20220220_2023-10-09 Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal D01.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Philipslaan 63 REFERENTIE # 20220220 09-10-2023
Bestemmingsplan Philipslaan 63
In opdracht van: Stichting Alwel Opgesteld door: CPe Projectnummer: 20220220 Documentnaam: 20220220_Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal D01 Datum:
9 oktober 2023 Versie
Vrijgegeven door
D01
S. Spapens
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
Paraaf
Datum 09-10-2023
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 1
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Ligging plangebied 1.4 Geldende bestemmingsregeling 1.5 Leeswijzer
4 4 4 4 5 6
2.0 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid 2.4 Conclusie
7 7 8 11 13
3.0 Beschrijving plangebied 3.1 Historische analyse van het gebied 3.2 Ruimtelijke analyse van het gebied 3.3 Functionele analyse van het gebied
14 14 15 17
4.0 Onderzoeken 4.1 Bedrijven- en milieuzonering 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Bodem 4.6 Water 4.7 Flora en fauna 4.8 Stikstof 4.9 Cultuurhistorie, archeologie en monumenten 4.10 M.e.r.-beoordeling
19 19 20 21 24 25 26 29 31 34 36
5.0 Visie op plangebied 5.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden
38 38
6.0 Juridische aspecten 6.1 Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannn (SVBP) 6.2 Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling
40 40 40
7.0 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid
43 43
8.0 Overleg en inspraak 8.1 Overleg 8.2 Inspraak
44 44 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 2
Bijlagen BIJLAGE 1 Milieuparagraaf voor bestemmingsplan “Philipslaan 63 te Roosendaal”, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant,, d.d. 5 juli 2023 BIJLAGE 2 Notitie geluid, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, d.d. 10 juni 2022 BIJLAGE 3 Verkennend bodemonderzoek Philipslaan 63 te Roosendaal, Geofoxx, d.d. 28 juli 2022 BIJLAGE 4 Waterparagraaf Philipslaan 63 te Roosendaal, Stantec B.V., d.d. 27 juli 2022 BIJLAGE 5 Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal, Ecodat, d.d. 05 mei 2022 BIJLAGE 6 Archeologisch Bureauonderzoek (BO en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) Roosendaal, Philipslaan 63, Transect, 11-07-2022
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 3
1.0
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Op de locatie Philipslaan 63 te Roosendaal bevond zich in het verleden een supermarkt. Deze is enkele jaren geleden naar een nieuwe locatie verhuisd. De locatie is door de gemeente aan Stichting Alwel verkocht en wordt in de huidige situatie tijdelijk verhuurd. De overdracht aan Stichting Alwel biedt een uitgelezen kans om de locatie te herontwikkelen.
1.2
DOEL
De bestaande bebouwing zal worden gesloopt, waarna een appartementengebouw van 21 woningen zal worden gerealiseerd. In het geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van maximaal 15 woningen. Omdat het maximaal aantal woningen uit de wijzigingsbevoegdheid wordt overschreden dient voor de locatie een nieuw ruimtelijk en functioneel kader te worden bepaald in de vorm van een nieuw bestemmingsplan. In deze plantoelichting wordt de onderbouwing gegeven voor de bestemmingsplanherziening.
1.3
LIGGING PLANGEBIED
Het plangebied maakt deel uit van de kern van de gemeente Roosendaal en wordt begrensd door de Voltastraat in het zuiden, de Philipslaan in het oosten en woningen in het noorden en westen. De huidige locatie kent een voormalige supermarkt. Deze is niet langer als zodanig in gebruik. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 1.700 m2.
Figuur 1: uitsnede plangebied
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 4
1.4
GELDENDE BESTEMMINGSREGELING
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kalsdonk’. Dit plan is vastgelegd bij besluit van de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal op 24 september 2019. Het plangebied is in het geldend bestemmingsplan bestemd tot ‘Detailhandel’ en ‘Verkeer’. De gronden met de bestemming ‘Detailhandel’ zijn bedoeld voor detailhandel, dienstverlening en wonen. Ter plaatse van de relevante aanduidingen zijn ook kantoren, parkeerterreinen en specifieke vormen van verkeer, evenals de bijbehorende ondergeschikte voorzieningen toegestaan. De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bedoeld voor wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, beplantingen, bermen et cetera.
Figuur 2: geldend bestemmingsplan met plangebied rood omkaderd
In het plangebied is sprake van de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduiding: Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’: deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van middelhoge archeologische waarden. Bouwwerken groter dan 100m 2 of dieper dan 0,5 m-mv mogen alleen worden gebouwd na uitvoering van een archeologisch onderzoek. Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’: deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden Gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 2’: ter plaatse van de gebiedsaanduiding kan de bestemming ‘Detailhandel’ worden gewijzigd in ‘Wonen-5’, met de aanduiding ‘gestapeld’, als wordt voldaan aan enkele voorwaarden, zoals het realiseren van maximaal 15 woningen. Tevens dient een watertoets en geluidsrapport te worden opgesteld. Er geldt een maximale goothoogte van respectievelijk 13 en 16 meter voor gestapelde woningen. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 21 woningen. Dit is niet toegestaan binnen de bestemmingsomschrijving van het geldende bestemmingsplan. Ook de wijzigingsbevoegdheid biedt onvoldoende mogelijkheden voor de realisatie van het plan.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 5
1.5
LEESWIJZER
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan worden de relevante beleidskaders omschreven. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie beschreven en wordt ingegaan op het initiatief en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt een visie op het plangebied gegeven en in hoofdstuk 6 een verantwoording op de juridische planvorm. Hoofdstuk 6 bevat de economische uitvoerbaarheid van de plannen. Hoofdstuk 8 tenslotte gaat in op het overleg en de inspraak die betrekking hebben op het bestemmingsplan.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 6
2.0
BELEIDSKADER
2.1
RIJKSBELEID
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Rijksoverheid werkt aan de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met deze visie geeft het Rijk de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren beleid in Nederland tot 2050. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Het plangebied ligt binnen het radarverstoringsgebied van het vliegveld van Woensdrecht. In het geldend bestemmingsplan is daarvoor geen vrijwaringszone opgenomen. Doorgaans geldt dat bij bouwwerkzaamheden rekening moet worden gehouden met een maximale bouwhoogte. Het gaat daarbij om een verbod op gebouwen hoger dan tenminste 75 meter NAP. Vanwege de hoogte van het plangebied (ongeveer 8 meter NAP) en de beoogde maximale hoogte van de bebouwing, wordt hiervan geen invloed verwacht op het bestemmingsplan.
