72-2021 Uitvoeringsagenda integrale schuldhulpverlening 2021-2022.pdf
Tekst van het document
In deze fase kunnen de volgende instrumenten worden ingezet: • Betalingsregeling: Een betalingsregeling wordt getroffen met één of enkele schuldeisers wanneer de schulden nog niet problematisch zijn. Het uitgangspunt is dat 100% van de schulden wordt afbetaald. • Budgetcoaching: Budgetcoaching wordt ingezet om een duurzame verandering van gedrag en vaardigheden te bereiken, zodat inwoners uit de schulden blijven en financieel zelfredzamer worden. • Budgetbeheer: Het inkomen wordt beheerd door een budgetbeheerder. De budgetbeheerder ziet erop toe dat bijvoorbeeld de vaste lasten worden betaald en dat de schulden worden afgelost. Een andere vorm van budgetbeheer is de doorbetaling van de vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering. • Beschermingsbewind: Net als bij budgetbeheer worden inkomsten en uitgaven beheerd. De bewindvoerder heeft daarbij meer bevoegdheden dan de schuldhulpverlener. Het wordt opgelegd door de rechter en wordt vaak uitgevoerd door commerciële partijen. Voor minima moet de gemeente de kosten vergoeden vanuit de bijzondere bijstand. Zoals benoemd in paragraaf 2.2.5, heeft de gemeente op dit moment weinig grip op de instroom, kwaliteit en kosten van bewindvoering. Gezien het voor een inwoner zo’n ingrijpende maatregel is, is dat niet de gewenste situatie. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor juiste en passende ondersteuning voor inwoners met schulden.
De D6-gemeenten onderschrijven dat de kwaliteit van bewindvoering beter moet worden gemonitord en er meer grip moet komen op de in- en uitstroom tot bewindvoering. De wijze waarop dit kan, wordt in regionaal verband onderzocht. In 2021 wordt onderzoek gedaan naar welke mogelijkheden de D6-gemeenten hebben en hoe deze verbeterslag gerealiseerd kan worden. De Ags speelt hier mogelijk een rol in. Het wetsvoorstel regelt dat de gemeente, drie maanden nadat bewindvoering is ingesteld, de rechter mag adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen met voortzetting van het bewind of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning.
19
4.2.5.2 Schuldregelingsfase Nadat de schuldensituatie stabiel is, gaat de gemeente over naar de fase van het schuldregelen. Schuldregeling is het meest cruciale onderdeel van schuldhulpverlening: in deze fase worden de schulden opgelost. Na drie jaar is een inwoner schuldenvrij bij succesvol afronden van het traject. Een schuldregeling is er in twee vormen: 1. Schuldbemiddeling: De schuldenaar spaart maandelijks geld voor de schuldeisers. Periodiek wordt het gespaarde geld overgemaakt naar de schuldeisers. Na drie jaar wordt het restant van de schulden kwijtgescholden. Bij wisselende inkomsten is van tevoren niet duidelijk hoeveel de schuldeisers uiteindelijk betaald krijgen. 2. Saneringskrediet: Met een saneringskrediet wordt een deel van de schulden direct afgekocht. De rest wordt door de schuldeisers kwijtgescholden. De schuldenaar betaalt in drie jaar het saneringskrediet terug. Het saneringskrediet heeft voordelen voor zowel de schuldenaar, schuldeisers als de gemeente. De schuldenaar heeft nog maar één schuldeiser, mag bijverdienen en weet precies hoeveel hij of zij drie jaar lang moet betalen. Dat geeft veel rust. Schuldeisers krijgen direct geld en kunnen de boeken sluiten. De gemeente bespaart op de uitvoeringskosten.
