CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 09. Werkplein begroting 2022 en jaarstukken 2020.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel 25 zienswijzen begrotingen 2022 Gemeenschappelijke Regelingen37.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

20 2.4 Programma Inkomensondersteuning.......................................................................................... 25 2.4.1 Inleiding ................................................................................................................................ 25 2.4.2 Wat hebben we gedaan?...................................................................................................... 25 2.4.3 Wat mag het kosten? ........................................................................................................... 27 2.5 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 28 2.6 Paragrafen ................................................................................................................................... 28 2.6.1 Paragraaf Financiering .......................................................................................................... 29 2.6.2 Paragraaf Bedrijfsvoering ..................................................................................................... 30 2.6.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................ 34 2.6.4 Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten................................................

37 2.6.5 Paragraaf Rechtmatigheid .................................................................................................... 37

2

3 JAARREKENING ................................................................................................................................... 39 3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling................................................................... 39 3.2 Balans en toelichting ................................................................................................................... 42 3.2.1 Toelichting op de balans....................................................................................................... 42 3.3 Overzicht baten en lasten............................................................................................................ 47 3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering ....................................................................................... 47 3.3.2 Incidentele baten en lasten .................................................................................................. 51 3.3.3 Begrotingsrechtmatigheid .................................................................................................... 52 3.4 Informatie wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ................................................................................................................................................

53 3.5 Verantwoording taakvelden jaarrekening 2020.......................................................................... 55 3.6 SISA-bijlage bij de jaarrekening ................................................................................................... 56 3.7 Controleverklaring ....................................................................................................................... 58 3.8 Bijlagen ........................................................................................................................................ 59 3.8.1 Staat van personele sterkte.................................................................................................. 59 3.8.2 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven ............................................................................. 60 3.8.3 Specificatie gemeentelijke bijdragen jaarrekening 2020 ..................................................... 60

3

Inleiding Voor u liggen de jaarstukken 2020 van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van WestBrabant (hierna Werkplein). Met het jaarverslag en jaarrekening leggen wij verantwoording af aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein over de verschillen tussen begroting en daadwerkelijke resultaten in prestaties en financiën. De cijfers tot en met het vierde kwartaal 2020 worden in de verschillende programma’s in het jaarverslag verder toegelicht.

De schouders eronder! Het Werkplein kijkt terug op een uniek en intensief jaar. Voor 2020 was voorzien dat het Werkplein zou voortbouwen op de positieve resultaten van de jaren daarvoor. In de eerste vijf jaar is het Werkplein gevormd tot een betrouwbare en stabiele organisatie. Ambitie voor 2020 om vanuit deze comfortabele situatie te werken naar betere aansluiting op de wensen van de maatschappij. Het liep anders. Het COVID-19 virus heeft om verschillende redenen het jaar bepaald. We zijn trots dat ondanks de druk die Corona met zich mee bracht op onze dienstverlening de winkel goed draaiende is gehouden, en dat we toch grote stappen hebben kunnen zetten in de organisatieontwikkeling. Resultaten 2020 Na een dalende trend in het bestand kent het Werkplein voor 2020 een stijging. Deze is te verklaren als gevolg van de Corona crisis. In de 2de Bestuursrapportage 2020 hebben wij de gemeenteraden gemeld voor 2020 een stijging van het bestand te voorzien van 7,5%. Deze voorspelling is gelukkig niet uitgekomen. Het Werkplein heeft 2020 afgesloten met een

bestandsstijging van 5,1%. Ten opzichte van de eindstand per 31 december 2019 is sprake van een stijging met 197 dossiers voor de zes gemeenten gezamenlijk. Ondanks deze bestandsstijging zijn de uitgaven voor wat betreft de uitkeringen (Buig) van iedere gemeente ruim binnen het totaal van de rijksbudget gebleven. Daarnaast kunnen we melden dat alle aanvragen voor een uitkering of bijzondere bijstand binnen de wettelijke termijnen zijn afgewikkeld. Gezien de druk die uitvoering van TOZO maatregelen het Werkplein heeft opgeleverd zijn we trots op deze prestatie. Exploitatie 2020 De programmakosten Werk en Participatie, Inkomen (met uitzondering van de kosten van Tozo die geheel door het Rijk wordt vergoed) en Inkomensondersteuning worden volledig gedekt door gemeentelijke bijdragen. De gepresenteerde saldi worden derhalve verrekend met de gemeenten. De exploitatie van het Werkplein bestaat uit twee onderdelen: de programmakosten en de kosten van bedrijfsvoering.

Programma's Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Kosten bedrijfsvoering Totaal Tozo regeling

€ 4.760.461 € 56.787.847 € 7.898.499 € 12.809.476 € 82.256.283

Begroting 2020 € 5.081.441 € 60.060.564 € 8.087.442 € 13.607.832 € 86.837.279

Jaarrekening 2020 € 4.218.329 € 59.012.447 € 8.029.908 € 9.084.153 € 80.344.837 € 17.127.704

Saldo € 863.111 € 1.048.117 € 57.534 € 4.523.679 € 6.492.442

4

In het 2020 heeft uiteindelijk een dossierstijging plaatsgevonden met 5,1%. Ten opzichte van de bijgestelde begroting is dat lager omdat daar met 7,5% rekening was gehouden. Dit leidt tot een overschot op het programma inkomen van € 1.048.117. De lasten programma Inkomen zijn echter door de Tozo regeling met € 17.127.704 gestegen. Deze kosten worden volledig door het Rijk vergoed. Bij het programma inkomensondersteuning is sprake van een overschot op de begroting van € 57.534. In eerdere rapportages hadden we al voorzien dat er een positief saldo zou zijn op dit programma. We hebben daarop geanticipeerd door in de begrotingswijziging van 2020 de kosten voor dit programma naar beneden bij te stellen. Programma Werk en Participatie sluit met een positief resultaat van € 863.111. Dit komt met name doordat er flink minder leerwerktrajecten en maatwerktrajecten zijn ingezet vanwege de beperkingen van Corona. Bij de afzonderlijke programma’s wordt een nadere toelichting op het saldo gegeven. De exploitatie van de kosten van bedrijfsvoering sluit dit jaar af met een positief saldo van € 4.523.679. Dit positieve resultaat is voor een groot gedeelte ontstaan door een aantal eenmalige baten zoals ESF subsidie (4 ton), correctie BTW re-integratie 2015-2019 (8 ton), vergoeding uitvoeringskosten Tozo regeling (2 mln). In hoofdstuk 4.3 vindt u een nadere toelichting.

Coronavirus De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 had een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie heeft tot ongekende omstandigheden geleid. Voor de aanpak van COVID-19 hebben wij ons aan de landelijke maatregelen van het Rijk geconformeerd. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. Voor een groot gedeelte van de dienstverlening aan

onze inwoners, met name op het gebied van Participatie heeft dit tot flinke beperkingen geleid. Daarnaast hebben wij adequaat de uitvoering van de landelijke maatregelen, zoals Tozo, ter hand genomen. Ook hebben we gezorgd voor zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming. Opzet en reikwijdte jaarstukken 2020 In deze jaarstukken worden de gerealiseerde cijfers van 2020 vergeleken met de begroting na wijziging. Dat betreft de cijfers zoals vermeld in de 2e begrotingswijziging 2020 die tegelijkertijd met de 2e Bestuursrapportage 2020 is opgesteld. In het jaarverslag en de programma’s zijn de toelichtingen zoveel mogelijk integraal opgenomen om een beeld van het totaal te kunnen geven. De jaarstukken worden aan het Dagelijks en Algemeen bestuur voorgelegd. Nadat de gemeenten hun eventuele zienswijzen kenbaar hebben gemaakt stelt het Algemeen Bestuur de jaarstukken in hun vergadering in juli 2021 vast. Opbouw jaarstukken 2020 De jaarstukken zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 laten we u in één oogopslag de highlights van het Werkplein in 2020 zien. In hoofdstuk 3 gaan we in het jaarverslag inhoudelijk in op de verschillende onderdelen van het Werkplein. In hoofdstuk 4 treft u de jaarrekening 2020 en de daarbij behorende bijlagen aan.

