34 - 07. RAV begroting 2023 en jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
In 2023 wordt er ook een project gestart om aan te sluiten op het landelijk schakelpunt LSP ten einde informatie over medicatie, intoleranties, contra-indicaties, allergieën en de professionele samenvatting van de huisarts ter beschikking te hebben bij een hulpverlening. Ook worden pilots met nieuwe, slimme medische apparatuur verwacht welke ondersteund dienen te worden. 4.4
Financiën
Een van de hoofdverantwoordelijkheden van dit onderwerp is de “planning & control” met als taak het verzorgen van de verschillende informatieproducten inclusief analyse en advisering. Een andere verantwoordelijkheid is die voor de financiële administratie. Taken zijn dan onder meer het inrichten van de administratie (voldoen aan eisen BBV en behoefte organisatie) en het verwerken van de financiële mutaties. Ook Treasury valt onder de verantwoordelijkheden van Financiën. Taken zijn onder andere het (mede) opstellen van het Treasurystatuut, het daaraan uitvoering geven en daarover in het hoofdstuk Financiën rapporteren.
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 20
4.5
Facilitaire zaken en huisvesting
Facilitaire zaken richt zich op integrale beheersing van (en dienstverlening in en om) organisatiehuisvesting en –huishouding, ter ondersteuning van de gebruikers met ruimte, middelen, diensten en bescherming, resulterende in optimale productiviteit en kostenbeheersing voor de organisatie. De hoofdtaken op het facilitair terrein liggen voor de RAV: -
coördinatie (groot) onderhoud contractmanagement ondersteunen van huisvestingsprojecten ondersteunen inkoop en aanbesteding ondersteunen logistieke handelingen
Het huisvestingsbeleid van de RAV wordt materieel in hoge mate bepaald door het landelijk referentiekader. Daarnaast geldt voor huisvesting en de daarvan afgeleide kosten zoals energie, schoonmaak, (groot) onderhoud en huur dat dit moet worden gerealiseerd binnen de strakke budgetkaders c.q. normen van NZa en zorgverzekeraars. Vooral de zorgverzekeraars in hun rol van zorginkopers hanteren daarbij steeds vaker het instrument van de benchmark voor de bepaling van deze budgetkaders. Informatiebeheer (archiefbeheer) De RAV is bij de inrichting van zijn informatiebeheer gehouden aan de Archiefwet. Het doel is informatie zo te beheren dat de bedrijfsvoering wordt ondersteund en de risico’s beheerst zijn. Eén keer in de twee jaar vindt er een toetsing plaats door de toezichthouder (stadsarchivaris gemeente ’s-Hertogenbosch). In 2021 zijn 6 speerpunten benoemd voor de moederorganisaties (MO’s) GGD HvB, GGD WB, RAV en voor het HSC. Hiermee is aan de slag gegaan omdat de informatiehuishouding nog niet volledig voldoet aan de wettelijke kaders. Alle MO’s hadden met vrijwel dezelfde problematiek rondom informatiehuishouding te maken. Er is daarom besloten om de speerpunten gezamenlijk aan pakken.
Hierdoor wordt optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare kennis en kunde in de MO’s en kunnen de doelen in elk van de speerpunten sneller en met hogere kwaliteit bereikt worden, en kan efficiënter gewerkt worden. Alle MO’s en HSC werken in een programma van deelprojecten samen. In het programma informatiehuishouding (IH) wordt het volgende op orde gebracht:
Veilig opslaan en archiveren,
Netwerkschijven verhuizen,
Corona Hotspots veiligstellen en archiveren,
Herstarten archiveringsproces.
Het programma ontwikkelt rapportages die inzicht geven in de voortgang en impact van de deelprojecten. Deze rapportages maken inzichtelijk of medewerkers veilig opslaan en archiveren, en de juiste samenwerkingsomgeving gebruiken. In 2022 is het Beleidsplan Informatiebeheer opgesteld. Het Beleidsplan Informatiebeheer heeft een concrete koers en prioritering uitgezet op basis van het Programma Informatiehuishouding rekening houdend met de actuele ontwikkelingen als het gaat om integraal informatiebeleid. Het Beleidsplan Informatiebeheer en Plan van Aanpak Informatiebeheer zijn in 2022 door alle stakeholders (intern/extern) goedgekeurd. Het Beleidsplan Informatiebeheer en Plan van Aanpak zijn met de stakeholders besproken in het Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie Noord-Brabant en
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 21
goedgekeurd. Vanaf deze datum handelt HSC naar het Plan van Aanpak en Beleidsplan Informatiebeheer. Sinds oktober 2021 vindt er 1x per kwartaal een SIO (Strategisch Informatie Overleg) plaats. Dit is een overlegplatform dat – afhankelijk van de governancestructuur in de betreffende organisatie – adviseert, uitvoeringsbesluiten neemt over de informatiehuishouding en beleidskaders ontwikkeld om deze te laten vaststellen door de bestuurder. In 2022 is het SIO bekrachtigd door het Instellingsbesluit Strategisch Informatie Overleg GGD Hart voor Brabant, GGD West-Brabant , RAV Brabant Midden-West-Noord 2022.
4.6
Indicatoren
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 22
5
PARAGRAAF FINANCIERING EN TREASURY
Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury houdt zich bezig met risico’s die samenhangen met alle huidige en toekomstige kasstromen. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing. In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken inzicht moet geven in: De rentelasten; Het renteresultaat; De wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen; De financieringsbehoefte. In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) worden de kaders aangegeven voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Op basis van de Wet Fido wordt hieronder nader ingegaan op de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentraal overheidsorgaan in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage (8,2%). In de onderstaande tabel staat de positie van de RAV. Hierin is in 2023 te zien dat de vlottende schulden onder de kasgeldlimiet blijven.
Begroot 2023
Prognose 2021
6.520
5.994
13.246
13.246
Schuld in rekening-courant
-
-
Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar
-
-
Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
8.123
8.123
21.369
21.369
Omschrijving Omvang kasgeldlimiet
1 Toegestane kasgeldlim iet in procenten van de grondslag in een bedrag
2 Om v ang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar
3 Vlottende m iddelen Contante in kas
-
4
Tegoeden in rekening-courant
-
139
Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
26.511
24.111
26.511
24.254
Totaal netto-vlottende schuld (2-3)
-5.142
-2.885
Toegestane kasgeldlimiet
6.520
5.994
11.662
8.879
4 Toets kasgeldlim iet
Ruim te (+) c.q. overschrijding (- )
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 23
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Dit komt er op neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. In onderstaand overzicht wordt de relatie gelegd tussen renterisico en renterisiconorm. Het overzicht laat zien dat er voldoende ruimte is ten opzichte van de renterisiconorm. (bedragen x € 1.000) Omschrijving
2023
2024
2025
2026
nvt
nvt
nvt
nvt
Renterisico 1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
1.100
1.700
1.700
1.700
3
Renterisico (1+2)
1.100
1.700
1.700
1.700
4
Rente-risiconorm
15.884
16.037
16.304
16.460
14.784
14.337
14.604
14.760
nvt
nvt
nvt
nvt
79.421
80.184
81.522
82.298
20%
20%
20%
20%
15.884
16.037
16.304
16.460
5a Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) 5b Overschrijding rente-risiconorm (3 > 4)
Renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4
Berekende rente-risiconorm (4a * 4b)
Schatkistbankieren Vanaf 2013 is de Wet Fido gewijzigd, waarbij het verplicht schatkistbankieren door decentrale overheden is ingevoerd. Het verplicht schatkistbankieren houdt in dat de RAV haar overtollige liquide middelen en beleggingen aan moet houden bij het ministerie van Financiën en niet langer bij private partijen/banken onder kan brengen. De RAV is begin 2014 begonnen met het Schatkistbankieren. Leningen Op 30 oktober 2019 is er een lening aangegaan ter vervanging van de lening in 2010 en 2011 en ter financiering van een gedeelte van de vaste activa. De verwachting is dat er in 2023 een lening noodzakelijk is van 6 miljoen ter financiering van de activa. Omschrijving
Lening nummer
Ingangsdatum
Looptijd Rente %
Hoofd som
Lening BNG 40.113272 30-10-2019 Totaal opgenomen leningen
10 jaar 0,038%
11.000.000 11.000.000
