56-2020 Stand van zaken themalijnen bestaanszekerheid.pdf
Tekst van het document
EVALUATIEVERSLAG BUDDYLINK 2019 - 2020 Projectleider: Kim Bareman Telefoonnummer: 06 2456 8710 Mailadres: kim@buddylink.nl Datum: 20 november 2020
Definitief
Voorwoord Voor u ligt het evaluatieverslag van twee enerverende, maar zeer positieve jaren Buddylink. Het is mij een waar genoegen dit project te mogen vertalen van het Antwerpse ArmenTeKort (ATK) naar het Roosendaalse Buddylink. Ondanks alle uitdagingen die we tegen zijn gekomen, hebben we een project neergezet dat heeft geleid tot een aantal concrete resultaten en waar ontzettend veel potentie in zit naar de nabije toekomst om vele waardevolle resultaten te creëren op de weg naar een samenleving zonder kansarmoede. Dit hadden wij niet kunnen doen zonder het vertrouwen van de gemeente Roosendaal in de persoon van wethouder Klaar Koenraad, de trouwe ondersteuning van kwartiermaker en vormgever van het strategisch armoedebeleid Jan Ducaat en de support van diverse samenwerkingspartners die zich gaandeweg aan ons hebben gecommitteerd. Wij kijken er naar uit om onze werkzaamheden de komende jaren te borgen, verder te ontwikkelen en uit te breiden. Met warme groet, Namens team Buddylink, Kim Bareman Projectleider Buddylink.
1
Inhoudsopgave. 1. Vertaling ATK naar Buddylink 2. De buddywerving en het matchingsproces 3. Opleiding tot Meester in Empowerment 4. Coronapakket; het ontstaan van het Project ‘Deel je kracht’ – online belbuddy’s 5. Samenwerkingspartners in Roosendaal 6. Beschreven projectresultaat versus behaalde projectresultaten 7. Begroting Buddylink 8. Een aantal belangrijke conclusies 9. Hoe verder?
P. 3 P. 4 P. 6 P. 7 P. 8 P. 10 P. 11 P. 12 P. 14
2
1. Vertaling ATK naar Buddylink. In de eerste twee kwartalen van 2019 zijn we gestart met het vertalen van het project ATK in Antwerpen naar een project ‘ATK’ in Roosendaal. In deze fase hebben diverse gesprekken met de opdrachtgever en de oprichters van ATK Antwerpen plaatsgevonden, zijn er talloze bezoeken aan ATK Antwerpen afgelegd om de buddywerking van binnen en buiten te leren kennen en is de opleiding tot Meester in Empowerment door ons gevolgd. Op basis van de verzamelde gegevens is het projectplan voor ATK Roosendaal vormgegeven en in mei 2019 voorgelegd aan de opdrachtgever. Tegelijkertijd zijn we begonnen met bouwen aan een eigen identiteit voor ATK Roosendaal. In deze fase is Buddylink ontstaan. Het logo, de flyers en de eerste informatieve teksten bestemd voor de website, en persberichten en uitnodigingen voor een informatiesessie in Roosendaal zijn in deze periode vormgegeven. Dit alles in overeenstemming met de oprichters van ATK Antwerpen om zodoende het gedachtegoed, de missie en ervaring van ATK te bewaken. De ‘vertaling’ van ATK in Antwerpen naar Buddylink in Roosendaal bleek een grotere uitdaging te zijn dan van tevoren gedacht. Antwerpen is nu eenmaal geen Roosendaal en de schrijfwijze van de Belgen is nou eenmaal niet eenzelfde als die van ons Hollanders.
Alle teksten moesten herschreven worden en in veel gevallen lopen processen en procedures ook anders in België dan in Nederland. Dit resulteerde in behoorlijk wat uitzoekwerk en bijvoorbeeld het schrijven van preventie- & integriteitsplannen om zo het aanvragen van de VOG voor vrijwilligers kosteloos te kunnen realiseren. Al met al is er in deze periode veel werk verzet. Het projectplan is goedgekeurd, de voorbereidingen zijn gedaan en alle communicatiematerialen liggen klaar om Buddylink de bekendheid te gaan verschaffen die zij verdient in Roosendaal.
3
2. De buddywerving en het matchingsproces. Na de allereerste bijeenkomst in januari 2019 (46 deelnemers) waarin de oprichters van ATK het woord namen om ATK aan Roosendaal voor te stellen, hebben we aan het einde van kwartaal twee in 2019 twee informatiebijeenkomsten georganiseerd vanuit onze nieuwe identiteit als Buddylink Roosendaal. De eerste was een informatiebijeenkomst gericht op het werven van kanszoekende buddy’s (18 deelnemers) via hulpverleningsland Roosendaal en de tweede gericht op het werven van kansbiedende buddy’s (27 deelnemers). De deelnemers aan de informatiebijeenkomsten zijn na gebeld en hieruit is de eerste opleidingsgroep voor de opleiding Meester in Empowerment ontstaan. De opleiding is gestart met dertien deelnemers in juli 2019. Van de dertien deelnemers gaven er acht na afloop aan met het buddytraject te willen starten. Met deze acht konden we aan de slag om hen aan een buddy te matchen. Dit matchen bleek een behoorlijke uitdaging. Ondanks het enthousiasme waarmee ons project keer op keer ontvangen werd, bleven de aanmeldingen van kanszoekende buddy’s uit. Na de opleiding volgde de zomer, waarin organisaties lastig te bereiken bleken en onze buddy’s ook een voor een op vakantie gingen. Na de zomer kwamen dan toch na veel gesprekken en presentaties de eerste aanmeldingen langzaam op gang.
Van de acht potentiele buddy’s hebben we er eind 2019 uiteindelijk drie kunnen matchen. Omdat de tweede opleiding tot meester in empowerment alweer eind februari 2020 gepland stond, hebben we in oktober 2019 een volgende informatiebijeenkomst voor potentiele kansbiedende buddy’s gepland. De bijeenkomst vond plaats in het Huis van de Westrand en werd bezocht door acht deelnemers. Deze bijeenkomst was een minder groot succes, omdat we ons realiseerden dat we met deze groep deelnemers te weinig geschikte kandidaten als kansbiedende buddy hebben aangetrokken. Terugkijkend was dit bij de eerste opleidingsgroep ook al wel enigszins terug te zien. Om ons in het vervolg beter op de juiste doelgroep te kunnen richten, zijn we nagegaan waar de buddy’s die in ons profiel pasten vandaan kwamen. Het grootste aantal van hen had via een persbericht in de krant en een ander deel via onze Facebookposts gereageerd. Het deel van de aanmeldingen die minder goed in ons profiel pasten, bleken vooral via Roosendaal voor Elkaar en uit ons directe netwerk dat we met de Roosendaalse Uitdaging hebben opgebouwd te komen. Daarnaast realiseerden we ons nog twee andere zaken, namelijk dat we met de locatie waar we de bijeenkomsten hielden ook een bepaald publiek aantrokken.
