6b - Cloetta Zienswijzenota geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
Zienswijzenota Bestemmingsplan ‘De Meeten 2’ en Ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een snoepfabriek gelegen in het gebied tussen de Rucphensebaan en het Spectrum in Roosendaal
Maart 2024
1
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
2
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
1. Inleiding Het bestemmingsplan ‘De Meeten 2’, dat op 28 augustus 2023 in ontwerp ter inzage is gelegd, is opgesteld met het oog op de vestiging van Cloetta in het gebied tussen de Rucphensebaan en het Spectrum in Roosendaal (kadastraal bekend gemeente Roosendaal en Nispen, sectie S, perceelnummers 01481(ged.) en 00718). Tegelijk met het bestemmingsplan is eveneens het ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een suikerwarenfabriek (omgevingsvergunning beperkte milieutoets, OBM) en de activiteit bouwen ter inzage gelegd. Een en ander gebaseerd op en voortvloeiend uit het op 6 april 2023 door de gemeenteraad genomen besluit tot toepassing van de coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wro. Overzicht planontwikkeling In 2007 is het bestemmingsplan 'Majoppeveld_nr_2009' vastgesteld, daarin is de uitbreiding van het bedrijventerrein Majoppeveld planologisch vastgelegd. De uitbreiding van Majoppeveld was beleidsmatig al in een veel eerder stadium vastgelegd in de structuurvisie “Op weg naar 2015” die in 1994 door de gemeenteraad is vastgesteld. Tot dusver is er geen concrete invulling gegeven aan de gronden in de zuidoosthoek van het bedrijventerrein, dat bekend staat onder de naam ‘De Meeten 2’. De indeling van de gronden in diverse kleine percelen van elkaar gescheiden door een weg is een van de redenen hiervoor.
De huidige bestemmingsopzet, gebaseerd op de toenmalige inzichten, is star en biedt te weinig flexibiliteit in de verkavelingsmogelijkheden. Wel zijn inmiddels de gronden gelegen direct ten zuiden en oosten van Spectrum, die ook onderdeel uitmaken van het plandeel De Meeten maar buiten het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan liggen, (groten)deels ingevuld. Er heeft zich een concreet initiatief gemeld voor invulling van de nog steeds braakliggende bedrijfsgronden in het ‘middengedeelte’ van De Meeten (De Meeten 2). Het betreft het zoetwaren- en notenbedrijf Cloetta. Dit bedrijf is voornemens een nieuwe duurzame productielocatie te realiseren op De Meeten 2. Deze nieuwe productielocatie vervangt de bestaande productielocaties aan de Spoorstraat te Roosendaal en Turnhout (B). De activiteiten van de bestaande (Lonka) locatie in Roosendaal aan de Gewenten 31 worden elders -buiten het plangebied van ‘De Meeten 2’- gealloceerd. Door middel van het samenvoegen van de locaties wordt het productieproces verduurzaamd en geoptimaliseerd. Dit bedrijf past binnen de milieucategorieën die in het bestemmingsplan 'Majoppeveld_nr_2009' zijn vastgesteld, reden waarom de gemeente in principe een positieve stellingname heeft ten aanzien van een mogelijke vestiging van Cloetta op deze locatie, uiteraard wanneer uit verdere (milieu)onderzoeken zou blijken dat dit verantwoord zou zijn.
Omdat Cloetta het hele gebied wil aanwenden voor de bouw van een nieuwe productieeenheid met bijbehorende faciliteiten, is herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan noodzakelijk, omdat het gebied doorsneden wordt door een weg (de Kernweg) die een ‘harde verkeersbestemming’ heeft. Deze Kernweg is nooit in gebruik genomen. Gegeven het feit dat de suikerwarenfabriek op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Majoppeveld_nr_2009’ binnen de ter plaatse toegestane milieucategorie(ën) blijft en de toegestane bouwhoogten en bebouwingspercentage niet 3
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 overschrijdt, is de gemeente van oordeel dat vestiging van dit Roosendaalse bedrijf op De Meeten 2 tot de mogelijkheden behoort. In 2007 zijn bij het in procedure brengen van het bestemmingsplan Majoppeveld afspraken gemaakt met de bewoners van de wijk De Landerije, op dat moment nog in ontwikkeling, omtrent de invulling van het gebied De Meeten 2. Daarbij werd afgesproken dat de toegestane milieucategorieën op basis van het principe van strikte binnenwaartse milieuzonering zouden worden vastgelegd, dat wil zeggen: hoe dichter bij de woningen, hoe lager de toegestane milieucategorieën. Het gaat daarbij wel om woningen die onderdeel uitmaken van een ‘rustige woonwijk’. Ook werden de bebouwingshoogten gedifferentieerd vastgelegd (hoe verder van de woonwijk verwijderd, hoe hoger de toegestane bouwhoogten). Tevens werd uitgesproken dat op De Meeten 2 (bij voorkeur) kleinschalige bedrijven zouden worden gevestigd. De planregels bieden daarentegen voor wat betreft dat laatste meer mogelijkheden: alleen een minimum perceelsgrootte is vastgelegd, maar geen maximum. Dat betekent dat in het middengebied (het gebied dat nu valt in het plangebied De Meeten 2) op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Majoppeveld_nr_2009’ ook twee wat grotere bedrijven kunnen gevestigd worden (uiteraard met inachtneming van de toegestane hoogten en het bebouwingspercentage).
De bedrijfsgronden ten zuiden en ten oosten van de ontsluitingsweg Spectrum (in de volksmond bekend onder de naam ‘De Boemerang”) zijn uitsluitend kleinschalig in te vullen. Deze gronden liggen dan ook het dichtst tegen de woonwijk De Landerije aan. De afstand tussen de meest noordelijke woningen van De Landerije en de zuidzijde van de ontwikkellocatie bedraagt daarentegen minimaal 125 m. De afstand ten opzichte van de dichtstbijzijnde woningen in de wijk Kortendijk is kleiner, namelijk 75 meter. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging blijft inhoudelijk beperkt tot de wijziging van de bestemming van de Kernweg, het vervallen van de bepaling omtrent het minimum bebouwingspercentage en het terugbrengen van de toegestane milieucategorieën 4.2, 4.1 en 3.2 naar 3.2. Cloetta is niet te beschouwen als een ‘kleinschalig bedrijf’. Waarom dan toch medewerking verlenen aan de vestiging van een dergelijk bedrijf op deze locatie? Daarbij zijn verschillende aspecten afgewogen: •
•
•
•
De gemeente wil Cloetta graag behouden voor Roosendaal. Ook het bedrijf wil vanwege de banden met Roosendaal graag in deze gemeente blijven. Het is een bedrijf dat zijn wortels in Roosendaal heeft sinds 1928. Er zijn echter behoudens de kavel aan De Meeten geen gronden in de gemeente voorhanden die kunnen voldoen aan de behoefte van Cloetta. Met nieuwbouw wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Roosendaal alsmede aan de duurzaamheidsambities van Cloetta als food-tech-bedrijf. De werkgelegenheid die Cloetta biedt, is voor de gemeente belangrijk. Er werken bij Cloetta op basis van de meest recent aangeleverde cijfers nu de activiteiten van de (Lonka) vestiging aan de Gewenten 21 elders worden ondergebracht, 300 medewerkers in verschillende opleidingsniveaus. Daarnaast is Cloetta van belang voor de werkgelegenheid van een aantal toeleveringsbedrijven. Tot slot is Cloetta een actief leer-werkbedrijf . Het gebied ‘de Boemerang’ is als onderdeel van De Meeten het gebied tussen de woonwijk en het middengebied. Dit gebied is en wordt verder kleinschalig ingevuld en geldt als een relevante buffer c.q. overgangsgebied. Op basis van feitelijke schouw blijkt dat als gevolg van de aanwezigheid van dit overgangsgebied en de bijhorende 4
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
•
•
groenstrook het zicht vanuit het noordelijk deel van woonwijk De Landerije op het middengebied nagenoeg nihil is, ook in de winter wanneer de bomen ontdaan zijn van bladeren. De vestiging van Cloetta op deze locatie is alleen mogelijk wanneer alle relevante milieuaspecten zijn afgewogen en voldaan wordt aan de eis van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat. Dit betekent dat het bedrijf qua milieucategorie binnen de normstelling dient te vallen. Dat biedt een uitgangspunt dat daarmee aan aspecten als hinder, geur, geluid en externe veiligheid voldaan kan worden, hetgeen het geval is. Er heeft een afweging plaatsgevonden over de vraag of één grootschaliger bedrijf een grotere omgevingsimpact heeft dan een aantal kleinschalige bedrijven. Op basis daarvan is gebleken, dat de impact van een bedrijf als Cloetta niet groter is dan wanneer het terrein verkaveld zou worden in kleinere bedrijvigheid.
