CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Werkplein begroting 2024 en jaarstukken 2022.pdf

Gecombineerde Commissie Ruimte en Bestuur 22 juni 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Zienswijzen begrotingen 2024 Gemeenschappelijke Regelingen29.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Inventaris

Hard- & software

Gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die in één keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein vallen onder de vaste materiële activa met een economisch nut. Gebruiksrechten op software voor een bepaalde duur die in een keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein moeten worden geactiveerd als vooruitbetaalde kosten. De implementatiekosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen onder de verkrijgingsprijs. De opleidingskosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen daarentegen niet onder de verkrijgingsprijs. Afschrijvingstermijnen De afschrijvingstermijnen van de soorten vaste activa zijn: 

Inventaris: 10 jaar

 Hard- en software: 4 á 5 jaar Voor laptops, smartphones en beeldschermen is in deze jaarrekening een afschrijvingstermijn van 3 jaar aangehouden. De economische levensduur van deze apparatuur is maximaal 3 jaar. Afschrijvingsmethode De afschrijving van de vaste activa vindt plaats op basis van de lineaire methode. Hierbij wordt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de eventuele restwaarde, gelijkmatig verspreid 35

over de verwachte gebruiksduur (in jaren) van het vaste actief. Resultaatonafhankelijk afschrijven De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Duurzame waardeverminderingen Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vast activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde op basis van de historische uitgaafprijs. Vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen Dit betreft de vorderingen op de gemeenten in verband met de afrekening van de productkosten 2020 alsmede de vorderingen in verband met het btw-compensatiefonds. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien en voor zover noodzakelijk wordt geacht wordt een voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd, welke als waardecorrectie in mindering wordt gebracht op de vorderingen Vorderingen cliëntdebiteuren De vorderingen cliëntdebiteuren betreft de vorderingen die het Werkplein heeft op (ex-)cliënten c.a. Deze vorderingen worden per bijstandsregeling en per gemeente beheerd. De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening voor dubieuze debiteuren als waardecorrectie op het openstaande vorderingenbedrag ultimo 2021 in mindering gebracht.

De voorziening is dynamisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De leeftijd/ouderdom van de vordering (gerekend vanaf het jaar van ontstaan van de vordering) alsmede de CBS-status van de incasso van de vordering bepalen daarbij het verwachte percentage van (mogelijke) oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. De liquide middelen betreffen de saldi die worden aangehouden bij de BNG en de Rabobank. Een negatief banksaldo wordt verantwoord onder de vlottende passiva. De overlopende activa betreffen nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen wordt het gerealiseerd resultaat gepresenteerd. Vlottende passiva: schulden en overlopende passiva De schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Nog te betalen gemeenten inzake vorderingen cliëntdebiteuren Onder deze post is opgenomen het nog te betalen bedrag aan de in het Werkplein deelnemende gemeenten inzake de vorderingen cliëntdebiteuren. Tegenover de netto vorderingenpositie van het Werkplein op de cliëntdebiteuren staat een afdracht verplichting van gelijke omvang voor de nog te verwachten ontvangsten op de cliëntdebiteuren aan de deelnemende gemeenten. Deze post is opgenomen in de balans tegen de nominale waarde.

Personeelskosten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van 36

jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

37

3.2 Balans en toelichting Balans per 31 december 2022

3.2.1 Toelichting op de balans Vaste activa Het volgend overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut en de financiële vaste activa weer:

38

Tabel: Materiële en financiële vaste activa 2022

Inrichting werkplekken In 2020 is de afschrijvingstermijn van laptops, smartphones en beeldschermen aangepast naar 3 jaar. Dit omdat de economische levensduur maximaal 3 jaar blijkt te zijn. In 2023 vindt de laatste afschrijving plaats. Intranet/Sharepoint In 2020 is het intranet (Plein) ingericht. In 2023 is deze investering geheel afgeschreven. Scanner DIV en software Voor de digitalisatie van stukken is in 2019 een nieuwe scanner aangeschaft. In 2023 is deze investering geheel afgeschreven. Aanschaf 4 servers Ten behoeve van de nieuwe inrichting werkplekken, zijn 4 servers aangeschaft. Inmiddels is één server weer verkocht omdat volstaan kan worden met drie servers. In 2023 is deze investering geheel afgeschreven. Laptops In 2021 zijn 46 laptops aangeschaft ter vervanging van de laptops van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven. In 2022 zijn 36 laptops aangeschaft en 150 laptops van 2019 gereviseerd (kosten € 27.750) waardoor de levensduur verleng is tot en met 2023. De nieuwe laptops van 2022 betreft de aanschaf voor nieuw personeel dat nu in dienst is van het Werkplein in plaats van voorheen inhuur. Smartphones In 2021 zijn 99 smartphones aangeschaft ter vervanging van de smartphones van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven. In 2022 zijn 65 smartphones aangeschaft, deels als vervanging en deels voor nieuw personeel.

