2. Financiële begroting 2027
Tekst van het document
Financiële begroting 2027 2 Inhoudsopgave Financieel perspectief ...........................................................................................................................3 Inleiding ..............................................................................................................................................3 1. Financiële uitgangspositie ..............................................................................................................4 2. Septembercirculaire .......................................................................................................................4 3. Investeringen ..................................................................................................................................4 4. Bijsturen binnen bestaand beleid ...................................................................................................5 5. Prioriteren en temporiseren van ambities .......................................................................................6 6. Inkomsten verhogen .......................................................................................................................7 7.
Regulier en structureel begrotingssaldo .........................................................................................7 Risico's en onzekerheden ..................................................................................................................8 Tot slot ................................................................................................................................................8 Financiële begroting .............................................................................................................................9 1. Overzicht lasten en baten met toelichting per programma .............................................................9 2. Totaal overzicht lasten en baten begroting 2027 .........................................................................34 3. Uiteenzetting financiële positie .....................................................................................................35 4. Overzicht incidentele baten en lasten per programma ..................................................................41 5.
Investeringsplan ............................................................................................................................44 Overzicht BBV wetgeving ...................................................................................................................53 BBV Indicatoren ...............................................................................................................................53 Overzicht indicatoren BBV onderdeel bedrijfsvoering ......................................................................53 Overzicht wettelijke taakvelden ........................................................................................................54 Financieel perspectief Inleiding Voor u ligt de financiële begroting 2027-2030. Deze begroting vertaalt de ambities uit het Coalitieakkoord en Collegeprogramma naar concrete financiële keuzes en laat zien hoe wij blijven investeren in de toekomst van Roosendaal binnen een financieel verantwoord kader. Roosendaal staat voor grote maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven. We werken aan leefbare en veilige wijken, voldoende woningen, bestaanszekerheid, economische ontwikkeling en sterke voorzieningen. Met het Nationaal Programma Roosendaal en het Masterplan Roosendaal verbinden we deze opgaven in een samenhangende aanpak.
In de Aanbiedingsnota bij de Programmabegroting 2027 is inzicht gegeven in de beschikbare financiële ruimte voor nieuw beleid, het opvangen van risico's en de ontwikkeling van het meerjarig begrotingssaldo. In dit financieel perspectief werken wij dit nader uit. We laten zien hoe de financiële opgave is ontstaan, welke keuzes zijn gemaakt en welke maatregelen zijn genomen. Onderstaande tabel geeft het financiële totaalbeeld voor de periode 2027-2030. Hierin is stapsgewijs inzichtelijk gemaakt hoe het begrotingssaldo zich ontwikkelt: van de financiële uitgangspositie en de Septembercirculaire, via investeringen en maatregelen binnen bestaand beleid, naar het prioriteren van ambities en het versterken van de inkomsten. Daarbij is de volgorde gevolgd zoals vastgelegd in de begrotingsspelregels uit het Coalitieakkoord. Zo wordt zichtbaar hoe wij financiële middelen gericht inzetten om de bestuurlijke ambities te realiseren en tegelijkertijd de financiële positie van de gemeente beheersbaar te houden.
Financieel beeld (* € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | No Uitgangspunt begroting | -965 | -6.221 | -7.842 | -10.173 Doorwerking Bestuursrapportage | -5.448 | -5.552 | -5.563 | -5.584 Autonome ontwikkelingen | -874 | -472 | -69 | -69 Saldo financiële uitgangspositie | -7.287 | -12.245 | -13.474 | -15.826 | 1 Ontwikkeling gemeentefonds | 1.594 | 1.301 | 1.806 | 2.005 Oormerkingen binnen het gemeentefonds | -582 | -355 | -364 | -375 Saldo Septembercirculaire | 1.012 | 946 | 1.442 | 1.630 | 2 Saldo na Septembercirculaire en oormerkingen | -6.275 | -11.299 | -12.032 | -14.196 Te realiseren ambities | -7.041 | -9.320 | -10.858 | -10.604 Investeren Van Zorg naar Welzijn | -4.500 | -3.550 | -3.150 | -3.150 Saldo investeringen | -11.541 | -12.870 | -14.008 | -13.754 | 3 Saldo na investeringen | -17.816 | -24.169 | -26.040 | -27.950 Effectiever inzetten van middelen en capaciteit | 7.434 | 5.604 | 5.649 | 4.133 Effecten Van Zorg naar Welzijn | 4.747 | 6.823 | 7.148 | 7.348 Saldo bijsturen binnen bestaand beleid | 12.181 | 12.427 | 12.797 | 11.481 | 4 Prioriteren en temporiseren van ambities | 1.798 | 960 | 1.159 | 1.159 Saldo prioriteren en temporiseren van ambities | 1.798 | 960 | 1.159 | 1.159 | 5 Saldo voor inkomsten verhogen | -3.837 | -10.782 | -12.084 | -15.310 Inkomsten verhogen | 7.754 | 9.917 | 10.485 | 11.064 | 6 Saldo inkomsten verhogen | 7.754 | 9.917 | 10.485 | 11.064
Regulier begrotingssaldo | 3.917 | -866 | -1.598 | -4.245 | 7 Saldo incidentele baten en lasten | -3.045 | -1.561 | -428 | -746 Structureel begrotingssaldo | 872 | -2.427 | -2.026 | -4.991 3 4 1. Financiële uitgangspositie De financiële uitgangspositie is in de afgelopen periode onder druk komen te staan. Deze ontwikkeling wordt met name veroorzaakt door de doorwerking van de uitkomsten van de eerste Bestuursrapportage 2026 en diverse autonome ontwikkelingen. De rapportage bevat de meest recente financiële doorrekeningen van de structurele effecten uit de jaarrekening 2025, de meicirculaire 2026, ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de prijs-, loon- en renteontwikkelingen. Daarnaast zijn verschillende structurele budgetten aangepast aan de financiële realiteit. Per saldo verslechtert hierdoor het meerjarige begrotingssaldo aanzienlijk. De uitgangspositie voor 2027 is € 7,3 miljoen negatief, dit loopt op naar € 15,8 miljoen negatief in 2030. 2. Septembercirculaire De financiële positie van de gemeente wordt in belangrijke mate beïnvloed door de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. De effecten van de Meicirculaire 2026 zijn al verwerkt in de uitgangspunten voor de begroting 2027. De Septembercirculaire 2026 heeft per saldo een positief effect op het financiële beeld van de gemeente. Voor 2027 bedraagt dit afgerond € 1 miljoen.
Na verwerking van de mutaties in de algemene uitkering, inclusief de daarmee samenhangende oormerkingen, resteert een tekort van € 6,3 miljoen in 2027, oplopend tot € 14,2 miljoen in 2030. Daarmee blijft sprake van een substantiële financiële opgave. Een sluitende begroting vraagt daarom om aanvullende keuzes en maatregelen. Een deel van de ontvangen middelen heeft een specifiek doel en is daarom geoormerkt. Dit betreft onder andere middelen voor de uitvoeringskosten van de Wet versterking regie volkshuisvesting en middelen voor de versterking van de openbare bibliotheekvoorzieningen. Deze middelen zijn door het Rijk beschikbaar gesteld voor deze specifieke taken en kunnen daardoor niet vrij worden ingezet voor andere doeleinden. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is daarnaast rekening gehouden met onzekerheden in toekomstige rijksbijdragen. Daarom zijn voor verschillende ontwikkelingen – in lijn met de adviezen van de VNG - stelposten opgenomen. Voor het BTW-compensatiefonds (BCF) is vanaf 2027 uitgegaan van de verwachte ruimte onder het BCF-plafond. Omdat deze ruimte hoger wordt ingeschat dan eerder geraamd, heeft dit een positief effect op de meerjarenbegroting. Daarnaast zijn stelposten opgenomen voor middelen waarvan verwacht wordt dat deze ook in de toekomst beschikbaar blijven, maar waarvan de definitieve omvang of verdeling nog niet vaststaat.