Nieuwe inzichten De verplaatsing en vestiging van Cloetta naar de locatie op De Meeten 2 is een complex project. Daarbij geldt dat gedurende de procedure nieuwe inzichten op bepaalde onderdelen uitdrukkelijk zijn verwerkt in een nieuwe fase. Hierna worden de nieuwe planaspecten besproken, die hebben plaatsgevonden in de planvorming en de uitvoering van de inrichting. Van voorontwerp naar ontwerp Reeds tijdens de voorontwerpfase en de verwerking van de inspraakreacties in het ontwerpbestemmingsplan zijn diverse inzichten veranderd die geleid hebben tot een aanpassing van de oorspronkelijke planopzet. Deze veranderende inzichten werden deels ingegeven door ingediende inspraakreacties: staat de bestemmingsplanherziening los van de komst van Cloetta of niet? Het gegeven dat diverse bij het bestemmingsplan behorende onderzoeken en rapportages waren toegeschreven op de vestiging van Cloetta gaven bij diverse insprekers aanleiding tot deze opmerking. Insprekers spraken het vermoeden uit dat de reden om een bestemmingsplanherziening op te starten, toch vooral werd ingegeven om de vestiging van Cloetta te faciliteren. Alle andere motieven om het huidige bestemmingsplan te herzien werden meer als bijkomende argumenten gezien. Deze min of meer tweeslachtige manier van regelen werd als onwenselijk gezien. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
Afwijkend ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan wordt in het ontwerpbestemmingsplan nu uitdrukkelijk gesteld dat het bestemmingsplan De Meeten 2 is opgesteld om louter de vestiging van Cloetta op de locatie De Meeten 2 te faciliteren. Daarom is in het ontwerpbestemmingsplan gekozen voor een bestemmingsregeling waarbij uitsluitend de beoogde productielocatie van zoetwaren- en notenbedrijf Cloetta conform de aangevraagde vergunning in het plangebied De Meeten 2 wordt toegestaan. Met als voorwaarde dat de milieucategorieën, bouwhoogten en bebouwingspercentages niet hoger worden dan dat het vigerende bestemmingsplan ‘Majoppeveld_nr_2009’ reeds toestaat. Door de planregels toe te spitsen op Cloetta worden de mogelijkheden van het bestemmingsplan ingeperkt tot uitsluitend de activiteiten en bebouwing uit de aangevraagde omgevingsvergunning met een milieucategorie 3.2 in plaats van de thans toegestane milieucategorieën 4.2, 4.1 en 3.2. Het nieuwe bestemmingsplan De Meeten 2 maakt niet méér mogelijk dan wordt vergund met de omgevingsvergunning (OBM), dat tezamen met het ontwerpbestemmingsplan in ontwerp ter inzage heeft gelegen, voor de bouw en ingebruikname van de suikerwarenfabriek Cloetta. Dit schept ook duidelijkheid in de positie van de gemeente: de gemeente vindt het belangrijk dat Cloetta in Roosendaal gevestigd blijft. In de optiek van de gemeente is het plangebied 5
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 De Meeten 2 een geschikte vestigingsplek (andere geschikte locaties zijn binnen de gemeente niet voorhanden), uitdrukkelijk op voorwaarde dat aan alle relevante (milieu)aspecten aantoonbaar kan worden voldaan. De keuze om het bestemmingsplan méér toe te schrijven op de vestiging van Cloetta wordt ook ingegeven door de vraag, die tijdens het planproces in de voorontwerpfase aan de orde kwam: moet ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan De Meeten 2 ook een milieueffectrapportage (plan-MER) opgesteld worden? Tijdens de raadsbehandeling om de coördinatieregeling toe te passen (6 april 2023) is middels een amendement het opstellen van een plan-MER aan de lijst besluiten die onder de coördinatieregeling zouden moeten komen te vallen, toegevoegd, dit vanuit de veronderstelling dat met name vanuit de raad/enige raadsleden het opstellen van een planMER op grond van wetgeving in dit geval verplicht zou zijn. Vervolgens is extern advies ingewonnen om hierover uitsluitsel te krijgen. Op basis van het advies luidt de conclusie: er hoeft geen plan-MER te worden opgesteld, op voorwaarde dat het nieuwe bestemmingsplan De Meeten 2 niet méér mogelijk zal maken dan wordt vergund met de omgevingsvergunning (OBM) voor het oprichten van de fabriek.
Om die reden is ervoor gekozen het voorontwerpbestemmingsplan aan te passen naar een ontwerpbestemmingsplan dat hier aan voldoet. Het gaat hierbij derhalve om een ‘een-op-een inpassing’ dat wil zeggen: omgevingsvergunning voor de milieu-activiteit (oprichten van de inrichting c.q. suikerwarenfabriek) en bestemmingsregeling sluiten naadloos op elkaar aan. Dit is geborgd in artikel 3.1 van de planregels. De toegestane activiteiten die op basis van het bestemmingsplan zijn toegestaan, blijven dan beperkt tot hetgeen vergund is in de omgevingsvergunning (OBM), waarvoor een MER beoordeling uitgevoerd is en staat niet meer dan die omgevingsvergunning toe. Ten behoeve van voornoemde omgevingsvergunning is een vormvrije aanmeldnotitie (mer-beoordeling) opgesteld. Het merbeoordelingsbesluit, waaruit volgt dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, is in ontwerp tezamen met het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning (OBM) ter inzage gelegd. Dit betekent dat het nieuwe bestemmingsplan niet voorziet in een mogelijke toekomstige uitbreidingen van Cloetta. Wanneer Cloetta in de toekomst uitbreidingswensen heeft, dient voor die uitbreiding een procedure te worden doorlopen waarin alle relevante (milieu)aspecten wederom zullen worden afgewogen.
Evenmin voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om andere bedrijven in het plangebied De Meeten 2 te vestigen. Mocht de vestiging van Cloetta om wat voor redenen geen doorgang vinden of zou Cloetta besluiten te vertrekken, dan dient een nieuwe ruimtelijk-planologische regeling te worden opgesteld (onder de vigeur van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet). Tijdens de ontwerpfase Cloetta heeft in de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag, besloten om in het ontwerp van de nieuwbouw in plaats van het treffen van voorbereidingen voor waterstof nu direct over te gaan tot volledige elektrificatie van de inrichting, waarbij de eerder beoogde gasgestookte boiler vervangen is door een elektrisch alternatief zoals een elektrische boiler of warmtepomp, waardoor significante effecten (ten gevolge van stikstofdepositie) op omliggende Natura 200-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Aan dit besluit liggen de navolgende overwegingen ten grondslag: 6
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 • In de afgelopen periode zijn op landelijk en provinciaal niveau in toenemende mate de zorgen over de impact van de stikstofdepositie op de natuur en het milieu alsmede de mate van realisatie van de noodzakelijke afname hiervan, nog nadrukkelijker naar voren gekomen; • In de inspraakprocedure op het voorontwerpbestemmingsplan alsmede de zienswijzeprocedure op het ontwerpbestemmingsplan, zijn door/namens bewoners/belanghebbenden zorgen geuit over de stikstofdepositie van de nieuwbouw locatie; • Gezien genoemde zorgen heeft Cloetta in het ontwerpproces van de nieuwbouw aanvullend onderzoek laten doen naar de technische en economische haalbaarheid om direct over te gaan naar volledige elektrificatie, hetgeen tot een positieve uitkomst heeft geleid voor wat betreft de technische haalbaarheid. Dat betekent dat Cloetta bij de ingebruikname van de inrichting geen gebruik (meer) zal maken van een gasgestookte ketel. In het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende bijlagen is met deze mogelijkheid nog geen rekening gehouden. Echter: het heeft wel consequenties voor het plan en noopt tot de nodige (redactionele) aanpassingen van de toelichting van het bestemmingsplan en de diverse bij het bestemmingsplan behorende bijlagen.
