CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

56-2020 Stand van zaken themalijnen bestaanszekerheid.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7b: Raadsmededeling 56-2020 Stand van zaken themalijnen Bestaanszekerheid26.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Aantal 96 33 129

% 74% 26% 100%

Aandeel SDV t.o.v. alle huish. 2,2% 0,1% 0,4%

Kenmerken minimahuishoudens tot 120% met SDV Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen en AOW Totaal

Aantal

%

51 45 96

53% 47% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

51 14 13 18 96

53,1 14,6 13,5 18,8 100

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal

12 38 46 96

12% 40% 48% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

47 18 31 96

49% 19% 32% 100%

Een derde van de minimahuishoudens die een vorm van schulddienstverlening heeft gekregen, heeft thuiswonende kinderen, 54 procent is jonger dan 45 jaar en 32 procent heeft een nietwesterse migratieachtergrond. Daarnaast heeft 53 procent een bijstandsuitkering.

15

Wanneer een minnelijk traject niet mogelijk is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). Bestanden over het aantal inwoners dat in de WSNP zit ontbreken in dit onderzoek. Daarnaast zijn in het SDV-cijfer geen reguliere en WSNP-bewindvoering meegenomen.

44

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

5. De inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten van het landelijk en lokale beleid op de inkomens van minimahuishoudens. De methodiek staat beschreven in bijlage 7. De maandbegrotingen per huishoudtype staan in bijlage 8.

5.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid De financiële ondersteuning vanuit het Rijk is veel hoger dan vanuit de gemeente, zoals onderstaande figuur aantoont. Daarnaast verschilt de maximale gemeentelijke bijdrage per huishoudtype: minimahuishoudens met kinderen hebben recht op meer regelingen dan minimahuishoudens zonder kinderen, waardoor het bedrag dat zij daarvan kunnen ontvangen ook hoger is. Ook krijgen zij vanuit het Rijk extra toeslagen, zoals het kindgebonden budget. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste minima geleidelijk af bij een hoger inkomen, al verschilt deze afname per huishoudtype. Voor meerpersoonshuishoudens loopt dit bedrag sneller terug dan voor alleenstaanden. Voor alleenstaande ouders neemt dit bedrag zelfs iets toe omdat zij gebruik kunnen maken van de combinatiekorting. Het bedrag aan gemeentelijke regelingen neemt eveneens af bij een hoger inkomen: bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervalt het recht op kwijtschelding, en bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt (in een keer) het recht op alle andere minimaregelingen. Figuur 5.1.1. Maandelijkse bijdrages Rijk en gemeente, minima niet AOW-gerechtigd Bijdrage gemeente

Bijdrage Rijk

Alleenstaande € 88

100% Wsm 110% Wsm

€ 26

120% Wsm

€ 26

130% Wsm

€0

€ 374 € 374 € 374 € 346

Alleenstaande ouder met twee kinderen € 209

100% Wsm 110% Wsm

€ 133

120% Wsm

€ 133

130% Wsm

€ 1.072 € 1.108 € 1.113

€0

€ 1.117

Paar zonder kinderen € 128

100% Wsm 110% Wsm

€ 53

120% Wsm

€ 53

130% Wsm

€ 504 € 499 € 405

€0

€ 311

Paar met twee kinderen € 235

100% Wsm 110% Wsm

€ 159

120% Wsm

€ 159

130% Wsm

€0

€ 901 € 896 € 802 € 708

45

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Figuur 5.1.2. Maandelijkse bijdrages Rijk en gemeente, minima AOW-gerechtigd Bijdrage gemeente

Bijdrage Rijk

Alleenstaande AOW-leeftijd € 114

100% Wsm 110% Wsm

€ 53

120% Wsm

€ 53

130% Wsm

€ 376 € 376 € 376

€0

€ 376

Paar AOW-leeftijd € 180

100% Wsm 110% Wsm

€ 105

120% Wsm

€ 105

130% Wsm

€ 508 € 508 € 491

€0

€ 471

5.2. De gemeentelijke bijdragen geven meer ruimte voor vrije bestedingen Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen. Dat zijn uitgaven voor bijvoorbeeld lidmaatschap bij een (sport)vereniging, bibliotheek, zakgeld, een dagje weg etc. Per huishoudtype en inkomenshoogte verschilt het bedrag dat wordt overgehouden voor vrije bestedingen echter aanzienlijk. Vrij besteedbaar budget per huishoudtype, minima niet AOW-gerechtigd Huishoudtype Alleenstaande Exclusief gemeente Inclusief gemeente Alleenstaande ouder, 2 kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente Paar zonder kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente Paar, 2 kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

> 3 jaar 100% Wsm

57 144

162 188

267 294

367 367

57 179

193 402

304 436

414 546

546 546

193 446

15 143

160 213

217 269

318 318

15 192

12 247

158 317

214 373

315 315

12 297

Vrij besteedbaar budget per huishoudtype, minima AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Huishoudtype Wsm Wsm Wsm Wsm Alleenstaande (AOW-leeftijd) Exclusief gemeente 149 267 384 535 Inclusief gemeente 263 319 437 535 Paar (AOW-leeftijd) Exclusief gemeente 67 226 369 573 Inclusief gemeente 247 331 474 573

