CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 8 Soortgericht vervolg.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar24.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR In kader van Wet Natuurbescherming Gemeente Roosendaal

11 AUGUSTUS 2021

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 1

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INLEIDING

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Leeswijzer

5

SCOPE BINNEN PLANGEBIED

6

2.1

Beschrijving plangebied

6

2.2

Werkzaamheden

6

2.3

Visie

7

2.3.1

Landschapspark

8

2.4

Afbakening effecten

8

2.5

Afbakening onderzoeksgebied

9

2.6

Scope effectbeschrijving en toetsing

10

VOORKOMEN BESCHERMDE SOORTEN

11

3.1

Inleiding

11

3.2

Onderzoeksmethode

11

3.2.1

Overzicht veldbezoeken en veldcondities

11

3.2.2

Vleermuizen

14

3.2.3

Gierzwaluw

14

3.2.4

Huismus

16

3.2.5

Grote modderkruiper

16

3.2.6

Roofvogels

16

3.2.7

Alpenwatersalamander

16

3.2.8

(Kleine) marterachtigen

17

3.2.9

Steenuil

19

RESULTATEN

20

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 2

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

5

6

4.1.1

Vleermuizen

20

4.1.2

Gierzwaluw

22

4.1.3

Huismus

22

4.1.4

Grote modderkruiper

22

4.1.5

Roofvogels

22

4.1.6

Alpenwatersalamander

24

4.1.7

(Kleine) marterachtigen

25

4.1.8

Steenuil

26

4.1.9

Overige waarnemingen

28

4.2

Conclusies

29

WET NATUURBESCHERMING: EFFECTBESCHRIJVING EN TOETSING

30

5.1

Effecten

30

5.1.1

Vleermuizen

30

5.1.2

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest

31

5.1.3

Broedvogels met jaarrond beschermd nest

31

5.1.3.1

Buizerd

31

5.1.3.2

Sperwer

31

5.1.3.3

Steenuil

32

5.1.4

Alpenwatersalamander

32

5.1.5

(Kleine) marterachtigen

32

5.2

Toetsing

32

5.2.1

Inpassing ruimtelijk raamwerk

35

CONCLUSIE

37

BIJLAGE A WETTELIJK KADER WNB - SOORTBESCHERMING

38

BIJLAGE B RAPPORTAGES SOORTGERICHT ONDERZOEK

43

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 3

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het Bravis ziekenhuis is voornemens om op één locatie, De Bulkenaar in Roosendaal, een nieuw ziekenhuis te realiseren. In dat kader wordt ook een nieuwe ontsluitingsweg tussen de Plantagebaan en de ziekenhuislocatie gerealiseerd en wordt het gebied rond het ziekenhuis ingericht als een landschapspark. Momenteel heeft het Bravis twee ziekenhuizen, één in Roosendaal en één in Bergen op Zoom. Beide ziekenhuizen zijn inmiddels meer dan 50 jaar oud. Om de kwaliteit van zorgverlening te kunnen verbeteren en te integreren met andere faciliteiten is besloten één nieuw ziekenhuis te bouwen op locatie De Bulkenaar. Het gebied De Bulkenaar ligt in het hart van de regio en is daarmee een ideale locatie om een nieuw en modern regioziekenhuis te bouwen. Het Bravis ziekenhuis heeft circa 12 hectare nodig. De gemeente ambieert de aanleg van een mooi en goed bereikbaar zorgpark dat als een groene buffer fungeert tussen het bestaande woongebied en het ziekenhuis. Het doel is het versterken en realiseren van de landschappelijke kwaliteiten van De Bulkenaar zodat gezondheid, natuur en recreatie op een unieke manier met elkaar worden verbonden; een landschapspark, “Het Bulkenaarpark”. Dit landschapspark wordt gezien als een ecosysteem waarbij natuur, ecologie, water, mobiliteit, energie en de mens samengaan.

In het landschapspark wil de gemeente tevens de oude beekstructuren herstellen, die vroeger zo markant waren voor De Bulkenaar. Deze kunnen worden uitgebreid met duurzame moeras- en overstromingsgebieden waardoor er meer biodiversiteit in het landschap zal komen en dienen de vroegere beekbegeleidende bossen hierbij als inspiratiebron. De ontsluiting van het ziekenhuis vormt een belangrijk onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling. Om de bereikbaarheid van het ziekenhuis te garanderen, wordt parallel aan de A58 een nieuwe ontsluitingsweg vanaf de Plantagebaan naar het ziekenhuis gerealiseerd. Het onderzoeksgebied is mogelijk geschikt als leefgebied voor dier- en plantensoorten die beschermd zijn in het kader van de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Hieronder bevinden zich strikt beschermde soorten zoals vogels en vleermuizen, waarvan aantasting van verblijfplaatsen en/of functionaliteit van het leefgebied verboden is. Door de bouw van het nieuwe ziekenhuis en de aanleg van de ontsluitingsweg, alsmede de herinrichting van het terrein kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde soorten aangetast worden. In opdracht van gemeente Roosendaal heeft Arcadis een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd in 20191.

Hieruit kwam naar voren dat het terrein mogelijk geschikt is voor een aantal streng beschermde soorten die mogelijk hinder kunnen ondervinden als gevolg van de ingreep: • • • • •

Vleermuizen (zowel gebouwbewonende soorten als boombewonende soorten). Broedvogels met jaarrond beschermd nest: huismus en gierzwaluw. Grondgebonden zoogdieren: kleine marterachtigen en steenmarter. Grote modderkruiper. Rugstreeppad.

Tijdens het veldbezoek zijn roofvogels in de nabijheid van het onderzoeksgebied en alpenwatersalamander binnen het onderzoeksgebied waargenomen. Het soortgericht onderzoek is als gevolg hiervan uitgebreid met onderzoek naar roofvogels en alpenwatersalamander. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn waarnemingen van roepende steenuilen gedaan. Als gevolg hiervan is in 2021 ook soortgericht onderzoek naar de steenuil uitgevoerd. Verder kunnen verschillende broedvogels zonder jaarrond beschermd nest in het onderzoeksgebied voorkomen. Algemene amfibieën (zoals gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander) en algemene grondgebonden zoogdieren (zoals diverse muizensoorten en haas) kunnen in het onderzoeksgebied voorkomen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in de Provincie Noord-Brabant bij ruimtelijke ontwikkelingen.

1

QuickScan Flora en Fauna BP De Bulkenaar. Arcadis 2019. Referentie D10003093.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 4

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

In opdracht van gemeente Roosendaal en Arcadis zijn Breur Ecologie & Onderzoek en Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. gevraagd onderzoek te doen naar beschermde soorten op het terrein De Bulkenaar. In de zomer/najaar van 2020 is soortgericht onderzoek naar huismus, gierzwaluw, roofvogels, kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen, roofvogels, alpenwatersalamander en grote modderkruiper uitgevoerd. In 2021 is soortgericht onderzoek naar de steenuil uitgevoerd. Op dit moment is nog geen soortgericht onderzoek naar de rugstreeppad uitgevoerd omdat deze soort mogelijk alleen tijdens de bouwfase in het onderzoeksgebied voorkomt. Onderliggende rapportage gaat in op de resultaten van de genoemde onderzoeken. Door uitbreiding van het plangebied is in 2021 ook nog een aparte QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd (Arcadis, 20212). Hieruit is gebleken dat in de aan het plangebied toegevoegde delen de aanwezigheid van beschermde soorten en/of functies zijn uitgesloten (m.u.v. de al bekende aanwezige natuurwaarden). Wel kunnen algemene soorten zoals o.a. broedvogels zonder jaarrond beschermd nest, amfibieën en grondgebonden zoogdieren in die delen van het plangebied voorkomen. In voorliggende rapportage wordt hierdoor uitsluitend ingegaan op de bevindingen van het soortgericht onderzoek, volgend uit de uitgevoerde QuickScan uit 2019.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het onderzoeksgebied en plangebied gegeven en in hoofdstuk 3 zijn de voorkomende beschermde soorten beschreven. De resultaten van het soortgericht onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De effectbeschrijving en toetsing aan de Wet natuurbescherming is beschreven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk worden mogelijke effecten ook gekoppeld aan het beschikbare groeidocument3. In hoofdstuk 6 zijn de conclusies opgenomen. In bijlage A is het wettelijk kader opgenomen en in bijlage B zijn de rapportages van het soortgericht onderzoek opgenomen.

