215475_AdB_RAP_0002_v5.0 Bijlagen toelichting-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
1,1-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,3-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
som dichloorpropanen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
tetrachlooretheen
Grondwater (AS3000)
tetrachloormethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,1-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,2-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
trichlooretheen
Grondwater (AS3000)
chloroform
Grondwater (AS3000)
vinylchloride
Grondwater (AS3000)
tribroommethaan
Grondwater (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3110-5
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 002 002
B2065359 G7051509 G7051510 G7051507 B2065337
31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022
31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022 31-01-2022
ALC204 ALC236 ALC236 ALC236 ALC204
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 6 van 6
Analyserapport MILON bv Eefje van Zadelhoff Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 01-02-2022 Startdatum 01-02-2022 Rapportagedatum 04-02-2022
Norbartlaan 20221057 13612510 - 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
002
G7051513
31-01-2022
31-01-2022
ALC236
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
MILON bv Eefje van Zadelhoff Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 4
: Norbartlaan : 20221057 : 13612873, versienummer: 1. : IVFUNF16
Rotterdam, 10-02-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20221057. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 4
Analyserapport MILON bv Eefje van Zadelhoff Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 01-02-2022 Startdatum 01-02-2022 Rapportagedatum 10-02-2022
Norbartlaan 20221057 13612873 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdacht
MMA01 MM01 A01 A02 A03 A04 (0-30)
Analyse
Eenheid
Q
VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds
001
30.97 30.97 nee 27467 88.7
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q
<2
Q Q
1.2 <2
De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 4
Analyserapport MILON bv Eefje van Zadelhoff Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 01-02-2022 Startdatum 01-02-2022 Rapportagedatum 10-02-2022
Norbartlaan 20221057 13612873 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof
Asbestverdacht
gemeten totaal asbestconcentratie
Asbestverdacht
Conform NEN 5898 Idem
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001
E2038654 E2038653
01-02-2022 01-02-2022
01-02-2022 01-02-2022
ALC291 ALC291
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SGS rapportnummer
13612873 - 1
Blad 4 van 4
Bijlage 5
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie
M01 13608446 06, 13, 18 0,00 - 0,50 0,80 2,00 31-1-2022 Overschrijding Achtergrondwaarde
M02 13608446 01, 03, 04, 05, 07, 08, 09 0,00 - 0,50 2,10 2,20 31-1-2022 Overschrijding Achtergrondwaarde
M03 13608446 11, 11, 14, 15, 17, 19, 19 0,00 - 0,50 2,80 2,00 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw =0,5
Meetw =0,5
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw =0,5 OVERIG Asbest (som) Droge stof Droge stof Lutum Organische stof (humus) Artefacten Aard artefacten aangeleverd monster
mg/kg ds % w/w % ds % %
84,6
GSSD
84,6 (6)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
29 <0,2 1,6 14 0,08 <0,5 4,1 65 58
112 (6) <0,2 5,6 29 0,11 <0,4 12,0 102 138
MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<5 <5 <5 <5 <20
18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,01 0,08 0,03 0,22 0,11 0,11 0,08 0,13 0,10 0,09
<0,01 0,08 0,03 0,22 0,11 0,11 0,08 0,13 0,10 0,09
PCB`S
Projectcode: 20221057
GSSD
Index
86,4 (6)
88,0
2,2 2,1
<1 0
mg/kg ds
86,4
<2 0,8
g kg
