121050 Kabaal in Roosendaal. Rapport.pdf
Tekst van het document
4.1.
Tweesporenbeleid
De gemeente Roosendaal bewandelt in haar aanpak twee sporen. Eén gericht op de korte termijn. Deze laat zich kenschetsen als de harde hand bedoeld om de ongeregeldheden de kop in te drukken. Het tweede spoor kunnen we typeren als een uitgestoken hand. Deze richt zich op de midden-lange en lange termijn en probeert de jongeren allereerst iets om handen te geven om verdere ongeregeldheden in de nabije toekomst te voorkomen. Maar de aanpak wordt ook gevoed door gevoelde urgentie om iets structureels te veranderen in de wijken waar het onrustig was in de wetenschap dat de vuurwerkrellen niet
zonder reden ontstonden. Er is iets scheef gegroeid in deze wijken, zo klinkt het. Het beoogde tweesporenbeleid volgt een bewezen pad. De evaluatie draait dan ook om de vraag in hoeverre dit tweesporenbeleid gerealiseerd is. De reconstructie laat een beeld zien van rellen die snel oplaaien, maar uiteindelijk ook beperkt blijven tot een aantal dagen. Hiervoor waren wel ingrijpende maatregelen nodig, waarbij met name het op slot zetten van wijken (noodverordening) en het preventief fouilleren opvallen. In de nasleep ervan is er in korte tijd een programma op touw gezet om de coronaverveling – en daarmee nieuwe ongeregeldheden - tegen te gaan. Voor de lange termijn geldt dat deze evaluatie te vroeg komt om iets te kunnen zeggen over de mate waarin het beoogde sociaal offensief gerealiseerd gaat worden. Wel kunnen we zeggen wat daarvoor nodig is. We komen er zo op terug.
4.2.
Succes- en faalfactoren
Welke lessen kunnen we uit bovenstaande gebeurtenissen trekken? We constateren allereerst dat er, populair gezegd, veel goed is gegaan in Roosendaal bij het beteugelen van de ongeregeldheden. Met name de rol van de burgemeester wordt regelmatig positief uitgelicht in de gesprekken. Deze ging voorop in de strijd, toonde lef door onder vuur liggende wijken te bezoeken en bood slachtoffers en wijkbewoners een luisterend oor. En hoewel de reactie op de rellen vanuit de driehoek fors te noemen is, slaagt hij erin alle leden van het presidium achter zich te krijgen. Het laat niet in de laatste plaats de kracht – en het belang - van goede communicatie en informatievoorziening zien. De burgemeester heeft ‘snel, kordaat en toegankelijk opgetreden,’ zoals een van de respondenten het verwoordt. Het is een geluid dat in soortgelijke bewoordingen vaker voorbijkomt en dat ook onder inwoners prominent lijkt te klinken.
21
Maar er zijn meer zaken die in positieve zin opvallen. Meerdere respondenten spreken met enthousiasme over de verbindingen tussen politie, gemeente, jeugdwerkers, ondernemers en bewoners die tijdens de ongeregeldheden tot stand zijn gekomen. Zij vonden elkaar in het gezamenlijke doel van het aanpakken van de relschoppers. Ook de overuren die daarbij gemaakt werden, creëren gemeenschapsgevoel. In deze context lukt het de gemeente Roosendaal en partners om in korte tijd een jongerenprogramma op touw te zetten met een verscheidenheid aan activiteiten. Ook worden er twee jongerencentra geopend, terwijl eerdere pogingen hiertoe faalden. Het laat de daadkracht zien van de Roosendaalse reactie op de rellen, hoewel er tegelijkertijd berichten vanuit de wijken komen dat sommige bewoners vinden dat de relschoppers beloond worden voor slecht gedrag, terwijl de overige bewoners vergeten worden. Het is een signaal om serieus te nemen. Dat er op het gebied van communicatie richting de inwoners nog te winnen is, blijkt ook uit de onduidelijkheid die de noodverordening in eerste instantie met zich meebrengt voor inwoners. Het is dan ook niet alleen hosanna rondom de Roosendaalse aanpak van de vuurwerkrellen. Dit past ook niet bij het type ongeregeldheden die plaatsvonden. Rellen van deze aard fungeren vaak als een vergrootglas en dat is in Roosendaal niet anders.
Bij de groep communicatie van de gemeente gaat het feit dat niet alle rollen in het team vervuld zijn ten koste van de regie en structuur. En ook valt de afwezigheid van de directie op bij sommige respondenten van de gemeente. Niet per se omdat ze een formele taak te vervullen hadden, maar enige steun was welkom geweest, zo wordt er geredeneerd. Het is kritiek waarover de Algemeen Directeur zich verbaast. Hij stelt dat de betrokkenheid van de directeuren bij de aanpak van de rellen groot is geweest. De politie staat er, met name de eerste dagen, bij veel respondenten niet goed op. Ze worden verrast door de hevigheid van de rellen en komen in eerste instantie niet tot de aanhoudingen en identificaties die gevraagd worden vanuit de lokale driehoek. Ook blijkt hun informatiepositie in het begin niet op orde. Daarnaast is er ontevredenheid en onduidelijkheid over de rol van de
Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO). Iedereen, inclusief de politie, lijkt het erover eens dat deze niet optimaal functioneerde in het samenspel tussen politie, burgemeester en OM. Het is volgens de teamchef van de politie het gevolg van een gebrek aan ervaring met het werken met de SGBO. Maar over wat nu precies verwacht mag worden van de SGBO en over hoe nu verder bij mogelijke toekomstige ongeregeldheden, met of zonder SGBO, lijken de meningen te verschillen. Het is zaak hier duidelijkheid in te krijgen; let wel, dezelfde duidelijkheid voor alle betrokken partijen.