2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)
Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet aan de volgende voorwaarden voldoen: • De toelichting bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; • Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet het plan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt gezien het bepaalde in artikel 1.1.1 Besluit ruimtelijke ordening: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onder het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ vallen onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport, leisure en accommodaties voor recreatie. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 7
Beoordeling Het is van belang om bij de vaststelling van bestemmingsplannen e.d. de ladder voor duurzame verstedelijking juist toe te passen. Maar voordat daaraan wordt toegekomen, moet worden bezien of de ladder wel van toepassing is. Dat hangt af van de vraag of wordt voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij kleinschalige ontwikkelingen is niet altijd sprake van verstedelijking. De grens van een stedelijke ontwikkeling ligt voor woningbouw op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.) De ontwikkeling betreft de realisatie van 21 woningen. Het plan voorziet dus in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom aan de orde. Actuele regionale behoefte In de regio is, net als elders in Nederland, sprake van een woningtekort. De behoefte aan nieuwe, betaalbare, woningen is dan ook groot. Vanwege de doelgroep van de woningen, net boven de liberalisatiegrens, wordt ingespeeld op de actuele behoefte. Door meer woningen beschikbaar te maken voor deze doelgroep wordt de doorstroming versterkt en ontstaat er in de gespannen woningmarkt meer ruimte voor het beter laten aansluiten van woonwensen op de woningvoorraad.
Ontwikkeling buiten het stedelijk gebied Aangezien de ontwikkeling binnen stedelijk gebied plaatsvindt, hoeft de ladder niet verder te worden doorlopen.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er, in de markt, vraag en behoefte is naar woningen. Nu het plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied, die ook voorziet in een behoefte, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
PROVINCIAAL BELEID
2.2.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving
De Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving van de provincie voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling en conclusie In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 8
met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve nog niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’.
2.2.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO)
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.
Beoordeling en conclusie In de structurenkaart (zie afbeelding) van de SVRO is het plangebied aangeduid als stedelijk concentratiegebied. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorziet, het toevoegen van 21 woningen, past binnen deze structuur. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale Interim Omgevingsverordening. In die verordening is dit beleid verder uitgewerkt in bindende regels, die in acht genomen moeten worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan.
Figuur 3: Uitsnede Structurenkaart Structuurvisie met plangebied aangegeven in rood
2.2.3
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, maar is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 9
Figuur 4: Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant met plangebied aangegeven in rood
Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt binnen het in de interim omgevingsverordening aangewezen 'Stedelijk gebied'. Een bestemmingsplan, dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen in het Stedelijk gebied, bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en dat het gaat om een duurzame stedelijke ontwikkeling. Zoals in paragraaf 1.2 beschreven, wordt met de ontwikkeling voorzien in de realisatie van 21 woningen. Deze worden gerealiseerd ter plaatse van een voormalige supermarkt. Deze is verhuisd, waardoor ruimte is vrijgekomen voor de ontwikkeling. Door op deze locatie woningen te bouwen is sprake van zorgvuldig hergebruik van de ruimte, wat een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
2.2.4
Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2021
De subregio West-Brabant West heeft een regionaal perspectief op wonen en woningbouw opgesteld. Stuurgroep Wonen-West is het resultaat van een regionaal samenwerkingsproces, waarbij de gemeenten samen met de provincie een visie opstellen op de (ruimtelijke) ontwikkelingen op de subregionale woningmarkt. De bredere betekenis die het wonen en het woningbouwprogramma heeft, onder andere gelet op tal van (toekomstige) ruimtelijk - kwalitatieve opgaven, vormt hierbij een centraal aspect. Vernieuwde regionale afspraken over de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en programmering maken onderdeel uit van het perspectief, waarbij de geactualiseerde provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (2020) als richtinggevend uitgangspunt geldt. Het perspectief bestaat uit enkele richtinggevende principes die in vier categorieën in te delen zijn: • De verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad; • Een focus op de bestaande woonomgeving, waarbij het uitgangspunt is dat er binnen het stedelijk gebied primair wordt gekozen voor transformatie en herbestemming in tegenstelling tot nieuwe uitleglocaties; • Vraaggericht bouwen, waarbij de differentiatie van vraag wordt opgevangen door verschillende woonvormen; • Reële woningbehoefte, waarbij door flexibiliteit ruimte is om in te kunnen spelen op nieuwe kansen en veranderingen.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 10
Beoordeling Specifiek voor de gemeente Roosendaal is in het perspectief opgenomen dat het woonprogramma zich met name richt op het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad in Roosendaal. De woningmarkt was in de gemeente in evenwicht, maar de uitdaging voor Roosendaal is om de woningvoorraad ook aan te laten sluiten bij de toekomstige vraag en het verbeteren van de doorstroommogelijkheden. De gemeente Roosendaal richt zich bijna uitsluitend op herstructurering en transformatie.