5

Jaarverslag Jaarverslag

2.1 Terugblik 2020 2.1.1. Missie en visie In 2020 is een nieuwe bestuurlijke opdracht geformuleerd voor het Werkplein. In deze opdracht wordt de visie op de rol van het Werkplein in de Participatiewet als volgt omschreven: “We streven naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarop iedereen met arbeidsvermogen in staat is om mee te doen. We vertrouwen erop dat de meeste inwoners voldoende zelfredzaam zijn om een plek op de arbeidsmarkt te verwerven en te behouden. Inwoners met arbeidsvermogen die het (tijdelijk) niet lukt om te participeren op de arbeidsmarkt ondersteunen we. We ondersteunen in de vorm van een financieel vangnet en bij hun groei en ontwikkeling naar een betaalde baan. Wij realiseren ons daarbij dat er inwoners met arbeidsvermogen zijn waarvoor een betaalde baan (even) niet haalbaar is. Voor deze inwoners zorgen we met onze partners in het sociaal domein voor ondersteuning bij hun groei en ontwikkeling zodat ze naar vermogen meedoen in de samenleving.” Deze visie sluit goed aan op de maatschappelijke bewegingen van het centraal stellen van de inwoner, en niet het proces. Ook onze organisatieontwikkeling waar het Werkplein heeft de menselijke maat als uitgangspunt. 2.1.2. COVID-19 Het jaar 2020 stond in het teken van de gevolgen van Corona. Sinds maart 2020 hebben wij de bedrijfsvoering onze organisatie plots moeten omgooien.

Meest zichtbare consequentie van Corona is de uitvoering van drie Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO)-regelingen. Hier is veelvuldig gebruik van gemaakt. Waar we in den lande zien dat veelal gebruik wordt gemaakt van ingehuurde capaciteit, heeft het Werkplein de TOZOregelingen voornamelijk met eigen personeel kunnen uitvoeren. Dit hebben wij kunnen doen doordat vanwege Corona bepaalde werkzaamheden op een lager pitje (fysieke beperkingen) danwel helemaal stil zijn komen te liggen. En er zijn keuzes te maken in de bedrijfsvoering waardoor we de nieuwe taak grotendeels met eigen mensen hebben kunnen uitvoeren. Niettemin hebben we ook geanticipeerd op de gewijzigde omstandigheden en veelvuldig telefonisch contact gehad met inwoners, er zijn tussen mei en september nog wel fysieke afspraken geweest, er zijn filmpjes voor de klantmanagers en inwoners gemaakt over Hoe met de situatie om te gaan, er zijn wandelingen met inwoners geweest en de toeleiding naar de arbeidsmarkt van doelgroep A is gewoon doorgegaan. We zijn er trots op dat onze 6

medewerkers er gezamenlijk de schouders onder hebben gezet om in zeer korte tijd drie omvangrijke regelingen snel en professioneel uit te voeren. En dat in situatie waarin bijna de gehele organisatie thuis heeft gewerkt. Zoals al aangegeven heeft dit uiteraard een groot beslag gelegd op de organisatie, wat heeft geleid tot achterstanden op andere onderdelen. In 2021 zullen wij trachten een inhaalslag te maken. Bij de resultaatsbestemming doen wij een aantal voorstellen om daarvoor middelen te reserveren. Tweede gevolg is dat de RIVM maatregelen het Werkplein heeft belemmerd in het inzetten van ontwikkeltrajecten voor onze inwoners. Het Rijk heeft gedurende lange tijd in 2020 een dringend advies gegeven om zo veel als mogelijk thuis te blijven. Om bij te dragen aan het voorkomen van besmettingen heeft het Werkplein deze richtlijn ter harte genomen, wat maakte dat wij zeer terughoudend zijn geweest in het aanbieden van trajecten voor onze inwoners. Derde belemmering is dat ook het Werkplein als werkgever zich strikt aan de RIVM maatregelen heeft gehouden. Gevolg is dat, met uitzondering van een aantal essentiële functies, ook de medewerkers van het Werkplein veelal vanuit huis werkten. Waar voor maart 2020 de meeste collega’s vanuit kantoor werkten werd vergaderen via Teams de norm. Wij ervaren hiervan zowel de positieve als negatieve kanten.

We zijn blij verrast dat eenieder de nieuwe technieken zich snel eigen hebben gemaakt. We vergaderen op nieuwe, creatieve manieren. Grote processen als de organisatieontwikkeling hebben onverminderd voortgang gehad. Maar, tegenhanger is dat veel collega’s het persoonlijk contact met elkaar en inwoners erg missen. Waar Corona direct gevolgen heeft gehad voor het behalen van resultaten hebben wij dit opgenomen in de jaarrekening. 2.1.3 Voortgang reguliere taken Dat wil niet zeggen dat we stil hebben gestaan. Ondanks alle beperkingen zijn we voor inwoners bereikbaar geweest, al moest het vaker telefonisch of digitaal. Ook hebben we zeer actief inwoners kunnen plaatsen bij werkgevers. De doelstelling die is afgesproken over 2020 van tenminste 500 plaatsingen is door ons werkgeverservicepunt gehaald. Het aantal bezwaren en klachten is teruggelopen ten opzichte van 2019. Tenslotte kunnen we melden dat ook de afhandeling van aanvragen (ruim) binnen de geldende termijnen worden behaald. Ondanks de crisissituatie waarbinnen we noodgedwongen opereerden is de winkel dus goed door blijven draaien. 2.1.4. Voorbereidingen Wet inburgering In het vierde kwartaal hebben de zes deelnemende gemeenten besloten om uitvoering van de Wet Inburgering te beleggen bij het Werkplein.

In 2020 werd daarvoor al in een constructieve en gelijkwaardige samenwerking tussen gemeenten en Werkplein nagedacht over een optimale invulling van deze nieuwe taak. 2.1.5 Ketensamenwerking De afgelopen jaren zien we de doelgroep van het Werkplein veranderen. Het Werkplein heeft te maken met een steeds complexer wordende doelgroep. Hierbij spelen vaak op allerlei leefgebieden problematieken, waarbij betaalde arbeid niet altijd realistisch is. Daarnaast komen mensen met een (gedeeltelijke) arbeidsbeperking ook bij het Werkplein terecht. Deze inwoners met een structurele 7

arbeidsbeperking vragen veelal een grote (structurele) inzet van onze dienstverlening. Ook na plaatsing op werk vraagt dit structurele inzet vanwege het bieden van nazorg aan de werkgever en het aantal administratieve handelingen. De afgelopen jaren is doelgroep C relatief gezien een steeds grotere doelgroep van het Werkplein geworden. Dit is een doelgroep die (nog) niet bemiddelbaar is naar de arbeidsmarkt. Na een uitgebreide analyse van doelgroep C van één van de gemeenten is gebleken dat een groot deel van deze kandidaten niet binnen twee jaar ontwikkelbaar is naar participatie bij het Werkplein. Dit vraagt om herbezinning op aanpak van deze doelgroep. In 2020 heeft het Werkplein de banden met onze ketenpartners nog verder aangehaald. Met de ISD Brabantse Wal en de WVS zijn zijn afspraken gemaakt over de ketensamenwerking. Gezamenlijk zijn proeftuinen ingericht die zich richten op drie doelgroepen:  Intensieve start  Doelgroep C  Beschut werk / arbeidsmatige dagbesteding Gezien de Corona maatregelen was het ten uitvoer brengen van de drie proeftuinen helaas niet haalbaar. We staan in de startblokken om in 2021 met de proeftuinen te beginnen - uiteraard afhankelijk van de Corona ontwikkelingen. 2.1.6 Herijking bestuursopdracht In 2020 is aandacht geweest voor de opdracht van het Werkplein.