En dat in vrijwel alle gevallen het persoonlijk gesprek, nadat onze deelnemers de informatiebijeenkomst hadden bijgewoond, doorslaggevend was geweest voor de buddy’s om door te gaan met het traject. Naar aanleiding van deze bevindingen hebben we de volgende besluiten genomen: 1. We hebben een drietal persberichten geplaatst in lokale kranten, 2. We hebben de tone of voice van onze berichten aangepast en de inhoud scherper gemaakt,
4
3. We hebben de locatie van de opleiding veranderd van het Huis van de Westrand naar talentencentrum Aleco 4. We hebben ervoor gekozen bij interesse persoonlijke gesprekken in te plannen in plaats van informatiebijeenkomsten te organiseren. Om deze gesprekken te ondersteunen hebben we een informatiepakket opgesteld met alle nodige informatie. Dit pakket sturen we per mail naar de geïnteresseerde en een paar dagen later nemen we telefonisch contact op om alle openstaande vragen te beantwoorden en informatie op maat te verschaffen. Daarnaast hebben we een vijftal grotere bedrijven benaderd met informatie over Buddylink. Van de Rabobank kregen we snel een positieve reactie terug. Zij hebben onze ‘vacature’ uitgezet onder hun leden en op een later moment wilden ze graag met ons in gesprek om te kijken wat de Rabobank verder kan betekenen voor Buddylink. Uit deze oproep is in ieder geval een deelnemer gekomen die aan de opleiding heeft deelgenomen. Met deze acties hebben we tien aanmeldingen gerealiseerd (alle tien een match met ons profiel voor kansbiedende buddy) voor de tweede opleiding tot Meester in Empowerment die is gestart op 7 maart 2020. Doordat de eerste Coronaberichten het nieuws haalden vlak voor de start van de opleiding, hebben zich in de week voor de eerste opleidingsdag twee mensen afgemeld met griepklachten.
Relatiemanagement In de tussentijd hebben we hard getrokken aan het relatiemanagement met de maatschappelijke organisaties. Dit was lastig, want we konden er niet echt de vinger opleggen waarom er zo goed als geen aanmeldingen binnen kwamen. Zeker omdat de reacties naar ons toe over Buddylink keer op keer erg enthousiast waren. Nadat Jan Ducaat bij de gemeente was aangesteld en zich met het armoedebeleid is gaan bezighouden, is hier langzaam een verschuiving in gekomen. Wij Zijn en MEE waren de eerste partijen die zich committeerden aan Buddylink door de ambitie uit te spreken tien kanszoekende buddy’s aan te leveren. Ondertussen zijn er vergaande gesprekken gevoerd en is het contact met beide partijen opgezet. Zowel vanuit Wij Zijn als vanuit MEE hebben zich een tweetal ambassadeurs aangemeld waar wij regelmatig contact mee hebben. Zij helpen ons het gedachtegoed van Buddylink te verspreiden onder hun collega’s en zijn onze vraagbaak wanneer wij vragen hebben met betrekking tot de doelgroep. Daarnaast beginnen de relaties die we verder intensief onderhouden ook hun vruchten af te werpen. Zo hebben we onder andere een zeer positieve samenwerking opgebouwd met Humanitas en met de Voedselbank en hebben we communicatiemiddelen ontwikkeld waarmee we de doelgroep direct weten aan te spreken.
Maatschappelijke organisaties, maar ook de doelgroep zelf weet ons steeds beter te vinden en dit is terug te zien aan het (langzaam) stijgende aantal aanmeldingen vanuit de genoemde organisaties.
5
3. Opleiding tot Meester in Empowerment. De eerste opleiding in Roosendaal die, met dertien deelnemers, heeft plaatsgevonden in juli 2019 is grotendeels gegeven door trainers uit België. De opleiding was opgedeeld in diverse dagdelen en vond plaats in het Huis van de Westrand. De opleiding bleek een succes, echter hebben we zoals in hoofdstuk twee beschreven wel een aantal aanpassingen gedaan voorafgaand aan de start van de tweede groep. Belangrijkste doel was om deelnemers te trekken die nog beter in het door ons opgestelde profiel van kansbiedende buddy zouden passen. Zo hebben we het communicatietraject vooraf aangepakt, we hebben de locatie veranderd, de communicatiemiddelen die tijdens de opleiding werden gebruikt geprofessionaliseerd en hebben we Nederlandse trainers benaderd om ervoor te zorgen dat de inhoud van de opleiding beter aansloot bij de Nederlandse situatie. Met succes, want voor de tweede opleiding meldden zich acht deelnemers die met het profiel van kansbiedende buddy matchten. Deze tweede opleiding is gestart begin maart, maar kwam helaas door de intrede van Corona stil te liggen. Na de eerste onzekere maanden bleek dat deze situatie nog enige tijd aan zou houden.
Daarom hebben we in de zomermaanden met ATK Antwerpen de afspraak gemaakt dat onze (potentieel) kansbiedende buddy’s vanaf de maand augustus 2020 bij zowel de online informatiesessie als de online-opleiding tot Meester in Empowerment konden aansluiten. Op deze manier kunnen wij ons in de tussentijd op zowel het werven van de kanszoekende- als kansbiedende buddy’s richten. Van de acht deelnemers die in maart 2020 zijn gestart, zijn er vijf in de zomermaanden digitaal verder gegaan met de online opleidingen. Daarnaast hebben zich na de aanmeldprocedure en diverse kennismakingsmakingsgesprekken vanaf de zomer een vijftal nieuwe deelnemers aangemeld die allen de opleiding zijn begonnen. Ondanks de moeilijke tijden en alle coronamaatregelen zien we tevens een stijgende lijn in de aanmeldingen aan de kansbiedende kant. Naast de drie gekoppelde buddykoppels in 2019, hebben we tot op heden tien buddykoppels kunnen matchen en zijn er twee buddykoppels die de komende weken aan elkaar voorgesteld worden. Van de dertien gekoppelde koppels zitten er negen nog in het traject en zijn er vier (deels voortijdig) beëindigd. Van de vier beëindigde buddykoppels is er een traject succesvol afgerond en zijn er vier trajecten na een aantal ontmoetingen gestopt.
Van de drie trajecten die vroegtijdig gestopt zijn, zijn er twee gestopt naar aanleiding van opzegging vanuit de kanszoekende buddy en één traject naar aanleiding van opzegging vanuit de kansbiedende buddy.
6
4. Coronapakket; het ontstaan van het Project ‘Deel je kracht’ – online belbuddy’s. Na de eerste spannende berichten vanuit de overheid waarin steeds meer afstand werd gecreëerd, was het ten tijde van de eerste lockdown duidelijk dat dit de doelgroep met een klein sociaal netwerk niet ten goede zou komen. De maandag direct na het definitieve bericht dat Nederland in lockdown zou gaan hebben wij het initiatief genomen om een online buddy project te lanceren. Het idee: buddy’s die met elkaar bellen, een praatje maken en op deze manier er zijn voor elkaar. De doelgroep was op dat moment in feite iedereen die een luisterend oor kon gebruiken. Dit project bleek een schot in de roos. De aanmeldingen van vrijwilligers stroomden binnen. Echter bleek ook hier weer dat de doelgroep hulpvragenden ons niet direct wist te bereiken. Al snel bleek dat onze collega maatjesprojecten met de handen in het haar zaten omdat hun vraag toenam, maar zij alle trajecten fysiek stil moesten leggen en geen mogelijkheid zagen deze online op te pakken. Nadat we alle collega’s benaderd hadden met de vraag of ze wilden aansluiten, ontstond er een samenwerkingsverband van een zestal organisaties; Roosendaal voor Elkaar, Wij Zijn, Humanitas, ‘Santegideo, Sahr en Buddylink. Buddylink had een overzicht met aangemelde vrijwilligers en de overige organisaties konden hun vraag bij ons uitzetten.
De afspraak was dat wij de partijen zouden matchen en het verdere verloop van het contact onder de hoede van de desbetreffende hulp vragende organisatie zou vallen. Tijdens de eerste golf hebben we ruim 20 online buddyparen met elkaar kunnen matchen waarvan een groot deel nu nog steeds met elkaar aan het bellen is. Dit spontaan ontstane project heeft niet alleen de kwetsbare inwoners goed gedaan, maar ook de samenwerking tussen alle maatjesprojecten in Roosendaal een slinger gegeven. Op dit moment, ten tijde van de tweede golf, is de vraag vanuit de gemeente bij ons en onze partners weggelegd of we bovenstaand project in dezelfde vorm opnieuw willen oppakken. Hier hebben wij de afgelopen twee weken gehoor en vorm aan gegeven. Het project draait op dit moment opnieuw onder dezelfde naam; Deel je kracht – online buddy’s Roosendaal.