Wel zal het besluit om direct ‘all electric’ te gaan, een positieve situatie opleveren ten aanzien van stikstofdepositie: deze zal met de ingebruikname van de fabriek nihil zijn en dat levert aanzienlijke milieuwinst op. Ook wordt daarmee tegemoetgekomen aan diverse zienswijzen waarin zorgen ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesproken. Om de voortgang in het proces te houden en omdat de overstap naar ‘all-electric’ ten opzichte van de planregeling een ondergeschikte wijziging betreft, is er voor gekozen het ontwerpbestemmingsplan niet opnieuw ter inzage te leggen. Wel is de ‘all-electric’ situatie in de mer-beoordelingsnotitie verwerkt. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft een aangepast besluit genomen. Geurrapport In opdracht van Cloetta is een geurrapport opgesteld. Dit geurrapport is in opdracht van de gemeente door een onafhankelijke instantie (Witteveen+Bos) getoetst. Tijdens de inspraakprocedure is door diverse insprekers het aspect ‘geur’ aan de orde gesteld. In de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling werd ten aanzien van geur een vrij korte paragraaf opgenomen.
Om tegemoet te komen aan de wens om meer inzicht aangaande geur is in opdracht van Cloetta een geurrapport opgesteld dat aan het ter vaststelling door de gemeenteraad aan te bieden bestemmingsplan is gevoegd en dat derhalve ook in de verdere procedure onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. De geurnotitie is ook bijgevoegd bij de gewijzigde mer-beoordelingsnotitie.
2. Zienswijzeprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een snoepfabriek (OBM) en de activiteit bouwen, gelegen in het gebied tussen de Rucphensebaan en het Spectrum in Roosendaal (kadastraal bekend gemeente Roosendaal en Nispen, sectie S, perceelnummers 01481 (ged.) en 00718) met ingang van 28 augustus 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen (derhalve tot en met 9 oktober 2023). Tijdens deze periode zijn tien zienswijzen ingediend. Bij twee van de tien zienswijzen hebben zich meerdere betrokkenen en belanghebbenden aangesloten. Dit betekent dat er in totaal
7
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 door 101 betrokkenen en belanghebbenden is gereageerd. In deze nota zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een antwoord.1 Eén zienswijze is later nog aangevuld. Opgemerkt wordt dat alle aspecten die wel in de zienswijzen zijn vermeld, maar wellicht niet in de samenvatting zijn weergegeven, mede in de beoordeling en overwegingen zijn betrokken. Hoorzitting De hoorzitting van de Hoorcommissie Ruimtelijke Ordening heeft op 29 november 2023 plaatsgevonden, waarbij gelegenheid is geboden een mondelinge toelichting te geven op de ingebrachte zienswijzen. Zes indieners van een zienswijze hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Tevens zijn door leden van de gemeenteraad en de hoorcommissie vragen aan indieners gesteld. Hetgeen tijdens de zitting is besproken is meegewogen bij de behandeling en beantwoording van de zienswijzen. Het verslag van deze hoorzitting alsmede de ingediende schriftelijke toelichtingen zijn als separate bijlagen bij deze nota gevoegd. Overwegingen In het ‘Inspraak- en overlegrapport Bestemmingsplan De Meeten 2’ (d.d. juli 2023) zijn overwegingen opgenomen naar aanleiding van de ingekomen inspraak- en overlegreacties. Deze overwegingen maken deel uit van de onderhavige zienswijzenbehandeling en dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van de zienswijzen wordt het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd vastgesteld. Daarnaast zijn ambtshalve aanpassingen doorgevoerd.
1
Het is toegestaan om zienswijzen samen te vatten in de zienswijzennota en deze geclusterd te behandelen. Zie onder meer ABRvS 28 februari 2024, ECLI:Nl:2024:842, r.o. 8.2
8
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
3. De zienswijzen
Zienswijze 1 De volgende aspecten worden naar voren gebracht Inleiding 1.1
De indiener van de zienswijze is van oordeel dat een grootschalige fabrieksontwikkeling niet past op zo korte afstand tot de woonwijk. De Meeten 2 is naar hun oordeel altijd bedoeld geweest voor kleinschalige bedrijvigheid. De komst van Cloetta zal leiden tot aantasting van het woongenot en van de gezondheid. Er zal sprake zijn van ernstige overlast: stank, geluidhinder en lichthinder. Cloetta is een vol continue draaiende fabriek: er wordt dag en nacht geproduceerd, er zijn grote aantallen verkeersbewegingen.
1.2
Het vermoeden bestaat dat het bestemmingsplan De Meeten 2 alleen maar is bedoeld om de vestiging van Cloetta mogelijk te maken. Het door de gemeente verwoorde uitgangspunt dat de vestiging van Cloetta niet mag leiden tot hinder en overlast voor de bewoners van De Landerije en Kortendijk wordt niet onderschreven. De indruk bestaat dat de verplichting om een plan-MER te vervaardigen wordt omzeild, terwijl juist een plan-Mer naar het oordeel van indieners inzicht verschaft in de te verwachten hinder en overlast.
1.3
De indieners van de zienswijze verwachten dat Cloetta in de toekomst zal uitbreiden.
Vervolgens wordt een aantal onderwerpen nader toegelicht. Gemeentelijk beleid 1.4
De vestiging van Cloetta op De Meeten 2 verdraagt zich niet met het gemeentelijk beleid. Op De Meeten 2 mag alleen kleinschalige bedrijvigheid gevestigd worden. Dit vloeit voort uit de toelichting van het bestemmingsplan Majoppeveld van 2007 en het aan dit bestemmingsplan gekoppelde Beeldkwaliteitsplan. Ook de recentelijk vastgestelde Omgevingsvisie opteert voor vestiging van kleinschalige bedrijvigheid
Milieueffectrapportage 1.5
De indieners zijn van oordeel dat een MER opgesteld dient te worden. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt naar hun oordeel een deugdelijke motivering waarom een plan-MER niet nodig zou zijn.
1.6
Er is ten onrechte geen geuronderzoek overgelegd, terwijl een snoepfabriek onvermijdelijk geuremissie veroorzaakt. Het is allerminst vaststaand dat de geuremissie niet zal leiden tot onaanvaardbare geurhinder.
1.7
Ook is niet aangetoond dat er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Interne saldering is volgens zienswijze indiener niet aan de orde: dat kan alleen indien sprake is van voortzetting van het bestaande project en daarvan is geen sprake.
9
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Geur en geluid 1.8
De vrees bestaat dat sprake zal zijn van ernstige geur- en geluidsoverlast. Daarbij wordt aangegeven dat één groot bedrijf dat 24/7 en 365 dagen per jaar produceert, veel meer en grotere milieu-impact heeft dan een aantal kleinschalige bedrijven. Onvoldoende is gemotiveerd door de gemeente dat sprake is van het omgekeerde.
1.9
Er is geen geuronderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd, hetgeen uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wel had moeten gebeuren. Daarbij dienen geuremissies getoetst te worden aan de ‘Beleidsregel Industriële geur NoordBrabant’.
2.0
Ten aanzien van geluid geldt hetzelfde. Weliswaar is een akoestisch onderzoek bijgevoegd waarin beoordeeld wordt of voldaan kan worden aan de geluidgrenswaarden in het Activiteitenbesluit, maar niet alle geluidsemissies zijn opgenomen. Maximale geluidsniveaus vanwege laad- en losactiviteiten in de dagperiode blijven buiten beschouwing. Die dienen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel te worden meegenomen.
