CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1 2220369_20241218JL01 Visie en IHP Roosendaal.pdf

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6b: Raadsvoorstel uitvoeringsprogramma IHP 2025-204018.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ICS ADVISEURS

Visie

en

2025

-

IHP

Roosendaal

2040

Eindversie

Opdrachtgever

Datum

Gemeente

18 december

Roosendaal

Referentienummer

2230369 _20241218JLO1

2024

Auteur(s)

(geanonimiseerd) D

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1. 1

Aanleiding

4

1. 2

Scope IHP

4

1. 3

Status IHP

5

Visie kindcentra

6

2. 2. 1

De visie in Roosendaal

6

2. 2

Inclusiever en passend onderwijs en kinderopvang

8

2. 3

Omvang

spreiding van voorzieningen

11

3.

en

Visie op huisvesting

14

3. 1

Toekomstbestendigheid

14

3. 2

Duurzaamheid

15

3. 3

Gezondheid

18

3. 4

Huisvesting (maatschappelijke) partners

21

3. 5

Huisvestingsmaatregelen in het IHP

22

Maatregel 1: (vervangende) nieuwbouw

22

Maatregel 2: levensduurverlengende renovatie

23

Maatregel 3: In stand houden

25

Maatregel 4: Afstoten

26

4.

Scenario’s 4. 1

27

Scenario’s

28

4. 1. 1

Gebied Westrand

28

4. 1. 2

Gebied Weihoek

30

4. 1. 3

Gebied Centrum

32

4. 1. 4

Wijk Burgerhout

33

4. 1. 5

Gebied Kalsdonk

34

4. 1. 6

Gebied Kortendijk

35

4. 1. 7

Gebied Langdonk

36

4. 1. 8

Gebied Kroeven

37

4. 1. 9

Gebied Tolberg

38

4. 1. 10

Kern Wouw

39

4. 1. 11

Kern Heerle

40

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B. V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B. V. een overeenkomst is aangegaan , heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V. , gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021 , dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave , door opdrachtgever en of derden is uitgesloten , inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd , opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand , of openbaar gemaakt , in enige vorm of op enige wijze , hetzij elektronisch , mechanisch , via internet , door fotokopieën , opnamen of enige andere manier , zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B. V.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

4. 1. 12

Kern Wouwse Plantage

41

4. 1. 13

Kern Nispen

42

Financiële kaders

43

5. 1

Uitgangspunten

43

5. 2

Investeringsbeleid

45

5.

5. 2. 1

Investerings- en exploitatieaanpak IHP

46

5. 3

Totale investering

47

5. 4

Fasering

47

5. 5

Stopjaren

48

6.

Slotsom en aanbevelingen

49

6. 1

Slotsom

49

6. 2

Aanbevelingen

49

7.

Bijlage 1: Gebieden Westrand en Weihoek

50

8.

Bijlage 2: HEVO kostenconfigurator

53

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

1.

Inleiding

1. 1

Aanleiding

De wereld van onderwijs- en kinderopvanghuisvesting kent de nodige dynamiek. Landelijke , regionale en lokale ontwikkelingen vragen om door gemeente , schoolbesturen , kinderopvangorganisaties en andere maatschappelijke partners gedragen kaders. Het laatste meerjarenperspectief van de gemeente Roosendaal , het strategisch huisvestingsplan 2014-2020 , dateert uit 2013 en is niet meer actueel. Dit maakt dat op dit moment in stand houden en vernieuwen van onderwijshuisvesting sectoraal en beleidsarm plaatsvindt en er geen grondslag is om kinderopvang integraal en structureel mee te nemen in huisvestingsplannen. Het gebrek aan een geïntegreerde aanpak leidt tot gemiste kansen , onduidelijke samenwerking , gebrek aan heldere planningsafspraken , onvoldoende regie en waarschijnlijk extra kosten. De gemeente ambieert en heeft de noodzaak om een toekomstgericht , langetermijnperspectief actief te ontwikkelen door middel van een grondige , integrale analyse. Dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) geeft daar antwoord op voor het primair- en (voortgezet) speciaal onderwijs (PO en (V)SO). Het IHP biedt de gemeente , schoolbesturen , kinderopvangorganisaties en andere maatschappelijke partners (onder andere zorgpartners) een dynamisch beleidsperspectief , geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan.

Het geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang (kindcentra) , met als doel bevorderen van een duurzame en gezonde onderwijs- en kinderopvangomgeving in de gemeente Roosendaal. De visie op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting en kindcentrum-vorming biedt beleidskaders die medebepalend zijn voor de uitwerking van het IHP. Deze visie biedt de gemeente , schoolbesturen , kinderopvangorganisaties en andere maatschappelijke partners (zoals onder andere (jeugd)zorgpartners) een duidelijk beleidsperspectief als toetsingskader en vertrekpunt om plannen op te baseren. Het IHP is daarmee een breed gedragen en transparant meerjaren huisvestingsplan en een kompas voor uitvoeringsplannen. Met deze visie en het IHP is er een houvast om verantwoord te kunnen investeren in huisvesting voor onderwijs en kinderopvang (kindcentra) en daarbij direct aansluitende maatschappelijke voorzieningen. Binnen de visie en het IHP is onder andere aandacht voor passend en inclusief onderwijs , kansengelijkheid , voorzieningen rondom een integraal kindcentrum en wijkgericht denken.1

1. 2

Scope IHP

Het IHP biedt een perspectief voor alle onderwijslocaties voor het primair- en (voortgezet) speciaal onderwijs voor de komende zestien jaar (periode 2025 - 2040). Hiermee anticipeert het IHP op de verwachte wetwijziging die gemeenten verplicht om een IHP te hebben. De invoering van deze wet wordt verwacht binnen de verdiepingsslag (2025-2028) van dit IHP. Het IHP geeft een lange termijn doorkijk waarbij de eerste vier jaar meer vaststaan 2 (en vastgesteld door de gemeenteraad) en voor de jaren daarna het perspectief schetst. In 2017 is het voortgezet onderwijs doorgedecentraliseerd. De scholen voor het voortgezet onderwijs maken geen onderdeel uit van het IHP.

1 In een kindcentrum kunnen naast onderwijs en kinderopvangorganisaties ook andere maatschappelijke (zorg)organisaties actief zijn. De betrokkenheid van organisaties is afhankelijk van de behoefte in een wijk/kern/gebied en wordt per situatie lokaal bepaald en ingevuld. 2 ‘Meer vaststaan’ betekent dat de investeringen zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting als de gemeenteraad die heeft vastgesteld

vanuit haar budgetrecht.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

4/54

1. 3

Status IHP

Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en (voortgezet) speciaal onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook kinderopvangpartners van het onderwijs en samenwerkingsverband (SWV) Roosendaal - Moerdijk zijn betrokken bij het ontwikkelingsproces van het IHP. Het IHP vormt een perspectief/kompas om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en wordt iedere vier jaar geactualiseerd. Het IHP vormt een koersdocument en is geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden.3 Het IHP is richtinggevend voor het Huisvestingsprogramma Onderwijs (HPO). De aanvraagprocedure voor het uitvoeren van projecten blijft gehanteerd waarbij schoolbesturen jaarlijks een aanvraag indienen voor een voorziening in het kader van onderwijshuisvesting. Naast de investering van de gemeente kan ook sprake zijn van een investering vanuit schoolbesturen/kinderopvang in de vorm van een bijdrage. Het IHP wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Dit gebeurt nadat de definitieve rapportage door de kindpartners (schoolbesturen en kinderopvangorganisaties) in de stuurgroep is vastgesteld. Tijdens deze stuurgroep wordt ook een moment ingericht voor het OOGO.