7
5. Samenwerkingspartners in Roosendaal. Een van de positieve resultaten in de voorbije maanden, is dat er op verschillende vlakken waardevolle samenwerkingsverbanden zijn ontstaan. Zonder volledig te zijn, beschrijf ik ze in willekeurige volgorde. -
Maatjesoverleg: Het maatjesoverleg komt 1x in de maand samen om elkaar op de hoogte te houden over ontwikkelingen in de organisatie, af te stemmen over hulpvragen en deze indien gewenst aan elkaar over te dragen en met elkaar mee te denken. Het maatjesoverleg bestaat uit Wij Zijn, Humanitas, ’Santegideo, SHAR en Buddylink. Daarnaast sluiten er regelmatig maatjesprojecten aan om hun verhaal te doen. Al deze partijen hebben zich tevens aangesloten bij het online maatjesproject ‘Deel je kracht’.
-
Social Klus/ Roosendaal voor Elkaar: Met Social Klus en Roosendaal voor Elkaar hebben we directe lijntjes lopen. Zij kennen ons en wij hen, we werken nauw samen en weten elkaar snel te vinden.
-
Wij Zijn Traverse Groep Roosendaal: Met Wij Zijn Traverse groep werken we ondertussen nauw samen. Vanuit Wij Zijn Traverse groep liggen er directe lijntjes met de directeur (bestuurslid van stichting Buddylink i.o.), maar ook met de regiomanager Lianne Ribbens en met twee uitvoerend medewerkers. Deze vier personen hebben zich tevens opgeworpen als ambassadeur van stichting Buddylink. Dit betekent dat zij zich actief inzetten om Buddylink verder uit te dragen in hun eigen organisatie. Samen met de ambassadeurs van MEE komen wij 1 x in de maand bij elkaar om elkaar op de hoogte te houden en snel te kunnen schakelen. Daarnaast hebben we een appgroep, waarin we elkaar snel op de hoogte kunnen brengen van onderwerpen die acuut spelen.
-
MEE West-Brabant: Met MEE West-Brabant staat dezelfde samenwerking als met Wij Zijn Traverse. Vanuit MEE West-Brabant zijn twee ambassadeurs aangesteld waar we nauw contact me onderhouden. Samen met de ambassadeurs van Wij Zijn komen wij 1 x in de maand bij elkaar om elkaar op de hoogte te houden en snel te kunnen schakelen. Daarnaast hebben we een appgroep, waarin we elkaar snel op de hoogte kunnen brengen van onderwerpen die acuut spelen.
-
Voedselbank Roosendaal: Tijdens de uitdeelmomenten van de voedselbank in Roosendaal zijn wij regelmatig aanwezig. Op deze momenten komen wij direct met onze doelgroep in contact. Doordat wij er regelmatig zijn en er communicatiemateriaal ligt van ons, weten zowel vrijwilligers als bezoekers ons makkelijker te vinden en wij hen ook.
-
Gemeente Roosendaal: Met gemeente Roosendaal hebben we een sterkere band opgebouwd. We denken met elkaar mee en er is regelmatig contact. Gemeente Roosendaal heeft het onder andere mogelijk gemaakt dat het contact met MEE en Wij Zijn is ontstaan. Daarnaast zijn er goede contacten met de afdeling communicatie en helpen zij online onze berichten verspreiden in Roosendaal.
8
Toekomstige samenwerkingspartners: - Werkplein: In oktober 2020 hebben we een presentatie gegeven voor het MT van het werkplein. De intentie is te zoeken naar een samenwerkingsvorm waarbij de medewerkers van het werkplein kanszoekende buddy’s die geschikt zijn voor ons project direct en snel naar ons kunnen doorverwijzen. - Quiet Roosendaal: Met Stichting Quiet zijn de eerste verkennende gesprekken geweest. Op bestuursniveau is afgesproken dat we ieder op ons eigen gebied aan de slag gaan en gaandeweg gaan kijken waar we structurele samenwerkingsafspraken kunnen gaan maken die voor beide partijen meerwaarde opleveren. - Diverse serviceclubs Roosendaal: Er is met diverse serviceclubs in Roosendaal contact gelegd. We zijn in overleg op welke manier we deze clubs bij ons project kunnen betrekken. - Rabobank Roosendaal: Met Rabobank Roosendaal zal binnenkort een afspraak ingepland worden om te kijken op welke manier de Rabobank en Buddylink elkaar kunnen versterken.
9
6. Beschreven projectresultaat versus behaalde projectresulaten. Voorgestelde projectresultaten. Er zijn 35 buddykoppels actief in Roosendaal. Daarvoor hebben zich 50 kans zoekende buddy’s aangemeld en zijn er 63* kans biedende buddy’ opgeleid tot meester in empowerment. Ook zijn er op 10 momenten infosessies geweest, waarvoor zich in totaal 313* potentiele buddy’s hebben aangemeld. Er is inzicht in het niveau van eigenwaarde van de kans zoekende buddy’s op minimaal twee verschillende momenten in het traject. Het niveau van eigenwaarde wordt vastgesteld aan de hand van de meetinstrumenten die in Antwerpen zijn ontwikkeld. De opleiding tot Meester in Empowerment is op 5 momenten aangeboden in Roosendaal. Er hebben minimaal 8 intervisiemomenten plaatsgevonden ter ondersteuning van de kans biedende buddy’s (KBB) die gematcht zijn aan een kans zoekende buddy (KZB).
Het buddysysteem ATK heeft bekendheid in Roosendaal onder haar nieuwe naam + uitstraling. De klankbordgroep is minimaal acht keer bij elkaar geweest om de voortgang van de pilot te evalueren en eventuele verbeterpunten te bespreken. De pilot is op vier momenten geëvalueerd met de opdrachtgever.
Behaalde projectresultaten. Er zijn op 26 oktober 2020 (online en fysiek) 41 buddykoppels actief in Roosendaal. Er hebben zich 15 kanszoekende buddy’s aangemeld en zijn er 23 kansbiedende buddy’s opgeleid tot meester in empowerment. Er zijn op minimaal 10 momenten infosessies geweest, waarvoor zich in totaal 101 mensen op een potentiele buddy’s hebben aangemeld. In de tussentijd is er onderzoek geweest in Antwerpen naar de betrouwbaarheid en het effect van de testen. Uit dit onderzoek bleek dat het resultaat als het gaat om het verhogen van eigenwaarde pas zit in het einde (fase 4) van het traject. Onze buddyduo’s hebben allen deze fase nog niet bereikt vanwege de duur van het traject. De opleiding is in totaal 8 keer aangeboden. Twee keer fysiek in Roosendaal. En tot en met december 2020 6 keer online. Omdat de trajecten te ver uit elkaar liggen, hebben we ervoor gekozen de coaching/ begeleiding persoonlijk te houden in plaats van collectief. Met iedere kansbiedende buddy is minimaal 1x in de maand contact. Wanneer onze buddy’s ergens tegen aan lopen, is dit contact soms wekelijks en indien nodig zelfs dagelijks. Het buddysysteem ATK heeft bekendheid in Roosendaal onder de naam Buddylink met eigen uitstraling. De klankbordgroep is vier keer bij elkaar geweest om de voortgang van de pilot te evalueren en verbeterpunten te bespreken.
In verband met Corona zijn daarna de overleggen online gevoerd. Er is met regelmaat en op diverse momenten contact geweest met de opdrachtgever. Ook is het project op verschillende momenten geëvalueerd; mei 2019, november 2019, februari 2020 en oktober 2020.
10
Tijdens het traject zal een besluit worden genomen of en zo ja op welke dit project voortgang krijgt.
Vanuit alle betrokken partijen is de intentie en de wens uitgesproken dat Buddylink de komende jaren als zelfstandige stichting haar werkzaamheden voortzet. Hiervoor zijn de voorbereidingen in gang gezet. In november 2020 zal hierover een definitief besluit vallen.
