CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1674.2150VERBINDINGSWEG-0401_rb1.pdf

Gemeenteraad 21 november 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7a: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Verbindingsweg Tolberg32.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

O P G E S T E L D V O O R : G E M E E N T E R O O S E N D A A L / / O P G E S T E L D D O O R : S TA N T E C B V

Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal Mitigatie en compensatie voor de vliegroute van de gewone dwergvleermuis

OPGESTELD VOOR: GEMEENTE ROOSENDAAL OPGESTELD DOOR: S TA N T E C B V 22-8-2024 REFERENTIE: 327200315

Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal Mitigatie en compensatie voor de vliegroute van de gewone dwergvleermuis

In opdracht van: Gemeente Roosendaal Opgesteld door: Y. Adan L. Timmermans Projectnummer: 327200315 Documentnaam: Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal Datum: 22 augustus 2024

Versie

Vrijgegeven door

Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal

A.W.D. Roovers

Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl

Paraaf

Datum 22 augustus 2024

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen

Inhoudsopgave

1.0 Samenvatting

1

2.0 Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Doel

3 3 3

3.0 Huidige situatie en omgeving 3.1 Beschrijving plangebied 3.2 Geplande werkzaamheden

4 4 5

4.0 Beschermde soorten 4.1 Conclusies nader onderzoek 4.2 Effecten op beschermde soorten

8 8 8

5.0 Mitigerende maatregelen 5.1 Vliegroute Vleermuizen 5.2 Planning en aangepaste werkwijze 5.3 Overige maatregelen

10 10 16 16

6.0 Omgevingsvergunning voor flora- en fauna activiteiten 6.1 Alternatieven afweging 6.2 Wettelijk belang 6.3 Staat van instandhouding

18 18 20 20

7.0 Bronverwijzingen

23

Bijlage 1: Quickscan en nader onderzoek Flora & fauna Bijlage 2: Plantekening Bijlage 3: Te rooien bomen Bijlage 4: Quickscan bewonersvarianten en tracéstudie

1.0

SAMENVATTING

Ter plaatse van de verbindingsweg Tolberg is, in het kader van de Wet Natuurbescherming (nu Omgevingswet), door Eco Assist en quickscan flora en fauna uitgevoegd. Uit de quickscan is naar voren gekomen dat het plangebied geschikt is voor steenuil, kerkuil, kleine marterachtigen en vleermuizen (vliegroute). Naar deze soorten is vervolgens nader onderzoek gedaan om te bepalen of deze soorten gebruik maken van het plangebied en op welke wijze. Uit het nader onderzoek is gebleken dat er sprake is van een essentiële vliegroute voor vleermuizen ter plaatse van het Roosendaalswegje en de Willem Dreeslaan. Er zijn geen beschermde functies aanwezig van de overige soorten. Tabel 1: Conclusie t.a.v. vleermuizen naar aanleiding van het nader onderzoek Soort of soortgroep

Beschermde functies aanwezig Nee

Overtreding verbodsbepaling Nee

Vergunning Ow nodig Nee

EWP nodig* Nee

Kleine marterachtigen

Nee

Nee

Nee

Nee

Vleermuizen

Ja, essentiële vliegroutes

Ja, vernietiging essentiële vliegroutes

Ja

Ja

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Met de aanleg van de verbindingsweg en verwijderen van de bomen verdwijnt een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis. Hierdoor bestaat het risico dat indirect vaste rust- en verblijfplaatsen vernietigd worden. Hierdoor is sprake van een overtreding op de volgende verbodsbepalingen: • Beschermingsregime Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.3 Flora- en fauna-activiteiten soorten habitatrichtlijn Artikel 11.46. • lid 1a: het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn. • lid 1b: het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a. • lid 1d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a. Aangezien het plangebied geschikt is voor algemene broedvogels en algemene (vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren, dient ook voor deze soortgroepen gewerkt te worden middels een ecologisch werkprotocol. In de volgende tabel staan algemene maatregelen welke genomen dienen te worden voorafgaand en tijdens de werkzaamheden.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 1

Tabel 2: Te nemen maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen Soortgroep

Algemene broedvogels

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen foerageergebied en verblijfplaatsen

Vleermuizen vliegroutes

Maatregel

Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden, waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers/water wordt gewerkt buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen preventieve maatregelen te worden genomen voorafgaande aan het broedseizoen waarbij de vegetatie gelegen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kort wordt gehouden, door periodiek maaien en afvoeren. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet worden gewerkt. Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht.

Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient te worden gewerkt tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Om verstoring of doding te voorkomen zijn maatregelen nodig voorafgaand en tijdens de realisatiefase en tijdens de gebruiksfase. Er is nodig: - aangepaste planning en werkwijze (buiten het kwetsbare seizoen en dagdelen). - Mitigerende maatregelen voorafgaand aan de werkzaamheden (aanleggen vervangende vliegroutes). - Mitigerende maatregelen tijdens de werkzaamheden. - Permanente maatregelen in nieuwe fase (Hop-over, lichtplan, voorkomen verkeersslachtoffers en geschikte inpassing van groen).

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 2

2.0

INLEIDING

2.1 AANLEIDING De aanleiding voor het activiteitenplan is overtreding van verbodsbepalingen uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving met de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de wijk Tolberg in Roosendaal. Om de bereikbaarheid van de wijk Tolberg te verbeteren wordt een nieuwe weg aangelegd, worden nieuwe fietspaden aangelegd, worden t-splitsingen gewijzigd in rotondes en wordt de rijbaan verbreedt. In het kader van de ontwikkelingen is een quickscan flora & fauna (Eco assist, 2023) en nader onderzoek uitgevoerd (Eco Assist, 2023). Tijdens het nader onderzoek (bijlage 1) is een essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis aangetoond ter plaatse van de eikenlanen aan het Roosendaalswegje en de Willem Dreesweg. De vliegroute bij het Roosendaalswegje wordt ook gebruikt door enkele laatvliegers en ruige dwergvleermuizen. Met voorgenomen ontwikkelingen wordt de essentiële vliegroute ter plaatse van het Roosendaalswegje doorsneden en kan het toepassen van verlichting bij de nieuwe weg leiden tot verstoring of zelfs het geheel ongeschikt raken van de vliegroute. Ook kan ter plaatse van de Willem Dreesweg kan de vliegroute door de voorgenomen activiteiten ongeschikt gemaakt worden voor vleermuizen. Er is dan sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving.

Daarom is een omgevingsvergunning benodigd, waarbij een activiteitenplan bijgevoegd dient te worden.