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
saldo eind 2023
6.600.000 6.600.000
pagina 24
Renteschema
Schema renteberekening 2023
2023
2023
x € 1.000 x € 1.000
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
123
Externe rentebaten
-
Saldo
123
Rente van projectfinanciering moet aan het betreffende taakveld toegerekend worden 59 Aan taakvelden toe te rekenen rente
64
Rente eigen vermogen
-
Rente over voorzieningen
-
Totaal rentetoerekening intern Aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag)
-
-
64
Boekwaarde vaste activa per 1 januari
24.653
Berekende omslagrentepercentage
0,26%
Berekende en gekozen renteomslagpercentage
0,26%
Werkelijk aan taakvelden(incl. overhead) toegerekende rente
64
Renteresultaat op het taakveld treasury
0
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 25
6 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de GR RAV Brabant Midden-West-Noord beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, zijnde de reserves en voorzieningen; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn genomen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In 2015 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) aangepast. Op basis hiervan neemt de RAV een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. 6.1
Beleid omtrent reserves en voorzieningen en risico’s
De nota Reserves en Voorzieningen vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GR RAV Brabant Midden-West-Noord. Uitgangspunt is dat, indien er in totaliteit een negatieve reserve ontstaat, dit binnen een termijn van drie jaar wordt teruggebracht tot een positief saldo. De paragraaf risico’s brengt in beeld wat de belangrijke risico’s zijn en hoe we daarmee omgaan. Daarbij richten we ons op zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. De stand van de reserves is voldoende voor de dekking van de in paragraaf 6.3 benoemde en gekwantificeerde risico’s. 6.2 Reserves en voorzieningen (in duizenden euro’s) Prognose 31-12-23
Prognose 31-12-22
Algemene reserve Reserve Aanvaardbare Kosten (NZa) Reserve onderhoud panden Reserve reorganisatie Totaal reserves
902 12.357 259 742 14.260
902 12.265 351 742 14.260
Voorziening verlofsaldi Totaal voorzieningen
2.597 2.597
2.267 2.267
Totaal reserves en voorzieningen
16.857
16.527
6.3
Inventarisatie van de risico’s
De meest significante risico’s worden benoemd. De significante risico’s, vaak ook met een financiële impact worden gesignaleerd door gesprekken vanuit Control met de portefeuillehouders in de organisatie. Verder is er vanaf 2019 een BCM (Business Continuity Management) beleid, waarbij de processen binnen de RAV worden doorlopen en risico’s en acties worden benoemd. Binnen de planning & control cyclus houden we de vinger aan de pols en treffen we maatregelen bij financiële knelpunten. We informeren het bestuur daarover via de bestuursrapportages. Op een moment dat de RAV een risico loopt dat we niet binnen de reguliere begroting kunnen opvangen moeten we de reserves aanspreken of moeten deze als buffer dienen.
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 26
Risico
Verwacht risico Verwacht risico (bedrag in miljoen (bedrag in miljoen €) €) 2020 2023
Kans
Maatregel
Budgettering NZa, lager dan de werkelijke kosten
midden/laag
landelijk overleg vanuit AZN, lokaal overleg met de zorgverzekeraars
0
0
Prestatiecontract
midden/laag
sturing management/ in begroting reeds opnemen
0
0
ICT
laag
continu beveiligingsmaatregelen treffen
0
0
Persoonlijk levensfasebudget uren
laag
verplichting opgenomen
0
0
midden/laag
landelijk overleg om deze verplichting landelijk op te nemen
0
0
0,00
0,00
Tijdspaarregeling TOTAAL
Budgettering NZa lager dan de werkelijke kosten De ambulanceopbrengsten worden verkregen via budget van het ministerie van VWS. Ambulancezorg Nederland onderhandelt samen met zorgverzekeraars Nederland met NZa over het budget indien dit op een bepaald onderdeel niet toereikend is. In 2019 was daar sprake van, mede door de loonontwikkeling binnen de ambulancesector (flinke loonstijging vanwege de nieuwe CAO/door FWG worden daarnaast nog de salarissen van de ambulanceverpleegkundigen hoger ingeschaald). Het was dan ook de vraag of dit in de toekomst volledig gedekt gaat worden door NZa, want de toename moet ook passen binnen het macro budget van VWS, dat beschikbaar is voor ambulancezorg. In 2020 is er door NZa boekenonderzoek verricht naar de werkelijke loonkosten en de overige personeelslasten. Dit heeft erin geresulteerd dat NZa deze budgetten vanaf 2021 heeft opgehoogd. Dit betekent dat het risico dat in 2019 was geraamd op ca 3,7 miljoen gereduceerd kan worden tot nihil. Prestatiecontract Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid (maximaal ca. € 1.100.000) afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%.
Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt. De kans dat de RAV deze lokaal overeengekomen prestatieafspraken niet behaalt is erg klein. Er worden haalbare afspraken gemaakt waarop de RAV invloed heeft om ze ook te kunnen realiseren. In de begroting wordt voortaan rekening gehouden met mogelijke kortingen. ICT De afhankelijkheid van ICT kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Door het steeds opener karakter van de ICT stijgt het risico van het gebruik van privacygevoelige informatie. Ook stellen de overheid en de ketenpartners hogere veiligheidseisen; de data moet voldoende beveiligd zijn. Daarnaast moet de RAV met ingang van 2018 voldoen aan de NEN-normering voor de zorg en aan accountantseisen. Technisch hebben we al veel geregeld, want sinds 2018 zijn we voor de NEN 7510 norm gecertificeerd. Het informatiebeveiligingsmanagementsysteem (ISMS) Van het
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 27
HSC is ingericht en gecertificeerd. Daarnaast zijn er afspraken tussen HSC en RAV gemaakt, waarin o.a. de continuïteit van het bedrijfsproces met betrekking tot ICT is opgenomen. Persoonlijk levensfasebudget uren Het Persoonlijk Levensfasebudget (PLB) is een voorziening ten behoeve van het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de werknemer gedurende zijn loopbaan. Het PLB biedt de werknemer de mogelijkheid een evenwichtige balans te vinden tussen werk en privé. Voor de RAV worden 10.000 uren als een normaal volumegezien, de meerdere uren worden als verplichting op de balans gezet. Tijdspaarregeling Medio 2021 is landelijk de tijdspaarregeling overeengekomen met de Vakbonden. De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld om tijd te sparen, om die gespaarde tijd later tijdens de gehele loopbaan naar eigen wens als doorbetaalde tijd op te kunnen nemen. Dit draagt bij aan een goede balans tussen werken en privé. Bij AZN wordt nog onderzocht of de verplichting die gaat ontstaan aan de medewerkers landelijk wordt opgenomen, of dat dit bij de afzonderlijke RAV’s blijft. Indien deze verplichting bij de RAV Brabant MWN niet op de balans verantwoord kan worden vanwege de BBV regels en het landelijk niet wordt opgenomen, dan wordt deze in deze risicoparagraaf ingeschat en benoemd.
De conclusie is dat gezien de genoemde risico’s het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Kengetallen De hieronder vermelde kengetallen geven een eenvoudiger inzicht in de financiële positie van de RAV. BEGROTING Kengetallen
JRR 2021
2022
2023
netto schuldquote
8,8%
14,3%
9,4%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
8,8%
14,3%
9,4%
solvabiliteitsratio
30,4%
34,0%
28,1%
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 28
7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2023 (x 1000 euro)
Jaarrekening 2021 Lasten
Baten
Saldo
Begroting 2022 Lasten
Baten
Saldo
Begroting 2023 Lasten
Baten
Saldo
Ambulancezorg a) MKA Brabant Noord
1.814
1.994
180
1.997
2.088
91
1.879
1.972
93
a) MKA M.W. Brabant
2.217
2.640
423
2.628
2.786
158
2.702
2.865
163
b) RAV Brabant Noord
20.910
24.536
3.626
22.232
25.487
3.255
22.935
26.286
3.351
c) RAV M. W. Brabant
38.576
43.930
5.354
41.224
47.100
5.876
42.152
48.297
6.145
Subtotaal Programma
63.517
73.100
9.583
68.081
77.461
9.380
69.668
79.420
9.752
Overhead
9.060
0
-9.060
9380
0
-9.380
9.752
-
-9.752
Mutatie reserves
-
47
47
0
172
172
-
92
92
Totaal resultaat
72.577
73.147
570
77.461
77.633
172
79.420
79.512
92
Begroting 2022 is conform vastgestelde beleidsbegroting 2022 en incl. de 1e begr wijz. conform AB vergadering 6-7-2022.
