1701591-E-LONGFONDS-Een nieuw perspectief voor een gezonde leefomgeving (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Geachte griffie, Hierbij ontvangt u de nieuwe handreiking ‘Mensenrechten als kompas in luchtkwaliteitsbeleid’ van Lab Toekomstige Generaties, Stichting Gezondheid op 1 en Longfonds. Deze handreiking is een hulpmiddel voor lokaal en regionaal luchtkwaliteitsbeleid, waarbij gezondheid en mensenrechten centraal staan. Wij verzoeken u onderstaande mail en de handreiking door te sturen naar de leden van uw gemeenteraad. De handreiking kan raadsleden ondersteunen bij hun kaderstellende en controlerende rol op onderwerpen als luchtkwaliteit, gezonde leefomgeving, mobiliteit, ruimtelijke ordening, industrie, landbouw en klimaatbeleid. Alvast hartelijk dank voor uw medewerking. Met vriendelijke groet, Namens Lab Toekomstige Generaties, Stichting Gezondheid op 1 en Longfonds, Bd LAB TOEKOMSTIGE A, GENERATIES LONG (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Geachte heer/mevrouw, U doet veel voor gezondere lucht in uw regio, maar loopt tegen grenzen aan. De handreiking ‘Mensenrechten als kompas in luchtkwaliteitsbeleid’ van Lab Toekomstige Generaties, Stichting Gezondheid op 1 en Longfonds biedt u een nieuw perspectief.
Download de handreiking Download juridische onderbouwing ‘Mensenrechten als kompas in ‘Gezonde lucht is een mensenrecht! Wchtkwaliteitsbeleid' Deze handreiking is een hulpmiddel voor provincies en gemeenten bij het verder verbeteren van de luchtkwaliteit en het versterken van een gezonde leefomgeving. Het biedt een juridisch en beleidsmatig perspectief om besluiten over luchtkwaliteit scherper te onderbouwen, beter te prioriteren en waar mogelijk extra handelingsruimte te benutten. Met aanbevelingen voor de toepassing van mensenrechten in alle fasen van luchtkwaliteitsbeleid. Het is een extra laag, een extra kans voor gemeenten en provincies die nog actiever willen werken aan gezonde lucht. De handreiking laat zien hoe gezondheid en mensenrechten stevig kunnen worden verankerd in lokaal en regionaal luchtkwaliteitsbeleid, met oog voor huidige én toekomstige generaties. Gezonde lucht is een voorwaarde voor een gezonde leefomgeving, maar raakt ook aan bredere bestuurlijke keuzes rond wonen, mobiliteit, industrie, landbouw, ruimtelijke ordening en klimaatbeleid. Wij hopen dat u de inzichten uit de handreiking meeneemt in uw beleid en bestuurlijke afwegingen. Mocht u naar aanleiding van de handreiking vragen hebben of hierover verder van gedachten willen wisselen, dan gaan wij daar uiteraard graag over in gesprek.
Met vriendelijke groet, Namens Lab Toekomstige Generaties, Stichting Gezondheid op 1 en Longfonds, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Mensenrechten als kompas in luchtkwaliteitsbeleid Handreiking voor provincies en gemeenten VOOR DE MOOIST MOGELIJKE TOEKOMST 1 Inhoud 3 Voorwoord 5 Samenvatting 7 7 7 7 8 8 8 Inleiding De vijf beleidsfasen 1. Agendering 2. Beleidsvoorbereiding 3. Beleidsbepaling / besluitvorming 4. Implementatie 5. Evaluatie 9 9 10 11 12 13 14 EVRM , IVBPR , IVESCR EN IVRK De internationale verdragen in het kort 1. Agendering 2. Beleidsvoorbereiding 3. Beleidsbepaling / besluitvorming 4. Implementatie 5. Evaluatie 16 Afkortingen gebruikt in handreiking 2 Voorwoord Voor u ligt de handreiking Mensenrechten als kompas in luchtkwaliteitsbeleid. Deze is ontwikkeld door het Lab Toekomstige Generaties , de Stichting Gezondheid op 1 en Longfonds met als doel gemeenten en provincies te ondersteunen bij het verder verbeteren van de luchtkwaliteit in hun regio. Bestuurlijke complexiteit en uitvoeringsdruk Gemeenten en provincies werken al volop aan luchtkwaliteit. Dit gebeurt onder meer via de omgevingsvisie en het omgevingsplan , vergunningverlening , toezicht en handhaving (VTH) , beleid rond verkeer en mobiliteit , houtstookbeleid en regionale samenwerking met omgevingsdiensten en provincies.
Zeker de deelnemende partijen van het Schone Lucht Akkoord nemen al extra stappen bovenop hun wettelijke taken en zetten zich actief in voor de verbetering van luchtkwaliteit. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat deze inspanningen niet overal leiden tot luchtkwaliteit die in de buurt komt van de op gezondheid gebaseerde advieswaarden van de Wereld- gezondheidsorganisatie (WHO). Niet verwonderlijk: gemeenten en provincies opereren in een complexe context , waarin meerdere belangen samenkomen , zoals gezondheid , mobiliteit , woningbouw en economische ontwikkeling , en waarin sprake is van beperkte capaciteit en gedeelde bevoegdheden. Dat werkt soms demotiverend. Uit de interviews die wij deden met wethouders en ambtenaren van gemeenten bleek dat dit gegeven – ‘je doet je best maar het is al snel niet goed genoeg’ – leidt tot frustratie en soms ook tot inactiviteit. Aanpak: mensenrechten in alle fasen van luchtkwaliteitsbeleid Met deze handreiking kunnen gemeenten en provincies frustratie omzetten in actie , vanuit een perspectief dat wellicht nog niet eerder door u of uw collega’s onderzocht is. De handreiking vraagt niet om het loslaten van bestaande inspanningen , maar biedt een nieuwe , creatieve route om goede luchtkwaliteit te borgen in beleid.
Wat namelijk vaak nog onderbelicht blijft in beleid maar wel een kans biedt om luchtkwaliteit voorop te zetten , is de rol van mensenrechten. Het recht op leven , op gezondheid , op privé- en gezinsleven en op bescherming van de woning vormen stevige juridische fundamenten om te kunnen zeggen: ‘Gezonde lucht is een mensenrecht’. 3 Vanuit dat fundament biedt deze handreiking een juridisch en beleidsmatig perspectief om besluiten over luchtkwaliteit scherper te onderbouwen , beter te prioriteren en waar mogelijk extra handelingsruimte te benutten , met aanbevelingen voor de toepassing van mensenrechten in alle fasen van luchtkwaliteitsbeleid. Het is een extra laag , een extra kans voor gemeenten en provincies die nog actiever willen werken aan gezonde lucht. En zo hopen we dat u de handreiking leest: niet als een verwijt , maar als een kans. Een kans voor gemeenten en provincies om hun bestaande werk voor betere luchtkwaliteit te versterken. Een kans om te werken aan goede gezondheid , voor iedereen die nu in Nederland woont en voor toekomstige generaties. Lab Toekomstige Generaties Stichting Gezondheid op 1 Longfonds © September 2026 De inhoud van deze handreiking mag vrij worden gebruikt en verspreid , mits met bronvermelding.