Beeldschermen 2021 In 2021 zijn 41 monitors aangeschaft ter vervanging van de monitors van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven. In 2023 is deze investering geheel afgeschreven. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen

€ € € € €

956.654 446.222 297.199 862.347 214.790 39

Gemeente Zundert BTW WVS ISD Brabantse Wal Saver Breda Totaal

€ 291.171 € 1.351.848 € -45.927 € 85.234 € 6.274 € 1.895 € 4.474.707

Vorderingen cliëntdebiteuren Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Overig Totaal

€ € € € € € € €

1.029.499 721.928 917.802 2.009.916 594.530 425.214 -64.330 5.634.559

€ € € € € € € €

305.359 162.612 342.581 371.748 199.096 182.738 65.000 1.629.134

Vorderingen kapitaalverstrekking Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Overig Totaal

De cliëntdebiteuren werden tot en met het jaar 2016 op de balans van de gemeenten opgenomen. In 2017 heeft de Commissie BBV echter een bindende uitspraak gedaan dat niet de gemeenten, maar de Gemeenschappelijk Regeling (in casus het Werkplein) de juridische eigenaar is van de cliëntdebiteuren. Dit heeft tot gevolg dat de cliëntdebiteuren en de daarbij behorende voorziening dubieuze debiteuren op de balans van het Werkplein moeten worden opgenomen. De waarde van de bijstandsvorderingen waren per 31-12-2021 € 10.505.642. Dit bedrag is in 2022 verhoogd met nieuwe vorderingen (€ 2.728.844) en verlaagd met ontvangsten (€ 2.380.607) en buiten invorderingstellingen (€ 700.374) wegens oninbaarheid. Per saldo wordt de stand per 31-12-2022 € 10.153.504. Hierop is de voorziening dubieuze debiteuren ad € 2.894.638 in mindering gebracht. Per saldo staat een bedrag van € 7.258.866 op de balans van het Werkplein per 31-12-2022. Bij gemeenten staat het bedrag aan vorderingen ad € 7.258.866 als vordering op het Werkplein op de balans (bij Werkplein staat dit alsnog te betalen op de post overlopende passiva). Het bedrag aan dubieuze debiteuren ad € 2.894.638 staat op de gemeentelijke balans als schuld aan het Werkplein.

40

Zoals al eerder aangegeven is een bedrag van €63.032 buiten invordering gesteld in verband met de kinderopvangtoeslag-affaire. Dat bedrag is als volgt per gemeente:

Liquide middelen Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. De ontvangstenrekening heeft een positief saldo van € 571.469,57. Daarnaast bestaat nog een rekening bij de Rabobank voor kleine betalingen € 1.544,56. Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen/vooruitbetaalde bedragen. Vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op de voorschotten cliënten € 21.669 Vaste passiva Eigen vermogen € Reserve t.b.v. de inburgering € Gerealiseerd resultaat 2022 € Restant bestemmingsreserve doorontwikkeling organisatie en plan van aanpak Div/archief € Voorziening verlofsparen

€

1.514.855 825.947 359.192 329.716 87.756

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi

€

492.920

Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. Op de betalingsrekening is een kredietfaciliteit van € 2.000.000 afgesloten. Overige schulden Overige schulden Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en premies Af te dragen pensioenpremies

€ € € € €

905.734 0 719.952 155.137 41

Betalingen aan klanten Af te dragen loonheffing uitkeringen Overig

Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Diverse crediteuren Tussenrekening Webshop Gemeente Moerdijk Gemeente Rucphen Totaal