7. Begroting Buddylink. * 2019 Q1 + Q2
Kosten 018.387
2020 Q1
Inhoud Uitvoering
Kosten 024.058
004.552
Q2
011.189
Q3 + Q4
Q3 + Q4
Uitvoering
049.426
Q3 + Q4
Corona; ‘Deel je kracht’ Uitvoering -> 2 lijnen Communicatie
030.299
Q2
Inhoud Vorming projectplan Voorbereidende activiteiten Communicatie
Totaal kosten
083.556
Totaal kosten
104.537
BUDGET RESERVE
100.000 016.444
BUDGET RESERVE*
116.444 011.907
Q2
039.008 011.170
*Stand 26 oktober 2020.
11
8. Een aantal belangrijke conclusies. •
Ten aanzien van aantal buddyduo’s: Buddylink heeft tot op heden ongeveer 1/3 van het beoogde aantal fysieke buddy’s gematcht. Daarnaast hebben we alleen al in de eerste Coronagolf 20 online buddyparen kunnen matchen Met betrekking tot het langzaam op gang komen van de fysieke buddyparen zijn een tweetal hoofdoorzaken aan te dragen die van invloed zijn geweest. Ondanks deze eerste tegenslagen hebben dit dankzij de betrokkenheid van alle partijen weten om te buigen naar een goede ontwikkeling.
-
De verhouding met maatschappelijke organisaties. We zijn in het aandragen van kanszoekende buddy’s afhankelijk van maatschappelijke organisaties die direct contact hebben met onze doelgroep. Het vertrouwen in het project moest opgebouwd worden en bleek meer tijd te kosten dan van tevoren verwacht. Doordat het aandragen van kansbiedende buddy’s slecht op gang kwam hebben we de focus vooral hierop gelegd en minder op het werven van kansbiedende buddy’s. Die hadden we immers en we merken dat mensen ook graag snel aan de slag willen als ze eenmaal opgeleid zijn. Dit is een lijn die we terugzien in Antwerpen. ATK Antwerpen heeft de eerste 3 jaar moeten investeren in vertrouwen. Daarna was een stijgende lijn te zien in het aantal gematchte buddyduo’s. Dit vertrouwen is er nu ook in Roosendaal steeds meer. Dit is te zien aan het stijgende aantal aanmeldingen vanuit de organisaties waarmee we samenwerken. Daarbij hebben we op korte termijn een aantal belangrijke presentaties staan met samenwerkingspartners, zoals het MT van het werkplein en de het teamoverleg van MEE.
-
De intrede van corona, waardoor onze volledige maatschappij, dus ook onze opleiding, alle buddycontacten en werving stil kwam te liggen. Om dit te ondervangen hebben we de samenwerking gezocht met Antwerpen als het gaat om aanbieden van informatiesessies en opleidingen. Daarnaast hebben we zelf snel weten te handelen binnen alle genomen maatregelen door het project ‘Deel je kracht’ in korte tijd te lanceren. Hierdoor hebben we diverse samenwerkingsverbanden weten te creëren en het vertrouwen gewonnen van deze organisaties, we hebben ruim 20 online matches gemaakt van mensen die online met elkaar contact hebben onderhouden en uit alle aanmeldingen hebben we twee “reguliere” matches kunnen filteren die pasten binnen ons project Buddylink.
•
Ten aanzien van het inzicht in de eigenwaarde van de kanszoekende buddy’s: Het laatste inzicht uit de ontwikkelde testen waar wij als Buddylink gebruik van hebben gemaakt komt uit september 2020. De conclusie in dit onderzoek is dat vooral in de laatste fase een bemoedigende stijging van de eigenwaarde te zien is. Onze buddyduo’s hebben deze fase nog niet bereikt, dus hier valt nog weinig over te zeggen. Wat we aan de hand van reacties van onze buddy’s wel kunnen concluderen is dat onze trajecten zeer gewaardeerd worden door alle partijen.
12
-
Reacties van kanszoekende buddy’s: *Er is echt aandacht voor mij. *Hij maakt tijd voor mij. *Er wordt echt geluisterd. *Ik word serieus genomen. *Het is iedere week een activiteit waar ik naar uit kijk. *Ik heb het gevoel dat ik erbij hoor. ‘Ik vond het heel fijn met Stefan. En ik kreeg net een appje van hem dat hij me iedere week wil zien’ vertelde Roos verbaasd. Ondanks de verbazing klonk er een enorme blijheid in haar stem.
-
Reacties kansbiedende buddy’s: *Het gevoel van ‘zingeving’. *Leren van een andere/ compleet nieuwe wereld. *Creëren van persoonlijke groei.
•
Ten aanzien van het beoogde ‘vliegwiel’ effect: De eerste slinger is gegeven. Dat zien we aan een stijgende lijn in het aantal gemelde kanszoekende buddy’s en aan de stijgende lijn in het aantal kanszoekende buddy’s dat contact opneemt voor meer informatie. In 2021 zouden we deze lijn door willen trekken en willen borgen, zodat deze stijgende lijn ook de komende jaren nog doorzet. Stichting Buddylink is er klaar voor!
•
Ten aanzien van de meerwaarde in het maatschappelijk veld: Als het gaat om de meerwaarde van Buddylink voor het maatschappelijk veld zijn er twee bewegingen te melden, waarvan er één op zijn minst opmerkelijk is. Enerzijds zien we dat steeds meer organisaties ons als aanvullend op hun hulpverleningsaanbod gaan zien. Het een kan naast het ander lopen en versterkt elkaar. Anderzijds hebben we nu al een paar keer gezien dat bij de buddy’s die zich uit zichzelf melden bij ons net zo goed allerlei diverse problemen spelen, maar dat hier de hulpverlening nog niet binnen is. Bij deze buddy’s hebben wij een signaleringsfunctie. Wanneer onze buddy’s problemen signaleren en zich zorgen maken, komen deze signalen bij ons terecht. Wij hebben de mogelijkheid deze met onze ambassadeurs te bespreken. Zij kunnen hierop actie ondernemen, zonder dat wij of onze buddy’s in een situatie terecht komen waarin zij hun buddy hulp gaan verlenen omdat ze zich zorgen maken. Daarmee worden in een vroegtijdig stadium problemen gesignaleerd.
13
9. Hoe verder? Het jaar 2020 is een raar jaar, maar het is nog niet voorbij. Ondanks alle maatregelen rondom corona waar ook wij rekening mee moeten houden, weten we dat we dit jaar nog een aantal matches kunnen maken. We zien een stijgende lijn in het aantal buddy’s dat zich aanmeldt. Zowel aan de kanszoekende kant, als aan de kansbiedende kant. De zet die we in 2020 nog willen maken is tweeledig; enerzijds is ons doel om 16 actieve buddyduo’s te realiseren, anderzijds is het doel dat stichting Buddylink staat en operationeel is op 1 januari 2021. De bestuursleden zijn benaderd, de plannen liggen klaar, de opleiding is in de maak, de website is vormgegeven en alle processen en faciliteiten worden in gereedheid gebracht met als doel dat we in januari 2021 klaar staan om deze stijgende lijn door te zetten naar X actieve buddyduo’s eind 2021.
