5e - Bijlage Herelsestraat93-95-Bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
teneinde de maximumdiepte van hoofdgebouwen te verruimen met ten hoogste 2 m; teneinde de maximum gezamenlijk te bebouwen oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op gronden buiten het als zodanig aangegeven bouwvlak te verhogen met ten hoogste 10m2;
met dien verstande dat: c. d. e.
het bebouwingspercentage van 50% van de gronden buiten het als zodanig aangegeven bouwvlak niet wordt overschreden; daardoor de gebruikswaarde van de gronden buiten het als zodanig aangegeven bouwvlak niet onevenredig wordt geschaad; daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|14 6.4.2 Parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2.5 mits of onder de voorwaarden dat: a. b. c.
de parkeerdruk in het openbaar gebied niet onevenredig toeneemt; het voldoen aan de normen van bijzondere omstandigheden op overwegede bezwaren sluit; of op andere wijze in de benodigde parkeer-of stallingsruimte wordt voorzien.
6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten Gebruik van ruimten in de woning ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepsof bedrijfsmatige activiteiten, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
b.
c. d. e.
de woning inclusief bijbehorende bouwwerken, die voor de uitoefening van aan-huisgebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten nodig is, behoudt in overwegende mate de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en maximaal 50 m² van de bijbehorende bouwwerken mag worden aangewend voor de uitoefening van de uitoefening van aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten het gebruik ten behoeve van aan-huis-gebonden beroeps-of bedrijfsmatige activiteiten levert geen hinder voor het woonmilieu op en doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de buurt, waarbij in ieder geval geen gebruik mag plaatsvinden dat nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken en als zodanig is opgenomen in Bijlage 1, behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dit van kracht is op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit bestemmingsplan; de aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten hebben geen publieksgericht karakter; het gebruik heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer en/of leidt niet tot een onaanvaardbare parkeerdruk; detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij uitoefening van aan-huis-gebonden beroeps-of bedrijfsmatige activiteiten;
6.5.2 Bijzondere woonvorm Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of laten gebruiken voor bijzondere woonvormen. 6.5.3 Bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en afhankelijke woonruimte Het is niet toegestaan de bijbehorende bouwwerken te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, tenzij het mantelzorg betreft. 6.5.4 Woning/wooneenheid Het is niet toegestaan om de woning/wooneenheid te gebruiken op een wijze die strijdig is met de in artikel 1 opgenomen omschrijving.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|15 6.6 Afwijken van de gebruiksregels 6.6.1 Bijzondere woonvorm Burgemeester en wethouders kunnen, voor wat betreft de woonfunctie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 5.2 ten behoeve van bijzondere woonvormen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.
b.
c. d.
er dient sprake te zijn van een woonvorm die verwantschap heeft met bewoning door een gezin of een vorm van een vast samenlevingsverband, met dien verstande dat de samenstelling van personen mag wisselen; bedoeld gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt, waarbij aangetoond dient te worden dat de betreffende woonvorm geen beperking tot gevolg heeft voor het woongenot van aangrenzende woonpercelen; er dient te worden voorzien in een adequate ontsluiting en afwikkeling van autoverkeer en toereikende parkeergelegenheid voor personeel en bezoekers; vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|16
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van middelhoge archeologische waarden. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken, met een grotere oppervlakte dan 100 m 2 en een grotere diepte dan 0,5 meter beneden maaiveld, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Indien archeologische waarden worden aangetroffen, dient een advies te worden ingewonnen ten aanzien van de voorgenomen werken bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 7.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7 lid 2.1 mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b.
c. d. e.
op basis van archeologisch onderzoek door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg is aangetoond dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; op basis van archeologisch onderzoek door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; er worden technische maatregelen getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; er wordt archeologisch onderzoek door middel van opgraving uitgevoerd; de bouw van het bouwwerk wordt begeleid door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
7.2.3 Voorwaarden voor afwijking Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de in artikel 7 lid 2.2 genoemde vergunning voorwaarden te verbinden wordt een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg om advies gevraagd.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|17 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Verbod Het is op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; het aanbrengen van verhardingen.
