CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

34 - 12. Regionale zienswijzen begroting 2023 GR-en.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5e: Zienswijzen begrotingen 2023 Gemeenschappelijke Regelingen9.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenschappelijke regeling: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, het Algemeen Bestuur van de BWB heeft de ontwerp programmabegroting 2023 en de jaarstukken 2021 op 8 april 2022 vastgesteld. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Afgelopen jaren zijn grote projecten gerealiseerd. De BWB is overgegaan naar het waarderen op gebruiksoppervlak en heeft nieuwe applicaties in gebruik genomen voor waarderen, heffen en innen van belastingen en de financiële administratie. Daarnaast was er een grote stijging van het aantal bezwaren tegen de waarde van de onroerende zaken en had de organisatie te maken met de maatregelen voor en gevolgen van het Coronavirus. Al deze projecten en ontwikkelingen hebben een zware stempel gedrukt op de organisatie. In 2023 zullen geen nieuwe grote projecten worden opgestart, maar zullen bestaande projecten worden afgerond en geoptimaliseerd. Daarnaast dient de samenhangende objectenregistratie zich aan. Dat is een nieuwe basisregistratie waarvan de WOZ deel gaat uitmaken. De voorbereidingen zijn reeds gestart en zullen doorgaan in 2023. Verder wordt veel aandacht besteed aan de communicatie met burgers en bedrijven om bezwaren rechtstreeks in te dienen bij de BWB zonder tussenkomst van no cure no pay bedrijven.

Naar verwachting zal het aantal bezwaren toenemen, maar zullen de kosten voor de no cure no pay bedrijven zich stabiliseren (zie ook opmerking onder 6). 4. Financiële aandachtspunten De totale lasten van de BWB stijgen van € 17.300.900 (begroting 2022) naar € 18.126.000 (begroting 2023). De stijging bedraagt € 825.100. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten en hogere griffie- en proceskosten. Bij de personele kosten is naast de gebruikelijke indexering van de salarissen een uitbreiding van de formatie met 3,5 fte meegenomen. Deze uitbreiding komt voort uit de vertaling van de verlofharmonisatie volgens de cao 2021-2022 en de toegenomen productieaantallen. De hogere griffie- en proceskosten komen door de sterke toename in 2021 en 2022 van de bezwaren tegen de waarde van de onroerende zaken door no cure no pay bureaus. Door de stijging van de lasten stijgt ook de totale deelnemersbijdrage van € 16.975.900 (begroting 2022) naar € 17.871.000 (begroting 2023). Naast deze stijging is er sprake van een verschuiving tussen de deelnemers. Dat komt omdat er correcties zijn aangebracht in de geraamde aantallen heffingsbezwaren en omdat het aantal bezwaarschriften tegen de waarde van de onroerende zaken sterk verschilt per gemeente.

5. Financieel overzicht Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Subtotaal programma's Subtotaal overhead Totale lasten

9.401.000 8.478.300 17.879.300

8.459.200 8.841.700 17.300.900

9.151.000 8.975.000 18.126.000

Subtotaal programma's Subtotaal overhead Totale baten

0 18.034.700 18.034.700

5.000 17.295.900 17.300.900

0 18.126.000 18.126.000

-155.400 0 -155.400

0 0 0

0 0 0

Totale bijdrage deelnemers

16.937.900

16.975.900

17.871.000

Bijdrage gemeente Roosendaal (inclusief btw)

1.633.000

1.664.200

1.823.400

Resultaat voor bestemming reserves Mutatie reserves Totaal na bestemming reserves

Bijdrage Roosendaal aan BWB Bijdrage Roosendaal volgens begroting BWB 2023 Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal Voordeel (V) / Nadeel (N)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.823.400

1.847.600

1.890.300

1.934.000

1.664.900

1.688.000

1.711.200

1.711.200

158.500 N

159.600 N

179.100 N

222.800 N

6. Overige aandachtspunten - Door de huidige arbeidsmarkt is het erg lastig (bepaalde) vacatures in te vullen. De BWB moet hierdoor regelmatig teruggevallen op duurdere inhuur. Dit is als risico gemeld in de begroting. Als risicobedrag is € 100.000 aangegeven. - Bij punt 3 is aangegeven dat de kosten van no cure no pay-bedrijven zich stabiliseren. Echter, de BWB ziet hier wel een risico dat de kosten alsnog toenemen. Dit risico wordt ingeschat op € 100.000. - Directe communicatie met burgers en bedrijven blijft het speerpunt van de BWB. Samen met haar partners zet de BWB in op het wegnemen van de ‘perverse’ prikkels die hebben geleid tot de opkomst van no cure no pay-bureaus. - Samen met de deelnemers doet de BWB onderzoek naar de vraag op welke wijze de Samenhangende Objectenregistratie het beste in de regio kan worden geïmplementeerd.

7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.

Beleidsbegroting 2023 en Jaarstukken 2021 gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 14 april 2022 zijn de jaarrekening 2021 en de beleidsbegroting 2023 voor zienswijze aan uw gemeenteraad aangeboden.

2

Is voldaan aan het BBV?

3

Ja. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelen in de beleidsbegroting 2023 zijn gestoeld op de ambities uit de meerjarenvisie ‘De Agenda van de Toekomst’. Deze meerjarenvisie loopt per 2023 af en eind 2023 gaat de GGD deze met het nieuwe bestuur, inwoners, gemeenten en partners herijken. De strategische doelen vanuit de Agenda van de Toekomst wil de GGD in 2023 realiseren in het licht van de ambities uit de vier landelijke Position Papers die door de 25 DPG’en 1 medio 2021 zijn vastgesteld. Zij hebben aan het kabinet een extra landelijke investering van 600 miljoen euro gevraagd voor herstel én versteviging van het fundament van de publieke gezondheidszorg. Beleidsbegroting 2023 In 2022 is er oog voor de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis. De impact van corona op de samenleving en de publieke gezondheid is groot. Behalve met gevolgen op korte termijn, krijgen we ook met de lange termijneffecten te maken. De GGD wil in 2023 vanuit haar ambities de gemeenten ondersteunen in de zorg die zij hebben voor hun inwoners die fysiek, mentaal of financieel zwaar getroffen zijn door de coronacrisis. De ambities van de GGD zijn: 1. Gezonde en veilige leefomgeving De GGD pleit voor een integraal beleid ten aanzien van de leefomgeving, vanuit meerdere beleidsinvalshoeken zoals milieu, groen, wonen, sociaal domein.

