende) huurvergoeding gecompenseerd voor de kapitaallasten. Als de kinderopvangorganisatie niet aan de huurvergoeding kan voldoen , dan wijken zij wel.

24 Investering door de kindpartner

samenwerkingspartner.

2230369_20241218JL01 |

is een keuze , geen voorwaarde voor samenwerking. Vanuit de inhoud kiest de onderwijsorganisatie de

www. icsadviseurs. nl

21/54

3. 5

Huisvestingsmaatregelen in het IHP

Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: (Vervangende) nieuwbouw

en

uitbreiding

Levensduurverlengende renovatie ─ 50 jaar ─ 25 jaar In stand houden Afstoten Hieronder wordt de definitie en het afwegingskader van de huisvestingsscenario’s verder uitgewerkt. De huisvestingsmaatregelen kunnen leidend zijn , maar het laat onverlet dat er ook ruimte blijft voor maatwerkoplossingen in goed overleg waar dat gewenst/noodzakelijk is. Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren.25 Na realisatie van een project gelden de wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor gemeente en schoolbesturen qua exploitatie (lees: het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het in stand houden , het verrichten van aanpassingen en het exploiteren).

Vertrekpunt realisatie van projecten Bij de realisatie van projecten is het aantal te realiseren vierkante meters volgens de VNG-norm leidend (al dan niet aangevuld met extra vierkante meters vanwege inclusiever en passend onderwijs (zie eerder tekstkader over extra vierkante meters) en niet het budget. In de situatie dat bij realisatie van de vierkante meters met het vastgelegde kwaliteitsniveau middelen resteren , dan vloeien deze terug naar de gemeente. NB: Voor bovenstaand vertrekpunt is het noodzakelijk dat gedacht wordt vanuit de vierkante meters zoals beschikt en op basis van een voorlopige realistische investeringsbedragen. Na aanbesteding wordt het daadwerkelijke investeringsbedrag leidend.

Maatregel 1: (vervangende) nieuwbouw Bij de maatregel (vervangende) nieuwbouw gaat het om schoolgebouwen waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging is aangetoond. Deze gebouwen vereisen op korte termijn een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw. Nieuwe schoolgebouwen dragen , waar mogelijk , maximaal bij aan de verduurzamingsopgave. Dit wil zeggen bouwen volgens ENG.26 Het streven op het gebied van gezondheid is om Frisse Scholen klasse B te behalen , en waar mogelijk op onderdelen Frisse Scholen klasse A.

25 In principe ligt het bouwheerschap

bij het schoolbestuur. In situaties met meerdere partijen in een gebouw kan het bouwheerschap worden belegd bij de gemeente. 26 Bij nieuwbouw wordt vanuit duurzaamheidsambitie en vooruitlopend op wetgeving in ontwikkeling gekozen voor ENG. Wanneer een gebouw vanaf het begin met de ENG-filosofie wordt ontworpen zijn de meerkosten te overzien. Voor bestaande gebouw wordt (B)ENG beredeneerd benaderd en een beredeneerde afweging gemaakt welke ambitie verantwoord te behalen is.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

22/54

Voor de maatregel (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ ▪ ▪

▪

▪

▪ ▪

▪ ▪

Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie , wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De gemeente financiert het wettelijke deel (momenteel BENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B + GPR (huidig: gemiddeld 75, en energie 8) , waarbij per project wordt bekeken op welke onderdelen Frisse Scholen klasse A kan worden behaald binnen het budget. Een businesscase , met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol) , moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen zoals nul op 27 de meter haalbaar zijn. De stap van BENG naar ENG kan worden gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur (totdat ENG het wettelijk kader wordt). Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol. Het doorvoeren en bekostigen van ENG is een keuze en de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Als het schoolbestuur dat niet kan , pleegt de gemeente de extra investering om ENG mogelijk te maken.

Er dienen voorafgaand aan de planvorming afspraken gemaakt te worden tussen de gemeente en het schoolbestuur over het eventueel inbrengen van gereserveerde onderhouds- en exploitatiebudget ten behoeve van het bekostigen van ENG. Er wordt een klimaatscan (inzicht in verduurzamingsmogelijkheden in lijn met het Klimaatbeleid) uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De ambities voor flexibiliteit , inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd , passend binnen het budget.

Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG.

Maatregel 2: levensduurverlengende renovatie Voor levensduurverlengende renovatie gelden twee varianten. Deze zijn: ▪ ▪

2A: levensduurverlengende renovatie met scope voor 50 jaar 2B: levensduurverlengende renovatie met scope voor 25 jaar

2A: levensduurverlengende renovatie met scope 50 jaar Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd , met als doel de levensduur met minstens 50 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen volgens de vereisten van Frisse Scholen klasse B. Omdat levensduurverlengende renovatie als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd , worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw.

27 Aandachtspunt daarbij

is wel dat nieuwe gebouwen geen kosten voor gas hebben maar de hedendaagse installaties een hoger elektraverbruik hebben en ook meer onderhoudslasten hebben. Dit wordt integraal meegenomen in de afweging.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

23/54

Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪

Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit , multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsen kinderopvangconcept). Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen. Ruimtelijke staat. Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).

Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2A zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪ ▪

Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie , wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw. Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduurverlengende renovatie als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor levensduurverlengende renovatie vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten , waaruit ook een levensduurverlengende renovatie bekostigd kan worden.

In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling , ligging en/of functionaliteit , en/of; ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen , en/of; ─ Het gebouw heeft een hoge boekwaarde , en/of; ─ De exploitatie vormt geen probleem , en/of; ─ Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw , circulaire maatregelen worden hierin meegenomen , en/of; ─ Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren , en/of; ─ Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst); ─ Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen; Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De omschreven ambities voor flexibiliteit , inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget.

In het proces om te komen tot een afweging van toepassing: ▪ ▪

▪ ▪ ▪

voor

levensduurverlengende renovatie zijn nog vijf spelregels

Als er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen , kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die volgens de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept; Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). Aandacht voor de klimaateffecten.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

24/54

2B: levensduurverlengende renovatie met

scope voor

25 jaar

In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal , ruimtelijke ontwikkeling , et cetera) , maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt , kan een levensduurverlenging van 25 jaar passend zijn. Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2B zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd , het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang , niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt , wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit , inclusie en circulariteit worden onderzocht , maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.