2.2

DOEL

Het doel van het activiteitenplan is het verkrijgen van een omgevingsvergunning middels het beschrijven van de te nemen maatregelen om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen dan wel te verzachten. In het document worden de volgende vraagstukken behandeld: • Welke maatregelen worden genomen om negatieve effecten op de vliegroute en de aanwezige vleermuizen te voorkomen dan wel te verzachten? • Welke maatregelen worden genomen om de functionaliteit van de locatie voor de vleermuizen tijdens en na werkzaamheden te behouden? • Welke maatregelen worden genomen om te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning?

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 3

3.0

HUIDIGE SITUATIE EN OMGEVING

3.1 BESCHRIJVING PLANGEBIED Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom van gemeente Roosendaal, provincie NoordBrabant. Het tracé wordt aan de westzijde begrenst door de A58 en aan de oostzijde door het Molenbeekpad. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de wijk Tolberg, ten zuiden bevindt zich agrarisch gebied. Het plangebied is gelegen ten zuiden van Roosendaal en bestaat deels uit reeds bestaande lokale wegen en de bijbehorende bermen, maar ook uit de volgende landschapselementen: • Agrarische percelen momenteel vrijwel geheel in gebruik voor het verbouwen van gewassen. • Bomenlanen bestaande uit zomereik (Roosendaalswegje en Thorbeckelaan) en populieren (Willem Dreesweg), zonder holtes of grote stukken losse bast. • Intensief beheerde bermen met algemene grassen en algemene kruiden van voedselrijke omstandigheden met soorten als rode klaver, witte klaver, smalle weegbree, veldzuring, fluitenkruid en glad biggenkruid. In de berm van de Willem Dreesweg groeit daarnaast het zandblauwtje. • Houtwal (haaks op het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, hazelaar, boswilg en lijsterbes. • Recent aangeplante houtwal (parallel aan het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, lijsterbes, hazelaar, vogelkers en gewone braam.

• Rissebeek, ter plaatse van het plangebied als een diep ingeslepen sloot in het landschap met begroeiingen van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals riet, lisdodde, kattenstaart en grote brandnetel. • Sloten en greppels, gedurende het veldbezoek van de Quickscan allemaal droog staand met riet en algemene grassen en kruiden van voedselrijke omstandigheden zoals haagwinde, fluitenkruid, Sint Jacobskruiskruid, kleine brandnetel, grote wederik en gewone braam.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 4

In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1 Globale ligging plangebied welke rood omlijnd is (Bron: Eco Assist, 15-11-2023).

3.2

GEPLANDE WERKZAAMHEDEN

De uit te voeren activiteiten betreffen: • Het realiseren van een nieuwe weg (inclusief fietspaden, bermen, kruisingen en rotondes) en een tunnel onder het spoor; • Het verbreden en herinrichten van de bestaande weg; • Het kappen/rooien van bomen; • Het omliggende landschap opnieuw inrichten. De focus in het activiteitenplan ligt op de werkzaamheden die invloed hebben op de essentiële vliegroutes van vleermuizen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. In de bijlagen is een tekening van het gehele plangebied opgenomen (bijlage 2).

3.2.1

Roosdaalswegje

Ter plaatse van het Roosdaalswegje worden bomen gekapt ten gunste van de realisatie van een nieuwe kruising (zie figuur 2). Er zullen geen nieuwe bomen geplant worden, aangezien een belangrijk uitgangspunt voor de inpassing is dat de weg ‘door’ het landschap loopt. Dit houdt in dat de weg zelf geen begeleidende beplanting krijgt.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 5

Figuur 2 Visie voor het Roosdaalswegje (Bron: Landschappelijk inpassingsplan - kwaliteitsverbetering).

3.2.2

Willem Dreesweg

Ter plaatse van de Willem Dreesweg dienen de bestaande populieren ten zuiden van de weg gekapt te worden om de herinrichting van de bestaande weg en de aanleg van de spoortunnel mogelijk te maken. Tussen de rotonde van de Willem Dreesweg en het Molenbeekpad ontstaat hierdoor een open zicht op het landschap. De groenstrook ten noorden van de weg blijft behouden (zie figuur 4).

Figuur 3 Plantekening ter plaatse van de Willem Dreesweg

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 6

Figuur 4 Visie voor de Willem Dreesweg (Bron: Arcadis, mei 2023).

3.2.3

Te rooien bomen

In de onderstaande figuur zijn de te vervallen bomen voor het gehele project te zien (zie ook bijlage 3).

Figuur 5 Te vervallen bomen binnen het plangebied.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 7

4.0

BESCHERMDE SOORTEN

Ter plaatse van de verbindingsweg Tolberg is, in het kader van de Wet Natuurbescherming (nu Omgevingswet), door Eco Assist en quickscan flora en fauna en een nader onderzoek naar de steenuil, kerkuil, kleine marterachtigen en vleermuizen uitgevoerd. De rapportage van het nader onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1.

4.1

CONCLUSIES NADER ONDERZOEK

In de onderstaande tabel is weergegeven welke waarnemingen en conclusies gedaan zijn ten aanzien van de onderzochte soorten en de functies die het plangebied vervult voor de soorten. Uit het nader onderzoek is gebleken dat vleermuizen gebruik maken van het plangebied. In het plangebied zijn essentiële vliegroutes waargenomen van de gewone dwergvleermuis, waar enkele laatvliegers en ruige dwergvleermuizen ook gebruik van maken. Negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op de essentiële vliegroutes zijn niet uit te sluiten. Tabel 3: Conclusie ten aanzien van beschermde soorten naar aanleiding van het nader onderzoek en quickscan Soort Soort of soortgroep Beschermde functies Overtreding Vergunning Ow EWP aanwezig verbodsbepaling nodig nodig* Vogels met jaarrond Nee Nee Nee Nee beschermde nesten Kleine marterachtigen

Nee

Nee

Nee

Nee

Vleermuizen

Ja, essentiële vliegroutes

Ja, vernietiging essentiële vliegroutes

Ja

Ja

*Door te werken volgens een ecologisch werkprotocol wordt voorkomen dat een negatief effect optreedt op aanwezige beschermde soorten en functies.

4.2 EFFECTEN OP BESCHERMDE SOORTEN In onderstaande paragrafen wordt besproken wat de effecten zijn van de verschillende werkzaamheden op de aanwezigheid van de essentiële vliegroutes van de vleermuizen.