In 2021 onderzoekt de gemeente Roosendaal gezamenlijk met de D6-gemeenten of een deel van de lopende schuldbemiddelingen omgezet kan worden naar saneringskredieten. Daarnaast wordt vanaf 2021 meer gestuurd op een toename van het aantal saneringskredieten. In de schuldregelingsfase kunnen naast schuldhulpbemiddeling en een saneringskrediet de volgende instrumenten worden ingezet: • Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp): Als een schuldregeling niet mogelijk blijkt, wordt verwezen naar de Wsnp. Gedurende drie jaar wordt door de inwoner gespaard op een boedelrekening. Hiervan wordt de Wsnp-bewindvoerder betaald en de rest wordt naar rato verdeeld over de schuldeisers. Na 3 jaar is een inwoner schuldenvrij bij succesvol afronden van het traject. • Voorlopige voorziening: De voorlopige voorziening is bedoeld om tijdens de behandeling van de aanvraag Wsnp een crisis te voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een acuut dreigende huisuitzetting. • Aflospauze: Klanten in een schuldhulpverleningstraject worden actief gewezen op de mogelijkheid van een aflospauze van maximaal twee maanden. Dit betekent echter wel dat de aflosperiode met twee maanden wordt verlengd. De aflospauze kan alleen ingezet worden in overeenstemming met de schuldeisers. • Moratorium: Via de rechter kan worden afgedwongen dat schuldeisers een half jaar geen incassomaatregelen mogen nemen.
Schuldhulpverleners kunnen in deze periode een schuldregeling voorbereiden. • Dwangakkoord: Wanneer een enkele schuldeiser niet meewerkt aan de schuldregeling – terwijl andere schuldeisers wel bereid zijn mee te werken – kan de gemeente de rechter verzoeken om de betreffende schuldeiser te dwingen om mee te werken. • Heronderzoek schuldhulpbemiddeling: Bij het heronderzoek krijgt de schuldhulpverlening te maken met de Wvbvv. In artikel 4a lid 4 van de Wgs staat opgenomen dat de schuldhulpverlener bij het opstellen van het plan van aanpak de beslagvrije voet in acht moet nemen. Bij heronderzoek wordt bij een lopende schuldhulpbemiddeling de afloscapaciteit aangepast naar de nieuwe beslagvrije voet.
20
Aanvullend is het voor inwoners in een minder goede financiële positie, bijvoorbeeld als zij gebruik maken van de bijzondere bijstand, mogelijk om aanspraak te maken op een consumptief krediet (maximaal €5.000). De aanvraag wordt gedaan bij Werkplein Hart van West-Brabant en wordt vervolgens doorgestuurd naar de uitvoerende partij van fase 2 (zie paragraaf 4.6).
4.3 Schulden duurzaam oplossen Naast het oplossen van de schulden moet worden bereikt dat de inwoner zelf kan zorgen voor een gezonde financiële toekomst. In andere woorden: we willen dat inwoners financieel zelfredzaam worden, zijn en blijven. De komende periode wordt onderzocht hoe we nazorg een vast onderdeel van het schuldhulpverleningstraject kunnen maken. Met als doelstelling dat de inwoner financieel zelfredzaam wordt en blijft. We willen niet dat een inwoner opnieuw in de schulden raakt als de financiële problemen zijn opgelost. Daarom houdt de schuldhulpverlening na het afronden van het traject een vinger aan de pols. De zwaarte en frequentie van nazorg is maatwerk. Wanneer gedurende een traject blijkt dat een hoger risico bestaat op terugval, kan er uitgebreidere nazorg worden geboden. Bijvoorbeeld via vrijwilligers die ondersteunen bij het op orde houden van de financiële administratie via het Thuisadministratieloket Roosendaal. Daarnaast wordt de komende periode onderzoek gedaan naar een gepast registratiesysteem. Een registratiesysteem maakt het mogelijk om met elke klant een jaar na uitstroom contact op te nemen met de vraag of er nog behoefte is aan ondersteuning. Daarnaast wordt nazorg al in een eerder stadium geboden bij het project ‘Vroeg Eropaf’.
Inwoners die aangeven er zelf aan uit te komen, worden na verloop van tijd nogmaals gebeld om te vragen of het gelukt is met de betaling van de achterstanden (als zij daarvoor toestemming hebben gegeven).