4 Samenvatting Deze handreiking biedt concrete en juridisch onderbouwde aanbevelingen voor de toepassing van mensenrechten in alle fasen van luchtkwaliteitsbeleid. Aanleiding is de ongezonde lucht in Nederland , de impact daarvan op de volksgezondheid en de noodzaak om het recht op leven , gezondheid en een schone leefomgeving daadwerkelijk te waarborgen. Kernboodschap Internationale mensenrechtenverdragen vormen het kader voor overheden om actief beleid te voeren dat luchtvervuiling voorkómt , gezondheid beschermt en burgers betrekt. Dit kader geldt niet pas bij de uitvoering , maar vanaf de eerste beleidsfase. Checklist per beleidsfase Per beleidsfase staan hieronder de volgende specifieke vragen om te toetsen of het mensenrecht op een gezonde leefomgeving met gezonde lucht is geborgd. 1. Agendering Staan gezondheid en luchtvervuiling op de agenda als mensenrechtenvraagstuk? Is de bescherming van gezondheid expliciet centraal gesteld in wet- en regelgeving 1 , ook voor toekomstige generaties? Zijn signalen van bewoners , artsen en maatschappelijke organisaties gehoord? • • • 2.
Beleidsvoorbereiding Welke vergunningen geeft de gemeente af en welke geeft de provincie af? Is het mensenrecht op een gezonde leefomgeving met gezonde lucht als toetssteen verankerd in vergunningverlening , toezicht en handhaving? Zijn de WHO-advieswaarden en mensenrechtenverdragen , zoals het EVRM en IVBPR , als toetsingskader gebruikt? Is het voorzorgsbeginsel toegepast , ook bij onzekerheid over risico’s? Zijn burgers actief en transparant geïnformeerd over mogelijke gezondheidseffecten? • • • • • 5 3. Beleidsbepaling / besluitvorming Is onderbouwd hoe het beleid het recht op leven , gezondheid en woongenot beschermt? Zijn mensenrechten minstens even zwaar meegewogen als economische of politieke belangen? • • 4. Implementatie Is er sprake van effectieve handhaving , toezicht en afdwinging van normen? Merken burgers de bescherming in de praktijk (geen papieren werkelijkheid)? Worden bij normoverschrijding tijdig herstelmaatregelen ingezet? • • • 5.
Evaluatie Is er sprake van beleidsverantwoording over hoe het mensenrecht op een gezonde leefomgeving met gezonde lucht is meegewogen? Wordt periodiek getoetst of het beleid gezondheid en de leefomgeving daadwerkelijk beschermt? Wordt bij aanhoudende hinder of schade het beleid bijgestuurd of verscherpt? • • • Juridische onderbouwing Voor de juridische onderbouwing van bovenstaande checklist verwijzen we naar het rapport ‘Gezonde lucht is een mensenrecht’. De onderbouwing is gebaseerd op de volgende verdragen: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): artikel 2 en artikel 8 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) Internationaal Verdrag inzake Economische , Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK , het Kinderrechtenverdrag) • • • • 1 Op basis van de Omgevingswet en de doorvertaling in omgevingsvisie en omgevingsplannen. Zie: Lucht | Informatiepunt Leefomgeving 6 Inleiding Beleid is het instrument waarmee overheden gericht maatschappelijke problemen oplossen en voorkomen. Een effectieve overheid werkt doelgericht aan rechtvaardige oplossingen. In Nederland is de situatie duidelijk: de luchtkwaliteit is de afgelopen decennia verbeterd , maar de lucht is nog niet gezond. Deze voldoet namelijk niet aan de WHO-advieswaarden uit 2021.
Ondanks brede erkenning van dit probleem blijft voldoende verbetering uit. Wat ontbreekt , zijn concrete handelingsopties die juridisch stevig zijn onderbouwd. Deze handreiking biedt die concrete opties. We structureren beleidsvorming in vijf fasen. Per fase analyseren we hoe mensenrechten juridisch richting kunnen geven aan beleidskeuzes. Dit doen we aan de hand van relevante artikelen uit de vier hiervoor genoemde verdragen: het EVRM , IVBPR , IVESCR en IVRK. We illustreren dit met praktijkvoorbeelden die laten zien wat er mogelijk (en noodzakelijk) is om burgers te beschermen tegen luchtvervuiling en andere vervuiling van de leefomgeving. De vijf beleidsfasen 1. Agendering De eerste stap is het benoemen van het probleem. Bij het gezondheidsrisico van luchtvervuiling is het belangrijk dat overheden dit niet alleen als ecologisch of economisch vraagstuk benaderen. Het recht op gezondheid en een gezonde leefomgeving leidt tot een mensenrechtelijke agendering. Maatschappelijke organisaties , burgercollectieven en deskundigen spelen hierin een sleutelrol. Hun signalen behoren niet als ‘druk van buitenaf’ te worden gezien , maar als noodzakelijke input voor een rechtvaardige en grondwettelijk verankerde beleidsvorming. 2. Beleidsvoorbereiding Vervolgens krijgt beleid inhoud.
Beleidsmedewerkers , juristen en experts ontwikkelen verschillende scenario’s , getoetst aan wetgeving , maatschappelijke draagkracht en uitvoerbaarheid. Cruciaal daarbij is de normatieve toets: doet het beleid recht aan de mensenrechtenverplichtingen van de Staat? Voor overheden betekent dit dat zij beleid dienen te ontwerpen dat gezondheidsschade actief voorkomt. Niet de technische haalbaarheid staat centraal , maar de verplichting om risico’s op schade te minimaliseren. Dit vraagt om een scherpe analyse van juridische normen zoals het EVRM en het IVBPR. 7 3. Beleidsbepaling / besluitvorming In deze fase komt het aan op democratische legitimatie én juridische consistentie. Besluiten dienen zo te worden onderbouwd dat zij geen schending opleveren van mensenrechten zoals het recht op leven of het recht op privéleven. Bij politieke keuzes moet expliciet worden onderbouwd hoe mensenrechten zijn meegewogen – en waarom deze rechten in bepaalde gevallen prevaleren boven economische of andere belangen. 4. Implementatie De implementatie van mensenrechten vraagt om meer dan naleving op papier. De beleidsmaatregelen moeten in de praktijk aantoonbaar bijdragen aan bescherming van gezondheid , leven en leefomgeving. Dit betekent: vergunningen die bescherming afdwingen , scherp en onafhankelijk toezicht en tijdige handhaving bij overtredingen. 5.
Evaluatie De kernvraag bij de evaluatie van het beleid is: draagt het beleid daadwerkelijk bij aan het beschermen van fundamentele rechten? Zijn de negatieve gezondheidseffecten verminderd? Is het beleid rechtmatig uitgevoerd? Evaluatie is geen sluitstuk , maar de springplank voor verbetering – en zo nodig een nieuwe agendering. 8 EVRM , IVBPR , IVESCR en IVRK In dit hoofdstuk bekijken we per beleidsfase hoe de verschillende internationale verdragen richting geven aan luchtkwaliteitsbeleid. We ondersteunen dit met praktijkvoorbeelden. Het rapport ‘Gezonde lucht is een mensenrecht’ licht de verdragen uitgebreider toe en biedt een overzicht van relevante jurisprudentie. De internationale verdragen in het kort Het EVRM bevat fundamentele normen die overheden verplichten burgers actief te beschermen tegen luchtvervuiling. Artikel 2 (recht op leven) en artikel 8 (recht op privé- en gezinsleven) zijn hierbij cruciaal. Artikel 6 van het IVBPR legt de basis voor het recht op leven: “Every human being has the inherent right to life. This right shall be protected by law. No one shall be arbitrarily deprived of his life. ” Voor overheden betekent dit de verplichting om willekeurige aantasting van het leven te voorkomen én actief beleid te voeren om dit mensenrecht te beschermen.