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 29
8 INVESTERINGSBEGROTING 2023 (x 1000 euro)
(x 1000 euro)
Investerings begroting 2023
Gebouwen (Medisch) inventaris/opleidingsmateriaal/automatisering Wagenpark
0 150 2.830
Totaal investeringsbegroting 2023 RAV Brabant-MWN
2.980
BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN
pagina 30
BIJLAGE 1 STAAT VAN VASTE ACTIVA 31-12-2023 Omschrijving van de Kapitaalsuitgaven
Aanschafwaarde begin 2023
Investeringen
Desinvesteringen
2023
2023
Aanschafwaarde einde 2023
Cumulatieve
Afschrijvings
Vrijval
afschrijvingen begin 2023
kosten 2023
afschrijving 2023
Boekwaarde Boekwaarde begin 2023
einde 2023
Gronden en terreinen
2.526.403
-
-
2.526.403
-
-
-
2.526.403
2.526.403
Gebouwen
17.676.003
-
-
17.676.003
4.585.314
504.222
-
13.090.915
12.586.693
Wagenpark
13.286.537
2.830.000
2.830.000
13.286.537
8.904.611
1.747.921
2.830.000
4.381.701
5.463.780
Inventaris
951.781
-
-
951.781
421.977
93.011
-
529.804
436.792
Medische inventaris
4.927.171
100.000
100.000
4.927.171
1.989.631
504.402
100.000
2.937.540
2.533.139
Automatisering
1.523.464
50.000
50.000
1.523.464
1.044.693
185.605
50.000
478.770
343.166
850.000
-
-
850.000
141.667
283.333
-
708.333
425.000
41.741.359
2.980.000
2.980.000
41.741.359
17.087.892
3.318.494
2.980.000
24.653.466
24.314.972
Kleding Totaal
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 31
BIJLAGE 2: STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN Naam
Saldo aan Vermeerbegin van deringen dienstjaar 01.01.2022 in 2022
Verminderingen in 2022
Saldo aan Vermeereinde van deringen dienstjaar 31.12.2022 in 2023
Verminderingen in 2023
Saldo aan einde van dienstjaar 31.12.2023
Reserves Algemene reserve Algemene bedrijfsreserve
902.326
Subtotaal algemene reserve
902.326
0
0
902.326
0
Reserve aanvaardbare kosten RAV Brabant Noord RAV Midden/West Brabant MKA Brabant Noord MKA Midden/West Brabant
4.954.010 5.066.683 239.794 1.832.530
41.000 131.000
0
4.995.010 5.197.683 239.794 1.832.530
92.000
Subtotaal reserve aanv. kosten
12.093.017
172.000
0
12.265.017
92.000
-172.000
350.634 742.261
Bestemmingsreserves reserve onderhoud panden Reorganisatiereserve Subtotaal bestemmingsreserves Totaal reserves :
902.326
0
522.634 742.261
902.326 0
902.326
5.087.010 5.197.683 239.794 1.832.530 0
12.357.017
-92.000
258.634 742.261
1.264.895
0
-172.000
1.092.895
0
-92.000
1.000.895
14.260.238
172.000
-172.000
14.260.238
92.000
-92.000
14.260.238
Voorzieningen Voorziening verlofsaldi
1.936.499
330.000
2.266.499
330.000
Totaal Voorzieningen :
1.936.499
330.000
0
2.266.499
330.000
0
2.596.499
16.196.737
502.000
-172.000
16.526.737
422.000
-92.000
16.856.737
Totaal reserves + voorzieningen : Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 32
2.596.499
BIJLAGE 3: MEERJARENRAMING RAV BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD (x 1000 euro) Begroting 2023 €
Raming 2024 €
Raming 2025 €
Raming 2026 €
Raming 2027 €
Bedrijfsopbrengsten Opbrengsten uit tarieven Mutatie financieringsoverschot/tekort
75.632 0
76.618 0
78.641 0
79.020 0
80.114 0
Wettelijk budget aanvaardbare kosten
75.632
76.618
78.641
79.020
80.114
Overige opbrengsten Gemeentelijke bijdrage
3.880 0
3.592 0
3.320 0
3.323 0
3.234 0
Som der bedrijfsopbrengsten
79.512
80.211
81.961
82.343
83.347
Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen Personeel derden Overige personeelskosten Kapitaallasten Huisvestingskosten Doorbelasting Het Service Center / GGD Toevoeging voorzieningen Overige bedrijfskosten
47.622 2.980 2.393 2.848 3.376 2.120 0 330 8.000
48.535 2.634 2.429 2.891 3.427 2.087 0 335 7.949
49.263 2.397 2.465 2.934 3.478 2.530 0 340 8.068
50.002 2.350 2.502 2.978 3.530 2.204 0 345 8.189
50.752 2.211 2.540 3.023 3.583 2.227 0 350 8.312
Som der bedrijfslasten
69.669
70.286
71.476
72.101
72.998
9.843
9.924
10.485
10.242
10.349
0 9.751
0 9.897
0 10.046
0 10.196
0 10.349
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
92
27
439
46
0
Gerealiseerd tot.saldo van baten en lasten
92
27
439
46
0
Incidentele baten (mutatie reserve panden) Incidentele lasten
0 92 0
0 27 0
0 439 0
0 46 0
0 0 0
Structurele begrotingssaldo
0
0
0
0
0
Financiële baten en lasten Overhead
Toelichting Er is een indexering toegepast van 1,5% op basis van recente indexgegevens. Er worden geen incidentele baten en lasten verwacht.
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 33
BIJLAGE 4: PROGNOSEBALANS PER 31-12-2023 1-1-2023
31-12-2023
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa
24.653.000 0 20.943.000
24.315.000 0 26.511.000
Totaal activa
45.596.000
50.826.000
Reserves Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva
14.260.000 2.266.000 7.700.000 21.370.000
14.260.000 2.596.000 12.600.000 21.370.000
Totaal passiva
45.596.000
50.826.000
Activa
Passiva
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 34
BIJLAGE 5: EXPLOITATIEREKENING 2023 PER AFDELING Begr
Begr
Begr
Begr
Begr
Begr
Progn.
MKA
MKA
RAV
RAV
Totaal
Totaal
Totaal
BN
MWB
BN
MWB
RAV
RAV
RAV
2023
2023
2023
2023
2023
2022
2021
€
€
€
€
€
€
Opbrengsten uit tarieven
1.900
2.851
25.081
45.800
75.632
73.611
68.751
Wettelijk budget aanvaardb. kosten
1.900
2.851
25.081
45.800
75.632
73.611
68.751
Overige opbrengsten
72
14
1.297
2.497
3.881
4.022
4.396
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
0
1.972
2.865
26.378
48.297
79.513
77.633
73.147
Bedrijfsopbrengsten
Som der bedrijfsopbrengsten Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten
1.611
2.168
17.859
32.332
53.970
51.778
47.532
FLO-kosten/regeling bezw. beroepen
0
0
931
2.049
2.980
3.122
3.332
Personeel derden
0
41
630
1.748
2.419
3.191
4.030
Overige personeelskosten
118
197
1.175
2.134
3.625
3.518
3.093
Kapitaallasten
4
4
1.234
2.201
3.443
2.987
2.924
Huisvestingskosten
0
0
774
1.346
2.120
2.136
1.647
Doorbelasting Het Service Centrum
19
29
593
1.069
1.710
1.661
1.584
Toevoeging voorzieningen
0
0
130
200
330
330
241
Overige bedrijfskosten
221
426
2.959
5.218
8.824
8.738
8.194
Som der bedrijfslasten
1.973
2.865
26.286
48.297
79.421
77.461
72.577
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoef.