Interim Verordening Noord-Brabant 2.1
De indieners zijn van oordeel dat niet voldaan wordt aan artikel 3.42 van de IOV. Het ontwerpbestemmingsplan draagt niet bij aan zorgvuldig ruimtegebruik.
Concluderend: Het ontwerpbestemmingsplan is naar het oordeel van zienswijze indiener onzorgvuldig voorbereid, onvoldoende gemotiveerd en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het bedrijf past qua aard en omvang niet op een bedrijventerrein voor kleinschalige bedrijven op een korte afstand van woonwijken, maar hoort thuis op een bedrijventerrein voor grootschalige bedrijvigheid. Gemeentelijke reactie 1.1
Ook op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Majoppeveld_nr_2009’ kan de locatie ingevuld worden met grootschalige bedrijvigheid. Er is enkel vastgelegd dat de minimum perceelsoppervlakte 1.000 m2 dient te bedragen, een maximum is niet vastgelegd. Dat betekent dat op basis van de huidige planologische regeling twee bedrijven met een oppervlakte van ruim 5 ha respectievelijk 3,5 ha kunnen worden gevestigd. In het buiten het plangebied vallende gedeelte van het bedrijventerrein De Meeten 2, de zogenaamde ‘boemerang’, dat grotendeels het zicht vanuit De Landerije aan het plangebied De Meeten 2 onttrekt, is wel kleinschalige bebouwing opgericht dan wel bestaat de mogelijkheid deze nog op te richten. Dit is ook logisch want dit gebied -hoewel het ook door een bomenrij aan het zicht onttrokken is en er nog een retentiezone aanwezig is- ligt dichter tegen De Landerije aan. De gemeente is van oordeel dat er geen sprake mag en zal zijn van aantasting van het woongenot. Dit betekent dat het bedrijf Cloetta aan alle (milieu) normen dient te voldoen. Cloetta is een bedrijf dat op basis van de Staat van bedrijven en inrichtingen van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering valt in milieucategorie 3.2. De grootste afstandseis van deze milieucategorie ten opzichte van woningen in een rustige woonwijk bedraagt maximaal 100 m. Daar wordt ruimschoots aan voldaan.
Uit diverse milieuonderzoeken blijkt dat met voorgenomen productiebedrijf er zeker geen sprake is van stank, lichthinder en geluidhinder.
10
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Weliswaar is de fabriek 24/7 in bedrijf, maar er is rekening gehouden met de routering van vrachtwagens en de werknemers en met de plaats van de in-/uitrit voor aan- en afvoer van grondstoffen en producten, dat daardoor de overlast tot een minimum beperkt wordt. Daarbij moet bedacht worden dat de Dijkrand en het Spectrum bedoeld zijn als ontsluitingswegen vanuit de woonwijken Kortendijk en De Landerije, alsmede van het zuidelijk deel van het bedrijventerrein Majoppeveld: dergelijke routes hebben een bepaalde verkeerscapaciteit en -intensiteit. Uit het Verkeersonderzoek van Goudappel (bijlage 2 bij het bestemmingsplan) blijkt dat in de wijken Kortendijk en De Landerije geen verkeerstoename zal plaatsvinden vanwege Cloetta. 1.2
Zienswijze indieners hebben gelijk dat het in procedure brengen van het onderhavige bestemmingsplan tot doel heeft de komst van Cloetta in het gebied De Meeten 2 mogelijk te maken. Het huidige bestemmingsplan is (enkel) in zoverre een belemmering dat daarin nog een niet in gebruik zijnde verkeersbestemming door het plangebied loopt, hetgeen verhindert tot één perceel te komen. Met de één-op-ééninpassing is het vervaardigen van een plan-MER weliswaar niet meer nodig, maar dat neemt niet weg, dat alle relevante milieuaspecten beschouwd en afgewogen moeten worden om te komen tot het besluit dat de vestiging van een bedrijf als Cloetta op deze locatie verantwoord is. Ten behoeve van de omgevingsvergunning (OBM) is een vormvrije aanmeldnotitie (mer-beoordeling) opgesteld. Het geuronderzoek en de ‘allelectric’-optie zijn voorgelegd aan de OMWB. Het mer-beoordelingsbesluit, waaruit volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, is in ontwerp tezamen met het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning (OBM) ter inzage gelegd en vervolgens vastgesteld.
In ieder geval heeft de één-opéén-inpassing die nu wordt toegepast, ook onmiskenbare voordelen voor de bewoners van de Kortendijk en De Landerije: het is immers op voorhand duidelijk welke bedrijfsontwikkeling plaatsvindt op De Meeten 2, milieucategorie 3.2 ligt als maximaal toegestane milieucategorie vast evenals de hoogtebepalingen van de op te richten fabriek. Het huidige bestemmingsplan biedt wat dat betreft toch meer mogelijkheden waarbij ook hogere milieucategorieën op een groot gedeelte van het plangebied zijn toegestaan, alsmede hogere bebouwing.
1.3
Mocht Cloetta in de toekomst willen uitbreiden, dan is dat niet mogelijk op basis van het nu voorliggende bestemmingsplan De Meeten 2. Eventuele uitbreidingswensen zullen alsdan opnieuw planologisch afgewogen moeten worden en kunnen -indien deze afweging positief is- alleen gestalte krijgen door middel van een aanpassing van het juridisch-planologisch kader.
1.4
De zienswijze dat het gemeentelijk beleid zou bepalen dat alleen kleinschalige bedrijvigheid op De Meeten 2 gevestigd mag worden, is reeds onder 1.1 van een gemeentelijke reactie voorzien.
1.5
Naar het oordeel van de gemeente hoeft in casu geen plan-MER te worden opgesteld omdat de gemeente mede naar aanleiding van in eerdere instantie ingediende inspraakreacties gekozen heeft voor een een-op-een inpassing van de omgevingsvergunning OBM in het bestemmingsplan, waardoor alleen de vergunde oprichting van Cloetta planologisch mogelijk maakt. Dit is beschreven in paragraaf 3.12 van de toelichting.
1.6
Er is in opdracht van Cloetta door Bureau Peutz een geurrapport opgesteld om inzicht te krijgen in het aspect geur in de omgeving ten gevolge van de nieuwe productielocatie. Dit geuronderzoek maakt onderdeel uit van de vergunningaanvraag OBM en de melding Activiteitenbesluit. Ook maakt het rapport onderdeel uit als bijlage 11
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 bij het bestemmingsplan. Inspraakreacties die in de voorontwerpfase van het bestemmingsplan zijn ingediend vormden mede aanleiding om een geurrapport op te stellen, omdat diverse insprekers de vrees hebben uitgesproken dat de nieuwe productielocatie (onaanvaardbare) geurhinder zal opleveren. In de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling (dd. 6 maart 2023) en het m.e.r.-beoordelingsbesluit is het aspect geur slechts globaal aan de orde gesteld, daarbij vooral refererend aan het gegeven dat vanuit de bestaande locatie aan de Spoorstraat geen geurklachten bekend zijn, terwijl de afstand tussen inrichting en woningen aldaar slechts 20 m. bedraagt en deze afstand in de nieuwe situatie voor wat betreft de burgerwoningen in De Landerije 125 m. bedraagt en voor wat betreft de dichtstbijzijnde burgerwoningen in Kortendijk 75 m. met de aantekening dat aan de zijde van Kortendijk overeenkomstig de omgevingsvergunning bouwen (zaaknummer 2023-001444) het kantoorgedeelte van de productielocatie zal worden gesitueerd. De bedrijfswoningen rondom de locatie liggen wèl op kortere afstand van de voorziene locatie dan 125 resp. 75 m. Met het aangeleverde geurrapport wordt een volledig beeld van het aspect geur gegeven.