In lid 1 en 2 van artikel 17 IVBPR staat: “Niemand mag onderworpen worden aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privéleven , zijn gezinsleven , zijn huis […]. ” En “Eenieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting. ” Dit betekent dat de staat geen schade mag veroorzaken én ervoor moet zorgen dat anderen , waaronder overheidsorganen , natuurlijke personen en bedrijven , geen schade veroorzaken. In artikel 11 lid 1 van het IVESCR is het recht op een adequate levensstandaard vastgelegd. De Staat moet streven naar normen die zo veilig mogelijk zijn. Dat betekent dat de Staat moet aansluiten bij de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit. Het eerste lid van artikel 12 IVESCR bepaalt verder dat iedereen recht heeft op de hoogste standaard van fysieke en mentale gezondheid. Het tweede lid van artikel 12 IVESCR benoemt ook een specifieke plicht jegens kinderen: de verplichting al het nodige te doen om het aantal doodgeboren kinderen en kindersterfte te verminderen en de gezonde ontwikkeling van het kind te bewerkstelligen. Artikel 6 van het Kinderrechtenverdrag benoemt het recht op leven van ieder kind. In lid 2 staat dat Staten zo veel mogelijk het overleven en ontwikkelen van het kind zullen garanderen. Het recht op gezondheid wordt voor kinderen expliciet herhaald in artikel 24.
En lid 2 van dit artikel verplicht de Staat om voldoende maatregelen te nemen om ziekte te bestrijden en daarbij het gevaar van milieuvervuiling in overweging te nemen. Luchtvervuiling dient proactief te worden meegenomen bij de bescherming van kinderen. 2 Het voorzorgsbeginsel is in elk van deze verdragen een essentieel element voor de bescherming van mensenrechten. Het verplicht overheden om risico’s op gezondheids- schade en milieuschade tijdig te signaleren en daar proactief op te reageren. Niet het bewijs van schade is leidend , maar de plausibiliteit ervan. • • • • • • • 9 Deze internationale verplichtingen werken door in alle fasen van de beleidscyclus. Van agendering tot evaluatie staan bestuurders en beleidsmedewerkers voor de taak om keuzes , maatregelen en instrumenten af te stemmen op de plicht om het leven en de gezondheid van inwoners te beschermen. 1. Agendering Het recht op leven verplicht de overheid om tijdig op te treden tegen gevaren voor de volksgezondheid. Preventie staat centraal: risico’s moeten worden geagendeerd voordat schade ontstaat. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft bevestigd dat staten moeten ingrijpen zodra een bedreiging voor de volksgezondheid voorzienbaar is. Artikel 8 EVRM verplicht staten om burgers te beschermen tegen ernstige verstoringen van hun leefomgeving.
Zelfs als er geen direct levensgevaar dreigt , kan vervuiling of overlast leiden tot een aantasting van gezinsleven en privéleven. Beleidsmakers moeten vroegtijdig signalen van bewoners over inmenging in hun privéleven en woning serieus nemen. Zo wordt het recht op een ongestoord privé- en gezinsleven vanaf het begin in de beleidsagenda vastgelegd. Het voorzorgsbeginsel bepaalt dat ook onzekere of nog niet volledig bewezen risico’s beleidsmatig serieus moeten worden genomen. Bij milieu- problemen zoals luchtvervuiling moet de overheid risico’s vroeg signaleren. Dit vereist actieve betrokkenheid van belanghebbenden en open maatschappelijke agendering – ook als wetenschappelijke consensus nog ontbreekt. Voorbeeld Intensieve veeteelt in de Peelregio In de Peelregio , een gebied met extreem hoge veedichtheid , signaleren bewoners (o. a. Stichting Mens , Dier & Peel) ernstige gezondheidsrisico’s door het fijnstof en de stikstof die worden uitgestoten door veehouderijen. De overheid is vanwege het recht op leven verplicht deze risico’s te agenderen. Voorbeeld Kunstmestfabriek ICL en soja-overslag Structurele hinder en luchtvervuiling door ICL-kunstmestfabriek in Amsterdam- Noord en de soja-overslag in Amsterdam-Westpoort tasten het dagelijkse woon- en leefgenot van omwonenden aan. Bewonersinitiatief Adem Vrij aan het IJ vraagt hier al jarenlang aandacht voor.
Artikel 8 EVRM vraagt de gemeente dit als mensenrechtelijke kwestie te agenderen. 10 Voorbeeld Schiphol De uitstoot van ultrafijnstof en stikstof door vliegtuigen brengt voor tienduizenden mensen ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee. Het RIVM heeft bevestigd dat ultrafijnstof een risico vormt voor hart- en bloedvaten en longen. Bovendien is Schiphol een PFAS-hotspot. Op basis van het EVRM ligt hier voor de overheid de opgave dit als mensenrechtelijk vraagstuk te agenderen. 2. Beleidsvoorbereiding Bij het ontwikkelen van beleid moet de overheid garanderen dat de maatregelen het sterfterisico daadwerkelijk verminderen. Beleidsopties die burgers bewust blootstellen aan gevaarlijke luchtvervuiling zijn onrechtmatig. In deze fase moeten beleidsopties worden getoetst aan het recht op een gezonde leefomgeving. Beleidsplannen moeten sterfterisico’s minimaliseren en het recht op leven waarborgen , en daarom gebaseerd zijn op wetenschap- pelijke kennis en voldoen aan internationale gezondheidsnormen (zoals de WHO-advies- waarden voor luchtkwaliteit). Bescherming van woongenot dient structureel te worden meegenomen in beleidsanalyses. Dat houdt onder meer het meewegen van economische of praktische belangen in bij analyses , maar ook de bescherming van het privéleven.
In de voorbereidingsfase vereist het voorzorgsbeginsel dat beleidsmakers risico’s serieus nemen , ook bij gebrek aan volledig bewijs. Beleidsvoorstellen moeten maatregelen bevatten die schade voorkomen , beperken of herstellen. Daarbij hoort ook het betrekken van burgers en belanghebbenden via informatievoorziening en andere vormen van transparante communicatie. Voorbeeld Woningbouwplannen nabij snelwegen In Nederland worden bijna 40. 000 nieuwe woningen – tegen GGD-richtlijnen in – gepland op locaties waar blootstelling aan vervuilde lucht aantoonbaar de levensverwachting verlaagt. Deze plannen vragen in de beleidsvoorbereiding om toetsing aan artikel 2 en 8 EVRM en aan de WHO-advieswaarden. Het recht op leven kan het aanpassen of stopzetten van woningbouwplannen betekenen. 11 Voorbeeld Toestaan bedrijven in hoge milieucategorie nabij woonwijken De gemeente Lansingerland heeft in de Omgevingsvisie 2. 0 opgenomen dat op drie locaties ruimte nabij bestaande woonwijken wordt vrijgemaakt voor bedrijven met een hoge milieubelasting. Dit betekent dat zich hier bijvoorbeeld metaalproducenten of intensieve veehouderijen mogen vestigen. Dit vormt een risico voor de leefomgeving in de naastgelegen woonwijken. Bescherming van woongenot moet structureel worden meegenomen in de beleidsvoorbereiding om te voorkomen dat de gezondheid van inwoners wordt geschaad.
Voorbeeld Toestemming bouw distributiecentra nabij woonkernen Verschillende provincies en gemeenten willen toestemming geven voor de bouw van distributiecentra vlakbij woningen. De mogelijke overlast door verkeer , licht , geluid en luchtvervuiling maakt omwonenden bang voor aantasting van hun nachtrust , leefomgeving en woningwaarde. Dit soort potentiële schendingen van het recht op ongestoord privé- en gezinsleven vraagt om aanpassingen in de beleidsvoorbereiding. 3. Beleidsbepaling / besluitvorming Politieke besluiten dienen het recht op leven als zwaarwegend beginsel te hanteren. Hierbij hoort dat beleidsbesluiten risico’s preventief beperken en gezondheid structureel beschermen , en dat overheden aantonen dat hun besluiten het recht op leven beschermen. Politieke besluitvorming en bestuurlijke besluiten mogen geen langdurige overlast legitimeren die het woongenot aantast en kortetermijnbelangen (winst , economie , politieke druk) mogen fundamentele mensenrechten niet overschaduwen. Besluiten over ingrepen in de leefomgeving dienen transparant en proportioneel te zijn , zodat omwonenden niet plotseling en zonder voorkennis geconfronteerd raken met inmenging in hun privéleven. Dit houdt ook in dat volksvertegenwoordigers en bestuurders hun besluiten onderbouwen met verwijzing naar dit fundamentele recht.