Het betreft onder meer de regeling CDOKE (duurzaamheid) van € 2,6 miljoen vanaf 2028, een stelpost Jeugd van € 1,0 miljoen vanaf 2028, een stelpost Wmo van € 5,0 miljoen vanaf 2029 en een stelpost voor de herijking van het gemeentefonds van € 1,2 miljoen vanaf 2029. Hiermee zijn de verwachte ontwikkelingen en onzekerheden binnen het gemeentefonds op een verantwoorde wijze verwerkt in de meerjarenraming. Bij toekomstige circulaires zal worden beoordeeld in hoeverre de opgenomen stelposten kunnen worden vervangen door definitieve bedragen. 3. Investeringen Ondanks de financiële opgave kiezen we ervoor om gericht te blijven investeren. Alleen financieel bijsturen brengt Roosendaal niet verder. Door nu te investeren voorkomen we hogere maatschappelijke kosten in de toekomst, kunnen we onze ambities waarmaken en benutten we beschikbare subsidies en externe bijdragen optimaal. Niet investeren leidt niet tot lagere kosten, maar tot het doorschuiven van problemen en financiële lasten naar de toekomst. Deze investeringen bedragen € 11,5 miljoen in 2027 en lopen op tot € 13,8 miljoen in 2030. Hiervan heeft in 2027 € 7,0 miljoen betrekking op te realiseren ambities en betreft € 4,5 miljoen investeren Van Zorg naar Welzijn. 5 Te realiseren ambities We maken middelen vrij voor de uitvoering van onze ambities, waaronder het Masterplan Roosendaal en Nationaal Programma Roosendaal.
Het realiseren van het Masterplan Roosendaal en het Nationaal Programma Roosendaal vraagt capaciteit voor onder andere gebiedsontwikkeling, juridisch advies, planeconomie, programmasturing en projectuitvoering. Zonder die uitvoeringskracht blijven ambities plannen op papier. Het hiervoor aanvankelijk gereserveerde budget bedroeg € 5 miljoen. Bij de verdere uitwerking van de begroting is dit bedrag neerwaarts bijgesteld (zie verderop onder Effectiever inzetten van middelen en capaciteit). Voor het Masterplan Roosendaal trekken we daarnaast incidenteel onderzoeksbudget uit van drie keer € 1,5 miljoen. Investeren Van Zorg naar Welzijn Binnen het sociaal domein zetten we in op de beweging Van Zorg naar Welzijn en van individuele naar collectieve ondersteuning (€ 1,2 miljoen oplopend naar € 1,5 miljoen). Door eerder en dichter bij inwoners ondersteuning te bieden, voorkomen we waar mogelijk zwaardere zorg en houden we de beschikbare zorg toegankelijk voor inwoners die deze het hardste nodig hebben. Deze lijn sluit aan bij het Coalitieakkoord, waarin preventie, datagedreven werken, sterke lokale teams en voorzieningen in wijken en dorpen centraal staan. Zie voor het financiële effect op niet-vrij toegankelijke zorg verderop Effecten Van Zorg naar Welzijn.
Daarnaast zorgen we voor een gefaseerde en getrapte terugloop in het aantal jeugdprofessionals, in balans met de investeringen in welzijn. In eerdere begrotingen is het budget voor jeugdprofessionals verlaagd, waardoor het verschil in begroting tussen 2026 en 2027 € 1,7 miljoen is. Een structurele verlaging van deze omvang is op korte termijn niet realistisch. Daarom wordt in 2027 uitgegaan van een besparing van € 1,3 miljoen, die gefaseerd oploopt naar € 0,4 miljoen structureel per jaar. Dit komt overeen met een jaarlijkse afname van circa 10% van de inzet. In de vorige bestuursperiode is gekozen om extra te investeren in bestaanszekerheid. Dit budget liep tot en met 2026. We hebben in lijn met het verzoek van de raad een evaluatie in gang gezet om het effect van deze intensivering in beeld te brengen. Om duidelijkheid te geven aan onze partners trekken we het budget door naar 2027 (€ 750.000). Saldo na investeringen Met deze investeringen bedraagt de totale financiële opgave € 17,8 miljoen in 2027. Deze loopt op tot € 27,9 miljoen in 2030. Deze investeringen vragen dat we ook keuzes maken om middelen in te zetten daar waar ze het grootste effect hebben. Die hebben we gemaakt in lijn met de afspraken in het Coalitieakkoord: we sturen bij binnen bestaand beleid (budgetdiscipline), prioriteren of temporiseren ambities met beperktere maatschappelijke of financiële opbrengst.
We zetten inkomstenmaatregelen in en hierbij proberen we het Masterplan Roosendaal en Nationaal Programma Roosendaal-projecten te ontzien. 4. Bijsturen binnen bestaand beleid Om deze opgave op te vangen, is de bestaande begroting kritisch doorgenomen. Daarbij hebben we gekeken naar de realiteit van ramingen, de inzet van beschikbare budgetten en de manier waarop wij onze werkzaamheden organiseren. De maatregelen bestaan uit een drietal onderdelen: Effectiever inzetten van middelen en capaciteit Om te komen tot een sluitende begroting zijn zowel de bestaande budgetten als de organisatie kritisch tegen het licht gehouden. In het kader van realistisch begroten zijn budgetten beoordeeld op basis van actuele realisatiecijfers, verwachte ontwikkelingen en beleidsmatige noodzaak. Budgetten die structureel niet of slechts gedeeltelijk worden benut, zijn aangepast aan het feitelijke uitgavenpatroon, waardoor de ramingen beter aansluiten op de praktijk zonder dat sprake is van een inhoudelijke heroverweging van bestaand beleid. Daarnaast is gekeken naar de inrichting van werkzaamheden, de benodigde personele capaciteit, de inzet van externe ondersteuning en de doelmatige aanwending van beschikbare middelen.
Het uitgangspunt daarbij is dat de organisatie in omvang en uitvoering aansluit bij de beschikbare financiële ruimte en dat capaciteit en budgetten zoveel mogelijk worden ingezet op de bestuurlijke prioriteiten. Hiermee is de (personele) investering vanuit de brede ambities (hierboven genoemd) naar beneden bijgesteld, zodat deze netto uitkomt op € 2 miljoen investering. 6 Vervolgens ramen we diverse werkbudgetten nog scherper. Budgetten die de afgelopen jaren niet volledig werden benut, zijn vanuit begrotingsdiscipline gekort. We begroten realistischer en budgetteren scherper, zonder het beleid op deze onderdelen te versoberen. Denk hierbij aan het budget voor Onderwijsachterstandenbeleid en openbare ruimte. Op toeristenbelasting en opvang van Oekraïners ontvingen we afgelopen jaren juist meer dan in de begroting 2027 al was opgenomen. Deze bedragen hebben we verhoogd. We vinden dekking voor het incidentele onderzoeksbudget voor het Masterplan Roosendaal binnen de bestemmingsreserve Investeringsfonds, waardoor deze incidentele lasten niet ten laste komen van het begrotingssaldo. Bij al deze maatregelen blijft het uitgangspunt dat de kwaliteit van de dienstverlening en de openbare ruimte behouden blijft. Totaal leveren deze maatregelen een financieel voordeel op van € 7,4 miljoen in 2027.
Effecten Van Zorg naar Welzijn Binnen het sociaal domein zetten we in op preventie, zorginnovatie en collectieve oplossingen. Door de beweging Van Zorg naar Welzijn en van individuele naar collectieve ondersteuning willen we inwoners eerder passende ondersteuning bieden en tegelijkertijd de groei van de zorguitgaven beheersen. Door – als hierboven genoemd - te investeren in het welzijn van onze inwoners die dit het hardste nodig hebben en door maatregelen te treffen om zorggebruik te verlagen, besparen we op individuele zorg en voorzieningen. Voor 2027 is een besparing van € 4,7 miljoen opgenomen. Deze loopt op tot € 7,3 miljoen in 2030. Hiervan heeft € 2,8 miljoen betrekking op Jeugdhulp. Dit betreft onder andere het terugdringen van hoogcomplexe zorg, het voorkomen van scheidingsproblematiek binnen jeugdhulp en het verplaatsen van bekostiging van licht-verstandelijke beperkingen naar de Wet Langdurige zorg (geen taak gemeente). De overige besparingen zijn € 0,8 miljoen binnen Wmo (begeleiding) en € 0,7 miljoen betreft Werk & Inkomen. Deze besparingen vragen aanpassingen in werkwijzen en nauwe samenwerking met maatschappelijke partners, zorgaanbieders en inwoners. Saldo bijsturen binnen bestaand beleid De maatregelen binnen het bestaande beleid leveren een belangrijke bijdrage aan het herstel van het begrotingsevenwicht.