2 3

Aanvullende QuickScan Bulkenaar, Arcadis 2021. Referentie D10037527 Raamwerk Bulkenaar Groeidocument, versie 1.6, oktober 2020. Karres Brands.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 5

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

2

SCOPE BINNEN PLANGEBIED

2.1

Beschrijving plangebied

Het gebied De Bulkenaar ligt aan de zuidwestkant van de stad Roosendaal. Het is een gebied met een landelijk karakter en wordt voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. De akkers en weilanden worden omringd door de Bulkenaarsestraat en de Huijbergseweg. Deze wegen zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. Aan de westkant grenst De Bulkenaar aan de snelweg A58 van Bergen op Zoom naar Roosendaal. Ten noorden van de A58 bevindt zich nog een apart gelegen deel van het plangebied, bestaande uit een bomenrij van jonge eiken. Dit noordelijke deel van het plangebied bestaat voor een deel uit de bestemming “natuur”. Het meest westelijke deel van het plangebied bestaat uit een bos met grote volwassen bomen. In het plangebied bevinden zich geen woningen. Er is een op- en afrit bij Wouw/Wouwse Plantage maar die vormt geen rechtstreekse verbinding met Roosendaal. Het gebied De Bulkenaar ligt in het stroomgebied van het Rissebeekcomplex, tussen de westelijk gelegen Spuitendonksebeek en de Rissebeek in het zuiden. Tussen de buurtschappen Haiink en Bulkenaar stroomt een watergang, die onder de snelweg wordt doorgeleid en zich stroomafwaarts bij de Spuitendonkse beek voegt. Het regionale landschap kan opgedeeld worden in drie landschapstypologieën: dekzandruggen, agrarisch cultuurlandschap en beekdalen.

Binnen het plangebied De Bulkenaar zijn zowel de landschapstypologieën van de beekdalen en het agrarische cultuurlandschap vervaagd. Het plangebied, zoals weergegeven in Figuur 2-1, heeft een oppervlakte van circa 52 hectare en omvat tevens de nieuwe ontsluitingsweg tussen de Plantagebaan en het nieuwe ziekenhuis.

Figuur 2-1. Plangebied De Bulkenaar

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 6

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

2.2

Werkzaamheden

De globale werkzaamheden in het gebied De Bulkenaar bestaan uit: • • • •

• • •

De bouw van het nieuwe ziekenhuis met een oppervlakte van 12 hectare. Aanleg van een landschapspark waarin o.a. oude beekstructuren hersteld worden. Aanleg van vegetatie. Aanleg van een ontsluitingsweg, parallel aan de A58, vanaf de Plantagebaan naar het ziekenhuis. Ten behoeve van deze ontsluitingsweg worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: − Bestaande T-aansluiting noordzijde A58 wordt omgebouwd tot rotonde. − Bestaande parallelweg noordzijde A58 linkerzijde wordt verlegd om rotonde uitvoerbaar te maken . − Bestaande T-aansluiting zuidzijde A58 wordt omgebouwd tot VRI-kruising (huidige weg wordt verbreed). − Bestaande parallelwege zuidzijde A58 rechterzijde wordt verlegd om aansluiting nieuwe ontsluitingsweg op VRI-kruising mogelijk te maken. − Verwijderen van vegetatie. − In de ontsluitingsweg komen de volgende elementen voor: • Een betonconstructie voor de passage van de leidingenstraat (overkluizing). • Rotonde. • Duikers. • Stuwen om water vast te houden (waterberging). Aanleg van een ontsluitingsweg vanuit de wijk Tolberg richting het nieuwe ziekenhuis. Creëren van een aftakking van fietsroute F58 richting het ziekenhuis. Verwijderen van vegetatie.

2.3

Visie

In het plangebied zullen verschillende tijdslagen samenkomen en zullen nieuwe combinaties van landschappen gecreëerd worden.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 7

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

Figuur 2-2. Landschapsmozaïek van het gebied waarbij verschillende historische landschappelijke elementen gecombineerd worden

Binnen het gebied zal een deel natte natuur gerealiseerd worden dat geschikt is voor o.a . watervogels. Het bos zal een meerwaarde hebben voor aanwezige bossoorten. Het agrarisch cultuurlandschap zal als leefgebied dienen voor o.a. vlinder en bijen. Het zorgpark, evenals het landschapspark zal veel mogelijkheden hebben voor bepaalde soorten zoals insecten door de aanwezigheid van groen. In de nieuwe situatie zal o.a. bos, bomengrid/kwekerij, houtwallen en singels, rietkragen, sloten en een nieuwe beekloop aanwezig zijn (Figuur 2-3).

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 8

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Figuur 2-3. Weergave van het ruimtelijk raamwerk

2.3.1

Landschapspark

Het te realiseren landschapspark grenst aan de noordoostelijk gelegen Tolbergvijver en de groenstructuren van Tolberg. Het zal gaan dienen als een groenblauwe schakel tussen de Spuitendonkse beek en de Rissebeek. Met het landschapspark wordt rekening gehouden met regionaal verbonden ecologische netwerken voor flora en fauna. Er wordt een nieuwe beek aangelegd die de Spuitendonkse beek en de Rissebeek met elkaar zal verbinden. De ontwikkeling van (natte) natuur wordt hiermee gestimuleerd en klimaateffecten zoals wateroverlast en droogte worden tegengegaan. De nieuwe beek wordt aangelegd direct ten westen van het zorgpark.

2.4

Afbakening effecten

Hieronder worden de mogelijke effecten op beschermde soorten door de geplande werkzaamheden genoemd. Er is onderscheid gemaakt tussen effecten die worden veroorzaakt door de realisatie van het ziekenhuis (realisatiefase) en effecten als gevolg van het gebruik van de nieuwe situatie (gebruiksfase). In de realisatiefase worden effecten verwacht als gevolg van het realiseren van de maatregelen. Hiervoor is onder andere de inzet van bouwmaterieel noodzakelijk. De mate van verstoring hangt sterk samen met de locatie in het gebied. Realisatiefase In de realisatiefase zal er vooral verstoring plaatsvinden op de locatie waar het zorgpark aangelegd wordt. Door de bouw van het ziekenhuis zal hier intensief gebouwd worden en gebruik worden gemaakt van materieel. Op de locatie waar het landschapspark wordt gecreëerd wordt naar verwachting gebruik gemaakt van landbouwcultuur machines ed. die al passen binnen het huidige gebruik. • • • •

Verstoring door geluid, licht of trilling van de bouw- en aanlegwerkzaamheden. Tijdelijk oppervlakteverlies van leefgebieden door mogelijke werkterreinen. Doden of verwonden van dieren door gebruik van materieel. Mechanische effecten door bijvoorbeeld het heen en weer rijden met materieel.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 9

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

Gebruiksfase In de gebruiksfase is het ziekenhuis gebouwd, de ontsluitingswegen aangelegd en het landschapspark, bos, beekvallei en agrarisch landschap gerealiseerd in De Bulkenaar. • • •

Permanent oppervlakteverlies van leefgebieden op locatie van het zorgpark en ontsluitingsweg. Verstoring door toename in bedrijvigheid in het gebied. Aanwezigheid van meer geschikt landschap door de herinrichting van het gebied en aanleg van vegetatie.

2.5

Afbakening onderzoeksgebied

Ten tijde van de start van het soortgericht onderzoek was er nog sprake van een groter onderzoeksgebied (Figuur 2-4), omdat de exacte plangrens nog niet duidelijk was. Het aparte noordelijke deel van het plangebied, boven de A58 (zie Figuur 2-1) is in een aparte Quickscan onderzocht. In het soortgericht onderzoek en voorliggende rapportage wordt vooral gefocust op het onderzoeksgebied, in de effectbeschrijving en toetsing aan de Wnb wordt gefocust op het daadwerkelijke plangebied .