46

Gemeente Roosendaal

•

•

•

• •

Versie 0.3

Paren (met en zonder kinderen) met een inkomen op bijstandsniveau hebben zonder gemeentelijke regelingen een relatief klein budget voor vrije bestedingen (rond de € 15). Door de gemeentelijke regelingen is dit budget beduidend groter, met name voor paren met kinderen; Alleenstaande ouders hebben maandelijks het grootste budget voor vrije bestedingen. Een alleenstaande ouder met een inkomen van 120 procent Wsm heeft maandelijks € 546 voor vrije bestedingen, terwijl een paar met twee kinderen van dezelfde leeftijd en eveneens een inkomen van 120 procent Wsm daar maandelijks € 373 voor heeft; Bij huishoudens met kinderen is het financiële effect van de gemeentelijke regelingen duidelijk zichtbaar. Ten eerste levert dit voor deze huishoudens bij een inkomen tot 120 procent Wsm extra bestedingsruimte op. Tegelijkertijd zorgt het wegvallen van het recht op deze regelingen bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm voor een terugval, dan wel voor stagnatie in het vrij besteedbaar budget bij gezinnen. Bij alleenstaande ouders is het vrij besteedbaar budget bij een inkomen van 130 procent Wsm hierdoor net zo groot als bij een inkomen van 120 procent Wsm.

Bij paren met kinderen is het vrij besteedbaar budget bij een inkomen van 130 procent Wsm € 58 lager dan bij een inkomen van 120 procent Wsm (en komt dan ongeveer op hetzelfde niveau uit als bij een inkomen van 110 procent Wsm); Naast het wegvallen van de gemeentelijke regelingen krijgen paren ook te maken met een (relatief grote) afname van het bedrag aan landelijke toeslagen (zie ook figuur 5.1.1). In de volgende paragraaf gaan we hier verder op in; Bij een inkomen van 100 procent Wsm is het vrij besteedbaar budget voor alleenstaanden van de AOW-leeftijd groter dan de vrije bestedingsruimte voor paren van dezelfde leeftijd. Bij een inkomen tussen de 110 en 130 procent Wsm is het vrij besteedbare budget voor paren wel weer groter.

Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 8 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daar aan besteden.

47

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

5.3. Werken vanuit de bijstand loont Bijstandsgerechtigden die gaan werken tegen een loon van 110, 120 of 130 procent Wsm gaan er in totaal inkomen altijd op vooruit. Dit totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag, toeslagen van het Rijk en de gemeentelijke minimaregelingen; in hoeverre werken (financieel) loont is naast de loonstijging afhankelijk van de afname (of toename) van landelijke toeslagen en (het vervallen van) het recht op gemeentelijke regelingen. Het recht op de meeste gemeentelijke regelingen vervalt bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm. Hierdoor gaat bij werkaanvaarding tegen een loon gelijk aan 130 procent Wsm in één keer een relatief groot bedrag aan gemeentelijke regelingen verloren, met name voor huishoudens met kinderen. Voor alleenstaanden, die een minder groot bedrag aan minimaregelingen ‘verliezen’, is dit effect kleiner. In combinatie met het feit dat de afname van Rijkstoeslagen per huishoudtype verschilt, leidt dit er toe dat alleenstaanden er relatief gezien het meest op vooruit gaan in totaal inkomen bij werkaanvaarding vanuit de bijstand, terwijl paren met kinderen er relatief gezien het minst op vooruit gaan. Maar ook voor hen loont werken vanuit de bijstand vanuit een financieel oogpunt nog steeds.

Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding per huishoudtype Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Alleenstaande ouder, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm

Netto inkomen incl. VT

Bijdrage Rijk

Bijdrage gemeente

Totaal inkomen

Verschil tov 100% Wsm (€)

Verschil tov 100% Wsm (%)

1.052 1.158 1.263 1.368

374 374 374 346

88 26 26 0

1.514 1.558 1.663 1.714

+ 44 + 149 + 200

+ 3% + 10% + 13%

1.052 1.158 1.263 1.368

1.072 1.108 1.113 1.117

209 133 133 0

2.333 2.398 2.508 2.485

+ 64 + 175 + 152

+ 3% + 7% + 7%

1.503 1.654 1.804 1.954

504 499 405 311

128 53 53 0

2.135 2.205 2.262 2.265

+ 70 + 127 + 130

+ 3% + 6% + 6%

1.503 1.654 1.804 1.954

901 896 802 708

235 159 159 0

2.640 2.709 2.765 2.662

+ 69 + 125 + 23

+ 3% + 5% + 1%

Alleenstaanden gaan bij een hoger inkomen er steeds op vooruit. • Een alleenstaande die vanuit een bijstandssituatie werk aanvaardt waarbij hij tussen 110 en 130 procent van het Wsm verdient, gaat er bij ieder hoger inkomen ook telkens meer op vooruit ten opzichte van de bijstand. Bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm stijgt zijn totaal inkomen met € 200 (13 procent) per maand ten opzichte van de bijstandssituatie; • Een alleenstaande krijgt bij inkomen van 120 procent Wsm hetzelfde bedrag aan toeslagen als in de uitkeringssituatie. Vanaf een inkomen boven 120 procent Wsm loopt de bijdrage van het Rijk terug: de huurtoeslag daalt, de zorgtoeslag blijft nog gelijk; Alleenstaande ouders behouden het langst recht op hetzelfde bedrag aan toeslagen. • Alleenstaande ouders gaan er ten opzichte van de bijstandssituatie op vooruit als ze werk aanvaarden tegen een loon tussen 110 en 130 procent Wsm; 48