De ambitie van de GGD op het gebied van gezonde leefomgeving reikt verder dan de Omgevingswet. De gezonde leefomgeving wordt gezien als een randvoorwaarde en als een interventie voor het maken van de gezonde keuzes. De GGD beschouwt het als hun verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de publieke gezondheid een wezenlijke plaats krijgt in het integrale afwegingskader rond ruimtelijke ontwikkel- en beheervraagstukken. En dat dan vooral aan de voorkant van het proces. 2. Preventie verbreden en verdiepen De GGD richt zich op gezondheidsbevordering in de breedte waarbij de focus vooral ligt op gezondheidsbevordering en vroegsignalering. Dit doen ze door te werken aan een gezonde leefstijl en te focussen op de thema’s uit het Nationale Preventieakkoord (roken, alcohol, overgewicht en mentale gezondheid). Ze ondersteunen de gemeenten bij de uitvoering van de lokale en regionale preventie- en sportakkoorden en verbinden die nog meer met de gezonde

1 Directeuren Publieke Gezondheid

school aanpak. Er wordt aangesloten bij de ‘life-events’ van de inwoners van West-Brabant en samen met partners gaan ze het kader Positieve Gezondheid ontwikkelen en implementeren. Met behulp van een integrale en planmatige aanpak wordt ingezet op effectieve preventie. 3. Gelijke gezondheidskansen voor iedereen In 2023 gaat de GGD domeinoverstijgend aan de slag met in elk geval die beleidsterreinen die zich richten op bestaansvoorwaarden: wonen, werken, schuldhulpverlening en veiligheid. Er wordt gewerkt aan het bevorderen van gezondheidsvaardigheden waarbij het besef is dat het hebben van bestaanszekerheid een belangrijke voorwaarde is hiertoe te komen. Waar mogelijk worden de inwoners betrokken bij de activiteiten die gericht zijn op gelijke gezondheidskansen. Er wordt ingezet op veilig, gezond en veerkrachtig opgroeien (vanaf - 9 maanden). Daarnaast wordt ingezet op het gezondheidspotentieel en probeert de GGD de achterstanden te verkleinen. In het laatste AB van 2022 vindt een evaluatie plaats van het project Nu Niet Zwanger. Indien de evaluatie van de implementatie positief uitpakt, wordt dit een basisproduct binnen de begroting vanaf 2023. Voor nu is het budget voor 2023 al wel opgenomen in de begroting.

4

Prestatie-indicatoren De resultaten die de GGD bereikt op hun taken, geven ze weer in de vorm van indicatoren. De gemeenten hebben via het zienswijzetraject een oproep gedaan om te werken aan verdere optimalisering van de prestatie-indicatoren. Een ambtelijke werkgroep neemt de huidige indicatoren onder de loep. Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2023 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2023. Aandachtspunten: • De ontwerpbegroting 2023 wordt structureel financieel sluitend gepresenteerd. De structurele exploitatie ruimte is moeilijk te beoordelen omdat: a) een vergelijking met de jaarrekening 2021 en begroting 2022 ontbreekt; b) een toelichting bij het exploitatieresultaat niet is opgenomen. Ambtelijk zal dit worden besproken met de GGD. •

Het bestuur van de GGD geeft aan niet af te wijken van de richtlijn: “De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.” Er zijn diverse autonome ontwikkelingen opgenomen in de begroting 2023 (indexering, CAO-effecten, huisvestingslasten en investeringen op informatieveiligheid). Daarnaast is ook een aantal eerder door het AB genomen besluiten verwerkt in de begroting 2023 (prenataal huisbezoek, uitbreiding rijksvaccinatieprogramma en Nu Niet Zwanger). Ook dit jaar geldt dat de bedoeling van deze richtlijn, in combinatie met richtlijn nummer 4 en 5, is om te onderzoeken of bij autonome ontwikkelingen ook ruimte in de begroting gevonden kan worden om deze op te vangen, zodat de gemeentelijke bijdrage slechts hoeft te stijgen met de loon- en prijsindex. Daarom wordt een zienswijze voorgesteld om de GGD

te vragen met voorstellen te komen hoe de gemeentelijke bijdrage niet of veel beperkter zal stijgen de komende jaren. •

5

Een overzicht van reserves en voorzieningen is opgenomen. Daarin is zichtbaar dat een 5-tal bestemmingsreserves zowel in 2022 als in 2023 niet worden gebruikt om kosten uit te dekken. Uit de jaarstukken 2021 blijkt dat deze reserves ook in 2021 niet zijn aangesproken. Daarmee zouden deze reserves zo snel mogelijk moeten worden opgenomen in besluitvorming om òf vrij te laten vallen òf aan te boren voor plannen. Het gaat om de volgende reserves: Bestemmingsreserve Risico plustaken, Uitbraak infectieziektes, Frictiekosten, Monitors, Innovatie infectieziektebestrijding.

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR (apparaatskosten)

Begroting 2021

Resultaat 2021

Totaal ontwerpbegroting GR

19.683

133

Bijdrage Roosendaal

1.670

Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten 133 +/- 11

Meerjarenontwikkeling GR (apparaatskosten)

Begroting 2022

Ontwerp begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Bijdrage Roosendaal

1.722

1.834

1.873

1.884

1.916

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal

1.724

1.736

1.766

1.767

1.769

-2

+98

+107

+118

+147

verschil

6

Overige aandachtspunten Coronavirus Inmiddels is duidelijk dat Corona voor langere tijd onderdeel van onze samenleving zal zijn. De GGD geeft aan dat dit betekent dat de Corona bestrijding ingebed moet worden in de organisatie van de GGD. Omdat de GGD in opdracht van het Rijk en gemeentes werkt, is het nodig om dit met elkaar te onderzoeken en een opdracht op te formuleren. Overigens is dit niet in deze begroting 2023 verwerkt omdat nog niet bekend is hoe dit vorm gaat krijgen. Voor 2020-2022 zijn afspraken gemaakt met het Ministerie van VWS over de compensatie van de kosten die de GGD maakt voor de bestrijding van het Coronavirus. Voor 2023 is de situatie nog onbekend en is onduidelijk welke afspraken gemaakt zullen worden. Jaarrekening 2021 Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 133.000. Door het DB wordt voorgesteld om dit resultaat te bestemmen voor investeringen en aanpassingen aan het GGDgebouw aan de Doornboslaan in Breda ter verbetering en ondersteuning, zoals hybride en op afstand werken van medewerkers. Hierover neemt het AB een besluit in haar vergadering op 7 juli 2022. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform voorstel lijkt niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden.

De controlerende accountant heeft op zowel getrouwheid als rechtmatigheid een goedkeurende verklaring afgegeven voor het boekjaar 2021. Een mooie prestatie gezien de uitdagingen rondom Corona in 2021.

7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 en voor te stellen het resultaat terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeentes. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform het huidige GGD-voorstel, is niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden. 2. Een zienswijze bij de ontwerp-begroting 2023 op te nemen als volgt: a. de GGD wordt verzocht om een voorstel te doen in het AB van 20 juli 2022 omtrent besteding van de hierna vermelde bestemmingsreserves, aangezien deze conform financiële richtlijn 3 in besluitvorming opgenomen hadden moeten worden in de ontwerpbegroting en om de raad na de besluitvorming op 20 juli 2022 te informeren over hoe reserves worden ingezet. Het gaat om Bestemmingsreserve Risico plustaken, Uitbraak infectieziektes, Frictiekosten, Monitors, Innovatie infectieziektebestrijding. b. de GGD wordt verzocht om in 2023 de raad te informeren over wat het effect is van de vier landelijke Position Papers op de strategische doelen uit de Agenda van de Toekomst. c. de raad verwacht dat de GGD in afstemming met de Veiligheidsregio Midden en WestBrabant en omringende GGD-en werkt aan een robuustere organisatie die het makkelijker maakt om in te spelen op crises.

