CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 09. Werkplein begroting 2022 en jaarstukken 2020.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel 25 zienswijzen begrotingen 2022 Gemeenschappelijke Regelingen37.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1.764.991 929.135 865.152 3.585.998 532.442 409.726 8.087.442

1.666.280 930.106 852.337 3.665.107 526.174 389.905 8.029.908

98.711 -971 12.815 -79.110 6.268 19.821 57.534

Tabel: Programma Inkomensondersteuning 2020

Verschillenanalyse in hoofdlijnen Naar aanleiding van de 2e Berap 2020 heeft er een begrotingswijziging plaatsgevonden. Het verschil tussen de gewijzigde begroting 2020 en de jaarrekening 2020 is heel gering namelijk € 57.534. Dat wordt veroorzaakt doordat: de kosten bijzondere bijstand hoger uitvielen, uitgaven minimabeleid aanzienlijk lager en ook de baten debiteuren bijzondere bijstand hoger waren dan eerder geraamd. Verklaring voor de lagere uitgaven minimabeleid (webwinkel) ad. € 121.006 is dat de besteding van de toegekende winkelbudgetten uiteindelijk fors lager bleek te zijn dan ingeschat bij de begrotingswijziging 2020. De belangrijkste reden daarvan is dat veel leveranciers van de webwinkel (bijv. binnen -en buitensport, bioscoop, Efteling, ZOO-Antwerpen) door corona en de lockdown-maatregelen een groot aantal weken deels of volledig gesloten waren voor publiek. 27

2.5 Algemene dekkingsmiddelen Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. Algemene dekkings middelen Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Baten subsidies Vergoeding uitvoeringskosten Tozo Bijdragen gemeenten plustaken Baten overig Correctie BTW compensatie 2015-2019 Doorberekende kos ten Vrijgevallen jaarresultaat Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

Baten 13.607.832 54.000 323.684 0 37.187 0 164.707 0 14.022.703

Begroting 2020 Lasten

Saldo 13.607.832 54.000 323.684 0 37.187 0 164.707 0 14.022.703

Baten 13.724.313 54.000 2.361.900 186.367 583.836 769.057 210.331 96.937 17.986.741

Realisatie 2020 Lasten

Saldo 13.724.313 54.000 2.361.900 186.367 583.836 769.057 210.331 96.937 17.986.741

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

In vergelijking met de gewijzigde begroting 2020 vallen de algemene dekkingsmiddelen in de voorliggende jaarrekening 2020 € 3.970.683 hoger uit. De oorzaken hiervan zijn: a. Bijdrage gemeenten zijn € 116.481 hoger. Bij de 2e begrotingswijziging is de bijdrage verlaagd met dit bedrag. Echter dat is niet meer verwerkt in de door gemeente betaalde voorschotten. b. Voor de uitvoering van de Tozo regeling wordt door het Rijk de uitvoeringskosten vergoedt. Dit betreft € 450 per aanvraag levensonderhoud (4.600) en € 800 per aanvraag kapitaalverstrekking. De bijdrage is € 2.038.216 hoger dan de raming. c. Bijdrage plustaken ad € 186.367. Dit betreft € 18.880 van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen en Zundert bedoeld voor de uitvoering van de loketfunctie voor het aanvragen van persoonlijke leningen bij de Kredietbank West-Brabant, € 50.231 casuïstiek bespreking alle deelnemers, € 57.183 coördinatie SROI en € 19.817 extra inzet WSP Etten-Leur. d. Overige baten bestaan uit (€ 1.458.267):  € 419.115 --> ESF subsidie  € 74.072 --> RWB afrekening Fee vergoeding inhuur Flex West-Brabant en resultaat mobiliteitscentrum 2019.  € 90.648 --> De overige baten bestaan uit vergoedingen UWV wegens arbeidsongeschiktheid, zwangerschapsverlof, levensloop en inhoudingen wegens ziekte.

 € 769.057 --> Afrekening btw compensatie individuele trajecten 2015-2019  € 210.331 --> Bijdrage in overheadkosten vanuit inhuur  € 96.937 --> Het nog niet uitgegeven bestemde resultaat 2018 is vrijgevallen in de exploitatie. Dit was bestemd voor digitaliseren van papieren archieven. Vanwege Corona en de inzet op Tozo zijn die activiteiten blijven liggen. 2.6 Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende 28

verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. Financiering b.

Bedrijfsvoering

c.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

d.

Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten

e.

R echtmatigheid

2.6.1 Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid is vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Renterisico In 2020 zijn wij geen langlopende geldlening aangegaan omdat er nauwelijks investeringen in ICT zijn gedaan. In de begroting van 2020 hebben wij wel rekening gehouden met rentekosten maar niet met het aantrekken van een lening. Tot op heden zijn de gedane investeringen (zie bijlage staat van investeringen) binnen onze rekening-courant faciliteit gefinancierd. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rente typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm was in 2020 niet van toepassing omdat het Werkplein geen geldleningen heeft afgesloten.

Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In 2020 is geen kortlopend geld aangetrokken. Wel heeft het Werkplein een rekening-courant faciliteit met de Bank voor Nederlandse Gemeenten afgesloten waardoor we tijdelijk een roodstand kunnen hebben. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Voor de begroting 2020 bedroeg de kasgeldlimiet € 7,2 mln. Bankkosten In 2020 hebben we beperkte rentekosten gehad. Deze zijn inbegrepen in de kosten voor het betalingsverkeer (€ 9.489). Dit betreft kosten van de BNG en de Rabobank. Schatkistbankieren Sinds 1 januari 2014 is het voor decentrale overheden verplicht om overtollige geldmiddelen af te storten bij de schatkist. Hierbij is wel sprake van een drempelwaarde: bedragen onder deze waarde mogen buiten de schatkist gehouden worden. De drempelwaarde is 0,75% van het begrotingstotaal. Voor het Werkplein ging dat in 2020 om € 628.401. 29

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 628 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

666

919

779

736

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

0

0

0

0

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

38

291

150

107

Kredietfaciliteit Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de bank voor Nederlandse gemeenten afgesloten. Dit betekent dat het werkplein in voorkomende gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd. 2.6.2 Paragraaf Bedrijfsvoering Qua bedrijfsvoering heeft het jaar 2020 voornamelijk in het teken gestaan van de implementatie van een geheel nieuwe werkomgeving qua ICT, digitalisering van producten, de organisatie, borging en doorontwikkeling van de nieuwe organisatie en niet in de laatste plaats de Corona pandemie. Metname de uitvoering van de Tozo-regelingen heeft een behoorlijke inzet en inspanningen van de medewerkers gevraagd. Daarbij is de positieve inzet en het uithoudingsvermogen van medewerkers wederom van groot belang geweest. Personeel Inzet 2020 was een zeer intensief jaar voor het Werkpleinpersoneel. Na april was sprake van een stijging van het aantal uitkeringen en het afhandelen van ruim 3.000 aanvragen van de Tozo 1 regeling. De Tozo 2 en 3, met beiden ieder circa 800 aanvragen, zorgde ook nog steeds voor de afwikkeling van de nodige aanvragen. Hierdoor bleef de werkvoorraad voor onze medewerkers onverminderd hoog.