Het voorzorgsbeginsel fungeert als toetssteen bij de formele vaststelling van beleid. Beleidskeuzes moeten duidelijk maken hoe risico’s zijn gewogen , welke maatregelen zijn genomen en hoe dit zich verhoudt tot internationale verdragen. Ook de impact op toekomstige generaties moet worden meegewogen. 12 Voorbeeld Gifgebruik in Boterveen Na een rechtszaak die door bewoners is aangespannen tegen een lelieteler wegens het gebruik van schadelijke pesticiden , erkende de rechter het recht op bescherming tegen gifblootstelling. Beleidsmakers mogen geen besluiten nemen die gifgebruik toestaan zonder bescherming van omwonenden en dus in strijd zijn met artikel 2 of 8 EVRM. Voorbeeld Asfaltcentrale Hengelo Omwonenden van de asfaltcentrale in Hengelo-Zuid voelen zich al jaren gedwongen ramen te sluiten en binnen te blijven vanwege de stank- en stofoverlast. Dit tast direct en structureel hun woongenot en privéleven aan. Structurele hinder verplicht de overheid tot actieve bescherming bij vergunningverlening. Voorbeeld Tata Steel (IJmond) De levensduur van bewoners wordt aantoonbaar (o. a. RIVM-rapporten) verkort en verschillende aandoeningen aan hart- en bloedvaten en longen komen voor , evenals kanker , als gevolg van allerlei vormen van industriële uitstoot van staalfabrikant Tata Steel. Het recht op leven vraagt van vergunningverleners uitleg over hoe zij dit recht beschermen.
Het zwaarder laten wegen van werkgelegenheidsbelangen of economische winst is in strijd met artikel 6 IVBPR. 4. Implementatie Bescherming is pas effectief als beleid ook wordt uitgevoerd en gemonitord. Een papieren norm zonder handhaving levert een schending op van artikel 2 EVRM. Zonder naleving van de afgesproken normen en maatregelen verliest ook artikel 8 EVRM zijn werking. Toezicht en handhaving zijn geen formaliteit , maar een essentieel onderdeel van verantwoordelijk overheidshandelen , en burgers moeten de resultaten ervan kunnen merken. Dat vraagt van overheden een actieve houding bij toezicht en handhaving. Uitvoeringsorganisaties moeten beschikken over de juiste kennis , capaciteit én alertheid op risico’s. Als bescherming tekortschiet , kunnen burgers rechtsmiddelen inzetten – ook internationaal. 13 Voorbeeld Heros Sluiskil (Zeeland) Ondanks de strenge vergunningen blijft de overlast van overwaaiend stof van de bergen verbrandingsassen bij Heros Sluiskil bestaan. Artikel 8 EVRM vereist effectieve uitvoering en actieve bescherming zodat burgers ongestoord in hun woningen kunnen leven. Geldende vergunningen moeten in de praktijk worden nageleefd. Voorbeeld Asfaltcentrale Eindhoven Steeds weer zijn normoverschrijdingen bij de uitstoot van gevaarlijke stoffen (benzeen , PAK’s) door de asfaltcentrale in Eindhoven in het nieuws.
Langdurige normoverschrijding wijst op tekortschietend toezicht en handhaving. Omwonenden van de asfaltcentrale geven aan dat de stank ‘chemisch en zwaar’ is. De overheid moet ingrijpen. Anders blijft het recht op (privé)leven slechts een papieren recht. Voorbeeld Houtrook in stadswijken Bewoners moeten – ondanks gemeentelijke regels en verordeningen over houtstook , zoals een stookverbod bij windstil weer – toch vaak de ramen sluiten en de ventilatie uitzetten. De buren blijven hun houtkachels en open haarden bij windstil weer gebruiken. Ze worden er niet op aangesproken en als bewoners bij de overheid verhaal halen , volgt alleen een algemene waarschuwing in huis-aan-huisbladen. Gebrek aan handhaving kan leiden tot structurele schending van het woongenot. 5. Evaluatie Naast het actief vaststellen van regels hebben overheden ook de plicht om te toetsen of de regels effectief zijn. Evaluatie moet toetsen of het beleid levens daadwerkelijk beschermt. Blijven gezondheidsschade en een verhoogd sterfterisico bestaan? Houdt de hinder aan? Blijven burgers structureel overlast en aantasting van hun privéleven ervaren? Dan is bijsturing nodig. Dit kan ook herziening van juridische kaders en aanscherping van normen betekenen. Evaluatie is meer dan alleen terugkijken ; het is een proces van kritische reflectie , ook binnen juridische kaders.
14 Voorbeeld Houtstook door particulieren Burgers ondervinden ernstige luchtwegklachten en andere gezondheidsproblemen door houtrook. Als klachten blijven bestaan , voldoet het beleid niet aan artikel 2 en 8 EVRM. Evaluatie moet leiden tot strengere regels die gezondheidsklachten verminderen. Voorbeeld Chemiebedrijf Seqora B. V. en andere uitstootbronnen (Zaltbommel) In Zaltbommel leven bewoners in vervuilde lucht door chemiebedrijf Seqora B. V. (voorheen Sachem) , grote kippen- en varkenshouderijen , pesticidengebruik in land- en tuinbouw en fijnstof afkomstig van de snelweg A2. Hun woongenot staat blijvend onder druk. Evaluatie moet hier uitwijzen of de combinatie van al die bronnen van overlast voldoende is aangepakt. Blijvende hinder toont in Zaltbommel aan dat het omgevingsbeleid moet worden aangepast om aan artikel 8 EVRM te voldoen. Voorbeeld Biomassacentrale Icebear (Steenwijk) Structurele klachten van omwonenden over de biomassacentrale Icebear tonen aan dat beleid tekortschiet en moet worden bijgesteld. De stofwolken , brandende ogen en hoestaanvallen zijn ondanks maatregelen niet verdwenen. Dit vormt aanleiding om de vergunning voor Icebear opnieuw te beoordelen. 2 Het voorzorgsbeginsel staat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) en de Nederlandse Omgevingswet.
15 Afkortingen in gebruikt handreiking deze • • • • • • • • • EVRM – Europees Verdrag tot bescherming voor de Rechten van de Mens EHRM – Europees Hof voor de Rechten van de Mens IVBPR – Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten IVESCR – Internationaal Verdrag inzake economische , sociale en culturele rechten IVRK – Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind PAK – Polycyclische aromatische koolwaterstoffen PFAS – Per- en polyfluoralkylstoffen RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu WHO – World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie) 16 Gezonde is lucht een mensenrecht Juridi s c he onderbouwing v oor he t t oepa s s en van mensenrechten in luchtkwaliteitsbeleid VOOR DE MOOIST MOGELIJKE TOEKOMST 1 Inhoud 1. Inleiding & samenvatting - Mensenrechten en gezonde lucht 2. C onclus ie s 3 . Uitw erking mens enr echt en 3 . 1 Algemeen inleidend 3. 2 Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten olitieke Rechten en P 3. 3 Het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens 3 . 4 R ele v ant e mens enr echt en uit he t Int ernationaal V er dr ag in z ak e onomische , sociale en culturele rechten ec 3. 5 Het Kinderrechtenverdrag 3 . 6 Ov erig 3 5 6 6 8 15 28 34 37 2 s amen v at t ing 1. Inleiding & Mens enr e c ht en en ge z onde luc ht 1 Een gezonde leefomgeving , waaronder gezonde lucht , is geen gunst , maar een mensenrecht.