Wetgeving rond levensduurverlengende renovatie Voor levensduurverlengende renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze in 2025 een feit wordt. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor levensduurverlengende renovatie of aangepaste levensduurverlengende renovatie.

Maatregel 3: In stand houden Onder in stand houden vallen de gebouwen die binnen de looptijd van het IHP (ca. 16 jaar) in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep krijgen , is ook voor deze categorie aandacht voor hoe kan worden bijgedragen aan de verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat in lijn met de landelijke klimaatdoelstellingen. Over 27 jaar dienen namelijk alle gebouwen CO 2 neutraal te zijn. Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur , die hiervoor een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) opstelt. Bij het planmatig onderhoud wordt minimaal het conditieniveau 3 van in stand houding op sober en doelmatig niveau (NEN2767) gehanteerd. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de handhaving van dit niveau en de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden. Het schoolbestuur is ook verplicht om de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit betreft duurzame maatregelen met een terugverdientijd van minimaal 5 jaar. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van de bekostiging die zij vanuit het Rijk ontvangt in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Toch vraagt het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om aanvullende maatregelen voor bestaande gebouwen.

Hieronder zijn spelregels opgenomen hoe hiermee om te gaan.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

25/54

Voor de maatregel in stand houden zijn de volgende spelregels van toepassing: 28 ▪

▪ ▪

▪

Voor alle schoolgebouwen wordt door middel van een scan inzichtelijk gemaakt welke maatregelen er , aanvullend op het activiteitenbesluit , haalbaar zijn om het binnenklimaat te verbeteren , de CO-uitstoot 2 te verminderen , energie te besparen en aardgasvrij te zijn. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende categorieën van gebouwen: ─ Leeftijd 25 jaar of ouder: voor deze gebouwen is het aannemelijk dat er binnen afzienbare tijd door middel van levensduurverlengende renovatie of (vervangende) nieuwbouw (na afweging in een businesscase) de CO-uitstoot wordt gereduceerd. Met een light scan wordt inzichtelijk gemaakt 2 welke duurzame maatregelen binnen de resterende levensduur van het gebouw haalbaar en verantwoord zijn. Voor gebouwen die binnen nu en 5 jaar in het IHP staan voor een ingreep , wordt geen scan uitgevoerd; ─ Leeftijd jonger dan 25 jaar: deze gebouwen verwachten noch binnen het IHP noch voor 2050 een grootschalige ingreep. Een uitgebreide scan maakt inzichtelijk welke maatregelen zorgen voor een substantiële verduurzaming voor deze categorie gebouwen. De gemeente bekostigt de scan gezamenlijk met het schoolbestuur (50-50 verhouding). Als de uitkomsten van de scan aanleiding geven tot het doorvoeren van maatregelen dan wordt gekeken naar wie verantwoordelijk is vanuit rendement en rechtmatigheid (wettelijk/accountantsprotocol).

Het uitvoeren van de maatregelen wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan natuurlijke momenten in het MJOP. Binnen een gebouw kan sprake zijn van huurinkomsten. Deze opbrengsten kunnen ingezet worden voor verduurzamingsmaatregelen , mits de huuropbrengsten de exploitatielasten overstijgen.

NB: Gemeente en schoolbesturen maken afspraken wie het initiatief neemt voor de scan. Vanuit de primaire verantwoordelijkheid ligt een initiatief vanuit het schoolbestuur voor de hand.

Maatregel 4: Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden volgens de geldende verordening voorzieningen onderwijshuisvesting van de gemeente Roosendaal. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.

28 Indien een schoolbestuur een bestaand gebouw functioneel wil verbeteren om een kindcentrum beter tot haar recht te laten komen , dan is dat een taak en verantwoordelijkheid van het schoolbestuur als onderdeel van aanpassing van een gebouw. Als ook geïnvesteerd wordt ten behoeve van functionele aanpassing voor kinderopvang , dan wordt dat verrekend in de huurovereenkomst.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

26/54

4.

Scenario’s

In dit hoofdstuk wordt op basis van ontwikkelingen in het gebied/kern (knelpunten en kansen) en de vertaling van de visie (onder andere inclusiever onderwijs) het voorkeursscenario per onderwijslocatie geformuleerd. De onderverdeling van de gebieden/kernen in Roosendaal is zoals in de afbeelding in paragraaf 2. 3. Prognosebureau Pronexus heeft de leerlingenprognoses in dit IHP opgesteld met gegevens van november 2023. De ontwikkeling van de Schaalsprong is hierin niet meegenomen , omdat deze nog niet concreet genoeg is. Bij de uitvoering van projecten nemen gemeente , schoolbesturen en kinderopvang zo goed mogelijk de actuele ontwikkelingen van de Schaalsprong zo goed mogelijk mee. In te maken afwegingen voor te realiseren projecten wordt onder regie van de gemeente in gezamenlijkheid onderbouwd (met uitwerking van relevante aanvullende informatie) hoe ontwikkelingen geduid worden om tot specifieke besluitvorming te kunnen komen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de aanvullende woningbouwontwikkeling en de gevolgen voor de populatie in een wijk. De gemeente behoudt echter altijd de regie bij investeringsbeslissingen die niet op harde (prognose)cijfers gebaseerd kunnen worden. Daarnaast neemt de gemeente de regie bij projecten waar gebiedsontwikkeling aan de orde is.

In haar regisseursrol zorgt de gemeente voor een integrale benadering van het gebied , waarbij alle relevante partijen worden betrokken voor het realiseren van de maatschappelijke voorzieningen. De finale besluitvorming is aan de gemeenteraad. Bij het nemen van beslissingen over nieuwe projecten zorgt de gemeente samen met het schoolbestuur en de kinderopvang voor een duidelijke onderbouwing met alle relevante informatie. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn , zoals veranderingen in het aantal woningen of groei van leerlingenaantallen , gaan we opnieuw met elkaar in gesprek om de gemaakte afspraken te herzien waar nodig. Termijn De toelichting van korte- en middellange termijn is als volgt: ▪ ▪ ▪

Korte termijn: Middellange termijn: Lange termijn:

Heden tot 4 jaar (1 e IHP-periode); Periode van 5 tot 15 jaar (overige IHP-periodes); 16 jaar en verder;

Een nadere toelichting op de fasering van projecten is te vinden in hoofdstuk 5. 3. (Tijdelijke) huisvestingsoplossing Voor enkele scholen is een (tijdelijke) huisvestingsoplossing nodig vanwege aanhoudende capaciteitstekorten. In HPO 2025 is vastgelegd wat hieronder wordt verstaan: Onder een oplossing in (tijdelijke) huisvesting wordt verstaan een (kosten)efficiënte inzet van middelen om bij een capaciteitsvraagstuk te voorzien in benodigde ruimte. Daarbij wordt nadrukkelijk (eerst) gekeken naar het gebruik van de beschikbare capaciteit in bestaande onderwijshuisvesting in de directe nabijheid 29 Het (bij)plaatsen van noodlokalen (units) wordt bij voorkeur zo veel mogelijk voorkomen. .