Conclusie Dit initiatief betreft het planologisch mogelijk maken van 21 woningen Dit aantal past binnen de regionale woningbouwafspraken.
2.3
GEMEENTELIJK BELEID
2.3.1
Structuurvisie Roosendaal 2025
De Structuurvisie van de gemeente Roosendaal is op 6 juni 2013 vastgesteld. Het is de visie op hoe de gemeente er in 2025 uit moet zien. De gemeente richt zich primair op het behoud en versterken van de kwaliteit van stad en dorpen door vernieuwing en transformatie. Daarvoor zijn twee belangrijke uitgangspunten opgenomen: • Een duurzame ontwikkeling van een compact, compleet en verbonden Roosendaal; • Een haalbare en betaalbare lokale ruimtelijke ontwikkeling. Binnen deze uitgangspunten zijn een aantal keuzes gemaakt. Relevant voor dit bestemmingsplan is dat bouwen plaatsvindt binnen de stedelijke contouren van de stad, om bestaande infrastructuren optimaal te benutten. Het ruimtegebruik dient daarnaast zuinig/duurzaam te zijn, met efficiënt (her)gebruik van bestaande ruimte en bebouwing. Roosendaal verwachtte ten tijde van het opstellen van de structuurvisie dat tot 2025 ongeveer 3.450 woningen nodig te hebben. Daarbij geldt dat toevoegingen aan de woningvoorraad in het teken staan van het versterken van deze voorraad en aansluiten bij de wijkperspectieven. Daar waar locaties van commercieel vastgoed vrijkomen is het realiseren van woningen een goede overweging om verloedering op de locatie tegen te gaan.
Beoordeling en conclusie De ontwikkeling van de appartementen vindt plaats op de locatie van een voormalige supermarkt. Dat betekent dus dat er sprake is van een vrijgekomen locatie die zich bij uitstek leent voor de ontwikkeling van woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de realisatie van woningen op de locatie ook al mogelijk door een wijzigingsbevoegdheid. De ontwikkeling geeft een impuls aan het gebied, waar al veel woningen liggen. Door van een commerciële functie naar een woningfunctie te gaan sluit de beoogde functie namelijk beter aan bij de bestaande structuren van het gebied.
2.3.2
Woonagenda Roosendaal 2021-2025
De woonagenda heeft als doel het verbeteren van de woningmarkt, waarbij elke Roosendaler de beschikking heeft over een goede (betaalbare) woning, maar ook een aantrekkelijke openbare ruimte om de woning heen. Drie doelen staan centraal: differentiatie, doorstroming en duurzaamheid. Door veranderingen in de maatschappij, zoals individualisering en vergrijzing, zijn er meer appartementen nodig in Roosendaal. Nieuwbouw dient daarbij aardgasvrij te zijn. Uitgangspunt voor de gemeente is dat er in eerste instantie wordt gericht op inbreiding, transformatie en herstructurering. Samenwerking met woningcorporaties is daarbij essentieel. Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 11
Beoordeling en conclusie In de gemeente Roosendaal zijn tot 2040 nog 4.550 nieuwe woningen nodig. Uit de meest recente onderzoeken blijkt dat met name een tekort aan huurappartementen zal ontstaan en goedkope en middeldure koopwoningen. Daarom richt de gemeente zich op het realiseren van meer appartementen, bedoeld voor jongeren en (her)starters. De te realiseren woningen vallen in het middeldure huursegment, net boven de liberalisatiegrens. Dit zorgt voor betaalbare woningen die geschikt zijn voor een grote groep (jonge) mensen. Daarmee wordt ten eerste het woningaanbod voor deze groep vergroot en ten tweede wordt de doorstroming verbeterd. Daarnaast is sprake van herontwikkeling van een locatie waar nu leegstand is. Daarmee wordt ook voldaan aan het beleid van de gemeente om alleen binnenstedelijke ontwikkelingen uit te voeren.
2.3.3
Woningbouwprogrammering 2022
De woningbouwprogrammarering richt zich op het realiseren van een evenwichtige en toekomstbestendige woningmarkt. Zoals in de Woonagenda is gesteld is er behoefte aan 4.550 nieuwe woningen tot 2040. Met name voor jongeren is het, vanwege de lange wachttijden voor een (sociale) huurwoning, moeilijk om aan een woning te komen. De gemeente Roosendaal streeft ernaar om de doorstroming op gang te brengen.
Beoordeling en conclusie Het initiatief voorziet in de realisatie van 21 betaalbare appartementen. Dit zorgt voor meer mogelijkheden voor jongeren om aan een woning te komen en bevordert ook de doorstroming. Daarmee past de ontwikkeling binnen de wensen van de gemeente Roosendaal.
2.3.4
Woonconvenant Roosendaal 2022-2025
Het Woonconvenant Roosendaal is opgesteld als samenwerking tussen de HuurdersAdviesRaad Roosendaal (HAR), woningcorporaties Alwel en Stadlander en de gemeente Roosendaal. De woonopgave in de gemeente vraagt om een integrale benadering, waarin drie thema’s naar voren komen: • Voldoende woningen: De woningvoorraad groeit en verandert en daarom is uitbreiding en transformatie van de sociale voorraad nodig. • Passend wonen: vanwege de schaarse woningmarkt is voor een grote groep geen geschikte woning te vinden. • Goed wonen: de sociale en fysieke leefbaarheid van wijken en dorpen dient gewaarborgd te zijn. Deze ambities worden gestuurd aan de hand van de vier D’s: differentiatie, doorstroming, duurzaamheid (woonagenda) en dienstverlening (transformatie sociaal domein). Het gaat hierbij om woningen, waaronder nieuwbouw, die goed aansluiten bij de vraag vanuit de maatschappij. De woningen zijn toekomstbestendig en CO2-neutraal.