4.3.
Verbinding met wijk en wijkbewoners
De belangrijkste les van de vuurwerkrellen ligt echter niet in de aanpak, of niet alleen in de aanpak, maar ook in de rellen. Er is iets flink mis in een aantal wijken, zoveel is duidelijk geworden. Signalen dat het zo uit de hand gaat lopen worden echter gemist. De rellen zijn een ‘reality check’, zoals een respondent het noemde. De gemeente en de politie zitten minder goed in de haarvaten van de wijken dan gedacht. Tekenend in dit verband is dat er in een van de wijken die de burgemeester bezoekt om in gesprek te gaan met jongeren geen enkele jongere komt opdagen. Net zoals dat het tekenend is dat een van de veiligheidsadviseurs aangeeft dat hij tijdens de rellen greep naar zijn lijst van contacten in de wijken om informatie te verkrijgen, maar uiteindelijk een lijst aantrof met meerdere personen met wie het contact verwaterd was, die verre van ‘startklaar’ was. Een teken voor hem dat hij weer ‘meer met de tenen in de klei’ moet komen. Vanuit basisscholen wordt gezegd dat er weinig tot geen contact is met straathoekwerkers en andere hulpverleners werkzaam bij of voor de gemeente. Dit terwijl de basisschool bij uitstek een plek is waar contact gemaakt wordt met gezinnen die verder moeilijk te bereiken lijken te zijn, en waar zich ook vaak de eerste tekenen van ontsporing bij jongeren aftekenen.
Tijdens de rellen worden de basisscholen ook niet meegenomen in de aanpak om informatie te vergaren en/of te communiceren met de jongeren. 22
Uiteindelijk gaat verbinding met de wijk en wijkbewoners over veel meer dan over rellen voorkomen of succesvol aanpakken. De importantie hiervan overstijgt het onderwerp van deze evaluatie. Tegelijkertijd is deze verbinding van essentieel belang als we het bezien vanuit het voorkomen of beteugelen van nieuwe ongeregeldheden. Meerdere respondenten geven aan dat Roosendaal op een kantelpunt staat. De gevoelde urgentie tijdens en direct na de ongeregeldheden leidde tot een daadkrachtig antwoord vanuit gemeente en veiligheidspartners. De lange termijn vraagt echter om een lange adem en om een aanpak met zowel een regulerende als een sociaaleconomische component. Dit betekent ook dat de overheid zichtbaar moet zijn in de wijken, en inwoners het gevoel moeten hebben dat ze gezien worden. Dat ze ongeregeldheden kunnen beteugelen in Roosendaal, zo goed en zo kwaad als dat gaat, dat hebben de vuurwerkrellen laten zien. Het is nu zaak om nieuwe ongeregeldheden te voorkomen.
23
Literatuur Boutellier, H., Boelens, M. & Hermens, N. 2019. Weerbare wijken tegen ondermijning: Contouren van een nieuwe strategie. Verwey-Jonker Instituut: Utrecht. Hagenaars, C. 27 november 2020. Hoe Roosendaal in een paar weken veranderde van rustig provinciestadje tot oorlogsgebied. BN De Stem, zie https://www.bndestem.nl/ roosendaal/hoe-roosendaal-in-een-paar-weken-veranderde-van-rustig-provinciestadje-tot-oorlogsgebied~a86c909f5/ Instituut Fysieke Veiligheid. z.d. Woordenboek veiligheid: Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden, zie https://gwbveiligheid.ifv.nl/ifv/nl/page/?uri=https%3A%2F%2Fgwbveiligheid.ifv.nl%2Fifv%2Fnl%2Fpage%2F6debf6dd-d694-4001-ba7d-a06a38487f3e Noordanus, P., Van der Torre, E., Tops, P. & Kester, J. 2021. Preventie met Gezag: Een strategie voor weerbare wijken. Den Haag: Aanjaagteam Ondermijning. NOS. 10 december 2020. Vuurwerkrellen in Roosendaal: De burgemeester pleit voor sociale dienstplicht, zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2360089-vuurwerkrellen-in-roosendaal-de-burgemeester-pleit-voor-sociale-dienstplicht.html Peeters, T. & Boutellier, H. 2020. Een wereld in wijken te winnen: Over de justitiële functie bij sociale achterstand. Verwey-Jonker Instituut: Utrecht. Wacquant, L. 2009. Punishing the poor: The neoliberal government of social insecurity. Durham and Londen: Duke University Press.
24
COLOFON Opdrachtgever Auteurs
Foto omslag Uitgave
Gemeente Roosendaal Mr. T.D. Peeters A. Mesic, MSc Prof. dr. J.C.J. Boutellier ANP - Jeffrey Groeneweg Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-073-4 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, april 2021. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.