1382702-E-VRMWB-Gewijzigde begroting 2026 VRMWB (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Aangezien er veel technische , facilitaire en logistieke (TFL) werkzaamheden voor de gehele regio worden uitgevoerd op Post Tilburg Centrum (autowerkplaatsen , logistiek etc. ) moet er bij de keuze van (een) nieuwe of aangepaste locatie(s) rekening gehouden worden met verhuizing van deze werkplaatsen. De kosten hiervan zijn afhankelijk van de gemaakte locatiekeuzes en gekozen brandweerzorgconcepten. Zowel de kosten als de wijze van financiering brengen we in kaart. Energiekosten Vanwege een groot aantal gebouwen (70 kazernes , een opleidingscentrum en de Risk Factory) en elektrische voertuigen is onze energiebehoefte groter dan die van een gemiddelde
overheidsorganisatie. De afgelopen jaren zijn energiekosten wereldwijd gestegen en zijn onze werkelijke kosten (inclusief besparingen) met 625% , toegenomen van € 948. 000 in 2021 naar € 1. 462. 000 in 2024. In de afgelopen jaren hebben we de kostenstijgingen deels kunnen opvangen door energiebesparende maatregelen , in de loon- en prijsontwikkeling (LPO) en met de incidentele jaarresultaten. Voor een resterend deel van € 326. 000 zien we geen mogelijkheden tot structurele dekking binnen de bestaande begroting. Het Algemeen Bestuur heeft , in het licht van de vele ontwikkelingen en de nieuwe taken waar wij ons op voorbereiden , besloten om hiervoor de gemeentelijke bijdrage structureel te verhogen vanaf 2026.
Wat gaan we dit jaar doen? In 2026 richten we ons op de volgende resultaten:
Toekomstbestendige brandweerzorg •
In 2025 hebben we in een masterplan mogelijke varianten beschreven om onze brandweerzorg meer toekomstbestendig te maken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Ons bestuur neemt hierover in 2025 een besluit. In 2026 werken we de gekozen variant verder uit en starten
de implementatie hiervan. Dit doen we in samenhang met de ontwikkelingen op het terrein van risicobeheersing. Het omvormen van de post Moerdijk-Haven naar een 100% overheidsbrandweerpost is eind 2026 gereed. we met
VRMWB | Begroting 2026
21
•
In 2025 besluit ons bestuur over een business case om ook ons opleidingscentrum Safety Village toekomstbestendig te maken. In 2026 starten we met de implementatie hiervan.
Versterken Crisisbeheersing •
In 2025 hebben we handboeken ontwikkeld voor het proces Informatiemanagement en Calamiteitencoördinatie op de meldkamer. Deze werkwijze voeren we in door hiermee te
oefenen. •
•
De structuren van projectteams en scenarioteams worden behandeld in het multidisciplinaire opleidings- en oefenprogramma. Daarnaast zorgen we ervoor dat deze structuur ook toegepast wordt in interregionaal verband , zoals met Veiligheidsregio Zeeland en de andere Brabantse
veiligheidsregio's. De samenwerking voor crisisbeheersing met de Belgische partners wordt verder bestendigd met de implementatie van de afspraken in het convenant dat we met hen zijn overeengekomen.
Informatiegestuurd werken in de meldkamer • •
Als onderdeel van de visie Meldkamer 2030 bieden we onze inwoners sneller adequate hulpverlening door de inzet van moderne digitale middelen , waaronder beeldherkenning. Vanuit het Beleidsplan Meldkamerfuncties Veiligheidsregio 2024-2028 ontwikkelt ons Operationeel Centrum Veiligheidsregio (OCB/VR) een landelijke standaard voor de rol van onze medewerkers bij informatiegestuurd werken. De landelijke samenwerking tussen de meldkamers biedt steeds grotere schaalvoordelen , doordat afzonderlijke meldkamers standaard werkwijzen ontwikkelen die door de anderen worden overgenomen.
Wat we blijven doen (ons reguliere werk) In deze begroting geven we aan wat we in 2026 willen ontwikkelen voor het leveren van een hulpvaardige en slagvaardige organisatie. Naast deze ontwikkelingen voeren wij onze reguliere
werkzaamheden uit die bijdragen aan deze pijler en waarvoor we een overgroot deel van onze capaciteit en middelen inzetten. Het grootste deel van onze middelen , zowel financiën als capaciteit , zijn te relateren aan deze pijler. De volgende reguliere taken horen hiertoe: •
Repressie (paraatheid en incidentbestrijding brandweer)
•
•
Crisisbeheersing (paraatheid en incidentenbestrijding multi) Bevolkingszorg (Multi) operationele voorbereiding en planvorming Techniek (beheer en onderhoud materieel) , Facilitair en Logistiek Informatiegestuurd werken , onderzoek en analyse (Multidisciplinair) opleiden trainen en oefenen
•
Risico- en crisiscommunicatie
• • • •
Binnen deze taken worden uiteenlopende activiteiten uitgevoerd én continu verbeterd. Zo wordt ons materieel steeds ‘slimmer’ door sensoren en telemetrie , waarmee we beter inzicht krijgen in het
functioneren van ons brandweeroptreden. Ook Team Brandonderzoek draagt bij aan beter en veiliger brandweeroptreden. Daarnaast ontwikkelt ons droneteam zich door tot een ‘Team Digitale Verkenning’ en bestaan er steeds betere technieken om met beelden en andere digitale informatie onze incidentbestrijding en crisisbeheersing te versterken. Tot slot leidt informatiegestuurd werken tot beter inzicht in (de ontwikkeling van) typen incidenten , hun geografische spreiding , tot en met inzicht in relaties tussen typen incidenten en typen gebouwen of locaties en de rol van bijvoorbeeld VRMWB | Begroting 2026
22
gebruikers en de wijze van incidentbestrijding. Deze informatie draagt ook bij aan een veiligere leefomgeving.