In het geurrapport wordt precies aangegeven hoe het aspect geur is benaderd en welke maatregelen worden getroffen om geuremissie zoveel mogelijk te beperken. De rapportage is gebaseerd op geurmetingen van Buro Blauw, bij de bestaande locatie van Cloetta aan de Spoorstraat. Door Peutz zijn de gemeten emissies vervolgens geëxtrapoleerd naar de grotere capaciteit op de nieuwe locatie. Op de nieuwe locatie zullen volgens de aanvraag en het geuronderzoek alle relevante emissies behandeld worden in actief-koolfilters (met een geurverwijderingsrendement van minimaal 80 %). Deze emissies zijn afkomstig van de ruimtelucht, de candy cleaners (4x) en de zetmeeldrogers (5x). In onderstaande tabel is de geuremissie uitgerekend voor de meest kritische (bedrijfs-) woningen rondom de voorgenomen nieuwbouw. Uit onderstaande tabel is op te maken dat door de best beschikbare technieken, waaronder actieve koolfilters, toe te passen Cloetta ruim binnen de normen valt die de provincie Noord-Brabant stelt.
Conclusie luidt dat voldaan wordt aan de richt- en grenswaarden van het geurbeleid van de Provincie Noord-Brabant. Het geurrapport is vervolgens in opdracht van de gemeente onafhankelijk getoetst door een externe partij (Witteveen en Bos). Het beoordeelde rapport geeft volgens Witteveen en Bos een voldoende aannemelijk beeld van de te verwachten geurbelasting van Cloetta in de omgeving van de nieuwe locatie. De berekeningen zijn conservatief en bij de toetsing is uitgegaan van de strengste hedonische
12
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 weegfactor (voor zeer onaangename geuren). De berekende geurbelastingen voldoen ruim aan het toetsingskader van de provincie Noord-Brabant. De zienswijze heeft mede geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan in de vorm van toevoeging van een geurrapport. 1.7
Cloetta heeft mede naar aanleiding van de door insprekers uitgesproken zorgen ten aanzien van stikstofdepositie, besloten om direct bij ingebruikname van de productie eenheid over te gaan tot volledige elektrificatie. Daarmee wordt aan de zienswijze tegemoetgekomen.
1.8
Zie het antwoord onder 1.6
1.9
Zie het antwoord onder 1.6
2.0
De plaats waar de laad- en losactiviteiten zullen gaan plaatsvinden, liggen op een dermate grote afstand van de woningen van zowel De Landerije als van Kortendijk, dat geen sprake zal zijn van geluidsoverlast.
2.1
Naar het oordeel van de gemeente wordt wel voldaan aan het criterium van zuinig ruimtegebruik. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 2.2.2 van de Toelichting van het bestemmingsplan De Meeten 2. Het betreft immers de ontwikkeling van een bedrijf in een gebied dat ingevolge het huidige bestemmingsplan ‘Majoppeveld_nr_2009’ al een bedrijventerreinbestemming heeft in een milieucategorie die is toegestaan in voornoemde bestemming.
Aanvulling op zienswijze Op 17 januari 2024 heeft zienswijze indiener namens zijn cliënten nog een aanvulling op de eerder ingediende zienswijze kenbaar gemaakt met het verzoek deze te betrekken bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. De aanvulling wordt mede ingegeven door ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan na de terinzageligging van de ontwerp omgevingsvergunning en het ontwerp bestemmingsplan, namelijk het besluit van Cloetta om direct tot volledige elektrificatie van het bedrijf over te gaan en het feit dat alsnog een geuronderzoek is uitgevoerd. Ook heeft Cloetta een nieuwe MER-aanmeldnotitie ingediend. 1.1
De indieners blijven van oordeel dat er een plan-MER dient te worden opgesteld, omdat in hun optiek de vestiging van een zo grootschalige snoepfabriek op De Meeten 2 nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Met een MER kunnen alle gevolgen volledig en integraal in beeld worden gebracht. Nogmaals wordt herhaald dat de één-op-één inpassing een juridische truc is; zorgen over hinder en overlast worden niet serieus genomen.
1.2
Ook het geuronderzoek neemt de zorgen niet weg. Het onderzoek is volgens indieners gebaseerd op diverse uitgangspunten ten aanzien van de bedrijfsvoering van Cloetta die nergens zijn vastgelegd of geborgd, zodat niet handhavend kan worden opgetreden indien wèl sprake zal zijn van geuroverlast. Wanneer vastgehouden wordt aan het standpunt dat geen MER hoeft te worden opgesteld, dan dient met toepassing van artikel 7.20a van de Wet milieubeheer, een beschrijving van de voorgenomen activiteit in het besluit opgenomen te worden. Ook dienen geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen, als voorschrift in het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning opgenomen te worden. Daarbij wordt verwezen naar de bij de aanvulling zienswijze gevoegde ‘Notitie geur nieuwvestiging Cloetta Roosendaal’.
13
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Gemeentelijke reactie 1.1
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in diverse uitspraken overwogen dat geen plan-MER hoeft te worden opgesteld, indien sprake is van een één-op-één inpassing van een vergunde situatie, zie ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066. Alle milieuaspecten zijn volledig en integraal in beeld gebracht: een plan-MER voegt daar niets meer aan toe. De kwestie of wel of niet een plan-MER dient te worden opgesteld is van een gemeentelijk standpunt voorzien.
1.2
Uitgangspunt is dat er wordt voldaan aan de richt- en grenswaarden uit het Brabants geurbeleid. Uit het opgestelde geuronderzoek volgt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de richt- en grenswaarden van uit het Brabants geurbeleid. Dit geuronderzoek is onafhankelijk getoetst en correct bevonden. Indien noodzakelijk kunnen nog voorschriften over geur worden opgelegd. Geur is een immissieprobleem en geen emissieprobleem. Specifieke maatregelen hoe er wordt voldaan aan de richt- en grenswaarden hoeven niet als voorschrift opgelegd te worden. Indien er geurhinder optreedt kan er altijd handhavend opgetreden worden door bevoegd gezag en kan een geurmeting opgelegd worden aan Cloetta. Indien er uit deze geurmeting en bijbehorende berekeningen volgt dat er niet wordt voldaan aan het Brabants geurbeleid is Cloetta verplicht maatregelen te treffen waarmee er wel wordt voldaan aan het Brabants geurbeleid.
Zienswijze 2 1.1
Er zijn alleen economische motieven om medewerking te verlenen aan Cloetta mits voldaan wordt aan de wettelijke en juridische eisen. Zienswijze indiener dringt erop aan, dat de belangen van de bewoners van Kortendijk, De Landerije, De Meeten en de Rucphensebaan worden meegewogen.
1.2
In eerste instantie was de door de gemeente voorgestane bestemmingswijziging niet gekoppeld aan de eventuele komst van Cloetta naar De Meeten 2, maar het bevreemdt zienswijze indiener dat bij het ter inzage gelegde plan verschillende stukken zijn gevoegd die betrekking hebben op de komst van Cloetta. Dit maakt het proces erg ondoorzichtig.
1.3
Wat de consequenties van het gewijzigde bestemmingsplan zijn voor omwonenden, wordt onderbouwd met stukken van Cloetta.
1.4
De gemeente doet vermoeden dat de bedrijfsgronden van De Meeten 2 slecht verkoopbaar zijn, maar dit wordt door zienswijze indiener bestreden.
Kleinschaligheid 1.5
De indruk wordt gewekt dat op basis van het huidige bestemmingsplan ook grootschalige bedrijven op De Meeten 2 gevestigd kunnen worden. Dit wordt door zienswijze indiener bestreden: in het huidige bestemmingsplan dragen de aanwezigheid van de Kernweg, de verschillende toegestane milieucategorieën en de verschillende toegestane bouwhoogten ertoe bij dat kleinschalige bebouwing wordt gerealiseerd, ook al worden kavels afgenomen die groter zijn dan 1.000 m2. Het gaat hier bovendien om een productiebedrijf dat 24/7, 365 dagen per jaar in bedrijf is. Dit is naar het oordeel van zienswijze indiener niet te vergelijken met kleinere bedrijven die tijdens de daguren actief zijn.
14
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 1.6
Ook verdraagt de nu voorgestane ontwikkeling zich niet met indertijd gedane toezeggingen en gewekte verwachtingen.
