CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 8 Soortgericht vervolg.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar24.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7

2.2.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

De inventarisaties naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Hierbij zijn de aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden op kaart ingetekend. Deelgebied 11 is separaat onderzocht op de aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden conform het Vleermuisprotocol 20173. Hiertoe zijn twee inventarisaties uitgevoerd in de periode 15 april – 1 oktober 2020, waarvan er één in de kraamperiode is uitgevoerd.

2.3

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek.

Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep Activiteit

Weersomstandigheden

Deelgebied

27-02-2020 12:00 – 13:00 Vleermuizen Boomholte inspectie

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 10 °C

10

05-05-2020 21:12 – 23:12 Vleermuizen Vliegroutes en foerageergebieden

Half bewolkt, windkracht 3, 10 °C

11

15-05-2020 21:28 – 23:28 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Licht bewolkt, windkracht 2, 10 °C

2, 4, 7, 8, 9

16-05-2020 21:29 – 23:29 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Half bewolkt, windkracht 2, 10 °C

10

10-06-2020 19:58 – 22:28 Vogels

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 16 °C

1 t/m 3, 5 t/m 9

10-06-2020 21:58 – 23:58 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 14 °C

1, 3, 5, 6

11-06-2020 03:25 – 05:25 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Zwaar bewolkt, windkracht 2, 11 °C

1, 3, 5, 6

22-06-2020 20:03 – 22:33 Vogels

Gierzwaluw

Gierzwaluw

Vrijwel onbewolkt, windkracht 2, 18 °C 3

22-06-2020 22:03 – 00:03 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Vrijwel onbewolkt, windkracht 2, 16 °C 2, 4 23-06-2020 03:25 – 05:25 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Licht bewolkt, windkracht 2, 12 °C

2, 4

23-06-2020 20:03 – 22:33 Vogels

1, 2, 5 t/m 9

Gierzwaluw

Licht bewolkt, windkracht 2, 23 °C

23-06-2020 22:03 – 00:03 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Licht bewolkt, windkracht 2, 21 °C

7, 8, 9

24-06-2020 02:55 – 05:25 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Zwaar bewolkt, windkracht 3, 17 °C

10

24-06-2020 03:25 – 05:25 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Zwaar bewolkt, windkracht 3, 17 °C

7, 8, 9

09-07-2020 19:58 – 22:28 Vogels

1, 2, 3

Gierzwaluw

Geheel bewolkt, windkracht 3, 18 °C

09-07-2020 21:58 – 23:58 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Geheel bewolkt, windkracht 3, 16 °C

1, 3

10-07-2020 19:57 – 22:27 Vogels

5 t/m 9

Gierzwaluw

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 3, 16 °C

10-07-2020 21:57 – 23:57 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Half tot zwaar bewolkt, windkracht 3, 14 °C

5, 6

19-08-2020 00:00 – 02:00 Vleermuizen Winterverblijfplaatsen (zwermgedrag)

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 16 °C

1 t/m 9

19-08-2020 04:05 – 06:35 Vleermuizen Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 14 °C

10

19-08-2020 04:35 – 06:35 Vleermuizen Vliegroutes en foerageergebieden

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 14 °C

11

08-09-2020 21:12 – 23:12 Vleermuizen Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen

Geheel bewolkt, windkracht 2, 17 °C

09-09-2020 00:00 – 02:00 Vleermuizen Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen Winterverblijfplaatsen (zwermgedrag)

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 15 °C

1 t/m 9

09-09-2020 05:08 – 07:08 Vleermuizen Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 12 °C

2, 4, 5, 7, 9

1, 3, 6, 8, 10

3 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

8

3

RESULTATEN

3.1

GIERZWALUW Tijdens het onderzoek naar de gierzwaluw zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw vastgesteld. Er zijn in het projectgebied enkele passerende en foeragerende individuen van de gierzwaluw waargenomen. Eenmalig is een gierend individu waargenomen bij deelgebied 3. Er is hierbij geen binding met de bebouwing in het projectgebied vastgesteld. De resultaten van het onderzoek naar de gierzwaluw zijn in bijlage 2 op kaart weergeven. 3.2

VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn individuen van de baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 3 zijn de resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.2.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

Binnen het projectgebied zijn in totaal acht zomerverblijfplaatsen en drie kraamverblijfplaatsen aangetroffen. Buiten het projectgebied is één kraamverblijfplaats aangetroffen. Alle aangetroffen verblijfplaatsen zijn verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Eén van de aangetroffen zomerverblijfplaatsen bevindt zich in deelgebied 3 (zie bijlage 3). Het betreft een zomerverblijfplaats van één individu van de gewone dwergvleermuis. De verblijfplaats bevindt zich in de spouwmuur aan de zuidwestgevel van de Huijbergseweg 24 (zie bijlage 5). Er zijn drie zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in deelgebied 5 (zie bijlage 3). De drie verblijfplaatsen bevinden zich in het woonhuis van de Huijbergseweg 34. Twee van de aangetroffen verblijfplaatsen bevinden zich aan de zuidgevel van het woonhuis. Aan de zuidgevel is een zomerverblijfplaats van één individu van de gewone dwergvleermuis achter het raamluik aangetroffen. Een andere zomerverblijfplaats van één individu van de gewone dwergvleermuis is onder de daklijst aangetroffen (zie bijlage 5). Eén zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen aan de westgevel van het woonhuis. De zomerverblijfplaats bevindt zich onder de dakpan ter hoogte van de nok (zie bijlage 5).

In deelgebied 6 is een kraamverblijfplaats van tenminste 14 individuen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen (zie bijlage 3). Een deel van de kraamkolonie uit deelgebied 7 is tijdens de inventarisatierondes in de nacht van 23 op 24 juni verplaatst naar de kraamverblijfplaats in deelgebied 6. De kraamverblijfplaats bevindt zich achter de nokpan en nabijgelegen dakpannen aan de zuidwestgevel van de schuur van Plantagebaan 85 (zie bijlage 5). Er is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in deelgebied 6 (zie bijlage 3). De zomerverblijfplaats bevindt zich aan de zuidgevel van de Plantagebaan 85. Het betreft een zomerverblijfplaats van één individu van de gewone dwergvleermuis. De verblijfplaats bevindt zich onder de bovenste dakpan ten oosten van de schoorsteen (zie bijlage 5). In deelgebied 7 zijn twee kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig (zie bijlage 3). Eén van de twee aangetroffen kraamverblijfplaatsen bevindt zich aan de noordgevel van de Plantagebaan 83. De kraamverblijfplaats was in gebruik door minimaal 61 individuen van de gewone dwergvleermuis. De verblijfplaats bevindt zich achter de nokpan en nabijgelegen dakpannen (zie bijlage 5). De andere aangetroffen kraamverblijfplaats bevindt zich achter de nokpan aan de zuidgevel van de Plantagebaan 83.