PAK naftaleen fenanthreen anthraceen fluorantheen benzo(a)anthraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(g,h,i)peryleen indeno-(1,2,3c,d)pyreen PAK
Index
88,0 (6)
<1 0
-0,03 -0,05 -0,07 -0 -0,01 -0,35 0,11 -0
24 0,21 1,5 9,4 0,09 <0,5 3,9 23 30
91 (6) 0,36 5,2 19,2 0,13 <0,4 11,2 36 70
-0,02
<5 <5 <5 <5 <20
17 (6) 17 (6) 17 (6) 17 (6) <67
<0,01 0,05 0,02 0,12 0,07 0,06 0,04 0,06 0,04 0,04
<0,01 0,05 0,02 0,12 0,07 0,06 0,04 0,06 0,04 0,04
-0,01
Index
<2 2,8
<1 0
0,96
GSSD
0,51
-0,02 -0,06 -0,14 -0 -0,01 -0,37 -0,03 -0,12
<20 <0,2 <1,5 5,7 <0,05 <0,5 <3 22 28
<54 (6) <0,2 <3,7 11,5 <0,05 <0,4 <6 34 65
-0,03 -0,06 -0,19 -0 -0,01 -0,44 -0,03 -0,13
-0,03
<5 <5 <5 <5 <20
13 (6) 13 (6) 13 (6) 13 (6) <50
-0,03
<0,01 0,18 0,04 0,34 0,16 0,15 0,09 0,15 0,11 0,10
<0,01 0,18 0,04 0,34 0,16 0,15 0,09 0,15 0,11 0,10
-0,03
1,33
-0
Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)
Projectcode: 20221057
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
M01 13608446 06, 13, 18 0,00 - 0,50 0,80 2,00 31-1-2022 Overschrijding Achtergrondwaarde <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <24,5
0
M02 13608446 01, 03, 04, 05, 07, 08, 09 0,00 - 0,50 2,10 2,20 31-1-2022 Overschrijding Achtergrondwaarde <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 2,7 12,9 3,1 14,8 2,3 11,0 51,9 0,03
M03 13608446 11, 11, 14, 15, 17, 19, 19 0,00 - 0,50 2,80 2,00 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <17,50
-0
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie
M04 13608446 01, 01, 06, 06, 09, 09 0,50 - 1,30 1,60 2,80 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde
M05 13608446 15, 15, 17, 17, 19, 19, 19 0,50 - 2,00 2,70 2,70 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3 Meetw =0,5 OVERIG Asbest (som) Droge stof Droge stof Lutum Organische stof (humus) Artefacten Aard artefacten aangeleverd monster
mg/kg ds % w/w % ds % %
83,7
GSSD
83,7 (6)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,2 <1,5 <5 <0,05 <0,5 <3 11 <20
<49 (6) <0,2 <3,4 <7 <0,05 <0,4 <6 17 <32
MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<5 <5 <5 <5 <20
18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) <70
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,01 <0,01 <0,01 0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01
<0,01 <0,01 <0,01 0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01
PCB`S
Projectcode: 20221057
GSSD
Index
80,3 (6)
2,7 2,7
<1 0
mg/kg ds
Meetw =0,5
80,3
2,8 1,6
g kg
PAK naftaleen fenanthreen anthraceen fluorantheen benzo(a)anthraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(g,h,i)peryleen indeno-(1,2,3c,d)pyreen PAK
Index
<1 0
-0,03 -0,07 -0,22 -0 -0,01 -0,45 -0,07 -0,19
<20 <0,2 <1,5 14 0,05 <0,5 <3 22 <20
<50 (6) <0,2 <3,4 28 0,07 <0,4 <6 34 <32
-0,03 -0,07 -0,08 -0 -0,01 -0,45 -0,03 -0,19
-0,02
<5 <5 <5 <5 <20
13 (6) 13 (6) 13 (6) 13 (6) <52
-0,03
<0,01 <0,01 <0,01 0,02 0,01 0,01 <0,01 0,01 0,01 0,01
<0,01 <0,01 <0,01 0,02 0,01 0,01 <0,01 0,01 0,01 0,01
0,073 -0,04
0,098 -0,04
Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)
----< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
M04 13608446 01, 01, 06, 06, 09, 09 0,50 - 1,30 1,60 2,80 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <24,5
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Projectcode: 20221057
0
M05 13608446 15, 15, 17, 17, 19, 19, 19 0,50 - 2,00 2,70 2,70 31-1-2022 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <18,15
-0
Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
METALEN cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
1,2 35 54 0,83 88 39 210 200
4,3 190 190 4,8 190 100 530 720
13 190 190 36 190 100 530 720
MINERALE OLIE minerale olie
mg/kg ds
190
190
500
5000
PAK PAK
mg/kg ds
1,5
6,8
40
40
PCB`S PCB (som 7)
mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