Door budgetten realistischer te ramen, bestaande middelen te herijken en binnen de huidige beleidskaders efficiënter te werken, wordt een financieel effect gerealiseerd van in totaal € 12,1 miljoen in 2027, oplopend tot een structureel effect van € 11,4 miljoen in 2030. 5. Prioriteren en temporiseren van ambities De financiële opgave vraagt om het maken van keuzes. Niet alle ambities kunnen binnen de beschikbare financiële middelen en organisatiecapaciteit gelijktijdig worden gerealiseerd. Daarom zijn voorstellen beoordeeld op hun bijdrage aan de maatschappelijke en bestuurlijke doelstellingen van Roosendaal, de urgentie van de opgave, de uitvoerbaarheid en de samenhang met de uitgangspunten uit het Coalitieakkoord. Dit betekent dat op onderdelen ambities worden getemporiseerd, versoberd of beëindigd. Daarbij is er bewust voor gekozen om de investeringen die bijdragen aan de uitvoering van het Nationaal Programma Roosendaal en het Masterplan Roosendaal zoveel mogelijk te ontzien. Hierdoor blijft ruimte beschikbaar voor de opgaven die essentieel zijn voor de toekomstbestendigheid van de gemeente. Het financiële effect van het prioriteren en temporiseren van ambities bedraagt per saldo € 1,8 miljoen in 2027.
Deze besparing wordt onder andere gerealiseerd door het afronden van het programma Betrouwbare en Gastvrije Gemeente (vorige bestuursperiode), het opnemen van een taakstelling op gemeentelijk vastgoed en het beëindigen van de jaarlijkse compensatie van de exploitatietekorten binnen parkeerbeheer. Met deze keuzes wordt financiële ruimte gecreëerd voor de hoogste prioriteiten uit het Coalitieakkoord, terwijl tegelijkertijd wordt bijgedragen aan een financieel houdbare meerjarenbegroting. 7 Saldo voor inkomsten verhogen De maatregelen zijn onvoldoende om de begroting in 2027 sluitend te krijgen. Na verwerking van deze maatregelen resteert een tekort van € 3,8 miljoen in 2027, oplopend tot € 15,3 miljoen in 2030. Daarom zijn aanvullende inkomstenmaatregelen opgenomen om te komen tot een sluitende begroting in 2027. 6. Inkomsten verhogen De maatregelen aan de uitgavenkant zijn onvoldoende om de begroting sluitend te krijgen én ruimte te behouden voor investeringen in de toekomst van Roosendaal. Daarom zijn ook inkomstenmaatregelen noodzakelijk. Daarbij wordt gekozen voor een evenwichtige verdeling van de lasten over inwoners, ondernemers, bezoekers en gebruikers van gemeentelijke voorzieningen.
De inkomstenmaatregelen bestaan uit een verhoging van de toeristenbelasting van € 1,58 naar € 3,50 per persoon per overnachting, een verhoging van de parkeertarieven met € 0,20 bovenop de reguliere indexatie. Daarnaast worden diverse vergunningen, abonnementen en gebruikstarieven geactualiseerd zodat deze beter aansluiten bij de werkelijke kosten. Hiermee wordt de parkeerexploitatie meer kostendekkend en neemt de gemeentelijke bijdrage af. Om het financiële evenwicht van de gemeente structureel te herstellen en tegelijkertijd ruimte te behouden voor investeringen in de stad, wordt het OZB-tarief voor woningen in 2027 verhoogd. Voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 428.000 stijgt de OZB-aanslag van € 341 in 2026 naar € 450 in 2027. Om de lastenstijging voor inwoners zoveel mogelijk te beperken, is niet alleen gekeken naar de OZB, maar naar de totale gemeentelijke woonlasten, bestaande uit de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De stijging van de OZB wordt daarbij deels gecompenseerd door een lagere rioolheffing (- € 44 per jaar). Het tarief afvalstoffenheffing stijgt beperkt met € 4 per jaar. Hierdoor nemen de totale woonlasten voor een gemiddeld huishouden toe met € 69 per jaar (stijging van 6,6%) en € 5,75 per maand. De totale woonlasten stijgen voor een gemiddeld huishouden van € 1.038 in 2026 naar € 1.107 in 2027.
Ook na deze ontwikkeling blijven de woonlasten voor huishoudens in Roosendaal onder het landelijk gemiddelde. Ook eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden en andere gebouwen) leveren een bijdrage aan de investeringsopgave. De OZB-tarieven voor niet-woningen liggen in Roosendaal al jarenlang aanzienlijk onder het landelijk gemiddelde. Met de voorgestelde aanpassing wordt deze afstand verkleind. Voor een bedrijfspand met een WOZ-waarde van € 400.000 stijgt de OZB voor eigenaren van € 832 naar € 1.189 per jaar. Voor gebruikers stijgt de OZB van € 518 naar € 837 per jaar. Ondanks deze verhoging bedragen de tarieven voor niet-woningen in 2027 circa 86% van het landelijk gemiddelde. In de meerjarenbegroting is vanaf 2028 financieel rekening gehouden met een verdere verhoging tot circa 99% van het landelijk gemiddelde van 2026. De aanpassing van de OZB-tarieven maakt onderdeel uit van een breder pakket aan inkomstenmaatregelen dat bijdraagt aan een sluitende begroting. De extra inkomsten bedragen € 7,8 miljoen in 2027 en lopen op tot € 11,1 miljoen in 2030. Hiermee blijft ruimte beschikbaar voor noodzakelijke investeringen en wordt voorkomen dat maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven worden doorgeschoven naar de toekomst.
Tegelijkertijd houden we vast aan het uitgangspunt uit het Coalitieakkoord: de OZB voor woningen, de totale woonlasten en de OZB voor niet-woningen blijven onder het landelijk gemiddelde, waarbij de lasten evenwichtig worden verdeeld over inwoners, ondernemers en bezoekers. 7. Regulier en structureel begrotingssaldo Het resultaat van het begrotingssaldo is na alle hiervoor genomen maatregelen als volgt: Structureel begrotingssaldo (* € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Regulier begrotingssaldo | 3.917 | -866 | -1.598 | -4.245 Saldo incidentele baten en lasten | -3.045 | -1.561 | -428 | -746 Structureel begrotingssaldo | 872 | -2.427 | -2.026 | -4.991 De begroting laat in 2027 een positief regulier begrotingssaldo van € 3,9 miljoen zien. Na correctie voor incidentele baten en lasten resteert een structureel positief begrotingssaldo van € 0,9 miljoen. Daarmee is de begroting voor 2027 sluitend. Voor de jaren daarna blijft sprake van een structureel tekort. Dit bedraagt € 2,4 miljoen in 2028, € 2,0 miljoen in 2029 en loopt op tot € 5,0 miljoen in 2030. Hierdoor is de meerjarenbegroting nog niet over de gehele periode structureel en reëel in evenwicht. Risico's en onzekerheden De begroting kent verschillende onzekerheden die van invloed kunnen zijn op het financiële perspectief van de gemeente.