Het betreft een kraamverblijfplaats van tenminste 51 individuen van de gewone dwergvleermuis (zie bijlage 5). Gedurende de verschillende inventarisatierondes in het kraamseizoen is op drie verschillende locaties in deelgebied 6 en 7 gebruik als kraamverblijfplaats vastgesteld. Op basis van de waarnemingen kan worden geconcludeerd dat de waargenomen kraamverblijfplaatsen behoren tot dezelfde kraamkolonie. In deelgebied 8 zijn drie zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in het woonhuis van Plantagebaan 81 (zie bijlage 3). Twee van de aangetroffen zomerverblijfplaatsen bevinden zich aan de noordgevel van het woonhuis (zie bijlage 5). Eén van de zomerverblijfplaatsen aan de noordgevel bevindt zich achter de nokpan. De andere zomerverblijfplaats aan de noordgevel bevindt zich zes dakpannen richting het Oosten (zie bijlage 5). Er is een zomerverblijfplaats van één individu aan de zuidgevel van Plantagebaan 81 aangetroffen. De verblijfplaats aan de zuidgevel bevindt zich achter de nokpan.

9

In de overige deelgebieden zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen aangetroffen. Tijdens het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Daarnaast is één passerend individu van de baardvleermuis waargenomen. Buiten het projectgebied aan de Krekelberg 23 nabij deelgebied 4 is een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen.

3.2.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

Binnen het projectgebied zijn vijf baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. In elk van de deelgebieden 3, 5, 6, 8 en 9 is één baltsterritorium aangetroffen (zie bijlage 3). Een baltsterritorium is een plaats waar een mannelijke vleermuis herhaaldelijk baltst om vrouwelijke vleermuizen te lokken naar een paarverblijfplaats om te paren. De aanwezigheid van een baltsterritorium duidt op de aanwezigheid van een paarverblijfplaats in de directe omgeving waarvan de exacte locatie onbekend is. In deelgebied 3 is een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis direct naast de Huijbergseweg 24 aangetroffen. Direct naast het baltsterritorium is een zomerverblijfplaats aanwezig. Naar verwachting wordt de zomerverblijfplaats ook gebruikt als paarverblijfplaats. In deelgebied 5 is een baltsterritorium aangetroffen tussen de bebouwing van Huijbergseweg 34. Aan twee andere gevels van het gebouw waarnaast het baltsterritorium aangetroffen is, zijn in totaal drie zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Naar verwachting wordt één van deze zomerverblijfplaatsen tevens gebruikt als paarverblijfplaats. In deelgebied 6 is een baltsterritorium vastgesteld tussen de schuur en het woonhuis van Plantagebaan 85. Aan de nabijgelegen gevel van het woonhuis is een zomerverblijfplaats aangetroffen en aan de nabijgelegen gevel van de schuur een kraamverblijfplaats.

Naar verwachting wordt één van de twee aangetroffen verblijfplaatsen gebruikt als paarverblijfplaats. In deelgebied 8 is een baltsterritorium vastgesteld aan de noordgevel van de Plantagebaan 81. Aan deze gevel zijn twee zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Naar verwachting wordt één van de twee zomerverblijfplaatsen gebruikt als paarverblijfplaats. In deelgebied 9 is een baltsterritorium vastgesteld ten oosten van het woonhuis van Plantagebaan 79 (zie bijlage 3). De bijbehorende paarverblijfplaats is te verwachten in de oostgevel van Plantagebaan 79. Buiten het projectgebied ten zuiden van deelgebied 4 is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen aan de zuidoostzijde van de Huijbergseweg 35 (zie bijlage 3). Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen zijn passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Daarnaast is één passerend individu van de franjestaart waargenomen.

3.2.3

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

Tijdens het onderzoek naar winterverblijfplaatsen zijn geen zwermende individuen van vleermuissoorten of andere indicaties van de aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats aangetroffen. De aangetroffen zomer, kraam-, en paarverblijfplaatsen kunnen onder geschikte weersomstandigheden als winterverblijfplaats gebruikt worden. Tijdens het onderzoek naar winterverblijfplaatsen zijn passerende en foeragerende individuen van de franjestaart, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen.

3.2.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

Tijdens het onderzoek naar vliegroutes en foerageergebieden zijn essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis en de watervleermuis aangetroffen. Rondom deelgebied 6 en 7 zijn groenstructuren aanwezig welke een essentieel foerageergebied vormen voor de gewone dwergvleermuis. Met name in de kraamperiode is het foerageergebied van belang vanwege het intensieve gebruik door de aanwezige kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis. Ten noorden van deelgebied 11 bevindt zich de Tolbergvijver. Dit waterelement is een essentieel foerageergebied van de watervleermuis. Gebruik door meerdere individuen van de watervleermuis is gedurende de gehele onderzoeksperiode vastgesteld (zowel in het kraamseizoen als het paarseizoen). In de omgeving zijn geen vergelijkbare foerageergelegenheden voor de watervleermuis aanwezig. Overvliegende individuen van de watervleermuis zijn in en rondom deelgebieden 1 tot en met 5 waargenomen. Hierbij is, afhankelijk van de locatie, gebruik als vliegroutes van 2 – 5 individuen van de watervleermuis waargenomen. De vliegroutes richting en vanaf het foerageergebied zijn essentieel voor de watervleermuis. De vliegroutes van de watervleermuis zijn, 10

tijdens meerdere inventarisatierondes, aangetroffen langs de Bulkenaarsestraat ter hoogte van deelgebied 1 en 2, langs de Huijbergseweg ter hoogte van deelgebied 3 en 4 en langs de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg ter hoogte van deelgebied 5 (zie bijlage 3). De individuen van de watervleermuis gebruiken naar verwachting de aanwezige lijnvormige elementen in de vorm van opstaande gewassen langs de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg. Van de gewone dwergvleermuis zijn drie vliegroutes vastgesteld. Eén van deze vliegroutes bevindt zich ten zuidoosten van deelgebied 4. Langs de vliegroute zijn ten minste 15 individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen vanaf de Huijbergeseweg naar de zuidoostelijk gelegen woonwijk waar een kraamverblijfplaats aangetroffen is (zie bijlage 3). De vliegroute is niet essentieel vanwege de vele alternatieve vliegroutes die individuen van de gewone dwergvleermuis kunnen volgen om vanaf de kraamverblijfplaats naar de nabijgelegen foerageergebieden te komen. Langs de drie bomen van deelgebied 10 en de daaraan grenzende greppel is een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. De vliegroute is essentieel vanwege de afwezigheid van alternatieve vliegroutes. Langs de bomenrij in deelgebied 11 is een vliegroute van 25 individuen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen.