0
0
92
0
92
172
570
Buitengewone baten
0
0
0
0
0
0
0
Buitengewone lasten
0
0
0
0
0
0
0
Buitengewoon resultaat
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
0
0
92
0
92
172
570
Incidentele baten (mut. res. onderh. panden)
0
0
92
0
92
172
47
Incidentele lasten
0
0
0
0
0
0
0
Structurele begrotingsruimte
0
0
0
0
0
0
523
Onderstaand worden de grootste afwijkingen toegelicht. Toelichting baten De opbrengsten uit tarieven zijn ten opzichte van de begroting 2022 met € 2.021.000 gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 is er een stijging van € 6.881.000 onder andere vanwege de indexeringen 2022/2023 ad € 4.243.000 en omdat er extra landelijke budget is vrijgekomen voor paraatheiduitbreidingen ad € 2.319.000. Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 35
De overige opbrengsten dalen in 2023 met € 141.000 ten opzichte van de begroting 2022, vanwege een lagere vergoeding vanuit het Ministerie van VWS ten behoeve van de hogere FLO kosten. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 is er een daling van de overige opbrengsten van € 515.000 vanwege een lagere vergoeding vanuit het ministerie van VWS voor de FLO kosten/overgangsregeling bezwarende beroepen en omdat er minder detacheringsopbrengsten worden verwacht. Toelichting lasten De salarissen en sociale lasten (inclusief personeel derden) nemen ten opzichte van de begroting 2022 toe met € 1.420.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt de indexering van de loonkosten. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 is er een stijging van € 4.828.000, dat grotendeels veroorzaakt wordt door een toename van de formatie vanwege paraatheiduitbreidingen ad € 2.326.000 en vanwege de indexering 2022/2023 van de loonkosten ad € 2.682.000. De FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen worden jaarlijks ingeschat op basis van personeel dat gebruik kan maken van de regeling bezwarende beroepen, de premies voor de levensloopregeling en versterkt ouderdomspensioen en de fiscale boetes die hierop rusten. De verwachting is dat de kosten in 2023 met € 142.000 afnemen ten opzichte van de begroting 2022. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 dalen de kosten met € 352.000.
De baten vanuit het ministerie van VWS zijn daardoor ook lager (zie overige opbrengsten). De overige personeelskosten nemen ten opzichte van de begroting 2022 toe met € 107.000. Dit wordt voornamelijk door indexering voornamelijk veroorzaakt. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 is er een toename van € 532.000. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere opleidingskosten en door de indexering van de kosten. De kapitaallasten nemen met € 456.000 toe ten opzichte van de begroting 2022. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere afschrijvingslasten (+ € 408.000) omdat de investeringen van de kleding in 2022 voor een half jaar zijn opgenomen vanwege de aanschaf medio 2022, in 2023 wordt dit vervolgens voor een heel jaar afgeschreven. Tevens zijn er hogere investeringen in het wagenpark. Verder zijn de rentekosten (+ € 48.000) hoger dan in 2022. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 is er een stijging van € 519.000, door met name hogere investeringen in medische apparatuur en kleding. De huisvestingskosten stijgen ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 met € 473.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering en de hogere kosten voor energie en onderhoud van de gebouwen. Verder zijn er hogere huurlasten vanwege uitbreiding van de Ambulanceposten in Den Bosch en Tilburg.
De doorbelasting van Het Service Centrum stijgen met € 49.000 ten opzichte van de begroting 2022, met name vanwege de prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 stijgen de kosten met € 126.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering en door grotere dienstverlening door HSC op het gebied van rechtmatigheidscontrole en ICT. De toevoegingen aan voorzieningen betreft een dotatie aan de voorziening PLB-uren (persoonlijk levensfase budget De overige bedrijfskosten zijn € 86.000 hoger dan de begroting 2022. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2021 stijgen de kosten met € 630.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering en hogere ICT kosten.
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 36
BIJLAGE 6: BEGROTING 2023 NAAR TAAKVELDEN (in duizenden euro's) Jaarekening 2021
Begroting 2023
Begroting na wijziging 2022
0.1 Bestuur 0.10 Mutatie reserves 0.11 Resultaat van de rek. van baten en lasten 0.4 Overhead 0.5 Treasury
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
37
-
82
-
82
-
-
47
-
172
-
92
172
-
92
-
9.380
-
9.752
-
570 9.060
-
83
-
76
-
123
-
7.1 Volksgezondheid/Ambulancezorg
63.397
73.100
67.924
77.462
69.463
79.420
Totaal resultaat
73.147
73.147
77.634
77.634
79.512
79.512
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 37
BIJLAGE 7 GEBRUIKTE AFKORTINGEN
ACE
Accredited Center of Excellence
AED
Automatische externe defibrillator
ALS
Advanced Life Support
AMBAC
Academie voor ambulancezorg
AQUA
Advanced Quality Assurance
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
BBV
Besluit begroting en verantwoording
BCM
Business Continuïty Management
BLS
Basic Life Support
BMH
Bachelor medische hulpverlening
BNG
Bank Nederlandse gemeenten
BURAP
Bestuursrapportage
CAO
Collectieve arbeidsovereenkomst
CSZ
College sanering ziekenhuisvoorzieningen
CVA
Cerebrovasculair accident
CZO
College zorgopleidingen
DIA
Directe inzet ambulance
EDQ
Emergency Dispatcher Quality
EED
Energy Efficiency Directive
EHGV
Eerste hulp, geen vervoer
FIDO
(Wet) Financiering decentrale overheden
FLO
Functioneel leeftijdsontslag
FWG
Functiewaardering gezondheidszorg
GGD
Gemeenschappelijke gezondheidsdienst
GGZ
Geestelijke gezondheidszorg
GHOR
Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen
GR
Gemeenschappelijke regeling
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 38
HBO
Hoger beroepsonderwijs
HBO-V
Hoger beroepsonderwijs – Verpleegkunde
HR
Human Resources
HSC
Hét servicecentrum
IC
Intensive Care
ICA
Informatie, communicatie en automatisering
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
IH
Informatiehuishouding
ISMS
Information Security Management System
J&V
Justitie en Veiligheid
KTO
Klanttevredenheidsonderzoek
LMC
Laag- en middencomplex (ambulancevervoer)
LMS
Landelijke meldkamersamenwerking
LSP
Landelijk schakelpunt
MARAP
Managementrapportage
MJOP
Meerjarenonderhoudsplanning
MKA
Meldkamer ambulancezorg
MO
Moederorganisatie
MWN
Midden-West-Noord
NEDAB
Niet-economische dienst van algemeen belang
NEN
Nederlandse norm
NIVEL
Nederlands instituut voor onderzoek van de eerstelijnsgezondheidszorg
NZa
Nederlandse zorgautoriteit
PA
Physician Assistent
PCI
Percutane coronaire interventies
PLB
Persoonlijk levensfasebudget
ProQA
Professional Quality Assurance
RAK
Reserve aanvaardbare kosten
RAV
Regionale ambulancevoorziening
SEH
Spoedeisende eerste hulp
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 39
SIO
Strategisch informatieoverleg
SZW
Sociale zaken en werkgelegenheid
UWV
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
VVO
Verpleegkundige vervolgopleiding
VVT
Verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg
VWS
Volksgezondheid, welzijn en sport
VSAZ
Verpleegkundig specialist in ambulancezorg
WAZ
Wet ambulancezorg
WGR
Wet gemeenschappelijke regelingen
ZEB
Zorgevaluatiebegeleiding/begeleider
ZIO
Zorg, innovatie en opleiding
Begroting 2023 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 40
Aan de Raden van de gemeenten die deelnemen in de GR Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord
Kenmerk: Behandeld door:
Arie van Tilborg
Onderwerp:
Aanbiedingsbrief Jaarstukken 2021
Datum:
15 april 2022
E-mail:
a.tilborg@ravbrabantmwn.nl
Geachte Raad, Hierbij ontvangt u ter informatie de door de accountant goedgekeurde jaarstukken 2021 van de RAV Brabant MWN. De jaarstukken zijn vastgesteld door het Dagelijks Bestuur in haar vergadering van 6 april 2022. Het voorlopig exploitatieresultaat komt uit op een positief saldo van € 489.000 ten opzichte van een begroot resultaat van € 0. De belangrijkste afwijkingen zijn hieronder beschreven. RAV Midden- en West-Brabant Er werd in 2021 een negatief resultaat behaald van € 337.000, terwijl er een positief resultaat van € 72.000 was begroot. Dit negatieve verschil wordt grotendeels veroorzaakt door hogere loonkosten en met name meer inhuur van uitzendkrachten. Een groot aantal leerlingen mag nog niet zelfstandig op de auto en om de paraatheid op orde te hebben is inhuur noodzakelijk. Tevens is er een hoger ziekteverzuim dan normaal. Verder waren de FLO-kosten hoger dan verwacht. Daarentegen waren er hogere NZa-baten, vanwege meer dekking voor de vrije marge regeling, overige loonkosten en paraatheiduitbreidingen. Verder waren er ook hogere overige opbrengsten, dat vooral wordt veroorzaakt doordat er meer budget vanuit het ministerie van VWS is voor FLO kosten, die hoger zijn dan begroot. Verder zijn er hogere opbrengsten vanuit detacheringen en subsidies.