Door inzet vanuit alle teams op de Tozo-regeling hebben ondernemers en ZZP’ers tijdig over een uitkering levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal kunnen beschikken. Daarnaast is door het weer enigszins aantrekken van de economie en het toch kunnen blijven plaatsen van inwoners naar een baan de stijging halverwege het jaar getemperd. Naast deze ontwikkelingen in de omvang van het bestand zien we ook de continue instroom van een andere klantgroep bij het Werkplein. Denk hierbij aan dienstverlening aan nietuitkeringsgerechtigden (nuggers) en inwoners die aangewezen zijn op beschut werk en garantiebanen. Werk blijft er in de vorm van het verstrekken van structurele loonkostensubsidie en nazorg. Door dit alles is de druk op alle teams onverminderd groot gebleven. Daarnaast vragen interne werkgroepen ook de nodige personele inzet. Denk hierbij aan de organisatieontwikkelingen, schrijfcoaches en groeicoaches, maar ook de ketensamenwerking en de invoering van de Wet inburgering. Voorziening Vorig jaar is er voor toekomstige arbeid gerelateerde verplichtingen een voorziening getroffen van € 549.203. In 2020 zijn er nog geen middelen uit deze voorziening ingezet vanwege het gebruik van een voorliggende voorziening. 30

Formatie In 2020 bedroeg de formatie 129,56 fte. In 2018 was dit 129,81 fte. De afname van 0,25 fte komt door vervallen tijdelijke formatie DIV in verband met de integratie. Van de formatie 2020 kan 117,30 fte vast en 12,26 flexibel worden ingevuld. Als gevolg van het toepassen van de rekenregel (toe- of afname formatie bij toe- of afname bestand) is 1,46 tijdelijke formatie toegekend. Werkelijk was in 2020 134,64 ingevuld, waarvan 117,32 fte vast ingevuld en 17,32 fte flexibel. De meer inzet kwam door vervanging ziekteverzuim (2,89), inzet tijdelijk teamhoofd i.v.m. span of control (0,89), rekenregel (1,46) en ICT projectleider (0,5). Inhuur Doordat het Werkplein werkt met een flexibele schil en er sprake is van meerdere projecten wordt er regelmatig personeel ingehuurd. Dit gebeurde in 2020 overwegend via inhuur van gedetacheerden of een payroll constructie conform de uitgangspunten van Flex West-Brabant. Op reguliere vacatures is ruim 14 fte ingehuurd, met name bij team Inkomen, Inkomensondersteuning en team Werk en Participatie. Voor projecten (WSP, Werkplein Actief, Aanpak Statushouders, Intensivering fraudepreventie, toegang sociaal domein gemeenten, Pilot cliëntondersteuning Roosendaal en plustaak GKB) is ruim 42 fte ingehuurd.

Taakstelling Bij de vorming van het Werkplein is afgesproken dat er op de formatie/bedrijfsvoering een taakstelling van 15% in vier jaar tijd zou worden doorgevoerd (circa 18 fte). De omvang van het klantenbestand was bepalend voor de invulling van de taakstelling. De realiteit is dat de eerste jaren na het bepalen van de uitgangspunten voor de samenwerking het klantenbestand fors is toegenomen. Daardoor is extra benodigde inzet weggestreept tegen de taakstelling. De afgelopen drie jaren is door een efficiëntere inrichting van de organisatie 6 fte van de taakstelling gerealiseerd. In 2020 is vanwege de toename van het klangenbestand en de uitvoering van de ambities in het jaarplan 2020 afgezien van het verder invullen van de taakstelling. Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage in 2020 bedroeg 4,9% (in 2019 8,08% en 2018 8,47%). Een groot deel van dit percentage (4,1%) wordt veroorzaakt door langdurige ziektegevallen. Niettemin is er sprake van een behoorlijke daling van het verzuim. Deels komt dit doordat een aantal medewerkers met (vervroegd) pensioen is gegaan danwel geheel arbeidsongeschikt zijn bevonden. Anderzijds heeft de Coronapandemie en het thuiswerken een gunstige invloed op het verzuim gehad. Ter vervanging van langdurig zieken is 2,89 fte aan vervanging ingehuurd.

Bij team Inkomen om de afhandeling van aanvragen binnen de toegestane termijnen te waarborgen en bij team Werk en Participatie. Organisatieontwikkeling In 2018 zijn we gestart met de doorontwikkeling van de organisatie. In 2020 zijn hier forse stappen in gemaakt. Vier werkgroepen, met als onderwerpen Klantreis, Samenwerking in het sociaal domein, Sturingsfilosofie en Dienstverlening, hebben ideeën opgeleverd voor de organisatie van de toekomst. Deze hebben geleid tot een Praatplaat – een tekening met daarin de belangrijkste richtpunten voor de organisatieontwikkeling. Eind 2020 is een Bouwteam aan de slag gegaan met het vertalen van de Praatplaat naar een visiedocument. Begin 2021 worden de visie en strategie opgeleverd die de koers voor de komende jaren zullen bepalen. 31

Ondernemingsraad (OR) Door de komst van Corona is het voor iedereen een turbulent jaar geweest. Ook voor de OR. De organisatieontwikkeling was in gang gezet, diverse formele trajecten stonden op stapel, we moesten thuis gaan werken en vergaderen via Teams. Ondanks deze omstandigheden heeft de OR intensief en goed contact gehad met de WOR-bestuurder, zodat de OR optimaal werd meegenomen in diverse trajecten. In 2020 zijn er vanwege pensionering of andere redenen drie vacatures ontstaan. Twee daarvan, waaronder de rol van vice-voorzitter, zijn inmiddels weer ingevuld. De OR heeft in 2020 adviesaanvragen vanwege functie consulent Werk binnen team Werk & Participatie en administratie Staf , Evaluatie PPS, Taken inburgering, Uitvoering formatieonderzoek en Technische transitie WSP binnen Team Werk & Participatie afgewikkeld. Een instemmingsaanvraag is er geweest voor Programma van Eisen arbodienstverlening en maatwerkregeling en Brugdagen 2021. Ondanks de Corona maatregelen heeft de OR een goede relatie met de WOR-bestuurder behouden en verder uitgebouwd. Er wordt op een constructieve en groene manier samengewerkt, er is oog voor het gezamenlijk belang en verschil van mening mag er zijn. Informatievoorziening/veiligheid In 2020 zijn een aantal zaken op gebied van informatie en informatieveiligheid tastbaar geworden voor het Werkplein.

Informatievoorziening Door de Covid-19 maatregelen waren de meeste medewerkers in 2020 veelal aangewezen op thuiswerken. Alle medewerkers hebben in 2019 ICT middelen ter beschikking gekregen om hun werkzaamheden digitaal en op een veilige manier uit te kunnen voeren, onafhankelijk van tijd of plaats. Die ingeslagen weg van tijd- en plaats onafhankelijk werken is een juiste keuze gebleken om goed thuis te kunnen werken. Ook voor het samenwerken en communiceren met inwoners en collega’s waren medewerkers aangewezen op een digitale werkwijze. In de opzet van deze nieuwe manier van werken zijn informatiebeveiliging en privacy van inwoners en van medewerkers altijd een punt van aandacht geweest. De baseline voor informatiebeveiliging is in lijn met de richtlijn vanuit de VNG aangepast naar de baseline informatiebeveiliging voor de overheid, een baseline die meer gebaseerd is op risicomanagement dan op maatregelen. Om dit vorm te geven is het beleid vernieuwd en is er een start gemaakt met een informatiebeveiligingssysteem, zodat de organisatie ook handelt conform het nieuwe informatiebeveiligingsbeleid. Privacy De aandacht voor het verder implementeren en toetsen van de AVG vereisten heeft dit jaar op een laag pitje gestaan.

