1. Nota Parkeernormen 2025.pdf
Tekst van het document
19
openbare ruimte geparkeerd kan worden. De adressen komen dus niet op de AUP-lijst. Hiermee verschilt stap 8 van stap 9. Bij stap 9 wordt er afgekocht terwijl bewoners wel op de AUP-lijst komen.
5.5.3. Stap 9 – Afkopen parkeerplaatsen Als bestaande en/of nieuwe parkeercapaciteit geen gewenste en/of haalbare invulling van de parkeerbehoefte oplevert, bestaat de (laatste) mogelijkheid van afkoop van de parkeerbehoefte. Hierbij wordt de afkoopsom ingelegd in het mobiliteitsfonds waarmee gemeentebrede mobiliteitsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. De randvoorwaarden van dit fonds zijn te vinden in hoofdstuk 6. Voor het autoluwe gebied (en andere verblijfs-/voetgangersgebieden) geldt dat de volledige parkeerbehoefte afgekocht kan worden wanneer het niet mogelijk is om op een alternatieve (private) locatie parkeercapaciteit te realiseren. Het is hier niet gewenst om verkeersaantrekkende functies toe te voegen, wat parkeerplaatsen zijn. Gebruikers en bezoekers kunnen met hun auto terecht in de parkeergarages of gebruik maken van het openbaar vervoer. Hiermee borgen we het autoluwe karakter van deze omgeving. Er kunnen niet onbeperkt veel parkeerplaatsen worden afgekocht. Er moet namelijk een leefbare situatie blijven voor huidige bewoners in de omgeving en de nieuwe bewoners. Het deel af te kopen parkeerplaatsen is wisselend per gebied en functie en de mogelijkheden om alternatieve maatregelen te nemen door de gemeente. Daarom zal dit afgestemd moeten worden met de ruimtelijk economisch en mobiliteitseisen binnen het gebied.
Dit om het adequaat kunnen vormgeven van de juiste parkeerbalans per (deel)gebieden. Mochten er geen alternatieve maatregelen mogelijk zijn, is afkoop ook niet mogelijk. Afkoop van een groot deel van de parkeerbehoefte, zonder alternatieve maatregelen, kan namelijk leiden tot parkeeroverlast doordat de eindgebruikers geen beperking hebben om toch de auto in de omgeving, in de wijken ernaast, te parkeren. Hiermee bieden we ruimte voor maatwerk in een bredere afweging binnen de gehele ontwikkeling terwijl we de belangen van de omgeving ook meewegen. De afkoopoptie is bedoeld als sluitstuk van de invulling van de parkeerbehoefte voor het geval het niet lukt deze in de voorgaande stappen helemaal passend te maken. Bij toepassing van deze stap moet gemotiveerd worden dat er hierdoor geen parkeerproblemen ontstaan of te verwachten zijn. Bij het gebruik van afkopen om de parkeerbalans sluitend te maken, komen de adressen binnen de ontwikkeling op de AUP-lijst te staan. AUP staat voor Adressen Uitgesloten van Parkeervergunning. Hiermee borgen we dat de openbare ruimte in de toekomst niet verder onder druk komt te staan. De AUP-lijst wordt verder uitgelegd in hoofdstuk 7.
5.6. De parkeerbalans De parkeerbehoefte (parkeervraag) en het invullen van de parkeerbehoefte (parkeeraanbod) dienen uiteindelijk in balans te zijn. Ofwel: het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd wordt moet minimaal gelijk zijn aan het aantal parkeerplaatsen dat minimaal theoretisch benodigd is.
20
Het moet vooral duidelijk worden voor beoordeling wat de parkeervraag is en hoe hieraan voldaan wordt. Als er enkele woningen gebouwd worden die parkeren op eigen terrein kan dit met een simpele berekening waarin het type woning, locatie en bezoekersdeel is meegenomen. Als er andere stappen, zoals dubbelgebruik, salderen of correctiefactoren aan toegevoegd worden moeten deze ook toegelicht worden. Bij alternatieve private parkeeroplossingen dienen deze voldoende geborgd te zijn en hiervoor dienen ook bewijsstukken aangeleverd te worden. In bijlage IX, is een voorbeeld uitgewerkt dat voorziet in het gebruik van de parkeerbalans en hoe correct te rekenen met het maatgevende moment en de correctiefactoren. De parkeerbalans geeft enkel de resultaten weer van het parkeren. In de onderliggende berekeningen dienen de getallen die in de balans worden opgevoerd aangetoond te worden.
21
6. Afkoopregeling en mobiliteitsfonds Zoals beschreven in de stappenplannen om tot een fiets- en autoparkeerbehoefte te komen én hieraan te voldoen, is het mogelijk om een deel van de parkeerbehoefte af te kopen. De afkoopoptie is bedoeld als sluitstuk van de invulling van de parkeerbehoefte. Het bedrag waarvoor parkeerplaatsen afgekocht worden, wordt gestort in een mobiliteitsfonds. Dit fonds is bestemd voor (co)financiering van voorzieningen voor parkeergelegenheid of voorzieningen die de parkeervraag kunnen verminderen; zoals openbare fietsenstallingen, fietsroutes, mobiliteitshubs/P+R/parkeergarages en openbaar vervoer.
6.1. Afkoopregeling In sommige gevallen is het bij een ruimtelijke ontwikkeling financieel en/of ruimtelijk niet mogelijk en/of gewenst om de volledige parkeerbehoefte op eigen terrein in te vullen of met de andere stappen uit deze nota. Om de betreffende ruimtelijke ontwikkeling toch door te laten gaan, kan in dat geval de afkoopregeling toegepast worden. In alle gevallen waarin deze regeling wordt toegepast, dient onderbouwd te worden dat het realiseren van de parkeerbehoefte op eigen terrein niet haalbaar is, ook niet door het wijzigen van het programma. Per niet te realiseren parkeerplaats dient de ontwikkelaar een afkoopsom aan de gemeente te voldoen. Deze afkoopsom varieert per deelgebied. De begrenzing van de deelgebieden is opgenomen in bijlage XII. De Spoorzone ontbreekt in dit overzicht. Dit gebied zal een andere benadering krijgen als duidelijk wordt welke functies onderdeel worden van het totale gebied, qua wonen en voorzieningen. Hierbij speelt ook het bereikbaarheidsprofiel een nadrukkelijke rol. Daarom zullen de afkoopbedragen en/of methodiek anders worden. Deelgebied Centrum (incl. autoluwe gebied) Schil centrum Rest bebouwde kom en Buitengebied
Afkoopsom autoparkeerplaats €15.000,€10.000,€5.000,-
Afkoopsom fietsparkeerplaats €500,€450,€400,-
Tabel 6.1: Hoogte van de afkoopsommen voor auto- en fietsparkeerplaatsen. Deze afkoopsommen zijn alle prijspeil 1 januari 2026 en excl. btw. Jaarlijks wordt dit bedrag geïndexeerd met de Prijsindex van de Materiele Overheidsconsumptie (IMOC). Dit bedrag wordt berekend over het volledige aantal af te kopen parkeerplaatsen, na afronding. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de functie van de ruimtelijke ontwikkeling, de hoogte van het afkoopbedrag geldt voor iedere parkeerplaats bij iedere functie. De bedragen zijn tot stand gekomen door te rekenen met de aanlegkosten/investeringskosten van een parkeerplaats, met grondkosten. De opbrengsten van verhuur (indien van toepassing) zijn hier weer vanaf gehaald. Dit resulteert in een lagere afkoopprijs voor de rest bebouwde kom en het buitengebied omdat hier vaak op maaiveld een parkeerplaats gerealiseerd kan worden. En de hoogste afkoopprijs in het autoluwe gebied en centrum omdat het hier (vrijwel) altijd in een gebouwde voorziening zal moeten.
6.2. Mobiliteitsfonds De afkoopsom wordt gestort in het gemeentelijke Mobiliteitsfonds. Dit fonds kan gebruikt worden om mobiliteit dat het parkeren vervangt te bekostigen. Dit kunnen parkeerplaatsen elders zijn, maar ook een nieuwe fietsroute waardoor de auto minder gebruikt wordt. Het is derhalve geen specifieke bijdrage aan een verbetering van de mobiliteit rondom het betreffende project. Met het afkopen van parkeerplaatsen ligt de verantwoordelijkheid bij de ontwikkelaar om voor haar huurders en kopers te voorzien in voldoende mobiliteit. Dit moet worden beschreven, en daarmee geborgd, in de planologische onderbouwing.