Beoordeling en conclusie Met het toevoegen van 21 woningen die in het segment net boven de liberalisatiegrens vallen, draagt de ontwikkeling bij aan een duurzame woningvoorraad. In 2021 waren er nog 326 woningen binnen dit segment, in 2035 moet dat aantal zijn gegroeid naar 670. Er is sprake van een vrije toewijzingsruimte van 15% om corporaties, waaronder Alwel, de ruimte te geven om te sturen op een evenwichtige spreiding van inkomensgroepen en de kansen voor middeninkomens te vergroten. Het plan sluit goed aan bij deze ambities en doelstellingen. Er wordt ook gestreefd naar het reduceren van de CO2-uitstoot. Aangezien de woningen gasloos worden gebouwd, wordt dit doel ook bereikt.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 12
2.3.5
Welstandsnota
In de Welstandsnota worden de verschillende beoordelingskaders waar bouwplannen aan moeten voldoen uiteengezet. Een plan moet namelijk passen binnen het heersende straatbeeld en het aanzien van de gemeente. Hierbij wordt gekeken naar de ligging van het gebied en het soort gebied.
Beoordeling Het plangebied bevindt zich in het gebied ‘Stedelijke uitbreidingen’ van de Welstandsnota. Rijen woningen worden hier afgewisseld met clusters individuele woningen en appartementengebouwen. Appartementengebouwen zijn eenvoudig gevormd en middelhoog. Bij het beoordelingen van gebouwen wordt naar verschillende bouwkundige aspecten gekeken, zoals voorgevelrooilijnen, hoeken, de bouwmassa, kleuren, materialen et cetera. Het plangebied valt binnen een soepel welstandsgebied. In deze gebieden is ruimte voor vernieuwing en experimenten. Toetsing, licht van aard, richt zich vooral op de voorkant van de gebouwen en bouwwerken.
Conclusie De geplande ontwikkeling voorziet in de realisatie van een appartementencomplex van 21 woningen. Het ontwerp hiervan zal passend zijn bij de in de Welstandsnota opgegeven kaders.
2.4
CONCLUSIE
Op basis van het Rijks-, provinciaal- en regionaal beleid wordt geen specifieke uitspraken gedaan over de ontwikkeling van 21 appartementen op de locatie. De ontwikkeling past binnen het provinciaal principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De locatie vindt namelijk plaats binnen stedelijk gebied waar grond is vrijgekomen. Daardoor is sprake van zorgvuldig hergebruik van de bestaande gronden. Verder wordt tegemoet gekomen aan de gemeentelijke eisen ten aanzien van het woonprogramma. De gemeente wil vooral transformatie van bestaande locaties en ontwikkelingen die passen binnen de bestaande structuren. Hier wordt met het plan aan voldaan. Ten aanzien van de beleidsaspecten bestaan geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 13
3.0
BESCHRIJVING PLANGEBIED
3.1
HISTORISCHE ANALYSE VAN HET GEBIED
De kern Roosendaal is ontstaan als agrarische nederzetting op een zandige rug te midden van vochtige gebieden. De driehoekige structuur van de Markt wijst op het oorspronkelijke agrarische karakter (de driehoekige dorpspleinen werden gebruikt om het vee van de omliggende boerderijen te verzamelen alvorens het naar de gezamenlijke weidegronden te drijven). Nog in de middeleeuwen ontwikkelde zich in deze agrarische nederzetting een belangrijke handelsfunctie, die vooral ontstond rondom de overslag van en handel in turf. Deze turf werd gewonnen in de zuidelijker gelegen hoogveengebieden en werd via zogenaamde moervaarten naar overslagpunten gevaren. Eén van die overslagpunten (turfhoofden) was gelegen in Roosendaal, ter hoogte van de latere haven. Belangrijk voor de ontwikkeling van Roosendaal was bovendien de ligging aan de belangrijke middeleeuwse wegverbinding Bergen op Zoom-Breda. Een groot deel van de streek rond Roosendaal werd pas vanaf de 11 e eeuw bewoond. Deze late start in de bewoningsgeschiedenis wordt verklaard door de aanwezigheid van natte, uitgestrekte veengebieden en moerassen in de regio. In de vroege Middeleeuwen werden alleen de hooggelegen en droge gronden kleinschalig bewoond. Na 1200 kwam de ontginning en bewoning van het gebied echter snel op gang als gevolg van de veenafgraving ten behoeve van de turfwinning.
Deze ontginningsactiviteiten en een betere afwatering leidden tot openlegging van het gebied. In de late Middeleeuwen raakten ook de beekdalgronden en broekgronden bewoond. Bewoners van Kalsdonk, Hulsdonk en Langdonk vroegen in 1266 aan de abt van Tongerlo toestemming om een eigen, dichtbij gelegen kerk te mogen bouwen. Daarop schonken de parochianen van een aantal donken in 1268 een stuk grond aan een kapel op de plaats van "Rosendale" (dal der rozen). Vanuit deze donken werden wegen aangelegd naar de kapel (ter hoogte van de Sint Janskerk). Deze verbindingen, van Langdonk via de Burgerhoutstraat-Raadhuisstraat, van Kalsdonk via de Kalsdonksestraat-Hoogstraat-Molenstraat en van Hulsdonk via de Kade naar de Markt, bepalen nog steeds de vorm van de oude stadskern. Waarschijnlijk woonde de meerderheid van de bevolking tot de 15 e eeuw nog op de oorspronkelijke donken. In de omgeving begon handel te ontstaan en werd de Markt gerealiseerd. De turfnering bracht Roosendaal in de 15e en 16e eeuw tot welvaart. Telde de stad halverwege de 15e eeuw nog slechts 660 woningen, in 1526 waren dit er al 970. De eerste bebouwing concentreerde zich langs de toegangswegen naar de kapel. Na 1570 zet de neergang in, met name door de gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog en de vele pestepidemieën. In 1628 telde de stad nog slechts 1200 inwoners.