4.4 Kwaliteitsborging, monitoring en evaluatie Artikel 2 lid 4 sub b in de Wgs vereist dat het beleidsplan aangeeft welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. Monitoring is geen wettelijke vereiste binnen de Wgs. Wel is in artikel 2 lid 4 sub a bepaald dat het beleidsplan omschrijft welke resultaten de gemeente wil bereiken in de bestreken periode van het beleidsplan. 4.4.1 Kwaliteitsborging De gemeente moet kwaliteitseisen stellen, niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de ketenpartners en eventuele uitvoerders van de integrale schuldhulpverlening. Zo wordt fase 1 in de gemeente Roosendaal uitgevoerd door schuldhulpverleners die NEN 8048 / KIWA gecertificeerd zijn. De uitvoerders van schuldhulpverlening fase 2 en uitvoerders van schuldhulpverlening aan ondernemers dienen NVVK-gecertificeerd te zijn. Dit betekent dat zij voldoen aan alle kwaliteitseisen die de branchevereniging voor schuldhulpverlening aan haar leden stelt. De NVVK (Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) is de
21
koepelorganisatie van schuldhulpverlenende instanties in Nederland. De NVVK heeft gedragscodes ontwikkeld, waarin richtlijnen voor goede schuldhulpverlening opgenomen zijn. Door te werken volgens deze gedragscodes is de kwaliteit van de schuldhulpverlening geborgd 4.4.2 Monitoring en evaluatie De gestelde doelen zoals beschreven in paragraaf 3.3 worden gemonitord om te kunnen vaststellen of de beoogde resultaten worden behaald. De monitoring van de gestelde doelen vindt jaarlijks plaats. Monitoring vindt plaats door middel van de registratie van de uitvoerende partijen. De gemeenteraad wordt hier jaarlijks over geïnformeerd. Daarnaast wordt onderzocht of een regionale armoedemonitor wenselijk is voor het meten van de effecten. Na het verstrijken van de betreffende periode wordt het beleidsplan in zijn geheel geëvalueerd.
4.5 Samenwerken in de gemeente Roosendaal Bij bestrijding van schulden werkt de gemeente samen met maatschappelijke partners. Met sommige partners heeft de gemeente een subsidie- of inkooprelatie. De partners richten zich op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid, het voorkomen van schulden, het aanpakken van schulden en het (duurzaam) oplossen van schulden. De organisaties bieden laagdrempelige ondersteuning. Zij brengen de gemeentelijke regelingen onder de aandacht van hun doelgroep en dragen zo bij aan vergroting van het bereik van de regelingen. In tabel 4 is een groot deel van onze samenwerkingspartners bij de aanpak van schulden terug te vinden. Deze lijst is niet uitputtend. Daarnaast is de lijst met samenwerkingspartners een momentopname van de huidige situatie (april 2021).
22
Tabel 4: Samenwerkingspartners bij het voorkomen en aanpakken van schulden Samenwerkingspartners
Omschrijving activiteiten
WijZijn Traverse Groep
• Uitvoering Vroeg Eropaf;
• Uitvoering schuldhulpverlening fase 1
(het college heeft WijZijn Traverse Groep gemandateerd voor de uitvoering); PLANgroep
• Algemeen maatschappelijk werk. Uitvoering schuldhulpverlening fase 2 (het
college heeft PLANgroep gemandateerd
voor de uitvoering van fase 2).
Werkplein Hart van West-Brabant
• Biedt ondersteuning aan zzp’ers en
ondernemers met financiële problemen; Samenwerkingsverband D6-gemeenten
• Uitvoering nieuwe Wet inburgering. Werkgroep armoede en schuldhulpverlening
met de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur,
Moerdijk, Halderberge, Rucphen, Zundert en
het Werkplein Hart van West-Brabant.
Right & Bright Schuldhulpbemiddeling N.V. Uitvoering schuldhulpverlening aan zzp’ers Stichting Over Rood
en ondernemers. De deskundige vrijwilliger van Over Rood
helpt praktisch bij het op orde brengen van
de administratie van zzp’ers en ondernemers.
StartToGrow
Biedt hulp en advies aan ondernemers die
starten/doorstarten en ondernemers die hun
onderneming willen laten groeien.
Diversion Humanitas Thuisadministratieloket Roosendaal Inwonersondersteuning Roosendaal Bureau Sociale Raadslieden
Lesprogramma MoneyWays op middelbare scholen en het Curio over ‘omgaan met geld’. Biedt jongeren het programma ‘Get a Grip’ aan en een financieel spreekuur. Ondersteunt inwoners bij het op orde brengen van hun administratie. Voor alle vragen van inwoners uit de gemeente Roosendaal. De plek waar inwoners terecht kunnen met
al hun vragen over uitkeringen, belastingen,
toeslagen, energierekeningen, etc.
Vluchtelingenwerk
Statushouders worden door
Vluchtelingenwerk ondersteund bij het op
orde krijgen van hun financiële zaken.
