CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

21-2023 Lokale aanpak Ouderenmishandeling.pdf

Inspraakbijeenkomst 11 mei 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 1: Raadsmededeling Lokale aanpak Ouderenmishandeling10.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente

a-

Raadsmededeling

R oosen daal

-

Datum:

28 maart2023

Van:

het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Van Ginderen

Aan

de raad van de gemeente Roosendaal

Steller:

Noteboom - Moerland, Claudia

Zaaknummer: 693265

Kopie aan: Groep Welzijn & Leefbaarheid, groep Zorgen & Stimuleren

Onderwerp: Lokale aanpak Ouderenmishandeling Eindrapport Verborgen Leed, lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling Roosendaal

Bijlage

Kennisnemen van Eindrapport'Verborgen Leed', lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling Roosendaal lnleiding Naar aanleiding van de motie weerbaarheid senioren informeren wij u over het eindrapport Verborgen Leed, lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling Roosendaal. Ouderenmishandeling is een vorm van huiselijk geweld. De aanpak van ouderenmishandeling komt dan ook terug in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Toch wordt vaak nog weinig invulling gegeven aan de aanpak van deze specifieke vorm van huiselijk geweld en daarom heeft ouderenmishandeling meer aandacht en een eigen plan van aanpak nodig. Het tegengaan van ouderenmishandeling is ook één van de speerpunten die de gemeenten in de regio West-Brabant in hun regionale aanpak'Geweld hoort nergens thuis' hebben benoemd. ln nauwe samenwerking met Regioplan is voor Roosendaal een plan van aanpak ouderenmishandeling opgesteld.

lnformatie/kern boodschap

Ouderenmishandeling onderscheidt zich op een aantal facetten van huiselijk geweld en kindermishandeling; daardoor is het relevant continu na te gaan of nieuwe inspanningen, maatregelen en/of netwerkpartners wenselijk zijn. Het is dan ook nodig om vanuit verschillende beleidsterreinen waar we als gemeente actief ziin aandacht te besteden aan het vroegtijdig herkennen van risicofactoren die zouden kunnen leiden tot verschillende vormen van ouderenmishandeling. De verschillende verschijningsvormen zijn:

o fysiekemishandeling; . psychischemishandeling; . verwaarlozing; o financieel misbruik; o seksueelgeweld.

De Roosendaalse situatie is in de rapportage'Verborgen Leed' nader uitgewerkt in actielijnen. Per actielijn wordt beschreven welke inzet gewenst is. Niet alle van de genoemde acties zullen gelijktijdig in gang kunnen worden gezet, de volgorde wordt in het plan van aanpak nader toegelicht en ook de inzet op korte en lange termijn. De volgende 6 actielijnen zijn opgenomen in het plan van aanpak:

1. Voorlichting en siqnalerinq: om (de gevolgen van) ouderenmishandeling te kunnen verminderen en

voorkomen n is bewustwording en tijdige signalering noodzakelijk. Ten behoeve van de signalering van de problematiek is het essentieel dat een zo groot mogelijke groep bekend is met (signalen van) het fenomeen ouderenmishandeling en signalen kan herkennen. Om dit te bereiken zetten we in op voorlichting en training. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot: . Een voorlichtingspakket, aansluitend op de risicofactoren en - profielen ¡ Structurele voorlichting en training van professionals, vrijwilligers en burgers

2. Analvseren en bespreken: zodra signalen of vermoedens van ouderenmishandeling in beeld zijn, is

het van belang daarop te acteren. Hiertoe zetten we in op het bespreekbaar maken van zorgen, signalen of vermoedens in verschillende (bestaande) gremia, binnen en buiten de eigen organisatie. Om signalen goede opvolging te geven zijn heldere werkafspraken nodig. Rollen en verantwoordelijkheden na

het inbrengen van een signaal moeten voor iedere organisatie duidelijk zijn. We stimuleren organisaties in de gebiedsnetwerken om gezamenlijk dergelijke werkafspraken op te stellen, zodat ieder signaal daadwerkelijk opgevolgd wordt. Tevens wordt er ingezet op een aandachtsfunctionaris in de organisatie, handelen conform de meldcode en de samenwerkingsafspraken Veilig Thuis De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot: o Periodieke casuistiekbespreking waarin signalen van (risico's op) ouderenmishandeling besproken kunnen worden . Een aandachtsfunctionaris bij organisaties die werken met of voor ouderen . Afspraken over de uitwisseling tussen organisaties in geval van signalen/vermoedens.

3. Hulpverlenino en nazorq: de hulpverlening aan slachtoffers van ouderenmishandeling gaan we in de gemeente Roosendaal organiseren conform de uitgangspunten zoals beschreven in het visiedocument Gefaseerde Ketenzorg. ln deze aanpak moet Veilig Thuis West-Brabant de regierol pakken. Het is van groot belang dat ouderenmishandeling tijdig gesignaleerd wordt en er melding van wordt gemaakt bij Veilig Thuis. Tevens is een belangrijk onderdeel dat er sprake moet zijn van een goede samenwerking met de wijkteams als het gaat om de overdracht van casussen in het kader van de nazorg aan slachtoffers. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot: Hulpverlening volgens de Visie gefaseerde ketenzorg Blijvende aandacht voor het voorkomen van risicofactoren van ouderenmishandeling

. o

4. lntensiveren lokale samenwerking: in Roosendaal is een verscheidenheid aan (lokale) partijen actief die zich op verschillende manieren inzetten voor ouderen. ln deze aanpak willen we graag de lokale samenwerking tussen deze partijen continueren én intensiveren, omdat structurele verbinding tussen partijen noodzakelijk is voor een sluitende aanpak ouderenmishandeling. We denken hierbij aan samenwerking op twee niveaus: op uitvoerend en beleidsmatig niveau. Daarbij streven we naar zo min mogelijk nieuwe werk- en projectgroepen/samenwerkingsverbanden en sluiten we zo veel mogelijk aan bij reeds bestaande samenwerkingsgremia. De activiteiten binnen deze actielijnen leiden tot: o Een stevig lokaal netwerk waarin partijen elkaar weten te vinden (korte lijnen) . Een route kaart waarop vermeld staat welke partij welke hulp verleent en hoe kan worden doorverwezen. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat de hulpverlenings- en doorven¡vijsmogelijkheden bekend zijn bij alle uitvoerende organisaties. a

5. Aanpak financieel misbruik: om financieel misbruik van ouderen aan te pakken gaan we de vijf (kern)functies (netwerkfunctie - voorlichtingsfunctie - signaleringsfunctie - consultatiefunctie - casuì'stiekfunctie) van een Lokale Alliantie Financieel Misbruik onderbrengen in bestaande netwerksamenwerkingen in Roosendaal. We richten ons daarbij in eerste instantie op de gebiedsnetwerken. We gaan private partijen, zoals banken, notarissen, bewindvoerders en mentoren uitnodigen aan te schuiven bij deze netwerken op het moment dat financieel misbruik ondenverp van gesprek is en we hun inbreng nodig (denken te) hebben om misbruik te voorkomen en/of aan te pakken. We gaan deze werkwijze nauwkeurig monitoren en evalueren om te bezien of wellicht op termijn het oprichten van een aparte Lokale Alliantie Financieel Misbruik wenselijk en noodzakelijk is in Roosendaal. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot: o Het borgen van de vijf functies van een Lokale Alliantie in de gebiedsnetwerken en eventueel andere relevante bestaande netwerksamenwerkingen in Roosendaal . Op termijn bezien of de oprichting van een aparte Lokale Alliantie Financieel Misbruik in Roosendaal wenselijk, noodzakelijk en haalbaar is.