3 Deze

flexibiliteit is ook benodigd voor ontwikkelingen waarop nu geen (duidelijk) antwoord is. Voorbeelden hiervan zijn de schaalsprong en stelselwijziging kinderopvang.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

5/54

2.

Visie kindcentra

2. 1

De visie in Roosendaal

De gemeente Roosendaal zet in op het vormen van stevige kindcentra in de wijken waardoor en hedendaags aanbod voor kinderen ontstaat.

er een

opmaat

Een kindcentrum is een plaats van waaruit verbindingen zijn “Een kindcentrum is een voorziening voor kinderen van 0-14 jaar , waar zij de dag doorbrengen om te leren , spelen , sporten , ontwikkelen en ontmoeten. Alle ontwikkelingsterreinen van kinderen komen aan bod. Een kindcentrum biedt een gevarieerd totaalpakket op het gebied van educatie , kinderopvang , zorg , welzijn en vrije tijd. Dit totaalpakket is niet verdeeld op basis van een institutionele en/of organisatorische verdeling. Het komt erop neer dat onderwijs , kinderopvang , welzijn en zorg in een kindcentrum gelijkwaardige partners zijn , die gezamenlijk een aanbod aan diensten bieden binnen een pedagogisch kader. Een kindcentrum biedt alle kinderen een dagprogramma voor zo lang als zij willen deelnemen 4 , met minimale en maximale uren maar met een ruim openingsregime. ” De kern in een kindcentrum is hoogwaardig onderwijs en kinderopvang (kinderdagopvang en buitenschoolse opvang) voor elk kind in de leeftijd van 0-14 jaar en eventueel een zorgpartner. Bij de aanwezigheid van speciaal onderwijs loopt de leeftijd op tot 18-21 jaar. Een kindcentrum is gericht op de behoeften uit een wijk/kern en ambities voor onderwijs , kinderopvang , ontwikkeling , zorg , welzijn en vrije tijd. De behoefte ontstaat vanuit de wijk/kern en vertaalt zich naar een specifieke ondersteuningsvraag (waardoor maatwerk geleverd wordt).

De partners die een rol hebben worden erbij gezocht. Een kindcentrum is daarmee de plek in de wijk/kern die inclusiever , thuisnabij , veilig , gezond , uitdagend en laagdrempelig is voor kinderen , jongeren , ouders en (eventueel) bewoners uit de omgeving. Hier komen zij graag samen om te spelen , te leren , te ontmoeten , te ontwikkelen , te bewegen en voor elkaar te zorgen. Een toekomstbestendig kindcentrum vraagt om structurele samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Dit is in de fysieke nabijheid van elkaar. De kindpartners werken samen aan een doorlopende leer- en ontwikkellijn. Er is sprake van een warme overdracht en individuele zorg- en/of leerbehoeften van kinderen worden vroegtijdig gesignaleerd. Daarnaast is binnen een kindcentrum aandacht voor samenwerking met ouders om een sluitend netwerk te vormen rondom het kind in het gezin. Dit geheel draagt bij aan de maximale ontwikkeling van kinderen ten aanzien van kwalificatie , socialisatie en persoonsvorming. Verschijningsvormen voorzieningen De vorming van kindcentra of specialistische voorzieningen is het leidende principe. Er zijn verschillende verschijningsvormen in de praktijk mogelijk: ▪ ▪ ▪

School: dit is een voorziening waar enkel een onderwijspartij in gehuisvest is zonder andere kindpartners. Kindcentrum of specialistische voorziening: dit is een voorziening waarbij naast onderwijs ook een andere kindpartner(s) gehuisvest is. Multifunctionele accommodatie: dit is een voorziening waarin naast de partijen die in een kindcentrum of specialistische voorziening aanwezig zijn , ook andere partijen gehuisvest zijn die meer gerelateerd zijn aan de wijk of bijvoorbeeld een bredere welzijnsvoorziening.

Voor de leesbaarheid wordt in het vervolg gesproken of school betreffen in voorkomend geval.

over een kindcentrum , maar

dat kan ook een MFA

Een multifunctionele accommodatie kan ook zonder een onderwijsvoorziening gerealiseerd worden.

4 Hier wordt bedoeld ‘met

vrije keuze tot deelname’.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

6/54

Bij de vorming van een kindcentrum kijken de kindpartners , schoolbestuur en kinderopvangorganisatie , naar het bredere perspectief (context) en leggen ze de verbinding met de behoeften in de wijk/kern en de ambities. Dit gebeurt in samenspraak met de gemeente vanuit hun kennis over de wijk en de populatie. Het initiatief ontstaat bij (één van) de partners (schoolbestuur , kinderopvang en gemeente) en wordt gezamenlijk opgepakt. De vraag ‘wat heeft het kind en de wijk/kern nodig’ staat centraal. Dit kan gaan om voorzieningen rondom het kind (jeugdgezondheidszorg- en hulpverlening , sport en gezonde leefstijl , bibliotheek et cetera) , maar ook breder zoals een wijkcentrum 5 met ruimte voor cultuur , welzijn en ontmoeting. Het gaat continu om maatwerk , omdat behoeften per onderwijsvoorziening verschillen (speciaal onderwijs heeft andere behoeften dan regulier onderwijs) , maar ook de behoeften per wijk/kern verschillen.6 Daarnaast is er aandacht voor het tussentijds wijzigen van behoeften en ambities en waar ruimte is voor een groeimodel. Het gebouw is faciliterend op de visie. Sommige scholen richten zich niet alleen op de wijk/kern , maar trekken ook kinderen uit de regio (kindcentra met een aanbod met regionale aantrekkingskracht zoals bijvoorbeeld vrijeschoolonderwijs).

Bij deze scholen speelt afstand (thuisnabijheid) een minder grote rol , maar ook deze scholen denken wijkgericht. Ook is een goede bereikbaarheid (aanrijroute) belangrijk vanwege veiligheid en verkeersoverlast. De meerwaarde

van

kindcentra

Kindcentra dragen actief bij aan de ontwikkeling van kinderen en hebben meerwaarde van de kindcentra komt voort uit: ▪

▪

▪ ▪ ▪

▪

een

positief effect op de wijk. De

In een kindcentrum werken onderwijs en kinderopvang organisatorisch samen vanuit een gedeelde pedagogisch en educatieve visie. Het onderwijs en de kinderopvang zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijke aanbod. In een kindcentrum is er een doorgaande leer- en ontwikkellijn van 0-14 jaar (of breder). Dit wil zeggen dat de overgang tussen kinderopvang en primair onderwijs soepel verloopt , waardoor een leerling in zijn/haar ontwikkeling niet wordt gestoord door de verandering van systeem (maximale ontwikkelkansen voor het kind). Belangrijk element in de doorgaande leer- en ontwikkellijn is de warme overdracht: zonder warme overdracht vindt geen doorverwijzing of overname van de ontwikkeling van het kind plaats. 7 De ontwikkeling van ieder kind staat voorop door proactief en preventief te handelen in plaats van achteraf herstellen. Een kindcentrum is altijd in lijn met de visie en de uitgangspunten van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs regio Roosendaal/Moerdijk (SWV PO3002). Het kindcentrum sluit aan op de behoeften in een wijk/kern (brede context) en ambities vanuit het onderwijs , kinderopvang en de gemeente , waardoor elk kindcentrum ruimte biedt aan de juiste partners en voorzieningen. Een kindcentrum is maatwerk.