Repressie
Gebiedsgerichte opkomsttijden
Vakbekwaam worden en blijven
Multidisciplinaire incidenten
Operationeel Centrum Brandweer (OCB/VR)
Crisiscommunicatie
Realisatie 2024
Verwachting of streefwaarde 2025
Verwachting of streefwaarde 2026
Aantal vrijwilligers
1. 318
1. 330
1. 334
Aantal beroeps
220
220
220
Aantal incidenten gebouwbranden
n. v. t.
● Aantal
volgens prognose
n. v. t.
● Aantal
sneller
n. v. t.
● Aantal
langzamer
n. v. t.
● %
volgens prognose
n. v. t.
● %
sneller
n. v. t.
● %
langzamer
n. v. t.
Opkomstpercentage vrijwilligers bij oefenen
75%
70%
70%
Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm
50%
30%
30%
Aantal grip-situaties
2
*
*
% geëvalueerde grip-2 situaties
100%
100%
100%
Afgehandelde incidenten Brandweer 112
6. 859
*
*
Afgehandelde meldingen 0900-0904
1. 220
*
*
50
*
*
n. v. t
60%
65%
Inzet crisiswebsite Deelname aan vakbekwaamheidsactivitei ten door regionale piketfunctionarissen.
* Deze cijfers worden niet begroot
VRMWB | Begroting 2026
,
maar worden wel weergegeven in de realisatie. Het zijn niet-beïnvloedbare kengetallen.
23
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor Programma Veiligheid: pijler Hulpvaardige en slagvaardige inzet
1. 5
Wendbare en duurzame organisatie
We zien ‘wendbare en duurzame organisatie’ als een fundament onder de drie beleidspijlers. Onder een ‘duurzame organisatie’ verstaan wij zowel de duurzame inzetbaarheid van onze mensen als het
bijdragen aan duurzaamheid in de samenleving door een steeds duurzamere bedrijfsvoering. ‘Wendbaarheid’ vraagt om nieuwe manieren van werken , een informatievoorziening die betrouwbaar is en rijke inzichten biedt , en een bedrijfsvoering die wendbaarheid ondersteunt. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico’s.
Welke ontwikkelingen zien we? Duurzaamheid Wij verduurzamen onze bedrijfsvoering stapsgewijs vanuit de ambities die we in 2023 bepaalden. We willen investeren in CO2-reductie en zetten stappen om onze bedrijfsvoering circulair te maken richting 2050. Veiligheidsregio’s werken op deze thema’s steeds meer landelijk samen.
Voor CO2-reductie is als ambitie bepaald om in 2030 een CO2-reductie ten opzichte van 2022 met 55% te realiseren. In ons stappenplan om onze CO2-uitstoot te verkleinen speelt de verduurzaming van onze zware voertuigen een belangrijke rol. Een substantiële CO2-reductie is te behalen door de biobrandstof ‘HVO100’ als alternatief voor diesel te gaan gebruiken. Voor een aantal voertuigen is daarvoor nog wel een technische aanpassing nodig. Het gefaseerd invoeren van HVO100 is essentieel om een stap te kunnen zetten om onze totale CO2-voetafdruk. Als we starten in de beroepsposten , dan betekent dit een reductie met circa 600 ton (20 %). De jaarlijkse structurele kosten hiervoor bedragen circa € 110k extra. Als we deze maatregel gefaseerd invoeren en eerst zouden beginnen voor de zware voertuigen van de beroepsposten ,
VRMWB | Begroting 2026
24
dan bedraagt dit ongeveer de helft hiervan. Vanwege de huidige financiële situatie is het voorstel om invoering van HVO100 niet al per 2026 te doen maar vanaf 2027 , waarmee wij vóór 2030 onze wettelijke bijdrage CO2-reductie kunnen realiseren. We zien geen mogelijkheden tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting , dus dit vraagt vanaf 2027 om een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Tweede loopbaanbeleid 24-uurs beroepsbrandweermedewerkers Sinds 2006 is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-1-2006 mogen nieuwe medewerkers de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer om invulling te geven aan een tweede loopbaan die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de veiligheidsregio. De uitvoering hiervan is weerbarstig gebleken omdat niet alle veiligheidsregio’s een gelijk beeld hebben op deze uitvoering en afhankelijk van de omvang van de beroepsbezetting zelf wel of geen oplossingen kunnen bieden. Doel is wel om een landelijk gelijke aanpak vast te stellen over hoe om te gaan met de duurzame inzetbaarheid van deze groep medewerkers. In 2025 wordt getracht een landelijke aanpak af te spreken die het tweede loopbaanbeleid goed vormgeeft. In een notitie aan het Dagelijks Bestuur d. d.