NB: Bij de beschrijving van de scenario’s in dit hoofdstuk worden symbolen weergegeven die corresponderen met de beschreven maatregelen uit paragraaf 3. 5 van dit document.

29 Dit is een oplossing voor korte termijn (maximaal 4 jaar)

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

27/54

4. 1

Scenario’s

4. 1. 1

Gebied Westrand

In het gebied Westrand zijn twee scholen ▪ ▪

voor

het primair onderwijs gehuisvest , te weten:

KPO KC De Appel KPO BS De Blokwei

Daarnaast zijn er drie scholen voor het speciaal (voortgezet) onderwijs , te weten: ▪ ▪ ▪

KPO (V)SO De Kameleon KPO SBO De Sponder De Fakkel

Westrand is een van de gebieden die behoren tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). De gemeente stelt in samenwerking met partners een uitvoeringsprogramma op dat aansluit bij de kenmerken en uitdagingen van de wijk. Een ander belangrijk aandachtspunt zijn de woningbouwplannen in Westrand , die de samenstelling van de wijkbevolking zullen veranderen en daarmee ook de leerlingenaantallen. Om tot verdere keuzes te komen is het van belang om een compleet beeld te hebben van het gebied en de lopende ontwikkelingen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

28/54

De scenario’s in het IHP zijn: Westrand en Weihoek

Integraal onderzoek Westrand en Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West) KC De Appel BS De Blokwei

KPO SBO De Sponder De Fakkel

KPO (V)SO De Kameleon Nieuwe voorziening

In 2025 vindt er door de gemeente , de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties voor de scholen in het gebied Westrand – Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West) een integraal onderzoek plaats. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met onderstaande punten: Zie bijlage 1 voor meer toelichting

Vervangende nieuwbouw. Het benodigde voorbereidingskrediet is toegekend voor nieuwbouw op de onderwijscampus , volgens de uitgangspunten in de gebiedsvisie Westrand. Vervangende nieuwbouw niet op dezelfde locatie. Er zal onderzocht worden welke locatie het meest geschikt is voor de toekomst. Hierbij worden zowel een mogelijke samenwerking met BS Lavoor Morelberg als een zelfstandige locatie voor De Blokwei in overweging genomen. De samenwerking tussen de KPO-scholen moet nog nader verkend worden. Vooralsnog in stand houden en passend anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om tot inclusiever onderwijs op de scholencampus te komen. Vooralsnog in stand houden en passend anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om tot inclusiever onderwijs te komen. ▪ Uitbreiding (lopend project): het schoolgebouw Zonneboom , waarin De Fakkel en De Sponder gezamenlijk zijn gehuisvest , wordt uitgebreid. Er komt een extra verdieping met twee lokalen voor De Fakkel , twee lokalen voor De Kameleon en aanvullende ruimtes voor Joki-C. Vooralsnog in stand houden en passend anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om tot inclusiever onderwijs te komen. ▪ Uitbreiding (lopend project): zie De Fakkel Zie bijlage 1 voor meer toelichting

Gebiedsontwikkeling Westrand Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met uitgangspunten in de gebiedsvisie Westrand.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

29/54

4. 1. 2

Gebied Weihoek

In het gebied Weihoek zijn twee scholen voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪ ▪

KPO BS Lavoor Morelberg OBS De Wending

De twee scholen zijn samen gehuisvest in het gebouw Het Kwadrant. De scenario’s in het IHP zijn: Westrand en Weihoek

Integraal onderzoek Westrand en Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West) Lavoor Morelberg/De Wending Lavoor Morelberg/De Wending

2230369_20241218JL01 |

In 2025 vindt er door de gemeente , de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties voor de scholen in het gebied Westrand – Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West) een integraal onderzoek plaats. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met onderstaande punten: Zie bijlage 1 voor meer toelichting.

Voor het gebouw Het Kwadrant van Lavoor Morelberg en De Wending is er een beheerstichting. Na de uitkomst van het onderzoek wordt gekeken naar de juridische vormgeving van de gezamenlijke huisvesting. Het onderzoek heeft als doel richting te geven aan de toekomstige huisvestingsscenario’s voor de scholen Lavoor Morelberg en De Wending , waarbij ook de mogelijkheid van afzonderlijke huisvesting voor beide scholen wordt onderzocht. ▪ Voor de financiële doorrekening wordt rekening gehouden met een investering voor vervangende nieuwbouw voor een afzonderlijke school en levensduurverlengende renovatie (50 jaar) van het gebouw Het Kwadrant.

www. icsadviseurs. nl

/

30/54

Lavoor Morelberg/De Wending

Bij een aanhoudend capaciteitstekort vindt er voor De Wending een (tijdelijke) huisvestingsoplossing plaats. Een structurele huisvestingsoplossing maakt deel uit van het onderzoek.

Gebiedsontwikkeling Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met uitgangspunten in de gebiedsvisie Westrand-zuid (met name gebied tussen A58 – Burg. Freijterslaan). Eveneens wordt kennisgenomen van toekomstige uitwerking van gebiedsvisies voor o. a. Bravis-locatie e. d.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

31/54

4. 1. 3

Gebied Centrum

In het gebied Centrum zijn twee scholen ▪ ▪

voor

het primair onderwijs gehuisvest , te weten:

KPO BS Jeroen Bosch OBS De Singel

De scholen KPO BS Fatima (paragraaf 4. 1. 4).

en

KPO BS Joseph (zie afbeelding) worden nader toegelicht in de wijk Burgerhout

De scenario’s in het IHP zijn: KPO Jeroen Bosch

Vervangende nieuwbouw (lopend project)

OBS De Singel

▪

Kober met locatie Doppido

Korte termijn: er wordt gezocht naar een (tijdelijke) huisvestingsoplossing om het aanhoudende capaciteitstekort op te vangen. Middellange termijn: er wordt onderzoek gedaan naar de ▪ verplaatsing van de school naar een nieuwe , geschikte locatie om uiteindelijk een kindcentrum te vormen. Hiervoor wordt een businesscase opgesteld om de verschillende mogelijkheden te verkennen. Kober verplaatst in 2025 de vestiging van Kloosterstraat naar Markt (korte- middellange termijnscenario).