De raad wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen hierover en realiseert zich tevens dat punt b hierop van invloed is.

d.

e.

f.

de raad geeft de opdracht aan de GGD om in 2022 in samenspraak met deelnemende gemeenten te komen tot een opdracht rondom de inbedding van de bestrijding van het Coronavirus. de raad gaat er van uit dat de GGD uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 - gezien het risico op een hogere deelnemersbijdrage - een toelichting geeft over de huisvestingsopgave omdat de VRMWB de huur aan de Doornboslaan te Breda (hoofdlocatie GGD West-Brabant) per 1-1-2023 heeft opgezegd. de GGD wordt verzocht om in het AB van 20 juli 2022 met voorstellen te komen hoe de autonome ontwikkelingen binnen de begroting opgevangen kunnen worden zodat de gemeentelijke bijdrage niet of veel beperkter zal stijgen de komende jaren en om de raad na de besluitvorming op 20 juli 2022 hierover te informeren.

Gemeenschappelijke regeling: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Op 1 april 2022 is de conceptbegroting 2023 aan het college en de gemeenteraad toegezonden. De (voorlopige) jaarrekening is ontvangen op 4 april. Alle stukken zijn voor 15 april en daardoor tijdig ingediend. 2 Is voldaan aan het BBV? Deels, de opbouw van de begroting kent een beleidsmatig en financieel deel. Het beleidsmatig deel kent niet de voorgeschreven WWW opzet. De vragen Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat gaat het kosten worden niet 1 op 1 beantwoord. Er worden door de OMWB wel ontwikkelingen geschetst maar geen duidelijke doelstellingen. Er is eveneens geen raming van baten en lasten in het beleidsdeel opgenomen. 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op een aantal interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de producten en werkwijzen van de omgevingsdienst in 2023. Niet alle beleidsmatig richtlijnen zijn o.i. geheel opgevolgd: Richtlijn 1+2: Begroting 2023 is o.i. onvoldoende Omgevingswet (Ow) proof. Grootste risico van de Ow is de digitale werkwijze. Zowel het landelijke DSO (digitaal stelsel omgevingswet) als de mate waarin de omgevingsdienst de aansluiting hierop zal kunnen maken, baart zorgen.

OMWB schetst deze ontwikkeling (p. 15) maar beschrijft onvoldoende beheersmaatregelen*. Wel is een risico-inschatting van € 1 mln. met een kans van optreden van 40%. Het gewogen risico bedraagt hierdoor € 400.000. Dit bedrag is in de risico-inventarisatie opgenomen. (zie ook punt 6 van dit format) * NB zie p. 15 er wordt verwezen naar een impactanalyse en voor de Ow geldt een overgangstermijn van 10 jaar, hoe dit naar een risico van € 1 mln. optelt is echter onduidelijk/niet gespecificeerd Richtlijn 3 (vermelden resultaten evaluatie MWB-norm) is niet aan voldaan, resultaten worden niet vermeld en zo ontbreken ook de uitgangspunten van de nieuwe norm. Zie ook bij punt 4 NB op p.8 wordt nog verwezen naar de norm uit 2017. Richtlijn 4 is niet aan voldaan (nieuw voor oud) OMWB gaat meer risico gestuurd te werk of administratief controleren maar dat is in principe minder doen voor hetzelfde geld i.p.v. nieuw voor oud en zelfs het kostenbesparingsprogramma kost eerst € 450.000 (zie p.16). Richtlijn 5 er worden alleen bedragen opgenomen voor het kwaliteit managementsysteem (KMS) en datamanagement maar nauwelijks een toelichting of onderbouwing zie p. 26 4 Financiële aandachtspunten Opvolgen richtlijnen Niet alle financiële richtlijnen zijn opgevolgd. Zie ook punt 7 hierna (zienswijze).

Richtlijn 3 Geef inzicht in het verloop van de reserves (en indien 2 jaar niet aangewend dan vrijval van de betreffende bestemmingsreserve) Op pagina 31 is te zien dat zowel de Algemene reserve (AR) als de Reserve meetstation flink oplopen door jaarlijkse stortingen. Eind 2026 zou de AR daarmee € 2,7 mln. bedragen. Er wordt geen inzage gegeven van de besteding van de reserves. De bestemmingsreserve (BR) meetstations loopt op tot € 1,1 mln. in 2026. Aangegeven wordt dat deze daarna zal teruglopen door onttrekkingen maar dit is niet nader gespecificeerd/gekwantificeerd. Verzoek om dit alsnog z.s.m. te doen.

Richtlijn 4 (stijging bijdrage deelnemers maximaal met indexering in meest recente circulaire) zie bij punt 5 Richtlijn 6, concreet voorstel voor resultaatbestemming volgt nog (AB in juli), er is echter een positief saldo (2021) en een concept DB voorstel voor toevoeging aan de AR. NB dit is in strijd met hetgeen in de GR staat en de regionale Nota VP. Advies: breng het positieve saldo 2021 in mindering op de bijdrage van de deelnemers in 2022 i.p.v. toevoeging aan de Algemene reserve. Evaluatie MWB-norm. De evaluatie van de MWB-norm heeft plaatsgevonden in de tweede helft van 2021. De nieuwe MWB-norm geldt voor 2 jaar en bekeken zal worden hoe dit (financieel) uitpakt mede in het licht van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023. 5 Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,GR (apparaatskosten) Totaal GR

Begroting 2021

Resultaat 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

34.901

594 V

35.018

35.585

Bijdrage gemeente 1.202.837 1.160.623 1.227.468 Roosendaal NB De meerjarenraming 2024-2026 laat een structureel overschot zien van ruim € 2,5 ton per jaar. 6 Overige aandachtspunten Paragraaf Weerstandsvermogen (p. 13) De weerstandsratio van de dienst bedraagt inmiddels 1 en wordt als ‘voldoende’ gekwalificeerd. Het hogere risico komt voort uit een aantal al eerder geschetste ontwikkelingen. Zo ziet de OMWB nog steeds het risico van COVID voor 2023 (50% van € 500.000) en is een bedrag opgenomen voor de krappe arbeidsmarkt (75% van € 700.000). Bij deze risico's en percentages plaatsen wij een aantal kanttekeningen. Is het bijvoorbeeld reëel om risico van de Ow lager in te schatten dan dat van Covid? Daarnaast de vraag of voldoende is gekeken naar alternatieven en/of beheersmaatregelen. Voor het risico van de arbeidsmarkt is ook een beheersmaatregel denkbaar namelijk concentratie op de wettelijke taken i.p.v. (acquisitie blijven doen voor) de verzoektaken. Het verzoek aan de omgevingsdienst is om kritisch te kijken naar de risicotabel, de risico’s in voldoende mate zijn meegenomen en hier in de 1e burap 2022 over te rapporteren.