4.2.1

Effecten op de vleermuis

Met de voorgenomen activiteiten gaan essentiële vliegroutes van gewone dwergvleermuizen verloren. Met de ruimtelijke ingreep worden verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Ook kan indirecte verstoring in de realisatiefase en gebruiksfase op de vliegroutes niet worden uitgesloten. Er zijn maatregelen nodig om indirecte verstoring tegen te gaan.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 8

Er is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Beschermingsregime Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.3 Flora- en fauna-activiteiten soorten habitatrichtlijn Artikel 11.46. • lid 1a: het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn. • lid 1b: het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a. • lid 1d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a.

4.2.2

Effecten op overige soortgroepen

Algemene broedvogels

Alle vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Tijdens de quickscan en het nader onderzoek zijn algemene broedvogels waargenomen, hierdoor is een negatief effect op broedvogels in het broedseizoen niet uit te sluiten en is mogelijk sprake van een overtreding op de volgende verbodsbepalingen: • Beschermingsregime Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.2 Flora- en fauna-activiteiten Artikel 11.37. • lid 1a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. • lid 1b: het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels. • lid 1d bij: het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

Grondgebonden zoogdieren (vrijgesteld) Het plangebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende (vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren. Voor deze soorten dient rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht (artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Dit houdt in dat de werkzaamheden op een dusdanige wijze moet worden uitgevoerd dat voorkomen wordt dat soorten gedood worden. Dit wordt gewaarborgd door te werken middels een ecologisch werkprotocol.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 9

5.0

MITIGERENDE MAATREGELEN

Om schade aan beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken worden maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn opgesteld conform het Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Door gebruik te maken van de eisen die worden gesteld in het kennisdocument is aangenomen dat voldoende bescherming wordt geboden en dat de mitigerende maatregelen van voldoende kwaliteit zijn. De te nemen maatregel is het behouden en plaatselijk versterken van de kwaliteit van de bestaande vliegroute tussen de verblijfplaatsen en het foerageergebied.

5.1 VLIEGROUTE VLEERMUIZEN 5.1.1

Tijdelijke mitigatie

Wijze van mitigatie Tijdens het nader onderzoek zijn twee essentiële vliegroutes aangetoond; ter plaatse van het Roosendaalswegje en Willem Dreesweg (zie figuur 6). Met de geplande werkzaamheden zal deels ruimtebeslag optreden op beide essentiële vliegroutes; • Bij de Willem Dreesweg verdwijnt de zuidelijk gelegen populierenlaan (zie figuur 7). • Bij het Roosendaalswegje worden ter plaatse van de te realiseren kruising bomen gerooid (zie figuur 7).

Figuur 6 De locaties van de twee essentiële vliegroutes.

Met dit ruimtebeslag wordt de vliegroute aangetast en kan mogelijk de functie verloren gaan. Om de functie van de twee essentiële vliegroutes te behouden, dienen maatregelen genomen te worden om behoudt van de vliegroutes te waarborgen.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 10

Figuur 7 De bomen die gekapt worden. Ter plaatse van de rode omcirkeling liggen de essentiële vliegroutes.

Tijdens de werkzaamheden valt een deel van de vliegroute weg, om tijdens de werkzaamheden de functie van de essentiële vliegroutes te waarborgen dienen schermen geplaatst te worden om de tijdelijke gaten ter plaatse van de Willem Dreesweg en Roosendaalswegje op te vullen. Het verwijderen van de bomen die onderdeel uitmaken van de vliegroutes dient te worden uitgevoerd buiten de kwetsbare periodes van de gewone dwergvleermuis. Uit het nader onderzoek is gebleken dat de vliegroute essentieel is voor gewone dwergvleermuizen ten tijde van de kraamperiode. Deze periode loopt van april tot en met juli. In de onderstaande figuur is te zien wanneer de activiteiten uitgevoerd kunnen worden.

Figuur 8 Uitvoerkalander m.b.t. vliegroutes gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017).

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 11

Tijdens de kwetsbare periodes, met uitzondering van de winterrustperiode, moet bij voorkeur geen verlichting worden toegepast tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang.

Type tijdelijke mitigatie Willem Dreesweg Ter plaatse van de Willem Dreesweg worden alleen de populieren weggehaald ten zuiden van de weg. Ten noorden van de weg is nog een groenstrook met bomen en struwelen aanwezig die van voldoende kwaliteit is om de functie als vliegroute te vervullen. Door een goede inpassing van het weg begeleidend groen aan de noordzijde in de nieuwe situatie en een goed lichtplan kan de vliegroute behouden blijven en een gelijkende functie vervullen als in de oude situatie. Roosendaalswegje Ter plaatse van het Roosendaaswegje ontstaat een gat in de bestaande vliegroute. Het kan tijdelijke worden opgevuld met dubbele schermen. De schermen, minimaal 2 meter hoog, dienen gerealiseerd te worden op palen van minimaal 1,5 meter, waarbij de totale hoogte minimaal 3,5 meter dient te zijn. De schermen kunnen van stuifzanddoek of gaaswerk met maximaal 1,5 centimeter maaswijdte zijn, maar ook rietstengels of wilgentenen zijn geschikt. Vanwege de hoogte van de te rooien bomen, dienen in dit geval dubbele schermen geplaats te worden. De schermen worden als hop-over (vleermuispassage) geplaatst en over de weg gespannen (zie figuur 9 voor een impressie).

Figuur 9 Impressie van vleermuisschermen over de werkzaamheden (Zoogdiervereniging, 2024).

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 12

5.1.2

Ontmoediging

5.1.3

Permanente mitigatie

Deze voorzieningen moeten minimaal een maand voorafgaand aan het verwijderen van de oorspronkelijke vliegroute aanwezig zijn. Deze voorzieningen moeten tijdens de gehele periode van de werkzaamheden kunnen functioneren. De schermen dienen gecontroleerd te worden op mogelijke schade. Daarnaast is het van belang dat er geen bouwlicht schijnt op de tijdelijke route.

Roosendaalswegje Na de werkzaamheden dienen de tijdelijke schermen vervangen te worden voor permanente maatregelen. Ter plaatse van de realiseren kruising dient een Hop-over gerealiseerd te worden. De Hop-over dient hoog genoeg te zijn voordat de schermen verwijderd mogen worden. Dit dient gecontroleerd te worden door een ecologisch deskundige op het gebied van vleermuizen. Daarnaast is het van belang dat lichtverstoring aan het Roosendaalswegje zo veel mogelijk beperkt wordt. Dit kan door gebruik te maken van gerichte verlichting, maar ook het aantal verlichtingspunten tot het minimale te beperken.

