CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5b-11. Werkplein.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Raadsvoorstel 037 - Toestemming vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen11.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beoordelingsformulier definitief wijzigingsvoorstel zaaknummer collectief raadsvoorstel: 817670

Naam gemeenschappelijke regeling

Werkplein

1

Zienswijze over ontwerpwijziging ingebracht door college van Roosendaal? X Ja □ Nee (indien nee, dan is vraag 2 niet relevant)

2

Komt bestuur GR tegemoet aan zienswijze college Roosendaal? □ Ja (indien ja, dan is vraag 3 niet relevant) X Nee (dan toelichten bij vraag 3)

3

Toelichting op niet tegemoetkomen zienswijze Roosendaal: Jaarrekening Art. 42, lid 4 (oud 41): Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag uiterlijk 1 april aan de deelnemers. Hoe verhoudt zich dat tot: Art. 35 lid 1 (oud 36): Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Zienswijze: De raad adviseert dezelfde termijn aan te houden als in artikel 35 lid 1 (oud 36). Reactie GR: In artikel 35 lid 1 is termijn 30 april is veranderd in 1 april (conform Nota verbonden partijen) en is voorlopige jaarrekening verwijderd. In artikel 42, lid 4 staat toezending vastgestelde jaarrekening en jaarverslag uiterlijk 30 april. Conclusie: In de ingediende ontwerpregeling voor zienswijzen waren de wettelijke termijnen opgenomen conform de Wgr na wetswijziging, dus stond in artikel 35 lid 1 de indieningstermijn van 30 april. Als extra lid was toegevoegd: Als in de Nota Verbonden Partijen striktere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing. Daar was onze zienswijze op gebaseerd. In de nu ingediende definitieve ontwerpversie zijn de termijnen uit de Nota verbonden partijen opgenomen en is 30 april veranderd in 1 april.

Echter bij de jaarrekening staat nog de wettelijke termijn van 30 april vermeld en niet de termijn uit de Nota verbonden partijen (=15 april). Echter ook in artikel 42 is een lid opgenomen met de tekst: Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing. Dus kunnen we akkoord gaan.

-1-

Aandachtspunt: in de ingediende ontwerpregeling voor zienswijzen was in artikel 42 een nieuw lid 5 toegevoegd over een zienswijzeprocedure bij resultaatbestemming. Omdat in de definitieve Nota verbonden partijen een nieuwe afspraak is opgenomen over “algemene reserve en zienswijze van de raad” is deze tekst in deze ontwerpregeling komen te vervallen. 4

Zijn er overige inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 5) X Nee (indien nee, dan is vraag 5 niet relevant)

5

Toelichting op inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel

6

Is er een reden om toestemming vanwege strijd met het algemeen belang of strijd met het recht te onthouden? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 7) X Nee (indien nee, dan is vraag 7 niet relevant)

7

Toelichting op onthouden toestemming

8

Overige opmerkingen

-2-

Het college van de gemeente Roosendaal T.a.v. wethouder R. van Ginderen Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

Klantnummer

Werkproces Contactpersoon K. van Ostaijen

Locatie

Etten-Leur

Telefoonnr.

06 55292617

Bijlagen

2

Onderwerp

Wijziging GR Werkplein Hart van West-Brabant

Zaaknummer Verzenddatum

9 april 2024

Geacht college, Op 1 juli 2022 is er een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Vanwege die wetsaanpassing moeten gemeenten al hun gemeenschappelijke regelingen, waaronder ook die van het Werkplein Hart van West-Brabant, voor 1 juli 2024 aanpassen. Bij brief van 26 oktober 2023 heb ik u namens het Algemeen Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant gevraagd of u de zienswijze van uw raad wilde vragen over de voorgestelde aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Werkplein Hart van West-Brabant. Op basis van de ontvangen zienswijzen van de raden van de gemeenten: Etten-Leur, Roosendaal en Rucphen, hebben wij ons voorstel voor wijziging van onze GR van 26 oktober 2023 nog iets aangepast. Op 8 april 2024 heeft het Algemeen Bestuur van het Werkplein ingestemd met de nu voorgestelde wijziging van de “Gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant” per 1 juli 2024. De belangrijkste wijzigingen staan vermeld in ‘bijlage 1 – Zienswijzen gemeenteraden met de Werkpleinreactie. In ‘bijlage 2 – Voorstel tekstuele wijzigingen GR Werkplein (artikelsgewijs) per 1 juli 2024’ zijn artikelsgewijs alle voorgestelde wijzigingen verwerkt.

Als Algemeen Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant verzoeken wij u om:  op basis van de ontvangen zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten en ons hierop aangepaste voorstel de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant vast te stellen,  de ingangsdatum van deze wijziging te bepalen op 1 juli 2024,  de wijziging van deze gemeenschappelijke regeling te publiceren in uw Gemeenteblad.

Voor eventuele vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met dhr. K. van Ostaijen, beleidsmedewerker. Hij is telefonisch bereikbaar op 06 55292617, of via email kees.van.ostaijen@werkpleinhartvanwest-brabant.nl.