28-09-2022 is aangegeven dat de kosten circa 180k (voorbereiding en begeleiding) en € 387k (uitvoering) bedragen. Dekking van deze kosten wordt tot op heden gevonden in onze eigen begroting. De collega’s die vóór 1-1-2006 in dienst zijn getreden , hebben nog wel recht op FLO. De kosten voor FLO worden doorberekend aan de gemeenten Bergen op Zoom , Breda , Roosendaal en Tilburg. Landelijke PTSS-regeling Er is een (landelijke) conceptregeling voor erkenning en aanspraken PTSS voor al het personeel veiligheidsregio's (inclusief vrijwilligers) voorbereid die vervolgens met de vakbonden is afgestemd. De verwachting is dat medio 2025 definitieve besluitvorming plaatsvindt. Deze regeling vormt de basis voor een landelijk uniforme manier van omgaan met (oud)collega's die gediagnosticeerd zijn met PTSS. In de regeling zijn verschillende vormen van financiële hulp opgenomen. De kosten van deze financiële hulp komen ten laste van de individuele veiligheidsregio’s. Er wordt een beroep gedaan op het Ministerie van J&V om de systeemkosten (onafhankelijke landelijke commissie voor toetsing causaliteit) niet ten laste te laten vallen van de individuele veiligheidsregio's. Hoewel er geen registratie wordt bijgehouden van (oud)collega's met deze klachten , is er op basis van ervaring met
personele casuïstiek in de afgelopen jaren wel enig inzicht. De kosten die de regeling met zich meebrengt zijn lastig te schatten. Er is namelijk geen inzicht in de casuïstiek buiten het zicht van de veiligheidsregio. Na de vaststelling van de regeling in 2025 en (oud)collega’s die zich melden voor een aanspraak op de regeling , kunnen we een inschatting maken van de meerjarige kosten.
Informatieveiligheid Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het
Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. De eisen aan overheidsorganisaties voor informatieveiligheid en transparantie worden groter en die nemen verder toe als (onderdelen van) de veiligheidsregio's moeten voldoen aan de eisen voor vitale sectoren.
VRMWB | Begroting 2026
25
Door aangescherpte wettelijke regelgeving worden nog hogere eisen gesteld aan ons beveiligingsniveau (BIO2 , Network Information Security 2 (NIS2)). Naast bewustwording (awareness) vraagt dit ook om de modernisering van (netwerk)beveiliging. Hiervoor zijn structureel aanvullende investeringen nodig. Deze eisen om de informatiebeveiliging naar een hoger volwassenheidsniveau te brengen , sluit aan bij het Landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid (NIPV , 2021) en de aanbevelingen uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2024 (NCTV , 2024). Voor de uitvoering van deze
taken dient de formatie van informatiebeveiliging functionarissen structureel te worden verhoogd. De ambitie is om voor informatieveiligheid op basis van BIO2. 0 en NIS2 in 2026 op basis van het Capability Maturity Model Integration (CMMI) model volwassenheidsniveau 3-4 te behalen. Op basis van de BIO audit uit 2024/2025 zijn hierbij de belangrijkste resultaatgebieden: juiste gedocumenteerde plannen en het actualiseren van processen en procedures. We bereiden ons ook voor op de implementatie van de vitaalverklaring waarover naar verwachting het kabinet in 2025 een besluit neemt. We sluiten ons aan bij de landelijke lijn , waarbij alle VR’s in 2030 dienen te voldoen aan alle eisen uit de NIS2. We bouwen mee aan de realisatie van het
landelijke cyberweerbaarheidsnetwerk (CWN). Dit netwerk wordt de schakelorganisatie en het knooppunt voor cyberweerbaarheid. Ondersteund door een Information Security Management System (ISMS) gaan we risicomanagement gestructureerd toepassen.
Wat gaan we dit jaar doen? In 2026 richten we ons op de volgende resultaten:
Doorontwikkelen van onze organisatie en goed werkgeverschap • • • •
In 2025 formuleren we kernwaarden voor onze organisatie. Die vertalen we naar onze dienstverlening en komen tot uiting in het dagelijks handelen van onze medewerkers. We versterken inclusief leiderschap , waarbij verschillende achtergronden , perspectieven en
ideeën van onze medewerkers gewaardeerd en benut worden om onze ambities waar te maken. We implementeren een plan van aanpak voor het voorkomen en beperken van mentale en fysieke gezondheidsrisico’s (waaronder PTSS) en het bieden van handelingsperspectieven. De verdere doorontwikkeling van het tweede loopbaanbeleid is in afwachting van de uitkomsten van het landelijke Semfire Onderzoek door de Universiteit Maastricht.