De OMWB geeft in haar ontwerpbegroting reeds aan dat twee aanvullende ontwikkelingen risico’s opleveren die nog niet te kwantificeren te zijn: de impact van de bevoegdheidsverschuiving VTH-bodemtaken van provincie naar gemeenten en de prijsstijgingen n.a.v. de Russische invasie van Oekraïne; hierop wordt in de 1e burap 2022 verder ingegaan. Nota Verbonden partijen (= regionaal beleid van de 16 RWB gemeentes) Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur (AB) op 1 juli 2020 is door meerdere deelnemers de wens uitgesproken om over de positie van de nota een AB-besluit te nemen en daarmee de discussie over de voorwaarden uit die nota te beslechten. De nota is in 2021 geëvalueerd. Als de resultaten van deze evaluatie beschikbaar zijn, zou het Dagelijks Bestuur (DB) met een voorstel hierover komen. Het AB heeft in april 2021

ingestemd dat dit op een later moment zal worden voorgelegd. Reeds bekend is dat de Nota in 2022 geactualiseerd zal worden en dat hierbij rekening zal worden gehouden met de nieuwe Wgr (ingangsdatum 1 juli 2022). De zienswijze is regionaal voorbereid. Er is kennisgenomen van het advies van het P&Cpanel van de OMWB. 7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1 Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 en daarop de volgende reactie te geven: a. De toevoeging van de € 430.000 aan de bestemmingsreserve meetstations te betrekken in de besluitvorming (AB) over het totale rekeningsaldo 2021; b. Het volledige jaarrekeningsaldo ad € 594.000 (voor bestemming) conform hetgeen in de GR is opgenomen uit te keren aan de deelnemers. 2. De volgende zienswijze op de (ontwerp)begroting 2023 in te dienen: a. Een overzicht op te nemen met de bestedingen van de bestemmingsreserve meetstations (2023 t/m 2026); b. De meerjarenraming en de bijdragen van de deelnemers neerwaarts bij te stellen zodat de meerjarenbegroting sluitend is en er geen resultaat wordt verwacht in 2024 en verder; c. Naar aanleiding van de conceptbegroting 2023 de deelnemers bij het opstellen van de (ontwerp)begroting 2024 vooraf actief te betrekken bij de risico-inventarisatie t.b.v. de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing; d.

Naar aanleiding van de conceptbegroting 2023 de deelnemers actief te informeren over en te betrekken bij de diverse elementen (o.a. Omgevingswet, MWB norm en declarabele uren) die van invloed zijn op de kostenontwikkeling van de omgevingsdienst; e. Verzoek is om de zienswijze te verwerken in de definitieve versie van de begroting 2023.

Zienswijze begroting 2023 Gemeenschappelijke regeling: Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja

2

Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2023 de volgende beleidsthema’s. Wet Ambulancezorgvoorzieningen Sinds 2021 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de bestaande aanbieders onder strakke overheidsregulering. De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo. Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen. Een nieuwe inrichting is wenselijk om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van acute zorg in de toekomst voor iedereen te garanderen. Belangrijke speerpunten voor de ambulancesector hierbij zijn: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners (zorgcoördinatie), samenwerking tussen ketenpartners bij het bestrijden van het personeelstekort en verbetering van (digitale) informatieoverdracht. De toekomstvisie van de RAV, zoals vastgelegd in het Meerjarenplan 2022-2025, sluit aan bij deze landelijke ontwikkelingen.

Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continu verbeteren en Basis op orde. In het Meerjarenplan 2022-2025 staat beschreven hoe de RAV voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader. Naast deelname aan een landelijk klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL zal de RAV in 2023 de klanttevredenheid onderzoeken door middel van direct contact met de patiënt. Hiervoor is in 2022 een evaluatie-instrument ontwikkeld. Zorgdifferentiatie De RAV ziet zorgdifferentiatie als de oplossing om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt. In 2023 biedt de RAV een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse wordt geholpen. In het vervoersegment verzorgt de RAV spoedvervoer (hoog complex) en planbaar vervoer (laag- en middencomplex). Paraatheid en prestaties De Covid-crisis had de afgelopen twee jaar veel effect op de productie, paraatheid en prestaties van de RAV.

De ritduur nam toe, vanwege het aan- en uittrekken van beschermende middelen, het schoonmaken en luchten van de ambulance, wachttijden bij de ziekenhuizen, pieken in het ziekteverzuim en het stoppen van DIA (Directe Inzet Ambulance) vanwege het pandemieprotocol

op de meldkamer. Met als gevolg dat de prestaties in de crisisperiode fors verslechterden. Inmiddels is er weer sprake van een lichte verbetering. De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. De RAV onderneemt actie door met een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundigen. In 2023 hoopt de RAV de paraatheid conform het referentiekader in te vullen. Als dat volgens planning verloopt, en onder normale omstandigheden, kan de 95% dekking bereikt worden. In de begroting is geen informatie opgenomen over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover op te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. Die wet is inmiddels per 2021 in werking getreden. 4

Financiële aandachtspunten De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing op de RAV. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. De zorgverzekeraars betalen de RAV. De RAV ontvangt geen gemeentelijke financiële bijdrage.

5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR RAV

Begroting 2021

Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

489 0

489 0

nvt nvt

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

0 0

Ontwerp begroting 2023 0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

0

Totaal GR Bijdrage gemeente Roosendaal

Resultaat 2021

70.862 0

Meerjarenontwikkeling GR RAV Bijdrage gemeente Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal verschil

6

Overige aandachtspunten n.v.t.

Begroting 2022

7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021. 2. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen: a. De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV; b. De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de resultaten van het in 2023 uit te voeren landelijke klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL en het klanttevredenheidsonderzoek door middel van direct contact met de patiënt.

Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2023 en de Jaarstukken 2021 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2023 De ontwerpbegroting 2023 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves/eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2023 (per saldo € 0,-). Jaarstukken 2021 De jaarstukken voldoen aan het BBV. In hoofdstuk 3 wordt de paragraaf incidentele baten en lasten niet benoemd. 3.

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2023 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2023. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarrekening 2021 De administratieve werkwijze van uitbetaling en verantwoording VSV is in het jaar 2021 voor het RBL gewijzigd. Voor de VSV On My Way projectkosten is de werkwijze van de oude SiSa verantwoording nog van toepassing. 4. Financiële aandachtspunten Jaarstukken 2021 Naar aanleiding van de recente afwikkeling van de SiSa-verantwoording van de VSV On My Wayprojectkosten is het positieve resultaat van 2021 € 14.302 (dit betreft een bijstelling op de eerdere begroting ad. € 31.081). De kosten van VSV On My Way worden verantwoord in de jaarrekening van Gemeente Breda (conform SiSa en BBV-regelgeving). Bijlage 1 geeft de verdeling van het positieve resultaat per individuele gemeente weer.