Vanuit zowel gemeente als Werkplein was de behoefte om de oorspronkelijke opdracht onder de loep te nemen, omdat de inhoud steeds minder aansloot op de maatschappelijke opgave voor het Werkplein en de bewegingsruimte die nodig is om die te bereiken. In een constructief gezamenlijk proces is gekomen tot een formulering van strategische doelstellingen voor de langere termijn, en operationele doelstellingen die jaarlijks worden herijkt. In de rapportages voor 2021 wordt de nieuwe bestuursopdracht als uitgangspunt genomen. 2.1.7 Organisatieontwikkeling Ondanks alle druk veroorzaakt door COVID-19 is door het Werkplein goed stilgestaan bij de koers voor de komende jaren. Al in 2019 zijn we een proces van organisatieontwikkeling gestart met als doel te ontwikkelen van een proces- en taakgerichte organisatie naar een inwoner- en resultaatgerichte organisatie. Kortom van ‘blauw’ naar ‘groen’. Hierin hanteren we een bottom-up aanpak en geven medewerkers zelf toekomst aan de organisatie. Omdat alle medewerkers de kans hebben om deel te nemen aan het proces kunnen we het draagvlak binnen het Werkplein groot noemen. Dat doen we niet zonder reden. De opgave in de Participatiewet is dat we inwoners aanspreken op hun zelfredzaamheid. Echter, wij zien in praktijk dat inwoners die gebruikmaken van onze diensten steeds vaker problematiek op meerdere leefgebieden hebben.

Ook zien we de maatschappelijke wens om de inwoner centraal te stellen, en niet de dienst. Inwoners krijgen bij onze partners van onder meer de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), schuldhulpverlening en Jeugdzorg steeds meer een maatwerkaanpak, zowel op inhoud als proces. Om als Werkplein aan te kunnen sluiten in het sociale domein moeten wij dezelfde beweging maken. Dit vraagt een ander soort professionaliteit van onze organisatie. 8

Bij de start van het jaar waren een viertal werkgroepen actief, die zich bogen over de Klantreis, Sturingsfilosofie, Dienstverlening en Sociaal Domein. De opbrengst van deze werkgroepen is gedeeld tijdens een brede personeelsbijeenkomst in september. Aan de hand van de uitkomsten is een Praatplaat opgesteld – een tekening die de koers van de organisatie verbeeldt. Vervolgens is een groep medewerkers uit alle geledingen van het Werkplein aan de slag gaan om een visie op te stellen. Deze visie is begin 2021 afgerond. Wij hebben er vertrouwen in dat de nieuwe koers van het Werkplein een toekomstbestendige organisatie maakt. De volgende fase is het tot uitvoering brengen van de visie. Daar trekken wij een aantal jaar voor uit. Hiertoe is niet alleen verandering in de structuur van het Werkplein nodig, maar ook in de cultuur. Beide zijn complexe vraagstukken. Om de transitiefase goed door te komen stellen wij voor om een deel van het positief resultaat hiertoe te bestemmen. 2.1.8 Financieel De jaarrekening vertoont ten opzichte van de gewijzigde begroting 2020 een positief beeld. In totaliteit blijft een bedrag van € 6.492.443 over op een totaal begroting van € 105.495.085.

Afrekening gemeentelijke bijdrage 2020 Programma Programma Programma BedrijfsTotaal Werk en Inkomen Inkomenson- voering Participatie dersteuning Etten-Leur € 156.897 € 122.913 € 98.711 € 822.317 € 1.200.838 Halderberge € 97.720 € 88.707 -€ 971 € 512.164 € 697.620 € 112.443 € 203.292 € 12.815 € 589.330 € 917.880 Moerdijk € 379.713 € 492.435 -€ 79.110 € 1.990.124 € 2.783.163 Roosendaal € 68.798 € 74.494 € 6.268 € 360.578 € 510.138 Rucphen € 47.541 € 66.277 € 19.821 € 249.166 € 382.804 Zundert Totaal € 863.112 € 1.048.117 € 57.534 € 4.523.679 € 6.492.443

Bij alle programma’s is sprake van positieve resultaten. Deze worden evenals voorgaande jaren verrekend met de gemeenten (in dit geval terugbetaald). In bovenstaande tabel is aangegeven welke bedragen dit betreft. Bij de kosten van bedrijfsvoering wordt jaarlijks het resultaat ter bestemming aan het algemeen bestuur voorgelegd. Omdat dit jaar sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder de uitvoering van de Tozo-regeling, zal er voor bepaalde onderdelen een voorstel voor een resultaatsbestemming worden gedaan. Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen wij u naar de drie programma’s in de hoofdstukken 3.2, 3.3 en 3.4 en voor de bedrijfsvoeringskosten naar hoofdstuk 4 paragraaf 3. Bestemming resultaat De programmakosten en de daar niet uitgegeven bedragen worden één op één met de gemeenten verrekend. Voor de bedrijfsvoering stellen wij het volgende voor: >Zoals eerder vermeld hebben we voor de uitvoering van de Tozo-regelingen de keuze gemaakt om vanuit verschillende teams medewerkers hiervoor in te zetten. Hierdoor hebben we nauwelijks gebruik hoeven te maken van de rijksvergoeding voor uitvoeringskosten (2,4 mln). De consequentie van de interne inzet op Tozo was dat er een aantal taken en werkzaamheden op een lager pitje of zelfs stil hebben gelegen.

Voor een aantal van die werkzaamheden wordt gevraagd hiervoor middelen voor een inhaalslag beschikbaar te stellen voor 2021 en 2022. Dit betreft: -uitvoeren plan van aanpak achterstanden DIV en archief € 175.000 in 2021 en 2022 >Daarnaast vloeien er uit de Tozo-regelingen 1 en 2 nog werkzaamheden voort die in 2021 en 2022 nog uitgevoerd moeten worden. Denk hierbij aan de achteraf controles die in het 1e en 2e kwartaal 2021 9

plaatsvinden en de terugvorderingsactiviteiten van ten onrechte of te hoog verstrekte uitkeringen levensonderhoud of bedrijfskredieten. Voor Tozo 3 is in 2020 een vergoeding voor de uitvoeringskosten ontvangen. Tozo 3 loopt echter door tot eind maart 2021 en ook hier voor gelden inzet van personeel en de controle en terugvorderingsactiviteiten. Ook hiervoor vragen we de volgende middelen beschikbaar te stellen:  uitvoeringskosten Tozo 3 (periode 1-1 tm 31-3-2021) € 195.525 (50% vergoeding Rijk voor die periode).  controle en terug- en invorderingsmaatregelen Tozo 1 en 2 € 220.735 in 2021 en 2022. Daarnaast kan het u niet ontgaan zijn dat we als Werkplein willen vergroenen. Van proces- en regelgericht naar een mensgerichte organisatie. Veel stappen hadden we ook al in 2020 willen zetten maar zijn er door de omstandigheden niet allemaal van gekomen. Om de slag naar vergroening te maken hebben we voor 2021 en 2022 een budget nodig van € 657.000 waaruit extra inzet voor bijvoorbeeld communicatie, begeleiding organisatieverandering en HRM advisering en activiteiten kan worden bekostigd. En belangrijker nog activiteiten om de mindset van onze ruim 200 medewerkers echt op groen te kunnen te zetten. Dat lijkt veel geld en dat is het natuurlijk ook. Echter het bestand is sinds de oprichting van het Werkplein sterk gewijzigd.