Gemeente Roosendaal

• •

•

Versie 0.3

De landelijke toeslagen lopen niet af maar stijgen juist licht. Het bedrag aan huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget blijft even hoog en bij werkaanvaarding heeft een alleenstaande ouder recht op combinatiekorting; Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt het recht op alle gemeentelijke regelingen. Hierdoor is het totaal inkomen van een alleenstaande ouder bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm € 23 lager dan bij een loon van 120 procent Wsm. De loonstijging kan het wegvallen van de gemeentelijke bijdrage niet volledig compenseren; Het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm is wel € 152 (7 procent) hoger dan het totaal inkomen op bijstandsniveau.

Paren zonder kinderen hebben € 130 extra aan inkomen bij werkaanvaarding tegen 130 procent Wsm. • Paren zonder kinderen die vanuit de bijstand werk aanvaarden tegen een loon gelijk aan 110 tot 130 procent gaan er steeds op vooruit in inkomen. Wanneer een van hen werk aanvaardt waarbij hij een loon van 130 procent Wsm verdient, hebben zij € 130 (6 procent) meer te besteden per maand; • De toeslagen van het Rijk lopen geleidelijk terug bij een hoger inkomen. Een paar met een bijstandsuitkering ontvangt maandelijks € 504 aan landelijke toeslagen, een paar met een inkomen van 130 procent Wsm ontvangt maandelijks € 311 aan toeslagen; • Het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm is voor paren zonder kinderen slechts € 3 hoger dan bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm (dit komt door de afname van toeslagen en het vervallen van de gemeentelijke regelingen); • Desondanks gaat een paar zonder kinderen er bij ieder hoger inkomen meer op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie. De toename in loon is dus net iets groter dan de afname van de toeslagen vanuit het Rijk en de gemeentelijk regelingen. Paren met kinderen gaan er enkele procenten op vooruit bij werkaanvaarding. • Paren met twee kinderen gaan er ten opzichte van de bijstandssituatie een paar procent op vooruit als zij gaan werken tegen maximaal 130 procent Wsm.

Werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm levert voor hen financieel gezien echter meer op dan werken tegen een loon van 130 procent Wsm; • De toeslagen van het Rijk nemen stapsgewijs af, van € 901 in de bijstandssituatie naar € 708 bij een inkomen gelijk aan 130 procent Wsm; • Bij een inkomen op bijstandsniveau kunnen paren met kinderen maximaal € 235 vanuit de gemeentelijke regelingen krijgen, bij een inkomen van 110 of 120 procent Wsm is dit € 159 en bij een inkomen van 130 procent Wsm is dit € 0. • Hierdoor gaan paren met kinderen er bij een inkomen van 130 procent Wsm minder op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie dan bij een inkomen van 110 en 120 procent Wsm. De toename in loon kan de afname aan maandelijkse bijdragen en toeslagen niet volledig compenseren. Desondanks gaan paren met kinderen er bij een hoger inkomen (tot 130 procent Wsm) altijd op vooruit ten opzichte van de bijstand.

49

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Met behulp van onderstaande casussen leggen we tabel 5.3.1 uit. Eerst bespreken we Jan, die eerst een bijstandsuitkering ontvangt en daarna voor een steeds hoger loon gaat werken. Daarna bespreken we Robin en Max, een paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar. Ook zij ontvangen eerst een bijstandsuitkering, daarna aanvaardt een van beiden werk tegen een steeds hoger loon. Voorbeeld Casus tabel 5.3.1 Jan is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.052 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Hij heeft maandelijks recht op € 374 aan toeslagen van het Rijk. Voor Jan bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Jan rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 88 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen en de korting op de collectieve zorgverzekering. In totaal heeft Jan een inkomen van € 1.514 per maand. Als Jan werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt zijn nettoinkomen naar € 1.158 per maand. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 374 per maand. Het recht op kwijtschelding komt nu te vervallen, Jan heeft alleen nog recht op de korting op de collectieve zorgverzekering. De gemeentelijke bijdrage is nu € 26 per maand. Hij kan geen kwijtschelding meer aanvragen.