Bedrijfscontinuïteit is geborgd in de organisatie We versterken onze weerbaarheid als organisatie en bereiden ons voor op (langdurige) verstoringen , waardoor we na een omvangrijke storing of calamiteit snel herstellen en onze dienstverlening kunnen voorzetten. In 2025 richten we bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) in. Een onderdeel
hiervan is de ontwikkeling van een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP) , waarin is beschreven hoe we omgaan bij een calamiteit. In 2026 zijn verschillende functies , rollen , verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van bedrijfscontinuïteitmanagement ingericht en geborgd in de organisatie.
Financiële uitdagingen Zoals beschreven in onderdeel 1. 1 Algemeen hebben we te maken met financiële uitdagingen. Een nieuwe bezuinigingsopdracht heeft direct invloed op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio en vraagt om een gedegen bestuurlijke afweging. Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie , die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid , de opdracht gegeven om samen met de VRMWB | Begroting 2026
26
directie in 2025 de gevolgen van de financiële ontwikkelingen vanaf 2026 te onderzoeken. Hiervoor worden twee onderzoeken uitgevoerd , namelijk het ontwikkelen van een masterplan brandweer en de risicobeheersingstaken. In 2026 werken we het besluit uit dat het Algemeen Bestuur in 2025 hierover neemt en we starten met de uitvoering die naar verwachting over meerdere jaren reikt. Duurzaam incl. duurzame inzetbaarheid •
We voeren de jaarschijf 2026 van het CO2-Prestatieladder Managementplan uit: CO2-reductie < 55% in 2026 t. o. v. 2022.
•
We verwerken onze bevindingen uit een Grondstoffenanalyse (2025) in (inkoop)projecten en
facilitaire processen. Uitvoering strategische agenda Informatievoorziening De eerste fase van de landelijke Strategische agenda Informatievoorziening (2025) is uitgevoerd en naar onze eigen organisatie vertaald , we hebben de eerste stappen gezet op enkele van de vijf
landelijke thema’s: Informatiegestuurde Veiligheid , Informatiegestuurde (missie kritische) communicatie , Data en infrastructuur (technologie) , Informatieveiligheid en Digitale fitheid. De samenwerking met onze partners maken we ‘slimmer’ door zowel lokaal , regionaal als landelijk vanuit eenzelfde bron (‘één waarheid’) te handelen.
Wat we blijven doen (ons reguliere werk) In deze begroting geven we aan wat we in 2026 willen ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan een duurzame en wendbare organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan wendbaarheid en duurzaamheid en waarvoor we een overgroot deel van onze capaciteit en middelen inzetten. We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk , richten onze processen efficiënt en doeltreffend in , vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: personeel en organisatie , financiën planning en control , inkoop , communicatie , informatisering , strategie en ontwikkeling. Ons team informatieveiligheid werkt samen met het NIPV en de andere veiligheidsregio’s aan het versterken van cyberweerbaarheid. Met het meerjarenprogramma ‘Samen Vitaal’ richten we ons op alle aspecten van vitaliteit: het fysieke , mentale , sociale en zingevingaspect.
VRMWB | Begroting 2026
27
Indicator
Personeel en organisatie
Communicatie
Strategie en ontwikkeling
Realisatie 2024
Verwachting of streefwaarde 2025
Verwachting of streefwaarde 2026
Ziekteverzuim (organisatie)
, % 436
45% ,
45% ,
% Realisatie van het opleidingsbudget 1
nieuw
nieuw
95%
% van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid
100%
100%
100%
26
*
*
92%
100%
100%
100%
100%
100%
0
*
*
80%
80%
80%
0
*
*
35%
50%
55%
Bereik VRMWB Facebook
243. 117
Bereik VRMWB LinkedIn
166. 246
Impressies VRMWB X
494. 868
Bereik Brandweer MWB Facebook
679. 839
Bereik Brandweer MWB LinkedIn
128. 258
Bereik Brandweer MWB Instagram
588. 497
Bereik Brandweer MWB Youtube
100. 885
Aantal Woo informatie- en zienswijzeverzoeken
Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn
16
Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging
5
Aantal raadsvragen
25
% raadsvragen binnen week beantwoord Aantal klachten Inkoop
Realiseren inkoop investeringen
Informatisering
Aantal hacks (major storing)
Duurzaamheid
CO2-reductie ten opzichte van referentiejaar 2022
*Deze cijfers worden niet begroot kengetallen
,
maar
worden wel weergegeven als realisatie. Dit zijn niet-beïnvloedbare
Algemene dekkingsmiddelen In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen:
VRMWB | Begroting 2026
28
•
De financieringslasten en baten
•
De rijksbijdrage BDuR gelden De algemene gemeentelijke bijdragen
•
De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2. 2 Financiering voor de rente en 3. 1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de
gemeentelijke bijdragen. Mutaties op reserves De toelichting op de reserves vindt u in paragraaf 3. 2 Financiële positie.
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor de Overhead , algemene dekkingsmiddelen en mutaties op reserves:
De baten van de intekentaken worden niet gerekend tot de Algemene Dekkingsmiddelen en worden verantwoord op Programma Veiligheid.
VRMWB | Begroting 2026
29
2.
