CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 07. RAV begroting 2022 en jaarstukken 2020.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel 25 zienswijzen begrotingen 2022 Gemeenschappelijke Regelingen31.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Denk hierbij aan pilots met nieuwe medische (digitale) apparatuur, het ontsluiten van informatie van en naar ketenpartners, het ondersteunen van nieuwe informatiebehoefte door gewijzigde functies en verantwoordelijkheden van het medisch personeel en de optimalisatie van de in 2021 geïntroduceerde app ter ondersteuning van de zorgevaluatiebegeleiding. 4.4

Financiën

Een van de hoofdverantwoordelijkheden van dit onderwerp is de “planning & control” met als taak het verzorgen van de verschillende informatieproducten inclusief analyse en advisering. Een andere verantwoordelijkheid is die voor de financiële administratie. Taken zijn dan onder meer het inrichten van de administratie (voldoen aan eisen BBV en behoefte organisatie) en het verwerken van de financiële mutaties. Ook Treasury valt onder de verantwoordelijkheden van Financiën. Taken zijn onder andere het (mede) opstellen van het Treasurystatuut, het daaraan uitvoering geven en daarover in het hoofdstuk Financiën rapporteren. 4.5

Facilitaire zaken en huisvesting

Facilitaire zaken richt zich op integrale beheersing van (en dienstverlening in en om) organisatiehuisvesting en –huishouding, ter ondersteuning van de gebruikers met ruimte, middelen, diensten en bescherming, resulterende in optimale productiviteit en kostenbeheersing voor de organisatie.

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 19

De hoofdtaken op het facilitair terrein liggen voor de RAV: -

coördinatie (groot) onderhoud contractmanagement ondersteunen van huisvestingsprojecten ondersteunen inkoop en aanbesteding ondersteunen logistieke handelingen

Het huisvestingsbeleid van de RAV wordt materieel in hoge mate bepaald door het landelijk referentiekader. Daarnaast geldt voor huisvesting en de daarvan afgeleide kosten zoals energie, schoonmaak, (groot) onderhoud en huur dat dit moet worden gerealiseerd binnen de strakke budgetkaders c.q. normen van NZa en zorgverzekeraars. Vooral de zorgverzekeraars in hun rol van zorginkopers hanteren daarbij steeds vaker het instrument van de benchmark voor de bepaling van deze budgetkaders Informatiebeheer (archiefbeheer) De RAV is bij de inrichting van zijn informatiebeheer gehouden aan de Archiefwet 1995 (indien in werking getreden vervangen door de nieuwe Archiefwet 2021). Het doel is informatie zo te beheren dat de bedrijfsvoering wordt ondersteund en de risico’s beheerst zijn. Eén keer in de twee jaar vindt er een toetsing plaats door de toezichthouder (stadsarchivaris gemeente ’s-Hertogenbosch). Eind 2018 is het Beleidsplan Informatiebeheer opgesteld. Het Beleidsplan Informatiebeheer heeft een concrete koers en prioritering uitgezet van de speerpunten op de belangrijkste risico’s, rekening houdend met de actuele ontwikkelingen als het gaat om integraal informatiebeleid. Het Beleidsplan Informatiebeheer en Plan van Aanpak Informatiebeheer zijn 18 december 2018 door alle stakeholders (intern/extern)* goedgekeurd.

Het Beleidsplan Informatiebeheer en Plan van Aanpak zijn met de stakeholders besproken in het Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie Noord-Brabant en goedgekeurd. Vanaf deze datum handelt HSC naar het Plan van Aanpak en Beleidsplan Informatiebeheer. In 2020 is het project ‘Duurzame documentenopslag zonder Decos’ succesvol afgerond en is de implementatie van Decos naar O365 goed verlopen. Team HSC DIV heeft regulier overleg met de gebruikers over het beheer van de sites in SharePoint. Uitgaande dat het Vernietigingsplan voor de MO’s (moederorganisaties die ondersteund worden door HSC en deelnemen aan het samenwerkingsverband HSC) in 2021 is goedgekeurd, vindt er jaarlijks vernietiging plaats van zowel analoge als digitale documenten/dossiers plaats, volgens de dan vastgestelde procedure voor het totale Archief- en Informatiebeheer. In 2021 zal het project uitfasering Citrix en schijven zijn gestart en afgerond. Afgesproken dat de MO’s hier zelf de verantwoording hebben voor de aanpak. Team HSC DIV adviseert over de aanpak en beheer. Verder is er bewaararchief van een paar voormalige rechtsvoorgangers van de stakeholders overgedragen naar het archiefdepot van de stakeholders. De stakeholders worden via het portefeuillehouder overleg op de hoogte gesteld van de update van het Plan van Aanpak.

Het portefeuillehouder overleg is 1x per kwartaal ingericht als SIO (Strategisch Informatie overleg) Overleg. Het SIO is het overlegplatform dat – afhankelijk van de governancestructuur in de betreffende organisatie – adviseert, uitvoeringsbesluiten neemt over de informatiehuishouding en beleidskaders ontwikkeld om deze te laten vaststellen door de bestuurder, gebaseerd op maatschappelijke ontwikkelingen, (wettelijke) kaders en actuele organisatiethema’s De aanpak van Archief- en Informatiebeheer is pragmatisch om stap voor stap te verbeteren, gericht op de (aller)belangrijkste risico’s die genoemd worden door de toezichthouder. Het plan van aanpak beschrijft 5 risico’s die de komende jaren opgepakt gaan worden. Vanaf 2019 t/m 2020 zijn er 3 risico’s gerealiseerd en de laatste twee zijn opgepakt in 2021 en wordt aan gewerkt.

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 20

4.6

Indicatoren BEGROTING

Kengetallen

JRR 2020

2021

2022

2023

2024

2025

aantal FTE (excl. FLO)

556,4

563,8

595,5

595,5

595,5

595,5

overhead: Totale kosten % van totale lasten

13,0%

12,5%

12,3%

12,4%

12,5%

12,5%

externe inhuur: kosten als % van totale loonsom

6,8%

3,8%

4,2%

4,2%

4,2%

4,3%

externe inhuur: totale kosten inhuur x € 1.000

3.147

2.046

2.006

2.036

2.067

2.098

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 21

5

PARAGRAAF FINANCIERING EN TREASURY

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury houdt zich bezig met risico’s die samenhangen met alle huidige en toekomstige kasstromen. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing. In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken inzicht moet geven in:  De rentelasten;  Het renteresultaat;  De wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen;  De financieringsbehoefte.

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 22

In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) worden de kaders aangegeven voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Op basis van de Wet Fido wordt hieronder nader ingegaan op de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentraal overheidsorgaan in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage (8,2%). In de onderstaande tabel staat de positie van de RAV. Hierin is in 2022 te zien dat de vlottende schulden onder de kasgeldlimiet blijven.

Begroot 2022

Prognose 2020

6.160

5.453

Opgenomen gelden korter dan 1 jaar

-

7.715

Schuld in rekening-courant

-

-

Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

-

-

Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld

13.776

6.061

13.776

13.776

Contante in kas

-

1

Tegoeden in rekening-courant

-

142

13.468

16.614

13.468

16.757

308

-2.981

Toegestane kasgeldlimiet

6.160

5.453

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

5.852

8.434

Omschrijving Omvang kasgeldlimiet

1 Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag in een bedrag

2 Omvang vlottende korte schuld

3 Vlottende middelen

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

4 Toets kasgeldlimiet Totaal netto-vlottende schuld (2-3)

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 23

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Dit komt er op neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. In onderstaand overzicht wordt de relatie gelegd tussen renterisico en renterisiconorm. Het overzicht laat zien dat er voldoende ruimte is ten opzichte van de renterisiconorm.