Het totaal inkomen van Jan is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 1.558. Dit is een stijging van € 44 (3 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Wanneer Jan tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.263 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 374. De bijdragen van de gemeente blijven eveneens hetzelfde, namelijk € 26. Het totale inkomen van Jan is dan € 1.663 per maand. Dit is € 149 (10 procent) meer dan wanneer Jan een bijstandsuitkering heeft. Als Jan gaat werken tegen een loon van 130 procent Wsm dan stijgt zijn nettoinkomen naar € 1.368 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 346 per maand. Jan ontvangt minder huurtoeslag, maar nog net zoveel zorgtoeslag. De gemeentelijke bijdragen zijn komen te vervallen, want Jan heeft geen recht meer op minimaregelingen. Het totale inkomen van Jan is nu € 1.714 per maand, dit is € 200 (13 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had.

50

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Voorbeeld Casus tabel 5.3.1: paar met kinderen Robin en Max hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.503 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 901 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook kunnen Robin en Max rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente. Deze bijdrage bestaat voor hun beiden uit de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de korting op de collectieve zorgverzekering. Voor hun kinderen maken zij daarnaast aanspraak op het Jeugdfonds Cultuur, Stichting Leergeld, Stichting Paul en de Bijdrage voor schoolkosten. Maandelijks kunnen zij daarmee rekenen op € 235 vanuit alle regelingen. In totaal hebben Robin en Max een inkomen van € 2.640 per maand. Als Robin of Max werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt hun nettoinkomen naar € 1.654 per maand. De toeslagen vanuit het Rijk zijn nu iets lager, namelijk € 896. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 159 per maand. Robin en Max hebben geen recht meer op de kwijtschelding, maar houden recht op alle andere gemeentelijke regelingen. Het totaal inkomen van Robin en Max bij een inkomen van 110 procent Wsm is € 2.709 per maand.

Dit is een stijging van € 69 (3 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Wanneer Robin of Max tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun nettoinkomen naar € 1.804 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt iets verder af en is nu € 802 per maand.. De maandelijkse gemeentelijke bijdrage blijft gelijk, dus € 159. Het totale inkomen van het gezin is nu € 2.765 per maand. Dit is € 125 (5 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering zouden hebben. Als Robin of Max gaat werken tegen een loon van 130 procent Wsm, dan stijgt hun nettoinkomen naar € 1.954 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen naar € 708 per maand. Zij hebben vanwege hun hogere inkomen nu geen recht meer op gemeentelijke regelingen. Het totaal inkomen van Robin en Max is nu € 2.662 per maand. Dit is € 23 (1 procent) meer dan toen zij een bijstandsuitkering hadden, maar minder dan wanneer een van hen werkt tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm.

51

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 4 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen, meerpersoonshuishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan. Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden.

Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven. Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: • indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; • personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; • indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; • als er sprake is van een ouder-kindrelatie én het kind (of de kinderen) is minderjarig, dan is er sprake van een eenoudergezin of een meerpersoonshuishoudens met kinderen; • indien er sprake is van een ouder-kindrelatie maar alle kinderen zijn meerderjarig (18+) dan zien we dit als een meerpersoonshuishouden zonder kinderen.

Oftewel als we spreken van een gezin met kinderen dan is er altijd sprake van minderjarige kinderen; • als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; • indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden. Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. • als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd. Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden).

52

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste.

De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien.

Andere landen worden gezien als niet-westers.

53

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie op 1 juli 2020. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Roosendaal16 Categorie 2020 Aantal huishoudens 35.632 Aantal personen 76.879 Gemiddelde huishoudgrootte 2,2 Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens 2020 Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

12.922 1.312 14.509 6.889 35.632

36% 4% 41% 19% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

1.684 8.571 14.286 11.091 35.632

5% 24% 40% 31% 100%

26.092 5.226

73% 15%

4.314 35.632

12% 100%

3.775 4.241 5.309 244 4.793 2.108 3.467 2.799 4.996 3.900 35.632

11% 12% 15% 1% 13% 6% 9% 8% 14% 11% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonwijk Centrum Dorpen Groot Kroeven Industriegebieden Kortendijk Langdonk Noord Oost Tolberg West Totaal

Aantal

%

16 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij

anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.

54

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 3. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Roosendaal. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen 2020 Categorie Aantal Huishoudtype Eenoudergezin 2.103 Meerpers met kinderen 12.246 Totaal 14.349 Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

Aandeel 15% 85% 100%

3.155 6.159 5.035 14.349

22% 43% 35% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

9.681 1.514

67% 11%

3.154 14.349

22% 100%

Woonwijk Centrum Dorpen Groot Kroeven Industriegebieden Kortendijk Langdonk Noord Oost Tolberg West Totaal

699 1.773 1.924 84 2.332 1.217 1.602 1.030 2.449 1.239 14.349

5% 12% 13% 1% 16% 9% 11% 7% 17% 9% 100%

55

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B4.1 Aantal minimahuishoudens tot 100% Wsm Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100%

3.363

9,4%

Overig Totaal

32.269 35.632

90,6% 100%

Aantal

%

Kenmerken Tabel B4.1 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2020 Categorie