De overheid – en daarmee amb t enar en , be winds lieden en politici – dr aagt dir ect e v er antw oor deli jkheid om dat r echt t e w aarbor gen , nu én v oor t oek oms tige gener atie s . Toch is de lucht in Nederland zó vervuild dat dit recht structureel wordt geschonden – vaak onbedoeld , maar me t erns tige ge v olgen v oor mens en milieu. Mens enr echt ens chendingen op he t gebied v an luchtk w alit eit zi jn door gaans onbedoeld. Beleidsmak er s en amb t enar en beogen immer s nie t be wus t mens enr echt en t e s chenden o f r echt en v an t oek oms tige gener atie s aan te tasten. Toch kan dit het effect zijn van beleidskeuzes. Hoe zorg je ervoor dat beleid mensenrechten juist be s chermt in plaat s v an s chendt? Dat is de k ern v an dit r appor t. W i j lat en zien dat he t v erbe t er en v an de luchtk w alit eit in ons land geen vri jbli jv ende beleids k euz e is , maar een juridis che en mor ele plicht die v oor tvloeit uit int ernationale mens enr echt en v er dr agen z oals he t Int ernationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) , het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) , he t Int ernationaal V er dr ag in z ak e ec onomis che , s ociale , en cultur ele r echt en (IVES CR) en het Kinderrechtenverdrag.
Overheden – landelijk en lokaal – hebben volgens deze verdragen een actieve z or gplicht: zi j moe t en nie t alleen ge z ondheids s chade v oork omen , maar ook de ge z ondheid v an bur ger s be s chermen door luchtv ervuiling t erug t e dringen. R echt s z ak en in ons land en uit spr ak en v an he t Eur opee s Ho f v oor de R echt en v an de Mens lat en een ontwikkeling zien waarbij deze zorgplicht van overheden steeds concreter en meer afdwingbaar wordt. He t r echt op le v en , r echt op ge z ondheid en r echt op f amilie- en priv éle v en om v at ook be s cherming t egen milieuv ervuiling , w aar onder luchtv ervuiling. He t v oorz or gs begins el speelt hierin een c entr ale r ol: als ris ic o ’ s v oor ge z ondheid en milieu v oorzienbaar zi jn , moe t de o v erheid ingri jpen – ook als w e t ens chappeli jk e z ek erheid nog ontbreekt. Tot nu toe komt de overheid in actie als een zaak voor de rechter komt omdat het fout is gegaan. Nu handelt Nederland t e v aak in s tri jd me t mens enr echt en en de z or gplicht naar haar bur ger s . Op t e v eel luchtv ervuilings do s s ier s . T egeli jk er ti jd ontbr ek en een s tructur ele aanpak , adequat e monit oring en handhaving v anuit mens enr echt en als he t gaat om luchtv ervuiling.
Gemeent en k unnen meer doen , maar mis s en v aak he t handelingsper spectie f en duideli jk e opdr acht en normen vanuit de centrale overheid. De WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit moeten daarbij als ondergrens gelden. Dat adviseert niet alleen het RIVM ; de overheid is er ook toe gehouden op grond van onze mensenrechten , kinderrechten en de rechten van ongeborenen en toekomstige generaties. 1 De Verenigde Naties hebben in 2022 het recht op een schone , gezonde en duurzame leefomgeving als mensenrecht erkend. 3 Als hulpmiddel om he t goed(e) t e doen. A ctie is v er eis t en nie t Mens enr echt en k un je in z e t t en als ins truent. moeilijk. Mensenrechten bieden niet alleen een juridische bas is , maar ook een krachtige opr oep tot actie . Actie om luchtvervuiling tegen te gaan vanuit mensenrechtenperspectief is vereist: uit rechtvaardigheid , gezondheidsoverwegingen én als juridische verplichting. Die verplichtingen bestaan al , maar worden nog niet nageleefd in Nederland. De boodschap aan beleidsmakers en handhavers is hiermee duidelijk: Ji j maak t v anuit de o v erheid he t v er s c hil. De o v erheid he e f t de v er antw oor deli jkheid om mens enr e c ht en mee te wegen en gezondheidsschade door luchtvervuiling te voorkomen. Wegkijken is geen optie. 2.
Conclusies Conclusies op grond van mensenrechten: Gezondheidsschade door vervuilde lucht schendt mensenrechten. Gezonde(re) lucht is een afdwingbaar mensenrecht , erkend door internationale verdragen en resoluties. De Nederlandse overheid schendt dit recht regelmatig door nalatigheid of beleidsfouten. Luchtvervuiling tast onder meer het recht op leven , gezondheid en privéleven aan. Het voorzorgsbeginsel is juridisch verplicht – zeker bij bekende of voorzienbare milieurisico’s. Gezondheidsnormen – en dus niet politieke compromissen – dienen als minimaal beschermingsniveau te worden gehanteerd. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Gemeenten en decentrale overheden hebben een zelfstandige zorgplicht. 8. De overheid moet burgers beschermen tegen zowel publieke als private vervuilers. 9. Internationale jurisprudentie beperkt de beleidsvrijheid van staten aanzienlijk bij milieugevaar. 10. Toekomstige generaties moeten expliciet worden meegenomen in besluitvorming. Zonder effectieve uitvoering en handhaving blijven mensenrechten illusoir in plaats van daadwerkelijke bescherming te bieden. 11. 5 3. Uitwerking mensenrechten 3 . 1 Algeme en inleidend In dit hoofdstuk staan de voor schone lucht meest relevante mensenrechten en kinderrechten uitgewerkt.
Mens enr echt en spelen een cruciale r ol bi j luchtk w alit eit en zi jn door s lagge v end bi j hoe Nederland om z ou moe t en gaan me t luchtv ervuiling. Er vloeien v eel v erplichtingen v oor Nederland v oor t uit mens enr echt en op gr ond v an allerlei int ernationale af spr ak en en v er dr agen. V oorbeelden daarv an zi jn: he t Klimaatv er dr ag , de D uurz ame Ontwikk elings doelen v an de VN , o f w el Sus t ainable 2 Development Goals (‘SDGs’) , de in september 202 aangenomen UN Declaration on Future Generations en Pact for the Future en het in 2022 door de Algemene Vergadering van de VN erkende mensenrecht (Nederland stemde vóór): ‘the human right to a safe , clean , healthy and sustainable environment’ , ofwel het recht op een veilig , schoon , gezond en duurzaam leefmilieu. Onze overheid is op internationaal niveau tal van vergaande verplichtingen aangegaan op grond van mensenrechten en moet dus al veel doen voor schone(re) lucht in Nederland , zoals hierna zal blijken. Er gebeurt nu te weinig om luchtvervuiling te verminderen in ons land. De eerdergenoemde , meer algemene , internationale teksten op milieu- en klimaatgebied zijn naar hun aard in Nederland moeilijk afdwingbaar bij de rechter. Naar de rechter stappen zou ook helemaal niet nodig moeten zijn.
De overheid moet namelijk op grond van de verdragen zelf en (pro) actief mensenrechten beschermen , respecteren en realiseren. Dat betekent bijvoorbeeld dat mensenrechten leidend moeten zijn bij vergunningen verlenen , monitoren en handhaven , dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast en dat schade aan gezondheid moet worden voorkomen. Hierop gaat dit rapport veel dieper in. Maar hoe zit het dan precies met onze mensenrechten in relatie tot schone lucht? Dat zetten wij hieronder uiteen. We behandelen niet alle bestaande mensenrechten maar focussen ons op de meest gangbare , duidelijk geaccepteerde en vaak ingeroepen mensenrechten in relatie tot milieu , gezondheid en vervuiling. Het gaat dan om met name de artikelen 6 en 17 uit het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) ; artikelen 2 en 8 uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ; de in het Internationaal Verdrag inzake Economische , Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) verankerde mensenrechten en de kinderrechten uit het Kinderrechtenverdrag (IVRK) (hierna allen tezamen ook: ‘de mensenrechten’). De af gelopen jar en w or dt w er eldwi jd en ook in Nederland s t eeds v ak er een ber oep op mens enr echt en gedaan in relatie tot milieuthema’s – ook inzake luchtvervuiling.