Daarbij gaat het onder meer om de realisatie van de besparingen binnen de jeugdhulp en de Wmo, ontwikkelingen in lonen, prijzen en rente, de structurele lasten van nieuwe investeringen en de uitvoerbaarheid van de voorgenomen maatregelen. Daarnaast is de gemeente voor de uitvoering van een deel van haar opgaven afhankelijk van maatschappelijke partners en zorgaanbieders. Ook ontwikkelingen in rijksbijdragen en specifieke uitkeringen kunnen het financiële beeld beïnvloeden. Hoewel de begroting voor 2027 sluitend is, blijven vanaf 2028 structurele tekorten aanwezig, waardoor sprake blijft van een meerjarige financiële opgave. De gemeente beschikt momenteel nog over relatief gunstige financieringsvoorwaarden. Nieuwe financiering kan echter leiden tot hogere rentelasten. Daarnaast zijn de besparingen binnen het sociaal domein slechts beperkt beïnvloedbaar, omdat de realisatie mede afhankelijk is van externe ontwikkelingen en samenwerkingspartners. Wanneer ontwikkelingen op deze terreinen ongunstiger uitvallen dan geraamd, kan dit leiden tot aanvullende financiële druk. De brede financiële positie, ook toegelicht onder de kengetallen in Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicomanagement, laat voor 2027 nog steeds een overwegend positief beeld zien.
De meeste ratio’s liggen binnen de signaleringswaarden die door het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) als minst risicovol worden beschouwd. De solvabiliteitsratio is wel een belangrijk aandachtspunt, deze bevindt zich in de meest risicovolle categorie. Daarbij neemt de schuldpositie in de meerjarenraming toe als gevolg van de aanzienlijke investeringsopgave waarvoor de gemeente staat. Meerjarig is de begroting nog niet sluitend. Daarom blijven een realistisch en financieel verantwoord begrotingsbeleid, actief risicomanagement en tijdige bijsturing essentieel. Bij nieuwe investeringsvoorstellen worden de financiële en organisatorische gevolgen integraal afgewogen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de effecten op kapitaallasten, beheer en onderhoud, personele capaciteit, de Algemene reserve en het weerstandsvermogen. Tot slot Met deze begroting kiezen we bewust voor investeren in de toekomst van Roosendaal binnen financieel verantwoorde kaders. De begroting is voor 2027 sluitend. Voor de jaren daarna resteert nog een financiële opgave. Dat vraagt om voortdurende aandacht voor de uitvoering van maatregelen, het beheersen van risico's en het tijdig bijsturen wanneer ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Daarmee leggen we een solide basis voor de uitvoering van het Coalitieakkoord en voor een toekomstbestendig Roosendaal.
Om de financiële positie duurzaam in evenwicht te houden en voldoende ruimte te behouden voor toekomstige investeringen, zijn bij de voorbereiding van de Kadernota 2028 nadere keuzes en vervolgstappen noodzakelijk om de investeringsruimte te behouden en de reservepositie te versterken. 8 Financiële begroting 1. Overzicht lasten en baten met toelichting per programma Verschillenanalyse programma 1 - Dienstverlening & Samenwerken X € 1.000 | Beleidsveld | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | Algemene bestuurlijke zaken | 6.437 | 4.295 | 4.353 | 4.250 | 4.320 | 4.344 Regionale representatie en samenwerking | 888 | 1.140 | 1.095 | 1.122 | 1.149 | 1.149 Dienstverlening en participatie | 4.377 | 4.655 | 3.327 | 3.172 | 3.218 | 3.270 Totaal | 11.703 | 10.090 | 8.776 | 8.543 | 8.687 | 8.763 Baten | Algemene bestuurlijke zaken | 8 Regionale representatie en samenwerking | 162 | 246 | 133 | 139 | 139 | 139 Dienstverlening en participatie | 1.860 | 1.948 | 2.075 | 1.981 | 2.005 | 2.005 Totaal | 2.029 | 2.194 | 2.208 | 2.120 | 2.144 | 2.144 Saldo | -9.673 | -7.896 | -6.568 | -6.423 | -6.544 | -6.619 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026. Afwijkingen van € 100.000 of meer worden toegelicht.
Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Bij de financiële mutaties betekent V een voordeel en N een nadeel voor het begrotingssaldo. De toelichting wordt in tabelvorm weergegeven: • | Toelichting • | Bedrag dat bij dit onderdeel hoort (alle bedragen x € 1000) Verschillenanalyse B102 - Regionale representatie en samenwerking Toelichting baten | Bedrag De individuele afwijkingen die ten grondslag liggen aan het verschil, hebben ieder afzonderlijk een omvang van minder dan €100.000. Deze posten worden daarom niet afzonderlijk toegelicht. Verschillenanalyse B103 - Dienstverlening en participatie Toelichting lasten | Bedrag Inhuur personeel In 2026 is budget beschikbaar gesteld voor de oplossing van tijdelijk personele | 914 V knelpunten. 9 Betrouwbare en Gastvrije Gemeente Het programma Betrouwbare en Gastvrije Gemeente dat de vorige bestuursperiode is opgestart, is afgerond. Met ingang van begroting 2027 worden | 328 V de werkzaamheden in het kader van Betrouwbare en Gastvrije Gemeente ondergebracht binnen de reguliere taken en de reguliere producten in de begroting. Toelichting baten | Bedrag Leges paspoorten Als gevolg van een toename van de af te geven paspoorten zijn de leges | 130 V opbrengsten hoger.
Verschillenanalyse programma 2 - Zorgzaam & Veilig X € 1.000 | Beleidsveld | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | Openbare orde, veiligheid en preventie | 12.892 | 13.580 | 13.718 | 14.105 | 14.577 | 15.169 Leefbare buurten en dorpen | 6.032 | 13.581 | 5.715 | 5.681 | 3.573 | 1.334 Gezondheid en zorg | 34.282 | 35.247 | 34.378 | 34.358 | 34.663 | 34.677 Welzijn | 9.161 | 9.468 | 10.356 | 10.897 | 10.906 | 10.936 Jeugd en jeugdzorg | 57.146 | 57.677 | 49.935 | 47.871 | 47.792 | 47.655 Totaal | 119.513 | 129.553 | 114.101 | 112.912 | 111.511 | 109.771 Baten | Openbare orde, veiligheid en preventie | 426 | 483 | 455 | 181 | 185 | 185 Leefbare buurten en dorpen | 4.336 | 9.076 | 3.708 | 3.708 | 1.722 | 26 Gezondheid en zorg | 3.384 | 2.506 | 2.017 | 2.025 | 2.025 | 2.025 Welzijn | 392 | 316 | 90 | 91 | 92 | 92 Jeugd en jeugdzorg | 15.719 | 14.674 | 8.842 | 8.375 | 8.375 | 8.376 Totaal | 24.257 | 27.055 | 15.112 | 14.380 | 12.399 | 10.703 Saldo | -95.256 | -102.497 | -98.989 | -98.532 | -99.112 | -99.068 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026. Afwijkingen van € 100.000 of meer worden toegelicht. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld.
Bij de financiële mutaties betekent V een voordeel en N een nadeel voor het begrotingssaldo. De toelichting wordt in tabelvorm weergegeven: • | Toelichting • | Bedrag dat bij dit onderdeel hoort (alle bedragen x € 1.000) 10 Verschillenanalyse B201 - Openbare orde, veiligheid en preventie Toelichting lasten | Bedrag Gemeenschappelijke regelingen De begrotingen van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en | 353 N Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn vastgesteld met als gevolg een hogere bijdrage voor 2027. Opsporen van conventionele explosieven In 2026 waren er lasten voor het ruimen van explosieven, onder andere bij | 190 V gebiedsontwikkeling. Tegenover deze lasten staat een rijksbijdrage voor het opsporen van conventionele explosieven. Verschillenanalyse B202 - Leefbare buurten en dorpen Toelichting lasten | Bedrag Ontmoeten en Verbinden Het programma Ontmoeten & Verbinden was bedoeld als tijdelijke impuls voor positieve gezondheid, kennisontwikkeling en de aanpak van eenzaamheid. De | 140 V belangrijkste resultaten en samenwerkingsafspraken zijn inmiddels opgenomen in de reguliere werkzaamheden van de gemeente en haar partners. Hierdoor is voortzetting van een afzonderlijk programma niet langer noodzakelijk en kunnen de incidentele middelen vanaf 2027 worden beëindigd.