Een zekere mate van welvaart ontstond tussen 1750 en 1850. In 1809 werd het dorp Roosendaal tot stad verheven. Een zeer belangrijke factor in de ontwikkeling van Roosendaal is de aanleg van de spoorlijn RotterdamAntwerpen (1852-1872). Het station van Roosendaal krijgt behalve met Antwerpen tevens een verbinding naar Rotterdam, Vlissingen en Breda, waardoor het uitgroeit tot een belangrijk knooppunt. Veel bedrijvigheid vestigt zich in Roosendaal. Hierdoor nam het inwoneraantal van Roosendaal aanzienlijk toe. In januari 1850 waren er 6.084 ingezetenen, tien jaar later 7.036 en in 1900 circa 13.700.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 14
In juli 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een van de grootste problemen na de Eerste Wereldoorlog betrof de woningnood. Door het ontbreken van de nodige vaklieden en materialen was er een grote achterstand in de woningbouw ontstaan. De in de jaren 1919-1920 opgerichte woningbouwverenigingen St. Benedictus, Ons Ideaal en St. Joseph kwamen spoedig met plannen om in de nood te voorzien. Daartoe kocht de gemeente verschillende terreinen aan in de Spoorstraat, Waterstraat, Groenstraat en De Knip om deze als bouwgrond aan de woningbouwverenigingen uit te geven. Op die manier kon er een eerste aanzet gemaakt worden met de huizenbouw. Veel van deze huizen zijn in de Tweede Wereldoorlog weer vernield door de bombardementen van de Duitsers. Belangrijk was het Uitbreidingsplan uit 1933 (infrastructuur, groensingel, verdichting plekken). Tot 1940 werd voornamelijk de bestaande bebouwing verdicht en uitgroei van lintbebouwing gerealiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog zet de bevolkingsgroei zich versneld door. Roosendaal, dat in 1945 zo’n 28.000 inwoners telde, groeit in sneltreinvaart uit tot een belangrijke centrumgemeente in West-Brabant die aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw qua inwoneraantal praktisch verdubbeld is.
Om na de oorlog in de woningnood te voorzien, werden de wijken Kalsdonk, Fatima, Philips (19451955), Westrand (1955-1962) en Vrouwenhof (1955-1965) gebouwd. Kalsdonk, waar het plangebied in ligt, is sindsdien uitgegroeid tot een grote wijk ten noordoosten van het centrum. Met name in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog vond veel ontwikkeling plaats toen er een grote woningnood heerste.
Figuur 5: Roosendaal in respectievelijk 1850, 1900, 1950 en 2000
3.2
RUIMTELIJKE ANALYSE VAN HET GEBIED
Zoals in paragraaf 3.1 is omschreven bevindt het plangebied zich in de wijk Kalsdonk, die is ontstaan uit het buurtschap met dezelfde naam. Ter plaatse van het plangebied bevond zich nog een oude landweg richting Oudenbosch, maar deze is inmiddels verdwenen. Door de aanleg van de spoorlijn in de 19e eeuw ontstond er wat industrie in het gebied, zoals enkele fabrieken. Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 15
De wijk is gebouwd vanuit de ‘wijkgedachte’. De wijkgedachte is het belangrijkste sociaalmaatschappelijke concept op basis waarvan naoorlogse wijken tot stand zijn gekomen. De wijkgedachte is niet gekoppeld aan één bepaalde stedenbouwkundige/architectonische stroming. Principe van de 'wijkgedachte' is de wijk als sociaal samenhangend collectief. De klassieke tekst als pleidooi voor de wijkgedachte is 'De stad der toekomst, de toekomst der stad' (1946). Daarin is de wijkgedachte de 'oplossing' tegen 'de verschrikkingen van de grote stad'. Die stond gelijk aan vervlakking en vervreemding. Het schrikbeeld was dat van de ontwortelde, anonieme massamens. De wijk moest daarom een 'territoriale gemeenschap' vormen, waarin mensen werkelijk samen leefden. Een ideaal gebouwde wijk zou een bewoner eigenlijk zijn hele leven niet meer hoeven te verlaten, behalve voor zijn werk. Bewoners moesten in hun wijk alles aan voorzieningen en menselijke contacten aantreffen waaraan behoefte werd gevoeld. De schaal mocht niet groter zijn dan om er 'bedaard met een kinderwagen te kunnen wandelen'. Elke wijk moest verschillende woningtypen hebben voor de diverse sociale klassen en leeftijdsgroepen. Ook moest elke wijk een volledig voorzieningenpakket bieden (winkelcentrum, kleine bedrijfsruimten, wijkhuis, horeca, recreatieve voorzieningen, scholen, kerken, etc.).
In rooms-katholieke streken is de parochiegedachte de katholieke variant op de wijkgedachte en daarbij speelde de centrale ligging en plaats van de (parochie)kerk een belangrijke rol. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving kende aan de architectuur en stedenbouw een belangrijke rol toe in de ontwikkeling van de maatschappij. Door het bouwen van een nieuwe sociale orde zou het individu weer zijn plaats kunnen herkennen in de gemeenschap, die hij in de moderne stad was kwijtgeraakt. Een hechte sociale structuur stond voor ogen door een mix van woningtypen voor uiteenlopende gezinssamenstellingen en met een open bouwblokstructuur en gemeenschappelijk groen voor optimale beleving van de openbare ruimte.