RAV Brabant-Noord Er werd in 2021 een positief resultaat behaald van € 514.000 terwijl er een negatief resultaat van € 114.000 was begroot. Dit positieve verschil wordt grotendeels veroorzaakt door hogere NZa baten vanwege een hogere bijdrage voor de paraatheid en voor overige loonkosten. Verder zijn er lagere overige personeelskosten dan begroot, vanwege minder opleidingskosten, doordat nog niet alle begrote opleidingen ingevuld zijn vanwege de Coronacrisis, met name minder regionale scholingsdagen en minder initiële opleidingskosten dan verwacht.
RAV Brabant Midden-West-Noord Postbus 3024 5003 DA Tilburg 085 044 22 00
www.ravbrabantmwn.nl info@ravbrabantmwn.nl
MKA Brabant Noord Er is in 2021 een positief resultaat behaald van € 80.000 terwijl er een positief resultaat van € 0 was begroot. Dit positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere overige bedrijfskosten, vanwege minder kosten voor de pilot zorg coördinatie, die vanwege Covid-19 vertraagd is en verder minder kosten voor een planningsmodule dan verwacht. MKA Midden- en West-Brabant Er is in 2021 een positief resultaat geboekt van € 232.000 terwijl er een positief resultaat van € 43.000 was begroot. Dit positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er minder formatie was dan begroot. De formatie stond flink onder druk, er konden te weinig vacatures ingevuld worden. In de zomer van 2021 was verder de uitval door ziekte van het personeel op de MKA in Bergen op Zoom zo groot, dat het meldkamerproces onder druk kwam te staan. Een deel van de meldingen werden tijdelijk doorgezet naar de MKA in Den Bosch, maar ook dat was op een gegeven moment niet meer voldoende. Als noodmaatregel is in augustus uitgeweken naar de MKA in Rotterdam. Onze verpleegkundig centralisten reisden tijdelijk naar Rotterdam om, in samenwerking met de centralisten aldaar, de meldingen aan te nemen. De uitgifte bleef in Bergen op Zoom. Deze noodmaatregel kon in oktober weer worden teruggedraaid. Het meldkamerproces heeft steeds doorgang kunnen vinden.
Het voorstel is om het positieve resultaat van € 489.232 als volgt te bestemmen:
ten gunste van de Reserve Aanvaardbare Kosten € 826.487 vanuit de MKA Midden- en West-Brabant, de MKA Brabant Noord en de RAV Brabant Noord;
ten laste van de Reserve Aanvaardbare Kosten € 337.255 vanuit de RAV Midden en West Brabant.
Responstijd urgentie A1: In 2021 werd de norm (95% binnen 15 minuten ter plaatse) niet behaald. Wel verbeterden beide regio’s hun prestaties ten opzichte van 2020. In de regio Midden- en West-Brabant bedroeg de verbetering 1,8% en Brabant-Noord realiseerde een verbetering van 1,3%. Ondanks de verbetering ten opzichte van het eerste jaar van de COVID-19-crisis, was er ook in 2021 nog sprake van langere rittijden als gevolg van:
Tijdelijke invoering van het pandemieprotocol op de meldkamer (langere uitvraag);
Tijdelijke stopzetting van DIA (Directe Inzet Ambulance;
Aan en uittrekken van beschermingsmiddelen bij elke COVID-19-(verdachte) rit;
Langere wachttijden bij de SEH’s van de ziekenhuizen;
Schoonmaken en luchten van de ambulance na elke COVID-19-(verdachte) rit;
Daarnaast had ook het hoge ziekteverzuim invloed op ons primaire proces. Door hoge pieken in het ziekteverzuim vielen er regelmatig diensten uit, waardoor de geplande paraatheid niet kon worden ingevuld. De hoge uitval van centralisten zorgden in de zomer van 2021 voor een crisissituatie, waarbij
meldingen moesten doorgezet naar andere meldkamers en de uitvraag zelfs enkele maanden plaatsvond vanuit de MKA te Rotterdam.
Met vriendelijke groet,
G.T.B. Jacobs, directeur
Bijlagen:
De jaarstukken 2021 zijn gepubliceerd op de website van de RAV (www.ravbrabantmwn.nl) bij het onderdeel Organisatie en aldaar te downloaden: link naar jaarstukken.
JAARSTUKKEN 2O2L Regionale Ambulance Voorziening BRABANT MI DDEN-WEST-NOORD
INLEIDING Voor u ligt de jaarrekening 2O2I van de RAV Brabant Midden-West-Noord. Met deze jaarrekening leggen wij verantwoording af aan het Algemeen Bestuur van de RAV over de verschillen tussen begroting en werkelijkheid in prestat¡es en financiën. De exploitatie van de RAV sluit af met een positief resultaat van € 489.232,=. Het Algemeen Bestuur van de RAV is bevoegd om de jaarrekening 2021 vast te stellen.
's-Hertogenbosch, 6 april 2022 Mevrouw M.T.M. Hendrickx Voorzitter van het Dagelijks Bestuur
Regionale Ambulancevoorz¡ening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
Dhr. G.T.B. Jacobs Secretaris
pagîna 1
INHOUDSOPGAVE
1
BELEIDSVERANTWOORDING. Doelstelling en activiteiten. t.2 Ontwikkelingen ..
4
1.3
Realisatie beleid.
r.4
Vooruitzichten ... Financiële gang van zaken 2021
6 9 10
1.1
1.5 1.6 2
4 5
Risicomanagement 2021
PARAGRAFEN............ 2 .1 Paragraaf inkoop........
2 .2 2 .3 2 .4 2 5
2.6 2.7 2.8
Paragraafonderhoud kapitaalsgoederen.., Paragraaf bedrijfsvoering............. Paragraaf personeel.... Paragraaf financiering Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.. Beleidsindicatoren ......... Zorgbonus
JAARREKENING.........
3
GRONDSLAGEN... Algemene grondslagen Specifieke grondslagen van waardering. 4 BALANS PER 31 DECEMBER 2021..,,....... TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 202T........ 5 5.1 Activa 5.2 Passiva....... 6 NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN 7 OVERZICHTVAN BATEN EN LASTEN OVER 2021 B TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2027......., 8.1 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen... 8.2 Begrot¡ngsrechtmatigheid 2027.......... 9 OVERIGE GEGEVENS 9.1 Resultaatbestemming 9.2 Bestuursverklaring ... 9.3 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
3.1 3.2
BIJLAGEN
Bijlage 1 Staat van vaste act¡va Bijlage 2 staat van reserves ::::::::::::::.::::::. "" schulden Bijlage 3 Staat van langlopende Bijlage 4 Bestuu rssa menstelling Bijlage 5 Outputrapportage.......... Bijlage 6 S pecifi catie fi na ncieri n gsversch i I Bijlage 7 Kostenverdeelstaat van Het Service Centrum Bijlage 8 Overzicht van baten en lasten over 202t per afdeling Bijlage 9 MKA Brabant-Noord Bijlage 10 MKA Midden- en West-Brabant... Bijlage 11 RAV Brabant-Noord Bijlage 12 RAV Midden- en West-Brabant....