6. Aanpak criminele vormen van misbruik: ouderen lopen ook een bovengemiddeld risico om slachtoffer te worden van andere vormen van financieel misbruik/mishandeling, zoals oplichting via een babbeltruc voordeur, spoofing als zijnde een vorm van oplichting waarbij iemand met kwade bedoelingen zich anders voordoet dan hij/zij in werkelijkheid is en oplichting door collectanten aan de deur. Onderzoek laat zien dat ouderen (met name 65-plussers) ook relatief vaker slachtoffer zijn van woningovervallen dan jongere mensen en daarom gaan we in de hierboveri genoemde periodieke voorlichtingsbijeenkomsten ook aandacht aan dit fenomeen besteden en welke beveiligingsmaatregelen genomen kunnen worden om de kans op een woningoverval te verkleinen. We werken daarbij nauw samen met de woningbouwverenging en de politie. We sluiten met deze aanpak aan bij het lntegrale Veiligheidsplan 2019-2022 District De Markiezaten dat we samen met de andere gemeenten uit de veiligheidsregio hebben opgesteld. We zullen bijvoorbeeld aanhaken bij de activiteiten die in dit plan worden genoemd om de 'awareness te vergroten in de samenleving ten aanzien van cybercrime' De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot:

a

Periodieke voorlichting van ouderen waardoor zij kennis hebben van de kenmerking van en risico's op de verschillende vormen van crimineel misbruik.

Consequenties Om ouderenmishandeling aan te kunnen pakken, is het van belang om al in de preventieve sfeer in te kunnen grijpen. We kunnen, mede op basis van prevalentie onderzoek, diverse risicofactoren onderscheiden: eenzaamheid/sociaal isolement;

o o armoede/financiëleproblematiek; o dementie; ¡ laaggeletterdheid; . beperkte zelÍredzaamheid; o verslechterdepsychischegezondheid; o verslechterde ñTsieke gezondheid; o stressvolle levensgebeurtenissen; . lagerealgemenelevenstevredenheid; o eerderslachtofferschapmishandeling.

Deze factoren kunnen los van elkaar of gecombineerd voorkomen. Risicofactore n voor Roose ndaal Roosendaal kent een diverse ouderenpopulatie. Zo zijn er alleenstaanden en samenwonenden, ouderen met lage en hoge inkomens, en ouderen met diverse achtergronden. Op basis van een risicoanalyse, waarvoor zowelverschillende documenten zijn bestudeerd als met verschillende (uitvoerende) partijen in Roosendaal is gesproken, is een overzicht gemaakt van de belangrijkste risicofactoren voor ouderenmishandeling in Roosendaal Eenzaamheid Armoede/financiële problemen Laaggeletterdheid Dementie

o o o o

Belangrijk uitgangspunt is om te kijken hoe we de al bestaande activiteiten zo optimaal mogelijk kunnen benutten in de aanpak van ouderenmishandeling. We gaan dan ook zo veel mogelijk aanhaken op reeds bestaande activiteiten die benut kunnen worden om ouderenmishandeling te voorkomen en aan te pakken, en daar waar nodig zetten we nieuwe activiteiten op.

Communicatie ln samenspraak met onze partners is dit plan tot stand gekomen. Samen met hen gaan we kijken naar een constructieve en effectieve samenwerking bij de aanpak van ouderenmishandeling. Vervolg(procedure) N.v.t.

Bijlagen Eindrapport Verborgen Leed, lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling Roosendaal

Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roo De bu De secretaris,

Aanpak Verborgen Leed Lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling gemeente Roosendaal

Aanpak Verborgen Leed Lokaal plan van aanpak ouderenm ishandeling gemeente Roosendaal

- EINDRAPPORT -

Auteurs Eline Verbeek Frank Kriek Ditte van Haalen

Amsterdam, 1 oktober 2022 Publicatienr. 21123

© 2022 Regioplan, in opdracht van gemeente Roosendaal Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Beschrijving problematiek

1 1 2

2 Risicoanalyse 2.1 Risicofactoren ouderenmishandeling 2.2 Geweld buiten GIA

5 5 8

3 Actielijnen 3.1 Actielijn 1: Voorlichting en signalering 3.2 Actielijn 2: Analyseren en bespreken 3.3 Actielijn 3: Hulpverlening en nazorg 3.4 Actielijn 4: Intensiveren lokale samenwerking 3.5 Actielijn 5: Aanpak financieel misbruik 3.6 Actielijn 6: Aanpak criminele vormen van misbruik

10 10 11 12 15 16 17

4 Monitoring en evaluatie 4.1 Monitoring en evaluatie 4.2 Verslaglegging en rapportage

19 19 19

Netwerk in Roosendaal Gebiedsnetwerken Partijen in Roosendaal

21 21 21

Inleiding

1 Inleiding

1.1 Inleiding Ouderenmishandeling is een vorm van huiselijk geweld. De aanpak van ouderenmishandeling komt dan ook terug in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Toch wordt vaak nog weinig invulling gegeven aan de aanpak van deze specifieke vorm van huiselijk geweld en daarom zou ouderenmishandeling meer aandacht en een eigen plan van aanpak moeten krijgen. Het tegengaan van ouderenmishandeling is één van de speerpunten die de gemeenten in de regio West-Brabant in hun regionale aanpak ‘Geweld hoort nergens thuis’ hebben benoemd. De gemeente Roosendaal heeft nu prioriteit gegeven aan het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. In nauwe samenwerking met Regioplan is het lokale plan van aanpak ouderenmishandeling tot stand gekomen. In dit plan van aanpak is de regiovisie op de relevante onderdelen concreet doorvertaald naar de lokale situatie in Roosendaal. De acties in het plan borduren voort op bestaande netwerken en initiatieven in onze gemeente. Ouderenmishandeling onderscheidt zich op een aantal facetten van huiselijk geweld en kindermishandeling; daardoor is het relevant continu na te gaan of nieuwe inspanningen, maatregelen en/of netwerkpartners wenselijk zijn.

In beleid op andere, aanpalende terreinen dat zich ook op ouderen richt kan eveneens aandacht uitgaan naar het voorkomen en aanpakken van ouderenmishandeling in onze gemeente. Dat kan bijvoorbeeld door vanuit verschillende beleidsterreinen waarop de gemeente Roosendaal actief is, aandacht te besteden het vroegtijdig herkennen van risicofactoren die zouden kunnen leiden tot verschillende vormen van ouderenmishandeling. Deze inzet op preventie is een gedeelde inspanning van alle beleidsterreinen; denk bijvoorbeeld aan het behouden van een gezonde leefstijl, het tegengaan van eenzaamheid, het blijven bewegen en het mentaal fit blijven. Bestaande programma’s In Roosendaal houden verschillende uitvoerende partijen zich al bezig met activiteiten voor ouderen die de risicofactoren van ouderenmishandeling kunnen beperken. Zo worden in Roosendaal ‘Stamtafels’ georganiseerd. De Stamtafel is een ontmoetingsplek waar iedereen vrijblijvend kan aansluiten voor koffie of thee, een gesprek kan voeren of mee kan doen aan één van de activiteiten. Daarnaast heeft Humanitas een maatjesprogramma, waarin een vrijwilliger gekoppeld wordt aan een oudere; zij kunnen vervolgens samen activiteiten ondernemen. Humanitas heeft ook een programma waarbij ze ouderen helpen met hun financiële administratie.

Daarnaast vinden op aanpalende beleidsterreinen activiteiten plaats die bijdragen aan het verminderen of voorkomen van risicofactoren, bijvoorbeeld gericht op het stimuleren van een gezonde leefstijl, meer beweging of de aanpak van eenzaamheid. Het is belangrijk om te kijken hoe we de al bestaande activiteiten zo optimaal mogelijk kunnen benutten in de aanpak van ouderenmishandeling. We gaan dan ook zo veel mogelijk aanhaken op reeds bestaande activiteiten die benut kunnen worden om ouderenmishandeling te voorkomen en aan te pakken, en daar waar nodig zetten we nieuwe activiteiten op. In dit plan beschrijven we alle activiteiten die we gaan inzetten om ouderenmishandeling aan te pakken. We gaan die activiteiten uitvoeren vanuit een analyse van wat de belangrijkste risicofactoren zijn die de kans om slachtoffer te worden van ouderenmishandeling vergroten. Deze analyse staat in hoofdstuk 2 van dit plan. Die risicofactoren gaan we vervolgens op verschillende manieren aanpakken. Zie daarvoor hoofdstuk 3 waarin we de verschillende actielijnen beschrijven. Daarbij beschrijven we ook wanneer we welke resultaten geboekt willen hebben. Het is erg belangrijk om goed te blijven monitoren hoe de uitvoering van dit plan van aanpak in de praktijk geschiedt en daarom hebben we in het laatste hoofdstuk van dit plan kort beschreven hoe we de uitvoering blijvend gaan monitoren.