Projectcode: 20221057
Tabel 4: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
15-1-1 31-1-2022 2,00 - 3,00 7-2-2022 Overschrijding Streefwaarde
Bestaande pb-1-2 31-1-2022 7-2-2022 Overschrijding Streefwaarde
Meetw =0,5
Index
Meetw =0,5
0,05 -0,05 -0,21 -0,23 -0,06 -0,01 -0,19 -0,23 -0,07
36 <0,2 <2 <2 <0,05 2,5 4,7 <2 11
36 <0,1 <1 <1 <0,04 2,5 4,7 <1 11
-0,02 -0,05 -0,23 -0,23 -0,06 -0,01 -0,17 -0,23 -0,07
-0,03
<25 <25 <25 <25 <50
18(6) 18(6) 18(6) 18(6) <35
-0,03
GSSD
GSSD
Index
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
79 <0,2 3,2 <2 <0,05 <2 3,8 <2 11
79 <0,1 3,2 <1 <0,04 <1 3,8 <1 11
MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<25 <25 <25 <25 <50
18(6) 18(6) 18(6) 18(6) <35
PAK naftaleen PAK
µg/l -
<0,02
<0,01 0 <0,00020(11)
<0,02
<0,01 0 <0,00020(11)
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1
<0,2 <0,2 0,26
<0,1 <0,1 0,26 0,29 0,22
µg/l µg/l µg/l
<0,1 <0,2
<0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)
<0,1 <0,2
<0,1 <0,1 -0,02 0,97(2,14)
µg/l
<0,2
<0,1
<0,2
<0,1
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,42
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,42
-0
<0,14
0,01
<0,1
0,01
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) meta-/para-xyleen (som) ortho-xyleen styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen FREONEN 1,2-dichloorpropaan
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-dichloorpropaan µg/l 1,1-dichloorpropaan µg/l dichloorpropaan µg/l dichloorpropanen (0,7 µg/l som, 1,1+1,2+ cis + trans-1,2µg/l dichlooretheen 1,1-dichlooretheen µg/l
Projectcode: 20221057
<0,2
-0 -0,03 -0,01 0
0,22
-0
0,42
<0,1
-0 -0,03 -0,01 0
0,42 <0,14
0,01
<0,1
0,01
<0,1
Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie cis-1,2-dichlooretheen trans-1,2dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride
----< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index
µg/l µg/l
15-1-1 31-1-2022 2,00 - 3,00 7-2-2022 Overschrijding Streefwaarde <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
µg/l µg/l
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1
µg/l
<0,2
<0,1(14)
µg/l
<0,1
<0,1
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
0 -0,01
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1
<0,2
<0,1(14)
0,01
<0,1
<0,1
0,01
-0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,03
<0,2 <0,2 <0,1 <0,1 0,38 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 0,38 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,03
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Projectcode: 20221057
Bestaande pb-1-2 31-1-2022 7-2-2022 Overschrijding Streefwaarde <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 0 -0,01
Tabel 5: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S
S Diep
Indicatief
I
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
MINERALE OLIE minerale olie
µg/l
50
600
PAK naftaleen
µg/l
0,01
70
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
30 150 1000 70 300
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN dichloorpropaan cis + trans-1,2-dichlooretheen 1,1-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,8 0,01 0,01 0,01 6
Projectcode: 20221057
200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
150
0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5
Bijlage 6
Toetsingskader (water)bodem incl. PFAS Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).
Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 1 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 1: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen Indexwaarde
Betekenis
Weergave in tabellen
Niet verontreinigd (schoon). <0
Het concentratieniveau van de parameter geeft aan dat sprake is van een goede bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een verontreiniging. Licht verontreinigd.