;;;;ili;öå;
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
pagina 2
JAARVERSLAG
Regionale Ambulancevoorz¡ening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
pag¡na 3
1
BELEIDSVERANTWOORDING
1.1
Doelstelling en activiteiten
De GR RAV Brabant Midden-West-Noord is op 31 oktober 2005 opgericht. Tot en met 31 december 2005 waren alle ambulance- en meldkameractiviteiten ondergebracht bij de GGD Hart voor Brabant en de GROGZ West-Brabant. Per 1 januari 2008 is al het personeel/ dat voorheen nog gedetacheerd werd vanuit de GGD Hart voor Brabant en de GROGZ West-Brabant, ondergebracht in de GR RAV Brabant Midden-West-Noord. Verder is per 1 januari 2008 de activa, passiva en het personeel van Ambulancedienst Timmermans BV overgenomen door de RAV Midden- en West-Brabant.
De Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulance Vooziening Brabant Midden-WestNoord heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen
bijdragen. De GR RAV Brabant Midden-West-Noord heeft tot taak: Het instellen en instandhouden van een Regionale Ambulancevoorziening ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; Het instandhouden van een meldkamer ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; ' Het vaststellen en (doen) uitvoeren van het meeq'arenbeleid van de regio's Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord ; . Het (doen) leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord.
' .
Regionale Ambulancevoorzien¡ng Brabant Midden-West-Noord
Jaarstukken 2021
pagina 4
Governancecod e zotg, 2Ol7 Geef aan of u volledig voldoet aan lzo nee, leg uit waarom wordt De zeven principes
het principe (ja/nee)*
lafeeweken
PrincipeL-Goedezorg De maatschappelijke doelstelling en
ligitimatie van de zorgorganisaties is het bieden van soede zors aan cl¡ënten
ia
Principe 2 - Waarden en normen De raad van bestuur en raad van toezicht hanteren waarden en normen die passen
bij de maatschappelijke positie van de zoreinstellins Principe 3 - lnvloed belanghebbenden De zorgorganisatie schept randvoorwaarden en waarborgen voor adequate invloed van belanehebbenden Principe 4- lnrichting governance
la
la
De raad van bestuur en raad van toezicht
zijn een ieder verantwoordelijk voor de povernance van de zoreoreanisatie
ta
Principe 5- Goed bestuur De raad van bestuur bestuurt de
zorgorgan¡sat¡e gericht op haar
maatschappeliike doelstelling
ia
Princ¡pe 6 - Verantwoord toezicht De raad van toezicht houdt toezicht op de
maatschappelijke doelstelling van de zorsoreân¡satie
la
Principe 7- Continue ontwikkeling De raad van bestuur en raad van toezicht
ontwikelen permanent hun professionaliteit en deskundigheid ta ls de organisatie (naast de Governancecode zorg) onderworpen aan een andere code of wordt deze vrijwillig nee toeeepast? Zo ia, welke code?
t.2
nvt
Ontwikkelingen
COVID-19-crisis De COVID-19-crisis, die voor de RAV Brabant Midden-West-Noord startte op 26 februari 2020 met het veruoer van de eerste met COVID-19 besmette patiënt in Nederland naar het ziekenhuis in Tilburg, had ook het gehele jaar 2O2t nog veel invloed op onze reguliere dienstverlening. De hoge pieken in het ziekteverzuim hadden hun neerslag op de inzetbaarheid van medewerkers en daardoor de paraatheid en de prestaties. Het reguliere (niet-COVID) ambulanceveryoer, dat in het eerste jaar van de crisis fors afnam, kwam in 2021 weer terug op het niveau van vóór de crisis. Hierdoor nam de werkdruk toe. Er waren minder COVID-19-(verdachte) ritten dan in 202O, maar zij hadden wel invloed op de gemiddelde duur van de hulpverleningen doordat: . bij elke COVID-19-(verdachte) rit de PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) moeten worden aan- en uitgetrokken; . ambulances na elke'verdachte'rit schoongemaakt en een half uur gelucht moeten worden; . DIA (directe inzet ambulances) tijdelijk werd stopgezet, vanwege de invoer van het pa ndem ieprotocol op de meld ka mer amb ula nc ezorg ; . de hoge pieken in het ziekteverzuim regelmatig leidden tot uitval van diensten door gebrek aan inzetbaar personeel. Reg¡onale Ambulancevoorz¡ening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
pagina 5
De meeste opleidingen, trainingen en neventaken werden in het voorjaar van 2O2I weer opgestaft, na een tijdelijke stopzetting vanwege het waarborgen van de personeelscapaciteit en het ontlasten van de medewerkers. Kantoorpersoneel werkte in 2O2tnog steeds zoveel mogelijk thuis en bijna alle overleggen vonden digitaal plaats. Crisis Meldkamer Midden- en West-Brabant In de zomer van 2O2I was de uitval door ziekte van het personeel op de MKA in Bergen op Zoom zo groot, dat het meldkamerproces onder druk kwam te staan. Een deel van de
meldingen werden tijdelijk doorgezet naar de MKA in Den Bosch, maar ook dat was op een gegeven moment niet meer voldoende. Als noodmaatregel is in augustus uitgeweken naar de MKA in Rotterdam. Onze verpleegkundig centralisten reisden tijdelijk naar Rotterdam om, in samenwerking met de centralisten aldaar, de meldingen aan te nemen. De uitgifte bleef in Bergen op Zoom. Deze noodmaatregel kon in oktober weer worden teruggedraaid. Het meldkamerproces heeft steeds doorgang kunnen vinden. Wet a m b u la n cezo rg voo rzi en i n g e n (Wa v) Op 1 januari 2027 werd de Wet ambulancevoorzieningen van kracht. Hierin is vastgelegd dat de vergunning tot ambulancezorg verleend wordt aan de huidige aanbieders, onder strakke overheidsregulering. Door de ambulancezorg wettelijk aan te merken als NEDAB (niet-economische dienst van algemeen belang) wordt voorkomen dat Europese aanbesteding plaats dient te vinden.
1.3
Realisatie beleid
Prestatieco ntra cte n zo rgve rze ke ra a rs
Conform de nieuwe bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg, die in 2014 werd ingevoerd, is de te leveren beschikbaarheid de basis voor het te ontvangen budget en niet meer de productie. Het door de NZa aan de RAV toegekende budget is het maximumbudget waarover in het lokaal overleg met de zorgverzekeraars moet worden onderhandeld. Bij deze onderhandelingen worden door zorgvetzekeraars en RAV jaarlijkse prestatieafspraken overeen gekomen. Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5o/o vãn het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25olo van de maximale korting van 2,5olo. Voor de overige L,25o/o worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt.
In 2O27 werden voor beide RAV's afspraken gemaakt over een drietal prestatieindicatoren: responstijd urgentie 41, responstijd urgentie A2 en de nalevingsscore op de protocollen van het meldkameruitvraagsysteem ProQA. o
a
O
Responstijd urgentie A1: De afspraak op de responstijden A1 over 2021 met de zorgverzekeraars werd in Brabant-Noord deels behaaldl. Met een realisatie van 92,5o/o werd voldaan aan de eerste trede van de afspraak en werd € 62.500 bespaard. De RAV Midden- en West-Brabant behaalde een dekkingspercentage van 89,4olo en voldeed hiermee n¡et aan de prestatieafspraak. Responstijd urgentie A2: Brabant-Noord scoorde 97,8o/o en Midden- en west-Brabant 96,4o/o. Hiermee werd in beide regio's de prestatieafspraak (95olo binnen 30 minuten aangereden) ruim behaald. ProQA nalevingsscore: Zowel de RAV Midden- en West-Brabant als de RAV BrabantNoord scoorde in 2021 97%o nalevingsscore. De prestatieafspraak van 94go werd daarmee door beide RAV's behaald.