Veel inwoners die aankloppen voor onze dienstverlening hebben vraagstukken op meerdere leefgebieden. Dit vraagt een andere aanpak vanuit het Werkplein. Meer vanuit de inwoner geredeneerd, meer maatwerk en meer in samenwerking met collega’s in het sociaal domein. Deze ontwikkeling past bij de ambities van de gemeenten in het sociaal domein. De huidige organisatie is daar qua structuur niet op ingericht en qua cultuur nog niet aan toe. Om deze omslag te maken is een investering nodig, met name op begeleiding van het Werkplein in dit traject en omscholing van medewerkers. Als uitvoeringsorganisatie is het Werkplein beperkt toegerust met HRM- en communicatiecapaciteit. Voor de organisatieontwikkeling is extra ondersteuning noodzakelijk. Het Werkplein beschikt niet over budgetten waar deze investering uit kan worden voldaan. De gereserveerde middelen worden in twee jaar ingezet om de organisatieontwikkeling tot een succes te maken en daarmee een organisaties die nog meer dan nu de inwoner centraal stelt. Al met al wordt gevraagd van het voordelig resultaat op de bedrijfsvoeringskosten ad € 4.530.324 een bedrag van € 1.248.260 voor de genoemde activiteiten te bestemmen. Na resultaatsbestemming wordt het resultaat als volgt aan de gemeenten terugbetaald: Bijdrage gemeente in resultaat bedrijfsvoering 2020 Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

Bijdrage € 595.407 € 370.838 € 426.711 € 1.440.971 € 261.081 € 180.411 € 3.275.419

Besluit 1. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het jaarverslag 2020 en de jaarrekening 2020 vast te stellen. 2. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het niet bestede budget programmakosten te verrekenen met gemeenten. 3. Wij stellen voor van het voordelig resultaat bedrijfsvoeringskosten € 1.248.260 als volgt te bestemmen: 10

-uitvoeren plan van aanpak achterstanden DIV en archief € 175.000 in 2021 en 2022 -uitvoeringskosten Tozo 3 (periode 1-1 tm 31-3-2021) € 195.525 (50% vergoeding Rijk voor die periode) -controle en terug- en invorderingsmaatregelen Tozo 1 en 2 € 220.735 in 2021 en 2022 -kosten doorontwikkeling organisatie in 2021 en 2022 € 657.000. Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant, Hoogachtend, Marko Does

Hoogachtend, René van Ginderen

Secretaris/Directeur

Voorzitter

Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant in zijn vergadering van 12 april 2021, Hoogachtend, Marko Does

Hoogachtend, René van Ginderen

Secretaris/Directeur

Voorzitter

11

2.2 Programma Werk en Participatie 2.2.1 Inleiding Het Werkplein streeft ernaar om zoveel mogelijk werkzoekenden naar vermogen te laten participeren in de maatschappij. We willen dat zoveel mogelijk inwoners van onze gemeenten actief mee doen aan de samenleving en economisch zelfredzaam zijn, bij voorkeur door deelname aan de reguliere arbeidsmarkt. Werkzoekenden zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het vinden van werk. We verwachten dat mensen actief meewerken aan arbeidsontwikkeling gericht op de vraag van de arbeidsmarkt. Wij ondersteunen in begeleiding, bemiddeling en op korte vakgerichte scholing. Daarbij zoeken we samenwerking met onze ketenpartners het UWV en het leerwerkbedrijf WVS. Afgelopen jaar hebben vrijwel alle medewerkers hun bijdrage geleverd aan de extra werkzaamheden als gevolg van de coronapandemie. De reguliere dienstverlening vanuit team Werk en participatie heeft in 2020 niet altijd op dezelfde manier plaats kunnen vinden vanwege de coronabeperkingen. De medewerkers zijn op welke manier dan ook in contact gebleven met de inwoners. Daarnaast is ook vanuit team Werk en Participatie bijgedragen aan de werkzaamheden rondom de tozo-regelingen, de primaire diagnose, de heroriëntatie van ondernemers en de voorbereidingen op TONK. 2.2.2 Wat hebben we gedaan? In dit onderdeel van het jaarverslag gaan we in op het programma Werk en Participatie.

De resultaten van de prestatieafspraken die in het Werkprogramma 2020 waren opgenomen zijn hieronder weergegeven. 2020 was een bijzonder jaar waarbij het niet altijd mogelijk was om de gebruikelijke activiteiten in te zetten voor onze inwoners. Ondanks dat zijn we meer dan ooit in contact gebleven met de inwoners uit de zes gemeenten. En heeft het WSP de doelstelling voor wat betreft het aantal plaatsingen naar betaald werk toch gehaald. Werk en participatie Nog indelen 7% 20%

71%

Doelgroep C

Doelgroep B

Doelgroep A 8% 24%

66%

2%

2%

1-JAN-20

1-JAN-21

Relatief gezien lijkt er een grote daling in doelgroep C te zijn. In absolute aantallen is dit beperkt (3223 op 1 januari 2020 tegenover 3132 op 1 januari 2021). Ter vergelijking voor doelgroep B is dit 925 op 1 januari 2020 tegenover 1160 1 januari 2021.

12

Inwoners uit het Hart van West-Brabant met een uitkering (en/of een arbeidsbeperking) worden actief ondersteund in hun ontwikkeling op weg naar werk/participatie (verticale groei). Voortgang – realisatie Activiteiten en prestatieafspraken:

t/m mrt

t/m juni

t/m sept.

t/m dec

Iedere inwoner die zich meldt bij het Werkplein (nieuwe instroom) weet binnen vier weken welke ondersteuning hij/zij krijgt in zijn ontwikkeling op weg naar werk of participatie (of het wegnemen van belemmeringen). Toelichting: Het afgelopen jaar heeft de dienstverlening van het Werkplein tijdens de strengere lockdowns vooral in het teken gestaan van het in contact blijven met inwoners. We zien in de praktijk dat de inwoners die dicht bij de arbeidsmarkt staan en voor een traject richting werk in aanmerking komen snel opgepakt worden. Voor de inwoners uit doelgroep C duurt dat langer. Daarnaast is de voorgestelde actieve aanpak aan de poort voor deze inwoners nog niet geïmplementeerd vanwege de coronabeperkingen. 500 mensen duurzaam geplaatst via WSP (waaronder 50 statushouders en 80 garantiebanen). Op 150 lopende garantiebaan-plaatsingen nazorg geleverd

Is op dit moment niet inzichtelijk te maken middels het registratiesysteem. Hierover is niet gerapporteerd.

80 mensen zijn via een leerwerktraject gegroeid in hun ontwikkeling en stromen uit via het WSP (onderdeel doelstelling WSP) Toelichting: Vanwege de beperkingen door het coronavirus zijn er vanaf het 3e kwartaal 2020 geen nieuwe inwoners meer in een leerwerktraject ingestroomd. Zodra de richtlijnen van het RIVM het weer toelaten staan er inwoners klaar om aangemeld te worden en aan hun ontwikkeling te werken. 620 mensen worden gemiddeld geplaatst via Werkplein Actief. Werkplein Actief activeert mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij ontwikkelpotentieel continu aandacht heeft. Het Werkplein begeleidt de plaatsing. Toelichting: De inwoners die actief zijn via Werkplein Actief (WPA) hebben allemaal een concreet plan met groeidoelstellingen (579 eind 2020). De inwoners die niet verder ontwikkelbaar zijn blijven vaak wel vrijwilligerswerk doen maar dan niet meer via Werkplein Actief (137 eind 2020). Zij komen niet terug 13

in de totalen voor de te behalen doelstelling. Afgelopen coronajaar hebben de medewerkers van Werkplein Actief vooral een sociale functie gehad naar zowel de inwoners als de lokale organisaties. Daarnaast zijn gedurende de lockdowns ook de organisaties waar WPA mee samenwerkt gesloten. Alle inwoners zijn in beeld (er wordt gemonitord of zij aan de slag zijn met groei op weg naar werk, of dat zij bij andere partijen in beeld zijn om hun belemmeringen weg te nemen). Toelichting: Gedurende het jaar is een stijgende lijn te zien van het aantal inwoners waarvan in het systeem inzichtelijk is hoe zij werken aan hun ontwikkeling. Dit wil niet zeggen dat de andere inwoners niets doen. Eind 4e kwartaal zijn 4548 activiteiten ingezet voor 3431 individuen.

ligt stil vanwege corona (d.d. februari 2021)

De inwoners uit het Hart van West-Brabant worden ondersteund bij hun zorg/hulpvraag zodat zij mee kunnen doen in de maatschappij. Voortgang – realisatie Activiteiten en prestatieafspraken:

t/m mrt

t/m juni

t/m sept.

t/m dec

Alle mensen met een indicatie beschut werk die kúnnen werken en binnen de taakstelling beschut werken vallen, zijn aan de slag bij een werkgever of bij de WVS. Het Werkplein experimenteert met een aantal verschillende aanpakken gericht op kandidaten uit doelgroep C waarbij de achterliggende zorgvraag om mee te kunnen doen in de samenleving centraal staat. Vanuit deze experimenten krijgt het Werkplein meer inzicht in de manier waarop zij samen met de andere partners in het Sociaal Domein die integrale ondersteuning organiseren die de klant nodig heeft. Het Werkplein experimenteert vanuit een brede blik met een intensieve aanpak voor statushouders die gericht is op de nieuwe wijze van inburgering.