7.3.2 Uitgezonderde werkzaamheden Het in artikel 7 lid 3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.
het normale onderhoud en beheer betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt; tot een oppervlakte kleiner dan 50 m2 en een diepte minder dan 0,5 m beneden maaiveld; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
7.3.3 Toelaatbaarheid De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in zijn slechts toelaatbaar indien en voorzover door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 7.3.4 Opgraving Indien het om zwaarwegende redenen niet mogelijk is de archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de regel verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. 7.3.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7 lid 3.1 wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen bij een archeologische deskundige.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|18
3 ALGEMENE REGELS Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|19
Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Bestaande afstanden en andere maten 9.1.1 Maximaal toelaatbaar Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.1.2 Minimaal toelaatbaar In die gevallen dat afstand tot, en hoogte, inhoud, aantallen en / of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wetgeving, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.1.3 Heroprichting In het geval van heroprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 9 lid 1.1 en artikel 9 lid 1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 9.2 Overschrijding bouwgrenzen De aangegeven bouwgrenzen/voorgevellijn mogen/mag uitsluitend worden overschreden door: a.
tot gebouwen behorende stoepen, trappen- c.q. lifthuizen, hellingbanen, funderingen, entreeportalen, veranda's mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m bedraagt;
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|20
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Gebruik van gronden en bouwwerken 10.1.1 Strijdigheid artikelen Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in 'Wonen-1' of 'Wonen-2' aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels. 10.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het gebruik conform de bestemmingen in regels hoofdstuk 2 is alleen toegestaan indien conform gemeentelijk beleid en het waterbeheerplan van het waterschap een compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand worden gehouden.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|21
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Afwijking bouwen Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, en tenzij daardoor belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met een omgevingsvergunning afwijken van het in dit plan bepaalde: a.
b. c.
ten aanzien van de plaats van de bebouwingsgrenzen, voor zover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt; van de in de artikelen met genoemde maten resp. percentages, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10%; van enige bestemming van gronden uitsluitend ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, telefooncellen en wachthuisjes, met dien verstande, dat de inhoud per op te richten bouwwerk niet meer dan 50 m³ zal bedragen en de goothoogte ervan niet meer dan 3 m zal bedragen.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|22
Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Algemene wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 12.2 Belangenprocedure bij de algemene wijzigingsregels Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 13 in acht te worden genomen.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|23
Artikel 13 Algemene procedureregels 13.1 Procedure wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen voornemens zijn gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid voor zover naar dit artikel wordt verwezen. 13.2 Procedure uitwerkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen voornemens zijn gebruik te maken van de uitwerkingsbevoegdheid voor zover naar dit artikel wordt verwezen. 13.3 Procedureregels Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn gebruik te maken van een wijziging of uitwerking als bedoeld in artikel 13 lid 1 en artikel 13 lid 2 gelden hiervoor de volgende procedureregels. 13.3.1 Termijn en terinzagelegging Het ontwerpbesluit, houdende een wijziging of uitwerking als bedoeld in bovenstaande artikelen, ligt gedurende zes weken bij de gebruikelijke gemeentelijke informatiepunten voor belanghebbenden ter inzage. 13.3.2 Wijze bekendmaking Burgemeester en wethouders maken de nederlegging tevoren op de gebruikelijke wijze bekend. 13.3.3 Zienswijzen De bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden om gedurende de termijn van terinzagelegging zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|24
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
14.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 14 lid 1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 14 lid 1 met maximaal 10%. 14.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken artikel 14 lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 14 lid 4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoel in het artikel 14 lid 4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
14.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik artikel 14 lid 4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.8 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer personen, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten.
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
|25
Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Herelsestraat 93-95' van de gemeente Roosendaal. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van De griffier, De voorzitter
NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
bestemmingsplan Herelsestraat 93-95
VERBEELDING
9 7
5 99
20 100 3-3a 97,1-1f 1
W-1
7 18 5
98
V 95a 16
96-96a
4
WR-A2
3
10 94
14 95
6 93
W-2 12
T
92
91
90
89
1 10
5
88
8
7
87 86a
9
85a
LEGENDA plangebied
Enkelbestemmingen T
Tuin
V
Verkeer
W-1
Wonen - 1
W-2
Wonen - 2
Bouwvlakken bouwvlak
Maatvoeringen 6
maximum goothoogte (m)
4
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
10
Dubbelbestemmingen
124
121
122 120
WR-A2
ondergrond
Waarde - Archeologie 2 116
114
2c
Verbeelding Bestemmingsplan "Herelsestraat 95"
Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:
Roosendaal NL.IMRO.1674.2161Herelsestr9395-0401
1-A
..-..-....
datum:
15-02-2024
ontwerp:
12-12-2023
getekend:
FH
vastgesteld:
..-..-....
schaal:
1:1000
onherroepelijk:
..-..-....
formaat:
A4
voorontwerp:
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VERKENNEND VELDONDERZOEK
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Herelsestraat 93, 95, 95a te Heerle (gemeente Roosendaal)
AM23433
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Herelsestraat 93, 95, 95a te Heerle (gemeente Roosendaal) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM23433 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 30 oktober 2023
Opdrachtgever
: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze
Opsteller rapport
: S. Kleijnen MA. | D. Beentjes MSc. | L. Kruithof MSc.