14
Managementsamenvatting tussenevaluatie Vroeg Eropaf Het project Op 20 maart 2020 startte het gezamenlijke project Vroeg Eropaf van De6-gemeenten. Met dit project beogen De6-gemeenten via onaangekondigd huisbezoek in contact te komen met inwoners met betalingsachterstanden op hun vaste lasten en hen ondersteuning aan te bieden. De gemeenten ontvangen hiertoe maandelijks meldingen van betalingsachterstand van woningcorporaties, zorgverzekeraars, het waterbedrijf en energieleveranciers. Alleen de zwaarste signalen (meerdere achterstanden op één adres of een enkele achterstand van een hoog bedrag) worden opgevolgd. Met de overige signalen gebeurt niets. Leidende gedachte achter dit project is, dat grote financiële problemen kunnen worden voorkómen door de problemen aan te pakken als ze nog klein zijn. Deze evaluatie Het project heeft een looptijd van twee jaar. Doel van deze evaluatie is om een tussentijdse stand van zaken te presenteren en daarvan te leren voor het vervolg van het project. Daartoe is managementinformatie geanalyseerd en zijn per gemeente gesprekken gevoerd met alle betrokkenen. De meetperiode van deze evaluatie betreft 7 maanden (eind maart t/m eind oktober 2020). Invloed van corona De start van het project viel gelijk met het begin van de coronacrisis, die nog steeds voortduurt.
Dit heeft een grote invloed op de uitvoering: • Er worden veel minder huisbezoeken afgelegd dan voorzien. In veel gevallen proberen de uitvoerders telefonisch in contact te komen met inwoners. Dit levert minder respons op dan een huisbezoek. Voorafgaand aan telefonisch contact wordt altijd een brief gestuurd. • Door het vervallen van huisbezoeken en de bijbehorende reistijd, worden gemiddeld anderhalf keer zoveel casussen opgepakt dan voorzien. Meldingen van betalingsachterstand De6-gemeenten ontvingen in de meetperiode gezamenlijk iedere maand gemiddeld 1088 signalen van betalingsachterstand, vooral op de zorgpremie en de huur (figuur M1). Van al deze signalen werd 10% geselecteerd om te worden opgevolgd. Van alle opgepakte meldingen viel vervolgens bijna 23% af bij de check van de BRP, vanwege een lopend traject schuldhulpverlening of om een andere reden. Uiteindelijk werd per maand gemiddeld contact gezocht met 63 huishoudens, dat zijn in totaal 431 huishoudens in de meetperiode. Bij de helft van deze huishoudens waren meerdere achterstanden op één adres gemeld en bij de helft ging het om één melding van een hoog bedrag.
Figuur M1: gemelde achterstanden energie 8% water 8%
huur 27%
zorg 57%
Contactpogingen Gemiddeld registreerden de hulpverleners 2,4 contactpogingen per adres. Het gaat om telefoontjes, brieven, huis- en voordeurbezoeken en digitale berichten. Niet alle pogingen worden geregistreerd.
Gemiddeld werden 1,3 persoonlijke contactpogingen - huis- of voordeurbezoek of telefonisch geregistreerd. De wijze van contact zoeken verschilde sterk per gemeente (figuur M2). In coronatijd is persoonlijk contact zoeken lastig. Als de hulpverleners niet op huis- of voordeurbezoek mogen en er is geen (kloppend) telefoonnummer bekend, is brieven sturen zelfs de enige optie. Dit leidt meestal niet tot contact.
Figuur M2: wijze van contact zoeken 100%
1% 4%
1% 5%
2% 5%
2% 2%
1%
3%
7%
90% 15%
80% 70%
34% 46%
28% 38%
55%
67%
60%
Whatsapp of SMS
19%
50%
55%
E-mail Brief
34%
40% 30%
42%
20%
22% 6%
Telefonisch Huisbezoek
31%
10% 0%
40%
36%
14%
14%
9%
Roosendaal Etten-Leur
30%
28%
3% Moerdijk Halderberge Rucphen
Zundert
De6
Bereik Van alle benaderde inwoners werd 61% daadwerkelijk bereikt, dat zijn in totaal 261 inwoners van De6-gemeenten, gemiddeld 37 per maand. Voor de coronacrisis lag het bereik in andere gemeenten op ca. 70%, bij inzet op huisbezoek. Daarmee vergeleken is het gemiddelde bereik in De6gemeenten, gezien de huidige omstandigheden, goed te noemen. Het bereik verschilt per gemeente (figuur M3). De cijfers suggereren dat veel, diverse en persoonlijke contactpogingen eraan bijdragen dat meer inwoners worden bereikt.
Figuur M3: % inwoners bereikt 100% 90% 80%
33% 47%
70%
32%
24% 45%
50%
39%
60%
Niet bereikt
50% 40% 30% 20%
67% 53%
68%
Bereikt
76%
50%
55%
61%
Zundert
De6
10%
0% Roosendaal Etten-Leur
Moerdijk Halderberge Rucphen
Resultaten van de interventies Als een inwoner wordt bereikt, bespreekt de hulpverlener met de inwoner wat er speelt en wat er nodig is om de problemen op te lossen. De Vroeg Eropaf interventie duurt hooguit vier weken en kan leiden tot vier eindresultaten: 1. Verwijzing Problemen kunnen niet worden opgelost binnen het traject Vroeg Eropaf. Er vindt doorverwijzing plaats naar vervolghulp van financiële en/of niet-financiële aard. Denk aan budgetbeheer, een aanvraag schuldhulpverlening of verwijzing naar algemeen maatschappelijk werk. 2. Quick fix Problemen kunnen worden opgelost binnen het traject Vroeg Eropaf. De uitvoerder helpt de inwoner met bijvoorbeeld het afsluiten van een betalingsregeling of het aanvragen van toeslagen, een uitkering of andere inkomensverruimende voorzieningen. 3. Klant geeft aan dat hij het zelf probeert op te lossen De inwoner zegt dat hij (eerst) zelf aan de slag gaat met de betalingsproblemen. Als de uitvoerder dit antwoord registreert, is er inhoudelijk contact geweest over de achterstanden. Vaak heeft de uitvoerder de indruk dat de interventie zinvol was, omdat de inwoner aan het denken is gezet en nu of later tot actie over zal gaan. 4.
Klant geeft aan dat hij geen behoefte heeft aan onze hulp Dit antwoord wordt geregistreerd als een inwoner de interventie niet op prijs stelt, ontkent dat er achterstanden zijn en/of het hulpaanbod om een andere reden nadrukkelijk afwijst. Figuur M4 toont de eindresultaten van de De6gemeenten over de meetperiode. In de cijfers zijn niet meegenomen de inwoners waarbij het traject eind oktober nog niet was afgerond. Ook ontbreken de inwoners die alsnog hulp wilden, nadat de casus al was afgesloten. Dit gebeurt regelmatig.
Figuur M4: % eindresultaten De6 Verwijzing 20%
Klant geeft aan dat hij geen behoefte heeft aan onze hulp 27%
Quick fix 8%
Klant geeft aan dat hij het zelf probeert op te lossen 45%
De eindresultaten verschillen per gemeente (figuur M5).
Figuur M5: % eindresultaten per gemeente (bereikte inwoners) 100% 90%
23%
10% 3%
10%
30%
80% 70% 60%
28%
19%
11%
Quick fix 45% Klant geeft aan dat hij het zelf probeert op te lossen
43% 57%
57%
20% 14%
17%
29%
27%
21%
0% Roosendaal Etten-Leur (n=71) (n=30)
Verwijzing
8%
36%
54%
20%
24% 66%
30% 10%
13%
16%
50% 40%
18%
Moerdijk Halderberge Rucphen (n=46) (n=55) (n=38)
Zundert (n=21)
De6 (n=261)
Klant geeft aan dat hij geen behoefte heeft aan onze hulp
Ervaringen uitvoerders De uitvoerders doen het werk voor het project Vroeg Eropaf in het algemeen met plezier. Factoren die hieraan positief bijdragen zijn de inzet op persoonlijk contact (met name huisbezoek), positieve feedback van inwoners en goede samenwerking in een team van schuldhulpverlener(s) en maatschappelijk werker(s) of meedenkcoach(es). De uitvoerders beschouwen ieder contact als zinvol, ook zonder meetbaar resultaat, omdat ieder contact ertoe kan bijdragen dat inwoners hun financiële problemen gaan onderkennen en willen oplossen. Tijdsbesteding De gemiddelde tijdsbesteding per casus verschilt sterk per gemeente en varieerde tussen 3 en 6,5 uur, inclusief reistijd en administratie en inclusief casussen waarbij geen contact ontstaat. In gemeenten waar veel huisbezoeken (mogen) worden afgelegd, gaat tijd zitten in reizen, maar ook meer tijd in de hulpverlening zelf. Deze contactmethode levert immers de meeste respons op. Samenwerking Afgezien van corona, verloopt de uitvoering van het proces Vroeg Eropaf zoals tevoren voorzien. Betrokkenen zijn in het algemeen goed te spreken over de samenwerking binnen de gemeenten en met de signaalpartners en de softwareleverancier. Het samen optrekken en delen van ervaringen in De6-verband heeft duidelijk meerwaarde.