Nationaal Programma, eigen middelen In de collegeperiode 2022-2026 heeft het college jaarlijks aanvullende gemeentelijke middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het Nationaal Programma. De begroting 2027 bevat hiervoor geen afzonderlijke gemeentelijke | 2.403 V bijdrage meer. De uitvoering van de activiteiten vindt plaats binnen de reeds beschikbaar gestelde middelen, waaronder eerder toegekende NPLV-middelen en de daarvoor ingerichte reserves. Hierdoor vervalt ten opzichte van 2026 de afzonderlijke begrotingspost voor gemeentelijke cofinanciering van het Nationaal Programma. SPUK Preventie met Gezag Het voordeel ten opzichte van 2026 ontstaat doordat in 2027 geen lasten meer worden geraamd voor de inzet van doorgeschoven middelen uit de voorgaande subsidieperiode. Daarnaast start vanaf 2027 een nieuwe specifieke uitkering | 1.763 V (SPUK) Preventie met Gezag, waarvoor het Rijk opnieuw middelen beschikbaar stelt. Hierdoor wijzigt de financiële verwerking ten opzichte van 2026 en nemen de begrote lasten af. 11 12 SPUK Kansrijke Wijk Het voordeel ten opzichte van 2026 ontstaat doordat in 2027 geen lasten meer worden geraamd voor de inzet van doorgeschoven middelen uit de voorgaande subsidieperiode. Daarnaast start vanaf 2027 een nieuwe specifieke uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk, waarvoor het Rijk opnieuw middelen beschikbaar stelt.
Hierdoor wijzigt de financiële verwerking ten opzichte van 2026 en nemen de begrote lasten af. 2.796 V NPLV Ambtelijke inzet Bij het opstellen van deze begroting zijn de loonkosten nog niet volledig toegerekend aan de afzonderlijke producten en taakvelden. Hierdoor kunnen op productniveau afwijkingen zichtbaar zijn. 650 V Toelichting baten Bedrag SPUK Preventie met Gezag Het nadeel ten opzichte van 2026 ontstaat doordat in 2027 geen baten meer worden geraamd voor de inzet van doorgeschoven middelen uit de voorgaande subsidieperiode. Vanaf 2027 start een nieuwe specifieke uitkering (SPUK) Preventie met Gezag, waarvoor het Rijk opnieuw middelen beschikbaar stelt. Hierdoor wijzigt de financiële verwerking ten opzichte van 2026 en nemen de begrote baten af. 2.174 N SPUK Kansrijke Wijk Het nadeel ten opzichte van 2026 ontstaat doordat in 2027 geen baten meer worden geraamd voor de inzet van doorgeschoven middelen uit de voorgaande subsidieperiode. Vanaf 2027 start een nieuwe specifieke uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk, waarvoor het Rijk opnieuw middelen beschikbaar stelt. Hierdoor wijzigt de financiële verwerking ten opzichte van 2026 en nemen de begrote baten af.
3.144 N Verschillenanalyse B203 - Gezondheid en zorg Toelichting lasten Bedrag Bijdrage gemeenschappelijke regeling De lasten nemen toe als gevolg van een hogere gemeentelijke bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant. Deze bijdrage is gebaseerd op de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting van de gemeenschappelijke regeling. 195 N GALA middelen Door het vervallen van de tijdelijke GALA-middelen vanuit het Rijk per eind 2026 zijn vanaf 2027 minder middelen beschikbaar voor de uitvoering van preventieve en gezondheidsbevorderende activiteiten. De wijze waarop deze activiteiten in de 353 V toekomst worden vormgegeven en gefinancierd, wordt nader bezien binnen de reguliere beleids- en begrotingsafwegingen. Domeinoverstijgende samenwerking Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat voor 2027 nog geen | 1.142 V overeenkomst met het zorgkantoor is gesloten voor de voortzetting van de domeinoverstijgende samenwerking (DOS). Hierdoor zijn nog geen lasten en baten opgenomen voor de eventuele uitvoering van deze samenwerking. Maatw vz nat imm Wmo: Begeleiding ZIN & Vervoer Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat de begroting voor | 256 V begeleiding terugkeert naar het structurele niveau van eind 2025.
Tegelijkertijd wordt ingezet op versterking van het voorliggende welzijnsdomein en preventieve ondersteuning van inwoners. Maatw vz natura immat Wmo: HBH ZIN Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door de invoering van een nieuwe contracteringssystematiek voor huishoudelijke ondersteuning. Vanaf 2027 | 747 N wordt gewerkt met bekostiging op basis van prijs en volume (P × Q) in plaats van een lumpsumvergoeding. De hogere prijs leidt tot hogere geraamde lasten dan in voorgaande jaren. Opvang en BW: Ambtelijke inzet Bij het opstellen van deze begroting zijn de loonkosten nog niet volledig | 212 V toegerekend aan de afzonderlijke producten en taakvelden. Hierdoor kunnen op productniveau afwijkingen zichtbaar zijn. Toelichting baten | Bedrag GALA middelen Ondanks het wegvallen van de tijdelijke GALA-middelen blijft de gemeente inzetten op de beweging Van Zorg naar Welzijn. De beschikbare middelen nemen | 353 N echter af doordat de rijksbijdrage voor preventie- en gezondheidsprogramma's vervalt. De wijze waarop deze activiteiten in de toekomst worden vormgegeven en gefinancierd, wordt nader bezien binnen de reguliere beleids- en begrotingsafwegingen.
Domeinoverstijgende samenwerking Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat voor 2027 nog geen overeenkomst met het zorgkantoor is afgesloten voor de voortzetting van de | 1.142 N domeinoverstijgende samenwerking (DOS). Hierdoor zijn nog geen lasten en baten opgenomen voor de eventuele uitvoering van deze samenwerking. 13 14 Eigen bijdrage Wmo De geraamde opbrengsten uit eigen bijdragen Wmo liggen in 2027 hoger dan in 2026. Deze stijging hangt samen met de landelijke voorgenomen invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen en de daarop gebaseerde begrotingsramingen. Tot en met 2026 geldt nog het vaste abonnementstarief van € 21,80 per maand. Vanaf 2027 komt er een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. De verwachting is een afname van het Wmo-gebruik door hogere inkomens en een hogere bijdrage. De budgetten zijn gebaseerd op de korting op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De daadwerkelijke effecten monitoren we gedurende 2027 en zijn op voorhand niet goed in te schatten. 1.000 V Verschillenanalyse B204 - Welzijn Toelichting lasten Bedrag Inwonersondersteuning Ten opzichte van 2026 wordt aanvullend en structureel geïnvesteerd in welzijnsactiviteiten, inwonersondersteuning en preventieve voorzieningen.
Hiermee geeft het college invulling aan de beweging Van Zorg naar Welzijn, van individuele naar meer collectieve ondersteuning en van het oplossen naar het voorkomen van problemen. Door de sociale basis en het voorliggende veld te versterken, kunnen inwoners eerder, laagdrempeliger en dichter bij huis worden ondersteund. Dit draagt eraan bij dat problemen eerder worden gesignaleerd, escalatie waar mogelijk wordt voorkomen en zwaardere zorg beschikbaar blijft voor inwoners die deze daadwerkelijk nodig hebben. Op termijn moet deze beweging tevens bijdragen aan een beter beheersbare ontwikkeling van de lasten binnen het sociaal domein. 1.156 N Programma meedoen en gelijke kansen De lagere lasten in 2027 worden verklaard doordat de eerste programmaperiode van Meedoen en Gelijke Kansen (2023-2026) afloopt. Waar in 2026 nog incidentele middelen beschikbaar waren voor de uitvoering van projecten en activiteiten, verschuift vanaf 2027 de nadruk naar borging, implementatie en voortzetting van de meest effectieve onderdelen binnen reguliere beleidskaders. Hierdoor neemt de omvang van de incidentele programmalasten af. 249 V GALA middelen Door het vervallen van de tijdelijke GALA-middelen vanuit het Rijk per eind 2026 zijn vanaf 2027 minder middelen beschikbaar voor de uitvoering van preventieve en gezondheidsbevorderende activiteiten.