Dat stelt ons, samen met onze partners, in staat om onze aanpak van ouderenmishandeling zo goed mogelijk af te stemmen op de actualiteit en daarmee dit plan effectief en efficiënt uit te voeren. Ten slotte willen we hier nog benadrukken dat dit plan met onze partners is afgestemd en we uitkijken naar een constructieve en effectieve samenwerking bij de aanpak van ouderenmishandeling.

1

1.2 Beschrijving problematiek Definitie en vormen van ouderenmishandeling Onder ouderenmishandeling verstaan we: al het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid. Er zijn verschillende verschijningsvormen van ouderenmishandeling:  fysieke mishandeling;  psychische mishandeling;  verwaarlozing;  financieel misbruik;  seksueel geweld. Naast deze vormen kan er ook sprake zijn van ontspoorde (mantel)zorg. In deze gevallen is geen sprake van opzettelijke mishandeling, maar door overbelasting en/of onvermogen ontstaat een kwetsbare situatie. Wanneer ondersteuning en zorg worden afgewezen in dergelijke gevallen wordt wel gesproken van opzettelijk leed. Er is een aantal redenen waarom ouderenmishandeling als aparte vorm van huiselijk geweld gezien en behandeld moet worden. Bijvoorbeeld vanwege de specifieke verschijningsvormen die bij andere huiselijkgeweldsvormen minder voorkomen, zoals financieel misbruik of ontspoorde mantelzorg. Daarnaast zijn de geschiedenis van ouderen (koppels) en daarmee samenhangend de patronen of leefwijzen van grote invloed.

Deze ‘ingesleten’ patronen en leefwijzen zijn voor hen een regulier omgangspatroon en bepalend voor hun bereidheid een situatie te veranderen. Dit kan ertoe leiden dat de situatie door henzelf niet als problematisch of onveilig wordt gezien. Een andere reden waarom ouderenmishandeling specifieke aandacht verdient, is de beperktere zichtbaarheid van de problematiek. Zo geldt dat in sommige gevallen beperktere mogelijkheden voor signalering van het geweld bestaan. De verminderde participatie en het verkleinde sociale netwerk van ouderen leidt ertoe dat minder mensen het geweld kunnen signaleren en melden waardoor sprake is van een verborgen problematiek, meer nog dan bij andere huiselijkgeweldsvormen. Cijfers ouderenmishandeling Ouderenmishandeling is een veelvoorkomend fenomeen. Landelijk prevalentieonderzoek 1 wijst uit dat 1 op de 20 ouderen van 65 jaar en ouder ooit slachtoffer wordt van een vorm van ouderenmishandeling. Op jaarbasis krijgt 1 op de 50 ouderen te maken met een vorm van ouderenmishandeling. Als we op landelijk niveau kijken naar het aantal meldingen bij Veilig Thuis zien we dat ongeveer twee procent van alle meldingen betrekking heeft op ouderenmishandeling. Voor adviezen komt dat neer op drie procent.

Wanneer we inzoomen op de regio West-Brabant zien we een vergelijkbaar beeld: ongeveer één procent van de meldingen en vier procent van de adviezen heeft betrekking op ouderenmishandeling. Voor de gemeente Roosendaal is dat beeld niet anders: ongeveer één procent van de meldingen en vier procent van de adviezen gaan over een vorm van ouderenmishandeling. Daarmee is ouderenmishandeling de vorm van huiselijk geweld waarover het minst gemeld wordt. Op basis van kennis uit diverse onderzoeken kunnen we met deze cijfers stellen dat een (groot) deel van de problematiek in Roosendaal niet in beeld is. Demografie en maatschappelijke ontwikkelingen In Roosendaal woonden op 1 januari 2021 16.887 inwoners van 65 jaar en ouder. Dat komt neer op ongeveer 22 procent van de gemeentelijke bevolking. Vooral in de wijken Groot Kroeven, Kortendijk en Oost wonen relatief veel ouderen. Daarnaast ligt het aandeel ouderen in een aantal dorpen relatief hoger, bijvoorbeeld in Wouw, Heerle en Nispen. Met de toenemende vergrijzing zal het aandeel 65-plussers blijven stijgen. Naast vergrijzing zien we een aantal andere maatschappelijke ontwikkelingen die 1 Bakker, L., Witkamp, B., Timmermans, M., Janssen, J., Lindenberg, J. (2018). Aard en omvang ouderenmishandeling. Regioplan.

2

van invloed (kunnen) zijn op de situatie van ouderen. Zo neemt de druk op de Wmo en de zorg steeds verder toe, o.a. door budget- en personeelstekorten. De algehele werkdruk in de zorg is hoog, zo ook in de ouderenzorg en bij huisartsen. Tevens zien we een trend van het steeds langer zelfstandig thuis wonen van ouderen. Daarmee neemt de zorg die aan huis nodig is verder toe en moet blijvend geïnvesteerd worden in het in beeld brengen en houden van ouderen. Deze ontwikkelingen spelen in het gehele land en daarmee ook in Roosendaal. Ten aanzien van de (zorg voor de) ouderenpopulatie bestaan als gevolg daarvan een aantal uitdagingen. Dit in combinatie met de verwachting dat het aantal ouderen dat te maken krijgt met ouderenmishandeling zal stijgen, maakt de urgentie voor een aanpak tegen ouderenmishandeling nog groter.

3

Risicoanalyse

2 Risicoanalyse

2.1 Risicofactoren ouderenmishandeling Om ouderenmishandeling aan te kunnen pakken, is het van belang om al in de preventieve sfeer in te kunnen grijpen. Het is daarom belangrijk om factoren die het risico om slachtoffer van ouderenmishandeling te worden kunnen vergroten in kaart te brengen. We kunnen, mede op basis van prevalentieonderzoek2, diverse risicofactoren onderscheiden:  eenzaamheid/sociaal isolement;  armoede/financiële problematiek;  dementie;  laaggeletterdheid;  beperkte zelfredzaamheid;  verslechterde psychische gezondheid;  verslechterde fysieke gezondheid;  stressvolle levensgebeurtenissen;  lagere algemene levenstevredenheid;  eerder slachtofferschap mishandeling. Deze factoren kunnen los van elkaar of gecombineerd voorkomen. Risicofactoren in Roosendaal Roosendaal kent een diverse ouderenpopulatie. Zo zijn er alleenstaanden en samenwonenden, ouderen met lage en hoge inkomens, en ouderen met diverse achtergronden. Op basis van een risicoanalyse, waarvoor we zowel verschillende documenten hebben bestudeerd als met verschillende (uitvoerende) partijen in Roosendaal hebben gesproken, hebben we een overzicht gemaakt van de belangrijkste risicofactoren voor ouderenmishandeling in Roosendaal: 1. Eenzaamheid: ongeveer de helft van de ouderen in Roosendaal geeft aan eenzaam te zijn. Dit maakt dat eenzaamheid een van de grootste problemen is in de gemeente.

Meerdere partijen herkennen dit op basis van de contacten die zij hebben met ouderen. Ouderen raken vaak in een sociaal isolement, wat de afstand tot de maatschappij vergroot. Hierdoor zijn zij minder in beeld. Dit bemoeilijkt ook het signaleren van onveilige of onprettige situaties. Bovendien wonen veel ouderen (steeds langer) zelfstandig en (te lang) zelfstandig wonen kan een risicofactor zijn voor ouderenmishandeling, vooral wanneer de zelfredzaamheid van de oudere afneemt. In Roosendaal zien we bijvoorbeeld dat een op de vijf ouderen niet meer zelf alle huishoudelijke taken kan oppakken. De toenemende mate van afhankelijkheid verhoogt de kans om slachtoffer te worden van ouderenmishandeling. 2. Armoede/financiële problemen: vijf procent van de ouderen in Roosendaal heeft moeite met rondkomen, maar uit de gesprekken is gebleken dat armoede als een van de grootste problemen wordt gezien. Ook wanneer een oudere zijn of haar eigen financiële zaken niet meer kan regelen, is dit een risicofactor door de toenemende afhankelijkheid. 3. Laaggeletterdheid: ouderen in Roosendaal zijn relatief vaker laaggeletterd en/of minder digitaal vaardig. Dit geldt in grotere mate voor migrantenouderen. Laaggeletterdheid kan leiden tot sociale achterstand en op deze manier tot een verhoogde kans op slachtofferschap van ouderenmishandeling.