23
5. Speerpunten uitvoeringsagenda De gestelde kaders in dit Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025 leiden tot speerpunten voor de uitvoeringsagenda 2021-2022. Voor de periode 2023-2025 wordt de uitvoeringsagenda geactualiseerd. In de komende periode (2021-2025) wordt ingezet op:
1. Uitbreiding en doorontwikkeling preventie • Uitbreiding en doorontwikkeling Vroeg Eropaf; • Uitbreiding en doorontwikkeling preventie activiteiten; • Uitbreiding voorlichtingen aan hulp- en dienstverleners en werkgevers; • Onderzoek naar tools die kunnen worden ingezet bij het financieel wegwijs maken van statushouders; • Ontwikkeling Regionaal preventieplan “hulp bij schulden”.
2. Sociale incasso • Onderzoeken wat de gemeente lokaal kan doen om sociale incasso (=voorkomen dat mensen met problematische schulden verder in de problemen komen) te bevorderen. Bijvoorbeeld als de gemeente zelf schuldeiser is; • Mogelijkheid onderzoeken naar het (landelijk of regionaal) maken van afspraken met gerechtsdeurwaarders; • Regionaal onderzoek naar collectief schuldregelen en het schuldenknooppunt 17 .
3. Professionalisering schuldhulpverlening: efficiënter en effectiever • Ontwikkelingen wetswijzigingen volgen en implementeren: gemeentelijke processen worden aangepast conform de wet; • Het volgen van en mogelijk experimenteren met landelijke trends; • Doorontwikkeling van een brede, laagdrempelige integrale toegang; • Onderzoeken mogelijkheden inzet ervaringsdeskundigheid bij schuldhulpverlening; • Nazorg een vast onderdeel van het schuldhulpverleningstraject maken; • Regionale sturing op afspraken uitvoering schuldhulpverlening fase 2, onder andere over beoogde stijging saneringskredieten; • Regionale samenwerking dienstverlening ondernemers met schulden.
4. Meer grip op bewindvoering • Regionaal onderzoek naar mogelijkheden om meer grip te krijgen op de instroom, kwaliteit en kosten van bewindvoering; • Onderzoeken inzet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags); • Het realiseren van een verbeterslag naar juiste en passende ondersteuning voor inwoners.
17
https://www.nvvk.nl/thema/collectief-schuldregelen
24
6. Financiën In dit hoofdstuk wordt de (geschatte) begroting weergegeven. Tabel 5: Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
Beschikbaar budget Structureel budget schuldhulpverlening Incidentele middelen Rijk
€ 251.077 18
€ 256.455
€ 261.943 € 267.943 € 273.259
€ 141.918
Middelen programma 5 (uitvoering schuldhulpverlening en vroegsignalering)
€ 235.000 € 235.000 € 235.000 €235.000 €235.000
Totaal
€ 527.995 € 391.455
€ 396.943 €402.943 €418.259
Uitgaven Schulden voorkomen Versterken financiële zelfredzaamheid
€ 115.000 € 115.000
€ 115.000
Uitvoering vroegsignalering
€ 150.000 € 150.000
€ 150.000 € 150.000 € 150.000
€ 115.000 € 115.000
Schulden aanpakken Uitvoering schuldhulpverlening fase 1
€135.000
€150.000
€ 165.000 € 180.000 € 195.000
schuldhulpverlening fase 2
€ 50.000
€ 65.000
€ 80.000
€ 95.000
€ 110.000
Steunfonds huisuitzettingen
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 7.500
€ 8.500
€ 9.500
€ 10.000
€ 10.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€35.000
€35.000
(Kredietbank West-Brabant)
€ 14.350
€10.000
€ 5.000
€ 1.000
€ 1.000
Totaal
€ 276.850 € 303.500
€ 329.500
€ 356.000 € 386.000
€ 166.145 € 87.955
€ 67.443
€ 46.943
Uitvoering
Ondersteuning ondernemers administratie Uitvoering schuldhulpverlening ondernemers Afwikkeling oude dossiers schuldhulpverlening
Beschikbare ruimte uitvoeringsagenda 19
€ 32.259
De gemeente Roosendaal ontvangt incidenteel € 141.918 voor de implementatie van de wetswijzigingen ‘verbinden en versterken schulden domein’. 19 De uitvoeringsagenda bevat een toelichting van de kosten van de uitvoering van de speerpunten van het beleidsplan. 18
25