Figuur 2-4. Onderzoeksgebied De Bulkenaar

Het onderzoeksgebied bevat het huidige plangebied en aangrenzend gebied. Het onderzoeksgebied bestaat grotendeels uit landbouwgrond met bebouwing en een klein park met enkele bomen. In het oosten van het gebied is de landbouw kleinschaliger dan in het westen van het gebied. Het betreft meerdere kavels met verschillende gebruiken. Tussen de kavels liggen watergangen die niet het gehele jaar water bevatten. Omdat de werkzaamheden een verstorend effect kunnen hebben op de aanwezige functies voor roofvogels hebben de waarnemingen van roofvogelbroedgevallen ertoe geleid het soortgericht onderzoek uit te breiden met roofvogelonderzoek. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden nabij de waargenomen nestlocaties, buiten het onderzoeksgebied. Ook de waargenomen aanwezigheid van de alpenwatersalamander, in het zuiden van het onderzoeksgebied heeft ertoe geleid ook soortgericht onderzoek voor deze soort uit te voeren.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 10

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Vogels met jaarrond beschermd nest en in mindere mate o.a. grondgebonden zoogdieren zijn verstoringsgevoelig. Door onderzoek uit te voeren naar vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied maar binnen het onderzoeksgebied, kan mogelijke verstoring op deze locaties ook meegenomen worden in de toetsing van de effecten.

2.6

Scope effectbeschrijving en toetsing

Bij het soortgericht onderzoek is het grotere onderzoeksgebied onderzocht, waarbij ook de bebouwing is onderzocht. Veel functies van aanwezige beschermde soorten hebben betrekking op deze bebouwing. De aanwezige bebouwing (woningen en agrarische bedrijven) zijn in het huidige plangebied buiten de begrenzing van het onderzoeksgebied komen te liggen. De in het soortgerichte onderzoek onderzochte bebouwing geeft echter een duidelijk en noodzakelijk beeld van de aanwezigheid van beschermde soorten nabij het plangebied. Omdat het onderzoeksgebied tussentijds is gewijzigd naar een kleiner plangebied, wordt in de effectbeschrijving en bij de toetsing uitgegaan van het plangebied. Dat is namelijk het gebied waar de werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd. Daarbij wordt wel meegenomen dat mogelijk sprake kan zijn van effecten vanuit het plangebied op aanwezige functies voor beschermde soorten buiten het plangebied, maar binnen het onderzoeksgebied. In de effectbeschrijving wordt ook rekening gehouden met de kennis zoals opgenomen in het groeidocument.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 11

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

3

VOORKOMEN BESCHERMDE SOORTEN

3.1

Inleiding

Uit de QuickScan Flora en Fauna (Arcadis, 2019) kwam naar voren dat het onderzoeksgebied geschikt is als broed- of verblijfplaats voor de volgende soort(groep)en: • • • • •

Vleermuizen (zowel gebouwbewonende soorten als boombewonende soorten). Broedvogels met jaarrond beschermd nest: huismus en gierzwaluw. Grondgebonden zoogdieren: kleine marterachtigen en steenmarter. Grote modderkruiper. Rugstreeppad.

Tijdens de verkenning van het gebied voorafgaand en tijdens het soortgericht onderzoek zijn ook roofvogels (buizerd en sperwer), steenuil en de alpenwatersalamander aangetroffen. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn waarnemingen van roepende steenuilen gedaan. Op basis van deze waarnemingen is in 2021 gericht onderzoek naar de steenuil uitgevoerd. Verder kunnen verschillende broedvogels zonder jaarrond beschermd nest in het onderzoeksgebied voorkomen. Deze zijn niet specifiek onderzocht in het soortgericht onderzoek. Als gevolg van de aard van de werkzaamheden in het gebied zijn bovengenoemde soort(groep)en, m.u.v. de rugstreeppad, onderzocht. De rugstreeppad wordt mogelijk namelijk alleen tijdens de werkzaamheden in het plangebied verwacht. Onderliggende rapportage beschrijft de onderzoeken welke in 2020 en 2021 zijn uitgevoerd. In de volgende paragraaf is de methodiek van het uitgevoerde soortgericht onderzoek beschreven, waarbij de data, tijden en omstandigheden tijdens de veldbezoeken zijn opgenomen, voor zover relevant. De resultaten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

3.2

Onderzoeksmethode

In onderstaande paragrafen zijn de onderzoeksmethodes per soort(groep) beschreven. Deze informatie komt uit de onderzoeksrapporten van E.C.O. Logisch en Breur Onderzoek & Ecologie (zie bijlage B).

3.2.1

Overzicht veldbezoeken en veldcondities

Datum

Tijden

Soort en type onderzoek

Onderzoeker

Condities

Deelgebied

27-2-2020

12:00 – 13:00

Boomholte inspectie vleermuizen

E.C.O Logisch

10 ˚C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

10

31-3-2020

10:00 – 15:00

Gebiedsverkenning, huismus

Breur Onderzoek & Ecologie

6-9 ˚C, Bft O2, bewolking 0/8, geen neerslag

6-4-2020

9:00 – 20:00

Marters (plaatsen materiaal), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

10-20 ˚C, Bft W2, bewolking 1/8, één kort buitje

17-4-2020

6:45 – 12:45

Marters (controleren materiaal), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

7-16 ˚C, Bft NO2, bewolking 1/8, geen neerslag

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 12

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Datum

Tijden

Soort en type onderzoek

Onderzoeker

Condities

27-4-2020

13:00 – 15:30

Marters (controleren materiaal), huismus

Breur Onderzoek & Ecologie

19-21 ˚C, Bft NO2, bewolking 1/8, geen neerslag

5-5-2020

21:12 – 23:12

Vliegroutes en foerageergebieden vleermuizen

E.C.O Logisch

10 ˚C, Bft 3, half bewolkt

7-5-2020

6:00 – 19:00

Marters (verplaatsen 6-22 ˚C, Bft O1, Breur Onderzoek & onderzoeksmateriaal), bewolking 0/8, geen Ecologie huismus, roofvogels neerslag

15-5-2020

21:28 – 23:28

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

10 ˚C, Bft 2, licht bewolkt

2, 4, 7, 8, 9

16-5-2020

21:29 – 23:9

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

10 ˚C, Bft 2, half bewolkt

10

21-5-2020

5:42 – 13:00

Marters (controleren materiaal), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

9-25 ˚C, Bft ZW2, bewolking 2/8, geen neerslag

22-5-2020

9:00 – 14:00

Marters (controleren materiaal), huismus, roofvogels, amfibieën en vissen

Breur Onderzoek & Ecologie

13-22 ˚C, Bft ZW24, bewolking 7/8, af en toe lichte miezer

3-6-2020

16:00 – 19:30

Marters (controleren materiaal), amfibieën

Breur Onderzoek & Ecologie

21-18 ˚C, Bft NW3, bewolking 4/8, geen neerslag

10-6-2020

7:30 – 11:00

Huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

10-16 ˚C, Bft NO1, bewolking 5/8, geen neerslag

10-6-2020

19:58 – 22:28

Gierzwaluw

E.C.O Logisch

16 °C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

1 t/m 3, 5 t/m 9

10-6-2020

21:58 – 23:58

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

14 °C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

1, 3, 5, 6

11-6-2020

03:25 – 05:25

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

11 °C, Bft 2, zwaar bewolkt

1, 3, 5, 6

12-6-2020

14:00 – 18:00

Marters (ophalen materiaal)