€ € € €

4.358.242 1.402.874 204.770 7.746.709

€ € € € € €

1.225.417 -269.364 18.786 36.081 26.726 1.249.274

Nog te betalen bedragen gemeenten i.v.m. vorderingen cliëntdebiteuren Bijstandsdebiteurensaldi gemeenten (exclusief terugbetalingsverplichting kapitaalverstrekking) 31-12-2022 Voorziening dubieuze cliëntdebiteuren Totaal

€ € €

8.529.192 -2.894.637 5.634.555

Vooruit ontvangen bedragen

Tozo 2021 Etten-Leur Tozo 2021 Halderberge Tozo 2021 Moerdijk Tozo 2021 Roosendaal Tozo 2021 Rucphen Tozo 2021 Zundert Uitvoeringskosten Tozo Etten-Leur Uitvoeringskosten Tozo Halderberge Uitvoeringskosten Tozo Moerdijk

€ 816.337 € 849.875 € 1.066.338 € 1.190.492 € 788.845 € 727.995 € 53.981 € 36.814 € 59.185 42

Uitvoeringskosten Tozo Roosendaal Uitvoeringskosten Tozo Rucphen Uitvoeringskosten Tozo Zundert Opboeking debiteuren

€ € € €

66.088 36.802 36.316 -1.170 73

Bedrijfskapitaal Moerdijk Bedrijfskapitaal Roosendaal

€ 62 € € 1.387.929

Terugbetalingsverplichting kapitaalverstrekking € Dit betreft de aflossingen bedrijfskredieten BBZ en Tozo. Overige overlopende passiva

€

1.629.134

531

Niet uit de balans blijkende verplichtingen N.v.t. Langlopende financiële verplichtingen Het Werkplein Hart van West-Brabant is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomst locatie Etten-Leur (€ 392.328 per jaar) en Roosendaal (circa € 228.450 per jaar). Resterende looptijd Etten-Leur 2 jaar en Roosendaal locatie Dunantstraat laatste jaar. b. Dienstverleningsovereenkomst ondersteunende diensten (gemeente Etten-Leur en Roosendaal), circa € 870.035 per jaar. Dit betreft de ondersteuning op het gebied van financiën, personeel & organisatie, secretarieel, communicatie, informatievoorziening. De overeenkomst met Roosendaal geldt vanaf 2023 alleen nog voor KCC-functie en enkele afzonderlijke taken zoals inkoopadviezen. De overeenkomsten hebben looptijd van 5 jaar en zijn verlengd tot 31-12-2024. c.

Onderhoudsovereenkomst programmatuur betaalsysteem (Suite) (circa € 152.068 per jaar). Looptijd is 10 jaar vanaf februari 2019.

Het Werkplein beschikt over een groot aantal inhuurcontracten die het Werkplein is aangegaan. Deze hangen allen samen met de reguliere activiteiten van de GR en zijn derhalve niet afzonderlijk toegelicht. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2022 en lijkt voor onze begroting 2023 en volgende jaren geen financiële gevolgen te hebben. De huidige onzekerheden (hoge inflatie vanwege energiecrisis, gevolgen sancties Rusland) kunnen uiteindelijk wel een impact hebben op de begroting. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Wel is de druk, mede vanwege de uitvoering van extra rijksmaatregelen zoals de energietoeslag en leefgeld Oekraïners, maar ook de organisatieontwikkeling op het huidige personeel groot. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze bijzondere tijd zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. 3.3 Overzicht baten en lasten In 2022 bedroegen de totale lasten van het Werkplein € 110.218.238. De baten bedroegen € 110.577.431. Er is sprake van een voordelig resultaat van € 359.195 op de bedrijfsvoering. In de 43

programmaverantwoording is voor de programma’s Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning in de paragraaf 2.2.8 (“Wat mag het kosten?”) een analyse opgenomen van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten. In de jaarrekening is voor het programma Bedrijfsvoering deze analyse opgenomen in de volgende paragraaf (3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering).