Figuur 10 Voorbeelden voor de realisatie van een hop-over.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 13

Willem Dreesweg Uit het nader onderzoek blijkt dat de groenstrook ten noorden van Willem Dreesweg in de huidige staat als vliegroute kan dienen voor vleermuizen. In de nieuwe situatie dient de verlichting te worden aangepast zodat dit geen invloed heeft op de vliegroute. Verlichting Een lichtbron langs een lijnvormige structuur die als vliegroute wordt gebruikt, kan een negatief effect hebben op de functie. Tijdens de kwetsbare periodes moet bij voorkeur geen verlichting worden toegepast tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang. In de nieuwe situatie is een goed lichtplan noodzakelijk nabij de essentiële vliegroutes om lichtverstoring te voorkomen. Onderstaand staan een aantal principes die in acht genomen moeten worden: • Donker is het uitgangspunt • Plaats lampen daar waar het echt nodig is. • Kijk of er alternatieven zijn om toe te passen, bijvoorbeeld reflectoren. • Pas het aantal brandende lampen aan. Tijdens de kwetsbare periodes moet bij voorkeur geen verlichting worden toegepast tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang. Ook kan de intensiteit van de lamp aangepast worden. Op bepaalde momenten in de nacht of het seizoen kunnen de vleermuizen hiermee ontzien worden. • Plaats de lampen strategisch. Liefst niet te dicht bij de essentiële vliegroutes. • Laat lampen alleen branden op het moment dat het echt nodig is.

Pas dynamische verlichting toe die reageert op de aanwezigheid van weggebruikers. • Voorkom zoveel mogelijk lichtverstrooiing door het gebruik van lagere lichtmasten met naar beneden gerichte lichtbundels. • Richt het licht op de plek waar het nodig is door te zorgen dat er geen licht uitstraalt in andere richtingen. • Scherm het licht af met opgaande vegetatie (zie figuur 11 voor voorbeelden). (BIJ12, 2017)

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 14

Figuur 11 Lichtafscherming met opgaande vegetatie.

Verkeer Er zijn maatregelen nodig om ervoor te zorgen in de nieuwe situatie vleermuizen op voldoende afstand van verkeer kunnen oversteken, zodat aanrijdingen door voertuigen worden voorkomen en vliegroutes in stand blijven. Ter plaatse van de het Roosendaalswegje is het van belang dat de hop-over in stand gehouden wordt. De boomkronen dienen hoog genoeg te blijven. Hop-overs moeten gesnoeid worden om ze functioneel te houden.

5.1.4

Monitoring

Bij bewezen effectieve maatregelen is geen monitoring nodig omdat deze maatregelen al met voldoende zekerheid hebben aangetoond dat ze een positieve invloed hebben op de vleermuizen. Wel is ecologische deskundigheid noodzakelijk om te controleren of de maatregelen goed zijn uitgevoerd. Werken buiten kwetsbare periodes Activiteiten die negatieve effecten kunnen hebben op de gewone dwergvleermuis, worden uitgevoerd buiten de kwetsbare periodes van de gewone dwergvleermuis. Als dit niet mogelijk is, moet een alternatieven- en belangenafweging worden opgesteld waaruit de noodzaak voor de gekozen planning blijkt. Activiteiten waarbij een essentiële vliegroute aangetast of verwijderd wordt, vinden bij voorkeur plaats in de periode dat de gewone dwergvleermuis niet of minder actief is, dus in de periode dat ze in winterrust zijn.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 15

5.2 PLANNING EN AANGEPASTE WERKWIJZE De planning en de aanpaste werkwijze zijn opgesteld conform het BIJ12 document van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Volgens de documenten dient de uitvoering van de werkzaamheden plaats te vinden buiten de kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis. In onderstaande subparagrafen zijn aangepaste werkwijzen voor de soort nader beschreven. Derhalve zijn, voor de aanleg van de weg, de volgende maatregelen noodzakelijk: • Werken buiten kwetsbare periodes. Activiteiten waarbij een essentiële vliegroute aangetast of verwijderd wordt, vinden bij voorkeur plaats in de periode dat de gewone dwergvleermuis niet of minder actief is, dus in de periode dat ze in winterrust zijn. Dit is van november tot en met maart. Afhankelijk van de meteorologische situatie kan dit afwijken. Schakel een ecologisch deskundige in om te bepalen of de werkzaamheden doorgang kunnen vinden. • Alternatieve vliegroutes aanbieden. Een vervangende vliegroute moet functioneren op het moment dat de bestaande route wordt aangetast of verdwijnt door de werkzaamheden. Deze voorzieningen moeten minimaal een maand voorafgaand aan het verwijderen van de oorspronkelijke vliegroute aanwezig zijn. • Vermijden lichtverstoring. Tijdens de werkzaamheden dient lichtverstoring voorkomen te worden tijdens de actieve periode (april tot en met oktober) van de vleermuizen.

Werk niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom het gebruik van bouwlampen. • Inschakelen vleermuisdeskundige. Raadpleeg een vleermuisdeskundige bij het afwijken van het werkplan. • Opstellen ecologisch werkprotocol. Tijdens de werkzaamheden dient een ecologisch werkprotocol (EWP) aanwezig te zijn op de locatie.

5.3 OVERIGE MAATREGELEN Voorafgaand en tijdens de geplande werkzaamheden zijn de volgende maatregelen van toepassing: • Geen werkzaamheden uitvoeren na zonsondergang en voor zonsopkomst. • Alle werkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op de gewone dwergvleermuis moeten aantoonbaar worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis. • De deskundige stelt een ecologisch werkprotocol op. Dit ecologische werkprotocol moet op de locatie aanwezig zijn en de inhoud moet bij de betrokken werknemers bekend zijn. De activiteiten moeten aantoonbaar volgens dit protocol worden uitgevoerd. • Voordat de ingreep plaatsvindt dient een ontheffing in het kader van de Omgevingswet te worden aangevraagd en te worden goedgekeurd.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 16

5.3.1 Mitigerende maatregelen algemene broedvogels

Voor algemeen voorkomen broedvogels waarvan het nest alleen gedurende de broedperiode beschermd is zijn de volgende mitigerende maatregelen van toepassing: • De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden (ca. half maart tot half juli). • Indien niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden dienen de geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt. Schakel een deskundig ecoloog in voor nadere toelichting met betrekking tot de beschermde soorten. • Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broeden vogels ter plaatse aanwezig zijn.