Gegevensbescherming Er zijn geen incidenten geweest met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het project Vroeg Eropaf. Als inwoners vragen hebben over hun privacy, kunnen de hulpverleners deze goed beantwoorden. Communicatie Er is na de start van het project geen verdere algemene bekendheid aan het project gegeven. Deze evaluatie en de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zullen worden aangegrepen om Vroeg Eropaf opnieuw onder de aandacht te brengen van inwoners en stakeholders. Wetswijziging vanaf 1 januari 2021 Vanaf 1 januari 2021 wordt vroegsignalering van schulden wettelijk verplicht. De aanpak Vroeg Eropaf in De6-gemeenten moet drastisch worden uitgebreid, omdat vanaf 1 januari nog veel meer signalen zullen binnenkomen en bovendien al deze signalen moeten worden opgevolgd met een hulpaanbod. Er wordt hard gewerkt om hiervoor de noodzakelijke voorbereidingen te treffen. De6gemeenten hebben met de reeds opgedane ervaring en een goed functionerend automatiseringssysteem een voorsprong op gemeenten die nog niets aan vroegsignalering doen. De opgedane ervaring, zoals beschreven in deze evaluatie, zal worden meegenomen bij de uitbreiding van de aanpak Vroeg Eropaf. Geplante zaadjes We zien dat mensen die we maanden geleden benaderd hebben (en toen vaak niet hebben kunnen bereiken) nu alsnog bellen voor hulp.
Het zaadje wat we toen geplant hebben met onze brieven en flyers, komt nu alsnog tot bloei. Ook zijn er mensen die we op weg hebben geholpen en die later nog een keer terugbellen met een korte vraag. Het is de vraag wat deze mensen gedaan zouden hebben zonder onze persoonlijke uitnodiging om contact op te nemen.
ARMOEDEMONITOR + INKOMENS EFFECTRAPPORTAGE 2020 GEMEENTE ROOSENDAAL
Armoedemonitor + Inkomens effectrapportage gemeente Roosendaal Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke minimabeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Roosendaal.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Roosendaal Datum September 2020 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp Bert van Putten Databewerking Jan Everhardus Grafische ondersteuning Senne Trip Pieter Jan Karsijns KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Grafische samenvatting ................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 6 1. Minima in beeld ....................................................................................................................... 24 2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld ........................................................................................ 31 3. Minimaregelingen .................................................................................................................... 35 4. Wmo en schuldhulpverlening .................................................................................................. 43 5. De inkomenseffecten............................................................................................................... 45 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................
52 Bijlage 3. Kenmerken kinderen ................................................................................................ 55 Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm ......................................................................... 56 Bijlage 5. Gebruik minimaregelingen naar bijstand ..................................................................... 57 Bijlage 6. Bereik minimaregelingen per wijk ................................................................................ 58 Bijlage 7. Aantallen minima naar woonwijk ................................................................................. 59 Bijlage 8. Methodiek Inkomens Effectrapportage........................................................................ 60 Bijlage 9. Financiële maandoverzichten Inkomenseffecten ........................................................ 63 Bijlage 10. Afkortingen ............................................................................................................. 69
1
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Inleiding Het armoedebeleid is in de gemeente Roosendaal een actueel thema. Het huidige armoedebeleid is beschreven in het visiedocument “Integraal Armoedebeleid”. Eén van de in dit document vermelde aanknopingspunten om het beleid te optimaliseren, is het in kaart brengen van de risicogroepen voor armoede en het vaststellen van het bereik en de effecten van de minimaregelingen. De gemeente heeft KWIZ daarom gevraagd om een Armoedemonitor en een Inkomens Effectrapportage op te stellen. De Armoedemonitor geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de doelgroep van het minimabeleid, alsmede het bereik van de regelingen. De Inkomens Effectrapportage geeft inzicht in de inkomenseffecten van landelijke en lokale regelingen. Opzet Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale minimabeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 1 juli 2020 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Onderzoeksmethode Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners.
Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 1 juli 2020. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de voedselbank, Jeugdfonds cultuur, Stichting Paul en Stichting Leergeld. Dit is vervolgens aangevuld met registraties over de Wmo, Jeugdwet, schuldhulpverlening, het Steunfonds en ZZP’ers bij de Kamer van Koophandel. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld over de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, komt de groep die geen gebruikmaakt van een van bovenstaande regelingen of voorzieningen niet voor in de Armoedemonitor. Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; daarmee hebben ongeveer 90 tot 95 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente in beeld.
Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om de ontbrekende 5 à 10 procent nauwkeurig groep in beeld te krijgen – wel doen we een schatting van het aantal minima dat nu niet in beeld is (en daarmee van de totale minimapopulatie). Het is overigens mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van gemeentelijke ondersteuning. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het huishouden. Opzet Inkomens Effectrapportage De Inkomens Effectrapportage biedt inzicht in de actuele financiële positie van minima en in de mate waarin het huidige (lokale) beleid een bijdrage daaraan levert. Voor zes verschillende huishoudtypen met vier verschillende inkomens ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden de effecten berekend. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen
2
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
van het Nibud1. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op de manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste kenmerken van de minimapopulatie visueel worden weergegeven, worden de belangrijkste uitkomsten beschreven in de samenvattende analyse. In hoofdstukken 1 en 2 wordt de minimapopulatie in kaart gebracht. Hoofdstuk 3 gaat in op het bereik van de minimaregelingen en in hoofdstuk 4 wordt de overlap met Wmo en schuldhulpverlening beschreven. In hoofdstuk 5 staan de inkomenseffecten van landelijke en lokale regelingen. In de bijlagen staan de onderzoeksmethodieken verder uitgeschreven en wordt een aantal achterliggende cijfers weergegeven: kenmerken van alle huishoudens en kinderen in de gemeente, kenmerken van minima tot 100 procent Wsm, gebruikers van regelingen uitgesplitst naar bijstandsgerechtigd of niet en naar wijk. Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ.
1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
3
MINIMA IN ROOSENDAAL Minimahuishoudens in beeld
12%
van de huishoudens heeft een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 4.416 huishoudens.
Inkomensbron Inkomensbronnen van de minimahuishoudens op 1 juli 2020.
33%
43%
4.416 1 juli 2020
Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering op 1 juli 2020.
Bijstand
1.910
AOW
24%
Overig
Minimakinderen
15%
van alle kinderen tot 18 jaar groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm, dit zijn 2.220 kinderen.
2.220
Langdurig minima
73% 73% van alle minima heeft al 3 jaar of langer een minimuminkomen.
Wijken
Eenoudergezinnen
van alle huishoudens in de wijk Noord heeft een inkomen tot 120% Wsm. Dit aandeel is hoger dan in de andere wijken. Ook in de wijk West is het aandeel minima hoger dan gemiddeld in de gemeente Roosendaal.
van de eenouder-gezinnen (op huishoudniveau) heeft een inkomen tot 120% Wsm. Kinderen in een eenoudergezin groeien bijna vier keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een huishouden met twee ouders.