Paraaf
:
Redactie Paraaf
: Drs. M.A.K. Vroomans :
Vrijgave Paraaf
: Drs. M.A.K. Vroomans :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM23433
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 5 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 6 2. 2.1 2.2
WERKWIJZE .............................................................................................................................................................................................................. 9 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9 Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ..................................................................................................................... 9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 11 landschappelijke situatie - geomorfologie ........................................................................................................................................... 11 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 14 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 14 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 15 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 17
3.
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 20
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 23 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 23 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 24 Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 25 Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 25
6. CONCLUSIE ....................................................................................................................................................................................................................... 26 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 26 6.2 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 26 7.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 28
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Roosendaal Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen
Pagina | 3
AM23433
SAMENVATTING Op 3 oktober 2023 is door Aeres Milieu een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd aan de Herelsestraat 93, 95 en 95a te Heelre (gemeente Roosendaal). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van woningen. Voor deze nieuwbouw is geen onderkeldering voorzien, er wordt dus uitgegaan van een standaardfunderingsdiepte. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roosendaal een zone middelhoge archeologische verwachting. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Het plangebied ligt wel op een hoge denkzandrug geflankeerd door twee waterlopen. Vanwege deze redenen geldt voor de periode paleolithicum en mesolithicum. De omliggende geomorfologische eenheden wijzen erop dat het plangebied mogelijk op de grens tussen een beekdal en een geulranddekzandrug ligt. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland is ten westen van het plangebied een duidelijk de overgang tussen het beekdal en de hoger gelegen bebouwde kom van Heerle te zien. Mogelijk heeft ook een dalvormige langs het plangebied gelegen waardoor het plangebied als gradiëntzone gezien kan worden.
De loop is echter door de huidige bebouwing lastig te achterhalen. Om deze redenen geldt een hoge verwachting voor de periode paleolithicum en mesolithicum. De ligging van het plangebied in een hooggelegen deel in de omgeving, op de geulranddekzandrug nabij twee waterlopen, zal voor de eerste landbouwende samenlevingen een gunstige nederzettingslocatie zijn. Vindplaatsen uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd bevinden zich in de omgeving dan ook binnen deze delen van het landschap en liggen relatief ver verwijderd van het plangebied. Deze nederzettingsresten bevinden zich voornamelijk op de dekzandrug ter hoogte van het huidige Wouw. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Herelseweg binnen de historische dorpskern van Heerle. Net ten noordoosten van het plangebied staat de kerk van Heerle. Ten noorden en ten oosten van het plangebied staat een bebouwing ingetekend. Ten westen en zuiden van het plangebied wordt pas vanaf de 20e eeuw bebouwing ingetekend, daarvoor was het in gebruik als bouwland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een veelal scherp AC-bodemprofiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting ((middel)hoog voor neolithicum - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Roosendaal), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Pagina | 4
AM23433
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Administratieve gegevens onderzoekgebied Projectnaam
AM23433
OM-nummer
5466629100
Soort onderzoek
Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Roosendaal
Plaats
Heerle
Adres
Herelsestraat 93, 95 en 95a
Toponiem
Herelsestraat 95 te Heerle
Kadastrale registratie
Wouw, sectie K, nummers 2944, 3059, 3060
x, y-coördinaten
Centrum:
838.022 ; 392.671
NW:
837.978 ; 392.692
NO:
838.253 ; 392.681
ZW:
837.817 ; 392.658
ZO:
838.086 ; 392.649
Aanleiding onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Oppervlakte plangebied
Circa 1.098 m²
Huidig grondgebruik
Bebouwd en verhard
Opdrachtgever
Ordito
Bevoegde overheid
Gemeente Roosendaal
Archeologisch adviseur
M. Vermunt
Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering veldwerk
Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te NoordBrabant/’s-Hertogenbosch/E-depot 3 oktober 2023
Pagina | 5
AM23433
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie:
Adres onderzoekslocatie
: Herelsestraat 93, 95 en 95a, te Heerle
Gemeente
: Roosendaal
Oppervlakte
: Circa 1.098 m²
Huidig gebruik van de locatie
: Bebouwd en verhard gebruikt als woningen
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouw bestaande uit 4 rijwoningen, 1 twee-onder-één-kap woning en 3 garages
Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van een twee-onder-één-kap woning en 4 rijwoningen, met 3 garages en 10 parkeerplekken (Figuur 2). Voor deze nieuwbouw wordt geen onderkeldering voorzien. Er wordt dus uitgegaan van een standaard funderingsdiepte waarbij de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld zal reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De bevoegde overheid, de gemeente Roosendaal, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Roosendaal in een zone middelhoge archeologische verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is (Bijlage 4).1
Doel Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.