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

nvt

nvt

nvt

nvt

Renterisico 1

Renteherzieningen op leningen o/g

2

Betaalde aflossingen

1.900

1.400

1.400

1.400

3

Renterisico (1+2)

1.900

1.400

1.400

1.400

4

Rente-risiconorm

15.077

15.245

15.377

15.604

13.177

13.845

13.977

14.204

nvt

nvt

nvt

nvt

75.384

76.225

76.884

78.018

20%

20%

20%

20%

15.077

15.245

15.377

15.604

5a Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) 5b Overschrijding rente-risiconorm (3 > 4)

Renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4

Berekende rente-risiconorm (4a * 4b)

Schatkistbankieren Vanaf 2013 is de Wet Fido gewijzigd, waarbij het verplicht schatkistbankieren door decentrale overheden is ingevoerd. Het verplicht schatkistbankieren houdt in dat de RAV haar overtollige liquide middelen en beleggingen aan moet houden bij het ministerie van Financiën en niet langer bij private partijen/banken onder kan brengen. De RAV is begin 2014 begonnen met het Schatkistbankieren. Leningen Op 3 juli 2012 is er een lening afgesloten bij een bankinstelling, waarbij een gedeelte van de vaste activa gefinancierd wordt door langlopende leningen tegen een vast rentepercentage met jaarlijks dezelfde aflossing, binnen de normberekening van de NZa. Op 30 oktober 2019 is er nog een lening aangegaan ter vervanging van de lening in 2010 en 2011 en ter financiering van een gedeelte van de vaste activa. De verwachting is dat er in 2021 een lening noodzakelijk is van 3 miljoen ter financiering van de activa. Lening nummer

Ingangsdatum

Looptijd

Rente %

Lening BNG Lening BNG Totaal opgenomen leningen

40.107590 3-7-2012 40.113272 30-10-2019

10 jaar 10 jaar

2,25% 5.000.000 0,038% 11.000.000

0 7.700.000

16.000.000

7.700.000

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

Hoofd som

saldo eind 2022

Omschrijving

pagina 24

Renteschema

Schema renteberekening 2022

2022

2022

x € 1.000 x € 1.000

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

130

Externe rentebaten

-

Saldo

130 -

Rente van projectfianciering moet aan het betreffende taakveld toegerekend worden

61

Aan taakvelden toe te rekenen rente

69

Rente eigen vermogen

-

Rente over voorzieningen

-

Totaal rentetoerekening intern

-

Aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag)

69

Boekwaarde vaste activa per 1 januari

26.315

Berekende en gekozen renteomslagpercentage

0,26%

Werkelijk aan taakvelden(incl. overhead) toegerekende rente

69

Renteresultaat op het taakveld treasury

0

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 25

6 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: ▪ De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de GR RAV Brabant Midden-West-Noord beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, zijnde de reserves en voorzieningen; ▪ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn genomen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In 2015 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) aangepast. Op basis hiervan neemt de RAV een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. 6.1

Beleid omtrent reserves en voorzieningen en risico’s

De nota Reserves en Voorzieningen vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GR RAV Brabant Midden-West-Noord. Uitgangspunt is dat, indien er in totaliteit een negatieve reserve ontstaat, dit binnen een termijn van drie jaar wordt teruggebracht tot een positief saldo. De paragraaf risico’s brengt in beeld wat de belangrijke risico’s zijn en hoe we daarmee omgaan. Daarbij richten we ons op zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. De stand van de reserves is voldoende voor de dekking van de in paragraaf 6.3 benoemde en gekwantificeerde risico’s. 6.2 Reserves en voorzieningen (in duizenden euro’s) Prognose 31-12-22

Prognose 31-12-21

Algemene reserve Reserve Aanvaardbare Kosten (NZa) Reserve onderhoud panden Reserve reorganisatie Totaal reserves

902 11.460 302 742 13.406

902 11.460 560 742 13.664

Voorziening verlofsaldi Totaal voorzieningen

1.845 1.845

1.695 1.695

Totaal reserves en voorzieningen

15.251

15.359

6.3

Inventarisatie van de risico’s

De meest significante risico’s worden benoemd. De significante risico’s, vaak ook met een financiële impact worden gesignaleerd door gesprekken vanuit Control met de portefeuillehouders in de organisatie. Verder is er vanaf 2019 een BCM (Business Continuity Management) beleid, waarbij de processen binnen de RAV worden doorlopen en risico’s en acties worden benoemd. Binnen de planning & control cyclus houden we de vinger aan de pols en treffen we maatregelen bij financiële knelpunten. We informeren het bestuur daarover via de bestuursrapportages. Op een moment dat de RAV een risico loopt dat we niet binnen de reguliere begroting kunnen opvangen moeten we de reserves aanspreken of moeten deze als buffer dienen.

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 26

Verwacht risico (bedrag in miljoen €) 2019

Verwacht risico (bedrag in miljoen €) 2022

Budgettering NZa, lager dan de werkelijke kosten

landelijk overleg vanuit midden/laag AZN, lokaal overleg met de zorgverzekeraars

3,7

0

Prestatiecontract

midden/laag

sturing management/ in begroting reeds opnemen

0

0

ICT

laag

continu beveiligingsmaatregelen treffen

0

0

Persoonlijk levensfasebudget uren

laag

verplichting opgenomen

0

0

3,70

0,00

Risico

TOTAAL

Kans

Maatregel

Budgettering NZa, lager dan de werkelijke kosten De ambulanceopbrengsten worden verkregen via budget van het ministerie van VWS. Ambulancezorg Nederland onderhandelt samen met zorgverzekeraars Nederland met NZa over het budget indien dit op een bepaald onderdeel niet toereikend is. In 2019 was daar sprake van, mede door de loonontwikkeling binnen de ambulancesector (flinke loonstijging vanwege de nieuwe CAO/door FWG worden daarnaast nog de salarissen van de ambulanceverpleegkundigen hoger ingeschaald). Het was dan ook de vraag of dit in de toekomst volledig gedekt gaat worden door NZa, want de toename moet ook passen binnen het macro budget van VWS, dat beschikbaar is voor ambulancezorg. In 2020 is er door NZa boekenonderzoek verricht naar de werkelijke loonkosten en de overige personeelslasten. Dit heeft erin geresulteerd dat NZa deze budgetten vanaf 2021 heeft opgehoogd. Met de zorgverzekeraars is overeenstemming bereikt om dit ook reeds voor 2020 door te voeren. Dit betekent dat het risico dat in 2019 was geraamd op ca 3,7 miljoen gereduceerd kan worden tot nihil. Prestatiecontract Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid (maximaal ca. € 1.100.000) afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties.

Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%. Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt. De kans dat de RAV deze lokaal overeengekomen prestatieafspraken niet behaalt is erg klein. Er worden haalbare afspraken gemaakt waarop de RAV invloed heeft om ze ook te kunnen realiseren. In de begroting wordt voortaan rekening gehouden met mogelijke kortingen. ICT De afhankelijkheid van ICT kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Door het steeds opener karakter van de ICT stijgt het risico van het gebruik van privacygevoelige informatie. Ook stellen de overheid en de ketenpartners hogere veiligheidseisen; de data moet voldoende beveiligd zijn. Daarnaast moet de RAV met ingang van 2018 voldoen aan de NEN-normering voor de zorg en aan accountantseisen. Technisch hebben we al veel geregeld, want sinds 2018 zijn we voor de NEN 7510 norm gecertificeerd. Het informatiebeveiligingsmanagementsysteem (ISMS) Van het

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 27

HSC is ingericht en gecertificeerd. Daarnaast zijn er afspraken tussen HSC en RAV gemaakt, waarin o.a. de continuïteit van het bedrijfsproces met betrekking tot ICT is opgenomen. Persoonlijk levensfasebudget uren Het Persoonlijk Levensfasebudget (PLB) is een voorziening ten behoeve van het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de werknemer gedurende zijn loopbaan. Het PLB biedt de werknemer de mogelijkheid een evenwichtige balans te vinden tussen werk en privé. Vanwege de beheersbaarheid streven we er naar om dit in totaliteit voor de RAV op het eind van het jaar op maximaal 10.000 uur te houden. In de praktijk lukt dit niet helemaal, de meerdere uren worden als verplichting op de balans gezet. In het onderhandelaars-principeakkoord is overeengekomen dat medewerkers deze uren kunnen omzetten in een persoonlijk budget (geld). De verwachting is dat veel medewerkers hiervoor zullen kiezen, waardoor het balansrisico van een uren-stuwmeer zal afnemen. De conclusie is dat gezien de genoemde risico’s het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Kengetallen De hieronder vermelde kengetallen geven een eenvoudiger inzicht in de financiële positie van de RAV.

BEGROTING Kengetallen

JRR 2020

2021

2022

netto schuldquote

11,9%

22,5%

14,3%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

11,9%

22,5%

14,3%

solvabiliteitsratio

34,1%

33,6%

34,0%

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 28

7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2022 (x 1000 euro)

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

a) MKA Brabant Noord

1.811

1.977

166

1.983

2.056

73

a) MKA M.W. Brabant

2.574

2.865

291

2.458

2.699

241

b) RAV Brabant Noord

19.621

22.273

2.652

20.951

23.937

36.594

42.159

Saldo

1.992

2.018

26

2.556

2.757

201

2.986

22.470

25.638

3.168

5.565

39.066

44.713

5.647

66.084

75.126

9.301

-

9.043 9.301

-

258

258

75.385

75.384

0

Ambulancezorg

c) RAV M. W. Brabant

34.611

39.370

4.759

Subtotaal Programma

58.617

66.485

7.868

61.986

70.851

8.865

Overhead

7.865

-7.865

8875

0

-8.875

106

106

0

10

10

66.591

109

70.861

70.861

0

Mutatie reserves Totaal resultaat

66.482

0

Begroting 2021 is conform vastgestelde beleidsbegroting 2021 en inc. de 1e begr wijz. conform AB vergadering 1-7-2021.

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 29

8 INVESTERINGSBEGROTING 2022 (x 1000 euro)

(x 1000 euro)

Investerings begroting 2022

Gebouwen (Medisch) inventaris/opleidingsmateriaal/automatisering Wagenpark

0 350 2.890

Totaal investeringsbegroting 2022 RAV Brabant-MWN

3.240

BEGROTING 2022 RAV BRABANT MWN

pagina 30

BIJLAGE 1 STAAT VAN VASTE ACTIVA 31-12-2022

Omschrijving van de Kapitaalsuitgaven

Aanschafwaarde begin

Investeringen

2022

2022

Desinvesteringen 2022

Aanschafwaarde einde

Cumulatieve

Afschrijvings

Vrijval

Boekwaarde

Boekwaarde

afschrijvingen

kosten

afschrijving

begin

einde

2022

2.022

2022

2022

2022

2022

Gronden en terreinen Gebouwen

2.526.403

-

-

2.526.403

-

-

-

2.526.403

2.526.403

17.645.808

-

-

17.645.808

4.094.172

504.274

-

13.551.636

13.047.362

Wagenpark

12.117.763

2.890.000

2.890.000

12.117.763

7.108.723

1.926.200

2.890.000

5.009.041

5.972.841

Inventaris

1.029.230

150.000

150.000

1.029.230

403.307

105.877

150.000

625.923

670.046

Medische inventaris

4.500.426

200.000

200.000

4.500.426

1.451.043

475.409

200.000

3.049.384

2.773.975

Automatisering

1.392.861

-

-

1.392.861

548.759

301.338

-

844.102

542.763

850.000

-

-

850.000

141.667

283.333

-

708.333

425.000

40.062.492

3.240.000

3.240.000

40.062.492

13.747.670

3.596.432

3.240.000

26.314.822

25.958.390

Kleding Totaal

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 31

BIJLAGE 2: STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN Naam

Saldo aan Vermeerbegin van deringen dienstjaar 01.01.2021 in 2021

Verminderingen in 2021

Saldo aan Vermeereinde van deringen dienstjaar 31.12.2021 in 2022

Verminderingen in 2022

Saldo aan einde van dienstjaar 31.12.2022

Reserves Algemene reserve Algemene bedrijfsreserve

902.326

Subtotaal algemene reserve

902.326

Reserve aanvaardbare kosten RAV Brabant Noord RAV Midden/West Brabant MKA Brabant Noord MKA Midden/West Brabant

4.315.462 5.385.212 157.518 1.601.596

Subtotaal reserve aanv. kosten

11.459.788

902.326 0

902.326

0

-114.000

4.201.462 5.456.212 157.518 1.644.596

100.000

-114.000

11.459.788

100.000

-10.000

559.445 742.261

71.000 43.000 114.000

902.326

0

0

902.326

-52.000 -48.000

4.301.462 5.404.212 109.518 1.644.596

-100.000

11.459.788

-258.000

301.445 742.261

Bestemmingsreserves egalisatiereserve onderhoud panden Reorganisatiereserve

569.445 742.261

Subtotaal bestemmingsreserves

1.311.706

0

-10.000

1.301.706

0

-258.000

1.043.706

13.673.820

114.000

-124.000

13.663.820

100.000

-358.000

13.405.820

Totaal reserves : Voorzieningen Voorziening verlofsaldi

1.695.116

1.695.116

150.000

Totaal Voorzieningen :

1.695.116

0

0

1.695.116

150.000

0

1.845.116

15.368.936

114.000

-124.000

15.358.936

250.000

-358.000

15.250.936

Totaal reserves + voorzieningen : Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 32

1.845.116

BIJLAGE 3: MEERJARENRAMING RAV BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD (x 1000 euro) Begroting 2022 €

Raming 2023 €

Raming 2024 €

Raming 2025 €

Raming 2026 €

Bedrijfsopbrengsten Opbrengsten uit tarieven Mutatie financieringsoverschot/tekort

71.498 0

72.571 0

73.410 0

74.511 0

75.629 0

Wettelijk budget aanvaardbare kosten

71.498

72.571

73.410

74.511

75.629

Overige opbrengsten Gemeentelijke bijdrage

3.628 0

3.613 0

3.452 0

3.265 0

3.281 0

Som der bedrijfsopbrengsten

75.126

76.185

76.862

77.777

78.910

Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen Personeel derden Overige personeelskosten Kapitaallasten Huisvestingskosten Doorbelasting Het Service Center / GGD Toevoeging voorzieningen Overige bedrijfskosten

44.771 2.928 2.006 3.383 3.541 2.074 0 150 7.101

45.443 2.900 2.036 3.434 3.594 1.887 0 152 7.208

46.372 2.479 2.067 3.485 3.648 1.897 0 155 7.066

47.064 2.256 2.098 3.538 3.703 2.170 0 157 7.172

47.771 2.219 2.129 3.591 3.758 1.995 0 159 7.279

Som der bedrijfslasten

65.954

66.653

67.169

68.156

68.901

9.172

9.532

9.693

9.620

10.009

Financiële baten en lasten Overhead

-130 9.300

-132 9.440

-134 9.581

-136 9.725

-138 9.871

Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

-258

-40

-22

-240

0

Buitengewone baten Buitengewone lasten

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Buitengewoon resultaat

0

0

0

0

0

Gerealiseerd tot.saldo van baten en lasten

-258

-40

-22

-240

0

Mutatie algemene reserve (resultaat deelnemingen) Mutatie reserve onderh panden Mutatie reserve aanvaardbare kosten