De partners in een kindcentrum bespreken op locatieniveau frequent of het kindcentrum aansluit bij de behoeften , ambities en/of ontwikkelingen in een wijk/kern. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ervaringen kunnen ook onderling tussen kindcentra uitgewisseld worden om zo van elkaar te leren.

Spelregels vorming kindcentra

voor

het borgen

van

kwaliteit en continuïteit

Voor het vormen van kindcentra geldt een aantal spelregels: ▪ ▪

De keuze voor een kinderopvangorganisatie ligt bij het schoolbestuur. Binnen een kindcentrum wordt gedacht vanuit maatschappelijke meters. Onderwijs en kinderopvang wijken niet voor elkaar bij groei , waardoor er een duurzame , toekomstbestendige samenwerking en aanbod is.

5 Voor wijkcentrum kan ook dorpshuis gelezen worden. 6 Voor bepaalde wijken in Roosendaal is het NPLV leidend. 7 Vanuit het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) heeft de gemeente de brede ambitie dat op uitvoeringsniveau het OAB zich vertaalt naar een locatie specifiek uitvoeringsplan voor de doorgaande lijn. De schoolleiders en managers kinderopvang zijn hierin karttrekker , Niet alle kinderopvanglocaties zijn direct gekoppeld aan een school. Een doorgaande pedagogisch en didactische lijn is voor alle kinderen van belang en daarom zoeken deze locaties actief de verbinding met één of twee scholen waar veel kinderen naar uitstromen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

7/54

▪

▪

▪

▪

2. 2

Voorwaarde is dat kinderopvang , of andere organisaties anders dan onderwijs , een kostprijsdekkende huur (vergoeding van kapitaallasten van gepleegde investering en daarnaast exploitatielasten) betalen.8 De meters voor de kinderopvang worden gerealiseerd door uitbreiding van de vierkante meters met de onderwijsbestemming.9 Het schoolbestuur verhuurt aan de kinderopvang en draagt de kapitaallast van de huurvergoeding af aan de gemeente en behoudt de exploitatiecomponent om de instandhouding van het kindcentrum uit te voeren. 10 Betrokken organisaties (schoolbestuur , kinderopvangorganisaties en gemeente) hebben oog voor de spreiding van het aantal kindplaatsen kinderopvang in kindcentra binnen de gemeente Roosendaal. Hierbij hebben ze aandacht voor het borgen van de toegankelijkheid van de kinderopvang in alle wijken van Roosendaal. Hiervoor voeren betrokken organisaties actief overleg bij het voornemen tot een wijziging. Het doel is kindplaatsen zo veel mogelijk te continueren vanuit maatschappelijk oogpunt. Bij een natuurlijk keuzemoment (aflopen bestaande huurovereenkomst of nieuwbouw van een kindcentrum) treden bestaande partners in overleg over het continueren van op die plek bestaande samenwerking en wordt het initiatief tot het starten van een nieuwe voorziening actief gedeeld met betrokken organisaties binnen het IHP.

Zo ontstaat transparantie in samenwerking en realisatie van kindcentra. Bij de realisatie van huisvesting van een nieuwe voorziening is altijd een dialoog tussen betrokken partijen. Voor het plegen van investeringen vanuit de kinderopvang is het perspectief van betrokkenheid in een kindcentrum noodzakelijk. Hierover worden vooraf afspraken gemaakt inclusief afspraken over de omgang met het versneld afboeken van gepleegde investeringen als de samenwerking en/of aanwezigheid in een kindcentrum eerder eindigt. Deze afspraken worden bij aanvang gemaakt en het borgen daarvan zijn integraal onderdeel van het ontwikkelproces van een voorziening.

Inclusiever en passend onderwijs

en

kinderopvang

Ieder kind in Roosendaal heeft recht op gelijke ontwikkelkansen door het juiste onderwijs , de juiste kinderopvang en gelijke kansen (tegengaan kansarmoede) , ook kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. Passend onderwijs richt zich niet op de beperkingen , maar kijkt naar wat het kind (of groepen kinderen) nodig heeft (hebben). In het samenwerkingsverband werken de scholen nauw samen voor de best mogelijke zorg en goed onderwijs en kinderopvang in een kindcentrum dat voor het kind het meest passend is. Daarbij is vanuit de professionals aandacht voor inclusiviteit op het vlak van cognitie , sociaal en fysieke vlak. Alle betrokken organisaties (schoolbesturen , kinderopvangorganisaties , gemeente en het samenwerkingsverband) dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit hun taakbetrokkenheid waarbij het belang van het kind voor gaat boven het organisatiebelang. Binnen de voorzieningen in Roosendaal is nadrukkelijk aandacht voor passende kinderopvang.11 Hier gaat het om een optimaal aanbod dat de ontwikkelkansen van kinderen zo vroeg mogelijk maximaliseert. Voor de ontwikkelomgeving wordt gekeken naar koppelkansen met andere kindpartners , zoals het onderwijs. Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Inclusie is geen keuze maar vanuit verschillende verdragen 12 is het verplicht om hier naartoe te werken.

Als extra ondersteuning nodig is , wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de kindcentra wordt gebracht in plaats van de kinderen naar speciale voorzieningen.13 In deze gedachte staat de ontwikkeling van het kind voorop. Vanuit deze gedachte betekent dit soms ook dat kinderen juist beter tot ontwikkeling komen op een speciaal (basis)onderwijsvoorziening. Deze voorzieningen blijven dan ook vooralsnog voor deze doelgroep

8 De gemeente , schoolbesturen en kinderopvang

(IHP-partners) stellen een document op met concrete werkafspraken over vorming kindcentra. 9 In dit IHP is afgesproken dat de gemeente geen beroep doen op het claimrecht (WPO artikel 108). 10 Als in een bestaande situatie de school of de kinderopvang groeit en er is te weinig ruimte voor uitbreiding op de locatie , dan gaan gemeente , schoolbestuur en kinderopvangorganisatie in overleg. 11 De huidige wet Kinderopvang voorziet hier niet in , waardoor zij ook geen aanvullende bekostiging ontvangt. 12 Onder andere het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (juli 2016) 12 en de werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035 van het ministerie van OCW. 13 Dit is in lijn met de visie vanuit het samenwerkingsverband PO3002.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

8/54

benodigd.14 Ook voor deze kinderen wordt inclusie georganiseerd. Voorbeelden hiervan kunnen zijn gezamenlijke activiteiten na schooltijd , uitwisseling projecten met diverse kinderen of het gezamenlijke benutten van binnen- of buitenruimte. Denken vanuit sociale inclusie is hierin belangrijk door het bevorderen van ontmoeting tussen kinderen (tegengaan van exclusie). Dat begint al in de leeftijd van de kinderopvang. Ook betekent dit dat kinderen in beginsel niet geweigerd worden door de samenwerkende school en er zo min mogelijk VE-verlengingen worden afgegeven. Binnen de kindcentra wordt toegewerkt naar inclusiever en passende kinderopvang en onderwijs in Roosendaal. Dit is ook in lijn met de afspraken uit NPLV (zie kader hieronder). Nadere toelichting Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) Roosendaal is als focusgebied toegevoegd aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Dat is een programma van 20 jaar , waarbij het Rijk , de gemeente Roosendaal en andere lokale partijen samen de leefbaarheid en veiligheid weer op orde brengen en de bewoners weer perspectief bieden (gemeente Roosendaal , Collegeprogramma 2022-2026 , pag. 18). Er ligt een belangrijke focus op het verbeteren van het perspectief van volgende generaties , onderwijsachterstanden en kansenongelijkheid.