1 Koopmanschap en Visser-Poldervaart 2009, Archeologische Rapporten Oranjewoud 78. Pagina | 6
AM23433
Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Specifiek voor de onderzoekslocatie Herelsestraat 93, 95 en 95a te Heerle zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: •
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
•
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?
•
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?
Plangebied Het plangebied ligt aan de Herelsestraat binnen de bebouwde kom van Heerle. Momenteel wordt het plangebied gebruikt voor woningbouw
(
Figuur 1). In het noorden, westen en zuiden wordt het plangebied begrensd door woningbouw, in het oosten door Herelsestraat. Ten noordoosten van het plangebied ligt de Sint-Gertrudiskerk van Heerle.
Pagina | 7
AM23433
Figuur 1 . Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met de rode omkadering (Bron: OpenTopo Map(5)).
Figuur 2 . Impressie van de toekomstige situatie van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader. (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).
Pagina | 8
AM23433
2. WERKWIJZE 2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen •
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
•
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
•
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roosendaal
•
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten •
Bodemkaart (Alterra)
•
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)
•
Paleogeografische landschappenkaart (Vos, et al. 2018)
•
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)
Historische kaarten •
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
•
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
•
Moderne topografische kaart (tot 2022)
De Heemkundekring de Vierschaer Wouw, is 21 september 2023 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
2.2
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen
Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 2 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.098 m². Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van zes boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie Bijlage 8.
2 Tol et al. 2012.
Pagina | 9
AM23433
Hoewel niet het doel van een verkennend onderzoek, zal worden gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.
Pagina | 10
AM23433
3. BUREAUONDERZOEK 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie
Het plangebied ligt binnen het Kempisch Hoog ten zuidwesten van de breuk van Vessem en de Gilze-Rijenbreuk.3 Ten oosten van het Kempische Hoog ligt de Centrale Slenk, een dalingsgebied waar de oude afzettingen diep zijn weggezakt en in de loop van de tijd zijn afgedekt met dikke pakketten jongere afzettingen.4 Het dekzand is gevormd tijdens de laatste ijstijd (Weichselien; circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) aan het eind van het Pleistoceen. Het huidige landschap is in die periode voor een groot deel gevormd. Er ontstond een steeds kouder en droger klimaat.5 In deze periode (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was de bodem bevroren. Tijdens perioden dat er sprake was van dooi, werd door sneeuwsmeltend regenwater veel sediment verspoeld waarbij fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd en dalen ontstonden. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers in textuur. Ze bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.6 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn vervolgens bedekt geraakt met een volgende afzetting van dekzand.
In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 14.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14.700 – 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving mogelijk was. Deze grootschalige verstuivingen zijn de oorzaak van de dekzandafzettingen. 7 Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging in het Atlanticum (8.000 – 5.000 jaar geleden), vond er veenvorming plaats op het dekzand. Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen, zoals beekdalen. Vanaf circa 600 voor Chr. worden delen van West-Brabant gekenmerkt door een veenpakket (Figuur 3). Volgens de Turfdatabank van de provincie Antwerpen en paleografische kaarten van Nederland heeft er ook veenvorming plaatsgevonden in de omgeving van het plangebied.