0 -258 0

0 -40 0

0 -22 0

0 -240 0

0 0 0

0

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

Toelichting Er is een indexering toegepast van 1,5% op basis van recente indexgegevens. Er worden geen incidentele baten en lasten verwacht. Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 33

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 34

BIJLAGE 4: PROGNOSEBALANS PER 31-12-2022 1-1-2022

31-12-2022

Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa

26.315.000 0 15.120.000

25.959.000 0 13.468.000

Totaal activa

41.435.000

39.427.000

Reserves Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva

13.664.000 1.695.000 12.300.000 13.776.000

13.406.000 1.845.000 10.400.000 13.776.000

Totaal passiva

41.435.000

39.427.000

Activa

Passiva

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 35

BIJLAGE 5: EXPLOITATIEREKENING 2022 PER AFDELING Begr

Begr

Begr

Begr

Begr

Begr

Progn.

MKA

MKA

RAV

RAV

Totaal

Totaal

Totaal

BN

MWB

BN

2022

2022

2022

MWB

RAV

RAV

RAV

2022

2022

2021

2020

€

€

€

€

€

€

2.004

2.743

24.465

42.286

71.498

67.345

62.240

Mutatie financieringsoverschot/tekort

0

0

0

0

0

0

0

Wettelijk budget aanvaardb. kosten

2.004

2.743

24.465

42.286

71.498

67.345

62.240

Overige opbrengsten

14

14

1.173

2.427

3.628

3.508

4.257

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

2.018

2.757

25.638

44.713

75.126

70.853

66.497

1.518

2.084

17.820

29.316

50.738

47.745

43.006

FLO-kosten/regeling bezw. beroepen

0

0

842

2.086

2.928

2.876

3.544

Personeel derden

0

41

534

1.471

2.046

2.006

3.147

#

Bedrijfsopbrengsten Opbrengsten uit tarieven

Som der bedrijfsopbrengsten

Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten

Overige personeelskosten

104

172

1.168

2.726

4.170

3.676

2.450

Kapitaallasten

0

4

1.284

2.312

3.600

3.256

3.102

Huisvestingskosten

0

0

706

1.368

2.074

1.787

1.712

Doorbelasting Het Service Centrum

18

29

578

1.007

1.631

1.600

1.487

Toevoeging voorzieningen

0

0

50

100

150

0

358

Overige bedrijfskosten

427

428

2.584

4.478

7.917

7.816

7.591

Som der bedrijfslasten

2.066

2.757

25.567

44.864

75.254

70.762

66.397

-48

0

71

-151

-128

91

100

0

0

-65

-65

-130

-101

-97

-48

0

6

-216

-258

-10

3

Mutatie algemene reserve (resultaat deelnemingen)

0

0

0

0

0

0

0

Mutatie reserve onderhoud panden

0

0

-94

-164

-258

-10

-106

Mutatie reserve aanvaardbare kosten

-48

0

100

-52

0

0

109

0

0

0

0

0

0

0

Financiële baten en lasten

Gereal. tot. saldo van baten en lasten

Gerealiseerd resultaat

Onderstaand worden de grootste afwijkingen toegelicht. Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 36

Toelichting baten De opbrengsten uit tarieven zijn ten opzichte van de begroting 2021 met € 4.153.000 gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door extra landelijk budget voor paraatheiduitbreidingen ad € 1.488.000 en vanwege loon- en prijsindexering ad € 1.621.000. Verder verwachten we meer budget ten behoeve van de initiële opleidingskosten ad € 1.049.000. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 is er een stijging van € 9.258.000 vanwege de indexeringen 2021/2022 ad € 3.310.000 en omdat er extra landelijke budget is vrijgekomen voor paraatheiduitbreiding ad € 2.572.000. Verder neemt het budget toe met € 1.345.000 vanuit de post vrije marge regeling en overige kosten, dat beschikbaar komt om opleidingen te financieren van nieuwe medewerkers die personeel gaan vervangen dat bij ons uitstroomt. Tevens is er extra budget ad € 2.004.000 voor overige loonkosten die beschikbaar is gekomen na kostenonderzoek van NZa. Deze kostenpost was al jaren niet meer meegegroeid met de kostenstijgingen, zoals onder andere de toename van de kosten voor bedrijfskleding en de vergoeding voor woonwerk en reiskosten, voornamelijk als gevolg van de recente CAO aanpassingen. De overige opbrengsten nemen in 2022 met € 120.000 toe ten opzichte van de begroting 2021, vanwege de prijsindexering en een hogere vergoeding vanuit het Ministerie van VWS ten behoeve van de hogere FLO kosten.

Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 is er een daling van de overige opbrengsten van € 629.000 vanwege een lagere vergoeding vanuit het ministerie van VWS voor de FLO kosten/overgangsregeling bezwarende beroepen. Toelichting lasten De salarissen en sociale lasten (inclusief personeel derden) nemen ten opzichte van de begroting 2021 toe met € 2.993.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van de formatie vanwege paraatheiduitbreidingen ad € 1.789.000 en uitbreidingen binnen staf/management ad € 250.000 en vanwege de indexering van de loonkosten ad € 955.000. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 is er een stijging van € 7.732.000, dat veroorzaakt wordt door een toename van de formatie vanwege paraatheiduitbreidingen ad € 2.629.000 en vanwege de indexering 2021/2022 van de loonkosten ad € 3.344.000. Tevens zijn er personele uitbreidingen op de stafafdeling van € 250.000 en is een toename van overwerk en ORT (onregelmatigheid toeslag) verwacht van € 1.200.000, de ORT stijgt doordat in de nieuwe CAO deze toeslag is toegenomen. De FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen worden jaarlijks ingeschat op basis van personeel dat gebruik kan maken van de regeling bezwarende beroepen, de premies voor de levensloopregeling en versterkt ouderdomspensioen en de fiscale boetes die hierop rusten.

De verwachting is dat de kosten in 2022 met € 52.000 toenemen ten opzichte van de begroting 2021. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 dalen de kosten met € 616.000. De baten vanuit het ministerie van VWS zijn daardoor ook lager (zie overige opbrengsten). De overige personeelskosten nemen ten opzichte van de begroting 2021 toe met € 494.000. Dit wordt naast de indexering voornamelijk veroorzaakt door hogere opleidingskosten. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 is er een toename van € 1.719.000. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere opleidingskosten, omdat in 2020 vanwege de corona de opleidingen op een lager peil stonden dan normaal. Verder zijn er onder andere meer kosten voor verzekeringen personeel en werving en selectie. De kapitaallasten nemen met € 344.000 toe ten opzichte van de begroting 2021. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door meer investeringen in het wagenpark en kleding. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 is er een stijging van € 498.000, door met name investeringen in medische apparatuur en kleding. De huisvestingskosten stijgen ten opzichte van de begroting 2021 met € 287.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten voor groot onderhoud, dat ten laste komt van de Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 37

reserve onderhoud panden. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 stijgen de kosten met € 362.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering en de hogere kosten voor groot onderhoud, dat ten laste komt van de reserve onderhoud panden. De doorbelasting van Het Service Centrum neemt toe met € 31.000 ten opzichte van de begroting 2021, met name vanwege de prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 stijgen de kosten met € 145.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering. De toevoegingen aan voorzieningen betreft een dotatie aan de voorziening PLB-uren (persoonlijk levensfase budget De overige bedrijfskosten zijn € 101.000 hoger dan de begroting 2021. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2020 stijgen de kosten met € 326.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering.