22
6.3. Toepassing mobiliteitsfonds Binnen de gemeente worden nadere afspraken gemaakt over de toepassing van het Mobiliteitsfonds. Het gaat dan onder andere om de periode dat de bijdrages in het fonds beschikbaar blijven. Tevens wordt bepaald onder welke condities tegoeden uit het fonds aangewend kunnen worden. Het Mobiliteitsfonds wordt ingezet ter ondersteuning van maatregelen die bijdragen aan het verminderen van parkeerdruk binnen de gemeente. Het fonds wordt gevuld met bijdragen van ruimtelijke ontwikkelingen die (een deel van) hun parkeeropgave afkopen. De middelen worden niet locatiegebonden ingezet, maar zijn bedoeld om gemeentebreed bij te dragen aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem waarin het autogebruik afneemt en de bereikbaarheid op peil blijft.
6.3.1. Doel en reikwijdte Het fonds heeft als doel het faciliteren van maatregelen die de parkeerdruk verminderen. Dit betreft zowel compenserende maatregelen (zoals het realiseren van extra parkeercapaciteit) als preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van extra parkeerbehoefte, zoals investeringen in deelmobiliteit of duurzame vervoersalternatieven. De bijdrage hoeft dus niet per se gekoppeld te zijn aan de directe omgeving van de betreffende ontwikkeling, zolang de besteding bijdraagt aan de gemeentelijke mobiliteitsdoelen.
6.3.2. Toelaatbare bestedingen Middelen uit het fonds mogen worden ingezet voor kapitaalinvesteringen in de fysieke leefomgeving, mits onderbouwd wordt dat de maatregel bijdraagt aan het beperken van de parkeervraag of -druk. Denk hierbij aan: • • • • •
Realisatie van parkeerplaatsen of parkeervoorzieningen (bijvoorbeeld parkeergarages); Aanleg of verbetering van fiets- en wandelinfrastructuur; Investeringen in deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelfietsen of -auto’s); Ontwikkeling van mobiliteitshubs; Stimulering van openbaar vervoer.
Zowel maatregelen die reeds bestaande druk verlichten als maatregelen die toekomstige parkeerdruk voorkomen, komen in aanmerking. Structurele exploitatiekosten of beheerlasten komen niet ten laste van het fonds.
6.3.3. Beschikbaarheid en reservering van middelen Middelen in het fonds blijven beschikbaar zolang deze niet zijn uitgegeven of onttrokken. Het is toegestaan om middelen te reserveren of te budgetteren voor grotere toekomstige investeringen, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van parkeergarages of integrale gebiedsontwikkelingen. Deze gereserveerde middelen worden aangemerkt als geoormerkt en kunnen niet voor andere doeleinden worden aangewend.
6.3.4. Verantwoording en monitoring De inzet van het fonds wordt financieel verantwoord via de reguliere gemeentelijke P&C-cyclus, waaronder de jaarrekening en programmabegroting. Hiermee is de inzet van middelen transparant en controleerbaar voor raad en samenleving. Jaarlijks wordt de stand van het fonds en de inzet van middelen in beeld gebracht, mede ten behoeve van integrale beleids- en investeringsafwegingen.
23
7. Borgen van de parkeeroplossing Om de parkeeroplossing te borgen in de uitvoering dient in bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aangetoond te worden dat de parkeerbehoefte gerealiseerd kan worden conform deze nota. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt onderbouwd aangegeven wat de parkeerbehoefte is, op welke manier in de parkeerbehoefte wordt voorzien en hoe deze voorzieningen in de gebruiksfase worden geborgd. Bij de beoordeling van de aanvraag zal de gemeente de aanvraag op deze aspecten toetsen. In de regels van het omgevingsplan zal een dynamische verwijzing worden opgenomen naar deze nota. Bij een initiatief dat niet past binnen het omgevingsplan wordt bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) getoetst aan de parkeernota.
7.1. Opstellen en vastleggen AUP-lijst In deze Nota Parkeernormen wordt ervan uitgegaan dat in beginsel iedere ruimtelijke ontwikkeling op eigen terrein voorziet in haar parkeerbehoefte. Dit betekent dat voldaan wordt aan de parkeerbehoefte. Om overlast in de openbare ruimte te voorkomen, is het niet wenselijk dat gebruikers van een nieuwe functie binnen het programma aanspraak maken op een parkeervergunning of een bezoekersregeling van de gemeente. Deze doelgroepen kunnen derhalve géén gebruik maken van de in de openbare ruimte (op straat) aanwezige parkeercapaciteit. Er is immers voldoende parkeercapaciteit op eigen terrein voorzien of de ontwikkeling heeft parkeerplaatsen afgekocht en op die manier voldaan aan de parkeerbehoefte. Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden waar -momenteel- geen gereguleerd parkeren van kracht is, dient de gehele parkeerbehoefte op eigen terrein beschikbaar te zijn. De adressen van deze ontwikkelingen worden vastgelegd op de AUP-lijst (Adressen Uitgesloten van Parkeervergunning), voor het geval hier naderhand een vorm van parkeerregulering wordt geïmplementeerd. Alle adressen die voldoen aan de parkeerbehoefte worden op de AUP-lijst geplaatst. Dit betekent dat deze adressen geen mogelijkheid hebben en krijgen op een parkeervergunning en/of bezoekersregeling.
Uitzondering hierop zijn ontwikkelingen die aangetoonde beschikbare parkeercapaciteit gebruiken in de openbare ruimte. Bij deze uitzonderingsgevallen zal dit opgenomen worden in de omgevingsvergunning. Ook zal hierin opgenomen worden hoeveel adressen toch in aanmerking komen voor een parkeervergunning en hoeveel adressen voor een bezoekersregeling. Het zal namelijk geregeld voorkomen dat maar een deel van de adressen niet op de AUP lijst komt en niet de hele ontwikkeling. Bij deze ontwikkelingen is maatwerk op de AUP-lijst noodzakelijk. In 'Regels voor het aanvragen en toewijzen van een parkeervergunning' is bepaald wie er in aanmerking komt voor een parkeervergunning. De AUP-lijst wordt benoemd in dit document als lijst met adressen die geen recht hebben op verschillende parkeerregelingen. In de praktijk is het mogelijk dat een bestaand pand met bestaande invulling wel recht heeft op een parkeervergunning en een nieuw pand niet. Dit komt doordat het nieuwe pand voorafgaand aan de planvorming ervan op de hoogte was dat het parkeren op eigen terrein opgelost moet worden. In de bestaande situatie geldt deze regel niet. Zoals opgemerkt, wordt in deze nota niet bepaald wie recht heeft op een parkeervergunning. De spelregels hiervoor staan opgetekend in het meest recente ‘Regels voor het aanvragen en toewijzen van een parkeervergunning'.
7.2. Uitwerking publiek- en privaatrechtelijk In koop- en huurovereenkomsten dienen eigenaren van panden een kettingbeding op te nemen. Hierin wordt ook voor de toekomstige bewoners en huurders duidelijk dat het pand op de AUP-lijst staat en er dus geen aanspraak gemaakt kan worden op een parkeervergunning of bezoekersregeling. Indien sprake is van een anterieure overeenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente, dient hierover in deze overeenkomst door de gemeente een bepaling opgenomen te worden. Samen met Team Vastgoed wordt dit geborgd in de standaard anterieure overeenkomst die door de gemeente wordt toegepast.