5.3.2 Mitigerende maatregelen algemene grondgebonden zoogdieren •

• • •

Tijdens de werkzaamheden dient in acht te worden genomen dat incidenteel nog dieren in binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Bij aanwezigheid dient met een ecologisch deskundige af te worden gestemd wat te doen om te voorkomen dat dieren onnodig worden verstoord of gedood. Er mag geen onnodige schade of verstoring worden veroorzaakt met betrekking tot aanwezige flora en fauna. Er wordt zoveel mogelijk buiten de kwetsbare perioden gewerkt. Er wordt, bij het verwijderen van opgaande beplanting, een richting uit gewerkt zodat aanwezige dieren kunnen vluchten.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 17

6.0 OMGEVINGSVERGUNNING VOOR FLORA- EN FAUNA ACTIVITEITEN Om de werkzaamheden doorgang te laten vinden, is een omgevingsvergunning voor flora- en fauna activiteiten nodig voor: • Beschermingsregime Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.3 Flora- en faunaactiviteiten: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn; Artikel 11.46; lid 1a en 1b. De omgevingsvergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de voorwaarden vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 8.74k (soorten habitatrichtlijn): a) er geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat; b) de activiteit nodig is voor de genoemde belangen; en c) aan het gestelde ten aanzien van de staat van instandhouding van de soort wordt voldaan.

6.1 ALTERNATIEVEN AFWEGING Bij de alternatieven afweging wordt gekeken waarom voor het realiseren van het doel van de activiteiten geen andere locatie beschikbaar is, geen betere inrichting mogelijk is en welke afwegingen zijn gemaakt met betrekking tot de periode waarin gewerkt wordt en welke werkmethode gekozen is.

6.1.1

Andere locatie

In de planvorming zijn in een vroegtijdig stadium participatiebijeenkomsten gehouden met omwonenden. De bewoners zijn meegenomen in de besluitvorming van het project. Er zijn dertien varianten beoordeeld, deze zijn verwerkt in een quickscan bewonersvarianten (Goudappel Coffeng, 2020). Het beoordelingskader bestond uit bereikbaarheid (bereikbaarheid ziekenhuis en bereikbaarheid wijk Tolberg), ruimtelijke impact (benodigde ruimte voor de realisatie en te saneren woningen en gebouwen), Hulpdiensten (effect op reistijd hulpdiensten) en kosten. Op basis van deze afweging zijn vier voorkeursvarianten nader toegelicht in een tracéstudie (Goudappel Coffeng, 2020). Zie bijlage 4 voor beide rapportages. In de tracéstudie is gekeken naar de verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en effecten op milieu, geluidsoverlast en luchtkwaliteit. Het huidige plan is de meest geschikte variant met betrekking tot de hiervoor genoemde punten. De gemeente Roosendaal heeft naar aanleiding van de resultaten van de tracéstudie en het overleg met de betrokkenen en de stakeholders, een nieuwe tracévariant opgesteld. Het betreft een optimalisatie van voorkeursvariant 2a. De volgende conclusies komen uit het rapport:

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 18

Analyse verkeer Het voorkeursalternatief heeft een verschuiving van verkeer in het studiegebied tot gevolg: • Het verkeer rondom het centrum van Roosendaal neemt af door de verplaatsing van het ziekenhuis. • Het nieuwe tracé zorgt voor een meer directe verbinding tussen Tolberg en A58/Wouw. Hierdoor maakt het gemotoriseerde verkeer minder gebruik van sluiproutes. • De ondertunneling zorgt voor een gunstigere route via Willem Dreesweg ten zuiden van Tolberg en N262 richting centrum. Verkeersafwikkeling De mate van verkeersafwikkeling op relevante kruispunten in het studiegebied is in beeld gebracht. • Kruispunt 1: Aansluiting 25 Wouwse Plantage - noordelijk kruispunt: kan het verkeer goed afwikkelingen door middel van een enkelstrooksrotonde. • Kruispunt 2: Aansluiting 25 Wouwse Plantage - zuidelijk kruispunt: kan het verkeer goed afwikkelingen door middel van een verkeerslichten. • Kruispunt 3: Nieuw tracé - Ziekenhuis: het verkeer kan goed worden afgewikkeld door middel van een enkelstrooksrotonde. • Kruispunt 4: Nieuw tracé - Huijbergseweg: een enkelstrooksrotonde kan het verkeer goed afwikkelen in de ochtend- en avondspits. • Kruispunt 5: Nieuw tracé - Thorbeckelaan zuid: kan het verkeer goed afwikkelingen door middel van een enkelstrooksrotonde.

• Kruispunt 6: Nieuw tracé - Rietgoorsestraat: een enkelstrooksrotonde kan het verkeer goed afwikkelen in de ochtend- en avondspits. • Kruispunt 7: Thorbeckelaan - Willem Dreesweg: kan het verkeer goed afwikkelingen door middel van een enkelstrooksrotonde. • Kruispunt 8: Willem Dreesweg - Bergrand: het verkeer kan niet goed warden afgewikkeld door middel van de huidige vormgeving, een voorrangskruispunt. Bij de realisatie van een enkelstrooksrotonde kan het kruispunt het verkeer goed afwikkelen. • Kruispunt 9: Thorbeckelaan - Hoekstraat: kan het verkeer goed afwikkelen in de huidige vormgeving, als voorrangskuispunt. • Kruispunt 10: Willem Dreesweg - Damastberg: In de huidige vormgeving, als voorrangskruispunt kan het verkeer goed warden afgewikkeld op het kruispunt.

6.1.2

Inrichting

In het inrichtingsplan is gekeken naar de volgende onderdelen: beleidskader, cultuurhistorie, landschappelijke analyse, milieuonderzoeken en voorgaande onderzoeken (participatie onderzoek en tracéstudie). Voor de inrichting van de verbindingsweg ter plaatse van de essentiële vliegroutes is zoveel mogelijk rekening gehouden met landelijk karakter van het gebied. Om het landelijk karakter te behouden dient de zichtbaarheid van de weg in het landschap zoveel mogelijk beperkt te worden. Ter plaatse van de Willem Dreesweg worden de populieren aan de zuidzijde van de weg verwijderd. De groenstrook met bomen en struwelen aan de noordzijde blijven behouden waardoor de functie als vliegroute voor vleermuizen in de nieuwe situatie in kwaliteit niet afneemt. Ter plaatse van het Roosdaalswegje wordt rekening gehouden in de inrichting met de vliegroutes door een hop-over te realiseren.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 19

6.1.3

Alternatieve periode en werkmethode

In het activiteitenplan is opgenomen dat buiten de kwetsbare periode van vleermuizen gewerkt wordt en dat een aangepaste werkmethode toegepast dient te worden. In de alternatieven afweging is gekeken in welke periode en met welke werkmethode het minste impact is op vleermuizen (zie hoofdstuk 5).