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 38

BIJLAGE 6: BEGROTING 2022 NAAR TAAKVELDEN (in duizenden euro's) Jaarekening 2020

Begroting na

Begroting 2022

wijziging 2021 Lasten 0.1 Bestuur 0.10 Mutatie reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en l

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

85

-

68

-

69

-

-

106

-

10

-

258

-

-

-

-

110

0.4 Overhead

7.865

-

8.875

-

9.301

-

0.5 Treasury

97

-

101

-

130

-

7.1 Volksgezondheid/Ambulancezorg

58.435

66.486

61.818

70.852

65.884

75.126

Totaal resultaat

66.592

66.592

70.862

70.862

75.384

75.384

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 39

BIJLAGE 7 GEBRUIKTE AFKORTINGEN

ACE

Accredited Center of Excellence

AED

Automatische externe defibrillator

ALS

Advanced Life Support

AMBAC

Academie voor ambulancezorg

AQUA

Advanced Quality Assurance

BBV

Besluit begroting en verantwoording

BLS

Basic Life Support

BMH

Bachelor medische hulpverlening

BNG

Bank Nederlandse gemeenten

CAO

Collectieve arbeidsovereenkomst

CSZ

College sanering ziekenhuisvoorzieningen

CVA

Cerebrovasculair accident

CZO

College Zorg Opleidingen

EDQ

Emergency Dispatcher Quality

EED

Energy Efficiency Directive

FIDO

Financiering decentrale overheden

FLO

Functioneel leeftijdsontslag

FWG

Functiewaardering gezondheidszorg

GGD

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst

GHOR

Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen

GR

Gemeenschappelijke Regeling

HBO

Hoger beroepsonderwijs

HBO-V

Hoger beroepsonderwijs – Verpleegkunde

HR

Human Resources

HSC

Hét servicecentrum

IC

Intensive Care

ICT

Informatie en communicatie technologie

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 40

J&V

Justitie en Veiligheid

KTO

Klanttevredenheidsonderzoek

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

LMS

Learning Management Systeem

MJOP

Meerjarenonderhoudsplanning

MKA

Meldkamer ambulancezorg

MWN

Midden-West-Noord

NEN

Nederlandse norm

NIVEL

Nederlands instituut voor onderzoek van de eerstelijnsgezondheidszorg

Nza

Nederlandse zorgautoriteit

PCI

Percutane coronaire interventies

PLB

Persoonlijk levensfasebudget

ProQA

Professional Quality Assurance

RAK

Reserve aanvaardbare kosten

RAV

Regionale ambulancevoorziening

SEH

Spoedeisende eerste hulp

SiRM

Strategies in Regulated Markets

SZW

Sociale zaken en werkgelegenheid

TIAS

Tilburg Institute for Advanced Studies

TWaz

Tijdelijke wet ambulancezorg

UWV

Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

VWS

Volksgezondheid, welzijn en sport

VSAZ

Verpleegkundig specialist in ambulancezorg

WAZ

Wet ambulancezorg

WGR

Wet gemeenschappelijke regelingen

ZAMB

Zorgambulance

ZEB

Zorgevaluatiebegeleider

Begroting 2022 RAV BRABANT MWN Bijlagen

pagina 41

Aan de Raden van de gemeenten die deelnemen in de GR Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord

Kenmerk: Behandeld door:

Arie van Tilborg

Onderwerp:

Aanbiedingsbrief Jaarstukken 2020

Datum:

14 april 2021

E-mail:

a.tilborg@ravbrabantmwn.nl

Geachte Raad, Hierbij ontvangt u ter informatie de jaarstukken 2020 van de RAV Brabant MWN. De jaarstukken liggen momenteel ter goedkeuring bij de accountant en zijn nog niet voorzien van een accountantsverklaring. De accountant geeft aan voornemens te zijn een goedkeurende controleverklaring af te geven voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid, maar heeft nog een voorbehoud voor de in 2020 uitbetaalde zorgbonus, die vergoed is door het ministerie van VWS. Deze kosten moeten in de bijlage van de jaarrekening opgenomen worden, maar omdat het controleprotocol van het ministerie van VWS nog steeds niet gereed is, zal deze controle en aanpassing pas op een later tijdstip kunnen plaatsvinden, zie de brief hierover van Verstegen accountants. Het voorlopig exploitatieresultaat komt uit op een positief saldo van € 174.000 ten opzichte van een begroot resultaat van € 0. De belangrijkste afwijkingen zijn hieronder beschreven. RAV Midden- en West-Brabant Er werd in 2020 een negatief resultaat behaald van - € 93.000, terwijl er een positief resultaat van € 378.000 was begroot. Dit negatieve verschil wordt grotendeels veroorzaakt door: •

lagere NzA baten ad - € 411.000 vanwege een lager budget voor overige kosten (vergoeding voor nieuwe medewerkers, die in opleiding gaan en uitstromende medewerkers gaan vervangen) en minder vrije marge gelden. Daarentegen is er meer budget vanwege een hogere loon-/prijsindex dan begroot;

RAV Brabant Midden-West-Noord Postbus 3024 5003 DA Tilburg 085 044 22 00

www.ravbrabantmwn.nl info@ravbrabantmwn.nl

•

een overschrijding van de kapitaallasten ad - € 240.000, dat wordt veroorzaakt doordat in de begroting abusievelijk de afschrijvingskosten van de aanschaf ambulances in 2019 niet was meegenomen;

•

een dotatie aan de voorziening PLB-uren (persoonlijk levensfase budget) ad - € 202.000;

•

hogere huisvestingslasten ad – 60.000 als gevolg van een toename van de huurkosten, onderhoud en energielasten.

•

meer overige bedrijfskosten ad - € 54.000 o.a. voor beschermingsmiddelen, waskosten e.d vanwege de Coronapandemie.

•

een onderschrijding van de overige personeelskosten ad + € 376.000, dat grotendeels veroorzaakt wordt door lagere opleidingskosten, doordat nog niet alle begrote opleidingen ingevuld zijn vanwege de Coronacrisis, met name minder regionale scholingsdagen.

•

minder salariskosten/personeel derden ad +€ 122.000 vooral vanwege een lagere werkelijke loonindex dan de begrote index-.

RAV Brabant-Noord Er werd in 2020 een positief resultaat behaald van € 132.000 terwijl er een negatief resultaat van € 266.000 was begroot. Dit positieve verschil wordt grotendeels veroorzaakt door minder loonkosten, vanwege een lagere werkelijke loonindex dan de begrote index. De overige personeelskosten vallen ook lager uit, vanwege minder opleidingskosten, doordat nog niet alle begrote opleidingen ingevuld zijn vanwege de Coronacrisis, met name minder regionale scholingsdagen. Daarentegen waren er meer uitgaven voor beschermingsmiddelen, waskosten e.d vanwege de Coronapandemie. MKA Brabant Noord Er is in 2020 een positief resultaat behaald van € 46.000 terwijl er een negatief resultaat van € 58.000 was begroot. Dit positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door minder loonkosten, vanwege een lagere werkelijke loonindex dan de begrote index. De scholingskosten vallen ook lager uit, omdat minder mensen naar de opleiding zijn gegaan dan verwacht. MKA Midden- en West-Brabant Er is in 2020 een positief resultaat geboekt van € 89.000 terwijl er een positief resultaat van € 53.000 was begroot. Dit positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere loonkosten vanwege het synergie effect als gevolg van de samenvoeging met de meldkamer uit Zeeland en door een lagere werkelijke loonindex dan de begrote loonindex.