Het Werkplein heeft van de gemeenten de opdracht gekregen om de nieuwe Wet Inburgering uit te gaan voeren. De inwerkingtreding van de nieuwe wet is uitgesteld tot 1 januari 2022. Gemeenten en het Werkplein zijn aan de slag met de voorbereidingen op de inwerkingtreding.

14

Het Werkplein wil de komende jaren haar dienstverlening meer toekomstbestendig maken: de inwoner en haar ondersteuningsbehoefte staan centraal. Dit vraagt een doorontwikkeling van organisatie en medewerkers. Voortgang – realisatie Activiteiten en prestatieafspraken:

t/m mrt

t/m juni

t/m sept.

t/m dec

Het Werkplein zet samen met haar medewerkers een nieuwe koers in. Er is een organisatieontwikkelingstraject met aandacht voor de toon en identiteit van het dagelijkse werk. Om de ontwikkeling van inwoners goed in beeld te hebben zorgt het Werkplein voor een goede registratie van ingezette instrumenten. Dit is terug te zien in SRG en daarmee in CBS-gegevens. Dit gaat per kwartaal met 10% omhoog. In 2021 zijn alle instrumenten geregistreerd. Toelichting: Ieder kwartaal was sprake van een gemiddelde stijging, ondanks dat is de ambitie van 10% stijging per kwartaal te ambitieus gebleken. Gemiddeld gezien is er een stijging van ongeveer 4 á 5% per kwartaal te zien. De categorieën en definities om beter te kunnen registreren blijven in ontwikkeling.

2.2.3 Wat mag het kosten? De inzet binnen het programma Werk en Participatie is zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit de re-integratiemiddelen binnen het participatiebudget. De re-integratiemiddelen zijn in de kern middelen die het Werkplein heeft ingezet om de re-integratie van inwoners te versnellen, te bevorderen dan wel mogelijk te maken. Het Rijk maakt een verdeling tussen de beschikbare middelen; klassieke bijstand en nieuw Wajong en nieuw Begeleiding. De Werkpleingemeenten hebben bepaald dat het Werkplein de beschikking heeft over 80% van het gemeentelijke participatiebudget (klassiek) en 100% met betrekking tot het onderdeel nieuwe doelgroepen. De achtergebleven 20% van het Participatiebudget kan door gemeenten ingezet worden voor projecten of aanpakken gericht op participatie bij het Werkplein. In 2020 waren de totale kosten minus baten van re-integratie activiteiten € 4.218.329. Dat is € 863.112 minder dan de gewijzigde begroting.

15

Programma werk Lasten Werkgeversbenadering Trainers Inhuur klantmanagers( wsp, jongeren, 50+, Fia) Diagnostische tool/Matchcare Szeebra Frequent Intensieve Aanpak (FIA) FIA EL Statushouders Inburgering Maatschappelijk Participeren Individuele trajecten/Maatwerk Leerwerktrajecten WVS Praktijkervaringsplekpolis Extra inzet fraudepreventie Beschut werken Jobcoaching Garantiebanen Nader in te vullen Social return op investment (SROI) Totaal lasten Baten Frequent Intensieve Aanpak (FIA) FIA EL Statushouders Inburgering Social return op investment (SROI) Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2019

Begroting 2020 na wijziging

Jaarrekening 2020

Verschil

€ 1.073.084 € 326.291 € 380.532 € 109.462 € 209.974 € 20.376 € 272.227

€ 1.050.000 € 200.000 € 380.000 € 100.000

€ 1.031.566 € 184.028 € 578.464 € 98.083

€ 370.745

€ 519.199 € 640.846 € 549.644 € 6.856 € 120.822 € 630.364 € 107.690 € 205.748

€ 540.000 € 640.000 € 610.389 € 7.000 € 150.000 € 875.500 € 221.400 € 280.000 € 27.152

5.173.113

€ 5.452.186

€ 250.989 € 88.385 € 389.917 € 349.029 € 240.408 € 7.030 € 149.381 € 864.375 € 102.538 € 223.148 €0 € 20.346 € 4.577.688

€ 18.434 € 15.972 € -198.464 € 1.917 €0 €0 € 119.756 € -88.385 € 150.083 € 290.971 € 369.981 € -30 € 619 € 11.125 € 118.862 € 56.852 € 27.152 € -20.346 € 874.498 €0 €0 € -120.117 € 88.385 € 20.346 € -11.386 863.112 € 156.897 € 97.720 € 112.443 € 379.713 € 68.798 € 47.541 € 863.112

119.279 21.143 272.230

€ 370.745

412.652 4.760.461

370.745 5.081.441

€0 €0 € 250.628 € 88.385 € 20.346 € 359.359 4.218.329

€ 740.070 € 518.148 € 422.781 € 2.487.648 € 462.011 € 129.802 € 4.760.461

€ 789.685 € 557.598 € 462.010 € 2.620.166 € 505.549 € 146.433 € 5.081.441

€ 632.788 € 459.878 € 349.566 € 2.240.453 € 436.751 € 98.893 € 4.218.328

Verschillenanalyse In totaliteit is er een bedrag van € 4.577.688 in 2020 ingezet voor re-integratie activiteiten. Aan personeelskosten en inhuur is € 2.233.350 (in 2019 € 2.626.401) ingezet, aan instrumenten en overige kosten € 2.244.338 (in 2019 € 2.045.530). Hieronder wordt een toelichting op de grote verschillen tussen de begroting na wijziging 2020 en de jaarrekening 2019 en 2020. BTW-voordeel: Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de BTW die bij gemeenten in rekening wordt gebracht voor de uitvoering van re-integratietrajecten volledig compensabel wordt. Deze uitspraak heeft een positief financieel gevolg van € 107.000 voor programma Werk en Participatie. Dit voordeel komt terug bij de volgende posten; Trainers, inhuur klantmanagers, leerwerktrajecten (beperkt), beschut werken, jobcoaching en garantiebanen.

16

Inhuur klantmanagers (WSP, jongeren, 50+, FIA) (- €198.000) De post FIA is toegevoegd aan de post inhuur klantmanagers. Vorig jaar werd deze aanpak extra door gemeenten gefinancierd en vanaf dit jaar zit het in de Werkpleinbegroting. Statushouders (€ 119.756) Dit heeft te maken met de werkelijke inzet in 2020. De inzet in 2020 is nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar (4,11 fte). Alleen zijn de tarieven van inhuur lager dan ten tijde van het opstellen van de begroting 2020. De raming voor 2020 was ook al circa € 46.000 te hoog opgenomen. Dat geldt zowel voor de lasten als de baten. Inburgering (- € 88.385) Voor de invoering van de Inburgeringswet zijn in overleg met gemeenten uitvoeringskosten beschikbaar gesteld. Het betreft de kosten van een projectleider, een beleidsmedewerker voor de inzet in het project, kosten van communicatie en inkoop. Voor deze kosten hebben gemeenten een bijdrage van het Rijk gekregen. Maatschappelijk Participeren ( € 150.083) Vanwege lagere personeelslasten zijn de kosten lager uitgevallen. Er is een formatieplaats overgeheveld naar aanpak doelgroep C. Daarnaast zijn de inhuur tarieven (payroll) flink lager vastgesteld. Ook de coördinatiefunctie is niet meer ingevuld, maar gebeurt door een coördinerend klantmanager.