Aantal

%

Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal

1.910 593 860 3.363

57% 17% 26% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

1.769 416 660 518 3.363

53% 12% 20% 15% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

241 947 1.582 593 3.363

7% 28% 47% 18% 100%

1.464 463

43% 14%

1.436 3.363

43% 100%

365 142 559 11 351 232 578 348 226 551 3.363

11% 4% 17% 0% 10% 7% 17% 10% 7% 17% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonwijk Centrum Dorpen Groot Kroeven Industriegebieden Kortendijk Langdonk Noord Oost Tolberg West Totaal

56

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 5. Gebruik minimaregelingen naar bijstand In deze bijlage geven we per minimaregeling wat de verdeling onder de gebruikers is naar bijstand- en niet-bijstandsgerechtigden. Tabel B5.1 Gebruik minimaregelingen naar bijstand, huishoudniveau (1) Bijzondere Individuele Kwijtschelding bijstand ink.toeslag Bijstand 1.179 47% 297 59% 786 83% Geen bijstand 1.333 53% 203 41% 156 17% Totaal 2.512 100% 500 100% 942 100%

Collectieve zorgverzkr 997 37% 1.710 63% 2.707 100%

Tabel B5.2 Gebruik minimaregelingen naar bijstand, huishoudniveau (2) Bijdrage Jeugdfonds Stichting Paul schoolkosten Cultuur Bijstand 168 78% 127 45% 15 29% Geen bijstand 47 22% 155 55% 37 71% Totaal 215 100% 282 100% 52 100%

Stichting Leergeld 199 72% 176 64% 375 100%

57

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 6. Bereik minimaregelingen per wijk In deze bijlage geven we per minimaregeling wat het bereik per wijk is. Dit is het gebruik afgezet tegen de doelgroep dieper wijk in beeld is bij de gemeente. Net zoals bij het totale bereik onder de doelgroep, geven we het bereik van Stichting Paul, het Jeugdfonds Cultuur en Stichting Leergeld weer op persoonsniveau (kinderen). Het bereik van de overige regelingen is op huishoudniveau. Tabel B6.1 Bereik minimaregelingen naar woonwijk (1) Kwijtschelding Bijzondere bijstand Gebruik Bereik Gebruik Bereik Centrum 242 66% 68 14% Dorpen 82 58% 14 7% Groot Kroeven 461 82% 79 10% Industriegebieden 5 45% 0 0% Kortendijk 271 77% 42 9% Langdonk 179 77% 49 16% Noord 442 76% 80 11% Oost 267 77% 45 10% Tolberg 146 65% 27 9% West 417 76% 96 13% Tabel B6.2 Gebruik minimaregelingen naar woonwijk (2) Bijdrage Stichting Paul schoolkosten Gebruik Bereik Gebruik Bereik Centrum + Dorpen + Industriegebieden 8 14% 11 9% Groot Kroeven 47 39% 100 28% Kortendijk 27 38% 47 22% Langdonk 40 49% 88 30% Noord 39 36% 55 18% Oost 17 33% 29 19% Tolberg 16 37% 24 18% West 21 34% 52 28%

Individuele ink.toeslag Gebruik Bereik 78 46% 21 36% 175 54% 0 0% 110 52% 68 48% 178 54% 87 47% 65 56% 160 50%

Collectieve zorgverzkr Gebruik Bereik 227 47% 114 54% 518 68% 5 33% 320 67% 219 71% 425 60% 275 63% 187 63% 417 58%

Jeugdfonds Cultuur17 Gebruik Bereik

Stichting Leergeld Gebruik Bereik

20

6%

12

4%

11

8%

19 141 80 126 124 52 58 52

17 De aantallen van het Jeugdfonds Cultuur voor de meeste wijken te laag om te kunnen weergeven

zonder dat de privacy van de gebruikers in het geding komt. Vandaar dat de meeste wijken leeg zijn gelaten in deze tabel.

58

15% 40% 37% 42% 41% 35% 44% 28%

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 7. Aantallen minima naar woonwijk Tabel B7.1 Aantal minimahuishoudens en aantal minimakinderen naar woonwijk Categorie Aantal %

11% 5% 17% 0% 11% 7% 16% 10% 7% 16% 100%

Aandeel t.o.v. alle huish. 13% 5% 14% 6% 10% 15% 21% 16% 6% 18% 12%

4% 3% 20% 1% 12% 16% 17% 8% 7% 12% 100%

Aandeel t.o.v. alle kinderen 13% 4% 22% 12% 11% 30% 24% 17% 7% 21% 15%

Minimahuishoudens Centrum Dorpen18 Groot Kroeven Industriegebieden Kortendijk Langdonk Noord Oost Tolberg West Totaal

478 210 765 15 475 307 714 439 299 714 4.416

Minimakinderen Centrum Dorpen19 Groot Kroeven Industriegebieden Kortendijk Langdonk Noord Oost Tolberg West Totaal

89 72 432 10 258 365 387 177 167 263 2.220

18 Het gaat hier om de dorpen Heerle, Moerstraten, Nispen, Wouw en Wouwse Plantage. 19 Het gaat hier om de dorpen Heerle, Moerstraten, Nispen, Wouw en Wouwse Plantage.