De vliegroute loopt vanaf de Thorbeckelaan tot het deelgebied waar het aansluit op het foerageergebied. De vliegroute is niet essentieel vanwege de alternatieve vliegroutes tussen de woonwijk en het foerageergebied. Langs groenstructuren in de verschillende deelgebieden zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. De waargenomen foerageergebieden zijn niet essentieel vanwege de vele alternatieve foerageermogelijkheden in de omgeving.

3.3

OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens verschillende inventarisaties zijn passerende individuen van de bunzing waargenomen nabij deelgebieden 3 en 8 (zie bijlage 4). Er zijn tijdens verschillende inventarisaties verspreid over het projectgebied roepende individuen van de steenuil waargenomen. Dit betreft waarnemingen nabij deelgebieden 1, 3 en 5. Dit kan duiden op de aanwezigheid van één of meerdere territoria van de steenuil en kleine marterachtigen. Buiten het projectgebied zijn foeragerende individuen van de huismus waargenomen. Naar alle bovengenoemde soorten is geen onderzoek verricht. De aangetroffen resultaten kunnen enkel als indicatie voor een vervolgonderzoek gebruikt worden. 3.4

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies in het projectgebied Wet Nederlandse Wetenschappelijke natuurbescherming naam naam Artikel 3.5, HR IV Gewone Pipistrellus dwergvleermuis pipistrellus

Functie

Deelgebied 3, 5, 6, 8 en 9 6 en 7 6 en 7 4, 10 en 11 3, 5, 6, en 8 1 t/m 10

Artikel 3.5, HR IV

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Baltsterritorium Kraamverblijfplaatsen Foerageergebied (essentieel) Vliegroute (essentieel) Zomerverblijfplaatsen Foerageergebied (niet essentieel)

Artikel 3.5, HR IV

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Foerageergebied (niet essentieel)

1 t/m 7, 10 en 11

Artikel 3.5, HR IV

Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Pipistrellus nathusii

Foerageergebied (niet essentieel)

1 t/m 11

Myotis daubentonii

Foerageergebied (niet essentieel) Vliegroutes (essentieel)

1 t/m 5 en 11

Artikel 3.5, HR IV

Buiten het projectgebied ten noorden van deelgebied 11 is essentieel foerageergebied van de watervleermuis aanwezig. Dit betreft de Tolbergvijver.

11

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIE Er zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw aanwezig in het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn in totaal acht zomerverblijfplaatsen en drie kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Hiervan is één kraamverblijfplaats aangetroffen in deelgebied 6 en zijn twee kraamverblijfplaatsen in deelgebied 7 aangetroffen. Eén van de aanwezige zomerverblijfplaatsen is aangetroffen in deelgebied 3. Er zijn drie zomerverblijfplaatsen aangetroffen in deelgebied 5. In deelgebied 6 is één zomerverblijfplaats aangetroffen. Er zijn in deelgebied 8, drie zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Er zijn vijf baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis vastgesteld waarvan de bijbehorende paarverblijfplaats zich in het projectgebied bevindt. De baltsterritoria zijn aangetroffen in deelgebieden 3, 5, 6, 8 en 9. De exacte locaties van de bijbehorende paarverblijfplaatsen zijn niet vastgesteld. De aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen onder geschikte omstandigheden in gebruik zijn als winterverblijfplaats. Er zijn drie vliegroutes van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Er zijn twee essentiële foerageergebieden aangetroffen welke gebruikt worden door individuen van de gewone dwergvleermuis en de watervleermuis. Hiervan is één essentieel foerageergebied binnen het projectgebied.

Dit betreft de groenstructuren rondom deelgebieden 6 en 7 welke een essentieel foerageergebied vormen voor de aangetroffen kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis. Het waterelement ten noorden van deelgebied 11 is essentieel foerageergebied voor de watervleermuis. Dit betreft de Tolbergvijver. Vanaf de Tolbergvijver zijn vliegroutes aanwezig langs de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg. De vliegroutes zijn essentieel voor de watervleermuis om het foerageergebied ten noorden van deelgebied 11 te bereiken. Tijdens onderzoek naar vleermuizen zijn passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn roepende individuen van de steenuil tijdens verschillende inventarisaties waargenomen. Tijdens het onderzoek naar vleermuizen zijn individuen van de bunzing waargenomen. Buiten het projectgebied is één kraamverblijfplaats en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Ten zuiden van deelgebied 5 zijn enkele foeragerende individuen van de huismus waargenomen.

12

Bijlage 1: Kaart deelgebieden

13

Bijlage 2: Kaart resultaten gierzwaluwonderzoek

14

15

16

Bijlage 3: Kaart resultaten vleermuisonderzoek

17

18

19

20

21

22

Bijlage 4: Kaart overige waarnemingen

23

24

25

Bijlage 5: Foto’s van verblijfplaatsen

Afbeelding 1: Zomerverblijfplaats deelgebied 3

Afbeelding 2: Zomerverblijfplaatsen deelgebied 5

Afbeelding 3: Zomerverblijfplaats deelgebied 5

Afbeelding 4: Zomerverblijfplaats deelgebied 5

Afbeelding 5: Zomerverblijfplaats deelgebied 6

Afbeelding 6: Kraamverblijfplaats deelgebied 6

26

Afbeelding 7: Kraamverblijfplaats deelgebied 7

Afbeelding 8: Kraamverblijfplaats deelgebied 7

Afbeelding 9: Zomerverblijfplaatsen deelgebied 8

27

Datum: N21004 Datum:10-09-2020 07-09-2020 Rapportnr.: Rapportnr.: 20016

Steenuil onderzoek Bulkenaar, Roosendaal

Aan: Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Projectnummer Arcadis: 30068487 Onderzoeksopzet Uitgangspunt voor het steenuilonderzoek is het meest actuele BIJ12 Kennisdocument en het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus. Van grofweg februari t/m mei zijn er 4 bezoeken uitgevoerd in de avond/nacht. Steenuilen zijn zowel op zicht als op gehoor geïnventariseerd. Tevens is er bij ieder bezoek gezocht naar braakballen of andere sporen. In een paar gevallen is er bij het 3e en 4e bezoek een steenuilengeluid geluid afgespeeld (baltsroep en contactroep), enkel bij locaties waarover nog niet voldoende zekerheid bestond over de aan/afwezigheid van steenuilen. Deze methode (geluid afspelen)is echter zeer terughoudend gebruikt om te voorkomen dat dit invloed had op de vestiging van territoria. Vanwege de omvang van het plangebied is het onderzoek op de fiets uitgevoerd. Zodoende was het mogelijk om snel grote afstanden te overbruggen en tegelijkertijd steenuilen op gehoor te blijven monitoren. Op strategische plekken is voor langere tijd gepost en geobserveerd. Het onderzoek is uitgevoerd vanaf de openbare weg/terrein, privé terreinen zijn niet betreden. Overzicht veldbezoeken

Datum

Tijd begin

26-2-2021 31-3-2021 30-4-2021 5-5-2021

18:00 19:30 20:00 20:00

Tijd Eind 23:15 23:30 23:30 23:30

Type onderzoek Steenuil Steenuil Steenuil Steenuil

Temp (°C) 12-6 17-13 9-5 9-6

Wind (Bft) NW1 NO1 N1 W2

Bewolking 1/8 2/8 1/8 6/8

Neerslag geen geen geen 1 bui*

Tabel 1: Overzicht alle veldbezoeken en weersomstandigheden. *Dit betrof een korte hevige bui van 21:50 tot 22:10, tijdens de regen kon men niet inventariseren, maar verder negatief effect van de regen was er niet. Integendeel, door de regen kunnen wormen aan de oppervlakte komen. Regenwormen zijn geliefd voedsel van de steenuil, waardoor een extra kans ontstond om steenuilen waar te nemen die hierop foerageerden.