Breur Onderzoek & Ecologie

22-17 ˚C, Bft O3, bewolking 5/8, af en toe een buitje

19-6-2020

5:00 – 10:00

Marters (doorloop), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

11-16 ˚C, Bft ZW2, bewolking 4/8, geen neerslag

22-6-2020

20:03 – 22:33

Gierzwaluw

E.C.O Logisch

18 °C, Bft 2, vrijwel onbewolkt

Deelgebied

11

3

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 13

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

Datum

Tijden

Soort en type onderzoek

Onderzoeker

Condities

Deelgebied

22-6-2020

22:03 – 00:03

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

16 °C, Bft 2, vrijwel onbewolkt

2, 4

23-6-2020

03:25 – 05:25

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

12 °C, Bft 2, licht bewolkt

2, 4

23-6-2020

20:03 – 22:33

Gierzwaluw

E.C.O Logisch

23 °C, Bft 2, licht bewolkt

1, 2, 5 t/m 9

23-6-2020

22:03 – 00:03

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

21 °C, Bft 2, licht bewolkt

7, 8, 9

24-6-2020

02:55 – 05:25

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

17 °C, Bft 3, zwaar bewolkt

10

24-6-2020

03:25 – 05:25

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

11 °C, Bft 2, zwaar bewolkt

7, 8, 9

25-6-2020

7:00 – 9:45

Marters (doorloop), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

19-14 ˚C, Bft ZO2, bewolking 1/8, geen neerslag

1-7-2020

15:00 – 16:45

Marters (doorloop), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

19 ˚C, Bft ZW3, bewolking 7/8, geen neerslag

9-7-2020

19:58 – 22:28

Gierzwaluw

E.C.O Logisch

18 °C, Bft 3, geheel bewolkt

1, 2, 3

9-7-2020

21:58 – 23:58

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

16 °C, Bft 3, geheel bewolkt

1, 3

10-7-2020

19:57 – 22:27

Gierzwaluw

E.C.O Logisch

16 °C, Bft 3, half tot zwaar bewolkt

5 t/m 9

10-7-2020

21:57 – 23:57

Zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

14 °C, Bft 3, half zwaar bewolkt

5, 6

23-7-2020

9:00 – 11:30

Marters (doorloop), huismus, roofvogels

Breur Onderzoek & Ecologie

13-19 ˚C, Bft ZW2, bewolking 6/8, geen neerslag

19-8-2020

00:00 – 02:00

Winterverblijfplaatsen (zwermgedrag) E.C.O Logisch vleermuizen

16 °C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

1 t/m 9

19-8-2020

04:05 – 06:35

Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vleermuizen

14 °C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

10

E.C.O Logisch

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 14

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Datum

Tijden

Soort en type onderzoek

Onderzoeker

Condities

Deelgebied

19-8-2020

04:35 – 06:35

Vliegroutes en foerageergebieden vleermuizen

E.C.O Logisch

14 °C, Bft 2, vrijwel geheel bewolkt

11

8-9-2020

21:12 – 23:12

Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vleermuizen

E.C.O Logisch

17 °C, Bft 2, geheel bewolkt

1, 3, 6, 8, 10

9-9-2020

00:00 – 02:00

Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen. Winterverblijfplaatsen E.C.O Logisch (zwermgedrag) vleermuizen

15 °C, Bft 3, vrijwel geheel bewolkt

1 t/m 9

9-9-2020

05:08 – 07:08

Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen

E.C.O Logisch

12 °C, Bft 3, vrijwel geheel bewolkt

2, 4, 5, 7, 9

26-2-2021

18:00 – 23:15

Steenuil

Breur Onderzoek & Ecologie

12-6 °C, Bft NW1, bewolking 1/8, geen neerslag

31-3-2021

19:30 – 23:30

Steenuil

Breur Onderzoek & Ecologie

17-13 °C, Bft NO1, bewolking 2/8, geen neerslag

30-4-2021

20:00 – 23:30

Steenuil

Breur Onderzoek & Ecologie

9-5 °C, Bft N1, bewolking 1/8, geen neerslag

5-5-2021

20:00 – 23:30

Steenuil

Breur Onderzoek & Ecologie

9-6 °C, Bft W2, bewolking 6/8, 1 bui*

* dit betrof een korte hevige regenbui waardoor de inventarisatie van 21:50 tot 22:10 is onderbroken. Negatieve effecten op de inventarisatie zijn echter uitgesloten.

Vanwege de grootte van het onderzoeksgebied is deze opgedeeld in verschillende deelgebieden. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. heeft bij hun onderzoeksronden de deelgebieden zelf gedefinieerd (zie Figuur 3-1). Deze deelgebieden zijn gehanteerd bij het onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen. Voor de overige soorten was het niet nodig om deze deelgebieden te hanteren omdat ofwel het gebied voldoende overzicht bood of de soort(groep) maar op één of enkele plekken voor zou kunnen komen .

3.2.2

Vleermuizen

Soortgericht onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd door E.C.O. Logisch B.V. Onderzoek naar vleermuizen heeft plaatsgevonden conform het vleermuisprotocol 2017 4. Tijdens het onderzoek is de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied geïnventariseerd. Er is gebruik gemaakt van een Pettersson D240X Batdetector. Het gebied is voor het onderzoek opgesplitst in deelgebieden (zie Figuur 3-1). Ieder deelgebied is door één onderzoeker per onderzoeksronde onderzocht vanwege de omvang en overzicht van het onderzoeksgebied. Door deze onderzoeksinspanning, het gebruik van zichtlijnen en het actief bewegen van onderzoekers is een compleet overzicht van de voor vleermuizen geschikte elementen in het onderzoeksgebied verkregen.

4

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (207). Vleermuisprotocol 207, maart 2017.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 15

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

3.2.3

Gierzwaluw

Soortgericht onderzoek naar gierzwaluw is uitgevoerd door E.C.O. Logisch B.V. Het onderzoek naar gierzwaluw heeft plaatsgevonden conform het Kennisdocument Gierzwaluw 5. Het onderzoek is uitgevoerd in de deelgebieden 1, 2, 3 en 5 t/m 9. Deelgebied 4 is niet onderzocht vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Bij de onderzoeken zijn de deelgebieden doorkruist om een compleet overzicht te krijgen. Bij de overige inventarisaties van E.C.O. Logisch is ook gelet op de aanwezigheid van gierzwaluwen. In de periode 1 juni t/m 15 juli 2020 zijn drie rondes uitgevoerd. Eén ronde hiervan is uitgevoerd tussen 20 juni en 7 juli 2020 in verband met de aanwezigheid van jongen. Het onderzoek is uitgevoerd door een team van vier onderzoekers.

5

BIJ12, Gierzwaluw, Apus, versie 1.0, juli 2017.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 16

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Figuur 3-1. Deelgebieden waarin het onderzoek naar vleermuis en gierzwaluw is uitgevoerd. Bron: rapportage E.C.O. Logisch, 2020 Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 17

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

3.2.4

Huismus

Soortgericht onderzoek naar huismus is uitgevoerd door Breur Onderzoek & Ecologie. Het onderzoek naar huismus heeft plaatsgevonden conform het Kennisdocument Huismus6. Hierbij zijn op z’n minst twee gerichte veldbezoeken uitgevoerd in de periode 1 april tot en met 15 mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen tussen de veldbezoeken. In totaal zijn er vier gerichte veldbezoeken naar huismus uitgevoerd. In totaal zijn veertien veldbezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht voor soortgericht onderzoek naar overige soorten, waarbij steeds verschillende deelgebieden zijn onderzocht. In de periode 31 maart 2020 tot 10 juni 2020 is afwisselend gepost op alle voor huismus geschikte locaties. Tijdens deze veertien veldbezoeken is een zeer goed beeld ontstaan van de populatie huismussen in het onderzoeksgebied. Bij overige onderzoeken (marters en roofvogels) zijn ook waarnemingen van huismussen genoteerd. In veel gevallen is het huismusonderzoek gecombineerd met onderzoek naar andere soortgroepen.

3.2.5

Grote modderkruiper

Soortgericht onderzoek naar grote modderkruiper is uitgevoerd door Breur Onderzoek & Ecologie. Het onderzoek naar grote modderkruiper heeft plaatsgevonden conform het Kennisdocument Grote modderkruiper7. Door middel van de e-DNA techniek zijn watermonsters van de aanwezige sloten geanalyseerd. Het onderzoek was gepland in mei, in de actieve periode van de vissen en daarmee een hogere detectiekans. Echter, in deze periode stonden alle sloten in het onderzoeksgebied en omliggende agrarisch gebied volledig droog. De locaties waar wel nog water aanwezig was, een poel naast de Huijbergseweg 34 en een poel tegenover Bulkenaarsestraat 4, zijn hierbij wel geanalyseerd op e -DNA. De watermonsters zijn genomen met de Sterivex methode en geanalyseerd door Sylphium Molecular Ecology. Naast het nemen van watermonsters zijn de poelen bevist met een Ravon steeknet op 22 mei 2020 en 3 juni 2020. Figuur 3-2 geeft de locaties weer waar onderzoek is uitgevoerd naar deze soort.