Het veengebied bevond zich tussen Heerle en Bergen op Zoom en verliep verder noordwaarts naar het dorp Moerstraten. Het toponiem ‘moer’ is vaak ook een duidelijke verwijzing naar (voormalige) aanwezigheid van veen. Er zijn geen gegevens bekend over veenwinning binnen het plangebied alsook de directe omgeving van Heerle. Het afgegraven veen lijkt zich volgens de Turfdatabank voornamelijk rondom Moerstraten te hebben plaatsgevonden. 8
3 Tebbens 2016, 40 (NAR 51), Rensink et al., 2019. 4 Rensink e.a. 2019, 69. 5 Berendsen 2011, 183. 6 Berendsen 2011, 189. 7 Berendsen 2019, 190. 8 www.geoloket.provincieantwerpen.be Pagina | 11
AM23433
Volgens de Geomorfologische kaart (Bijlage 5) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Heerle. Op basis van omliggende geomorfologische eenheden kan wel het volgende gesteld worden. Circa 340 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een grens tussen een geulranddekzandrug (code 10B55yc) en een dalvormige laagte (code 22R23). De geulranddekzandrug omringd de bebouwde kom van Heerle met uitzondering van het westen en noordwesten, dit zijn de gebieden waar veenvorming heeft plaatsgevonden. Het is op basis van de geomorfologische kaart moeilijk te achterhalen wat het zuidelijke verloop van de dalvormige laagte is, ook op de reliëfkaart (Bijlage 7) is door de huidige bebouwing lastig te zien waar deze laagte nu ligt. mogelijk valt het plangebied ook direct op de grens tussen de dalvormige laagte en de geulranddekzandrug. Direct ten westen van de bebouwde kom van Heerle bevindt zich een beekdal, het gaat om het beekdal van de voormalige loop van de ‘Running’. Indien deze grens van de voormalige running zich aan of in plangebied bevindt is het plangebied veel minder meer geschikt als nederzettingslocatie voor jagers-verzamelaars. Door deze directe grens tussen waterige en droge context is het plangebied juist wel zeer geschikt voor het aantreffen van off-site gerelateerde vondsten.
Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4, Bijlage 7) is duidelijk de overgang tussen de hooggelegen dekzandrug en de lager gelegen terrasafzettingen ten (noord)westen te zien. Het plangebied ligt mogelijk net op de grens van de geulranddekzandrug. De maaiveldhoogte varieert lichtelijk tussen 7,46 tot 7,58 meter +NAP en loopt globaal gezien lichtelijk af in oostelijke richting.
Pagina | 12
AM23433
Figuur 3 . Paleografische landschapskaarten. Het plangebied is aangegeven met de rode ster (Bron: Vos, et al. 2018).
Pagina | 13
AM23433
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Op de bodemkaart (Bijlage 6) wordt binnen het gehele plangebied laarpodzolgronden in lemig fijn zand (code cHn21) verwacht. Laarpodzolgronden (code cHn21) Bij laarpodzolgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek. Dit (plaggen)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken, werden plaggen met het mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het plaggendek is bij de laarpodzolgronden tussen de 30 en 50 centimeter. De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De kans bestaat dat er onder het eerddek dat is opgebracht op de laarpodzolgronden nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in het oosten van Brabant. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VI.
Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Heerle. Heerle wordt voor het eerst binnen de historische bronnen vermeld in 1232 met de naam Harella. Heerle vormde al vanaf het begin van de 14e eeuw zijn eigen parochie, net zoals het naburige dorp Nispen.9 De eerste beschreven naam Harella of Herella is een samenstelling van -lo ‘bos(je) op hoge zandgrond‘ en Har(i) ‘zandige rug’.10 Er werden in de 14e ook al twee structuren genoemd ‘de Moerbeek’ en ‘de Altena’, de Altena moet een lange tijd in dienst zijn geweest als versterkte boerderij ter hoogte van het huidige waterbedrijf in Heerle circa 1,3 kilometer ten noorden van het plangebied. Gedurende de Tachtigjarige oorlog werd Heerle ook zwaar getroffen en er kon gesproken worden van een ontvolking van het dorp tot aan het begin van de 17 e eeuw.11 Het dorp kent ook geen grote uitbreidingen in de volgende eeuwen. Er zal pas in de 19 e en 20e eeuw uitbreidingen van de dorpsbebouwing gerealiseerd worden.
9 Koopmanschap en Visser-Poldervaart 2009, 17. 10 Van Berkel en Samplonius 2006, 180. 11 www.de-vierschaer-wouw.nl Pagina | 14
AM23433
Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein geen gegevens bekend over enige oorlogsvernielingen in de Tweede Wereldoorlog.12 In de jaren 1940 en 1943 vonden 3 vliegtuigcrashes plaats in de omgeving van Wouw. Binnen de directe omgeving van Heerle zijn geen crashes bekend.13 De kerk van Heerle werd tijdens de bevrijding van Heerle zwaar beschadigd, evenals enkele gebouwen en boerderijen.14 Het is niet bekend waar binnen de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen hebben plaatsgevonden. Verder is het ook niet vastgesteld dat dit de enige verwoestingen zijn geweest, dit is dus niet uit te sluiten.