I De prestatieafspraak Responstijd urgentie
A7 is opgebouwd uit 4 treden met corresponderende
bonus/malus bedragen. Regionale Ambulancevoot'ziening Brabant M¡dden-West-Noord Jaarstukken 2021
pag¡na 6
Als gevolg van het deels behalen van de prestatieafspraken kreeg de RAV Brabant-Noord een korting van O,73o/o op het budget, en de RAV Midden- en West-Brabant een korting
van L,25o/o. Productie en prestaties In beide regio's verbeterden de responstijden spoedvervoer urgentie A1 in vergelijking met vorig jaar. De regio Brabant-Noord verbeterde met 1,3olo (van 91,2o/o naar 92,5o/o), en de regio Midden/West met 1,87o (van 87,60/o naar 89,4o/o). De vraag naar personeel in de acute zorg blijft onveranderd hoog, waardoor het lastig blijft om voldoende geschikte ambulanceverpleegkundigen aan te trekken. Voldoende geschikt personeel is een voorwaarde voor paraatheidsuitbreiding. Het is daarom belangrijk om naar alternatieve oplossingen te zoeken en de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten. De RAV Brabant MWN zet daarom BMH-ers in en leidt zelf HBO-Vafgestudeerden op tot ambu lanceverpleegku nd ige. Een andere oplossing is alternatieve paraatheidsuitbreiding van het aantal ambulances
voor Laag en Midden-Complex vervoer (LMC). Voor LMC-ambulances is het minder lastig om geschikt personeel te vinden, en zij r'rjden een groot deel van het besteld vervoer weg waardoor de spoedzorg wordt ontlast. Naast het reguliere laag- en middencomplex vervoer nemen zij ook het vervoer van personen met venruard gedrag voor hun rekening. In zowel Midden- en West-Brabant als in Brabant-Noord werd in 2021 het aantal LMC-ambulances uitgebreid. In 2021 werden alle zorgambulancemedewerkers b'rjgeschoold , zodat zij
vooftaan naast laagcomplex vervoer ook middencomplex vervoer kunnen en mogen verzorgen. Paraatheid In de regio Midden- en West-Brabant zijn in 2O2t de volgende paraatheidaanpassingen gerealiseerd: Per 1 mrt Per 1 iuni Per 1 iuli Per 17 iuli Per 1 nov
Vervallen dao- en avonddienst oo werkdaqen VS Uitbreidinq daq en avonddienst in het weekend post Gilze Uitbreidinq daq en avonddienst in het weekend post Genderen Uitbreidinq daq en avonddiensten op weekdaqen en in het weekend LMC Uitbreidino daodienst oo weekdaoen LMC
In de regio Brabant-Noordzijnin2O2T de volgende paraatheidsuitbreidingen gerealiseerd: Per 1 mft Per 1 iuli Per 1 nov
Uitbreidinq daqdienst op werkdaqen RR Uitbreidino daodienst oo weekdaqen en in het weekend LMC Uitbreidino avonddienst oo weekdaqen LMC
Toekomstvisie: Ambulancezorg vanu¡t het hart In onze toekomsWisie is optimale waardecreatie voor de patiënt het streven. Dit willen w'tj bereiken door de juiste zorg te leveren, op de juiste plaats en het juiste moment. We brengen de patient naar de zorg óf,. als dat beter past, de zorg naar de patiënt door werkelijk mobiele zorg te leveren. Zorgdifferentiatie biedt hierbij verschillende niveaus van zorg die beter aansluiten op de specifieke vraag van de patiënt. Pilot Verpleegkundig specialisten ambulancezorg in het primair proces: In het kader van zorgdifferentiatie is in januari 2019 een pilot gestart waarbij verpleegkundig specialisten ambulancezorg in de regio Tilburg worden ingezet in het primair proces. Tijdens de COViD19-crisis werden zij tijdelijk ingezet als extra ondersteuning. In het voorjaar van 2021 zijn alle verpleegkundig specialisten ingezet in de parate dienst in de regio's Tilburg en Den Bosch. Regio Breda volgt begin 2022. De pilot is daarmee ten einde en zal in 2022 uitgebreid worden geëvalueerd. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
pag¡na 7
Pilot zorgcoördinatie: Ook werd intensievere samenwerking met ketenpartners gezocht in het streven naar zorgcoördinatie, waarbij de stip op de horizon is dat de hulpvraag van de patiënt op één plaats binnenkomt en van daaruit wordt doorgezet naar de juiste zorgverlener. In 2019 werd de RAV Brabant Midden-West-Noord geselecteerd om te starten met de pílot Zorgcoördinatie in de Bossche regio. We ontvangen hiervoor via de zorgverzekeraars subsidie van VWS. In deze pilot werkt de RAV Brabant MWN intensief samen met het Jeroen Bosch Ziekenhuis, de HAP Huisartsenposten Oost-Brabant, Brabant Zorg (VVT), Vivent (VW), Farent (sociaal domein) en Reinier van Arkel (GGZ). Na uitgebreide voorbereiding en het overwinnen van enkele (technische) strubbelingen kon in december 2021 gestart worden met de daadwerkelijke fysieke samenwerking van de verschillende triagisten op de meldkamer in Den Bosch.
Project Laag en Midden-Complex vervoer: Het project om onze zorgambulances te upgraden naar volwaardige Laag- en Midden-Complexe ambulances was vanwege de COVID-19-crisis enigszins veÊraagd. In 2O2t werd extra personeel geworven en werd iedereen opgeleid, en wijzigde de naam formeel van Zorgambulance naar Laag en Midden Complex Ambulancevervoer. In het voorjaar van 2O2I waren de eerste LMC-ambulances operationeel. Per 1 januari 2023 willen wij 95% van al het planbaar vervoer wegrijden met LMC-ambulances.
Zoroevaluatie: De in 2015 gestarte thematische zorgevaluaties (in het kader van het project Patiëntveiligheid van binnenuit) werd in 2020 voortgezet. Speciaal hiervoor getrainde verpleegkundigen scoren de ritten van collega's en koppelen deze scores terug door middel van evaluatiegesprekken. Doel is door het verkrijgen van (zelf)inzicht in de kwaliteit van het verpleegkundig/medisch handelen, de kwaliteit van zorg en dus de patiëntveiligheid verder te vergroten. In 2019 werd gestart met dezelfde evaluatiemethodiek voor de ambulancechauffeurc. Als gevolg van de COVID-19-pandemie is de zorgevaluatie in 2O2O grotendeels stil komen te liggen, en deze werd pas in het voorjaar van 2OZt weer opgestart. Daardoor ontstond er een achterstand in het aantal controles die niet meer kon worden ingelopen in de rest van het jaar. Kwaliteitskader 1.0 Jarenlang werd door VWS vastgehouden aan de lS-minutennorm om het niveau van ambulancezorg te beoordelen, bij gebrek aan alternatieve indicatoren, daarbij de ambulancesector uitdagend om met voorstellen te komen. Inmiddels heeft de sector een kwaliteitskader ontwikkeld dat is goedgekeurd en dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van.
De indicatoren z'tjn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. Inmiddels is een begin gemaakt met het uitvragen van deze indicatoren. Jaarlijks zal de uitvraag worden uitgebreid tot de volledige set kan worden gerapporteerd. Daarna zullen op basis van de benchmark normen worden vastgesteld. Knelpunt personeel Een van de grootste uitdagingen van de acute zorgsector in de komende jaren ¡s te kunnen bl'rjven beschikken over voldoende vakbekwaam personeel, met name a mbula nceverpleeg kund igen. De RAV ziet aanpassing van de instroomcriteria en functiedifferentiatie als oplossing voor dit probleem. Sinds 2019 worden BMH-afgestudeerden, na voltooiing van een intern traineeship, ingezet als ambulanceverpleegkundige. In oktober 2019 startte onze interne
opleiding tot ambulanceverpleegkundige voor HBO-V-afgestudeerden, in samenwerking met de RAV Groningen. Deze opleiding duurt 18 maanden en leidt circa 20 ambulanceverpleegkundigen per jaar op.
