1540160-E-STICHTING BRABANTSE HOEDERS-Verspreiding Magazine Brabantse Beken (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Willen
Met
jullie bijgaand magazine
en
aanbiedingsbriefje via de
LIS aan de
gemeenteraad
versturen?
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) RO
Ontwikkeling
+31
165-
579924
(geanonimiseerd) ri
Ps —( Rn
Gemeente
Roosendaal
Gemeenteraad Roosendaal Postbus 5000 4700 KA Roosendaal
contactpersoon
_:
(geanonimiseerd) |
telefoonnummer
:
016557
onderwerp
:
91
Roosendaal
11
Aanbieding Magazine
Brabantse Beken
ons
zaaknummer
uw
kenmerk
bijlage(n)
Beste
leden
van
de
Ter informatie zend Brabantse
18-09-2025
:
1540000
ie
gemeenteraad, ik u het
magazine “Brabantse Beken,
van
stroom
tegen tot
stroom
mee”
van
de
Stichting
Hoeders.
In deze
uitgave
wordt ook aandacht
Ik wens
u veel
leesplezier.
Met
:
besteed
aan
de Smalle
Beek
bij Wouw.
vriendelijke groet,
Wethouder
Klaar Koenraad
Gemeente Roosendaal Postbus
5000
4700
Roosendaal
KA
Telefoon 0165 57 91 11 Telefax 0165 57 93 38 E-mail
info@roosendaal.nl
Website www.roosendaal.nl
B
en k s e b n a r ab
tt
e
van stroom tegen tot stroom mee
Beken in Brabant van behoud naar herstel
6
pag.
Een documentaire over
de Brabantse beken pag.
,
11
Brabantse beken
van
de Brabantse
Hoeders
Deze glossy over de Brabantse beken is een uitgave van de Brabantse Hoeders. Elk jaar kent het Cultuurfonds Noord-Brabant (voorheen Prins Bernhard Cultuurfonds) de Brabant Bokaal toe aan maximaal die vrouwen of mannen uit alle delen van Brabant. Met deze Brabant Bokaal worden ze onderscheiden voor hun jarenlange inzet als vrijwilliger voor de cultuur en de natuur van Brabant. De laureaten hebben zich verenigd in de Stichting De Brabantse Hoeders. In 2025 was het gezelschap 48 leden groot en daarbij waren er ook vier ere-Hoeders.
gehouden was georganiseerd onder auspiciën van Piet de Jongh en Willem Peters.
,
,
Deze Hoeders bundelen eens per jaar hun krachten in een project dat altijd ten dienste staat van de cultuur en de natuur van Brabant. Het mooiste is als beide thema’s samenkomen zoals in 2025 het project Beken in Brabant. Die combinatie van natuur en cultuur zie je goed terug in de inhoud van deze glossy. Daar zijn er 5000 van gedrukt. Ze worden gratis verspreid in heel Brabant. De glossy vestigt op een laagdrempelige manier de aandacht op de Brabantse beken hun schoonheid hun kwetsbaarheid en het duizenden jaren oude cultuurgoed dat ze vertegenwoordigen. In deze glossy worden de beken van veel verschillende kanten belicht door middel van niet al te lange teksten en veel mooie foto’s.
,
,
,
De glossy en alle andere activiteiten in het kader van het project Brabantse Beken is vrijwilligerswerk. Bij alle projecten die ooit zijn gerealiseerd geven de Brabantse Hoeders wat ze in hun mars hebben. Dat zie je weer goed terug in de verschillende onderdelen van het project Brabantse Beken onder voorzitterschap van Willem Peters. Het symposium dat als onderdeel van dit project op 20 juni in Boxtel werd
Tijdens het symposium ging een nieuwe documentaire van Mark Kapteijns over Brabantse beken in première. De tekst was ingesproken door commissaris van de koning mevrouw Ina Adema. Speciaal voor deze documentaire is muziek gecomponeerd door Stijn van der Loo weliswaar geen Hoeder maar daar wel nauw aan gelieerd. Tijdens dit symposium is deze glossy gepresenteerd. Deze is onder leiding van Paul Spapens tot stand gebracht. John Maes organiseerde op zondag 20 juni in het Tilburgse stadsdeel Reeshof een publieksactiviteit in en om de Dongevallei die er dwars doorheen stroomt. Andere Hoeders die het project Brabantse Beken mee hebben gerealiseerd zijn Marius Grutters Rob de Vrindt en Willem de Weert. ,
Veel andere mensen hielpen mee en stelden hun deskundigheid ter beschikking. Bedankt voor deze betrokkenheid. En al is al het Hoederswerk vrijwilligerswerk er is altijd geld nodig. Daarom zijn we de volgende sponsoren dankbaar: Cultuurfonds Noord-Brabant…. Trouwens wil je meer informatie over wie die Hoeders zijn en wat ze zoal hebben gedaan kijk dan de website eens op www. brabantsehoeders. nl. ,
We hopen met zijn allen dat we op een aansprekende manier partij hebben getrokken voor de Brabantse beken. De Brabantse beken die laten we niet varen… Werkgroep Brabantse Beken van de Brabantse Hoeders.
De foto op de linkerpagina is gemaakt op de plaats waar het Merkske en de Mark samenkomen. Op de voorgrond een zogeheten Poosplaats. Aan dit fenomeen wordt elders in deze glossy aandacht besteed. Op deze Poosplaats staat een gedicht van Pien Storm van Leeuwen een van de Brabantse Hoeders – in 2020 overleden. In dit gedicht bezingt ze de waarden van de Brabantse beken: ‘Verlegen zwijgt de tijd als water spreekt…’ De tekst drukt het gevoel uit dat de Brabantse Hoeders hebben bij de Brabantse beken. Foto: Jan-Willem Storm van Leeuwen. ,
3
,
,
,
Beken in Brabant
een
,
invloedrijk boek
‘In het Brabants landschap zijn beken een karakteristiek en onmisbaar element. Hun groene , vochtige , rijk begroeide dalen vormen als het ware langgerekte oases , die de hogere gronden op schilderachtige wijze doorsnijden. Op de ontwikkeling van het cultuurlandschap , op het patroon van bebouwing en bewoning , heeft de loop van de beken een grote invloed uitgeoefend. ’
Dit zijn de beginregels van Beken in Brabant een boek dat 49 jaar geleden bijna een halve eeuw verscheen. Het was niet alleen toen baanbrekend en invloedrijk maar dat is het nog steeds. Het project Brabantse Beken van de Brabantse Hoeders waar deze glossy een onderdeel van is is geïnspireerd op dat boek. Uitgever van Beken in Brabant was de Brabantse Milieufederatie die hiermee een sterk signaal afgaf: met de Brabantse beken ging het niet goed.
,
Jan van de Straaten is de webmaster van een website waarop honderden foto’s staan van Brabantse beken. Op verzoek koos hij zijn favoriete foto. De Dommel stroomt door het Laageinde in Sint-Oedenrode. Foto: Saxifraga Jan van der Straaten.
Boek een groot succes
,
,
,
,
,
Een paar alinea’s verder in de aanhef van het boek roepen de auteurs een schrikbeeld op: ‘Een Brabant met slingerende stinkende open riolen is een verschrikking. Een Brabant met rechtgetrokken waterlopen een soort tweederangs polderlandschap. De Brabantse Milieufederatie is dan ook van mening dat er alle reden is te bevorderen dat het thans nog bestaande wordt beschermd en gerehabiliteerd. Wat nu nog in economische zin kan worden gewonnen door een verdere ontluistering van onze beken en beekdalen is gering vergeleken met de onschatbare waarden die verloren dreigen te gaan. ’ ,
,
4
,
Het in 1976 gepubliceerde boek Beken in Brabant was een groot succes. Binnen de kortste keren waren er vijfduizend van verkocht. “Er zijn drie drukken geweest eigenlijk vier” zegt Jan van der Straaten geboren in 1935 maar zo enthousiast en gedreven als een jonge man. Jan van der Straaten inwoner van Berkel-Enschot was een van de drie auteurs van het boek samen met Peter von Meijenfeldt. Medewerking werd verleend door Henk Moller Pilot. De vierde druk waar Jan van der Straaten op doelt kwam er in 1983 als uitvloeisel van een tentoonstelling over Brabantse beken in hert Noord Brabants Natuurmuseum in Tilburg. ,
De foto van de Dommel in Sint-Oedenrode en de foto’s die op de achterkant staan van de uitklappagina in het hart van deze glossy zijn afkomstig van de website Saxifraga (de Latijnse naam van de Steenbreek). Jan van der Straaten is een van de twee webmasters. Hij controleert de bestanden die fotografen sturen corrigeert de namen en zet alles op harde schrijven. Saxifraga is een gigantische bron aan natuurfoto’s. Er staan 150. 000 foto’s op van planten en dieren en 175. 000 foto’s van landschappen. Daar vallen de Brabantse beken onder. De foto’s worden gemaakt door 117 fotografen uit 17 Europese landen. Deze collectie en daarmee de website is uniek in Europa aldus Jan van de Straaten die jàren geleden in het dia-tijdperk aan de basis stond van de verzameling. De foto’s zijn door iedereen in lage resolutie te downloaden. Op verzoek worden de foto’s in hoge resolutie toegestuurd. In principe zijn de foto’s gratis. Alleen voor commercieel gebruik moet worden betaald.