Individuele trajecten / Maatwerk ( € 290.971) Vanwege de coronabeperkingen in 2020 zijn er minder trajecten (en kosten die daarmee verband houden) ingezet dan vooraf begroot en in vergelijking met 2019. Denk hierbij o.a. aan scholing en activering, medische adviezen, reiskosten, incidentele loonkostensubsidie. Leerwerktrajecten WVS ( € 369.981) Vanwege de coronabeperkingen in 2020 zijn er veel minder leerwerktrajecten bij de WVS ingezet dan vooraf begroot en in vergelijking met 2019. Jobcoaching ( € 118.862) Uitgangspunt bij de begroting was dat een groot gedeelte van de kandidaten met een indicatie banenafspraak in een garantiebaan jobcoaching nodig zou hebben. In de praktijk blijkt dat voor de kandidaten die geplaatst worden in een garantiebaan door de werkgever in mindere mate jobcoaching wordt gevraagd dan vooraf is ingeschat. In de 2e berap is deze prognose eerder aangegeven. Garantiebanen (€ 56.852) Het betreft hier de personeelskosten. De kosten zijn hoger dan in 2019. Maar lager dan begroot. Het voordeel heeft onder andere te maken met een BTW-voordeel. Nader in te vullen (€ 27.152) Bij de bijstelling van de begroting was er sprake van een hogere vergoeding vanuit het Rijk aan gemeenten. Een deel daarvan is niet direct bestemd voor activiteiten. Dit is onbenut gebleven. SROI (- € 20.346) 17

Tegenover deze lasten staan dezelfde baten. Het saldo is dus 0. Het betreft hier een gedeelte van de kosten die zijn gemaakt voor de coördinatie van SROI. Hier staat een gelijke bijdrage van gemeenten tegenover. 2.3 Programma Inkomen 2.3.1 Inleiding

Onze inzet binnen het programma Inkomen is erop gericht om uitkeringen te verstrekken aan inwoners die zelf onvoldoende inkomen hebben om in het levensonderhoud te voorzien. Hiermee wordt een vangnet geboden aan de inwoners. Rechtmatige uitkeringsverstrekking is een onlosmakelijk deel in dit programma. Immers alleen mensen die er recht op hebben, moeten ook inderdaad een uitkering ontvangen. Ten onrechte verstrekte uitkeringen worden teruggevorderd en indien een bijdrage in onderhoudskosten door derden van toepassing is wordt onderhoudsverhaal ingezet. Door het terughalen van teveel betaalde uitkeringen en toepassing van verhaal wordt de schadelast voor de gemeenten zoveel als mogelijk beperkt. 2.3.2 Wat hebben we gedaan?

Hieronder zijn de resultaten van het programma Inkomen opgenomen. De resultaten van de prestatieafspraken die in het Werkprogramma 2020 waren opgenomen zijn hieronder weergegeven. Na de tweede bestuursrapportage in september 2020 is de doelstelling op de bestandsontwikkeling aangepast (7,5% stijging in plaats van 0%). Ondanks de uitdagende omstandigheden, zijn we hier met 5,1% stijging ruim binnen gebleven. Daarmee is deze doelstelling met terugwerkende kracht voor het hele jaar behaald. Inkomen: Voortgang – realisatie Activiteiten en prestatieafspraken: -

t/m mrt

t/m juni

t/m sept.

t/m dec

Bestandsontwikkeling: 0% stijging (nullijn) = aangepast naar 7,5%

- Niveau van dienstverlening: afhandeltermijn nieuwe aanvragen Pw: - 65% binnen 28 werkdagen - 85% binnen 42 werkdagen - 100% binnen 56 werkdagen. (=normering zonder hersteltermijn) - Effectieve dienstverlening - Aantal hersteltermijnen daalt Rechtmatige uitkeringsverstrekking: - Incassoratio van 20% over 2020 Bijzonderheden: Eind 2019 was er nog een totaal andere uitgangspunt dan vanaf half maart 2020. Waar er in eerste instantie sprake was van goede economische vooruitzichten is dit beeld in de loop van 2020 volledig omgedraaid. Uiteindelijk is 2020 afgesloten met grote economische krimp. Met die kennis in het achterhoofd heeft het Werkplein een corona-analyse gemaakt die is meegestuurd met de tweede 18

bestuursrapportage. Zoals eerder gezegd is daar uitgegaan van een stijging van 7,5% en daar blijft deze uiteindelijke bestandsstijging met 5,1% ruim binnen. Voor de afhandeltermijn van aanvragen geldt dat er vanaf het eerste kwartaal een enorme toestroom aan aanvragen is binnengekomen. Dat zijn niet alleen de reguliere aanvragen levensonderhoud en bijzondere bijstaand, maar vanaf april 2020 heeft ook de TOZO gezorgd voor een piekbelasting in het uitvoeringsapparaat. Wanneer het aantal aanvragen toeneemt, stijgt ook de werkdruk en daarmee de afhandeltermijn. Positief is dat we in de loop van het tweede en derde kwartaal een sterke verbetering zien waarmee we zelfs boven de doelstellingen komen. Helaas is de positieve ontwikkeling op het gebied van hersteltermijnen tot stilstand gekomen. De beperkingen op het gebied van klantcontact hebben ervoor gezorgd dat aanvragen levensonderhoud niet meer persoonlijk in ontvangst worden genomen. Dit leidt ertoe dat er geen daling in het aantal hersteltermijnen zichtbaar is. Gezien het feit dat de omstandigheden volledig zijn gewijzigd ten opzichte van 2018 en 2019, is er eigenlijk geen vergelijking mogelijk. De incassoratio was het hele jaar op de goede weg. Uiteindelijk zijn we op 31 december 2020 geëindigd met een incassoratio van 22%. Dat is ruim meer dan de doelstelling van 20%.

Grafiek: ontwikkeling uitkeringsdossiers Gemeente

Dec '19

jan '20

feb '20

mrt '20

apr '20

mei '20

jun '20

jul '20

aug '20

sep '20

okt '20

nov '20

dec '20

Etten-Leur

691

685

688

690

698

702

703

711

709

708

705

702

710

Halderberge

419

419

423

423

426

436

444

451

456

454

446

453

447

Moerdijk

469

464

466

485

489

494

506

505

503

507

499

495

499

Roosendaal

1779

1775

1782

1790

1808

1844

1864

1876

1860

1852

1855

1831

1848

Rucphen

297

297

296

297

300

301

301

308

307

314

314

323

334

Zundert

196

196

195

195

196

193

199

199

202

202

203

206

210

Totaal

3851

3836

3850

3880

3917

3970

4017

4050

4037

4037

4022

4010

4048

Tabel: aantallen uitkeringsdossiers per gemeente

19

Structurele loonkostensubsidie 300 268

250

248

200 164

150 100

92

50 0

20 2016

2017

2018

2019

2020

Tabel: Aantallen structurele loonkostensubsidie

In 2020 zien we nog steeds een stijgende trend op het gebied van loonkostensubsidie. Het is wel zichtbaar dat deze is afgevlakt ten opzichte van voorgaande jaren.

Tabel: Aantallen structurele loonkostensubsidie 2020

De aantallen zijn cumulatief vanaf januari. In de aantallen van december staan alle kandidaten waarvoor een structurele loonkostensubsidie is ingezet gedurende 2020. 2.3.3 Wat mag het kosten?

Onze inzet binnen het programma Inkomen wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit de BUIG-middelen. Deze laatste kosten worden 1op-1 op klantniveau verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten gemaakt worden c.q. wiens inwoners het betreffen. De besteding van het budget over 2020 waarover het Werkplein kon beschikken is weergegeven in onderstaande tabel. 20

Programma inkomen Lasten Pwet BBZ BBZ (declarabel) IOAW/IOAZ Onderzoeks- en advieskosten BBZ Invorderingskosten Externe controlekosten Loonkostensubsidie Tozo 1, 2 en 3 Totaal lasten

Jaarrekening 2019

Begroting 2020 na wijziging

Jaarrekening 2020

Verschil

50.726.624 242.384 217.879 4.569.676 167.612 30.551 218.968 1.475.047

53.974.078 200.000 25.000 4.677.645 155.000 31.500 153.618 1.600.028

57.648.740

60.816.869

53.242.958 255.386 203.143 4.533.796 81.277 23.630 135.215 1.716.205 18.804.721 78.996.331

731.120 -55.386 -178.143 143.849 73.723 7.870 18.403 -116.176 -18.804.721 -18.179.462