Covid-19 zorgde voor extra operationele taken voor het Werkplein waardoor de benodigde capaciteit voor de voorgenomen privacy activiteiten niet of onvoldoende beschikbaar was. Wel is er gedurende het gehele jaar adequaat gehandeld in het geval van een beveiligingsincident of datalek en bij verzoeken in het kader van rechten van betrokkenen. Ook zijn actuele vragen uit de organisatie op het gebied van privacy tijdig beantwoord. In 2021 zal voor zover dit mogelijk is de draad weer worden opgepakt om verder te werken aan het bereiken van een voldoende privacy volwassenheidsniveau. 32

ICT infrastructuur In 2020 is de infrastructuur van de digitale Werkplein omgeving voorbereid op een fusie naar een gezamenlijke infrastructuur voor alle ICT WBW deelnemers die in 2021 volgt. Doordat de meeste medewerkers veelal op afstand hun werkzaamheden uitvoerden, is Teams versneld in gebruik genomen. Met Teams kunnen medewerkers samenwerken via (video)bellen, chatten en bestanden delen. Voor bijeenkomsten met een groot aantal deelnemers is Zoom beschikbaar gesteld. Het vervangen van de telefonie centrale is vertraagd doordat het contract met de leverancier van het landelijk GT Connect programma eenzijdig ontbonden is door de VNG. Door de juridische strijd die nog steeds gaande is hebben deelnemers aan het programma weinig bewegingsruimte. De enige optie was verlengen van het huidige contract en een update van de huidige telefooncentrale om operationele risico’s te vermijden. Die update wordt in 2021 uitgevoerd. Financieel beheer Het is onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording heeft plaatsgevonden via maandelijkse managementinformatie, dashboard dagelijks bestuur en de bestuursrapportages alsmede in de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia.

In 2020 hebben we de kaderbrief 20201 en begroting 2021 ter besluitvorming voorgelegd en zijn tevens de jaarstukken 2019 aan de gemeenten aangeboden. In het 3e kwartaal 2019 is met de 2e Bestuursrapportage 2020 een begrotingswijziging voor 2020 aan gemeenten aangeboden. Dit in verband met de toename van het bestand vanwege de Corona pandemie. Huisvesting Het Werkplein heeft twee locaties, een in Etten-Leur en een in Roosendaal. Voor de locatie Etten-Leur is een huurcontract voor 10 jaar gesloten. De druk op de werkplekken is in 2020 sterk vermindert. Dit komt enerzijds door de invoering van tijd- en plaats onafhankelijk werken maar voornamelijk vanwege de Corona pandemie. Voor de locatie Dunantstraat te Roosendaal geldt nog steeds tijdelijke huur totdat de verbouwing van het stadskantoor in Roosendaal zal zijn gerealiseerd. Dit zal naar verwachting eind 2021 zijn. Bezwaar- en beroepschriften De ingediende bezwaar- en beroepschriften hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie). Een bezwaarschrift kan ingediend worden als de inwoner het niet eens is met een besluit, met als volgende stap de gang naar de rechter (beroep, hoger beroep).

Bezwaar Eerste kwartaal 2020 Tweede kwartaal 2020 Derde kwartaal 2020 Vierde kwartaal 2020 Totaal

Ambtelijk

Commissie

42 50 51 46 189

7 4 3 3 17

Beroep Hoger beroep 5 3 3 10 21

1 3 1 1 6

Totaal 55 60 58 60 233

Waarvan gegrond 0 1 3 1 5

Tabel: Aantal bezwaar –en beroepschriften 2020

In 2020 zijn 233 bezwaar- en beroepsschriften ingediend en daarvan zijn 5 gegrond verklaard. In 2019 zijn 274 bezwaar- en beroepschriften ingediend, waarvan 11 gegrond. 33

Klachten De ingediende klachten hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie).

Eerste kwartaal 2020 Tweede kwartaal 2020 Derde kwartaal 2020 Vierde kwartaal 2020 Totaal

Klachten 4 6 6 8 24

Tabel: Aantal klachten 2020

Van bovenstaande klachten zijn 2 gegrond en 3 deels gegrond. Tegenover deze 24 klachten in 2020 stonden 37 klachten in 2019, waarvan 6 klachten gegrond en 2 deels gegrond verklaard. Geen van de (gegronde) klachten heeft financiële consequenties. Ingebrekestellingen De ingediende ingebrekestellingen hebben betrekking op Inkomen en Inkomensondersteuning.

Eerste kwartaal 2020 Tweede kwartaal 2020 Derde kwartaal 2020 Vierde kwartaal 2020 Totaal

Ingebrekstellingen 2 6 7 4 19

Tabel: Aantal ingebrekestellingen 2020

Van deze ingebrekestellingen zijn er 7 gegrond verklaard. Van de gegrond verklaarde ingebrekestellingen hebben twee geleid tot een vergoeding in het kader van de “Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen”. Het aantal ingebrekestellingen in 2019 was 17. 2.6.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is normaliter een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen voor het Werkplein bestaat alleen uit de post onvoorziene uitgaven. Daarnaast zijn gemeenten achtervang bij eventuele tekorten van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant. Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven. Deze bedroeg in 2020 € 50.000. De post onvoorzien is in 2020 aangewend voor opvangen van de hogere lasten 2e Bestuursrapportage 2020. Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt niet over reserves en voorzieningen. Wel is vanuit het onverdeeld resultaat 2018 een bedrag van € 96.937 bestemd voor digitalisering en archiveringstaken DIV. Dit is dit jaar vrijgevallen 34

ten gunste van de exploitatie omdat vanwege de inzet op Tozo deze activiteiten niet konden worden uitgevoerd. Risico’s Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. In 2020 zijn de volgende risico’s benoemd: Ziekteverzuim Eerder is in paragraaf 3.6.2 toegelicht dat het verzuimpercentage over 2020 van 4,9% flink is gedaald ten opzichte van 2019. Datalek Het Werkplein werkt met veel privacygevoelige gegevens. Daar willen wij zorgvuldig mee omgaan. In paragraaf bedrijfsvoering 8.2 onderdeel privacy is dit verder toegelicht. Buig en bijzondere bijstand Bij alle Werkplein gemeenten is sprake van een overschot op de Buigmiddelen die het Rijk heeft toegekend aan de gemeenten. Wel zijn de kosten van Buig en de structurele loonkostensubsidie in 2020 hoger uitgevallen dan in de begroting geraamd was. De Corona pandemie en daarmee de economische crisis heeft voor een stijging van het bestand gezorgd.