5. Financieel overzicht Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming Regionaal Bureau Begroting Resultaat Leren 2021 2021 Totaal RBL Bijdrage gemeente Roosendaal

1.597.292

14.302

Resultaatbestemming: toevoeging aan eigen reserves RBL

0

Resultaatbestemming: uitkeren aan gemeenten

14.302

43.545

390

Meerjarenontwikkeling Bijdrage aan RBL Totaal Bijdrage gemeente Roosendaal

1.987.132

Ontwerp begroting 2023 1.726.014

43.398

45.516

Begroting 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.756.800

1.792.500

1.828.998

46.327

47.269

48.231

6. Overige aandachtspunten 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 van het RBL. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 van het RBL naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: Regio West-Brabant (RWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De jaarstukken 2021 en de ontwerpbegroting 2023 zijn tijdig ontvangen. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? De begroting 2023 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar. Een verbetering in de leesbaarheid van de jaarrekening is te behalen door de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaats- en programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Actieprogramma 2019-2023 “Werken aan een krachtige regio” Het Algemeen Bestuur stelde in 2019 na consultatie van de raden het Actieprogramma RWB 20192023 vast. Hierin staan de opgaven beschreven die we gezamenlijk in West-Brabant op het gebied van Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte onderkennen. Met het raamwerk Circulaire Economie, de regionale aanpak Bedrijventerreinen, het raamwerk Vrijetijdseconomie, het afsprakenkader Arbeidsmigranten, het meerjarig uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt ‘WestBrabant werkt met Talent’, het uitvoeringsprogramma Mobiliteit, het position paper Sterke Steden en de gebiedsagenda Vitaal Platteland wordt het actieprogramma uitgevoerd.

In 2022 bereidt RWB het Actieprogramma 2023-2028 voor, dat voortbouwt op het huidige programma. RWB betrekt de raden bij het gesprek hierover. Samenwerkingsafspraken Provincie en RWB In 2020 maakten de 16 RWB-gemeenten samenwerkingsafspraken met de provincie NoordBrabant. In 2021 is verder gewerkt aan deze afspraken, onder andere door de inzet van Europese subsidiegelden voor vergroening van de bedrijvigheid in RWB-gebied en de inzet van kennis en geld om slimmer om te gaan met mobiliteit. Ontwerpbegroting 2023 Op 21 februari 2022 is de kaderbrief 2023 van RWB besproken tijdens een (digitale) bijeenkomst tussen raden en de RWB. In deze bijeenkomst kwamen onder andere de subsidierelatie met Rewin, de voortzetting van de programma's Creatieve Dienstverlening en de Start-up ondersteuning aan de orde. In de kadernota/ontwerpbegroting nam RWB een structurele verhoging van de bijdrage aan Rewin op voor de uitvoering van het programma Creatieve Dienstverlening en de ondersteuning van Start-ups. De noodzaak hiervan wordt onderschreven door de voltallige commissie van advies Economie. De hoogte van het gevraagde bedrag is in lijn met de eerdere financieringsbehoefte die de laatste twee jaren incidenteel via het overschot op de jaarrekening gedekt is. De RWB-begroting is conform de kadernota uitgewerkt.

•

•

Reservevorming: In de aanbiedingsbrief stelt RWB dat ze een fraude-risicoanalyse opstelt. De uitkomst hiervan geeft inzicht in de gewenste weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de RWB beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Deze capaciteit wordt getoetst aan de saldi van de reserves. Dit is in lijn met de vragen vanuit de deelnemende gemeenten om meer inzicht te geven in de noodzaak en inzet van reserves om “oppotten” te voorkomen. Het resultaat hiervan komt in de loop van 2022 beschikbaar. Het is aan te raden de RWB te vragen om op basis van deze analyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves. KCV In de begroting van de RWB is conform de richtlijnen gerekend met de NEA index. De verwachting is dat deze index in de aanloop naar 2023 richting de 10% gaat stijgen als compensatie voor het nu lopende jaar (onder meer door de gestegen brandstofprijzen). Mogelijk wordt deze index 8% hoger (nu 2%). Het is zaak dat de deelnemende gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium door RWB worden geïnformeerd over de daadwerkelijk verwachte verhoging.

4. Financiële aandachtspunten 1. Resultaatbestemmingsvoorstellen 2021 De jaarrekening van 2021 sluit af met een positief resultaat van € 231.000. Dit resultaat is incidenteel van aard. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Reserve KCV: € 21.000. De bestuurscommissie acht deze toevoeging nodig omdat de provincie Noord-Brabant haar bijdrage in 2022 verder afschaalt. Ook moeten er kosten gemaakt worden voor de voorbereiding van de aanbesteding van het vervoer. De reserve bevat na toevoeging een bedrag van € 134.000. b. Egalisatiereserve archeologie: € 50.000. Hiermee kunnen toekomstige schommelingen in de exploitatie worden opgevangen. De reserve bevat na de toevoeging een bedrag van € 69.000. c. Reserve voor de flexibele personele pools: € 54.000. Deze pools worden uitgebreid omdat ze voorzien in een behoefte bij de aangesloten gemeenten. Met het vergroten van de pool is er behoefte aan een grotere reserve om tegenvallende resultaten op te vangen. d. Uitkeren aan gemeenten: € 117.000. Er kan worden ingestemd met deze resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Te verrekenen bedragen a. Flex West-Brabant (ca. € 900.000) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2021. Dit wordt in 2022 aan de organisaties die werven via Flex WestBrabant uitgekeerd. b.

Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 41.000) Afspraak is dat we het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) jaarlijks aan gemeenten uitbetalen. In 2021 is het O&O-fonds (€ 459.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van ongeveer € 41.000 door het vrijvallen van toegekende

subsidie aan projecten van voor 2021. Dit bedrag wordt naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd. 5. Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000 •

Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming: Regio West-Brabant Totaal RWB Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal

•

Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaatbestemming: toevoeging aan eigen reserves RWB

Resultaatbestemming: uitkeren aan gemeenten

21.928

231

114

117

342

13

Meerjarenontwikkeling:

Regio West-Brabant Totaal RWB Bijdrage in apparaatskosten gemeente Roosendaal Opgenomen in meerjarenperspectief Voordeel (V) / Nadeel (N)

Bijdrage R’daal aan programmakosten RWB

21.249

Ontwerp begroting 2023 24.227

342

330

336

336

336

342

342

342

342

342

-

12 V

6V

6V

6V

Begroting 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

26.482

26.990

27.503

Begroting Begroting Ontwerp- Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2021 2022 begroting begroting begroting begroting 2024 2025 2026 2023

Rewin

229

234

265

270

276

282

O&O fonds

50

50

50

50

50

50

KCV (deeltaxi)

1.401

1.252

1.428

1.666

1.703

1.739

Mobiliteitscentrum

47

29

30

31

31

33

Regioarcheologie

-

-

12

13

13

13

13 1.740

13 1.578

16 1.801

16

16

16

2.046

2.089

2.133

Netive Totaal

6. Overige aandachtspunten Voor veel opgaven op het gebied van het economisch vestigingsklimaat zijn in RWB-verband aanpakken ontwikkeld. Uitvoeringskracht is nodig om daadwerkelijk effect te bereiken. Bij RWB is

deze uitvoeringskracht niet aanwezig en dat wordt ook niet nagestreefd. Gemeenten zijn ‘in the lead’ en verantwoordelijk voor de doorvertaling ervan in de lokale uitvoeringsplannen. Tegelijkertijd hebben gemeenten individueel of in subregionaal verband diverse uitdagingen voor het realiseren van de woonopgave, de verstedelijkingsagenda en de maatschappelijke transities. RWB voert met de nieuwe gemeentebesturen in 2022 graag het gesprek over hoe samen de noodzakelijke inzet slim georganiseerd kan worden en welke opgaven voor de gemeenten het meest relevant zijn en welke van die opgaven zij willen uitvoeren. Voor verschillende onderwerpen moet op meerdere niveaus samengewerkt worden. Als het gaat om de economisch-ruimtelijke opgaven kan RWB daarbij de rol van schakelbox vervullen. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2021 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen. 3. Aan de RWB het volgende te verzoeken: ▪ In de jaarrekening de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaatsen programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting; ▪ om op basis van de fraude-risicoanalyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves.