575.042 163.530 -79.030 201.351

589.305 44.000 100.000 23.000

860.893 56.787.847

756.305 60.060.564

827.318 74.397 78.828 198.622 1.677.016 2.856.180 76.140.151

-238.013 -30.397 21.172 -175.622 -1.677.016 -2.099.875 -16.079.587

9.921.524 6.250.021 6.720.504 26.502.743 4.475.430 2.917.626 56.787.847

10.209.166 6.554.652 7.343.254 28.109.095 4.769.797 3.074.601 60.060.564

13.075.701 8.563.664 9.883.483 33.078.296 6.806.592 4.732.415 76.140.151

-2.866.535 -2.009.012 -2.540.229 -4.969.201 -2.036.795 -1.657.814 -16.079.587

Baten Baten debiteuren WWB Baten debiteuren IOAW/IOAZ Baten debiteuren BBZ Baten debiteuren BBZ declarabel Baten Tozo 1, 2 en 3 Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Tabel: Programma Inkomen 2020

Verschillenanalyse in hoofdlijnen De lasten van het programma nemen flink toe vanwege de uitvoering van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze kosten worden voor 100% gedekt door het Rijk. Ten opzichte van de vastgestelde gewijzigde begroting 2020 zijn de uitkeringslasten Buig lager dan geraamd. In de 2e helft van 2020 is de stijging van het uitkeringsbestand gestagneerd. Dit vertaalt zich in lagere Buig-uitgaven. Hieronder volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting na wijziging 2020 en de jaarrekening 2020. Participatiewet Buig ( € 731.120) In de gewijzigde begroting is gerekend met een toename vanwege Corona van 7,5%, uiteindelijk bedraagt de bestandstoename 5,1%. Daardoor vallen de kosten relatief mee. Ten opzichte van 2019 zien we een stijging van 2,5 miljoen euro. We hebben 2019 afgesloten met 3.851 uitkeringsdossiers. Dit jaar sluiten we af met 4.048 uitkeringsdossiers. Dat zijn bijna 200 uitkeringsdossiers meer dan voorgaand jaar. BBZ ( € -55.386) en BBZ (declarabel) ( - € 178.143) In de gewijzigde begroting zijn we ervan uitgegaan dat deze kosten lager zouden uitvallen dan het vorige jaar. Vooral vanwege één lening bedrijfskapitaal van 145.000 euro zijn de kosten vergelijkbaar geworden met 2019 en hoger dan begroot. Vanwege de omvang van deze type lasten, kan één enkele besteding een grote invloed hebben op het saldo.

21

IOAW / IOAZ ( € 143.849) IOAW en IOAZ laten tot 2018 een stijgende lijn zien. Daarna is er sprake van stabilisatie. Gezien de specifieke aard van de regeling is het lastig om in te schatten hoe sterk deze post stijgt. Loonkostensubsidie ( - € 116.176) Het aandeel loonkostensubsidie valt hoog uit. Enerzijds vanwege de taakstellingen met betrekking tot beschut werk anderzijds vanwege het groeiende aantal garantiebanen. Dit is het gevolg van de uitvoering van de doelstelling en gemaakte afspraken met de gemeenten. Halverwege het jaar was de verwachting dat het aantal plaatsingen wegens corona zou stagneren en daarom werd in de gewijzigde begroting het bedrag aan loonkostensubsidie naar beneden bijgesteld. De plaatsingen zijn echter in lijn met het eerste halfjaar doorgegaan, wat natuurlijk positief is. Daardoor zijn de kosten wel hoger uitgevallen dan in de gewijzigde begroting. Baten debiteuren WWB ( - € 238.013) Deze baten moeten we in relatie zien tot het klantenbestand. Vanaf 2017 zijn de baten elk jaar gedaald, net als ons klantenbestand. We zien in 2020 een stijging van ons bestand ten opzichte van voorgaand jaar. Deze stijging zien we ook terug in de baten. Baten debiteuren BBZ ( € 21.172) en debiteuren BBZ (declarabel) ( € -175.622) In vergelijking met 2019 hebben we meer baten genoten in 2020.

Dit heeft te maken met één vordering van 145.000 euro die in oktober is uitgegeven als bedrijfskapitaal. Vangnetregeling Het Buig-budget wordt landelijk vastgesteld. Hieronder zijn de werkelijke uitgaven op het Buig-budget ten opzichte van het rijksbudget 2020 weergegeven. Zoals te zien, is door de Rijksoverheid een Buig-budget beschikbaar gesteld van ca. € 66,2 miljoen. De werkelijke uitgaven bedragen ca. € 59 miljoen. De werkelijke uitgaven liggen ca. 10% lager. De uitgaven van alle afzonderlijke gemeenten blijven onder het Buig-budget. Op basis van deze gegevens hoeft voor het jaar 2020 door geen enkele gemeente een aanvullende uitkering bij het ministerie te worden aangevraagd. De gemeenten hebben geen tekort op het Buig-budget 2020. Gemeente Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

Buig 2020 10.983.803 7.135.214 7.840.712 32.320.986 4.852.429 3.089.464 66.222.608

Uitgaven Buig 10.086.252 6.465.945 7.139.962 27.616.660 4.695.303 3.008.324 59.012.447

Verschil 897.551 669.269 700.750 4.704.326 157.126 81.140 7.210.161

Tabel: Uitgaven Buig per gemeente versus Rijksbudget 2020

22

TOZO (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) Half maart 2020 werd Nederland vrij plotseling overvallen door de gevolgen van de coronacrisis. Dit heeft voor veel mensen, waaronder ondernemers grote gevolgen (gehad). Sommige sectoren zijn voor een groot deel van het jaar gesloten geweest of konden alleen met grote beperkingen open. Om de economie te ondersteunen zijn er vanuit de Rijksoverheid talloze ondersteuningsmaatregelen opgezet voor zelfstandig ondernemers. De regeling die voor het Werkplein Hart van West-Brabant het meest tastbaar is geweest, is de TOZO-regeling. Deze biedt inkomensondersteuning voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis niet meer in hun inkomen konden voorzien. Het Werkplein heeft in het gehele jaar 2020 uitvoering gegeven aan de TOZO-regeling. De tabel hieronder geeft het aantal behandelde aanvragen aan over de periode van 1 maart 2020 tot en met 13 januari 2021. In totaal heeft het Werkplein 4.540 aanvragen TOZO behandeld voor levensonderhoud en 438 aanvragen voor bedrijfskrediet. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze 4.988 aanvragen bovenop de reguliere bedrijfsvoering zijn uitgevoerd. Hiervoor is een minimaal aantal extra medewerkers aangetrokken maar hebben we binnen de organisatie veel personeel vrij moeten maken.

Daardoor hebben aanvragers niet alleen snel antwoord gehad op hun aanvraag, maar ook snel een betaling ontvangen. Voor deze manier van werken hebben we van allerlei kanten veel lof gekregen en daar zijn we als Werkplein trots op. TOZO-1 TOZO-2 TOZO-3 Totaal Periode 1-3-2020 tot 1-6-2020 1-6-2020 tot 1-10-2020 10-2020 tot 01-01-2021 Aa nta l a a nvra gen l evens onderhoud 2.931 782 827 4.540 aa nta l toegekend 2.852 678 674 4.204 aa nta l a fgewezen / i ngetrokken 79 104 83 266 Nog i n behandel i ng 0 0 62 62 Aa nta l a a nvra gen bedri jfskredi et aa nta l toegekend aa nta l a fgewezen / i ngetrokken Nog i n behandel i ng

280 151 129 0

95 59 36 0

63 23 40 0

438 233 205 0

Tabel: Totaal aantal aanvragen TOZO d.d. 31 december 2020

TOZO – Wat mag het kosten In de tabel hieronder staat weergegeven wat de baten en lasten voor de TOZO zijn geweest over het hele jaar 2020. De aard van de TOZO-regeling is dat de kosten van een verstrekte uitkering in beginsel volledig worden vergoed vanuit het Rijk. De bevoorschotting die gemeenten hebben ontvangen (€ 40.425.195) is één op één door gestort aan het Werkplein. In deze bevoorschotting zit ook een vergoeding voor de uitvoeringskosten. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering (paragraaf 4.3). Daarmee is het financiële risico laag. Ook voor de uitvoeringskosten wordt een bedrag per aanvraag vergoed. In totaal is er voor € 17.236.509 aan uitkeringen voor levensonderhoud verstrekt. Daarnaast zijn er voor € 1.568.212 aan bedrijfsleningen verstrekt. Deze moeten worden terugbetaald maar die verplichting is voorlopig uitgesteld tot 1 juli 2021.