3.2.6

Roofvogels

In de uitgevoerde Quickscan (Arcadis, 2019) is aanwezig broedgebied voor roofvogels uitgesloten omdat er weinig geschikte bomen aanwezig waren en geen horsten zijn waargenomen. Wel zouden de bomen buiten het onderzoeksgebied geschikt kunnen zijn als broedgebied. Onderzoek naar roofvogels was hierdoor niet gepland op basis van de eerder uitgevoerde Quickscan. Tijdens het verkennend veldbezoek van Breur Ecologie en Onderzoek op 31 maart 2020 is een buizerdnest, territoriaal gedrag van een sperwer en een sperwerkoppel tijdens nestbouw waargenomen net buiten het onderzoeksgebied. Met ingang van 17 april 2020 zijn beide nesten intensief gemonitord tot het moment dat de jongen zijn uitgevlogen. Dit onderzoek is uitgevoerd door één of twee onderzoekers. Het eerste uur van het veldbezoek is besteed aan monitoring van de nesten, waarbij één onderzoeker één nest observeerde. Indien veldbezoek door één onderzoeker is uitgevoerd is eerst een uur bij het sperwernest, en daarna een uur bij het buizerdnest gepost. Bij alle bezoeken was één uur voldoende om de status van het nest (nestbouw, broedfase, jongen op nest) vast te stellen. De aanwezige nesten zijn geobserveerd met een telescoop, verrekijker en fotocamera vanuit de auto vanaf openbare wegen om verstoring te voorkomen.

Continuering van het natuurlijke gedrag van de jongen en oudervogels bewijst dat de monitoring zonder verstoring heeft plaatsgevonden. Figuur 3-2 geeft de locaties weer waar de onderzochte nesten zijn aangetroffen.

3.2.7

Alpenwatersalamander

Onderzoek naar de alpenwatersalamander was niet gepland door het uitsluiten van geschikt voortplantingsgebied op basis van de eerder uitgevoerde QuickScan. De vastlegging van een individu van alpenwatersalamander op een close-range cameraval op 22 april 2020 heeft er echter toe geleid om het onderzoek uit te breiden met onderzoek naar alpenwatersalamander door Breur Onderzoek & Ecologie. 6 7

BIJ12, Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Grote modderkruiper, Misgurnus fossilis, versie 1.0, juli 2017.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 18

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Twee poelen binnen het plangebied zijn bemonsterd met een Ravon schepnet op 22 mei 2020 en 3 juni 2020. Aanwezige watergangen zijn niet bemonsterd omdat deze compleet drooggevallen waren. Er is niet zeer intensief bevist met het schepnet om verstoring van het kwetsbare leefgebied (kleine poel, zakkend waterpeil) van de alpenwatersalamander te voorkomen. Figuur 3-2 geeft de locaties weer waar onderzoek is uitgevoerd naar deze soort, poel A en poel B.

Figuur 3-2. Locaties waarin het onderzoek naar huismus, grote modderkruiper, kleine marterachtigen, roofvogels en alpenwatersalamander is uitgevoerd. Bron: rapportage Breur Ecologie en Onderzoek, 2020

3.2.8

(Kleine) marterachtigen

Tijdens het marteronderzoek zijn steenmarter, hermelijn, wezel en bunzing onderzocht. Voordat het onderzoeksmateriaal is uitgezet is eerst een verkennend veldbezoek uitgevoerd naar de meest geschikte plekken door Breur Onderzoek & Ecologie. Er zijn zeven geschikte onderzoekslocaties geselecteerd in de openbare groengebiedjes, bermen buiten het agrarisch gebied en particuliere terreinen (zie Figuur 3-2). Omdat er geen toestemming was voor onderzoek op specifieke agrarische terreinen zijn slechts enkele van de gekozen onderzoekslocaties (gedeeltelijk) binnen het onderzoeksgebied gelegen. De terreinen die wel onderzocht zijn waren de meest geschikte terreinen voor marters door de aanwezigheid van ruige hoekjes, houtstapels etc. De onderzochte locaties vormen hiermee het meest geschikte habitat en geven een representatief beeld van het gehele gebied. Voor het onderzoek naar marters is er rekening gehouden met o.a. interessante landschapselementen, geleidende structuren en bottlenecks als het gaat om de plaatsing van het onderzoeksmateriaal. De gekozen onderzoekslocaties zijn hieronder kort beschreven en weergegeven in Figuur 3-2: 1. Lus snelweg: Deze locatie wordt gekenmerkt door een vochtige kruidenvegetatie met een extensief maaibeheer. Op de locatie bevinden zich enkele lange greppels en kleine wilgenopstanden. 2.

Bosperceel: Bestaande uit een gemengd beuken-eikenbos met een open ondergroei. Zuidelijker wordt de vegetatie dichter en ontstaat er meer struweel. Ten zuiden van de bosrand is half open ruigtevegetatie en enkele kleine bosjes aanwezig. Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 19

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

3. Berm en sloot langs snelweg: Deze locatie is het meest representatief voor het agrarisch gebied. De aanwezige sloot stond in de tweede helft van het onderzoek droog en kon hierdoor als corridor voor zoogdieren dienen. 4. Particuliere woning: Op deze locatie bevinden zich o.a. enkele interessante rommelhoekjes en een houthok. 5. Particuliere woning: Rondom het terrein bevindt zich een houtwal met zowel loof- als naaldhout en ruiger begroeide hoekjes. 6. Particuliere woning: Op deze locatie bevindt zich een groene tuin met o.a. een kleine boomgaard. 7. Woonboerderij met paarden: Op het terrein zijn zeer veel oude vervallen schuurtjes, houtstapels en andere rommelhoekjes aanwezig. Alleen aan de westzijde van dit materiaal kon onderzoeksmateriaal worden uitgezet.

Voor het marteronderzoek zijn verschillende methodes gebruikt om een zo goed mogelijk beeld van de aanwezigheid van marters in het onderzoeksgebied te krijgen: •

•

• •

Cameravallen: in totaal zijn tien cameravallen gebruikt. Deze zijn in verschillende opstelling toegepast: − Open camera: Geschikt voor het breedste spectrum aan soorten, deze camera’s zijn vooral toegepast op locaties met goed overzicht. Deze opstelling is geschikt voor het waarnemen van soorten welke zich slecht laten aantrekken door lokstoffen, zoals de bunzing. − Close-range camera: Ontwikkeld door Breur Ecologie & Onderzoek. De opstelling is vergelijkbaar in werking als de Struikrover® maar de beeldhoek en het detectieveld worden niet ingeperkt (een snelle reactietijd is van belang bij kleine marters). De opstelling is zeer flexibel toepasbaar. Deze opstelling kan op locatie met gebiedseigen materiaal verwerkt worden (open/halfopen/volledig ingedekt) tot de meest kansrijke opstelling voor de doelsoort(en). − Mostela: Een gesloten bekisting voor een wildcamera voorzien van een loopbuis, ontwikkeld voor de wezel en hermelijn door deskundigen van Stichting Kleine Marters. Lokstoffen: Op basis van expert-judgement van de onderzoekers zijn er verschillende lokstoffen gebruikt waaronder marter lok-olie, sardientjes, kippenei, pindakaas en vogelzaad. In veel gevallen is hiermee een voer-/geurspoor gemaakt langs de camera. Sporenbuizen: twaalf sporenbuizen voor wezel en hermelijn. Nestkasten: zes nestkasten voor wezel en hermelijn.

Al het onderzoeksmateriaal heeft gerouleerd op een twee plekken. Hierdoor is er in totaal gebruik gemaakt van twintig cameravallocaties, 24 sporenbuizen en twaalf nestkastlocaties. Op de onderstaande figuur is het gebruikte onderzoeksmateriaal weergegeven.