Daarbij is sprake van een grotere afhankelijkheid van anderen, omdat bijvoorbeeld hulp nodig is bij bankzaken of het aanvragen van passende hulp. Ook dat vergroot de kans op slachtofferschap. 4. Dementie: dementie kan op twee manieren leiden tot een verhoogde kans op slachtofferschap van ouderenmishandeling. Door onmacht en onwetendheid over het omgaan met de situatie kan mishandeling ontstaan door de omgeving van iemand met dementie. Andersom kan mishandeling ontstaan door iemand met dementie door frustratie en verwardheid. Risicoprofielen Bepaalde risicofactoren komen vaak samen voor en vormen, gecombineerd met andere factoren, een groter risico. We zien bijvoorbeeld dat armoede en eenzaamheid vrijwel altijd samen voorkomen, net als een slechtere psychische gezondheid en eenzaamheid. Hoe meer risicofactoren samenkomen, hoe kwetsbaarder een oudere is. We hebben daarom vier risicoprofielen opgesteld met combinaties van risicofactoren die vaak tegelijkertijd aanwezig zijn in Roosendaal. 2 Bakker, L., Witkamp, B., Timmermans, M., Janssen, J., Lindenberg, J. (2018). Aard en omvang ouderenmishandeling. Regioplan.

5

Profiel 1: Fatima Fatima Fatima is 70 jaar en woont in Roosendaal in de wijk Langdonk. Zij is op jonge leeftijd vanuit Marokko geëmigreerd naar Nederland en heeft als kind nooit onderwijs gehad. Zij heeft daardoor nooit leren lezen en schrijven en is erg afhankelijk van anderen. Ze is voornamelijk afhankelijk van haar eigen kinderen en gemeenschap, omdat ze slechts een beperkt netwerk heeft opgebouwd in Nederland door onder andere haar taalachterstand. Haar kinderen wonen niet meer allemaal in de buurt. Fatima heeft nooit gewerkt en is afhankelijk van een uitkering en het pensioen van haar man, die samen met haar vanuit Marokko naar Nederland is geëmigreerd. Ze kunnen net de eindjes aan elkaar knopen.

Profiel 2: Trudie Trudie Trudie is 80 jaar en woont in het centrum van Roosendaal. Haar man is een aantal jaar geleden overleden en sindsdien woont ze nog in haar eentje in een kleine gezinswoning. Haar twee kinderen komen af en toe over de vloer, maar verder ziet ze vrij weinig mensen. Een deel van haar vroegere vrienden is overleden of woont inmiddels in een verzorgingstehuis. Twee jaar geleden is Trudie gediagnosticeerd met dementie. Haar omgeving merkte op dat ze dingen begon te vergeten. Zelf kon ze vaak haar spullen niet meer terugvinden en dacht ze vaak dat deze gestolen waren. Later werden ze dan weer teruggevonden op vreemde plekken, zoals in de douche. Af en toe komt de dokter of wijkzuster wel eens langs om te kijken hoe het gaat, maar het liefst slaat Trudie alle hulp af: ze is ervan overtuigd dat alles goed met haar gaat en dat ze geen hulp nodig heeft. Ook hulp van haar kinderen vindt Trudie moeilijk te accepteren. Haar kinderen vinden dit erg frustrerend en weten niet goed hoe ze hiermee om moeten gaan.

Profiel 3: Bep Bep Bep is 75 jaar oud en woont in Roosendaal-West. Bep is getrouwd met Henk, die sinds een aantal jaar in een verzorgingstehuis woont. Bep woont nu dus al geruime tijd alleen in haar seniorenflat. Ze kan de huur van deze woning net betalen en heeft voor de verhuizing wat geld van haar kinderen moeten lenen. Er blijft weinig geld over en ze kan maar net de eindjes aan elkaar knopen. Bep heeft de middelbare school afgemaakt, maar is daarna gelijk getrouwd met Henk, met wie ze vier kinderen heeft gekregen. Ze bleef thuis om voor de kinderen te zorgen en toen deze wat ouder waren, werkte ze twee dagen per week in de lokale buurtsupermarkt waar ze wat vriendinnen had. Haar (klein)kinderen wonen verspreid over het hele land en hebben weinig tijd om langs te komen. Ook heeft Bep weinig aanspraak in de buurt. Ze voelt zich hierdoor best wel eens eenzaam en mist het sociale contact dat ze in de buurtsupermarkt had. Vanwege haar financiële zorgen en haar eenzame gevoelens heeft Bep sinds een tijdje ook last van psychische klachten: ze voelt zich vermoeid en somber en raakt snel geïrriteerd. Daarnaast heeft ze veel last van hoofdpijn en slaapt ze de laatste tijd slecht. Ze maakt zich vaak zorgen over haar lichamelijke klachten, wat nog meer onrust in haar hoofd veroorzaakt.

6

Profiel 4: Jan Jan Jan is 70 jaar en woont in Roosendaal in de Kroeven. Hij woont daar samen met zijn vrouw Marjan. Ze hebben geen kinderen samen. Door jarenlang zwaar werk te verrichten in het magazijn waar Jan sinds zijn 20e werkzaam is, heeft hij chronische lichamelijke klachten opgelopen. Hierdoor raakte hij net voor zijn pensioen arbeidsongeschikt en moest hij eerder stoppen met werken. Het pensioen dat Jan nu krijgt, aangevuld met de uitkering die Marjan ontvangt, is vaak maar net voldoende om samen rond te komen. Vaak maakt Jan zich zorgen of ze alle rekeningen wel kunnen betalen, vooral als hij weer nieuwe medicijnen moet halen voor zijn rugklachten die niet volledig vergoed worden. Voorheen kwam Jan vaak bij zijn vrienden uit het magazijn op de koffie, maar door zijn lichamelijke klachten komt hij niet meer zo veel buiten de deur. Hij is door zijn beperkingen erg afhankelijk van Marjan voor de meeste dingen in zijn dagelijkse leven, maar zij heeft niet altijd zin om hem ergens naartoe te brengen.

Wijken Om gericht actie te kunnen ondernemen op de risicofactoren, is het van belang dat we weten waar deze problematiek zich concentreert. Zo kunnen initiatieven op de juiste plekken worden ingezet. We zien dat in wijken waar relatief veel ouderen wonen een hoge mate van eenzaamheid wordt gerapporteerd. Er is vaak sprake van een ‘kloof’ tussen jong en oud. In wijken waar meer armoede heerst, zien we meer risicofactoren samenkomen. Daarnaast zijn wijken waar veel alleenstaanden wonen een belangrijk aandachtspunt. Specifiek worden enkele wijken genoemd als wijken waar bepaalde risicofactoren zich concentreren. Hieronder geven we een beknopt overzicht van de ouderenpopulatie en de risicofactoren in deze wijken. Deze informatie is onder andere inzichtelijk via de ‘Brabantscan’.3 Onder ‘zelfredzaamheid’ wordt in dit kader verwezen naar de Zelfredzaamheidmatrix (ZRM), een landelijk instrument voor het meten van gezondheid en welzijn in brede zin. Deze matrix bestaat uit de volgende domeinen: dagactiviteiten, Basale en Instrumentele Activiteiten van het Dagelijks leven (ADL), financiën, lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid en sociaal netwerk/ contact. Op Brabantscan zijn deze domeinen gekoppeld aan indicatoren uit de GGD Gezondheidsmonitor Ouderen 2016.