,
,
,
,
,
,
In het ten geleide van die vierde druk schreven Jan van de Straten en de medesamenstellers: ‘Na de eerste uitgave is een belangrijk doel dat ons voor ogen stond niet in vervulling gegaan namelijk een algeheel behoud en herstel van het natuur- en landschapsschoon van beken en beekdalen in Noord-Brabant. De aantastingen gaan voort. ’
Was getekend onder anderen Jan van der Straaten een man met een indrukwekkende staat van dienst. Van 1968 tot 1971 studeerde hij Algemene Economie. In 1990 promoveerde hij op een proefschrift over zure regen een in die tijd niet uit de kranten weg te denken onderwerp. Vanaf 1973 was hij verbonden aan de Universiteit van Tilburg waar hij onder andere vrijetijdswetenschappen doceerde. Jan van der Straaten schreef boeken over onder meer economie duurzaam toerisme en milieubeleid. Een van de boeken waar hij aan meewerkte was het standaardwerk over de Dommel en het vorig jaar verschenen boek over de Kampina bij Oisterwijk/Boxtel. ,
,
,
,
Jan van der Straaten toont twee verschillende edities van het boek Beken in Brabant waar hij medeauteur van was. Het exemplaar in zwartwit is het origineel uit 1976. De uitgave met de Brabantse vlag en het ijsvogeltje is de herdruk die in 1983 een expositie over Brabantse beken in het Noord Brabants Natuurmuseum ondersteunde. Foto: Paul Spapens.
Webmaster waakt over 225. 000 natuurfoto’s
,
,
,
‘Brabantse beken uniek in de wereld’
Een andere status voor de beken
Hoe kijkt Jan van der Straaten nu naar de stand zaken de Brabantse beken? van van In zijn antwoord wil hij eerst gezegd hebben dat de Brabantse beken ‘uniek zijn in de wereld’. In de tijd dat het boek Brabantse Beken ontstond was de aantasting van dit natuurerfgoed in volle gang. Ruilverkavelingen trokken recht wat krom was. Beken werden rechtgetrokken. “Aangrijpend” zegt hij over wat er toen gebeurde op de Brabantse zandgronden. Een landschap dat na de laatste IJstijd ruim 10. 000 jaar geleden ontstond verdween in rap tempo. Enorme hoeveelheden smeltwater zochten een weg naar de zee. Brede dalen werden uitgesleten. Dat zijn de beekdalen waar Jan van der Straaten en andere kenners van zeggen: Een beek is niet alleen dat stroompje het is ook het dal waar het doorheen stroomt. Beekdal en beek zijn een.
In de jaren die volgden veranderde de ‘hele figuur’ aldus Jan van der Straaten. Waterschappen noemt hij als voorbeeld gingen fundamenteel anders naar de beken kijken. Een verworvenheid die gaandeweg werd gerealiseerd was de aanleg van waterzuiveringen. “Het water van de beken is nu schoner dan het ooit is geweest” stelt hij vast. “De belangrijkste verandering is dat beken als belangrijke natuurwaardes worden beschouwd. Beken hebben een heel andere status gekregen. Een politicus die het nu nog zou wagen om een voorstel te doen dat een beek aantast wordt weggehoond die tekent zijn politieke doodvonnis. ” Op de vraag of hij bijna een halve eeuw na het Brabantse bekenboek content is met wat er bereikt is antwoordt hij met een voorzichtig ‘in het algemeen ja’. “ Dingen gaan goed dingen gaan fout. Maar er is wel progressie. Ik heb geleerd dat je dingen die goed gaan op het schild moet hijsen. Met een positieve boodschap kom je het verst. En ik wil geen ouwe brombeer zijn. ” ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Paul Spapens
5
Beken
flanken
Beken zijn natuurlijke smalle ondiepe wateren. Ze zijn soms doorwaadbaar. Zo’n doorwaadbare plek heet een voorde. Archeologen halen op dergelijke plekken vaak waardevolle vondsten boven water. Het water in een beek stroomt meestal langzaam en vindt zijn oorsprong in een brongebied waar water naar boven komt. In Nederland zijn beken een belangrijk onderdeel van het zandlandschap. Ze spelen een rol in het afvoeren van overtollig water en in het creëren van natte natuur. Er zijn diverse typen beken zoals laaglandbeken en kwel-/bronbeken. Men onderscheidt een boven- midden- en benedenloop. Waar beken door vochtige bossen en natte bloemrijke hooilanden stromen vind je veel natte natuur. ,
,
het beekdal en de langs deze flanken. In het hele stroomgebied willen waterschappen meer water vasthouden en bufferen. Dit kan door de sponswerking van het landschap weer te herstellen. Dit doe je door in de bodem en in de haarvaten van het systeem meer en beter water te bufferen.
Van behoud naar herstel
Belang van beken in Brabant
Na 1950 kwam de ruilverkaveling en landinrichting op. Ook toen zijn er veel beken rechtgetrokken in het kader van de verbetering van de afwatering voor landbouw of woningbouw. Maatregelen waren wederom vooral gericht op waterafvoer. Het belangrijke boek Beken in Brabant dat in 1983 door de BMF werd gepubliceerd maakte zich richtte sterk voor het behoud van de resterende natuurlijke beektrajecten zoals het Merkske en de Chaamse Beken.
van
hogere
ruggen
De vroegere beek-kanalisatie na 1910 was een gevolg van de grote golf aan heide-ontginningen heidebebossingen broeken ontginningen na 1880. De sponswerking van het landschap werd toen aangetast door betere ontwatering en afwatering. Hierdoor kwam er meer water te snel in de beken en beekdalen terecht.
,
,
,
,
Beken in Brabant van behoud naar herstel ,
Beekdalen
Beken zijn karakteristieke landschapselementen in het Brabantse landschap. Deze beken liggen in smalle tot brede beekdalen , waar vroeger de beemden gras en hooi leverden en elzenhagen en bosjes geriefhout. Ze zijn de moeite waard om te behouden en waar mogelijk te herstellen. Vijftig jaar geleden vroeg de Brabantse Milieu Federatie (BMF) aandacht voor het behoud van de resterende natuurlijke beken in Brabant. Deze werden toen bedreigd door landinrichting , onder andere in Midden-Brabant. Inmiddels zijn waterschappen beken aan het herstellen. Dit doet men door rechtgetrokken beken weer te laten stromen en kronkelen.
Water/Hydrologie: Beken zijn belangrijk voor het vasthouden (vertraagd) en afvoeren van water. Bij hevige regenval kunnen de beekdalen helpen met het bergen/tijdelijk parkeren van water om wateroverlast elders te voorkomen. -
Natuur/Ecologie: Beken herbergen vaak bijzondere planten en dieren zoals gele lis waterviolier watergentiaan watermunt modderkruiper bittervoorn beekprik weidebeekjuffer bosbeekjuffer ijsvogel oeverzwaluw en bever.
Beekdalen speelden een cruciale rol in het oude potstalsysteem. Deze landbouw-methode werd veel gebruikt in Nederland. Dit systeem draaide om het verzamelen van mest in potstallen waar vee werd gehouden op een laag stro en heideplaggen. De mest werd vervolgens gebruikt om akkers vruchtbaar te maken. Beekdalen waren belangrijk omdat de natte graslanden ideaal waren als hooiland. Het hooi dat hier werd gewonnen diende als voer voor het vee in de winter. Beken zorgen in de beekdalen voor een
,
,
,
,
,
,
,
Landbouw/Tuinbouw: Beken zijn van belang voor het vasthouden bergen en afvoeren van water. Beekdalen herbergen waardevolle landbouwgronden. -
,
watertoevoer , wat
es-
sentieel is voor de groei van gras en andere gewassen. De vruchtbare grond in beekdalen ontstaan door afzetting van beekslib maakte het gebied geschikt voor landbouw.