Verder vallen de scholingskosten lager uit, omdat minder mensen naar de opleiding zijn gegaan dan verwacht, hierdoor zijn er wel minder NzA baten dan begroot.

2

Het voorstel aan het Algemeen Bestuur zal zijn om het positieve resultaat van € 173.720 als volgt te bestemmen: •

ten gunste van de Reserve Aanvaardbare Kosten € 267.153 vanuit de MKA Midden- en West-Brabant, de MKA Brabant Noord en de RAV Brabant Noord;

•

ten laste van de Reserve Aanvaardbare Kosten € 93.433 vanuit de RAV Midden en West Brabant.

Daarnaast stelt het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur voor om, gezien het positieve resultaat van 2020 van € 174.000, in 2021 € 5.000 per gemeente beschikbaar te stellen, vrij te besteden aan versterking of verbetering van het AED-netwerk binnen de gemeente. Na goedkeuring van dit voorstel door het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 1 juli 2021 zullen de gemeenten (zoals ook in 2019) op de hoogte worden gesteld van het aanbod en de wijze waarop dit bedrag kan worden aangevraagd.

Covid-19-crisis Ritaanbod en aanrijtijden: Het jaar 2020 stond in het teken van de COVID-19-pandemie. De crisis had een groot effect op onze reguliere dienstverlening. Er was een groot ritaanbod van Corona besmette patiënten, maar het reguliere ambulancevervoer nam af. Wij vermoeden dat dit komt door angst voor besmetting in het ziekenhuis of ‘onnodige’ belasting van de zorg. Hierdoor bleef de ritproductie achter op het verwachte niveau. Wel was er sprake van een stijging van de gemiddelde duur van hulpverleningen doordat: •

bij elke COVID-verdachte rit de PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) moeten worden aanen uitgetrokken;

•

ambulances na elke ‘verdachte’ rit schoongemaakt en een half uur gelucht moeten worden;

•

DIA (directe inzet ambulances) tijdelijk werd stopgezet, vanwege de invoer van het pandemieprotocol op de meldkamer ambulancezorg. Hierdoor duurt het langer voordat een ambulance wordt uitgestuurd.

Hier kwam nog bij dat de hoge pieken in het ziekteverzuim regelmatig leidden tot uitval van diensten door gebrek aan inzetbaar personeel. Dit alles leidde tot een forse verslechtering van de prestaties in 2020. In de regio Midden- en West-Brabant bedroeg het overschrijdingspercentage van ritten met urgentie A1 12,4% (in 2019 was dit 7,6%). De regio Brabant-Noord scoorde 8,7% in 2020 (in 2019 7,7%). Inzetbaarheid personeel: Om de personeelscapaciteit te waarborgen tijdens de crisis werden de meeste neventaken tijdelijk gestopt. Opleiding en training werden voor de rest van het jaar afgelast, niet alleen met het oog op de

3

capaciteit, maar ook om de medewerkers na de piek van de crisis te ontzien en de tijd te geven om te herstellen. Na de zomerperiode werden een aantal kritische opleidingen hervat. Het ziekteverzuim steeg in regio BN van 4,60% in 2019 naar 4,84% in 2020. In de regio MWB steeg het percentage van 3,83% in 2019 naar 6,58% in 2020, niet alleen door de besmetting met Covid-19 zelf, maar ook door uitval als gevolg van hoge werkdruk en belasting. Het percentage medewerkers dat positief werd getest binnen de RAV Brabant MWN week niet af van het landelijke beeld in de ambulancesector en de ziekenhuizen.

Met vriendelijke groet,

G.T.B. Jacobs, directeur

Bijlagen: • •

Brief Verstegen De jaarstukken 2020 zijn gepubliceerd op de website van de RAV (www.ravbrabantmwn.nl) bij het onderdeel Organisatie en aldaar te downloaden.

4

JAARSTUKKEN 2020 Regionale Ambulance Voorziening BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD

INLEIDING Voor u ligt de jaarrekening 2020 van de RAV Brabant Midden-West-Noord. Met deze jaarrekening leggen wij verantwoording af aan het Algemeen Bestuur van de RAV over de verschillen tussen begroting en werkelijkheid in prestaties en financiën. De exploitatie van de RAV sluit af met een positief resultaat van € 173.720,=. Het Algemeen Bestuur van de RAV is bevoegd om de jaarrekening 2020 vast te stellen. ‘s-Hertogenbosch, 7 april 2021 Mevrouw M.T.M. Hendrickx Voorzitter van het Dagelijks Bestuur

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

Dhr. G.T.B. Jacobs Secretaris

pagina 1

INHOUDSOPGAVE

JAARVERSLAG ............................................................................................ 3 1 BELEIDSVERANTWOORDING .................................................................. 4 1.1 1.2 1.3 1.3 1.4 1.5

2

Doelstelling en activiteiten ..........................................................................4 Ontwikkelingen..........................................................................................5 Realisatie beleid ........................................................................................6 Vooruitzichten ...........................................................................................8 Financiële gang van zaken 2020 ..................................................................9 Risicomanagement 2020 .......................................................................... 10

PARAGRAFEN ...................................................................................... 11 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Paragraaf inkoop ..................................................................................... 11 Paragraaf onderhoud kapitaalsgoederen ..................................................... 11 Paragraaf bedrijfsvoering .......................................................................... 12 Paragraaf personeel ................................................................................. 16 Paragraaf financiering .............................................................................. 17 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................... 18 Beleidsindicatoren ................................................................................... 20 Begrotingsrechtmatigheid 2020 ................................................................. 21

JAARREKENING ......................................................................................... 23 3 GRONDSLAGEN ................................................................................... 24 3.1 3.2

4 5

Algemene grondslagen ............................................................................. 24 Specifieke grondslagen van waardering ...................................................... 24

BALANS PER 31 DECEMBER 2020 .......................................................... 26 TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2020 ............................ 27

5.1 5.2

6 7 8 9 10

Activa .................................................................................................... 27 Passiva ................................................................................................... 30

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN ............................... 33 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN......................... 34 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2020 ..................................... 36 TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2020 ..................... 37 OVERIGE GEGEVENS ........................................................................... 42

10.1 10.2 10.3

Resultaatbestemming............................................................................... 42 Bestuursverklaring ................................................................................... 43 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ................................... 44

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Staat van vaste activa ............................................................................46 Staat van reserves en voorzieningen ........................................................48 Staat van langlopende schulden ..............................................................49 Bestuurssamenstelling ............................................................................50 Outputrapportage ..................................................................................51 Specificatie financieringsverschil ..............................................................56 Kostenverdeelstaat van Het Service Centrum ............................................57 Overzicht van baten en lasten over 2020 per afdeling ................................58 MKA Brabant-Noord ...............................................................................59 MKA Midden- en West-Brabant ................................................................62 RAV Brabant-Noord ................................................................................65 RAV Midden- en West-Brabant.................................................................69

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

pagina 2

JAARVERSLAG

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

pagina 3

1

BELEIDSVERANTWOORDING

1.1

Doelstelling en activiteiten

De GR RAV Brabant Midden-West-Noord is op 31 oktober 2005 opgericht. Tot en met 31 december 2005 waren alle ambulance- en meldkameractiviteiten ondergebracht bij de GGD Hart voor Brabant en de GROGZ West-Brabant. Per 1 januari 2008 is al het personeel, dat voorheen nog gedetacheerd werd vanuit de GGD Hart voor Brabant en de GROGZ West-Brabant, ondergebracht in de GR RAV Brabant Midden-West-Noord. Verder is per 1 januari 2008 de activa, passiva en het personeel van Ambulancedienst Timmermans BV overgenomen door de RAV Midden- en West-Brabant. De Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-WestNoord heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen bijdragen.