De wijze waarop deze activiteiten in de toekomst worden vormgegeven en gefinancierd, wordt nader bezien binnen de reguliere beleids- en begrotingsafwegingen. 143 V Toelichting baten | Bedrag GALA middelen De afname van het budget wordt verklaard door het beëindigen van de tijdelijke GALA-financiering vanuit het Rijk. De afgelopen jaren zijn deze middelen ingezet | 113 N voor de ontwikkeling van een preventieve infrastructuur en de versterking van welzijnsvoorzieningen. Nu deze incidentele middelen aflopen, verschuift de focus naar het bestendigen van succesvolle interventies binnen reguliere beleidskaders en beschikbare structurele middelen. Verschillenanalyse B205 - Jeugd en Jeugdzorg Toelichting lasten | Bedrag Kinderopvangtoeslagaffaire Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat voor 2027 nog geen lasten zijn opgenomen voor de uitvoering van de regeling | 2.319 V Kinderopvangtoeslagaffaire. Eventuele lasten worden gedurende het jaar verwerkt op basis van de daadwerkelijke uitvoering en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Dit bedrag krijgen we vergoed vanuit het Rijk. JeugdzorgPlus De begroting 2027 is nog opgesteld op basis van de bestaande uitgangspunten en contractafspraken. Hierdoor ontstaat een lager geraamd kostenniveau dan op | 3.417 V basis van de actuele inzichten mag worden verwacht.
De meest recente prognoses lijken te wijzen op een stijgende zorgvraag en hogere kosten, waardoor de feitelijke lastenontwikkeling naar verwachting hoger uitvalt dan de begroting momenteel laat zien. Regionale middelen Jeugd Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door lagere kosten voor de | 175 V inhuur van jeugdprofessionals. Door gewijzigde contractafspraken en een aangepaste opdrachtomvang is de verwachting dat er minder externe inzet benodigd is, waardoor de lasten in 2027 lager uitvallen. Jeugdgezondheidszorg Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat een eerder | 288 N opgenomen besparingsmaatregel is teruggedraaid. Gelet op de bestaande contractafspraken bleek de beoogde kostenreductie niet realistisch, waardoor de lasten in 2027 hoger uitvallen. Jeugd: niet vrij toegankelijke zorg Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door een actualisatie van de | 1.970 V raming van de jeugdzorgkosten en de verwerking van de meerjarige maatregelen van de Taskforce Jeugd. De begroting is eerst op een realistischer niveau 15 gebracht, aansluitend bij de recente realisatie, de actuele prognose en de verwachte ontwikkeling van de zorgkosten.
Daartegenover staat een oplopende besparingsopgave, die moet worden gerealiseerd door gerichtere sturing op instroom en zorgtoewijzing, nieuwe contractuele afspraken, de ontwikkeling van Sterke Lokale Teams en een versterking van het voorliggende veld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de beweging van specialistische zorg naar eerdere, laagdrempelige en waar mogelijk collectieve ondersteuning. De realisatie van de besparingen blijft afhankelijk van de ontwikkeling van de zorgzwaarte en het daadwerkelijke effect van de maatregelen en wordt daarom nauwlettend gemonitord. Toelichting baten | Bedrag Kinderopvang toeslagen affaire Het verschil ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt doordat voor 2027 nog geen baten zijn opgenomen vanuit de regeling Kinderopvangtoeslagaffaire. Eventuele | 2.319 N bijdragen worden op een later moment vastgesteld op basis van de daadwerkelijke uitvoering en afrekening. Dit bedrag is gelijk aan de gemaakte daadwerkelijke kosten. JeugdzorgPlus De begroting 2027 is nog opgesteld op basis van de huidige financieringsafspraken voor JeugdzorgPlus. Hierdoor ontstaat een stabiel beeld | 3.495 N van de baten ten opzichte van voorgaande jaren, terwijl de onderliggende financieringssystematiek wijzigt. De financiële gevolgen hiervan zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd om volledig in de begroting te verwerken.
Verschillenanalyse programma 3 - Wonen & Leefomgeving X € 1.000 | Beleidsveld | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | Wonen en ruimtelijke ontwikkeling | 24.749 | 58.078 | 61.431 | 39.146 | 36.792 | 25.241 Onderwijshuisvesting | 11.947 | 7.392 | 6.543 | 6.338 | 7.411 | 8.057 Openbare ruimte | 29.072 | 32.996 | 33.678 | 38.021 | 40.904 | 42.482 Mobiliteit | 4.226 | 4.901 | 4.442 | 4.569 | 4.706 | 4.819 Energie en circulariteit | 4.119 | 5.880 | 6.214 | 5.918 | 3.415 | 3.439 Natuur en water | 24.144 | 28.131 | 28.209 | 21.439 | 21.886 | 22.666 Totaal | 98.256 | 137.377 | 140.518 | 115.430 | 115.113 | 106.703 Baten | Wonen en ruimtelijke ontwikkeling | 28.541 | 36.077 | 54.223 | 31.379 | 27.358 | 15.924 Onderwijshuisvesting | 1.328 | 415 | 1.188 | 691 | 918 | 888 Openbare ruimte | 9.540 | 1.425 | 6.230 | 7.563 | 7.592 | 7.047 Mobiliteit | 3.160 | 3.419 | 4.062 | 4.062 | 4.062 | 3.762 Energie en circulariteit | 3.099 | 4.762 | 4.229 | 2.651 | 50 Natuur en water | 28.842 | 32.881 | 33.256 | 26.945 | 27.525 | 28.379 Totaal | 74.511 | 78.979 | 103.189 | 73.291 | 67.506 | 55.999 Saldo | -23.745 | -58.399 | -37.329 | -42.139 | -47.607 | -50.704 16 17 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026. Afwijkingen van € 100.000 of meer worden toegelicht.
Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Bij de financiële mutaties betekent V een voordeel en N een nadeel voor het begrotingssaldo. De toelichting wordt in tabelvorm weergegeven: • Toelichting • Bedrag dat bij dit onderdeel hoort (alle bedragen x € 1000) Verschillenanalyse B301 - Wonen en ruimtelijke ontwikkeling Omschrijving (toelichting) Toelichting lasten Bedrag Grondexploitatie De grondexploitaties zijn op budgettair neutrale wijze opgenomen in de begroting binnen dit beleidsveld. Alle bijbehorende kosten en opbrengsten zijn hierin verwerkt. Het saldo leidt tot een wijziging in de boekwaarde. Door de actualisatie van de grondexploitaties hebben zich verschuivingen voorgedaan binnen de jaarschijven, wat in deze analyse resulteert in een verschil tussen 2027 en 2026 aan de lastenkant. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. 7.879 N Huisvesting Door de afronding van diverse investeringen, met name gericht op de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen, nemen de kapitaallasten in 2027 toe. In 2026 zijn kosten gemaakt voor de inspectie van gemeentelijke gebouwen en het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP), ter ondersteuning van een planmatige en toekomstbestendige instandhouding van het gemeentelijk vastgoed. Met ingang van 2027 wordt de huisvesting aan de Azaleastraat ondergebracht in een grondexploitatie.
Hierdoor vervallen de exploitatielasten binnen dit programma, wat leidt tot een voordeel. In 2026 is er rekening gehouden met de kosten voor de sloop van de panden in het Oude Centrum. Voor een strategische aankoop zijn in 2026 incidentele middelen opgenomen. Op de vastgoedportefeuille is een taakstelling opgenomen in de begroting. 2.631 V Ambtelijke inzet Aan wonen en ruimtelijke ontwikkeling worden meer loonkosten toegerekend, daarnaast is de inzet van externe inhuur afgenomen. 322 V Masterplan Roosendaal Voor het Masterplan Roosendaal is er uitvoeringsbudget beschikbaar gesteld waarmee concreet invulling wordt gegeven aan de ambities van RSD40. Het budget wordt onder meer ingezet voor onderzoeken naar het versmallen van de spoorbundel, het opstellen van een stedenbouwkundig kader, de personele invulling van de programmaorganisatie en aanvullende onderzoeken naar de bouwstenen zoals opgenomen in RSD40. Ook in 2026 wordt hier invulling aan 982 V gegeven en daar liggen de verwachte kosten hoger dan voor 2027. Deze kosten worden gedekt door de bestemmingsreserve Investeringsfonds. Stadsoevers Oost De verwachte kosten voor de sanering van Spoor C zijn in 2026 hoger dan in | 575 V 2027. Deze kosten worden gedekt uit de bestemmingsreserve Sanering Vlietpark. Investeringen stedelijke vernieuwing Voor de werkzaamheden van RSD by Roos is in 2027 een lager budget geraamd.