Paragrafen
In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht:
•
Bedrijfsvoering Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen
•
Financiering
•
Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
• • •
• •
Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken , zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Naast het BBV schrijft ook de Wet open overheid (Woo) een verplichte paragraaf voor.
2. 1
Bedrijfsvoering
Personeel Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie 2025 (611071 fte) opgenomen. We verwachten dat , , onze formatie in 2026 hiermee overeenkomt. De formatie in het overzicht betreft de fte's ,
onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR , die in dienst zijn bij de GGD.
De sector Directie bestaat uit de directie (2 fte) directieondersteuning (2 fte) en de afdelingen Programma's (3 fte) en Concerncontrol (3 fte). ,
VRMWB | Begroting 2026
30
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1. 334 vrijwilligers opgenomen.
District
Formatie
Bezetting 2025
Baronie
528
515
Markiezaten
432
405
Hart van Brabant
374
398
1. 334
1. 318
Totaal
Audit en Interne Controle Een goede interne beheersing is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. De afdeling Concerncontrol voert interne controles , audits , evaluaties , (doelmatigheid)onderzoeken en (risico)analyses uit om vast te stellen of interne
procedures en afspraken nageleefd worden. In 2026 hebben we permanente aandacht voor de goede opzet van de Administratieve Organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op de uitvoering van het interne controleplan. Daarnaast bewaken we de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter en accountantsverslag van de accountant. Aandacht voor frauderisico's en beheersing Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie blijvende aandacht. In de processen zijn interne beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. In 2026 voeren we wederom de jaarlijkse frauderisicoanalyse uit. Deze analyse vormt een inventarisatie van fraudemogelijkheden die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes , maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden en mogelijke kwetsbaren daarin. Voor de
risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisicoanalyse worden met het managementteam en het Dagelijks Bestuur besproken. Rechtmatigheidsverantwoording Sinds het boekjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het Dagelijks Bestuur een verantwoording over rechtmatigheid af moet geven in plaats van de accountant. Deze verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur in de vorm van een verklaring af bij de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de naleving van de regels die relevant zijn voor de financiële processen van de VRMWB. Bijvoorbeeld naleving van weten regelgeving , zoals de aanbestedingswet , maar ook over misbruik of oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen of over lasten waarvoor geen dekking is opgenomen in de begroting (begrotingsonrechtmatigheid). De drie relevante criteria voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn: het begrotingscriterium , het
voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik van overheidsmiddelen.
VRMWB | Begroting 2026
31
Om de beoordeling voor deze rechtmatigheidsverantwoording te kunnen doen worden interne
controles uitgevoerd , de frauderisicoanalyse en de analyse van begrotingsrechtmatigheid gedaan. De afdeling Concerncontrol zorgt voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de overige organisatieonderdelen. Deze zijn vastgelegd in het interne controleplan dat jaarlijks wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Daarnaast worden analyses en voortgezette controles uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maakt. De accountant geeft een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening met als onderdeel de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. In 2024 is een nieuw financieel systeem geïmplementeerd en gewerkt aan het herzien en beoordelen
de risico's in de financiële processen. In 2025 wordt gewerkt aan het beschrijven van de processen en herijken van een aantal interne controles. In 2026 verwachten wij dat de activiteiten , die uitgevoerd dienen te worden om de rechtmatigheidsverantwoording af te geven , ingebed zijn in onze dagelijkse werkzaamheden en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. van
Wet open overheid Medio 2024 is meer duidelijkheid gegeven rondom de actieve publicatieplicht waar alle overheidsorganisaties aan moeten voldoen als gevolg van de Wet open overheid (Woo). Dat is gedaan door de 17 categorieën uit te werken in definities. De eerste vier categorieën zijn per 1 november 2024 actief openbaar gemaakt. In 2025 en 2026 ronden we het actief publiceren van de overige categorieën af. De verwachting is dat eind 2026 alle 17 categorieën actief worden gepubliceerd. De structurele monitoring van de publicatie van documenten conform de Woo en het in 2022 gestarte implementatietraject ronden we hiermee af.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Recent is duidelijk geworden dat de definitieve ingangsdatum van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is verzet van 1 januari 2025 naar 1 januari 2026. We
hebben een overzicht gemaakt van alle producten en diensten die extern (door burgers of bedrijven) kunnen worden aangevraagd. Het gaat daarbij om producten en diensten waar we een formeel besluit op moeten nemen. Uit de inventarisatie blijkt dat er een beperkt aantal van acht producten en diensten is , die voor ons onder de Wmebv vallen. Op 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur met een officieel voorstel (aanwijzingsbesluit) deze procesgang formeel vastgesteld. Begin 2026 moeten deze producten en diensten via een e-formulier kunnen worden aangevraagd en afgehandeld. De technische voorzieningen hiervoor worden begin 2025 operationeel gemaakt. Een degelijk proces is voor de Woo-verzoeken al ingericht. Wanneer alle producten en diensten via het aanwijzingsbesluit zijn vastgesteld , bekendgemaakt en in gebruik zijn genomen voldoen we in 2026 aan alle eisen die de Wmebv stelt.