Tabel: Overzicht van Baten en Lasten per programma 2022

3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering Bij de begroting voor 2022 zijn door de gemeenteraden een aantal financiële begrotingsuitgangspunten aangegeven. Hier wordt de navolging daarvan aangegeven.: Nr. 1

2

3

Richtlijn begroting Financieel Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieel-sluitende meerjarenbegroting 2022-2025 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting 2022 van de GR inzichtelijk te worden gemaakt. In de begroting 2022 dient een overzicht te worden opgenomen met de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per deelnemer. De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen. Tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. De begroting en jaarrekening dienen te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens dienen te worden opgenomen. Met name wordt aandacht gevraagd voor: a. een overzicht van incidentele lasten en baten per programma; b. een specificatie van lasten en baten per programma; c. het opnemen van een meerjarig investeringsplan in de begroting;

Toepassing De begroting voor 2022 was sluitend. In de bijlagen is de gemeentelijke bijdragen voor 2022 opgenomen.

In de begroting voor 2022 was geen nieuw beleid opgenomen.

De jaarrekening voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording.

44

4

5

6

7

8

9

10

11 12

13 14

d. het opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting; e. de verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van Eigen en Vreemd vermogen. De begroting bevat een overzicht met het verloop de reserves. In dit overzicht is te zien wanneer en voor welk bedrag per jaar de reserve wordt ingezet. Ook bevat dit overzicht een toelichting waar in het doel van de reserve wordt omschreven. De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022 (Etten-Leur, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Zundert). De loonontwikkeling wordt geraamd conform de geldende CAO van de betreffende GR. Voor de meerjarige ontwikkeling van de salariskosten dient rekening gehouden te worden met de werkelijke periodieken. Meerjarige mutaties in de werkgeverslasten dienen onderbouwd te worden. Voor deze zaken kan niet worden volstaan met een vast percentage per jaar zonder onderbouwing (Halderberge).

Indien voor het betreffende begrotingsjaar nog geen cao bekend is mag uitgegaan worden van het in de septembercirculaire 2020 (of een actuelere circulaire) opgenomen percentage van de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (dit is de loonontwikkeling exclusief de incidentele loonstijging), (Etten-Leur, Roosendaal, Zundert) Het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling Bruto Binnenland Product (BBP) uit de septembercirculaire 2020 (of een actuelere circulaire) is de basis voor de toe te passen indexering voor de begroting 2022 inclusief meerjarenraming (Halderberge en Roosendaal). Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en de beheersingsmaatregelen te benoemen Binnen twee jaar na inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen brengen de deelnemers de regeling in overeenstemming met de gewijzigde Wgr. De gevolgen van de besluitvorming over de ketensamenwerking worden verwerkt in de begroting.

Wat betreft gezamenlijke activiteiten met de WVSGroep en de ISD Brabantse Wal, zorgt Werkplein HvWB ervoor dat hetgeen daarover in haar begroting is opgenomen aansluit bij de begrotingen van de WVS-Groep en de ISD Brabantse Wal. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting. Het Werkplein HvWB maakt een meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers. Het Werkplein HvWB neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn

In deze paragraaf is het verloop van de gevormde reserves voor organisatieontwikkeling, tozo en aanpak archief/div toegelicht. De begroting 2022 is driemaal aangepast aan de gewijzigde omstandigheden (daling bestand, energietoeslag en leefgeld).

De loonkosten zijn conform geldende cao in deze jaarrekening verwerkt.

Het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 is verwerkt.

Het positieve resultaat bedrijfsvoering wordt aan de gemeenten uitgekeerd. De risico’s zijn in paragraaf 2.4.3 toegelicht. Dit wordt met de gemeenten opgepakt. In de jaarrekening zijn deze kosten in programma Werk en Participatie verwerkt. De begrotingen zijn op elkaar afgestemd.

Dit is in de begroting voor 2022 opgenomen. Dit is in de begroting voor 2022 opgenomen.

45

15 16

doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Het Werkplein HvWB verschaft in de diverse P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren. Het Werkplein HvWB biedt inzicht in de mogelijkheden om de kosten voor de bedrijfsvoering terug te brengen tot het noodzakelijke minimum. Hierin zijn ook de synergievoordelen door het samenvoegen van bedrijfsvoeringstaken binnen de ketensamenwerking opgenomen.

Dit is deze jaarstukken opgenomen. In de ketensamenwerking zijn de inspanningen eerst gericht op de proeftuinen en de implementatie van een nieuwe werkwijze. Daarna wordt bekeken wat dit voor de bedrijfsvoring betekent.