24
8. Juridisch kader Het parkeernormenbeleid van de gemeente Roosendaal is van toepassing op alle activiteiten die van invloed kunnen zijn op mobiliteit en parkeernormen en die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente. De recente bestemmingsplannen, als onderdeel van het (tijdelijke) omgevingsplan kennen voor wat betreft parkeren een dynamische verwijzing, die in momenteel naar de nu geldende Nota Parkeernormen verwijst. Hele oude plannen kunnen nog een statische verwijzing naar het GVVP hebben en deze regels kunnen pas aangepast worden als de juridische regels voor die locaties worden geactualiseerd. In de bestemmingsplannen zijn parkeernormen opgenomen bij de bouwregels. Bij de gebruiksregels zijn geen parkeernormen opgenomen. In het nieuwe omgevingsplan wordt, net als in het tijdelijke omgevingsplan, een dynamische verwijzing naar de parkeernota opgenomen. Dit maakt alle verwijzingen robuust, doordat verwezen wordt naar de laatste vastgestelde versie. Als een wijziging van het gebruik in strijd is met het omgevingsplan zal middels een procedure ook getoetst worden aan de parkeernormen. De oude Nota Parkeernormen komt bij de vaststelling van de nieuwe parkeernota te vervallen. Dit wordt expliciet zo besloten.
8.1. Bestemmingsplannen en het Omgevingsplan De Omgevingswet – die is ingegaan op 1 januari 2024 – bundelt een groot aantal wetten voor de leefomgeving. Het gaat hierbij onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, ruimtelijke ordening en natuur. Met de Omgevingswet wordt een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving beoogd. Omgevingsplanwijzigingen zijn de 'opvolger' van de bestemmingsplannen onder de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet is het opstellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen en beheerverordeningen niet meer mogelijk. In de huidige situatie kent Roosendaal meerdere bestemmingsplannen voor haar grondgebied. Deze bestemmingsplannen zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente. Onder de Omgevingswet moet de gemeente op uiterlijk 1 januari 2032 één Omgevingsplan voor het hele grondgebied hebben. Als de nieuwe parkeernota is vastgesteld en er in de oude bestemmingsplanregels een dynamische verwijzing opgenomen is dan gelden voor die locaties de nieuwe parkeernormen voor de auto en de fiets. Dit geldt dan alleen bij bouwen. De statische verwijzingen in oude bestemmingsplannen, worden niet vervangen door de nieuwe parkeernormen. Deze verwijzing is tenslotte niet dynamisch.
Als de transitie naar één omgevingsplan voor de gehele gemeente is afgerond, is de dynamische verwijzing voor het hele grondgebied van toepassing. Ook bij omgevingsplanwijzigingen worden de juridische regels met de dynamische verwijzing naar de parkeernota aan de locatie, waarop de omgevingsplanwijziging van toepassing is, toegewezen.
8.2. Hardheidsclausule In artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verwoord dat het bevoegde bestuursorgaan de beleidsregels respecteert, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Concreet betekent dit dat het college van B&W de bevoegdheid heeft om af te wijken van de Nota Parkeernormen als zich bijvoorbeeld een situatie voordoet waarin één of meerdere belanghebbenden onevenredig worden benadeeld door toepassing van de nota. Indien gebruik gemaakt wordt van deze hardheidsclausule, dient dit onderbouwd en beargumenteerd te worden. In dat geval is een collegebesluit vereist om de afwijking te laten plaatsvinden.
25
8.3. Overgangsregeling Ten aanzien van het tijdelijke omgevingsplan geldt, dat tot aan de vaststelling van de nieuwe Nota Parkeernormen, verwezen wordt naar de oude nota. Ná de vaststelling van de nieuwe Nota Parkeernormen als gevolg van de dynamische verwijzing in de juridische regels verwezen naar de nieuwe vastgestelde parkeernota, tenzij er nog sprake is van een statische verwijzing
Slot- en overgangsbepaling 1. Nadat de gemeenteraad de Nota Parkeernormen heeft vastgesteld als beleidsregel, vindt bekendmaking plaats. De dag nadat de bekendmaking heeft plaatsgevonden, treden deze beleidsregels in werking. 2. De oude Nota Parkeernormen komt met deze inwerkingtreding van de Nota Parkeernormen te vervallen.
26
BIJLAGEN Bijlage I – Parkeernormen fiets Bijlage II – Kwaliteitseisen fietsparkeren Bijlage III – Parkeernormen auto Bijlage IV - kwaliteitseisen autoparkeren Bijlage V – Aanwezigheidspercentages Bijlage VI – Rekenfactoren opritten en garages Bijlage VII – Loopafstanden Bijlage VIII - Parkeerdruk meten Bijlage IX – Voorbeeld invulling parkeerbalans Bijlage X – Voorbeeldcasus gebruik deelauto Bijlage XI – Begrippenlijst Bijlage XII - Gebiedsindeling
27
Bijlage I – Parkeernormen fiets
28
Categorie
Functie
Wonen gebruikers
Wonen – bezoek
Werken
Winkelen boodschappen
Cultuur en ontspanning
Centrum
Schil
RBBK
BG
Bezoekersaandeel Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek
Eenheid
Koop, huis, vrijstaand
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, huis, twee-onder-een-kap
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, huis, tussen/hoek
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, appartement, >100 m² bvo
5,00
5,00
5,00
5,00
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
4,25
4,25
4,25
4,25
Koop, appartement, < 75 m² bvo
3,25
3,25
3,25
3,25
huur, huis, vrije sector**
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo
4,25
4,25
4,25
4,25
Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo
3,25
3,25
3,25
3,25
Huur, huis, sociale huur
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo
5,00
5,00
5,00
5,00
Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo
4,25
4,25
4,25
4,25
Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo
3,25
3,25
3,25
3,25
Onzelfstandige woonruimte, huur
1,35
1,35
1,35
1,35
Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat) Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)
0,55
0,55
0,55
0,55
0,55
0,55
0,55
0,55
Zie Wonen bezoek
per woning*
Koop, huis, vrijstaand
0,30
0,30
Koop, huis, twee-onder-een-kap
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
0,25
0,20
n.v.t.
Koop, huis, tussen/hoek
0,30
per woning
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
Koop, appartement, >100 m² bvo
per woning
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, appartement, < 75 m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
huur, huis, vrije sector**
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, huis, sociale huur
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Onzelfstandige woonruimte, huur
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat) Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
0,30
0,30
0,25
0,20
n.v.t.
per woning
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,70
1,15
1,05
0,80
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
3,00
2,05
1,35
1,10
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
1,40
1,10
0,90
0,85
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
0,60
0,45
0,40
0,40
Bedrijfsverzamelgebouw
1,15
0,85
0,75
0,70
Opslagruimte
n.v.t.
n.v.t.
6,00
6,00
Buurtsupermarkt
3,70
2,65
2,05
n.v.t.
Fullservice-supermarkt
4,85
4,10
3,00
n.v.t.
Grote supermarkt (XL)
5,35
4,10
3,50
n.v.t.
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen) Groothandel algemeen
n.v.t.
1,15
1,40
n.v.t.
n.v.t.
1,65
1,40
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.000-50.000 inwoners Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000-100.000 inwoners Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 100.000-175.000 inwoners Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum > 175.000 inwoners Buurtwinkel- en dorps(winkel)centrum
3,20
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,35
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,65
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,75
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,45
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3,35
3,60
3,00
n.v.t.
Wijkwinkelcentrum (klein)
n.v.t.
4,35
3,55
n.v.t.
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
4,95
4,20
n.v.t.
Wijkwinkelcentrum (groot)
n.v.t.
5,55
4,65
n.v.t.
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
6,15
5,05
n.v.t.
Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum
3,35
3,60
3,00
n.v.t.
Kringloopwinkel
n.v.t.
2,45
1,60
1,25
Bruin- en witgoedzaken
0,40
0,40
0,30
0,25
Woonwarenhuis/woonwinkel
0,40
0,40
0,30
0,25
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
0,30
0,25
Meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
0,50
0,40
n.v.t.
Winkelboulevard
n.v.t.
0,50
0,40
n.v.t.
Outletcentrum
n.v.t.
0,50
0,40
0,15
Bouwmarkt
n.v.t.
0,45
0,35
0,25
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
0,45
0,35
0,25
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
0,45
0,35
0,25
Bibliotheek
4,00
4,00
3,30
2,80
Museum
1,70
1,25
0,85
n.v.t.