Onderwijs , kinderopvang en welzijn hebben daarbij een hele belangrijke taak als het gaat om educatie en het bieden van een breed en rijk pedagogisch klimaat. Deze partners maken lokaal het verschil door meer preventief te werken , in plaats van achter te herstellen. Concreet gaat het om de volgende gebieden binnen gemeente Roosendaal: de wijken Westrand , deel van Kroeven , Kalsdonk , Langdonk en de buurten Centrum-Oud , Hulsdonk en Fatima. Stevige kindvoorzieningen per wijk/gebied/dorp Binnen het IHP is Roosendaal verdeeld in wijken/gebieden/dorpen. Elke wijk heeft tenminste één stevig kindcentrum waar onderwijs , kinderopvang , jeugdzorg , et cetera vanuit hun professie een stevig en gefundeerd aanbod neerzetten voor de kinderen uit de wijk. Dit aanbod is op maat en voldoet aan specifieke vragen uit de wijk 15 Binnen het aanbod is onder andere aandacht voor inclusie , kansengelijkheid en ontmoeting. Het kindcentrum vormt een thuisfront in de wijk voor kinderen en ouders waardoor de keuze voor de meest nabije voorziening vanzelfsprekender wordt. .

Naast deze stevige kindcentra blijft voor sommige kinderen ook behoefte aan meer gespecialiseerde voorzieningen. Deze voorzieningen liggen niet meer afgezonderd , maar zijn nabij of geïntegreerd met de kindcentra. Dit bevordert ontmoeting , uitwisseling , et cetera. De insteek is dat kinderen een beperkte periode 16 in een dergelijke voorziening verblijven en zodra dat kan teruggaan naar het thuisnabije kindcentrum in de eigen wijk. Het uitgangspunt is dat de specialistische voorzieningen tijdelijk of waar mogelijk hybride zijn. Naast deze gespecialiseerde voorzieningen is er vooralsnog een waardevolle plaats voor het speciaal basisonderwijs. Ook hiervoor geldt dat kinderen zo kort mogelijk (tijdelijk) verblijven. Op dit moment is het aanbod nog nodig voor kinderen en blijft het voortbestaan.17 Om op termijn aparte SBO-voorzieningen af te bouwen is het nodig dat in gezamenlijkheid wordt toegewerkt naar het versterken van expertise en aanbod binnen de kindcentra. Op deze manier wordt uitstroom naar het SBO niet of minder nodig is. Daarnaast is het van belang om binnen kindcentra ontwikkelplekken te maken die toegespitst zijn op kleinere groepen dan regulier het geval is. Daar kan een specifiek en op maat aanbod worden gerealiseerd voor een beperkte groep , maar wel binnen een kindcentrum.

14 Een voorbeeld

zijn de EMB-leerlingen. Dit zijn kinderen met een combinatie van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35) , een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen. 15 Om deze specifieke vragen boven tafel te krijgen gaan betrokken organisaties actief met elkaar in gesprek en maken een analyse van de wijk waaruit het aanbod naar voren komt. 16 Dit geldt voor de meeste kinderen. Er is een bepaalde doelgroep waarvoor dit niet haalbaar is. 17 Zolang er op reguliere scholen onvoldoende invulling wordt gegeven aan inclusief onderwijs.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

9/54

Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken , meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet , douche , snoezelruimte etc. ). Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden , maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ wordt gemaakt , bestaat die mogelijkheid niet. Daarom kan de beleidsregel van ‘meer meters’ het onderwijs hierin tegemoetkomen. Dit betekent concreet dat scholen beargumenteerd de keuze kunnen maken om bij renovatie of vervangende nieuwbouw meer/extra vierkante meter te realiseren. Dit biedt de mogelijkheid om meer individuele werkplekken , overlegplekken en spreekkamers te realiseren. De wens is om zo ruim en slim mogelijk te bouwen , dit kan ook zijn grenzend aan een park om buitenonderwijs mogelijk te maken. De investering van deze ‘meer meters’ wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur.

De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en levensduurverlengende renovatie. NB: Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. In elk project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters maar wel het bereiken van de gewenste functionaliteit. Voorzieningen in de dorpen In de dorpen hebben de voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang vaak een beperktere omvang (bijvoorbeeld minder leerlingen op een school). Hierdoor is een toekomstbestendige begroting van deze voorzieningen minder eenvoudig en komt het in de praktijk voor dat schoolbesturen of kinderopvangorganisaties te maken hebben met begrotingstekorten. Voor de kinderopvang kunnen deze gecompenseerd worden door meer rendabele voorzieningen elders in de gemeente Roosendaal. De scholen 18 Dit kent echter in de praktijk haar beperkingen. ontvangen een Kleinescholentoeslag. Voor de gemeente is het niet mogelijk om duurzaam bij te dragen in de begroting van dergelijke voorzieningen. Wel kan situationeel gekeken worden naar koppelkansen door in de dorpen meer te streven naar MFA’s. Hierdoor kunnen ruimtes efficiënter worden benut en kunnen de huisvestingslasten worden verdeeld over meerdere organisaties.

Dit kan een bijdrage leveren aan meer toekomstbestendige exploitatie van voorzieningen en daarmee het voorzieningenaanbod in een dorp of kern. Op dit moment staat het continueren van de onderwijsvoorzieningen in het dorp niet ter discussie. 19 Voor de drie dorpen is Deze bijdrage vanuit koppelkansen gaan in de praktijk de exploitatie niet rond krijgen. voor het onderwijs (verzorgd door KPO Roosendaal) nu sprake van een exploitatietekort van ongeveer 150. 000 euro gemiddeld per jaar. Betrokken organisaties vinden inclusiviteit belangrijk en dat heeft ook zijn weerslag op de drie dorpsscholen. Dit vraagt om meer aandacht en steun. Binnen de dorpsscholen is sprake van organisatorische en sociale inclusie die in dit geval door en op kosten van schoolbestuur KPO overeind wordt gehouden. Deze inclusie is belangrijk , ook voor de leefbaarheid in de dorpen. Vanuit de leefbaarheid en inclusie heeft de gemeente een inspanningsverplichting om een financiële bijdrage te leveren in de dorpen gelijk de bijdrage die vanuit inclusie in de stedelijke omgeving aan de orde is. Hiermee wordt voorkomen dat enkel het schoolbestuur financieel wordt aangesproken voor de leefbaarheid en inclusie in de dorpen.

18 Dit is een toeslag voor scholen met 19 Dit kan in dorpen ook aan de orde

minder dan 145 leerlingen. zijn voor de kinderopvang. Hierin kan tegemoetgekomen worden door gedeeld ruimtegebruik. Daarnaast zijn de mogelijkheden beperkt vanwege het commerciële karakter van een opvangorganisatie , ondanks hun maatschappelijke taak.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

10/54

Gemeente en schoolbestuur gaan in gesprek om tot passende afspraken te komen voor de voorzieningen in de dorpen. Indien van toepassing wordt daar ook de kinderopvangorganisatie bij betrokken.