Met vriendelijke groet, Het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant, namens dezen,

Marko Does Directeur

Zienswijzen gemeenteraden met de Werkpleinreactie Algemeen Enkele gemeenten verwijzen in hun zienswijzen naar de Herijkte Nota Verbonden Partijen. Met die verwijzing hebben we rekening gehouden. Etten-Leur Raadsbesluit Etten-Leur d.d. 4 december 2023: 1. Evaluatie van de regeling (artikel 11a Wgr) Advies in de concept nota luidt om in beginsel eenmaal per raadsperiode (dus iedere vier jaar) een evaluatie naar de werkwijze en de bereikte effecten van een gemeenschappelijke regeling uit te voeren. Indien een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten geen behoefte heeft aan een evaluatie kan van een evaluatie worden afgezien. In de gewijzigde GR Werkplein is in art. 48 opgenomen dat het AB kan besluiten tot evaluatie van de regeling. Verdere afspraken worden niet opgenomen. Dit is niet cf de (concept) Nota Verbonden Partijen. Het voorstel is om de volgende bepaling op te nemen in artikel 48: De werkwijze en het functioneren van het Werkplein vierjaarlijks te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten besluit af te zien van een evaluatie. Reactie: In de Nota Verbonden Partijen (versie 2024) is hierover het volgende bepaald: “Afspraak 2.5. Evaluatie wordt 4-jaarlijks overwogen. Zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke verbonden partijen nemen tenminste éénmaal per vier jaar een besluit op de vraag of een evaluatie gewenst is.

Ter voorbereiding op dit besluit pijlen zij de wensen van de betrokken gemeenteraden. Het kan daarbij gaan om een beperkte evaluatie van de regeling zelf, maar ook over een meer omvattende evaluatie van het bereiken van beleidseffecten, het functioneren van de samenwerking en het samenwerkingsverband. Zijn doelstellingen wel bereikt en waar zitten nog verbeterpunten?”. Wij onderschrijven uw zienswijze en stellen voor om de tekst van artikel 48 GR Werkplein in die zin aan te passen. Tekstvoorstel Werkplein is gelijkluidend aan dat van de GR WVS. Verwerking in tekst Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant: Aangepast: Artikel 48: 1. Het algemeen bestuur kan éénmaal per 4 jaar besluiten tot evaluatie van de regeling. Ter voorbereiding op dit besluit peilt het algemeen bestuur vooraf de wensen van de betrokken gemeenteraden. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze en door wie de evaluatie wordt uitgevoerd. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluatie onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. Halderberge Raadsbesluit Halderberge d.d. 14 december 2023:

Pag. 1

1. in het kader van de zienswijzeprocedure zijn er geen wensen en bedenkingen Moerdijk Raadsbesluit Moerdijk d.d. 14 december 2023 1. geen zienswijzen in te dienen bij de ontwerpwijzigingen van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant Roosendaal Raadsbesluit Roosendaal d.d. 21 december 2023 1. Jaarrekening Art. 42, lid 4 (oud 41): Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag uiterlijk 1 april aan de deelnemers. Hoe verhoudt zich dat tot: Art. 35 lid 1 (oud 36): Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raad adviseert dezelfde termijn aan te houden als in artikel 35 lid 1 (oud 36). Reactie: In de Nota Verbonden Partijen (versie 2024) is hierover het volgende bepaald: “Afspraak 2.4. Termijnen voor behandeling van conceptbegroting en jaarrekening (1 april en 1 juli). De ontwerpbegroting wordt bij voorkeur voor 1 april 1) door de gemeenschappelijke regeling naar de deelnemers gestuurd. De zienswijzen van de deelnemers dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen.

Toelichting Nota Verbonden Partijen: De gemeenteraad moet inzicht hebben in het beleid van respectievelijk de uitvoering door gemeenschappelijke regelingen en de daarvoor benodigde middelen. Dit om daarop haar kaderstellende en controlerende taak te kunnen uitoefenen. In de begroting wordt aangegeven wat de gemeenschappelijke regeling wil bereiken, welke activiteiten de gemeenschappelijke regeling daarvoor gaat uitvoeren en wat de bijdrage per gemeente is. Dit is voor de raad een belangrijk document om te sturen. 1) Deze datum wijkt af van de bepaling in de Wgr (toezenden voor 1 mei en 12 weken voor aanbieding aan het AB). In deze nota is gekozen om hiervoor concrete data te noemen. De ervaring heeft geleerd dat wanneer de begrotingen uiterlijk 15 april worden toegezonden, de gemeenteraden uiterlijk 1 juli hun zienswijze kunnen geven.”

Wij onderschrijven het belang van een duidelijke termijnstelling die zowel voor het Werkplein Pag. 2

als voor de deelnemende gemeenten reëel en werkbaar moet zijn. In de Nota Verbonden Partijen (versie 2024) staat welke termijnen er gelden voor de (ontwerp)begroting en de jaarrekening. Het voorstel is om de tekst van de artikelen 35 en 42 van de GR Werkplein in overeenstemming te brengen met wat hierover in de Nota Verbonden Partijen (versie 2024) staat. Verwerking in tekst Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant: Aangepast voorstel: Artikel 35: Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (kaderbrief) aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming met toelichting op en zendt deze vóór 1 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in de Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt 6. De vastgestelde meerjarenbegroting geldt als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant. 7. Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde staten. 9. Jaarlijks worden in overleg met de deelnemers de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken alsmede de behandeling daarvan, zodat aansluiting wordt gemaakt tussen de planning & control- cyclus van de gemeenten met die van het Werkplein Hart van West-Brabant. 10. Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing. Aangepast voorstel: Artikel 42: Jaarrekening 1.