-Landschap/Cultuurhistorie: Beekdalen waren vroeger halfopen landschappen met hooilanden broekbosjes populierenbosjes en knotwilgen. Soms werden ze zelfs actief benut als vloeiweide. Je vindt er ook watermolens en kastelen. ,
,
,
,
Recreatie/Educatie: Beken en beekdalen zijn prachtige plekken om te wandelen/struinen te fietsen te sportvissen en te kanoën. Ook verschillende vormen van natuurbeleving en natuureducatie kom je daar tegen.
,
,
Klimaatbestendig herstel
,
,
,
constante
,
-
,
6
Beken zijn van belang voor het landschap in Brabant om verschillende redenen:
,
, ,
Beekverbetering nu richt zich op het herstellen van de stroming de structuur en de waterkwaliteit van een beek. Het doel is een nieuwe balans vinden tussen klimaatadaptatie natuur-/landschapsherstel milieu en agrarische ontwikkeling. kan Dit inhouden dat men de beek laten hermeanderen in een verruimd profiel de waterkwaliteit wordt verbeterd en de biodiversiteit wordt hersteld. Stroming of beter beschastromingsvariatie en duwing zijn hierbij van groot belang. Hopelijk kunnen we naast behoud de komende jaren beken in Brabant nog meer klimaatbestendig herstellen voor landbouw natuur/landschap milieu en recreatie. ,
7
,
,
,
,
,
,
,
,
-
Beekdallandschappen Een dronefoto geeft altijd een spectaculair beeld op een beek Deze foto laat een zogeheten dynamisch beekdal zien in landgoed Seldensate in Middelrode. In een dynamisch beekdal krijgt water de ruimte om zijn eigen weg te zoeken. Dat zorgt voor afwisseling in hoge- en lage waterstanden en in snel- en langzaam stromend water. Foto: Waterschap Aa en Maas.
Beekdallandschappen zijn complete stroomgebieden die bepalend zijn voor het hele watersysteem van een beek. Deze landschappen omvatten ook de ,
,
,
Beken zijn daarom belang voor het landschap.
van
groot
Brabantse
Ir. Ernest de Groot. Dagelijks Bestuurder/ Loco Dijkgraaf waterschap Aa en Maas voorzitter Community of Practice (CoP) Beek- en Rivierherstel oud-voorzitter stuurgroep Bouwen met Natuur Hoog Nederland. ,
,
Maak kennis met de 98 Brabantse beken
Dongevallei een
Van de Aa bij Den Bosch tot en met de Zoom bij Bergen op Zoom , Brabant telt
,
bekenlandschap in de stad
98 beken. Toch is er in het boek Beken in Brabant sprake van ‘honderden beken’. Dat komt omdat een beek in de voorloop vaak meerdere andere namen kan
hebben , maar het blijft wel dezelfde beek – dus 98 beken in Brabant.
Het zijn allemaal laaglandbeken anders dan bergbeken of rivieren. Omdat ze traag stromen komen veel meanders voor. Ze worden gevoed door regen- en kwelwater. Kenmerkend is de intense relatie met het beekdal die veel groter is dan bij een bergbeek. Laaglandbeken zijn zeldzaam in Nederland en Europa en dat is de belangrijkste reden waarom ze zo waardevol zijn.
,
Brabantse beken maken onderdeel uit van een stelsel van beken een bekensysteem. Het ene type zandstroomt van de hoge plateau’s langs de BelgischNederlandse grens naar de Maas. Het andere type vindt zijn weg van de hogere zandgronden in het Westen van de provincie door het zeekleigebied de naar Zeeuwse wateren.
,
Het aantal plantensoorten in een beek kan zeer groot zijn maar de meest karakteristieke elementen zijn te vinden in de dierenwereld. In de Brabantse beken komen minstens honderd kleinere diersoorten voor die in stilstaand water ontbreken. Als voorbeeld in de Dommel als die door Eindhoven stroomt komen achttien verschillende vissoorten voor. ,
8
Vogels zijn slechts zelden uitsluitend op een beek aangewezen. De uitzondering is de ijsvogel. In de meeste andere gevallen zijn dieren en planten afhankelijk van het gehele landschap de beek en het beekdal samen. Dit maakt duidelijk hoe belangrijk de beekdalen zijn die overigens ook enorm bijdragen aan de schoonheid van de Brabantse beken.
Karakteristiek en waardevol
afzonderlijke beken. De meeste ,
Een groot aantal van deze zijlopen maakt een bekenstelsel karakteristiek en waardevol. Op slechts weinig andere plaatsen in Nederland wordt deze vorm aangetroffen en dat geeft wel aan hoe bijzonder die Brabantse bekenstelsels zijn. Eeuwenlang zijn de Brabantse beken voor natuur en landschap van groot belang geweest. Geen enkele van de Brabantse laaglandbeken en beekdalen bezit meer de vorm en het voorkomen uit het beging van de Overal vorige eeuw. heeft menselijk ingrijpen geleid tot aantasting van zowel de beek als het beekdal. Maar steeds meer keert de mens op zijn schreden
De belangrijkste en bekendste beeksystemen zijn de Mark de Donge de Dommel de Aa en de Schelde die in Brabant een aantal kleinere bovenlopen heeft Vroeger werden de meeste Brabantse beken Aa genoemd. Deze klank betekende oorspronkelijk stromend water. De meeste bekenstelsel hebben de naam gekregen van de hoofdwaterloop. In deze hoofdwaterlopen monden de talrijke kleinere zijlopen uit. Jan van der Straten medeauteur van het boek Beken in Brabant spreekt ,
,
,
.
,
,
terug.
Paul Spapens
,
‘haarvaten’.
,
Alle beken hebben hun eigen voorkomen en hun eigen waarde. Elke beek is uniek. De waarde van het geheel is vele malen groter dan de som van de waarde van
Deze voor de leek spectaculaire plant gedijt midden in de Reeshof een stadsdeel van Tilburg met zo’n 50. 000 inwoners. Hoe komt die kleine zonnedauw daar te midden van al die mensen? Doordat als onderdeel van de aanleg landbouwgrond secuur van deze gigawijk werd afgegraven waardoor de oude bodem bloot kwam te liggen. Die oude laag bevatte zaden die daar al meer dan een eeuw hadden gerust totdat ze als het ware wakker werden gekust. ,
,
,
,
,
Het Merkske in West-Brabant is een van de 98 Brabantse beken. Dit is een zeer karakteristiek beekje omdat het over een lengte van ongeveer tien kilometer de grens vormt tussen Nederland en België en tegelijk tussen de provincies Noord-Brabant en Antwerpen. Doordat het Merkske heel veel meanders telt vertoont de landsgrens een grillig verloop. Omdat het beekje de grens vormt is het nooit rechtgetrokken. Bij het Belgische grensdorp Minderhout mondt het Merkske uit in de Mark. Merkske betekent overigens ‘kleine Mark. ’ Foto: Wikipedia. ,
,
tentakeltjes
de Drosera
waarmee
De Donge meandert door de Dongevallei in het Tilburgse stadsdeel Reeshof. Op de achtergrond grazen Schotse hooglanders in het zicht van de bewoners van woningen aan de rand van de herstelde natuur. Foto: Guido Stooker.
,
,
Elke beek is uniek
is. Op de bladeren zitten talrijke kleverige intermedia kleine insecten vangt.
Het afgraven gebeurde als onderdeel van de aanleg van de Dongevallei. Dit is een ongeveer vijf kilometer lange beek met aangrenzende natuur van tot wel driehonderd meter breed. Het wemelt er van fl ora en fanua van de ijsvogel en de spotvogel tot de groene- en de bruine kikker van de fuut tot de grootste populatie Canadese ganzen in Brabant zeldzame mossoorten en nog zoveel meer. De gemoedelijk ogende Schotse hooglanders worden door de bewoners van deze VINEX-wijk gezien als hún koeien.