Middels een begrotingswijziging zijn de ramingen voor 2020 in het 4e kwartaal 2020 aangepast. Bij de bijzondere bijstand en minimabeleid is geen sprake van bijzonderheden. Uitvoeringskosten Er was in 2020 sprake van een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden. Op basis van de rekenregel is voor 2020 tijdelijke uitbreiding van de formatie van 1,46 fte beschikbaar gesteld. Voor de kosten van bedrijfsvoering geldt dat er sprake is van een begrotingsonderschrijding in 2020. Dit is toegelicht in paragraaf 4.3.1. Participatiemiddelen Gemeenten hebben voor 2020 80% van het re-integratiegedeelte van de rijksmiddelen participatiebudget aan het Werkplein beschikbaar gesteld. Op deze middelen is een flink bedrag onbenut gebleven. Dit heeft voornamelijk te maken met de gevolgen van Covid19. Hierdoor konden minder maatwerktrajecten en leerwerktrajecten worden ingezet. ESF subsidie Sinds 2017 liep er een ESF-traject. De afronding van dit ESF-traject heeft in 2020 plaatsgevonden. Er is een bedrag van € 419.115 uitgekeerd. Er kan nog een 2e lijnscontrole door het Ministerie van Financiën 35

plaatsvinden. Daardoor bestaat er nog een risico dat het uitgekeerde bedrag vanwege alsnog geconstateerde fouten verlaagd wordt. Debiteuren Tozo In het kader van de uitvoering van de Tozo regeling zijn bedrijfskredieten verstrekt en zijn teveel verstrekte vergoeding voor levensonderhoud als terugvordering opgeboekt. In de beoordeling van het risico vallen deze onder het normale risicoprofiel voor BBZ. Een risico is dat ondernemers vanwege de Coronapandemie en het vervallen van de steunmaatregelen van het Rijk niet in staat blijken te zijn de vordering terug te betalen. Kengetallen Met ingang van 2015 moet in het jaarverslag o.g.v. het BBV een aantal kengetallen worden gepubliceerd. Hiertoe is een Ministeriële Regeling d.d. 9 juli 2015 van kracht geworden. Voor het Werkplein zijn daarbij de volgende kengetallen relevant en berekend voor het jaarverslag 2020: 2020

2019

Netto schuldquote

-4,38%

-0,36%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

-4,38%

-0,36%

Solvabiliteitsratio

11,11%

0,38%

Structurele exploitatieruimte

0,70%

-0,03%

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen eigen vermogen. De hoge schuldquote is het gevolg van enerzijds geen eigen middelen en anderzijds van het verantwoorden van de debiteuren in de balans. In feite is de schuld aan gemeenten voor de opgenomen debiteuren participatiewet een fictieve schuld. Zouden de vorderingen daadwerkelijk overgenomen worden dan zou daarvoor een lening moeten worden opgenomen. Dit is niet het geval waardoor er ook geen sprake is van rentekosten en aflossingen. De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. De voornaamste reden om de solvabiliteit te berekenen is om in te kunnen schatten of een organisatie in staat is om bij opheffing (liquidatie) al haar schulden te betalen. Het percentage is voor reguliere organisaties gemiddeld 25%. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling die in principe geen eigen vermogen (reserves) heeft. De gemeenten dienen als achtervang om eventuele tekorten e.d. op te vangen. Daardoor is en kan het percentage voor het Werkplein laag zijn.

Dit jaar is het iets hoger vanwege het hoge resultaat op de bedrijfsvoering. Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Dit is bij het Werkplein vrij beperkt. In principe worden al onze uitgaven gedekt door structurele gemeentelijke bijdragen. 36

2.6.4 Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten

Het Werkplein is één van de verbonden partijen van de zes deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Het Werkplein participeert in één verbonden partij, de ICT Samenwerking West-Brabant. In het kader van deze deelname is een Overeenkomst tot beperking van de financiële aansprakelijkheid van ‘Werkplein Hart van West-Brabant’ door alle deelnemers ondertekend. Hiervoor geldt dat de aansprakelijkheid voor Werkplein nooit meer bedraagt dan een vastgesteld percentage van de betreffende (financiële) aanspraak, waarbij de aansprakelijkheid van Werkplein nooit meer kan omvatten dan de jaarbijdrage van Werkplein. jaarlijks wordt bepaald welk percentage aan dienstverlening Werkplein in het afgelopen jaar heeft afgenomen van ICT WBW ten opzichte van het in dat jaar totaal aan geleverde diensten door ICT WBW. Tevens wordt de totale omvang van de bijdrage van Werkplein vastgelegd. De omvang dienstverlening in 2020 bedroeg € 300.223. 2.6.5 Paragraaf Rechtmatigheid

Binnen het Werkplein is het aspect rechtmatigheid van groot belang. Rechtmatigheid wil zeggen dat de besteding van middelen binnen de wettelijke en eigen kaders (verordeningen, beleidsregels) plaatsvinden. Om dit te kunnen toetsen is binnen de Werkplein-organisatie één team belast controle uit te oefenen op de activiteiten en bestedingen (team Besturing en Control). Binnen dit team zijn de volgende activiteiten gericht op rechtmatigheid:  Interne controle  Bezwaar en beroep  Kwaliteit (security officer)  Applicatiebeheer Het managementteam heeft in 2018 ingestemd met de aanpassing naar een meer risico gestuurde interne controle. Ter ondersteuning van dit vernieuwde interne-controleproces is binnen Checkpoint IC de tool ‘Beheersing Beheerst’ aangeschaft en voor een groot gedeelte geïmplementeerd. Er is een beschrijving gemaakt van de actuele werkwijzen binnen het Werkplein waardoor het duidelijk wordt hoe we er uitvoeringstechnisch voor staan. Daarna zijn de doelstellingen van onze organisatie verzameld vanuit de documenten Jaarplan 2020 van het Werkplein en de Dienstverleningsovereenkomst 2019-2022 inclusief het werkprogramma 2020. Op basis van, door het programma, vooraf geformuleerde risico’s heeft een werkgroep een weging en analysering van de meest relevante risico’s uitgevoerd. Deze weging/omgevingsanalyse heeft geresulteerd in een risico inventarisatie.

Door de risico’s aan de gestelde doelen te koppelen wordt het mogelijk om meer risico gericht de interne controle uit te gaan voeren. In 2020 is hier verder invulling aan gegeven. Met ingang van het boekjaar 2021 zullen de colleges van de verschillende gemeenten/ het Dagelijks Bestuur van het Werkplein zelf een rechtmatigheidsverklaring over de jaarstukken moeten afgeven. Controle hebben over rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de interne processen; dat is een verplichting maar zéker ook een kans om als organisatie in control te komen én dit uit te dragen. De tool ‘Beheersing Beheerst’ kan dit proces optimaal ondersteunen. Doelstelling Interne controle Interne controles worden uitgevoerd om vast te stellen of financiële beheers handelingen rechtmatig zijn geweest, maar zeker ook om de inrichting en beheersing van de processen te verbeteren. Door 37

procescontroles wordt bijgedragen aan een goede werking van de Administratieve Organisatie (AO). De AO omvat alle elementen die nodig zijn voor een betrouwbare en rechtmatige uitvoering. De informatie die daaraan kan worden ontleend is geschikt voor een adequate sturing en controle van de organisatie. Derhalve wordt deze rapportage voorgelegd aan het Management Team van het Werkplein ter ondersteuning van het opstellen van de jaarstukken zoals bedoeld in artikel 15 van de “financiële Verordening ISD Werkplein Hart van West-Brabant”. Interne Controle bestaat uit het toetsen van de uitvoering aan de wettelijke- en eigen gemeentelijke regels en uitvoeringsvoorschriften. Doorgaans worden binnen de AO al maatregelen van interne controle opgenomen waarmee wordt getracht een juiste uitvoering te waarborgen.