Het dagelijks bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het algemeen bestuur over de inkomsten en uitgaven over het afgelopen begrotingsjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarrekening, het jaarverslag met de daarbij behorende bescheiden en de berekening van de door de deelnemers verschuldigde bijdrage, alsmede het rapport van bevindingen naar aanleiding van het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten door een daartoe overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemw bevoegde accountant. 2. Uiterlijk 1 april in het jaar volgend op het jaar waarover verantwoording wordt afgelegd, levert de regeling inzake het onderdeel SiSa (verantwoording bijdragen van andere overheden) door een daartoe bevoegd accountant gecertificeerde gegevens aan bij de deelnemers ten behoeve van de accountantscontrole bij die gemeenten Pag. 3

3. Het algemeen bestuur controleert de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast. 4. Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag uiterlijk 30 april aan de deelnemers. 5. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, vergezeld van de daarbij behorende documenten zoals omschreven in lid 1, ter kennisneming toe aan de raden van de gemeenten. 6. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan Gedeputeerde staten. 7. Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing. Aandachtspunt bij artikel 42 lid 5: In het voorstel van het Werkplein aan de deelnemende gemeenten d.d. 26 oktober 2023 stond een nieuw 5e lid wat luidde: a. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, vergezeld van de daarbij behorende documenten zoals omschreven in lid 1, ter kennisneming toe aan de raden van de gemeenten. b. Indien de jaarrekening een voorstel tot bestemming van het jaarresultaat omvat dan kunnen de raden binnen acht weken na toezending hun zienswijze aangeven op dit voorstel tot bestemming.

Omdat in de Nota Verbonden Partijen (versie 2024), afspraak 2.3 een andere afspraak staat over de “algemene reserve en de zienswijze van de raad”, wordt in tweede instantie nu voorgesteld om het af te zien van een nieuw 5e lid. 2. Evaluatie van de regeling (artikel 11a Wgr): Er is een nieuw artikel 48 Evaluatie opgenomen met de volgende tekst. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie van de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze en door wie de evaluatie wordt uitgevoerd. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluatie onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. De raad stelt voor om lid 1 te vervangen door: Structureel eenmaal per vier jaar wordt de werkwijze en het functioneren van het Werkplein geëvalueerd. indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan het algemeen bestuur hiertoe besluiten. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze en door wie de evaluatie wordt uitgevoerd. Reactie: Zoals aangegeven in onze reactie bij de zienswijze van de Raad van Etten-Leur stellen wij voor om de tekst van artikel 48 GR Werkplein aan te passen. Rucphen Raadsbesluit Rucphen d.d. 13 december 2023 1.

Het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant wordt verzocht een evaluatie op te nemen in de gemeenschappelijke regeling met de frequentie van eens in de 4 jaar Reactie: Zoals aangegeven in onze reactie bij de zienswijze van de Raden van Etten-Leur en Roosendaal stellen wij voor om de tekst van artikel 48 GR Werkplein aan te passen. Zundert Pag. 4

Raadsbesluit Zundert d.d. 12 december 2023 1. de voorgestelde wijzigingen geven voor ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Pag. 5

Bijlage 2 – concepttekst GR Werkplein Hart van West-Brabant per 1 juli 2024

Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant Intitulé Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van WestBrabant Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsomschrijvingen en afkortingen Artikel 2: Openbaar lichaam Artikel 3: Duur van de regeling Hoofdstuk 2: Belang en taken Artikel 4: Werkterrein Artikel 5: Belang/missie Artikel 6: Taken en bevoegdheden Artikel 7: Basistakenpakket en plustaken Artikel 8: Dienstverleningsovereenkomsten Hoofdstuk 3: Inrichting Artikel 9: Bestuur Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur Artikel 10: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur Artikel 11: Einde lidmaatschap Artikel 12: Bevoegdheden en taken algemeen bestuur Artikel 13: Werkwijze Artikel 14: Besloten vergadering Artikel 15: Inlichtingenplicht lid van het algemeen bestuur Artikel 16: Inlichtingenplicht algemeen bestuur Artikel 17: Verantwoording aan het college Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur Artikel 18: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur Artikel 19: Einde lidmaatschap Artikel 20: Bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel 21: Werkwijze Artikel 22: Inlichtingenplicht aan algemeen bestuur Artikel 23: Inlichtingenplicht aan het college Artikel 24: Verantwoording Hoofdstuk 6: De voorzitter Artikel 25: Aanwijzing en ontslag Artikel 26: Bevoegdheden en taken Artikel 27:

Informatieplicht en verantwoording Hoofdstuk 7 : De directeur Artikel 28: Directeur Artikel 29: Taken en bevoegdheden Artikel 30: Mandaat Hoofdstuk 8: Het personeel Artikel 31: Personeel Hoofdstuk 9: De cliëntenraad Artikel 32: Cliëntenparticipatie Hoofdstuk 10: Meerjaren beleidsplan en jaarplan Artikel 33: Beleidsontwikkeling en vaststelling Artikel 34: Het jaarplan Werkplein Hart van West-Brabant Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen 1

