CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - De Bulkenaar_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 17 Nota inspraak en vo.pdf

Commissie 3 februari 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en bijbehorende besluiten de Bulkenaar46.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

23

3.

4.

Immers, door deze ontwikkelingen door te zetten is geenszins sprake van het bouwen binnen stedelijke contouren, het ontzien het buitengebied dan wel van zuinig/duurzaam ruimtegebruik waarbij efficiënt hergebruik van bestaande ruimte als uitgangspunt is genomen. Van een zorgvuldige voorbereiding, dan wel van een deugdelijke motivering is om die reden geen sprake. Indiener verzoekt om actiever dan tot heden te zoeken naar binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocaties, om zo uitvoering te geven aan de in de Structuurvisie neergelegde uitgangspunten. In de toelichting staat meerdere keren vermeld dat voor de (toekomstige) ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis circa 12 hectare grond nodig is. In het plan wordt echter niet gemotiveerd waarom 12 ha grond benodigd is voor de voorgenomen ontwikkeling. Een zorgvuldige uiteenzetting van de behoefte aan een dergelijke ruimte ontbreekt in het plan, laat staan dat een deugdelijke analyse is gemaakt van de mogelijkheden om binnenstedelijk de benodigde bedrijfsvloeroppervlakte en parkeerruimte te kunnen realiseren. Ter vergelijking wijst indiener op onder andere het Isala-ziekenhuis in Zwolle, dat ten aanzien van het aantal jaarlijkse verpleegdagen en de totale bedrijfsopbrengsten circa tweemaal zo groot is als Bravis, zo volgt uit een vergelijking van de jaarverslagen uit 2019.

Dit ziekenhuis staat evenals de vestiging van Bravis in Roosendaal op een oppervlakte van circa 10 hectare. Het is onder andere gelet op die vergelijking voor indiener onduidelijk waarom Bravis zoveel meer ruimte nodig heeft.

Het plan omvat geen onderbouwing van de behoefte aan 110.000m2 b.v.o. Er wordt geen inzicht gegeven in voor deze ontwikkeling fundamentele vragen zoals hoe in de huidige situatie ruimte wordt gebruikt, hoe de huidige ruimte zo efficiënt en effectief mogelijk kan worden gebruikt, welke behoefte er daadwerkelijk is aan ruimte of dit

buitengebied, blijven de overige fundamentele uitgangspunten overeind. Deze hebben dan ook een belangrijke rol gespeeld bij de locatiekeuze. De onderbouwing voor de locatiekeuze is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.

Bravis heeft een Visie 2030 “Het nieuwe Bravis, brengt zorg samen” opgesteld. Een belangrijke basis voor de nieuwe visie is de scenario-analyse die ze in het najaar van 2019 hebben uitgevoerd. In meerdere scenario’s heeft Bravis bekeken wat de mogelijke effecten zijn van demografie en belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen op de toekomstige zorgvraag. De inzichten die daarbij verkregen zijn, vormen tezamen met de huidige inzichten en ervaringen van Bravis een belangrijke basis voor de gevraagde 12 hectare. Zij heeft zich hierbij laten ondersteunen door het bureau SIRM die gespecialiseerd is in dit soort scenarioberekeningen. Daarnaast gaat het bij de ontwikkeling van het nieuwe Bravis ziekenhuis niet alleen om de realisatie van een nieuw, modern ziekenhuis voor de regio, maar ook om zorgpartners in de nabijheid van het ziekenhuis te kunnen huisvesten, waarmee ze invulling kunnen geven aan de ambities ‘vergroten patiëntwaarde’, ‘garanderen breed zorgaanbod’ en ‘intensiveren regionale samenwerking’. Vanuit die visie is een grotere oppervlakte nodig dan nodig zou zijn als alleen een ziekenhuis zou worden ontwikkeld. Tot slot kan worden opgemerkt dat een binnenstedelijke ontwikkeling in een eerder stadium door Bravis is onderzocht en als niet haalbaar is bestempeld vanwege de slechte toegankelijkheid en decentrale ligging. Zie het antwoord onder punt 3.

24

5.

6.

7.

8.

ruimtegebruik kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en zo niet, waarom dan niet. Op voorhand kan geenszins worden vastgesteld of er wel behoefte is aan een ziekenhuis van dergelijke omvang, laat staan dat deze ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied moet plaatsvinden. Het plan maakt zonder deugdelijke motivering uitbreidingen tot en met 121.000 m2 b.v.o. mogelijk via artikel 4.5.4. met een binnenplanse afwijkingsvoegdheid. Artikel 13.1 onder b van de planregels biedt nog een verdere mogelijkheid om af te wijken van de planregels. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State moet met het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid de situatie die kan ontstaan door de toepassing van die bevoegdheid in beginsel planologisch aanvaardbaar worden geacht. Dientengevolge ligt het op de weg van het bestuursorgaan om bij het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, zorgvuldig te motiveren waarom deze afwijkingen in beginsel aanvaardbaar zijn. Dit is thans niet het geval. Indiener verzoekt om voorstaande reden om deze uitbreidingsmogelijkheid uit het plan te verwijderen, dan wel zorgvuldig te onderbouwen waarom 121.000 m2 b.v.o. door u aanvaardbaar wordt geacht. Ditzelfde geldt ook voor de overige maten die in het bestemmingsplan staan benoemd.

Ten aanzien van artikel 4.5.4 geldt verder nog dat de daarin opgenomen verwijzing naar de oppervlaktematen van artikel 4.1, onderdeel b, onjuist is. Waarschijnlijk is gedoeld op de oppervlaktematen zoals vernoemd in artikel 4.1. Overigens is ook de plaatsing van artikel 4.5.4 verwarrend, nu deze is opgenomen onder paragraaf 4.4 “Specifieke gebruiksregels”. Het artikel schept juist mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels. Regels hieromtrent staan in paragraaf 4.3 “Afwijken van de bouwregels” geregeld. In paragraaf 4.2 van de toelichting worden - samengevat - zes argumenten aangedragen waarom de nieuwe locatie niet binnen het bestaande stedelijke gebied kan worden verwezenlijkt. Deze argumenten kunnen om de volgende redenen (zie punten punt 9 t/m

Zie het antwoord onder punt 3.

Zie het antwoord onder punt 3. Aanvullend is het afwijken zoals opgenomen onder 4.5.4. alleen mogelijk als voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hiervoor dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een goede onderbouwing te worden gegeven, die duidelijk maakt dat de gewenste vergroten van b.v.o.’s aanvaardbaar is. Het opnemen van de algemene afwijkingsregels (artikel 13) is gebruikelijk voor bestemmingsplannen. Gelet op de dubbeling in uitbreiding van maten en percentages wordt artikel 13.1 onder b zodanig aangepast dat dat niet van toepassing is op de uitbreiding van het aantal b.v.o’s.

Terecht wordt aangegeven dat de verwijzing naar artikel 4.1, onder b, niet correct is. De passage ‘onder b’ zal worden geschrapt in de regels, zodat duidelijk is dat met deze bepaling mag worden afgeweken van de oppervlakteregels zoals opgenomen in dat lid. De opmerking dat artikel 4.5.4 is opgenomen onder 4.4 ‘specifieke gebruiksregels’ is niet juist. Artikel 4.5.4 staat vermeld onder 4.5 ‘Afwijken van de gebruiksregels’.

In paragraaf 4.2 worden 7 selectiecriteria benoemd waaraan de nieuwe hoofdlocatie moet voldoen. Hierbij is zowel naar locaties binnen als buiten het stedelijk gebied gekeken. In de toelichting van het bestemmingsplan is een beknopte weergave van de locatiekeuze 25

9. 10.

11.

12.

13.

14) de stelling dat huidige locaties ontoereikend zijn voor het binnenstedelijk realiseren van de plannen niet dragen. Een deugdelijke onderbouwing ontbreekt ten aanzien van de benodigde 12 ha grond. Dat de huidige locaties binnen een termijn van 10-15 jaar technisch verouderd zijn, kan geen argument zijn dat nieuwbouw om die reden buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gerealiseerd. Een dergelijk argument is niet steekhoudend. Er kan immers ook onderzocht worden in hoeverre nieuwbouw, dan wel herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, meer specifiek op een van de huidige locaties, mogelijk is. Daarnaast is ook niet de gehele bebouwing verouderd. In de toelichting wordt vermeld dat de locatie Roosendaal enkel via een stedelijke route bereikt kan worden. Het is onbekend waarom aan de Variantenstudie 2018 geen gevolg is gegeven of waarom desondanks in de toelichting tot het oordeel wordt gekomen dat de locatie Roosendaal slecht bereikbaar zal zijn voor het verkeer. Dit oordeel is gelet op de Variantenstudie 2018 kennelijk onjuist. De huidige locatie Roosendaal kan juist goed ontsloten worden. Ook anderszins zijn er alternatieven voorhanden om de huidige locatie in Roosendaal goed te kunnen ontsluiten.

Zo zijn er in het rapport “Nieuwbouw Ziekenhuis Bravis omgeving Roosendaal, Alternatieven aangedragen door belanghebbende en verontruste bewoners van Roosendaal aan leden van de gemeenteraad Roosendaal” van 31 januari 2021 diverse ontsluitingsmogelijkheden aangedragen waardoor de huidige locatie goed ontsloten kan worden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de locatie Roosendaal per auto goed bereikbaar gemaakt kan worden. Het standpunt dat de locatie in Roosendaal slecht bereikbaar is, of slechts via stedelijk gebied kan worden bereikt, is onjuist. Het punt dat de tijdelijke huisvesting van medewerkers door het verbouwen van een van beide bestaande locaties duurder is dan nieuwbouw wordt niet onderbouwd.

openomen. Hierbij wordt voor de uitgebreide onderbouwing van de locatiekeuze verwezen naar hoofdstuk 3 van het MER.

Voor het punt dat tijdens mogelijke nieuw- en verbouwwerkzaamheden op

Ook dit is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet

Zie het antwoord onder punt 3. Binnen het bestaand stedelijk gebied is gezocht naar een locatie voor de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis. Een passende locatie is niet gevonden. Hierbij wordt voor de uitgebreide onderbouwing van de locatiekeuze verwezen naar hoofdstuk 3 van het MER.

Met het vaststellen van de gebiedsvisie door de gemeenteraad op 28 mei 2020 is gekozen voor de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis in De Bulkenaar en de realisatie van de zuidelijke verbindingsweg ter verbetering van de ontsluiting van Tolberg.

Het is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang.

26

14.

15.

16.

17.

de bestaande locaties de lokale zorg niet optimaal kan worden ingericht, waardoor de zorgverlening in de knel komt, wordt niet onderbouwd. Niet valt in te zien dat door zorgvuldige planning en het efficiënt en effectief gebruikmaken van de bestaande gronden, niet kan worden gekomen tot een continuering van de zorg, terwijl er voldoende ruimte wordt gecreëerd voor nieuwbouw. Indien de huidige parkeerplaatsen moeten worden gebruikt ten behoeve van tijdelijke bouwwerken, dan zou ten behoeve daarvan wellicht tijdelijk gebruik kunnen worden gemaakt van de sportvelden aan de zuidzijde van het bestaande ziekenhuis. Voor het punt dat het financieel niet haalbaar is om elders tijdelijke huisvesting te realiseren wordt niet onderbouwd. Een vergelijking van de kosten tussen het realiseren van het nieuwe ziekenhuis, inclusief wegen en landschapsinrichtingspark en het saneren van de bestaande locatie, vergeleken met de herontwikkeling van de huidige locatie met het aanbrengen van één van de aangedragen ontsluitingsmogelijkheden, is voor zo ver bij indiener bekend nog niet gemaakt. Indiener verzoekt om alsnog nader naar de bestaande locatie te kijken en verder onderzoek te verrichten naar de mogelijkheid tot herontwikkeling van deze locatie. Een zorgvuldig ruimtegebruik is een van de fundamentele beginselen van de structuurvisie.

Dit vraagt om een evenzo zorgvuldig onderzoek naar de ontwikkeling van binnenstedelijke locaties, waaronder de huidige plek van het ziekenhuis. Onvoldoende is onderzocht in hoeverre de huidige locaties alsnog kunnen worden ontwikkeld ten behoeve van de vestiging van het ziekenhuis. Ook andere (binnenstedelijke) locaties dienen nog nader te worden bestudeerd. Het eerste criterium is van belang gelet op de aanrijtijden van en naar het ziekenhuis. Meer specifiek is in het MER ten aanzien van de locatie Rozenoord gesteld dat deze afviel omdat de locatie niet langs de A58 is gelegen. Deze stelling kan niet worden gevolgd. Indiener begrijpt niet waarom de locatie Rozenoord niet nader is onderzocht. Temeer dit een binnenstedelijke locatie betreft, ligt het op uw weg om deze locatie nog nader te onderzoeken.

op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang. De eerdergenoemde slechte toegankelijkheid en het gebrek aan toekomstige uitbreidingsmogelijkheden dienen daarbij eveneens in ogenschouw te worden genomen.

Ook dit is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang.

Zowel Bravis ziekenhuis als de gemeente hebben gedurende enkele jaren een zorgvuldig proces doorlopen om tot deze locatiekeuze te komen. Wij zien dan ook geen reden om dit proces opnieuw te doen. Zie MER hoofdstuk 3.

Zie het antwoord onder punt 15.

De locatie Rozenoord is afgevallen omdat deze niet in het hart van de regio ligt, en dus niet centraal in het verzorgingsgebied van Bravis. Dit is een uitsluitingscriterium, zie ook paragraaf 3.3 in het MER waarin dit uitsluitingscriterium vermeld staat. Om deze reden wordt de locatie niet verder onderzocht in het MER.

27

18.

19.

20.

Het verkeerskundig onderzoek is onzorgvuldig uitgevoerd. Met het afsluiten van de Huijbergseweg (en wellicht ook de Bulkenaarsestraat ?) vanuit de wijk Tolberg, wordt voorkomen dat er een sluiproute naar het ziekenhuis ontstaat vanaf de Thorbeckelaan. Het verkeer zal volgens de Verkeerstoets moeten omrijden via de Rietgoorsestraat, de Westelaarsestraat en de Plantagebaan. In het rapport wordt echter geen rekening gehouden met, laat staan een oplossing geboden voor, problemen die kunnen ontstaan door mogelijk sluipverkeer via de Haiinksestraat en de Spuitendonksestraat. Deze wegen zijn, evenals de Huijbergseweg en de Bulkenaarsestraat, thans enkel toegankelijk voor bestemmingsverkeer, maar er bestaat gerede vrees dat van deze weg veelvuldig gebruik zal gaan worden gemaakt om bij het ziekenhuis te komen. Het is de snelste route voor gemotoriseerd wegverkeer om na afsluiting van de doorgang bij de Huijbergseweg het ziekenhuis te bereiken. Gebruik van deze route zal worden versterkt door de in de Verkeerstoets aangegeven problemen die kunnen ontstaan voor de verkeersafwikkeling op de Rietgoorsestraat. Hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden. Van de Rietgoorsestraat wordt veel gebruik gemaakt door fietsers en wandelaars. Hetzelfde geldt voor de omgeving van de buurtschap Haiink. Fietsers en wandelaars maken op deze routes gebruik van dezelfde weg als gemotoriseerd verkeer.

Van een separaat fietspad is geen sprake. Hoe het gebruik van de Rietgoorsestraat door fietsers en wandelaars zich verhoudt tot de toename van 46% van het gemotoriseerde wegverkeer, volgt niet uit de Verkeerstoets. Het laat zich raden dat een dergelijke toename zal zorgen voor een verkeersonveilige situatie ter plaatse. De Rietgoorsestraat en de Westelaarsestraat zijn niet berekend op de afwikkeling van deze aantallen aan verschillende weggebruikers. Dit wordt in de Verkeerstoets ten onrechte niet onderkend. Voorts wordt ook geen oplossing geboden voor de forse toename van het verkeer op de Rietgoorsestraat en de Westelaarsestraat. Hoe de in de

Het onderzoek is uitgevoerd door een gerenommeerd bureau. Wij zien dan ook geen reden dat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd. Er is gebruik gemaakt van het regionale BBMA verkeersmodel dat aan de hand van actuele verkeerstellingen is geherkalibreerd voor het onderzoeksgebied. Als gevolg van de planrealisatie zal doorgaand verkeer geweerd worden op de Bulkenaarsestraat en Huijbergseweg, dit is modelmatig meegenomen. Het verkeer verplaatst zich richting de Westelaarsestraat - Rietgoorsestraat. Zonder maatregelen wordt de Spuitendonksestraat Haiinksestraat een aantrekkelijke route richting het ziekenhuis. Zoals bekend is de gemeente Roosendaal momenteel bezig met de planvorming van de verbindingsweg Tolberg. Het streven is deze weg gelijktijdig open te stellen met het ziekenhuis. De komst van deze verbindingsweg zorgt ervoor dat zowel de route via de Rietgoorsestraat / Westelaarsestraat als via de Haiinksestraat/ Spuitendonksestraat niet meer interessant zijn voor het doorgaande verkeer. Op beide routes zal sprake zijn van een afname van de verkeersintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie op de genoemde wegen.

Als gevolg van de planrealisatie zal doorgaand verkeer geweerd worden op de Bulkenaarsestraat en Huijbergseweg. Dit verkeer zal zich gaan verplaatsen naar de Rietgoorsestraat alwaar de bovengrens wordt bereikt voor wat een dergelijk type weg aan verkeer veilig kan verwerken. Over de gehele lengte van de Rietgoorsestraat zijn fietssuggestiestroken gelegen. De toename van verkeersintensiteiten op de Rietgoorsestraat zal het comfort en veiligheid van de fietsers niet ten goede komen. Zoals bekend is de gemeente Roosendaal momenteel bezig met de planvorming van de verbindingsweg Tolberg. Het streven is deze weg gelijktijdig open te stellen met het ziekenhuis. De komst van deze verbindingsweg zal zorgen voor een significante afname van het verkeer ten opzichte van de huidige situatie op de Rietgoorsestraat. Dit komt ten goede aan het comfort en veiligheid voor de fietsers. Zie het antwoord onder punt 18.

28

21.

22.

23.

Verkeerstoets gestelde problemen, zoals het vol- en vastlopen van de deze wegen, worden opgelost dan wel gemitigeerd volgt niet uit het advies. Tot slot wordt in het plan ten onrechte ook geen rekening gehouden met sluipverkeer dat vanuit Bergen op Zoom en Breda naar de nieuwe planlocatie zal rijden. Indiener vraagt zich af welke meerwaarde de realisering van de beoogde toekomstige zuidelijke ontsluitingsroute nog heeft indien u van oordeel bent dat reeds met dit plan tot een goede verkeersafwikkeling kan worden gekomen. Naar het oordeel van indiener is deze meerwaarde afwezig en kan met enkele ingrepen voorzien worden in een deugdelijke verkeersafwikkeling. In verband met de bij motie Co-Creatie afgesproken procedure om het proces Bravis te realiseren, stelt indiener voor voorlopig “voortschrijdend inzicht” te laten prevaleren op een niet goed voorbereid plan zoals nu omschreven. Het gebruikte plan van Goudappel Coffeng is een update van het onderzoek uit 2009 toen er helemaal geen ziekenhuis plannen aan de orde waren. De eventuele benodigde verbetering voor de ontsluiting van Tolberg betreft alleen de spoorkruisingen op de Willem Dreesweg. Indiener stelt gelet op het bovenstaande het volgende voor: 1.

De huidige infrastructuur te handhaven en alleen verkeersvoorzieningen bij de Huijbergseweg in de vorm van, “alleen bestemmingsverkeer”, te gebruiken, ten tijde van de in gebruikstelling voor ook de bewoners van Roosendaal. 2. Voor de bezoekers uit Roosendaal kan met een goede duidelijke bewegwijzering, op kenmerkende punten in Roosendaal, via de 4 afritten op de rijkswegen rond Roosendaal naar de afslag Wouw gereden worden en vervolgens, net zoals uit Bergen op Zoom, verder via de Parallelweg bij de locatie van het ziekenhuis worden gekomen. 3. Bestaande wegen voor de ingebruikname van het eventuele nieuwe ziekenhuis opknappen en eventuele knelpunten aanpassen, zoals de reeds genoemde Rietgoorsestraat en Haiinksestraat.

Gezien de structuur van het wegennet is het niet de verwachting dat er sprake gaat zijn van grote aantallen sluipverkeer uit de richtingen Bergen op Zoom of Breda. Bezoekers van het ziekenhuis uit beide richtingen maken gebruik van de afslag 25 Wouwse Plantage en de nieuwe verbindingsweg. Voor het grootste deel is de verkeersafwikkeling zonder verbindingsweg Tolberg inderdaad op orde. Echter de verbindingsweg Tolberg wordt gerealiseerd om de ontsluiting van de wijk Tolberg te verbeteren.

1. De Huijbergseweg wordt uitsluitend toegankelijk voor bestemmingsverkeer om sluipverkeer richting het ziekenhuis te voorkomen door het aanbrengen van een knip (wegversperring) op een nader te bepalen locatie. 2. In het kader van de realisatie van het ziekenhuis zal deugdelijke bewegwijzering worden opgesteld zodat verkeer via de daarvoor bestemde routes zal gaan rijden.

3&4. Zoals bekend is de gemeente Roosendaal momenteel bezig met de planvorming van de verbindingsweg Tolberg. Het streven is deze weg gelijktijdig open te stellen met het ziekenhuis. De komst van deze verbindingsweg zorgt dat zowel de route via de Rietgoorsestraat / 29

24.

25.

26.

4. Tijdens een jaar monitoring, na ingebruikname van het ziekenhuis, van de echte verkeersstromen kan dan met het verkregen “voortschrijdend” inzicht besloten worden of een zuidelijke ontsluitingsweg daadwerkelijk van toegevoegde waarde is. Indiener wijst erop dat het niet aanleggen van een zuidelijke ontsluitingsroute aanzienlijke voordelen oplevert. Zo behoeven er geen investeringen te worden gedaan, vindt er geen versnippering van het landschap plaats en evenmin een aantasting van de bestaande flora en fauna in het gebied. Tot slot wordt ook het woon- en leefklimaat van bewoners niet aangetast. In het bestemmingsplan is een reserveringszone opgenomen ten behoeve van de ontwikkeling van een zuidelijke ontsluitingsweg. Indiener verzet zich tegen het opnemen van de reserveringszone. Het is nog alleszins onzeker of de zuidelijke ontsluitingsweg (ruimtelijk) inpasbaar is en in de toekomst gerealiseerd kan worden. Een planologische (voor)procedure is op dit moment nog niet gestart. Diverse varianten die door verschillende (groepen) buurtbewoners zijn aangedragen dienen nog nader te worden onderzocht. Indiener merkt daarover nog op dat alternatief 13 van de Stichting Natuurlijk Betrokken Tolberg in de Quickscan van Goudappel Coffeng verkeerd is beoordeeld.

Men stelt geen verbinding met het ziekenhuis en de afslag Wouw voor, terwijl het alternatief aansluit op de nieuwe parallelweg langs de Rijksweg. Dit dient hersteld te worden. Het voorsorteren op een zuidelijke ontsluitingsroute wordt door indiener als voorbarig beschouwd en doet af aan de co-creatie die u aangeeft te zullen toepassen. Indiener verzoekt om die reden de reservering uit het plan te verwijderen. De bouwmogelijkheden binnen de bestemming “maatschappelijk” zijn zeer flexibel. Bijna het gehele vlak is aangemerkt als bouwvlak. Enkel de maximale bedrijfsvloeroppervlakte, het maximale bebouwingspercentage en de uiterlijke bouwhoogte zijn vastgelegd. Ten aanzien van de verdere invulling wordt aan de ontwikkelaar veel vrijheid toegekend.

Westelaarsestraat als via de Haiinksestraat/ Spuitdonksestraat niet interessant zijn voor het doorgaande verkeer. Op beide routes zal sprake zijn van een afname van de verkeersintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie op de genoemde wegen. Het mogelijk maken van de verbindingsweg Tolberg maakt geen deel uit van het onderhavige bestemmingsplan. De verbindingsweg Tolberg wordt gerealiseerd om de ontsluiting van de wijk Tolberg te verbeteren.

Het opnemen van de reserveringszone biedt geen mogelijkheden om de verbindingsweg te realiseren. Op het moment dat de verkenningsfase is afgerond, wordt daarvoor de planuitwerkingsfase opgestart en wordt het planologische proces in gang gezet. Door het opnemen van de reserveringszone voor de verbindingsweg Tolberg wordt voorkomen dat er in de betreffende zone ontwikkelingen gaan plaatsvinden die de realisatie van de verbindingsweg kunnen belemmeren. Deze blijft dan ook gehandhaafd in het bestemmingsplan.

Het Bravis ziekenhuis dient binnen het bouwvlak te voldoen aan de gestelde maatvoeringen. Dit is een gebruikelijke wijze van bestemmen. Voor het bouwvlak geldt een bouwhoogte van maximaal 20 meter. De bouwhoogte van maximaal 30 meter mag maximaal 7,5 % van het bouwvlak beslaan. We bieden Bravis ziekenhuis deze flexibiliteit, zodat zij een nieuw en modern ziekenhuis kunnen ontwikkelen dat voldoet aan

30

Gelet op de bouwmogelijkheden is het de meest recente eisen en richtlijnen die aan zeer goed mogelijk dat de bebouwing zorgverlening worden gesteld. aan de oostzijde van het bouwvlak wordt gerealiseerd. Dit leidt tot bouwwerken van mogelijk 30 m hoog, of nog hoger indien gebruik wordt gemaakt van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Het is echter zeer goed mogelijk om de bebouwing, of in ieder geval het deel van de bebouwing dat 30 m hoog mag worden gebouwd, op een kleiner oppervlak te realiseren dan nu wordt toegestaan. Daarbij valt te denken aan het realiseren van de bebouwing aan de westzijde van het perceel, zodat zoveel mogelijk afstand wordt gehouden tot bestaande woningen. Het is overigens voor indiener totaal onduidelijk waarom er zoveel ruimte wordt geboden om de bebouwing vrijelijk op te richten en dan ook nog eens tot maximaal 30 m hoog. Indiener verzoekt om de bouwregels dusdanig op te stellen dat de hinder voor omwonden zoveel als mogelijk wordt weggenomen. 27. Een goede ruimtelijke ordening vraagt Zie het antwoord onder punt 15. dat u het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk houdt. Ook daarom vraagt indiener andere mogelijke locaties te zoeken, waar geen of minder planschade is. 28. Indiener is volledig bereid om mee te Zie het antwoord onder punt 1 en 15.

denken bij het zoeken naar een geschikte (binnenstedelijke) locatie en verzoekt om het ontwerp bestemmingsplan niet in procedure te brengen. Consequenties voor het ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan wordt op de volgende punten aangepast: Gelet op de dubbeling in uitbreiding van maten en percentages wordt artikel 13.1 onder b zodanig aangepast dat dat niet van toepassing is op de uitbreiding van het aantal b.v.o.’s. In artikel 4.5.4. wordt bij de verwijzing naar artikel 4.1 de passage ‘onder b’ geschrapt, zodat duidelijk is dat met deze bepaling mag worden afgeweken van de oppervlakteregels zoals opgenomen in dat lid.

Indiener 5. (zaaknummer 382003) Inspraakreactie 1. Indiener geeft aan dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de motie ‘cocreatie unilocatie Bravis-ziekenhuis’. De plannen werden pas gepresenteerd op het moment dat deze al zo goed als rond waren. Van het serieus betrekken en horen van omwonenden, waaronder indiener, bij en over de plannen voor de invulling van het gebied, waaronder tevens moet worden begrepen de vraag

Beantwoording De motie co creatie (6 juni 2019) begint met de constatering dat de unilocatie Bravis op de locatie Bulkenaar en de daarbij beoogde extra en ontsluiting op de A58 komt, en de logische impact daarvan voor de direct omwonenden. Het college heeft invulling gegeven aan deze motie door bij de totstandkoming van de gebiedsvisie, die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan, via

31

of er een noodzaak is voor het vestigen van Bravis op deze locatie, is naar oordeel van indiener geen enkele sprake geweest. Indiener verzoekt daarom met klem om vanaf heden de aan u gegeven opdracht van de raad uit te voeren ten einde omwonenden en belanghebbenden daadwerkelijk actief te betrekken bij de invulling van De Bulkenaar.

2.

Het voorgenomen plan is in strijd met de structuurvisie Roosendaal 2025. De ruimtelijke uitgangspunten van de visie staan vermeld in paragraaf 5.2. Hierin staat onder andere vermeld dat Roosendaal een compact karakter heeft. Het compacte karakter van de stad, alsmede de visie om deze lijn vast te houden, komt ook naar voren in de door uw raad vermelde ruimtelijke uitgangspunten. Deze uitgangspunten maken logischerwijs ook onderdeel uit van de uitvoeringsstrategie. Vast staat dat het plangebied buiten de stedelijke contour is gelegen en dat ter plaatse niet is voorzien in enige verstedelijking. Het betreft een agrarisch gebied. Het plan voldoet niet aan de Structuurvisie. In het plan wordt evenwel geen deugdelijke motivering gegeven waarom van de Structuurvisie moet worden afgeweken. Immers, door deze ontwikkelingen door te zetten is geenszins sprake van het bouwen binnen stedelijke contouren, het ontzien het buitengebied dan wel van zuinig/duurzaam ruimtegebruik waarbij efficiënt hergebruik van bestaande ruimte als uitgangspunt is genomen. Van een zorgvuldige voorbereiding, dan wel van een deugdelijke motivering is om die reden geen sprake. Indiener verzoekt om actiever dan tot heden te zoeken naar binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocaties, om zo uitvoering te geven aan de in de Structuurvisie neergelegde uitgangspunten.

diverse kanalen input ophalen (zie schema in paragraaf 6.2.1. in de toelichting). In de periode tot aan het opstellen van de gebiedsvisie, zijn met ongeveer dertig individuele omwonenden, in wisselende samenstellingen, gesprekken gevoerd. Met de direct omwonenden van de Bulkenaar en Natuurlijk Betrokken Tolberg zijn groepsgewijze overleggen gevoerd. De ideeën en visies die uit latere gesprekken en bijeenkomsten naar voren kwamen zijn gebruikt voor het opstellen van de gebiedsvisie. In totaal hebben ruim 400 mensen bijgedragen aan de input voor de gebiedsvisie. Hierbij wordt opgemerkt dat de verkregen input niet zonder meer wordt opgenomen in de gebiedsvisie. Alle ontvangen input is afgewogen en heeft uiteindelijk geleidt tot de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie. De gemeenteraad is tussentijds steeds geïnformeerd via de raadsbegeleidingscommissie. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie Bulkenaar vastgesteld. De provincie Noord-Brabant heeft het gebied in de Interim omgevingsverordening als ‘verstedelijking afweegbaar’ aangeduid. Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van Roosendaal.

Naast de door genoemde uitgangspunten ‘bouwen binnen stedelijke contouren’ en ‘zuinig/duurzaam ruimtegebruik’ is ook ‘het buitengebied zoveel mogelijk ontzien van verstedelijking’ een van de uitgangspunten. Er staat dus niet dat er niet gebouwd mag worden. Voor de gemeente zijn alle genoemde fundamentele uitgangspunten van belang, dus ook bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, blijven de overige fundamentele uitgangspunten overeind. Deze hebben dan ook een belangrijke rol gespeeld bij de locatiekeuze. De onderbouwing voor de locatiekeuze is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.

32

3.

4.

5.

6.

In de toelichting staat meerdere keren vermeld dat voor de (toekomstige) ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis circa 12 hectare grond nodig is. In het plan wordt echter niet gemotiveerd waarom 12 ha grond benodigd is voor de voorgenomen ontwikkeling. Een zorgvuldige uiteenzetting van de behoefte aan een dergelijke ruimte ontbreekt in het plan, laat staan dat een deugdelijke analyse is gemaakt van de mogelijkheden om binnenstedelijk de benodigde bedrijfsvloeroppervlakte en parkeerruimte te kunnen realiseren. Ter vergelijking wijst indiener op onder andere het Isala-ziekenhuis in Zwolle, dat ten aanzien van het aantal jaarlijkse verpleegdagen en de totale bedrijfsopbrengsten circa tweemaal zo groot is als Bravis, zo volgt uit een vergelijking van de jaarverslagen uit 2019. Dit ziekenhuis staat evenals de vestiging van Bravis in Roosendaal op een oppervlakte van circa 10 hectare. Het is onder andere gelet op die vergelijking voor indiener onduidelijk waarom Bravis zoveel meer ruimte nodig heeft. Het plan omvat geen onderbouwing van de behoefte aan 110.000m2 b.v.o.

Er wordt geen inzicht gegeven in voor deze ontwikkeling fundamentele vragen zoals hoe in de huidige situatie ruimte wordt gebruikt, hoe de huidige ruimte zo efficiënt en effectief mogelijk kan worden gebruikt, welke behoefte er daadwerkelijk is aan ruimte of dit ruimtegebruik kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en zo niet, waarom dan niet. Op voorhand kan geenszins worden vastgesteld of er wel behoefte is aan een ziekenhuis van dergelijke omvang, laat staan dat deze ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied moet plaatsvinden. Het plan maakt zonder deugdelijke motivering uitbreidingen tot en met 121.000 m2 b.v.o. mogelijk via artikel 4.5.4. met een binnenplanse afwijkingsvoegdheid. Artikel 13.1 onder b van de planregels biedt nog een verdere mogelijkheid om af te wijken van de planregels. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State moet met het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid de situatie die kan ontstaan door de toepassing van die

Bravis heeft een Visie 2030 “Het nieuwe Bravis, brengt zorg samen” opgesteld. Een belangrijke basis voor de nieuwe visie is de scenario-analyse die ze in het najaar van 2019 hebben uitgevoerd. In meerdere scenario’s heeft Bravis bekeken wat de mogelijke effecten zijn van demografie en belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen op de toekomstige zorgvraag. De inzichten die daarbij verkregen zijn, vormen een belangrijke basis voor de visie en onderbouwen de noodzaak om met de in de visie opgenomen ambities aan de slag te gaan. Bij de ontwikkeling van het nieuwe Bravis ziekenhuis gaat het echter niet alleen om de realisatie van een nieuw, modern ziekenhuis voor zowel Bergen op Zoom als Roosendaal, maar ook om zorgpartners in de nabijheid van het ziekenhuis te kunnen huisvesten, waarmee ze invulling kunnen geven aan de ambities ‘vergroten patiëntwaarde’, ‘garanderen breed zorgaanbod’ en ‘intensiveren regionale samenwerking’. Vanuit die visie is een grotere oppervlakte nodig dan nodig zou zijn als alleen een ziekenhuis zou worden ontwikkeld. Zie het antwoord onder punt 3.

Zie het antwoord onder punt 3.

Zie het antwoord onder punt 3. Aanvullend is het afwijken zoals opgenomen onder 4.5.4. alleen mogelijk als voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hiervoor dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een goede onderbouwing te worden gegeven, die duidelijk maakt dat de gewenste vergroten van b.v.o.’s aanvaardbaar is. Het opnemen van de algemene afwijkingsregels (artikel 13) is gebruikelijk voor bestemmingsplannen. Gelet op de dubbeling in uitbreiding van maten en percentages wordt 33

7.

8.

9. 10.

11.

bevoegdheid in beginsel planologisch aanvaardbaar worden geacht. Dientengevolge ligt het op de weg van het bestuursorgaan om bij het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, zorgvuldig te motiveren waarom deze afwijkingen in beginsel aanvaardbaar zijn. Dit is thans niet het geval. Indiener verzoekt om voorstaande reden om deze uitbreidingsmogelijkheid uit het plan te verwijderen, dan wel zorgvuldig te onderbouwen waarom 121.000 m2 b.v.o. door u aanvaardbaar wordt geacht. Ditzelfde geldt ook voor de overige maten die in het bestemmingsplan staan benoemd. Ten aanzien van artikel 4.5.4 geldt verder nog dat de daarin opgenomen verwijzing naar de oppervlaktematen van artikel 4.1, onderdeel b, onjuist is. Waarschijnlijk is gedoeld op de oppervlaktematen zoals vernoemd in artikel 4.1. Overigens is ook de plaatsing van artikel 4.5.4 verwarrend, nu deze is opgenomen onder paragraaf 4.4 “Specifieke gebruiksregels”. Het artikel schept juist mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels. Regels hieromtrent staan in paragraaf 4.3 “Afwijken van de bouwregels” geregeld. In paragraaf 4.2 van de toelichting worden - samengevat - zes argumenten aangedragen waarom de nieuwe locatie niet binnen het bestaande stedelijke gebied kan worden verwezenlijkt.

Deze argumenten kunnen om de volgende redenen (zie punten punt 9 t/m 14) de stelling dat huidige locaties ontoereikend zijn voor het binnenstedelijk realiseren van de plannen niet dragen. Een deugdelijke onderbouwing ontbreekt ten aanzien van de benodigde 12 ha grond. Dat de huidige locaties binnen een termijn van 10-15 jaar technisch verouderd zijn, kan geen argument zijn dat nieuwbouw om die reden buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gerealiseerd. Een dergelijk argument is niet steekhoudend. Er kan immers ook onderzocht worden in hoeverre nieuwbouw, dan wel herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, meer specifiek op een van de huidige locaties, mogelijk is. Daarnaast is ook niet de gehele bebouwing verouderd. In de toelichting wordt vermeld dat de locatie Roosendaal enkel via een

artikel 13.1 onder b zodanig aangepast dat dat niet van toepassing is op de uitbreiding van het aantal b.v.o’s.

Terecht wordt aangegeven dat de verwijzing naar artikel 4.1, onder b, niet correct is. De passage ‘onder b’ zal worden geschrapt in de regels, zodat duidelijk is dat met deze bepaling mag worden afgeweken van de oppervlakteregels zoals opgenomen in dat lid. De opmerking dat artikel 4.5.4 is opgenomen onder 4.4 ‘specifieke gebruiksregels’ is niet juist. Artikel 4.5.4 staat vermeld onder 4.5 ‘Afwijken van de gebruiksregels’.

In paragraaf 4.2 worden 7 selectiecriteria benoemd waaraan de nieuwe hoofdlocatie moet voldoen. Hierbij is zowel naar locaties binnen als buiten het stedelijk gebied gekeken. In de toelichting van het bestemmingsplan is een beknopte weergave van de locatiekeuze openomen. Hierbij wordt voor de uitgebreide onderbouwing van de locatiekeuze verwezen naar hoofdstuk 3 van het MER. Zie het antwoord onder punt 3. Binnen het bestaand stedelijk gebied is gezocht naar een locatie voor de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis. Een passende locatie is niet gevonden. Hierbij wordt voor de uitgebreide onderbouwing van de locatiekeuze verwezen naar hoofdstuk 3 van het MER.

Met het vaststellen van de gebiedsvisie door de gemeenteraad op 28 mei 2020 is gekozen voor 34

12.

13.

14.

stedelijke route bereikt kan worden. Het is onbekend waarom aan de Variantenstudie 2018 geen gevolg is gegeven of waarom desondanks in de toelichting tot het oordeel wordt gekomen dat de locatie Roosendaal slecht bereikbaar zal zijn voor het verkeer. Dit oordeel is gelet op de Variantenstudie 2018 kennelijk onjuist. De huidige locatie Roosendaal kan juist goed ontsloten worden. Ook anderszins zijn er alternatieven voorhanden om de huidige locatie in Roosendaal goed te kunnen ontsluiten. Zo zijn er in het rapport “Nieuwbouw Ziekenhuis Bravis omgeving Roosendaal, Alternatieven aangedragen door belanghebbende en verontruste bewoners van Roosendaal aan leden van de gemeenteraad Roosendaal” van 31 januari 2021 diverse ontsluitingsmogelijkheden aangedragen waardoor de huidige locatie goed ontsloten kan worden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de locatie Roosendaal per auto goed bereikbaar gemaakt kan worden. Het standpunt dat de locatie in Roosendaal slecht bereikbaar is, of slechts via stedelijk gebied kan worden bereikt, is onjuist. Het punt dat de tijdelijke huisvesting van medewerkers door het verbouwen van een van beide bestaande locaties duurder is dan nieuwbouw wordt niet onderbouwd.

de ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis in De Bulkenaar en de realisatie van de zuidelijke verbindingsweg ter verbetering van de ontsluiting van Tolberg.

Voor het punt dat tijdens mogelijke nieuw- en verbouwwerkzaamheden op de bestaande locaties de lokale zorg niet optimaal kan worden ingericht, waardoor de zorgverlening in de knel komt, wordt niet onderbouwd. Niet valt in te zien dat door zorgvuldige planning en het efficiënt en effectief gebruikmaken van de bestaande gronden, niet kan worden gekomen tot een continuering van de zorg, terwijl er voldoende ruimte wordt gecreëerd voor nieuwbouw. Indien de huidige parkeerplaatsen moeten worden gebruikt ten behoeve van tijdelijke bouwwerken, dan zou ten behoeve daarvan wellicht tijdelijk gebruik kunnen worden gemaakt van de sportvelden aan de zuidzijde van het bestaande ziekenhuis. Voor het punt dat het financieel niet haalbaar is om elders tijdelijke huisvesting te realiseren wordt niet onderbouwd. Een vergelijking van de kosten tussen het realiseren van het

Ook dit is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang.

Het is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang.

Ook dit is één van de afwegingen waarop het locatieonderzoek is gebaseerd. Deze dienen niet op zichzelf te worden beschouwd, maar in samenhang.

35

15.

16.

17.

18.

nieuwe ziekenhuis, inclusief wegen en landschapsinrichtingspark en het saneren van de bestaande locatie, vergeleken met de herontwikkeling van de huidige locatie met het aanbrengen van één van de aangedragen ontsluitingsmogelijkheden, is voor zo ver bij indiener bekend nog niet gemaakt. Indiener verzoekt om alsnog nader naar de bestaande locatie te kijken en verder onderzoek te verrichten naar de mogelijkheid tot herontwikkeling van deze locatie. Een zorgvuldig ruimtegebruik is een van de fundamentele beginselen van de structuurvisie. Dit vraagt om een evenzo zorgvuldig onderzoek naar de ontwikkeling van binnenstedelijke locaties, waaronder de huidige plek van het ziekenhuis. Onvoldoende is onderzocht in hoeverre de huidige locaties alsnog kunnen worden ontwikkeld ten behoeve van de vestiging van het ziekenhuis. Ook andere (binnenstedelijke) locaties dienen nog nader te worden bestudeerd. Het eerste criterium is van belang gelet op de aanrijtijden van en naar het ziekenhuis. Meer specifiek is in het MER ten aanzien van de locatie Rozenoord gesteld dat deze afviel omdat de locatie niet langs de A58 is gelegen. Deze stelling kan niet worden gevolgd. Indiener begrijpt niet waarom de locatie Rozenoord niet nader is onderzocht. Temeer dit een binnenstedelijke locatie betreft, ligt het op uw weg om deze locatie nog nader te onderzoeken.

Het verkeerskundig onderzoek is onzorgvuldig uitgevoerd. Met het afsluiten van de Huijbergseweg (en wellicht ook de Bulkenaarsestraat ?) vanuit de wijk Tolberg, wordt voorkomen dat er een sluiproute naar het ziekenhuis ontstaat vanaf de Thorbeckelaan. Het verkeer zal volgens de Verkeerstoets moeten omrijden via de Rietgoorsestraat, de Westelaarsestraat en de Plantagebaan. In het rapport wordt echter geen rekening gehouden met, laat staan een oplossing geboden voor, problemen die kunnen ontstaan door mogelijk sluipverkeer via de Haiinksestraat en de Spuitendonksestraat. Deze wegen zijn, evenals de Huijbergseweg en de Bulkenaarsestraat, thans enkel toegankelijk voor bestemmingsverkeer, maar er bestaat gerede vrees dat van deze weg veelvuldig gebruik zal gaan

Zowel Bravis ziekenhuis als de gemeente hebben gedurende enkele jaren een zorgvuldig proces doorlopen om tot deze locatiekeuze te komen. Wij zien dan ook geen reden om dit proces opnieuw te doen. Zie MER hoofdstuk 3.

Zie het antwoord onder punt 15.

De locatie Rozenoord is afgevallen omdat deze niet in het hart van de regio ligt, en dus niet centraal in het verzorgingsgebied van Bravis. Dit is een uitsluitingscriterium, zie ook paragraaf 3.3 in het MER waarin dit uitsluitingscriterium vermeld staat. Om deze reden wordt de locatie niet verder onderzocht in het MER.

Het onderzoek is uitgevoerd door een gerenommeerd bureau. Wij zien dan ook geen reden dat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd. Er is gebruik gemaakt van het regionale BBMA verkeersmodel dat aan de hand van actuele verkeerstellingen is geherkalibreerd voor het onderzoeksgebied. Als gevolg van de planrealisatie zal doorgaand verkeer geweerd worden op de Bulkenaarsestraat en Huijbergseweg, dit is modelmatig meegenomen. Het verkeer verplaatst zich richting de Westelaarsestraat - Rietgoorsestraat. Zonder maatregelen wordt de Spuitendonksestraat Haiinksestraat een aantrekkelijke route richting het ziekenhuis. Zoals bekend is de gemeente Roosendaal momenteel bezig met de planvorming van de verbindingsweg Tolberg. Het streven is deze weg gelijktijdig open te stellen met het ziekenhuis. De 36

19.

20.

21.

22.

worden gemaakt om bij het ziekenhuis te komen. Het is de snelste route voor gemotoriseerd wegverkeer om na afsluiting van de doorgang bij de Huijbergseweg het ziekenhuis te bereiken. Gebruik van deze route zal worden versterkt door de in de Verkeerstoets aangegeven problemen die kunnen ontstaan voor de verkeersafwikkeling op de Rietgoorsestraat. Hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden. Van de Rietgoorsestraat wordt veel gebruik gemaakt door fietsers en wandelaars.Hetzelfde geldt voor de omgeving van de buurtschap Haiink. Fietsers en wandelaars maken op deze routes gebruik van dezelfde weg als gemotoriseerd verkeer. Van een separaat fietspad is geen sprake. Hoe het gebruik van de Rietgoorsestraat door fietsers en wandelaars zich verhoudt tot de toename van 46%^^ van het gemotoriseerde wegverkeer, volgt niet uit de Verkeerstoets. Het laat zich raden dat een dergelijke toename zal zorgen voor een verkeersonveilige situatie ter plaatse. De Rietgoorsestraat en de Westelaarsestraat zijn niet berekend op de afwikkeling van deze aantallen aan verschillende weggebruikers. Dit wordt in de Verkeerstoets ten onrechte niet onderkend.

komst van deze verbindingsweg zorgt ervoor dat zowel de route via de Rietgoorsestraat / Westelaarsestraat als via de Haiinksestraat/ Spuitendonksestraat niet meer interessant zijn voor het doorgaande verkeer. Op beide routes zal sprake zijn van een afname van de verkeersintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie op de genoemde wegen.

Voorts wordt ook geen oplossing geboden voor de forse toename van het verkeer op de Rietgoorsestraat en de Westelaarsestraat. Hoe de in de Verkeerstoets gestelde problemen, zoals het vol- en vastlopen van de deze wegen, worden opgelost dan wel gemitigeerd volgt niet uit het advies. Tot slot wordt in het plan ten onrechte ook geen rekening gehouden met sluipverkeer dat vanuit Bergen op Zoom en Breda naar de nieuwe planlocatie zal rijden.

Zie het antwoord onder punt 18.

In het bestemmingsplan is een reserveringszone opgenomen ten behoeve van de ontwikkeling van een zuidelijke ontsluitingsweg. Indiener verzet zich tegen het opnemen van de reserveringszone. Het is nog alleszins onzeker of de zuidelijke ontsluitingsweg (ruimtelijk) inpasbaar is en in de toekomst gerealiseerd kan worden. Een planologische (voor)procedure is op dit moment nog niet gestart. Diverse

Als gevolg van de planrealisatie zal doorgaand verkeer geweerd worden op de Bulkenaarsestraat en Huijbergseweg. Dit verkeer zal zich gaan verplaatsen naar de Rietgoorsestraat alwaar de bovengrens wordt bereikt voor wat een dergelijk type weg aan verkeer veilig kan verwerken. Over de gehele lengte van de Rietgoorsestraat zijn fietssuggestiestroken gelegen. De toename van verkeersintensiteiten op de Rietgoorsestraat zal het comfort en veiligheid van de fietsers niet ten goede komen. Zoals bekend is de gemeente Roosendaal momenteel bezig met de planvorming van de verbindingsweg Tolberg. Het streven is deze weg gelijktijdig open te stellen met het ziekenhuis. De komst van deze verbindingsweg zal zorgen voor een significante afname van het verkeer ten opzichte van de huidige situatie op de Rietgoorsestraat. Dit komt ten goede aan het comfort en veiligheid voor de fietsers.

Gezien de structuur van het wegennet is het niet de verwachting dat er sprake gaat zijn van grote aantallen sluipverkeer uit de richtingen Bergen op Zoom of Breda. Bezoekers van het ziekenhuis uit beide richtingen maken gebruik van de afslag 25 Wouwse Plantage en de nieuwe verbindingsweg. Het opnemen van de reserveringszone biedt geen mogelijkheden om de verbindingsweg te realiseren. Op het moment dat de verkenningsfase is afgerond, wordt daarvoor de planuitwerkingsfase opgestart en wordt het planologische proces in gang gezet. Door het opnemen van de reserveringszone voor de verbindingsweg Tolberg wordt voorkomen dat er in de betreffende zone ontwikkelingen gaan plaatsvinden die de realisatie van de verbindingsweg kunnen belemmeren. 37

varianten die door verschillende Deze blijft dan ook gehandhaafd in het (groepen) buurtbewoners zijn bestemmingsplan. aangedragen dienen nog nader te worden onderzocht. Het voorsorteren op een zuidelijke ontsluitingsroute wordt door indiener als voorbarig beschouwd en doet af aan de co-creatie die u aangeeft te zullen toepassen. Indiener verzoekt om die reden de reservering uit het plan te verwijderen. 23. Indiener is volledig bereid om mee te Zie het antwoord onder punt 15. denken bij het zoeken naar een geschikte (binnenstedelijke) locatie en verzoekt om het ontwerp bestemmingsplan niet in procedure te brengen. Consequenties voor het ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan wordt op de volgende punten aangepast: Gelet op de dubbeling in uitbreiding van maten en percentages wordt artikel 13.1 onder b zodanig aangepast dat dat niet van toepassing is op de uitbreiding van het aantal b.v.o’s. In artikel 4.5.4. wordt bij de verwijzing naar artikel 4.1 de passage ‘onder b’ geschrapt, zodat duidelijk is dat met deze bepaling mag worden afgeweken van de oppervlakteregels zoals opgenomen in dat lid.

Indiener 6. (zaaknummer 381999) Inspraakreactie 1. Indiener woont aan de zuidzijde van het plangebied. De voorgenomen planontwikkeling heeft verregaande nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Het plan is niet met de juiste zorgvuldigheid voorbereid. 2. Indiener geeft aan dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de motie ‘cocreatie unilocatie Bravis-ziekenhuis’. Indiener heeft samen met diverse omwonenden gedurende de afgelopen anderhalf jaar getracht om met u in overleg te treden over de ontwikkeling van het gebied. Dit gehele traject heeft er enkel toe geleid dat indiener enige inspraak heeft in overleggen omtrent de invulling van het in te richten landschapspark. Van het serieus betrekken en horen van omwonenden bij en over de plannen voor de invulling van het gebied, waaronder tevens moet worden begrepen de vraag of er een noodzaak is voor het vestigen van Bravis op deze locatie, is geen enkele sprake geweest. Indiener verzoekt daarom met klem om vanaf heden de aan u gegeven opdracht van de raad uit te voeren ten einde omwonenden en belanghebbenden daadwerkelijk actief te betrekken bij de invulling van De Bulkenaar.

Beantwoording Aangezien niet wordt aangegeven waarom het plan niet met de juiste zorgvuldigheid is voorbereid, nemen wij deze reactie voor kennisgeving aan. De motie co creatie (6 juni 2019) begint met de constatering dat de unilocatie Bravis op de locatie Bulkenaar en de daarbij beoogde extra en ontsluiting op de A58 komt, en de logische impact daarvan voor de direct omwonenden. Het college heeft invulling gegeven aan deze motie door bij de de totstandkoming van de gebiedsvisie, die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan, via diverse kanalen input ophalen (zie schema in paragraaf 6.2.1. in de toelichting). In de periode tot aan het opstellen van de gebiedsvisie, zijn met ongeveer dertig individuele omwonenden, in wisselende samenstellingen, gesprekken gevoerd. Met de direct omwonenden van de Bulkenaar en Natuurlijk Betrokken Tolberg zijn groepsgewijze overleggen gevoerd. De ideeën en visies die uit latere gesprekken en bijeenkomsten naar voren kwamen zijn gebruikt voor het opstellen van de gebiedsvisie. In totaal hebben ruim 400 mensen bijgedragen aan de input voor de gebiedsvisie. Hierbij wordt opgemerkt dat de verkregen input niet zonder meer wordt opgenomen in de 38

3.

4.

Het voorgenomen plan is in strijd met de structuurvisie Roosendaal 2025. De ruimtelijke uitgangspunten van de visie staan vermeld in paragraaf 5.2. Hierin staat onder andere vermeld dat Roosendaal een compact karakter heeft. Het compacte karakter van de stad, alsmede de visie om deze lijn vast te houden, komt ook naar voren in de door uw raad vermelde ruimtelijke uitgangspunten. Deze uitgangspunten maken logischerwijs ook onderdeel uit van de uitvoeringsstrategie. Vast staat dat het plangebied buiten de stedelijke contour is gelegen en dat ter plaatse niet is voorzien in enige verstedelijking. Het betreft een agrarisch gebied. Het plan voldoet niet aan de Structuurvisie. In het plan wordt evenwel geen deugdelijke motivering gegeven waarom van de Structuurvisie moet worden afgeweken. Immers, door deze ontwikkelingen door te zetten is geenszins sprake van het bouwen binnen stedelijke contouren, het ontzien het buitengebied dan wel van zuinig/duurzaam ruimtegebruik waarbij efficiënt hergebruik van bestaande ruimte als uitgangspunt is genomen. Van een zorgvuldige voorbereiding, dan wel van een deugdelijke motivering is om die reden geen sprake. Indiener verzoekt om actiever dan tot heden te zoeken naar binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocaties, om zo uitvoering te geven aan de in de Structuurvisie neergelegde uitgangspunten.

In de toelichting staat meerdere keren vermeld dat voor de (toekomstige) ontwikkeling van het Bravis ziekenhuis circa 12 hectare grond nodig is. In het plan wordt echter niet gemotiveerd waarom 12 ha grond benodigd is voor de voorgenomen ontwikkeling. Een zorgvuldige uiteenzetting van de behoefte aan een dergelijke ruimte ontbreekt in het plan, laat staan dat een deugdelijke analyse is gemaakt van de mogelijkheden om binnenstedelijk de benodigde bedrijfsvloeroppervlakte en parkeerruimte te kunnen realiseren. Ter vergelijking wijst indiener op onder andere het Isala-ziekenhuis in Zwolle, dat ten aanzien van het aantal jaarlijkse

gebiedsvisie. Alle ontvangen input is afgewogen en heeft uiteindelijk geleidt tot de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie. De gemeenteraad is tussentijds steeds geïnformeerd via de raadsbegeleidingscommissie. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie Bulkenaar vastgesteld. De provincie Noord-Brabant heeft het gebied in de Interim omgevingsverordening als ‘verstedelijking afweegbaar’ aangeduid. Roosendaal zet primair in op behoud van bestaande kwaliteiten voor natuur, water, landschap en het buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het weidse open landschap in het noordelijk deel en het parklandschap in het zuidelijk deel van Roosendaal. Naast de door genoemde uitgangspunten ‘bouwen binnen stedelijke contouren’ en ‘zuinig/duurzaam ruimtegebruik’ is ook ‘het buitengebied zoveel mogelijk ontzien van verstedelijking’ een van de uitgangspunten. Er staat dus niet dat er niet gebouwd mag worden. Voor de gemeente zijn alle genoemde fundamentele uitgangspunten van belang, dus ook bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, blijven de overige fundamentele uitgangspunten overeind. Deze hebben dan ook een belangrijke rol gespeeld bij de locatiekeuze. De onderbouwing voor de locatiekeuze is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER (deel A), die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.

Bravis heeft een Visie 2030 “Het nieuwe Bravis, brengt zorg samen” opgesteld. Een belangrijke basis voor de nieuwe visie is de scenario-analyse die ze in het najaar van 2019 hebben uitgevoerd. In meerdere scenario’s heeft Bravis bekeken wat de mogelijke effecten zijn van demografie en belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen op de toekomstige zorgvraag. De inzichten die daarbij verkregen zijn, vormen een belangrijke basis voor de visie en onderbouwen de noodzaak om met de in de visie opgenomen ambities aan de slag te gaan. Bij de ontwikkeling van het nieuwe Bravis ziekenhuis gaat het echter niet alleen om de realisatie van een nieuw, modern ziekenhuis voor 39

5.

6.

7.

8.

verpleegdagen en de totale bedrijfsopbrengsten circa tweemaal zo groot is als Bravis, zo volgt uit een vergelijking van de jaarverslagen uit 2019. Dit ziekenhuis staat evenals de vestiging van Bravis in Roosendaal op een oppervlakte van circa 10 hectare. Het is onder andere gelet op die vergelijking voor indiener onduidelijk waarom Bravis zoveel meer ruimte nodig heeft.

zowel Bergen op Zoom als Roosendaal, maar ook om zorgpartners in de nabijheid van het ziekenhuis te kunnen huisvesten, waarmee ze invulling kunnen geven aan de ambities ‘vergroten patiëntwaarde’, ‘garanderen breed zorgaanbod’ en ‘intensiveren regionale samenwerking’. Vanuit die visie is een grotere oppervlakte nodig dan nodig zou zijn als alleen een ziekenhuis zou worden ontwikkeld.

Het plan omvat geen onderbouwing van de behoefte aan 110.000m2 b.v.o. Er wordt geen inzicht gegeven in voor deze ontwikkeling fundamentele vragen zoals hoe in de huidige situatie ruimte wordt gebruikt, hoe de huidige ruimte zo efficiënt en effectief mogelijk kan worden gebruikt, welke behoefte er daadwerkelijk is aan ruimte of dit ruimtegebruik kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en zo niet, waarom dan niet. Op voorhand kan geenszins worden vastgesteld of er wel behoefte is aan een ziekenhuis van dergelijke omvang, laat staan dat deze ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied moet plaatsvinden. Voor zover plaatsing buiten het bestaand stedelijk gebied wel noodzakelijk is, dan doet indiener het indringende verzoek om de belangen van de omwonenden niet uit het oog te verliezen. De realisatie van het ziekenhuis van 70.000m2 b.v.o., zoals in eerdere plannen is voorgesteld, tast het woon- en leefklimaat van indiener al ingrijpend aan. Een nog verder aantasting van de belangen van omwonenden is onevenredig en overbodig. Ook zal een ziekenhuis van een omvang zoals nu in de plannen wordt beoogd niet passen bij de nagestreefde landschappelijke uitstraling zoals deze door uw gemeente wordt voorgesteld. Het plan maakt zonder deugdelijke motivering uitbreidingen tot en met 121.000 m2 b.v.o. mogelijk via artikel 4.5.4.

met een binnenplanse afwijkingsvoegdheid. Artikel 13.1 onder b van de planregels biedt nog een verdere mogelijkheid om af te wijken van de planregels. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State moet met het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid de situatie die

Zie het antwoord onder punt 4.

Zie het antwoord onder punt 4.

In het bestemmingsplan zijn de uiteindelijke maten opgenomen voor het ziekenhuis, inclusief de zorgpartners en overige voorzieningen als ontsluiting en parkeren.

Zie het antwoord onder punt 4. Aanvullend is het afwijken zoals opgenomen onder 4.5.4. alleen mogelijk als voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hiervoor dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een goede onderbouwing te worden gegeven, die duidelijk maakt dat de gewenste vergroten van b.v.o.’s aanvaardbaar is. Het opnemen van de algemene afwijkingsregels (artikel 13) is gebruikelijk voor bestemmingsplannen. Gelet op de dubbeling in 40

9.

11.

12. 13.

kan ontstaan door de toepassing van die bevoegdheid in beginsel planologisch aanvaardbaar worden geacht. Dientengevolge ligt het op de weg van het bestuursorgaan om bij het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, zorgvuldig te motiveren waarom deze afwijkingen in beginsel aanvaardbaar zijn. Dit is thans niet het geval. Indiener verzoekt om voorstaande reden om deze uitbreidingsmogelijkheid uit het plan te verwijderen, dan wel zorgvuldig te onderbouwen waarom 121.000 m2 b.v.o. door u aanvaardbaar wordt geacht. Ditzelfde geldt ook voor de overige maten die in het bestemmingsplan staan benoemd. Ten aanzien van artikel 4.5.4 geldt verder nog dat de daarin opgenomen verwijzing naar de oppervlaktematen van artikel 4.1, onderdeel b, onjuist is. Waarschijnlijk is gedoeld op de oppervlaktematen zoals vernoemd in artikel 4.1. Overigens is ook de plaatsing van artikel 4.5.4 verwarrend, nu deze is opgenomen onder paragraaf 4.4 “Specifieke gebruiksregels”. Het artikel schept juist mogelijkheden om af te wijken van de bouwregels. Regels hieromtrent staan in paragraaf 4.3 “Afwijken van de bouwregels” geregeld. In paragraaf 4.2 van de toelichting worden - samengevat - zes argumenten aangedragen waarom de nieuwe locatie niet binnen het bestaande stedelijke gebied kan worden verwezenlijkt.

Deze argumenten kunnen om de volgende redenen (zie punten punt 12 t/m 17) de stelling dat huidige locaties ontoereikend zijn voor het binnenstedelijk realiseren van de plannen niet dragen. Een deugdelijke onderbouwing ontbreekt ten aanzien van de benodigde 12 ha grond. Dat de huidige locaties binnen een termijn van 10-15 jaar technisch verouderd zijn, kan geen argument zijn dat nieuwbouw om die reden buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gerealiseerd. Een dergelijk argument is niet steekhoudend. Er kan immers ook onderzocht worden in hoeverre nieuwbouw, dan wel herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, meer specifiek op een van de huidige locaties, mogelijk is. Daarnaast is ook niet de gehele bebouwing verouderd.

uitbreiding van maten en percentages wordt artikel 13.1 onder b zodanig aangepast dat dat niet van toepassing is op de uitbreiding van het aantal b.v.o’s.

Terecht wordt aangegeven dat de verwijzing naar artikel 4.1, onder b, niet correct is. De passage ‘onder b’ zal worden geschrapt in de regels, zodat duidelijk is dat met deze bepaling mag worden afgeweken van de oppervlakteregels zoals opgenomen in dat lid. De opmerking dat artikel 4.5.4 is opgenomen onder 4.4 ‘specifieke gebruiksregels’ is niet juist. Artikel 4.5.4 staat vermeld onder 4.5 ‘Afwijken van de gebruiksregels’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1229/documents/32452