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roosendaal geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (Bijlage 4).15 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 1 km) zijn volgens de gegevens uit Archis3 geen archeologische monumenten en enkele archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel 1). Een omvangrijk archeologisch onderzoek, in de vorm van archeologische begeleiding, van SOB research tussen Roosendaal en Wouw (OM nummer: 4021952100) brengt meerdere relevante vondstlocaties aan het licht. Met name twee vondslocaties zijn van belang voor het plangebied, het gaat om twee putten gevuld met hoge aantallen artefacten waaronder aardewerk. Beide vondstlocaties bevinden zich op een gelijkaardig geologische ligging als het plangebied, op een (geulrand)dekzandrug nabij een beekdal. De eerste put circa 2,2 kilometer ten zuidoosten van het plangebied (vindplaats 13) is geïdentificeerd als een waterput waarschijnlijk uit de midden-Romeinse tijd, deze put bevatte onder andere circa 550 aardewerken scherven. De tweede put (vindplaats 17) bevindt zich circa 1,1 kilometer ten noordoosten van het plangebied betreft een beerput uit de late middeleeuwen. Deze beerput bevatte onder andere circa 350 fragmenten aardewerk alsook meerdere leren artefacten die werden geïnterpreteerd als onderdelen van schoeisel.16
Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Zaakidentificatie 2205008100
Afstand Circa 150 m ten
Soort onderzoek Archeologisch
Omschrijving Tijdens het booronderzoek zijn voornamelijk onverstoorde podzol- en
O van het
booronderzoek door
enkeerdgronden aangetroffen. In enkele boringen is de top van de podzol-
plangebied
ADC ArcheoProjecten
of enkeerdgrond verdwenen. In het esdek is een scherf steengoed uit de
in 2008
14e tot 16e eeuw aangetroffen. Er is een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.
2228118100
Circa 150 m ten
Proefsleuvenonderzoek
Binnen 3 werkputten is geen bodemvorming aangetroffen. Binnen 2
O van het
door ADC
andere putten was de eerdlaag op sommige plaatsen dunner dan 50 cm,
plangebied
Archeoprojecten in
wat erop wijst dat er hier sprake is van laarpodzolen. De aangetroffen
2009
sporen waren voornamelijk in verband te brengen met de oude agrarische activiteiten. Enkele van deze sporen had echter een lichtgrijze vulling, mogelijk
dateren
deze
van
voor
de
late
middeleeuwen.
Het
vondstmateriaal bestaande uit aardewerk en enkele metaalartefacten dateren uit de periode late middeleeuwen A en B en nieuwe tijd. Een
12 Van Blankenstein 2006. 13 www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl 14 www.de-vierschaer-wouw.nl 15 Koopmanschap en Visser-Poldervaart 2009, Archeologische Rapporten Oranjewoud 78. 16 Uleners 2020, 33-34.
Pagina | 15
AM23433
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving scherf gevonden in de bouwvoor kan gedateerd worden binnen de Romeinse periode. Voor het noordelijk deel van het plangebied wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving geadviseerd. De rest van het gebied wordt vrijgegeven.
2245274100
Circa 150 m ten
Archeologische
Tijdens het onderzoek zijn 23 grondsporen aangetroffen die, met
O van het
opgraving door Becker
uitzondering van een recente greppel, uit de Tweede Wereldoorlog
plangebied
en Van de Graaf in
dateren.