>0 <0,5
>0,5 <1,0
Het concentratieniveau van de parameter is hoger dan de achtergrond- of streefwaarde. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's. Matig verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is dermate verhoogd dat het vermoeden bestaat dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is wenselijk/noodzakelijk.
-
>AW en < I of >S en < I
Index >0,5
Ernstig verontreinigd. >1,0
Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
Revisiedatum 23-11-2020
>I
Besluit bodemkwaliteit (waterbodem) Voor het vaststellen van de verwerkingsmogelijkheden voor de vrijkomende baggerspecie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Deze normering is in hoofdzaak gebaseerd op het onderscheid tussen het toepassen en verspreiden van baggerspecie. Per kwaliteitsklasse zijn ‘achtergrondwaarden’ (baggerspecie is vrij toepasbaar/ verspreidbaar), ‘Maximale Waarden’ (waarbij eisen zijn gekoppeld aan de bodemfunctie) en de ‘Niet/nooit grens’ bepaald (sprake van onaanvaardbaar risico, niet toepasbaar/verspreidbaar). In het gebied specifieke toetsingskader van het Besluit Bodemkwaliteit kan de lokale bodembeheerder per deelgebied en per stof zelf Lokale Maximale Waarden vaststellen. Zodat rekening gehouden kan worden met een specifieke verontreinigingssituatie en het daadwerkelijk gebruik van de bodem. Onderstaande figuren geven per kwaliteitsklasse aan welke normen er zijn. Deze figuren zijn ontleend aan het document “Handreiking Besluit bodemkwaliteit” afkomstig van Bodem+ (Website van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). Elke kwaliteitsklasse is daarnaast gekoppeld aan de nummering van de testcode van BOTOVA-gevalideerde software.
Figuur 1. Generieke normstelling voor het toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem (T1).
Figuur 2. Bepaling van de toepassingseis in het generieke kader. Na bepaling van de kwaliteit van de grond of baggerspecie kan op basis van de toepassingseis gekeken worden waar de grond of baggerspecie toegepast kan worden.
Figuur 3. Generieke toepassing van grond en baggerspecie in oppervlaktewater (T3)
Revisiedatum 23-11-2020
Figuur 4. Verspreiding van baggerspecie op het aangrenzend perceel (T5).
Voor het verspreiden van baggerspecie over de aangrenzende percelen dient de baggerspecie te voldoen aan de ‘Maximale waarden’ voor verspreiden. Deze waarden zijn gebaseerd op de msPFAS-toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen). Daarnaast mag de kwaliteit van de baggerspecie de interventiewaarden voor droge bodem niet overschrijden. Aanvullend gelden de volgende voorwaarden; ▪
▪ ▪ ▪
Voor onderhoudsspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Maximale Waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel geldt de ontvangstplicht voor zover het baggerspecie betreft die is verwijderd ten behoeve van een goede aan- en afvoer van water; De baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid; Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem; De verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld.
Figuur 5. Verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewaterlichaam (T6 respectievelijk T7).
Het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater is bedoeld om het watersysteem weer op orde te brengen. Getalsmatig is dit dezelfde norm als de grens tussen klasse A en B bij toepassen in oppervlaktewater. Voor het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater geldt een andere normering dan bij verspreiden in zoet oppervlaktewater. Er vindt onder andere geen correctie plaats voor het bodemtype.