1.7
In de omgevingsvisie is vastgelegd dat vestiging van nieuwe bedrijven ter plaatse gasloos dient te zijn.
Coördinatieregeling en MER-rapportage 1.8
De gemeenteraad heeft toegestemd met toepassing van de coördinatieregeling. Daarbij hoorde een amendement dat er een plan-MER zou worden opgesteld. Nu constateert zienswijze indiener dat dit amendement volledig terzijde wordt geschoven met het argument dat een plan-MER niet nodig zou zijn.
1.9
Zienswijze indiener stelt dat procedures onzorgvuldig zijn doorlopen, dat relevante juridische documentatie ontbreekt, de belangen van omwonenden worden veronachtzaamd en opdrachten van de gemeenteraad door het college niet worden uitgevoerd.
Belangenafweging 1.10
Zienswijze indiener is van oordeel dat er geen belangenafweging heeft plaatsgevonden, er is alleen gekeken naar economische belangen, de belangen van omwonenden zijn niet aantoonbaar meegewogen.
1.11
Gewezen wordt op de richtlijnen van GGD/GHOR en adviezen van het RIVM, waarin staat dat plaatsing van grote productiebedrijven in de nabijheid van woonwijken wordt afgewezen.
Gedane toezeggingen 1.12
Toezeggingen worden niet nagekomen. Naar het oordeel van zienswijze indiener is de toegestane bouwhoogte voor een stuk, grenzend aan het Spectrum, verhoogd, er is sprake van een 10%-afwijking.
1.13
Er geldt een resultaatsverplichting voor de gemeente voor het aantal verkeersbewegingen op het traject Dijkrand (vanaf verkeerslicht kruising Van Beethovenlaan tot aan de rotonde). Voornoemde verplichting is niet meer opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
Energietransitie 1.14
Zienswijze indiener is het er niet mee eens dat Cloetta gas gebruikt.
Waterlozing 1.15
Het is niet duidelijk hoe bij calamiteiten het vervuilde water wordt afgevoerd.
Geur en stikstof 1.16
Er is geen geurrapport voorhanden dat door een onafhankelijke partij is gecontroleerd.
Gemeentelijke reactie 1.1
In tegenstelling tot wat zienswijze indiener stelt, zijn alle belangen die relevant zijn om tot een afweging te komen, meegewogen en niet slechts louter economische. Gebleken is dat vestiging van de suikerwarenfabriek op deze locatie uit (milieu)technisch oogpunt niet zal leiden tot aantasting van het woongenot van de 15
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 bewoners van Kortendijk en De Landerije. Dit blijkt ook uit de inmiddels opgestelde (milieu)rapportages. Ook Cloetta is zich daarvan bewust blijkens diverse in opdracht van het bedrijf opgestelde deelrapporten. 1.2
Nu gekozen is voor een een-op-een inpassing en het ontwerpbestemmingsplan alleen de vestiging van een snoepwarenfabriek, zoals uitgewerkt in de aanvraag om een omgevingsvergunning, ter plaatse mogelijk maakt, is van de door zienswijze indiener bedoelde onduidelijkheid geen sprake meer.
1.3
Diverse milieurapportages zijn aangeleverd door Cloetta. Op zich is dat niet ongebruikelijk: een initiatiefnemer dient aan te tonen dat vestiging op een bepaalde locatie tot de mogelijkheden behoort en niet leidt tot een verslechtering van woon- en leefklimaat. De aangeleverde bescheiden, waaronder onderzoeksrapporten (in opdracht van de gemeente) zijn beoordeeld door een onafhankelijke deskundige partij. De rapportages maken onderdeel uit van de bij het bestemmingsplan behorende bescheiden en vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
1.4
De bedrijfskavels op de Meeten 2 waren beschikbaar in dezelfde periode toen er ook bedrijfskavels beschikbaar waren op Majoppeveld - De Kapstok, Borchwerf 1 en voornamelijk Borchwerf 2. Het aanbod was groot en de vraag naar kleinschaligere ontwikkelingen niet. De huisvestingsvragen van bedrijven zijn gerealiseerd op de andere bedrijfslocaties dan De Meeten 2.
1.5
Op basis van het huidige bestemmingsplan mogen bedrijven in zwaardere milieucategorieën in het noordelijk deel van het plangebied worden gerealiseerd namelijk tot maximaal milieucategorie 4.1 en 4.2 daarbij verwijzend naar de bij het bestemmingsplan Majoppeveld van 2007 behorende Staat van bedrijven. Ook zijn in het bestemmingsplan van 2007 in diverse plandelen aanmerkelijk hogere bouwhoogten toegestaan. Voor wat betreft de kavelgrootte: er is slechts vastgelegd dat de minimum kavelgrootte 1.000 m2 dient te bedragen, een maximum is niet vastgelegd en dat betekent dat er op basis van het huidige bestemmingsplan ook twee grotere bedrijven kunnen worden gevestigd. Ook ‘kleinere bedrijven’ kunnen 24/7, 365 dagen per jaar in bedrijf zijn, dit wordt door het huidige bestemmingsplan niet uitgesloten.
1.6
Hetgeen in de nieuwsbrief van 2007 is gesteld dat de bewoners van De Landerije (en van Kortendijk) geen hinder en overlast mogen ondervinden van de bedrijvigheid die in het plangebied De Meeten 2 wordt gevestigd, staat wat de gemeente betreft nog steeds niet ter discussie. Derhalve mag geen sprake zijn van “geluidhinder, stankoverlast en zwaar transport". Ook wordt in de nieuwbrief gesproken over de "hoogte van de gebouwen, de kleinschaligheid van het bedrijventerrein, herkenbare en hoogwaardige architectuur en het ontbreken van een vrijstellingsbevoegdheid van B&W voor bouwhoogtes en milieucategorieën in het bestemmingsplan". Deze uitgangspunten staan ook in de huidige situatie niet ter discussie. Voor wat betreft de grootschaligheid wordt daarbij wel een kanttekening geplaatst. Hoewel het huidige bestemmingsplan qua bestemmingsregels ook grootschaliger bedrijvigheid mogelijk maakt (er wordt alleen bepaald dat een bedrijfskavel minimaal 1000 m2 dient te zijn), wordt geen maximum perceelsgrootte aangegeven. Weliswaar maakt de (niet ingebruik zijnde) Kernweg het niet mogelijk om één bedrijf te vestigen, maar het gebied kan opgedeeld worden in twee bedrijfskavels waardoor er in de huidige situatie twee grotere bedrijven in het gebied kunnen worden gevestigd. 16
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Bij de ontwikkeling van het bouwplan zijn de bouwregels van het huidige bestemmingsplan uit 2007 steeds randvoorwaardelijk geweest. Nu een één-op-één inpassing plaatsvindt (uitsluitend een inrichting conform de omgevingsvergunning is op basis van het bestemmingsplan toegestaan) wordt van de oorspronkelijke bouwregels niet afgeweken. Ook in het nieuwe bestemmingsplan blijven de hoogtebepalingen van het huidige bestemmingsplan in stand, ze worden door de éénop-één inpassing van de omgevingsvergunning zelfs nog stringenter vastgelegd. Qua gebruik geldt: alleen het bedrijf Cloetta kan conform de aangevraagde vergunning worden gevestigd in het plangebied: vestiging van andere (industriële) bedrijvigheid en/of zelfstandige logistieke bedrijven behoort niet tot de mogelijkheden. Opgemerkt wordt dat het gedeelte van het gebied De Meeten 2 dat buiten het plangebied ligt en het dichtst tegen De Landerije aan is gesitueerd (tussen Spectrum en de Elementweg), al deels kleinschalig is ingevuld en verder ook kleinschalig wordt ingevuld zodat er sprake blijft van een buffer tussen het plangebied De Meeten 2 en De Landerije. Deze buffer wordt bovendien nog versterkt door een bomenrij en een retentiegebied. Daarmee bedraagt de afstand tussen De Landerije en het plangebied minimaal 125 m. De afstand tot de fabriek is nog groter. 1.7
Cloetta heeft aangegeven een geheel gasloze inrichting te realiseren.