23

Tozo Lasten Tozo om niet Tozo bedrijfskapitaal Totaal lasten Baten Tozo Opbrengst wegens terugvorderingen Tozo Opbrengst bedrijfs kapitaal Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2019

-

-

Begroting 2020 na wijziging

-

-

Jaarrekening 2020

Verschil

17.236.509 1.568.212 18.804.721

-17.236.509 -1.568.212 -18.804.721

92.836 1.584.180 1.677.016 17.127.704

92.836 1.584.180 1.677.016 -17.127.704

2.989.449 2.097.719 2.743.521 5.461.636 2.111.289 1.724.090 17.127.704

-2.989.449 -2.097.719 -2.743.521 -5.461.636 -2.111.289 -1.724.090 -17.127.704

Momenteel is het Werkplein nog bezig met het controleren van verstrekte TOZO-uitkeringen. Op basis van die controles kan het zijn dat mensen nog een (deel) van de ontvangen uitkeringen moeten terugbetalen. Denk hierbij aan ondernemers die toch meer inkomen hebben gehad dan in eerste instantie was verwacht.

24

2.4 Programma Inkomensondersteuning 2.4.1 Inleiding De aan het Werkplein opgedragen inkomensondersteunende regelingen worden onderscheiden in vier onderdelen: 1. bijzondere bijstand (basistaak) 2. collectieve zorgverzekering (basistaak) 3. overig gemeentelijke minimabeleid (basistaak) 4. loketfunctie aanvragen persoonlijke lening Kredietbank Rotterdam (plustaak) De doelstellingen van deze inkomensondersteunende regelingen zijn:  financiële compensatie bieden voor de noodzakelijke bijzondere kosten van het bestaan;  inwoners met een laag inkomen mogelijkheid bieden om zich goed en betaalbaar tegen zorgkosten te verzekeren;  het meedoen in de maatschappij te bevorderen door de verstrekking van een bijdrage in de kosten van maatschappelijke participatie zodat armoede en sociale uitsluiting wordt voorkomen of beperkt;  mogelijkheid bieden om persoonlijke lening af te sluiten voor onverwachte uitgaven/tegenvallers. 2.4.2 Wat hebben we gedaan? In dit onderdeel van het jaarverslag gaan we in op de afzonderlijke programma’s. Hieronder zijn de resultaten van het programma Inkomensondersteuning opgenomen. De resultaten van de prestatieafspraken die in het Werkprogramma 2020 waren opgenomen zijn hieronder weergegeven. In dit programma zijn alle activiteiten en prestatieafspraken positief afgerond. Inkomensondersteuning: Voortgang realisatie Activiteiten en prestatieafspraken:

t/m mrt

t/m juni

t/m sept.

t/m dec

 Bijzondere bijstand: - behandelen aanvragen van 5.400 huishoudens (=1.350 per kwartaal) - niveau van dienstverlening: afhandeltermijn nieuwe aanvragen: - 70% binnen 28 werkdagen - 80% binnen 42 werkdagen. (=normering zonder hersteltermijn)  Collectieve zorgverzekering (CZM): - deelname 7.000 inwoners - om aantal onverzekerden te minimaliseren worden potentiele deelnemers gewezen op CZM  Overig minimabeleid incl. maatschappelijke participatie: 25

- behandelen aanvragen van 2.000 huishoudens (=500 per kwartaal) - niveau van dienstverlening: afhandeltermijn nieuwe aanvragen: - 70% binnen 28 werkdagen - 80% binnen 42 werkdagen. (=normering zonder hersteltermijn) Bijzonderheden: 1. Bijzondere bijstand: In het jaar 2020 zijn er totaal 5.100 aanvragen ingediend (in 2019: 5.131), waarvan er 4.164 binnen 4 weken en 4.589 binnen 6 weken zijn afgewerkt. 4.117 aanvragen zijn toegekend (in 2019: 3.889) aan 3.918 huishoudens. Daarvan had 73,4% een uitkering van het Werkplein (Pw-Ioaw-Ioaz) en 26,6% een ander inkomen. Achteraf bezien is de verwachting van 5.400 aanvragen in 2020 (zie vermelde prestatieafspraken) dus iets te ambitieus gebleken. 2. CZM: Het aantal deelnemers bedroeg in het 1e kwartaal 2020: 7.392 (in 2019: 7.457). Gelet op het feit dat CZ per 2020 geen collectiviteitskorting meer verstrekt op de basisverzekering is dit een hele geringe daling ten opzichte van 2019. Verdeling deelnemers naar soort inkomen: 37% Pw-uitkering – 63% ander inkomen. In de loop van het jaar daalde het aantal deelnemers met totaal 319 naar 7.073 op 1 december 2020.

De belangrijkste redenen voor die daling zijn: - premieachterstand en overlijden, - uitgevoerde inkomenscontroles:  2e kwartaal: onderzoek signalen Inlichtingenbureau deelnemers met te hoog inkomen in de UWV-polisadministratie:  resultaat: bij 130 deelnemers is de deelname beëindigd;  3e kwartaal: onderzoek signalen Inlichtingenbureau deelnemer met: geen, of heel laag inkomen in de UWV-polisadministratie:  resultaat: bij 26 deelnemers is de deelname beëindigd omdat de deelnemer geen informatie verstrekte, of er een te hoog inkomen was. 3. Overig minimabeleid: Voor de gemeenten: Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk en Zundert geschiedt de uitvoering van deze regeling hoofdzakelijk met het instrument webwinkel. Voor de gemeente Roosendaal voert het Werkplein alleen de schoolbijdrageregeling voortgezet onderwijs uit. De gemeente Rucphen heeft de uitvoering van haar minimabeleid niet bij het Werkplein belegd. In het jaar 2020 zijn er totaal 1.046 aanvragen ingediend (in 2019: 1.453), waarvan er 895 binnen 4 weken en 1.013 binnen 6 weken zijn afgewerkt. Inschatting is dat een (groot) aantal inwoners zich keurig aan de lockdown-maatregelen heeft willen houden en dat er daarom minder beroep op deze regeling is gedaan. Van die ingediende aanvragen zijn er 727 toegekend. Daarnaast heeft het Werkplein in jan.

2020 aan 567 huishoudens ambtshalve een bijdrage maatschappelijke participatie toegekend voor 26

webwinkelgebruik. Totaal hebben 1.420 huishoudens (=1.082 webwinkel – 338 overig: m.n. schoolbijdragen en tijdschriften) van deze minimaregeling gebruikt gemaakt. Van die gebruikers had 84,4% een Werkplein-uitkering (Pw-Ioaw-Ioaz) en 15,6% een ander inkomen. Voor een zo’n optimaal mogelijk gebruik van de toegekende webwinkelbudgetten heeft het Werkplein in september 2020 de betrokken huishoudens die nog een restant winkelbudget hadden aangeschreven om dit budget vóór 1 januari 2021 te benutten.

2.4.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het programma inkomensondersteuning wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (personele inzet) en gemeentelijke budgetten (programma). Deze laatste kosten worden 1-op-1 verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten worden gemaakt. Het door de gemeenten aan het Werkplein ter beschikking gestelde budget voor 2020, alsmede de ten laste van dat budget gebrachte uitgaven 2020 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Programma inkomensondersteuning

Lasten Bijzondere bijstand Minimabeleid (webshop) Collectieve zvw premie Externe adviezen Totaal lasten Baten Debiteuren bijz. bijstand Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2019

Begroting 2020 na wijziging

Jaarrekening 2020

Verschil

4.666.148 465.121 3.168.041 27.489 8.326.799

4.675.000 484.423 3.293.519 24.500 8.477.442

4.784.894 363.417 3.288.102 21.595 8.458.008

-109.894 121.006 5.417 2.905 19.434

428.299 428.299 7.898.499

390.000 390.000 8.087.442

428.100 428.100 8.029.908

38.100 38.100 57.534

1.862.812 961.867 884.107 3.272.012 517.486 400.215 7.898.499

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/29021