59

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 8. Methodiek Inkomens Effectrapportage In dit hoofdstuk schetsen we de onderzoeksmethodiek van de Inkomens Effectrapportage aan de hand van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden.

B8.1 Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2020 voor de volgende huishoudtypen: • • • • • •

alleenstaande, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; alleenstaande ouder, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, twee kinderen (8 en 13 jaar); paar (twee volwassenen), niet AOW-gerechtigd; paar (twee volwassenen), niet AOW-gerechtigd, twee kinderen (8 en 13 jaar); alleenstaande, AOW-gerechtigd; paar (twee volwassenen), AOW-gerechtigd.

We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben.

B8.2 Inkomsten landelijke regelingen De inkomsten bestaan uit het netto-inkomen en diverse bijdragen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •

netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o combinatiekorting; o kinderbijslag; o kindgebonden budget.

60

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

B8.3 Inkomsten gemeentelijke minimaregelingen Onderstaand volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2020. Tabel B8.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Roosendaal Regeling

Inkomensgrens t.o.v. Wsm

(Maximaal) bedrag

Kwijtschelding lokale heffingen

Tot 100% Wsm

-

Bijzondere bijstand

Tot 120% Wsm

Individuele vergoedingen

Individuele inkomenstoeslag

Minimaal 3 jaar tot 101% Wsm

Collectieve zorgverzekering Zorg-op-maatpolis

Tot 120% Wsm

Bijdrage schoolkosten

Tot 120% Wsm

Stichting Leergeld

Tot 120% Wsm

Stichting Paul

Tot 120% Wsm

€ 225 per kind per jaar, voor sportieve activiteiten.

Jeugdfonds Cultuur

Tot 120% Wsm

€ 450 per kind per jaar, voor culturele activiteiten.

Alleenstaande: € 415 per jaar; Alleenstaande ouder: € 528 per jaar; Paar: € 590 per jaar. Pakket Gemeenten Extra: € 140,85 i.p.v. € 167,15; Pakket Gemeenten Extra Uitgebreid: € 156,87 i.p.v. € 209,38, met verzekering eigen risico. € 150 per kind per jaar, voor kinderen op het voortgezet onderwijs. € 225 per kind per jaar, voor schoolgaande kinderen.

In de berekening van de inkomenseffecten worden de volgende regelingen meegenomen: o o

o o o o o

kwijtschelding van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting; de totale korting op de collectieve zorgverzekering: ▪ minima die niet AOW-gerechtigd zijn: deelname aan pakket Gemeenten Extra20 (€ 26,30 korting op het pakket) ▪ minima met de AOW-leeftijd: deelname aan pakket Gemeenten Extra Uitgebreid, met verzekering eigen risico (€ 52,51 korting op het pakket); de individuele inkomenstoeslag; bijdrage schoolkosten; Stichting Leergeld; Stichting Paul (één van beide kinderen); Jeugdfonds Cultuur (de andere van beide kinderen).

Bijzondere bijstand is niet opgenomen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt.

20 In verband met verschil in verwachte zorgkosten tussen jongere en oudere huishoudens maken we

onderscheid in het gekozen pakket per leeftijdsgroep.

61

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

B8.4 Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • •

•

vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Er ligt meestal een contract aan ten grondslag. Voorbeelden zijn huur 21, energiekosten22; en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en (indien aan de orde) het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke.

Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven.

B8.5 Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgegeven aan bijvoorbeeld een lidmaatschap voor een (sport)vereniging of de bibliotheek, sociale en recreatieve activiteiten of aan zakgeld voor kinderen. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag.

B8.6 Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we de volgende aannames: • • •

•

• • •

de huishoudens maken van alle regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag; iedereen woont in een huurwoning; alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Alleenstaande ouders met een inkomen boven de bijstandsnorm hebben voor hun jongste kind 40 uur buitenschoolse opvang per maand nodig tegen een tarief van € 7,47 (gemiddelde uurprijs in 2020); bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. Daarom gaan we er vanuit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen; voor gezinnen met kinderen gaan we er vanuit dat één kind gebruikmaakt van Stichting Paul en het andere kind van het Jeugdfonds Cultuur (oftewel één vereniging per kind); voor de berekening van het variabele tarief van de afvalstoffenheffing gaan we bij alleenstaanden uit van 2070 liter afval per jaar, bij tweepersoonshuishoudens van 2790 liter per jaar en bij meerpersoonshuishoudens van 3630 liter afval per jaar; huishoudens die (op basis van hun inkomen) geen gebruik kunnen maken van de collectieve zorgverzekering van de gemeente, maken een eigen keuze uit verschillende zorgverzekeraars.

Op basis van de meest gekozen pakketten23 bij de grootste zeven zorgverzekeraars is daarvoor een gemiddelde prijs berekend van € 145 per polis.

21 We gaan uit van € 540 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 595 kale huur per maand voor

een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Roosendaal. 22 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Essent (stroom en gas 3 jaar zeker), de kosten voor water op de tarieven van Brabant Water. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud. 23 Een basisverzekering met een aanvullende verzekering waarbij 9 fysiotherapie behandelingen worden verzekerd en een tandartsverzekering.