Resultaten In de omgeving van het plangebied zijn 4 steenuilterritoria aangetroffen (Zie Afb. 1). Locatie A en C betreft steenuilen die zijn waargenomen bij nestkasten. Locatie B en D zijn steenuilen die zijn waargenomen op oude schuren. De steenuilen zijn enkel waargenomen op de erven waar de verblijfplaatsen zijn gelegen (nestkasten of gebouwen). Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen steenuilen waargenomen. De nestlocatie/verblijfplaats van de territoria bevind zich op/aan de erven van: • • • •

Locatie A: Plantagebaan 109 Locatie B: Spuitendonksestraat 7 Locatie C: Oostlaarsestraat 5 Locatie D: Bulkenaarsestraat 2

1

Steenuilonderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Analyse De steenuil is een echte erfvogel van kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. Zij foerageren op korte afstand van de verblijfplaats op insecten, wormen en muizen. De territoriumgrootte van een steenuil kan sterk verschillen en is o.a. afhankelijk van voedselaanbod en de leeftijd van de steenuil (jonge vogels hebben grotere territoria). Gebruikelijk variëren deze territoria tussen 5-30 ha., een gemiddelde territorium is 12 ha. groot. 1 Ter illustratie van de territoria is daarom op onderstaande kaart een cirkel met een straal van 200m rondom de nest/verblijfplaatsen ingetekend, deze cirkel heeft een oppervlakte van 12 ha. Het is aannemelijk dat het voornaamste leefgebied van de steenuil, dan wel belangrijke habitatelementen, zich binnen deze zone van 200 m bevinden.

Afbeelding 1: Steenuilterritoria rondom het plangebied.

Enkel voor territorium D geldt dat het territorium van de steenuil overlapt met het plangebied. De overige territoria liggen te ver van het plangebied af en de meest nabijgelegen delen van het plangebied zijn ongeschikt als foerageerhabitat (kale akkers zonder uitkijkpunten). Ten aanzien van territoria D geldt dat met name het erf van de Bulkenaarsestraat 3 en – in iets mindere mate – het erf van de Bulkenaarse straat 1 geschikt foerageerhabitat herbergen: rommelige schuurtjes, oude hekjes met verruigde graslandjes, fruitbomen en een paardenweide. Hoewel er tijdens het onderzoek geen steenuilen zijn waargenomen op deze 1

BIJ12 Kennisdocument Steenuil. Versie 1.0, juli 2017 https://www.steenuil.nl/steenuil/leefgebied

2

Steenuilonderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

erven wordt aangenomen dat deze terreinen zeker behoren tot het functioneel leefgebied. Dit vanwege de korte afstand tot de verblijfplaats en de geschiktheid als foerageerhabitat. Tot het functionele leefgebied van territorium D behoort zeer waarschijnlijk ook het talud aan weerszijden van de snelweg (kruidenrijke berm met een laag hek met houten paaltjes), het graslandperceel ten noorden en de half-open parkzone langs de Tolbergvijver (zie groene arcering op onderstaande afbeelding).

Afbeelding 2: Territorium D. Potentieel geschikt foerageerhabitat in de omgeving van de verblijfplaats is groen gearceerd.

Naast de geschiktheid van delen van het plangebied dient ook benadrukt te worden dat grote delen van het plangebied totaal ongeschikt zijn als foerageerhabitat voor de steenuil. Een geschatte 90% van het plangebied bestaat uit grote intensief bewerkte akkers. Met name in het voorjaar zijn deze akkers volledig kaal (zie Afb. 3). De afwezigheid van paaltjes vanwaar de steenuil kan jagen maken dit terrein ongeschikt als foerageerhabitat. De luchtfoto van Google Maps (zie Bijlage I) geeft een betere indruk van het landgebruik in het voorjaar dan bovenstaande kaarten.

3

Steenuilonderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Afbeelding 3: Grote delen van het plangebied zien er in het voorjaar als volgt uit: kale geploegde akkers, ook uitkijkpunten zijn niet aanwezig op deze percelen.

Conclusies Van de vier steenuilterritoria rondom het plangebied is er één situatie (Territorium D, Bulkenaarsestraat 2) waar de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de steenuilen. Of er sprake is van negatief effect hangt af van de exacte ontwikkeling op en om deze locatie. Echter, het overgrote deel van het plangebied is niet of zeer marginaal geschikt voor steenuilen. Wanneer hier meer kleinschalige gevarieerde landschapselementen worden aangelegd kan dit juist een positief effect hebben op de lokale steenuilpopulatie.

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht

4

Steenuilonderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Bijlage I

Luchtfoto uit het voorjaar van Google Maps. De steenuillocaties zijn met een rood-witte stip aangeduid. Hier is te zien dat deze territoria zich bevinden op locaties waar jaarrond geschikt foerageerhabitat aanwezig is (zoals groene erven, grasland en natuurlijke terreinen).

5

Datum: N20016 Datum:10-09-2020 07-09-2020 Rapportnr.: Rapportnr.: 20016

Soortgericht onderzoek

Bulkenaar, Roosendaal

Aan: Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Projectnummer Arcadis: C05024. 418437.0622 Samenvatting resultaten Van 31-03-2020 t/m 23-07-2020 is er ecologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied genaamd Bulkenaar, te Roosendaal. Dit zijn de resultaten per onderzochte soort(groep): • • • • •

marteronderzoek: wezel, bunzing en steenmarter zijn aangetroffen. huismusonderzoek: geen nesten van huismus in plangebied (wel langs de grens van plangebied) roofvogels: nest van buizerd en nest van sperwer in de directe omgeving van het plangebied, op beide nesten is succesvol gebroed met 2 vliegvlugge jongen. grote modderkruiper: niet aanwezig alpenwatersalamander: grote aantallen zijn aanwezig in poel bij de kruising van de Huijbergseweg en Bulkenaarsestraat (poel A op Afb. 1).