De incidentele lasten zijn niet meer in de begroting opgenomen. Voor de Stedelijke Regio vervallen in 2027 de incidentele lasten die samenhangen met de instelling | 460 V van het Regiofonds. Omdat de ontvlechting van de RWB begin 2027 nog niet volledig gerealiseerd is, wordt de huidige financiering van de SRWBW nog een jaar doorgezet (met de bijdragen van de deelnemende gemeenten). Er worden 4 nieuwe medewerkers voor de SRWBW in Roosendaal aangenomen en deze loonkosten worden betaald uit de deelnemersbijdrage van de SRWBW. Woonwagenzaken De exploitatie van de standplaatsen in het kader van het woonwagenbeleid wordt | 329 V in 2026 uitgevoerd. Ruimte wonen grond In 2027 wordt ingezet op de herijking van de Omgevingsvisie, de actualisatie van | 301 N de Welstandsnota en de Omgevingswet. Omgevingsvergunning In de begroting 2027 is rekening gehouden met extra capaciteit voor het faciliteren | 180 N van vergunningsaanvragen bij grote projecten. Tegenover deze aanvullende lasten staan extra legesinkomsten, die aan de batenzijde nader zijn toegelicht. Bestemmingsreserve financiële bijdragen en grondexploitaties Op de grondexploitaties wordt een voordeel verwacht. Conform de vastgestelde | 185 N afspraken wordt dit voordeel toegevoegd aan de bestemmingsreserves. Deze toevoeging aan de reserve is een last in de begroting.
Toelichting baten | Bedrag Grondexploitatie De grondexploitaties zijn op budgettair neutrale wijze opgenomen in de begroting | 16.403 V binnen dit beleidsveld. Alle bijbehorende kosten en opbrengsten zijn hierin verwerkt. Het saldo leidt tot een wijziging in de boekwaarde. Door de actualisatie van de grondexploitaties hebben zich verschuivingen voorgedaan binnen de jaarschijven, wat in deze analyse resulteert in een verschil tussen 2027 en 2026 18 aan de batenkant. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Bestemmingsreserve Investeringsfonds Voor 2027 is er vanuit de bestemmingsreserve Investeringsfonds budget | 1.300 V beschikbaar gesteld voor de uitvoeringskosten van het Masterplan Roosendaal. Hiermee wordt concreet invulling gegeven aan de ambities van RSD40. Omgevingsvergunning De opbrengsten uit vergunningen worden hoger geraamd dan vorig jaar door | 726 V verwachte extra legesinkomsten uit grote projecten, gebaseerd op gerealiseerde opbrengsten in voorgaande jaren. Daarnaast zijn de legestarieven verhoogd met 5%. Panden Oude Centrum In 2026 is er incidenteel een SNTI-subsidie ingezet voor de exploitatie van de | 212 N panden in het Oude Centrum.
Verschillenanalyse B302 - Onderwijshuisvesting Toelichting lasten | Bedrag Huisvesting IBS Aisha Door de groei van het aantal leerlingen is voor deze basisschool, in afwachting van | 149 V de nieuwbouw, aanvullende tijdelijke huisvesting nodig. Deze worden volledig gedekt uit de bestemmingsreserve Huisvesting Onderwijs. Omdat dit eenmalige budget niet is begroot in 2027, ontstaat een voordeel. Huisvesting Klaverweide In de begroting 2027 zijn de kosten voor sloop, tijdelijke huisvesting en verhuizing | 224 N opgenomen. Deze worden volledig gedekt uit de bestemmingsreserve Huisvesting Onderwijs. Huisvesting Zilverlinde In 2026 werden eenmalige kosten verwacht voor de sloop van de voormalige basisschool en de tijdelijke huisvesting tijdens de nieuwbouw van de nieuwe | 523 V basisschool. De dekking van deze kosten vond plaats via een onttrekking aan de bestemmingsreserve huisvesting onderwijs. Doordat dit in 2027 niet is begroot is er sprake van een voordeel. Huisvesting Mytylschool Voor de realisatie van de nieuwbouw heeft de gemeente de locatie aan de | 415 V Gezellaan 11 aangekocht. Naar verwachting wordt het bestaande pand in 2026 gesloopt. De hiermee samenhangende sloopkosten en de afwikkeling van de 19 20 resterende boekwaarde van het pand leiden in dat jaar tot incidentele lasten.
Ter dekking van deze kosten wordt een onttrekking gedaan aan de bestemmingsreserve Huisvesting Onderwijs. Doordat dit in 2027 niet is begroot is er sprake van een voordeel. Toelichting baten Bedrag Reserve Onderwijshuisvesting Vanaf deze begroting worden bestemmingsreserves gekoppeld aan het programma / beleidsveld. Zie de lastenzijde uit deze reserve worden vaak eenmalige uitgaven voor tijdelijke huisvesting, sloop en verhuizing gefinancierd zodat het geen effect heeft op het begrotingsresultaat. 692 V Verschillenanalyse B303 - Openbare ruimte Toelichting lasten Bedrag Openbare verlichting De vervanging van circa 12.000 armaturen door LED-verlichting is volop in uitvoering. Dit zorgt stap voor stap voor lagere elektriciteitskosten voor de openbare verlichting. 139 V Wegen kapitaallasten Door de investeringen in wegreconstructies van de afgelopen jaren stijgen de kapitaallasten vanaf 2027 structureel. In de begroting is ook rekening gehouden met een latere realisatie van investeringen en de daarmee samenhangende kapitaallasten. 140 N Wegen ambtelijke inzet Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform de vereisten van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s.
298 N Wegen: uitgaven bestemmingsreserve De voorziening onderhoud uit de Beheerkalender is in 2026 omgezet naar een bestemmingsreserve, omdat de beheerplannen verouderd zijn. Nieuwe beheerplannen worden nu opgesteld. Conform de vereisten van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden de uitgaven voor groot onderhoud daardoor rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Het verschil tussen 2026 en 2027 ontstaat doordat in 2026 meer groot onderhoud was gepland dan in 2027. 1.535 V Openbaar groen In de begroting voor 2026 is rekening gehouden met eenmalige kosten en | 200 V opbrengsten uit de verkoop van grond. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo. Openbaar groen: uitbesteed werk Door slimmer met middelen om te gaan, kan de kwaliteit van het openbaar groen op peil blijven binnen een lager budget. Wel is er meer risico op extra kosten bij | 532 V onverwachte omstandigheden. Openbaar groen: vervanging en renovaties Investeringen in projecten, vervanging en renovatie van openbaar groen die in | 314 N 2026 worden afgerond, zorgen vanaf 2027 voor hogere kapitaallasten. Openbaar groen: Roosendaal natuurstad Voor het verbeteren van het (achterstallig) onderhoud van het openbaar groen is in | 1.375 V 2026 eenmalig budget aanwezig. Dit wordt gedekt uit de bestemmingsreserve Investeringsfonds.