Bekende milieu- en mensenrechtenzaken zijn natuurlijk de ‘Urgenda-klimaatzaak’ en de zaak van Milieudefensie (en zes andere NGO’s en meer dan 10. 000 mede- eisers) tegen Shell die respectievelijk dienden in 2015 en 2019. 6 Rechters gaven de overheid lang een ruime vrijheid en beoordelingsmarge bij de invulling van de verplichtingen uit mensenrechten en keuzes als economische ontwikkeling. Maar de meest recente ontwikkelingen en uitspraken van onder andere het VN-Mensenrechtencomité en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – ook specifiek op het gebied van luchtvervuiling – laten zien , dat die beoordelingsruimte sterk verminderd is en dat de overheid in Nederland op het gebied van luchtkwaliteit daar regelmatig buiten treedt. Bij mensenrechten horen zowel ‘negatieve’ (zorg)plichten (‘wat moet de overheid nalaten’) als positieve verplichtingen (‘wat moet gedaan worden’). Samen bepalen zij de grenzen van de beleidsvrijheid die de overheid heeft in het kader van (gezonde) luchtkwaliteit. In de paragrafen hierna bespreken we per verdrag de mensenrechten die voor luchtvervuiling relevant zijn. 2 Mensenrechten en de VN Sustainable Development Goals (SDGs) In de preambule van de SDGs staat: “As we embark on this collective journey , we pledge that no one will be left behind. ” en “They seek to realize the human rights of all.
” Mensenrechten spelen een belangrijke rol in de SDGs , de woorden ‘human rights’ komen maar liefst 15 keer voor in de tekst en verschillende mensenrechten worden expliciet genoemd of vormen de basis van het specifieke doel (bijvoorbeeld het recht op water en sanitatie en SDG 6. 1 en 6. 2). SDG Indicator 3. 9. 1 gaat over een substantiële reductie van zieken en doden ten gevolge van luchtvervuiling. SDG 11. 6. 2 gaat over het verbeteren van de luchtkwaliteit in steden. De introductie van de SDGs stelt: “We will implement the Agenda for the full benefit of all , for today’s generation and for future generations. In doing so , we reaffirm our commitment to international law and emphasize that the Agenda is to be implemented in a manner that is consistent with the rights and obligations of states under international law. ” Mensenrechten , van mensen nu en toekomstige generaties , zijn leidend voor de SDGs en de implementatie ervan. 7 3. 2 Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten , artikelen 6 en 17 IVBPR In dit mensenrechtenverdrag uit 1966 staan geen expliciete bepalingen of artikelen in relatie tot bescherming van de leefomgeving. Maar onder ‘het recht op leven’ (artikel 6) en ‘privé- en familieleven’ (artikel 17) zijn wel specifieke verplichtingen opgenomen in relatie tot natuur en milieu , en daarmee ook tot schone lucht.
Artikel 6 IVBPR Het recht op leven is verwoord in artikel 6 lid 1 IVBPR: “Every human being has the inherent right to life. This right shall be protected by law. No one shall be arbitrarily deprived of his life. ” General Comment No. 6 Een General Comment is een uitleg van het verantwoordelijke VN-orgaan (met daarin ‘s werelds meest gerenommeerde experts) , van wat een bepaald mensenrecht inhoudt. Al in 1982 lichtte het VN-Mensenrechtencomité , het (hoogste) rechtsprekende en interpreterende orgaan van de VN voor dit verdrag , in General Comment No. 6 toe dat Staten dit recht vaak te nauw interpreteren: “5. Moreover , the Committee has noted that the right to life has been too often narrowly interpreted. The expression ‘inherent right to life’ cannot properly be understood in a restrictive manner , and the protection of this right requires that States adopt positive measures. In this connection , the Committee considers that it would be desirable for States parties to take all possible measures to reduce infant mortality and to increase life expectancy. . . ”. Staten zijn dus verplicht om positieve stappen te nemen om het recht op leven te beschermen , waarbij het wenselijk zou zijn dat ze alle mogelijke maatregelen nemen om negatieve impact te verminderen en levensverwachting toe te laten nemen. Artikel 17 IVBPR luidt: Lid 1.
Niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privéleven , zijn gezinsleven , zijn huis en zijn briefwisseling , noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam. Lid 2. Eenieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting. In General Comment No. 31 uit 2004 stelt het VN-Mensenrechtencomité over positieve verplichtingen ten aanzien van artikel 17 IVBPR: “There may be circumstances in which a failure to ensure Covenant rights as required by article 2 would give rise to violations by States Parties of those rights , as a result of States Parties’ permitting or failing to take appropriate measures or to exercise due diligence to prevent , punish , investigate or redress the harm caused by such acts by private persons or entities. ” En: “For example , the privacy-related guarantees of article 17 must be protected by law. ” Het toestaan ( van vervuiling) of nalaten in te grijpen van Staten om passende maatregelen te nemen of de nodige zorgvuldigheid te betrachten ten aanzien van het voorkomen , bestraffen , onderzoeken of herstellen van de schade veroorzaakt door (rechts)personen of bedrijven , kan dus leiden tot schending van deze mensenrechten. 8 Toepassing | in de | praktijk In de | uitspraak | Milieudefensie | et al.
tegen | Shell | van | 26 | mei | 2021 | (Rechtbank | Den | Haag | 26-05-2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:5337) | noemt | de | rechtbank | over | mensenrechten | in relatie | tot | het | milieu | (in rechtsoverweging (r. o. ) 4. 4. 10): “Het | VN-Mensenrechtencomité | 3 heeft | in een | zaak | over | het | in artikel | 6 IVBPR | verankerde | recht | op | leven overwogen: | “Furthermore | , the | Committee | recalls | that | environmental | degradation | , climate | change | and unsustainable | development | constitute | some | of the | most | pressing | and | serious | threats | to the | ability | of present and | future | generations | to enjoy | the | right | to | life. ” Het | Comité | heeft | zich | in meerdere | zaken | uitgesproken | over | vervuiling | en | het | recht | op | leven: In de | zaak | Portillo | Cáceres | et al. v. Paraguay | (2020) | klaagden | bewoners | van | Colonia | Yerutí | over | ernstige gezondheidsschade | door | pesticidengebruik | op | nabijgelegen | sojaplantages. | Rubén | Portillo | Cáceres | overleed na | blootstelling | aan | pesticiden | ; andere | bewoners | , waaronder | kinderen | , werden | ernstig | ziek. | De | Paraguayaanse autoriteiten | reageerden | niet | adequaat | , ondanks | bewijs | van | milieuvervuiling | en | illegaal | gebruik | van | chemicaliën.