Gebiedsontwikkeling Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden de gebiedsontwikkeling Groot-Mariadal. Eveneens wordt kennisgenomen van toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen voor het centrum van Roosendaal.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

32/54

4. 1. 4

Wijk Burgerhout

Voor afbeelding zie centrum. In de wijk Burgerhout zijn twee scholen voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪ ▪

KPO BS Fatima KPO BS Joseph

De scenario’s in het IHP zijn: KPO BS Fatima KC BS Joseph

Vervangende nieuwbouw (krediet is verstrekt , planvorming in initiatieffase) Vervangende nieuwbouw (krediet is verstrekt , planvorming in initiatieffase)

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Burgerhout (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen Burgerhout wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

33/54

4. 1. 5

Gebied Kalsdonk

In het gebied Kalsdonk is één school voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪

KPO KC De Vlindertuin

Kalsdonk is een van de gebieden die behoren tot het NPLV. De gemeente stelt in samenwerking met partners een uitvoeringsprogramma op dat past bij de kenmerken en uitdagingen van de wijk. Het scenario in het IHP is: KPO KC De Vlindertuin

In stand houden

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkeling Stadsentree Centrum-Oost. In deze gebiedsontwikkeling wordt in initiatieffase nader bekeken op welke wijze locaties met een maatschappelijke bestemming worden getransformeerd en of daarbij mogelijkheden zijn om in de toekomst in te (blijven) zetten voor onderwijshuisvesting. Initiatieffase project gestart. Gebiedsontwikkelingen Kalsdonk (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen Kalsdonk wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

34/54

4. 1. 6

Gebied Kortendijk

In het gebied Kortendijk zijn vier scholen voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪ ▪ ▪ ▪

OBS De Klimroos KPO BS De Cortendijck KPO BS De Klaverweide KPO BS De Saffier

De scenario’s in het IHP zijn: OBS De Klimroos

In stand houden

KC Cortendijck-Saffier

Gezamenlijke vervangende nieuwbouw (lopend project)

KPO BS De Klaverweide

Vervangende nieuwbouw. Het benodigde krediet is toegekend de definitiefase wordt gestart. In deze fase is aandacht voor (her)afweging van de locatiekeuze voor de nieuw te bouwen schoolvoorziening.

en

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Kortendijk (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen Kortendijk wordt daarvan kennisgenomen. Bij uitwerking van plan ter verbetering van het gebied AB-veld e. o. participeren belanghebbende partijen welke in het gebied gevestigd zijn.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

35/54

4. 1. 7

Gebied Langdonk

In het gebied Langdonk zijn drie scholen voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪ ▪ ▪

OMBS Ziezo KPO BS Het Talent KC De Kroevendonk

Langdonk is een van de gebieden die behoren tot het NPLV. De gemeente stelt in samenwerking met partners een uitvoeringsprogramma op dat past bij de kenmerken en uitdagingen van de wijk. De scenario’s in het IHP zijn: OMBS Ziezo

In stand houden

KPO BS Het Talent

Vervangende nieuwbouw. Het benodigde krediet is verstrekt. In 2024 is de gemeente gestart met de definitiefase voor een mogelijke multifunctionele accommodatie (MFA) in het Hart van Langdonk. Hierbij wordt ook het opnemen van BS Het Talent in deze MFA overwogen , volgens de uitgangspunten in de (concept) gebiedsvisie Hart van Langdonk. In stand houden

KC De Kroevendonk

NB: Mogelijk dat ook IBS Aïsha gevestigd kan worden in dit gebied. Dat is afhankelijk van het onderzoek zoals beschreven in gebied Tolberg. Gebiedsontwikkeling Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met de (concept) gebiedsvisie Hart van Langdonk. Eveneens wordt kennisgenomen van toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen voor Langdonk.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

36/54

4. 1. 8

Gebied Kroeven

Voor afbeelding zie Langdonk. In het gebied Kroeven zijn vijf scholen gehuisvest , te weten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Zilverlinde KPO BS Vondel OBS De Gezellehoek KPO BS De Watermolen Mytylschool

Kroeven is een van de gebieden die behoren tot het NPLV. De gemeente stelt in samenwerking met partners een uitvoeringsprogramma op dat past bij de kenmerken en uitdagingen van de wijk. De scenario’s in het IHP zijn: Zilverlinde KPO BS De Watermolen en KPO BS De Vondel OBS De Gezellehoek Mytylschool

Vervangende nieuwbouw op de locatie Rodenbachlaan (lopend project) KPO BS De Watermolen en KPO BS Vondel: gezamenlijke vervangende nieuwbouw (krediet is verstrekt voor beide scholen). In stand houden Vervangende nieuwbouw (krediet is verstrekt). De nieuwbouw anticipeert passend op toekomstige ontwikkelingen om inclusiever onderwijs te realiseren. Hiervoor is in 2024 een locatieonderzoek gestart om de beste plek voor de Mytylschool in heel Roosendaal te bepalen. Het locatieonderzoek is essentieel om ervoor te zorgen dat het nieuwe schoolgebouw uiterlijk in 2030 in gebruik kan worden genomen. Keuzes in het locatieonderzoek moeten dit ondersteunen , zoals het maken van koppelkansen met een ander project. Begin 2025 vindt de definitieve locatiekeuze plaats.