Daarnaast zijn in de Brabantscan nog twee domeinen toegevoegd aan de matrix: leefomgeving en maatschappelijke participatie. Langdonk  Hier wonen relatief veel ouderen met een (niet-westerse) migratieachtergrond.  Ouderen in deze wijk hebben relatief vaak te maken met financiële problematiek. De Kroeven  Hier wonen relatief veel ouderen van 65 jaar en ouder.  Ouderen in deze wijk scoren een stuk lager op alle domeinen van de ZRM. Centrum  Hier wonen relatief meer eenpersoonshuishoudens en iets meer ouderen dan in de rest van Roosendaal.  Ouderen in deze wijk scoren lager op een aantal domeinen van de ZRM: sociaal netwerk contact, dagactiviteiten, lichamelijke gezondheid en leefomgeving. West  Hier wonen relatief veel eenpersoonshuishoudens.  Hier wonen relatief veel ouderen met een (niet-westerse) migratieachtergrond.  Ouderen in deze wijk scoren lager op alle domeinen van de ZRM. 3 https://brabantscan.nl/, een kennisknooppunt voor gezondheidsinformatie over de provincie Noord-Brabant die beheerd wordt

door diverse GGD’s in Noord-Brabant.

7

2.2 Geweld buiten GIA Misbruik van ouderen komt ook voor buiten afhankelijkheidsrelaties. Jaarlijks worden meer dan 30.000 ouderen slachtoffer van oplichting aan de deur of via de telefoon. Ouderen worden als extra kwetsbaar gezien voor bepaalde vormen van oplichting, onder andere omdat zij vaak te goed zijn van vertrouwen en minder digitaal vaardig zijn. Het is daarom van belang hier ook aandacht aan te besteden. Het gaat vooral om financiële uitbuiting. De meest voorkomende vormen van oplichting zijn:  Babbeltruc: deze vorm van oplichting komt in vele vormen voor, maar de meest bekende vorm is waarbij een oplichter aanbelt en met een smoes probeert binnen te komen. Dit kan ook telefonisch gebeuren.  Hulpvraagfraude: deze vorm van oplichting vindt meestal plaats via WhatsApp of sms. De oplichter doet zich voor als een bekende en stelt een hulpvraag, waar uiteindelijk een betaalverzoek uit voortkomt.  Phishing: deze vorm van oplichting bestaat uit een sms of e-mail waarin gevraagd wordt om te klikken op een link of om in te loggen. Die link leidt naar een valse website, waardoor internetcriminelen toegang tot gegevens kunnen verkrijgen. Ook kan in een dergelijk bericht gevraagd worden om geld over te maken.  Spoofing: de oplichter doet zich voor als iemand anders, bijvoorbeeld een medewerker van de bank. Op deze manier probeert hij inloggegevens of geld te verkrijgen.

8

Actielijnen

3 Actielijnen

In dit hoofdstuk zetten we uiteen welke acties in het kader van de aanpak ouderenmishandeling wenselijk dan wel noodzakelijk zijn. Dit doen we aan de hand van verschillende actielijnen. Per actielijn beschrijven we welke (extra) inzet gewenst is. Niet alle acties zullen gelijktijdig in gang kunnen worden gezet. Daarom zetten we deze actielijnen in het volgende hoofdstuk op een tijdlijn waarbij we ingaan op de inzet voor de korte en lange termijn.

3.1 Actielijn 1: Voorlichting en signalering Om (de gevolgen van) ouderenmishandeling te kunnen verminderen en voorkomen is bewustwording en tijdige signalering noodzakelijk. Ten behoeve van de signalering van de problematiek is het essentieel dat een zo groot mogelijke groep bekend is met (signalen van) het fenomeen ouderenmishandeling en signalen kan herkennen. Om dit te bereiken zetten we in op voorlichting en training.  Voorlichting aan professionals, vrijwilligers en burgers over ouderenmishandeling: om een zo groot mogelijke groep kennis te laten nemen van de verschillende vormen en signalen van ouderenmishandeling en de bewustwording ten aanzien van de problematiek te vergroten, zetten we verschillende voorlichtingsactiviteiten op. Daarbij besteden we eveneens aandacht aan hoe met signalen of vermoedens om te gaan en waar gemeld kan/moet worden. De voorlichting dient aan te sluiten op de doelgroep. Zo zullen we voor professionals en vrijwilligers een andere vorm kiezen dan voor burgers. De voorlichting van professionals en vrijwilligers organiseren we zo veel mogelijk via de organisaties waar zij actief zijn. Daarbij gaan we na in hoeverre Veilig Thuis hier een rol in kan spelen en zetten we in op een permanente informatievoorziening (bijv. via periodieke bijeenkomsten of een nieuwsbrief).

We zorgen er in ieder geval voor dat alle organisaties bekend zijn met de contactpersonen van Veilig Thuis, zodat korte lijnen ontstaan. We zullen in de voorlichting voor professionals en vrijwilligers onderscheid maken in de voor hen belangrijke thema’s, zodat deze zo goed mogelijk aansluit op de praktijk waarbinnen de professionals dan wel vrijwilligers werkzaam zijn (denk bijv. aan het wel/niet opnemen van de meldcode in de voorlichting). De voorlichting gericht op burgers vliegen we breder aan. Zo gaan we na of we kunnen samenwerken met bijvoorbeeld de KBO en stamtafels, geven we Wmo-consulenten flyers over ouderenmishandeling mee in hun informatiepakket naar keukentafelgesprekken en inventariseren we de mogelijkheden voor het opzetten van een publiekscampagne. Met name voor de voorlichting van burgers besteden we aandacht aan verschillende presentatievormen (bijv. werken met pictogrammen voor laaggeletterden of inwoners met een migratieachtergrond en zowel papieren als gesproken voorlichting) en passende woordkeuzes. We gaan na welke verschillende benaderingen noodzakelijk zijn om zo veel mogelijk burgers te bereiken. Zo bespreken we met betrokken organisaties bijvoorbeeld op welke manier en via welke kanalen we ouderen met een migratieachtergrond het best kunnen aanspreken.

 Periodieke training over signalering voor professionals: naast voorlichten zetten we in op het trainen van professionals in het herkennen van signalen, het bespreekbaar maken van vermoedens en de route voor het melden van signalen en/of vermoedens (i.c.m. de meldcode). We vragen alle organisaties periodiek trainingen aan te bieden, gericht op (een van) de hierboven genoemde thema’s. Een deel van de organisaties in de gemeente faciliteert al training gericht op de aanpak van ouderenmishandeling voor hun medewerkers. Er zijn ook organisaties die wel training aanbieden, maar nog niet specifiek over ouderenmishandeling. We gebruiken de kennis van deze organisaties voor het implementeren van een trainingsprogramma bij andere organisaties. Indien gewenst vragen we hun andere organisaties te informeren over passend trainingsaanbod. We bespreken met alle organisaties in hoeverre een deel van hun eigen opleidingsbudget hiervoor ingezet kan worden. Het streven is dat alle organisaties periodiek training aanbieden aan hun medewerkers om de kennis over ouderenmishandeling actueel te houden.  Signalenkaart voor iedere professional: om de signalen van ouderenmishandeling laagdrempelig en blijvend onder de aandacht te brengen gaan we werken met een signalenkaart. Enkele organisaties hebben zelf een signalenkaart voor andere problematieken opgesteld voor hun professionals.

In samenwerking met deze organisaties stellen we een universele signalenkaart op die door professionals én vrijwilligers gebruikt kan worden. De kaart bevat een opsomming van belangrijke signalen voor

10

(risico’s op) ouderenmishandeling en informatie over wat je kunt doen met die signalen (bijv. waar je kunt melden).  Persona’s opstellen: in hoofdstuk 2 van dit plan van aanpak is een risicoanalyse beschreven. Daarin komen onder andere de risicofactoren en persona’s naar voren. Op basis van informatie over de clustering van risicofactoren is het mogelijk die persona’s (ook wel profielen) vorm te geven. De persona’s spreken tot de verbeelding en maken inzichtelijk welke combinaties van risicofactoren (extra) alarmerend kunnen zijn. Een manier om ervoor te zorgen dat de (combinatie van) risicofactoren voor ouderenmishandeling onder de aandacht blijven bij professionals is door professionals zelf persona’s op te laten stellen binnen (en buiten) hun organisatie. Dit kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan een (interne/externe) casuïstiekbespreking of voorlichtingsbijeenkomst. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot:  Een voorlichtingspakket, aansluitend op de risicofactoren en -profielen.  Structurele voorlichting en training van professionals, vrijwilligers en burgers.