Overzicht veldbezoeken Datum

Tijd begin

Tijd Eind

31-3-2020

10:00

15:00

6-4-2020

9:00

20:00

17-4-2020

6:45

12:45

27-4-2020

13:00

15:30

7-5-2020

6:00

19:00

21-5-2020

5:42

13:00

22-5-2020

9:00

14:00

3-6-2020

16:00

19:30

10-6-2020

7:30

11:00

12-6-2020

14:00

18:00

19-6-2020

5:00

10:00

25-6-2020

7:00

9:45

1-7-2020

15:00

16:45

23-7-2020

9:00

11:30

Temp (°C)

Wind (Bft)

Bewolking

Neerslag

6-9

O2

0/8

geen

10-20

W2

1/8

één kort buitje

7-16

NO2

1/8

geen

19-21

NO2

1/8

geen

6-22

O1

0/8

geen

9-25

ZW2

2/8

geen

13-22

ZW2-4

7/8

Af en toe lichte miezer

21-18

NW3

4/8

geen

Huismus, Roofvogels

10-16

NO1

5/8

geen

Marters (ophalen materiaal)

22-17

O3

5/8

af en toe een buitje

11-16

ZW2

4/8

geen

19-14

ZO2

1/8

geen

19

W3

7/8

geen

13-19

ZW2

6/8

geen

Type onderzoek Gebiedsverkenning, Huismusonderzoek Marters (plaatsen materiaal), Huismus, Roofvogels Marters (controleren materiaal), Huismus, Roofvogels Marters (controleren materiaal), Huismus Marters (verplaatsen onderzoeksmateriaal), Huismus, Roofvogels Marters (controleren materiaal), Huismus, Roofvogels Marters (controleren materiaal), Huismus, Roofvogels, Amfibieën en vissen Marters (controleren materiaal), Amfibieënonderzoek

Marters (doorloop), Huismus, Roofvogels Marters (doorloop), Huismus, Roofvogels Marters (doorloop), Huismus, Roofvogels Marters (doorloop), Huismus, Roofvogels

Tabel 1: Overzicht alle veldbezoeken en weersomstandigheden.

1

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Overzichtskaart belangrijke elementen

Afbeelding 1: Overzichtskaart van het projectgebied, de uitgelichte elementen worden nader beschreven in de toelichtingen per soortgroep.

Toelichting marteronderzoek De doelsoorten van het marteronderzoek waren steenmarter, hermelijn, wezel en bunzing. Het eerste veldbezoek is gebruikt om het terrein te verkennen en te bepalen wat de meest geschikte plekken waren om het onderzoeksmateriaal uit te zetten. Aangezien er geen toestemming was om het onderzoek op de agrarische terreinen uit te voeren, bleven de openbare groengebiedjes, bermen buiten het agrarisch gebied en particuliere terreinen over. Hier zijn zeven geschikte onderzoekslocaties geselecteerd. Enkele van deze gebieden zijn slechts gedeeltelijk in het plangebied gelegen. Er is gepoogd om het onderzoeksmateriaal op deze locaties zo veel mogelijk binnen de grenzen van het plangebied te plaatsen, maar dit was niet altijd mogelijk. Bij het onderzoek naar marters is de precieze plaatsing van het onderzoeksmateriaal namelijk van groot belang voor het resultaat: er dient rekening gehouden te worden met interessante landschapselementen, geleidende structuren, bottlenecks (e.g. een brug, smalle houtwal, etc.) en diefstalgevoeligheid. Deze factoren zijn doorslaggevend geweest bij het plaatsen van het onderzoeksmateriaal.

Daarnaast valt redelijkerwijs aan te nemen dat de marters gebruik maken van het groengebiedje als geheel en niet uitsluitend voorkomen op de plek waar zij zijn waargenomen door een camera, alle waarnemingen in dit groengebiedje zijn daardoor relevant. De particuliere terreinen waar geen onderzoek naar marters is uitgevoerd waren niet geschikt (geen geschikt habitat) en/of de bewoners wilden geen medewerking verlenen aan het onderzoek. Korte beschrijving onderzoekslocaties: •

Locatie 1 – Lus snelweg: De lus van de op- en afrit van deze snelweg wordt gekenmerkt door een vochtige kruidenvegetatie met een extensief maaibeheer. Er bevinden zich enkele lange greppels en kleine wilgenopstanden op het terrein.

2

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

• •

• • • •

Locatie 2 – Bosperceel: Een gemengd beuken-eikenbos met een open ondergroei, naar het zuiden toe wordt de vegetatie dichter en meer struweel-achtiger, aan het zuiden van de bosrand bevindt zich een half open ruigtevegetatie met enkele kleine bosjes. Locatie 3 – Berm en sloot langs snelweg: Deze locatie is het meest representatief voor het agrarisch gebied. Doordat de wegberm en de sloot kadastraal gezien niet tot de akkers behoren was het hier echter wèl mogelijk om onderzoeksmateriaal uit te zetten. De sloot heeft de tweede helft van het onderzoek droog gestaan, hetgeen juist een mooie corridor creëerde voor zoogdieren (en de modder functioneerde als sporenbed). Locatie 4 – Particuliere woning: Deze woning en bijbehorende opstallen werden gerenoveerd ten tijde van het onderzoek. Op het terrein zijn enkele interessante rommelhoekjes, een houthok, en aan de noordzijde worden enkele schapen gehouden. Locatie 5 – Particuliere woning: Een nieuwe moderne woning, de tuin is vrij strak en kaal (gazon), maar rondom het terrein bevindt zich een houtwal met zowel loof- als naaldhout en ruiger begroeide hoekjes. Locatie 6 – Particuliere woning: Een traditionele woning met dakpannen en een groene tuin met een kleine boomgaard en diverse hobbydieren waaronder kippen, ganzen en 3 ezeltjes.

Locatie 7 – Woonboerderij met paarden: Een oude vervallen woonboerderij, op het terrein zijn zeer veel oude vervallen schuurtjes, houtstapels en andere rommelhoekjes aanwezig. Alleen aan de westzijde van dit materiaal kon onderzoeksmateriaal worden uitgezet, aan de oostzijde van het terrein lopen paarden welke het onderzoeksmateriaal waarschijnlijk niet ongemoeid hadden gelaten.