38

Jaarrekening

Jaarrekening

In de jaarrekening gaan we in op de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de balans met toelichting, het totaal van baten en lasten, de kosten bedrijfsvoering, de incidentele baten en lasten, de begrotingsrechtmatigheid en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. De cijfers van realisatie over 2020 worden afgezet ten opzichte van de begroting 2020 na wijziging (2e begrotingswijziging 2020). Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Vaste activa De waardering van vaste activa vindt plaats op basis van de verkrijgingsprijs. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het vaste actief worden in mindering gebracht op het bedrag van de investering Vaste activa met een verkrijgingsprijs onder € 15.000,- worden niet geactiveerd. Deze activa komen ten laste van de exploitatie van het Werkplein. Het Werkplein schaft geen vaste activa met een maatschappelijke nut aan. Het Werkplein kent alleen de volgende soorten vaste activa: 

Materiële vaste activa met een economisch nut

Inventaris

Hard- & software.

Gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die in één keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein vallen onder de vaste materiële activa met een economisch nut. Gebruiksrechten op software voor een bepaalde duur die in een keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein moeten worden geactiveerd als vooruitbetaalde kosten. De implementatiekosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen onder de verkrijgingsprijs. De opleidingskosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen daarentegen niet onder de verkrijgingsprijs. 39

Afschrijvingstermijnen De afschrijvingstermijnen van de soorten vaste activa zijn: 

Inventaris: 10 jaar

 Hard- en software: 4 á 5 jaar Voor laptops, smartphones en beeldschermen is in deze jaarrekening een afschrijvingstermijn van 3 jaar aangehouden. De economische levensduur van deze apparatuur is maximaal 3 jaar. Afschrijvingsmethode De afschrijving van de vaste activa vindt plaats op basis van de lineaire methode. Hierbij wordt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de eventuele restwaarde, gelijkmatig verspreid over de verwachte gebruiksduur (in jaren) van het vaste actief. Resultaatonafhankelijk afschrijven De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Duurzame waardeverminderingen Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vast activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde op basis van de historische uitgaafprijs. Vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen Dit betreft de vorderingen op de gemeenten in verband met de afrekening van de productkosten 2020 alsmede de vorderingen in verband met het btw-compensatiefonds. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Indien en voor zover noodzakelijk wordt geacht wordt een voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd, welke als waardecorrectie in mindering wordt gebracht op de vorderingen Vorderingen cliëntdebiteuren De vorderingen cliëntdebiteuren betreft de vorderingen die het Werkplein heeft op (ex-)cliënten c.a. Deze vorderingen worden per bijstandsregeling en per gemeente beheerd. De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening voor dubieuze debiteuren als waardecorrectie op het openstaande vorderingenbedrag ultimo 2020 in mindering gebracht. De voorziening is dynamisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De leeftijd/ouderdom van de vordering (gerekend vanaf het jaar van ontstaan van de vordering) alsmede de CBS-status van de incasso van de vordering bepalen daarbij het verwachte percentage van (mogelijke) oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. De liquide middelen betreffen de saldi die worden aangehouden bij de BNG en de Rabobank. Een negatief banksaldo wordt verantwoord onder de 40

vlottende passiva. De overlopende activa betreffen nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen wordt het gerealiseerd resultaat gepresenteerd. Vlottende passiva: schulden en overlopende passiva De schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Nog te betalen gemeenten inzake vorderingen cliëntdebiteuren Onder deze post is opgenomen het nog te betalen bedrag aan de in het Werkplein deelnemende gemeenten inzake de vorderingen cliëntdebiteuren. Tegenover de netto vorderingenpositie van het Werkplein op de cliëntdebiteuren staat een afdracht verplichting van gelijke omvang voor de nog te verwachten ontvangsten op de cliëntdebiteuren aan de deelnemende gemeenten. Deze post is opgenomen in de balans tegen de nominale waarde. Personeelskosten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

41

3.2 Balans en toelichting Balans per 31 december 2020 voor resultaatbestemming Balans per 31 december 2020 Activa

Ultimo 2020

Ultimo 2019 Passiva

Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen cliëntdebiteuren Uitzettingen in 's Rijks schatkist Overige vorderingen

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

Ultimo 2019

Vaste Passiva

251.321

Financiële vaste activa Overige langlopende leningen

Totaal vaste activa

Ultimo 2020

Eigen vermogen 319.630 Gerealiseerd resultaat Gerealiseerd resultaat 2018

0

251.321

6.051.795 7.737.813 24.700.000

1.961.178

0 Voorzieningen Voorziening voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (art. 44 lid 1a Bbv) 319.630 Totaal vaste passiva Vlottende Passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 1.590.445 Banksaldi 6.518.783 Overige schulden 7.479.000 0 Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Nog te betalen bedragen Werkplein 3.605.447 Nog te betalen bedragen gemeenten ivm vorderingen cliëntdebiteuren Vooruit ontvangen bedragen Overige overlopende passiva 29.591 0

4.523.681

-22.244 96.937

549.203

549.203

5.072.884

623.896

1.282.331 7.079.216

3.613.915 7.416.615

-1.403.806 7.737.813

1.100.465 6.518.783

20.938.855 953

268.209 1.013

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa

40.456.927

19.223.266 Totaal vlottende passiva

35.635.363

18.919.000

Totaal Activa

40.708.247

19.542.896 Totaal Passiva

40.708.247

19.542.896

6.140

3.2.1 Toelichting op de balans Vaste activa Het volgend overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut en de financiële vaste activa weer: Omschrijving

Boekwaarde 1- Investeringen 1-2020

Afschrijving

Boekwaarde 31-12-2020

Inrichting werkplekken 2019

229.692,41

0,00

108.125,50

121.566,91

Intranet/sharepoint 2019

14.569,25

11.687,50

6.564,75

19.692,00

8.776,03

0,00

2.194,03

6.582,00 42.852,59

C anon DX10R scanner DIV+software Aanschaf 4 servers (1 verkocht)

66.592,00

-9.455,21

14.284,20

Laptops

0,00

57.230,00

14.307,50

42.922,50

Beeldschermen

0,00

23.606,00

5.901,50

17.704,50

319.629,69

83.068,29

151.377,48

251.320,51

Totaal Werkplein

Tabel: Materiële en financiële vaste activa 2020

Inrichting werkplekken In 2020 is de afschrijvingstermijn van laptops, smartphones en beeldschermen aangepast naar 3 jaar. Dit omdat de economische levensduur maximaal 3 jaar blijkt te zijn. 42