6.2 WETTELIJK BELANG De omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten wordt aangevraagd onder de belangen, zoals omschreven in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); artikel 8.74k; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; De wijk Tolberg in de gemeente Roosendaal heeft al jaren te maken met een slecht bereikbaarheid. De spoorwegovergangen vormen een barrière voor het verkeer van en naar de wijk Tolberg. Daarnaast is inmiddels duidelijkheid over de nieuwe locatie van het Bravis ziekenhuis. De wordt in 2025 op de locatie Bulkenaar gerealiseerd. De bereikbaarheid van het ziekenhuis is in het belang van de volksgezondheid. In het huidige plan is het ziekenhuis makkelijker te bereiken en is het effect van de reistijd-aanrijroutes van hulpdiensten zo optimaal mogelijk. Om de verkeersveiligheid en bereikbaar van Tolberg te bevorderen worden fietspaden aangelegd, worden t-splitsingen gewijzigd in rotondes, wordt de rijbaan verbreedt en om de overlast van sluipverkeer in het buitengebied terug te dringen wordt een verbinding met de weg naar de Bulkenaar aangelegd. Dit is in het belang van de openbare veiligheid.

6.3 STAAT VAN INSTANDHOUDING 6.3.1

Landelijke staat van instandhouding

Landelijk gezien nemen de aantallen van gewone dwergvleermuis buiten de steden licht toe. De populatietrend is matig positief (BIJ12, 2024). In Nederland is de gewone dwergvleermuis de meest voorkomende soort en komt vrijwel overal voor, met name in de bebouwde omgeving. In de periode van 2015 tot 2019 is wel een stijgende lijn waargenomen en een toename van 15% (figuur 12). De soort staat daarnaast omschreven als ‘Thans niet bedreigd’ en ‘algemeen voorkomend’ op de Rode Lijst 2020. De landelijke verspreiding is weergeven in figuur 13.

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 20

Figuur 12 Landelijke trend gewone dwergvleermuis 2015 tot 2019 (Bron: CBS, Zoogdiervereniging).

Figuur 13 Landelijke verspreiding van de gewone dwergvleermuis (NDFF & Zoogdiervereniging, 2023).

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 21

6.3.2

Lokale staat van instandhouding

Tijdens het nader onderzoek naar het gebruik van de vliegroutes zijn meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen. Naast deze soorten zijn ook een aantal laatvliegers en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Op basis van de waarnemingen en de gegevens uit de NDFF dat de lokale populatie gewone dwergvleermuizen gezond is (zie figuur 14). Met de voorgenomen activiteiten kan de vliegroute van verblijfplaats in de bebouwing naar het foerageergebied doorbroken worden. Met gerichte maatregelen kan verslechtering van de lokale staat van instandhouding voorkomen worden (zie hoofdstuk 5).

Figuur 14 Verspreidingsgegeven gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis (NDFF, 2024).

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 22

7.0

BRONVERWIJZINGEN

BIJ12. (2017, juli). Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis1.0.pdf Eco assist. (2023). Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal. Helmond. Eco Assist. (2023). Nader onderzoek verbindingsweg Tolberg Roosendaal. Helmond. Goudappel Coffeng. (2020). Quickscan bewonersvarianten Gemeente Roosendaal. Roosendaal. Goudappel Coffeng. (2020). Tracéstudie Tolberg. Roosendaal. NDFF & Zoogdiervereniging. (2023). Gewone dwergvleermuis. Opgehaald van www.verspreidingsatlas.n: https://www.verspreidingsatlas.nl/8496199# Zoogdiervereniging. (2024). Kunstmatige vliegroutes voor vleermuizen zijn effectief. Opgehaald van Zoogdiervereniging: https://www.zoogdiervereniging.nl/actueel/nieuws/kunstmatigevliegroutes-voor-vleermuizen-zijn-effectief

Stantec | Activiteitenplan Verbindingsweg Tolberg te Roosendaal 23

Bijlagen Bijlage 1: Quickscan en nader onderzoek Flora & fauna Bijlage 2: Plantekening Bijlage 3: Te rooien bomen Bijlage 4: Quickscan bewonersvarianten en tracéstudie

Bijlage 1: Quickscan en nader onderzoek Flora & fauna

Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal In het kader van de Wet natuurbescherming & het Natuurnetwerk Nederland

In opdracht van: Gemeente Tilburg

Colofon In opdracht van

Gemeente Roosendaal

Contactpersoon

P van de Watering

Datum

15 november 2023

Kenmerk

RA22086-02

Aantal pagina’s

34

Status rapport

Definitief

Contactpersoon

Benjamin Backx

Telefoonnummer

06 1511 4537

E-mail

info@ecoassist.nl Backx, B.J.A., 2023. Ecologische quickscan Verbindingsweg

Wijze van citeren

Tolberg Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming & het Natuurnetwerk Nederland. Rapport RA22861-02. Eco Assist, Helmond.

Eco Assist B.V.

Eco Assist is lid van het Netwerk Groene Bureaus:

Wildenborchlaan 62

brancheorganisatie voor kwaliteitsverbetering en

5709 RR Helmond

belangenbehartiging

06 15 114 537 info@ecoassist.nl www.ecoassist.nl Eco Assist B.V. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Eco Assist; opdrachtgever vrijwaart Eco Assist voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © copyright Eco Assist B.V./ Gemeente Roosendaal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van Gemeente Roosendaal. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Eco Assist, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

2 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

Inhoudsopgave

COLOFON ..................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 5

1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................ 5 1.2 DOEL ...................................................................................................................................... 5 2.

PLANGEBIED & INGREEP ........................................................................................................ 6

2.1 LOCATIE .................................................................................................................................. 6 2.2 BESCHRIJVING ......................................................................................................................... 6 2.3 PLANNING .............................................................................................................................. 7 3.

WERKWIJZE ........................................................................................................................... 8

4.

ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN ................................................................ 9

4.1 NATURA 2000 ......................................................................................................................... 9 4.2 NATUURNETWERK NEDERLAND (NNN) ....................................................................................10 4.3 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN ....................................................................................11 5.

ONDERZOEKSRESULTATEN SOORTBESCHERMING ...................................................................12

5.1 PLANTEN ................................................................................................................................12 5.2 VOGELS ..................................................................................................................................12 5.3 ZOOGDIEREN .........................................................................................................................14 5.3.1 VLEERMUIZEN .....................................................................................................................14 5.3.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN .........................................................................................17

3 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

5.4 REPTIELEN .............................................................................................................................19 5.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................19 5.6 VISSEN ...................................................................................................................................20 5.7 VLINDERS EN LIBELLEN ...........................................................................................................20 5.8 OVERIGE ONGEWERVELDEN ....................................................................................................20 6.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................21

6.1 GEBIEDSBESCHERMING ...........................................................................................................21 6.1.1 6.1.1 NATURA 2000 .............................................................................................................21 6.1.2 NATUURNETWERK NEDERLAND (NNN) .................................................................................21 6.1.3 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN .................................................................................21 6.1.4 VOGELS ...............................................................................................................................22 6.1.5 VLEERMUIZEN .....................................................................................................................23 6.1.6 OVERIGE SOORTEN ..............................................................................................................23 6.2 SAMENVATTING .....................................................................................................................23 7.