Beschrijving materiaal: Er is gebruik gemaakt van 10 cameravallen welke in verschillende opstellingen zijn toegepast: • Open camera: Een open camera opstelling is geschikt voor het breedste spectrum aan soorten, deze camera’s zijn vooral toegepast op locaties met goed overzicht. Deze opstelling is met name geschikt voor het waarnemen van soorten welke zich slecht laten aantrekken door lokstoffen, zoals de bunzing. • Close-range camera: Deze opstelling is door Breur Ecologie & Onderzoek zelf ontwikkeld. De opstelling is vergelijkbaar in werking als de Struikrover® maar heeft als voordeel dat de beeldhoek en het detectieveld niet ingeperkt worden (een snelle reactietijd is van belang bij kleine marters). Door het gebruik van voorzetlenzen met diverse scherpstelafstanden is deze opstelling is zeer flexibel toepasbaar. Deze opstelling kan op locatie met gebiedseigen materiaal verwerkt worden (open/halfopen/volledig ingedekt) tot de meest kansrijke opstelling voor de doelsoort(en). • Mostela: Een gesloten bekisting voor een wildcamera voorzien van een loopbuis, deze opstelling is speciaal ontwikkeld voor de wezel en hermelijn door deskundigen van Stichting Kleine Marters.

Afbeelding 2: Een deel van het onderzoeksmateriaal voor plaatsing.

3

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Afbeelding 3: Weergave van de close-range opstelling ontwikkeld door Breur Ecologie & Onderzoek. Een simpele opstelling welke op veel manier te gebruiken is. Door vleugelmoeren in de hoekpunten van de camerabehuizing is de optimale beeldhoek in te stellen. Voorzetlensjes variërend in sterkte worden op basis van de verwachte detectieafstand voor de cameralens geplaatst. Het plankje voor de camera voorkomt obstructie van het beeld door plantengroei. Rechts de close-range opstelling op locatie 7, gericht op een veel belopen doorgang langs een vervallen schuurtje, deze cameraopstelling is na de foto verder toegedekt met gebiedseigen materiaal, ter camouflage en om de dieren nog beter langs de camera te leiden.

Er is op basis van expert-judgement gebruik gemaakt van verschillende lokstoffen waaronder marter lok-olie, sardientjes, kippenei, pindakaas en vogelzaad. In veel gevallen is een voer/geurspoor gemaakt wat langs de camera leidt, in tegenstelling tot een voerplek vóór de camera (dit resulteert vaak in duizenden opnames van muizen, wat de batterijduur en geheugenkaart capaciteit in het geding brengt). Naast deze cameraval opstellingen is er gebruik gemaakt van 12 sporenbuizen en 6 nestkasten voor wezel/hermelijn. Door het rouleren van het onderzoeksmateriaal is er in totaal sprake van 20 cameravallocaties, 24 sporenbuizen en 12 nestkastlocaties. Het onderzoeksmateriaal is op 6 april voor het eerst geplaatst, op 7 mei is dit verplaatst naar een tweede locatie, waar het op 12 juni is opgehaald. In totaal heeft het materiaal dus per locatie iets meer dan één maand uitgestaan. Tussentijds is het materiaal 1 keer (camera’s) of 2 keer (sporenbuizen) gecontroleerd. Op locatie 3 en 5 is het materiaal pas op 23 juli opgehaald: Op locatie 3 had grasgroei ervoor gezorgd dat één camera vroegtijdig de batterij en geheugenkaart had opgebruikt, hiervoor is ruimschoots gecompenseerd door al het materiaal op deze locatie langer te laten staan.

Op locatie drie had de camera in de Mostela niet goed gefunctioneerd vanwege oververhitting (zon op zwarte kast), de Mostela is daarom hierna voorzien van een witte afdekplaat waarna de camera hier nog tot 23 juli goed heeft gefunctioneerd. Naast de controle van dit onderzoeksmateriaal is er tijdens iedere ronde ook uitvoerig gezocht naar sporen die duiden op marters (prenten, uitwerpselen, prooiresten, etc.). Resultaten marteronderzoek: Op de volgende pagina is een overzicht weergegeven van de waargenomen zoogdiersoorten. De bunzing is waargenomen op locatie 6 en 7, op beide locaties is de soort eenmaal vastgelegd. Op locatie 3 zijn er in de drooggevallen sloot sporen gevonden van een middelgrote marterachtige, de prenten en de gang waren niet optimaal afgedrukt, hierdoor was het niet mogelijk om vast te stellen of het een grote bunzing of kleine steenmarter betrof (geel in tabel 2). De steenmarter is wel eenmaal door een camera vastgelegd op locatie 3, volledigheidshalve dient wel vermeld te worden dat deze camera ca. 40 m ten noorden van het plangebied was opgesteld. De wezel is veelvuldig vastgelegd op locatie 3, bij elke controleronde bleken 2 tot 4 van de 6 sporenbuizen belopen door deze kleinste marterachtige.

4

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Tevens is de wezel meerdere malen vastgelegd in de Mostela en door een open camera in de drooggevallen sloot. Het gaat hier met zekerheid om een populatie, in de drooggevallen sloot zijn beelden gemaakt van een vrouwtje die een jong in de bek vervoerde en in de Mostela is meerdere malen een mannetje vastgelegd (groot dier met scrotum goed zichtbaar). In de nestkasten zijn enkel sporen waargenomen van bosmuis, in één geval was er zelfs nog een bosmuis aanwezig in de nestkast toen deze werd gecontroleerd. In de sporenbuizen waren naast de prenten van de wezel ook sporen aangetroffen van woelmuis spec., spitsmuis spec., bosmuis en gewone pad.

x x

x

x x x

x x x x x x

huiskat

x x x x x x x

mol

x x x x x x x

bruine rat

spitsmuis spec.

x

x

bosmuis

x x

x x

woelmuis spec.

konijn x

egel

ree

x x

x

?

x ?

haas

vos

x

steenmarter

Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6 Locatie 7

bunzing

wezel

Overzicht waargenomen zoogdieren:

x x

x

x x x x x x

Tabel 2: Overzicht waargenomen zoogdieren. Groen = zekere waarneming, Geel= onzekere waarneming. Soortnamen van vrijgestelde soorten zijn in lichtgrijs weergegeven.

Indruk van verspreiding en populatie: Wezel: deze soort komt waarschijnlijk wijdverspreid in het gehele agrarische gebied voor, aantallen zullen echter sterk fluctueren en veranderen afhankelijk van het jaargetijde en de vegetatiehoogte. Tijdens grote delen van het voorjaar bleek het agrarische landschap zeer marginaal geschikt voor deze soort, de bermen langs de akkers waren smal en werden frequent gemaaid, verder in de zomer waren er op meer plekken geschikte biotoopjes aanwezig met ruigere en kruidenrijke bermvegetaties (zie foto’s in bijlage 1). Omdat de berm van de noordelijk gelegen snelweg een ander maairegime kent (van april t/m juli is hier niet gemaaid) is dit mogelijk een belangrijk toevluchtsoord voor de lokale wezelpopulatie, hier is het grootste deel van het jaar voldoende dekking en voedselaanbod aanwezig, vanuit dergelijke locaties kan de rest van het agrarische gebied jaarlijks gekoloniseerd worden wanneer er geschikt habitat aanwezig is. Hoewel er op en rond de particuliere terreinen zeer goed habitat voor wezel aanwezig was zijn hier ook veel huiskatten vastgelegd (op locatie 7 zijn bijvoorbeeld 6 verschillende katten geïdentificeerd), mogelijk verklaart dit het feit dat hier geen wezels zijn vastgelegd. Bunzing: De bunzing is een soort die zich zeer slecht laat aantrekken door lokstoffen, zij zijn hierom lastig vast te leggen met cameravallen.