1.8
Wettelijk gezien is bij het principe van een een-op-een inpassing het opstellen van een plan-mer niet nodig. Dat betekent, dat het opstellen van een plan-MER niet (meer) aan de orde is, zie ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066. Ook is een kapvergunning, die eveneens was meegenomen in de coördinatieregeling, niet meer aan de orde, omdat door gewijzigde inzichten naar aanleiding van opmerkingen van belanghebbenden in de inspraakprocedure omtrent de ontsluiting, de kap van bomen aan de Rucphensebaan niet meer nodig is. Dat neemt overigens niet weg, dat een gedegen onderzoek naar alle relevante milieuaspecten wel noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of vestiging Cloetta op deze locatie verantwoord is. Ten behoeve van de omgevingsvergunning (OBM) is een vormvrije aanmeldnotitie (mer-beoordeling) opgesteld. Het mer-beoordelingsbesluit, waaruit volgt dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, is in ontwerp tezamen met het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning (OBM) ter inzage gelegd en vervolgens vastgesteld.
1.9
Naar het oordeel van de gemeente zijn procedures wel correct doorlopen en zijn de belangen van omwonenden wel degelijk afgewogen.
1.10
Alle relevante belangen zijn meegewogen.
1.11
GGD/GHOR en het RIVM wijzen op gezondheidsaspecten onder andere bij het nemen van ruimtelijke beslissingen. Dat is volkomen terecht en zeer relevant. Het betekent ook dat de gemeente gezondheidsaspecten uitdrukkelijk dient mee te wegen bij de beoordeling of een bepaalde functie in de omgeving van bijvoorbeeld een woonwijk gesitueerd kan worden. Dit is bij de beoordeling van de vraag of Cloetta zich op De Meeten 2 op een verantwoorde manier kan vestigen, meegewogen. Op basis van de resultaten van alle verrichte onderzoeken luidt de conclusie dat dit kan.
1.12
Dit is niet correct: er vindt geen afwijking plaats. Er kan slechts één bouwplan in het plangebied De Meeten 2 worden gerealiseerd met de daarin opgenomen maatvoering, daar kan niet van worden afgeweken middels hogere bebouwing. De in 17
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 bestemmingsplannen gebruikelijke algemene afwijkingsmogelijkheid, waarbij burgemeester en wethouders onder voorwaarden kunnen afwijken van de in de bestemming/bestemmingen opgenomen maatvoering (waaronder hoogtebepalingen) tot 10 %, is niet uitdrukkelijk niet opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. In artikel 8.1 van de planregels is weliswaar een bepaling opgenomen waarbij een omgevingsvergunning verleend kan worden voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. Deze bepaling maakt onderdeel uit van (de wettelijk verplichte) overgangsregeling. Het overgangsartikel is voor wat betreft het onderhavige bestemmingsplan niet aan de orde, omdat op het perceel De Meeten 2 geen bebouwing aanwezig is, waarop het overgangsrecht van toepassing zou kunnen zijn. 1.13
De resultaatsverplichting, waar zienswijze indiener naar verwijst, komt niet uit de regels maar de uit de toelichting van het bestemmingsplan Majoppeveld dat in 2007 is vastgesteld en heeft betrekking op het wegvlak tussen Takspui en de rotonde Dijkrand/Spectrum: op het moment dat de verkeersintensiteiten hoger blijken te zijn dan 8.500 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde werkdag, dan dienen van gemeentezijde maatregelen te worden genomen. Wel is daarbij de aantekening gemaakt dat na 2015 het aantal van 8.500 motorvoertuigen wordt geïndexeerd met het landelijk indexcijfer van 2% à 3% per jaar. Uit figuur 3.1 van het Verkeersonderzoek van Goudappel blijkt dat de verkeersintensiteiten van het wegvlak Takspui – rotonde daar (ruimschoots) onder blijven (referentie 2040: 6.200 en plansituatie 2040: 6.400). De komst van Cloetta zal geen probleem opleveren ten aanzien van de verkeersintensiteit op het vermelde traject.
1.14
Cloetta zal per direct gasloos gaan. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijze. Het bestemmingsplan en de daarbij behorende bijlagen zijn aangepast.
1.15
Afvalwater wordt via het gemeentelijk vuilwaterriool afgevoerd. Zie ook hoofdstuk 4.5 van de beschrijving van de inrichting. Afvoer van vuil water vanwege calamiliteiten: dit is afhankelijk van de soort calamiteit.
1.16
Er is inmiddels een geurrapport, opgesteld door Peutz Adviseurs en in opdracht van de gemeente onafhankelijk getoetst door Witteveen en Bos. Daaruit wordt geconcludeerd dat voor wat betreft het aspect geur voldaan wordt aan alle normen.
Zienswijze indiener 3 1.1
De fabriek van Cloetta is niet passend op de betreffende locatie in een woonomgeving, tussen twee woonwijken. Het zal de toch al slechte luchtkwaliteit verder verslechteren.
1.2
De fabriek gaat veel gas verbruiken. Ook op het gebied van veiligheid en gezondheid zal sprake zijn van een negatief effect. Er wordt volledig voorbijgegaan aan de belangen van omwonenden.
1.3
Zienswijze indiener is van oordeel dat een MER-onderzoek moet worden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de negatieve invloed op de bewoners en de omgeving.
1.4
Er is voldoende belangstelling van kleinschalige bedrijven om zich op De Meeten 2 te vestigen.
1.5
Naar het oordeel van zienswijze indiener is het economisch risico bij het niet doorgaan van de plannen van Cloetta laag. Dan komen er kleinschalige bedrijven.
18
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 1.6
Zienswijze indiener vindt het belangrijk om te weten naar welke gronden en locaties in de omgeving van Roosendaal nog meer onderzoek is gedaan om te zoeken naar een alternatieve locatie.
1.7
Zienswijze indiener bestrijdt dat het bedrijf veel arbeidsplaatsen oplevert, de verwachte arbeidsplaatsen worden naar verwachting ingevuld door arbeidsmigranten.
1.8
Slotopmerking is dat de gemeente in het inspraakrapport volledig voorbijgaat aan de belangen van de bewoners.
Gemeentelijke reactie 1.1
Uit het rapport Onderzoek naar luchtkwaliteit in de omgeving, datum 14 april 2023 referentie EBa/SDe/JMa/F22572-8-RA-001) volgt, dat de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 ter hoogte van de beschouwde toetspunten ten hoogste respectievelijk 16,8 en 17,0 µg/m3 bedraagt (jaargemiddelde waarde). Dit is ruim lager dan de grenswaarde van 40 µg/m3 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer. Ook blijkt uit deze tabellen dat aan het maximaal toegestane aantal overschrijdingen van de (24)uurgemiddelde grenswaarden voor NO2 en PM10 wordt voldaan. Voor wat betreft PM2,5 kan worden geconcludeerd dat, gezien de concentratie PM10, aan de grenswaarde wordt voldaan. PM2,5 is immers een fractie van PM10. De hoogst berekende waarde voor PM10 bedraagt 17,0 µg/m3. De grenswaarde van PM2,5 bedraagt 25 µg/m3 . Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning OBM. Zienswijze indiener geeft geen argumenten om zijn stelling te onderbouwen.
1.2
Cloetta heeft inmiddels aangegeven ‘vanaf het begin’ gasloos te gaan door volledig te elektrificeren. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de zienswijze.
1.3
Een plan-MER is bij de een-op-een inpassing niet verplicht, zie ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066. Een en ander neemt niet weg, dat alle relevante milieuaspecten zijn afgewogen. Om die reden is inmiddels ook een geuronderzoek verricht. Ten behoeve van de omgevingsvergunning (OBM )is een vormvrije aanmeldnotitie (mer-beoordeling) opgesteld. Het mer-beoordelingsbesluit, waaruit volgt dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, is in ontwerp tezamen met het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning (OBM) ter inzage gelegd en vervolgens vastgesteld.