Artikel 35: Financiële administratie Artikel 36: Begrotingsprocedure Artikel 37: Bijdragen van de gemeenten Artikel 38: Directe produktkosten Artikel 39: Uitvoerings- en organisatiekosten Artikel 40: Verrekening Artikel 41: Jaarrekening Hoofdstuk 12: Het archief Artikel 42: Archief Hoofdstuk 13: Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing Artikel 43: Toetreding Artikel 44: Uittreding Artikel 45: Wijziging Artikel 46: Liquidatie Artikel 47: Geschillen Hoofdstuk 14: Slotbepalingen Artikel 48: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen Artikel 49: Titel Artikel 50: Toezending regeling aan Gedeputeerde staten Artikel 51: Slotbepaling Overwegingen en besluit De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert Overwegende, de door de deelnemende colleges genomen besluiten, waarin is ingestemd met de businesscase/Besluitvormingsnotitie “Gezamenlijke werkorganisatie Werk en Inkomen”, waarin is gekozen voor het instellen van een openbaar lichaam; dat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend voor het aangaan van deze regeling op grond van artikel 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen aan de colleges, in de gemeenteraadsvergaderingen van gemeente Etten-Leur d.d. 29 oktober 2014, gemeente Halderberge d.d. 3november 2014, gemeente Moerdijk d.d.

6 november 2014, gemeente Roosendaal d.d. 29 oktober 2014,gemeente Rucphen d.d. 29 oktober 2014 en de gemeente Zundert d.d. 30 oktober 2014; dat de gezamenlijke visie van de deelnemers is om op termijn een integrale benadering te realiseren van de doelgroep in de gehele keten van het sociale domein en dat derhalve uitbreiding van taken van het openbaarlichaam in het verschiet ligt. Gelet op de Wet werk en bijstand, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Archiefwet1995 en de Algemene wet bestuursrecht besluiten: tot het treffen van de: “Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant” en het instellen van een openbaar lichaam “ Werkplein Hart van WestBrabant”.

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsomschrijvingen en afkortingen 1. Deze regeling verstaat onder:

2

a. de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, verder te noemen “ Werkplein Hart van West-Brabant”; b. deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert; c. de gemeenten: de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert; d. de voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van het openbaarlichaam Werkplein Hart van West-Brabant; e. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; f. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen; g. Gemw: de Gemeentewet; h. Boekjaar: het kalenderjaar; i. Awb: Algemene wet bestuursrecht; j. Pw: Participatiewet; k. Wi: Wet inburgering 2. Waar in deze regeling artikelen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de in artikel 6 genoemde wetten en regelingen of enige andere wet of regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, dienen in die artikelen in plaats van “de gemeente”, “de raad”, “het college van burgemeester en wethouders” en “de burgemeester” onderscheidenlijk te worden gelezen: “Werkplein Hart van West-Brabant”, “het algemeen bestuur”, “het dagelijks bestuur” en “de voorzitter”. 3.

De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de in deze regeling genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter zake geldende overgangsrecht, is in deze regeling van toepassing. Artikel 2: Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wgr, genaamd “Werkplein Hart van WestBrabant”, gevestigd en kantoorhoudend te Etten-Leur. 2. Het werkgebied van het Werkplein Hart van West-Brabant omvat het grondgebied van de gemeenten. Artikel 3: Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Hoofdstuk 2: Belang en taken Artikel 4: Werkterrein Het Werkplein Hart van West-Brabant is werkzaam op het terrein van werk en inkomen en inburgering. Indientijdens de looptijd van deze regeling blijkt dat het wenselijk / noodzakelijk is dat er meer taken en bevoegdheden binnen het sociale domein aan de regeling overgedragen dienen te worden, kunnen de bevoegde bestuursorganen van de gemeenten daartoe besluiten. Alsdan geldt dit als een wijziging in de zin van het artikel 1, lid 3 Wgr. Artikel 5: Belang/missie 1. Het Werkplein Hart van West-Brabant behartigt de belangen van de deelnemers op het gebied van de aan deze gemeenten in medebewind opgedragen wetgeving inzake werk en inkomen en inburgering. 2. Het Werkplein Hart van West-Brabant zorgt voor een rechtmatige, cliëntgerichte, efficiënte en effectieve uitvoering van de Participatiewet, Wet inburgering en aanverwante wetten en regelingen. Artikel 6: Taken 1. Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult ten behoeve van de in artikel 5 genoemde belangen alle uitvoerende taken en verzorgt of ondersteunt het operationeel beleid, inclusief beleidsvoorbereiding van het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant en de deelnemers inzake de: 3

a. Participatiewet (Pw); b. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw); c. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz); d. Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); e. Uitvoering van het minimabeleid en bijzondere bijstand, een en ander zoals vastgesteld door de afzonderlijke deelnemende gemeente; f. Wet inburgering; g. De algemene maatregelen van bestuur, algemeen verbindende voorschriften en uitvoeringsregelingen, behorende tot de onder a tot en met f genoemde wet- en regelgeving; h. De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de onder a tot en met f genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter zake geldende overgangsrecht. 2. Nieuw 2e lid ingevoegd: Naast de beleidsvoorbereiding zoals genoemd in het eerste lid en met inachtneming van artikel 4:81, 1e lid van de Algemene wet bestuursrecht, kan het Werkplein Hart van WestBrabant beleidsregels vaststellen met betrekking tot de aan hen gedelegeerde bevoegdheden zoals genoemd in het 1e lid en voor zover de financiële gevolgen binnen de vastgestelde begroting van het Werkplein blijven en louter begunstigend beleid voor de inwoners betreft. 3. Aan het Werkplein Hart van West-Brabant is opgedragen de behandeling van bezwaarschriften en beroep, inclusief het beslissen op bezwaar. 4.