Het feit dat deze soort “slechts” op enkele locaties is vastgelegd wordt daarom niet beschouwd als bewijs van toevallige of incidentele aanwezigheid. Aangenomen wordt dat de bunzing jaarrond aanwezig is in het plangebied en dat de soort verschillende verblijfplaatsen heeft in dit gebied. Aangezien de bunzing grote territoria heeft gaat het vermoedelijk om een laag aantal dieren (1-3 volwassen dieren). Steenmarter: In tegenstelling tot de bunzing reageert de steenmarter in het algemeen zeer goed op lokstoffen. De steenmarter is echter juist vastgelegd door een camera waar geen lokstof was toegepast. Indien de soort veel zou voorkomen in het plangebied dan had deze

5

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

soort zeker vaker moeten worden vastgelegd door het grote aantal cameravallen met lokstoffen (kippeneieren, pindakaas en blikjes sardientjes werken meestal zeer goed). Doordat het agrarisch gebied niet kon worden onderzocht is er verhoudingsgewijs veel materiaal uitgezet bij particulieren. Ten aanzien van de steenmarter geldt echter dat juist deze particuliere terreinen veel geschikt habitat voor steenmarters bevatten (houtwallen, schuurtjes, rommelhoekjes, houthokken, aanwezigheid van kippen en andere hobbydieren). Om deze reden wordt aangenomen dat de steenmarter slechts incidenteel voorkomt in het plangebied, of dat territoria van deze soort zich langs de randen van het plangebied bevinden. Hermelijn: O.a. met behulp van de hoogte kaart en op basis van kenmerkende planten is er bewust onderzoeksmateriaal uitgezet in de meer vochtigere delen van het plangebied (de hermelijn houdt van vochtige graslanden). Locatie 1 en 3 bevatten dergelijk habitat. Oppervlaktes van geschikt habitat zijn echter klein en/of geïsoleerd gelegen (zoals locatie 1). De hermelijn (of sporen van deze soort) is nooit vastgelegd of waargenomen tijdens het onderzoek. Deze soort wordt als afwezig beschouwd. Zie Bijlage 1 voor aanvullende afbeeldingen en foto’s m.b.t. het marteronderzoek.

Afbeelding 4: Waarneming van bunzing op locatie 6.

Afbeelding 5: Waarneming van steenmarter op locatie 2.

6

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Afbeelding 6: Waarnemingen van wezel in sporenbuis, Mostela en open camera

7

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Toelichting huismusonderzoek Door de in totaal 14 veldbezoeken is een zeer goed beeld ontstaan van de populatie huismussen in het onderzoeksgebied. Tijdens alle bezoeken is aandacht geweest voor deze vogelsoort en in veel gevallen kon het huismusonderzoek gecombineerd worden met de onderzoeken naar andere soortgroepen. Zo zijn de particuliere terreinen tenminste 3 keer uitgebreid bezocht voor het plaatsen van onderzoeksmateriaal voor marters, tijdens deze bezoeken, die meestal enkele uren duurden per locatie, is er ook gezocht naar huismussen. Tijdens het roofvogelonderzoek naar het buizerdnest werd er gepost op een locatie waarbij ook de Plantagebaan 79 en 81 zich binnen gehoorafstand bevonden (huismussen zijn in het broedseizoen zeer vocaal en kolonies zijn zeer goed met het gehoor waarneembaar). Daarnaast is er tijdens de bezoeken in de periode 31-03-’20 tot 10-06-’20 afwisselend gepost op alle voor huismus geschikte locaties. Resultaat huismusonderzoek: In het plangebied zijn geen nesten aanwezig van huismussen. Huismussen komen verspreid voor ten zuiden van het plangebied, er bestaat een verspreid broedende kolonie langs de Spuitendonksestraat en de Huijbergseweg. Daar waar deze straten de Bulkenaarsestraat kruisen bevindt zich een zwaartepunt van de populatie die voornamelijk nestelen in de bebouwing van de Bulkenaarsestraat 10 t/m 16.

Dit hangt waarschijnlijk samen met de paarden en postduiven die hier gehouden worden, wat zorgt voor jaarronde beschutting, nestmateriaal en voedsel. Onderzoekslocatie 4 is aan dit zelfde kruispunt gelegen maar hier bevinden zich geen nesten van de huismus, de dakvlakken van de bebouwing waren grotendeels vrij van dakpannen of anderzijds geschikte nestplekken. Op onderzoekslocatie 4 en 6 zijn wel sporadisch huismussen waargenomen in de begroeiing rond de bebouwing. Het betreft hier echter geen essentieel functioneel leefgebied, er bestaat voldoende alternatief groen in de directe omgeving van de nestplaatsen aan de Spuitendonksestraat en Huijbergseweg. Toelichting roofvogelonderzoek Tijdens het verkennend veldbezoek op 31-03-2020 werd een buizerdnest waargenomen ten zuiden van het plangebied in een boom op het perceel van de Spuitendonksestraat 1. Tevens werd er territoriaal gedrag van een sperwer waargenomen in het bosje aan de westzijde van het plangebied (onderzoekslocatie 2). Op 06-04-2020 werd hier een koppel sperwers waargenomen dat bezig was met nestbouw in een eik. Het buizerdnest bevindt zich op ca. 75 m afstand tot het plangebied, het sperwernest is op ca. 35 m afstand gelegen. Met ingang van 17-04-2020 zijn beide nesten intensief gemonitord tot het moment dat de jongen zijn uitgevlogen.

In tabel 1 is weergegeven bij op welke dagen dit plaatsvond, het eerste uur van dit veldbezoek is besteed aan de monitoring van de nesten, waarbij beide onderzoekers zich opsplitsten en ieder een nest observeerden. Wanneer een veldbezoek door 1 persoon werd uitgevoerd is eerst een uur bij het sperwernest, en vervolgens een uur bij het buizerdnest gepost. Bij alle bezoeken was 1 uur voldoende om vast te stellen wat de status was van het nest (nestbouw / broedfase / jongen op nest). Om verstoring te voorkomen zijn de nesten geobserveerd vanuit de auto vanaf openbare wegen. Er is gebruik gemaakt van een telescoop, verrekijker en fotocamera. Op beide nesten vertoonden zowel de jongen als de ouders natuurlijk gedrag. De jongen werden naarmate zij ouder werden steeds actiever en de oudervogels bezochten met enige regelmaat het nest, er is enkele keren gezien dat zij prooien aan de jongen voerden. Dit bewijst dat de monitoring inderdaad zonder verstoring heeft plaatsgevonden.