Revisiedatum 23-11-2020
Handelingskader PFAS Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van o.a. de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur) en PFOS (Perfluoroctaansulfonaat). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Op 2 juli 2020 is een geactualiseerde versie van het Tijdelijk handelingskader vastgesteld. Deze geactualiseerde versie vervangt de voorgaande. Toepassingen op de landbodem In het handelingskader PFAS zijn voorlopige toepassingsnormen voor PFOA, PFOS en andere PFAS opgenomen. In tabel 2 zijn deze normen weergegeven. Voor toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassingseis gelijk aan de gebiedskwaliteit en als deze niet bekend gelijk aan de rapportagegrens (0,1 μg/kg). Het bevoegd gezag kan beargumenteerd andere (soepelere of strengere) waarden in het eigen bodembeleid opnemen. Tabel 2. Toepassingsnormen PFAS op landbodem Op landbodem In GWBG
Wonen
Industrie
PFOS (som)
Landbouw/ natuur 1,4
Grootschalig toepassen
Toepassen onder grondwater niveau (incl. grootschalig)
3
3
3
0,1
1,4
PFOA (som)
1,9
7
7
7
0,1
1,9
Overige PFAS
1,4
3
3
3
0,1
1,4
Parameter (in µg/kg ds)
Toepassen boven grondwaterniveau Bodemfunctieklasse
Toepassingen op de waterbodem De toepassingseisen voor grond en baggerspecie op de waterbodem zijn bij de meeste toepassingssituaties hetzelfde (tabel 3). Het verspreiden van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam (stroomopwaarts of stroomafwaarts) of (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen is toegestaan, met uitzondering van puntbronnen of onverwachte hoge gehalten. Dat geldt ook bij het toepassen van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam.Bij het toepassen van grond en baggerspecie in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater geldt de voorwaarde dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object gelegen is. Voor het toepassen van baggerspecie en grond in de andere diepe plassen dan hierboven genoemd gelden de toepassingswaarden in de tabel enkel voor verondiepingen die al in uitvoering zijn. Tabel 3. Toepassingsnormen PFAS op waterbodem Op waterbodem Parameter (in µg/kg ds)
Toepassen regionale wateren (uitgezonderd diepe plassen) Rijkswater
Toepassen in niet vrij liggende diepe plassen in open verbinding met rijkswater
Toepassen in vrijliggende diepe plassen en in niet vrijliggende plassen aan niet rijkswater
Anders
PFOS (som)
3,7
1,1
3,7
1,1
PFOA (som)
0,8
0,8
0,8
0,8
Overige PFAS
0,8
0,8
0,8
0,8
Revisiedatum 23-11-2020
Figuur 6 is een overzicht van alle PFAS parameters welke geanalyseerd worden. Dit is conform de advieslijst, versie 12 juli 2019, afkomstig van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Figuur 6. Advieslijst te meten PFAS parameters conform vigerende versie 12 juli 2019.
Revisiedatum 23-11-2020
bestemmingsplan "Norbartlaan"
70
Bijlage 2
Gemeente Roosendaal
Watertoets
71
Watertoets ter plaatse van de Norbartlaan te Roosendaal
Pagina 3 van 23
Titel Opdrachtgever Adviesbureau
Watertoets ter plaatse van de Norbartlaan te Roosendaal
Initiatiefnemer
MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
Pagina 4 van 23
Titel:
Watertoets ter plaatse van de Norbartlaan te Roosendaal
Status:
Concept
Datum:
28-03-2022
Opdrachtgever:
Initiatiefnemer
Projectnummer:
20212540
Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
Thomas van Engelen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/ job@milon.nl www.milon.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Pagina 5 van 23
Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 7 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 7 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 7 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 8 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 8 3. Beleid watertoets ........................................................................................................................... 10 3.1. Rijksoverheid ...................................................................................................................... 10 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 11 3.3. Waterschapsbeleid .......................................................................................................... 13 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 16 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 17 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 17 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 19 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 20 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 20 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 20 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................. 21 7.
Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 23
Bijlage 1. Topografische overzichtskaart 2. Schetsontwerp 3. Boorprofielen
Pagina 6 van 23
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 7 januari 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Norbartlaan te Roosendaal. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 7 van 23
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Roosendaal en Nispen, sectie D, perceelnummer 3298, 10239, 10240. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 10.404 m2. De locatie is in de huidige situatie braakliggend. De nabije omgeving bestaat voornamelijk uit een scholencomplex en woonbebouwing. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie (Bron: MILON) In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.