BRONNEN ............................................................................................................................25

7.1 RAPPORTAGES & BOEKEN .......................................................................................................25 7.2 WEBSITES ..............................................................................................................................25 BIJLAGE 1: FOTO’S PLANGEBIED....................................................................................................26 BIJLAGE 2: WET- EN REGELGEVING................................................................................................31

4 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De wijk Tolberg in het zuidwesten van Roosendaal kent al jaren problemen met de bereikbaarheid. Om de bereikbaarheid van de wijk Tolberg te verbeteren wordt een nieuwe weg aangelegd. Deze nieuwe weg past niet in het vigerend bestemmingsplan, waardoor een bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen om deze nieuwe weg juridisch-planologisch mogelijk te maken. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om , voordat deze ingreep plaatsvindt, onderzoek te doen naar de effecten van de ingreep op beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN)) en flora en fauna welke beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Deze rapportage geeft de resultaten van de uitgevoerde ecologische potentie -inschatting weer, een zogenaamde quickscan. Hierbij wordt aangegeven welke beschermde planten en dieren mogelijk voorkomen in het plangebied en wat de te verwachten effecten van de ingreep hierop zijn. Daarnaast is een eerste inschatting uitgevoerd van het effect van de ingreep op beschermde gebieden.

1.2 Doel De quickscan beantwoordt de volgende vragen: •

Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?

•

Welke beschermde planten en dieren komen potentieel voor in het plangebied?

•

Heeft de ingreep mogelijk een effect op beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?

•

Heeft de ingreep mogelijk een effect op beschermde planten en dieren?

•

Heeft de ingreep effect op onder de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden?

•

Leidt de ingreep tot een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om overtreding van de Wet natuurbescherming en gebiedsbescherming te voorkomen?

5 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

2. Plangebied & ingreep 2.1 Locatie Het plangebied bestaat uit het tracé voor Verbindingsweg Tolberg onder andere bestaande uit een gedeelte van de Thorbeckelaan in Roosendaal (Noord-Brabant). Het tracé wordt aan de westzijde begrenst door de A58 en aan de oostzijde door het Molenbeekpad. In Figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap, 2022.

2.2 Beschrijving Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van de stad Roosendaal. Dit gebied heeft een landelijk karakter en wordt momenteel voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. Daarnaast bestaat het uit reeds bestaande lokale wegen en de bijbehorende bermen. Binnen het plangebied zijn geen woningen of andere gebouwen gelegen. Het plangebied heeft de volgende landschapselementen en eigenschappen welke van belang zijn voor de potentie van het gebied voor beschermde soorten (zie ook Bijlage 1): •

Agrarische percelen momenteel vrijwel geheel in gebruik voor het verbouwen van gewassen.

•

Bomenlanen bestaande uit zomereik (Roosendaalswegje en Thorbeckelaan) en populieren (Willem Dreesweg), zonder holtes of grote stukken losse bast.

6 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

•

Intensief beheerde bermen met algemene grassen en algemene kruiden van voedselrijke omstandigheden met soorten als rode klaver, witte klaver, smalle weegbree, veldzuring, fluitenkruid en glad biggenkruid. In de berm van de Willem Dreesweg groeit daarnaast het zandblauwtje.

•

Houtwal (haaks op het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, hazelaar, boswilg en lijsterbes. Recent aangeplante houtwal (parallel aan het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, lijsterbes, hazelaar, vogelkers en gewone braam.

•

Rissebeek, ter plaatse van het plangebied als een diep ingeslepen sloot in het landschap met begroeiingen van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals riet, lisdodde, kattenstaart en grote brandnetel.

•

Sloten en greppels, gedurende het veldbezoek allemaal droog staand met riet en algemene grassen en kruiden van voedselrijke omstandigheden zoals haagwinde, fluitenkruid, Sint Jacobskruiskruid, kleine brandnetel, grote wederik en gewone braam.

2.3 Planning Het project bevindt zich momenteel nog in de voorbereidingsfase. De eerste stap is de aanpassing van het bestemmingsplan. De exacte planning van de werkzaamheden is daarmee nog niet bekend. Het voornemen is om de weg voor eind 2025 te realiseren.

7 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

3. Werkwijze Om te komen tot een volledige potentie-inschatting zijn de volgende stappen doorlopen: •

Het plangebied werd op 8 juli 2022 bezocht door ecoloog Benjamin Backx MSc. Daarbij is in het plangebied en de directe omgeving daarvan gezocht naar beschermde soorten en sporen die wijzen op hun aanwezigheid. Hierbij is tevens de potentie van het plangebied voor beschermde soorten bepaald, een zogenaamde habitat geschiktheidsbeoordeling. Tijdens het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp en fototoestel.

•

De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen delen van het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden werd bepaald.

•

Met behulp van verspreidingsatlassen, websites met verspreidingsdata en de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) werd bepaald of in het plangebied recentelijk beschermde soorten zijn waargenomen.

•

Op basis van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek werd op grond van een deskundigenoordeel bepaald of beschermde planten- en diersoorten in het plangebied voor kunnen komen.

•

In overleg met de opdrachtgever is de ingreep bepaald welke in het plangebied plaats gaat vinden.

•

Op basis van de beschreven ingreep en de resultaten van het bureau- en veldonderzoek werd: o Vastgesteld of negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 gebieden op voorhand uit te sluiten zijn of dat daarvoor nog een aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn; o Bepaald welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten; o Bepaald of beschermde houtopstanden aanwezig zijn.

8 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

4. Onderzoeksresultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000 Het Natura 2000-gebied dat het dichtste bij het plangebied ligt is ‘Brabantse Wal’. Dit gebied ligt op een afstand van ongeveer 4 km ten zuidwesten van het plangebied (zie Figuur 2).

Figuur 2. Ligging van het plangebied in rood aangegeven. De begrenzing van de omliggende Natura 2000-gebieden is met geel weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap contributers, 2022.