,
van
De kleine zonnedauw spreekt tot de verbeelding omdat het een vleesetend plantje
Ingreep van de mens hersteld
Met de beek de Donge als ruggengraat is de Dongevallei een zestig hectare groot natuurgebied en een ecologische verbindingszone dat door de mens is geschapen. Of beter door de mens is herschapen. Ongeveer een eeuw geleden werd de oorspronkelijke kronkelende Donge teruggebracht tot een kaarsrechte sloot. Van het ruige ongecultiveerde gebied werd weiland gemaakt. Gedwongen door nieuwe natuurwetgeving werd de oorspronkelijke situatie als onderdeel van de aanleg van het nieuwe stadsdeel Reeshof hersteld. De aanleg van een ecologische verbindingszone dwars door een woonwijk was uniek voor Nederland. ,
,
,
Een beek als cultuur- en dialectgrens Gevoed door regen- en grondwater begint de Donge tussen Alphen en Baarle-Nassau. Ten noorden van de Dongevallei in stadsdeel Reeshof mondt de Donge uit in het Wilhelminakanaal. Aan de andere kant gaat het dan weer verder. De bovenloop is dus gescheiden van de benedenloop. Na ongeveer veertig kilometer eindigt de Donge samen met de Bergsche Maas in de Amer. Hoezeer een beek ook een cultureel fenomeen is laat de Donge zien. Van oudsher is de Donge de culturele- en dialectgrens tussen Oost- en West-Brabant. De beek de Donge is genoemd naar de plaats Dongen. ,
Het wel en wee van deze dieren wordt nauwkeurig gevolgd. “De Dongevallei leeft heel erg onder de Reeshofbewoners Guido zegt Stooker kenner van het gebied. Van hem verschijnt een 350 pagina’s tellend boek over dit bekenlandschap midden in de stad. ,
,
Paul Spapens
9
Watermolens
beken onlosmakelijk met elkaar verbonden
Een
en
documentaire over de Brabantse beken
‘Dezer dagen ben ik ondanks het hier vrij terdeeg vriest nog buiten aan ’t werk aan een nogal groote studie (meer dan 1 meter) van een ouden watermolen te Gennep , aan den anderen kant van Eindhoven. ’
Dit schreef Vincent van Gogh half november 1884 aan zijn broer Theo. Vanuit zijn atelier in Nuenen moest hij zo’n negen kilometer lopen om in Gennep te geraken. De watermolen in het kleinschalige buurtschap Gennep aan de rand van Eindhoven is nog altijd in gebruik. De plaats waar de Brabantse kunstenaar stond toen hij de Genneper watermolen meermaals vastlegde is exact gemarkeerd met een in Cortenstaal uitgevoerd silhouet van Vincent van Gogh.
Waterkrachtcentrale Vóór 1850 was Brabant vijftig watermolens rijk. Ze verdwenen onder meer omdat op stoommachines werd overgeschakeld. Watermolens zijn door de Romeinen in Brabant geïntroduceerd. De oudste vermelding in Nederland is van de achtste eeuw in Waalre. Juist in Waalre heeft een watermolen de Volmolen een zeer eigentijdse toepassing gevonden. Door middel van een kleine waterkrachtcentrale wordt stroom opgewekt voor de molenaarswoning… Paul Spapens ,
,
Watergedreven De Genneper watermolen voor het eerst vermeld in 1249 is een van de dertien ‘watergedreven’ molens die Brabant nog telt. Vijf daarvan staan in de Dommel zoals de Genneper watermolen waar de Dommel en de Tongelreep samenkomen. De Kleine Dommel telt drie watermolens de Vlier de Aa en de Beerze ieder een. De watermolen in Steensel staat droog voorheen werd hij aangedreven door de Run. De Kildonkse molen in Dinther is bijzonder omdat deze draait op zowel wind- als waterkracht. ,
,
,
,
10
,
Natuurfilmer Mark Kapteijns aan het werk voor de documentaire Brabantse Beken. De boswachter van Brabants Landschap maakte al meer dan dertig natuurdocumentaires. Foto: Brabants Landschap.
In mei van dit jaar vierde Mark Kapteijns een zilveren jubileum; hij was 25 jaar in dienst van Brabants Landschap , beheerder van 19. 000 hectare bos , heide , vennen en beken in meer dan
honderd gebieden verspreid over heel Brabant. Van die 25 jaar heeft Mark Kapteijns (1968) naast zijn werk als boswachter al twintig jaar een extra taak. Gedurende twee dagen per week is hij documentairemaker in dienst van Brabants Landschap in Nederland een unieke positie. Hij maakte een zestien minuten durende documentaire over de Brabantse beken als onderdeel van het gelijknamige project van de Brabantse Hoeders. ,
,
Een watermolen en een beek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De watermolens hebben enorm veel invloed gehad op de natuur in en om de beken. Eeuwenlang waren ze dé sturende factor in de beekdalen. De relatie tussen watermolens en de beken waarin ze liggen laat zien hoezeer het landschap door de mens is gemaakt.
,
Vincent van Gogh schilderde de watermolen van Gennep half november 1884. Net als de meeste andere watermolens in Brabant is dit rijksmonument zeer oud. In 1249 werd er voor het eerst melding van gemaakt. Foto: Wikipedia
Maalvaardig Watermolens kunnen hun werk doen dankzij de kracht van het water. In tien van de nog bestaande watermolens werd koren gemalen. Andere molens dienden om olie te slaan of hout te zagen. Met liefst tien van deze monumenten kan nog worden gemaald en de meeste kunnen worden bezocht.
De plaats waar Vincent van Gogh stond is gemarkeerd met een Cortenstalen silhouet van de schilder. Op een infobordje aan de voet van het kunstwerk wordt dit verhaal ook verteld in het Engels. Hier waar de Dommel en de Tongelreep samenkomen komen veel expats een kijkje nemen. Foto: Paul Spapens
Mark Kapteijns: “Wat ik in deze documentaire vooral wil laten zien is dat een beek niet alleen water is maar dat het onderwerp letterlijk veel breder is. Een beek is namelijk het water én het dal waardoor die beek stroomt. Wat ik in de documentaire vertel is het verhaal van de Brabantse beken door de eeuwen heen. Hoe ze zijn ontstaan en hoe het nu met de beken is gesteld. De kijker maakt natuurlijk ook kennis met de beek onder water. In feite heb ik me laten leiden door het boek ‘Beken in Brabant’ dat in 1983 door de Brabantse Milieufederatie is uitgegeven. ” ,
Mark Kapteijns werd in zijn huidige woonplaats Wintelre in de Brabantse Kempen geboren. Hij volgde de middelbare opleiding bos- en natuurbeheer in Velp. Zijn werkgebied als boswachter van Brabants Landschap is in de omgeving van Oirschot en Liempde. Het dal van de Dommel bij Sint-Oedenrode en van de Aa bij Berlicum vallen ook onder zijn aandachtsgebied als boswachter. Die taak ervaart hij als ‘heel divers’ variërend van overleg met ‘partijen’ tot algemeen toezicht in de bossen en graslanden tot fysiek werk als het blessen van bomen. Tegenwoordig veelal met een gekleurde stip geeft een specialist als boswachter als Mark Kapteijns aan welke bomen mogen worden omgezaagd als vorm van bosbeheer. ,
Stroom tegen , stroom mee Maar twee dagen per week pakt hij zijn filmcamera of zit hij achter zijn computer om met de geschoten beelden documentaires
samen te stellen. De titel die Mark Kapteijns aan zijn bekendocu-
mentaire gaf: ‘Beken in Brabant
Brabant geschoten. Je ziet en voelt dat partij wordt getrokken voor de Brabantse beken die heel mooi en kwetsbaar tegelijk zijn. Als dertienjarige maakte hij zijn eerste natuurfilm. Voor Brabants Landschap maakte hij honderden korte filmpjes voor bijvoorbeeld Facebook en een dertigtal langere documentaires waaronder een Brabantse zandpaden. over de Ook die maakte onderdeel uit van een project van de Brabantse Hoeders. In 2018 werd Mark Kapteijns voor zijn natuurfilms onderscheiden met de Brabant Bokaal en trad hij toe tot de Brabantse Hoeders. Op de vraag of hij tevreden is over zijn bekendocumentaire antwoordt hij: “Ja ik heb het gevoel dat ik het verhaal van de Brabantse beken voor iedereen goed heb kunnen vertellen. Dat stemt tevreden want onze beken verdienen ieders aandacht. ”
De documentaire staat op de website van de Brabantse Hoeders: www. brabantsehoeders. nl
11
,
,
,
,
van stroom tegen tot stroom mee. ’ De beelden zijn overal in
Paul Spapens
,
Achter de schermen van de documentaire
Geef de
een
Natuurfilmer Mark Kapteijns ‘schoot’ de documentaire over de Brabantse beken. Maar zijn werk was niet einde verhaal. Er was nog een ondersteunende muziek en toelichtende tekst nodig een tekst die ook nog eens ingesproken moest worden. Geheel naar de aard van de Brabantse Hoeders werden voor de tekst en de muziek niet de gebaande paden betreden maar werd naar een oorspronkelijke en vernieuwende Brabantse invulling gezocht. Boswachter en schrijver Mari de Bijl schreef de tekst en componist Stijn van der Loo componeerde de muziek. Commissaris van de Koning Ina Adema was bereid de tekst in te spreken. Op deze pagina bieden we een kijkje achter de schermen van de Brabantse bekendocumentaire. ,
,
Commissaris van de Koning Ina Adema spreekt tekst in Op woensdag 23 april toog Commissaris van de Koning Ina Adema naar Haaren. In Studio BBH sprak ze de door boswachter Mari de Bijl geschreven tekst in bij de documentaire over de Brabantse beken. “Je merkt dat mevrouw Adema een ervaren spreker is. Ze leest goed en houdt mooi tempo” zegt Stijn van der Loo waarderend. Hij is de exploitant van de BBH-opnamestudio. “Het was binnen een halfuur gedaan. Acht pagina’s tekst. Erg goed hoor!” Met het inspreken van de tekst bij de bekendocumentaire treedt Ina Adema in de voetsporen van haar voorganger Wim van de Donk. In de in 2019 uitgebrachte documentaire over de Brabantse zandpaden was zijn stem te horen. ,
Commissaris van de Koning Ina Adema leest de tekst voor van de documentaire over de Brabantse beken. Foto: Claire Porter.