De GR RAV Brabant Midden-West-Noord heeft tot taak:  Het instellen en instandhouden van een Regionale Ambulancevoorziening ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het instandhouden van een meldkamer ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het vaststellen en (doen) uitvoeren van het meerjarenbeleid van de regio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het (doen) leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord. Governancecode zorg daterend uit 2017

De zeven principes

Geef aan of u volledig Zo nee, leg uit voldoet aan het waarom wordt principe (ja/nee)* afgeweken

Principe 1 - Goede zorg De maatschappelijke doelstelling en ligitimatie van de zorgorganisaties is het bieden van goede zorg aan cliënten Principe 2 - Waarden en normen De raad van bestuur en raad van toezicht hanteren waarden en normen die passen bij de maatschappelijke positie van de zorginstelling Principe 3 - Invloed belanghebbenden De zorgorganisatie schept randvoorwaarden en waarborgen voor adequate invloed van belanghebbenden Principe 4 - Inrichting governance De raad van bestuur en raad van toezicht zijn een ieder verantwoordelijk voor de governance van de zorgorganisatie Principe 5 - Goed bestuur De raad van bestuur bestuurt de zorgorganisatie gericht op haar maatschappelijke doelstelling Principe 6 - Verantwoord toezicht De raad van toezicht houdt toezicht op de maatschappelijke doelstelling van de zorgorganisatie Principe 7 - Continue ontwikkeling De raad van bestuur en raad van toezicht ontwikelen permanent hun professionaliteit en deskundigheid Is de organisatie (naast de Governancecode zorg) onderworpen aan een andere code of wordt deze vrijwillig toegepast? Zo ja, welke code? ** Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

nee

nvt pagina 4

1.2

Ontwikkelingen

Coronacrisis (COVID-19) Het jaar 2020 stond in het teken van de COVID-19-pandemie. Op 26 februari 2020 vervoerde de RAV Brabant Midden-West-Noord de eerste met COVID-19 besmette patiënt in Nederland naar het ziekenhuis in Tilburg. De dagen daarna volgde de besmettingen elkaar in snel tempo op, en werd Brabant het epicentrum van de Corona-pandemie in Nederland. Eind februari werd opgeschaald naar code oranje en een CBT (crisisbeleidsteam) ingesteld. In juli kon worden afgeschaald naar code groen, maar na de zomer volgde de tweede golf die eind december nog steeds aanwezig was. Code oranje gold weer vanaf oktober tot de rest van het jaar. De crisis had een groot effect op onze reguliere dienstverlening. De hoge pieken in het ziekteverzuim hadden hun neerslag op de inzetbaarheid van medewerkers en daardoor de paraatheid en de prestaties. In maart en april was er een groot ritaanbod van Corona besmette patiënten naar het ziekenhuis, en van overplaatsingen vanuit de Brabantse ziekenhuizen naar elders in het land. Het reguliere ambulancevervoer nam af, waardoor de ritproductie achterbleef op het reguliere niveau.

Wel was er sprake van een stijging van de gemiddelde duur van de hulpverleningen doordat:  bij elke COVID-verdachte rit de PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) moeten worden aan- en uitgetrokken;  ambulances na elke ‘verdachte’ rit schoongemaakt en een half uur gelucht moeten worden;  DIA (directe inzet ambulances) tijdelijk werd stopgezet, vanwege de invoer van het pandemieprotocol op de meldkamer ambulancezorg;  de hoge pieken in het ziekteverzuim regelmatig leidden tot uitval van diensten door gebrek aan inzetbaar personeel. Door dit alles was er in 2020 een forse verslechtering van de prestaties. Om de personeelscapaciteit te waarborgen tijdens de crisis werden de meeste neventaken tijdelijk gestopt. Opleiding en training werden voor de rest van het jaar afgelast, niet alleen met het oog op de capaciteit, maar ook om de medewerkers na de piek van de crisis te ontzien en de tijd te geven om te herstellen. Na de zomerperiode werden een aantal kritische opleidingen hervat. Kantoorpersoneel werkte zoveel mogelijk thuis en bijna alle overleggen vonden digitaal plaats. Als gevolg van de crisis werden extra kosten gemaakt, o.a. vanwege het verbruik van grote hoeveelheden PBM en de inzet van externe vervoerders voor de overplaatsingen naar ziekenhuizen elders in het land.

De extra gemaakte kosten worden, indien er verder geen budgetruimte op andere posten is door de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS vergoed. Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wav) Op 1 januari 2021 werd de Wet ambulancevoorzieningen van kracht. Hierin is vastgelegd dat de vergunning tot ambulancezorg verleend wordt aan de huidige aanbieders, onder strakke overheidsregulering. Door de ambulancezorg wettelijk aan te merken als NEDAB (niet-economische dienst van algemeen belang) wordt voorkomen dat Europese aanbesteding plaats dient te vinden. Een mooie ontwikkeling, die de druk van de ketel haalt, maar die niet betekent dat we achterover kunnen leunen. De overheid gaat nauwlettend volgen of RAV-en aan de strenge eisen voldoen.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

pagina 5

1.3

Realisatie beleid

Prestatiecontracten zorgverzekeraars Conform de nieuwe bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg, die in 2014 werd ingevoerd, is de te leveren beschikbaarheid de basis voor het te ontvangen budget en niet meer de productie. Het door de NZa aan de RAV toegekende budget is het maximumbudget waarover in het lokaal overleg met de zorgverzekeraars moet worden onderhandeld. Bij deze onderhandelingen worden door zorgverzekeraars en RAV jaarlijkse prestatieafspraken overeengekomen. Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%. Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt. In 2020 werden voor beide RAV’s afspraken gemaakt over een drietal prestatieindicatoren: responstijd urgentie A1, responstijd urgentie A2 en nalevingsscore op de protocollen van het meldkameruitvraagsysteem ProQA. 

 

Responstijd urgentie A1: De afspraak op de responstijden A1 over 2020 met de zorgverzekeraars (94% binnen 15 minuten aangereden) werd in beide regio’s niet behaald. De RAV Midden- en West-Brabant behaalde een overschrijdingspercentage van 12,4% en de RAV Brabant-Noord scoorde 8,7% Responstijd urgentie A2: Brabant-Noord scoorde 3,8% en Midden- en West-Brabant 2,7%. Hiermee werd in beide regio’s de prestatieafspraak (95% binnen 30 minuten aangereden) ruim behaald. ProQA nalevingsscore: Zowel de RAV Midden- en West-Brabant als de RAV BrabantNoord scoorde in 2020 96% nalevingsscore. De prestatieafspraak van 94% werd daarmee door beide RAV’s behaald.