NB: Mogelijk dat ook IBS Aïsha gevestigd kan worden in dit gebied. Dat is afhankelijk van het onderzoek zoals beschreven in gebied Tolberg. Gebiedsontwikkeling Bij uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met de (concept) gebiedsvisie Kroeven Noordoost. Eveneens wordt kennisgenomen van toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen voor Kroeven.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

37/54

4. 1. 9

Gebied Tolberg

In het gebied Tolberg zijn vijf scholen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

voor

het primair onderwijs gehuisvest , te weten:

IBS Aïsha KC BergOP KPO BS Lavoor Heulberg OBS De Wingerd KPO BS Heiberg

De scenario’s in het IHP zijn: KPO BS Lavoor Heulberg:

In stand houden

KC BergOp:

In stand houden

ODBS De Wingerd:

Korte termijn: in stand houden met (tijdelijke) huisvestingsoplossing voor aanhoudend capaciteitstekort. Middellange termijn: vervangende nieuwbouw waarbij naar passende mogelijkheden wordt gezocht om tot vorming van een kindcentrum te komen. Korte termijn: in stand houden met (tijdelijke) huisvestingsoplossing voor aanhoudend capaciteitstekort. Middellange termijn: Vervangende nieuwbouw. Het zoekgebied is de wijken Kroeven en Langdonk , waarbij naar passende mogelijkheden wordt gezocht om tot vorming van een kindcentrum te komen. Levensduurverlengende renovatie (50 jaar) van het oude bouwdeel en het overige in stand houden.

IBS Aïsha:

KPO KC Heiberg

-

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Tolberg (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies of gebiedsontwikkelingen Tolberg wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

38/54

4. 1. 10 Kern Wouw

In de kern Wouw zijn twee scholen voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪ ▪

KPO KC De Stappen De Baayaert

De scenario’s in het IHP zijn: KPO KC De Stappen

In stand houden

De Baayaert

Vervangende nieuwbouw (lopend project)

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Wouw (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking (dorpenvisie) of gebiedsontwikkelingen Wouw wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

van

gebiedsvisies

39/54

4. 1. 11 Kern Heerle

In de kern Heerle is 1 school voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪

KPO BS Berkenveld

Het scenario in het IHP is: KPO BS Berkenveld

Vervangende nieuwbouw (krediet is verstrekt). In 2024 is de gemeente gestart met de definitiefase voor een mogelijke MFA in Heerle (faseerbare realisatie). Hierbij wordt ook het opnemen van Berkenveld in deze MFA overwogen , volgens de uitgangspunten in (concept) gebiedsvisie Dorpshart Heerle.

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Heerle (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies (dorpenvisie) of gebiedsontwikkelingen Heerle wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

40/54

4. 1. 12 Kern Wouwse Plantage

In de kern Wouwse Plantage is 1 school voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪

KPO BS Heilig Hart

Het scenario in het IHP is: KPO BS Heilig Hart

Vervangende nieuwbouw.

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Wouwse Plantage (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking van gebiedsvisies (dorpenvisie) of gebiedsontwikkelingen Wouwse Plantage wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

41/54

4. 1. 13 Kern Nispen

In de kern Nispen is 1 school voor het primair onderwijs gehuisvest , te weten: ▪

KPO BS De Linde

Het scenario in het IHP is: KPO BS De Linde

In stand houden

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen Nispen (nog) niet nader bekend. Bij toekomstige uitwerking (dorpenvisie) of gebiedsontwikkelingen Nispen wordt daarvan kennisgenomen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

van

gebiedsvisies

42/54

5.

Financiële kaders

Om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting te waarborgen , investeren de gemeente en schoolbesturen vanuit een vast wettelijk kader in schoolgebouwen. Deze paragraaf vertaalt de opgenomen ambities naar financiële uitgangspunten die in dit IHP worden gehanteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de investeringen van de gemeente en die van de schoolbesturen. De genoemde gemeentelijke investeringsbedragen zijn gebaseerd op de HEVO-kostenconfigurator , prijspeil 01-01-2024.

5. 1

Uitgangspunten

In paragraaf 3. 5 ‘huisvestingsmaatregelen in het IHP’ benoemen weten: ▪ ▪

▪ ▪

we

het type maatregelen in het IHP , te

(Vervangende) nieuwbouw (en uitbreiding) (50 jaar) Levensduurverlengende renovatie ─ 50 jaar ─ 25 jaar In stand houden Afstoten

Voor elk type maatregel is beschreven wie de verantwoordelijkheid heeft en wat het bijbehorende budget is. De uitgangspunten voor de investeringen die hieruit komen zijn hieronder ter verduidelijking op een rij gezet. HEVO kostenconfigurator Voor de gehanteerde stichtingskostenbedragen wordt uitgegaan van de verschillende bedragen vanuit de HEVO kostenconfigurator , prijspeil 01-01-2024 30 In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde uitgangspunten en de kengetallen 31 die daaruit voortkomen. .

Overige uitgangspunten ▪ ▪

▪ ▪ ▪

Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken in een haalbaarheidsonderzoek. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd en die passen binnen het Onderwijsaccountsprotocol. Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 50 jaar. Bij levensduurverlengende renovatie zijn er twee varianten , te weten 25 jaar en 50 jaar. Bij uit te voeren projecten wordt ook gekeken naar de ontwikkeling van huisvesting voor kinderopvang. Dit zal per project op maat gekeken wordt hoe de omvang en de ruimtebehoefte zich hier ontwikkelt. Als de gemeente deze investering pleegt , zal zij deze via een huurafspraak terugkrijgen (kostenneutraal voor de gemeente).

30 Dit is op verzoek van de gemeente Roosendaal en in aansluiting met eerdere doorrekeningen die daar ook op gebaseerd waren. 31 De kengetallen zijn ten minste gelijk aan de meest recent gepubliceerde VNG-normbedragen (die jaarlijks in oktober worden

gepubliceerd). Als de kengetallen onverhoopt lager liggen , dan worden de VNG-normbedragen aangehouden.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

43/54

Opslagpercentage overige eisen en netcongestie ▪ ▪ ▪

▪

Voor de andere eisen (zoals GPR , Het Nieuwe Normaal of circulariteit) wordt een opslagpercentage van 10% aangehouden. Voor netcongestie wordt voor de periode 2025-2035 een stelpost voor frictiekosten van € 200.000 , - per project aangehouden. Opslagpercentage anterieure kosten: Bij elk project is ook sprake van anterieure kosten , zoals aanpassing van de omgeving van de locatie van het kindcentrum. Hiervoor wordt in de financiële doorrekening een opslag van 10% aangehouden. Kosten en tijd projectbegeleiding vanuit de gemeente.

Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De beleidsregel voor extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs biedt de mogelijkheid om bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie meer vierkante meters te realiseren dan de norm. In de financiële doorrekening is uitgegaan van 50 bruto vierkante meter per school. In elk project wordt afgewogen of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren , en wordt onderzocht welke kansen er zijn voor multifunctioneel ruimtegebruik , zodat de gewenste functionaliteit kan worden bereikt zonder te investeren in extra vierkante meters. Tijdens de uitvoering van het IHP wordt er ook van elkaar geleerd (zie hoofdstuk 6). Bij investeringen in extra vierkante meters wordt de onderbouwing besproken met de partners en de gemeente. Dit helpt zowel om inzicht te krijgen in de onderbouwing als om de gemeente te ondersteunen bij haar oordeelsvorming over de voorgestelde investering. Dit biedt een belangrijke waarborg. Bovendien wordt de aanvraag van extra vierkante meters beperkt , aangezien de exploitatielasten van deze meters voor rekening van de schoolbesturen komen. NB: De extra vierkante meters worden alleen toegepast bij nieuwe projecten (vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie) die voortkomen uit het IHP. Voor bestaande huisvesting is deze (vooralsnog) niet van toepassing.

Huisvesting maatschappelijke partners Vanuit onze visie streven we bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie naar gezamenlijke huisvesting van onderwijs met maatschappelijke partners (onder andere kinderopvang). Wanneer de gemeente de financiering voor haar rekening neemt , wordt deze gecompenseerd voor de kapitaallasten door middel van een kostprijsdekkende huurvergoeding. Deze investeringen zijn niet meegenomen in de financiële doorrekening. Kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen:32 ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Kosten voor aankoop van grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte; Kosten voor grondsanering; Kosten voor tijdelijke huisvesting; Kosten voor sloop huidig gebouw; Contextuele factoren of locatie gebonden kosten; Verhuiskosten; Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair; Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.

Indexatie De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens het percentage dat geldt voor de algemene gemeentelijke begroting. Daarnaast wordt de HEVO-kostenconfigurator elk jaar geüpdatet. 33

32 Het gaat hier om project specifieke kosten die ten laste komen van de gemeente. 33 De gemeente informeert de schoolbesturen jaarlijks over de indexering. Indien nodig wordt daarover een overleg gevoerd.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

44/54

5. 2

Investeringsbeleid

In de geldende verordening voorzieningen onderwijshuisvesting van de gemeente Roosendaal is een ‘permanent gebouw’ gedefinieerd als ‘een schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren’. Vanuit deze definitie beschouwt de gemeente Roosendaal het investeringsbeleid gekoppeld aan het IHP. In het IHP Roosendaal zijn hogere eisen gesteld aan de kwaliteit van huisvestingsprojecten dan het wettelijk minimum. Met beleid om tot dit hogere kwaliteitsniveau te komen en te kunnen continueren vanuit de gemeentelijke financiën is een andere investerings- en exploitatieaanpak nodig. Hieronder is het investeringsbeleid vanuit de gemeente Roosendaal beschreven. Om tot uitvoering van het IHP te komen kan niet worden uitgegaan van de VNG-normbedragen vanuit de verordening. Daarom wordt in dit IHP dan ook uitgegaan van de kengetallen vanuit de HEVOkostenconfigurator zoals eerder in dit hoofdstuk beschreven. De hogere kwaliteitseisen in dit IHP zijn gericht op een duurzaam en doelmatig gebruik van (schaarser wordende) middelen (zowel bij gemeente als schoolbesturen). Door hogere investeringen te koppelen aan een langdurig efficiënte exploitatie kan dit op financieel verantwoorde wijze worden uitgevoerd.

Dit IHP is erop gericht om de financiële druk op de gemeentelijke begroting en de kosten voor exploitatie en instandhouding niet te verhogen. Om deze doelstelling te bereiken en tot uitvoering van de projecten vanuit het IHP te kunnen overgaan stelt de gemeente de volgende uitgangspunten: ▪ ▪

Levensduur , verlengen levensduur en herbruikbaarheid; Primaire levensduur en primaire functie langdurig borgen;

Bij nieuw huisvestingsprojecten die leiden tot realisatie van permanente (onderwijs)gebouwen zijn de keuze van het ontwerp , de aard van de constructie en toegepaste materialen erop gericht dat het gebouw ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor onderwijs kan functioneren. Verlengen levensduur en behouden primaire functie Bij huisvestingsprojecten is het verlengen van de levensduur en het behouden van de primaire functie bij bestaande (onderwijs)gebouwen de aanvankelijke doelstellingen van schoolbesturen en gemeente. Herbruikbaarheid gebouw en (bouw)materialen is mogelijk Gebouwen die niet meer kunnen functioneren als volwaardige huisvesting voor onderwijs , zijn als gebouw of in materiële zin herbruikbaar omdat er in aanvang ontworpen en gebouwd is op basis van circulaire uitgangspunten. Afschrijven , rentekosten , afschrijvingstermijnen en restwaarde Het afschrijvingsbeleid van de gemeente Roosendaal is vastgelegd in de verordening financieel beleid , beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Gemeente Roosendaal 2023.34 Dit financieel beleid gaat uit van: ▪ ▪ ▪ ▪

Lineair afschrijven van activa; Toerekenen van directe en indirecte kosten aan investeringsuitgaven; Volledig toerekenen van rentekosten aan investeringsuitgaven die de rentekosten veroorzaken; Afschrijvingstermijnen voor materiële vaste activa met economisch nut: ─ Bedrijfsgebouwen nieuwbouw | scholen: bouwkosten: 40 jaar; ─ Bedrijfsgebouwen renovatie | scholen: ten hoogste 25 jaar; ─ Tijdelijke huisvesting | scholen noodlokalen: ten hoogste 15 jaar; ─ Gronden: op gronden wordt niet afgeschreven;

34 Ambtelijk is de actualisatie van deze verordening al in voorbereiding.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

45/54

Overige inventaris: ten hoogste 10 jaar; Scholen: eerste inrichting: ten hoogste 20 jaar; Moment van activeren: direct in het jaar van gereedkomen van de investering; Boekwaarden activa welke volledig zijn afschreven: behouden boekwaarde van € 1=; , ─ ─

▪ ▪

De restwaarde is niet expliciet opgenomen in het financieel beleid.