3.2.1
Stedenbouwkundige analyse
Het plangebied ligt aan de Philipslaan. De Philipslaan heeft als centrale as een bijzondere betekenis voor de wijk als ruimtelijke en functionele spil van het gebied. Morfologisch ligt dit gebied in het centrum van Kalsdonk. Ook de schaal van de gebouwen sluit daarop aan, maar door het ontstaan van de wijk is die centrale plek functioneel nog niet helemaal uitgekristalliseerd.
3.2.2
Verkeer en infrastructuur
Samen met enkele andere grote wegen, zoals de Parklaan en de Bredaseweg, vormt de Philipslaan de belangrijkste routes door het gebied. Vanaf het plangebied zijn deze twee straten dan ook bereikbaar via de Philipslaan, waardoor bestemmingsverkeer voor het plangebied snel de aansluiting vindt met de hoofdinfrastructuur van de wijk. Vanwege de geometrische ligging van de noordzuid-straten heeft de Philipslaan als één van de weinige straten nog wel wat lange zichtlijnen.
3.2.3
Groen, water en ecologie
Kalsdonk als geheel kent veel boombeplanting langs de wegen en dat is ook zichtbaar in de Philipslaan nabij het plangebied. Het is echter wel zo dat er weinig verbinding is tussen de verschillende delen, waardoor er geen sprake is van een goede hoofdgroenstructuur. In de wijk is weinig water aanwezig, waardoor er ook weinig ruimte is voor ecologie en ecologisch beheer. Dit is ook terug te zien in het plangebied, waarbij verharding en groenstroken (al dan niet met bomen) elkaar afwisselen.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 16
Figuren 6 en 7: Grasveld aan de oostzijde van de Philipslaan en zuidzijde bestaand gebouw (bron: Cyclomedia)
3.3
FUNCTIONELE ANALYSE VAN HET GEBIED
3.3.1
Functionele hoofdstructuur
Als wijk geldt Kalsdonk als een gemengd gebied waarbij verschillende functies elkaar afwisselen. Op de plek van het plangebied is dat nu ook nog zichtbaar met de aanwezigheid van een oud supermarktpand. Deze wordt echter gesloopt in het kader van de ontwikkeling van woningen. De supermarkt is verplaatst naar de kruising Philipslaan en Hellemonsstraat, waardoor bedrijvigheid niet geheel is verdwenen uit de omgeving van het plangebied. Aan de Voltastraat is ook nog voldoende bedrijvigheid te vinden. Het gemengde karakter van Kalsdonk is daardoor goed zichtbaar rondom het plangebied. Direct ten oosten van het plangebied, tussen de Philipslaan en de Lorentzstraat, is een grasveld aanwezig, wat voor een rustplek zorgt tussen de bebouwde omgeving en ook bijdraagt aan de eerder genoemde zichtlijnen van het de Philipslaan.
Figuur 8: uitzicht Philipslaan op het noorden (bron: Cyclomedia)
3.3.2
Wonen
In de stad is wonen een belangrijke functie. De woonfunctie levert een aanzienlijke bijdrage aan de levendigheid en de leefbaarheid van een stad. Door het verdwijnen van detailhandel op de locatie van Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 17
het plangebied komt ruimte vrij voor het creëren van meer woonruimte. Het plangebied was daar ook al voor aangewezen met een wijzigingsbevoegdheid, maar dan met een maximum van 15 woningen. Nu worden 21 woningen gerealiseerd. Vanwege het segment van deze woningen, huurwoningen van het middeldure segment, wordt een kwalitatieve impuls gegeven aan het woningenaanbod in Roosendaal, wat de doorstroming bevordert.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 18
4.0
ONDERZOEKEN
4.1
BEDRIJVEN- EN MILIEUZONERING
Toetsingskader Milieuzonering is het voldoende afstand houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Milieuzonering beperkt zich in het algemeen tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. Voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven wordt gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (VNG, uitgave 2009). Richtafstanden In de VNG-publicatie is een richtafstandenlijst opgenomen in relatie tot het omgevingstype rustige woonwijk. In deze lijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes milieucategorieën. Voor elke categorie is aangegeven welke afstand tot de woonbebouwing ‘passend’ is. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de bestemming die milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn indicatief en er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied De richtafstanden zijn afgestemd op een omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of rustig buitengebied.
Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Binnen een gemengd gebied is sprake van matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In een gemengd gebied mogen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.
Beoordeling Door de OMWB is onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Woningen zijn op basis van de VNG-publicatie gevoelige functies. Om die reden moet worden beoordeeld of het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen aanvaardbaar is en in hoeverre omliggende bedrijven of voorzieningen door het plan worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Het plan voorziet niet in het realiseren van milieubelastende activiteiten als bedoeld in de VNG-publicatie. Gevoelige functies in de omgeving van het plangebied worden daarom niet negatief beïnvloed door de ontwikkelingen die met het plan mogelijk worden gemaakt. Omgevingstype De beoogde woningen in het plangebied maken deel uit van een rustige woonwijk, omdat de woonfunctie in het gebied dominant aanwezig is. Voor de toetsing van het plangebied is daarom uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Toetsing richtafstanden In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende milieubelastende functies aanwezig dan wel planologisch mogelijk: Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 19
• • • • •
Gastelseweg 26c t/m w, bestemming ‘Bedrijf-1’ (deels garages), op circa 80 meter afstand; Philipslaan 82, bestemming ‘Detailhandel’ (supermarkt), op circa 80 meter afstand; Voltastraat 9, bestemming ‘Detailhandel’ (slagerij), op circa 70 meter afstand; Voltastraat 9a, bestemming ‘Maatschappelijk’, op circa 90 meter afstand; Voltastraat 16, bestemming ‘Gemengd – 3’, op circa 80 meter afstand.