62

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 9. Financiële maandoverzichten Inkomenseffecten De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud. Tabel B9.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.052

1.158

1.263

1.368

1.052

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

270 104 0 0 0 374

270 104 0 0 0 374

270 104 0 0 0 374

242 104 0 0 0 346

270 104 0 0 0 374

Totaal inkomsten

1.426

1.532

1.637

1.714

1.426

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

540 83 60 61 167 20 0 0 15 179 244 1.370

540 83 60 61 167 20 0 0 15 179 244 1.370

540 83 60 61 167 20 0 0 15 179 244 1.370

540 83 60 61 145 20 0 0 15 179 244 1.347

540 83 60 61 167 20 0 0 15 179 244 1.370

57

162

267

367

57

61

0

0

0

61

26

26

26

0

26

0 0 0 0 0 88

0 0 0 0 0 26

0 0 0 0 0 26

0 0 0 0 0 0

35 0 0 0 0 122

Budget inclusief regelingen gemeente

144

188

294

367

179

Vrije bestedingen Restant

110 34

176 12

182 112

182 185

110 69

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

63

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Tabel B9.2 Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, 2 kinderen (8 en 13 jaar) 24 Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.052

1.158

1.263

1.368

1.052

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

305 104 0 195 468 1.072

305 104 36 195 468 1.108

305 104 40 195 468 1.113

305 104 45 195 468 1.117

305 104 0 195 468 1.072

Totaal inkomsten

2.124

2.265

2.375

2.485

2.124

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

595 183 68 76 167 23 39 0 46 285 449 1.932

595 183 68 76 167 23 39 30 46 285 449 1.962

595 183 68 76 167 23 39 30 46 285 449 1.962

595 183 68 76 145 23 39 30 46 285 449 1.939

595 183 68 76 167 23 39 0 46 285 449 1.932

193

304

414

546

193

76

0

0

0

76

26

26

26

0

26

0 38 38 19 13 209

0 38 38 19 13 133

0 38 38 19 13 133

0 0 0 0 0 0

44 38 38 19 13 253

Budget inclusief regelingen gemeente

402

436

546

546

446

Vrije bestedingen Restant

227 175

297 139

312 234

312 234

227 219

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

24 Bij de kosten BSO is de tegemoetkoming kinderopvang al verrekend.

64

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Tabel B9.3 Paar, niet AOW-gerechtigd, geen kinderen Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.503

1.654

1.804

1.954

1.503

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

305 199 0 0 0 504

303 196 0 0 0 499

244 161 0 0 0 405

184 127 0 0 0 311

305 199 0 0 0 504

Totaal inkomsten

2.007

2.153

2.209

2.265

2.007

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

595 130 68 75 334 28 0 0 33 285 444 1.992

595 130 68 75 334 28 0 0 33 285 444 1.992

595 130 68 75 334 28 0 0 33 285 444 1.992

595 130 68 75 290 28 0 0 33 285 444 1.948

595 130 68 75 334 28 0 0 33 285 444 1.992

15

160

217

318

15

75

0

0

0

75

53

53

53

0

53

0 0 0 0 0 128

0 0 0 0 0 53

0 0 0 0 0 53

0 0 0 0 0 0

49 0 0 0 0 177

Budget inclusief regelingen gemeente

143

213

269

318

192

Vrije bestedingen Restant

160 -17

220 -7

240 29

240 78

160 32

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

65

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Tabel B9.4 Paar, niet AOW-gerechtigd, 2 kinderen (8 en 13 jaar) Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.503

1.654

1.804

1.954

1.503

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

305 199 0 195 202 901

303 196 0 195 202 896

244 161 0 195 202 802

184 127 0 195 202 708

305 199 0 195 202 901

Totaal inkomsten

2.404

2.550

2.606

2.662

2.404

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

595 219 76 76 334 29 39 0 53 385 585 2.392

595 219 76 76 334 29 39 0 53 385 585 2.392

595 219 76 76 334 29 39 0 53 385 585 2.392

595 219 76 76 290 29 39 0 53 385 585 2.347

595 219 76 76 334 29 39 0 53 385 585 2.392

12

158

214

315

12

76

0

0

0

76

53

53

53

0

53

0 38 38 19 13 235

0 38 38 19 13 159

0 38 38 19 13 159

0 0 0 0 0 0

49 38 38 19 13 284

Budget inclusief regelingen gemeente

247

317

373

315

297

Vrije bestedingen Restant

276 -29

343 -26

350 23

350 -35

276 21

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

66

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Tabel B9.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.176