▪ de deelnemers in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over de werkelijke verhoging van de NEA index.

Zienswijze begroting 2023 Gemeenschappelijke regeling: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja.

2 Is voldaan aan de nieuwe BBV

De begroting 2023 is conform BBV-voorschriften opgesteld.

3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. 1.

Pijler Stimuleren van een redzame samenleving

•

Aandacht voor de Risk Factory waarbij een van de doelen is te komen tot gedragsverandering (oa. deelname aantal

•

scholen) Mogelijkheden tot verbreding van inzet Risk Factory ook voor andere specifieke doelgroepen en bewoners binnen aandachtsgebieden (brand, explosie, toxisch) onder de nieuwe omgevingswet.

2.

3.

Pijler bijdragen aan een veilige leefomgeving Aandacht voor •

De implementatie van / nader onderzoek naar het basistakenpakket dit ook irt de nieuwe Omgevingswet.

•

Per gemeente een algemene rapportages over de bevindingen van de controles en toezicht (oa. aantallen, overtredingen, opgelegde sancties)

•

De effecten en consequenties op de ontwikkelingen van de rechtspositie van de vrijwillige brandweermedewerkers.

•

Veranderingen in gesignaleerde risico’s.

Pijler hulpvaardige en slagvaardige inzet Aandacht voor • •

De voortgang Safety Village (kosten, gebruik, etc.) De nieuwe landelijke meldkamer (oa. prestaties, inzet Caco)

• •

Bevolkingszorg, voorbereiding en inzet Gezamenlijk optrekken met o.a. OMWB, gemeenten, provincie en branches om operationeel beleid op te stellen over hoe om te gaan met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie, circulaire economie en vergroening chemie. Concrete voorbeelden zijn grote opslagen van accu’s en batterijen, waterstoftoepassingen en productie, nieuwe transportcorridors, etc.

4 Financiële aandachtspunten

Jaarrekening 2021 De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven. De jaarrekening sluit met een batig resultaat van € 2.829.166,86. (3% van de begroting). Hiervan is € 1,9 miljoen (2% van de begroting) te relateren aan de coronacrisis. Het betreft € 716.000 aan meerkosten en € 2,64 miljoen aan minderkosten. De minderkosten hebben hun grondslag met name in het minder uitvoeren van opleiden en oefenen, zowel bij beroeps als vrijwilligers.

Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2021 € 2.514.113 Dit bedrag kan worden uitgekeerd aan de Gemeenten. Voorstel resultaatbestemming 2021 1. Rijksbijdrage strategische projecten Conform afspraak in het AB van 1 februari 2018 wordt 15% van het totale positieve resultaat gestort in de reserve Rijksbijdrage. Dit gedeelte van het positieve jaarresultaat wordt gebruikt voor strategische projecten en de ontwikkelagenda.

Voor de berekening wordt eerst de vrijval van de reserve kapitaallasten van € 728.805 gecorrigeerd op het resultaat. Dit bedrag vloeit sowieso terug naar de gemeenten. Dan resteert voor de reserve strategische projecten € 2.829.167 -/- € 728.805 = 2.100.362 15% hiervan betekent een toevoeging op de reserve van € 315.054. Verdeling restant resultaat 2021 Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2021 € 2.514.113. Dit bedrag wordt uitgekeerd/verrekend met de deelnemende gemeenten naar rato van het kostenverdeelmodel Advies: Kennisnemen van de jaarrekening 2021. Begroting 2023 Beleidsarme begroting 2023 Als basis voor de beleidsbegroting 2023 gebruikt de veiligheidsregio het beleidsplan “samen werken aan veiligheid en veerkracht” waarin ze onze voornemens voor 4 jaar (2019-2023) hebben opgenomen. Om dit alles te realiseren is de begroting 2023 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2023. Daarnaast is rekening gehouden met de wens voor een beleidsarme begrotingsvariant in afwachting op besluitvorming van het AB betreffende de taakstellingsopdracht.

2. Herijken kostenverdeelmodel Met ingang van begrotingscyclus 2023 worden de verdeelsleutels jaarlijks geactualiseerd naar de meest recent beschikbare Cebeonmaatstaven. Voor de beleidsbegroting 2023 is dit op basis van meicirculaire 2021 (voor de beleidsbegroting 2024 is de basis de meicirculaire 2022, en verder). De gevolgen voor de deelnemers worden gecompenseerd in de meicirculaire. 3. Risico’s De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 5.050.000) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,32 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. 4.Taakstelling

Met behandeling van de kadernota 2022 in de vergadering van 22 februari 2021 gaf het Algemeen Bestuur (AB) de opdracht om extra besparingsmogelijkheden uit te werken inclusief de gevolgen daarvan voor zowel Veiligheidsregio MWB als gemeenten. Doel hierbij is het creëren van transparantie in de dienstverlening en het kunnen nemen van weloverwogen beslissingen voor de Onder leiding van de heer Depla geeft een bestuurlijke commissie sturing aan deze complexe opdracht. De opdracht van het AB is door de bestuurlijke commissie niet opgevat als een puur financiële of boekhoudkundige exercitie. De genoemde verkenningen naar mogelijke besparingen zijn aanleiding geweest om zorgvuldig stil te staan bij de inhoudelijke betekenis van de rollen en taken. Er zijn vijf profielen op een rij gezet (‘Wat voor veiligheidsregio willen wij zijn?’) en per profiel is gekeken naar de rol, positie, kernkwaliteiten en taken van de veiligheidsregio. Daarnaast zijn de diverse autonome en maatschappelijke ontwikkelingen in beeld gebracht. Het gaat om ontwikkelingen waarmee we nu al of op korte termijn te maken krijgen en waarop we moeten voorsorteren en inspelen. Hiervan hebben we ook, voor zover op dit moment mogelijk is, de financiële impact in kaart gebracht.

De takendiscussie is in het eerste en tweede kwartaal van 2022 in de bestuursvergaderingen behandeld. Debesluitvorming hierover wordt later door middel van een begrotingswijziging verwerkt. Deze begroting is daarmee een beleidsarme begroting waarin geen onomkeerbare voorstellen worden gedaan. Afhankelijk van de besluitvorming kunnen de beleidsmatige ontwikkelingen zoals onder de vier pijlers opgenomen in deze beleidsbegroting, in minder of meerdere mate worden gerealiseerd in 2023.