Figuur 3 en 4: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Pagina 8 van 23
Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt in centraal Roosendaal, in de wijk De Donk. De locatie ligt ten oosten van de Antwerpseweg, ten zuiden van de Meidoornlaan en in oostelijk richting is de Norbartlaan gelegen. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name graslanden, woonhuizen met siertuin en bedrijvigheid. Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie tussen 1900 en 1960 agrarisch gebied. Vanaf begin jaren 60 nam de bebouwing in de omgeving snel toe. De school op perceelnr. 10240 (Norbartlaan 38) werd in 1963 gerealiseerd. Ook ter plaatse van de onderzoekslocatie was bebouwing van het scholencomplex aanwezig. Op basis van luchtfoto’s en kadastrale kaarten is de bebouwing op de onderzoekslocatie omstreeks 2019/2020 gesloopt. De betonvloeren hiervan zijn nog aanwezig.
2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. Het ontwerpplan is weergegeven in figuur 5 en in zijn geheel toegevoegd als bijlage 2.
Figuur 5: Ontwerpplan (bron: geWOON architecten) In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet.
Pagina 9 van 23
Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa)
Bebouwing
1.201
2.073
+872
Verharding
256
1.997
+1.741
Parkeerplaatsen
0
1.170
+1.170
Groen/onverhard
8.947
5.164
-3.783
Totaal perceel
10.404
10.404
-/-
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 3.783 m2.
3.
Beleid watertoets
De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf
Pagina 10 van 23
deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater.
Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.
3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie.
Pagina 11 van 23
De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening. In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
Pagina 12 van 23
3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerplan 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 is een plan dat het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta heeft vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022 – 2027 uitvoert. Het waterschap bepaalt met het Waterbeheerprogramma de koers voor die periode. Er staan doelstellingen en ambities in. Dit plan komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Daarin staat dat ook de andere Brabantse waterschappen en de provincie hun waterplannen op elkaar afstemmen. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Water is een belangrijke medebepalende factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzaam betekent rekening houden met het lokale bodem- en watersysteem. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld beter water vasthouden om verdroging tegen te gaan. Maar dat is ook belangrijk voor de andere taken van het waterschap. Zoals voor de bescherming tegen overstromingen, de zorg voor een goede waterkwaliteit en het versterken van de natuur.
Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende programma’s uitgewerkt: Klimaatadaptatie (aanpassen aan de klimaatverandering) Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Maar ook op het beperken van die gevolgen. Dat noemt men klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie verbindt alle kerntaken van het waterschap. Daar zijn landelijke afspraken over gemaakt met het Deltaprogramma. Het waterschap werkt daar de komende programmaperiode aan mee door samen met andere partijen plannen te maken en oplossingen te vinden. Die liggen voor een belangrijk deel op het vlak van een andere en slimme inrichting van de openbare ruimte. Om bijvoorbeeld water langer vast te houden of juist wateroverlast na hevige buien te beperken. Tegelijkertijd stimuleert men burgers en bedrijven om in hun eigen woon- en werkomgeving ook maatregelen te nemen. Dat kan door groene daken aan te leggen of regenwater op te vangen in een ton. Maar ook door tegels te vervangen door meer groen in de tuin. Het waterschap wijst burgers tevens op subsidiemogelijkheden. Waterveiligheid Het beperken van de overstromingsrisico’s, kortweg waterveiligheid genoemd, is en blijft een belangrijke kerntaak van het waterschap. Daarvoor onderhoudt en versterkt het waterschap de dijken.