5% 20% 5% 5% 5% n.v.t. 89% 93% 84%
per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning*
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per vestiging per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
80% 80% 82% 88% 92% 96% 99% 72% 76% 79% 81% 85% 85% 89% 92% 91% 95%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
93%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
94%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
94% 87% 89% 89% 97% 95%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
Horeca en (verblijfs-) recreatie
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Scholen
Bioscoop
9,00
7,50
3,50
1,65
Filmtheater/filmhuis
9,00
7,50
3,50
1,65
Theater/schouwburg
26,00
20,50
17,50
12,00
Musicaltheater
26,00
20,50
17,50
12,00
Casino
2,00
2,00
1,65
1,65
Bowlingcentrum
4,50
3,20
2,55
2,45
Biljart-/snookercentrum
2,50
1,85
1,55
1,15
Dansstudio
5,85
3,70
3,00
2,00
Fitnessstudio/sportschool
5,85
3,70
3,00
2,00
Fitnesscentrum
5,85
3,70
3,00
2,00
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
n.v.t.
n.v.t.
4,00
4,00
Sauna, hammam
5,50
4,00
4,00
4,00
Sporthal
5,50
3,90
3,00
2,45
Sportzaal
6,70
3,90
2,70
2,10
Tennishal
0,80
0,55
0,50
0,50
Padelhal
1,55
1,15
0,95
0,95
Squashhal
5,10
3,40
3,00
2,50
Zwembad overdekt
n.v.t.
26,00
20,00
12,50
Zwembad openlucht
n.v.t.
34,00
28,00
20,50
Zwemparadijs
n.v.t.
n.v.t.
9,50
9,50
Sportveld
57,50
57,50
57,50
57,50
Stadion
0,20
0,20
0,20
n.v.t.
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
3,05
2,50
2,10
1,80
Kunstijsbaan (400 meter)
n.v.t.
3,90
3,40
3,05
Ski- snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
3,45
n.v.t.
Jachthaven
0,15
0,15
0,15
0,15
Golfoefencentrum (pitch en putt)
n.v.t.
n.v.t.
17,50
17,50
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
17,50
17,50
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
1,50
1,50
1,00
0,60
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
1,50
1,50
1,00
0,60
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
1,50
1,50
1,00
0,60
Kinderboerderij (stadsboerderij)
12,50
12,50
12,50
12,50
Manege (paardenhouderij)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,55
Dierenpark
10,75
10,75
10,75
10,75
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
10,75
10,75
Volkstuin
n.v.t.
1,90
1,80
1,60
Plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
19,70
14,05
10,95
Camping (kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,15
Bungalowpark (huisjescomplex)
n.v.t.
n.v.t.
0,15
0,15
1* Hotel
2,00
2,00
2,00
2,00
2* Hotel
2,00
2,00
2,00
2,00
3* Hotel
2,00
2,00
2,00
2,00
4* Hotel
2,00
2,00
2,00
2,00
5* Hotel
2,00
2,00
2,00
2,00
Café/bar/cafetaria
11,50
11,50
11,50
n.v.t.
Restaurant
11,50
11,50
11,50
n.v.t.
Discotheek
12,50
12,50
10,00
5,50
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
1,00
1,00
1,00
n.v.t.
Huisartsenpraktijk (-centrum)
1,35
1,35
1,05
0,45
Apotheek
7,00
7,00
7,00
n.v.t.
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,35
1,35
1,05
0,45
Consultatiebureau
1,35
1,35
1,05
0,45
Consultatiebureau voor ouderen
1,35
1,35
1,05
0,45
Tandartsenpraktijk (-centrum)
2,70
2,70
2,40
1,90
Gezondheidscentrum
1,35
1,35
1,05
0,45
Ziekenhuis - patiënten en bezoekers
1,10
1,00
0,95
0,75
Ziekenhuis - medewerkers
1,10
1,00
0,95
0,75
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
6,50
6,50
Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
6,50
6,50
Penitentiaire inrichting
0,45
0,45
0,45
0,45
Religiegebouw
0,35
0,35
0,35
n.v.t.
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,55
0,55
0,75
0,25
Kinderdagverblijf (crèche)
1,00
1,00
0,75
0,75
Basisonderwijs
11,50
11,50
11,50
11,50
Middelbare school
80,00
80,00
80,00
80,00
ROC
48,00
48,00
48,00
48,00
HBO
64,00
64,00
64,00
64,00
Universiteit
64,00
64,00
64,00
64,00
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
3,75
3,75
3,75
3,75
94% 97% 87% 86%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
86%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
89%
per baan
87%
per tafel
93% 87% 90% 99% 99% 96% 94% 87% 87%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
84%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
97%
per 100 m2 bassin
99%
per 100 m2 bassin
99%
per 100 m2 bassin
95%
per hectare netto terrein
99%
per zitplaats
98% 98%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
98%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
93%
per ligplaats
98%
per centrum
98%
per 18 holes
97% 98% 98%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
97%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
90%
per box
99%
per hectare netto terrein
99%
per hectare netto terrein
100% 99%
per 10 tuinen per tuin
90%
per standplaats
91%
per bungalow
77%
per 10 kamers
80%
per 10 kamers
77%
per 10 kamers
73%
per 10 kamers
65%
per 10 kamers
90% 80% 99% 99%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
57%
per behandelkamer
45%
per apotheek
57%
per behandelkamer
50%
per behandelkamer
38%
per behandelkamer
47%
per behandelkamer
55%
per behandelkamer
29%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
29%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak
99%
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
97%
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
37%
per 10 cellen
100%
per zitplaats
60% 0%
per wooneenheid per 100 m2 bruto vloeroppervlak
48%
per leslokaal
11%
per 100 leerlingen
7%
per 100 leerlingen
72%
per 100 studenten
48%
per 100 studenten
95%
per 10 studenten
*) exclusief bezoek. **) inclusief middeldure huur.
30
Bijlage II – Kwaliteitseisen fiets Inleiding Naast het hanteren van parkeernormen voor fietsen, is ook de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen van belang. Slecht toegankelijke of onveilige stallingen kunnen leiden tot verkeerd gestalde fietsen, schade, diefstal en daarmee een lagere bereidheid om de fiets te gebruiken.
Bruikbaarheid Op basis van de situatietekening bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning, beoordelen we of de daarop aangegeven fietsparkeerplaatsen bruikbaar zijn. Daarbij stellen we de volgende kwaliteitseisen: • • • • • •
• • • •
Fietsparkeerplaatsen voldoen aan de afmetingen in deze bijlage. Een fietsparkeerplaats bevindt zich op maaiveld of is bereikbaar via een helling van maximaal 5% of via een lift. De route naar de fietsenstalling is drempelvrij (comfortabel) en veilig. Eventuele tussendeuren openen mechanisch, bijvoorbeeld door een automatische deurdranger. De locatie van een fietsenstalling of fietsparkeervak wordt herkenbaar aangegeven. Een fietsparkeervak wordt bij voorkeur voorzien van een fietsparkeersysteem, zoals klemmen of aanleunhekken. Anders moet het vak zo worden aangelegd dat deze goed herkenbaar is, bijvoorbeeld in een afwijkende kleur bestrating met fietssymbolen. Een inpandige ruimte is vanaf de buitenruimte rechtstreeks bereikbaar en voor alle bezoekers toegankelijk. Een fietsparkeervoorziening op een trottoir mag niet ten koste gaan van de ruimte voor voetgangers om te passeren. De manoeuvreerruimte kan wel met een trottoir worden gecombineerd. Locaties dienen sociaal veilig en goed verlicht te zijn. Dit geldt zowel voor binnen- als buitenstallingen. Er wordt rekening gehouden met de grotere afmetingen van elektrische fietsen, fietsen met krat of kinderzitje, bakfietsen, bromfietsen en andere bijzondere modellen.
Afmetingen Een fietsparkeervak heeft een lengte van 2,0 m en breedte van 0,65 m per fiets. Daarbij moet een manoeuvreerruimte (parkeerweg) van ten minste 1,2 m breed beschikbaar zijn. Een overkapping heeft een vrije hoogte van ten minste 2,3 m. Door toepassing van een fietsparkeersysteem dat voldoet aan het Fietsparkeur is het mogelijk om ruimte te besparen op deze afmetingen, bijvoorbeeld door een hoog-laag fietsenrek of een dubbellaagse stalling. In dat geval moet de oplossing uitgewerkt worden in de situatietekening, waarbij leverancier, model en type fietsparkeervoorziening worden aangeven. Fietsparkeur is een keurmerk dat de Stichting Fietsparkeur toekend als een fietsparkeervoorziening voldoet aan gestelde normen. Op www.fietsparkeur.nl is een overzicht van de fietsparkeersystemen met een licentie weergeven.