De componist “Een beek is als een zandpad zonder water. ” Een mooie typering die niet snel bij jezelf op zal ko-
,
die in het geval van Stijn van der Loo goed is te plaatsen. Stijn van der Loo (1963) woont in Haaren. Hij is componist theater- en filmmaker en schrijver. In het najaar van 2025 komt een nieuwe roman van hem uit. De betrokkenheid van dit multitalent bij de documentaire over de Brabantse beken is dat hij de muziek componeerde. In 2019 maakte Mark Kapteijns een documentaire over de Brabantse zandpaden ook toen componeerde Stijn van der Loo de muziek en het is daarom dat hij die beeldende vergelijking maakt. men , maar
12
componeerde hij negen thema’s voorzag die van instrumenten en legde de melodieën door ze in te spelen. Het is aan Mark Kapteijns om daar een keuze uit te maken. “Twee weken werk” geeft Stijn van der Loo een inkijkje in het werk van een Brabantse bekencomponist.
,
,
,
Stijn van der Loo vertelt dat het de eerste keer is dat hij een beek of een rivier als componist vertolkt. Water zegt hij inspireert altijd. Zo ook de beelden die Mark Kapteijns schiet. “Die zijn erg mooi” aldus Stijn van der Loo. “In feite volg ik het ritme van de film. De elementen die je daar in aantreft voorzie ik van muziek. ” In totaal ,
schrijft liedteksten die – uiteraard – ook regelmatig ‘de natuur aantikken’ zoals hij dat zelf zegt. Voor de tekst in de bekendocumentaire heeft hij zich laten leiden door het boek ‘Beken in Brabant’. De ondertitel van dat boek luidt ‘Hoe houden wij dit bezit?’ Precies dát is waar Mari de Bijl elke Brabander wil mobiliseren.
,
Paul Spapens
De tekstschrijver “Na Afbraak blijkt wederopbouw mogelijk. We zijn weer een beetje op de goede weg. Maar we moeten er wel flink de versnelling op zetten. ” Dat is kort samengevat de visie die Mari de Bijl neerlegt in de tekst die hij heeft geschreven voor de documentaire over de Brabantse beken. Mari de Bijl is een oud-collega van documentairemaker Mark Kapteijns. De inwoner van Heeze ging 25 jaar geleden met pensioen. Sinds 1981 was hij in dienst van Brabant Landschap. Maar deze natuurbeheerder heeft nog een ander talent: hij kan goed schrijven. Al veertien jaar publiceert hij wekelijks een column over de natuur in het Eindhovens Dagblad en hij ,
,
Brabantse beken
De beelden in de documentaire worden toegelicht met een deskundige tekst. De
schrijver heeft zich laten inspireren door het boek ‘Beken in Brabant’. Hieronder enige behartenswaardigheden uit de tekst die tijdens de documentaire te beluisteren is.
gevolgen. Moerasbos werd gekapt drooggelegd de beekdalen veentjes en ontwaterd. De vruchtbare beekdalgronden werden bemest en landbouwgif deed zijn intrede in de tot dusver vrijwel onbezoedelde beekdalen. De bloemrijke hooilandjes maakten plaats voor mais en aardappelen. De beekdalen zoals we die nu kennen dragen nog maar een fractie van de natuurwaarden die ze eens hadden. Doordat het beekdal werd drooggelegd voor landbouw huizenbouw en wegaanleg verdween de zogenaamde ‘sponswerking’ van onze beekdalen. Om wateroverlast te voorkomen moest het water nog sneller weg kunnen stromen; kanalisatie was de oplossing. Dacht men. De gevolgen bleven niet uit. Wat er nog aan plant en dier overgebleven was in de beekdalen nam dramatisch verder af.
De beken in Brabant zijn laaglandbeken. Ze ontstaan doordat regenwater via greppeltjes en sloten naar het laagste punt stroomt; het beekdal. Een belangrijk kenmerk van de laaglandbeek is zijn sterk kronkelende loop. De mens heeft de laatste eeuw nogal huisgehouden in onze beekdalen. Van de grote diversiteit is niet veel overgebleven. Velen van ons weten niet beter dan dat de beekdalen er altijd bijgelegen hebben zoals ze zich nu aan ons tonen. Niets is minder waar. Tot ongeveer 600 na Christus kun je onze beekdalen omschrijven als wildernis. De invloed van de mens was zeer beperkt. In de tijd van de eerste ontginningen zorgde de mens voor een verrijking van de natuur door het toevoegen van allerlei kleinschalige landschapselementen zoals hooilandjes houtwallen geriefhoutbosjes en poelen.
enorme
Méér dan een stroompje
Voorzichtig de goede weg in
Wanneer we praten over ‘Beken in Brabant’ dan hebben we het niet alleen over dat ene stroompje. Ook de overgangen van de hoge zandgronden naar het laagste deel waar de beek stroomt maken er deel van uit. We praten dan over het beekdallandschap. Vanaf de 12de eeuw ging het water tevens een functie voor ambachten vervullen onder andere voor het malen van graan met behulp van een watermolen. De molenaar had het recht om het water op te stuwen. Zo ontstonden benedenstrooms moerassen met een rijke flora en fauna. We kennen het als het molenlandschap. In deze periode was er samenwerking tussen natuur en de mens ze profiteerden van elkaar. Win-Win!
De laatste tientallen jaren zijn we na gaan denken over natuurherstel. We hebben de techniek en kennis om de beekdalen weer in hun oude luister te herstellen. Voorzichtig slaan we de goede weg in! Daar wordt door de waterschappen al hard aan gewerkt. Er wordt ook naarstig gezocht naar alternatieve teelten in de natte beekdalen zoals de teelt van lisdodden zodat boeren een lonend alternatief hebben voor aardappelen en mais. Daar waar de Waterschappen projecten hebben uitgevoerd met hermeandering natuurherstel en waterberging komen soms al orchideeën terug. In de beek komen zeldzaam geworden macrofauna en vissen terug. Vogels die afhankelijk zijn van een gevarieerd bekenlandschap nemen geleidelijk
,
,
,
,
,
,
,
aan weer toe.
,
,
Mari de Bijl gepensioneerd boswachter maar voor eeuwig betrokken op de natuur van Brabant. Hij woont vlakbij de Sterkselsche in Heeze. Daar is deze foto gemaakt. Dit beekje stroomt uit in de Dommel. Foto: Ciel Broeckx.
Een paradijs in de tang
, ,
,
,
,
,
stem
Geen enkele beek in onze provincie heeft in déze tijd nog het vóórkomen uit het begin van de vorige eeuw. In de loop van de vorige eeuw hebben er overal ingrijpende ruilverkavelingen plaatsgevonden. Voor de beekdalen hadden ze
Er gaan stemmen op om de beken en rivieren rechten te geven. Rechten voor de natuur waarbij niet het belang van de mens centraal staat maar het belang van alles dat geen stem heeft. Geef de Brabantse beken een stem! Paul Spapens
13
Maria
Regendruppel moet kiezen òf naar de Maas òf naar de Schelde
tegen de stroom in
Beken in Brabant ontspringen nooit uit bronnen. Álle beken danken hun bestaan aan regenwater dat in de bodem valt en via slootjes en sloten samenvloeit tot een waterloop. Er is een plek in Brabant waar het niet zo vanzelfsprekend is dat een regendruppel via zo’n stelsel in Brabantse beken terechtkomt. In de bossen bij Reusel in de directe nabijheid van uitspanning De Oude Brandtoren aan de Burgemeester Willekenslaan staat een Januskop. Dit bijzondere monument markeert een ondergrondse waterscheiding. Deze ligt precies op de BelgischNederlandse grens.