Intranet/Sharepoint In 2020 is het intranet (Plein) verder ingericht. Scanner DIV en software Voor de digitalisatie van stukken is in 2019 een nieuwe scanner aangeschaft. Aanschaf 4 servers Ten behoeve van de nieuwe inrichting werkplekken, zijn 4 servers aangeschaft. Inmiddels is één server weer verkocht omdat volstaan kan worden met drie servers. De verkoopprijs van € 9.455,21 is in mindering op het investeringsbedrag gebracht. Laptops In 2020 zijn er 48 laptops aangeschaft. Vanwege de vereiste om digitaal te kunnen vergaderen binnen de werkomgeving zijn voor degene die het meest digitaal vergaderen laptops met eigen geheugen aangeschaft. De afschrijving vindt plaats in drie jaar. Beeldschermen In 2020 zijn vanwege het thuiswerken 139 extra beeldschermen aangeschaft. Medewerkers zijn zo goed geëquipeerd om thuis arboproof te kunnen werken. De investering wordt in drie jaar lineair afgeschreven. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen: Gemeente Etten-Leur

€ 977.093

Gemeente Halderberge

€ 776.648

Gemeente Moerdijk

€ 945.163

Gemeente Roosendaal

€ 550.543

Gemeente Rucphen

€ 720.431

Gemeente Zundert

€ 687.030

ICT West Brabant West

€

22.194 € 4.679.101

Te vorderen BTW

€ 1.372.693

Totaal

€ 6.051.794

Vorderingen cliëntdebiteuren Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

€ € € € € € €

1.375.834 1.070.816 1.440.842 2.521.356 835.474 493.491 7.737.812 43

Debiteuren 2020 Waarde bijstandsvordering saldo 1-1-2020 Nieuwe bijstandsvorderingen 2020 Ontvangsten 2020 Buiten invorderingstellingen 2020 Saldo 31-12 Inschatting aanv.dotatie vrz. dub.bijstandsdebiteuren 31-12 Waarde bijstandsvordering saldo balans 31-12-2020

Bruto Voorz.dub .deb . 9.116.193 2.597.412 3.767.071 -2.019.799 -554.735 -554.735 10.308.730 2.042.678 606.197 10.308.730 2.648.875

Netto 6.518.781 3.767.071 -2.019.799 8.266.053 -606.197 7.659.855

De cliëntdebiteuren werden tot en met het jaar 2016 op de balans van de gemeenten opgenomen. In 2017 heeft de Commissie BBV echter een bindende uitspraak gedaan dat niet de gemeenten, maar de Gemeenschappelijk Regeling (in casus het Werkplein) de juridische eigenaar is van de cliëntdebiteuren. Dit heeft tot gevolg dat de cliëntdebiteuren en de daarbij behorende voorziening dubieuze debiteuren op de balans van het Werkplein moeten worden opgenomen. De waarde van de bijstandsvorderingen waren per 31-12-2019 € 9.116.193. Dit bedrag is in 2020 verhoogd met nieuwe vorderingen (€ 3.767.071) en verlaagd met ontvangsten (€ 2.019.799) en buiten invorderingstellingen (€ 554.735) wegens oninbaarheid. Per saldo wordt de stand per 31-12-2020 € 10.308.730. Hierop is de voorziening dubieuze debiteuren ad € 2.648.875 in mindering gebracht. Per saldo staat een bedrag van € 7.659.855 op de balans van het Werkplein per 31-12-2020. Bij gemeenten staat het bedrag aan vorderingen ad € 7.659.855 als vordering op het Werkplein op de balans (bij Werkplein staat dit als nog te betalen op de post overlopende passiva). Het bedrag aan dubieuze debiteuren ad € 2.648.875 staat op de gemeentelijke balans als schuld aan het Werkplein.

Schatkistbankieren Zoals eerder vermeld in hoofdstuk 8 is het drempelbedrag schatkistbankieren gelijk aan 0,75% voor decentrale overheden met een jaarlijkse begrotingsomvang tot € 500 miljoen. Het drempelbedrag is altijd minimaal € 250.000. De initiële begrotingsomvang 2020 voor het Werkplein bedroeg ongeveer € 84 mln. 0,75% hiervan is € 628.401. Dit was het drempelbedrag voor 2020. Vanwege de voorschotten TOZO is het saldo schatkistbankieren in 2020 aanzienlijk hoger dan in 2019. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2020 (1) Drempelbedrag € 628,40 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden (2) middelen 666 919 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag 38 291 (1) Berekening drempelbedrag

Kwartaal 3

Kwartaal 4

779 -

736 -

150

107

Liquide middelen Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. De ontvangstenrekening heeft een positief saldo van € 1.958.924. Daarnaast bestaat nog een rekening bij de Rabobank voor kleine betalingen € 2.254. 44

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen/vooruitbetaalde bedragen

€ 6.140

Dit betreft met name verstrekte voorschotten. Vaste passiva Eigen vermogen

€ 4.523.681

Gerealiseerd resultaat 2020

€ 4.523.681

Voorziening

€ 549.203

In 2019 zijn we tot de afronding van een personeelsdossier gekomen waarvoor voor toekomstige arbeid gerelateerde verplichtingen een voorziening is getroffen van € 549.203. In 2019 heeft er nog geen aanwending van deze voorziening plaatsgevonden. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi

€ 1.282.331

Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. Op de betalingsrekening is een kredietfaciliteit van € 2.000.000 afgesloten. Overige schulden Crediteuren Betalingen aan klanten Af te dragen loonheffing uitkeringen Af te dragen pensioenpremies Af te dragen loonheffing salarissen Overige Totaal

€ 1.329.588 € 4.211.293 € 859.209 € 121.839 € 556.314 € 973 € 7.079.216

Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Afrekeningen gemeenten 2020: Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Totaal

-€ -€ -€ -€ -€ -€

29.052 211.166 500.716 624.884 171.905 129.775 -€ 1.667.497 45

Verdere specificatie: Plaatsingen Randstad Overige verplichtingen Totaal

€ 60.000 € 203.691 € 1.403.806

Nog te betalen bedragen gemeenten i.v.m. vorderingen cliëntdebiteuren Bijstandsdebiteurensaldi gemeenten 31-12-2020 Voorziening dubieuze cliëntdebiteuren

€ 10.308.730 € 2.648.875

Totaal

€ 7.659.855

Vooruit ontvangen bedragen

€ 20.938.855

De vooruit ontvangen bedragen betreffen de ontvangen uitkeringen TOZO. Overige overlopende passiva

€ 953

Langlopende financiële verplichtingen Het Werkplein Hart van West-Brabant is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomst locatie Etten-Leur (€ 392.582 per jaar) en Roosendaal (circa € 227.962 per jaar). Resterende looptijd Etten-Leur 4 jaar en Roosendaal locatie Dunantstraat laatste jaar. Voor huisvesting Roosendaal is uitgangspunt dat dit in 2022 zal overgaan naar vernieuwd stadskantoor onder dezelfde huurcondities. b. Dienstverleningsovereenkomst ondersteunende diensten (gemeente Etten-Leur en Roosendaal), circa € 1.049.105 per jaar. Dit betreft de ondersteuning op het gebied van financiën, personeel & organisatie, secretarieel, communicatie, informatievoorziening. De twee overeenkomsten hebben looptijd van 5 jaar en zijn verlengd tot 31-12-2024. c. Onderhoudsovereenkomst programmatuur betaalsysteem (Suite) (circa € 235.000 per jaar). Looptijd is 10 jaar vanaf februari 2019. Het Werkplein beschikt over een groot aantal inhuurcontracten die het Werkplein is aangegaan. Deze hangen allen samen met de reguliere activiteiten van de GR en zijn derhalve niet afzonderlijk toegelicht.

Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (Corona) virus heeft beperkte financiële gevolgen voor de jaarrekening 2020, maar zal wel voor onze begroting 2021 en volgende jaren financiële gevolgen hebben. De financiële impact zal in een gewijzigde begroting 2021 en de begroting voor 2022 worden verwerkt. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Wel is de druk, mede vanwege de uitvoering van extra rijksmaatregelen zoals de Tozo en de Tonk, op het huidige personeel groot. Ook de factor van thuiswerken vanwege Covid-19 moet niet worden onderschat. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

46

3.3 Overzicht baten en lasten In 2020 bedroegen de totale lasten van het Werkplein € 105.495.089. De baten bedroegen € 110.018.768. Er is sprake van een voordelig resultaat van € 4.523.679. In de programmaverantwoording is voor de programma’s Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning in de paragrafen 3.2.3, 3.3.3 en 3.4.3 (“Wat mag het kosten?”) een analyse opgenomen van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten. In de jaarrekening is voor het programma Bedrijfsvoering deze analyse opgenomen de volgende paragraaf (4.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering). Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2020 Begroting 2020 Programma's: Baten Lasten Programma Werk en Participatie 370.745 5.452.186 Programma Inkomen 756.305 60.816.869 Programma Inkomensondersteuning 390.000 8.477.442 Subtotaal programma's 1.517.050 74.746.497 Programma Bedrijfsvoering 579.578 14.187.410 Totaal 2.096.628 88.933.907 Algemene dekkingsmiddelen: Begroting 2020 Gemeentelijke bijdragen Programma's : Baten Lasten Bedrijfsvoering 13.607.832 Programma Werk en Participatie 5.081.441 Programma Inkomen 60.060.564 Programma Inkomensondersteuning 8.087.442 Totaal algemene dekkingsmiddelen 86.837.280 Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten 88.933.907 88.933.907 Toevoeging/onttrekking aan reserves Gerealiseerd res ultaat

Saldo 5.081.441 60.060.564 8.087.442 73.229.448 13.607.832 86.837.280

Baten 359.359 2.856.180 428.100 3.643.639 4.262.428 7.906.067

Saldo 13.607.832 5.081.441 60.060.564 8.087.442 86.837.280 -

Baten 13.724.313 4.218.329 76.140.151 8.029.908 102.112.701 110.018.768

Realisatie 2020 Lasten 4.577.688 78.996.331 8.458.008 92.032.027 13.463.062 105.495.089 Realisatie 2020 Lasten

105.495.089

-

Saldo 4.218.329 76.140.151 8.029.908 88.388.388 9.200.634 97.589.022

Saldo 13.724.313 4.218.329 76.140.151 8.029.908 102.112.701 4.523.679 4.523.679

Tabel: Overzicht van Baten en Lasten per programma 2020 3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering Bij de begroting voor 2020 zijn door de gemeenteraden een aantal financiële begrotingsuitgangspunten aangegeven. Hier wordt de navolging daarvan aangegeven.: Begrotingsuitgangspunten 2020 financieel De begroting dient te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens in de begroting dienen te worden opgenomen.

Toepassing in 2020 De begroting voldoet aan het BBV.

Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR.

In 2020 is sprake van een voordelig resultaat van € 4.523.679. Een bedrag van € 1.248.260 wordt via resultaatsbestemming bestemd voor uitvoering verbeterplan archief en achterstanden Div, Tozo en doorontwikkeling organisatie. De voor de begroting gehanteerde geldende CAO was die van 2018. In 2019, na vaststelling van de begroting, is de nieuwe Cao voor gemeenteambtenaren vastgesteld. De meerkosten van € 509.283 (inclusief premie ABP) zijn via een begrotingswijziging voor 2020 aan de gemeenten voorgelegd.

De loonontwikkeling wordt geraamd conform de geldende CAO van de betreffende GR.

47

Het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2018 (of een actuelere circulaire) is de basis voor de toe te passen indexering voor de begroting 2020 inclusief meerjarenraming.

Het rentepercentage voor prijsindexcijfers is 2,0 % (septembercirculaire 2018). Dat is conform de begrotingsuitgangspunten.

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren en prioriteren.

In paragaaf 8.3 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing zijn de risico’s benoemd en aangegeven in hoeverre dit in 2020 van toepassing is geweest.

De kosten van bedrijfsvoering bedroegen in 2020 € 13.463.062. De baten bedrijfsvoering bedroegen € 4.262.428. De algemene dekkingsmiddelen zijn 13.724.313. Per saldo is er sprake van een voordelig resultaat van € 4.523.679 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2020. Opgemerkt wordt dat de uitvoeringskosten Tozo gezamenlijk met de uitkeringskosten Tozo worden verantwoord. De extra kosten voor de uitvoering van de Tozo zijn in de bedrijfsvoeringskosten verantwoord. Bedrijfsvoeringskosten

Begroting Jaarrekening 2020 na 2020 wijziging

Verschil

10.337.001 158.158 283.177 42.908 954.827 473.868 267.249 61.983 2.612 11.901 934.013 0 13.527.698

10.308.465 229.587 211.560 187.019 1.042.621 610.170 259.940 65.684 34.147 17.459 1.220.758 0 14.187.410

9.962.488 180.983 388.992 14.391 922.564 609.720 358.621 76.489 28.388 6.933 913.491 0 13.463.062

345.977 48.604 -177.432 172.628 120.057 450 -98.681 -10.805 5.759 10.526 307.267 0 724.348

Baten subsidies 82.833 Bijdrage plustaken gemeenten 147.011 Vergoeding uitvoeringskosten Tozo Correctie BTW compensatie 2015-2019 Doorberekende kosten Baten overig 466.131 Vrijgevallen jaarresultaat Totaal baten 695.976 Saldo van lasten en baten 12.831.722 Bijdrage gemeente Etten-Leur 2.295.264 Bijdrage gemeente Halderberge 1.467.227 Bijdrage gemeente Moerdijk 1.634.737 Bijdrage gemeente Roosendaal 5.600.018 Bijdrage gemeente Rucphen 1.053.650 Bijdrage gemeente Zundert 758.580 Totaal bijdragen gemeenten 12.809.476 Saldo totaal -22.246 Tabel: Overzicht van Baten en Lasten Bedrijfsvoering 2020

54.000

54.000 186.367 2.361.900 769.057 210.331 583.836 96.937 4.262.428 9.200.634 2.495.270 1.558.201 1.786.110 6.026.391 1.100.613 757.728 13.724.313 4.523.679