Bijlage III – Parkeernormen auto
32
Categorie Wonen – gebruikers*
Wonen – bezoek
Werken
Winkelen boodschappen
Functie
Centrum
Schil
Buiten gebied
Bezoekersaandeel
Eenheid
1,50
Rest bebouwde kom 1,80
Koop, huis, vrijstaand
1,30
2,10
per woning*
1,20
1,40
1,70
1,90
Koop, huis, tussen/hoek
1,10
1,30
1,50
1,70
Koop, appartement, >100 m² bvo
1,10
1,30
1,60
1,80
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
1,00
1,10
1,20
1,40
Koop, appartement, < 75 m² bvo
0,90
1,00
1,20
1,30
huur, huis, vrije sector**
0,90
1,10
1,20
1,40
Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo
0,90
1,10
1,20
1,30
Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo
0,60
0,70
0,90
1,00
Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo
0,50
0,60
0,80
0,90
Huur, huis, sociale huur
0,70
0,80
1,00
1,10
Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo
0,60
0,70
0,90
1,00
Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo
0,50
0,60
0,80
0,90
Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo
0,40
0,50
0,70
0,80
Onzelfstandige woonruimte, huur
0,40
0,50
0,60
0,70
Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat) Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)
0,40
0,75
0,80
0,90
Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek Zie Wonen bezoek
Koop, huis, twee-onder-een-kap
0,30
0,40
0,50
0,60
Zie Wonen bezoek
per woning*
Koop, huis, vrijstaand
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, huis, twee-onder-een-kap
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, huis, tussen/hoek
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, appartement, >100 m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Koop, appartement, < 75 m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
huur, huis, vrije sector**
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, huis, sociale huur
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Onzelfstandige woonruimte, huur
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat) Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
per woning
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,15
1,55
1,65
2,55
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
1,55
1,85
2,25
3,55
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
1,35
1,75
2,15
2,35
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
0,65
0,75
0,95
1,05
Bedrijfsverzamelgebouw
1,05
1,35
1,55
1,95
Opslagruimte
n.v.t.
n.v.t.
10,00
10,00
Buurtsupermarkt
1,90
2,70
3,40
n.v.t.
Fullservice-supermarkt
3,30
4,30
5,15
n.v.t.
Grote supermarkt (XL)
5,90
6,80
7,70
n.v.t.
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
n.v.t.
5,65
5,90
n.v.t.
Groothandel algemeen
n.v.t.
6,40
6,40
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners
3,30
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.000-50.000 inwoners
3,40
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000-100.000 inwoners
3,80
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 100.000-175.000 inwoners
3,90
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum > 175.000 inwoners
3,60
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Buurtwinkel- en dorps(winkel)centrum
n.v.t.
3,10
3,70
n.v.t.
Wijkwinkelcentrum (klein)
n.v.t.
3,70
4,50
n.v.t.
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
4,30
5,10
n.v.t.
5% 20% 5% 5% 5% n.v.t. 89% 93% 84% 80% 80% 82% 88% 92% 96% 99% 72% 76% 79%
per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning* per woning*
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per vestiging per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak
Wijkwinkelcentrum (groot)
n.v.t.
4,80
5,70
n.v.t.
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
5,20
6,30
n.v.t.
Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum
0,20
0,20
0,20
n.v.t.
Kringloopwinkel
n.v.t.
1,15
1,65
2,25
Bruin- en witgoedzaken
3,65
5,55
7,35
9,25
Woonwarenhuis/woonwinkel
1,15
1,55
1,65
1,95
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
4,75
5,15
Meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
1,85
2,25
n.v.t.
Winkelboulevard
n.v.t.
3,45
3,95
n.v.t.
Outletcentrum
n.v.t.
8,80
9,60
10,40
Bouwmarkt
n.v.t.
1,75
2,25
2,45
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
Bibliotheek
0,45
0,75
1,05
1,35
Museum
0,40
0,60
0,95
n.v.t.
Bioscoop
3,20
7,90
11,00
13,70
Filmtheater/filmhuis
2,60
5,20
7,70
9,90
Theater/schouwburg
7,30
7,90
9,80
12,00
Musicaltheater
2,90
3,40
3,90
5,10
Casino
5,70
6,10
6,50
8,00
Bowlingcentrum
1,60
2,20
2,80
2,80
Biljart-/snookercentrum
0,85
1,05
1,35
1,75
Dansstudio
1,50
3,80
5,40
7,40
Fitnessstudio/sportschool
1,40
3,40
4,70
6,50
Fitnesscentrum
1,70
4,40
6,20
7,40
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
n.v.t.
n.v.t.
9,30
10,30
Sauna, hammam
2,50
4,60
6,60
7,30
Sporthal
1,45
2,05
2,65
3,45
Sportzaal
1,05
1,85
2,65
3,55
Tennishal
0,30
0,40
0,50
0,50
Padelhal
0,35
0,45
0,65
0,65
Squashhal
1,60
2,40
2,70
3,20
Zwembad overdekt
n.v.t.
10,70
11,50
13,30
Zwembad openlucht
n.v.t.
10,10
12,90
15,80
Zwemparadijs
n.v.t.
n.v.t.
4,00
4,00
Sportveld
20,00
20,00
20,00
20,00
Stadion
0,12
0,12
0,12
n.v.t.
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
1,15
1,35
1,65
2,05
Kunstijsbaan (400 meter)
n.v.t.
2,05
2,35
2,75
Ski- snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
2,35
n.v.t.
Jachthaven
0,60
0,60
0,60
0,60
Golfoefencentrum (pitch en putt)
n.v.t.
n.v.t.
50,70
56,20
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
95,60
118,30
81% 85% 85% 89% 92% 91% 95% 93% 94%
Cultuur en ontspanning
94% 87% 89% 89% 97% 95% 94% 97% 87% 86% 86% 89% 87% 93% 87% 90% 99% 99% 96% 94% 87% 87% 84% 97% 99% 99% 95% 99% 98% 98% 98% 93%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per baan per tafel per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bassin per 100 m2 bassin per 100 m2 bassin per hectare netto terrein per zitplaats per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per ligplaats
98%
per centrum
98%
per 18 holes
34
Horeca en (verblijfs-) recreatie
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Scholen
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
2,90
3,70
4,40
5,10
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
3,50
4,30
5,30
6,10
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
3,70
4,60
5,50
6,40
Kinderboerderij (stadsboerderij)
2,90
3,70
4,40
5,10
Manege (paardenhouderij)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,40
Dierenpark
8,00
8,00
8,00
8,00
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
8,00
8,00
Volkstuin
n.v.t.
1,25
1,35
1,45
Plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
7,50
10,50
13,50
Camping (kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,20
Bungalowpark (huisjescomplex)
n.v.t.
n.v.t.
1,60
2,10
1* Hotel
0,40
0,80
2,30
4,50
2** Hotel
1,35
2,15
3,85
6,25
3*** Hotel
2,00
3,10
4,70
6,80
4**** Hotel
3,20
4,90
6,80
9,00
5***** Hotel
5,00
7,60
10,10
12,60
Café/bar/cafetaria
5,00
5,00
6,00
n.v.t.
Restaurant
5,00
5,00
6,00
8,00
Discotheek
6,10
12,30
18,40
20,80
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
4,00
5,50
7,50
n.v.t.
Huisartsenpraktijk (-centrum)
2,05
2,45
2,95
3,25
Apotheek
2,25
2,75
3,15
n.v.t.
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,25
1,45
1,75
1,95
Consultatiebureau
1,25
1,55
1,85
2,15
Consultatiebureau voor ouderen
1,30
1,60
1,90
2,20
Tandartsenpraktijk (-centrum)
1,55
1,95
2,35
2,65
Gezondheidscentrum
1,55
1,85
2,15
2,45
Ziekenhuis - patiënten en bezoekers
1,40
1,60
1,70
2,00
Ziekenhuis - medewerkers
1,40
1,60
1,70
2,00
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
30,10
30,10
Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
31,60
31,60
Penitentiaire inrichting
1,65
2,15
3,25
3,65
Religiegebouw
0,15
0,15
0,15
n.v.t.