21%
37%
Minimaproblematiek
Niet-westerse achtergrond
Wmo-voorzieningen
39%
30% Schulddienstverlening 2%
van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 120% Wsm.
Jeugdwet 18%
Bereik minimaregelingen
74%
11%
47%
57%
36%
23%
Kwijtschelding
Bijzondere bijstand
Individuele inkomenstoeslag
Collectieve zorgverzekering
Bijdrage schoolkosten
Stichting Paul
4% Jeugdfonds Cultuur
37% Stichting Leergeld Roosendaal
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Samenvatting In deze samenvatting gaan we in op de minimapopulatie op 1 juli 2020 (huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm) en geven we de inkomenseffecten van landelijke en lokale regelingen weer.
Bevindingen Gemeente heeft 4.416 van de (naar schatting) 4.750 minimahuishoudens in beeld De Armoedemonitor brengt de minimahuishoudens in kaart op basis van bestanden van diverse registraties waarin minima voorkomen. Dit zijn 4.416 huishoudens in de gemeente Roosendaal. Het totaal aantal minimahuishoudens, dus ook degene die niet in beeld zijn bij de gemeente, schatten we op 4.7502.
Huishoudens 12,4%
0,9%
Minima tot 120% Wsm in beeld Minima tot 120% Wsm niet in beeld
86,7%
Overige huishoudens
Het aandeel van 12,4 procent minimahuishoudens is iets hoger dan het gemiddelde van rond de 11 procent dat we bij gemeenten van vergelijkbare grootte zien. In de gemeente wonen 2.220 kinderen tot 18 jaar in minimahuishoudens
Kinderen tot 18 jaar 15% Minimakinderen tot 120% Wsm Overige kinderen 85%
Het aandeel van 15 procent kinderen tot 18 jaar dat opgroeit in een minimahuishoudens is hoger dan het gemiddelde dat we zien bij gemeenten van vergelijkbare grootte (10 à 12 procent). Bij de meeste gemeenten is het aandeel minimakinderen iets hoger dan het aandeel minimahuishoudens; dat is in Roosendaal ook het geval. Iets meer dan de helft van de minimakinderen groeit op in een gezin met een bijstandsuitkering.
2 Met behulp van de KWIZ Index hebben we een schatting gemaakt van de totale minimapopulatie in de
gemeente. Deze Index is gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers.
6
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Kinderen uit eenoudergezin, kinderen met niet-westerse migratieachtergrond en kinderen in Langdonk hebben meer kans op armoede Gemiddeld gezien groeit 15 procent van alle kinderen tot 18 jaar op in een minimahuishouden. Onder sommige groepen is dat aandeel een stuk hoger, zoals de figuur laat zien.
Aandeel minimakinderen tot 18 jaar Eenoudergezin
41% (855 kinderen)
Niet-westerse migratieachtergrond
41% (1.302 kinderen) 30% (365 kinderen)
Langdonk
15% (2.220 kinderen)
Alle kinderen tot 18 jaar
Verdeling naar inkomensbron van alle minima komt redelijk overeen met andere gemeenten
Verdeling inkomensbron Participatiewet AOW 1.225 AOW 675
1.910 P-wet
1615 overig
540
250
WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Inkomen uit arbeid
150 Inkomen uit eigen onderneming
Bijna de helft van alle 4.750 minimahuishoudens heeft een uitkering vanuit de Participatiewet (1.910 huishoudens). Naar verwachting zal dit door (de gevolgen van) de coronacrisis de komende tijd stijgen. Daarnaast zijn er (naar schatting) 1.615 minimahuishoudens met een andersoortig inkomen, voornamelijk vanuit arbeid (675) en uit de WW (540).
7
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Meer dan de helft van de minimahuishoudens die in beeld zijn is alleenstaand, 38% heeft een niet-westerse migratieachtergrond en 17% woont in Groot Kroeven De figuur geeft de verdeling naar kenmerk van de minimahuishoudens weer.
Minimahuishoudens in beeld Overig 907
AOW lft 1.041
Gezinnen (kids <18 jr) 1.135
Niet-westerse 1.698 Overig 2.937
45 tot AOW 1.859
Alleenstaand 2.374
Westerse 570
Tot 45 jaar 1.516
Huishoudtype
Noord 714
Nederlandse 2.148
Groot Kroeven 765
Leeftijd
Achtergrond
Wijk
Eenoudergezinnen, huishoudens met niet-westerse migratieachtergrond en huishoudens in Roosendaal Noord hebben meer kans op armoede Gemiddeld gezien is 12 procent van alle huishoudens in de gemeente in beeld als minimahuishouden. Onder sommige groepen is dat aandeel een stuk hoger, zoals de figuur laat zien.
Aandeel minimahuishoudens per groep 37% (482 huish.)
Eenoudergezinnen 15% (1.515 huish.)
Huishoudens tot 45 jaar Niet-westerse migratieachtergrond
39% (1.698 huish.) 21% (714 huish.)
Roosendaal Noord Alle huishoudens
12% (4.416 huish.)
8
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Driekwart is langdurig minima, 13 procent is het afgelopen jaar ‘ingestroomd’
Aandeel langdurige minima 67% (1.289 huish.)
Participatiewet
74% (2.458 huish.)
Huishoudens zonder kinderen
96% (995 huish.)
AOW-leeftijd
77% (1.307 huish.)
Niet-westerse migratieachtergrond
73% (3.217 huish.)
Alle minimahuishoudens
Regelingen In onderstaande figuur staat het bereik per regeling. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de totale doelgroep (dus ook tegen de minima die niet in beeld zijn). Figuur S1. Bereik minimaregelingen
•
•
In 2020 hebben 2.512 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen. Dit betekent dat 74 procent van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Dit ligt in lijn met het gemiddelde van 70 à 75 procent dat we bij andere gemeenten vinden; De bijzondere bijstand kent een bereik van 11 procent onder de doelgroep, in de analyseperiode hebben 500 huishoudens een of meerdere keren een verstrekking gekregen vanuit de bijzondere bijstand (samen kregen zij 1.076 verstrekkingen). Het bereik ligt aanzienlijk lager dan het gemiddelde bereik van 25 procent dat we bij andere gemeenten zien. De meeste bijzondere bijstand is verstrekt voor rechtsbijstand (aan 196 huishoudens) en voor bewindvoeringskosten (aan 176 huishoudens). Er zijn 223 huishoudens die (ook) bijzondere bijstand hebben gekregen voor andere kosten;
9
Gemeente Roosendaal
• •
• •
•
•
Versie 0.3
In de analyseperiode hebben 942 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag en dat leidt tot een bereik van 47 procent. Dat ligt rond het gemiddelde van 50 procent dat we in veel andere gemeenten zien; In 2020 hebben 2.707 huishoudens (en 3.458 volwassenen) gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering, een bereik van 57 procent van de doelgroep. In andere gemeenten is een gemiddeld bereik tussen 30 en 40 procent gangbaar. Het bereik in de gemeente Roosendaal ligt hier dus ver boven. Een op de drie huishoudens die collectief verzekerd is, maakt daarnaast van geen enkele andere minimaregeling gebruik. Ruim een derde (39 procent) van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering krijgen ook ondersteuning vanuit de Wmo. Zij maken voornamelijk gebruik van het meest uitgebreide pakket Gemeente Extra Uitgebreid; De bijdrageregeling voor schoolkosten is in de analyseperiode gebruikt door 215 huishoudens, een bereik van 36 procent onder de doelgroep. In andere gemeenten is het gemiddelde bereik van regelingen voor schoolkosten zo’n 35 à 40 procent; 406 kinderen hebben in de analyseperiode gebruikgemaakt van Stichting Paul. Dit is een bereik van 23 procent van de doelgroep.