5. 2. 1

Investerings- en exploitatieaanpak IHP

Investeren Door de kwaliteit van (onderwijs)huisvesting te verbeteren , wordt de technische levensduur , economische levensduur en de restwaarde beïnvloed. Dit heeft invloed op het financieel beleid van de gemeente Roosendaal , wat daarop aangescherpt moet worden. Het IHP geeft aanleiding om de gemeentelijke afschrijvingstermijn bedrijfsgebouwen (ver)nieuwbouw scholen qua bouwkosten aan te passen van 40 jaar naar ten hoogste 50 jaar.

en

Exploiteren en herinvesteren Het exploiteren en in stand houden van (onderwijs)huisvesting vraagt om een aanpak waarbij gemeente en schoolbesturen tot een betere afstemming komen over de uitvoering van het meerjaren onderhoudsplan (MOP) , een meerjarig investeringsplan (MIP) en een lange termijn vastgoedvisie op objectniveau. Een statisch exploitatieplan voor instandhouding gebaseerd op een (zeer) lange periode van 40 tot 60 jaar sluit te beperkt aan bij de duurzame , circulaire uitgangspunten uit het IHP. Om (onderwijs)huisvesting ten minste 60 jaar functioneel geschikt te houden ten behoeve van onderwijs dient ruimte geboden te worden om gedurende de levensduur van een gebouw onderhoudsplannen beter te koppelen aan mogelijk levensduurverlengende investeringen en herinvesteringen. Herinvesteringen dienen gericht te zijn op het betaalbaar (en functioneel) houden van het langdurig(er) in stand houden en exploiteren van (onderwijs)huisvesting. Daarnaast is het van belang dat herinvesteringen leiden tot behoud van (rest)waarde. De uitvoering van dit IHP vraagt om een meer dynamische aanpak in de manier waarop (onderwijs)huisvesting wordt geëxploiteerd , in stand gehouden wordt en omgegaan wordt met investeren in het verlengen van levensduur en behoud van (rest)waarde.

Als leidraad kan daarbij aangehouden worden om te werken met de volgende aanpak om noodzakelijke plannen op te stellen: Leeftijd object Bouwjaar t/m 15 jaar Exploitatiejaar 16 t/m 30 jaar Exploitatiejaar 31 t/m 45 jaar

Exploitatiejaar 45 t/m 60 jaar

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

Insteek MOP Gericht op instandhouding Gericht op instandhouding en optimaliseren exploitatie Gericht op instandhouding en optimaliseren exploitatie

Gericht op instandhouding en behouden (rest)waarde en herbruikbaarheid

Insteek MIP -

Gericht op behouden functionaliteit en levensduurverlenging tot minimaal 60 jaar (gemeentelijke tussentijdse investering indicatief in 40 e exploitatiejaar) Gericht nemen van maatregelen voor langdurige levensduurverlenging of vervangen nieuwbouw (gemeentelijke investering).

46/54

5. 3

Totale investering

Voor iedere onderwijsvoorziening is in hoofdstuk 4 een scenario benoemd. Aan de hand hiervan bedraagt de totale investering voor de gemeente Roosendaal indicatief € 119.000.000 , -. Dit is op basis van het prijspeil januari 2024 en exclusief indexeringen) en de eerdergenoemde uitgangspunten voor (vervangende) nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie. In het uiteindelijke politiek-bestuurlijke besluitvormingsproces rond het IHP moet blijken in welk tempo de gemeente Roosendaal in staat is de benodigde investeringen te plegen. De gemeente maakt daar uiteindelijk jaarlijks een afweging in binnen het HPO. In paragraaf 5. 3 is de onderbouwde fasering opgenomen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat wanneer een gemeente investeringen in onderwijshuisvesting temporiseert , het schoolbestuur verplicht wordt om langere tijd in bestaande oude gebouwen te blijven investeren vanuit hun exploitatietaak. Daarmee wordt maatschappelijk geld ingezet dat in overeenstemming met demarcatie ten behoeve van ontwikkeling van kinderen ingezet dient te worden.

5. 4

Fasering

Hieronder is de gewenste fasering van de investeringen voortkomend uit het IHP Roosendaal

weergegeven:

Eerste IHP-termijn – periode 2025 t/m 2028 School

Type huisvestingsmaatregel

De Fakkel en De Kameleon KPO BS Cortendijck – De Saffier Het gebied Westrand OBS De Wending ODBS De Wingerd IBS Aïsha KPB BS Jeroen Bosch Zilverlinde De Baayaert OBS De Singel KPO BS Berkenveld KPO BS De Klaverweide KPO BS Het Talent KPO BS Joseph KPO BS De Watermolen – KPO De Vondel KC De Appel

Uitbreiden gebouw De Zonneboom Vervangende nieuwbouw Onderzoek Westrand Tijdelijke huisvestingsoplossing Tijdelijke huisvestingsoplossing Tijdelijke huisvestingsoplossing Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Tijdelijke huisvestingsoplossing Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw

Jaar van ingebruikname 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2027 2027 2027 2028 2028 2028

Tweede IHP-termijn – periode 2029 t/m 2032 School

Type huisvestingsmaatregel

KPO BS Heilig Hart KPO BS Fatima Mytylschool IBS Aïsha

Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw Vervangende nieuwbouw (verplaatsen naar Kroeven of Langdonk) Levensduurverlengende renovatie oude bouwdeel (40 jaar) Vervangende nieuwbouw

KPO KC Heiberg ODBS De Wingerd

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

Jaar van ingebruikname 2029 2029 Uiterlijk 2030 2030 2031 2031

47/54

Derde IHP-termijn – periode 2033 t/m 2036 School

Type huisvestingsmaatregel

KPO BS De Blokwei De Wending

Vervangende nieuwbouw Afhankelijk van het onderzoek WestrandWeihoek Afhankelijk van het onderzoek WestrandWeihoek