“Geregeld , als ik de brug over het Spruitenstroompje passeer , zie ik voor me hoe vier van die jonge gasten een Mariabeeldje tegen de stroom in zagen drijven. ” Ine Spapens-van den Biggelaar (1962) woont in Hilvarenbeek. Ze is geboren in kerkdorp Biest-Houtakker. Als heemkundig onderzoeker heeft ze zich gespecialiseerd in haar geboortedorp. Ze schreef er een paar boeken over. In een belangrijke gebeurtenis in het verleden van Biest-Houtakker speelt een beekje een rol van betekenis.
Het Spruitenstroompje slingert zich in Biest-Houtakker in de richting van het Wilhelminakanaal. Op deze plek zagen vier jongemannen in 1644 een stenen Mariabeeldje tegen de stroom in drijven. Aan deze gebeurtenis herinnert het kleine kapelletje rechts op de foto. In het kapelletje staat een replica van het beeldje. Foto’s: Paul Spapens
14
Het Spruitenstroompje ontspringt in Landgoed De Utrecht in Esbeek en kringelt via Hilvarenbeek en Biest-Houtakker tot voorbij het Wilhelminaeven kanaal waar het uitmondt in de Reusel. In 1644 zagen vier jongemannen bij de huidige brug over het Spruitenstroompje een Mariabeeldje tegen de stroom in drijven. Is dat op zich al iets bijzonders het werd toch zeker als een wonder beschouwd dat het beeldje ook nog eens van pijpaarde was gemaakt. Het beeldje is bewaard gebleven en staat tegenwoordig in de kerk van Diessen. Sinds 2006 staat een kopie in een kapelletje bij de brug. ,
bloeit en voor de schoonheid van de provincie maar zeer zeker ook voor de oorspronkelijke cultuur van de Brabanders. Deze was doordesemd van het katholieke volksgeloof. Het Biestse verhaal is zeker niet het enige van een Mariabeeld dat tegen de stroom indreef. In Biest-Houtakker ontstond een serieuze Mariaverering. Zo werd iemand met ‘lamme leden’ genezen. Maar begin vorige eeuw was het met deze specifieke Mariadevotie toch wel gedaan. Hoe anders was dat in Oirschot een van de plaatsen waar ook een Mariabeeldje drijvend tegen de stroom in werd gevonden. In geen van die plaatsen had zo’n legendarische gebeurtenis zo’n grote gevolgen als in Oirschot namelijk het ontstaan van de Heilige Eik een van de belangrijkste Mariaoorden van hedendaags Brabant.
Primair spiritueel gevoel
,
,
,
Dit verhaal laat zien dat Brabantse beken niet alleen van belang zijn voor de natuur alles wat groeit en ,
De Januskop op de waterscheiding in Reusel. De vrouw kijkt richting België de Schelde. De man kijkt richting Brabant de Reusel en de Maas. Het van gegoten beton gemaakte kunstwerk markeert de enige plek in Brabant waar een regendruppel ook naar Belgische beken kan stromen. Foto: Paul Spapens. ,
,
Een regendruppel die hier valt kan twee kanten op stromen. Hij komt òf aan de Belgische kant in de Nete terecht en daardoor uiteindelijk in de Schelde. Óf het hemelwater komt uit in de Brabantse beek de Reusel en uiteindelijk in de Maas. Regendruppels vinden elkaar uiteindelijk in de Noordzee waarna de eeuwigdurende kringloop weer opnieuw begint. Dit hier is de enige plek in Brabant waar Nederlands hemelwater naar België vloeit.
,
,
Paul Spapens
de man heeft de ogen gericht op Brabant. Onder het vrouwengezicht staat: ‘Mijn buurman die dwaas plast Noord naar de Maas. ’ En de man zegt: ‘Van de vrouw hierachter valt te vermelden dat ze watert op Nete en Schelde. ’ ,
,
,
Aardrijkskundig monument De god Janus had het er moeilijk mee om te kiezen maar valt een regendruppel aan de Brabantse kant dan begint zijn bijdrage aan de Reusel in ene onooglijk slootje aan de Voorste Beemd. Gelukkig heeft waterschap De Dommel met een bord gemarkeerd. Verder gaat het langs het dorp Reusel af door landgoed De Utrecht langs Baarschot Diessen en Moergestel naar Oisterwijk om daar over te gaan in de Achterste Stroom. We zijn dan bijna 29 kilometer verder op een hoogte van 7 33 meter. De beek Reusel is vermoedelijk genoemd naar het dorp Reusel. De beekdal van de Reusel in landgoed De Utrecht is door de provincie aangewezen als aardkundig monument. Het landschap vertelt iets over de oorsprong van het gebied. ,
,
,
Brabants volksgeloof
Een van de twee legenden vertelt dat herders in 1406 een Mariabeeldje vonden langs de oever van de Groote Beerze het andere verhaalt dat ze het tegen de stroom in zagen drijven. Hoe dan ook de Heilige Eik trekt jaarlijks zo’n 250. 000 bezoekers. De kapel staat vlakbij de door bossen meanderende Groote Beerze een schitterende plek. In de kapel staat een replica van het eeuwenoude beeldje het origineel bevindt zich in de kerk van Oirschot. Dat trekt veel minder pelgrims. Brabants kapellen staan doorgaans op plaatsen waar de natuur op zijn mooist is. Dat geeft een primair spiritueel gevoel bij de Heilige Eik dankzij een Brabantse beek. ,
,
,
,
Jans heeft twee gezichten Het is fascinerend om te beseffen dat deze twee belangrijke rivieren de Maas en de Schelde vanaf deze plek in de bossen bij Reusel worden gevoed. Logisch dat bovenop deze waterscheidslijn op 32 meter boven de zeespiegel een monument is geplaatst door de Heemkunde Werkgroep Reusel. De Januskop symboliseert de tweeledigheid van deze unieke situatie in het Brabantse bekensysteem. Janus was een Romeinse god die altijd met twee gezichten werd afgebeeld. Het vrouwengelaat van de Januskop blikt richting België het gezicht van ,
,
,
,
,
,
Paul Spapens
15
UNESCO-stempel
voor
Smalle Beek
bij Wouw
Wie over de A 58 of per spoor van Roosendaal naar Bergen op Zoom rijdt , ziet bij Wouw een kaal akkerlandschap dat licht glooit. Op het laagste punt ligt een sloot die meestal droog staat. Op oude kaarten is te zien dat hier de Smalle Beek lag , in het verleden een kronkelend water met op de oevers natte graslanden , heggen en houtwallen.
De beek ontspringt bij Wouwse Plantage op de hoge Brabantse Wal en mondt uit in het krekenstelsel bij Steenbergen waar tot de inpoldering nog eb en vloed was. Zoals op zoveel plaatsen ging het beekdal op de schop in het kader van werkverschaffing en ruilverkavelingen. Een paar stukjes grond werden als natuurgebied een ecologische verbindingszone ingericht.
, ,
uitgestrekte poolwoestijn met een bovenste laag van dekzand. In dit landschap stroomden beken in een verwilderde loop en met veel geulen. Zo’n 14. 500 tot 12. 000 jaar geleden begon het klimaat op te warmen en nam de vegetatie toe. De beken gingen daardoor meanderen met nog maar één stroomgeul en met duidelijke bochten. In natte perioden kenden de beken nog wel grote piekafvoeren waardoor ze zich in de ondergrond insneden. Het dal van de Smalle Beek er hier een voorbeeld van. Het werd in 2024 door Unesco bestempeld als onderdeel van het Geopark Schelde Delta dat zich uitstrekt over West-Brabant Zeeland en een deel van Vlaanderen. ,
14
Kasteel van Wouw Aan
de
Smalle Beek ligt het kasteel van Wouw. Dit kasteel bestond van de dertiende eeuw tot de zeventiende eeuw was toen het grootste van het land en diende als de woning van de heren/markiezen van Bergen op Zoom. Afgelopen jaren zijn de funderingen van het kasteel blootgelegd en de wallen en grachten terug aangelegd. Deze grachten worden nu met de hulp van een stuw gevoed door het water van de beek. Zoals vroeger ook het geval was. vroegere
Een intrigerende dronefoto van de gereconstrueerde plattegrond van het kasteel van Wouw. De streep onderaan rechts is de Smalle Beek. Dronefoto: Perry van Kempen
Geologie Het dal van de Smalle Beek is geologisch waardevol. Op het einde van de laatste IJstijd was WestBrabant onderdeel van een
,
,
Herstel De gemeente Roosendaal heeft de ambitie om van 77. 000 inwoners door te groeien naar 100. 000 in 2050. Daar hoort ook een aantrekkelijk buitengebied bij met de aanleg van 650 hectare extra natuur. Een deel van deze nieuwe natuur kan tot stand komen door herstel van het oude landschap van de Smalle Beek. Een ambitie waar meerdere doelen (biodiververdroging siteit tegengaan landschapsherstel recreatie) mee gediend zijn. ,
,
,
Willem de Weert
17
Vessem
Dorp
aan
De Binnendieze
deBeek
,
vanstinksloot
topattractie
tot
‘Dorp aan de rivier’ is de titel van een door Anton Coolen geschreven klassieker die ook werd verfi lmd. Menigeen weet dat het Brabantse Lith dit ‘dorp aan de rivier’ is en dat de rivier de Maas is. Een stuk minder bekend , maar in al zijn kleinschaligheid en betrokkenheid zeker zo interessant , is dat het Kempendorp Vessem zich een ‘dorp aan de beek’ noemt. De beek in kwestie is de Kleine Beerze.