Op die manier zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er verschillende dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet genoeg. Ook de inrichting van de openbare ruimte in Midden- en West-Brabant bepaalt hoe veilig mensen kunnen wonen en werken. En als er zich een overstroming voordoet, moeten alle betrokken overheden adequaat optreden (crisisbeheersing). Al die maatregelen samen zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s (meerlaagse veiligheid). Gezond en schoon water De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Met het aanleggen van vispassages bevorderen ze de visstand. En door te ‘bouwen Pagina 13 van 23
met natuur’, versterken ze het leven in en om het water. Ze laten daarbij de natuur meer zijn gang gaan. Daarmee kan het waterschap ook meer water vasthouden. Met een uitgebreid pakket aan maatregelen streven ze ernaar de Europese normen voor de waterkwaliteit te halen. Daarbij kijken ze ook naar het terugdringen van vervuilende stoffen. Het algemeen bestuur wil in dat verband dat het waterschap haar aandacht ook richt op ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Specifiek door hen te stimuleren om systemen te installeren om medicijnresten aan de bron weg te halen. Op die manier komen er minder medicijnresten in het afvalwater en het oppervlaktewater terecht. Voldoende water Bij de zorg voor voldoende water staat het vasthouden en infiltreren van water bovenaan als doelstelling in het Waterbeheerprogramma. Er is maatwerk nodig om verdroging tegen te gaan en de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater te vergroten. Daarbij onderzoekt het waterschap mogelijkheden in het lokale watersysteem. Ook bekijkt het waterschap met andere partijen naar de mogelijkheid om gezuiverd afvalwater te gebruiken. Voor alle doelen zoveel mogelijk water beschikbaar hebben en te houden, vraagt om samenwerking en innovaties. Tegelijkertijd blijft het waterschap werken aan het voorkomen van wateroverlast.
Want naast lange perioden van droogte zorgt de klimaatverandering soms ook voor langdurige regenval en lokaal extreme hoeveelheden neerslag. Vaarwegen Het waterschap voert in opdracht van de provincie Noord-Brabant het vaarwegbeheer uit, onder andere op de Mark en Dintel en de Vliet. In de programmaperiode blijven ze dat doen om een vlot en betrouwbaar scheepvaartverkeer mogelijk te maken. Daarvoor is goed onderhoud noodzakelijk, zoals baggeren en zorgen voor bebording langs die rivieren. Het waterschap kijkt ook naar het recreatieve belang van de vaarwegen. Waterketen Onder waterketen verstaat het waterschap alle zuiveringen, rioolgemalen, afvalwatertransportleidingen en persstations die zij in beheer heeft. Die zijn belangrijk om afvalwater schoon te maken. Ze vragen onderhoud en zijn voor een deel aan vervanging toe. Dat moet duurzaam en efficiënt gebeuren. De waterzuiveringen zijn ook een soort fabrieken waar het waterschap grondstoffen uit afvalwater haalt. Tegelijkertijd willen ze minder grondstoffen voor het zuiveringsproces gebruiken. Daarvoor zijn innovaties belangrijk. Daar zet het waterschap in deze programmaperiode verder op in. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld.
De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Pagina 14 van 23
Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.
Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.
Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.
Pagina 15 van 23
3.4.
Gemeentelijk beleid
Voor het water heeft de gemeente binnen de bebouwde omgeving de zorgplicht voor overtollig hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor het beheer van de overige, niet-primaire watergangen welke tot haar eigendom behoren. Sinds het in werking treden van het Bestuursakkoord Water (2010) werkt de gemeente Roosendaal samen met waterschap Brabantse Delta, gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Steenbergen en Woensdrecht en ook de waterbedrijven Brabant Water en Evides binnen het samenwerkingsverband Waterkring West. Dit is één van de vier waterkringen voor samenwerking aan doelmatig (afval)waterbeheer onder de paraplu van de SWWB (Samenwerken aan Water in Midden en West-Brabant). Door samen op te trekken en kennis te delen kan de gemeente de waterketen zo optimaal mogelijk inrichten en profiteren van elkaars expertise en capaciteit. We sturen op Kwaliteit, Kwetsbaarheid en Kostenbesparing (de 3K’s) en voegen daar een vierde K aan toe: Klimaatadaptatie. Ook na 2020, wanneer het Bestuursakkoord Water afloopt, gaat men door met de samenwerking. Het vorig VGRP heeft de gemeente samen met haar waterpartners opgesteld. Vanwege de positieve ervaringen hebben ze besloten om ook voor de komende planperiode gezamenlijk een VGRP op te stellen en hiervoor een blauwdruk te maken.