1.294

1.412

1.529

1.176

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

272 104 0 0 0 376

272 104 0 0 0 376

272 104 0 0 0 376

272 104 0 0 0 376

272 104 0 0 0 376

Totaal inkomsten

1.552

1.670

1.788

1.905

1.552

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

540 101 60 61 209 13 0 0 13 161 244 1.403

540 101 60 61 209 13 0 0 13 161 244 1.403

540 101 60 61 209 13 0 0 13 161 244 1.403

540 101 60 61 145 13 0 0 13 193 244 1.371

540 101 60 61 209 13 0 0 13 161 244 1.403

149

267

384

535

149

61

0

0

0

61

53

53

53

0

53

0 0 0 0 0 114

0 0 0 0 0 53

0 0 0 0 0 53

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 114

Budget inclusief regelingen gemeente

263

319

437

535

263

Vrije bestedingen Restant

111 152

154 165

159 278

159 376

111 152

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

67

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Tabel B9.6 Paar, AOW-gerechtigd Categorie

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

130% Wsm

Inkomsten Netto inkomen incl VT

1.594

1.754

1.913

2.073

1.594

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

309 199 0 0 0 508

309 199 0 0 0 508

309 182 0 0 0 491

307 164 0 0 0 471

309 199 0 0 0 508

Totaal inkomsten

2.102

2.262

2.404

2.544

2.102

Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en kabel Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven

595 159 68 75 419 15 0 0 26 235 444 2.036

595 159 68 75 419 15 0 0 26 235 444 2.036

595 159 68 75 419 15 0 0 26 235 444 2.036

595 159 68 75 290 15 0 0 26 299 444 1.971

595 159 68 75 419 15 0 0 26 235 444 2.036

67

226

369

573

67

75

0

0

0

75

105

105

105

0

105

0 0 0 0 0 180

0 0 0 0 0 105

0 0 0 0 0 105

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 180

Budget inclusief regelingen gemeente

247

331

474

573

247

Vrije bestedingen Restant

168 79

211 120

218 256

218 355

168 79

Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Stichting Leergeld Jeugdfonds Cultuur Stichting Paul Bijdrage schoolkosten Totaal regelingen gemeente

68

Gemeente Roosendaal

Versie 0.3

Bijlage 10. Afkortingen Tabel B10.1 Afkortingenlijst Afkorting AOW Algemene Ouderdomswet BRP Basisregistratie Personen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau SHV Schuldhulpverlening VT Vakantietoeslag WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsm Wettelijk sociaal minimum WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen WW Werkloosheidswet ZZP Zelfstandige zonder personeel

69

Marko Does Werkplein Hart van West-Brabant

Armoede is van ons allemaal. En we kunnen dit ook alleen in gezamenlijkheid oplossen. In de afgelopen periode zijn we vanuit de diverse organisaties die gericht zijn op het bevorderen van bestaanszekerheid en het bestrijden van armoede in Roosendaal, met elkaar in gesprek gegaan. Hoe kunnen we elkaar versterken en onze krachten bundelen, en zo de inwoners die dit betreft nog beter van dienst zijn? We leren elkaar steeds beter kennen, zien raakvlakken en oplossingen, maar ook blinde vlekken die we afzonderlijk niet snel in beeld hadden gekregen. We kunnen en moeten beter samenwerken. Want alleen gaan we misschien wat sneller, maar samen kunnen

manifest Caroline van Oevelen MEE West-Brabant

we veel meer bereiken in het voorkomen en bestrijden van armoede. De door de gemeente opgestelde zes themalijnen geven ons focus in ons beleid en nodigen ook anderen uit om mee te doen en bij te dragen.

Klaar Koenraad Gemeente Roosendaal

Wij staan een beweging voor die gebaseerd is op onderling vertrouwen en samenwerking. Een beweging van waaruit nieuwe perspectieven kunnen ontstaan, voor ons allemaal. Daarbij staan onze inwoners altijd centraal: hoe kunnen we hun hulpvragen en behoeften op de best mogelijke manier naar tevredenheid oplossen? Dat is en blijft onze centrale vraag en opgave.

Geen Roosendaler meer in armoede!

Met dit manifest ‘Geen Roosendaler meer in armoede!’ willen we onze gezamenlijke ambitie vastleggen, oproepen tot samenwerking en ons verbinden aan enkele principes die leidend zijn voor de manier waarop we (samen)werken:

5. Wij geven onze inwoners onze onverdeelde aandacht, we oordelen niet en luisteren

1. Wij geloven in de kracht van mensen en van reeds bestaande krachten in stad, wijk, buurt en straat

7. Wij willen als vertegenwoordigers van onze organisaties een voorbeeld zijn als het gaat om samenwerking over onze grenzen heen

2. Wij stemmen onze ondersteuning af op wat de inwoner nodig heeft en streven naar maatwerk in plaats van ons eigen aanbod centraal te stellen 3. Wij gaan uit van vertrouwen, bij alles wat we doen 4. Wij houden het eenvoudig en proberen in klare taal te communiceren

6. Als we moeten doorverwijzen, dan zorgen we ook dat de inwoner ook op zijn of haar bestemming aankomt

8. Wij stoppen niet als we tegen systeem- en procesgrenzen aanlopen, maar helpen creatieve oplossingen te zoeken buiten de gebaande paden

Dit manifest is een initiatief van de gemeente Roosendaal, MEE West-Brabant, Werkplein Hart van West Brabant en WijZijn Traverse Groep.

Ad van Rijen WijZijn Traverse Groep

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1054/documents/26864