De helft van de Binnendieze is overkluisd. Foto: Ilonamay Wikipedia. Onder leiding van een gelijknamige stichting hebben inwoners allerlei initiatieven genomen om de ca drie kilometer lange oever aan de kant van het dorp zodanig te ontwikkelen dat het voor iedereen een plezier is om er te zijn. Dat iedereen moet je echt letterlijk nemen van rolstoelgebruikers en Vessemnaren die een feestje willen aanrichten tot lerende en spelende jeugd. Wat dat laatste betreft laat de foto een aansprekend voorbeeld zien. “We brachten er een vrachtauto-vol keien naar toe” zegt voorzitter Gerry Dorrestein. ,
,
schap en de zo bepalend aanwezige Kleine Beerze als het ware met elkaar in de echt worden verbonden. In feite bestaat deze situatie al 5000 jaar. Juist hier zijn archeologische opgravingen gedaan die dat aantonen. Alle informatie daarover vind je op een infobord. Dat is slechts een van de onderdelen die de beleving veraangenamen daaronder ook zaken als een blokhut (lekker chillen) of een uitkijktorentje – en dan die keien natuurlijk. Maar er is veel meer in dit dorps-recreatiegebiedje-aan-de-beek zoals een voedselbos van 250 fruitbomen. In een zogeheten Aztekentuin kweken leerlingen van de basisschool pompoenen maïs en boontjes. Ondertussen krijgt de natuur ook alle ruimte. Doorheen het gebied lopen voor iedereen toegankelijke wandelpaden die je onder meer naar een grondwatermeter voeren. Vanuit de bebouwde kom is het ongeveer 100 meter lopen naar dat pad. In het seizoen kun je er een kar aantreffen waarop een overschot aan groente ligt dat je in principe gratis mag meenemen. ,
,
,
Kleine- en Groote Beerze Oudere Vessemnaren weet voorzitter Gerry Dorrestein te melden noemen de Kleine Beerze ‘de stroom’. Het beekje heeft een lengte van vijftien kilometer begint bij Duizel en mondt in Landgoed Baest uit in de Groote Beerze. Het ‘Dorp-aan-de-beek-gebied is maximaal 500 meter breed en strekt zich uit tussen de Hoogeloonsebrug en de Brug aan het Heike. Met dit project hebben de inwoners met hulp van de gemeente een geheel eigen invulling gegeven aan de herinrichting van de Kleine Beerze. Het resultaat: méér natuur meer betrokkenheid bij een mooie Brabantse beek en een samenleving die met elkaar optrekt. Als je daar op wil proosten doe je dat met een Beerze-bier gebrouwen in het ‘Dorp aan de Beek’. ,
,
,
Deze twee vissende jongetjes spelen lekker op de keien in de Kleine Beerze. Spannend jongen…Links een strandje waar in het seizoen fl ink gebruik van wordt gemaakt. Foto: Stichting Vessem dorp aan de beek.
Relatie van 5000 jaar
,
De stichting werd in 2021 opgericht met als doel ideeën onder de inwoners ophalen die uitvoeren en het resultaat beheren. ‘Dorp aan de rivier’ is bijzonder doordat een gemeen,
,
Paul Spapens
“Een wonder” , noemt Peter Verhagen het feit dat de Binnendieze nog steeds dwars door de oude binnenstad van Den Bosch stroomt en zich heeft ontwikkeld tot een toeristische attractie van heb-ik-jou-daar. Jaarlijks
stappen zo’n 150. 000 in een bootje voor een historische rondvaart over de 3. 630 meter die van de Binnendieze nog resteert – de oorspronkelijke lengte was ongeveer twaalf kilometer. Dat er überhaupt nog een Binnendieze is “dát is een wonder” zegt Peter Verhagen stellig. Het resultaat van dat wonder de rondvaart en de schoonheid die Den Bosch mede aan deze stadse beek ontleent wordt door Peter Verhagen geplaatst in het rijtje van redenen Bosch waarom mensen Den bezoeken. Hij somt op: “De Bosche Bol de Binnendieze en de Sint-Jan. De Sint-Jan meer precies de Zoete Moeder. In Den Bosch moet je niet aan Maria komen ” mensen
,
,
,
,
,
Een wonder , mensenwerk
,
Stadse beek Iedereen die over deze stadse beek vaart ziet dat de helft ongeveer is overkluisd. Dat maakt de ‘beken beleving’ iets bijzonders. In vroeger dagen had Den Bosch ,
den. Waar andere steden grachten kregen bouwde Bosch Den huizen over de beek heen. Oorspronkelijk was de Binnendieze een vertakt bekensysteem binnen de bebouwde kom binnen de muren zo men wil. Tegenwoordig bestaan nog de volgende takken: de Kleine De Vughterstroom Vughterstroom het Hellegat de Kerkstroom en de Binnenhaven. ,
,
,
,
,
,
te weinig ruimte om uit te brei-
,
,
Aan haar schrijft hij dus het wonder van de Binnendieze toe maar hij laat ook zien dat het voortbestaan daarvan mensenwerk is geweest onder andere van hem. Peter Verhagen (1941) was als medewerker van de gemeente Den Bosch ‘projectlei-
der Binnendieze’. Hij voerde uit wat voor de poorten van de hel was weggesleept. In de jaren ’60 heeft het heel weinig gescheeld of van de historische schoonheid van Den Bosch was misschien alleen de Sint-Jan overgebleven. De Binnendieze ‘die stinksloot’ vonden de Bosschenaren was een van de plannen zou worden gedempt. Doordat het Rijk ingreep ging dit onzalige plan niet door. In 1971 lag er een restauratieplan dat onder leiding van Peter Verhagen werd uitgevoerd. In 1998 was de restauratie voltooid en nu is bootjevaren over de Binnendieze de topattractie waarop niet in de laatste plaats bezoekende hoogwaardigheidsbekleders worden getrakteerd. Toch wel met een zekere trots vertelt Peter Verhagen hoe hij met de koning van België over de Binnendieze voer.
,
,
,
,
Peter Verhagen schreef een gezaghebbend boek over het grootste waterbouwkundig restauratiewerk van Nederland. De Binnendieze wordt volgens hem gevoed door de beken de Aa en de Dommel. Het water stroomt bij de Zuidwal aan de kant van het Bossche Broek de stad binnen stroomt uit in de Binnenhaven en stoomt vervolgens samen met de Aa de Dommel en de ZuidWillemsvaart. Bij Fort Crèvecoeur zoekt het water van de Dieze de Maas op. Het belang van de beken is voor Den Bosch altijd groot geweest. In de Middeleeuwen werden er voedsel en goederen over aangevoerd tegenwoordig is het een prachtige reden om de stad met een bezoek te vereren. ,
,
,
,
,
Paul Spapens
19
De Mark inspireert dichters
Bij het begin van de Mark in het Belgische dorp Merksplas ligt de eerste Poosplaats-zwerfkei met een gedicht van Pien Storm van Leeuwen. Foto: Jan-Willem Storm van Leeuwen.
“Het begin is slechts aan hand breed” , zegt Jan-Willem Storm van Leeuwen met een mengeling van verbazing en respect. Hij heeft het over de Mark , een Brabantse beek met een lengte van 80 kilometer.