Indien de raad van een gemeente dan wel het college, ieder voor wat zijn bevoegdheid betreft, ten aanzien van een bepaald onderwerp beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het beleid van de andere gemeenten, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze gemeente in het meer jaren beleidsplan opgenomen en door het Werkplein Hart van WestBrabant uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen van dit lid zijn de artikelen 37, 38 en 39 van toepassing. 5. De taken genoemd onder lid 1 worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met (keten)partners en derden die door het Werkplein Hart van West-Brabant worden ingeschakeld bij de activering, re-integratie, arbeidstoeleiding en inburgering van cliënten. 6. Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult hierbij de regiefunctie namens de deelnemers. 7. Het Werkplein Hart van West-Brabant kan de deelnemers adviseren over het te voeren beleid op het terrein van werk en inkomen, de ontwikkelingen op de lokale en regionale arbeidsmarkt en inburgering. 8. Het Werkplein Hart van West-Brabant vertegenwoordigt de deelnemers in de regio. Artikel 7: Basistakenpakket en plustaken 1. Nieuw 1e lid: Het Werkplein Hart van West-Brabant is ten behoeve van de deelnemers belast met het uitvoeren van de basistaken zoals opgenomen in artikel 6.

Lid 1 oud luidde: Het Werkplein Hart van West-Brabant is ten behoeve van de deelnemers belast met het uitvoeren van het basistakenpakket zoals jaarlijks door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. 2. In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het Werkplein Hart van West-Brabant, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de taken uit het basistakenpakket, op verzoek vanéén van de deelnemers ook andere adviserende, ondersteunende of uitvoerende werkzaamheden op het werkterrein van het Werkplein Hart van West-Brabant, uitvoeren. Artikel 8: Dienstverleningsovereenkomsten 1. Nieuw 1e lid: Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in artikel 7 genoemde taken kunnen het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers afzonderlijk, schriftelijke 4

werkafspraken in de vorm van overeenkomsten maken. De beschrijving van de te leveren dienst, de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, kunnen worden vastgelegd in deze dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente(n) en het algemeen bestuur. Lid 1 oud luidde: Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in artikel 7 genoemde taken maken het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers afzonderlijk, schriftelijke werkafspraken in de vorm van overeenkomsten. De beschrijving van de te leveren dienst, de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, worden vastgelegd in deze dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente(n) en het algemeen bestuur. 2. Met betrekking tot de beëindiging van de in artikel 7 lid twee genoemde taken worden door het dagelijks bestuur en de deelnemende gemeente die het aangaat, in deze overeenkomsten eveneens schriftelijke afspraken gemaakt over de afwikkeling van de financiële gevolgen alsmede compensatie voor de overige rechten en verplichtingen.

Hoofdstuk 3: Inrichting Artikel 9: Bestuur Het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant bestaat uit: a. het algemeen bestuur, b. het dagelijks bestuur, c. de voorzitter.

Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur Artikel 10: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit leden of hun plaatsvervangers die door de deelnemers uit hun midden worden aangewezen. 2. Iedere deelnemer benoemt een lid en een plaatsvervangend lid. 3. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 4. De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd voor een periode, gelijk aan die van de zittingsduur van het college. 5. De colleges beslissen zo spoedig mogelijk aan het begin van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en diens plaatsvervangers. 6. Aftredende leden en plaatsvervangend leden kunnen opnieuw worden aangewezen, mits zij blijven voldoen aan de vereisten zoals bedoeld in lid 1. 7. De leden kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag nemen. 8. Het betrokken college voorziet zo spoedig mogelijk in de tussentijdse vacature. 9. Elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid wordt door het college binnen 8 dagen schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter van het algemeen bestuur. 10. Het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur is, onverlet het bepaalde in de Wgr, onverenigbaar: a. met een dienstverband bij het Werkplein Hart van West-Brabant; b.

voor degenen, die op grond van enig wettelijk voorschrift direct toezicht houden op de uitvoering van de aan het Werkplein Hart van West-Brabant opgedragen taken; c. voor degenen, die cliënt zijn van het Werkplein Hart van West-Brabant; d. voor degenen, die in dienst zijn van een andere gemeenschappelijke regeling waarin een of meer deelnemer(s) participeren. Artikel 11: Einde lidmaatschap 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt: a. doordat een lid zijn ontslag indient;

5

b. door ontslag door het college dat hem heeft aangewezen in geval dit lid niet langer het vertrouwen van het college heeft, waarbij van het besluit onmiddellijk mededeling wordt gedaan aan de voorzitter van het algemeen bestuur; c. van rechtswege doordat het lid geen deel meer uitmaakt van het college; d. met ingang van de datum waarop onverenigbaarheid met het (plaatsvervangend) lidmaatschap ontstaat, zoals bedoeld in artikel 10, lid 10; e. op de dag waarop de zittingsperiode van het college is beëindigd. 2. Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 3. De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede het college dat hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien, voor zover voldaan blijft aan het vereiste zoals bedoeld in artikel 10, lid 1 en lid 10 van de regeling. Artikel 12: Bevoegdheden en taken algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aaneen ander orgaan zijn opgedragen. 2.

Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wgr, uitsluitend op het gebied van de bedrijfsvoering. 3. De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar: a. het aanwijzen en ontslaan van de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, alsmede de overige leden van het dagelijks bestuur; b. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en diens plaatsvervanger; c. het vaststellen van het jaarplan; d. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzingen en de jaarrekening; e. het vaststellen van bestuursrapportages; f. het vaststellen van een regeling voor het financieel en administratief beheer; g. het vaststellen van een bezoldigingsregeling, organisatieregeling en archiefregeling; h. het vaststellen van een reglement van orde; i. het aanstellen van een vaste commissie van advies voor bezwaar ex artikel 7:13 Awb en klachten; j. het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling; k. het eenmaal in de vier jaar initiëren van het laten uitvoeren van een brede evaluatie naar ondermeer doelmatigheid en resultaatgerichtheid van de samenwerking. 4.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaarbelang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Artikel 13: Werkwijze 1. Het algemeen bestuur stelt, indien gewenst, een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. 2. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij de wet- en regelgeving unanimiteit van stemmen vereist. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Inde vergadering heeft elke deelnemende gemeente één stem. 3. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken na het gedane 6

4.

5. 6. 7. 8. 9.

verzoek plaats conform de bepalingen van de Wgr. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in Gemeentewetartikel 25, lid 2 (stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd), bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd conform de bepalingen van de Wgr. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De vergadering vindt doorgang indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen. De deuren worden gesloten wanneer tenminste één van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. De bepalingen, die omtrent het houden van vergaderingen opgenomen zijn in de Wgr en Gemeentewet, zijn op de regeling eveneens van toepassing.

Artikel 14: Besloten vergadering 1. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur over de geheimhouding van de inhoud van stukken is het bepaalde in de Wgr over het opleggen van geheimhouding van toepassing. 2. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het jaarplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarrekening, de kadernota, het meerjarenbeleidsplan,het liquidatieplan, toetreding en uittreding, wijziging van de regeling en ontslag en benoeming van de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur. Artikel 15: Inlichtingenplicht lid van het algemeen bestuur 1. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is gehouden aan het college dat dit lid heeft aangewezen, de door één of meerdere leden van dit college en/of raad gevraagde inlichtingen te verschaffen. 2. Het verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ter kennis gebracht van het door dit college aangewezen lid van het algemeen bestuur. 3. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, zo mogelijk binnen vierweken. 4. Indien bij het lid van het algemeen bestuur overwegende bezwaren bestaan tegen het verstrekken van de gevraagde inlichtingen, wordt daarvan met redenen omkleed mededeling gedaan overeenkomstig het lid 3. Artikel 16: Inlichtingenplicht algemeen bestuur 1.

Het algemeen bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle informatie aan de deelnemers en (één of meer leden van) de gemeenteraden van de gemeenten, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur is gehouden aan de deelnemers, de gemeenteraad of een of meer leden van de gemeenteraad van de gemeenten de gevraagde inlichtingen te verstrekken. 3. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter. 4. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt. Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het algemeen bestuur gezonden aan de voorzitters van de deelnemers. Artikel 17: Verantwoording aan het college 1. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door het college die het lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.

7

2. Het college van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen van het college geniet.

Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur Artikel 18: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee leden van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur wordt bijgestaan door de directeur in de functie van secretaris/adviseur. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 10 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen. 3. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch uiterlijk binnen een maand na de melding van de opengevallen plaats. 4. Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de leden met uitzondering van die van de voorzitter. Artikel 19: Einde lidmaatschap 1. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het moment dat het algemeen bestuur nieuwe leden voor het dagelijks bestuur heeft aangewezen. 3. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet.

In dit geval is het bepaalde in de artikelen 49 en 50Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing. Artikel 20: Bevoegdheden dagelijks bestuur Binnen de kaders van artikel 6 worden aan het dagelijks bestuur door de deelnemers de volgende bevoegdheden overgedragen: a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen; b. het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur; c. het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit; d. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, alsmede op al wat het Werkplein Hart van West-Brabant aangaat, waaronder de zorg voorde archiefbescheiden; e. het vaststellen van het directiestatuut en een algemeen mandaat- en volmachtbesluit, zoals bedoeld in artikel 30, lid 2 van de regeling; f. het behartigen van de belangen van het Werkplein Hart van West-Brabant bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het Werkplein Hart van West-Brabant van belang is; g.

de behandeling van bezwaar- en beroepschriften zoals genoemd in artikel 6, alsmede het nemen van besluiten op bezwaar; h. het nemen van besluiten of het doen van een uitvoeringshandeling, waaronder begrepen besluiten en handelingen naar aanleiding van een uitspraak van een bestuursrechter; i. het besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het, algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. Het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken, indien het algemeen bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het instellen van beroep of het maken bezwaar, niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt; 8

j. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het Werkplein Hart van West-Brabant; k. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders met uitzondering van de oprichting van en de deelneming in private rechtspersonen of instellingen. Artikel 21: Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden gehouden met gesloten deuren, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald. 3. Besluiten worden met meerderheid van stemmen genomen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van burgemeester en wethouders van toepassing. 5. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur. Artikel 22: Verantwoordings- en inlichtingenplicht aan algemeen bestuur 1.

Overeenkomstig het bepaalde in de Wgr is het dagelijks bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. Het dagelijks bestuur en één of meer leden daarvan gevengevraagd en ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het dagelijks bestuur verstrekt aan het algemeen bestuur, door één of meer leden daarvan, gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. 3. De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de voorzitter. 4. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de verzoeker. Een afschrift van deinlichtingen wordt gezonden aan de overige leden van het algemeen bestuur. Artikel 23: Inlichtingenplicht aan het college 1. Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle informatie aan de deelnemers, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het college van een deelnemende gemeente dan wel een of meer leden van het college kunnen aan het dagelijks bestuur inlichtingen vragen. 3. De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingediend bij de voorzitter van het dagelijks bestuur doortussenkomst van de voorzitter van het college. 4.