2009
machinegeweerstellingen en loopgreppels, zijn door het Duitse leger
De
grondsporen,
bestaande
uit
schuttersputjes,
aangelegd en hangen samen met de gevechtshandelingen van eind oktober 1944. Tijdens het onderzoek zijn geen sporen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd A aangetroffen. Het onderzoek is afgesloten. 5458131100
Circa 100 m ten
Archeologisch
Tijdens het opstellen van dit rapport zijn er nog geen resultaten van dit
W van het
booronderzoek door
onderzoek gepubliceerd.
plangebied
Econsultancy BV in 2023
3998180100
Circa 1 km ten
Archeologisch
Op basis van het onderzoek kan worden gesteld dat de verwachte bodems
O van het
booronderzoek door
niet langer intact aanwezig zijn. De natuurlijke afzettingen zijn modern
plangebied
Aeres Milieu in 2016
antropogeen afgetopt tot in de C-horizont door een pakket modern geroerde grond
van circa 30 tot 80 cm dikte, mogelijk (ook) door
leemwinning. Met het verstoren of aftoppen van deze bodems zijn ook de potentieel archeologisch interessante lagen verloren gegaan. Verder archeologisch onderzoek wordt niet geadviseerd. 5217189100
Circa 950 m ten
Archeologisch
Alleen bij boorpunt 3 en 10 zijn volgens verwachting laarpodzolgronden
N van het
booronderzoek door
aangetroffen. De bodemprofielen bestonden uit een bouwvoor op resten
plangebied
Antea Group
van een inspoelingshorizont, op de C-horizont. De diepte van de
Archeologie in 2022
inspoelingshorizont varieert tussen 2,6 en 4,2 m NAP. Bij boorpunt 1, 4 en 5 wordt de bodem geclassificeerd als veldpodzolgrond. Bij boorpunt 9 bestond de bodem uit een bouwvoor van 55 cm dik op een inspoelingshorizont (enkeerdgrond). Er zijn er geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, maar er is een kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Een deel van het gebied is vrijgegeven. Voor de rest van het plangebied is een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.
5371250100
Circa 930 m ten
Archeologisch
N van het
bureauonderzoek door
plangebied
ADC ArcheoProjecten
Er is geen verdere informatie beschikbaar op Archis3 of DansArcheology.
in 2023 Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 km rond het plangebied.
Pagina | 16
AM23433
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 4) 17 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Binnen het plangebied is op de minuutkaart een gedeelte van een boerderij/hoeve en een bijgebouw ingetekend. De directe omgeving is onbebouwd en ligt binnen enkele grotere percelen, ten noordoosten van het plangebied staat ook de kerk van Heerle ingetekend. Ten noorden van de kerk is ook nog een molen te zien op het minuutplan met de naam: ‘molen van Herel’. De rest van de bebouwing van Heerle staat ingetekend langs de ‘Herelsche straat’ in de vorm van lintbebouwing. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) 18 behorende bij het minuutplan, wordt perceel 321 omschreven als huis met erf en perceel 322 als moestuin. Het westelijk deel van het plangebied ligt op perceel 324 dat staat aangeduid als bouwland. De percelen maken deel uit van een akkercomplex met het toponiem ‘de Meihoef’. Hoogstwaarschijnlijk vernoemd naar de hoeve met dezelfde naam ter hoogte van Herelsestraat 35. Op de kaarten uit 1901 en 1931 (Figuur 5) lijkt de situatie ongewijzigd. Het plangebied lijkt dus in de 1e helft van de 20e eeuw allen bebouwd te zijn met één (bij)gebouw en mogelijk deel van het hoofdgebouw. Ook het landgebruik blijft ongewijzigd op de kaarten van 1901 en 1931.
Op de kaart van 1950 is te zien dat de bebouwing zowel in de directe omgeving alsook binnen het plangebied toeneemt. Binnen het plangebied is ook minimaal één nieuw gebouw te zien op de kaart. Deze trend zet zich voort en op de kaart van 1980 is de dorpskern van Heerle niet meer voornamelijk agrarisch van aard maar zijn er ook al meerdere woonwijken ontwikkeld.
17 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Wouw, sectie K, blad 1 én 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 18 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 17
AM23433
Figuur 4 Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Pagina | 18
AM23433
Figuur 5 Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1901, 1931, 1950 en 1980. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl).
Pagina | 19
AM23433
4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Op 320 meter ten noorden van het plangebied ligt de grens tussen de geulranddekzandrug en een dalvormige laagte. Rondom de bebouwde kom van Heerle, met uitzondering van het westelijk deel, is deze geulranddekzandrug terug te vinden. Direct ten westen van het huidige bebouwde kom ligt een beekdal, met mogelijk een vertakking die direct aan het plangebied grenst. Op het AHN is duidelijk het hoogteverschil tussen de dekzandrug en het beekdal en de terrasafzettingen te zien. De hooggelegen dekzandruggen en dekzandwelvingen in de directe nabijheid van waterlopen, zullen ideale bewoningslocaties voor jagerverzamelaars zijn geweest. Afhankelijk van de aard en het verloop van de dalvormige laagte valt het plangebied ook onder deze gunstige voorwaarden.