3.2 Actielijn 2: Analyseren en bespreken Bespreken van zorgen, signalen en vermoedens Zodra signalen of vermoedens van ouderenmishandeling in beeld zijn, is het van belang daarop te acteren. Hiertoe zetten we in op het bespreekbaar maken van zorgen, signalen of vermoedens in verschillende (bestaande) gremia.  Binnen de eigen organisatie. Vrijwel iedere organisatie heeft een vorm van casuïstiekbespreking of werkoverleg. Wanneer dit niet het geval is, sturen we op het inrichten van dergelijke overleggen. Binnen deze overleggen dient structureel ruimte te zijn om zorgen, signalen of vermoedens over ouderen(mishandeling) in te brengen. Dit hoeft niet per definitie over mishandeling te gaan, maar kan breder worden aangevlogen, bijvoorbeeld met betrekking tot risico’s (verslechterde gezondheid of mobiliteit, toenemende eenzaamheid, etc.). Alle medewerkers moeten de mogelijkheid hebben hun zorgen over een oudere intern te delen.  Buiten de eigen organisatie. Naast het bespreken van zorgen, signalen en vermoedens binnen de eigen organisatie, is het soms wenselijk dit in breder verband op te pakken. Om dit mogelijk te maken, maken we gebruik van de bestaande casuïstiekbespreking van gebiedsnetwerken. Deze gebiedsnetwerken bestaan uit een aantal vaste partners met daaromheen een flexibele schil van partijen die kunnen aansluiten indien noodzakelijk.

Wanneer een (medewerker van een) organisatie een signaal breder wil bespreken, kan dit ingebracht worden in de casuïstiekbespreking van gebiedsnetwerken. De inbrengende partij sluit, eventueel met andere relevante partijen, aan bij de casuïstiekbespreking om te sparren over het signaal en observaties van andere organisaties te combineren. Tijdens de bespreking wordt vastgesteld welke vervolgacties noodzakelijk zijn en wie deze oppakt. Om signalen tijdig te kunnen bespreken en ‘spiegelen’ sturen we op frequente samenkomsten van de gebiedsnetwerken waarbij ook de flexibele schil regelmatig aanwezig is. Dergelijke signalen hoeven niet noodzakelijkerwijs betrekking te hebben op situaties van mishandeling; het kan ook gaan om kwetsbaarheden of risico’s, zoals verslechterde gezondheid, verminderde mobiliteit of eenzaamheid. In het kader van het Actieplan Ontmoeting en Sociale Verbondenheid is bijvoorbeeld al ingezet op vroegsignalering en het bespreekbaar maken van eenzaamheid in het gebiedsnetwerk. Om signalen goede opvolging te geven zijn heldere werkafspraken nodig. Rollen en verantwoordelijkheden na het inbrengen van een signaal moeten voor iedere organisatie duidelijk zijn. We stimuleren organisaties in de gebiedsnetwerken om gezamenlijk dergelijke werkafspraken op te stellen, zodat ieder signaal daadwerkelijk opgevolgd wordt.

Aandachtsfunctionarissen Een ander spoor waarop we inzetten is een uitbreiding van het aantal aandachtsfunctionarissen ouderenmishandeling. Vanuit de gemeente sturen wij op minimaal één aandachtsfunctionaris per organisatie. Hierover zullen we met alle organisaties individuele afspraken maken en we nemen dit op in con-

11

tracten en subsidievoorwaarden. De aandachtsfunctionaris kan verschillende functies binnen een organisatie vervullen. Zo kan hij/zij voorlichting geven over (signalen van) ouderenmishandeling, is hij/zij een sparringpartner voor medewerkers die zorgen willen delen en geeft hij/zij advies over de te zetten stappen of zet deze stappen samen met de medewerker. De aandachtsfunctionaris moet het aanspreekpunt met betrekking tot ouderenmishandeling worden binnen de organisatie. Handelen conform de meldcode Als er sprake is van signalen die zouden kunnen duiden op (een vergroot risico om slachtoffer te worden van) een vorm van ouderenmishandeling en die signalen worden opgepakt door een professional die werkzaam is bij een meldcodeplichtige organisatie, dan wordt er gehandeld conform de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat betekent dat de signalen worden besproken, ook met de betrokkenen zelf, en dat er vervolgens wordt vastgesteld of een melding bij Veilig Thuis noodzakelijk is en of de professional, al dan niet met ondersteuning van derden, zelf een (hulpverlenings)traject in gang kan zetten.

Als geconcludeerd wordt dat er bijvoorbeeld nog geen sprake is van een vorm van ouderenmishandeling, maar de kans daarop wel groot is als er niet geïntervenieerd wordt op de risicofactoren, dan kan de professional besluiten hulpverlening in gang te zetten gericht op het wegnemen van de risicofactoren. In het geval dat tevens besloten wordt dat een melding bij Veilig Thuis (nog) niet noodzakelijk is, is het wenselijk dat de professional deze casus wel registreert. Daartoe worden mogelijkheden voor een registratiesysteem geïnventariseerd, samen met Veilig Thuis, zodat we zicht krijgen op de effectiviteit van onze inzet om ouderenmishandeling te voorkomen en vroegtijdig in te grijpen. Samenwerkingsafspraken Veilig Thuis Ouderenmishandeling is een vorm van huiselijk geweld die ook vanuit Veilig Thuis meer aandacht behoeft. Dat erkent Veilig Thuis West-Brabant ook. Er wordt medio 2022 vanuit Veilig Thuis gewerkt aan een plan van aanpak en de medewerkers van Veilig Thuis worden getraind om ouderenmishandeling vroegtijdig te herkennen en aan te pakken. We willen als gemeente nauw samenwerken met Veilig Thuis, zowel beleidsmatig als in de uitvoering, om gezamenlijk ouderenmishandeling aan te pakken.

Een van de aandachtspunten daarbij is dat we de meldcodeplichtige professionals beter in staat willen stellen ouderenmishandeling te herkennen en te melden bij Veilig Thuis als dat noodzakelijk is. Een ander punt van aandacht is dat we de terugkoppeling vanuit Veilig Thuis over wat er met een melding is gedaan willen verbeteren, zodat er een effectievere samenwerking ontstaat tussen Veilig Thuis en de meldcodeplichtige professionals. We haken hierbij aan bij de samenwerkingsafspraken die Veilig Thuis West-Brabant heeft gemaakt met de gemeenten in West-Brabant en die zijn vastgelegd in het document ‘Samenwerkingsafspraken Lokale Teams Gemeenten en Veilig Thuis West-Brabant’ van februari 2022. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot:  Periodieke casuïstiekbespreking waarin signalen van (risico’s op) ouderenmishandeling besproken kunnen worden.  Een aandachtsfunctionaris bij organisaties die werken met of voor ouderen.  Afspraken over uitwisseling tussen organisaties in geval van signalen/vermoedens.

3.3 Actielijn 3: Hulpverlening en nazorg Hulpverlening aan slachtoffers en plegers De hulpverlening aan slachtoffers van ouderenmishandeling gaan we in de gemeente Roosendaal organiseren conform de uitgangspunten zoals beschreven in het visiedocument Gefaseerde Ketenzorg.4 We onderscheiden de volgende vijf fasen in de hulpverlening aan slachtoffers: 1. werken aan directe veiligheid met een veiligheidsplan; 2. werken aan stabiele veiligheid met een hulpverleningsplan voor risicogestuurde zorg; 3. werken aan herstel van de ontwikkeling van de betrokkenen met herstelplannen voor traumageïnformeerde en herstelgerichte zorg; 4. werken aan stabilisatie door het evalueren en bijstellen van eerder gestelde doelen; 5. werken aan het leren omgaan met terugval met een toekomstplan. 4 Van Arum, S. en Vogtländer, L. (2016). Eerst samenwerken voor veiligheid dan samenwerken voor risicogestuurde zorg.

12

In deze aanpak moet Veilig Thuis West-Brabant de regierol pakken. Een belangrijke voorwaarde om de hulpverlening conform deze uitgangspunten in te richten is dat Veilig Thuis hierover sluitende afspraken maakt met de achterliggende (professionele) hulpverleningspartners die kunnen worden ingezet in de verschillende fasen van deze ketenaanpak. Het gaat daarbij zowel om partners die zich richten op de hulpverlening aan slachtoffers als partners die zich richten op de hulpverlening aan de (vermoedelijke) plegers. Voor gerichte, passende hulpverlening is inzet van de juiste partners noodzakelijk. Goede, tijdige doorverwijzing draagt daaraan bij. Om dit te verbeteren, zetten we in op bekendheid met hulpverlenende organisaties en hun aanbod bij professionals. Een ander belangrijk onderdeel van deze aanpak is dat er sprake moet zijn van een goede samenwerking met de wijkteams als het gaat om de overdracht van casussen in het kader van de nazorg aan slachtoffers. Ook hierover moeten sluitende afspraken gemaakt worden tussen Veilig Thuis en de wijkteams. Vanuit de monitorfunctie van Veilig Thuis moet de effectiviteit van de hulpverleningstrajecten ‘bewaakt’ worden, inclusief de nazorgtrajecten. Ten slotte is het van groot belang dat ouderenmishandeling tijdig gesignaleerd wordt en er melding van gemaakt wordt bij Veilig Thuis.

Daartoe moet worden ingezet op het verlagen van de drempel die velen ervaren om een melding te maken van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis. Professionals, maar ook burgers ervaren deze drempel, dus vanuit Veilig Thuis moet gerichte voorlichting worden ingezet om mensen te overreden eerder melding te maken van de diverse verschijningsvormen van ouderenmishandeling Preventie: aandacht voor risicofactoren en risicogroepen Er kan een aantal risicofactoren voor ouderenmishandeling gedefinieerd worden. Eenzaamheid/sociaal isolement, problematische schulden/armoede en laaggeletterdheid zijn belangrijke risicofactoren die ertoe kunnen leiden dat de kans om slachtoffer te worden van een vorm van ouderenmishandeling groter wordt. Gericht op deze risicofactoren bestaat al een aantal programma’s en/of activiteiten binnen de gemeente. Vanuit het reeds bestaande aanbod zetten we in op specifieke aandacht voor ouderenmishandeling. Vanuit het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ vinden wij het in het kader van de aanpak van ouderenmishandeling belangrijk dat er in Roosendaal proactief wordt gewerkt aan het voorkomen van eenzaamheid, problematische schulden en laaggeletterdheid.

Dat betekent dat er vanuit de op deze risicofactoren gerichte activiteiten die reeds worden ondernomen in Roosendaal aandacht besteed moet worden aan de verschillende verschijningsvormen van ouderenmishandeling en hoe deze risicofactoren die verschijningsvormen kunnen ‘triggeren’. Bijvoorbeeld: hoe kan eenzaamheid er uiteindelijk toe leiden dat een oudere slachtoffer wordt van financieel misbruik? Of: hoe kunnen problematische schulden uiteindelijk leiden tot (financiële) stress in een huishouden, wat uiteindelijk kan leiden tot partnergeweld? We gaan, in samenwerking met Veilig Thuis, de professionals die zich richten op deze risicofactoren informeren over en bewust maken van hoe de prevalentie van risicofactoren in een huishouden uiteindelijk kan leiden tot vormen van ouderenmishandeling. Maar ook de partijen die actief zijn in de zogenaamde sociale basis, met name de vrijwilligers en de mantelzorgers, moeten zich ervan bewust zijn dat en hoe deze risicofactoren uiteindelijk kunnen leiden tot een verhoogde kans op slachtofferschap. Dit draagt bij aan de kennis over (de relatie tussen) de risicofactoren en ouderenmishandeling en vergroot daarmee de signaleringsmogelijkheden van deze partijen. Vanuit regionaal verband zetten we extra in op preventie en positieve gezondheid.

In het kader daarvan zijn drie themalijnen opgezet: 1) Actieve voorbereiding op het ouder worden, 2) Mentaal fit en weerbaar en 3) Gezond leven bij een lage sociaaleconomische status. Zowel regionaal als lokaal zullen acties worden gekoppeld aan deze themalijnen. Zo wordt onder andere gedacht aan bewustwordingscampagnes, aandacht voor en advies over langer zelfstandig thuis wonen, laagdrempelige hulp bij psychosociale problematiek en beweegprogramma’s. Vanuit dit programma zal extra aandacht uitgaan naar (de preventie van) kwetsbaarheden en risico’s; daarmee wordt per definitie ingezet op de aanpak van risicofactoren. We gaan na op welke wijze bewustwording en het voorkomen van ouderenmishandeling daarin verweven kan worden.

13

Verder sluiten we aan bij het Actieplan Mantelzorg waarin we beschrijven hoe we de mantelzorgers in onze gemeente nog beter gaan ondersteunen zodat zij in staat blijven mantelzorg te verlenen aan hun naasten. Mantelzorgers vormen een belangrijke doelgroep voor de gemeente Roosendaal als het gaat om het voorkomen en vroegtijdig herkennen van ouderenmishandeling. We haken aan op de in dat plan beschreven vijf wegen en gaan mantelzorgers voorlichting geven over het fenomeen ouderenmishandeling, hoe dat voorkomen kan worden en vroegtijdig kan worden gesignaleerd. Daarbij besteden we ook aandacht aan de risico’s van overbelasting van de mantelzorgers. We stemmen deze acties nauw af met het Mantelzorgsteunpunt Roosendaal. De risicoprofielen die we hebben opgesteld worden met regelmaat geactualiseerd, en voor de risicogroepen ontwikkelen we specifieke interventies gericht op het voorkomen en aanpakken van ouderenmishandeling. Die interventies richten zich enerzijds op de hulpverleners (zie hierboven) en anderzijds op de doelgroepen zelf. Eenzaamheid De inzet op het voorkomen van en omgaan met eenzaamheid komt voort uit de lokale aanpak tegen eenzaamheid. Sinds 2020 wordt vanuit het Actieplan Ontmoeting en Sociale Verbondenheid gewerkt aan het tegengaan van eenzaamheid en het stimuleren van ontmoeting bij o.a. ouderen.

Vanuit dat actieplan is een aantal acties in gang gezet die bijdragen aan het informeren en stimuleren van zowel ouderen als professionals. We proberen deze acties zo goed mogelijk verdere doorgang te bieden. Daarbij besteden we eveneens aandacht aan eenzaamheid als risicofactor voor ouderenmishandeling. Zo blijven we ouderen en professionals voorlichten over het tegengaan van eenzaamheid en gaan we daarbij expliciet in op hoe eenzaamheid kan leiden tot vormen van ouderenmishandeling, hoe die signalen vroegtijdig te herkennen zijn, en wat met die signalen gedaan kan en moet worden om te voorkomen dat de eenzaamheid uiteindelijk resulteert in het slachtoffer worden van vormen van ouderenmishandeling. Dit doen we o.a. in samenwerking met de wijkteams/wijkinformatiepunten. In het kader van het Actieplan Ontmoeting en Sociale Verbondenheid is de afgelopen jaren al ingezet op deskundigheidsbevordering van professionals met betrekking tot het signaleren en bespreekbaar maken van eenzaamheid. Daarnaast werden huisbezoeken gedaan ten behoeve van vroegsignalering van kwetsbaarheden. Ook deze acties zetten we zo veel mogelijk voort. We proberen eenzaamheid te voorkomen, maar ook om als ouderen zich toch eenzaam voelen, ze te leren omgaan met die gevoelens en ze te overreden om actief te werken aan het (opnieuw) opbouwen van een sociaal netwerk.

Bijvoorbeeld door ouderen te stimuleren vrijwilligerswerk te doen, een activiteit in de buurt te ondernemen of een vrijwilliger/maatje te verbinden aan de oudere. Vanuit de acties uit het Actieplan Ontmoeting en Sociale Verbondenheid bestaat al een nauwe samenwerking met vrijwilligersorganisaties als Social Klus en Humanitas. Deze samenwerking zetten we voort en we gaan na of en op welke manier vrijwilligers eveneens geïnformeerd kunnen worden over de signalering van eenzaamheid en ouderenmishandeling. Schulden en armoede Soortgelijke activiteiten ontwikkelen we ook voor de twee andere risicoprofielen: ouderen met problematische schulden/armoede en laaggeletterde ouderen. Bekend is dat ouderen met problematische schulden zich niet snel melden bij de schuldhulpverlening, veelal uit schaamte. We gaan ouderen gericht voorlichten over de hulpverleningsmogelijkheden om zodoende de aanmelding laagdrempeliger te maken. Dit doen we in samenwerking met het wijkinformatiepunt en ook bijvoorbeeld de woningbouwvereniging die in staat is problematische schulden vroegtijdig te signaleren. Laaggeletterdheid Laaggeletterdheid kan leiden tot sociale achterstand op verschillende levensdomeinen, gezondheid, financiën, wonen, et cetera, omdat men niet voldoende in staat is optimaal gebruik te maken van de beschikbare voorzieningen.

Dat kan weer leiden tot spanningen in huishoudens en daarmee de kans vergroten op ouderenmishandeling. Met de acties die we inzetten ten aanzien van laaggeletterdheid besteden we ook aandacht aan die inwoners die niet of nauwelijks over digitale vaardigheden beschikken: vaardigheden die steeds vaker noodzakelijk zijn om toegang te kunnen krijgen tot de juiste informatie/voorzieningen. Deze groep(en) ouderen gaan we actief voorlichten over de mogelijkheden die er

14

zijn om gebruik te maken van de beschikbare voorzieningen (bijvoorbeeld de bijzondere bijstand). Daarnaast zetten we in op het aanpakken van de laaggeletterdheid door mensen de mogelijkheid te bieden taallessen te volgen en/of te werken aan het verbeteren van hun digitale vaardigheden. Ook zullen we inwoners van Roosendaal die daar behoefte aan (kunnen) hebben, wijzen op de mogelijkheid zich te laten bijstaan door een (vrijwillig) taalmaatje. De activiteiten binnen deze actielijn leiden tot:  Hulpverlening volgens de Visie gefaseerde ketenzorg.  Blijvende aandacht voor het voorkomen van risicofactoren van ouderenmishandeling.

3.4 Actielijn 4: Intensiveren lokale samenwerking In Roosendaal is een verscheidenheid aan (lokale) partijen actief die zich op verschillende manieren inzetten voor ouderen. In deze aanpak willen we graag de lokale samenwerking tussen deze partijen contineren én intensiveren, omdat structurele verbinding tussen partijen noodzakelijk is voor een sluitende aanpak ouderenmishandeling. We denken hierbij aan samenwerking op twee niveaus: op uitvoerend en beleidsmatig niveau. Daarbij streven we naar zo min mogelijk nieuwe werk- en projectgroepen/samenwerkingsverbanden en sluiten we zo veel mogelijk aan bij reeds bestaande samenwerkingsgremia. Samenwerking op uitvoerend niveau Op uitvoerend niveau is o.a. het uitwisselen en samen optrekken rondom casuïstiek van belang. Onder actielijn 2 zijn we al ingegaan op de gezamenlijke casuïstiekbespreking die we voortzetten en uitbreiden vanuit het gebiedsnetwerk. Voor tijdige inzet van passende hulp is het uitwisselen van signalen, vermoedens en ideeën behulpzaam. Daarnaast is het van belang dat professionals op de hoogte zijn van de mogelijkheden van andere partijen, zodat goede doorverwijzing wordt bewerkstelligd. We stimuleren deze uitwisseling door blijvend in te zetten op afstemming en samenwerking op uitvoerend niveau. We onderzoeken de mogelijkheid de gebiedsnetwerken hiervoor in te zetten.

Daarnaast verkennen we de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een routekaart. Deze routekaart maakt inzichtelijk welke organisaties actief zijn, waar je heen kunt voor welk (hulp)aanbod, wie wanneer betrokken kan of moet worden en hoe je in contact komt. Dit moet eraan bijdragen dat alle organisaties bekend zijn met de hulpverlenings- en doorverwijsmogelijkheden in Roosendaal. We zetten in op versterkte samenwerking op wijkniveau. Dit moet niet alleen bijdragen aan de verbinding van organisaties op wijkniveau, maar ook aan de zichtbaarheid van professionals in de wijk. Op uitvoerend niveau bestaan al goede verbindingen, maar een bredere schil kan nuttig zijn in het kader van de aanpak ouderenmishandeling. Het is van belang dat een breed netwerk ontstaat en er verbinding bestaat tussen diverse organisaties en terreinen; denk bijvoorbeeld ook aan woningcorporaties en vrijwilligersorganisaties. Tevens onderzoeken we de mogelijkheden om private partijen meer te verbinden aan bestaande samenwerkingsverbanden. Met name voor de aanpak van financieel misbruik is de betrokkenheid van bijvoorbeeld notarissen, banken, bewindvoering en het mentoraat van meerwaarde. In andere gemeenten zijn in dat kader Lokale Allianties opgericht.

Op dit moment kiezen we voor het zoeken naar andere passende manieren om deze verbinding te versterken zodat kennis, maar ook signalen periodiek en laagdrempelig uitgewisseld kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan periodieke aansluiting bij besprekingen van de gebiedsnetwerken. Op termijn bekijken we de mogelijkheden voor het opzetten van een Lokale Alliantie in Roosendaal. Samenwerking op beleidsmatig niveau De samenwerking op beleidsmatig niveau heeft vooral een agenderende functie. Een duurzame aanpak vraagt om continue inzet. Het voornemen is tweejaarlijks een structureel overleg op te zetten waarbij de aanpak ouderenmishandeling centraal staat. Relevante partijen wisselen ervaringen en ideeën uit en mogelijke verbeterpunten komen aan bod. Dit overleg draagt bij aan blijvend bewustzijn, het onder de aandacht brengen en houden van de problematiek en continue uitwisseling over de problematiek én samenwerking. We onderzoeken de mogelijkheid om deze structurele overleggen te koppelen aan de monitoringscyclus waarmee de voortgang van de aanpak in beeld wordt gebracht (zie bijlage 1).

15

Huisartsen Doordat (kwetsbare) ouderen met complexe problematiek steeds vaker thuis blijven wonen, neemt de druk op de zorg voor kwetsbare ouderen in de huisartsenvoorziening toe. Huisartsen vormen een belangrijke partner in de signalering en hulpverlening. Om deze reden is structurele betrokkenheid van de huisartsen bij de aanpak ouderenmishandeling cruciaal. We sluiten hierbij aan op het Plan Welzijn op Recept waarmee WijZijn Traverse Groep en MEE West-Brabant vanuit Inwonersondersteuning Roosendaal aan de slag gaan om de samenwerking tussen de huisartsen in Roosendaal en de uitvoerende partijen in het sociaal domein te versterken. Medewerkers van de Inwonersondersteuning Roosendaal zullen actief worden ingezet in de rol van welzijnscoach/sociaal werker in enkele huisartsenpraktijken. Door aanwezig te zijn in de huisartsenpraktijk blijven de lijnen tussen het medisch en het sociaal domein kort en kan snel geschakeld worden als dat nodig is. Deze medewerkers hebben zicht op en kennis van het aanbod van ondersteuning en activiteiten in de gemeente en onderhouden directe lijnen met de gebiedsnetwerken binnen de gemeente, mocht er bepaalde expertise ingezet moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1492/documents/37856