Figuur 3-3. Onderzoeksmateriaal voor onderzoek naar (kleine) marterachtigen. Bron: Breur Onderzoek & Ecologie Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 20

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Op 6 april is al het onderzoeksmateriaal voor het eerst geplaatst en op 7 mei is dit verplaatst naar de andere locatie. Hier heeft het tot 12 juni gestaan. De camera zijn tussentijds één keer gecontroleerd en de sporenbuizen twee keer. In totaal heeft het onderzoeksmateriaal meer dan één maand opgesteld gestaan per locatie. Op locatie 3 en 5 is het materiaal later opgehaald, op 23 juli, in verband met een lege batterij en volle geheugenkaart. Naast de controle is tijdens iedere ronde ook uitvoerig gezocht naar sporen die duinen op aanwezigheid van marters (prenten, uitwerpselen, prooiresten, etc.). Figuur 3-2 geeft de locaties weer waar onderzoek is uitgevoerd naar deze soort.

3.2.9

Steenuil

Het onderzoek naar steenuil is uitgevoerd volgens het meest actuele BIJ12 Kennisdocument en het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus door Breur Ecologie & Onderzoek. Er zijn vier veldbezoeken uitgevoerd in de periode februari t/m mei. Tijdens deze rondes is op zicht en gehoor geïnventariseerd, maar is ook gezocht naar braakballen of andere sporen. In enkele gevallen is tijdens onderzoeksronde 3 en 4 een steenuilengeluid afgespeeld (baltsroep en contractroep) op locaties waar nog onvoldoende zekerheid bestond over de aan- of afwezigheid van steenuilen. Het afspelen van geluid is zeer terughoudend gebruikt om invloed op vestiging van territoria te voorkomen. Het onderzoek is uitgevoerd op de fiets. Op strategische plekken is voor langere tijd gepost en geobserveerd. Het gehele onderzoek is uitgevoerd vanaf openbare terrein en openbare wegen.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 21

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

4

RESULTATEN

De resultaten van het vleermuis- en gierzwaluwonderzoek komen uit de rapportage van adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (opgenomen in Bijlage B). De resultaten van de huismus, grote modderkruiper, roofvogels, alpenwatersalamander, (kleine) marterachtigen en steenuil, komen uit de rapportages van Breur Ecologie en Onderzoek (opgenomen in Bijlage B).

4.1.1

Vleermuizen

Bij de onderzoeksrondes voor vleermuizen zijn individuen van de baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis waargenomen. Zomer- en kraamverblijfplaatsen Bij het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn acht zomerverblijfplaatsen en drie kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. De waarnemingen in de deelgebieden zijn als volgt: • • •

•

• •

Deelgebied 3: één zomerverblijfplaats van één gewone dwergvleermuis in de spouwmuur aan de zuidwestkant van Huijbergseweg 24. Deelgebied 5: drie zomerverblijfplaatsen in de woning aan de Huijberseweg 34. Deelgebied 6: één kraamverblijfplaats met ten minste veertien gewone dwergvleermuizen in de schuur van Plantagebaan 85. Een deel van de kraamkolonie uit deelgebied 7 is in de nacht (van 23 op 24 juni) naar de kraamverblijfplaats in deelgebied 6 verplaatst. In deze woning is ook één zomerverblijfplaats van één gewone dwergvleermuis aangetroffen, aan de zuidgevel van Plantagebaan 85. Deelgebied 7: twee kraamverblijfplaatsen. Eén aan de noordgevel van de Plantagebaan 83, met minimaal 61 gewone dwergvleermuizen. Het tweede verblijf bevindt zich aan de zuidgevel van de Plantagebaan 83 met minimaal 51 gewone dwergvleermuizen. Een deel van de kraamkolonie uit deelgebied 7 is in de nacht naar de kraamkolonie in deelgebied 6 verplaatst. In deelgebied 6 en 7 is op drie verschillende locaties een kraamverblijfplaats vastgesteld. Op basis van de waarnemingen gaat het hier om één kraamkolonie, die gebruik maakt van drie kraamverblijfplaatsen verdeeld over deelgebied 6 en 7. Deelgebied 8: drie zomerverblijfplaatsen in de woning aan de Plantagebaan 81, twee aan de noordgevel, één aan de zuidgevel.

In de overige deelgebieden zijn geen zomer- of kraamverblijven aangetroffen. Tijdens deze onderzoeksrondes zijn een passerende en foeragerende baardvleermuis, gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen, ruige dwergvleermuizen en watervleermuizen waargenomen. Ook is buiten het onderzoeksgebied (woning Krekelberg 23 nabij deelgebied 4) een kraamverblijf van gewone dwergvleermuis aangetroffen. De waarneming van de baardvleermuis betreft een eenmalige waarneming van een passerend individu. Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen In deelgebied 3, 5, 6, 8 en 9 is één baltsterritorium van gewone dwergvleermuis aangetroffen (in totaal vijf). Een baltsterritorium is een duiding van de aanwezigheid van een paarverblijfplaats in de directe omgeving: •

• •

Deelgebied 3: direct naast de woning aan de Huijbergseweg 24 is een baltsterritorium aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat de aanwezige zomerverblijfplaats in deze woning ook als paarverblijfplaats wordt gebruikt. Deelgebied 5: tussen de bebouwing van Huijberseweg 34 is een baltsterritorium aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat één van de aangetroffen zomerverblijven in deze woning ook als paarverblijfplaats wordt gebruikt. Deelgebied 6: tussen de woning en schuur van Plantagebaan 85 is een baltsterritorium aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat één van de aangetroffen zomerverblijven in de woning of schuur ook als paarverblijfplaats wordt gebruikt.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 22

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

•

Deelgebied 8: aan de noordgevel van Plantagebaan 81 is een baltsterritorium vastgesteld. Geconcludeerd wordt dat een van de twee aangetroffen zomerverblijven in deze gevel ook als paarverblijfplaats wordt gebruikt. • Deelgebied 9: ten oosten van de woning aan de Plantagebaan 79 is een baltsterritorium aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat zich aan de oostgevel van deze woning een paarverblijf bevindt. Ten zuiden van deelgebied 4, buiten het onderzoeksgebied, is een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aan de zuidoostkant van Huijbergseweg 35 aangetroffen. Tijdens deze onderzoeksrondes zijn passerende en foeragerende franjestaart, gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen, ruige dwergvleermuizen en watervleermuizen waargenomen. De waarneming van de franjestaart betreft een eenmalige waarneming van een passerend individu. Winterverblijfplaatsen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de onderzoeksrondes naar winterverblijfplaatsen geen zwermende individuen of andere indicaties van een (massa)winterverblijf aangetroffen. Wel kunnen de aangetroffen zomer-, paar- of kraamverblijfplaatsen dienen als winterverblijf bij geschikte weersomstandigheden. Tijdens deze onderzoeksrondes zijn passerende en foeragerende franjestaarten, gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen, ruige dwergvleermuizen en watervleermuizen aangetroffen.

Vliegroutes en foerageergebieden Binnen het onderzoeksgebied zijn essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied van gewone dwergvleermuis en watervleermuis aangetroffen. De groenstructuren rondom deelgebied 6 en 7 vormen essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. Door de aanwezige kraamkolonie van gewone dwergvleermuis in deze omgeving is het foerageergebied extra van belang in de kraamperiode. De Tolbergvijver, ten noorden van deelgebied 11 buiten het onderzoeksgebied, is vastgesteld als essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis en watervleermuis. Gewone dwergvleermuizen en watervleermuizen zijn hier tijdens verschillende onderzoeksrondes waargenomen. Omdat er geen alternatieven in de omgeving aanwezig zijn voor de watervleermuis gaat het hier om essentieel foerageergebied voor deze soort. Rondom deelgebied 1 t/m 5 zijn overvliegende watervleermuizen aangetroffen. De essentiële vliegroutes voor watervleermuis lopen naar en vanaf het foerageergebied. De vliegroutes van watervleermuis zijn aangetroffen langs: • • •

Bulkenaarsestraat, binnen deelgebied 11, ter hoogte van deelgebied 1 en 2. Huijbergseweg ter hoogte van deelgebied 3 en 4. Bulkenaarsestraat en Huijbergseweg ter hoogte van deelgebied 5.