Als de dalvormige laagte aan het plangebied heeft gegrensd dan is het plangebied waarschijnlijk een te nat gebied geweest om als nederzetting te zijn gekozen. Enkel in de wijde omgeving zijn enige vuursteenvondsten bekend, dit is mogelijk ook te wijten aan de relatief lage hoeveelheid archeologische onderzoeken binnen de omgeving. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Mocht uit het booronderzoek blijken dat er wel gesproken kan worden van een directe grens met de dalvormige laagte binnen het plangebied, dan kan de verwachting voor nederzettingsresten worden bijgesteld naar laag. Deze directe overgang zorgt er wel voor dat er een hoge verwachting voor off-site resten binnen het plangebied geldt. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden.
De ligging van het plangebied op een hooggelegen dekzandrug zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Net ten zuiden van Wouw zijn bij een archeologische opgraving (OM nummer 458197110) nederzettingsresten uit de late ijzertijd teruggevonden. Gezien beide gebieden op dekzandruggen geflankeerd door (beek)dalen liggen is het ook zeer goed mogelijk dat Heerle ook als een geschikte woonlocatie werd gezien in deze periode. De Romeinse waterput ten zuidoosten van het plangebied onderbouwt dit beeld verder. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.
Pagina | 20
AM23433
Het plangebied ligt aan de Herelsestraat in het dorpscentrum van Heerle, net ten zuidwesten van de kerk. Deze straat vormde een secundaire uitvalsweg vanuit de historische kern en liep via een ontginningsveld met akkercomplexen tot in het heidegebied van de Peel. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat er binnen het plangebied sinds tenminste circa 1800 bebouwing aanwezig was. Deze bebouwing bestond tot aan de 20e eeuw hoogstwaarschijnlijk uit een (bij)gebouw en mogelijk een deel van naburige bebouwing. Ten noorden en ten oosten van het plangebied staat bebouwing ingetekend. Het noordelijke gebouw bevindt zich mogelijk deels binnen het plangebied. Ten zuiden van het plangebied wordt vanaf de 20 e eeuw ook een gebouw ingetekend, hiervoor was dit gebied als akkerland in gebruik. Ten westen van het plangebied blijft het gebied in gebruik als bouwland, het zal pas bebouwd worden vanaf de 2e helft van de 20e eeuw. Het is niet uit te sluiten dat binnen het plangebied historische bebouwing aanwezig was, al dan niet bestaande uit bijgebouwen (schuur, stal) van de omringende bebouwing. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.
Periode Laat-paleolithicum -
Verwachting Middelhoog
mesolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen, fragmenten
Diepteligging sporen Vanaf de eerdlaag tot in de natuurlijke bodem
vuursteen, natuursteen, gebruiksvoorwerpen
(laat)-neolithicum –
Middelhoog
vroege
Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,
Vanaf de eerdlaag tot aan de natuurlijke bodem
natuursteen, gebruiksvoorwerpen
middeleeuwen Volle middeleeuwen – nieuwe tijd
Hoog
Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,
Vanaf het maaiveld
fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden
Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.
Pagina | 21
AM23433
Bodemverstoring De bouw van de huidige bebouwing en de sloop van de voormalige gebouwen zullen voor verstoring in de bodem hebben gezorgd. Het is tijdens het opstellen van dit onderzoek nog onbekend tot welke diepte deze verstoringen hebben plaatsgevonden en of hiermee het archeologisch relevent niveau is geraakt. Op basis van de aangeleverde bouwdossiers is ter plaatse van het bedrijfsgebouw (Herelsestraat 95A) sprake van een normale fundering zonder onderkeldering op de tekening van de uitbreiding in 1977 van de hier aanwezige timmerfabriek. Van de andere gebouwdelen van de Herelsestraat 95A en van de panden Herelsestraat 93 en 95 (beiden gebouwd in of kort na 193119) waren geen bouwtekeningen voorhanden. Mogelijk is binnen het (onbebouwde deel van het) plangebied ook verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als moestuin. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 27 september 2023) zijn binnen het plangebied meerdere kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd. Deze verstoring is voornamelijk beperkt tot het gebied tussen de voorgevels van de huidige bebouwing en de Herelsestraat. Een uitzondering hierop is de gaspijpleiding in het noordoosten van het plangebied (Figuur 6).