De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk gezonden aan het college dat de inlichtingengevraagd heeft alsmede aan de overige colleges. Artikel 24: Verantwoording 1. Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer leden van het dagelijks bestuur, ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur onderscheidenlijk door dat orgaan gevoerde beleid. 2. De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het algemeen bestuur. Het reglement van orde van het algemeen bestuur kan voorschriften geven over de wijze waarop de verantwoording wordt afgelegd.

Hoofdstuk 6: De voorzitter

9

Artikel 25: Aanwijzing en ontslag 1. De voorzitter van het bestuur en diens plaatsvervanger worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, voor de duur van de zittingsperiode. 2. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, waarbij het bepaalde in artikel 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing is. Artikel 26: Bevoegdheden en taken 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De voorzitter kan de ondertekening van de stukken van het dagelijks bestuur opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het Werkplein Hart van West-Brabant in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.

Bij de uitoefening van de wettelijke bevoegdheden wordt de voorzitter, in geval de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij het Werkplein Hart van West-Brabant is betrokken, wordt het Werkplein Hart van West-Brabant door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid vertegenwoordigd. 4. Hij is belast met het toezicht op de uitvoering van de besluiten van het algemeen en dagelijks bestuur. Artikel 27: Informatieplicht en verantwoording 1. Ten aanzien van de informatieplicht is het bepaalde in artikel 15 voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in artikel 22 voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 2. Ten aanzien van het afleggen van verantwoording is het bepaalde in artikel 16 voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in artikel 23 voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 7: De directeur Artikel 28: De Directeur 1. Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat. 2. De directeur wordt benoemd en ontslagen door het algemeen bestuur. 3. De bevoegdheid tot schorsing van de directeur ligt bij het algemeen bestuur. Artikel 29: Taken en bevoegdheden 1. De bestuursorganen van het Werkplein Hart van West-Brabant worden bijgestaan door de directeur aan wie in het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur een adviserende stem toekomt. 2. De directeur vervult in het algemeen bestuur en in het dagelijks bestuur de secretarisfunctie. 3. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van het Werkplein Hart van West-Brabant. 4. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 6. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden. 7. De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur. 8. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directeur bij zijn afwezigheid.

10

Artikel 30: Mandaat 1. Ten aanzien van de bedrijfsvoering in de organisatie draagt het dagelijks bestuur zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk over in mandaat aan de directeur. In een door het algemeen bestuur vast te stellendirectiestatuut worden de taken en bevoegdheden van de directeur, alsmede de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering en naleving daarvan, nader omschreven. Op deze bepaling is hoofdstuk 10 van de Awb van toepassing. 2. Het dagelijks bestuur stelt, uit een oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur en de uitoefening van bevoegdheden binnen de organisatie, een algemeen mandaat- en volmachtbesluit vast.

Hoofdstuk 8: Het personeel Artikel 31: Personeel 1. Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur. 2. Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van het Werkplein Hart van West-Brabant, voor zover al niet bepaald bij CAO. 3. De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 4. Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast van de directeur en het overige personeel. 5. Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een georganiseerd overleg als mede een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden. 6. Het Werkplein Hart van West-Brabant verplicht zich alle diensten betrekking hebbend op uitvoerings- en organisatiekosten zoals gedefinieerd in artikel 39, voor zover daar intern niet in kan worden voorzien, afte nemen bij gemeenten, tenzij dit niet mogelijk is.

Hoofdstuk 9: De cliëntenraad Artikel 32: Cliëntenparticipatie 1. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren van cliëntenparticipatie volgens op zijn voorstel bij verordening vast te stellen regels met betrekking tot: a. De samenstelling van de cliëntenvertegenwoordiging (platform, cliëntenraad); b. De bevoegdheden, waaronder het informatierecht, het adviesrecht en het initiatiefrecht; c. De activiteiten en de begroting van de cliëntenparticipatie in enig jaar; d. Het periodiek overleg met het bestuur en de directie. 2. Met de cliëntenvertegenwoordiging wordt voorafgaand aan de besluitvorming in elk geval overleg gevoerd over: a. het concept meerjaren beleidsplan; b. wijzigingen van beleid, verordeningen e.d.; c. wijzigingen in de dienstverlening; d. onderwerpen die door de cliëntenvertegenwoordiging worden ingebracht.

Hoofdstuk 10 : Meerjaren beleidsplan en jaarplan Vervallen artikel 33 oud luidde: Artikel 33: Beleidsontwikkeling en vaststelling 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli het meerjaren beleidsplan vast. 2. Het meerjaren beleidsplan omvat binnen de taken en bevoegdheden zoals omschreven in deze regeling:

11

a.

3.

4.