De kosten van bedrijfsvoering bedroegen in 2022 € 17.781.784. De baten bedrijfsvoering bedroegen € 3.661.857. De algemene dekkingsmiddelen zijn 14.479.121. Per saldo is er sprake van een voordelig resultaat van € 359.195 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022.

46

Tabel: Overzicht van Baten en Lasten Bedrijfsvoering 2022

Toelichting resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022 Loonkosten/inhuur/rekenregel € 1.676.156 nadeliger. De loonkosten zijn flink hoger uitgevallen als gevolg van:  De loonkosten zijn € 204.183 hoger vanwege inhuur voor de controle van de Tozo  Voor de uitvoering van de energietoeslag is voor € 604.759 ingehuurd. Dit betrof circa 9 formatieplaatsen op jaarbasis.  De loonkosten van medewerkers Werkgeversservicepunt, garantiebanen en Werkplein Actief die inmiddels in dienst van het Werkplein zijn getreden, worden doorbelast naar het programma Werk

47

 

en participatie. In 2022 is dat € 884.012. Dit komt omdat in de begroting de kosten van inhuur nog direct op dit programma werden verantwoord. Vanwege het door Roosendaal niet kunnen leveren heeft het Werkplein zelf de inhuur van een ict projectleider en applicatiebeheerder zaaksysteem en ondersteuning geregeld. De kosten ad 140.763 zijn gedekt uit het voordeel dat op de post ondersteunende diensten is ontstaan. Vanwege langdurig zieken is 3,19 fte ingehuurd. Geraamd was € 206.495. Er is € 96.502 meer voor vervanging uitgegeven. Voor de uitvoering van Inburgering zijn in 2022 2,89 fte aan regiehouders aangetrokken en 0,5 fte administratieve ondersteuning ingezet. De kosten ad € 290.263 worden aan het programma Inburgering doorbelast.

Overige loonkosten € 22.947 voordeliger De lagere kosten hebben voornamelijk te maken met de opbrengst vanwege verkoop verlof/uren € 44.149 en lagere kosten woon-werkvergoeding/reis- en verblijfskosten € 64.000. Vanwege de beperkingen corona is er meer thuis gewerkt. In de cao voor 2022 is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen. Hiervoor moet een voorziening verlofsparen gevormd worden. Voor een zestal medewerkers is een voorziening gevormd van € 87.756. Jaarlijks wordt de hoogte hiervan bepaald. Overige personeelskosten € 162.385 nadeliger De overige personeelskosten betreffen de kosten van opleidingen, personeelsvereniging, arbozorg en representatieve kosten. In 2022 zijn er echter ook kosten verantwoord vanwege de organisatieontwikkeling. Bij elkaar is € 131.187 uitgegeven voor vormgeven van het Leerplein en de serious games voor alle medewerkers van het Werkplein. Deze kosten waren geraamd op organisatiekosten en levert daar lagere kosten op. Verder zijn er onderzoekskosten Tozo ad € 8.378 gemaakt i.v.m. de hercontroles van een deel van de Tozo aanvragen. Verder zijn er vanwege de vele inzet van interne medewerkers voor de extra taken een paasmarkt en een kerstbijeenkomst georganiseerd (kosten € 21.725).

De nieuwe organisatie is in september met een feestelijke bijeenkomst van start gegaan (kosten € 6.000). Organisatiekosten € 126.167 voordeliger Dit voordeel is met name ontstaan doordat een deel van de kosten voor de implementatie van de organisatieveranderingen ook nog in 2023 zullen gaan plaatsvinden. Dat betreft de inrichting van het Leerhuis, implementatie van echt communiceren en onze leidende principes (€ 87.000). Dit bedrag blijft nog in het gereserveerde bedrag voor organisatieontwikkeling zitten. -het budget dat voor de uitvoering energietoeslag beschikbaar was voor een KCC-functie blijft nog voor 2023 beschikbaar (€ 50.000). Ondersteunende diensten € 129.145 voordeliger Er is een voordeel doordat de door Roosendaal te leveren 0,5 fte projectleider ICT en 1 fte applicatiebeheer/ondersteuning via het Werkplein tijdelijk middels inhuur is ingezet (voordeel € 140.763). Deze formatie is gecombineerd met inhuur bij het Werkplein voor ICT-projecten. Facilitaire kosten € 44.225 nadeliger Op facilitaire kosten zijn de portokosten € 20.800 hoger uitgevallen. Dit komt door extra beschikkingen en brieven voor de Tozo en energietoeslag. Ook zijn er kosten gemaakt voor de organisatieontwikkeling (€ 18.183). De hogere portokosten worden gedekt uit de vrijgevallen middelen uitvoeringkosten Tozo.