8

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Resultaat roofvoelonderzoek: •

•

Buizerdnest: Vanaf 17-04-’20 werd er vast gebroed door een buizerd. Op 21-05-’20 werden er voor het eerst 2 pullen waargenomen op dit nest, op 10-06-’20 waren deze jongen bijna vliegvlug en maakten zij al vliegoefeningen op het nest. Hierna zijn op dit nest geen buizerds meer waargenomen, aangenomen wordt dat hier 2 jongen succesvol zijn uitgevlogen. Sperwernest: Dit broedgeval kwam relatief laat op gang, na de waargenomen nestbouw op 06-04-’20 werd hier op 17-04-’20 nog niet continu gebroed (af een toe een vogel op en rond nest). Vanaf 07-05-’20 werd hier wel permanent gebroed en op 10-06-’20 werd er voor het eerst tenminste 1 klein wit pulletje waargenomen. Op 19-06-’20 werd duidelijk dat dit twee pullen waren, welke op 25-06-’20 een vrijwel volledig verenkleed hadden en beiden vliegoefeningen maakten. Op 01-07-’20 waren er geen sperwers meer aanwezig op het nest. Op 23-07-’20 is het bosje waarin het nest zich bevond volledigheidshalve onderzocht, er zijn enkele plukplaatsen van kleine zangvogels aangetroffen. Direct onder het nest waren opvallend weinig sporen aanwezig: geen veren, braakballen of uitwerpselen. Aangenomen wordt dat de twee jongen succesvol zijn uitgevlogen.

Afbeelding 7: Monitoring van het buizerdnest vanuit de auto

Afbeelding 8: 2 pullen op het buizerdnest op 21-05-'20

9

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Afbeelding 9: Vrouw sperwer tijdens de nestbouw op 06-04-'20

Afbeelding 10: 2 pullen op het sperwernest op 19-06-'20

Toelichting grote modderkruiper onderzoek Het onderzoek naar grote modderkruiper is uitgevoerd door middel van het analyseren van watermonsters op e-DNA. Dit was gepland om in mei uit te voeren, deze tijd van het jaar zijn de vissen actiever en is de detectiekans groter dan bij koude watertemperaturen. In mei 2020 bleken echter alle sloten in het het plangebied en het omliggende agrarische gebied volledig drooggevallen. De enige twee locaties met water betrof een poel naast de Huijbergseweg 34 (poel A op Afb. 1) en een poel tegenover de Bulkenaarsestraat 4 (poel B op Afb. 1, deze poel ligt net buiten de grenzen van het projectgebied). In beide poelen zijn watermonsters genomen met de Sterivex methode, de monsters zijn geanalyseerd door Sylphium Molecular Ecology. Tevens zijn de poelen op 22-05-’20 en 0306-’20 bevist met een Ravon steeknet. Zowel de e-DNA analyse als het schepnetvissen gaven negatief resultaat. Aangezien de droogteperiodes in 2018 en 2019 nog heviger waren dan in 2020 wordt aangenomen dat het slotensysteem in het plangebied al 3 achtereenvolgende jaren voor lange tijd (maanden aaneengesloten) droog staat. Om deze redenen wordt aanwezigheid van grote modderkruiper in het volledige plangebied uitgesloten.

10

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Toelichting alpenwatersalamanderonderzoek Een close-range cameraval had op 22-04-’20 een alpenwatersalamander vastgelegd aan de achterzijde van een houthok. Naar aanleiding hiervan zijn er twee poelen (zie Afb. 1 en Bijlage 2) bemonsterd met een Ravon schepnet op 22-05-’20 en 03-06-’20. In poel A, direct naast de eerdergenoemde cameraval, werd de alpenwatersalamander in grote getale aangetroffen. In poel B (Direct ten noorden van het plangebied, tegenover de Bulkenaarsestraat 4) was de alpenwatersalamander niet aanwezig. Op beide locaties is de algemene kleine watersalamander aangetroffen. Vanwege de kleine omvang van poel A en het zakkende waterpeil wegens de droogte, is er niet zeer intensief bevist met het schepnet omdat dit het kwetsbare leefgebiedje van de alpenwatersalamander te veel zou verstoren. Een exacte aantalschatting is daarom niet mogelijk, er wordt ervan uitgegaan dat het om tenminste 50 dieren gaat.

Afbeelding 11: Cameravalbeelden met de alpenwatersalamander

Afbeelding 12: Alpenwatersalamanders en kleine watersalamanders uit poel A.

11

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Overige soorten Op de akkers in het projectgebied zijn tijdens veel veldbezoeken patrijzen (rode lijst, kwetsbaar) waargenomen. Op locatie 5 en 6 is de patrijs tevens vastgelegd door cameravallen. Vermoedelijk behoort het plangebied tot het habitat van tenminste 2 broedpaar.

Afbeelding 13: Patrijzen in het plangebied, foto genomen vanaf de Plantagebaan, op de achtergrond de A58

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht

12

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Bijlage 1 – foto’s marteronderzoek Weergave plaatsing onderzoeksmateriaal

13

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

14

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

15

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Impressie andere soorten op cameraval: bosmuis, egel, vos, gaai, patrijs, haas, spitsmuis, huiskat, konijn, bruine rat

16

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Locatie 1, vochtig soortenrijk grasland in de lus van de snelweg

Locatie 3, in de berm van de snelweg is de wezel vastgelegd met sporenbuizen en mostela cameraval.

De sloot op locatie 3 behoort kadastraal gezien niet tot de akker. Door een cameraval onder een plank te hangen kon de drooggevallen sloot gemonitord worden zonder dat de camera nat kon worden of de doorstroming van de sloot zou belemmeren. Ook deze camera heeft wezels vastgelegd.

17

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Het projectgebied is slecht geschikt voor wezels wanneer de bermen kort gemaaid zijn en de akkers kaal. Later in het jaar, met meer begroeiing, bestaat hier wel geschikt habitat.

Houtwal en vervallen schuurtje naast een kleine boomgaard op locatie 7. Hier is een bunzing vastgelegd.

Nestje van bosmuis in een wezel nestkast

18

Soortgericht onderzoek – Bulkenaar, Roosendaal

Bijlage 2 – foto’s amfibieënpoelen

Poel A, hier zijn alpenwatersalamanders waargenomen

Poel B, hier zijn geen alpenwatersalamanders waargenomen

19

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

COLOFON RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR IN KADER VAN WET NATUURBESCHERMING

KLANT Gemeente Roosendaal ONZE REFERENTIE D10015860:158 DATUM 11 augustus 2021 STATUS Definitief

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32443