0 186.367 2.038.216 769.057 45.624 546.649 96.937 3.682.850 4.407.198 21.174 13.188 15.175 51.244 9.285 6.416 116.481 4.523.679

Lasten Loonkosten + inhuur Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Communicatie Juridische kosten ICT kosten Onvoorzien Totaal lasten

Jaarrekening 2019

Baten 323.684 164.707 37.187 579.578 13.607.832 2.474.096 1.545.013 1.770.935 5.975.147 1.091.328 751.312 13.607.832

48

Toelichting resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting 2020 Loonkosten/inhuur € 345.977 voordeliger. De loonkosten zijn voordeliger uitgevallen als gevolg van: -Voor de uitbreiding telefonische bereikbaarheid partners (jaarplan 2020) is € 75.000 beschikbaar gesteld. Hiervan is € 14.580 over omdat vacature vanaf 1 april 2020 ingevuld is. De vacature voor Verbreding sociaal domein ad € 75.000 is vanwege Covid19 niet ingevuld. -Vanwege Covid19 zijn de beschikbare middelen vanwege de rekenregel ad € 120.103 zijn uiteindelijk niet benut omdat intern medewerkers op andere taken, waaronder ook Tozo, ingezet konden worden omdat de dienstverlening niet op elk onderdeel in de reguliere vorm kon worden voortgezet. -Daarnaast is met de inhuur (flexibele schil) terughoudend omgegaan vanwege Covid19. Overige loonkosten € 48.604 voordeliger De lagere kosten hebben voornamelijk te maken met de opbrengst vanwege verkoop verlof/uren € 54.004. Overige personeelskosten € 177.432 nadeliger De overige personeelskosten betreffen de kosten van opleidingen, personeelsvereniging, arbozorg en representatieve kosten. In 2020 zijn deze kosten € 177.432 hoger uitgevallen. Dit komt met name doordat hier de kosten van IMK (toetsing aanvragen Tozo bedrijfskredieten) ad € 105.900 zijn verantwoord. Daar staat de bijdrage uitvoeringskosten Tozo als opbrengst tegenover.

Verder zijn hier de kosten van het formatieonderzoek verantwoord (€ 30.551). Bij organisatiekosten leidt dat tot een voordeel omdat daar de het onderzoek in de raming was opgenomen. Tenslotte is het beloningsbeleid toegepast in de vorm van een uitgebreide digitale kerstbijeenkomst met kerstmarkt en kerstattenties (€ 32.207). Deze hogere kosten worden gedekt uit de lagere overige loonkosten. Organisatiekosten € 172.628 voordeliger Dit voordeel is metname ontstaan doordat de kosten van de volgende activiteiten op andere onderdelen zijn verantwoord: -begeleiding organisatiewijziging € 100.000 verantwoord bij overige personeelskosten (50K tlv opleidingen) en facilitaire kosten (50K) -formatieonderzoek (€ 30.551) is verantwoord bij de overige personeelskosten. -het klanttevredenheidsonderzoek (€ 7.000) is vanwege de omstandigheden van Covid19 niet uitgevoerd. -deel van het budget stimulering mobiliteit ad € 31.490 is ingezet ter dekking van kosten formatieonderzoek (zie overige personeelskosten). Ondersteunende diensten € 120.057 voordeliger Er is een voordeel doordat de door Roosendaal te leveren 0,5 fte projectleider ICT via het Werkplein tijdelijk middels inhuur is ingezet (voordeel € 48.828). Deze formatie is gecombineerd met inhuur bij het Werkplein voor ICT projecten.

Daarnaast zijn de beschikbare middelen voor archiefbeheer en applicatiebeheer ad € 55.714 nog niet geheel ingevuld. Vanaf oktober is een medewerker ondersteuning applicatiebeheer tijdelijk aangetrokken. Deze kosten (€ 12.120) zijn in de loonkosten begrepen. Vanwege de impact van Corona heeft de ingehuurde Functionaris gegevensbeheer minder uren besteed in 2020. Dit leidt tot € 11.748 aan lagere kosten.

49

Facilitaire kosten € 98.681 nadeliger Op facilitaire kosten zijn een aantal kosten verantwoord die geraamd waren op organisatiekosten. Dit betreft begeleiding organisatieontwikkeling (€ 50.000) en benchmark Divosa (€ 15.414). Daarnaast is er sprake van hogere portokosten (€ 11.177). Dit komt door extra beschikkingen en brieven voor de Tozo. Ook zijn er kosten gemaakt voor kantoorartikelen en communicatie-uitingen vanwege de Coronaperiode. Financiële kosten € 10.805 nadeliger De hogere kosten komt door hogere kosten van de accountant. Voor de controle van de jaarrekening 2019 zijn extra controle werkzaamheden uitgevoerd. Voor de controle van de jaarrekening 2020 en daarmee de Tozo-regeling wordt ook weer meerwerk verwacht. ICT kosten € 307.267 voordeliger De lagere kosten komen voornamelijk door: -€ 81.386 dubbele raming van de kosten van Matchcare (programma waar de diagnoses in worden verwerkt). In de begroting voor 2021 is dat al gecorrigeerd. -In 2020 is € 117.364 uitgegeven aan de kosten van een projectleider. Deze kosten zijn echter in de personeelskosten verantwoord. -€ 60.825 nog niet uitgegeven vanwege de Covid19 situatie. Dit betreft koppeling met zaaksysteem, implementatie berichtenbox voor onze inwoners, EMS mobile device management (op afstand kunnen bedienen maar ook leeghalen van laptops) en verdere ontwikkeling digitale producten.

Bijdrage plustaken gemeenten € 155.825 voordeliger Dit betreft de volgende ontvangsten: Overige baten en baten plustaken waren als volgt: - € 50.231 --> Bijdragen gemeenten Toegang sociaal domein bespreking casuïstiek - € 18.880 --> Plustaak gemeentelijke kredietbank - € 40.250 --> Pilot clientondersteuning Roosendaal - € 57.182 --> Bijdrage gemeenten SROI coördinator - € 19.817 --> Extra inzet WSP gemeente Etten-Leur - € 6.645 --> Bijdrage inkoop/ict project inburgering Baten Tozo € 2.038.216 voordeliger Voor de uitvoering van de Tozo regelingen (1, 2 en 3) hebben we via gemeenten van het Rijk een vergoeding voor de uitvoeringskosten ontvangen van € 2.361.900. Dit is voor 4.470 afgehandelde aanvragen levensonderhoud Tozo 1, 2 en 3 en 438 aanvragen bedrijfskredieten. In de gewijzigde begroting is een bijdrage geraamd van € 323.684, zijnde de toen extern gemaakte kosten. De gemaakte kosten voor de uitvoering bestaan enerzijds uit externe kosten en anderzijds aan interne kosten (personeel vanuit meerdere teams ingezet op uitvoering Tozo). Alle kosten zijn verantwoord in de bedrijfsvoeringskosten. Externe kosten: Inhuur personeel/uitbreiding uren € 244.005 Inhuur IMK-bedrijfskredieten € 105.900 Portokosten € 5.063 Totaal € 354.968 Interne kosten: 19.130 uur

€ 908.998 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/29021