Financiële kosten € 13.026 nadeliger De hogere kosten komt door hogere kosten van de accountant. Voor de controle van de jaarrekening 2021 en daarmee de Tozo-regeling zijn € 12.000 aan meerkosten gemaakt. 48

Communicatie € 234.231 nadeliger In 2021 is meer capaciteit ingehuurd vanwege de organisatieveranderingen (€ 136.499). Dit wordt gedekt uit gereserveerde middelen organisatieontwikkeling. Voor de opzet en inrichting nieuwe website zijn € 23.421 aan kosten gemaakt. Voor de inzet van de energietoeslag is 0,4 fte ingezet (€ 34.400) en voor inburgering 0,2 fte (€ 17.200). Dit wordt gedekt uit de bijdrage uitvoeringskosten energietoeslag en middelen inburgering. Voor de opmaak en aanpassen van de nieuwe huisstijl en inrichten visual studio in Etten-Leur is € 22.072 uitgegeven. ICT-kosten € 76.018 voordeliger De lagere kosten komen voornamelijk door:  In 2022 zijn de exploitatiekosten die voorheen door ICT WBW apart werden gefactureerd inmiddels opgenomen in de jaarlijkse bijdrage aan de ICT WBW. Dit levert een eenmalig voordeel op van afgerond € 60.000.  Vanwege lagere kapitaallasten € 28.667. De geplande investeringen voor persoonlijke internetpagina voor onze inwoners, een clientvolgsysteem in kader van de integrale samenwerking en vervanging van scanners zijn niet in 2022 opgepakt. Baten De baten/ontvangsten zijn in 2022 € 2.123.462 voordeliger uitgevallen.

Dit betreft voor het grootste gedeelte de bijdrage in de loonkosten voor inburgering ( €290.263), loonkosten van de medewerkers van het Werkgeverspunt en Werkplein Actief die in de reguliere organisatiestructuur zijn opgenomen en daarmee in dienst zijn genomen (€ 884.812) uit het participatiebudget. Daarnaast is de gevormde voorziening voor een arbeidsgeschil ad € 549.203 vrijgevallen. Vrijval reservering Tozo € 44.106 nadeliger In 2022 is € 202.183 aan medewerkers ingehuurd. Dit betreft klantmanagers, applicatiebeheer, communicatie. De controle van de Tozo regelingen heeft behoorlijk wat tijd gevergd van de accountant en eigen organisatie. Dat heeft tot meerwerk bij de accountant geleid (€ 15.000). De overige kosten bestaat uit Hulp aan ondernemers (€ 30.000) en kosten van IMK voor adviezen (€ 8.378). Dit jaar was geraamde uitgaven € 301.666. De kosten en daarmee ook de vrijval uit de reserve zijn € 44.106 lager dan geraamd. Voor de nog te maken kosten voor controles, archivering, bezwaren en terugvorderingen is € 171.140 nog beschikbaar voor 2023 en 2024.

Plan van aanpak DIV/Archief Voor het wegwerken van de achterstanden archivering van documenten en de inrichting van het archief zijn was nog € 84.826 beschikbaar van de in 2020 beschikbaar gestelde middelen. Dit jaar is er vanwege de extra taken zoals de energietoeslag, controles Tozo en leefgeld Oekraïners maar zeer beperkte tijd in het wegwerken van achterstanden gestoken. Ook vanwege de krappe arbeidsmarkt kon geen extra kwalitatieve formatie meer worden ingehuurd. Geraamde uitgaven bedroegen € 54.580, werkelijke uitgaven € 13.645. Dit leidt tot een lagere bijdrage uit de reserve van € 40.935. De restant middelen van € 70.981 blijven beschikbaar om in 2023 te verbeterslag te kunnen maken.

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1433/documents/38561