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,60
0,60
0,60
n.v.t.
Kinderdagverblijf (crèche)
0,90
1,10
1,20
1,50
Basisonderwijs
0,75
0,75
0,75
0,75
Middelbare school
3,30
4,00
4,30
4,90
ROC
4,20
4,80
5,20
5,90
HBO
8,30
8,90
9,50
10,90
Universiteit
11,70
13,50
14,70
16,80
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
4,00
5,00
6,00
10,50
97% 98% 98% 97% 90% 99% 99% 100% 99% 90% 91%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per box per hectare netto terrein per hectare netto terrein per 10 tuinen per tuin per standplaats per bungalow
77%
per 10 kamers
80%
per 10 kamers
77%
per 10 kamers
73%
per 10 kamers
65%
per 10 kamers
90% 80% 99% 99% 57% 45% 57% 50% 38% 47% 55% 29% 29% 99% 97% 37% 100% 60% 0% 48% 11% 7% 72% 48% 95%
per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per behandelkamer per apotheek per behandelkamer per behandelkamer per behandelkamer per behandelkamer per behandelkamer per 100 m2 bruto vloeroppervlak per 100 m2 bruto vloeroppervlak per (deels) gelijktijdige plechtigheid per (deels) gelijktijdige plechtigheid per 10 cellen per zitplaats per wooneenheid per 100 m2 bruto vloeroppervlak per leslokaal per 100 leerlingen per 100 leerlingen per 100 studenten per 100 studenten per 10 studenten
*) exclusief bezoek. **) inclusief middeldure huur.
35
Bijlage IV – Kwaliteitseisen autoparkeren Alleen parkeerplaatsen die bereikbaar en bruikbaar zijn, worden als parkeerplaatsen beschouwd. Hierbij wordt de maatvoering zoals opgenomen in de meest recente ASVV aangehouden. Onderstaand zijn de belangrijkste maten weergegeven, voor overige maatvoering wordt verwezen naar de meest recente ASVV. Voor parkeergarages wordt verwezen naar de NEN 2443:2013 ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’ voor zover het gaat om openbare parkeergarages, niet-openbare parkeergarages en stallingsgarages. Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen waaraan eisen worden gesteld: de parkeerplaats en de parkeerweg (die toegang biedt tot de parkeerplaats).
Parkeerplaats In onderstaande tabel staat de minimale maatvoering voor personenauto’s op of langs de weg of op een parkeerterrein, gebaseerd op de ASVV 2021 of diens vervanger. Voor gestoken parkeren wordt verwezen naar de meest recente versie van de ASVV. Type openbare parkeerplaats Haaksparkeren Langsparkeren (kopvak) Langsparkeren (tussenvak)
Breedte parkeervak 2,50 meter 2,00 meter 2,00 meter
Lengte parkeervak 5,13 meter 6,00 meter 5,50 meter
In de openbare ruimte wordt geen verschil gemaakt tussen lang parkeren en kort parkeren, omdat parkeerplaatsen vaak gebruikt worden door meerdere doelgroepen. Uitgangspunt is een ruime maatvoering zodat voldoende parkeercomfort wordt geboden zodat parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gebruikt. Voor parkeergarages geldt de NEN 2443:2013. Hierin wordt wel onderscheid gemaakt naar het gebruik van de parkeerplaatsen. In onderstaande tabel zijn enkel de haakse parkeervakken opgenomen. Voor overige indelingen wordt verwezen naar de NEN 2443:2013 of diens vervanger. Gebruik garageparkeerplaats Intensief openbaar gebruik (winkelcentra en stations) Algemene openbare parkeergarages Niet openbare of private stallingsgarages
Breedte parkeervak 2,50 meter
Lengte parkeervak 5,00 meter
2,40 meter 2,30 meter
5,00 meter 5,00 meter
Gehandicaptenparkeerplaats Gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zowel bij haaks-, als langsparkeren 3,5 meter breed te zijn of 3,0 meter als er een vrije uitstapstrook naast het parkeervak is. Ook dient een gehandicaptenparkeerplaats zo dicht mogelijk bij de hoofdentree gesitueerd te worden. De lengte van deze vakken is gelijk aan reguliere parkeerplaatsen.
Parkeerweg De breedte van de parkeerweg moet zodanig zijn dat de parkeermanoeuvre vloeiend en schadevrij kan worden uitgevoerd. Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder ruimte nodig. In onderstaande tabel staat de minimale breedte van de parkeerweg bij haaksparkeren, bij een parkeervakbreedte van 2,50 meter, gebaseerd op de ASVV 2021 en de NEN 2443:2013. Type parkeervak Haaksparkeren - openbare ruimte Haaksparkeren - parkeergarage langs-/ fileparkeren
Breedte parkeerweg 6,00 meter 5,50 meter 3,50 meter
Bijlage V – Aanwezigheidspercentages Doelgroep/Dagdeel Woningen bewoners
Werkdagochtend 60
Werkdagmiddag 60
Werkdagavond 90
Werkdagnacht 100
Koopavond1 80
Woningen bezoekers
40
50
75
0
70
Kantoor/bedrijven
100
100
5
0
Commerciële dienstverlening
100
100
5
0
Detailhandel
30
60
10
0
Vrijdag- Vrijdag- Zaterdagmiddag avond middag 70 70 75
Zaterdagavond 80
Zondagmiddag 75
100
100
90
60
100
5
60
0
0
0
0
75
100
5
02
0
0
100
3
0
60
3
75
60
60
Grootschalige detailhandel
30
60
70
0
80
60
70
100
0
04
Supermarkt
50
60
40
0
80
80
80
100
40
60
Sportfuncties binnen
50
50
100
0
100
40
100
100
100
75
Sportfuncties buiten
25
25
50
0
50
25
50
100
25
100
Bioscoop/theater/podium/enzovoort
5
40
50
0
50
40
100
40
100
40
Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau
100
100
10
0
10
75
0
0
0
0
Verpleeghuis/verzorgingstehuis
100
100
50
25
50
100
50
100
100
100
Ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers
100
100
40
5
40
100
40
40
40
40
Ziekenhuis medewerkers
100
100
40
10
40
100
40
20
20
20
5
30
40
80
0
80
60
90
70
100
40
Dagonderwijs
100
100
0
0
0
100
0
0
0
0
Avondonderwijs
0
0
100
0
100
0
100
0
0
0
Restaurant
1) Indien sprake van een traditionele koopavond 2) Indien op zaterdag open: 100% 3) Indien 's avonds open: 70% 4) Indien koopzondag: 100% 5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk
Bijlage VI – Rekenfactoren opritten en garages Het aanwezige parkeeraanbod op eigen terrein (garage, oprit) wordt niet altijd uniform vastgesteld. Soms wordt een garage als een volwaardige of halve parkeerplaats meegeteld bij het opstellen van de parkeerbalans. Onderstaand zijn de rekenfactoren weergegeven. De basis van het berekeningsaantal komt voort uit publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024' van het CROW. In het centrumgebied kan beargumenteerd afgeweken worden van deze getallen. Buiten het centrum kan dit i.v.m. het risico op overloop van parkeeroverlast naar andere gebieden niet. Parkeervoorziening Korte oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport Brede oprit zonder garage Garage zonder oprit (bij woning) Garagebox (niet bij woning) Garage met korte oprit Garage met lange oprit Garage met brede oprit
Theoretisch aantal 1
Berekeningsaantal 0,8
Opmerking
2
1,0
Oprit minimaal 12 meter diep
2
1,7
Oprit minimaal 5,5 meter breed
1
0,4
1
0,5
2
1,0
Oprit minimaal 6 meter diep
3
1,3
Oprit minimaal 12 meter diep
3
1,8
Oprit minimaal 5,5 meter breed
Oprit minimaal 6 meter diep
Bijlage VII – Loopafstanden De maximale loopafstanden zijn gebaseerd op richtlijnen van het CROW en aangevuld met gemeentelijke praktijkervaring. Voor fietsparkeerplaatsen geldt dat gebruikers hun fiets het liefst dicht bij de bestemming stallen; daarom zijn de afstanden relatief kort, zeker bij woningen. Voor autoparkeerplaatsen zijn langere afstanden acceptabel, vooral in centrumgebieden waar ruimte schaars is. In minder stedelijke gebieden en het buitengebied worden kortere loopafstanden gehanteerd, passend bij de ruimtelijke inrichting en gebruikersverwachting. Tabel 1 Maximale loopafstand in meters voor fietsparkeerplaatsen.