Voor gewone dwergvleermuis zijn drie vliegroutes vastgesteld: •

• •

Ten zuidoosten van deelgebied 4, vanaf de Huijbergseweg naar de zuidoostelijk gelegen woonwijk (hier is ook een kraamverblijf aangetroffen). Vanwege de aanwezigheid van voldoende alternatieve vliegroutes is deze vliegroute niet essentieel. Langs de drie bomen in deelgebied 10 en de aangrenzende greppel. Vanwege de afwezigheid van alternatieven is deze vliegroute essentieel. Langs de bomenrij in deelgebied 11 vanaf de Thorbeckelaan tot het deelgebied. Hier sluit het aan op aanwezig foerageergebied. Vanwege de aanwezigheid van voldoende alternatieve vliegroutes is deze vliegroute niet essentieel.

Gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen en ruige dwergvleermuizen zijn foeragerend aangetroffen langs de groenstructuren in het onderzoeksgebied. Vanwege voldoende alternatieven zijn deze foerageergebieden echter niet essentieel. In bijlage B zijn de waarnemingen van vleermuizen in het onderzoeksgebied op kaart weergegeven. Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 23

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

4.1.2

Gierzwaluw

Tijdens het onderzoek naar gierzwaluwen zijn geen nestlocaties vastgesteld binnen het onderzoeksgebied. Wel zijn enkele passerende en foeragerende gierzwaluwen waargenomen. In deelgebied 3 is eenmalig een gierende gierzwaluw waargenomen. Dit individu toonde echter geen binding met de aanwezige bebouwing. In bijlage B zijn de waarnemingen van gierzwaluw in het onderzoeksgebied op kaart weergegeven. Omdat geen nestlocaties van gierzwaluw zijn aangetroffen en gierzwaluwen een wijdverspreid foerageergebied gebruiken zijn negatieve effecten op deze soort op voorhand uit te sluiten. Deze soort wordt daarom niet meegenomen in de verdere toetsing.

4.1.3

Huismus

Tijdens het huismusonderzoek zijn geen nesten van huismus aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Ten zuiden van het onderzoeksgebied komen huismussen verspreid voor. Langs de Spuitendonksestraat en de Huijbergseweg is een huismuskolonie aanwezig. Op deze plek kunnen huismussen broeden in de aanwezige woningen. Waar deze twee straten zich kruisen met de Bulkenaarsestraat ligt het zwaartepunt van de kolonie, die voornamelijk nestelen in de bebouwing van Bulkenaarsestraat 10 t/m 16. De aanwezigheid van de huismussen hangt waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van jaarronde beschutting, nestmateriaal en voedsel. Er zijn geen huismusnesten bij onderzoekslocatie 4, gelegen aan dezelfde kruising, gevonden door de afwezigheid van geschikte nestplekken. Wel zijn sporadisch huismussen waargenomen in de begroeiing rond de bebouwing op onderzoekslocatie 4 en 6. Omdat voldoende alternatief groen zich in de directe omgeving van de nestplaatsen aan de Spuitendonksestraat en Huijbergseweg bevinden is er geen sprake van essentieel functioneel leefgebied rondom onderzoekslocatie 4 en 6. De werkzaamheden hebben geen betrekking op de aanwezige bebouwing of bijbehorende erven. Omdat de huismus redelijk beperkt is tot deze gebieden zijn negatieve effecten hier niet te verwachten.

Omdat het verdere plangebied geen broedlocaties en geen essentieel foerageergebied voor de huismus biedt zijn negatieve effecten op deze soort uitgesloten. Huismus wordt niet meegenomen in de verdere toetsing.

4.1.4

Grote modderkruiper

De e-DNA analyse en de bemonstering met de schepnetten hebben geen resultaat opgeleverd. In de aanwezige wateren is geen bewijs van de aanwezigheid van grote modderkruiper gevonden. Aangenomen wordt dat het slotensysteem in het onderzoeksgebied van drie opeenvolgende jaren droogstaat. Met de afwezigheid van DNA in het water, het regelmatig droogvallen en het niet aantreffen van de soort middels schepnetinventarisaties is de aanwezigheid van grote modderkruiper in het onderzoeksgebied uitgesloten. Deze soort wordt niet meegenomen in de verdere toetsing.

4.1.5

Roofvogels

Tijdens het veldbezoek is een actief broedgeval van buizerd waargenomen. Vanaf 17 april 2020 werd er vast gebroed. Ongeveer een maand later, op 21 mei 2020 zijn er voor het eerst twee pullen waargenomen op het nest die op 10 juni 2020 bijna vliegvlug waren en al vliegoefeningen op het nest maakte. Na deze datum zijn op het nest geen buizerds meer waargenomen. Hierdoor wordt aangenomen dat de twee jongen succesvol zijn uitgevlogen. Tijdens het veldbezoek is ook een actief broedgeval van sperwer waargenomen. Dit broedgeval kwam echter relatief laat op gang. Op 6 april 2020 is nestbouw waargenomen en op 17 april 2020 werd hier nog niet continu gebroed (wel af en toe een vogels op en rond het nest). Vanaf 7 mei 2020 werd permanent gebroed op het nest. Op 10 juni 2020 werd voor het eerst één pul aangetroffen. Op 19 juni 2020 bleken dit twee pullen te zijn, welke op 25 juni 2020 een vrijwel volledig verenkleed hadden en vliegoefeningen maakten. Op 1 juli 2020 waren er geen individuen meer aanwezig op het nest. Voor de volledigheid is op 23 juli 2020 het bosje waarin het nest zich bevond onderzocht en zijn enkele plukplaatsen van kleine zangvogels aangetroffen. Direct onder het nest waren weinig sporen aanwezig, geen veren, braakballen of uitwerpselen. Het wordt aangenomen dat de twee jongen succesvol zijn uitgevlogen.

Zie onderstaande figuur voor foto’s van het broedgeval van de sperwer.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 24

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Figuur 4-1. Foto's van het broedgeval van de sperwer. Boven: volwassen sperwer op het nest; onder: twee pullen op het nest. Bron: Breur Onderzoek & Ecologie

In 2021 is het sperwernest nogmaals bezocht. Uit dit bezoek is gebleken dat er in hetzelfde bosje een nieuw nest is gebouwd. De twee nestlocaties worden weergegeven in Figuur 4-2.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 25

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

Figuur 4-2. Locaties van de waargenomen sperwernesten in 2020 en 2021. Bron: Breur Ecologie&Onderzoek

4.1.6

Alpenwatersalamander

In poel A, direct naast de cameraval gelegen, is de alpenwatersalamander in groten getale aangetroffen, naar verwachting gaat het hier om zo’n 50 individuen. De poel bevindt zich op het erf van de Huijbergseweg 34. De cameraval stond op het erf van deze woning aan de achterzijde van een houthok. De afstand tussen de camera en de poel bedroeg circa 40 – 50 meter. Vermoed wordt dat de alpenwatersalamander in de directe omgeving van de poel overwinterd. In aangrenzende tuinen en erven zijn voldoende structuren zoals kleine hagen en rommelhoeken om vorstvrij te overwinteren. Ook ten zuiden van deze locatie, op het terrein van de Huijbergseweg 45, bevindt zich een poel met vermoedelijk alpenwatersalamanders (vermoeden na gesprek met de bewoners). Zie Figuur 4-3 voor een opname van de alpenwatersalamander.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 26

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Figuur 4-3. Waarneming van een alpenwatersalamander nabij poel A. Bron: rapportage Breur Onderzoek & Ecologie

In poel B, direct ten noorden van het onderzoeksgebied, tegenover Bulkenaarsestraat 4, zijn geen alpenwatersalamanders aangetroffen. Wel is op beide locaties de algemeen voorkomende kleine watersalamander aangetroffen.