5. Opvatting district De Markiezaten

In het Algemeen Bestuur van 14 april jl. hebben de zeven burgemeesters uit het district De Markiezaten gezamenlijk twee punten in de discussie gebracht. •

•

Mogelijk volgen er nog ontwikkelingen ten aanzien van de brandweerzorg waarvoor meer middelen beschikbaar moeten komen die nu nog niet in de begroting en taakstelling zijn meegenomen. Hierbij is het risicoprofiel van onze gemeente en het district leidend, waarbij de gemeenteraad van Roosendaal eerder (in 2019) een zienswijze heeft gestuurd. Uit het dekking- en spreidingsplan blijkt hoe o.a. de bezetting van de brandweerposten en het materieel worden geregeld. Voor Roosendaal kan dat mogelijk een uitbreiding betekenen; De basistaken brandweerzorg, crisisbeheersing, risicobeheersing en GHOR, gaan voor op andere bijkomende incidentele vraagstukken. Ook is het is belangrijk om helder te blijven duiden wat een crisis is en waar de veiligheidsregio wel of geen rol heeft.

5 Financieel overzicht * € 1.000

Totaal GR

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Lasten

94.103

93.719

88.037

90.174

91.656

5.053

5.130

5.209

5.319

5.319

97.254 baten 100.122 Bijdrage gemeente

5.424

Bovengenoemde bijdragen worden opgenomen in de conceptbegroting 2023- 2026 van de gemeente.

6 Overige aandachtspunten •

•

•

•

Wijziging rapportagecyclus: Vanaf 2020 stelt de VR 1 bestuursrapportage op en wel over eerste zes maanden, dus per 30 juni. Hiernaast worden er ‘soft closures opgesteld na 4,8 en 10 maanden. Graag aandacht voor de soft closures. Met betrekking tot de reserve doorontwikkeling met een saldo per 1 januari 2022 van € 1.195.000 merken wij op dat deze, gezien de doorontwikkeling zijn einde nadert, uiterlijk 31 december 2022 is verdwenen en ingezet voor de bestemming waar deze voor bedoeld is. Bij de richtlijnen voor de kaders 2024 zal meegegeven worden, indien van toepassing, in beeld te brengen in de begroting als nieuw beleid/aangepast beleid in de plaats komt van oud beleid. Bij de richtlijnen voor de kaders 2024 zal meegegeven worden om in kaderbrief en/of begroting een overzicht toe te voegen waaruit blijkt hoe de VR met welke richtlijn rekening heeft gehouden (gespecificeerd per deelnemer)

7 De zienswijze •

•

•

•

De raad wordt voorgesteld om de VR te verzoeken zo spoedig mogelijk te komen met de actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel en het daarop gebaseerde dekkings- en spreidingsplan en de wijzigingen die daaruit voortvloeien in de begroting 2023 (of 2024) te verwerken. De raad wordt voorgesteld om de VR te verzoeken zorg te dragen voor een verbetering van de bezetting met het materieel van de beroepspost Roosendaal, in het licht van de (brand)risico’s en de regiofunctie. De raad wordt voorts voorgesteld nog steeds aan de VR aandacht te vragen bij de uitwerking en besluitvorming van de takendiscussie voor de financiële uitdagingen waar gemeenten mee kampen. De basistaken brandweerzorg, crisisbeheersing, risicobeheersing en GHOR, gaan voor op andere bijkomende incidentele vraagstukken. Ook is het is belangrijk om helder te blijven duiden wat een crisis is en waar de veiligheidsregio wel of geen rol heeft. De raad wordt gevraagd de VR dringend te verzoeken, als gevolg van de aanpassing rapportagecyclus, om naast de enige rapportage in een kalenderjaar, zijnde na 6 maanden (30 juni) in het kort op verwachtte afwijkingen te rapporteren. Dit zijn de ‘soft-closures’ na 4,8 en 10 maanden.

Gemeenschappelijke regeling: WBA 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja 2 Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Wij vragen extra aandacht voor het betrekken van de deelnemers bij het opstellen van de nieuwe beleidsvisie en het opstellen van de kostenverdeelsleutel. 4 Financiële aandachtspunten In de begroting 2023 zijn de indexeringen verwerkt zoals opgenomen in de Kaderbrief 2023, Voor de prijzen is een percentage van 1,4% aangehouden en voor de lonen van 2%. 5 Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR

Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

Totaal GR

2.690

70 V

70 ontwikkeling website

0

Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal

497 *

* De bijdrage van de gemeente Roosendaal in de apparaatskosten over 2021 bedroeg € 537 K. Hierop is het positief jaarresultaat 2020 ad € 40 K in mindering gebracht. Meerjarenontwikkeling GR

Begroting 2022

Ontwerp begroting 2023

Meerjaren begroting 2024

Meerjaren begroting 2025

Meerjaren begroting 2026

bijdrage gemeente in apparaatskosten

531.559

554.436

554.436

554.436

554.436

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal verschil

531.559

531.559

531.559

531.559

531.559

0

22.877 N

22.877 N

22.877 N

22.877 N

Meerjarenontwikkeling per programma

6 Overige aandachtspunten N.v.t. 7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: WVS 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de jaarrekening 2021, begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 zijn op 12 april 2022 ontvangen. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Het sociaal ontwikkelbedrijf WVS werkt steeds meer samen met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant om zoveel mogelijk inwoners die nu aan de zijlijn staan te laten participeren en ontwikkelen naar arbeid. Daartoe werken ze samen in een keten. Hierdoor dalen de maatschappelijke kosten en stijgt het maatschappelijk rendement. WVS zorgt in het kader van de Participatiewet voor de uitvoering van ‘beschut werk’ en de ‘sociale werkvoorziening’ en de ontwikkeling van mensen die de stap naar werk niet zelfstandig kunnen maken. De komende jaren (t/m 2026) worden 380 mensen geselecteerd voor een arbeidsontwikkeltraject (waarvan 80 in het Publiek groenbedrijf). WVS ontwikkelt hiertoe de Praktijkacademie West-Brabant. 4. Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2021: Het operationeel resultaat van WVS heeft in 2020 en 2021 behoorlijk onder druk gestaan vanwege de coronacrisis.

Omdat vanuit het Rijk over deze jaren corona-compensatie werd ontvangen, is besloten om ten laste van het resultaat van 2020 een bedrag van € 2 miljoen te reserveren en dit bedrag aan te wenden voor de exploitatie 2021, waardoor de gemeentelijke bijdragen over 2021 aanzienlijk lager konden worden vastgesteld. In 2021 heeft WVS een positief resultaat gerealiseerd van € 714.000. Dit is exclusief de inzet van bestemmingsreserves. In het besluit tot verwerking van het resultaat zijn -zoals afgesproken- wel de bestemmingsreserves (corona-middelen 2020) meegenomen ten bedrage van € 3.880.000. Dit resulteert in een totaal te verwerken resultaat van € 4.594.000. Het resultaat is als volgt verwerkt: • € 1.880.000 bestemmingsreserve corona uitkeren aan gemeenten; • € 985.000 resultaat 2021 uitkeren aan gemeenten; • € 50.000 naar bestemmingsreserve 50-jarig bestaan WVS; • € 1.256.000 COVID 19 subsidie 2021 toe te voegen aan algemene reserve; • € 423.000 toe te voegen aan algemene reserve ter versterking solvabiliteit/weerstand.

5. Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming Bijdragen aan WVS Totaal WVS Bijdrage gemeente Roosendaal

Begroting 2021

Resultaat 2021

Resultaatbestemming: toevoeging aan reserves GR

Resultaatbestemming: terug naar gemeenten

5.593

714

1.729

2.865

0

802

1.567

Meerjarenontwikkeling gemeentelijke bijdrage Roosendaal Ontwerp Begroting Begroting Bijdrage aan WVS begroting 2022 2024 2023 Bijdrage gemeente 2.116 2.202 2.211 Roosendaal Opgenomen in meerjarenperspectief 2.249 2.110 2.150 gemeente Roosendaal Verschil 134 -/-92 -/- 61

Begroting 2025

Begroting 2026

2.078

2.015

2.110

2.110

32

95

6. Overige aandachtspunten WVS zit midden in de transitie van Sociaal werkbedrijf naar Sociaal ontwikkelbedrijf. Voortdurend worden hierin stappen gezet. Terwijl het aandeel cliënten met een SW-indicatie afneemt zoekt en ontwikkelt WVS nieuwe producten voor een veranderende doelgroep. De ketensamenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal is daarbij belangrijk. De aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn volgend op de ontwikkelingen in productaanbod. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 en in te stemmen met het voorstel tot resultaatbestemming en de onderbouwde, beperkte ophoging van de algemene reserve. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? • Jaarrekening 2021: De jaarrekening 2021 is op 13 april 2022 ontvangen, en is daarmee tijdig ingediend bij de gemeente. • Ontwerp-begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026: De begroting is op 13 april 2022 ontvangen, en is daarmee tijdig ingediend bij de gemeente. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. N.v.t. 4. Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2021 Het Werkplein presenteert in haar jaarrekening 2021 een positief resultaat van € 3,1 miljoen. Aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein wordt voorgesteld daarvan € 2,2 miljoen als gevolg van de resultaten op de programma’s Werk en Participatie (€ 836.000 positief), Inkomen (€ 895.000 positief), Inkomensondersteuning (€ 67.000 negatief) en de bedrijfsvoering (€ 556.000 positief) te verrekenen met de gemeenten. Ten aanzien van het resterende positieve resultaat van € 890.000 wordt aan het Algemeen Bestuur voorgesteld een deel te reserveren om in 2022-2024 de TOZO-regelingen af te kunnen wikkelen (€ 430.000) en in 2022 een aantal projecten in het kader van de bestandsbeheersing te kunnen uitvoeren (€ 460.000).

De projecten stonden gepland voor uitvoering in 2021 maar vanwege capaciteitsproblemen konden deze pas eind 2021 worden opgestart. En voor de TOZO-regelingen verstrekt het Rijk een eenmalige vergoeding voor de uitvoeringskosten terwijl de kosten voor de controle- en terug- en invorderingsmaatregelen ook de komende jaren nog doorlopen. Het positieve resultaat op het programma Werk en Participatie – naast de € 460.000 waarvoor een bestemmingsvoorstel wordt gedaan - wordt verklaard door de beperkingen als gevolg van corona waardoor er minder leerwerktrajecten en maatwerktrajecten ingezet konden worden. En werd in de begroting 2021 nog rekening gehouden met een stijging van het aantal bijstandsontvangers van 2,1%. Na afloop van 2021 bleek er echter sprake te zijn van een daling van 1,2%. Er hoefde dus minder aan uitkeringen verstrekt te worden, wat zorgt voor een positief resultaat op het programma Inkomen. Het positieve resultaat op de bedrijfsvoering – naast de € 430.000 waarvoor een bestemmingsvoorstel wordt gedaan – wordt verklaard door: - minder overige loonkosten (minder woon-werk, bijzondere beloningen en aankoop van verlof); - het niet inzetten van het budget voor tijdelijke formatie op grond van de rekenregel; - lagere ict-kosten; - doorbelasting van overheadkosten aan projecten waarvoor werd ingehuurd.

Ontwerp-begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 De ontwerp-begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals die in de Kaderbrief 2023 waren opgenomen. De meest in het oog springende nieuwe financiële ontwikkeling zit in het onderdeel Bedrijfsvoering. In de Kaderbrief 2023 gaf het Werkplein al aan dat zij de organisatievisie ging vertalen naar een organisatiestructuur en de daarbij behorende formatie. De gevolgen daarvan zouden in de begroting 2023 worden verwerkt. In de beoordeling van de Kaderbrief 2023 is aangegeven dat, indien de kosten van de formatie zouden stijgen, dit door het Werkplein nader onderbouwd moest worden zodat hierop een afgewogen besluit genomen kan worden. Ten opzichte van de begroting 2022 stijgen de loonkosten (inclusief de daaraan gerelateerde overige loon- en personeelskosten zoals opleidingen en woon-werkvergoedingen) in 2023 met circa € 740.000. Bijna de helft daarvan (€ 340.000) is het gevolg van cao-ontwikkelingen. Er was al wel rekening gehouden met indexering voor de loonkosten van € 300.000. Nu de cao echter definitief is, blijken de totale kosten daarvan € 640.000 te bedragen. Het overige deel van de stijging van de loonkosten is het resultaat van meer (vaste) formatie en het laten vervallen van de rekenregel.

Op basis van de rekenregel nam het Werkplein jaarlijks een budget voor tijdelijke inhuur op in de begroting. De hoogte van dat budget werd afgestemd op de verwachte ontwikkeling van met name het aantal bijstandsgerechtigden. Met uitzondering van een vermelding in de risicoparagraaf op pagina 36 in de tabel met risico’s wordt het laten vervallen van de rekenregel niet benoemd. Het Werkplein geeft alleen aan dat ‘Mocht het bestand sterk gaan toenemen dan zullen wij dit bespreken met de gemeenten.’ Dit betekent dat de loonkosten in de toekomst alleen nog maar kunnen toenemen, maar niet meer afnemen. Ook niet in het geval het uitkeringenbestand sterk zou gaan afnemen. Door het omzetten van tijdelijke in vaste formatie is ook de flexibiliteit van het loonkostenbudget – wat er voorheen wel was door de rekenregel – eruit gehaald. Het Werkplein geeft op pagina 39 aan dat ter compensatie van de gestegen loon- en overige personeelskosten bij de gemeenten de bijdragen vervallen die werden betaald voor de plustaken zoals SROI (Social Return On Investment), casuïstiekbespreking en aanvragen gemeentelijke kredietbank; totaal voor een bedrag van € 173.000. De kosten voor deze plustaken maken nu onderdeel uit van de totale bedrijfsvoeringskosten. De kosten voor deze plustaken nam het Werkplein echter niet standaard op in haar eerdere begrotingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1292/documents/34515