Functie Wonen Werken Winkelen Overig
Centrum 100 400 300 200
Schil centrum 50 200 150 100
Rest bebouwde kom 50 200 150 100
Buitengebied 50 200 150 100
Tabel 2 Maximale loopafstand in meters voor autoparkeerplaatsen.
Functie Wonen Werken Winkelen Overig
Centrum 500 800 600 400
Schil centrum 400 500 500 200
Rest bebouwde kom 150 300 300 150
Buitengebied 100 300 300 150
39
Bijlage VIII – Parkeerdruk meten In deze bijlage staat beschreven hoe de parkeerdruk in een gebied wordt gemeten. De parkeerdruk moet gemeten worden door een onafhankelijk bureau waar de gemeente goedkeuring voor geeft. Stem dit dus vooraf af. De parkeerdruk wordt uitgedrukt in een percentage dat de bezetting van het aantal beschikbare parkeerplaatsen weergeeft. Daarbij wordt eerst het gebied bepaald waarin het onderzoek zal plaatsvinden, dit heeft een relatie met de acceptabele loopafstanden. Vervolgens wordt het aantal (legale) parkeerplaatsen geteld, waarna op diverse tijdstippen de bezetting wordt geteld.
Afbakening gebied In Bijlage VII – Loopafstanden staat de acceptabele loopafstand voor diverse bestemmingen in verschillende gebieden. Binnen die afstand moet een oplossing voor het parkeren gevonden worden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de hoofdingang van een complex. Dit gebied wordt op een kaart aangegeven. Als er in het gebied een parkeerregime bestaat zijn de sectorgrenzen hiervan ook een harde grens. In dat geval kan er met de verkeerskundige overlegd worden voor de juiste grenzen.
Aantal parkeerplaatsen Vervolgens wordt het aantal geparkeerde auto’s geteld. Als er geen parkeervakken zijn aangeduid, wordt de straatlengte in meters gedeeld door zes meter (lengte parkeervak volgens Bijlage IV – Kwaliteitseisen autoparkeren). De straatlengte wordt gemeten tussen kruispunten en onderbrekingen (een plaats in een parkeerstrook voor bijv. een boom, speelplek, afvalcontainer of een uitrit). Ook mag vijf meter vanaf een bocht niet worden geparkeerd. Dit moet worden afgetrokken van de straatlengte. Als de deling leidt tot een getal achter de komma, dan wordt het aantal plaatsen naar beneden afgerond. Bij illegaal parkeren, zoals half op het trottoir, telt dit als overgebruik van de bestaande capaciteit. De bezettingsgraad kan hierdoor boven de 100% uitkomen. Dit betekent dat er dus meer geparkeerde auto's staan dan er parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Soms wordt half parkeren op het trottoir toegestaan. Als dit het geval is, is het van belang dat de plekken correct worden opgenomen in de afbakening van het gebied. Daarbij geldt de vuistregel: als gedeeltelijk op trottoir parkeren gedoogd wordt of is toegestaan, geldt dat zolang een brandweerauto door de straat kan rijden en een rolstoel/kinderwagen over het trottoir de auto kan passeren, het als acceptabel wordt beschouwd.
Aantal geparkeerde auto’s Bij deze berekening wordt uitgegaan van parkeerplaatsen en de auto’s die op deze plaatsen zijn geparkeerd. Afhankelijk in welk gebied de meting wordt uitgevoerd moet bekeken worden of parkeerplaatsen op een eigen terrein meegeteld dienen te worden of niet. Het gaat immers om de situatie die mensen tegenkomen als zij in een bepaalde straat of bepaald gebied willen parkeren. Ook auto’s op gehandicaptenparkeerplaatsen en nadere gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg tellen niet mee.
Tijdstippen van meting De metingen kunnen op verschillende momenten worden uitgevoerd en dienen vooraf afgestemd te worden met de verkeerskundige. Hierdoor kan de lokale situatie en de daarbij horende parkeerdruk het beste meegenomen worden. Uitgangspunt hierbij zijn minimaal 3 verschillende meetmomenten, die worden afgestemd met de verkeerskundige. Ook de exacte data worden afgestemd i.v.m. wegwerkzaamheden en evenementen. Voorbeelden van telmomenten die we vragen zijn: • • • • •
Doordeweekse ochtend 10.00-12.00 uur; Doordeweekse middag 13.00-15.00 uur; Doordeweekse avond/nacht 18:00-20.00 uur; Doordeweekse avond/nacht 22.00-00.00 uur; Koopavond 18.00-20.00 uur; 40
•
Zaterdagmiddag 13.00-15.00 uur.
De doordeweekse tellingen geven een beeld van de ‘normale parkeerdruk', vooral in woongebieden; de tellingen op koopavond en zaterdagmiddag geven een beeld van de tellingen tijdens de wekelijkse piekdrukte. De tellingen worden uitgevoerd buiten de vakantieperioden, tenzij anders overeengekomen met de verkeerskundige.
Parkeerdruk Onderstaand zijn de rekensommen weergegeven die aantonen of er restcapaciteit beschikbaar is in het onderzoeksgebied: 𝑃𝑎𝑟𝑘𝑒𝑒𝑟𝑑𝑟𝑢𝑘 𝑏𝑒𝑠𝑡𝑎𝑎𝑛𝑑 (%) =
het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie het aantal (legale) parkeerplaatsen huidige situatie
𝑃𝑎𝑟𝑘𝑒𝑒𝑟𝑑𝑟𝑢𝑘 𝑡𝑜𝑒𝑘𝑜𝑚𝑠𝑡 (%) =
parkeerbehoefte nieuwe situatie + het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie het aantal (legale) parkeerplaatsen huidige situatie
De verschillende tijdstippen kunnen een verschillende parkeerdruk opleveren. Immers: in de avond kunnen de parkeerplaatsen anders gebruikt worden dan overdag. Per tijdstip wordt de bestaande en toekomstige parkeerdruk bepaald. Dit betekent dat als op één van de gemeten tijdstippen de parkeerdruk boven de 70% uitkomt, er geen gebruik kan worden gemaakt van de restcapaciteit van parkeerplaatsen op acceptabele loopafstand van de ontwikkeling. Ook met de toevoeging van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling mag de parkeerdruk niet boven de 70% uitkomen. De 30% die theoretisch vrij is, is bedoeld voor zoekverkeer, excessen in de omgeving en andere ruimtelijke uitdagingen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld nieuwe verdeelstations van Enexis, vergroening tegen hittestress, wateropvang toevoegen, etc. De parkeerdruk wordt gemeten en vastgesteld over het gehele meetgebied. Het kan voorkomen dat in onafhankelijke sectoren binnen het gebied een lagere of hogere gemiddelde bezetting wordt gemeten. Uiteindelijk geldt het percentage over het gehele gebied in verband met het waterbedeffect dat optreedt bij parkeervraagstukken.
41
Bijlage IX – Voorbeeld invulling parkeerbalans Om duiding te geven aan het gebruik van deze Nota Parkeernormen is onderstaand een uitgebreid voorbeeld uitgewerkt. Hiermee wordt de te hanteren systematiek duidelijk. Hieronder staat het stroomschema waarmee de parkeervraag en het aanbod bepaald worden. Daarna volgt de uitwerking.
42
Fictieve situatie Een projectontwikkelaar wil in de schil van het centrum (binnen het gereguleerde gebied) een gemengd gebouw realiseren in een al bestaand pand. In het gebouw komen de volgende functies: • • • • • • •
12 huurappartementen (vrije sector, 75–100 m² BVO); 300 m² kantoorruimte zonder baliefunctie; 150 m² commerciële plint met horecagelegenheid (restaurant); Bestaand pand: een kantoor van 250 m² (zonder baliefunctie) wordt hergebruikt; Locatie ligt op 350 meter loopafstand van station Roosendaal; Er worden 2 deelauto’s aangeboden voor toekomstige bewoners; Er is beperkte ruimte op eigen terrein beschikbaar.
Stap 1 – Normatieve parkeerbehoefte Voor auto (gebruikersnorm): • 12 appartementen (huur, vrije sector, 75-100 m²): Norm bewoners = 0,70 per woning → 12 × 0,70 = 8,40 o Enkel bij woningen is de norm exclusief bezoek o Bezoekersaandeel woning: 0,10 per woning → 12 × 0,10 = 1,20 • Kantoor 300 m²: Norm = 1,55 / 100 m² → 300 / 100 × 1,55 = 4,65 o Bezoekersaandeel is 5% → 4,65 × 0,05 = 0,23 • Restaurant 150 m²: Norm = 5,0 / 100 m² → 150 / 100 × 5,0 = 7,50 o Bezoekersaandeel is 80% → 7,50 × 0,80 = 6,0 Totaal bruto: 8,4 + 1,2 + 4,65 + 7,50 = 21,75 autoparkeerplaatsen, waarvan 7,43 voor bezoek. Voor fiets (gebruikersnorm): • 12 appartementen (huur, vrije sector, 75-100 m²): Norm bewoners = 4,25 per woning → 12 × 4,25 = 51,0 o Enkel bij woningen is de norm exclusief bezoek o Bezoekersaandeel woning: 0,30 per woning → 12 × 0,30 = 3,60 • Kantoor 300 m²: Norm = 1,15 / 100 m² → 300 / 100 × 1,15 = 3,45 o Bezoekersaandeel is 5% → 3,45 × 0,05 = 0,17 • Restaurant 150 m²: Norm = 11,5 / 100 m² → 150 / 100 × 11,5 = 17,25 o Bezoekersaandeel is 80% → 17,25 × 0,80 = 13,8 Totaal bruto: 51,0 + 3,6 + 3,45 + 17,25 = 75,30 fietsparkeerplaatsen, waarvan 17,57 voor bezoek.
Stap 2 – Dubbelgebruik toepassen Aanwezigheidspercentages worden toegepast volgens maatgevende momenten: Auto: Maatgevend moment auto: zaterdagavond (hoogste gezamenlijke parkeerdruk): • • •
Wonen gebruikers zaterdagavond: 80% bezet → 8,40 × 80% = 6,72 o Wonen bezoekers zaterdagavond: 100% bezet → 1,2 × 100% = 1,20 Kantoor zaterdagavond: 0% bezet → 4,65 × 0% = 0 o Bezoekersaandeel is 5% → 0 × 0,05 = 0 Restaurant zaterdagavond: 100% bezet → 7,5 × 100% = 7,5 o Bezoekersaandeel is 80% → 7,50 × 0,80 = 6,0
Totaal parkeervraag maatgevende moment met dubbelgebruik = 6,72 + 1,20 + 0 + 7,5 = 15,42 autoparkeerplaatsen, waarvan 7,2 voor bezoek en dus 8,22 voor bewoners en werkers.
43
Fiets: Maatgevend moment auto: werkdag avond (hoogste gezamenlijke parkeerdruk) • • •
Wonen gebruikers werkdag avond: 90% bezet → 51,0 × 90% = 45,90 o Wonen bezoekers werkdag avond: 75% bezet → 3,60 × 75% = 2,70 Kantoor werkdag avond: 5% bezet → 3,45 × 5% = 0,17 o Bezoekersaandeel is 5% → 0,17 × 0,05 = 0 Restaurant werkdag avond: 80% bezet → 17,25 × 80% = 13,80 o Bezoekersaandeel is 80% → 13,80 × 0,80 = 11,04
Totaal parkeervraag maatgevende moment met dubbelgebruik = 45,9 + 2,70 + 0,17 + 13,8 = 62,57 fietsparkeerplaatsen, waarvan 13,74 voor bezoek en dus 48,83 voor bewoners en werkers. Hierbij dient aangemerkt te worden dat voor bezoek het maximaal aantal bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk dient te zijn. Dit geldt voor zowel autoparkeerplaatsen als fietsparkeerplaatsen. Het kan zijn dat deze maximale aantallen op een ander moment worden bereikt. Voor deze casus geldt dat voor autoparkeren het maatgevende moment ook het maatgevende moment is voor autobezoekers. Voor fietsparkeren geldt dat het maatgevende moment voor het aantal parkeerplaatsen op de werkdag avond is, terwijl dit voor bezoek op zaterdagavond is. Het aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen dient minimaal gelijk te zijn aan het maximale parkeerplaatsen voor bezoekers. Voor fietsers is dat hier 17,40, en niet de 13,74. De absolute maximale aantallen parkeerplaatsen kan gelijk blijven, maar het aandeel dat openbaar toegankelijk dient te zijn, is groter. Bewoners en werkers kunnen de openbaar toegankelijke aantallen eventueel ook gebruiken.
Stap 3 – Salderen bestaande functie Bestaand kantoor 250 m² in gebruik (zonder baliefunctie): Norm auto = 1,55 → 1,55 × 250 / 100 = 3,88 autoparkeerplaatsen. Norm fiets = 1,15 → 1,15 × 250 / 100 = 2,88 fietsparkeerplaatsen. Aanwezigheid auto zaterdagavond: 0% → 3,88 × 0% = 0. Aanwezigheid fiets werkdag avond: 5% → 2,88 × 5% = 0,14. Gesaldeerde autoparkeerplaatsbehoefte = 15,42 - 0 = 15,42 autoparkeerplaatsen. Gesaldeerde fietsparkeerplaatsbehoefte = 62,57 - 0,14 = 62,43 fietsparkeerplaatsen. De normatieve parkeerbehoefte bedraagt: 15,42 autoparkeerplaatsen en 62,43 fietsparkeerplaatsen. Voor de autoparkeerplaatsen wordt nog verder gerekend, dus daar wordt nog niet afgerond. De opties voor fietsparkeerplaatsen houden hier op, wat betekent dat er 63 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden, waarvan 18 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers.
Stap 4 – Stationscorrectie Het plan ligt binnen 500 meter van station → 25% reductie op alle functies. Auto: 8,22 × 0,25 = 2,055 autoparkeerplaatsen. Autobezoek: 7,2 × 0,25 = 1,8 autoparkeerplaatsen. Samen betekent dit een stationscorrectie van 3,855 autoparkeerplaatsen. De parkeerbehoefte na stationscorrectie bedraagt voor bewoners: 8,22 – 2,055 = 6,165 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte na stationscorrectie bedraagt voor bezoekers: 7,2 – 1,8 = 5,4 parkeerplaatsen. Samen betekent dit een parkeerbehoefte na de stationscorrectie van 11,565 parkeerplaatsen.
44
Stap 5 – Alternatieve vervoersconcepten Er worden 2 deelauto’s gerealiseerd binnen de ontwikkeling, in schil centrum (met parkeerregulering). Deze locatie geeft een plafondkorting van maximaal 15% van de parkeerbehoefte. De autodeelcorrectie kan alleen worden toegepast op bewoners van de woonfunctie. Zoals aangetoond in stap 2 zijn er op het maatgevende moment 6,72 parkeerplekken benodigd voor bewoners van de woningen. 6,72 parkeerplaatsen × 15% = 1,008 parkeerplaatsen (correctieplafond). De ontwikkelaar stelt 2 deelauto’s beschikbaar. De nota stelt dat 1 deelauto in het centrum maximaal 4 autoparkeerplaatsen vervangt; een correctie van 3 parkeerplaatsen per deelauto. De werkelijke correctie bedraagt: 2 deelauto’s × 3 parkeerplaatsen = 6 parkeerplaatsen correctie. Dit is meer dan het plafond. Het plafond is dus de maat voor de correctie. De parkeerbehoefte na deelautocorrectie bedraagt voor bewoners: 6,165 – 1,008 = 5,157 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte na deelautocorrectie voor bezoekers blijft gelijk en is 5,4 parkeerplaatsen. Samen betekent dit een parkeerbehoefte na de stationscorrectie en deelautocorrectie van 10,557 parkeerplaatsen. Afgerond betekent dit een gecorrigeerde parkeerbehoefte van 11 autoparkeerplaatsen.