Langs deze beek realiseerde zijn echtgenote de in 2020 overleden Pien Storm van Leeuwen 21 Poosplaatsen. Dat zijn markeringspunten in de vorm van zwerfkeien of hardstenen banken waarin gedichten zijn gebeiteld. Ze verbinden het landschap met de manier waarop mensen dat landschap ondergaan en beleven. ,
Poosplaatsen – er zijn er inmiddels 91 verspreid over Brabant - vind je dan ook daar waar de natuur op zijn mooist is dus ook langs een beek als de Mark. Langs de Dommel liggen er overigens ook negen. De eerste Markpoosplaats ligt bij het begin van de Mark in het Vlaamse dorp Merksplas. De beek is daar om met de verbaasde woorden van Jan-Willem Storm van Leeuwen te spreken slechts een hand breed. ,
,
,
,
Maar aan het einde als de Mark onder de naam Dintel in het Volkerak uitmondt is het al een hele rivier. Bij Meersel-Dreef stroomt de Mark Nederland binnen om vervolgens onder meer in Breda bij te dragen aan het historische karakter van de stad. Olaf Douwes Dekker de eerste stadsdichter van Breda schreef een gedicht over de haven. Een regel daaruit is in de kademuur vereeuwigd: ‘De oude stad wast zich uit water omhoog. ’ ,
,
20
,
,
De naam Mark zou grens betekenen mogelijk de grens tussen zand en klei. Rond 800 vormde de beek de grens tussen Neusrtrië het noordwestelijk deel van het Frankische rijk en Austrasië dat onder meer het oosten van het huidige Frankrijk besloeg. Onder meer in Breda zijn resten gevonden van Romeinse versterkingen. Kortom de Mark is een beek om u tegen te zeggen. En hij inspireerde Pien Storm van Leeuwen en andere dichters tot gedichten die in zowel het boek ’Ode aan de Mark’ als in 21 Poosplaatsen zijn vastgelegd. Een paar van deze Mark-gedichten drukken we af op deze pagina. ,
,
,
,
Paul Spapens
“De voordeur”. Guido Atsma heeft mooie beeldspraak. Met de voordeur bedoelt hij de technische ingreep die is gedaan om de vissen bij Fort Crèvecoeur vanuit der Maas het Brabantse bekenstelstel in te helpen. Bij Fort Crèvecoeur , in 1587 gebouwd om de vijand buiten Den Bosch te houden , mondt de Dieze uit in de Maas. Bezijden deze monding ligt een vispassage. Die ziet er uit als een kronkelend beekje , door Guido Atsma aangevoerd als een van de technische ingrepen om het de vissen in de Brabantse beken naar de zin te maken.
Via deze vispassage de voordeur heeft vissoorten als de winde en de kopvoorn weer hun weg gevonden naar de Aa. Dat Guido Atsma dat deugd doet is goed voor te stellen. De Aa is een van de twee hoofdbeken van Waterschap Aa en Maas. Guido Atsma is er als projectleider gespecialiseerd in het herinrichten van watersystemen. Denk aan ingrepen als beekherstel rekening houden met ‘het’ klimaat tegengaan van overlast én vismigratie. ,
,
Op de Poosplaats bij de oorsprong van de Mark aan de Geheulsedijk bij Merksplas staat een gedicht van initiatiefneemster Pien Storm van Leeuwen: hier is het dat het langzaam welt en aarde water draagt een kleine poel loopt roerloos over vloeit onder groen verscholen glinstering onmerkbaar haast trilt rimpelend wat stroming al talmt even tussen halmend gras heldert dan handbreed verder Op een Poosplaatsbank bij een fietsbrug over de Mark aan het eind van het Suikerpad in Ulvenhout staat dit gedicht van Pien Storm van Leeuwen: verlegen zwijgt de tijd als water spreekt , zich eindeloos herhaalt al kantelend naar klanken zich tijdloos telkens taalt steeds onderweg naar lager als beek , als stroom , naar zijn verval zich vloeiend voegt , zo oeverlangs de aarde streelt , welluidend in voorbijgaan speelt langs stengels en langs stenen Albert Hagenaars uit Bergen op Zoom schreef een spiegelgedicht dat is afgebeeld op een bank aan de Mark langs de Oude Markweg in het Vlaamse grensdorp Meersel-Dreef.
,
hier te onthalen wat wolken beweegt: windstil keren , inkeren tot oudere stromen van eigen leven aan de andere kant die wij verborgen dachten , niet afgeleid te worden van de enige opdracht als water: overgaan
krijgen
de kopvoorn als voorbeeld vis is een van de soorten die stromend water nodig heeft. Wil je dat hij vanaf Fort Crèvecoeur verder landinwaarts trekt dan zal je de eertijds gekanaliseerde beken waarvan het waterzo goed als stilstaat weer moeten laten meanderen en zo de watersnelheid verhogen. Enzovoorts. “Daar zijn we al jaren mee bezig” zegt Guido Atsma. En ze hebben nog jaren te gaan wél met een stok achter de deur: de Europese Kaderrichtlijn Water. Deze dicteert dat eind 2027 al het water in Nederland een goed leefgebied moet vormen voor de planten en de dieren die ere thuishoren. Om
aan te houden , deze
,
,
Stok achter de deur
,
,
,
,
Techniek helpt de vis Het aanleggen van vispassages bij stuwen zoals bij Fort Crèvecoeur is een van de technische ingrepen die de mens doet om de vis te helpen zich senang te voelen in de Brabantse beken. Vispassages zijn er in veel verschillende uitvoeringen. Als je langs Brabantse beken wandelt kom je ze geregeld tegen en wil je een hele mooie zien dan moet je bij Fort Crèvecoeur gaan kijken. Maar het kan ook kleiner en compacter zoals de vislift en de De Wit Vispassage. Allemaal kennen ze hetzelfde basisprincipe: in kleine stapjes het hoogteverschil van een stuw overbruggen als een trap. Brabants beken kennen namelijk zalm die al springend geen barrières overwint begint Guido Atsma zijn toelichting op de vislift. Stel je letterlijk een kunststof silovormige koker voor die een vis via een soort wenteltrap ,
vissen moeten datgene wat ze nodig hebben.
hogerop brengt. Een De Wit Vispassage is een rechthoekige bak met bijvoorbeeld tien kamertjes die in hoogte vijf centimeter verschillen. De vis zwemt van kamer naar kamer voilà vijftig centimeter overbrugd… ,
,
De Brabantse waterschappen zijn al jaren bezig met het toepassen van zulke technische slimmigheden. Maar om de vis zich te laten voelen als een vis in het water van de beek is méér nodig. De leefomgeving van de vissen moet ecologisch gezond zijn. Guido Atsma heeft een eenvoudig klinkende richtlijn: “Als het goed gaat met de beek gaat het goed met de vis. ” Met ander woorden
,
,
,
,
Paul Spapens Deze luchtfoto geeft een goed beeld van de werking van de vispassage bij Fort Crèvecoeur. De Dieze mondt hier uit in de Maas. Vissen kunnen de spuisluis passeren via het door de mens gegraven meanderende beekje. Via de Dieze en de beekdalen van de Dommel en de Aa heeft deze vispassage een enorm bereik. Dankzij de sluis houdt Den Bosch droge voeten en kunnen schepen vanaf de Maas naar de Zuid-Willemsvaart varen. Foto: Waterschap Aa en Maas. ,
,
hier te herhalen wat water vermag: brug en grens vervagen , vogels en het geklepel van de kloosterklok aan de overkant vervangen het rumoer van ons dagelijks denken , tot diep in dit beekschap dat wij wil worden: thuis
vis in de beek
Als een
,
,
21
deRomeinennog over de Essche Stroomvoeren Toen
Bruggen
vertellen een
verhaal
In tegenstelling tot de beken hebben bruggen veelal geen naam. Terwijl het toch
zulke bepalende elementen zijn in het dagelijks leven in Brabant. Omdat er zoveel beken zijn passeer je voortdurend bruggen. Dat valt al niet meer op. Het wordt gewaardeerd als waterschappen op bruggen de naam van de beek aangeven. Toch zijn er zeker bruggen met een eigen naam. Zo heet een brug over de Beerze in Oirschot de Viermènnekesbrug Daar waar de Oeffelstse Raam in de buurt van Milsbeek in de Maas uitmondt ligt de Perdsbrug paardenbrug.
In Esch , gemeente Boxtel , bevonden zich twee Romeinse villa’s. Theo van Dooren weet wel waar dit reeds in de prehistorie bewoonde dorp dit vermoedelijk aan te
,
danken had: de bewoners beboerden de vruchtbare grond en leverden de opbrengst aan de Romeinse legioenen die de Limes , de Romeinse grens aan de Maas en de Rijn , bewaakten. De leeftocht werd over de Essche Stroom die kant op gebracht. De Romeinse Brug over de Essche Stroom maakt onderdeel uit van de Romeinse Wandeling langs plaatsen van Romeinse vondsten. Foto: Heemkundekring De Kleijne Meijerij.