2. 2
Financiering
De financieringsparagraaf is een onderdeel van de begroting en is voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen , dus ook voor ons. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag , die binnen onze organisatie zijn vertaald in een
zogenaamd treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de
VRMWB | Begroting 2026
32
financieringsparagraaf. Zo wordt meer inzicht gevraagd in de rente en zijn we verplicht om een meerjarenbalans en het EMU-saldo op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt.
Wet Fido In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) worden door de overheid specifieke regels
gesteld voor de structuur van de leningen van de decentrale overheid om de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiervoor wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering met kort vermogen (met een looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 82% , van de lasten in de jaarbegroting. Voor ons betekent dit een kasgeldlimiet in 2026 van € 85,
miljoen (82% , van € 1034, miljoen). Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20% , met een minimumbedrag van € 25, miljoen. Voor ons betekent een renterisiconorm in 2026 van € 207, miljoen (20% van € 1034, miljoen). Op basis van de leningenportefeuille (zie paragraaf 3. 2) is een overzicht van
de renterisiconorm als volgt:
Tabel renterisiconorm
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf de rentelasten , het renteresultaat , de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden
wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen , bedragen over 2026 € 797k. De rentekosten van
de kasgeldleningen bedragen € 117k.
De rentebaten van € 175k zijn de ontvangen rente op rekening courant Schatkistbankieren.
VRMWB | Begroting 2026
33
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen , zoals banken. De rekening-courant tegoeden en deposito’s die wij voorheen bij de BNG hadden , zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie ontvangen wij een rentevergoeding. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Ons reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier hebben wij een
rekening-courant waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt , dragen wij dit af aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo vullen wij juist aan vanuit de middelen bij het Ministerie van Financiën.
Samenstelling vreemd
vermogen
Per 1 januari 2026 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 387, miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2026 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4. 1. Hierbij is rekening
gehouden met het aantrekken van een lening 2026 tot
en met 2029.
2. 3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Hier beschrijven we in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen , zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Conform artikel 11 BBV bevat deze paragraaf
de volgende onderdelen: •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. Een inventarisatie van de risico’s.
•
Het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s.
•
Een aantal verplichte financiële kengetallen.
•
VRMWB | Begroting 2026
34
In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ beschrijven we de risico’s in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het gaat om de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt , voeren
periodiek een risico-inventarisatie uit. Na afloop van het begrotingsjaar rapporteren we in de jaarrekening , eveneens in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing , de actuele risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. we
Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2025 , bij het opstellen van begroting 2026) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de actuele risico’s hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5. 502. 500.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Voor ons is dit de algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 12 december 2024 besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en een algemene reserve te vormen. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s , zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2024 € 1. 770. 255 en vormt
de beschikbare weerstandscapaciteit , voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige (bestemmings)reserves horen niet bij de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend. Het weerstandsvermogen bereken we als volgt:
Beschikbare weerstandscapaciteit : € 1. 770. 255 Ratio weerstandsvermogen: 032 ,
-------------------------------------------------------------------
Benodigde weerstandscapaciteit:
€ 5. 502. 500
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 1. 770. 255. De benodigde weerstandscapaciteit is € 5. 502. 500. Het weerstandsvermogen (€ 1. 770. 255 / € 5. 502. 500) bedraagt 032. ,
VRMWB | Begroting 2026
35
Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen , zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn met een ratio weerstandsvermogen van 032 , beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Daarom dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om onze risico’s op te vangen. Deze algemene reserve is onder meer bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de
gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee vormen de gemeenten in feite een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we , indien nodig , een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.
Inventarisatie risico’s Zoals alle organisaties hebben wij ook te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd die zich voor kunnen doen maar die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we , voor zover mogelijk , maatregelen opgenomen die we nemen om de kans of de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten , worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten ,
zoals continuïteit van de organisatie , bestuurlijke afbreuk , imago organisatie en personele , juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden.
Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s per februari 2025 nader toe. Vrijwilligheid Het vinden en blijven binden van voldoende vrijwilligers aan de organisatie is een continu aandachtspunt. De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We
hebben structureel 20-30 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers blijft een aandachtspunt. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom , met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers heeft continu aandacht. De bezetting van vrijwilligers is in 2024 toegenomen met 33 vrijwilligers. Hierdoor is het aantal vacatures afgenomen. De gemiddelde financiële impact is om deze reden verlaagd. Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers (verplichtend karakter) Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie , hebben wij ook te maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor
ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven , nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband. we
VRMWB | Begroting 2026
36
In 2022 is geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde dekkingsplan van de regio. In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving heeft het
Algemeen Bestuur als tijdelijke maatregel het besluit genomen (oktober 2022) om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden , maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Hiervoor is in 2023 , 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465. 000. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren. Met de keuze voor deze variant wordt niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van het landelijk beleid. In een brief aan de Minister van Justitie en Veiligheid heeft het Veiligheidsberaad aangegeven dat voor de structurele borging van vrijwillige brandweerinzet in ons land jaarlijks minimaal € 35 miljoen nodig is. De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dat met de veiligheidsregio’s in gesprek over financiering van de kosten.