Verder is er in ROAZ-verband veel aandacht voor samenwerking tussen ketenpartners op het gebied van werving en opleiding. Met het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis en het Bravis Ziekenhuis zijn afspraken gemaakt over het gezamenlijk opleiden van verpleegkundigen die daarna (in een duobaan) inzetbaar zijn op zowel SEH als ambulance Regionale Ambulancevoorziening Jaarstukken 2021
Brabant Midden-West-Noord
pag¡na I
1.4
Vooruitzichten
Houtskoolschets VWS De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo. Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen. Het acute zorglandschap zal op deze veranderingen moeten inspelen. Een nieuwe inrichting van het acute zorglandschap is dan ook wenselijk om kwaliteit, toegankel'rjkheid en betaalbaarheid van acute zorg in de toekomst voor iedereen te garanderen. Het ministerie van VWS haalde bij een breed scala aan betrokkenen de denkrichtingen hieromtrent op, en bracht deze samen in een notitie die moet dienen als uitgangspunt in de maatschappelijke discussie rondom de toekomstige inrichting van het acute zorglandschap. Met tevredenheid constateren wij dat de houtskoolschets veel raakvlakken heeft met de toekomsWisie van onze RAV, zoals vastgelegd in het meerjarenplan 201,9-2O2L. Met andere woorden, we volgen dezelfde richting en zitten op de goede weg. Bijvoorbeeld: de wens om meer acute zorg te kunnen leveren sluit aan op onze pilot waarbij de Verpleegkundig Specialist Ambulancezorg wordt ¡ngezet in het primaire proces. De pilot Zorgcoördinatie loopt vooruit op het streven naar meer samenwerking van ketenpaftners bij het optimaal beantwoorden van de zorgvraag van de patiënt. Daarnaast is het een goede ontwikkeling dat de vraagtekens die de ambulancesector al
jaren stelt bij de 1S-minutennorm, nu ook door het ministerie worden erkend. Tijdigheid blijft een onderdeel van de kwaliteit van ambulancezorg, maar is niet het enige aspect. Het zwaartepunt zal in de komende jaren verschuiven van tUdigheid naar kwaliteit van zorg.
Reg¡onale Ambulancevoorziening Jaarstukken 2021
Brabant Midden-West-Noord
pag¡na 9
1.5
Financiële gang van zaken 2O21
Onderstaand worden per organisatorische afdeling de baten, lasten en resultaten weergegeven. Bij de afdelingen worden deze nader geanalyseerd en toegelicht. Bate n
De bedr'tjfsopbrengsten van de RAV Brabant Midden-West-Noord hebben zich in 2O2I ten opzichte van de begroting als volgt ontwikkeld.
AFDELING
Realisatie
Begroting 2027
Verschil
2.O57
2.640 24.528
2.700
-62 -60
23.937
43.916
42.7s9
591 7.757
73.O78
70.8s3
2.226
202r r.994
MKA Brabant Noord
MKA Midden/West Bra bant RAV Brabant Noord RAV Midden/West Brabant
Totaa I RAV Bra ba nt Midden-West-Noord
Lasten De ontwikkeling van de bedrijfslasten is als volgt.
duizenden eu AFDELING
Realisatie
Begroting
)o)1
Verschil
2021 MKA Brabant Noord MKA Midden/West Bra ba nt
L.974
2.O57
2.408
2.656
RAV Brabant Noord RAV Midden/West Brabant
23.972
24.OL4
-L43 -249 -42
44.258
42.O33
2.225
Totaa I RAV Bra ba nt Midden-West-Noord
72.552
70.760
r.792
Incidenteel en financieel resultaat De ontwikkeling van de buitengewone baten en lasten (inclusief resultaat deelneming) en de financiële baten en lasten is als volgt. 's
AFDELING
Realisatie
Begroting
Verschil
202L
2021
RAV Brabant Noord RAV Midden/West Bra ba nt
-42
-37
5
-54
-5 59
Totaa I RAV Bra ba nt Midden-West-Noorcl
-37
-91
54
MKA Brabant Noord
MKA Midden/West Bra bant
Regionale Ambulancevoorzien¡ng Brabant M¡dden-West-Noord
laarstukken 2021
pag¡na 10
Resultaten De ontwikkeling van de resultaten voor bestemming (inclusief financiële baten en lasten en bijzondere baten en lasten) van de RAV Brabant Midden-West-Noord is
duizenden euro's
MKA Brabant Noord MKA Midden/West Bra ba nt
232
43
80 189
RAV Brabant Noord RAV Midden/West Braba nt
5L4 -337
-tL4 7I
-408
Totaa I R.AV Bra ba nt Midden-West-Noord
489
80
628 488
Van bovenstaande lasten betreften € 9.060.000 overheadkosten.
In het jaar 202\ is de RAV niet VPB-plichtig.
Reg¡onale Ambulancevoorziening Brabant M¡dden-West-Noord Jaarstukken 2021
pag¡na 11
1.6
Risicomanagement 2O21 Geef aan of het onderwerp aan de lzo ja, licht in max. 200 woorden de
Onderwerp
orde is (self assessment)
lantwoorden toe
* de organisatie kan nog minimaal Ljaarvoortbestaan?
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Jaarstukken 2021
pagina 12
2
PARAGRAFEN
2.1
Paragraaf inkoop
In 2O2t is verder uitvoering gegeven aan het Inkoopwerkplan. Er is prioriteit gegeven aan inkopen die bij de spendanalyse voor financiële rechtmatigheid (Jaarrekening 2019) als niet rechtmatig zijn beoordeeld. Dit heeft geresulteerd dat de onrechtmatigheden op de inkopen fors zijn verminderd. Er is in onze optiek nog maar één contract met een waarde van € 25.566,=, oltêchtmatig. Hiermee blijft de RAV ruim onder de tolerantienorm.
2.2
Paragraaf onderhoud kapitaalsgoederen
Doel van het onderhoud is, kapitaalverlies te voorkomen en de gebouwen en installaties, in zodanige, (bouw) technische staat, te houden, dat de gebruiksmogelijkheden en/of huurinkomsten gewaarborgd zijn. Hiervoor is een meerjaren onderhoudsplanning opgesteld. De basis voor de mee¡'arenonderhoudsplanning betreft een conditiemeting van het gebouw..Op basis daarvan wordt de onderhoudsplanning gemaakt. Deze conditiemeting wordt door gecertificeerde inspecteurs uitgevoerd voor alle locaties, dit conform de NEN 2767. Hierbij maakt men gebruik van de elementencoderingen gebaseerd op de NL-SFB codering. De NL-SFB codering heeft zich in Nederland ontwikkeld tot de standaard op het gebied van elementgerichte classificaties en wordt veel toegepast bij meerjaren onderhoud. Deze gegevens zijn door Planon opgenomen in Planon Building Management. Dit is het softwarepakket dat gebruikt wordt voor de MJOP, en met de door Planon aangeleverde kengetallen verwerkt tot de Meer Jaren Onderhoud Planning. De MJOP is een richtlijn voor uitvoering van onderhoud met een raming van de kosten. Op basis van deze MJOP worden de jaarlijks opgenomen activiteiten uitgevoerd. We gebruiken als standaardnorm voor de mate en wijze van onderhoud, de waardering "goede conditie". Jaarlijks worden nog een aantal zaken nagetrokken door de projectleider facilitaire zaken:
1. Is de conditie zodanig dat uitvoering noodzakelijk is (dit is o.a. afhankelijk van de
intensiteit van het gebruik en kan daardoor afwijken). Op basis van de bevindingen wordt het tijdstip, jaar van onderhoud, eventueel in de MJOP aangepast. 2. Zijn er activiteiten te combineren waardoor er voor het primaire proces maar 1 keer overlast is (b.v. schildenverk en vervanging vloerbedekking in één keer, of als een verbouwing noodzakel'ljk is het planmatig onderhoud hiermee combineren). Op basis van deze bevindingen en overwegingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast.
3. Zijn er ontwikkelingen m.b.t. het gebouw waardoor uitvoering niet meer opportuun is
(b.v. gaat een locatie verhuizen of wordt een locatie op termijn opgeheven). Op basis van deze bevindingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast.
De gegevens in het MJOP moeten steeds worden aangevuld met gegevens vanuit de
praktijk. Dit kan naar aanleiding van de jaarlijkse eigen visuele inspectie, en/of op basis van ervaringscijfers van daadwerkelijke uitvoering. Dit is een continu proces. De visuele inspectie conform de NEN 2767 wordt voor de panden in eigendom, elke 4 jaar herhaald Deze externe inspectie kan ook aanpassingen in het MJOP tot gevolg hebben. EED (Energy Efficiency Directive)
Conform Europese regelgeving zijn we verplicht Maatschappelijk Verantwoord te Ondernemen en een Duurzaamheid en Energiebeleid te hebben. Dit heeft tot gevolg dat we komende periode diverse investeringen op dit gebied gepland hebben.