Effectbeoordeling Natura 2000 Door de afstand tussen het plangebied en deze beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten door geluidsverstoring, visuele verstoring of verdroging als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Tijdens de voorgenomen werkzaamheden kan stikstof worden uitgestoten. Gezien de aard en duur van de werkzaamheden zijn negatieve effecten van stikstofuitstoot en -depositie op daarvoor gevoelige habitattypen en de leefgebieden van soorten met insta ndhoudingsdoelstellingen niet op voorhand uitgesloten. Omdat de ingreep gepaard gaat met een toename in verkeersbewegingen in het gebied kan de stikstofuitstoot ook in de gebruiksfase toenemen. Mogelijke effecten hiervan op omliggende Natura 2000-gebieden dienen beoordeeld te worden aan de hand van een AERIUS-berekening.

9 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is gelegen in Provincie Noord-Brabant. Het gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland dat gelegen is binnen deze provincie wordt aangeduid als het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied ligt slechts 10 meter verwijderd van bospercelen gelegen aan de Kleine Aa welke behorend tot het NNB. Verder doorsnijd de nieuwe ontsluitingsweg de Rissebeek welke onderdeel uitmaakt van het NNB. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. De begrenzing van het NNN is oranje weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap contributers, 2022.

Effectbeoordeling NNN De nieuwe ontsluitingsweg doorsnijd het NNB bij de Rissebeek, deze is aangewezen als ecologische verbindingszone. De weg leidt daarmee tot permanent ruimtebeslag op het NNB. Daarnaast grenst het meest oostelijke deel van het plangebied direct aan het NNB. Zowel de aanleg van de weg als het verkeer dat hier overheen gaat in de gebruiksfase kan leiden tot verstoring van dieren welke gebruik maken van het NNB. De verlichting, behorende bij de weg, kan leiden tot verstoring van nacht actieve dieren maar ook het dag-nacht ritme van dag actieve soorten in het NNB. Daarnaast kan bemaling welke mogelijk toegepast moet worden tijdens de aanleg van de weg (en tunnel bij het spoor) leiden tot verdroging van het omliggende NNB tijdens de aanlegfase. Negatieve effecten van de ingreep op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB zijn daarmee niet op voorhand uit te sluiten. Hierdoor is een nadere toetsing in de vorm van een effecttoets (Nee-tenzij-toets) noodzakelijk.

10 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

4.3 Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied zijn bomen aanwezig welke mogelijk gekapt dienen te worden ten behoeve van de ingreep en die onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van tenminste 20 bomen. Het betreft de zomereiken aan het Roosendaalswegje en de Thorbeckelaan. Doordat deze bomen buiten de bebouwde kom staan en niet uitsluitend bestaan uit populieren of wilgen is er sprake van effecten op bomen welke vallen onder het gedeelte beschermde houtopstanden uit de Wet natuurbescherming. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is hierdoor op deze bomen van toepassing. De bomen aan de Willem Dreesweg zijn allen populieren, welke wel vrijgesteld zijn van de bescherming als houtopstand onder de Wet natuurbescherming.

11 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

5. Onderzoeksresultaten soortbescherming Uit de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is een waarneming van een bunzing bekend uit 2019 van de Willem Dreesweg net ten oosten van het spoor. Verder zijn uit het plangebied geen recente waarnemingen (2017 t/m 2022) bekend van beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming waarvoor geen vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied (250 m) zijn waarnemingen bekend van buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, roek, sperwer, steenuil, torenvalk, eekhoorn, gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis spec., kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.

5.1 Planten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen in het plangebied. Uit het plangebied zelf en de directe omgeving daarvan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Oude bebouwing of muren welke kunnen fungeren als groeiplaats voor beschermde muurplanten zijn geheel afwezig in het plangebied. Alle overige beschermde vaatplanten stellen zeer specifieke eisen aan hun standplaats. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten is binnen het plangebied dan ook redelijkerwijs uitgesloten.

Effectbeoordeling planten Doordat de aanwezigheid van beschermde vaatplanten in het plangebied uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.

5.2 Vogels In de bomen binnen het plangebied en in de bomen in een straal van 75 meter daaromheen zijn geen horsten of andere vaste rust- en verblijfplaatsen (zoals roekennesten) aangetroffen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4. Er zijn wel waarnemingen van roeken bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Deze zijn afkomstig van een gebied ten noorden van de snelweg (nabij Spuitendonk). Mogelijk dat roeken die hier nestelen ook sporadisch het plangebied bezoeken ti jdens het foerageren. Door de aanwezigheid van veel landbouwpercelen rondom de locatie waar de roeken zijn waargenomen is het uitgesloten dat het plangebied een essentieel onderdeel vormt van hun leefgebied.

12 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02

Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig met pannendaken of andere ruimtes welke geschikt zijn als broedplaats voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4, zoals huismus en gierzwaluw. De steenuil is bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Nest-indicerend gedrag is waargenomen bij de Oostlaarstraat ten noorden van de A58. Door de afstand tot het plangebied en de tussengelegen snelweg is niet te verwachten dat eventueel daar nog broedende steenuilen een essentieel leefgebied hebben binnen het plangebied. Het is op basis van dit onderzoek niet uit te sluiten of er territoria van steenuilen aanwezig zijn bij de boerderijen welke dichter bij de toekomstige weg gelegen zijn. De kerkuil is niet bekend uit de NDFF maar het plangebied en de omgeving daarvan is wel potentieel geschikt als nestplaats voor de kerkuil. Daarnaast kunnen in de omliggende boerderijen nestplaatsen van de kerkuil aanwezig zijn. De grote gele kwikstraat is bekend uit de omgeving van het plangebied. Waarnemingen uit 2019 concentreren zich rondom het brugje bij het Molenbeekpad. Geschikte broedplekken voor de grote gele kwikstaart, welke vaak onder bruggen, in nissen of tussen boomw ortels op oevers broedt van stromende beken of kanalen, zijn niet aanwezig binnen het plangebied of binnen de verstoringszone van de werkzaamheden.

De aanwezigheid van nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 is redelijkerwijs uitgesloten in het plangebied. Buizerds, gierzwaluwen, haviken, huismussen, kerkuilen, ooievaars, sperwers, en torenvalken kunnen gebruik maken het plangebied om te foerageren. Door het ontbreken van bijzonder waardevol foerageergebied voor deze soorten in het plangebied ten opzichte van het omliggende gebied is er ook geen sprake van functioneel leefgebied van deze soorten binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten dan ook niet waargenomen in het plangebied. Naast jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 hanteert provincie Noord -Brabant een lijst met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten behorend tot categorie 5. Dat zijn broedvogels welke vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van de vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 5 kunnen worden verwacht: grote bonte specht, groene specht, ekster, koolmees, pimpelmees en spreeuw. Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van deze soorten aangetroffen in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1657/documents/45095