2. 3

Omvang

en

spreiding

van

voorzieningen

De gemeente Roosendaal bestaat uit de hoofdkern Roosendaal , het dorp Nispen ten Zuiden van de kern Roosendaal een de Westelijke dorpen Wouw , Wouwse Plantage , Heerle en Moerstraten. In vier dorpen (Wouw , Wouwse Plantage , Heerle en Nispen) zijn nu onderwijsvoorzieningen en deze blijven daar. De dorpen worden binnen het IHP als eigen gebieden beschouwd. Daarnaast is de stad onderverdeeld in een aantal gebieden zoals weergegeven in onderstaande kaart.

Het streven is in elk gebied één of meerdere onderwijs- en kinderopvangvoorziening(en) te behouden (waarbij veelal gedacht wordt aan kindcentra) , mits de kwaliteit en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Dit vanuit het belang van thuisnabij onderwijs en toegankelijkheid van kinderopvang. Kindcentra vormen een laagdrempelige manier voor bewoners om met elkaar en andere maatschappelijke instanties in contact te komen. Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In gebieden (kernen/wijken) waar het aanbod in het geding komt , wordt de gemeente actief betrokken voor het onderwijs door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting , anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid , maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Ook worden collega-schoolbesturen actief geïnformeerd om zo te kunnen meedenken in een passende oplossing. Als het kinderopvangaanbod in het geding komt , worden in eerste instantie het betrokken schoolbestuur en de gemeente geïnformeerd. Daarna worden collega-schoolbesturen en collega-kinderopvangorganisaties binnen kindcentra of het gebied actief geïnformeerd.

In beide gevallen geldt dat in gezamenlijkheid wordt gekeken naar een oplossingsrichting om het aanbod voor kinderen/leerlingen in stand te kunnen houden , waarbij elke organisatie een inspanning kan en mag leveren binnen haar wettelijke taak en verantwoordelijkheid.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

11/54

Aansluiten bij behoefte gebied/kern/wijk Binnen de gemeente Roosendaal is een aantal wijken benoemd die vanuit het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) (een lokale vertaling van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) van het ministerie van Binnenlandse Zaken) die extra aandacht behoeven. Vanuit de visie op kindcentra wordt vanuit de kindcentra in afstemming met betrokken maatschappelijke organisaties bekeken wat de wijk of het gebied nodig heeft. Het DNA wordt in beeld gebracht vanuit de transitie naar de schaalsprong. Deze informatie kan ingezet worden voor het realiseren van een opmaat aanbod. Kindcentra (PO en KO) In de gemeente Roosendaal is er een breed (complementair) aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0-14 jaar , zodat er (thuisnabij) voor ieder kind op redelijke afstand een kindcentrum is die een passend onderwijs- en kinderopvangaanbod biedt. Het kijken naar een breed aanbod op gemeentelijke niveau betekent ook samenwerken tussen schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Dit wil zeggen dat vanuit een kindcentrum of waar aan de orde een netwerkstructuur onderling expertise gedeeld wordt en over bestuurlijke grenzen wordt heengestapt , vanuit het belang van het kind. Op deze manier ontstaat een gedegen aanbod en kunnen meer leerlingen in het reguliere onderwijs blijven.

Kindcentra (school- en kinderopvanglocaties) zijn gesitueerd op goed bereikbare plekken (zowel bestaande als nieuwe locaties). Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging in het voedingsgebied , relaties tussen wijken en dorpen , fysieke barrières (veiligheid en bereikbaarheid) en de nabijheid van andere voorzieningen. Naast een aanbod per gebied/wijk/kern en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol. De gemeente en schoolbesturen werken aan het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes. De diversiteit in het aanbod maakt dat ouders iets te kiezen hebben. Voor het behoud van een breed onderwijsaanbod wordt gestreefd naar slim gebruik van ruimtes en het delen van voorzieningen , bijvoorbeeld door te kijken naar kindvoorzieningen. Leegstand kan gebruikt worden voor kindvoorzieningen (onder andere kinderopvang , voor zover dat niet gebeurt) die de school ondersteunen/versterken. Daarnaast vraagt passend en inclusiever onderwijs om een ander (flexibel) ruimtegebruik , bijvoorbeeld ruimten waar onder begeleiding , zelfstandig of in een groep gewerkt kan worden.

Speciaal onderwijs In het kader van thuisnabij onderwijs en inclusiever onderwijs is het streven kinderen in een reguliere setting onderwijs aan te bieden. Waar mogelijk zitten kinderen in een regulier kindcentrum al dan niet met extra ondersteuning. Er blijft naar verwachting een groep kinderen die (bij voorkeur tijdelijk) in een speciale setting onderwijs en kinderopvang moeten volgen om de optimale kansen te krijgen binnen hun ontwikkelmogelijkheden. Schoolbesturen , kinderopvangorganisaties en gemeente denken bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven voor huisvesting actief na op welke wijze specialistische voorzieningen ondersteunen aan bovenstaande doelstelling. Het schoolondersteuningsplan vormt daarin een belangrijk gegeven over het wel of niet kunnen realiseren van het aanbod binnen het regulier onderwijs. Toekomstbestendige voorzieningen Bij de ontwikkeling van kindcentra of huisvesting voor specialistische voorzieningen staat toekomstbestendigheid als criteria voorop. De beoordeling van deze toekomstbestendigheid ligt primair bij het schoolbestuur vanuit haar taak voor het onderwijs en bij de kinderopvangorganisatie voor het kinderopvangaanbod. Er wordt door de organisatie gekeken vanuit het gewenste aanbod naar de balans tussen kwaliteit en verantwoordelijke bedrijfsvoering. Kwaliteit en betaalbaarheid zijn daarbij leidende principes.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

12/54

Voor de betaalbaarheid maken betrokken organisaties geen afspraken over een minimale omvang van voorzieningen. Wel wordt gekeken naar de ontwikkeling van een gebied en het aantal leerlingen in de basisschoolleeftijd of het aantal potentiële kinderen voor de kinderopvang vertaald naar kindplaatsen. Binnen een gebied worden niet meer kindplaatsen of meer onderwijsmeters gerealiseerd dan noodzakelijk voor de verwachte aantal kinderen/leerlingen. 20 Bij vraagstukken waar de betaalbaarheid in het geding komt of dreigt te komen wordt gekeken naar combinatie van voorzieningen waardoor de betaalbaarheid verbeterd kan worden. Denk aan het combineren van een kindcentrum en gemeenschapshuisvoorziening in een dorp. Belangrijk daarbij is dat organisaties niet redeneren vanuit het belang van de eigen organisatie maar vanuit het belang van het waarborgen van het aanbod in het gebied. Binnen het IHP in ontwikkeling wordt per gebied gekeken naar de verwachte omvang/benodigde aanbod en daarover uitspraken vastgelegd. Ook wordt bepaald wat de locaties nu en in de toekomst zijn voor kindvoorzieningen. Alle investeringen met maatschappelijke middelen kunnen daar dan op gericht zijn om zo maximaal nut te hebben. In de scenario-ontwikkeling wordt dit verder uitgewerkt. Kindcentra zijn gesitueerd op toekomstbestendige en goed bereikbare locaties (zowel bestaande als nieuwe locaties).

Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging van het voedingsgebied , relaties tussen wijken en dorpen , fysieke barrières , (verkeers)veiligheid en de nabijheid van andere voorzieningen. De Schaalsprong De gemeente Roosendaal bestaat uit één stad en vijf dorpskernen. Zowel de stad , als de dorpskernen kennen hun eigen , fysieke en sociale , uitdagingen. Daarnaast zet de gemeente de komende jaren in op de groei van haar inwoneraantal en heeft zij de ambitie haar voorzieningenniveau hierop te laten aansluiten. Voor de dorpen is het uitgangspunt dat de bestaande voorzieningen in de dorpen behouden blijven. Stelselwijziging kinderopvang Het kabinet heeft eerder plannen gepresenteerd om de kinderopvang (bijna) gratis te maken voor alle werkende ouders. Of deze plannen daadwerkelijk tot uitvoering worden gebracht is op dit moment lastig te voorspellen. Bij (bijna) gratis kinderopvang is de verwachting dat de drempel om kinderen naar de kinderopvang te brengen lager wordt , waardoor de vraag zal toenemen. Dit heeft personele gevolgen , maar ook gevolgen voor de huisvesting (toename ruimtebehoefte). Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) verwacht een toename in gebruik van kinderopvang (grotere vraag) van ongeveer 10%. Wanneer ook kinderen van niet-werkende ouders (bijna) gratis naar de kinderopvang mogen is de verwachte toename 29%.

Vaste voet speciaal onderwijs met hoofdvestiging in andere gemeente Vanuit het denken in toekomstbestendige voorzieningen is aandacht nodig voor het speciaal onderwijs. Specialistische voorzieningen waarvan de hoofdvestiging in een andere gemeente staat hebben vanuit de onderwijshuisvestingsregelgeving geen recht op een vaste voet. Het voorstel is om voor deze voorzieningen de volledige vaste voet toe te kennen. Zo is de onderwijsinstelling in staat huisvesting te realiseren waarin ook ruimte is voor de benodigde aanvullende ruimten.

20 Uitzondering

hierop vormt het eventueel beargumenteerd realiseren van ‘extra vierkante meter’ vanuit inclusiever onderwijs.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

13/54

3.

Visie op huisvesting

De visie op (onderwijs)huisvesting gaat in op gerelateerde thema’s zoals toekomstgericht , uitdagend , duurzaam , energie , aardgasvrij , circulariteit , binnenklimaat , financiën en brede investeringen. Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare spelregels voor de uitvoering. Hierin worden onder andere de financiële kaders en verantwoordelijkheden beschreven.

3. 1

Toekomstbestendigheid

Flexibiliteit en ruimtegebruik Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet , zoals een wissellokaal en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de BSO of door andere gebruikers na schooltijd. Een (school)gebouw dat eenvoudig aanpasbaar is én verandering zonder moeite kan opvangen , dat is een schoolgebouw wat later ingezet kan worden voor een andere functie. Bij het ontwerpen van een schoolgebouw wordt al nagedacht over maatregelen die een gebouw toekomstbestendig maken. Door het ontwerp te integreren in de wijk kan het gebouw later bijvoorbeeld worden ingezet voor woningen of kantoren. Zo krijgt het gebouw een tweede leven en blijft een investering vanuit maatschappelijke middelen renderen. Het ontwerpen van een goed , duurzaam gebouw is een mind set en niet duurder dan het ontwerpen van een minder duurzaam gebouw.

Zo kunnen waardevolle plekken in de stad gerealiseerd worden die ook langdurig (met behulp van renovatie) functioneel behouden kunnen blijven. Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie rekening te houden met: ▪

▪

▪

De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. In de ruimtelijk-planologische zin dient hier rekening mee te worden gehouden , door in het bestemmingsplan en bij het bepalen van het terreinoppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding. Dit is in lijn met het onderwijs- en kinderopvangconcept. Toekomstige (interne) aanpasbaarheid. Bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei , krimp , technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. De mogelijkheid om het schoolgebouw in de toekomst te transformeren naar een andere functie , zonder dat het ten koste gaat van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang.

Groei

en krimp

Het schoolbestuur bepaalt in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Als het schoolbestuur leegstand als probleem ervaart , dan maakt zij in afstemming met de gemeente een Plan van Aanpak om de leegstand terug te dringen. Bij groei gaan het schoolbestuur , de gemeente en de kinderopvangorganisatie in gesprek om te komen tot een korte en lange termijn oplossing. Van belang is dat de school en de kinderopvang een geheel vormt en als zodanig kan functioneren vanuit inhoud. Functioneel ingezette meters kunnen niet zomaar gevorderd worden als het schoolbestuur de leegstand niet als problematisch ervaart.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

14/54

Daarnaast wijkt de kinderopvang niet vanzelfsprekend bij groei van het onderwijs. Dit vraagt wel om een aanpassing van de geldende verordening voorzieningen onderwijshuisvesting van de gemeente Roosendaal 21 .

Multifunctionaliteit Het realiseren van een kindcentrum met (mogelijk) een functie voor de wijk vraagt om een andere kijk op de gebouwde onderwijsomgeving. Daarnaast worden voorzieningen bekostigd met maatschappelijke middelen. Het uitgangspunt binnen de gemeente is om efficiënt om te gaan met de middelen en ruimten. De intentie is om tijdens schooltijden het schoolgebouw , het plein en (indien aanwezig) de gymzaal multifunctioneel in te zetten en na school- en kinderopvangtijden beschikbaar te stellen. De mogelijkheden en effecten worden situationeel bekeken. Veiligheid en afspraken over eigendom en beheer zijn hierbij van belang en vragen , per locatie , om een nadere uitwerking. Dit vindt in afstemming plaats tussen de gemeente , het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie. Toekomstbestendig door klimaatbestendig De gemeente Roosendaal heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te willen zijn. Scholen hebben een levensduur van 50 jaar 22 (zie ook hoofdstuk 5 over het investeringsbeleid). Dat geeft de verantwoordelijkheid om juist nu de stappen te zetten naar klimaatbestendige scholen en bijbehorende buitenruimten. Niet in de laatste plaats om efficiënt om te gaan met maatschappelijke middelen. Hieronder wordt duurzaamheid verder uitgewerkt.

3. 2

Duurzaamheid

Binnen het IHP worden , in lijn met het duurzaamheidsbeleid en geldende wet- en regelgeving , duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting , gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege , valt onder maatschappelijk vastgoed. Duurzaam Roosendaal Roosendaal heeft als ambitie om in 2050 een energieneutrale samenleving te zijn door het minimaliseren van het energieverbruik door besparingsmaatregelen te treffen en door gebruik van duurzame energie zoals zonne-energie of windenergie. In lijn met het landelijke programma Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie wil Roosendaal uiterlijk in 2050 dat alle buurten en dorpen klimaatbestendig zijn ingericht. In 2030 is de transitie halverwege en dan is er geen last meer van wateroverlast , hittestress en droogte. Voor nieuwbouw betekent dit dat de ambitie hoger ligt dan het Bouwbesluit (1 januari 2021) waarin Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) als eis geldt. De ambitie ligt op Energie Neutraal Gebouw (ENG) en daarmee is het saldo energieverbruik en energieopbrengst , met betrekking tot gebouwgebonden energie , nul. Daarnaast wordt gasloos gebouwd. Voor levensduurverlengende renovatie geldt dat (B)ENG beredeneerd zoveel mogelijk wordt gehaald. De reden is dat bij bestaande bouw het lastig (lees: kostbaar) is om eisen van ENG te bereiken.