Voor alle genoemde bestemmingen geldt dat deze bestemmingen functies mogelijk maken die in milieucategorie 1 of 2 vallen. Er is daarom maximaal sprake van een richtafstand van 30 meter in een rustige woonwijk. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Bovendien zijn op kortere afstand van de bedrijven en voorzieningen al woningen aanwezig, die bepalend zijn voor de milieuruimte van deze bedrijven en voorzieningen. Ook daardoor zullen de beoogde woningen in het plangebied niet beperkend werken voor de bedrijven en voorzieningen in de omgeving.
Conclusie Het plangebied ligt in een rustige woonwijk. Met de planvorming worden woningen mogelijk gemaakt. Dit is geen milieubelastende functie. In de omgeving van het plangebied liggen enkele bestemmingen waar (lichte) milieubelastende functies planologisch mogelijk zijn. Aan de richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Om die reden kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen worden gegarandeerd en worden aanwezige voorzieningen of bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering gelden er geen belemmeringen voor de planvorming.
4.2
LUCHTKWALITEIT
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht vastgelegd. Deze grenswaarden moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan in acht worden genomen. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) het meest kritisch ten opzichte van de grenswaarden. Kleine projecten en ruimtelijke plannen, die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Dit is geregeld in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijbehorende ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Een plan draagt in niet betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit als het: • een effect heeft van minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) of fijn stof (PM10), of • in een categorie valt die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en maximaal 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
In het Besluit gevoelige bestemmingen is bepaald dat gevoelige bestemmingen niet mogen worden gerealiseerd binnen een zone van 300 meter langs rijkswegen en binnen een zone van 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg, indien in een dergelijke zone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Het gaat om gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd of in gebruik zijn ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen, kinderopvang, verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 20
Beoordeling Door de OMWB is onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 21 woningen mogelijk. Gezien de beperkte omvang draagt het plan niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling behoort rechtstreeks tot een categorie, die is opgenomen in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. In onderstaande tabel staan de concentraties in de nabijheid van het plangebied. Jaar
Hoogste concentraties geraadpleegde rekenpunten* Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5) 2020 15,6 μg/m3 15,5 μg/m3 8,5 μg/m3 3 3 2030 11,6 μg/m 13,7 μg/m 7,1 μg/m3 Grenswaarden 40 μg/m3 40 μg/m3 25 μg/m3 * Rekenpunt 3656 op Philipslaan 63, monitoringsronde 2021 Uit de monitoringstool volgt dat ter plaatse van het plangebied zowel in 2020 als in 2030 ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Woningen worden niet gerekend tot de gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen. Om die reden gelden vanuit dit besluit geen nadere aandachtspunten.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.3
EXTERNE VEILIGHEID
Inleiding Externe veiligheid gaat over de risico’s voor de omgeving door opslag, productie en transport van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden bij ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld aan de hand van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht het bevoegde gezag vanwege het plaatsgebonden risico bepaalde afstanden aan te houden tussen (beperk) kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven. In het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Voor het groepsrisico geeft het Bevi een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is een (berekende) afstand vanaf een risicobron, waarbinnen de kans om te overlijden vanwege een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand (de plaatsgebonden risicocontour) mogen geen kwetsbare objecten zoals woningen aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Voor kwetsbare objecten is het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar (PR 10-6) een grenswaarde die niet mag worden overschreden. Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 21
Groepsrisico Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Als het plangebied binnen het invloedsgebied van een risicobron ligt is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Over twee aspecten van die verantwoording, de mogelijkheden voor rampenbestrijding en de zelfredzaamheid van de bevolking, wordt de Veiligheidsregio om advies gevraagd.
Toetsingskader Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht het bevoegde gezag vanwege het plaatsgebonden risico bepaalde afstanden aan te houden tussen (beperk) kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven. In het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Voor het groepsrisico geeft het Bevi een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht. Besluit externe veiligheid transportroutes In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater opgenomen. Er is een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over snelwegen, hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). In de Regeling basisnet staan per trajectdeel vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Binnen deze afstanden zijn kwetsbare objecten niet toegestaan. Ook is per trajectdeel aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied: een zone van 30 m naast de infrastructuur, waarin aanvullende bouweisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Bij ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen, is een verantwoording van het groepsrisico nodig.
Deze verantwoording heeft in elk geval betrekking op de mogelijkheden voor rampenbestrijding en de zelfredzaamheid van de bevolking. Indien het plan binnen 200 meter van een transportroute ligt, moeten ook andere elementen in de verantwoording worden meegenomen. Het gaat daarbij om een berekening van de hoogte van het groepsrisico en het betrekken van mogelijke ruimtelijke maatregelen in het besluit. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen opgenomen. De normstelling ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Daarnaast hebben buisleidingen waarop het Bevb van toepassing is een belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt 4 of 5 meter van 4 of 5 meter aan weerzijden van de buisleiding, afhankelijk van de druk in de leiding. Gemeentelijke kaders De gemeente Roosendaal beschikt over een standaard verantwoording als hulpmiddel voor het opstellen van de paragraaf ‘externe veiligheid’ in ruimtelijke plannen.2 De standaard verantwoording geeft een beschrijving van de scenario’s en de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid van de bevolking en gaat op globale wijze in op het groepsrisico.