De | bewoners | wendden | zich | tot | het | VN-Mensenrechtencomité | wegens | het | gebrek | aan | bescherming | en rechtsmiddelen. | Het | Comité | oordeelde | dat | Paraguay | het | recht | op | leven | , privéleven | en | een | effectieve | remedie had | geschonden. In deze | zaak | heeft | het | Comité | bevestigd | dat: “The | duty | to | protect | life also | implies | that | States | parties | should | take | appropriate | measures | to | address | the general | conditions | in society | that | may | give | rise to | direct | threats | to | life or | prevent | individuals | from | enjoying their | right | to | life with | dignity. | These | general | conditions | may | include | degradation | of the | environment | and | the deprivation | of the | land | , territories | and | resources | of indigenous | peoples. | ” In de | zaak | 4 Ioane | Teitiota | tegen | Nieuw-Zeeland | (CCPR/C/127/D/2728/2016) | claimde | Teitiota | , een | inwoner van | Kiribati | , dat | zijn deportatie | door | Nieuw-Zeeland | zijn recht | op | leven | schond | vanwege | de | ernstige milieuproblemen | in zijn thuisland | , zoals | zeespiegelstijging | , verzilting | van | drinkwater | en | overbevolking.
| Hoewel het | VN-Mensenrechtencomité | erkende | dat | klimaatverandering | een | bedreiging | kan | vormen | voor mensenrechten | , oordeelde | het | dat | Teitiota | geen | persoonlijk | en | onmiddellijk | risico | liep | dat | zijn | deportatie | zou rechtvaardigen | als | een | schending | van | het | recht | op | leven. In deze | zaak | bevestigde | hetzelfde | VN-Mensenrechtencomité | in 2020: “The | right | to | life includes | the | entitlement | of individuals | to enjoy | a life with | dignity | , and | to | be | free | from | acts | or omissions | that | are | intended | or may | be | expected | to cause | their | unnatural | or premature | death. | It is also | the Committee’s | position | that | environmental | degradation | and | climate | change | constitute | extremely | serious | threats to the | ability | of both | present | and | future | generations | to enjoy | the | right | to | life. In recognition | of that | reality | , States have | been | obligated | to preserve | the | environment | and | protect | it against | harm | , pollution | and | climate | change. | ” In 2022 | deed | het | Comité | opnieuw | een | relevante | uitspraak | 5 over | vervuiling: In de | zaak | Oliveira | Pereira | et al.
tegen | Paraguay | (CCPR/C/132/D/2552/2015) | klaagden | leden | van | de | inheemse gemeenschap | over | de | ernstige | milieuvervuiling | veroorzaakt | door | nabijgelegen | landbouwactiviteiten | , waaronder | het | gebruik | van | pesticiden | en | ontbossing. | Deze | vervuiling | leidde | tot | gezondheidsproblemen | , verlies van | traditionele | levenswijzen | en | aantasting | van | hun | leefomgeving. | De | klagers | stelden | dat | de | Paraguayaanse autoriteiten | onvoldoende | maatregelen | namen | om | hun | rechten | te beschermen | en | geen | effectieve rechtsmiddelen | boden. 9 Uit deze | uitspraak: “The | Committee | notes | that | the | State | party | did | not | adequately | monitor | the | illegal | activities | at | the | source | of the contamination. | By | inadequately | monitoring | the | activities | , the | State | party | failed | to | prevent | the | contamination.
This | failure | in its duty | to | provide | protection | made | it possible | for the | large-scale | , illegal | fumigation | , including | with banned | agrochemicals | , to | continue | for | many | years | , not | only | causing | health | problems | among | community members | – | including | children | , as | the | fumigation | was | carried | out | mere | meters | from | the | school | during | school hours | – | but | also | contaminating | the | community’s | waterways | , destroying | its subsistence | crops | , killing | its | livestock and | triggering | the | mass | extinction | of | fish and | bees | , all basic | components | of the | members’ | private | life , family | life and | home. When | contamination | has | direct | repercussions | on | the | right | to | one’s | privacy | , family | life and | home | , and | its consequences | are | serious | , then | the | degradation | of | the | environment | adversely | affects | the | well-being | of individuals | and | constitutes | a | violation | of | privacy | , family | life and | the | home. | Consequently | , in the | light | of | the information | that | it has | before | it , the | Committee | concludes | that | the | events | at | issue | in the | present | case | disclose a violation | of | article | 17 of | the | Covenant.
| ” Wat | moet | er | vervolgens | gebeuren | na | een | schending? Het | Comité | vervolgt: “Pursuant | to article | 2 (3) (a) | of the | Covenant | , the | State | party | is under | an | obligation | to | provide | an | effective remedy. | In | that | connection | , the | State | party | should: a) | conduct | an | effective | and | exhaustive | investigation | of | the | facts | , keeping | the | authors | appropriately informed | ; b) | initiate | criminal | and | administrative | proceedings | against | the | alleged | perpetrators | and | , if they | are | found guilty | , impose | appropriate | penalties | ; c) | make | full | reparation | to | the | authors | and | other | members | of | the | community | for | the | harm | caused | , including appropriate | compensation | and | reimbursement | of | legal | costs | ; and d) | take | all necessary | measures | , in close | consultation | with | the | community | , to | repair | the | environmental damage. | ” “7.
5 In the | present | case | , the | Committee | is of the | view | that | heavily | spraying | the | area | in question | with | toxic agrochemicals | – | an | action | which | has | been | amply | documented | – | poses | a | reasonably | foreseeable | threat | to | the authors’ | lives | given | that | such | large-scale | fumigation | has | contaminated | the | rivers | in which | the | authors | fish , the well | water | they | drink | and | the | fruit | trees | , crops | and | farm | animals | that | are | their | source | of | food. | [. . . ]“ En: | “The | State | party | is also | under | an | obligation | to | take | steps | to prevent | similar | violations | from | occurring | in the future. | As | highlighted | by | the | Committee | in its general | comment | No. | 36 | (2018) | , the | right | to | life should | not | be interpreted | narrowly | ; moreover | , it encompasses | the | right | to | enjoy | a life with | dignity. | ” Daarnaast | een | relevante | uitspraak | uit 2023: | 6 In de | zaak | Daniel | Billy | en | anderen | tegen | Australië | (CCPR/C/135/D/3624/2019) | klaagden | acht | inheemse bewoners | van | de | Torres | Strait-eilanden | dat | Australië | onvoldoende | maatregelen | nam | tegen | de | gevolgen | van klimaatverandering | , zoals | zeespiegelstijging | en | kusterosie | , die | hun | leefomgeving | en | cultuur | bedreigden.
| Ze stelden | dat | deze | nalatigheid | hun | rechten | onder | het | Internationaal | Verdrag | inzake | Burgerrechten | en | Politieke Rechten | (IVBPR) | schond | , met | name | het | recht | op | privé- | en | gezinsleven | (artikel | 17) en | het | recht | van | minderheden om | hun | eigen | cultuur | te | genieten | (artikel | 27). Het | VN-Mensenrechtencomité | oordeelde | op | 23 | september | 2022 dat | Australië | deze | rechten | had | geschonden | door | onvoldoende | adaptatiemaatregelen | te | nemen | om | de gemeenschappen | te | beschermen | tegen | de | gevolgen | van | klimaatverandering. 10 Het Comité stelde: “The right to life cannot be properly understood if it is interpreted in a restrictive manner and that the protection of that right requires States parties to adopt positive measures to protect the right to life. The right to life also includes the right of individuals to enjoy a life with dignity and to be free from acts or omissions that would cause their unnatural or premature death. The obligation of States parties to respect and ensure the right to life extends to reasonably foreseeable threats and life-threatening situations that can result in loss of life. States parties may be in violation of article 6 of the Covenant even if such threats and situations do not result in the loss of life.