Dit eenmalig budget is in 2027 niet aanwezig, vandaar dat er een voordeel ontstaat. Landschapsprojecten In 2026 is eenmalig budget beschikbaar voor de provinciale bossenstrategie. Dit | 155 V budget is doorgeschoven vanuit 2025. Reserve Onderhoud Beheerkalender De voorziening Onderhoud Beheerkalender is in 2026 omgezet naar een bestemmingsreserve, omdat de beheerplannen verouderd zijn. De komende twee jaar worden nieuwe beheerplannen opgesteld. Vanaf de begroting 2027 worden | 3.942 N bestemmingsreserves gekoppeld aan het programma waarvoor ze worden gebruikt. Daarom wordt de jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve Onderhoud Beheerkalender voortaan rechtstreeks in het betreffende programma opgenomen. Toelichting baten | Bedrag Kabels en leidingen De opbrengsten uit leges en vergoedingen van kabels en leidingen worden in 2027 hoger geraamd op basis van gerealiseerde opbrengsten in voorgaande jaren. | 120 V 21 Openbaar groen In de begroting voor 2026 is rekening gehouden met eenmalige kosten en | 200 N opbrengsten uit de verkoop van grond. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo. Reserve Onderhoud Beheerkalender De voorziening Onderhoud Beheerkalender is in 2026 omgezet naar een bestemmingsreserve, omdat de beheerplannen verouderd zijn. De komende twee jaar worden nieuwe beheerplannen opgesteld.
Vanaf de begroting 2027 worden | 4.877 V bestemmingsreserves gekoppeld aan het programma waarvoor ze worden gebruikt. Daarom wordt de jaarlijkse onttrekking in de bestemmingsreserve Onderhoud Beheerkalender voortaan rechtstreeks in het betreffende programma opgenomen. Verschillenanalyse B304 - Mobiliteit Toelichting lasten | Bedrag Verkeer en vervoer beleid | 100 N In 2027 wordt ingezet op het bevorderen van de fietsveiligheid. Hiervoor wordt een Integraal Fietsplan opgesteld en uitgewerkt. Betaald parkeren De compensaties aan Parkeerbeheer voor de exploitatie van de truckparking en | 425 V de parkeergarages vervallen. Het budget voor de (avond) openstelling van de parkeergarage Mill Hill was eenmalig in 2026 en vervalt. Hierdoor nemen de lasten voor parkeren af. Toelichting baten | Bedrag Opbrengst betaald parkeren De tarieven voor straatparkeren en parkeervergunningen voor inwoners worden | 661 V verhoogd. Hierdoor nemen de parkeeropbrengsten toe. Verschillenanalyse B305 - Energie en circulariteit Toelichting lasten | Bedrag Duurzaamheid: CDOKE Voor 2026 en 2027 ontvangt de gemeente via het gemeentefonds middelen voor | 781 N de uitvoeringskosten in kader van CDOKE. De verwachting is dat deze kosten in 2027 hoger uitvallen dan in 2026. Hiervan kan capaciteit en uitvoeringsmiddelen van worden bekostigd.
22 23 Duurzaamheid: Energiearmoede Voor de aanpak van energiearmoede werd in 2026 een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen. Deze ontvangen middelen werden ingezet om huishoudens met een laag besteedbaar inkomen en hoge energielasten te ondersteunen bij het verlagen van hun energieverbruik en energiekosten. In de begroting 2027 is hiermee nog geen rekening gehouden. 520 V Duurzaamheid: Energietransitie De hogere lasten hangen samen met de uitvoering van de provinciale regeling Grote Oogst. Hiermee wordt de samenwerking tussen ondernemers op strategische bedrijventerreinen versterkt en worden collectieve oplossingen gerealiseerd op het gebied van energie, mobiliteit, circulariteit en vergroening. Voor een deel van deze kosten wordt provinciale subsidie ontvangen. 113 N Toelichting baten Bedrag Duurzaamheid: Energiearmoede Voor de aanpak van energiearmoede werd in 2026 een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen. Deze ontvangen middelen werden ingezet om huishoudens met een laag besteedbaar inkomen en hoge energielasten te ondersteunen bij het verlagen van hun energieverbruik en energiekosten. In de begroting 2027 is hiermee nog geen rekening gehouden. 520 N Verschillenanalyse B306 - Natuur en water Toelichting lasten Bedrag Water baggeren / waterpartijen In 2027 wordt eenmalig budget gevraagd voor het onderhoud van watergangen en vijvers.
Momenteel wordt een baggerplan opgesteld om te zien wat er structureel nodig is. Daarnaast is er eenmalig budget nodig in 2027 en 2028 voor de afvoer van slib uit baggerwerkzaamheden van het waterschap. 201 N Water/afwatering : ambtelijke inzet Bij het opstellen van de begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toegerekende salariskosten naar de taakvelden conform de vereisten van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze toerekening vindt plaats binnen alle programma’s. 128 N Gesloten financiering reiniging De lasten voor het uitbestedingsbudget van Saver en de stortrechten nemen in 2027 voornamelijk toe als gevolg van hogere te verwerken hoeveelheden en vanwege de CO2-heffing op het verbranden van restafval. Tevens stijgt de 730 N 24 extracomptabele toerekening van het BCF. Ook wordt rekening gehouden met een hoger bedrag aan kwijtscheldingen. Natuur, landbouw en milieu In 2026 worden diverse klimaatadaptatie- en natuurprojecten uitgevoerd, waaronder maatregelen tegen hittestress, nieuwe stresstesten ter actualisatie van het klimaatadaptatieplan, de verdere uitwerking en realisatie van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Brabantse Wal en de ontwikkeling van natuurgebieden. 929 V Toelichting baten Bedrag Gesloten financiering reiniging Om de hogere lasten op te vangen, wordt het tarief van de afvalstoffenheffing in 2027 verhoogd.
De inzet van de voorziening voor de demping van het tarief is lager dan in 2026. Per saldo is voor de gesloten financiering reiniging een lagere onttrekking ten opzichte van 2026 aan de voorziening exploitatie Reiniging noodzakelijk. 693 V Opbrengst rioolheffing De lagere opbrengst uit de rioolheffing in 2027 komt vooral doordat het tarief, vooruitlopend op het nieuwe Waterrioleringsplan (WRP) met € 50 is verlaagd. Daarnaast is de geraamde opbrengst neerwaarts bijgesteld, omdat de opbrengsten in voorgaande jaren te hoog waren begroot. Wel is een inflatiecorrectie van 2,1% toegepast op het nieuwe tarief. 2.166 N Onttrekking egalisatievoorziening riolering Door hogere investeringen bij de reconstructies en de verlaging van het riooltarief moet in 2027 meer gebruik worden gemaakt van de egalisatievoorziening dan in 2026. Hierdoor is de onttrekking aan deze voorziening in 2027 hoger dan in 2026.
1.839 V Verschillenanalyse programma 4 - Leren, Werken & Ontwikkelen X € 1.000 | Beleidsveld | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | Economie | 5.362 | 5.296 | 4.859 | 4.772 | 4.725 | 4.701 Arbeidsmarkt | 18.566 | 17.719 | 17.259 | 16.701 | 15.936 | 15.450 Bestaanszekerheid | 64.426 | 69.297 | 75.201 | 75.343 | 65.430 | 66.409 Onderwijsbeleid | 9.169 | 9.865 | 9.001 | 8.814 | 8.939 | 8.954 Cultuur | 6.520 | 7.870 | 6.864 | 7.030 | 7.175 | 7.218 Sport | 5.819 | 7.345 | 6.611 | 6.922 | 7.332 | 7.496 Totaal | 109.863 | 117.391 | 119.795 | 119.583 | 109.538 | 110.227 Baten | Economie | 1.203 | 779 | 824 | 815 | 832 | 782 Arbeidsmarkt | -39 Bestaanszekerheid | 49.326 | 50.657 | 57.160 | 57.521 | 46.410 | 46.262 Onderwijsbeleid | 4.176 | 4.798 | 3.685 | 3.691 | 3.695 | 3.695 Cultuur | 286 | 217 | 286 | 287 | 289 | 289 Sport | 2.493 | 2.273 | 1.920 | 1.951 | 1.984 | 1.984 Totaal | 57.445 | 58.725 | 63.874 | 64.266 | 53.209 | 53.012 Saldo | -52.418 | -58.666 | -55.921 | -55.317 | -56.329 | -57.215 Hieronder volgt een analyse van de verschillen tussen begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026. Afwijkingen van € 100.000 of meer worden toegelicht. Hierbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen vermeld. Bij de financiële mutaties betekent V een voordeel en N een nadeel voor het begrotingssaldo.