Het streven is daarom om beredeneerd te kijken wat kan en verantwoord is. NB: Er is wetgeving vanuit Europa in ontwikkeling waar ENG vanaf 2028 voor nieuwbouw waarschijnlijk verplicht wordt. In dit IHP nemen we daarop een voorschot door bij de maatregelen voor nieuwbouw uit te gaan van ENG. Een schoolgebouw kan ook energieopwekkend zijn met behulp van hernieuwbare energie.

21 Bij het opstellen van

dit document is de Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting gemeente Roosendaal uit 2011 van kracht. Er loopt een proces om deze te actualiseren naar de modelverordening van de VNG. In het proces van aanpassing van de huisvestingsverordening hebben schoolbesturen en gemeente ook oog voor snelheid , efficiency en doelgerichtheid van processen waardoor doorlooptijden om zaken geregeld te krijgen verkort kunnen worden. 22 De gemeente Roosendaal hanteert een afschrijvingstermijn van 50 jaar bij nieuwe investeringen die voortkomen uit het IHP.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

15/54

NB: Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbaarheid van aansluitingen op het energienet (netcongestie). In de praktijk blijkt er nu onvoldoende capaciteit om nieuwbouw te realiseren , aansluitwaarde te vergroten of om duurzaamheidsopties (o. a. zonnepanelen) te kunnen realiseren. Het is niet wenselijk dat projecten vertraging op lopen. Er zijn alternatieven beschikbaar die als oplossing kunnen dienen voor de netcongestie. In de praktijk vraagt dit om extra budget. Hiervoor kan in het IHP gewerkt worden met een ‘frictiebudget’ netcongestie waaruit situationeel middelen gehaald kunnen worden om een maatwerk tussenoplossing te realiseren.

Natuur inclusief bouwen Natuur inclusief bouwen en verbouwen biedt ruimte voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving waar mensen én dieren prettig samenleven. Door in de ontwerpfase ruimte te creëren voor biodiversiteit op , aan , in het gebouw of (openbare) omgeving , krijgen we een betere leefomgeving. Groene daken en groene gevels zuiveren lucht. Schone lucht in kindcentra is goed voor de gezondheid van kinderen , leerkracht , pedagogisch medewerkers en ondersteunend personeel en stimuleert de concentratie. Planten functioneren als natuurlijke zuiveringsmachines en filteren fijnstof uit de lucht en zetten CO 2 om in zuurstof. Ook het vergroenen van buitengevels en daken heeft voordelen. Groene gevels zorgen voor een natuurlijke omgeving rondom de speelplaats. Naast alle voordelen van groen zoals isolatie van de gevel , verbetering van de akoestiek , verkoeling , afvang van fijnstof en stimuleren van biodiversiteit bieden de groene gevels ook een educatieve waarde aan kinderen. Het Nieuwe Normaal De gemeente Roosendaal committeert zich aan Het Nieuwe Normaal (HNN). HNN is een raamwerk gericht op materialentransitie. Een gedragen ‘norm’ met haalbare én ambitieuze circulaire prestatie in de gebouwde omgeving. Een norm die goed past bij de ambitie van de gemeente op het gebied van circulaire gebouwen.

De wijze waarop circulariteit binnen het IHP wordt uitgewerkt staat hieronder.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

16/54

Circulariteit In Roosendaal is het principe van de circulaire economie leidend. Een circulaire economie is een economie zonder verspilling van grondstoffen en uitputting van de hulpbronnen van de aarde. Het realiseren en gebruiken van schoolgebouwen maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkeling naar een circulaire economie en levert hieraan een bijdrage. Gemeente en schoolbesturen zien diverse kansen om circulariteit te integreren in projecten , maar ook in het gebruik van de schoolgebouwen. Circulaire principes worden zoveel mogelijk toegepast binnen bouwprojecten. Denk daarbij aan het gebruik van hergebruikte materialen , biobased grondstoffen en demontabele bouwmethodes. Ook in het gebruik van ruimte komt de circulaire gedachte tot leven. Om een circulair gebouw en -gebruik te realiseren wordt bij ieder project een team samengesteld van adviseurs , architecten en aannemers die ervaring hebben met circulair bouwen. Ook wordt er in de voorbereidingsfase voldoende tijd ingeruimd om de circulaire principes te vertalen naar een haalbaar ontwerp. Bij circulair bouwen behouden de gebouwen een zekere (economische) restwaarde , omdat bouwmaterialen na een levenscyclus herbruikbaar zijn. Materialen krijgen een toekomstwaarde. Daarmee wordt het mogelijk om restwaarde toe te kennen aan het gebouw en de investering niet volledig naar nul af te schrijven.

In de projecten is ook aandacht voor het circulair slopen van gebouwen door bruikbare materialen te oogsten tijdens het sloopproces. Circulariteit vraagt vaak om een extra investering , maar deze kunnen op de lange termijn voordelen opleveren. Hierover vindt nader overleg plaats tussen gemeente en het schoolbestuur.

Total Cost of Ownership (TCO) De kosten van een gebouw bestaan niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: de instandhouding , een school bestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownerhsip’ (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Om goed in beeld te krijgen hoeveel een gebouw kost over zijn gehele levensduur is het belangrijk om de overige eigendomskosten ook duidelijk te hebben. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor keuzes tijdens het ontwerpproces. Materialen , installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn maar minder onderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder blijken. Hierbij valt te denken aan onderhoudsvrije vloeren of installaties die lagere energiekosten hebben. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar gebouwen en hun levensloop. Op projectniveau moeten hiervoor keuzes worden gemaakt. Bij elk project dat voortkomt uit het IHP wordt een businesscase gemaakt waarin TCO leidend is. Deze businesscase kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur , passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol.

Slim investeren in duurzaamheid Investeringen in duurzaamheid vinden plaats op natuurlijke momenten zoals (vervangende) nieuwbouw , levensduurverlengende renovatie of groot onderhoud. Schoolbesturen zijn vrij om , passend binnen de mogelijkheden die zij hebben de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol , zelf maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

17/54

Ambitie duurzaamheid In onderstaande tabel is een voorstel gedaan voor de duurzaamheidsambitie. Aan de stuurgroep de vraag hoe deze ambitie zich verhoudt tot investeringen die dat vraagt en daarmee het tempo waarmee projecten binnen het IHP gerealiseerd kunnen worden in de bandbreedte van beschikbaar te stellen middelen. ▪ ▪ ▪ ▪

2024-2026 ENG Frisse Scholen klasse B Aardgasloos GPR ─ Algemeen 85, ─ Energie 9

▪ ▪ ▪ ▪

2027-2030 ENG Frisse Scholen klasse B Aardgasloos GPR ─ Algemeen 85, ─ Energie 9

▪ ▪ ▪ ▪

2030-2040 Nul op de meter Frisse Scholen klasse B Aardgasloos GPR ─ Algemeen 85, ─ Energie 9

NB: De GPR-methodiek die nu binnen de gemeente Roosendaal wordt gehanteerd gaat uit van algemene score 75, en energie 8. In bovenstaande tabel is deze ambitie hoger gelegd. Over de periode is de score gelijk gebleven maar daarmee de ambitie toch hoger omdat de vereisten die bij een GPR-score horen in de tijd veranderen en zwaarder worden. Hierbij gaan we ervan uit dat een toekomstige 85, de huidige 9 is door aanpassing/evolutie van het waarderingssysteem.