1.4
De bedrijfskavels op de Meeten 2 waren beschikbaar in dezelfde periode toen er ook bedrijfskavels beschikbaar waren op Majoppeveld- De Kapstok, Borchwerf 1 en voornamelijk Borchwerf 2. Het aanbod was groot en de vraag naar kleinschaligere ontwikkelingen niet. De huisvestingsvragen van bedrijven hebben we kunnen realiseren op de andere bedrijfslocaties dan De Meeten 2.
1.5
Wat de gemeente betreft zullen de gronden ook na vertrek van Cloetta, of als vanwege onvoorziene omstandigheden Cloetta toch besluit zich niet op De Meeten 2 te vestigen, ingevuld worden met bedrijvigheid. Daarvoor is overigens alsdan een omgevingsplanherziening nodig, omdat op basis van het voorliggende bestemmingsplan alleen Cloetta conform de omgevingsvergunning gerealiseerd kan worden. Zou het onderhavige bestemmingsplan nog niet zijn vastgesteld en besluit Cloetta zich toch niet op De Meeten 2 te vestigen, dan is het oude bestemmingsplan (dan onderdeel uitmakend van het omgevingsplan) weer van kracht. Of er dan alleen kleinschalige bedrijven zullen worden gevestigd op De Meeten 2, is nog maar de 19
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 vraag: het huidige bestemmingsplan uit 2007 biedt meer mogelijkheden dan waar zienswijze indiener van uitgaat. Bovendien kunnen in het plandeel in het noordelijk gedeelte ook aanmerkelijk zwaardere milieucategorieën gevestigd worden. 1.6
Er zijn op Majoppeveld en Borchwerf geen alternatieve percelen voorhanden waarop de vestiging van Cloetta kan plaatsvinden. De gemeente beschikt inmiddels niet (meer) over grote percelen met een omvang van De Meeten 2. In de inspraakprocedure werden door diverse insprekers locaties aangedragen die naar hun oordeel veel geschikter zouden zijn, zoals ‘Borchwerf III’. De aangemerkte locatie ‘Borchwerf III’ is nog helemaal niet in beeld om eventueel ontwikkeld te worden tot bedrijventerrein, ook niet opgenomen in de omgevingsvisie. Daarop kan niet gewacht worden.
1.7
Naar het oordeel van de gemeente is Cloetta voor de werkgelegenheid wel degelijk een belangrijk bedrijf: het bedrijf biedt werk aan ongeveer 300 medewerkers in verschillende opleidingsniveaus. Los daarvan moet ook gedacht worden aan werkgelegenheid van de toeleveringsbedrijven. Daarnaast is Cloetta een leerwerkbedrijf.
1.8
De gemeente is van oordeel dat alle relevante zaken wel degelijk zijn beschouwd en afgewogen. Belangen van omwonenden maken daar uitdrukkelijk deel van uit. De gemeente verwijst in dat verband naar de toelichting bij het bestemmingsplan.
Zienswijze indiener 4 1.1
Zienswijze indiener verwijst naar de eerder ingediende inspraakreactie waarin de vrees werd uitgesproken dat een goede bereikbaarheid van de bedrijfspanden van zijn cliënt aan de Rucphensebaan in gevaar zou komen. Ook wijst hij op de (negatieve) verandering van het karakter van het bedrijventerrein.
1.2
Weliswaar wordt door de gemeente in het inspraakrapport aangegeven dat de bereikbaarheid niet slechter wordt omdat de in-/uitrit ter hoogte van de huidige Kernweg wordt gerealiseerd. Hij mist echter een juridische borging in het ontwerpbestemmingsplan.
1.3
Naar het oordeel van zienswijze indiener dient om het karakter van het bedrijventerrein te handhaven, tussen het bouwvlak en de perceelsgrens aan de kant van de Rucphensebaan een groenbestemming te worden vastgelegd in het bestemmingsplan. De bebouwing van Cloetta zou niet zichtbaar mogen zijn vanaf de Rucphensebaan.
1.4
Gesteld wordt dat weliswaar uitsluitend bebouwing mag worden opgericht overeenkomstig de onder 3.1 onder a genoemde omgevingsvergunning met nummer 2023-001444, maar voor andere bouwwerken en de inrichting van het terrein geldt dat niet.
1.5
Zienswijze indiener is van oordeel dat de bouwvlakken te ruim zijn en dat de maximale bouwhoogte geen generieke bouwhoogte dient te zijn. Verzocht wordt deze hoogten specifieker aan te laten sluiten bij de huidige plannen van Cloetta.
Gemeentelijke reactie 1.1
De gronden waarop Cloetta zich zal vestigen hebben onder de vigeur van het bestemmingsplan Majoppeveld uit 2007 al een bedrijventerreinstemming met veel ruimere bouw- en gebruiksmogelijkheden (hogere bouwhoogten, zwaardere 20
Zienswijzenota
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 milieucategorieën, zeker in het noordelijk deel van het plangebied) dan hetgeen nu met de vestiging van Cloetta het geval is. Er valt niet in te zien dat het karakter van het bedrijventerrein door de komst van Cloetta in negatieve zin zal veranderen. Uit het verkeersonderzoek (Goudappel, 28 april 2023. Bijlage 2 van de toelichting) blijkt dat de omliggende wegen ruim voldoende capaciteit hebben om het extra verkeer als gevolg van de komst van Cloetta te verwerken. Het mag dan ook verwacht worden dat de bereikbaarheid van de bestaande bedrijven niet in gevaar komt. 1.2
Door middel van een aanduiding zijn de ontsluitingen van het terrein op de verbeelding van het bestemmingsplan en een toevoeging in de gebruiksbepalingen vastgelegd.
1.3
Langs de Rucphensebaan staat ter hoogte van het plangebied een bomenrij, dit sluit aan bij het karakter van de hele Rucphensebaan. Er wordt geen bestemming ‘Groen’ voorzien in het plangebied zelf. Er zijn voldoende mogelijkheden om binnen de bedrijfsbestemming en de inrichting van het perceel groenvoorzieningen te realiseren. Daartoe zal een inrichtingsplan worden vervaardigd. Er is, net als bij de bestaande bedrijven, geen enkel bezwaar dat Cloetta zichtbaar is vanuit de Rucphensebaan.
1.4
De bouwwerken geen gebouwen zijnde genoemd in artikel 3.2.3 betreffen bouwwerken zoals erfafscheidingen die geen consequenties hebben voor bouw- en gebruiksmogelijkheden van het terrein.
1.5
Deze opmerking heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan, meer bepaald van de verbeelding: de op de ontwerpverbeelding opgenomen hoogtebepalingen (maximum bouwhoogten) komen te vervallen omdat alleen het bouwplan zoals opgenomen in de omgevingsvergunning, ter plaatse gerealiseerd kan worden (een-op-een inpassing).
Zienswijze indiener 5 Zienswijze indiener stuurt (nogmaals) de eerder ingediende algemene inspraakreactie integraal nu als zienswijze in. Gemeentelijke reactie Nu zienswijze indiener integraal de in eerder stadium ingediende inspraakreactie als zienswijze indient, kan volstaan worden naar hetgeen de gemeente in het ‘Inspraak- en overlegrapport ‘Bestemmingsplan De Meeten 2’ d.d. juli 2023 heeft gesteld met daarbij de aanvulling van de meest recente ontwikkelingen namelijk dat dat Cloetta direct gasloos gaat en inmiddels ook het geurrapport onderdeel uitmaakt van de bijlagen van het bestemmingsplan. Zienswijze indiener 6 De zienwijze is ingediend en gericht tegen alle ter inzage gelegde stukken: het ontwerpbestemmingsplan, inclusief het besluit vormvrije mer-beoordeling en tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Zienswijze indiener is het niet eens met de wijze waarop de door haar ingediende inspraakreacties is omgegaan. 1.1
Zienswijze indiener wijst erop dat er sprake is van tekstuele verschillen in de publicaties behorend bij het besluit ontwerpbestemmingsplan in De Bode en in het 21