5. 6. 7. 8. 9.

een strategische visie op basis van landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het terrein van werk & inkomen, inburgering, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, die mede richting geeft aan het te voeren beleid; b. een samenhangend geheel aan beleidskeuzes waarmee de deelnemers hun doelstelling kunnen bereiken; c. afgestemd met de overige beleidsterreinen van de deelnemers zoals welzijn, economische zaken en onderwijs. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het jaarlijks opstellen van een ontwerp meerjaren beleidsplan als onderdeel van de ontwerpbegroting en zend deze uiterlijk op 15 april van het jaar voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het betrekking heeft, aan de raden van de gemeenten. De raden als bedoeld in lid 3 kunnen binnen acht weken na toezending van het meerjaren beleidsplan het dagelijks bestuur hun zienswijzen aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij het meerjaren beleidsplan, zoals dat aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. In geval de raad dan wel het college van de gemeenten ten aanzien van een bepaald onderwerp afwijkend beleid wenst te laten uitvoeren is daarop artikel 6, lid 3 van toepassing. De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur.

Met verwijzing naar artikel 36 vindt de behandeling van het meerjaren beleidsplan gelijktijdig plaats met de behandeling van de meerjaren begroting. Het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant. Het algemeen bestuur stuurt het beleidsplan en de begroting binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.

Artikel 33: De programmabegroting Werkplein Hart van West-Brabant Artikel 34 vernummert naar artikel 33 met nieuwe titel en nieuw 1e lid: 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een programma- en productenbegroting op voor het komende kalenderjaar, waarin is opgenomen: a. Een weergave van de inzet en activiteiten die het Werkplein pleegt ten behoeve van de uitvoering van het takenpakket; Raming van de kosten gemoeid met deze inzet en activiteiten, alsmede de uitvoeringskosten; b. De concreet te realiseren taakstellingen; c. Een hoofdstuk betreffende het te voeren personeelsbeleid; d. Een hoofdstuk betreffende automatisering; e. Een hoofdstuk betreffende de organisatieontwikkeling, inclusief uit te voeren projecten; f. De bijdrage per afzonderlijke gemeente voor de uitvoering van het beleid, zoals opgedragen aan de Werkplein Hart van West Brabant, alsmede de bijdrage in de uitvoeringskosten per deelnemende gemeente. Lid 1 oud luidde: Op basis van het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting stelt het dagelijks bestuur het jaarplan op, waarin tevens is opgenomen: a. De concreet te realiseren taakstellingen; b. Een hoofdstuk betreffende het te voeren personeelsbeleid; c. Een hoofdstuk betreffende automatisering; d. Een hoofdstuk betreffende de organisatieontwikkeling, inclusief uit te voeren projecten; e.

De programma- en productenbegroting voor het komende kalenderjaar, waarin is opgenomen de bijdrage per afzonderlijke gemeente voor de uitvoering van het beleid, zoals opgedragen aan het Werkplein Hart van West-Brabant, alsmede de bijdrage in de uitvoeringskosten per deelnemende gemeente.

12

2. Op basis van het jaarplan wordt door het dagelijks bestuur het managementcontract opgesteld met de directeur. Een aantal van de hierna vermelde artikelen zijn hierdoor vernummerd:

Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen en informatie over de uitvoering Vervallen oude titel luidde: Financiële bepalingen

Artikel 34: Financiële administratie [nummering aangepast: was voorheen art. 35] 1. De door het rijk aan de gemeenten verstrekte uitkeringen in het kader van de Participatiewet (inkomensdeel en werkdeel), Wet inburgering, alsmede de andere fondsen, doeluitkeringen en algemene uitkeringen bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee het Werkplein Hart van West-Brabant is belast, worden door het Werkplein Hart van West-Brabant beheerd. 2. Het algemeen bestuur stelt bij regeling vast: a. de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en deinrichting van de financiële organisatie van het Werkplein Hart van WestBrabant, een en ander conform artikel 212 Gemw. De regeling waarborgt, dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan; b. regels voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, een en ander conform artikel 213 en artikel 213a Gemw. De regeling waarborgt onder meer dat de rechtmatigheid van het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie, doelmatigheid en doeltreffendheid worden getoetst. 3. De regeling als bedoeld in lid 2 wordt door het dagelijks bestuur, binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, toegezonden aan de raden van de gemeenten. Vervallen oude lid 4 wat luidde: 4.

Minimaal drie maal per jaar zal aan de deelnemers een bestuursrapportage worden verstrekt. Artikel 35: Begrotingsprocedure [nummering aangepast: was voorheen art. 36] Nieuwe leden 1 tot en met 10 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (kaderbrief) aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming met toelichting op en zendt deze vóór 1 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in de Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt 6.

De vastgestelde meerjarenbegroting geldt als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant. 7. Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.

13

8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde staten. 9. Jaarlijks worden in overleg met de deelnemers de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken alsmede de behandeling daarvan, zodat aansluiting wordt gemaakt tussen de planning & control- cyclus van de gemeenten met die van het Werkplein Hart van West-Brabant. 10. Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing. Vervallen oude leden 1 tot en met 11 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting voor het volgende jaar vast. 2. Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming met toelichting op en zendt deze acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de raden van de gemeenten. Bij deze ontwerpbegroting en meerjarenraming wordt aangegeven welke vastgestelde of verwachte(landelijke) beleidswijzigingen van invloed zijn. 3. De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde inde Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing. 4.

De raden als bedoeld in lid 2 kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur. 6. Met verwijzing naar artikel 33 vindt de behandeling van de begroting gelijktijdig plaats met de behandeling van het meerjaren beleidsplan. 7. De vastgestelde meerjaren begroting en het meerjaren beleidsplan gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant. 8. Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers. 9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde staten. 10. Het bepaalde in voorgaande leden is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdrage van de gemeenten. 11.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/43511