De Veiligheidsregio heeft een standaard advies opgesteld, dat is afgestemd op de standaard verantwoording van de gemeente.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 22
Beoordeling Door de OMWB is onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Met het plan worden maximaal 21 woningen mogelijk gemaakt. Woningen zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen aangemerkt als kwetsbare objecten. Binnen het plangebied worden geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt die leiden tot externe veiligheidsrisico's binnen of buiten het plangebied. Met behulp van de risicokaart en EV-signaleringskaart is daarom nagegaan welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Hierna worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Inrichtingen Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10 -6) of invloedsgebied van een risicovolle inrichting. Transportroutes Ten noorden van het plangebied is de spoorlijn Roosendaal-Breda gelegen op circa 490 meter afstand. Over dit spoor vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6 contour reikt niet tot het plangebied. Het plangebied ligt buiten de zone van 200 meter van het spoor, waardoor een berekening van het groepsrisico niet aan de orde is. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van een toxisch scenario. Ten zuidoosten van het plangebied ligt op circa 750 meter de Rijksweg A58. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
De afstand is voldoende om buiten de reikwijdte te vallen van een incident met brandbare vloeistoffen of gassen. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van een toxisch scenario. Vanwege een eventueel toxisch incident op de spoorlijn of A58 wordt getoetst aan artikel 7 van het Bevt. Toxisch scenario In dit scenario komt een wolk met toxische stoffen vrij die zich verspreidt in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen. Zelfredzaamheid Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw.
Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt, hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten.
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 23
De Veiligheidsregio adviseert daarnaast in het algemeen om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risicocommunicatie. Bestrijdbaarheid Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Volstaan kan worden met het standaard advies van de Veiligheidsregio. Deze is opgenomen in het rapport van de OMWB.
Buisleiding Het plangebied ligt niet binnen een PR10-6 contour, een invloedsgebied of een belemmeringenstrook van buisleidingen. Vanuit buisleidingen gelden er derhalve geen belemmeringen voor de planvorming.
Conclusie Vanuit externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan. In het plangebied wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van een spoorlijn en A58 ligt, is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld waarbij de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn afgewogen. Hiervoor wordt verwezen naar de standaard verantwoording groepsrisico van de gemeente in de bijlage. Het standaard advies van de Veiligheidsregio maakt als bijlage onderdeel uit van de standaard verantwoording.
4.4
GELUID
Toetsingskader De Wet geluidhinder beschermt woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen tegen wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. De grenswaarden van deze wet gelden binnen wettelijk vastgestelde zones langs wegen en spoorwegen en binnen zones rond gezoneerde industrieterreinen. Voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone moet akoestisch onderzoek worden gedaan. De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en 30 km/u-wegen. Omdat langs deze wegen geen zones gelden is een akoestisch onderzoek volgens de Wet geluidhinder niet verplicht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet echter ook voor deze wegen aannemelijk worden gemaakt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Beoordeling
Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 24
De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van nieuwe woningen. Woningen zijn geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in de Wet geluidhinder. Spoorweglawaai Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van het spoor. Middels een akoestisch onderzoek, dat is opgenomen in de bijlage, is de geluidbelasting berekend. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat binnen het plangebied vanwege het spoorwegverkeer op de spoorlijn Roosendaal – Breda een geluidbelasting van ten hoogste 48 dB Lden wordt berekend. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB L den wordt daarmee niet overschreden. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een onderzoekszone van een gezoneerde weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting van de omliggende 30 km/uur-wegen wel in beeld gebracht. Op het zuidelijke deel van het perceel is de geluidbelasting op alle beoordelingshoogtes hoger dan 53 dB Lden. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB L den. Met een vereiste minimale geluidwerking van 20 dB is het niet zeker dat het binnenniveau minder dan 33 dB bedraagt (zoals als uitgangspunt wordt genomen in het Bouwbesluit). Om binnen de woningen een goed woonen leefklimaat te bewerkstelligen, wordt geadviseerd de gevelwering van de woningen af te stemmen op een binnenniveau van 33 dB of minder, uitgaande van de gecumuleerde geluidbelasting.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Aangezien geen van de wegen onder de Wet geluidhinder vallen en de maximale geluidbelasting van de spoorweg minder dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB bedraagt, is het niet nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Wel is er sprake van een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 58 dB Lden ten gevolge van de niet-gezoneerde wegen op de te realiseren woningen. De gevelwering wordt afgestemd op een binnenniveau van 33 dB of minder.
4.5
BODEM
Toetsingskader In het kader van het bestemmingsplan en het wijzigingsplan moet worden bepaald of de milieuhygiënische bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functies. Uit het Besluit ruimtelijke ordening volgt dat er in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Een eventuele bodemverontreiniging kan namelijk gevolgen hebben voor de beoogde functies of de financiële haalbaarheid van het plan. De Wet bodembescherming stelt regels voor bescherming van de bodem en sanering van verontreinigde bodem.
Beoordeling Door Geofoxx is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele milieu hygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Het rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is met kwik. De overige parameters zijn niet verhoogde aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de ondergrond is maximaal een licht verhoogde gehalte polychloorbifenyl Stantec | 20220220 Ontwerp Bestemmingsplan Philipslaan 63 te Roosendaal 25
(PCB) aangetoond. De overige parameters zijn niet verhoogde aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Bij hergebruik van de grond dient men rekening te houden met verhoogde gehalten aan PFAS (de grond is indicatief beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘wonen/industrie’ op basis van PFAS). In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond.