CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

202501010 - Juridische beantwoording Raadsvragen.pdf

Commissie 27 oktober 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Rapport onderzoek uitkoop Gastelseweg10.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

pagina 21 van 23

beleidsregel bindt alleen het bestuur zelf. Een burger wordt er niet door gebonden, maar kan er wel een beroep op doen.50 83

Het nemen van een besluit in strijd met een beleidsregel tast de werking van het desbetreffende besluit, gelet op de interne werking van een beleidsregel, in beginsel niet aan. Daar komt nog bij dat het besluit een financieringskwestie betreft, hetgeen tot het primaat van de Raad behoort. Het opnieuw voorleggen van een voorstel tot het nemen van het besluit van 4 juli 2024, verhoudt zich daar niet toe.

84

Het voorgaande neemt evenwel niet weg dat de Raad in beginsel bevoegd is om het besluit van 4 juli 2024 in te trekken. Dit volgt uit de impliciete bevoegdheid dat de bevoegdheid tot het nemen van besluiten in de regel ook de bevoegdheid omvat om deze besluiten in te trekken. Deze (impliciete) bevoegdheid tot intrekking volgt uit het feit dat de bevoegdheid tot het nemen van besluiten in de regel ook de bevoegdheid omvat om deze besluiten in te trekken.51 Echter, als het besluit zou worden ingetrokken, betekent dat niet direct dat de Koopovereenkomsten geen werking meer zouden hebben.

85

In dit verband geldt dat het een voorwaarde voor de totstandkoming van de Koopovereenkomsten is, geen voorwaarde voor het (voort blijven) bestaan van de Koopovereenkomsten. Met andere woorden: eenmaal tot stand gekomen, gaan de Koopovereenkomsten niet teniet als de Raad haar goedkeuring voor de Koopovereenkomsten zou intrekken. Dit zou, gelet op de rechtszekerheid waar partijen bij een koopovereenkomst doorgaans gebaat bij zijn, bovendien ook een logische c.q. redelijke uitleg van het totstandkomingsvoorbehoud

uit

de

Koopovereenkomsten

zijn.

Slechts

indien

de

totstandkomingsvoorwaarde uit de Koopovereenkomsten als een ontbindende voorwaarde geformuleerd zou zijn, zou dit anders zijn. 86

Indien de Raad desondanks het besluit van 4 juli 2024 zou intrekken, zou dat tot gevolg hebben dat de Gemeente niet langer over het budget beschikt om te voldoen aan haar verplichtingen uit de Koopovereenkomsten, terwijl - afhankelijk van de nog uit te voeren (her)taxatie) - de Gemeente mogelijk nog een deel van de koopprijs zal moeten voldoen aan Verkopers. Als gevolg hiervan zou de Gemeente

tekortschieten

in

de

nakoming

van

haar

verplichtingen

onder

de

Tweede

Vaststellingsovereenkomst en de Tweede Koopovereenkomst Supermarkt, waardoor de Gemeente aansprakelijk zou kunnen zijn jegens Verkopers. Daar komt bij dat het terugdraaien van het besluit (en het als gevolg daarvan wanpresteren onder de Tweede Vaststellingsovereenkomst en de Tweede Koopovereenkomst) in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. 87

De slotsom van het voorgaande luidt dan ook dat de gebreken aan de wijze waarop het budgetrecht is uitgeoefend, niet ertoe leiden dat het voorstel tot het besluit van 4 juli 2024 opnieuw aan de Raad zou moeten worden voorgelegd. Ook achten wij het intrekken van het besluit van 4 juli 2024 door de Raad onverstandig. Dit leidt er namelijk niet toe dat de Koopovereenkomsten niet meer zouden gelden en leidt

50 51

ertoe

dat

de

Gemeente

mogelijk

tekortschiet

in

de

nakoming

T. Barkhuysen e.a., Bestuursrecht in het Awb-tijdperk, Deventer: Wolters Kluwer 2014, p. 80-81. Zie bijv. Rb. Noord-Nederland 10 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1615.

van

de

Tweede

pagina 22 van 23

Vaststellingsovereenkomst en de Tweede Koopovereenkomst, met mogelijke aansprakelijkheid van de Gemeente tot gevolg. 88

De voorhangplicht is voorts vastgelegd in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. Op grond van dit artikel dient het College de Raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160 lid 1 onder d, e, f, en g van de Gemeentewet te geven, indien de Raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de Gemeente. In dat laatste geval neemt het College op grond van het artikel geen besluit dan nadat de Raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het College te brengen. Dit houdt in dat het College verplicht is de Raad in bepaalde gevallen inlichtingen te geven over (onder andere) het besluit tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling.52

89

Wat onder ‘ingrijpend’ in de zin van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet moet worden verstaan, kan uitsluitend op lokaal niveau worden bepaald. De ene gemeenteraad kan van oordeel zijn dat financiële consequenties die een bedrag van EUR 1.000.000 te boven gaan ingrijpend zijn, terwijl een andere gemeenteraad deze (financiële) grens hoger of lager legt.53

90

Het besluit tot het aangaan van de Koopovereenkomsten (onder de voorwaarden zoals opgenomen in de Koopovereenkomsten) had onzes inziens mogelijk ingrijpende gevolgen voor de Gemeente. Allereerst geldt dat een investering van circa EUR 5.000.000 voor een gemeente als de Gemeente aanzienlijk is. Daarnaast was de overlast die door de Supermarkt werd veroorzaakt groot en was dit reeds vele jaren een precair (politiek) onderwerp. Tot slot is ook de inhoud van de Hervestigingsclausule mogelijk als ingrijpend te oormerken, aangezien daarmee nog wel (her)vestiging van de Supermarkt binnen de Gemeente werd toegestaan. Indien inderdaad sprake was van ingrijpende gevolgen, geldt dat het College de Raad op grond van de voorhangplicht (meer c.q. actiever) in staat had kunnen stellen om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het College te brengen. De uiteindelijke conclusie of sprake was van ingrijpende gevolgen, dient echter op politiek niveau te worden getrokken.54 Tegelijkertijd geldt spiegelbeeldig dat het op de weg van de Raad – die op de hoogte was c.q. had kunnen zijn van de Koopovereenkomsten en de daarin opgenomen totstandkomingsvoorwaarde – had gelegen om zelf nadere vragen te stellen over de gevolgen van het uitoefenen van het budgetrecht in onderhavig geval.

91

Indien en voor zover de voorhangplicht in onderhavig geval inderdaad zou zijn geschonden, heeft dat evenwel geen rechtsgevolgen. Het handelen conform de voorhangplicht is namelijk een politieke plicht.55 Zodoende geldt meer in het algemeen dat de voorhang weliswaar de Raad de mogelijkheid geeft om bedenkingen en wensen naar voren te brengen, maar niet tot gevolg heeft dat de bevoegdheid van het College wordt beperkt. Zelfs bij ernstige bedenkingen kan het College besluiten om de voorgenomen transactie doorgang te laten vinden. Een en ander kan uiteraard wel politieke gevolgen

52 53 54 55

Vgl. artikel 160 lid 1 onder d van de Gemeentewet. Broer, Sdu Commentaar Gemeentewet artikel 169, aant. 5. Broer, Sdu Commentaar Gemeentewet artikel 169, aant. 5. Handelingen II, 2002, p. 5325; Broer, Sdu Commentaar Gemeentewet artikel 169, aant.4.

pagina 23 van 23

hebben, maar bij voorhang is er geen beperking van de formele bevoegdheid van het College om besluiten te nemen.56 ****

56

D.J. Elzinga, ‘Budgetrecht en grondaankopen’, Gst. 2010/16.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1879/documents/51290