Informatieveiligheid Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het
Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Het definitief besluit moet nog worden genomen (planning Q2 2025). Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen voor een aantal processen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus , 0 is het laagste , 5 is het hoogste. Eind 2024 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit deze audit is er een verbeterplan BIO geschreven. In een steeds meer digitale wereld neemt de impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt. Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Een aanval kan ook leiden tot vervreemding van overheidsgelden (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. De
afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren , zoals een analyse van kwetsbaarheden , het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval , cybercrime en ICT-uitval. Business Continuïteit blijft een aandachtspunt. Naar aanleiding van de geopolitieke spanningen in de wereld is opdracht gegeven om in 2025 te werken aan een organisatie breed Continuïteitsplan. Hiervoor is eind 2024 een projectopdracht vastgesteld.
VRMWB | Begroting 2026
37
Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat
brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten , mogelijk overbruggingsregelingen , vervangingskosten personeel , extra opleidingskosten door uitstroom. De Universiteit van Maastricht is in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit
Maastricht bekend. In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek naar bezwarendheid zijn in het najaar van 2022 afspraken gemaakt waardoor 20-jarigen die maximaal 5 jaar voor de einddatum staan , onder voorwaarden , uitstel kunnen aanvragen totdat er landelijk een definitieve oplossing komt voor duurzame inzetbaarheid van brandweermensen. Nu de einddatum in 2026/2027 dichterbij komt , gaat men meer gebruik maken van het verzoek tot uitstel. Resultaten van het onderzoek worden verwacht midden 2026. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek wordt landelijk nagedacht over nieuwe afspraken over duurzame inzetbaarheid. van
Omgevingswet De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van
advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig , vooralsnog is dit berekend op drie fte extra en € 240. 000. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Daar is echter nog steeds geen duidelijkheid over. Met het onderzoek naar de Risicobeheersingstaken in 2025 als onderdeel van de financiële uitdagingen brengen we de inhoudelijke , personele en financiële effecten in kaart. Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) , in werking per 1 januari 2020 , regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de private sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap
(beroeps- , vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later , nog niet bekend , tijdstip plaats. Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) namens de 25 Veiligheidsregio’s op als werkgeversorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of
de wet volledig , gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. De keuze wordt niet verwacht in 2025. Indien er medio 2025 een besluit
VRMWB | Begroting 2026
38
wordt genomen vindt de uitwerking hiervan plaats in 2026 en verder. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's. Stijgende loon- en prijsontwikkeling Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen , gas , elektra en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud , diensten en leveringen zijn per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf was al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er financiële tekorten ontstaan. Ondanks energiebesparende maatregelen hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten , een deel van deze kosten hebben wij opgevangen binnen onze begroting. Voor het resterende deel (circa € 326. 000) zien wij geen mogelijkheden tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting. Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gaan veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze
regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door ons moeten
worden gedragen.
Safety Village Door hoger verloop van personeel verwachten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum
Safety Village en leidt naar verwachting tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt nu al (samen met partners) naar oplossingen gezocht. Duidelijk is in ieder geval dat om de paraatheid op peil te houden jaarlijks twee extra manschapklassen opgeleid moeten worden wat € 150. 000 per jaar kost. Ook moeten er keuzes gemaakt worden ten aanzien van de toekomst van Safety Village. Enerzijds om de capaciteit te vergroten maar ook om beter tegemoet te komen aan de flexibiliteit die nodig is om onze brandweermensen op te leiden en vakbekwaam te houden. Anderzijds is het noodzakelijk omdat de vergunning die in 2020 is verleend voor de tijdelijke kantoorhuisvesting begin 2029 verloopt , de huidige watervoorziening ontoereikend is om de nieuwe landelijke blustechnieken goed te kunnen beoefenen en de stalling van de voertuigen aanpassingen behoeft. Daarnaast worden douche- en omkleedfaciliteiten aangepast vanwege Arbo-eisen voor schoon en veilig werken. Om deze keuzes te maken wordt in 2025 een business case opgesteld waarin de mogelijkheden , vergunbaarheid , kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht. VRMWB | Begroting 2026
39
Post Moerdijk Haven Met het besluit van het Algemeen Bestuur (december 2024) om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost komen vanaf 2027 de structurele bijdrage vanuit de bedrijven te vervallen terwijl de kosten doorlopen. Vanaf 2027 komen de volledige kosten van de post Moerdijk Haven voor onze rekening. We krijgen vanaf 2027 te maken met een structurele kostenstijging van € 893k. Deze extra kosten kunnen in 2027 en 2028 worden opgevangen vanuit een gevormde bestemmingsreserve. Vanaf 2029 is dit vooralsnog cijfermatig opgenomen in de gemeentelijke bijdrage. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om bij de vaststelling van het masterplan brandweerzorg te bezien hoe hiermee om te gaan.
Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij we kosten krijgt die we niet
kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.
Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een
indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt de komende jaren een stukje af. Dit wordt veroorzaakt doordat de vaste schulden meerjarig afnemen , terwijl de exploitatie toeneemt. In 2027 is er een toename in de vaste schulden door een stijging van de investeringen. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. We hebben een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves) , omdat in de regel een positief jaarrekeningresultaat wordt teruggestort naar de gemeenten i. p. v. te storten in een
algemene reserve. Deze gemeenten vormen dan ook onze achtervang. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit beoordelen we door de structurele lasten , inclusief de structurele toevoegingen aan reserves , af te zetten tegen de structurele baten , inclusief
de structurele onttrekkingen aan reserves. In 2027 en 2028 hebben we een negatieve waarde. Dit wordt veroorzaakt door het vormen van een bestemmingsreserve om de structurele kosten van Post Moerdijk Haven twee jaar te dekken. Zie paragraaf 3. 4 Incidentele en structurele lasten en baten.
VRMWB | Begroting 2026
40
2. 4
Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen , de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Wij
besteden een substantieel deel van de begroting aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen.
Gebouwen Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022
hebben we de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd , waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast.
Materieel en voertuigen
Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK voeren we voor een deel van de vloot uit in de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker voeren we ook andersoortig
onderhoud aan voertuigen zelf uit , zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden voeren we grotendeels in eigen beheer uit. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en
VRMWB | Begroting 2026
41
gelden de afgesloten contracten als normering. Er is nu geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Bij de voertuigen maken we geen onderscheid meer tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit hebben we samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Om schades te voorkomen hebben we nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.
2. 5
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter
beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat , of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Wij zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen , waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we
beschikken over voldoende middelen om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen , waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht.
Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening , waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant , GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte ,
arbeidsongeschiktheid en ontslag) , de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 9365% in de gemene rekening. , Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats met de cijfers van de GHOR. Onze bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van
de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige
leefomgeving.
Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Sinds 1 februari 2013 is er op het haven- en industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Deze publiek-private samenwerking (PPS) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de Stichting
VRMWB | Begroting 2026
42
Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en VRMWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering , taken , verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. Eind 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van 1 januari 2027 te stoppen met de bedrijfsbrandweeractiviteiten en de PPS constructie met de SBM te beëindigen. De brandweerpost zal daarna doorgaan als overheidsbrandweer.
Publiek-Private Samenwerking
voor
blusboot
We hebben een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. Firma BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. We leveren een opstapbemanning die is opgeleid en
geoefend naar de huidige eisen.
Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland , inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de
brandweertaak , de rampenbestrijding , de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.
VRMWB | Begroting 2026
43
3.
Financiële begroting
3. 1
Kaders totstandkoming begroting
Beleidswijzigingen Volgend aan de kaderbrief 2026 is er geen nieuw beleid opgenomen in de begroting 2026 en de meerjarenraming. Er zijn wel drie autonome wijzigingen op het bestaand beleid opgenomen , ook beschreven in de kaderbrief 2026. Dit zijn de financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving , energiekosten en informatieveiligheid. Financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving is eind 2022 bestuurlijk voor de tijdelijke oplossing gekozen om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen. De verhoging van de beroepsformatie van 48 naar 52 plekken per dag , wordt sinds die tijd
ingevuld door vrijwilligers structureel te kazerneren , naast de inzet van dagdienstmedewerkers met een repressieve achtergrond. Het kazerneren van vrijwilligers is met € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van een landelijk beleid , waardoor een incidentele verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026 , en mogelijk nog langer , nodig is. Energiekosten De afgelopen jaren zijn wereldwijd de energiekosten gestegen. Ook voor ons zijn de kosten voor gas en elektra ruim twee keer zo hoog als medio 2022. In de afgelopen jaren hebben we de
kostenstijgingen kunnen opvangen door energiebesparende maatregelen te implementeren maar ook te sturen op meer bewustzijn om zuinig om te gaan met energie. Bij nieuwbouw en renovaties kazernes hebben we oog voor verduurzamen. In 2024 zijn we gestart met de overgang naar de eerste voertuigen van diesel op elektrisch rijden. Naast deze maatregelen hebben wij de kostenstijging ook deels opgevangen door ombuigingen , efficiënter werken en door het herprioriteren van werkzaamheden. Ondanks deze inspanningen
hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten met ca. € 326k , waarvoor we geen mogelijkheden zien tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting. Het AB heeft in februari 2025 bij de behandeling van de Kaderbrief 2026 besloten om de gemeentelijke bijdrage met genoemd bedrag te verhogen.
Informatieveiligheid Door aangescherpte wettelijke regelgeving worden steeds hogere eisen gesteld aan het beveiligingsniveau van onze informatievoorziening. Naast bewustwording (awareness) vraagt dit ook
de modernisering van (netwerk)beveiliging. Hiervoor zijn structureel aanvullende investeringen nodig. We krijgen met ingang van 2026 te maken met een jaarlijkse kostenstijging van € 100k. Het AB heeft in februari 2025 bij de behandeling van de Kaderbrief 2026 besloten om de gemeentelijke bijdrage met genoemd bedrag te verhogen. om
VRMWB | Begroting 2026
44
Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2026. Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2026. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2026 van het CPB en de correcties van deze