Het VGRP krijgt hiermee een gemeenschappelijke basis met een plaatselijk tintje als het gaat om gemeentespecifieke zaken. Om te komen tot een nieuw VGRP hebben ze het bestaande plan geactualiseerd op basis van gezamenlijke wensen, ambities en beleidskeuzes. Ook de financiële aspecten zijn herzien op basis van nieuwe inzichten en informatie. Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het VGRP legt de gemeente vast wat ze willen bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het VGRP vervult vier hoofdfuncties: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. 2. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners. 3. Externe afstemming met burgers en bedrijven. 4. Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en hoge investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie). De Wet milieubeheer schrijft voor een VGRP geen geldigheidsduur voor, hierin wordt de gemeente vrijgelaten.
Om de zorgplichten voor de toekomst te borgen en aan te sluiten bij een raadsperiode hebben de waterpartners gekozen voor een geldigheidsduur van vier jaar: 2020 tot en met 2023. De riolering ligt echter veel langer dan deze planperiode in de grond. Om deze reden is dit VGRP opgesteld met een doorkijk over de gehele gebruiksduur van de riolering. De rioolheffing en de lange termijn doelstellingen zijn (mede) gebaseerd op deze doorkijk. Zo komt men tot een doelmatige invulling van de gemeentelijke zorgplichten, tegen zo laag mogelijke lasten voor de burger. Pagina 16 van 23
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 4,10 m+NAP. Op figuur 6 is te zien dat er geen noemenswaardig hoogteverschil aanwezig is op de onderzoekslocatie.
3,98 m
4,24 m 3,82 m
4,32 m 3,87 m 4,38 m
Figuur 6. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)
De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 6 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand). Hieronder is de formatie van Peize (complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van midden zand, zandige klei, grof zand en klei, met weinig fijn zand en een spoor veen en grind) aanwezig.
Pagina 17 van 23
Volgens opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de Digitale Wateratlas is te herleiden dat de locatie zich niet in een infiltratiegebied bevindt. Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger Waterschap Brabantse Delta is gebleken dat nabij de onderzoekslocatie een Bwatergang is gelegen. Deze is in figuur 8 weergegeven met een paarse lijn. De ligging is ten zuiden van de snelweg A58, afwatering hierop is niet mogelijk.
Figuur 7 en 8. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Regenwater en overige neerslag De onderzoekslocatie ligt in centraal Roosendaal, in de wijk De Donk. De locatie ligt ten oosten van de Antwerpseweg, ten zuiden van de Meidoornlaan en in oostelijk richting is de Norbartlaan gelegen. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt infiltreert in de bodem gezien er in de huidige situatie een groot deel onverhard is. Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt aangegeven in de Klimaateffectatlas op 0,8-1,0 mmv. De gemiddeld laagste grondwaterstand wordt aangegeven op 1,5-2,0 m-mv. Op 24 januari 2022 heeft MILON bv een bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Bij deze werkzaamheden is de grondwaterstand gemeten op 1,04 m-mv.
Pagina 18 van 23
4.2
Overige aspecten
Afvalwater In de toekomst zal de nieuwbouw aangesloten moeten worden op de aanwezige riolering. Bodemkwaliteit Op 24 januari heeft MILON bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Norbartlaan te Roosendaal. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. In de bovengrond zijn plaatselijk lood en PCB in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes barium en xylenen aangetoond. De aangetoonde gehaltes en concentraties zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie en de voorgenomen herontwikkeling. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergeven om een indruk te geven van de bodemopbouw ter plaatse.
Pagina 19 van 23
5.
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap Brabantse Delta dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2
Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen woningbouw op de onderzoekslocatie. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa)
Bebouwing
1.201
2.073
+872
Verharding
256
1.997
+1.741
Parkeerplaatsen
0
1.170
+1.170
Groen/onverhard
8.947
5.164
-3.783
Totaal perceel
10.404
10.404
-/-
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 3.783 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 227 m3 (3.783 m2 x 0,06 x 1). Gezien de grootte van het plangebied zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt.