1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Bureauonderzoek arch.pdf
Tekst van het document
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL
Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich diverse erven bij Haiink en aan de wegen Plantagebaan en de Bulkenaarsestraat. De ligging van deze erven komt op de huidige topografische kaart overeen met de ligging van op de historische kaart van 1850. Een uitzondering vormt een erf in het westen van het plangebied dat vanaf 1930 wordt weergegeven op kaarten. Het plangebied bestaat op de kaart van 1850 uit bouw- en graslanden en uit bosgebied. Tegenwoordig bevindt er zich in het plangebied geen bos meer. Op de kaart van 1970 is te zien dat de A58 is aangelegd. Ten slotte is op de kaart van 1990 te zien dat er ruilverkaveling heeft plaatsgevonden en dat kavels hier en daar zijn rechtgetrokken. Het plangebied ligt in wat tijdens de mobilisatieperiode (1938-1939) bekend stond als het Zuidfront van de Vesting Holland. Het plangebied bleef niet gespaard van oorlogsgeweld. Op geallieerd luchtfoto- en kaartmateriaal zijn indicaties van Duitse verdedigingswerken waargenomen aan de randen van het plangebied. Op een luchtfoto van 28 oktober 1944 zijn inslagkraters van artilleriebeschietingen te zien. De schade in de omgeving was na de bevrijding groot. In de weide omtrek waren boerderijen afgebrand en het bouwland door beschietingen en zwaar materieel omgeploegd. Alleen al in het kleine buurtschap Bulkenaar waren vijf boerderijen verwoest.
5.2
Gespecificeerd verwachtingsmodel
4.
Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Op basis van de bij het bureauonderzoek verzamelde gegevens is het mogelijk een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen ten aanzien van aard, ouderdom, diepteligging en gaafheid. Verwachting, aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de Steentijd (Mesolithicum t/m Neolithicum) leefde de mens voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Van deze kort bewoonde (jacht)kampen rest tegenwoordig nog een strooiing van houtskool, vuursteen en haardkuilen. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen veelal gelegen zijn op relatief hoog gelegen gronden en bij voorkeur op de overgang van nat naar droog, zoals dalranden en geulen. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar.
Op de dekzandruggen langs het beekdal geldt een hogere kans op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen en kampementen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. In het beekdal zelf worden geen nederzettingsresten verwacht, maar kunnen wel resten van jachtuitrusting en deposities voorkomen. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens. De eerste akkergronden werden op de van nature bewerkbare en vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Op de dekzandruggen in het plangebied is de kans het grootst op het aantreffen van resten van landbouwculturen met sedentaire nederzettingen. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Nieuwe tijd Op basis van het historisch kaartmateriaal zijn er aanwijzingen dat er in de Nieuwe tijd (tot begin 20e eeuw) bewoning in het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden. Het plangebied raakt op basis van dit kaartmateriaal geen historische erven.
43
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL
Voordat erven en boerderijen een vaste plek kregen ‘zwierven’ deze door het landschap. Om de historische erven die op de historische kaarten uit de 19de eeuw zijn weergegeven wordt daarom een buffer van 100 meter aangehouden. Binnen deze buffer is de kans groter op het aantreffen van restanten van erven uit de Nieuwe tijd en ouder. Op enkele plaatsen in het plangebied kunnen militaire restanten uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Deze resten kunnen bestaan uit resten van stellingen, wapenuitrusting en niet gesprongen explosieven. Het gehele plangebied is verdacht gebied geschutmunitie. Diepteligging Het oppervlak voor alle archeologische perioden bevindt zich ter hoogte van het plangebied in de top van de natuurlijke afzettingen. Dit betreft de B- en of C-horizont. Op basis van gegevens ligt deze in het grootste deel van het plangebied binnen 50 cm -Mv. Ter hoogte van de enkeerdgrond in het westen van het plangebied worden deze horizonten dieper dan 50 cm -Mv verwacht. Dit geldt ook voor de ophogingen ter plaatse van de op- en afrit van de A58. Het maaiveld is hier op basis van vergelijking met de omgeving opgehoogd met een pakket van ongeveer 1 tot 2 meter. Fysieke kwaliteit Ter hoogte het afdekkend pakket (enkeerdgrond) worden de archeologische resten relatief goed beschermd tegen bodemingrepen. Hier is de fysieke kwaliteit van de resten naar verwachting hoog.
In de overige delen van het plangebied worden de resten minder goed beschermd. Hier is de fysieke kwaliteit naar verwachting gematigd. Tijdens de aanleg van de op- en afrit van de A58 heeft ophoging van het maaiveld plaatsgevonden. Het is niet duidelijk in hoeverre de bodem onder deze ophogingen nog intact is. Mogelijk is de ondergrond hier verstoord.
5.3
Advies
5.
In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling? Omdat er nog geen exacte ingrepen bekend zijn, wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat de geplande ontwikkeling de archeologische resten bedreigen binnen het gehele plangebied. De resten zijn direct onder de bouwvoor te verwachten. Deze bouwvoor zal verwijderd worden ter plekke van de realisatie. Voor de aanpassingen van de infrastructuur aan de noord en zuidzijde van de A58 geldt dat indien ingrepen worden uitgevoerd niet dieper dan aanwezige ophogingspakketten geen archeologische vindplaatsen bedreigd worden. Indien ingrepen hier dieper dan de aanwezige ophogingspakketten reiken bestaat er een kans op de bedreiging van archeologische resten. 6. Is archeologisch vervolgonderzoek nodig en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd? Voor een groot deel van het plangebied wordt vervolgonderzoek geadviseerd (Figuur 21). Alleen ter hoogte van eerder uitgevoerde veldonderzoeken is het archeologisch onderzoek al afgerond en wordt derhalve geen vervolgonderzoek aanbevolen (circa 1,4 hectare). Het overige deel van het plangebied kan worden opgedeeld in vier zones: 1. 2. 3. 4.
Zone met brede archeologische verwachting tot en met de Middeleeuwen (ca 50,3 hectare) ; Zone met verwachting voor beekdal gerelateerde archeologische resten (ca 1,5 hectare). Zone met aanvullende verwachting voor de Nieuwe tijd (historische erven; ca 9,2 hectare); Zone met aanvullende verwachting voor de Tweede Wereldoorlog (ca 0,6 hectare). • Voor historische erven en vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog is booronderzoek geen geschikte methode om de resten op te sporen. Hiertoe is proefsleuvenonderzoek meer geschikt. Om nut en noodzaak van dit proefsleuvenonderzoek te bepalen wordt als eerste onderzoeksstap aanbevolen om in deze zones eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit advies geldt ook voor de overige zones binnen het plangebied. Verkennend booronderzoek in de lager gelegen delen van het plangebied heeft tot doel de overgangen van hoger naar lager gelegen zones en beekdalen goed in kaart te brengen.
44
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL
Verkennend booronderzoek in de opgehoogde locaties ter plaatse van de op- en afritten van de A58 is benodigd indien de geplande ingrepen dieper reiken dan de bestaande ophogingspakketten. De exacte diepte van deze maatregelen is niet bekend. Dit onderzoek heeft verder als doel de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de volgende technieken en strategieën: -
boortype: Edelmanboor (Ø 7 cm); boordichtheid en -grid: circa 5 boringen per hectare (40x50 m grid); waarnemingsmethode: snijden van de boorkern met een boormes; boordiepte: tot 30 cm in de C-horizont.
Dit advies kan door de initiatiefnemer te worden voorgelegd aan het Bevoegd Gezag, in dit geval de Gemeente Roosendaal. Het Bevoegd Gezag kan van het door Arcadis gegeven advies afwijken.
Figuur 21 Advieskaart archeologisch vervolgonderzoek.
45
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL
BRONNEN • • • • •
Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3). Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Archeologisch Informatiesysteem Archis2; Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed (RCE). Bodemkaart Nederland (1:50:000); Alterra. Geomorfologische Kaart (1:50:000); Alterra.
Koopmanschap, H.J.L.C. en Vissen-Poldervaart, M., Een Erfgoedkaart voor de gemeente Roosendaal. Revisie 28 februari 2011, Gemeente Roosendaal, 2011. Maes, N., Inventarisatie van autochtone bomen en struiken in West- en Midden-Brabant, Tilburg, 1996. Leenders, K.A.H.W., De verscheidenheid van het landschap van westelijk Noord-Brabant (Jaarboek De Ghulden Roos 60 (2000) 27 - 49). Koeman, S.M., en Van der Klooster, E., Bureauonderzoek Ringwaterleiding te Roosendaal, Zevenaar, 2015. Verhoeven, M.P.F., Plangebied baggerwerkzaamheden Roosendaal, gemeente Roosendaal: een archeologisch bureauonderzoek, Weesp, 2016. Roymans, R.A.M., en Sprengers, N., Aanleg EVZ Rissebeek: traject Roosendaal – Belgische grens, gemeente Roosendaal; archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden, Weesp, 2013.
46
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL
Colofon BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE, BRAVIS ROOSENDAAL ARCADIS ARCHEOLOGISCH RAPPORT 326 KLANT Gemeente Roosendaal AUTEUR Dirk Knapen en Eimert Goossens ONZE REFERENTIE D10038412:22 DATUM 22 september 2021 STATUS GECONTROLEERD DOOR
Eimert Goossens Senior KNA Archeoloog
47
Onze referentie: D10038412:22 - Datum: 6 september 2021