3. 3

Gezondheid

Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat met de aspecten luchtkwaliteit , temperatuur , comfort , licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw , omdat ze het en energieverbruik terugdringen en de CO-uitstoot 2 beperken. In de praktijk zijn vooral de CO-concentratie 2 de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Daarnaast draagt een gezond binnenklimaat bij aan de leerprestaties en vermindert het gezondheidsklachten. Een gezonde school heeft ook een buitenruimte die bijdraagt aan een betere gezondheid voor de kinderen. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie van schoolgebouwen geldt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B als gemiddelde basis (slimme mix van Frisse Scholen klassen). Voor de kinderopvangvoorzieningen gelden (minimaal) de wettelijke vereisten. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde levensduurverlengende renovatie) is het streven minstens een goed binnenklimaat volgens de vereisten van Frisse Scholen klasse B (gemiddeld). De investeringen die nodig zijn voor een gezond binnenklimaat worden zorgvuldig afgewogen en gekoppeld aan de resterende levensduur van het gebouw.

Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente , schoolbesturen en kinderopvangorganisaties om deze ambitie ook in bestaande gebouwen na te streven. Het schoolbestuur brengt de bestaande situatie in beeld inclusief de benodigde maatregelen. Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft financiële implicaties , zowel wat betreft initiële investeringen als exploitatiekosten. Het toevoegen van installaties kan namelijk resulteren in een verhoogd energieverbruik en onderhoudskosten voor de schoolbesturen. Wanneer een investering in het binnenklimaat bij een bestaand gebouw aan de orde is , ligt de eerste verantwoordelijkheid bij het schoolbestuur , eventueel in samenwerking met de kinderopvang. Hierbij wordt onderzocht of zij de investering kunnen financieren. Kinderopvangorganisaties kunnen zelf investeren of bijdragen aan de financiering van de investering (voor hun deel van het gebouw) via huurvergoedingen. Alle betrokken partijen komen gezamenlijk tot een weloverwogen beslissing op basis van gedegen argumenten en belangenafweging.

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

18/54

Toegankelijkheid Een cruciaal aspect van inclusie is het waarborgen van toegankelijkheid van voorzieningen , zodat ieder persoon er gebruik van kan maken. Het Handboek voor Toegankelijkheid is leidend bij uitvoering van projecten.

Bewegen , buitenruimte en bewegingsonderwijs Een belangrijk aspect om gezond te blijven is dat kinderen leren dat voldoende bewegen belangrijk is en dat zij voldoende beweging krijgen in en rondom het kindcentrum. Het bevorderen van beweging heeft directe voordelen voor hun leerprestaties en algemene ontwikkeling. Om dit te bereiken , is het van groot belang dat de leer- en ontwikkelomgeving zo wordt ingericht dat beweging wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan het plaatsen van klimmuren , het aanleggen van niveaus en het gebruik van meubilair dat uitnodigt tot beweging. Ook de activiteiten die de school of kinderopvang organiseert , zoals beweegactiviteiten tijdens pauzes en naschoolse sportactiviteiten , dragen hieraan bij. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van kinderen. Bij de ontwikkeling van deze gezonde buitenruimte is aandacht voor: veiligheid , uitdaging , uitnodiging tot spel , uitnodiging tot ontwikkeling , uitnodiging tot bewegen , uitnodiging tot ontdekken , groene en natuurlijke uitstraling (met buffer ter voorkoming van vervuiling in het gebouw) en onderhoudsvriendelijkheid. De inrichting van de buitenruimte is een sturende factor voor gezondheid en het stimuleren van bewegen. Bij bestaande locaties wordt de bestaande buitenruimte behouden , maar er wordt gekeken naar manieren om deze groener te maken.

23 Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de omvang van de buitenruimte als een belangrijke factor gezien. Voor de kinderopvang wordt er voldaan aan de geldende regelgeving. Voor het onderwijs wordt uitgegaan van de meest recente versie van de modelverordening , zodat er voldoende speelruimte beschikbaar is en kinderen volop mogelijkheden hebben om te bewegen. Het is aan het schoolbestuur en de kinderopvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogisch en educatieve visie vorm te geven en in te richten. Daar waar de kans zich aandient wordt de buitenruimte van het kindcentrum en het openbaar gebied gecombineerd. Dit wordt per situatie bekeken en besloten (i. o. m. gemeente en schoolbestuur). Ook is oog voor het zelfstandig naar school komen van leerlingen lopend of met de fiets.

23 Dit wordt ook als beleidsregel t. z. t. in de aangepaste

2230369_20241218JL01 |

www. icsadviseurs. nl

verordening opgenomen.

19/54

Ambitie gemeente Roosendaal gezondheid kinderen

en groene

omgeving

De gemeente Roosendaal wil dat kinderen gezond opgroeien. Daar hoort een groene omgeving bij die onderdeel uitmaakt van de leeromgeving. Natuur heeft een gunstige invloed op de totale ontwikkeling van kinderen. Natuur is goed voor hun zintuigen , motoriek , concentratie , denkvermogen en creativiteit. Denk ook aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Kinderen maken immers sneller vriendjes als ze buiten spelen. Klimaatbestendig betekent dat we geen last hebben van hitte , droogte , wateroverlast en dat de biodiversiteit in de stad en de kerkdorpen is geborgd. Voor Roosendaal betekent dit dat iedere schop die de grond ingaat klimaatbestendig is. De gemeente Roosendaal wil graag dat kinderen gezond opgroeien. Daarnaast wil de gemeente Roosendaal dat alle buurten en dorpen in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht én dat we daar in 2030 halverwege mee zijn. Groene buitenruimtes dragen hier in sterke mate aan bij. Een groene buitenruimte is een plein waarvan minimaal 50% van de bespeelbare oppervlakte een natuurlijk karakter heeft. Dit betekent een samenstelling van groen oppervlak (gras , bomen en bomen en een onthard oppervlak (boomsnippers , zand). Voor de gemeente Roosendaal biedt een groene buitenruimte een rijk speel- en leerlandschap voor kinderen om vrij te spelen en voor de natuur om zich te ontwikkelen.

Hierbij kan groen bestaan uit speelgroen (spelen in en met groen) , educatief groen , eet- en ruikgroen die bijdragen aan bewustwording van gezonde en/of duurzame voedselkeuzes. Een groene buitenruimte is ingericht met overwegend natuurlijke duurzame hergebruikte materialen en vergroot de duurzame omgang met regenwater. De inrichting van het plein draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress (groene gevels , groene daken , schaduwbomen). Daarvoor wordt het plein ook voorzien van kleine faunavoorzieningen zoals bijvoorbeeld een egelverblijf en een insectenhotel. De beplanting op een groene buitenruimte is bij voorkeur inheems , passend bij de natuurlijke omstandigheden van die plek en biedt seizoen variatie. Waar mogelijk biedt de beplanting en inrichting mogelijkheden voor verbeteren van condities voor aandachtsoorten van de gemeente Roosendaal. Voor kinderen is er uitdagende en dynamische natuur te vinden die ze van top tot teen kunnen ervaren. In de groene buitenruimte kunnen kinderen van alle leeftijden grenzen verkennen en aanvaardbare risico’s nemen. De basis voor de speelomgeving ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken zoals hoog/laag , nat/droog , schaduw/zon. Zo ontstaat er voor kinderen een plek voor rust , natuurbeleving , creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1746/documents/47564