Het Jeugdfonds Sport, dat in veel andere gemeenten actief is en die vergelijkbare doelen heeft als Stichting Paul, kent meestal een bereik van 30 tot 35 procent; In 2019 hebben 64 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Cultuur, dit is een bereik van 4 procent van de doelgroep. Ook in andere gemeenten bereikt het Jeugdfonds cultuur meestal zo’n 5 procent van de doelgroep. De meeste minimakinderen kiezen in het algemeen voor een vergoeding voor sport vanuit het Jeugdfonds; In 2019 hebben 652 kinderen een of meerdere verstrekkingen gekregen vanuit Stichting Leergeld, een bereik van 37 procent in de doelgroep. Het bereik van Stichting Leergeld ligt in andere gemeenten gemiddeld tussen de 35 en 40 procent.
De gemeente heeft een vrij uitgebreid pakket aan regelingen en ook het gebruik van de meeste regelingen is goed te noemen. Gemiddeld maken minimahuishoudens van 1,4 van de 4 regelingen voor volwassenen gebruik. Eenoudergezinnen, huishoudens met een bijstandsuitkering en met een niet-westerse migratieachtergrond maken van meer regelingen gebruik dan gemiddeld. Huishoudens jonger dan 27 jaar, huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens met een overige inkomensbron maken relatief weinig gebruik van de minimaregelingen voor volwassenen. Van alle minimahuishoudens in de gemeente (inclusief die niet in beeld zijn) maakt 19 procent van geen enkele regeling voor volwassenen gebruik. Voor de regelingen voor kinderen is het aandeel niet-gebruikers een stuk hoger: de helft van de minimagezinnen met schoolgaande kinderen maakt van geen enkele kindregeling gebruik. Het gemiddelde gebruik van de 4 regelingen voor kinderen is 0,8 regeling per minimagezin. Bij de kindregelingen valt op het bereik onder kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond een stuk hoger is dan onder kinderen met een andere achtergrond. Overige ondersteuning 91 huishoudens maken gebruik van de voedselbank Van deze groep krijgt 43 procent ook een bijstandsuitkering. Een derde vormt een huishouden met kinderen en iets meer dan de helft is alleenstaand.
70 van de 91 huishoudens maken ook van een of meerdere minimaregelingen gebruik. 36 huishoudens kregen tegemoetkoming Steunfonds huisuitzettingen (juli ’19 – juli ’20) Het Steunfonds huisuitzettingen is bedoeld om dreigende huisuitzetting te voorkomen. Bewoners kunnen een beroep doen op ondersteuning om te voorkomen dat zij uit hun woning worden gezet als zij de huur niet kunnen voldoen. In de periode 1 juli 2019 tot 1 juli 2020 werden 36 huishoudens in totaal geholpen voor een bedrag van € 52.309. Per keer werd een gemiddelde tegemoetkoming uitgekeerd van € 769. Sommige huishoudens kregen meerdere keren hulp. Gemiddeld is er per huishouden een bedrag van € 1.453 uitgekeerd. Van de 36 huishoudens zijn er 25 ook in beeld bij de gemeente als minimahuishoudens, zij hebben bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of hebben gebruik gemaakt van een minimaregeling. 10
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Minima maken vaker dan niet-minima gebruik van Wmo, SDV3 en Jeugdwet De figuur geeft voor minima en voor niet-minima het aandeel huishoudens weer dat van de voorziening gebruikmaakt.
Gebruik overige voorzieningen Minima
30%
Wmo
Schulddienstverlening
Niet-minima
12% 2% 0,1% 18%
Jeugdwet
12%
Inkomenseffecten landelijke en lokale regelingen Financieel gezien is de invloed van de gemeente kleiner dan die van het Rijk4 Het maximale bedrag dat minima vanuit gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen is veel lager dan het bedrag dat ze aan toeslagen van het Rijk (en aan uitkering) kunnen krijgen, zoals de onderstaande figuren in beeld brengen. Figuur S2. Bestandsdelen inkomens minima 100 en 120% Wsm (minima < 3 jaar)
Inkomens 100% Wsm Uitkering
Toeslagen Rijk
Alleenstaande
Bijdrage gemeente € 374
1.052
Alleenstaande ouder met twee kinderen
€ 1.072
1.052
Paar zonder kinderen Paar met twee kinderen
1.503
€ 209 € 504
1.503
€ 88
€ 901
€ 128 € 235
Alleenstaande AOW-leeftijd
1.176
€ 376
€ 114
Paar AOW-leeftijd
1.594
€ 508
€ 180
3 De cijfers van schulddienstverlening betreffen de klanten bij de Kredietbank/PLANgroep. 4 In bijlage 9 zijn per huishoudtype de inkomensbronnen en uitgaven nader uitgewerkt in een
maandbegroting.
11
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
Inkomen 120% Wsm Loon of uitkering
Toeslagen Rijk
Bijdrage gemeente
Alleenstaande
€ 374
1.263
Alleenstaande ouder met twee kinderen
€ 1.113
1.263
Paar zonder kinderen
€ 133 € 405 € 53
1.804
Paar met twee kinderen
€ 26
€ 802
1.804
€ 159
Alleenstaande AOW-leeftijd
1.412
€ 376
€ 53
Paar AOW-leeftijd
1.913
€ 491
€ 105
Recht op gemeentelijke regelingen vervalt in één keer, hoogte Rijkstoeslagen daalt geleidelijk Op de kwijtschelding na, hebben de minimaregelingen een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Bij een hoger inkomen verliezen minima direct het recht op alle regelingen, terwijl de toeslagen van het Rijk geleidelijk afnemen, al varieert de afname per huishoudtype. Paren krijgen al bij een inkomen hoger dan bijstandsniveau te maken met een afname van de toeslagen, terwijl alleenstaande ouders langer recht houden op hetzelfde bedrag aan toeslagen. Het bedrag uit de gemeentelijke regelingen zorgt ervoor dat huishoudens maandelijks meer ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit geldt met name voor paren (zowel met als zonder kinderen) met een bijstandsuitkering. Zonder de gemeentelijke regelingen zouden zij bijna geen geld overhouden voor het doen van vrije bestedingen. De kanttekening die hierbij is te plaatsen is dat, zoals uit de Armoedemonitor blijkt, niet iedereen gebruik maakt van alle regelingen. De daadwerkelijke inkomsten van de meeste minima zullen daarom minder zijn dan hierboven weergegeven. In de onderstaande figuur geven we de maximale bijdrage van de gemeentelijke regelingen weer voor gezinnen; voor deze groep zijn de meeste regelingen beschikbaar. Figuur S3. Maandelijks maximaal bedrag minimaregelingen gezinnen tot 120% Wsm 5
Maandelijks bedrag gemeentelijke regelingen Eenouder
€ 76
Paar
€ 76
€ 26
€ 38 € 53
€ 38 € 38
Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Stiching Leergeld Stichting Paul Individuele inkomenstoeslag
€ 19 € 13 € 38
€ 44
€ 19 € 13
€ 49
Korting collectieve zorgverzekering Jeugdfonds Cultuur Regeling Schoolbijdrage
Werken loont Werken loont: wanneer huishoudens in Roosendaal vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120 of 130 procent Wsm gaan zij er in totaal inkomen altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie. Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en de gemeentelijke regelingen. Deze vooruitgang in totaal 5 In bijlage 9 zijn per huishoudtype de inkomensbronnen en uitgaven nader uitgewerkt in een
maandbegroting.
12
Gemeente Roosendaal
Versie 0.3
inkomen is echter niet evenredig met de vooruitgang in loon. Landelijke toeslagen lopen terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm. Voor huishoudens met kinderen heeft dit tot gevolg dat zij bij een hoger loon soms toch een lager totaal inkomen hebben. Figuur S4. Groei in totaal inkomen t.o.v. 100 procent Wsm bij werkaanvaarding67 110% Wsm