Als gevolg van het deels behalen van de prestatieafspraken kregen zowel RAV Midden- en West-Brabant als RAV Brabant-Noord een korting van 1,25% op het budget. Productie en prestaties In beide regio’s steeg het overschrijdingspercentage op de ritten met urgentie A1 in vergelijking met vorig jaar. Het achterblijven van de prestaties, ondanks de uitgevoerde paraatheidsuitbreidingen, is te wijten aan de gevolgen van de Covid-19-crisis (zie toelichting onder 1.2). De vraag naar personeel in de acute zorg blijft onveranderd hoog, waardoor het nog steeds erg lastig is om voldoende geschikte ambulanceverpleegkundigen aan te trekken. Voldoende geschikt personeel is een voorwaarde voor paraatheidsuitbreiding. Het is daarom belangrijk om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Een alternatief voor reguliere paraatheidsuitbreiding is uitbreiding van het aantal zorgambulances. Voor zorgambulances is het minder lastig om geschikt personeel te vinden, en zij rijden een groot deel van het besteld vervoer weg waardoor de spoedzorg wordt ontlast. Naast het reguliere zorgambulancevervoer nemen zij ook het vervoer van personen met verward gedrag voor hun rekening. In zowel Midden- en West-Brabant als in Brabant-Noord werd het aantal zorgambulances uitgebreid.

Daarnaast maakte het project Midden-complex ambulancevervoer in 2020 een doorstart, met als doel om alle zorgambulance in 2021 te upgraden naar midden-complex ambulances. Het huidige zorgambulancepersoneel wordt overeenkomstig bijgeschoold. Hierdoor kan in de loop van 2021 vrijwel al het planbaar vervoer worden uitgevoerd door de midden-complexe ambulancedivisie, waardoor de reguliere ambulances ontlast worden ten gunste van het uitvoeren van spoedvervoer.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

pagina 6

Paraatheid In de regio Midden- en West-Brabant zijn in 2020 de volgende paraatheiduitbreidingen gerealiseerd: 1 januari 2020 1 januari 2020 1 september 2020

Uitbreiding rapid responder (VSAZ) weekenddagen overdag op post Tilburg Uitbreiding zorgambulance op werkdagen overdag Uitbreiding zorgambulance alle dagen overdag

In de regio Brabant-Noord zijn in 2020 de volgende paraatheidsuitbreidingen gerealiseerd: 1 juni 2020

Uitbreiding zorgambulance op werkdagen overdag (tijdelijk tot 3112-2021) 1 september 2020 Uitbreiding reguliere ambulance alle dagen avonddienst post Berlicum* *) Vanwege een meer centrale ligging werd de post Veghel in oktober opgeheven en is de daar draaiende dagdienst verplaatst naar de nieuwe post Berlicum. Toekomstvisie: Ambulancezorg vanuit het hart In onze toekomstvisie is optimale waardecreatie voor de patiënt het streven. Dit willen wij bereiken door de juiste zorg te leveren, op de juiste plaats en het juiste moment. We brengen de patiënt naar de zorg óf, als dat beter past, de zorg naar de patiënt door werkelijk mobiele zorg te leveren. Zorgdifferentiatie biedt hierbij verschillende niveaus van zorg die beter aansluiten op de specifieke vraag van de patiënt. Pilot Verpleegkundig specialisten ambulancezorg in het primair proces: In het kader van zorgdifferentiatie is in januari 2019 een pilot gestart waarbij verpleegkundig specialisten ambulancezorg in de regio Tilburg worden ingezet in het primair proces. Tijdens de Covid19-crisis werden zij tijdelijk ingezet als extra ondersteuning. In het voorjaar van 2021 worden alle verpleegkundig specialisten ingezet in de parate dienst, naast Tilburg ook in de regio Den Bosch en in de tweede helft van 2021 in de regio Breda.

Pilot zorgcoördinatie: Ook werd intensievere samenwerking met ketenpartners gezocht in het streven naar zorgcoördinatie, waarbij de stip op de horizon is dat de hulpvraag van de patiënt op één plaats binnenkomt en van daaruit wordt doorgezet naar de juiste zorgverlener. In 2019 werd de RAV Brabant Midden-West-Noord geselecteerd om te starten met de pilot Zorgcoördinatie in de Bossche regio. We ontvangen hiervoor via de zorgverzekeraars subsidie van VWS. In deze pilot werkt de RAV Brabant MWN intensief samen met het Jeroen Bosch Ziekenhuis, de HAP Huisartsenposten Oost-Brabant, Brabant Zorg (VVT), Vivent (VVT), Farent (sociaal domein) en Reinier van Arkel (GGZ). Project medium-care ambulances: De landelijke pilots Medium Care zijn positief geëvalueerd waarna er groen licht was voor verdere uitrol in het land. Het project om onze zorgambulances te upgraden naar volwaardige midden-complexe ambulances is vanwege de Coronacrisis vertraagd, maar maakte vanaf september 2020 een doorstart. Verwachting is dat de eerste midden-complexe ambulances in het eerste halfjaar van 2021 operationeel zijn. Zorgevaluatie: De in 2015 gestarte thematische zorgevaluaties (in het kader van het project Patiëntveiligheid van binnenuit) werd in 2020 voortgezet. Speciaal hiervoor getrainde verpleegkundigen scoren de ritten van collega’s en koppelen deze scores terug door middel van evaluatiegesprekken.

Doel is door het verkrijgen van (zelf)inzicht in de kwaliteit van het verpleegkundig/medisch handelen, de kwaliteit van zorg en dus de patiëntveiligheid verder te vergroten. In 2019 werd gestart met dezelfde evaluatiemethodiek voor de ambulancechauffeurs. Als gevolg van de Covid-19-pandemie is de zorgevaluatie in 2020 grotendeels stil komen te liggen. Nevenactiviteiten werden gestaakt, om zoveel mogelijk medewerkers in de rijdienst in te kunnen zetten.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2020

pagina 7

Voortgang van het primaire proces ondanks het verhoogde ziekteverzuim en de langere rittijden had de hoogste prioriteit. De verwachting is dat de zorgevaluatie in het voorjaar van 2021 weer kan worden opgepakt. Kwaliteitskader 1.0 Jarenlang werd door VWS vastgehouden aan de 15-minutennorm om het niveau van ambulancezorg te beoordelen, bij gebrek aan alternatieve indicatoren, daarbij de ambulancesector uitdagen om met voorstellen te komen. Inmiddels heeft de sector een kwaliteitskader ontwikkeld dat is goedgekeurd en dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. Inmiddels is een begin gemaakt met het uitvragen van deze indicatoren. Jaarlijks zal de uitvraag worden uitgebreid tot de volledige set kan worden gerapporteerd.

Knelpunt personeel

Een van de grootste uitdagingen van de acute zorgsector in de komende jaren is te kunnen blijven beschikken over voldoende vakbekwaam personeel, met name ambulanceverpleegkundigen. De RAV ziet aanpassing van de instroomcriteria en functiedifferentiatie als oplossing voor dit probleem. Sinds 2019 worden BMH-afgestudeerden, na voltooiing van een intern traineeship, ingezet als ambulanceverpleegkundige. In oktober 2019 startte de interne opleiding tot ambulanceverpleegkundige voor HBO-V-afgestudeerden, in samenwerking met de RAV Groningen. Deze opleiding duurt 18 maanden en leidt circa 20 ambulanceverpleegkundigen per jaar op. Verder is er in ROAZ-verband veel aandacht voor samenwerking tussen ketenpartners op het gebied van werving en opleiding. Met het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis en het Bravis Ziekenhuis zijn afspraken gemaakt over het gezamenlijk opleiden van verpleegkundigen die daarna (in een duobaan) inzetbaar zijn op zowel SEH als ambulance. Landelijke meldkamersamenwerking (LMS) Een langlopende landelijke ontwikkeling is de LMS. Alle meldkamers in Nederland moeten conform de nieuwe regio-indeling worden samengebracht in maximaal 10 meldkamerlocaties. De ingebruikname door de centralisten van Brabant-Noord en BrabantZuidoost van de verbouwde meldkamer Oost-Brabant in ’s-Hertogenbosch vond in april 2019 plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1090/documents/29019