The Committee considers that such threats may include adverse climate change impacts and recalls that environmental degradation , climate change and unsustainable development constitute some of the most pressing and serious threats to the ability of present and future generations to enjoy the right to life. The Committee recalls that States parties should take all appropriate measures to address the general conditions in society that may give rise to direct threats to the right to life or prevent individuals from enjoying their right to life with dignity. States parties must prevent interference with a person’s privacy , family or home that arises from conduct not attributable to the State , at least where such interference is foreseeable and serious. Thus , when environmental damage threatens disruption to privacy , family and the home , States parties must prevent serious interference with the privacy , family and home of individuals under their jurisdiction. In addition , the Committee considers that the application of article 17 should be understood not as being limited to the act of refraining from arbitrary interference ; but rather as also obligating States parties to adopt positive measures that are needed to ensure the effective exercise of the rights under article 17 in the presence of interference by the State authorities and physical or legal persons.
Failing to discharge its positive obligation to implement adequate adaptation measures to protect the authors’ home , private life and family , creates a violation of this right by a State party. ” In de Portillo Cáceres v. Paraguay zaak stelde het Comité al: “7. 5 In the present case , the Committee is of the view that heavily spraying the area in question with toxic agrochemicals – an action which has been amply documented – poses a reasonably foreseeable threat to the authors’ lives given that such large-scale fumigation has contaminated the rivers in which the authors fish , the well water they drink and the fruit trees , crops and farm animals that are their source of food. [. . . ] 7. 8 [. . . ] When pollution has direct repercussions on the right to one’s private and family life and home , and the adverse consequences of that pollution are serious because of its intensity or duration and the physical or mental harm that it does , then the degradation of the environment may adversely affect the well-being of individuals and constitute violations of private and family life and the home. Consequently , in the light of the information that it has before it , the Committee concludes that the events at issue in the present case disclose a violation of article 17 of the Covenant. ” * In de citaten in dit rapport is de nadruk (vetdruk en onderstreping) redactioneel toegevoegd.
11 En in Teitiota v. New Zealand overwoog het Comité in een zaak over klimaatverandering: “9. 4 […] the right to life cannot be properly understood if it is interpreted in a restrictive manner , and that the protection of that right requires States parties to adopt positive measures. The Committee also recalls its general comment No. 36 (2018) on the right to life , in which it established that the right to life also includes the right of individuals to enjoy a life with dignity and to be free from acts or omissions that would cause their unnatural or premature death (para. 3). The Committee further recalls that the obligation of States parties to respect and ensure the right to life extends to reasonably foreseeable threats and life-threatening situations that can result in loss of life. States parties may be in violation of article 6 of the Covenant even if such threats and situations do not result in the loss of life. Furthermore , the Committee recalls that environmental degradation , climate change and unsustainable development constitute some of the most pressing and serious threats to the ability of present and future generations to enjoy the right to life. 9.
5 Moreover , the Committee observes that both it and regional human rights tribunals have established that environmental degradation can compromise effective enjoyment of the right to life , and that severe environmental degradation can adversely affect an individual’s well-being and lead to a violation of the right to life. ” Het VN-Mensenrechtencomité deed voornoemde uitspraken dus in (klacht)zaken , maar baseerde dit op zijn eigen General Comment 36 van 30 oktober 2018 9 , waarin het (o. a. par. 62) verder ging: “De achteruitgang van het milieu , klimaatverandering en de niet-duurzame ontwikkeling vormen enkele van de meest urgente en ernstige bedreigingen op het recht op leven voor huidige en toekomstige generaties”. “[…] Staten die partij zijn bij dit verdrag moeten , om het recht op leven te respecteren en te waarborgen , dit ook meenemen bij hun verplichtingen onder het internationale milieurecht. ” “De implementatie van de verplichting om het recht op leven , en in het bijzonder een leven met waardigheid , te respecteren en te garanderen , hangt onder meer af van maatregelen die door de Staten die partij zijn , worden genomen om het milieu te behouden en te beschermen tegen schade , vervuiling en klimaatverandering veroorzaakt door publieke en particuliere actoren.
Staten die partij zijn moeten daarom zorgen voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen , substantiële milieunormen ontwikkelen en implementeren , milieueffectbeoordelingen uitvoeren en met relevante staten overleggen over activiteiten die waarschijnlijk een aanzienlijke impact op het milieu zullen hebben , en andere staten die zich zorgen maken over natuurrampen en noodsituaties informeren en met hen samenwerken , adequate toegang bieden tot informatie over gevaren voor het milieu en terdege rekening houden met het 11 voorzorgsbeginsel. ” Op grond hiervan en op wat is gezegd in voornoemde uitspraken heeft de overheid (centraal en decentraal) de (positieve) verplichting om: maatregelen te nemen om het milieu te beschermen tegen schade en vervuiling veroorzaakt door publieke en private partijen (waarbij allerlei soorten vervuiling – van luchtvervuiling tot geluidsoverlast – algemeen 11 aanvaard vallen onder (environmental) pollution) ; • • verplichtingen van de overheid vanuit mensenrechten af te stemmen met de verplichtingen onder het internationaal milieurecht ; terdege rekening te houden met het voorzorgsbeginsel en dus actief te zijn om schade aan gezondheid van mens en milieu te voorkomen ; adequaat te monitoren ; zelf geen schade te veroorzaken én te zorgen dat anderen , waaronder overheidsorganen , natuurlijke 13 • • • personen en bedrijven , geen schade
veroorzaken. 12 Oftewel , juist vanuit mensenrechten geldt: bescherming van het leefmilieu en actief werken aan minder vervuiling en meer gezondheid zijn cruciaal. De overheid moet volgens het VN-Mensenrechtencomité het internationale milieurecht dus koppelen aan dat wat vanuit mensenrechten geldt. Milieurapporten (als milieueffectrapportage of MER) en mensenrechten- rapporten moeten met het voorzorgsbeginsel voorop worden vastgesteld én op elkaar worden afgestemd. Dit gebeurt nu niet. En wat moet de overheid dan wel doen? Zij dient: effectief en uitputtend onderzoek naar de feiten uit te voeren , waarbij zij die schade hebben geleden op passende wijze worden betrokken en geïnformeerd ; strafrechtelijke en administratieve procedures te initiëren tegen de vermeende daders en , als zij schuldig worden bevonden , passende straffen op te leggen ; volledige schadeloosstelling te verlenen aan de klagers en andere leden van de gemeenschap voor de veroorzaakte schade , inclusief gepaste schadevergoeding en vergoeding van proceskosten ; nauwgezet alle noodzakelijke maatregelen te nemen in overleg met de gemeenschap om de milieuschade te herstellen ; en stappen te ondernemen om soortgelijke schendingen in de toekomst te voorkomen.
• • • • • Tot slot over artikelen 6 en 17 uit het IVBPR en welke norm de overheid zou moeten hanteren: deze artikelen roepen op tot het inzetten op en realiseren van de norm die het minst schaadt. De overheid moet daarom binnen de meest recente WHO-normen blijven. Ook het RIVM adviseert om de WHO-normen te hanteren , om zo tot een zo groot mogelijke gezondheidswinst te komen. 14 Dat is ook precies wat vanuit mensenrechten vereist is. Dit blijkt eveneens uit de volgende paragrafen over het EVRM , IVESCR en IVRK. Het RIVM deed daarbij nog een bijzondere aanbeveling: “Veranker gezondheidsverbetering als opzichzelfstaand doel in wet- en regelgeving. Dit vereist beleid dat in beginsel is gericht op het verminderen van negatieve gezondheidseffecten door luchtvervuiling. ” En dit is ook wat vanuit mensenrechten hier de basis zou moeten zijn: beleid gericht op vermindering van negatieve gezondheidseffecten. Hierover staat meer onder het recht op gezondheid en het IVESCR. De artikelen 6 en 17 IVBPR brengen met zich mee dat overheidsbeleid er niet op gericht mag zijn , niet tot gevolg mag hebben of de kans mag laten toenemen dat er meer vervuiling of overlast ontstaat. Dit is in strijd met de tekst , kern , strekking en de genoemde ‘positive measures’ onder artikelen 6 en 17 IVBPR.