4.1.7

(Kleine) marterachtigen

Op onderzoekslocatie 6 en 7 is de bunzing eenmalig vastgelegd op de cameraval. Sporen van een middelgrote marterachtige zijn waargenomen op onderzoekslocatie 3. Omdat de prenten en de gang niet optimaal afgedrukt waren kon niet vastgesteld worden of het om een grote bunzing of een kleine steenmarter ging. De camera op locatie 3 heeft wel eenmalig een steenmarter vastgelegd, deze camera was echter 40 meter ten noorden, buiten het onderzoeksgebied opgesteld. Naast steenmarter is de wezel veelvuldig vastgelegd op locatie 3 in de sporenbuizen, Mostela en open camera. Op deze laatste plek is ook een vrouwtje die een jong in de bek vervoerde vastgelegd, en in de Mostela is meerdere malen een mannetje vastgelegd. Door deze waarnemingen kan hier met zekerheid wordt geconcludeerd dat het om een populatie gaat. Andere waarnemingen waren van sporen van bosmuis in de nestkast en één keer zelfs een individu tijdens nestkastcontrole. Naast prenten van de wezel zijn ook sporen van woelmuis spec., spitsmuis spec., bosmuis en gewone pad aangetroffen in de sporenbuizen. Onderstaande tabel uit de rapportage van Breur Onderzoek & Ecologie geeft een overzicht van de waargenomen zoogdieren weer.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 27

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

Tabel 4-1. Overzicht van de waargenomen zoogdieren. Groen = zekere waarneming, geel = onzekere waarneming. Soortnamen van vrijgestelde soorten zijn in lichtgrijs weergegeven. Bron: rapportage Breur Ecologie en Onderzoek

Voor de aangetroffen kleine marterachtigen en steenmarter heeft het onderzoek de volgende indruk van verspreiding en populatie in en om het onderzoeksgebied gegeven: •

•

•

•

Wezel: komt waarschijnlijk wijdverspreid voor in het gehele agrarische gebied. Het aantal individuen is sterk afhankelijk van het jaargetijde en vegetatiehoogte waardoor aantallen sterk fluctueren. In het voorjaar was het agrarisch landschap, door de smalle akkers langs bermen en frequent maaigehalte, marginaal geschikt voor de wezel. In de zomer waren meer geschikte biotopen met ruigere en kruidenrijke bermvegetaties aanwezig. De berm van de noordelijk gelegen snelweg is mogelijk een belangrijk toevluchtsoord voor de wezelpopulatie door een ander maairegime. Als gevolg hiervan is er over een langere tijd voldoende dekking en voedsel aanwezig. Op de onderzoekslocaties op particulier terrein zijn geen wezels gevonden, waarschijnlijk door de aanwezigheid van huiskatten. Bunzing: slechts op enkele locaties vastgelegd. Omdat de bunzing zich slecht laat aantrekken door de gebruikte lokstoffen wordt er hierbij vanuit gegaan dat het niet om incidentele waarnemingen ging. Tijdens de onderzoeksrondes van adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. zijn ook waarnemingen van bunzing gedaan nabij bij deelgebieden 3 en 8. Aangenomen wordt dat de bunzing jaarrond aanwezig is in het onderzoeksgebied en hier verschillende verblijfplaatsen heeft. Het gaat hier naar alle waarschijnlijkheid om een laag aantal dieren (1 – 3) door de grootte van een bunzingterritorium.

Steenmarter: steenmarter reageert in het algemeen goed op lokstoffen. De locatie waar de steenmarter is vastgelegd bevatte echter geen lokstoffen. Doordat op de locaties met lokstoffen geen steenmarters zijn waargenomen wordt ervan uit gegaan dat deze soort niet veel voorkomt in het onderzoeksgebied. De meeste onderzoekslocaties bevonden zich op particulier terrein. Deze terreinen zijn veelal geschikt voor steenmarters door de aanwezigheid van o.a. rommelhoekjes, houthokken en schuurtjes. Door de afwezigheid van steenmarters op deze locaties wordt aangenomen dat de soort alleen incidenteel voorkomt in het onderzoeksgebied, of dat territoria zich alleen langs de randen van het gebied bevinden. Hermelijn: individuen van hermelijn zijn tijdens het soortgericht onderzoek niet waargenomen of vastgelegd. Aanwezigheid van deze soort binnen het onderzoeksgebied is uitgesloten.

Zie Figuur 4-4 voor een weergave van enkele (kleine) marterachtigen.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 28

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Figuur 4-4. Waarnemingen van (kleine) marterachtigen. Boven: wezel in Mostela; midden: steenmarter; onder: bunzing. Bron: Breur Onderzoek & Ecologie.

Op de door Breur Ecologie en Onderzoek geplaatste cameravallen zijn ook individuen van de bosmuis, egel, vos, gaai, haas, spitsmuis, huiskat, konijn en bruine rat vastgelegd.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 29

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

4.1.8

Steenuil

In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn in totaal vier territoria van steenuil aangetroffen. Figuur 4-5 geeft de locaties van deze territoria weer. Bij locatie A en C gaat het om steenuilen die zijn waargen omen bij nestkasten. Bij locatie B en D gaat het om steenuilen die zijn waargenomen op oude schuren. Individuen zijn enkel waargenomen op erven waar ook verblijfplaatsen, in nestkasten of gebouwen, zijn gelegen. De bijbehorende nestlocaties/verblijfplaatsen bij de territoria bevinden zich op/aan de erven van: • • • •

Locatie A: Plantagebaan 109. Locatie B: Spuitendonksestraat 7. Locatie C: Oostlaarsestraat 5. Locatie D: Bulkenaarsestraat 2.

Figuur 4-5. Locaties van de vier steenuilterritoria rondom het onderzoeksgebied. Bron: rapportage steenuilonderzoek Breur Ecologie & Onderzoek

De gele cirkels op Figuur 4-5 geven de mogelijke aanwezige territoria van steenuilen weer. Hier is uitgegaan van een straal van 200 meter rondom een nest-/verblijfplaats. Aangenomen wordt dat de belangrijkste elementen voor een steenuil zich binnen deze straal van 200 meter bevinden.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 30

Resultaten soortgericht onderzoek De Bulkenaar

Het territorium van locatie D overlapt met het onderzoeksgebied én het plangebied van de ontwikkeling in De Bulkenaar. De overige locaties liggen verder van het onderzoeks- en plangebied af. Ook zijn de dichtstbijzijnde delen van het onderzoeksgebied ongeschikt bevonden als foerageergebied voor de steenuil door de aanwezigheid van kale akkers zonder uitkijkpunten. Het erf van de Bulkenaarsestraat 3 en, in mindere mate, het erf van de Bulkenaarsestraat 1 zijn geschikt als foerageergebied voor steenuil door de aanwezigheid van o.a. rommelige schuurtjes, oude hekjes met verruigde graslandjes en een paardenweide. Ook al zijn er geen waarnemingen van steenuil gedaan, wel wordt het terrein als deel van functioneel leefgebied gezien door de korte afstand tot de verblijfplaatsen en de aanwezigheid van geschikt foerageergebied. Ook het talud aan beide zijden van de snelweg, het graslandperceel ten noorden en de half-open parkzone langs de Tolbergvijver worden gezien als deel van het functioneel leefgebied van de steenuil.

Figuur 4-6. Potentieel geschikt foerageergebied (groen gearceerd) in de omgeving van de verblijfplaats (rode stip) bij locatie D. Bron: rapportage steenuilonderzoek Breur Ecologie & Onderzoek

Al met al is gebleken dat grote delen van het onderzoeksgebied ongeschikt zijn als foerageergebied voor de steenuil omdat een geschatte 90% van het onderzoeksgebied bestaat uit grote, intensief bewerkte akkers. Door de afwezigheid van paaltjes kan de steenuil minder goed jagen.

Onze referentie: D10015860:158 - Datum: 11 augustus 2021 - AS2-Internal 31

RESULTATEN SOORTGERICHT ONDERZOEK DE BULKENAAR

4.1.9

Overige waarnemingen

Tijdens het soortgericht onderzoek uitgevoerd door Breur Ecologie en Onderzoek zijn patrijzen waargenomen. Op de cameravallen van locatie 5 en 6 is deze soort ook vastgelegd op de camera (Figuur 4-7). Verwacht wordt dat het onderzoeksgebied onderdeel is van de habitat van tenminste twee broedparen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32443