Lavoor Morelberg

Jaar van ingebruikname 2033 2034 2034

Vierde IHP-termijn – periode 2037 t/m 2040 School

Type huisvestingsmaatregel

KC BergOp

Vervangende nieuwbouw

5. 5

Jaar van ingebruikname 2039

Stopjaren

Voor een aantal voorzieningen waar geen sprake is van een maatregel zijn ook stopjaren benoemd. De stopjaren zijn een indicatie van het jaar waarin een huisvestingsmaatregel aan de orde kan zijn. Voor de schoolbesturen kan dit gebruikt worden om hun exploitatie-inspanningen op af te stemmen. School OBS De Gezellehoek KPO (V)SO De Kameleon KPO BS Lavoor Heulberg KPO KC Heiberg (nieuwe gebouwdeel) KPO BS De Vlindertuin OBS De Singel KPO BS De Linde KPO SBO De Sponder De Fakkel OMBS Ziezo KPO KC De Stappen OBS De Klimroos KC De Kroevendonk

Indicatief stopjaar 2040 2043 2043 2043 2046 2050 2055 2068 2068 2071 2072 2072 2073

In bovenstaande tabel is voor bestaande huisvesting een termijn van 40 jaar gehanteerd en daarmee het stopjaar bepaald. Voor huisvesting uit 2018 of van recentere datum is een termijn van 50 jaar gehanteerd omdat vanuit de kwaliteitseisen die in het bestaande IHP zijn geborgd met hogere eisen dit mogelijk moet zijn. De stopjaren zijn leidend voor het opstellen van het MJOP.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

48/54

6.

Slotsom en aanbevelingen

6. 1

Slotsom

Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces en in constructief overleg met gemeente , schoolbesturen en kindpartners tot stand gekomen. De gezamenlijke visie biedt een duidelijk perspectief voor de huisvesting van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Roosendaal. Daarnaast bevat deze visie concrete spelregels voor de uitvoering van de plannen in het IHP. Met de invoering van dit IHP worden ook de grootste knelpunten in de huisvesting opgelost.

6. 2

Aanbevelingen

Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbevelingen (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP.

voor

het proces en

Proces ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪

Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken; Stel om de twee jaar een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod (ruimtebehoefte en capaciteit); Houd ieder jaar een constructief overleg tussen gemeente , schoolbesturen en kinderopvang over de ontwikkelingen binnen gemeente Roosendaal. Op basis van de werkelijke leerlingentellingen kunnen de gevolgen op de onderwijscapaciteit en een mogelijk ruimtetekort tijdig ondervangen worden; Blijf gezamenlijk werken aan de nadere uitwerking van de duurzaamheidsambities voor de kindvoorzieningen in het IHP waarbij de landelijke ontwikkelingen nauwgezet gevolgd worden; Schoolbesturen stellen tweejaarlijks een duurzaam MJOP op; Houd de ontwikkelingen rondom de stelselwijziging kinderopvang en de daaruit voortkomende vraag nauwgezet in de gaten. Ga indien nodig met elkaar in gesprek en actualiseer het IHP op de huisvesting voor kinderopvang eerder als dat nodig blijkt; Blijf met elkaar in gesprek om te leren van elkaar , bijvoorbeeld middels het delen van ervaringen in het uitvoeren van projecten; Behoud met elkaar bij het samenwerken en overleggen de (gezamenlijke) maatschappelijke doelstellingen voor ogen in relatie tot efficiënte inzet van schaarse middelen (geld en personeel) vanuit alle betrokken organisaties.

Voorkom dat middelen en relaties onder druk komen te staan als gevolg van een concurrentiestrijd die met elkaar wordt aangegaan;

Realisatie projecten in het IHP ▪

▪ ▪

▪

Stel een uitvoeringsprogramma op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet , wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning per kindcentrum wordt aangehouden. Het uitvoeringsprogramma en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen de gemeente en het schoolbestuur (en kinderopvangorganisatie) te worden besproken; Stel een Plan van Aanpak op voor het hergebruik of de herontwikkeling van , op termijn , vrijvallende locaties; De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen , ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente , schoolbestuur en kinderopvangorganisaties) over de plannen en de planning; Start tijdig met het uitvoeren van een vooronderzoek. Dit vooronderzoek moet zijn afgerond voordat het voorbereidingskrediet wordt verstrekt , zodat de bouw van de school geen vertraging oploopt.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

49/54

7.

Bijlage 1: Gebieden Westrand

en

Weihoek

Over de uitgangspunten voor de gebieden Westrand en Weihoek bestaat geen overeenstemming tussen schoolbesturen. De insteek binnen het IHP is een integraal onderzoek voor deze gebieden uit te voeren waarbij gebiedsontwikkeling , woningbouw , demografische ontwikkeling , maatschappelijke vraagstukken , ontwikkelkansen voor kinderen en toekomstbestendige kindcentra worden meegenomen. Hieronder zijn de tekstpassages weergegeven waar het ene of het andere schoolbestuur zich in kon vinden.

Tekstpassage die meest aansluit bij KPO Roosendaal

Westrand en Weihoek

Integraal onderzoek Westrand en Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West)

KC De Appel BS De Blokwei

KPO SBO De Sponder De Fakkel

KPO (V)SO De Kameleon

2230369_20241218JL01 |

In 2025 vindt er door de gemeente , de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties voor de scholen in het gebied Westrand – Weihoek (inclusief Stadsoevers en Spoorzone-West) een integraal onderzoek plaats. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met onderstaande punten: De verwachte woningbouwontwikkeling (aantallen en mogelijke locaties in Westrand) en de verkenning van het aantal toekomstbestendige kindcentra voor Westrand , waarbij in deze verkenning ook rekening wordt gehouden welke en aantal voorzieningen (toekomstbestendige kindcentra) nodig zijn bij bepaalde wijkontwikkelingen en scenario’s. De (tegengestelde) wensen van de schoolbesturen worden erkend en meegenomen in het onderzoek. Vervangende nieuwbouw. Het benodigde voorbereidingskrediet is toegekend voor nieuwbouw op de onderwijscampus , volgens de uitgangspunten in de gebiedsvisie Westrand. Vervangende nieuwbouw niet op dezelfde locatie. Er zal onderzocht worden welke locatie het meest geschikt is voor de toekomst. Hierbij worden zowel een mogelijke samenwerking met BS Lavoor Morelberg als een zelfstandige locatie voor De Blokwei in overweging genomen. De samenwerking tussen de KPO-scholen moet nog nader verkend worden. Vooralsnog in stand houden en passend anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om tot inclusiever onderwijs op de scholencampus te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1746/documents/47564